Zetelverdrag tussen het Internationaal Strafhof en het Gastland
Het Koninkrijk der Nederlanden en het Internationaal Strafhof,
Overwegend dat het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof, aangenomen op 17 juli 1998 door de Diplomatieke Conferentie van Gevolmachtigden van de Verenigde Naties, het Internationaal Strafhof de bevoegdheid verleent rechtsmacht uit te oefenen over personen met betrekking tot de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap met zorg vervullen;
Overwegend dat in artikel 3, eerste en tweede lid, van het Statuut van Rome, wordt bepaald dat de zetel van het Hof wordt gevestigd te Den Haag, Nederland, respectievelijk dat het Hof met het Gastland een zetelverdrag sluit, dat dient te worden goedgekeurd door de Vergadering van Staten die Partij zijn en vervolgens door het Hof in naam van het Hof wordt gesloten;
Overwegend dat in artikel 4 van het Statuut van Rome wordt bepaald dat het Hof internationale rechtspersoonlijkheid bezit alsmede de handelingsbevoegdheid die benodigd is voor de uitoefening van zijn taken en de verwezenlijking van zijn doelstellingen;
Overwegend dat in artikel 48 van het Statuut van Rome wordt bepaald dat het Hof op het grondgebied van elke Staat die Partij is de voorrechten en immuniteiten geniet die noodzakelijk zijn voor de vervulling van zijn taken;
Overwegend dat in artikel 103, vierde lid, van het Statuut van Rome wordt bepaald dat indien geen Staat wordt aangewezen ingevolge het eerste lid van dat artikel, de opgelegde gevangenisstraf wordt ondergaan in een penitentiaire inrichting die door het Gastland ter beschikking is gesteld overeenkomstig de voorwaarden vermeld in het zetelverdrag;
Overwegend dat de Vergadering van Staten die Partij zijn, tijdens haar eerste vergadering gehouden van 3 tot en met 10 september 2002, de grondbeginselen van een door het Hof en het gastheerland overeen te komen zetelverdrag heeft aangenomen, en het Verdrag betreffende de privileges en immuniteiten van het Internationaal Strafhof heeft aangenomen;
Overwegend dat het Hof en het Gastland een verdrag wensen te sluiten teneinde het soepel en doeltreffend functioneren van het Hof in het Gastland te vergemakkelijken;
Zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
- a. „het Statuut’’, het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof, aangenomen op 17 juli 1998 door de Diplomatieke Conferentie van Gevolmachtigden van de Verenigde Naties inzake de oprichting van een Internationaal Strafhof;
- b. „het Hof’’, het bij het Statuut opgerichte Internationaal Strafhof; voor de toepassing van dit Verdrag vormt het Secretariaat een integrerend onderdeel van het Hof;
- c. „het Gastland’’, het Koninkrijk der Nederlanden;
- d. „de partijen’’, het Hof en het Gastland;
- e. „Staten die Partij zijn’’, de Staten die Partij zijn bij het Statuut;
- f. „Vertegenwoordigers van de Staten die Partij zijn’’, alle gedelegeerden, substituut-gedelegeerden, adviseurs, technisch deskundigen, secretarissen en overige geaccrediteerde delegatieleden;
- g. „de Vergadering’’, de Vergadering van Staten die Partij zijn bij het Statuut;
- h. „het Bureau’’, het Bureau van de Vergadering;
- i. „hulporganen’’, de organen die door de Vergadering of het Bureau worden ingesteld;
- j. „functionarissen van het Hof’’, de rechters, de Aanklager, de Substituut-Aanklagers, de Griffier, de Substituut-Griffier en het personeel van het Hof;
- k. „de rechters’’, de door de Vergadering in overeenstemming met artikel 36, zesde lid, van het Statuut gekozen rechters van het Hof;
- l. „het Presidium’’, het orgaan bestaande uit de President en de Eerste en Tweede Vicepresident van het Hof, in overeenstemming met artikel 38, derde lid, van het Statuut;
- m. „de President’’, de door de rechters in overeenstemming met artikel 38, eerste lid, van het Statuut gekozen President van het Hof;
- n. „de Aanklager’’, de door de Vergadering in overeenstemming met artikel 42, vierde lid, van het Statuut gekozen Aanklager;
- o. „de Substituut-Aanklagers’’, de door de Vergadering in overeenstemming met artikel 42, vierde lid, van het Statuut gekozen Substituut-Aanklagers;
- p. „de Griffier’’, de door rechters in overeenstemming met artikel 43, vierde lid, van het Statuut gekozen Griffier;
- q. „de Substituut-Griffier’’, de door rechters in overeenstemming met artikel 43, vierde lid, van het Statuut gekozen Substituut-Griffier;
- r. „personeel van het Hof’’, het in artikel 44 van het Statuut bedoelde personeel van de Griffie en van het Parket van de Aanklager; onder personeel van de Griffie wordt mede verstaan het personeel van het Presidium en de Kamers en het personeel van het Secretariaat;
- s. „het Secretariaat’’, het bij resolutie ICC-ASP/2/Res.3 d.d. 12 september 2003 ingestelde Secretariaat van de Vergadering;
- t. „stagiair(e)s’’, afgestudeerden of postdoctorale studenten die niet tot het personeel van het Hof behoren, maar door het Hof zijn toegelaten tot het stageprogramma van het Hof om bepaalde taken voor het Hof uit te voeren zonder daarvoor een salaris van het Hof te ontvangen;
- u. „bezoekende vakspecialisten’’, personen die niet tot het personeel van het Hof behoren, maar door het Hof zijn toegelaten tot het programma voor bezoekende vakspecialisten van het Hof om deskundigheid in te brengen en bepaalde taken voor het Hof uit te voeren zonder daarvoor een salaris van het Hof te ontvangen;
- v. „raadslieden’’, de raadslieden voor de verdediging en de advocaten van slachtoffers;
- w. „getuigen’’, „slachtoffers’’ en „deskundigen’’, personen die als zodanig door het Hof zijn aangewezen;
- x. „het terrein van het Hof’’, gebouwen, delen van gebouwen en gebieden, met inbegrip van installaties en faciliteiten die het Hof ter beschikking worden gesteld of door het Hof worden onderhouden, betrokken of gebruikt in het Gastland in verband met zijn taken en doelstellingen, waaronder de detentie van een persoon, of in verband met bijeenkomsten van de Vergadering, met inbegrip van haar Bureau en hulporganen;
- y. „het ministerie van Buitenlandse Zaken’’, het ministerie van Buitenlandse Zaken van het Gastland;
- z. „de bevoegde autoriteiten’’, de nationale, provinciale, gemeentelijke en overige bevoegde autoriteiten uit hoofde van de wet- en regelgeving en de gebruiken van het Gastland;
- aa. „het Verdrag betreffende de privileges en immuniteiten van Hof’’, het in artikel 48 van het Statuut bedoelde Verdrag betreffende de privileges en immuniteiten van Internationaal Strafhof, aangenomen tijdens de derde vergadering van de eerste zitting van de Vergadering gehouden van 3 tot en met 10 september 2002 op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties te New York;
- bb. „het Verdrag van Wenen’’, het Verdrag van Wenen inzake Diplomatiek Verkeer van 18 april 1961;
- cc. „Reglement van proces- en bewijsvoering’’, het in overeenstemming met artikel 51 van het Statuut aangenomen Reglement van proces- en bewijsvoering.
Artikel 2. Doel en reikwijdte van dit Verdrag
Dit Verdrag regelt alle zaken die verband houden met of voortvloeien uit de instelling en het naar behoren functioneren van het Hof in het Gastland. Het Verdrag voorziet onder meer in de langdurige stabiliteit en onafhankelijkheid van het Hof en vergemakkelijkt het soepele en doeltreffende functioneren ervan, met inbegrip van, met name, de behoeften met betrekking tot de personen wier aanwezigheid op de zetel van het Hof vereist is en met betrekking tot het overbrengen van informatie, mogelijk bewijs of bewijs in en uit het Gastland. Dit Verdrag regelt tevens alle zaken die verband houden met of voortvloeien uit de instelling en het naar behoren functioneren van het Secretariaat in het Gastland, en de bepalingen ervan zijn van overeenkomstige toepassing op het Secretariaat. Dit Verdrag regelt, naargelang van toepassing, zaken die verband houden met de Vergadering, met inbegrip van haar Bureau en hulporganen.
HOOFDSTUK II. RECHTSPOSITIE VAN HET HOF
Artikel 3. Juridische status en rechtspersoonlijkheid van het Hof
Het Hof bezit internationale rechtspersoonlijkheid in overeenstemming met artikel 4, eerste lid, van het Statuut en bezit de handelingsbevoegdheid die benodigd is voor de uitoefening van zijn taken en verwezenlijking van zijn doelstellingen. Het Hof heeft met name de bevoegdheid overeenkomsten te sluiten, roerende en onroerende zaken te verwerven en te vervreemden en in rechte op te treden.
Artikel 4. Vrijheid van vergadering
Het Gastland garandeert de Vergadering, met inbegrip van haar Bureau en hulporganen, volledige vrijheid van vergadering, met inbegrip van de vrijheid van discussie, besluitvorming en publicatie.
Het Gastland treft alle noodzakelijke maatregelen om te waarborgen dat de voortgang van door de Vergadering, met inbegrip van haar Bureau en hulporganen, bijeengeroepen bijeenkomsten op geen enkele wijze wordt belemmerd.
Artikel 5. Voorrechten, immuniteiten en faciliteiten van het Hof
Het Hof geniet op het grondgebied van het Gastland de voorrechten, immuniteiten en faciliteiten die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van zijn doelstellingen.
Artikel 6. Onschendbaarheid van het terrein van het Hof
Het terrein van het Hof is onschendbaar. De bevoegde autoriteiten waarborgen dat het terrein niet geheel of gedeeltelijk wordt onteigend of het Hof wordt ontzegd zonder zijn uitdrukkelijke toestemming.
