Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds
Elk van beide partijen waarborgt dat haar douane- en andere handelsgerelateerde wet- en regelgeving, haar algemene administratieve procedures en andere voorschriften, met inbegrip van die inzake vergoedingen en heffingen, voor alle belanghebbenden via een officieel aangewezen medium en waar haalbaar en mogelijk via een officiële website, gemakkelijk toegankelijk zijn.
Elk van beide partijen wijst een of meer onderzoeks- of informatiecentra aan of houdt deze in stand, waaraan belanghebbenden vragen over douane- en andere handelsgerelateerde aangelegenheden kunnen stellen.
Elk van beide partijen overlegt met en verstrekt informatie aan vertegenwoordigers van de handelssector en andere belanghebbenden. Dat overleg en deze informatie hebben betrekking op belangrijke nieuwe of gewijzigde voorschriften en procedures, waarbij vóórr de vaststelling hiervan de mogelijkheid tot het maken van opmerkingen wordt geboden.
Artikel 6.6. Besluiten vooraf
Op schriftelijk verzoek van handelaren brengt elk van beide partijen via haar douaneautoriteiten voorafgaand aan de invoer van een goed in haar grondgebied en overeenkomstig haar wet- en regelgeving, een schriftelijk besluit uit over de tariefindeling, de oorsprong of enige andere aangelegenheid als die haars inziens hiervoor in aanmerking komt.
Elk van beide partijen maakt haar besluiten vooraf inzake tariefindeling en enige andere aangelegenheid die haars inziens hiervoor in aanmerking komt, in overeenstemming met de vertrouwelijkheidsvereisten ingevolge haar wet- en regelgeving, bekend, bijvoorbeeld via internet.
Ter bevordering van de handel houden de partijen elkaar in hun bilaterale dialoog regelmatig op de hoogte van wijzigingen in hun respectieve wetgeving met betrekking tot de in de leden 1 en 2 bedoelde aangelegenheden.
Artikel 6.7. Beroepsprocedures
Elk van beide partijen waarborgt dat de betrokkenen ten aanzien waarvan door haar vaststellingen in douanezaken en andere invoer-, uitvoer- en doorvoervoorschriften en -procedures worden gedaan, tegen die vaststellingen bezwaar kunnen aantekenen of in beroep kunnen gaan. Een partij mag verlangen dat alvorens tegen een beslissing bij een hogere onafhankelijke instantie, bijvoorbeeld een rechterlijke autoriteit of een bestuursrechter beroep kan worden ingesteld, daartegen eerst bij dezelfde instelling, de toezichthoudende autoriteit daarvan of een rechterlijke autoriteit moet worden opgekomen.
De producent of exporteur kan, indien de autoriteit waarbij tegen de beslissing wordt opgekomen hem daarom verzoekt, informatie rechtstreeks verstrekken aan de partij waarin het administratieve bezwaar of beroep wordt behandeld. De producent of exporteur die de informatie verschaft, mag de partij waarin het administratieve bezwaar of beroep wordt behandeld, verzoeken die informatie overeenkomstig haar wet- en regelgeving vertrouwelijk te behandelen.
Artikel 6.8. Vertrouwelijkheid
Informatie die overeenkomstig dit hoofdstuk door personen of autoriteiten van een partij aan de autoriteiten van de andere partij is verstrekt, wordt, onder meer wanneer daarom krachtens artikel 6.7 wordt verzocht, vertrouwelijk behandeld in overeenstemming met de in elk van beide partijen toepasselijke wet- en regelgeving. Zij valt onder de officiële geheimhoudingsplicht en wordt beschermd overeenkomstig de wet- en regelgeving voor dergelijke informatie op het grondgebied van de ontvangende partij.
Persoonsgegevens mogen uitsluitend worden doorgegeven indien de ontvangende partij zich ertoe verbindt deze te beschermen op een wijze die ten minste gelijkwaardig is aan de bescherming van dergelijke gegevens in de partij die de gegevens verstrekt. De persoon die de informatie verstrekt, stelt geen eisen die verder gaan dan die welke in zijn rechtsgebied gelden.
De in lid 1 bedoelde informatie wordt door de autoriteiten van de partij die deze heeft ontvangen, niet gebruikt voor andere doelen dan waarvoor zij is verstrekt, tenzij de persoon of de autoriteit die de informatie heeft verstrekt, hiervoor uitdrukkelijk toestemming heeft verleend.
Behoudens uitdrukkelijke toestemming van de persoon of de autoriteit die de in lid 1 bedoelde informatie heeft verstrekt, zal deze niet worden gepubliceerd of anderszins worden bekendgemaakt, tenzij zulks ingevolge de wet- en regelgeving van de partij die de informatie in verband met gerechtelijke procedures heeft ontvangen, verplicht of toegestaan is. De persoon of autoriteit die de informatie heeft verstrekt, wordt zo mogelijk vooraf van een dergelijke bekendmaking in kennis gesteld.
