Overeenkomst tot oprichting van de Interamerikaanse Ontwikkelingsbank
- (a). Meningsverschillen omtrent de interpretatie van de bepalingen van deze Overeenkomst die rijzen tussen een lid en de Bank of tussen leden van de Bank worden ter beslissing voorgelegd aan de Raad van Bewindvoerders. Leden die in bijzondere mate bij het desbetreffende meningsverschil zijn betrokken, zijn gerechtigd zich gedurende de behandeling in de Raad van Bewindvoerders te doen vertegenwoordigen zoals bepaald in artikel VIII, sectie 3 (g).
- (b). In elk geval waarin de Raad van Bewindvoerders volgens het bepaalde onder letter (a) van dit artikel een beslissing heeft genomen, kan een lid verzoeken de zaak naar de Raad van Bestuur te verwijzen, wiens oordeel bindend is. Hangende de beslissing van de Raad van Bestuur, kan de Bank, voor zover zij dit nodig acht, op grond van de beslissing van de Raad van Bewindvoerders handelen.
Sectie 2. Arbitrage
Wanneer er onenigheid ontstaat tussen de Bank en een land dat heeft opgehouden lid te zijn, of tussen de Bank en een lid, nadat is beslist dat de werkzaamheden van de Bank zullen worden beëindigd, wordt zulk een onenigheid onderworpen aan arbitrage door een tribunaal van drie scheidsmannen. Een der scheidsmannen wordt door de Bank benoemd, een andere door het betrokken land en de derde, tenzij de partijen anders beslissen, door de Secretaris-Generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten. Indien alle pogingen om een unanieme overeenstemming te bereiken, falen, worden beslissingen genomen met een meerderheid van de drie scheidsmannen.
De derde scheidsman is gemachtigd alle vragen betreffende de procedure te beslissen indien daaromtrent verschil van mening bij partijen bestaat.
Artikel XIV. ALGEMENE BEPALINGEN
Sectie 1. Hoofdkantoor
Het hoofdkantoor van de Bank is gevestigd in Washington, D.C., Verenigde Staten van Amerika.
Sectie 2. Betrekkingen met andere organisaties
De Bank kan regelingen treffen met andere organisaties ten aanzien van de uitwisseling van informatie of voor andere doeleinden die in overeenstemming met deze Overeenkomst zijn.
Sectie 3. Contacten
Ieder lid wijst een officieel lichaam aan dat met de Bank het contact onderhoudt over zaken die verband houden met deze Overeenkomst.
Sectie 4. Depositaris
Ieder lid wijst als depositaris zijn centrale bank aan waarin de Bank de valuta van dat lid die zij onder haar berusting heeft en andere activa van de Bank in bewaring kan geven. Indien een lid geen centrale bank heeft, wijst het met instemming van de Bank een andere instelling hiertoe aan.
Artikel XV. SLOTBEPALINGEN
Sectie 1. Ondertekening en aanvaarding
- (a). Deze Overeenkomst wordt nedergelegd bij het Secretariaat-Generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten, waar zij tot 31 december 1959 openstaat voor ondertekening door de vertegenwoordigers van de in bijlage A vermelde landen. Ieder ondertekenend land legt bij het Secretariaat-Generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten een akte neder waarin wordt verklaard dat het deze Overeenkomst heeft aanvaard of bekrachtigd in overeenstemming met zijn eigen wetten en dat het de nodige stappen heeft ondernomen om al zijn verplichtingen ingevolge deze Overeenkomst na te kunnen komen.
- (b). Het Secretariaat-Generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten doet aan de leden van de Organisatie gewaarmerkte afschriften van deze Overeenkomst toekomen en stelt hen behoorlijk in kennis van iedere ondertekening en nederlegging van een akte van aanvaarding of bekrachtiging ingevolge het onder letter (a) van dit lid bepaalde, alsmede van de datum daarvan.
- (c). Op het tijdstip waarop namens hem de akte van aanvaarding of bekrachtiging wordt nedergelegd, doet ieder land aan het Secretariaat-Generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten, ter dekking van de administratieve kosten van de Bank, een bedrag in goud of VS dollars toekomen dat gelijk is aan 0,1 procent van de aankoopprijs van de aandelen van de Bank waarop het desbetreffende land heeft ingeschreven en van zijn quota in het Fonds. Het lid wordt voor deze betaling gekrediteerd uit hoofde van zijn inschrijving en quota vastgesteld in artikel II, sectie 4 (a) (i) en artikel IV, sectie 3 (d) (i). Op enig tijdstip op of na de datum waarop zijn akte van aanvaarding of bekrachtiging wordt nedergelegd, kan een lid aanvullende betalingen doen waarvoor hij wordt gekrediteerd uit hoofde van zijn inschrijving en quota vastgesteld in de artikelen II en IV. Het Secretariaat-Generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten houdt alle krachtens dit lid betaalde fondsen in een bijzondere deposito-rekening of bijzondere deposito-rekeningen en stelt die fondsen ter beschikking van de Bank op een tijdstip dat valt vóór de eerste vergadering van de Raad van Bestuur die wordt gehouden ingevolge sectie 3 van dit artikel. Indien deze Overeenkomst niet op 31 december 1959 van kracht is geworden, betaalt het Secretariaat-Generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten die fondsen terug aan de landen die deze hebben gestort.