De bevoegde autoriteiten betreden het terrein van het Hof niet voor het vervullen van een officiële taak tenzij dit geschiedt met de uitdrukkelijke instemming of op verzoek van de Griffier, of van een door hem of haar aangewezen personeelslid van het Hof. Op het terrein van het Hof vinden geen gerechtelijke acties en geen betekening of tenuitvoerlegging ter zake van rechtsvervolging plaats, met inbegrip van de inbeslagneming van privé-eigendommen, behoudens met instemming van de Griffier en in overeenstemming met de door hem of haar goedgekeurde voorwaarden.
In geval van brand of andere noodgevallen die onmiddellijk beschermend optreden vereisen, of indien de bevoegde autoriteiten in redelijkheid kunnen aannemen dat een dergelijk noodgeval zich heeft voorgedaan of op het punt staat zich voor te doen op het terrein van het Hof, wordt de instemming van de Griffier, of van een door hem of haar aangewezen personeelslid van het Hof, voor de nodige toegang tot het terrein van het Hof geacht te zijn gegeven indien geen van beiden op tijd kan worden bereikt.
Onverminderd het in het eerste, tweede en derde lid bepaalde, nemen de bevoegde autoriteiten de nodige stappen om het terrein van het Hof tegen brand of ander onheil te beveiligen.
Het Hof voorkomt dat zijn terrein gebruikt wordt als toevluchtsoord voor personen die arrestatie of berechting op grond van enige wet van het Gastland willen ontlopen.
Artikel 7. Bescherming van het terrein van het Hof en de omgeving daarvan
De bevoegde autoriteiten nemen alle doeltreffende en adequate maatregelen om de beveiliging en bescherming van het Hof te waarborgen en ervoor te zorgen dat de rust van het Hof niet wordt verstoord door personen of groepen die het terrein van het Hof betreden of door ordeverstoring in de onmiddellijke omgeving van het terrein, en bieden het Hof de eventueel benodigde bescherming.
Indien de Griffier daarom verzoekt, stellen de bevoegde autoriteiten voldoende politie ter beschikking voor de handhaving van de openbare orde op het terrein van het Hof of in de onmiddellijke omgeving daarvan, en voor het verwijderen van personen van deze locaties.
De bevoegde autoriteiten treffen alle redelijke maatregelen om erop toe te zien dat het ongestoord gebruik van het terrein van het Hof niet wordt belemmerd en dat het terrein kan worden gebruikt voor de doeleinden waarvoor het is bestemd zonder hinder door de wijze van gebruik van de percelen of gebouwen in de omgeving van het terrein. Het Hof treft alle redelijke maatregelen om erop toe te zien dat het ongestoord gebruik van de percelen in de omgeving van het terrein van het Hof niet wordt belemmerd door de wijze van gebruik van de percelen of gebouwen van het terrein van het Hof.
Artikel 8. Recht en gezag op het terrein van het Hof
Het terrein van het Hof staat onder het beheer en gezag van het Hof, zoals bepaald in dit Verdrag.
Tenzij anders bepaald in dit Verdrag, is de wet- en regelgeving van het Gastland van toepassing op het terrein van het Hof.
Het Hof is bevoegd tot het uitvaardigen van op zijn terrein geldende regels die noodzakelijk zijn voor het uitoefenen van zijn taken. Het Hof brengt dergelijke regels na de aanneming ervan terstond ter kennis van de bevoegde autoriteiten. Op het terrein van het Hof worden geen wetten of regels van het Gastland gehandhaafd voor zover deze onverenigbaar zijn met de regels van het Hof uit hoofde van dit lid.
Het Hof kan personen vanwege schending van zijn regels van het terrein van het Hof verwijderen of de toegang ertoe ontzeggen en stelt de bevoegde autoriteiten vooraf van dergelijke maatregelen in kennis.
Met inachtneming van de in het derde lid van dit artikel bedoelde regels, en in overeenstemming met de wet- en regelgeving van het Gastland, is het uitsluitend personeelsleden van het Hof toegestaan wapens te dragen op het terrein van het Hof.
De Griffier stelt het Gastland in kennis van de naam en identiteit van elk personeelslid van het Hof dat gerechtigd is een wapen te dragen op het terrein van het Hof, alsmede van de naam, het type, kaliber en serienummer van het wapen of de wapens waarover hij of zij beschikt.
Ieder geschil tussen het Hof en het Gastland over de vraag of regels van het Hof onder deze bepaling vallen of over de vraag of wetten of regels van het Gastland onverenigbaar zijn met de regels van het Hof uit hoofde van dit lid, wordt onverwijld beslecht volgens de in artikel 55 van dit Verdrag vervatte procedure. Zolang het geschil nog niet is beslecht, is de regel van het Hof van toepassing en is de wet en/of regel van het Gastland op het terrein van het Hof niet van toepassing voor zover het Hof deze onverenigbaar acht met zijn regels.
Artikel 9. Openbare voorzieningen ten behoeve van het terrein van het Hof
De bevoegde autoriteiten zorgen er, op verzoek van de Griffier of van een door hem of haar aangewezen personeelslid van het Hof, voor dat het Hof tegen redelijke voorwaarden de beschikking krijgt over de door het Hof benodigde openbare voorzieningen waaronder, echter niet beperkt tot, post-, telefoon- en telegraafdiensten, alle communicatiemiddelen, elektriciteit, water, gas, riolering, ophalen van vuilnis, brandbestrijding en reiniging van de openbare weg met inbegrip van het ruimen van sneeuw.
Wanneer de openbare voorzieningen bedoeld in het eerste lid van dit artikel door de bevoegde autoriteiten aan het Hof worden geleverd of de prijzen daarvan worden bepaald door deze autoriteiten, zijn de tarieven voor deze voorzieningen niet hoger dan de laagste vergelijkbare tarieven voor instellingen en organen van wezenlijk belang voor het Gastland.
In geval van onderbreking of dreiging van onderbreking van dergelijke voorzieningen zal aan het Hof de voorrang worden gegeven die ook aan instellingen en organen van wezenlijk belang voor het Gastland wordt gegeven, en het Gastland treft de daartoe benodigde maatregelen om te waarborgen dat de werkzaamheden van het Hof niet worden belemmerd.
De Griffier, of een door hem of haar aangewezen personeelslid van het Hof, treft op verzoek van de bevoegde autoriteiten passende maatregelen om naar behoren gemachtigde vertegenwoordigers van de desbetreffende nutsbedrijven in staat te stellen op het terrein van het Hof voorzieningen, leidingen, buizen en rioleringen te inspecteren, repareren, onderhouden, reconstrueren of verplaatsen zonder de uitoefening van de taken van het Hof te verstoren.
Ondergrondse werkzaamheden op het terrein van het Hof kunnen door de bevoegde autoriteiten alleen worden uitgevoerd na overleg met de Griffier of een door hem of haar aangewezen personeelslid van het Hof en zonder de uitoefening van de taken van het Hof te verstoren.
Artikel 10. Vlag, embleem en onderscheidingstekens
Het Hof is bevoegd zijn vlag, embleem en onderscheidingstekens te tonen op zijn terrein en op voertuigen en andere vervoermiddelen die voor officiële doeleinden worden gebruikt.
Artikel 11. Fondsen, bezittingen en overige eigendommen
Het Hof en zijn fondsen, bezittingen en overige eigendommen, ongeacht waar deze zich bevinden of wie deze onder zich heeft, zijn vrijgesteld van elke vorm van rechtsvervolging, behoudens voor zover het Hof in een bijzonder geval uitdrukkelijk van zijn immuniteit afstand heeft gedaan, evenwel met dien verstande dat afstand van immuniteit zich nooit uitstrekt tot executiemaatregelen.
Fondsen, bezittingen en overige eigendommen van het Hof, ongeacht waar deze zich bevinden of wie deze onder zich heeft, zijn vrijgesteld van onderzoek, beslaglegging, vordering, confiscatie, onteigening en iedere andere vorm van ingrijpen, ongeacht of het optreden van uitvoerende, bestuursrechtelijke, rechterlijke of wetgevende aard is.
Voor zover benodigd voor de uitoefening van de taken van het Hof zijn de fondsen, bezittingen en overige eigendommen van het Hof, ongeacht waar deze zich bevinden of wie deze onder zich heeft, vrijgesteld van beperkingen, voorschriften, controles en moratoria van welke aard dan ook.
Artikel 12. Onschendbaarheid van archieven, documenten en materiaal
De archieven van het Hof, en alle stukken en documenten in welke vorm dan ook, alsmede naar of door het Hof verzonden materiaal, in het bezit van of toebehorend aan het Hof, ongeacht waar deze zich bevinden of wie deze onder zich heeft, zijn onschendbaar. De beëindiging of afwezigheid van deze onschendbaarheid doet geen afbreuk aan de beschermende maatregelen waartoe het Hof kan bevelen ingevolge het Statuut en het Reglement van proces- en bewijsvoering ten aanzien van aan het Hof beschikbaar gestelde of door het Hof gebruikte materialen en documenten.
Artikel 13. Faciliteiten met betrekking tot communicatie
Ten behoeve van zijn officiële communicatie en correspondentie geniet het Hof op het grondgebied van het Gastland een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke door het Gastland wordt toegekend aan een intergouvernementele organisatie of diplomatieke missie ter zake van prioriteiten, tarieven en belastingen die van toepassing zijn op post en uiteenlopende vormen van communicatie en correspondentie.
De officiële communicatie en correspondentie van het Hof worden niet gecensureerd.
Het Hof is bevoegd alle geschikte communicatiemiddelen te gebruiken, met inbegrip van elektronische communicatiemiddelen, en heeft het recht ten behoeve van zijn officiële communicatie en correspondentie codes of versleutelde gegevens te gebruiken. De officiële communicatie en correspondentie van het Hof zijn onschendbaar.