Indien een autoriteit van een partij overeenkomstig dit hoofdstuk om informatie verzoekt, deelt zij de personen tot wie het verzoek is gericht, mede dat die informatie in verband met gerechtelijke procedures mogelijk bekend zal worden gemaakt.
Tenzij anders overeengekomen met de persoon die de informatie heeft verstrekt, treft de verzoekende partij in voorkomend geval alle krachtens haar wet- en regelgeving mogelijke maatregelen om de informatie geheim te houden, en beschermt zij persoonsgegevens tegen verzoeken van derden of van andere autoriteiten om bekendmaking van die informatie.
Artikel 6.9. Vergoedingen en heffingen
Met betrekking tot alle in verband met in- of uitvoer opgelegde vergoedingen en heffingen, van welke aard ook, andere dan douanerechten en zaken die van de definitie van een douanerecht in artikel 2.3 (Douanerechten) zijn uitgesloten, geldt het volgende:
- a. vergoedingen en heffingen worden enkel opgelegd ter zake van in verband met de betrokken in- of uitvoer verleende diensten of een met die in- of uitvoer verband houdende formaliteit waaraan moet worden voldaan;
- b. het bedrag van vergoedingen en heffingen gaat niet de geschatte kosten van de verleende dienst te boven;
- c. vergoedingen en heffingen worden niet op een ad-valoremgrondslag berekend;
- d. voor consulaire diensten worden geen vergoedingen en heffingen verlangd;
- e. de informatie over vergoedingen en heffingen wordt via een officieel aangewezen medium, en waar haalbaar en mogelijk via een officiële website, bekendgemaakt. Deze informatie omvat de reden voor de vergoeding of de heffing ter zake van de verleende dienst, de verantwoordelijke autoriteit, de vergoedingen en heffingen die zullen worden toegepast, en het tijdstip en de wijze waarop de betaling moet worden verricht; en
- f. nieuwe of gewijzigde vergoedingen en heffingen worden niet opgelegd totdat informatie overeenkomstig e) bekend is gemaakt en gemakkelijk beschikbaar is.
Artikel 6.10. Inspectie vóór verzending
Geen der partijen zal inspecties of gelijkwaardige maatregelen vóór verzending verlangen.
Artikel 6.11. Douanecontrole achteraf
Elk van beide partijen zorgt ervoor dat handelaren kunnen verzoeken om douanecontrole achteraf. Het verzoek om douanecontrole achteraf mag voor handelaren geen ongegronde of ongerechtvaardigde eisen of lasten meebrengen.
Artikel 6.12. Douanewaarde
De Overeenkomst inzake de douanewaarde wordt, zonder de voorbehouden en opties waarin in artikel 20 en de leden 2 tot en met 4 van bijlage III bij die Overeenkomst is voorzien, mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen.
Artikel 6.13. Douanesamenwerking
De partijen breiden hun samenwerking op het gebied van douane en daarmee verband houdende aangelegenheden uit.
De partijen verbinden zich ertoe om handelsbevorderende acties op het gebied van douane te ontwikkelen, rekening houdend met het werk dat in dit verband door internationale organisaties wordt gedaan. Dit kan het testen van nieuwe douaneprocedures omvatten.
De partijen bevestigen hun verbintenis het legitieme goederenverkeer te bevorderen en expertise uit te wisselen over maatregelen ter verbetering van douanetechnieken en -procedures en over geautomatiseerde systemen, overeenkomstig het bepaalde in deze overeenkomst.
De partijen verbinden zich ertoe:
- a. de harmonisatie, in overeenstemming met internationale normen, van in de handel gebruikte documentatie en data-elementen te bevorderen, teneinde hun onderlinge handelsstromen in douaneaangelegenheden met betrekking tot de invoer, uitvoer en doorvoer van goederen te vergemakkelijken;
- b. de samenwerking tussen hun douanelaboratoria en wetenschappelijke diensten te intensiveren en aan de harmonisatie van de door douanelaboratoria gebruikte methoden te werken;
- c. douanepersoneel uit te wisselen;
- d. voor de ambtenaren die rechtstreeks met douaneprocedures te maken hebben, gezamenlijk opleidingsprogramma's op het gebied van met douane verband houdende aangelegenheden te organiseren;
- e. doeltreffende mechanismen voor communicatie met de handels- en zakenwereld te ontwikkelen;
- f. elkaar zoveel mogelijk bij te staan in zaken van tariefindeling, waardebepaling en vaststelling van de oorsprong voor preferentiële tariefbehandeling van ingevoerde goederen;
- g. een krachtige en doeltreffende handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douaneautoriteiten bij invoer, uitvoer, wederuitvoer, doorvoer, overlading en andere douaneprocedures te stimuleren, met name waar het gaat om nagemaakte goederen; en
- h. de veiligheid van het vervoer per zeecontainer en van andere zendingen, ongeacht hun herkomst, die in het grondgebied van de partijen worden ingevoerd, op dat grondgebied worden overgeladen of via dat grondgebied worden doorgevoerd, te verbeteren zonder afbreuk te doen aan de bevordering van de handel. De partijen komen overeen dat de intensievere en ruimere samenwerking onder meer maar niet uitsluitend het volgende tot doel heeft:
- i. samen streven naar versterking van de douaneaspecten voor meer zekerheid in de logistieke keten in de internationale handel; en
- ii. een zo groot mogelijke coördinatie van standpunten in multilaterale fora waar kwesties in verband met de veiligheid van containers op geëigende wijze naar voren worden gebracht en worden besproken.
