Douaneovereenkomst inzake het internationale vervoer van goederen onder dekking van carnets TIR (TIR-Overeenkomst)

Type Verdrag
Publication 2025-06-01
State In force
Source BWB
artikelen 124
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Overeenkomstsluitende Partijen,

Vervuld van de wens het internationale vervoer van goederen met wegvoertuigen te vergemakkelijken,

Overwegende dat de verbetering van de vervoersvoorwaarden een van de essentiële factoren vormt voor de ontwikkeling van de onderlinge samenwerking,

Zich uitsprekend voor vereenvoudiging en harmonisatie van de administratieve formaliteiten op het gebied van het internationale vervoer, in het bijzonder aan de grenzen,

Zijn overeengekomen als volgt:

Hoofdstuk I. ALGEMENE BEPALINGEN

a). BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a). „TIR-vervoer” het vervoer van goederen van een douanekantoor van vertrek naar een douanekantoor van bestemming, overeenkomstig de zogeheten TIR-regeling, die is vastgesteld bij deze Overeenkomst;
  • b). „TIR-operatie” het gedeelte van een TIR-vervoer dat in een Overeenkomstsluitende Partij wordt verricht van een douanekantoor van vertrek of binnenkomst (doorgang) naar een douanekantoor van bestemming of uitgang (doorgang);
  • c). „begin van een TIR-operatie” het feit dat het wegvoertuig, de vervoerscombinatie of de container zijn aangeboden voor controle bij het douanekantoor van vertrek of van binnenkomst (doorgang), tezamen met de lading en het daarop betrekking hebbende carnet TIR en dat het carnet TIR door het douanekantoor is aanvaard;
  • d). „beëindiging van een TIR-operatie” het feit dat het wegvoertuig, de vervoerscombinatie of de container zijn aangeboden voor controle bij het douanekantoor van bestemming of van uitgang (doorgang), tezamen met de lading en het daarop betrekking hebbende carnet TIR;
  • e). „zuivering van een TIR-operatie” de erkenning door de douaneautoriteiten dat de TIR-operatie in een Overeenkomstsluitende Partij op correcte wijze is beëindigd. Dit wordt door de douaneautoriteiten vastgesteld aan de hand van een vergelijking van de bij het douanekantoor van bestemming of uitgang (doorgang) beschikbare gegevens of informatie met de beschikbare informatie bij het douanekantoor van vertrek of binnenkomst (doorgang);
  • f). „rechten en heffingen ter zake van de invoer of de uitvoer” de douanerechten en alle andere verschillende rechten, heffingen, vergoedingen en andere lasten die worden geheven bij of in verband met de invoer of de uitvoer van goederen, met uitzondering van de vergoedingen en lasten waarvan het bedrag beperkt blijft tot ongeveer de kosten van de verleende diensten;
  • g). „wegvervoer” niet alleen elk motorvoertuig voor vervoer over de weg, maar ook elke aanhangwagen of oplegger, ingericht om daaraan te worden bevestigd;
  • h). „vervoerscombinatie” aan elkaar gekoppelde voertuigen die als eenheid deelnemen aan het wegverkeer;
  • j). „container” een bergingsmiddel voor vervoer (liftvan, losse tank of soortgelijk bergingsmiddel) dat: „Losse carrosserieën” worden gelijkgesteld met containers;
  • i). een geheel of gedeeltelijk omsloten ruimte vormt en is bestemd voor het bevatten van goederen;
  • ii). een duurzaam karakter heeft en derhalve voldoende stevig is voor herhaald gebruik;
  • iii). speciaal is ontworpen om het vervoer van goederen met één of meer vervoermiddelen te vergemakkelijken zonder tussentijdse in- en uitlading van die goederen zelf;
  • iv). zodanig is ontworpen dat het gemakkelijk kan worden gehanteerd, in het bijzonder bij het overladen van het ene vervoermiddel op het andere;
  • v). zodanig is ontworpen dat het gemakkelijk kan worden gevuld en geledigd; en
  • vi). een inhoud heeft van ten minste één kubieke meter;
  • k). „douanekantoor van vertrek” ieder douanekantoor van een Overeenkomstsluitende Partij waar, voor de gehele lading dan wel voor een deel van de lading, het TIR-vervoer aanvangt;
  • l). „douanekantoor van bestemming” ieder douanekantoor van een Overeenkomstsluitende Partij waar, voor de gehele lading dan wel voor een deel van de lading, het TIR-vervoer eindigt;
  • m). „douanekantoor van doorgang” ieder douanekantoor van een Overeenkomstsluitende Partij waarlangs een wegvoertuig, een vervoerscombinatie of een container deze Overeenkomstsluitende Partij binnenkomt of verlaat onder TIR-vervoer;
  • n). „personen” zowel natuurlijke personen als rechtspersonen;
  • o). „houder” van een carnet TIR, de persoon aan wie een carnet TIR in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van de Overeenkomst is afgegeven en voor wiens rekening een douaneaangifte is gedaan in de vorm van een carnet TIR met vermelding van de wens de goederen bij het douanekantoor van vertrek onder de TIR-regeling te plaatsen. Hij is verantwoordelijk voor het aanbieden van het wegvoertuig, de vervoerscombinatie of de container met de bijbehorende lading en het daarop betrekking hebbende carnet TIR bij het douanekantoor van vertrek, het douanekantoor van doorgang en het douanekantoor van bestemming, en voor de behoorlijke naleving van de overige desbetreffende bepalingen van de Overeenkomst;
  • p). „zware of omvangrijke goederen” ieder zwaar of omvangrijk voorwerp dat, in verband met zijn gewicht, zijn afmetingen of zijn aard, in het algemeen niet in een gesloten wegvoertuig of in een gesloten container wordt vervoerd;
  • q). „organisatie die zich garant heeft gesteld” een organisatie die toestemming heeft gekregen van de douaneautoriteiten of andere bevoegde autoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij om zich garant te kunnen stellen voor personen die gebruik maken van de TIR-regeling;
  • r). „internationale organisatie” een organisatie die van de Commissie van Beheer toestemming heeft gekregen de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor de organisatie en werking van een internationaal garantiestelsel;
  • s). „eTIR-regeling”: de TIR-regeling die ten uitvoer wordt gelegd met behulp van elektronische gegevensuitwisseling als functioneel equivalent van het TIR-carnet. De bepalingen van de TIR-Overeenkomst zijn van toepassing, maar de specifieke kenmerken van de eTIR-regeling zijn in Bijlage 11 omschreven.

b). TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 2

Deze Overeenkomst is van toepassing op het vervoer van goederen dat, tussen een douanekantoor van vertrek van een Overeenkomstsluitende Partij en een douanekantoor van bestemming van een andere of van dezelfde Overeenkomstsluitende Partij, over een of meer grenzen, zonder tussentijdse in- en uitlading van die goederen zelf, plaatsvindt in wegvoertuigen, vervoerscombinaties of in containers, mits een gedeelte van het traject tussen het begin en het einde van het TIR-vervoer over de weg wordt afgelegd.

Artikel 3

De bepalingen van deze Overeenkomst zijn slechts van toepassing indien:

  • a. het vervoer plaatsvindt
  • i. met wegvoertuigen, vervoerscombinaties of containers die vooraf zijn goedgekeurd onder de voorwaarden vermeld in Hoofdstuk III onderdeel a; of
  • ii. met andere wegvoertuigen, andere vervoerscombinaties of andere containers, indien dit vervoer geschiedt onder de voorwaarden vermeld in Hoofdstuk III onderdeel c; of
  • iii. met wegvoertuigen of bijzondere voertuigen zoals bussen, hijskranen, veegmachines, betonstortmachines, enz. die worden uitgevoerd en derhalve worden aangemerkt als goederen die zich op eigen kracht verplaatsen van een douanekantoor van vertrek naar een douanekantoor van bestemming, onder de voorwaarden vermeld in Hoofdstuk III onderdeel c. Indien deze voertuigen andere goederen vervoeren, zijn de onder i of ii hierboven bedoelde voorwaarden van overeenkomstige toepassing;
  • b. het vervoer plaatsvindt onder de dekking van aansprakelijke organisaties die zijn gemachtigd overeenkomstig de bepalingen van artikel 6, en onder dekking van een TIR-carnet dat overeenstemt met het model in Bijlage 1 bij deze Overeenkomst, dan wel volgens de eTIR-regeling.

c). BEGINSELEN

Artikel 4

Goederen vervoerd onder de TIR-regeling worden op de douanekantoren van doorgang niet onderworpen aan betaling of consignatie van rechten en heffingen ter zake van de invoer of de uitvoer.

Artikel 5
1.

Goederen die onder de TIR-regeling worden vervoerd in verzegelde wegvoertuigen, vervoerscombinaties of containers, worden op de douanekantoren van doorgang in de regel niet gevisiteerd.

2.