Het Hof heeft het recht correspondentie en andere materialen of berichten te verzenden en te ontvangen per koerier of in verzegelde tassen, ten aanzien waarvan dezelfde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten gelden als voor diplomatieke koeriers en tassen.
Het Hof heeft het recht radioapparatuur en andere telecommunicatieapparatuur te gebruiken op de frequenties die aan het Hof zijn toegewezen door het Gastland in overeenstemming met zijn nationale procedures. Het Gastland streeft ernaar de door het Hof aangevraagde frequenties zoveel mogelijk toe te wijzen.
Teneinde zijn doelstellingen te verwezenlijken en zich doeltreffend van zijn verantwoordelijkheden te kwijten heeft het Hof het recht vrijelijk en zonder beperkingen berichten te publiceren in het Gastland, in overeenstemming met dit Verdrag.
Artikel 14. Vrijheid van beperkingen ten aanzien van financiële bezittingen
Het Hof is niet onderworpen aan financiële controles, regelingen, kennisgevingsvereisten met betrekking tot financiële transacties, of moratoria van enigerlei aard, en kan vrijelijk:
- a. valuta’s van welke aard ook langs de toegestane kanalen kopen, bezitten en vervreemden;
- b. rekeningen aanhouden in welke valuta ook;
- c. fondsen, effecten en goud langs de toegestane kanalen kopen, bezitten en vervreemden;
- d. zijn fondsen, effecten, goud en valuta’s overbrengen naar of uit het Gastland, naar of uit enig ander land, of binnen het Gastland, en valuta’s die het bezit omwisselen in welke andere valuta ook; en
- e. fondsen werven op elke door hem wenselijk geachte wijze, met dien verstande dat het Hof met betrekking tot de werving van fondsen binnen het Gastland toestemming van de bevoegde autoriteiten dient te verkrijgen.
Het Hof geniet een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke door het Gastland wordt toegekend aan een intergouvernementele organisatie of diplomatieke missie ter zake van wisselkoersen voor zijn financiële transacties.
Artikel 15. Vrijstelling van het Hof en zijn eigendommen van belastingen en heffingen
Binnen het kader van zijn officiële taken worden het Hof, zijn bezittingen, inkomsten en andere eigendommen vrijgesteld van alle directe belastingen die door de nationale, provinciale of plaatselijke overheid worden geheven.
Binnen het kader van zijn officiële taken wordt het Hof vrijgesteld van:
- a. belastingen bij invoer en uitvoer;
- b. motorrijtuigenbelasting (MRB);
- c. belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM);
- d. omzetbelasting (BTW) betaald over alle zaken en diensten die herhaaldelijk worden geleverd of verleend of aanzienlijke uitgaven met zich meebrengen;
- e. accijnzen als inbegrepen in de prijs van alcoholhoudende dranken en koolwaterstoffen zoals brandstofolie en motorbrandstoffen;
- f. overdrachtsbelasting;
- g. assurantiebelasting;
- h. regulerende energiebelasting (REB);
- i. belasting op leidingwater (BOL);
- j. andere belastingen en heffingen van een in hoofdzaak vergelijkbare aard als de in dit lid genoemde belastingen, die na de datum van ondertekening van dit Verdrag door het Gastland worden ingesteld.
De in het tweede lid, onderdelen d, e, f, g, h, i en j van dit artikel genoemde vrijstellingen kunnen worden toegekend in de vorm van een teruggave.
Goederen verworven of ingevoerd onder de in het tweede lid van dit artikel omschreven voorwaarden worden niet verkocht, verhuurd, geschonken of op andere wijze vervreemd, behalve overeenkomstig de met het Gastland overeengekomen voorwaarden.
Het Hof zal zich evenwel niet beroepen op vrijstelling van belastingen die in feite niets anders zijn dan retributies voor openbare diensten die worden geleverd tegen een vast bedrag overeenkomstig het aantal geleverde diensten en die nauwkeurig kunnen worden geïdentificeerd, omschreven en gespecificeerd.
Artikel 16. Vrijstelling van invoer- en uitvoerbeperkingen
Het Hof is vrijgesteld van invoer- en uitvoerbeperkingen inzake de invoer en uitvoer met betrekking tot de door het Hof voor officieel gebruik ingevoerde of uitgevoerde artikelen en met betrekking tot zijn publicaties.
HOOFDSTUK III. VOORRECHTEN, IMMUNITEITEN EN FACILITEITEN TOEGEKEND AAN PERSONEN UIT HOOFDE VAN DIT VERDRAG
Artikel 17. Voorrechten, immuniteiten en faciliteiten van rechters, de Aanklager, de Substituut-Aanklagers en de Griffier
De rechters, de Aanklager, de Substituut-Aanklagers en de Griffier genieten voorrechten, immuniteiten en faciliteiten bij de uitoefening van of met betrekking tot de werkzaamheden van het Hof. Zij genieten onder andere:
- a. persoonlijke onschendbaarheid, met inbegrip van immuniteit van arrestatie en detentie of enige andere vrijheidsbeperking;
- b. immuniteit ten aanzien van strafrechtelijke, civielrechtelijke en bestuursrechtelijk rechtsmacht;
- c. onschendbaarheid van alle stukken en documenten in welke vorm en van welk materiaal dan ook;
- d. vrijstelling van de nationale dienstplicht;
- e. tezamen met de gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouding, vrijstelling van inreisbeperkingen en vreemdelingenregistratie;
- f. vrijstelling van belasting op de salarissen, emolumenten en vergoedingen die ter zake van hun dienstverband bij het Hof aan hen worden betaald;
- g. dezelfde faciliteiten met betrekking tot valuta- en wisselfaciliteiten als die welke worden toegekend aan diplomatieke ambtenaren;
- h. tezamen met de gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouding, dezelfde immuniteiten en faciliteiten met betrekking tot hun persoonlijke bagage als die welke worden toegekend aan diplomatieke ambtenaren;
- i. tezamen met de gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouding, dezelfde repatriëringsfaciliteiten als die welke overeenkomstig het Verdrag van Wenen bij internationale crises gelden voor diplomatieke ambtenaren;
- j. tezamen met de gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouding, recht op onbelemmerde toegang tot, vertrek uit en verplaatsing in het Gastland, al naargelang van toepassing en ten behoeve van het Hof.
Naast de in het eerste lid van dit artikel genoemde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten en de voorrechten en immuniteiten die van toepassing zijn uit hoofde van artikel 48, tweede lid, van het Statuut, genieten de rechters, de Aanklager, de Substituut-Aanklagers en de Griffier, tezamen met de gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouding die niet de Nederlandse nationaliteit of een permanente verblijfsstatus in het Gastland hebben, dezelfde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten als die welke overeenkomstig het Verdrag van Wenen door het Gastland worden toegekend aan hoofden van diplomatieke missies.
Voor zover het vaststellen van enige vorm van belasting wordt gebaseerd op het ingezetenschap worden tijdvakken gedurende welke de rechters, de Aanklager, de Substituut-Aanklagers en de Griffier voor de uitoefening van hun functies aanwezig zijn in het Gastland, niet aangemerkt als tijdvakken van ingezetenschap.
Het eerste, tweede en derde lid van dit artikel zijn tevens van toepassing op rechters van het Hof die in functie blijven in overeenstemming met artikel 36, tiende lid, van het Statuut.
De rechters, de Aanklager, de Substituut-Aanklagers en de Griffier blijven na afloop van hun ambtstermijn immuniteit genieten ten aanzien van elke juridische procedure met betrekking tot alle door hen in hun officiële hoedanigheid gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen.
Het Gastland is niet verplicht uitkeringen of annuïteiten betaald aan voormalige rechters, Aanklagers, Subsituut-Aanklagers en Griffiers alsmede aan van hen afhankelijke personen vrij te stellen van inkomstenbelasting.
Onverminderd het eerste lid, onderdeel f, en het derde lid van dit artikel genieten de in dit artikel bedoelde personen die onderdaan zijn van of een vaste woonplaats hebben in het Gastland, uitsluitend de volgende voorrechten, immuniteiten en faciliteiten voor zover benodigd voor de onafhankelijke uitoefening van hun functie:
- a. immuniteit van arrestatie en detentie of enige andere vrijheidsbeperking;
- b. immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot alle door hen bij de uitoefening van hun functie bij het Hof gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden na beëindiging van hun functie bij het Hof;
- c. onschendbaarheid van alle stukken en documenten in welke vorm dan ook en materiaal met betrekking tot de uitoefening van hun functie bij het Hof;
- d. het recht ten behoeve van communicatie met het Hof in welke vorm dan ook stukken te ontvangen en te verzenden;
- e. het recht vrij van rechten en belastingen, behoudens betalingen voor verleende diensten, hun meubels en bezittingen in te voeren wanneer zij voor de eerste maal hun functie in het Gastland aanvaarden. De in dit lid bedoelde personen worden door het Gastland niet aan enige maatregel onderworpen die de vrije en onafhankelijke uitoefening van hun functie bij het Hof kan belemmeren.