De partijen erkennen dat technische samenwerking tussen hen fundamenteel is om naleving van de in deze overeenkomst opgenomen verbintenissen te vergemakkelijken en de handel in sterke mate te bevorderen. De partijen komen door middel van hun douaneautoriteiten overeen een programma voor technische samenwerking te ontwikkelen, waarbij zij de voorwaarden met betrekking tot het toepassingsgebied, het tijdschema en de kosten van samenwerkingsmaatregelen op douanegebied en daarmee verband houdende aangelegenheden onderling overeenkomen.
Voor het bevorderen van de handel relevante internationale initiatieven, die onder andere werkzaamheden in de WTO en de WDO kunnen omvatten, worden door de partijen via hun respectieve douaneautoriteiten en andere grensautoriteiten opnieuw onderzocht om uit te maken op welke gebieden nadere gezamenlijke actie de handel tussen de partijen en gezamenlijke multilaterale doelstellingen zou bevorderen. De partijen werken samen om in internationale organisaties op het gebied van douane en van handelsbevordering, met name in de WTO en de WDO, waar mogelijk gezamenlijke standpunten te formuleren.
De partijen verlenen elkaar bijstand bij de tenuitvoerlegging en de handhaving van dit hoofdstuk, het Protocol betreffende de definitie van „producten van oorsprong'” en methoden van administratieve samenwerking, en hun respectieve douanewet- en regelgeving.
Artikel 6.14. Wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken
De partijen verlenen elkaar in douaneaangelegenheden administratieve bijstand overeenkomstig het bepaalde in het Protocol betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken.
Geen van beide partijen kan voor geschillen die door artikel 9.1 van het Protocol betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken worden bestreken, een beroep doen op hoofdstuk veertien (Beslechting van geschillen) van deze overeenkomst.
Artikel 6.15. Douanecontactcentra
De partijen wisselen lijsten uit van contactcentra die zijn aangewezen voor aangelegenheden die zich in verband met dit hoofdstuk en het Protocol betreffende de definitie van „producten van oorsprong'” en methoden van administratieve samenwerking voordoen.
De contactcentra streven ernaar operationele aangelegenheden die door dit hoofdstuk worden bestreken, door middel van overleg op te lossen. Indien een aangelegenheid niet door de contactcentra kan worden opgelost, wordt deze naar het in dit hoofdstuk bedoelde Douanecomité verwezen.
Artikel 6.16. Douanecomité
Het krachtens lid 1 van artikel 15.2 (Gespecialiseerde comités) opgerichte Douanecomité waarborgt de goede werking van dit hoofdstuk en van het Protocol betreffende de definitie van „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking, alsmede die van het Protocol betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken, en onderzoekt alle kwesties die zich naar aanleiding van de toepassing ervan voordoen. Het brengt over onder deze overeenkomst vallende aangelegenheden verslag uit aan het krachtens lid 1 van artikel 15.1 (Handelscomité) opgerichte Handelscomité.
Het Douanecomité bestaat uit vertegenwoordigers van de douane en van andere autoriteiten van de partijen die bevoegd zijn ter zake van douaneaangelegenheden en handelsbevordering, het beheer van het Protocol betreffende de definitie van „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking en het Protocol betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken.
Het Douanecomité stelt zijn reglement van orde vast en komt jaarlijks beurtelings bij een van de partijen bijeen.
Het Douanecomité komt op verzoek van een partij bijeen voor overleg en tracht eventuele meningsverschillen tussen de partijen in het kader van dit hoofdstuk, het Protocol betreffende de definitie van „producten van oorsprong'” en methoden van administratieve samenwerking en het Protocol betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken op te lossen, met name op het gebied van handelsbevordering, tariefindeling, de oorsprong van goederen en wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken, in het bijzonder in verband met de artikelen 7 en 8 van het Protocol betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken.
Het Douanecomité kan resoluties, aanbevelingen of adviezen formuleren die het noodzakelijk acht voor het bereiken van de gezamenlijke doelstellingen en de goede werking van de mechanismen die in dit hoofdstuk, het Protocol betreffende de definitie van „producten van oorsprong” en methoden van administratieve samenwerking alsmede het Protocol betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken zijn vastgelegd.
HOOFDSTUK ZEVEN. HANDEL IN DIENSTEN, VESTIGING EN ELEKTRONISCHE HANDEL
AFDELING A. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 7.1. Doelstelling en toepassingsgebied
De partijen herbevestigen hun respectieve rechten en verplichtingen ingevolge de WTO-Overeenkomst, en leggen hierbij de noodzakelijke regels vast voor geleidelijke wederzijdse liberalisering van de handel in diensten, van het recht van vestiging en voor samenwerking op het gebied van elektronische handel.
Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat zij een verplichting inhoudt met betrekking tot overheidsopdrachten.
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op door een partij verstrekte subsidies of toelagen, met inbegrip van leningen, garanties en verzekeringen die door de overheid worden gesteund.
Overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk behoudt elk van beide partijen het recht nieuwe regelingen op te stellen en in te voeren om legitieme beleidsdoelstellingen te bereiken.
Dit hoofdstuk is noch van toepassing op maatregelen betreffende natuurlijke personen die toegang tot de arbeidsmarkt van een partij zoeken, noch op maatregelen inzake staatsburgerschap, verblijf of werk op permanente basis.
Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk belet een partij maatregelen toe te passen tot regeling van de toegang of het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen op haar grondgebied, daarbij inbegrepen maatregelen die nodig zijn voor het beschermen van de integriteit van haar grenzen of voor het verzekeren van het ordelijke verkeer van natuurlijke personen over haar grenzen, maar deze maatregelen mogen niet zodanig worden toegepast dat de voordelen die de andere partij op grond van een specifieke verbintenis in dit hoofdstuk en de bijlagen erbij toekomen, daardoor worden teniet gedaan of uitgehold4)Het feit alleen dat voor natuurlijke personen afkomstig uit bepaalde landen wel en voor die uit andere landen niet een visum vereist is, wordt niet geacht voordelen op grond van een specifieke verbintenis in dit hoofdstuk en de bijlagen erbij teniet te doen of uit te hollen..
Artikel 7.2. Definities
Voor de toepassing van dit hoofdstuk geldt het volgende:
- a. onder maatregel wordt verstaan elke maatregel van een partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratieve handeling of in enige andere vorm;
- b. onder door een partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen worden verstaan maatregelen genomen door:
- i. centrale, regionale of lokale overheden en autoriteiten; en
- ii. niet-gouvernementele organisaties bij de uitoefening van door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden;
- c. onder persoon wordt verstaan een natuurlijke persoon of een rechtspersoon;
- d. onder natuurlijke persoon wordt verstaan een onderdaan van Korea of van een van de lidstaten van de Europese Unie volgens hun respectieve wetgeving;
- e. onder rechtspersoon wordt verstaan elke juridische eenheid, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, ongeacht of zij eigendom van particulieren of van de overheid is, met inbegrip van alle vennootschappen, trusts, maatschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;
- f. onder rechtspersoon uit een partij wordt verstaan: Een rechtspersoon is:
- i. een rechtspersoon die overeenkomstig de wetgeving van een van de lidstaten van de Europese Unie respectievelijk Korea is opgericht, en die op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn respectievelijk op dat van Korea zijn statutaire zetel, hoofdbestuur5)Onder hoofdbestuur wordt verstaan het hoofdkantoor waar de uiteindelijke besluitvorming plaatsvindt.of hoofdvestiging heeft. Wanneer de rechtspersoon op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn of op dat van Korea alleen zijn statutaire zetel of hoofdbestuur heeft, wordt hij niet als rechtspersoon uit de Europese Unie respectievelijk Korea beschouwd, tenzij hij op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn respectievelijk op dat van Korea omvangrijke zakelijke transacties verricht6)Overeenkomstig haar aanmelding van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bij de WTO (doc. WT/REG39/1) is volgens de EU het begrip „daadwerkelijke en voortdurende band” met de economie van een lidstaat van de Europese Unie, dat is neergelegd in artikel 48 van het Verdrag, gelijkwaardig aan het begrip „omvangrijke zakelijke transacties” in artikel V, lid 6, van de GATS. Dienovereenkomstig zal de EU aan een rechtspersoon die overeenkomstig de wetgeving van Korea is opgericht en alleen zijn statutaire zetel of hoofdbestuur op het grondgebied van Korea heeft, de uit deze overeenkomst voortvloeiende voordelen enkel toekennen indien die rechtspersoon een daadwerkelijke en duurzame band met de economie van Korea heeft.; of
- ii. ingeval van vestiging als bedoeld in artikel 7.9, onder a), een rechtspersoon die eigendom is van of voorwerp van zeggenschap door natuurlijke personen uit de EU respectievelijk Korea of een rechtspersoon uit de Europese Unie respectievelijk Korea als hiervoor onder i) bedoeld.