Ten einde misbruiken te voorkomen, kunnen de douaneautoriteiten echter, bij wijze van uitzondering, en in het bijzonder indien onregelmatigheden worden vermoed, de goederen op deze kantoren toch visiteren.

Hoofdstuk II. AFGIFTE VAN CARNETS TIR

Artikel 6
1.

De douaneautoriteiten of andere bevoegde autoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij kunnen aan organisaties de bevoegdheid verlenen om, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van soortgelijke organisaties, carnets TIR af te geven, alsmede om zich garant te stellen, zolang wordt voldaan aan de in Bijlage 9, deel I, neergelegde minimumvoorwaarden en -eisen. De bevoegdverklaring wordt ingetrokken, indien niet meer wordt voldaan aan de in Bijlage 9, deel I, genoemde minimumvoorwaarden en -eisen.

2.

Een organisatie kan in een land slechts bevoegd worden verklaard indien haar garantie mede betrekking heeft op de in dat land bestaande aansprakelijkheid bij vervoer onder dekking van carnets TIR, afgegeven door buitenlandse organisaties die zijn aangesloten bij de internationale organisatie waarvan zijzelf lid is.

2 bis. Een internationale organisatie wordt door de Commissie van Beheer bevoegd verklaard de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor de daadwerkelijke organisatie en de werking van een internationaal garantiestelsel. De bevoegdheid wordt verleend voor zolang de organisatie voldoet aan de voorwaarden en vereisten vervat in Bijlage 9, deel III. De Commissie van Beheer kan de bevoegdverklaring intrekken indien niet langer wordt voldaan aan deze vereisten en voorwaarden.

3.

Een organisatie geeft carnets TIR uitsluitend af aan personen wier toelating tot de TIR-regeling niet is geweigerd door de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen op het grondgebied waarvan de desbetreffende personen zijn gevestigd of wonen.

4.

De bevoegdheid tot toelating tot de TIR-regeling wordt uitsluitend verleend aan personen die voldoen aan de in Bijlage 9, deel II, bij deze Overeenkomst, neergelegde minimumvoorwaarden en -eisen. Onverminderd het bepaalde in artikel 38 wordt de bevoegdverklaring ingetrokken, indien niet langer wordt gewaarborgd dat aan deze criteria wordt voldaan.

5.

De bevoegdheid tot toelating tot de TIR-regeling wordt verleend overeenkomstig de in Bijlage 9, deel II, bij deze Overeenkomst, neergelegde procedure.

Artikel 7

De carnets TIR die aan de organisaties die zich garant hebben gesteld worden toegezonden door soortgelijke buitenlandse organisaties of door internationale organisaties, zijn niet onderworpen aan rechten en heffingen ter zake van de invoer of de uitvoer en zonder verboden of beperkingen bij in- of uitvoer.

Artikel 8
1.

De aansprakelijke organisatie verbindt zich tot betaling tot het maximum van het gegarandeerde bedrag aan rechten en heffingen bij in- en uitvoer, eventueel vermeerderd met de vertragingsrente, dat verschuldigd is krachtens de douanewetten en -reglementen van de Overeenkomstsluitende Partij waarin een onregelmatigheid in verband met een TIR-operatie is vastgesteld die tot een vordering bij de aansprakelijke organisatie leidt. Zij is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van bovenbedoelde bedragen met de personen die deze bedragen verschuldigd zijn.

2.

Wanneer de wetten en reglementen van een Overeenkomstsluitende Partij niet voorzien in de betaling van rechten en heffingen ter zake van de invoer of de uitvoer in de gevallen bedoeld in het eerste lid van dit artikel, verbindt de organisatie die zich garant heeft gesteld zich om onder dezelfde voorwaarden een bedrag te voldoen dat gelijk is aan het bedrag van de rechten en heffingen ter zake van de invoer of de uitvoer, eventueel vermeerderd met de verschuldigde interest bij achterstallige betaling.

3.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij stelt per carnet TIR het maximum vast van de bedragen die krachtens het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel kunnen worden geëist van de organisatie die zich garant heeft gesteld.

4.

De organisatie die zich garant heeft gesteld, wordt tegenover de autoriteiten van het land waar het douanekantoor van vertrek is gelegen, aansprakelijk vanaf het tijdstip waarop het carnet TIR door het douanekantoor is ingeschreven. In de landen waar het TIR-vervoer van goederen vervolgens doorkomt, ontstaat deze aansprakelijkheid wanneer de goederen deze landen binnenkomen of, indien het TIR-vervoer wordt onderbroken krachtens het bepaalde in artikel 26, eerste en tweede lid, wanneer het carnet TIR wordt ingeschreven door het douanekantoor waar het TIR-vervoer wordt hervat.

5.

De aansprakelijkheid van de organisatie die zich garant heeft gesteld, heeft niet alleen betrekking op de goederen die in het carnet TIR zijn vermeld, doch strekt zich tevens uit tot de goederen die, hoewel zij niet in dat carnet zijn vermeld, zich in het verzegelde gedeelte van het wegvoertuig of in de verzegelde container bevinden; de aansprakelijkheid heeft geen betrekking op andere goederen.

6.

Voor het vaststellen van de rechten en heffingen bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel, gelden de in het carnet TIR vermelde gegevens betreffende de goederen, zolang het tegendeel niet is bewezen.

Artikel 9
1.

De organisatie die zich garant heeft gesteld, stelt voor het carnet TIR een geldigheidsduur vast door een uiterste geldigheidsdatum te vermelden waarna het carnet niet meer kan worden aangeboden bij het douanekantoor van vertrek.

2.

Mits het carnet is ingeschreven door het douanekantoor van vertrek op of voor de uiterste geldigheidsdatum zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel, blijft het geldig tot het einde van het TIR-vervoer op het douanekantoor van bestemming.

Artikel 10
1.

De zuivering van een TIR-operatie dient onverwijld plaats te vinden.

2.

Wanneer de douaneautoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij een TIR-operatie hebben gezuiverd, kunnen zij van de aansprakelijke organisatie niet meer de betaling vorderen van de bedragen bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid, tenzij het certificaat van beëindiging van de TIR-operatie ten onrechte of op frauduleuze wijze werd verkregen of geen beëindiging heeft plaatsgevonden.

Artikel 11
1.

Bij niet-zuivering van een TIR-operatie, stellen de bevoegde autoriteiten

  • a). de houder van het TIR-carnet van de niet-zuivering in kennis op het adres dat in het TIR-carnet is vermeld;
  • b). de aansprakelijke organisatie van de niet-zuivering in kennis.

De bevoegde autoriteiten stellen de aansprakelijke organisatie in kennis binnen één jaar na de aanvaarding van het TIR-carnet door die autoriteiten of binnen twee jaar wanneer het certificaat van beëindiging van de TIR-operatie vals was of ten onrechte of op frauduleuze wijze verkregen.

2.

Wanneer de in de in artikel 8, eerste en tweede lid, bedoelde bedragen opeisbaar worden, moeten de bevoegde autoriteiten voor zover mogelijk de betaling hiervan eisen van de persoon of personen die deze bedragen rechtstreeks verschuldigd is of zijn, alvorens een vordering tot betaling in te dienen bij de aansprakelijke organisatie.

3.

De vordering tot betaling van de in artikel 8, eerste en tweede lid, bedoelde bedragen wordt aan de aansprakelijke organisatie gericht op zijn vroegst een maand na de datum waarop deze organisatie ervan in kennis is gesteld dat de operatie niet is gezuiverd of dat het certificaat van beëindiging van de TIR-operatie vals was of ten onrechte of op frauduleuze wijze werd verkregen, en uiterlijk twee jaar na deze datum. Echter, voor TIR-operaties die tijdens bovengenoemde termijn van twee jaar het onderwerp zijn geworden van bestuurlijke of gerechtelijke procedures betreffende de verschuldigdheid tot betaling van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde persoon of personen, worden vorderingen tot betaling ingediend binnen een jaar nadat de beschikking van de bevoegde autoriteiten of rechtbanken afdwingbaar is geworden.

4.

De aansprakelijke organisatie betaalt de gevorderde bedragen binnen drie maanden nadat de vordering tot betaling bij haar werd ingediend.

5.

De betaalde bedragen worden aan de aansprakelijke organisatie terugbetaald indien, binnen twee jaar nadat de vordering tot betaling bij haar werd ingediend, ten genoegen van de bevoegde autoriteiten is aangetoond dat geen onregelmatigheid werd gepleegd in verband met de betrokken TIR-operatie. De termijn van twee jaar kan overeenkomstig de nationale wetgeving worden verlengd.