Artikel 18. Voorrechten, immuniteiten en faciliteiten van de Substituut-Griffier en het personeel van het Hof
De Substituut-Griffier en het personeel van het Hof genieten de voorrechten, immuniteiten en faciliteiten die nodig zijn voor de onafhankelijke uitoefening van hun functie. Zij genieten:
- a. immuniteit van arrestatie en detentie of enige andere vrijheidsbeperking en van inbeslagname van hun persoonlijke bagage;
- b. immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot alle door hen in hun officiële hoedanigheid gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden na beëindiging van hun dienstverband bij het Hof;
- c. onschendbaarheid van alle officiële stukken en documenten in welke vorm en van welk materiaal dan ook;
- d. vrijstelling van belasting op de salarissen, emolumenten en vergoedingen die ter zake van hun dienstverband bij het Hof aan hen worden betaald;
- e. vrijstelling van de nationale dienstplicht;
- f. tezamen met de gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouding, vrijstelling van inreisbeperkingen en vreemdelingenregistratie;
- g. vrijstelling van inspectie van persoonlijke bagage, tenzij er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de bagage artikelen bevat waarvan de invoer of uitvoer bij wet verboden is of waarop de quarantainevoorschriften van het Gastland van toepassing zijn; in een dergelijk geval wordt een inspectie uitgevoerd in aanwezigheid van de betrokken functionaris;
- h. dezelfde voorrechten met betrekking tot valuta- en wisselfaciliteiten als die welke in het Gastland worden toegekend aan functionarissen van diplomatieke missies met een vergelijkbare rang;
- i. tezamen met de gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouding, dezelfde repatriëringsfaciliteiten als die welke overeenkomstig het Verdrag van Wenen bij internationale crises gelden voor diplomatieke ambtenaren;
- j. het recht vrij van rechten en belastingen, behoudens betalingen voor verleende diensten, hun meubels en bezittingen in te voeren wanneer zij voor de eerste maal hun functie in het Gastland aanvaarden, en deze meubels en bezittingen vrij van rechten en belastingen weer uit te voeren naar het land waar zij hun vaste woonplaats hebben.
Personeel van het Hof van niveau P-5 en hoger alsmede eventueel nader te bepalen bijkomende categorieën personeel van het Hof die in overleg met het Gastland door de Griffier na raadpleging van de President en de Aanklager worden aangewezen, tezamen met de gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouding en die geen onderdaan zijn van of een vaste woonplaats hebben in het Gastland, genieten dezelfde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten als die welke overeenkomstig het Verdrag van Wenen door het Gastland worden toegekend aan diplomatieke ambtenaren met vergelijkbare rang van de diplomatieke missies die in het Gastland zijn gevestigd.
Personeel van het Hof van niveau P-4 en lager genieten dezelfde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten als die welke overeenkomstig het Verdrag van Wenen door het Gastland worden toegekend aan leden van het administratief en technisch personeel van diplomatieke missies die in het Gastland zijn gevestigd, met dien verstande dat de immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken en de persoonlijke onschendbaarheid zich niet uitstrekken tot handelingen verricht buiten hun officiële taken.
Voor zover het vaststellen van enige vorm van belasting wordt gebaseerd op het ingezetenschap worden tijdvakken gedurende welke de Substituut-Griffier en personeel van het Hof voor de uitoefening van hun functie aanwezig zijn in het Gastland, niet aangemerkt als tijdvakken van ingezetenschap.
Het Gastland is niet verplicht uitkeringen of annuïteiten betaald aan voormalige Substituut-Griffiers, personeel van het Hof alsmede aan de hun ten laste komende personen vrij te stellen van inkomstenbelasting.
Onverminderd het eerste lid, onderdeel d, en het vierde lid van dit artikel genieten de in dit artikel bedoelde personen die onderdaan of permanent ingezetene van het Gastland zijn, uitsluitend de volgende voorrechten, immuniteiten en faciliteiten voor zover benodigd voor de onafhankelijke uitoefening van hun functie:
- a. immuniteit van arrestatie en detentie of enige andere vrijheidsbeperking;
- b. immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot alle door hen bij de uitoefening van hun functie bij het Hof gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden na beëindiging van hun functie bij het Hof;
- c. onschendbaarheid van stukken en documenten in welke vorm dan ook en materiaal dat betrekking heeft op de uitoefening van hun functie bij het Hof;
- d. het recht ten behoeve van communicatie met het Hof in welke vorm dan ook stukken te ontvangen en te verzenden;
- e. het recht vrij van rechten en belastingen, behoudens betalingen voor verleende diensten, hun meubels en bezittingen in te voeren wanneer zij voor de eerste maal hun functie in het Gastland aanvaarden.
De in dit lid bedoelde personen worden door het Gastland niet aan enige maatregel onderworpen die de vrije en onafhankelijke uitoefening van hun functie bij het Hof kan belemmeren.
Artikel 19. Lokaal geworven personeel ten aanzien waarvan in dit Verdrag niets anders is geregeld
Aan door het Hof lokaal geworven personeel ten aanzien waarvan in dit Verdrag niets anders is geregeld, wordt immuniteit van rechtsvervolging toegekend met betrekking tot alle door hen in hun officiële hoedanigheid voor het Hof gesproken of geschreven woorden of verrichte handelingen. Deze immuniteit blijft gelden na beëindiging van hun dienstverband bij het Hof. Gedurende hun dienstverband worden aan hen tevens de faciliteiten toegekend die benodigd zijn voor de onafhankelijke uitoefening van hun functie bij het Hof.
Artikel 20. Tewerkstelling van gezinsleden van functionarissen van het Hof
Het wordt gezinsleden die deel uitmaken van de huishouding van functionarissen van het Hof toegestaan in het Gastland betaalde werkzaamheden te verrichten gedurende het tijdvak waarin de betrokken functionaris van het Hof is aangesteld.
Het is de volgende personen toegestaan betaalde werkzaamheden te verrichten in het Gastland:
- a. de echtgenoten of geregistreerde partners van de functionarissen van het Hof;
- b. kinderen van de functionarissen van het Hof die jonger zijn dan 18;
- c. kinderen van de functionarissen van het Hof die ouder zijn dan 18 maar jonger dan 27, mits zij voorafgaand aan hun eerste binnenkomst in het Gastland deel uitmaakten van de huishouding van de functionaris en daarvan nog steeds deel uitmaken en ongehuwd zijn, financieel afhankelijk zijn van de betrokken functionaris van het Hof en een opleiding volgen in het Gastland;
- d. overige personen ten aanzien van wie, in uitzonderlijke gevallen of op humanitaire gronden, het Hof en het Gastland overeenkomen dat zij behandeld worden als gezinsleden die deel uitmaken van de huishouding.
De in het tweede lid van dit artikel bedoelde personen die betaalde werkzaamheden verrichten genieten geen immuniteit ten aanzien van de strafrechtelijke, burgerrechtelijke of bestuursrechtelijke rechtsmacht wat betreft aangelegenheden die ontstaan in de loop van of verband houden met deze werkzaamheden, met dien verstande dat executiemaatregelen worden genomen zonder inbreuk te maken op de onschendbaarheid van hun persoon of hun woning, indien zij recht hebben op een dergelijke onschendbaarheid.
Bij insolventie van een persoon jonger dan 18 jaar in verband met een vordering die voortvloeit uit betaalde werkzaamheden van die persoon wordt in overeenstemming met de bepalingen van artikel 30 van dit Verdrag ten behoeve van schikking van de vordering afstand gedaan van de immuniteit van de functionaris van het Hof van wiens gezin de betrokkene lid is.
De in dit artikel bedoelde werkzaamheden dienen in overeenstemming te zijn met de wetgeving van het Gastland, met inbegrip van de wetgeving inzake belastingen en sociale zekerheid.
Artikel 21. Vertegenwoordigers van Staten die deelnemen aan de procedures van het Hof
Vertegenwoordigers van Staten die deelnemen aan de procedures van het Hof genieten, tijdens de uitoefening van hun officiële functie in het Gastland, de volgende voorrechten, immuniteiten en faciliteiten:
- a. immuniteit van arrestatie en detentie of enige andere vrijheidsbeperking;
- b. immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot alle door hen in hun officiële hoedanigheid gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden wanneer de betrokkenen niet langer hun functie als vertegenwoordiger uitoefenen;
- c. onschendbaarheid van alle stukken en documenten in welke vorm en van welk materiaal dan ook;
- d. het recht codes of versleutelde gegevens te gebruiken, stukken en documenten of correspondentie te ontvangen per koerier of in verzegelde tassen en elektronische communicatie te ontvangen en te verzenden;
- e. vrijstelling van inreisbeperkingen, vreemdelingenregistratie en de militaire dienstplicht;
- f. dezelfde voorrechten met betrekking tot valuta- en wisselfaciliteiten als die welke worden toegekend aan vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen van tijdelijke officiële missies;
- g. dezelfde immuniteiten en faciliteiten met betrekking tot hun persoonlijke bagage als die welke overeenkomstig het Verdrag van Wenen aan diplomatieke ambtenaren worden toegekend;
- h. dezelfde bescherming en repatriëringsfaciliteiten als die welke overeenkomstig het Verdrag van Wenen bij internationale crises gelden voor diplomatieke ambtenaren;
- i. andere voorrechten, immuniteiten en faciliteiten die niet onverenigbaar zijn met de voorgaande door diplomatieke ambtenaren genoten voorrechten, immuniteiten en faciliteiten, met dien verstande dat zij geen recht hebben op vrijstelling van douanerechten op ingevoerde goederen (anders dan die welke deel uitmaken van hun persoonlijke bagage) of van accijnzen of belastingen bij aanschaf.
Voor zover het vaststellen van enige vorm van belasting wordt gebaseerd op het ingezetenschap worden tijdvakken gedurende welke de in het eerste lid bedoelde vertegenwoordigers voor de uitoefening van hun taken aanwezig zijn in het Gastland, niet aangemerkt als tijdvakken van ingezetenschap.
De bepalingen van het eerste en tweede lid van dit artikel zijn niet van toepassing tussen een vertegenwoordiger en de autoriteiten van het Gastland indien hij of zij een onderdaan of permanent ingezetene is of indien hij of zij een vertegenwoordiger van het Gastland is of is geweest.
De in het eerste lid van dit artikel bedoelde vertegenwoordigers van Staten worden door het Gastland niet aan enige maatregel onderworpen die de vrije en onafhankelijke uitoefening van hun functie bij het Hof kan belemmeren.