- i. eigendom van personen uit de EU of Korea indien meer dan 50 procent van het aandelenkapitaal in het bezit is van personen uit de EU respectievelijk Korea die volledig over hun aandeel kunnen beschikken;
- ii. voorwerp van zeggenschap door personen uit de EU of Korea wanneer deze bevoegd zijn een meerderheid van zijn bestuurders te benoemen of de handelingen van de rechtspersoon anderszins te sturen;
- iii. met een andere persoon verbonden wanneer hij zeggenschap heeft over die persoon of die persoon over hem, of wanneer over zowel hemzelf als de andere persoon zeggenschap wordt uitgeoefend door een en dezelfde persoon;
- g. onverminderd het hiervoor onder f) bepaalde vallen buiten de EU of Korea gevestigde scheepvaartondernemingen waarover onderdanen van een lidstaat van de Europese Unie respectievelijk Korea zeggenschap hebben, tevens onder deze overeenkomst indien hun schepen overeenkomstig de respectieve wetgeving van die lidstaat of van Korea zijn geregistreerd en zij de vlag van een lidstaat van de Europese Unie of van Korea voeren7)Dit punt is niet van toepassing op het recht van vestiging.;
- h. onder overeenkomst inzake economische integratie wordt verstaan een overeenkomst waarbij de handel in diensten en het recht van vestiging conform de WTO-Overeenkomst, met name de artikelen V en V bis van de GATS, aanzienlijk worden geliberaliseerd;
- i. onder reparatie en onderhoud van vliegtuigen worden verstaan alle werkzaamheden aan een uit de dienst genomen vliegtuig of een onderdeel daarvan, met uitzondering van het zogenaamde lijnonderhoud;
- j. onder diensten die verband houden met geautomatiseerde boekingssystemen wordt verstaan dienstverlening door middel van computersystemen die informatie bevatten over dienstregeling, beschikbaarheid, tarieven en tariefvoorwaarden van luchtvaartmaatschappijen, en met behulp waarvan boekingen kunnen worden gedaan of vervoerbewijzen kunnen worden uitgegeven;
- k. onder verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten wordt verstaan de mogelijkheid voor de betrokken luchtvaartmaatschappij haar luchtvervoerdiensten vrij te verkopen en op de markt te brengen, met inbegrip van alle marketingaspecten zoals marktonderzoek, reclame en distributie. De tarifering van luchtvervoerdiensten en de daarop van toepassing zijnde voorwaarden vallen niet onder deze activiteiten; en
- l. onder dienstverlener wordt verstaan een persoon die een dienst verleent of aanbiedt, met inbegrip van personen die dit als investeerder doen.
Artikel 7.3. Comité voor de handel in diensten en voor vestiging en elektronische handel
Het krachtens lid 1 van artikel 15.2 (Gespecialiseerde comités) opgerichte Comité voor de handel in diensten en voor vestiging en elektronische handel bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen. De hoofdvertegenwoordiger van een partij in het Comité is een ambtenaar van de met de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk belaste autoriteit van die partij.
Het comité:
- a. houdt toezicht op en evalueert de tenuitvoerlegging van het bepaalde in dit hoofdstuk;
- b. onderzoekt kwesties met betrekking tot dit hoofdstuk die haar door een partij worden voorgelegd; en
- c. stelt de betrokken autoriteiten in de gelegenheid om in verband met artikel 7.46 informatie over prudentiële maatregelen uit te wisselen.
AFDELING B. GRENSOVERSCHRIJDENDE DIENSTVERLENING
Artikel 7.4. Toepassingsgebied en definities
Deze afdeling is van toepassing op maatregelen van de partijen die van invloed zijn op alle grensoverschrijdende dienstverlening met uitzondering van:
- a. audiovisuele diensten8)Dat audiovisuele diensten van het toepassingsgebied van deze afdeling zijn uitgesloten, doet geen afbreuk aan rechten en verplichtingen die uit het Protocol betreffende culturele samenwerking voortvloeien.;
- b. nationale cabotage in het zeevervoer; en
- c. interne en internationale luchtvervoerdiensten, ongeacht of het gaat om lijndiensten of niet, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:
- i. reparatie en onderhoud van vliegtuigen;
- ii. verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten;
- iii. diensten die verband houden met geautomatiseerde boekingssystemen; en
- iv. andere aan luchtvervoerdiensten verwante diensten zoals grondafhandelingsdiensten, verhuur van luchtvaartuigen met bemanning en luchthavenbeheer.
Tot maatregelen die van invloed zijn op grensoverschrijdende dienstverlening behoren onder meer maatregelen die van invloed zijn op:
- a. de productie, distributie, marketing, verkoop en levering van een dienst;
- b. de aankoop, de betaling of het gebruik van een dienst;
- c. de met het verlenen van een dienst samenhangende toegang tot en gebruikmaking van netwerken of diensten waarvan de partijen eisen dat zij algemeen aan het publiek worden aangeboden; en
- d. de aanwezigheid op het grondgebied van een partij van een dienstverlener uit de andere partij.
Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
- a. grensoverschrijdende dienstverlening: het verlenen van een dienst:
- i. vanaf het grondgebied van een partij op het grondgebied van de andere partij; en
- ii. op het grondgebied van een partij ten behoeve van de gebruiker van de dienst uit de andere partij;
- b. diensten: alle diensten in elke sector behalve de bij de uitoefening van overheidsgezag verleende diensten; en
- c. een bij de uitoefening van overheidsgezag verleende dienst: elke dienst die noch op commerciële basis, noch in concurrentie met een of meer dienstverleners wordt verleend.
Artikel 7.5. Markttoegang
Ten aanzien van de markttoegang voor grensoverschrijdende dienstverlening behandelt elk van beide partijen diensten en dienstverleners uit de andere partij niet minder gunstig dan is voorzien in de voorwaarden en beperkingen die zijn overeengekomen en opgenomen in de in bijlage 7-A vermelde specifieke verbintenissen.