Hoofdstuk III. VERVOER VAN GOEDEREN ONDER DEKKING VAN HET CARNET TIR

a). GOEDKEURING VAN VOERTUIGEN EN CONTAINERS

Artikel 12

Het bepaalde sub a) en b) van dit hoofdstuk vindt slechts toepassing op wegvoertuigen die, wat betreft bouw en inrichting, voldoen aan de voorwaarden omschreven in bijlage 2 bij deze Overeenkomst en zijn goedgekeurd overeenkomstig de procedure omschreven in bijlage 3 bij deze Overeenkomst. Het certificaat van goedkeuring dient overeen te stemmen met het in bijlage 4 opgenomen model.

Artikel 13
1.

Het bepaalde sub a) en b) van dit hoofdstuk vindt slechts toepassing op containers die zijn gebouwd overeenkomstig de voorwaarden omschreven in het eerste deel van bijlage 7 en zijn goedgekeurd overeenkomstig de procedure omschreven in het tweede deel van bedoelde bijlage.

2.

Containers die voor het goederenvervoer onder douaneverzegeling zijn goedgekeurd in toepassing van de Douane-overeenkomst betreffende containers, 1956, van de hieruit voortgevloeide regelingen die zijn getroffen onder auspiciën van de Verenigde Naties, van de Douane-overeenkomst betreffende containers, 1972, of van alle internationale regelingen waardoor laatstbedoelde Overeenkomst zou worden vervangen of gewijzigd, worden geacht te voldoen aan het bepaalde in het eerste lid van dit artikel en moeten, zonder nieuwe goedkeuring, worden aanvaard voor vervoer onder de TIR-regeling.

Artikel 14
1.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich het recht voor om erkenning te weigeren van de geldigheid van de goedkeuring van wegvoertuigen of containers die niet voldoen aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 12 en 13 hierboven. De Overeenkomstsluitende Partijen vermijden evenwel het vervoer op te houden wanneer de vastgestelde gebreken zo onbelangrijk zijn dat daardoor geen fraude kan ontstaan.

2.

Alvorens opnieuw te worden gebruikt voor goederenvervoer onder douaneverzegeling, moeten de wegvoertuigen of de containers die niet meer voldoen aan de voorwaarden op grond waarvan zij destijds zijn goedgekeurd, hetzij in de oorspronkelijke staat worden teruggebracht hetzij opnieuw worden goedgekeurd.

b). PROCEDURE BETREFFENDE HET VERVOER ONDER DEKKING VAN EEN CARNET TIR

Artikel 15
1.

Geen enkel bijzonder douanedocument is vereist bij de tijdelijke invoer van het wegvoertuig, de vervoerscombinatie of de container gebruikt voor het goederenvervoer onder de TIR-regeling. Geen enkele garantie is vereist voor het wegvoertuig, de vervoerscombinatie of de container.

2.

Het bepaalde in het eerste lid van dit artikel kan een Overeenkomstsluitende Partij niet beletten te eisen dat op het douanekantoor van bestemming de in haar nationale bepalingen voorgeschreven formaliteiten worden vervuld, ten einde te waarborgen dat het wegvoertuig, de vervoerscombinatie of de container weer worden uitgevoerd wanneer het TIR-vervoer is beëindigd.

Artikel 16

Wanneer een TIR-vervoer plaatsvindt met een wegvoertuig of met een vervoerscombinatie, moet dit voertuig of deze vervoerscombinatie aan de voorzijde en aan de achterzijde zijn voorzien van een zelfde rechthoekige plaat met het opschrift „TIR”, waarvan de kenmerken in bijlage 5 bij deze Overeenkomst zijn omschreven. Deze platen moeten zodanig zijn aangebracht dat zij goed zichtbaar zijn. Zij moeten afneembaar zijn of op zodanige wijze zijn gemonteerd of ontworpen dat zij kunnen worden omgedraaid, afgedekt, opgeklapt, dan wel op enige andere wijze aangeven dat er geen TIR-vervoer plaatsvindt.

Artikel 17
1.

Voor elk wegvoertuig en voor elke container dient een afzonderlijk carnet TIR te worden opgemaakt. Er kan evenwel worden volstaan met één enkel carnet TIR voor een vervoerscombinatie of voor verschillende containers die op één wegvoertuig of op één vervoerscombinatie worden geladen. In dat geval wordt de inhoud van ieder voertuig dat deel uitmaakt van een vervoerscombinatie, respectievelijk de inhoud van iedere container, afzonderlijk vermeld op het goederenmanifest van het carnet TIR.

2.

Het carnet TIR is geldig voor slechts één reis. Het dient ten minste zoveel uitscheurbare stroken te bevatten als voor het desbetreffende TIR-vervoer nodig zijn.

Artikel 18

Voor een TIR-vervoer mogen er verscheidene douanekantoren van vertrek en van bestemming zijn, mits het totale aantal douanekantoren van vertrek en van bestemming niet meer dan acht bedraagt. Het carnet TIR kan slechts worden aangeboden bij douanekantoren van bestemming indien alle douanekantoren van vertrek het carnet TIR hebben ingeschreven.

Douaneautoriteiten kunnen het maximumaantal douanekantoren van vertrek (of bestemming) op hun grondgebied beperken tot minder dan zeven, maar niet minder dan drie.

Artikel 19

De goederen en het wegvoertuig, de vervoerscombinatie of de container moeten met het carnet TIR worden aangeboden op het douanekantoor van vertrek. De douaneautoriteiten van het land van vertrek nemen de nodige maatregelen om zich te overtuigen van de juistheid van het goederenmanifest, om de douaneverzegeling aan te brengen of om de douaneverzegeling te controleren die onder de verantwoordelijkheid van bedoelde douaneautoriteiten is aangebracht door hiertoe naar behoren gemachtigde personen.

Artikel 20

De bevoegde douaneautoriteiten kunnen voor het af te leggen traject over het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij of verschillende Overeenkomstsluitende Partijen die een douane-unie of economische unie vormen.

Artikel 21

Op ieder douanekantoor van doorgang alsmede op de douanekantoren van bestemming worden het wegvoertuig, de vervoerscombinatie of de container met de lading en het daarop betrekking hebbende carnet TIR ter controle aan de douaneautoriteiten aangeboden.

Artikel 22
1.

In de regel, en behalve wanneer de goederen worden gevisiteerd in toepassing van artikel 5, tweede lid, aanvaarden de douaneautoriteiten van de douanekantoren van doorgang van iedere Overeenkomstsluitende Partij de douaneverzegeling van de andere Overeenkomstsluitende Partijen, mits deze verzegeling intact is. Bedoelde douaneautoriteiten kunnen evenwel hun eigen verzegeling eraan toevoegen, indien dit voor de controle noodzakelijk is.

2.

De douaneverzegeling die aldus is aanvaard door een Overeenkomstsluitende Partij, geniet op het grondgebied van die Partij dezelfde juridische bescherming als de nationale verzegeling.

Artikel 23

De douaneautoriteiten mogen slechts in uitzonderingsgevallen

  • -. op het grondgebied van hun land de wegvoertuigen, de vervoerscombinaties of de containers op kosten van de vervoerders doen begeleiden,
  • -. de lading van de wegvoertuigen, de vervoerscombinaties of de containers onderweg controleren en visiteren.
Artikel 24

Indien de douaneautoriteiten onderweg of op een douanekantoor van doorgang de lading van een wegvoertuig, een vervoerscombinatie of een container visiteren, vermelden zij de opnieuw aangebrachte verzegeling, alsmede de aard van de verrichte controle, op de in hun land gebezigde stroken van het carnet TIR, op de stam van deze stroken en op de stroken die in het carnet achterblijven.

Artikel 25

Indien een douaneverzegeling onderweg is verbroken in andere gevallen dan die bedoeld in de artikelen 24 en 35, of indien goederen zijn teloorgegaan of zijn beschadigd zonder dat de verzegeling werd verbroken, wordt de in bijlage 1 bij deze Overeenkomst voor het gebruik van het carnet TIR vastgestelde procedure gevolgd, zulks onverminderd de eventuele toepassing van de bepalingen van de nationale wetgevingen en wordt een proces-verbaal van bevinding opgemaakt, dat zich in het carnet TIR bevindt.

Artikel 26
1.

Wanneer het vervoer onder dekking van een carnet TIR voor een gedeelte van het traject plaatsvindt over het grondgebied van een Staat die geen Partij is bij deze Overeenkomst, wordt het TIR-vervoer voor dat gedeelte opgeschort. In dat geval aanvaarden de douaneautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij over het grondgebied waarvan het vervoer vervolgens geschiedt, het carnet TIR voor de hervatting van het TIR-vervoer mits de douaneverzegeling en/of de herkenningstekens intact zijn gebleven. Wanneer de douaneverzegelingen niet intact zijn gebleven, kunnen de douaneautoriteiten het carnet TIR voor hervatting van het TIR-vervoer aanvaarden ingevolge de bepalingen van artikel 25.

2.

Dit geldt eveneens voor het gedeelte van het traject waarover het carnet TIR niet door de houder van het carnet wordt gebruikt op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij, wegens het bestaan van eenvoudiger procedures voor douanevervoer of wanneer een regeling voor douanevervoer niet noodzakelijk is.

