Zetelverdrag tussen het Internationaal Strafhof en het Gastland
Het vervoer van personen in het Gastland die zich in hechtenis bevinden buiten het terrein van het Hof, wordt, op verzoek van het Hof, in overleg met het Hof uitgevoerd door de bevoegde autoriteiten.
Het Hof geeft de bevoegde autoriteiten op een redelijke termijn vooraf kennis van de aankomst van de in dit artikel bedoelde personen. Wanneer mogelijk wordt deze kennisgeving 72 uur van te voren gedaan.
Wanneer het Gastland ingevolge dit artikel een verzoek ontvangt en ter zake van de uitvoering van het verzoek een probleem vaststelt, wordt onverwijld overleg gepleegd met het Hof teneinde de kwestie op te lossen. Dergelijke problemen betreffen onder andere:
- a. onvoldoende tijd en/of informatie om het verzoek uit te voeren;
- b. de onmogelijkheid, ondanks alle mogelijke inspanningen, adequate veiligheidsmaatregelen te treffen voor het vervoer van de personen;
- c. het bestaan van een gevaar voor de openbare orde en veiligheid in het Gastland.
Een persoon die zich in hechtenis bevindt wordt rechtstreeks en zonder belemmering naar de in het eerste en tweede lid van dit artikel genoemde bestemming vervoerd of naar enige andere bestemming waarom het Hof ingevolge het derde lid van dit artikel kan verzoeken.
Het Hof en het Gastland treffen, naargelang van toepassing, praktische voorzieningen voor het vervoer van personen die zich in hechtenis bevinden in overeenstemming met dit artikel.
Artikel 45. Vervoer van personen die vrijwillig of na een dagvaarding voor het Hof verschijnen
De bepalingen van artikel 44 van dit Verdrag zijn van overeenkomstige toepassing op het vervoer van personen die vrijwillig of na een dagvaarding voor het Hof verschijnen.
Artikel 46. Samenwerking bij detentie
Het Gastland werkt met het Hof samen om de detentie van personen te vergemakkelijken en het Hof in staat te stellen zijn taken uit te oefenen in zijn cellencomplex.
Wanneer de aanwezigheid van een persoon die zich in hechtenis bevindt vereist is voor het afleggen van een verklaring of andere medewerking aan het Hof en wanneer, om veiligheidsredenen, een dergelijke persoon niet kan worden vastgehouden in het cellencomplex van het Hof, plegen het Hof en het Gastland overleg en treffen, wanneer noodzakelijk, voorzieningen om de persoon te vervoeren naar een penitentiaire inrichting of andere door het Gastland ter beschikking gestelde locatie.
Artikel 47. Voorlopige invrijheidstelling
Het Gastland vergemakkelijkt de overbrenging van personen die voorlopig in vrijheid zijn gesteld naar een Staat niet zijnde het Gastland.
Het Gastland vergemakkelijkt de terugkeer naar het Gastland van personen die voorlopig in vrijheid zijn gesteld alsmede hun korte verblijf in het Gastland voor elk doel dat verband houdt met de procedures van het Hof.
Het Hof en het Gastland treffen praktische voorzieningen voor de implementatie van dit artikel.
Artikel 48. Invrijheidstelling zonder veroordeling
Onverminderd het tweede lid van dit artikel, wanneer een aan het Hof overgedragen persoon in vrijheid wordt gesteld vanwege het feit dat het Hof geen rechtsmacht bezit, de zaak niet-ontvankelijk is ingevolge artikel 17, eerste lid, onderdelen b, c of d, van het Statuut, de ten laste gelegde feiten niet zijn bevestigd krachtens artikel 61 van het Statuut, de persoon is vrijgesproken tijdens het proces of in beroep, of om een andere reden, treft het Hof zo spoedig mogelijk voorzieningen die het passend acht voor de overbrenging van de persoon, rekening houdend met de opvattingen van de persoon, naar een Staat die verplicht is hem of haar te ontvangen, een andere Staat die erin toestemt hem of haar te ontvangen, of een Staat die om zijn of haar uitlevering heeft verzocht met instemming van de Staat die hem of haar oorspronkelijk had overgedragen.
Wanneer het Hof heeft vastgesteld dat de zaak niet-ontvankelijk is ingevolge artikel 17, eerste lid, onderdeel a, van het Statuut, treft het Hof voorzieningen, al naargelang van toepassing, voor de overbrenging van de persoon naar een Staat wiens onderzoek of vervolging de grondslag heeft gevormd voor het met succes aanvechten van de ontvankelijkheid, tenzij de Staat die de persoon oorspronkelijk had overgedragen om zijn of haar terugkeer verzoekt.