Voor sectoren waarvoor verbintenissen betreffende markttoegang worden aangegaan, worden de maatregelen die een partij niet mag handhaven of vaststellen voor een bepaalde regio of voor haar gehele grondgebied, tenzij anderszins bepaald in bijlage 7-A, omschreven als:
- a. beperkingen van het aantal dienstverleners in de vorm van numerieke quota, monopolies, exclusieve dienstverleners of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte9)Dit punt omvat tevens maatregelen waardoor aan een dienstverlener uit de andere partij voor grensoverschrijdende dienstverlening als voorwaarde wordt gesteld dat hij op het grondgebied van een partij een vestiging als bedoeld in artikel 7.9, onder a), heeft of daar ingezetene is.;
- b. beperkingen van de totale waarde van transacties of activa in verband met diensten in de vorm van numerieke quota of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte; en
- c. beperkingen van het totale aantal dienstentransacties of het totale volume van de dienstenoutput, in bepaalde numerieke eenheden uitgedrukt in de vorm van quota of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte10)Dit punt geldt niet voor maatregelen van een partij die de input voor de verlening van grensoverschrijdende diensten beperken..
Artikel 7.6. Nationale behandeling
Elk van beide partijen behandelt in de sectoren waarvoor verbintenissen inzake de markttoegang in bijlage 7-A zijn opgenomen, met inachtneming van de daarin vermelde voorwaarden en kwalificaties, diensten en dienstverleners uit de andere partij in het kader van alle maatregelen die op de grensoverschrijdende dienstverlening van invloed zijn, niet minder gunstig dan haar eigen soortgelijke diensten en dienstverleners.
Een partij kan aan het bepaalde in lid 1 voldoen door aan diensten en dienstverleners uit de andere partij een behandeling toe te kennen die naar de vorm identiek is dan wel naar de vorm afwijkt van de behandeling die zij aan haar eigen soortgelijke diensten en dienstverleners toekent.
Een naar de vorm identieke of naar de vorm afwijkende behandeling wordt geacht minder gunstig te zijn, indien zij de mededingingsvoorwaarden wijzigt ten gunste van diensten of dienstverleners uit een partij, in vergelijking met soortgelijke diensten of dienstverleners uit de andere partij.
De op grond van dit artikel aangegane specifieke verbintenissen worden niet zodanig uitgelegd dat een partij verplicht is tot compensatie van concurrentienadelen die inherent zijn aan het buitenlandse karakter van de desbetreffende diensten of dienstverleners.
Artikel 7.7. Lijsten van verbintenissen
De door elk van beide partijen ingevolge deze afdeling geliberaliseerde sectoren en de beperkingen, door middel van voorbehouden, van de markttoegang en van de nationale behandeling voor diensten en dienstverleners uit de andere partij in die sectoren, worden in de lijsten van verbintenissen in bijlage 7-A vermeld.
Geen van beide partijen mag, met betrekking tot diensten of dienstverleners uit de andere partij, nieuwe of meer maatregelen vaststellen die discrimineren ten opzichte van de behandeling die uit hoofde van de overeenkomstig lid 1 aangegane specifieke verbintenissen wordt toegekend.
Artikel 7.8. Meestbegunstiging11)Niets in dit artikel mag zodanig worden uitgelegd dat het toepassingsgebied van deze afdeling hierdoor wordt uitgebreid.
Wat onder deze afdeling vallende maatregelen die van invloed zijn op de grensoverschrijdende dienstverlening betreft, behandelt elk van beide partijen, tenzij in dit artikel anders is bepaald, diensten en dienstverleners uit de andere partij niet minder gunstig dan dat zij soortgelijke diensten en dienstverleners uit derde landen in het kader van een na de inwerkingtreding van deze overeenkomst ondertekende overeenkomst inzake economische integratie behandelt.
De verplichting van lid 1 geldt ook voor de behandeling die door een partij overeenkomstig een overeenkomst inzake regionale economische integratie aan diensten en dienstverleners uit een derde land wordt toegekend, tenzij deze behandeling wordt toegekend krachtens sectorale of horizontale verbintenissen waarvoor die overeenkomst een aanzienlijk hoger niveau van verplichtingen oplegt dan geldt voor de verbintenissen die in het kader van deze afdeling zijn aangegaan en in bijlage 7-B zijn vermeld.
Onverminderd lid 2 zijn de uit lid 1 voortvloeiende verplichtingen niet van toepassing op de behandeling die wordt toegekend in het kader van:
- a. maatregelen met betrekking tot de erkenning van kwalificaties, vergunningen of prudentiële maatregelen in overeenstemming met artikel VII van de GATS of de bijlage betreffende financiële diensten daarbij;
- b. een internationale overeenkomst of regeling die geheel of hoofdzakelijk betrekking heeft op belastingheffing; of
- c. maatregelen die onder de in bijlage 7-C vermelde meestbegunstigingsvrijstellingen vallen.