3.

In deze gevallen worden de douanekantoren waar het TIR-vervoer wordt onderbroken of hervat, respectievelijk beschouwd als kantoren van doorgang bij het uitgaan of het binnenkomen.

Artikel 27

Behoudens de bepalingen van deze Overeenkomst, in het bijzonder het bepaalde in artikel 18, kan een douanekantoor van bestemming dat oorspronkelijk als zodanig is aangewezen, door een ander douanekantoor van bestemming worden vervangen.

Artikel 28
1.

De beëindiging van een TIR-operatie wordt onmiddellijk door de douaneautoriteiten gecertificeerd. De beëindiging van een TIR-operatie kan zonder of met voorbehoud worden gecertificeerd: wanneer een beëindiging wordt gecertificeerd met voorbehoud, dient dit gebaseerd te zijn op feiten die met de TIR-operatie zelf verband houden. Deze feiten moeten duidelijk in het carnet TIR worden vermeld.

2.

In gevallen waarin de goederen onder een andere douaneregeling of een ander systeem van douanetoezicht worden geplaatst, wordt geen van de eventueel onder die andere douaneregeling of dat andere systeem van douanetoezicht begane onregelmatigheden toegerekend aan de houder van het carnet TIR als zodanig of aan een andere persoon die namens hem optreedt.

c). BEPALINGEN BETREFFENDE HET VERVOER VAN ZWARE OF OMVANGRIJKE GOEDEREN

Artikel 29
1.

De bepalingen van dit deel zijn slechts van toepassing op het vervoer van zware of omvangrijke goederen, zoals omschreven in artikel 1, onderdeel p), van deze Overeenkomst.

2.

Wanneer de bepalingen van dit deel van toepassing zijn, kan het vervoer van zware of omvangrijke goederen, indien de autoriteiten van het douanekantoor van vertrek zulks beslissen, geschieden met niet-verzegelde voertuigen of containers.

3.

De bepalingen van dit deel zijn slechts van toepassing indien het, naar het oordeel van de autoriteiten van het douanekantoor van vertrek, mogelijk is de zware of omvangrijke goederen, alsmede, in voorkomend geval, het gelijktijdig vervoerde toebehoren, aan de hand van de daarvan gegeven omschrijving op eenvoudige wijze te identificeren, of ze te voorzien van douaneverzegeling en/of herkenningstekens, ten einde te verhinderen dat deze goederen worden verwisseld of dat er iets aan wordt onttrokken zonder dat daarvan duidelijke sporen achterblijven.

Artikel 30

Alle bepalingen van deze Overeenkomst waarvan niet wordt afgeweken door bijzondere bepalingen van dit deel, zijn van toepassing op het vervoer van zware of omvangrijke goederen onder de TIR-regeling.

Artikel 31

De aansprakelijkheid van de organisatie die zich garant heeft gesteld, heeft niet alleen betrekking op de goederen die in het carnet TIR zijn vermeld, doch tevens op de goederen die, hoewel zij niet in dat carnet zijn vermeld, aanwezig zijn op de laadvloer of zich tussen de in het carnet TIR vermelde goederen bevinden.

Artikel 32

Op het omslag en op alle stroken van het te gebruiken carnet TIR moet de aanduiding „zware of omvangrijke goederen” voorkomen in vette letters in de Engelse of de Franse taal.

Artikel 33

De autoriteiten van het douanekantoor van vertrek kunnen eisen dat bij het carnet TIR de paklijsten, foto’s, tekeningen, enz. worden gevoegd die noodzakelijk blijken te zijn voor de identificatie van de vervoerde goederen. In dat geval moeten deze stukken door de douaneautoriteiten worden gewaarmerkt, terwijl een exemplaar van deze stukken aan de binnenkant van het omslag van het carnet TIR wordt gehecht; in alle manifesten van het carnet dient naar deze stukken te worden verwezen.

Artikel 34

De autoriteiten van de douanekantoren van doorgang van elke Overeenkomstsluitende Partij aanvaarden de douaneverzegeling en/of de herkenningstekens die zijn aangebracht door de bevoegde autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partijen. Zij kunnen evenwel een andere verzegeling en/of herkenningstekens hieraan toevoegen en vermelden dan deze nieuw aangebrachte verzegeling en/of herkenningstekens op de in hun land te gebruiken stroken van het carnet TIR, op de stam van deze stroken alsmede op de stroken die in het carnet TIR achterblijven.

Artikel 35

Indien de douaneautoriteiten bij visitatie van de lading onderweg of op een douanekantoor van doorgang genoodzaakt zijn de verzegeling te verbreken en/of de herkenningstekens te verwijderen, vermelden zij de nieuw aangebrachte verzegeling en/of herkenningstekens op de in hun land te gebruiken stroken van het carnet TIR, op de stam van deze stroken alsmede op de stroken die in het carnet TIR achterblijven.

Hoofdstuk IV. ONREGELMATIGHEDEN

Artikel 36

Iedere inbreuk op de bepalingen van deze Overeenkomst stelt de overtreder in het land waar het strafbare feit is begaan, bloot aan de straffen voorzien in de wetgeving van dat land.

Artikel 37

Wanneer het niet mogelijk is vast te stellen op welk grondgebied een onregelmatigheid is begaan, dan wordt deze geacht te zijn begaan op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij waar zij is vastgesteld.

Artikel 38
1.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht iedere persoon die zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige of herhaalde inbreuken op de douanewetten en -reglementen die gelden ten aanzien van het internationale vervoer van goederen, tijdelijk of voorgoed uit te sluiten van de toepassing van de bepalingen van deze Overeenkomst. De omstandigheden waaronder de inbreuk op de douanewetten en -reglementen als ernstig wordt beschouwd, worden door de Overeenkomstsluitende Partij bepaald.

2.

Van deze uitsluiting wordt onverwijld mededeling gedaan aan de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan de desbetreffende persoon is gevestigd of woont, aan de organisatie(s) in het land of douanegebied waar de inbreuk is gepleegd en aan het TIR Uitvoerend Comité.

Artikel 39

Wanneer het TIR-vervoer anderszins als regelmatig wordt beschouwd,

    1. vermelden de Overeenkomstsluitende Partijen geen geringe afwijkingen van de vastgestelde termijn of de voorgeschreven route.
    1. worden ook de verschillen tussen de gegevens op het goederenmanifest van het carnet TIR en de inhoud van het wegvoertuig, van een vervoerscombinatie of van de container niet beschouwd als inbreuken, in de zin van deze Overeenkomst, door de houder van het carnet TIR, wanneer ten genoegen van de bevoegde autoriteiten wordt aangetoond dat deze verschillen niet zijn te wijten aan bewust of uit nalatigheid gemaakte fouten bij het laden of het verzenden van de goederen of bij het opmaken van het manifest.
Artikel 40

De douaneautoriteiten van het land van vertrek en van bestemming stellen de houder van het carnet TIR niet verantwoordelijk voor de verschillen die mochten worden vastgesteld in die landen, wanneer die verschillen in feite betrekking hebben op de douaneregelingen van vóór of na het TIR-vervoer en waarbij de houder van dat carnet niet was betrokken.

Artikel 41

Wanneer ten genoegen van de douaneautoriteiten is aangetoond dat de op het manifest van een carnet TIR vermelde goederen door een ongeval of door overmacht zijn vernietigd of teloor gegaan of dat er tekorten zijn ontstaan in verband met hun aard, wordt ontheffing verleend van betaling van de feitelijk verschuldigde rechten en heffingen.

Artikel 42

Op een met redenen omkleed verzoek van een Overeenkomstsluitende Partij verstrekken de bevoegde autoriteiten van de bij een TIR-vervoer betrokken Overeenkomstsluitende Partijen bedoelde Partij alle beschikbare gegevens die nodig mochten zijn voor de toepassing van het bepaalde in de artikelen 39, 40 en 41 hierboven.

Artikel 42 bis

De bevoegde autoriteiten nemen in nauwe samenwerking met de organisaties alle noodzakelijke maatregelen ter verzekering van het correcte gebruik van de carnets TIR. Hiertoe kunnen zij passende nationale en internationale controlemaatregelen nemen. De in dit verband door de bevoegde autoriteiten genomen nationale controlemaatregelen worden onverwijld ter kennis gebracht van het TIR Uitvoerend Comité, die zal toetsen of zij in overeenstemming zijn met de bepalingen van de Overeenkomst. De internationale controlemaatregelen worden aangenomen door de Commissie van beheer.

Hoofdstuk V. TOELICHTING

Artikel 43

In de toelichtingen in Bijlage 6, in deel III van Bijlage 7 en in deel II van Bijlage 11 wordt uitlegging gegeven van enkele bepalingen van deze Overeenkomst en van de daarbij behorende bijlagen; zij bevatten tevens enkele aanbevelingen.