Artikel 22. Vertegenwoordigers van Staten die bijeenkomsten van de Vergadering en haar hulporganen bijwonen en vertegenwoordigers van intergouvernementele organisaties
Vertegenwoordigers van Staten die Partij zijn die bijeenkomsten van de Vergadering, het Bureau en van hulporganen bijwonen, vertegenwoordigers van andere Staten die dergelijke bijeenkomsten als waarnemer mogen bijwonen overeenkomstig artikel 112, eerste lid, van het Statuut, en vertegenwoordigers van Staten en van intergouvernementele organisaties die zijn uitgenodigd voor dergelijke bijeenkomsten, genieten de in artikel 21 van dit Verdrag bedoelde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten bij de uitoefening van hun officiële functie en gedurende hun reis naar en van de plaats van bijeenkomst.
Artikel 23. Leden van het Bureau en van hulporganen
De bepalingen van artikel 21 van dit Verdrag zijn van overeenkomstige toepassing op leden van het Bureau en leden van de hulporganen van de Vergadering wier aanwezigheid in het Gastland vereist is in verband met het werk van de Vergadering, met inbegrip van haar Bureau en hulporganen.
Artikel 24. Stagiaires en bezoekende vakspecialisten
Binnen acht dagen na de eerste aankomst van stagiair(e)s of bezoekende vakspecialisten in het Gastland verzoekt het Hof het ministerie van Buitenlandse Zaken hen te registreren in overeenstemming met het tweede lid van dit artikel.
Het ministerie van Buitenlandse Zaken registreert de stagiair(e)s of bezoekende vakspecialisten voor een tijdvak van ten hoogste een jaar, mits het Hof het ministerie van Buitenlandse Zaken een door hen ondertekende verklaring doet toekomen, vergezeld van voldoende bewijs, waaruit blijkt dat:
- a. de stagiair(e) of bezoekende vakspecialist het Gastland is binnengekomen in overeenstemming met de van toepassing zijnde immigratieprocedures;
- b. de stagiair(e) of bezoekende vakspecialist over voldoende financiële middelen beschikt om in zijn of haar levensonderhoud te voorzien alsmede voor zijn of haar terugkeer, en voldoende verzekerd is tegen ziektekosten (met inbegrip van een dekking voor kosten van ziekenhuisopname voor ten minste de duur van de stage of het programma voor bezoekende vakspecialisten plus een maand) en een wettelijkeaansprakelijkheidsverzekering, en niet ten laste zal komen van de openbare middelen van het Gastland;
- c. de stagiair(e) of bezoekende vakspecialist tijdens de stage of het programma voor bezoekende vakspecialisten uitsluitend werkzaam zal zijn als stagiair(e) of bezoekende vakspecialist bij het Hof;
- d. de stagiair(e) of bezoekende vakspecialist geen familieleden meebrengt die bij hem of haar in het Gastland zullen wonen, tenzij in overeenstemming met de desbetreffende immigratieprocedures;
- e. de stagiair(e) of bezoekende vakspecialist het Gastland verlaat binnen vijftien dagen na het einde van zijn of haar stage of programma voor bezoekende vakspecialisten.
Na registratie van de stagiair(e) of bezoekende vakspecialist in overeenstemming met het tweede lid van dit artikel, geeft het ministerie van Buitenlandse Zaken aan de stagiair(e) of bezoekende vakspecialist een identiteitskaart af.
Het Hof is niet aansprakelijk voor schade voortvloeiend uit niet-naleving door in overeenstemming met het tweede lid geregistreerde stagiair(e)s of bezoekende vakspecialisten, van de voorwaarden van de in dat lid bedoelde verklaring.
Stagiair(e)s en bezoekende vakspecialisten genieten geen voorrechten, immuniteiten en faciliteiten, uitgezonderd:
- a. immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot alle door hen in hun officiële hoedanigheid voor het Hof gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden na beëindiging van de stage of het programma voor bezoekende vakspecialisten bij het Hof voor namens het Hof uitgevoerde activiteiten;
- b. onschendbaarheid van stukken en documenten in welke vorm dan ook en materiaal met betrekking tot de uitoefening van hun functie bij het Hof.
Het Hof stelt het ministerie van Buitenlandse Zaken binnen acht dagen na het definitieve vertrek van de stagiair(e) of bezoekende vakspecialist uit het Gastland daarvan in kennis en retourneert daarbij de identiteitskaart van de stagiair(e) of bezoekende vakspecialist.
In uitzonderlijke omstandigheden kan het maximumtijdvak van een jaar genoemd in het tweede lid van dit artikel worden verlengd met ten hoogste een jaar.
Artikel 25. Raadslieden en personen die de verdediging bijstaan
Raadslieden genieten de volgende voorrechten, immuniteiten en faciliteiten voor zover benodigd voor de onafhankelijke uitoefening van hun functie, mits het in het tweede lid van dit artikel bedoelde certificaat wordt overgelegd:
- a. immuniteit van arrestatie en detentie of enige andere vrijheidsbeperking met betrekking tot handelingen of veroordelingen voorafgaande aan hun binnenkomst op het grondgebied van het Gastland;
- b. immuniteit van inbeslagname van hun persoonlijke bagage;
- c. immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot alle in hun officiële hoedanigheid gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden na beëindiging van de uitoefening van hun functie;
- d. onschendbaarheid van stukken en documenten in welke vorm dan ook en van materiaal met betrekking tot de uitoefening van hun functie;
- e. ten behoeve van de communicatie uit hoofde van hun functie als raadslieden, het recht stukken en documenten in welke vorm dan ook te ontvangen en te verzenden;
- f. tezamen met de gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouding, vrijstelling van inreisbeperkingen en vreemdelingenregistratie;
- g. vrijstelling van inspectie van persoonlijke bagage, tenzij gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de bagage artikelen bevat waarvan de invoer of uitvoer bij wet verboden is of waarop de quarantainevoorschriften van het Gastland van toepassing zijn; in een dergelijk geval wordt een inspectie uitgevoerd in aanwezigheid van de betrokken raadsman;
- h. dezelfde voorrechten met betrekking tot valuta- en wisselfaciliteiten als die welke worden toegekend aan vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen van tijdelijke officiële missies;
- i. dezelfde repatriëringsfaciliteiten als die welke overeenkomstig het Verdrag van Wenen bij internationale crises gelden voor diplomatieke ambtenaren.
Wanneer raadslieden zijn benoemd overeenkomstig het Statuut, het Reglement van proces- en bewijsvoering en het Huishoudelijk reglement van het Hof, wordt aan de raadslieden een door de Griffier ondertekend certificaat uitgereikt voor het tijdvak benodigd voor de uitoefening van hun functie. Indien de volmacht of het mandaat wordt beëindigd voor het verstrijken van de geldigheidsduur van het certificaat, wordt het certificaat ingetrokken.
Voor zover het vaststellen van enige vorm van belasting wordt gebaseerd op het ingezetenschap worden tijdvakken gedurende welke de raadslieden voor de uitoefening van hun functie aanwezig zijn in het Gastland, niet aangemerkt als tijdvakken van ingezetenschap.
Raadslieden die onderdaan of permanent ingezetene van het Gastland zijn, genieten uitsluitend de volgende voorrechten, immuniteiten en faciliteiten voor zover benodigd voor de onafhankelijke uitoefening van hun functie bij het Hof;
- a. immuniteit van arrestatie en detentie of enige andere vrijheidsbeperking;
- b. immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot alle door hen bij de uitoefening van hun functie gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden na beëindiging van de uitoefening van hun functie;
- c. onschendbaarheid van stukken en documenten in welke vorm dan ook en van materiaal met betrekking tot de uitoefening van hun functie;
- d. het recht ten behoeve van de communicatie met het Hof in welke vorm dan ook stukken te ontvangen en te verzenden.
Raadslieden worden door het Gastland niet aan enige maatregel onderworpen die de vrije en onafhankelijke uitoefening van hun functie bij het Hof kan beïnvloeden.
De bepalingen van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op personen die de verdediging bijstaan in overeenstemming met regel 22 van het Reglement van proces- en bewijsvoering.
Artikel 26. Getuigen
Getuigen genieten de volgende voorrechten, immuniteiten en faciliteiten voor zover benodigd voor hun verschijning voor het Hof ten behoeve van het afleggen van een getuigenverklaring, mits het in het tweede lid van dit artikel bedoelde document wordt overgelegd:
- a. immuniteit van arrestatie en detentie of enige andere vrijheidsbeperking met betrekking tot handelingen of veroordelingen voorafgaande aan hun binnenkomst op het grondgebied van het Gastland;
- b. immuniteit van inbeslagname van hun persoonlijke bagage, tenzij gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de bagage artikelen bevat waarvan de invoer of uitvoer bij wet verboden is of waarop de quarantainevoorschriften van het Gastland van toepassing zijn;
- c. immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot alle door hen gedurende hun getuigenverklaring gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden na hun verschijning en het afleggen van hun getuigenverklaring voor het Hof;
- d. onschendbaarheid van stukken en documenten in welke vorm dan ook en van materiaal met betrekking tot hun getuigenverklaring;
- e. ten behoeve van de communicatie met het Hof en met hun raadslieden in verband met hun getuigenverklaring, het recht stukken en documenten in welke vorm dan ook te ontvangen en te verzenden;
- f. vrijstelling van inreisbeperkingen en vreemdelingenregistratie wanneer zij reizen ten behoeve van hun getuigenverklaring;
- g. dezelfde repatriëringsfaciliteiten als die welke overeenkomstig het Verdrag van Wenen bij internationale crises gelden voor diplomatieke ambtenaren.