- (d). Op of na de datum waarop de Bank haar werkzaamheden begint, kan het Secretariaat-Generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten de ondertekening en de akte van aanvaarding of bekrachtiging van deze Overeenkomst ontvangen van ieder land wiens lidmaatschap is goedgekeurd in overeenstemming met artikel II, sectie 1 (b).
Sectie 2. Inwerkingtreding
- (a). Deze Overeenkomst treedt in werking wanneer zij is ondertekend en akten van aanvaarding of bekrachtiging zijn nedergelegd in overeenstemming met sectie 1 (a) van dit artikel door vertegenwoordigers van de landen wier inschrijvingen niet minder bedragen dan 85 procent van het totaal der inschrijvingen vermeld in bijlage A.
- (b). Landen waarvan akten van aanvaarding of bekrachtiging werden nedergelegd vóór de datum waarop de Overeenkomst van kracht werd, worden lid op die datum. Andere landen worden lid op de data waarop hun akten van aanvaarding of bekrachtiging worden nedergelegd.
Sectie 3. Begin van de werkzaamheden
- (a). De Secretaris-Generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten belegt de eerste vergadering van de Raad van Bestuur zodra deze Overeenkomst van kracht wordt ingevolge sectie 2 van dit artikel.
- (b). Op zijn eerste vergadering treft de Raad van Bestuur regelingen voor de verkiezing van de Bewindvoerders en hun plaatsvervangers overeenkomstig de bepalingen van artikel VIII, sectie 3, en voor de vaststelling van de datum waarop de Bank haar werkzaamheden begint. Onverminderd het bepaalde in artikel VIII, sectie 3, kunnen de bestuurders, indien zij zulks wenselijk achten, beslissen dat de eerste ambtstermijn van de Bewindvoerders minder dan drie jaar zal zijn.
I. VERKIEZING VAN BEWINDVOERDERS
1
De bestuurders die overeenkomstig artikel VIII, sectie 3 (b) (ii) van de Overeenkomst tot Oprichting van de Bank mogen stemmen, kiezen tien Bewindvoerders.
2
De bestuurder voor Canada kiest een Bewindvoerder met de stemmen van zijn land.
3
De bestuurders der in ontwikkeling zijnde regionale lid-landen kiezen zeven Bewindvoerders op de volgende wijze:
- (a). Deze Sectie is uitsluitend van toepassing op de in ontwikkeling zijnde regionale lid-landen en het totaal aantal stemmen van deze landen wordt voor dit doel geteld als 100 procent.
- (b). Iedere bestuurder die krachtens deze sectie mag stemmen, brengt ten gunste van een enkele persoon alle stemmen uit waarop het lid-land dat hij vertegenwoordigt recht heeft krachtens artikel VIII, sectie 4 (a) van de Overeenkomst.
- (c). In de eerste plaats dient er zo vaak te worden gestemd als nodig is om vijf personen te kiezen tot Bewindvoerders op de volgende wijze:
- (i). Elk van beide kandidaten heeft een aantal stemmen behaald dat ten minste de som der stemmen vormt van het land met het grootste aantal stemmen en van het land met het kleinste aantal stemmen.
- (ii). Een kandidaat heeft een aantal stemmen behaald dat ten minste de som der stemmen vormt van het land met het op twee na grootste aantal stemmen en van de twee landen met het kleinste aantal stemmen.
- (iii). Een kandidaat heeft een aantal stemmen behaald dat ten minste de som der stemmen vormt van het land met het op drie na grootste aantal stemmen en van de twee landen met het kleinste aantal stemmen.
- (iv). Een kandidaat heeft een aantal stemmen behaald dat ten minste de som der stemmen vormt van het land met het op vier na grootste aantal stemmen en van de drie landen met het kleinste aantal stemmen.