Hoofdstuk VI. DIVERSE BEPALINGEN

Artikel 44

Iedere Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de betrokken organisaties die zich garant hebben gesteld, faciliteiten wat betreft:

  • a). de overmaking van de deviezen die nodig zijn voor de betaling van de bedragen die door de autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen worden gevorderd krachtens het bepaalde in artikel 8 van deze Overeenkomst, en
  • b). de overmaking van de deviezen die nodig zijn voor de betaling van de carnets TIR die aan de organisaties die zich garant hebben gesteld worden gezonden door soortgelijke buitenlandse organisaties of door de internationale organisaties.
Artikel 45

Iedere Overeenkomstsluitende Partij zorgt voor publikatie van de lijst van de douanekantoren van vertrek, van doorgang en van bestemming die zij heeft aangewezen voor het TIR-vervoer. De Overeenkomstsluitende Partijen waarvan de grondgebieden aan elkaar grenzen, plegen overleg om gezamenlijk tegenover elkaar gelegen grenskantoren aan te wijzen en hiervan de openingstijden vast te stellen.

Artikel 46
1.

Wat betreft de in deze Overeenkomst vermelde douanewerkzaamheden, behoeft voor de handelingen van het douanepersoneel geen vergoeding te worden betaald, tenzij deze handelingen plaatsvinden buiten de dagen, de uren en de plaatsen die normaal voor deze werkzaamheden zijn vastgesteld.

2.

Voor zover mogelijk vergemakkelijken de Overeenkomstsluitende Partijen op de douanekantoren de douanewerkzaamheden met betrekking tot bederfelijke goederen.

Artikel 47
1.

De bepalingen van deze Overeenkomst vormen geen beletsel voor de toepassing van beperkingen en controles die voortvloeien uit nationale bepalingen en die zijn gebaseerd op overwegingen van openbare zedelijkheid, openbare veiligheid, hygiëne of volksgezondheid, op veterinaire of fytopathologische overwegingen, en evenmin voor de heffing van bedragen die zijn verschuldigd uit hoofde van deze bepalingen.

2.

De bepalingen van deze Overeenkomst vormen geen beletsel voor de toepassing van andere nationale of internationale bepalingen die het vervoer regelen.

Artikel 48

Geen enkele bepaling van deze Overeenkomst ontneemt de Overeenkomstsluitende Partijen die een douane-unie of een economische unie vormen, het recht bijzondere voorschriften vast te stellen met betrekking tot het vervoer uit, naar of over hun grondgebieden, mits deze voorschriften geen afbreuk doen aan de faciliteiten die in deze Overeenkomst zijn voorzien.

Artikel 49

Deze Overeenkomst vormt geen beletsel voor de toepassing van ruimere faciliteiten die de Overeenkomstsluitende Partijen verlenen of zouden willen verlenen, hetzij in verband met unilaterale bepalingen, hetzij krachtens bilaterale of multilaterale overeenkomsten, mits de aldus verleende faciliteiten geen belemmering vormen voor de toepassing van de bepalingen van deze Overeenkomst en in het bijzonder niet voor het TIR-vervoer zelf.

Artikel 50

De Overeenkomstsluitende Partijen verstrekken elkaar, op verzoek, de gegevens die nodig zijn voor de toepassing van de bepalingen van deze Overeenkomst, en met name de gegevens betreffende de goedkeuring van wegvoertuigen of containers alsmede betreffende de technische gegevens over de bouw van deze voertuigen en containers.

Artikel 51

De bijlagen bij deze Overeenkomst vormen een integrerend deel van deze Overeenkomst.

Hoofdstuk VII. SLOTBEPALINGEN

Artikel 52. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding
1.

Alle Staten die Lid zijn van de Verenigde Naties of van een van de gespecialiseerde organisaties daarvan of van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie of die Partij zijn bij het Statuut van het Internationale Gerechtshof, alsmede iedere andere Staat die daartoe wordt uitgenodigd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, kunnen Partij bij deze Overeenkomst worden:

  • a). door ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring,
  • b). door nederlegging van een akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring na de Overeenkomst te hebben ondertekend onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, of
  • c). door nederlegging van een akte van toetreding.
2.

Deze Overeenkomst staat van 1 januari 1976 tot en met 31 december 1976 op het kantoor van de Verenigde Naties te Genève open voor ondertekening door de Staten bedoeld in het eerste lid van dit artikel. Na deze datum staat zij open voor toetreding door deze Staten.

3.

Douane-unies of economische unies kunnen eveneens, overeenkomstig het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel, Partij worden bij deze Overeenkomst tegelijk met al hun Lid-Staten of te allen tijde nadat al hun Lid-Staten Partij zijn geworden bij deze Overeenkomst. Deze unies hebben evenwel geen stemrecht.

4.

De akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

Artikel 53. Inwerkingtreding
1.

Deze Overeenkomst treedt in werking zes maanden na de datum waarop vijf van de Staten bedoeld in artikel 52, eerste lid, deze Overeenkomst hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring of hun akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd.

2.

Nadat vijf van de Staten bedoeld in artikel 52, eerste lid, deze Overeenkomst hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring of hun akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd, treedt deze Overeenkomst voor alle nieuwe Overeenkomstsluitende Partijen in werking zes maanden na de datum van nederlegging van hun akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.

3.

Iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding die is nedergelegd na de inwerkingtreding van een wijziging van deze Overeenkomst, wordt beschouwd te gelden voor de gewijzigde tekst van deze Overeenkomst.

4.

Iedere akte van deze aard die is nedergelegd na aanvaarding van een wijziging maar vóór de inwerkingtreding daarvan, wordt geacht te gelden voor de gewijzigde tekst van deze Overeenkomst op de datum waarop de wijziging in werking treedt.

Artikel 54. Opzegging
1.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij kan deze Overeenkomst opzeggen door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving.

2.

De opzegging wordt van kracht vijftien maanden na de datum waarop de Secretaris-Generaal de kennisgeving van opzegging heeft ontvangen.

3.

De geldigheid van de carnets TIR die zijn ingeschreven door het douanekantoor van vertrek vóór de datum waarop de opzegging van kracht wordt, wordt niet beïnvloed door deze opzegging, en de garantie van de organisaties die zich garant hebben gesteld blijft bestaan overeenkomstig de in deze Overeenkomst vastgelegde voorwaarden.

Artikel 55. Beëindiging

Indien na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst het aantal Staten dat Overeenkomstsluitende Partij is, gedurende een tijdvak van twaalf achtereenvolgende maanden minder dan vijf bedraagt, zal deze Overeenkomst ophouden van kracht te zijn na het verstrijken van het bedoelde tijdvak van twaalf maanden.

Artikel 56. Beëindiging van de TIR-Overeenkomst, 1959
1.

In de betrekkingen tussen de Partijen bij deze Overeenkomst, wordt de TIR-Overeenkomst, 1959, beëindigd en vervangen door de onderhavige Overeenkomst zodra deze in werking treedt.

2.

De certificaten van goedkeuring die voor wegvoertuigen en containers zijn afgegeven overeenkomstig de in de TIR-Overeenkomst, 1959 vastgelegde voorwaarden, worden, voor de periode waarin zij geldig zijn of gedurende de verlenging daarvan, voor het vervoer van goederen onder douaneverzegeling aanvaard door de Partijen bij deze Overeenkomst, mits deze voertuigen en containers blijven voldoen aan de voorwaarden op grond waarvan zij destijds zijn goedgekeurd.

Artikel 57. Regeling van geschillen
1.

Ieder geschil tussen twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst wordt voor zover mogelijk geregeld door middel van onderhandelingen tussen de betrokken Partijen of op een andere wijze.

2.

Ieder geschil tussen twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst dat niet kan worden geregeld op de wijze bedoeld in het eerste lid van dit artikel, wordt op verzoek van een van de partijen voorgelegd aan een scheidsgerecht dat als volgt wordt samengesteld: elk der bij het geschil betrokken partijen wijst een scheidsman aan en deze scheidsmannen wijzen nog een scheidsman aan die voorzitter zal zijn. Indien een van de partijen, drie maanden na hiertoe een verzoek te hebben ontvangen, geen scheidsman heeft aangewezen, of indien de scheidsmannen geen voorzitter hebben kunnen kiezen, kan een van deze partijen de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties verzoeken de scheidsman of de voorzitter van het scheidsgerecht aan te wijzen.

3.

De beslissing van het scheidsgerecht, dat is samengesteld overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid, is bindend voor alle bij het geschil betrokken partijen.

4.

Het scheidsgerecht stelt zijn eigen procedureregels vast.

5.

De beslissingen van het scheidsgerecht worden genomen met meerderheid van stemmen.