De bepalingen van dit hoofdstuk worden niet zodanig uitgelegd dat een partij hierdoor wordt verhinderd aangrenzende landen voordelen toe te staan of te verlenen om het handelsverkeer dat beperkt is tot plaatselijk voortgebrachte en verbruikte diensten in naast elkaar liggende grenszones, te vergemakkelijken.
AFDELING C. VESTIGING
Artikel 7.9. Definities
Voor de toepassing van deze afdeling geldt het volgende:
- a. onder vestiging wordt verstaan: op het grondgebied van een partij met als doel een economische activiteit uit te voeren;
- i. de oprichting, overname of handhaving van een rechtspersoon12)Onder „oprichting” en „overname” van een rechtspersoon wordt ook verstaan deelneming in het kapitaal van een rechtspersoon met het oogmerk duurzame economische banden tot stand te brengen of te handhaven.; of
- ii. de oprichting of handhaving van een filiaal of vertegenwoordiging
- b. onder investeerder wordt verstaan een persoon die door middel van het opzetten van een vestiging tracht een economische activiteit uit te oefenen of een dergelijke activiteit uitoefent13)Wanneer de economische activiteit niet rechtstreeks door een rechtspersoon maar door andere vestigingsvormen zoals een filiaal of een vertegenwoordig wordt uitgeoefend, wordt de investeerder met inbegrip van de rechtspersoon via deze vestiging niettemin behandeld overeenkomstig hetgeen in deze overeenkomst voor investeerders is voorzien. Een dergelijke behandeling wordt tevens toegekend aan de vestiging via welke de economische activiteit wordt uitgeoefend, maar hoeft niet te worden uitgebreid tot andere onderdelen van de investeerder die zich buiten het grondgebied waar de economische activiteit wordt uitgeoefend, bevinden.;
- c. een economische activiteit omvat alle economische activiteiten behoudens activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van de uitoefening van overheidsgezag, d.w.z. activiteiten die noch op commerciële grondslag, noch in concurrentie met een of meer marktdeelnemers worden uitgeoefend;
- d. onder dochteronderneming van een rechtspersoon uit een partij wordt verstaan een rechtspersoon waarover een andere rechtspersoon uit die partij daadwerkelijk zeggenschap heeft; en
- e. onder filiaal van een rechtspersoon wordt verstaan een vestiging zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, zodanig dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat er indien nodig een rechtsverhouding is met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact met deze moedermaatschappij behoeven te hebben, maar hun transacties kunnen afhandelen met de vestiging die de voorpost vormt.
Artikel 7.10. Toepassingsgebied
Deze afdeling heeft tot doel het onderlinge investeringsklimaat en met name de wederzijdse voorwaarden voor vestiging te verbeteren en is van toepassing op maatregelen van de partijen die van invloed zijn op vestiging14)Dit hoofdstuk is niet van toepassing op bescherming van investeringen, anders dan de behandeling ingevolge artikel 7.12, procedures voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staat daaronder begrepen.in alle economische activiteiten, met uitzondering van:
- a. de winning, vervaardiging en verwerking15)Voor alle duidelijkheid: onder de verwerking van nucleair materiaal worden verstaan alle activiteiten die zijn vermeld in de „International Standard Industrial Classification of all Economic Activities”, zoals vastgesteld in „Statistical Office of the United Nations, Statistical Papers, Series M, N° 4, ISIC REV 3.1, 2002, code 2330”.van nucleair materiaal;
- b. de productie van of handel in wapens, munitie en oorlogsmaterieel16)Oorlogsmaterieel is beperkt tot producten die uitsluitend zijn bestemd en vervaardigd voor militair gebruik in verband met oorlogsvoering of defensieactiviteiten.;
- c. audiovisuele diensten17)Dat audiovisuele diensten van het toepassingsgebied van deze afdeling zijn uitgesloten, doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen die uit het Protocol betreffende culturele samenwerking voortvloeien.;
- d. nationale cabotage in het zeevervoer; en
- e. interne en internationale luchtvervoerdiensten, ongeacht of het gaat om lijndiensten of niet, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:
- i. reparatie en onderhoud van vliegtuigen;
- ii. verkoop en marketing van luchtvervoerdiensten;
- iii. diensten die verband houden met geautomatiseerde boekingssystemen; en
- iv. andere aan luchtvervoerdiensten verwante diensten zoals grondafhandelingsdiensten, verhuur van luchtvaartuigen met bemanning en luchthavenbeheer.
Artikel 7.11. Markttoegang
Ten aanzien van de markttoegang in het kader van vestiging behandelt elk van beide partijen vestigingen en investeerders uit de andere partij niet minder gunstig dan is voorzien in de voorwaarden en beperkingen die zijn overeengekomen en opgenomen in de in bijlage 7-A vermelde specifieke verbintenissen.