De bepalingen van artikel 44 van dit Verdrag zijn van overeenkomstige toepassing op het vervoer van de in dit artikel bedoelde personen binnen het Gastland.
Artikel 49. Tenuitvoerlegging van uitspraken in het Gastland
Het Hof spant zich in een Staat van tenuitvoerlegging aan te wijzen in overeenstemming met artikel 103, eerste lid, van het Statuut.
Indien geen Staat is aangewezen ingevolge artikel 103, eerste lid, van het Statuut, stelt het Hof het Gastland in kennis van de noodzaak een uitspraak ten uitvoer te leggen in een penitentiaire inrichting die door het Gastland in overeenstemming met artikel 103, vierde lid, van het Statuut ter beschikking is gesteld.
Na aanvang van de tenuitvoerlegging van een uitspraak ingevolge artikel 103, vierde lid, van het Statuut, blijft het Hof zich inspannen om een Staat van tenuitvoerlegging aan te wijzen in overeenstemming met artikel 103, eerste lid, van het Statuut. Het Hof stelt het Gastland in kennis van door hem relevant geachte ontwikkelingen die betrekking hebben op de lijst bedoeld in artikel 103, eerste lid, van het Statuut. Zodra een Staat van tenuitvoerlegging de aanwijzing van het Hof ingevolge artikel 103, eerste lid, van het Statuut heeft aanvaard, stelt het Hof het Gastland hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte.
De tenuitvoerlegging van een uitspraak wordt beheerst door het Statuut, in het bijzonder de bepalingen van Deel 10, en het Reglement van proces- en bewijsvoering, in het bijzonder de relevante bepalingen van Hoofdstuk 12. De voorwaarden van gevangenisstraf worden beheerst door het recht van het Gastland, zoals voorzien in artikel 106, tweede lid, van het Statuut.
Het Gastland kan het Hof ter overweging in kennis stellen van humanitaire afwegingen en overige kwesties die betrekking hebben op de voorwaarden of wijze van tenuitvoerlegging ten behoeve van het toezicht op de tenuitvoerlegging van uitspraken en de voorwaarden van gevangenisstraf.
Overige voorwaarden van tenuitvoerlegging alsmede overige regelingen worden vastgelegd in een afzonderlijke overeenkomst tussen het Hof en het Gastland. Het Hof en het Gastland treffen praktische voorzieningen ten aanzien van de implementatie van de tenuitvoerlegging in elk in het tweede lid van dit artikel bedoeld geval.
Artikel 50. Voorzieningen voor kortdurende detentie
Indien, na veroordeling en onherroepelijke uitspraak, of na strafvermindering in overeenstemming met artikel 110 van het Statuut, de nog resterende duur van de door het Hof opgelegde gevangenisstraf minder bedraagt dan zes maanden, overweegt het Hof of de uitspraak ten uitvoer kan worden gelegd in het cellencomplex van het Hof.
Wanneer het nodig blijkt de aanwijzing van de Staat van tenuitvoerlegging te wijzigen en wanneer het tijdvak voorafgaande aan de overbrenging naar een andere Staat van tenuitvoerlegging niet langer is dan zes maanden, plegen het Hof en het Gastland overleg over de vraag of de veroordeelde kan worden overgebracht naar een penitentiaire inrichting die door het Gastland in overeenstemming met artikel 103, vierde lid, van het Statuut ter beschikking is gesteld. Indien het tijdvak voorafgaande aan de overbrenging langer is dan zes maanden, wordt de veroordeelde overgebracht van het cellencomplex van het Hof naar een penitentiaire inrichting die door het Gastland in overeenstemming met artikel 103, vierde lid, van het Statuut ter beschikking is gesteld, na een verzoek van het Hof daartoe.
Artikel 51. Beperking van de uitoefening van rechtsmacht door het Gastland
Het Gastland zal geen rechtsmacht uitoefenen of uitvoering geven aan een verzoek om bijstand of uitlevering van een andere Staat met betrekking tot personen die aan het Hof zijn overgedragen in overeenstemming met Deel 9 van het Statuut, personen die voorlopig in vrijheid zijn gesteld, of personen die vrijwillig of na een dagvaarding voor het Hof verschijnen, ten aanzien van handelen, nalaten of veroordelingen voorafgaand aan de overdracht, overbrenging of verschijning voor het Hof, uitgezonderd zoals vervat in het Statuut en het Reglement van proces- en bewijsvoering.
Wanneer een in het eerste lid van dit artikel bedoelde persoon, om welke reden dan ook, zonder veroordeling in vrijheid wordt gesteld door het Hof, blijft dit lid van toepassing gedurende een tijdvak van vijftien opeenvolgende dagen na de datum van zijn of haar invrijheidstelling.