6.

ledere onenigheid die tussen de bij het geschil betrokken partijen zou kunnen ontstaan ten aanzien van de uitlegging en de uitvoering van de uitspraak van het scheidsgerecht, kan door een van de partijen ter beslissing worden voorgelegd aan het scheidsgerecht dat de uitspraak heeft gedaan.

Artikel 58. Voorbehoud
1.

Iedere Staat kan bij ondertekening of bekrachtiging van dan wel bij toetreding tot deze Overeenkomst verklaren zich niet gebonden te achten door het bepaalde in artikel 57, tweede t/m zesde lid, van deze Overeenkomst. De andere Overeenkomstsluitende Partijen zijn door het bepaalde in deze leden niet gebonden jegens iedere Overeenkomstsluitende Partij die een zodanig voorbehoud heeft gemaakt.

2.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij die een voorbehoud heeft gemaakt overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, kan dit voorbehoud te allen tijde intrekken door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving.

3.

Met uitzondering van het voorbehoud bedoeld in het eerste lid van dit artikel, is geen enkel voorbehoud ten aanzien van deze Overeenkomst toegestaan.

Artikel 58 bis. Commissie van beheer

Er wordt een Commissie van beheer ingesteld die is samengesteld uit alle Overeenkomstsluitende Partijen. De samenstelling, de taken en het reglement van orde van de Commissie van beheer worden uiteengezet in bijlage 8.

Artikel 58 ter. TIR Uitvoerend Comité

De Commissie van beheer stelt een TIR Uitvoerend Comité in als ondergeschikt orgaan dat namens haar de taken zal uitvoeren die haar door de Overeenkomst en door de Commissie van beheer worden opgedragen. De samenstelling, de taken en het reglement van orde van het TIR Uitvoerend Comité worden uiteengezet in bijlage 8.

Artikel 59. Procedure van wijziging van deze Overeenkomst
1.

Deze Overeenkomst, met inbegrip van de bijlagen, kan worden gewijzigd op voorstel van een Overeenkomstsluitende Partij overeenkomstig de procedure waarin dit artikel voorziet.

2.

Behoudens het bepaalde in artikel 60 bis wordt iedere op deze Overeenkomst voorgestelde wijziging onderzocht door het Administratief Comité dat is samengesteld uit alle Overeenkomstsluitende Partijen overeenkomstig het in Bijlage 8 opgenomen reglement van orde. Iedere wijziging van die aard, die is onderzocht of voorbereid tijdens de bijeenkomst van het Administratief Comité en door dit comité is aangenomen met een meerderheid van twee derde van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen, wordt door de Secretaris-generaal van de Verenigde Naties aan de Overeenkomstsluitende Partijen voor aanvaarding meegedeeld.

3.

Behoudens het bepaalde in de artikelen 60 en 60 bis treedt iedere voorgestelde wijziging die overeenkomstig het voorgaande lid is meegedeeld, voor alle Overeenkomstsluitende Partijen in werking drie maanden na de periode van twaalf maanden volgende op de datum waarop de mededeling is gedaan, tenzij een Staat die Overeenkomstsluitende Partij is, in die periode bij de Secretaris-generaal van de Verenigde Naties bezwaar tegen de voorgestelde wijziging heeft gemaakt.

4.

Indien overeenkomstig lid 3 van dit artikel bezwaar is gemaakt tegen de voorgestelde wijziging, wordt de wijziging geacht niet te zijn aanvaard en wordt deze niet van kracht.

Artikel 60. Bijzondere procedure voor het wijzigen van de Bijlagen 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10
1.

Iedere op de Bijlagen 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 voorgestelde wijziging die is onderzocht overeenkomstig artikel 59, eerste en tweede lid, treedt in werking op een datum die door de Commissie van Beheer zal worden vastgesteld op het tijdstip waarop de wijziging wordt aangenomen, tenzij op een tegelijkertijd door de Commissie van Beheer vast te stellen eerdere datum een vijfde van de Staten die Overeenkomstsluitende Partij zijn of vijf Staten die Overeenkomstsluitende Partij zijn, al naar gelang welk aantal lager is, de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties ervan in kennis hebben gesteld dat zij bezwaar maken tegen de wijziging. De in dit lid bedoelde data worden door de Commissie van Beheer vastgesteld met een meerderheid van twee derde van haar aanwezige leden die hun stem uitbrengen.

2.

Een wijziging die is aangenomen overeenkomstig de procedure bedoeld in het eerste lid hierboven, treedt, zodra zij van kracht wordt, voor alle Overeenkomstsluitende Partijen in de plaats van de vroegere bepaling of bepalingen waarop zij betrekking heeft.

Artikel 61. Verzoeken, mededelingen en bezwaren

De Secretaris-generaal van de Verenigde Naties geeft alle Overeenkomstsluitende Partijen en alle Staten bedoeld in artikel 52, lid 1, van deze Overeenkomst kennis van ieder verzoek, mededeling of bezwaar overeenkomstig de artikelen 59, 60 en 60 bis alsook van het tijdstip waarop een wijziging in werking treedt.

Artikel 62. Herzieningsconferentie
1.

Iedere Staat die Overeenkomstsluitende Partij is, kan door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving verzoeken om bijeenroeping van een conferentie met het doel deze Overeenkomst te herzien.

2.

Een herzieningsconferentie, waarvoor alle Overeenkomstsluitende Partijen en alle in artikel 52, eerste lid, bedoelde Staten worden uitgenodigd, wordt bijeengeroepen door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties indien, binnen zes maanden na de datum waarop de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties de kennisgeving heeft verzonden, ten minste een vierde van de Staten die Overeenkomstsluitende Partij zijn hem mededelen dat zij met het verzoek instemmen.

3.

Een herzieningsconferentie waarvoor alle Overeenkomstsluitende Partijen en alle in artikel 52, eerste lid, bedoelde Staten worden uitgenodigd, wordt eveneens bijeengeroepen door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties nadat de Commissie van beheer hiertoe een verzoek heeft ingediend. Het besluit een dergelijk verzoek in te dienen, wordt door de Commissie van beheer genomen met een meerderheid van haar aanwezige leden die hun stem uitbrengen.

4.

Indien een conferentie wordt bijeengeroepen in toepassing van het bepaalde in het eerste of het derde lid van dit artikel, doet de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties hiervan alle Overeenkomstsluitende Partijen mededeling en nodigt hen uit om binnen een termijn van drie maanden de voorstellen in te dienen die zij aan de conferentie zouden willen voorleggen. De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties doet alle Overeenkomstsluitende Partijen een voorlopige agenda van de conferentie alsmede de tekst van bedoelde voorstellen toekomen ten minste drie maanden voordat de conferentie wordt geopend.

Artikel 63. Kennisgevingen

Behalve van de kennisgevingen en mededelingen bedoeld in de artikelen 61 en 62, doet de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties alle in artikel 52 bedoelde Staten kennisgeving van:

  • a). de ondertekeningen, bekrachtigingen, aanvaardingen, goedkeuringen en toetredingen krachtens artikel 52;
  • b). de data van inwerkingtreding van deze Overeenkomst krachtens artikel 53;
  • d). de beëindiging van deze Overeenkomst krachtens artikel 55;
  • e). elk voorbehoud dat is gemaakt krachtens artikel 58.
Artikel 64. Authentieke tekst

Na 31 december 1976 wordt het originele exemplaar van deze Overeenkomst nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die hiervan voor eensluidend gewaarmerkte afschriften doet toekomen aan iedere Overeenkomstsluitende Partij alsmede aan iedere Staat bedoeld in artikel 52, eerste lid, die geen Overeenkomstsluitende Partij is.

SAMENSTELLING, TAKEN EN REGLEMENT VAN ORDE VAN DE COMMISSIE VAN BEHEER

Artikel 1

i. De Overeenkomstsluitende Partijen zijn lid van de Commissie van Beheer.

ii. De Commissie kan besluiten dat de bevoegde administraties van de in artikel 52, eerste lid, van deze Overeenkomst bedoelde Staten die geen Overeenkomstsluitende Partij zijn, of vertegenwoordigers van internationale organisaties haar zittingen als waarnemers kunnen bijwonen voor aangelegenheden die hun aangaan.

Artikel 1 bis
1.

De Commissie onderzoekt ieder voorstel tot wijziging van de Overeenkomst overeenkomstig artikel 59, eerste en tweede lid.

2.

De Commissie ziet toe op de naleving van de Overeenkomst en onderzoekt alle maatregelen die ingevolge de Overeenkomst worden genomen door de Overeenkomstsluitende Partijen, door de organisaties en door de internationale organisaties, en onderzoekt of deze maatregelen in overeenstemming zijn met de Overeenkomst.

3.

De Commissie houdt, door tussenkomst van het TIR Uitvoerend Comité, toezicht op de toepassing van de Overeenkomst op nationaal en internationaal niveau en levert hierbij ondersteuning.

4.