- (d). In de tweede plaats worden door bestuurders die hun stemmen niet hebben uitgebracht op een van de ingevolge lid (c) gekozen Bewindvoerders twee Bewindvoerders gekozen waarbij alleen landen die elk ten hoogste 2½% van het totaal aantal stemmen hebben, kandidaten mogen stellen en mogen stemmen. De twee kandidaten die het grootste aantal stemmen behalen, worden geacht te zijn gekozen, met dien verstande dat deze stemmen voor elk geval zijn uitgebracht door drie of meer landen en zo vaak gestemd is als nodig is om dit resultaat te bereiken.
- (e). Nadat de stemming is voltooid, kent iedere bestuurder die zijn stem niet op een van de gekozen kandidaten uitbracht, zijn stemmen aan een van hen toe. Het aantal stemmen dat krachtens artikel VIII, sectie 4 (a) van de Overeenkomst toebehoort aan iedere bestuurder die heeft gestemd op of zijn stem heeft toegekend aan een ingevolge deze voorschriften gekozen kandidaat, wordt voor de toepassing van artikel VIII, sectie 4 (d) (ii) geacht te hebben meegeteld voor de verkiezing van een zodanige kandidaat.
4
De bestuurders der niet-regionale landen kiezen twee Bewindvoerders op de volgende wijze:
- (a). Iedere bestuurder die krachtens deze sectie mag stemmen, brengt op een enkele persoon alle stemmen uit waarop het lid-land dat hij vertegenwoordigt recht heeft krachtens artikel VIII, sectie 4 (a) van de Overeenkomst.
- (b). De twee kandidaten die het grootste aantal stemmen behalen, worden Bewindvoerder, met dien verstande dat niemand wordt geacht te zijn gekozen tenzij hij de stemmen heeft behaald van drie of meer niet-regionale bestuurders die ten minste 40 procent van het totaal der uit te brengen stemmen vormen en voorts dat hij ten hoogste 60 procent van dat totaal aantal stemmen heeft behaald. Er wordt zo vaak gestemd als nodig is om twee kandidaten te kiezen.
- (c). Wanneer de stemming is voltooid, kent iedere bestuurder die zijn stem niet op een van beide gekozen kandidaten uitbracht, zijn stemmen aan een van hen toe. Het aantal stemmen dat krachtens artikel VIII, sectie 4 (a) van de Overeenkomst toebehoort aan iedere bestuurder die zijn stem heeft uitgebracht op of toegekend aan een gekozen kandidaat, wordt voor de toepassing van artikel VIII, sectie 4 (d) (ii) geacht te hebben meegeteld voor de verkiezing van een zodanige kandidaat.
II. VERKIEZINGSPROCEDURE
5. Kennisgeving van de verkiezing
Ten minste negentig dagen voor de jaarvergadering van de Raad van Bestuur gedurende welke een algemene verkiezing van Bewindvoerders wordt gehouden, stelt de Secretaris de bestuurders hiervan in kennis en nodigt hen uit kandidaten voor te dragen.
6. Leiding van de verkiezing
De Voorzitter van de Raad van Bestuur heeft de leiding van de verkiezing, stelt twee bestuurders aan als stemopnemer, die de leiding hebben van het stemmen en de stemmen tellen, en neemt de voor het goede verloop van de verkiezing noodzakelijk geachte maatregelen.
7. Kandidaatstelling
(a). De verkiezing vindt plaats onder de kandidaten die overeenkomstig deze procedure zijn voorgedragen.
(b). De Bewindvoerders dienen personen te zijn die erkende bekwaamheid en ruime ervaring bezitten in economische en financiële zaken, maar zij mogen niet tevens bestuurders zijn (Artikel VIII, sectie 3, (b) (i) van de Overeenkomst tot oprichting van de Interamerikaanse Ontwikkelingsbank).
(c). Een bestuurder mag niet meer dan één persoon voordragen.
(d). De namen van de kandidaten dienen bij de Secretaris te worden ingediend.
(e). Iedere kandidaatstelling dient schriftelijk te worden gedaan en dient te zijn ondertekend door de bestuurder die de persoon voordraagt.
(f). De Secretaris doet aan de bestuurders een lijst met namen van de voorgedragen kandidaten toekomen.
(g). Het tijdvak gedurende hetwelk kandidaten kunnen worden voorgedragen, eindigt om 10 uur 's ochtends op de eerste dag van de jaarvergadering van de Raad van Bestuur tijdens welke de verkiezing zal worden gehouden.
8. Verkiezing
(a). De verkiezing omvat vier afzonderlijke fasen. In de eerste fase wordt gekozen de Bewindvoerder bedoeld in sectie 2 van dit Reglement. De vijf Bewindvoerders bedoeld in sectie 3 (c) van dit Reglement worden in de tweede fase gekozen, de twee Bewindvoerders genoemd in sectie 3 (d) in de derde fase en de twee Bewindvoerders bedoeld in sectie 4 in de vierde fase.