Aan getuigen wordt door het Hof een document uitgereikt waaruit blijkt dat hun verschijning door het Hof vereist is en waarin het tijdsbestek wordt vermeld gedurende welk hun aanwezigheid nodig is. Dit document wordt voor het verstrijken van de geldigheidsduur ervan ingetrokken indien de verschijning van de getuige voor het Hof, of zijn of haar aanwezigheid op de zetel van het Hof niet langer vereist is.
De in het eerste lid van dit artikel bedoelde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten houden op van toepassing te zijn na een tijdvak van vijftien aaneengesloten dagen na de datum waarop de aanwezigheid van de betrokken getuige niet langer door het Hof vereist is, op voorwaarde dat een dergelijke getuige de gelegenheid heeft gehad het Gastland in dat tijdvak te verlaten.
Getuigen die onderdaan of permanent ingezetene van het Gastland zijn, genieten uitsluitend de volgende voorrechten, immuniteiten en faciliteiten voor zover benodigd voor hun verschijning of getuigenverklaring voor het Hof;
- a. immuniteit van arrestatie en detentie of enige andere vrijheidsbeperking;
- b. immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot alle door hen gedurende hun verschijning of getuigenverklaring gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden na hun verschijning of getuigenverklaring;
- c. onschendbaarheid van stukken en documenten in welke vorm dan ook en van materiaal met betrekking tot hun verschijning of getuigenverklaring;
- d. ten behoeve van hun communicatie met het Hof en met hun raadslieden in verband met hun verschijning of getuigenverklaring, het recht stukken in welke vorm dan ook te ontvangen en te verzenden.
Getuigen worden door het Gastland niet aan enige maatregel onderworpen die hun verschijning of getuigenverklaring voor het Hof kan beïnvloeden.
Artikel 27. Slachtoffers
Slachtoffers die deelnemen aan de procedure overeenkomstig de Regels 89 tot en met 91 van het Reglement van proces- en bewijsvoering genieten de volgende voorrechten, immuniteiten en faciliteiten voor zover benodigd voor hun verschijning voor het Hof, mits het in het tweede lid van dit artikel bedoelde document wordt overgelegd:
- a. immuniteit van arrestatie en detentie of enige andere vrijheidsbeperking met betrekking tot handelingen of veroordelingen voorafgaande aan hun binnenkomst op het grondgebied van het Gastland;
- b. immuniteit van inbeslagname van hun persoonlijke bagage, tenzij er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de bagage artikelen bevat waarvan de invoer of uitvoer bij wet verboden is of waarop de quarantainevoorschriften van het Gastland van toepassing zijn;
- c. immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot alle door hen tijdens hun verschijning voor het Hof gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden na hun verschijning voor het Hof;
- d. onschendbaarheid van stukken en documenten in welke vorm dan ook en materiaal met betrekking tot hun deelname aan de procedure voor het Hof;
- e. vrijstelling van inreisbeperkingen en vreemdelingenregistratie wanneer zij ten behoeve van hun verschijning naar en van het Hof reizen.
Aan slachtoffers wordt door het Hof een document uitgereikt waaruit hun deelname aan de procedure voor het Hof blijkt en waarin het tijdsbestek van die deelname wordt vermeld. Een dergelijk document wordt voor het verstrijken van de geldigheidsduur ervan ingetrokken indien het slachtoffer niet langer deelneemt aan de procedures voor het Hof, of de aanwezigheid van het slachtoffer op de zetel van het Hof niet langer vereist is.
De in het eerste lid van dit artikel bedoelde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten houden op van toepassing te zijn na een tijdvak van vijftien aaneengesloten dagen na de datum waarop de aanwezigheid van het betrokken slachtoffer niet langer door het Hof vereist is, op voorwaarde dat een dergelijk slachtoffer de gelegenheid heeft gehad het Gastland in dat tijdvak te verlaten.
Slachtoffers die onderdaan of permanent ingezetene van het Gastland zijn genieten geen voorrechten, immuniteiten en faciliteiten anders dan voor zover benodigd voor hun verschijning voor het Hof, immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot alle door hen tijdens hun verschijning voor het Hof gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden na hun verschijning voor het Hof.
Slachtoffers worden door het Gastland niet aan enige maatregel onderworpen die hun verschijning voor het Hof kan beïnvloeden.
Artikel 28. Deskundigen
Aan deskundigen, met inbegrip van om niet ter beschikking gestelde medewerkers, die functies bij het Hof vervullen, worden de volgende voorrechten, immuniteiten en faciliteiten toegekend voor zover benodigd voor de onafhankelijke uitoefening van hun functies, mits het in het tweede lid van dit artikel bedoelde document wordt overgelegd:
- a. immuniteit van arrestatie en detentie of enige andere vrijheidsbeperking met betrekking tot handelingen of veroordelingen voorafgaand aan hun binnenkomst op het grondgebied van het Gastland;
- b. immuniteit van inbeslagname van hun persoonlijke bagage;
- c. immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot alle door hen tijdens de uitoefening van hun functie bij het Hof gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden na de beëindiging van hun functie;
- d. onschendbaarheid van stukken en documenten in welke vorm dan ook en materiaal met betrekking tot de uitoefening van hun functie bij het Hof;
- e. het recht, ten behoeve van hun communicatie met het Hof, stukken en documenten in welke vorm dan ook, alsmede materiaal dat betrekking heeft op hun functie bij het Hof, per koerier of in verzegelde tassen te ontvangen en te verzenden;
- f. vrijstelling van inspectie van persoonlijke bagage, tenzij er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de bagage artikelen bevat waarvan de invoer of uitvoer bij wet verboden is of waarop de quarantainevoorschriften van het Gastland van toepassing zijn; in een dergelijk geval wordt een inspectie uitgevoerd in aanwezigheid van de betrokken deskundige;
- g. dezelfde voorrechten met betrekking tot valuta- en wisselfaciliteiten als die welke worden toegekend aan vertegenwoordigers van buitenlandse regeringen van tijdelijke officiële missies;
- h. dezelfde repatriëringsfaciliteiten als die welke overeenkomstig het Verdrag van Wenen bij internationale crises gelden voor diplomatieke ambtenaren;
- i. vrijstelling van inreisbeperkingen en vreemdelingenregistratie, met betrekking tot hun functie zoals nader aangeduid in het in het tweede lid van dit artikel bedoelde document.
Aan deskundigen wordt door het Hof een certificaat uitgereikt waaruit blijkt dat zij functies voor het Hof uitoefenen en waarin het tijdsbestek wordt vermeld gedurende welk hun functie duurt. Een dergelijk document wordt voor het verstrijken van de geldigheidsduur ervan ingetrokken indien de deskundige niet langer functies bij het Hof vervult, of de aanwezigheid van de deskundige op de zetel van het Hof niet langer vereist is.
De in het eerste lid van dit artikel bedoelde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten houden op van toepassing te zijn na een tijdvak van vijftien aaneengesloten dagen na de datum waarop de aanwezigheid van de betrokken deskundige niet langer door het Hof vereist is, op voorwaarde dat een dergelijke deskundige de gelegenheid heeft gehad het Gastland in dat tijdvak te verlaten.
Deskundigen die onderdaan of permanent ingezetene van het Gastland zijn, genieten uitsluitend de volgende voorrechten, immuniteiten en faciliteiten voor zover benodigd voor de onafhankelijke uitoefening van hun functies of hun verschijning en verklaring voor het Hof;
- a. immuniteit van arrestatie en detentie of enige andere vrijheidsbeperking;
- b. immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot alle door hen gedurende de uitoefening van hun functie of hun verschijning of verklaring gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden nadat zij hun functie niet langer uitoefenen of na hun verschijning of verklaring;
- c. onschendbaarheid van stukken en documenten in welke vorm dan ook en materiaal met betrekking tot de uitoefening van hun functie of hun verschijning of verklaring;
- d. het recht ten behoeve van hun communicatie met het Hof in welke vorm dan ook stukken te ontvangen en te verzenden.
Deskundigen worden door het Gastland niet aan enige maatregel onderworpen die de onafhankelijke uitoefening van hun functie bij het Hof kan beïnvloeden.
Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op deskundigen van de Vergadering, met inbegrip van haar Bureau en hulporganen, wier aanwezigheid in het Gastland vereist is in verband met het werk van de Vergadering, met inbegrip van haar Bureau en hulporganen.
Artikel 29. Overige personen wier aanwezigheid op de zetel van het Hof vereist is
Aan de overige personen wier aanwezigheid op de zetel van Hof vereist is worden, voor zover nodig voor hun aanwezigheid op de zetel van het Hof, de in artikel 27 van dit Verdrag bedoelde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten toegekend, mits het in het tweede lid van dit artikel bedoelde document wordt overgelegd.
Aan de in dit artikel bedoelde personen wordt door het Hof een document uitgereikt waaruit blijkt dat hun aanwezigheid op de zetel van het Hof vereist is en waarin het tijdsbestek wordt vermeld gedurende welk de aanwezigheid nodig is. Een dergelijk document wordt voor het verstrijken van de geldigheidsduur ervan ingetrokken indien hun aanwezigheid op de zetel van het Hof niet langer vereist is.
De in het eerste lid van dit artikel bedoelde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten houden op van toepassing te zijn na een tijdvak van vijftien aaneengesloten dagen na de datum waarop de aanwezigheid van de betrokken overige persoon niet langer door het Hof vereist is, op voorwaarde dat een dergelijke persoon de gelegenheid heeft gehad het Gastland in dat tijdvak te verlaten.
In dit artikel bedoelde personen die onderdaan of permanent ingezetene van het Gastland zijn, genieten geen voorrechten, immuniteiten en faciliteiten anders dan voor zover benodigd voor hun aanwezigheid op de zetel van het Hof, immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot alle door hen tijdens hun aanwezigheid op de zetel van het Hof gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen. Deze immuniteit blijft ook gelden nadat hun aanwezigheid op de zetel van het Hof niet langer vereist is.