De Commissie ontvangt en onderzoekt de door de accountant gecontroleerde jaarrekeningen en het (de) accountantsverslag(en) die door de internationale organisatie ingevolge de verplichtingen uit hoofde van Bijlage 9, Deel III, zijn ingediend. De Commissie kan tijdens en binnen de reikwijdte van het onderzoek de internationale organisatie of de onafhankelijke externe accountant om aanvullende informatie, verduidelijking of documenten vragen.

5.

Onverminderd het in het vierde lid genoemde onderzoek, heeft de Commissie het recht, op basis van een risicobeoordeling, aanvullende onderzoeken te verlangen. De Commissie geeft het TIR Uitvoerend Comité opdracht de risicobeoordeling uit te voeren of vraagt de bevoegde diensten van de Verenigde Naties dit te doen.

De reikwijdte van de aanvullende onderzoeken wordt bepaald door de Commissie, rekening houdend met de risicobeoordeling door het TIR Uitvoerend Comité of de bevoegde diensten van de Verenigde Naties.

De resultaten van alle in dit artikel bedoelde onderzoeken worden door het TIR Uitvoerend Comité bewaard en ter overweging aan alle Overeenkomstsluitende Partijen verstrekt.

6.

De procedure voor het uitvoeren van de aanvullende onderzoeken moet door de Commissie worden goedgekeurd.

Artikel 2

De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties verleent de Commissie secretariaatsdiensten.

Artikel 3

De Commissie kiest ieder jaar in haar eerste zitting haar voorzitter en haar vice-voorzitter.

Artikel 4

De Commissie wordt ieder jaar, en telkens wanneer hiertoe een verzoek wordt ingediend door de bevoegde administraties van ten minste vijf Staten die Overeenkomstsluitende Partij zijn, door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties bijeengeroepen onder auspiciën van de Europese Commissie voor Europa.

Artikel 5

Voorstellen worden in stemming gebracht. Iedere Staat die Overeenkomstsluitende Partij is en die op de zitting is vertegenwoordigd, beschikt over één stem. Voorstellen die geen wijzigingen op deze Overeenkomst betreffen, worden door de Commissie aangenomen met een meerderheid van stemmen uitgebracht door de aanwezige leden die hun stem uitbrengen. Wijzigingen op deze Overeenkomst, alsmede de besluiten bedoeld in de artikelen 59 en 60 van deze Overeenkomst, worden aangenomen met een meerderheid van twee derde van de stemmen uitgebracht door de aanwezige leden die hun stem uitbrengen.

Artikel 6

Voor het nemen van besluiten is een quorum vereist van ten minste de helft van de Staten die Overeenkomstsluitende Partij zijn.

Artikel 7

De Commissie neemt haar verslag aan voordat haar zitting wordt gesloten.

Artikel 8

Indien in deze bijlage ter zake dienende bepalingen ontbreken, is het reglement van orde van de Economische Commissie voor Europa van toepassing tenzij de Commissie van Beheer anders bepaalt.

SAMENSTELLING, TAKEN EN REGLEMENT VAN ORDE VAN HET TIR UITVOEREND COMITÉ

Artikel 9
1.

Het ingevolge artikel 58 ter door de Commissie van Beheer in het leven geroepen TIR Uitvoerend Comité bestaat uit negen leden van verschillende Overeenkomstsluitende Partijen. De Secretaris van de TIR-Overeenkomst woont de zittingen van de Controlecommissie bij.

2.

De leden van het TIR Uitvoerend Comité worden gekozen met een meerderheid van stemmen van de aanwezige leden van de Commissie van Beheer die hun stem uitbrengen. De ambtstermijn van elk van de leden van het TIR Uitvoerend Comité is twee jaar. De leden van het TIR Uitvoerend Comité zijn herkiesbaar. Het mandaat van het TIR Uitvoerend Comité wordt opgesteld door de Commissie van Beheer.

Artikel 10

Het TIR Uitvoerend Comité:

  • a. houdt toezicht op de toepassing van de Overeenkomst, met inbegrip van het functioneren van het garantstellingssysteem, en verricht de taken die haar door de Commissie van Beheer worden toevertrouwd;
  • b. houdt toezicht op het centraal drukken en de centrale afgifte van carnets TIR aan organisaties; deze taak kan worden uitgevoerd door een in artikel 6 bedoelde erkende internationale organisatie.
  • c. coördineert en bevordert de uitwisseling van vertrouwelijke gegevens en andere informatie tussen de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen.
  • d. coördineert en bevordert de uitwisseling van gegevens tussen de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen, de organisaties en de internationale organisaties;
  • e. vergemakkelijkt de beslechting van geschillen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen, de organisaties, de verzekeringsmaatschappijen en de internationale organisaties, onverminderd het in artikel 57 ten aanzien van de regeling van geschillen bepaalde;
  • f. ondersteunt de opleiding van het personeel van de douaneautoriteiten en de andere betrokken partijen bij de TIR-regeling;
  • g. houdt een centraal register bij voor de verspreiding, aan de Overeenkomstsluitende Partijen, van de gegevens die door de in artikel 6 bedoelde internationale organisaties worden verschaft betreffende alle door de organisaties voorgeschreven regels en procedures voor de afgifte van carnets TIR, voor zover deze betrekking hebben op de in bijlage 9 bedoelde minimumvoorwaarden en -eisen;
  • h. houdt toezicht op de prijs van de carnets TIR.
Artikel 11
1.

De Secretaris van de TIR-Overeenkomst roept op verzoek van de Commissie van Beheer of van ten minste drie leden van het TIR Uitvoerend Comité een zitting van het TIR Uitvoerend Comité bijeen.

2.

Het TIR Uitvoerend Comité stelt alles in het werk om beslissingen bij consensus te nemen. Indien geen consensus kan worden bereikt, wordt over de beslissingen gestemd en worden deze aangenomen met een meerderheid van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen. Voor het nemen van beslissingen is het quorum vijf leden. De Secretaris van de TIR-Overeenkomst heeft geen stem.

3.

Het TIR Uitvoerend Comité kiest een voorzitter en kan aanvullingen op het reglement van orde aannemen.

4.

Ten minste eenmaal per jaar of op verzoek van de Commissie van Beheer brengt het TIR Uitvoerend Comité over zijn activiteiten verslag uit aan de Commissie van Beheer, aan wie hij eveneens een gecontroleerde jaarrekening voorlegt. Het TIR Uitvoerend Comité wordt in de Commissie van Beheer vertegenwoordigd door zijn voorzitter.

5.

Het TIR Uitvoerend Comité bestudeert alle informatie en alle vragen die haar worden toegezonden door de Commissie van Beheer, de Overeenkomstsluitende Partijen, de Secretaris van de TIR-Overeenkomst, de nationale organisaties en de in artikel 6 van de Overeenkomst bedoelde internationale organisaties. Deze internationale organisaties hebben het recht om de zittingen van het TIR Uitvoerend Comité bij te wonen als waarnemer, tenzij de Voorzitter anders bepaalt. Indien nodig kan elke andere organisatie, op uitnodiging van de Voorzitter, als waarnemer de zittingen van het TIR Uitvoerend Comité bijwonen.

Artikel 12

De Secretaris van de TIR-Overeenkomst is lid van het secretariaat van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties. Hij geeft uitvoering aan de besluiten van het TIR Uitvoerend Comité in het kader van het mandaat van het TIR Uitvoerend Comité. De Secretaris van de TIR-Overeenkomst wordt bijgestaan door een TIR-Secretariaat waarvan de omvang door de Commissie van Beheer wordt vastgesteld.

Artikel 13
1.

In afwachting van de verkrijging van andere financieringsbronnen worden de activiteiten van het TIR Uitvoerend Comité en van het TIR-Secretariaat gefinancierd uit een heffing op elk carnet TIR dat door de in artikel 6 bedoelde internationale organisatie wordt afgegeven.

2.

Het bedrag van de heffing en de procedure voor de inning daarvan worden door de Commissie van Beheer vastgelegd na overleg met de in artikel 6 bedoelde internationale organisatie. Elk voorstel tot wijziging van deze heffing behoeft de goedkeuring van de Commissie van Beheer.

Deel I. BEVOEGDVERKLARING VAN DE ORGANISATIES TOT HET AFGEVEN VAN CARNETS TIR

Minimumvoorwaarden en -eisen
1.