HOOFDSTUK VI. SLOTBEPALINGEN
Artikel 52. Aanvullende regelingen en overeenkomsten
De bepalingen van dit Verdrag worden bij de ondertekening aangevuld door een notawisseling waarin de gezamenlijke interpretatie van het Verdrag door de partijen wordt bevestigd.
Het Hof en het Gastland kunnen, voor de toepassing van dit Verdrag of teneinde in dit Verdrag niet voorziene kwesties te regelen, in voorkomende gevallen aanvullende regelingen treffen en overeenkomsten sluiten.
Artikel 53. Geen minder gunstige behandeling
Indien en voor zover het Gastland, op enig moment in de toekomst, een internationale organisatie of tribunaal voorrechten, immuniteiten en een behandeling toekent die gunstiger zijn dan vergelijkbare voorrechten, immuniteiten en behandeling in dit Verdrag, zullen het Hof en iedere persoon die uit hoofde van dit Verdrag recht heeft op deze voorrechten en immuniteiten, deze gunstigere voorrechten, immuniteiten en behandeling genieten.
Artikel 54. Beslechting van geschillen met derden
Het Hof stelt, onder voorbehoud van de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de Vergadering uit hoofde van het Statuut, bepalingen vast ten behoeve van een passende wijze van beslechting van:
- a. geschillen die voortvloeien uit contracten en andere geschillen van privaatrechtelijke aard waarbij het Hof partij is;
- b. geschillen waarbij in dit Verdrag bedoelde personen betrokken zijn die uit hoofde van hun officiële positie of functie in verband met het Hof immuniteit genieten, indien van deze immuniteit geen afstand is gedaan.
Artikel 55. Beslechting van geschillen betreffende de interpretatie of toepassing van dit Verdrag of van aanvullende regelingen of overeenkomsten
Alle geschillen die voortvloeien uit de interpretatie of toepassing van dit Verdrag of van aanvullende regelingen of overeenkomsten tussen het Hof en het Gastland, worden beslecht door middel van overleg, onderhandeling of een andere overeengekomen wijze van beslechting.
Indien het geschil niet in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel binnen drie maanden na een schriftelijk verzoek daartoe door een van de partijen bij het geschil is beslecht, wordt het geschil, op verzoek van een van beide partijen, overeenkomstig de in het derde tot en met het vijfde lid van dit artikel vervatte procedure, voorgelegd aan een scheidsgerecht.
Het scheidsgerecht wordt gevormd door drie leden: elke partij benoemt één lid, en de derde, die de voorzitter is van het scheidsgerecht, wordt benoemd door de twee andere leden. Indien een van de partijen nalaat een lid van het scheidsgerecht te benoemen binnen twee maanden na de benoeming van een lid door de andere partij, kan die andere partij de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken deze benoeming te verrichten. Indien de eerste twee leden er niet in slagen binnen twee maanden na hun benoeming overeenstemming te bereiken over de benoeming van de voorzitter van het scheidsgerecht, kan elk van beide partijen de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken de voorzitter te kiezen.
Tenzij de partijen bij het geschil anderszins overeenkomen, stelt het scheidsgerecht zijn eigen procedure vast en worden de kosten zoals begroot door het scheidsgerecht door de partijen gedragen.
Het scheidsgerecht, dat beslist met een meerderheid van stemmen, doet uitspraak over het geschil op basis van de bepalingen van dit Verdrag en van aanvullende regelingen of overeenkomsten en de toepasselijke regels van het internationale recht. De uitspraak van het scheidsgerecht is onherroepelijk en bindend voor de partijen bij het geschil.
Artikel 56. Toepassing
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag slechts van toepassing op het deel van het Koninkrijk in Europa.
Artikel 57. Wijzigingen en beëindiging
Dit Verdrag kan met wederzijds goedvinden van beide partijen worden gewijzigd of beëindigd.
Dit Verdrag houdt op van kracht te zijn met wederzijds goedvinden van de partijen.
Artikel 58. Inwerkingtreding
Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand nadat de beide partijen elkaar schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan de wettelijke vereisten voor de inwerkingtreding is voldaan.
DONE at The Hague on 7th June 2007 in duplicate, in the English language.
For the Kingdom of the Netherlands,
M. VERHAGEN
For the International Criminal Court,
P. KIRSCH
Tegelijk met het ondertekenen van het Verdrag werden, ter uitvoering van artikel 52, eerste lid, van het Verdrag, brieven gewisseld, waarvan de tekst als volgt luidt:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)