In dit artikel bedoelde personen worden door het Gastland niet aan enige maatregel onderworpen die hun aanwezigheid voor het Hof kan beïnvloeden.
HOOFDSTUK IV. AFSTAND VAN VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN
Artikel 30. Afstand van de in de artikelen 17, 18, 19, 24, 25, 26, 27, 28 en 29 bedoelde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten
De in de artikelen 17, 18, 19, 24, 25, 26, 27, 28 en 29 van dit Verdrag bedoelde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten worden toegekend in het belang van een goede rechtsbedeling en niet voor het persoonlijk gewin van de betrokkenen zelf. Van deze voorrechten en immuniteiten kan in overeenstemming met artikel 48, vijfde lid, van het Statuut en met het bepaalde in dit artikel afstand worden gedaan en er is een verplichting zulks te doen in elk bijzonder geval waarin deze voorrechten, immuniteiten en faciliteiten de rechtsgang zouden belemmeren en hiervan afstand kan worden gedaan zonder afbreuk te doen aan het doel waarvoor zij zijn toegekend.
Van de voorrechten, immuniteiten en faciliteiten kan afstand worden gedaan:
- a. bij absolute meerderheid van de rechters;
- i. in het geval van een rechter of de Aanklager;
- b. door het Presidium;
- i. in het geval van de Griffier:
- ii. in het geval van raadslieden en personen die de verdediging bijstaan;
- iii. in het geval van getuigen en slachtoffers; of
- iv. in het geval van overige personen wier aanwezigheid op de zetel van het Hof vereist is;
- c. door de Aanklager:
- i. in het geval van de Substituut-Aanklagers en het personeel van het Parket van de Aanklager; of
- ii. in het geval van stagiar(e)s en bezoekende vakspecialisten van het Parket van de Aanklager;
- d. door de Griffier:
- i. in het geval van de Substituut-Griffier en het personeel van de Griffie;
- ii. in het geval van stagiar(e)s en bezoekende vakspecialisten die niet onder het tweede lid, onderdeel c.ii en onderdeel g van dit artikel vallen;
- e. door het hoofd van het orgaan van het Hof waar zij werkzaam zijn, in het geval van in artikel 19 van dit Verdrag bedoeld personeel;
- f. door de Voorzitter van de Vergadering, in het geval van de Directeur van het Secretariaat;
- g. door de Directeur van het Secretariaat, in het geval van personeel, deskundigen, stagiair(e)s en bezoekende vakspecialisten van het Secretariaat;
- h. door het hoofd van het orgaan van het Hof dat de deskundigen benoemt, in het geval van deskundigen.
Artikel 31. Afstand van de in de artikelen 21, 22 en 23 bedoelde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten van vertegenwoordigers van Staten en leden van het Bureau
De in de artikelen 21, 22 en 23 van dit Verdrag bedoelde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten worden niet aan de vertegenwoordigers van Staten en leden van het Bureau en intergouvernementele organisaties toegekend voor het persoonlijk gewin van de betrokkenen zelf, maar teneinde de onafhankelijke uitoefening van hun functies in verband met de werkzaamheden van de Vergadering, met inbegrip van haar Bureau en hulporganen, en het Hof te waarborgen. Dientengevolge hebben de Staten die Partij zijn bij het Verdrag betreffende de privileges en immuniteiten van het Internationaal Strafhof niet alleen het recht afstand te doen van de voorrechten, immuniteiten en faciliteiten van hun vertegenwoordigers, maar zijn zij hiertoe verplicht in de gevallen waarin deze voorrechten, immuniteiten en faciliteiten, naar het oordeel van die Staten, de rechtsgang zouden belemmeren en waarin hiervan afstand kan worden gedaan zonder afbreuk te doen aan het doel waarvoor zij zijn toegekend. Aan Staten die geen partij zijn bij het Verdrag betreffende de privileges en immuniteiten van het Internationaal Strafhof en aan intergouvernementele organisaties worden de in de artikelen 21, 22 en 23 van dit Verdrag bedoelde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten toegekend, mits zij dezelfde verplichting met betrekking tot de afstand hiervan op zich nemen.
Artikel 32. Afstand van de in de artikelen 23 en 28, zesde lid, bedoelde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten van leden van hulporganen en deskundigen voor de Vergadering, met inbegrip van haar Bureau en hulporganen
De in de artikelen 23 en 28, zesde lid, van dit Verdrag bedoelde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten worden niet aan respectievelijk de leden van hulporganen en aan deskundigen toegekend voor het persoonlijk gewin van de betrokkenen zelf, maar teneinde de onafhankelijke uitoefening van hun functie in verband met de werkzaamheden van de Vergadering, met inbegrip van haar Bureau en hulporganen, en het Hof te waarborgen. Dientengevolge heeft de Voorzitter van de Vergadering niet alleen het recht afstand te doen van de voorrechten, immuniteiten en faciliteiten van de leden van hulporganen of van deskundigen, maar is hij hiertoe verplicht in de gevallen waarin deze voorrechten, immuniteiten en faciliteiten, naar het oordeel van de Voorzitter van de Vergadering, de rechtsgang zouden belemmeren en waarin hiervan afstand kan worden gedaan zonder afbreuk te doen aan het doel waarvoor zij zijn toegekend.
HOOFDSTUK V. SAMENWERKING TUSSEN HET HOF EN HET GASTLAND
Afdeling 1. Algemeen
Artikel 33. Algemene samenwerking tussen het Hof en het Gastland
Waar dit Verdrag verplichtingen oplegt aan de bevoegde autoriteiten, ligt de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de vervulling van deze verplichtingen bij de Regering van het Gastland.
Het Gastland stelt het Hof onverwijld in kennis van de keuze van de instantie die wordt aangewezen als officieel en primair verantwoordelijk aanspreekpunt ten aanzien van alle aangelegenheden met betrekking tot dit Verdrag en van alle eventuele wijzigingen ter zake.
Onverminderd de bevoegdheden van de Aanklager ingevolge artikel 42, tweede lid, van het Statuut, fungeert de Griffier, of een door hem of haar aangewezen personeelslid van het Hof, als officieel aanspreekpunt voor het Gastland en is primair verantwoordelijk ten aanzien van alle aangelegenheden met betrekking tot dit Verdrag. Het Gastland wordt onverwijld van deze aanwijzing in kennis gesteld alsmede van alle eventuele wijzigingen ter zake.
Het Hof stelt alles in het werk, onverminderd de taken en bevoegdheden van de Vergadering, met inbegrip van haar Bureau en hulporganen, om de naleving van de artikelen 21, 22, 23, 31 en 32 van dit Verdrag te vergemakkelijken.
De communicatie met betrekking tot de Vergadering en het Gastland ter zake van de afstand van de in artikel 32 van dit Verdrag bedoelde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten verloopt via het Secretariaat.
Artikel 34. Samenwerking met de bevoegde autoriteiten
Het Hof werkt samen met de bevoegde autoriteiten teneinde de handhaving van de wetten van het Gastland te vergemakkelijken, de naleving van politievoorschriften te waarborgen en gevallen van misbruik in verband met de in dit Verdrag toegekende voorrechten, immuniteiten en faciliteiten te voorkomen.
Het Hof en het Gastland werken samen op het gebied van veiligheid, daarbij rekening houdend met de openbare orde en nationale veiligheid van het Gastland.
Onverminderd hun voorrechten, immuniteiten en faciliteiten is het de plicht van alle personen die uit hoofde van dit Verdrag dergelijkevoorrechten, immuniteiten en faciliteiten genieten de wet- en regelgeving na het leven van het Gastland. Zij zijn tevens gehouden zich niet te mengen in de interne aangelegenheden van het Gastland.
Het Hof werkt samen met de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor gezondheid, arbeidsveiligheid, elektronische communicatie en brandpreventie.
Het Hof leeft de met het Gastland overeengekomen veiligheidsrichtlijnen na, alsook de richtlijnen van de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de voorschriften inzake brandpreventie.
Het Gastland stelt alles in het werk om het Hof in kennis te stellen van alle voorgestelde of vastgestelde nationale wet- of regelgeving die directe gevolgen heeft voor de voorrechten, immuniteiten, faciliteiten, rechten en verplichtingen van het Hof en zijn functionarissen. Het Hof heeft het recht opmerkingen kenbaar te maken ter zake van de voorgestelde nationale wet- en regelgeving.
Artikel 35. Kennisgeving
Het Hof doet het Gastland onmiddellijk kennisgeving van:
- a. de benoeming van zijn functionarissen, hun aankomst en definitieve vertrek of de beëindiging van hun functie bij het Hof;
- b. de aankomst en het definitieve vertrek van gezinsleden die deel uitmaken van de huishouding van de in onderdeel a van dit lid bedoelde personen en, waar van toepassing, van het feit dat een persoon niet langer deel uitmaakt van de huishouding;
- c. de aankomst en het definitieve vertrek van personen in persoonlijke dienst of huishoudelijk personeel van de in onderdeel a van dit lid bedoelde personen en, waar van toepassing, het feit dat zij uit dienst treden van dergelijke personen.
Het Gastland verstrekt aan de functionarissen van het Hof en aan de gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouding alsmede aan personen in persoonlijke dienst of huishoudelijk personeel een identiteitskaart voorzien van de foto van de houder. Deze kaart dient ter identificatie van de houder ten overstaan van de bevoegde autoriteiten.
Bij het definitieve vertrek van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde personen of wanneer deze personen niet langer hun functie uitoefenen, dient de in het tweede lid van dit artikel bedoelde identiteitskaart onverwijld door het Hof te worden geretourneerd aan het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Artikel 36. Socialezekerheidsstelsel
Het socialezekerheidsstelsel van het Hof biedt een dekking die vergelijkbaar is met de dekking krachtens de wetgeving van het Gastland. Dienovereenkomstig zijn het Hof en zijn functionarissen op wie het bovenbedoelde stelsel van toepassing is vrijgesteld van de bepalingen op het gebied van sociale zekerheid in het Gastland. Dergelijke functionarissen zijn bijgevolg niet gedekt tegen de risico’s vervat in de bepalingen op het gebied van sociale zekerheid in het Gastland. Deze vrijstelling is op dergelijke functionarissen van toepassing tenzij zij betaalde werkzaamheden gaan verrichten in het Gastland.