De personen die toegang wensen te verkrijgen tot de TIR-regeling, dienen te voldoen aan de volgende minimumvoorwaarden en -eisen:

  • a. Aantoonbare ervaring met of, ten minste, geschiktheid voor het regelmatig verrichten van internationaal vervoer (houder van een vergunning voor internationaal vervoer, enzovoort).
  • b. Gezonde financiële situatie.
  • c. Aantoonbare kennis op het gebied van de toepassing van de TIR-Overeenkomst.
  • d. Geen ernstige of herhaalde overtredingen van de douane- of belastingwetten.
  • e. Een schriftelijke verbintenis ten opzichte van de organisatie, dat de persoon:
  • i. alle ingevolge de Overeenkomst verlangde douaneformaliteiten vervult bij de douanekantoren van vertrek, doorgang en bestemming;
  • ii. de ingevolge artikel 8, eerste en tweede lid, van de Overeenkomst, verschuldigde bedragen betaalt, indien de bevoegde autoriteiten dit eisen, overeenkomstig artikel 8, zevende lid, van de Overeenkomst;
  • iii. voor zover de nationale wetgeving dit toelaat, de organisaties toestaat de gegevens met betrekking tot de hierboven genoemde minimumvoorwaarden en -eisen te verifiëren.
2.

De bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen en de organisaties zelf kunnen aanvullende en meer beperkende voorwaarden en eisen invoeren voor de toegang tot de TIR-regeling, tenzij de bevoegde autoriteiten anders bepalen.

Deel II. BEVOEGDVERKLARING VAN NATUURLIJKE PERSONEN EN RECHTSPERSONEN TOT HET GEBRUIK VAN CARNETS TIR

Minimumvoorwaarden en -eisen
1.

De personen die toegang wensen te verkrijgen tot de TIR-regeling, dienen te voldoen aan de volgende minimumvoorwaarden en -eisen:

  • a. Aantoonbare ervaring met of, ten minste, geschiktheid voor het regelmatig verrichten van internationaal vervoer (houder van een vergunning voor internationaal vervoer, enzovoort).
  • b. Gezonde financiële situatie.
  • c. Aantoonbare kennis op het gebied van de toepassing van de TIR-Overeenkomst.
  • d. Geen ernstige of herhaalde overtredingen van de douane- of belastingwetten.
  • e. Een schriftelijke verbintenis ten opzichte van de organisatie, dat de persoon:
  • i. alle ingevolge de Overeenkomst verlangde douaneformaliteiten vervult bij de douanekantoren van vertrek, doorgang en bestemming;
  • ii. de ingevolge artikel 8, eerste en tweede lid, van de Overeenkomst, verschuldigde bedragen betaalt, indien de bevoegde autoriteiten dit eisen, overeenkomstig artikel 8, zevende lid, van de Overeenkomst;
  • iii. voor zover de nationale wetgeving dit toelaat, de organisaties toestaat de gegevens met betrekking tot de hierboven genoemde minimumvoorwaarden en -eisen te verifiëren.
2.

De bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen en de organisaties zelf kunnen aanvullende en meer beperkende voorwaarden en eisen invoeren voor de toegang tot de TIR-regeling, tenzij de bevoegde autoriteiten anders bepalen.

Procedure
3.

De Overeenkomstsluitende Partijen besluiten, in overeenstemming met de nationale wetgeving, welke procedures moeten worden gevolgd om toegang te verkrijgen tot de TIR-regeling op basis van de in het eerste en tweede lid bedoelde minimumvoorwaarden en -eisen.

4.

Overeenkomstig het standaardmodel van het bevoegdverklaringsformulier (SBF) doen de bevoegde autoriteiten onverwijld, te rekenen vanaf de datum van bevoegdverklaring of van de intrekking van de bevoegdverklaring om carnets TIR te gebruiken, de van iedere persoon verlangde gegevens aan het TIR Uitvoerend Comité toekomen.

5.

De organisaties sturen elke wijziging in de gegevens over gemachtigde personen onverwijld door aan de bevoegde autoriteiten en het TIR-Uitvoerend Orgaan, zodra ze daarvan kennis hebben gekregen.

6.

De bevoegdverklaring om toe te treden tot de TIR-regeling houdt op zichzelf geen recht in op de verkrijging van carnets TIR bij de organisaties.

7.

De bevoegdverklaring van een persoon om carnets TIR te gebruiken in overeenstemming met de hierboven bedoelde minimumvoorwaarden en -eisen laat de verantwoordelijkheden en verplichtingen die krachtens de Overeenkomst op deze persoon rusten, onverlet.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized thereto, have signed this Convention.

DONE at Geneva, this fourteenth day of November one thousand nine hundred and seventy-five, in a single copy in the English, French and Russian languages, the three texts being equally authentic.

Artikel 42 ter

De bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen dienen op passende wijze de bevoegd verklaarde organisaties de informatie te verstrekken die zij nodig hebben om aan de verplichtingen bedoeld in Bijlage 9, deel I, artikel 1, onderdeel f, onder iii, te voldoen.

In Bijlage 10 wordt de informatie uiteengezet die in bijzondere gevallen dient te worden verstrekt.

Hoofdstuk V. TOELICHTING

Hoofdstuk VI. DIVERSE BEPALINGEN

Hoofdstuk VII. SLOTBEPALINGEN

SAMENSTELLING, TAKEN EN REGLEMENT VAN ORDE VAN DE COMMISSIE VAN BEHEER

Artikel 1

i. De Overeenkomstsluitende Partijen zijn lid van de Commissie van Beheer.

ii. De Commissie kan besluiten dat de bevoegde administraties van de in artikel 52, eerste lid, van deze Overeenkomst bedoelde Staten die geen Overeenkomstsluitende Partij zijn, of vertegenwoordigers van internationale organisaties haar zittingen als waarnemers kunnen bijwonen voor aangelegenheden die hun aangaan.

Artikel 2

De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties verleent de Commissie secretariaatsdiensten.

Artikel 3

De Commissie kiest ieder jaar in haar eerste zitting haar voorzitter en haar vice-voorzitter.

Artikel 4

De Commissie wordt ieder jaar, en telkens wanneer hiertoe een verzoek wordt ingediend door de bevoegde administraties van ten minste vijf Staten die Overeenkomstsluitende Partij zijn, door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties bijeengeroepen onder auspiciën van de Europese Commissie voor Europa.

Artikel 5

Voorstellen worden in stemming gebracht. Iedere Staat die Overeenkomstsluitende Partij is en die op de zitting is vertegenwoordigd, beschikt over één stem. Voorstellen die geen wijzigingen op deze Overeenkomst betreffen, worden door de Commissie aangenomen met een meerderheid van stemmen uitgebracht door de aanwezige leden die hun stem uitbrengen. Wijzigingen op deze Overeenkomst, alsmede de besluiten bedoeld in de artikelen 59 en 60 van deze Overeenkomst, worden aangenomen met een meerderheid van twee derde van de stemmen uitgebracht door de aanwezige leden die hun stem uitbrengen.

Artikel 6

Voor het nemen van besluiten is een quorum vereist van ten minste de helft van de Staten die Overeenkomstsluitende Partij zijn.

Artikel 7

De Commissie neemt haar verslag aan voordat haar zitting wordt gesloten.

Artikel 8

Indien in deze bijlage ter zake dienende bepalingen ontbreken, is het reglement van orde van de Economische Commissie voor Europa van toepassing tenzij de Commissie van Beheer anders bepaalt.

SAMENSTELLING, TAKEN EN REGLEMENT VAN ORDE VAN HET TIR UITVOEREND COMITÉ

Artikel 9
1.

Het ingevolge artikel 58 ter door de Commissie van Beheer in het leven geroepen TIR Uitvoerend Comité bestaat uit negen leden van verschillende Overeenkomstsluitende Partijen. De Secretaris van de TIR-Overeenkomst woont de zittingen van de Controlecommissie bij.

2.

De leden van het TIR Uitvoerend Comité worden gekozen met een meerderheid van stemmen van de aanwezige leden van de Commissie van Beheer die hun stem uitbrengen. De ambtstermijn van elk van de leden van het TIR Uitvoerend Comité is twee jaar. De leden van het TIR Uitvoerend Comité zijn herkiesbaar. Het mandaat van het TIR Uitvoerend Comité wordt opgesteld door de Commissie van Beheer.

Artikel 10

Het TIR Uitvoerend Comité:

  • a. houdt toezicht op de toepassing van de Overeenkomst, met inbegrip van het functioneren van het garantstellingssysteem, en verricht de taken die haar door de Commissie van Beheer worden toevertrouwd;
  • b. houdt toezicht op het centraal drukken en de centrale afgifte van carnets TIR aan organisaties; deze taak kan worden uitgevoerd door een in artikel 6 bedoelde erkende internationale organisatie.
  • c. coördineert en bevordert de uitwisseling van vertrouwelijke gegevens en andere informatie tussen de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen.
  • d. coördineert en bevordert de uitwisseling van gegevens tussen de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen, de organisaties en de internationale organisaties;
  • e. vergemakkelijkt de beslechting van geschillen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen, de organisaties, de verzekeringsmaatschappijen en de internationale organisaties, onverminderd het in artikel 57 ten aanzien van de regeling van geschillen bepaalde;
  • f. ondersteunt de opleiding van het personeel van de douaneautoriteiten en de andere betrokken partijen bij de TIR-regeling;

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)