(b). Elke bestuurder mag slechts aan één fase deelnemen.
(c). Voor elke fase kondigt de Secretaris de namen van de officiële kandidaten af, alsmede de namen van de landen die voor stemming in aanmerking komen.
9. Stemming
Elke stemming verloopt als volgt:
- (a). De stemmen worden uitgebracht op formulieren die de Secretaris voor het begin van de stemming verstrekt aan elke bestuurder die is gerechtigd zijn stem uit te brengen. Bij elke stemming worden slechts die stemmen geteld die zijn uitgebracht op de speciaal voor die stemming verstrekte formulieren.
- (b). Nadat de naam van het desbetreffende land door de Secretaris is afgekondigd, plaatst de bestuurder voor dat land zijn ondertekende stem in de stembus.
- (c). Wanneer alle stemmen zijn uitgebracht, controleren de stemopnemers het aantal stemmen en gaan vervolgens over tot het tellen van de uitgebrachte stemmen.
- (d). Indien de stemopnemers van mening zijn dat een bepaalde stem dient te worden toegelicht of niet juist is uitgebracht, geven zij, indien mogelijk, de betrokken bestuurder gelegenheid de uitgebrachte stem te corrigeren, voordat de telling is voltooid; een zodanig gecorrigeerde stem wordt geacht geldig te zijn.
- (e). Er wordt gestemd zoveel maal als nodig is totdat alle Bewindvoerders zijn gekozen die bij de afzonderlijke stemmingen bedoeld in lid 3 (c) en (d) en lid 4 van dit Reglement dienen te worden gekozen, voor elk geval door middel van een enkele stemming.
- (f). De Voorzitter van de Raad maakt bekend of er verkiezing heeft plaatsgevonden; indien zulks het geval is, maakt hij de namen bekend van de personen die zijn gekozen, alsmede de lid-staten die hen hebben gekozen.
10. Terugtrekking van kandidaten
Bij elke stemming kan (kunnen) de bestuurder (s) die een kandidaat heeft (hebben) voorgedragen de Secretaris berichten dat deze kandidaat niet deelneemt aan volgende stemmingen; in dat geval wordt zijn naam van de kandidatenlijst verwijderd.
11. Beslechting van geschillen
Problemen die ontstaan naar aanleiding van het verloop van de verkiezing worden door de stemopnemers opgelost, behoudens het recht van beroep, op verzoek van een bestuurder, bij de Voorzitter van de Raad en via deze bij de Raad. Waar mogelijk worden de problemen voorgelegd zonder de naam van het betrokken lid-land of bestuurder bekend te maken.
III. VACATURES IN DE RAAD VAN BEWINDVOERDERS
12
De Bewindvoerders blijven hun functie uitoefenen totdat hun opvolgers zijn benoemd of gekozen. Indien de plaats van een gekozen Bewindvoerder meer dan 180 dagen voor het einde van zijn ambtsperiode openvalt, wordt er een opvolger gekozen voor het resterende deel van de ambtsperiode (artikel VIII, lid 3 (d), van de Overeenkomst tot Oprichting van de Interamerikaanse Ontwikkelingsbank).
13
Wanneer een nieuwe Bewindvoerder moet worden gekozen als gevolg van een vacature waarvoor een verkiezing nodig is, stelt de President van de Bank onverwijld de lid-landen die de vorige Bewindvoerder hadden gekozen, in kennis van de bestaande vacature met het verzoek kandidaten voor te dragen.
14
De President van de Bank kan een vergadering van de bestuurders voor deze landen bijeenroepen, die uitsluitend ten doel heeft een nieuwe Bewindvoerder te kiezen; hij kan de verkiezing ook per post of telegraaf doen plaatsvinden. Er dient te worden doorgestemd totdat een van de kandidaten een absolute meerderheid van het uitgebrachte aantal stemmen heeft verkregen.
IV. WIJZIGING VAN DE VOORSCHRIFTEN
15
De Raad van Bestuur kan deze voorschriften wijzigen tijdens een van zijn vergaderingen of, zonder een vergadering bijeen te roepen, bij een stemming, met een drie vierde meerderheid van het totaal aantal stemmen van de lid-landen, waaronder begrepen:
- (a). ten aanzien van wijzigingen van de secties 1, 2, 3 en 5 (a), een twee derde meerderheid van de bestuurders der regionale leden; en
- (b). ten aanzien van wijzigingen van sectie 4 en sectie 5 (b), een twee derde meerderheid van de bestuurders der niet-regionale leden.
DONE at the city of Washington, District of Columbia, United States of America, in a single original, dated April 8, 1959, whose English, French, Portuguese, and Spanish texts are equally authentic.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)