Het eerste lid van dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden die deel uitmaken van de huishouding van de in het eerste lid bedoelde personen, tenzij zij betaalde werkzaamheden verrichten in het Gastland, of als zelfstandige werkzaam zijn, of socialezekerheidsuitkeringen van het Gastland ontvangen.
Afdeling 2. Visa, vergunningen en overige documenten
Artikel 37. Visa voor functionarissen van het Hof, visa voor vertegenwoordigers van Staten die deelnemen aan de procedures van het Hof en visa voor raadslieden en personen die de verdediging bijstaan
De functionarissen van het Hof, vertegenwoordigers van Staten die deelnemen aan de procedures van het Hof, en raadslieden en personen die de verdediging bijstaan, door de Griffier als zodanig bekendgemaakt aan het Gastland, hebben recht op onbelemmerde binnenkomst in, vertrek uit en verplaatsing binnen het Gastland, met inbegrip van onbelemmerde toegang tot het terrein van het Hof.
Visa, waar deze vereist zijn, worden kosteloos en zo spoedig mogelijk afgegeven.
Aanvragen voor visa, waar deze vereist zijn, van gezinsleden die deel uitmaken van de huishouding van de in het eerste lid bedoelde personen, worden door het Gastland zo spoedig mogelijk behandeld en kosteloos verstrekt.
Artikel 38. Visa voor getuigen, slachtoffers, deskundigen, stagiair(e)s, bezoekende vakspecialisten en overige personen wier aanwezigheid op de zetel van het Hof vereist is
Alle in de artikelen 24, 26, 27, 28 en 29 van dit Verdrag bedoelde personen, door de Griffier als zodanig bekend gemaakt aan het Gastland, hebben recht op onbelemmerde binnenkomst in, vertrek uit en, met inachtneming van het derde lid van dit artikel, verplaatsing binnen het Gastland, wanneer van toepassing en ten behoeve van het Hof.
Visa, waar deze vereist zijn, worden kosteloos en zo spoedig mogelijk afgegeven. Dezelfde faciliteiten gelden voor personen die getuigen en slachtoffers begeleiden en die door de Griffier als zodanig zijn bekendgemaakt aan het Gastland.
Het Gastland kan aan de visa de voorwaarden of beperkingen verbinden die noodzakelijk zijn om schendingen van zijn openbare orde te voorkomen of de veiligheid van de betrokken persoon te beschermen.
Alvorens het derde lid van dit artikel toe te passen vraagt het Gastland het Hof om commentaar.
Artikel 39. Visa voor bezoekers van personen die door het Hof in hechtenis worden gehouden
Het Gastland treft passende voorzieningen om visa voor bezoekers van personen die door het Hof in hechtenis worden gehouden snel te behandelen. Visa voor bezoekers die familieleden zijn van een persoon die door het Hof in hechtenis wordt gehouden worden snel behandeld en, waar van toepassing, kosteloos of tegen een gereduceerd tarief verstrekt.
Op de visa voor de in het eerste lid van dit artikel bedoelde bezoekers kunnen territoriale beperkingen van toepassing zijn. Visa kunnen worden geweigerd in het geval dat:
- a. de in het eerste lid van dit artikel bedoelde bezoekers geen documenten kunnen overleggen ter staving van het doel van het voorgenomen verblijf en de verblijfsomstandigheden en waaruit blijkt dat zij over voldoende middelen van bestaan beschikken, zowel voor de duur van het voorgenomen verblijf als voor de terugreis naar hun land van herkomst of voor de doorreis naar een derde Staat, waar de toelating gewaarborgd is, dan wel in staat zijn deze middelen rechtmatig te verwerven;
- b. zij ter fine van weigering van toegang gesignaleerd staan; of
- c. zij worden beschouwd als een gevaar voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de internationale betrekkingen van een van de Overeenkomstsluitende Partijen bij de Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de Regeringen van de Staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen.
Het Gastland kan aan de visa de voorwaarden of beperkingen verbinden die noodzakelijk zijn om schendingen van zijn openbare orde te voorkomen of de veiligheid van de betrokken persoon te beschermen.
Alvorens het tweede of derde lid van dit artikel toe te passen vraagt het Gastland het Hof om commentaar.
Artikel 40. Onafhankelijke organisaties van raadslieden of juridische verenigingen, journalisten en niet-gouvernementele organisaties
De partijen erkennen de rol van:
- a. onafhankelijke representatieve organisaties van raadslieden of juridische verenigingen, met inbegrip van een orgaan waarvan de oprichting kan worden vergemakkelijkt door de Vergadering van Staten die Partij zijn, overeenkomstig regel 20, sub 3, van het Reglement van proces- en bewijsvoering;
- b. de pers, radio, film, televisie of andere informatieve media die verslag doen van het Hof; en
- c. niet-gouvernementele organisaties die de verwezenlijking van het mandaat van het Hof ondersteunen.
Het Gastland neemt alle noodzakelijke maatregelen ter vergemakkelijking van de binnenkomst, het verblijf en de tewerkstelling in het Gastland van vertegenwoordigers van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde verenigingen of organisaties, die in het Gastland tewerk worden gesteld of deze bezoeken in verband met activiteiten die op het Hof betrekking hebben. Het Gastland neemt tevens alle noodzakelijke maatregelen ter vergemakkelijking van de binnenkomst en het verblijf in het Gastland van gezinsleden die deel uitmaken van de huishouding van dergelijke vertegenwoordigers die in het Gastland tewerk zijn gesteld.
Ten behoeve van het vergemakkelijken van de procedure van binnenkomst, verblijf en tewerkstelling in het Gastland van vertegenwoordigers van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde verenigingen of organisaties, plegen het Gastland en het Hof, naargelang van toepassing, overleg met elkaar en met de onafhankelijke representatieve organisaties van raadslieden of juridische verenigingen, media of niet-gouvernementele organisaties. Elk van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde groepen stelt het Gastland en het Hof onverwijld in kennis van de keuze van het kantoor dat wordt aangewezen als officieel aanspreekpunt van die groep voor dergelijk overleg en van alle eventuele wijzigingen ter zake.
Na het in het derde lid van dit artikel bedoelde overleg, geeft het Hof op basis van hem ter beschikking staande verifieerbare gegevens aan of de betrokken vertegenwoordiger beschouwd kan worden als vertegenwoordiger van een in het eerste lid van dit artikel bedoelde vereniging of organisatie.
Het Gastland kan aan de visa de voorwaarden of beperkingen verbinden die noodzakelijk zijn om schendingen van zijn openbare orde te voorkomen of de veiligheid van de betrokken persoon te beschermen.
Visa en verblijfsvergunningen worden aan de in dit artikel bedoelde personen verleend in overeenstemming met de toepasselijke wet- en regelgeving van het Gastland, rekening houdend met de in het tweede lid van dit artikel bedoelde verplichtingen van het Gastland.
Visa en verblijfsvergunningen die in overeenstemming met dit artikel worden verleend, worden zo spoedig mogelijk afgegeven.
Artikel 41. Laissez-passer
Het Gastland erkent en accepteert het laissez-passer van de Verenigde Naties of een de door het Hof aan zijn functionarissen afgegeven reisdocument als geldige reisdocumenten.
Artikel 42. Rijbewijs
Voor de duur van hun tewerkstelling is het functionarissen van het Hof, gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouding en personen in persoonlijke dienst of huishoudelijk personeel toegestaan van het Gastland een rijbewijs te verkrijgen op vertoon van hun geldige buitenlandse rijbewijs dan wel hun eigen geldige buitenlandse rijbewijs te blijven gebruiken, mits de houder in het bezit is van een door het Gastland in overeenstemming met artikel 35 van dit Verdrag afgegeven identiteitskaart.
Afdeling 3. Beveiliging, operationele bijstand
Artikel 43. Beveiliging, veiligheid en bescherming van de in dit Verdrag bedoelde personen
De bevoegde autoriteiten nemen doeltreffende en adequate maatregelen die vereist kunnen zijn om de beveiliging, veiligheid en bescherming van de in dit Verdrag bedoelde personen te waarborgen, en die noodzakelijk is voor het naar behoren functioneren van het Hof, zonder inmenging van welke aard dan ook.
Het Hof werkt samen met de bevoegde autoriteiten teneinde te waarborgen dat alle in dit Verdrag bedoelde personen zich houden aan de instructies die hun door de bevoegde autoriteiten worden gegeven met het oog op hun beveiliging en veiligheid.
Onverminderd hun voorrechten, immuniteiten en faciliteiten, is het de plicht van alle in dit Verdrag bedoelde personen zich te houden aan de instructies die hun door de bevoegde autoriteiten worden gegeven met het oog op hun beveiliging en veiligheid.
Artikel 44. Vervoer van personen in hechtenis
Het vervoer van het punt van aankomst in het Gastland naar het terrein van het Hof, van een persoon die zich in hechtenis bevindt, ingevolge het Statuut en het Reglement van proces- en bewijsvoering, wordt, op verzoek van het Hof, in overleg met het Hof uitgevoerd door de bevoegde autoriteiten.
Het vervoer van het terrein van het Hof naar het punt van vertrek uit het Gastland van een persoon die zich in hechtenis bevindt, ingevolge het Statuut en het Reglement van proces- en bewijsvoering, wordt, op verzoek van het Hof, in overleg met het Hof uitgevoerd door de bevoegde autoriteiten.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)