Voor sectoren waarvoor verbintenissen betreffende markttoegang worden aangegaan worden de maatregelen die een partij niet mag handhaven of vaststellen voor een bepaalde regio of voor haar gehele grondgebied, tenzij anderszins bepaald in bijlage 7-A, omschreven als:
- a. beperkingen van het aantal vestigingen in de vorm van numerieke quota, monopolies, exclusieve rechten of van andere eisen ten aanzien van vestigingen, zoals een onderzoek naar de economische behoefte;
- b. beperkingen van de totale waarde van transacties of activa, in de vorm van numerieke quota of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte;
- c. beperkingen van het totale aantal transacties of het totale volume van de output, in bepaalde numerieke eenheden uitgedrukt in de vorm van quota of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte18)De punten a) tot en met c) zijn niet van toepassing op maatregelen die de productie van een landbouwproduct beperken.;
- d. beperkingen van de participatie van buitenlands kapitaal, uitgedrukt als een maximumpercentage voor buitenlands aandeelhouderschap of de totale waarde van individuele of totale buitenlandse investeringen;
- e. maatregelen die specifieke soorten juridische entiteiten of joint ventures via welke een investeerder uit de andere partij een economische activiteit kan uitoefenen, vereisen of ten aanzien van die entiteiten of joint ventures beperkingen opleggen; en
- f. beperkingen van het totale aantal natuurlijke personen, anders dan stafpersoneel en afgestudeerde stagiairs als omschreven in artikel 7.17, dat in een bepaalde sector in dienst mag zijn of dat een investeerder in dienst mag hebben, en dat nodig is voor en rechtstreeks verband houdt met het uitvoeren van de economische activiteit, in de vorm van een maximum aantal of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte.
Artikel 7.12. Nationale behandeling19)Dit artikel is van toepassing op maatregelen ten aanzien van de samenstelling van raden van bestuur van een vestiging, zoals nationaliteits- en woonplaatsvereisten.
Elk van beide partijen behandelt in de in bijlage 7-A vermelde sectoren en met inachtneming van de daarin vermelde voorwaarden en kwalificaties, vestigingen en investeerders uit de andere partij in het kader van alle maatregelen die van invloed op vestiging zijn, niet minder gunstig dan haar soortgelijke eigen vestigingen en investeerders.
Een partij kan aan het bepaalde in lid 1 voldoen door aan vestigingen en investeerders uit de andere partij een behandeling toe te kennen die naar de vorm identiek is dan wel naar de vorm afwijkt van de behandeling die zij aan haar soortgelijke eigen vestigingen en investeerders toekent.
Een naar de vorm identieke of naar de vorm afwijkende behandeling wordt geacht minder gunstig te zijn indien zij de mededingingsvoorwaarden wijzigt ten gunste van vestigingen of investeerders uit de partij, in vergelijking met soortgelijke vestigingen of investeerders uit de andere partij.
De op grond van dit artikel aangegane specifieke verbintenissen worden niet zodanig uitgelegd dat een partij verplicht is tot compensatie van concurrentienadelen die inherent zijn aan het buitenlandse karakter van de desbetreffende vestigingen of investeerders.
Artikel 7.13. Lijsten van verbintenissen
De door elk van beide partijen ingevolge deze afdeling geliberaliseerde sectoren en de beperkingen, door middel van voorbehouden, van de markttoegang en van de nationale behandeling voor vestigingen en investeerders uit de andere partij in die sectoren, worden in de lijsten van verbintenissen in bijlage 7-A vermeld.
Geen van beide partijen mag, met betrekking tot vestigingen en investeerders uit de andere partij, nieuwe of meer maatregelen vaststellen die discrimineren ten opzichte van de behandeling die uit hoofde van de overeenkomstig lid 1 aangegane specifieke verbintenissen wordt toegekend.
Artikel 7.14. Meestbegunstiging20)Niets in dit artikel mag zodanig worden uitgelegd dat het toepassingsgebied van deze afdeling hierdoor wordt uitgebreid.
Wat onder deze afdeling vallende maatregelen die van invloed zijn op vestiging betreft, behandelt elk van beide partijen tenzij in dit artikel anders is bepaald, vestigingen en investeerders uit de andere partij niet minder gunstig dan dat zij soortgelijke vestigingen en investeerders uit derde landen in het kader van een na de inwerkingtreding van deze overeenkomst ondertekende overeenkomst inzake economische integratie behandelt21)De in dit lid neergelegde verplichting geldt niet voor niet onder dit hoofdstuk vallende bepalingen inzake de bescherming van investeringen, bepalingen inzake procedures voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staat daaronder begrepen..
De verplichting van lid 1 geldt ook voor de behandeling die door een partij overeenkomstig een overeenkomst inzake regionale economische integratie aan vestigingen en investeerders uit een derde land wordt toegekend, tenzij deze behandeling wordt toegekend krachtens sectorale of horizontale verbintenissen waarvoor die overeenkomst een aanzienlijk hoger niveau van verplichtingen oplegt dan geldt voor verbintenissen die in het kader van deze afdeling zijn aangegaan en in bijlage 7-B zijn vermeld.
Onverminderd lid 2 zijn de uit lid 1 voortvloeiende verplichtingen niet van toepassing op de behandeling die wordt toegekend in het kader van:
- a. maatregelen met betrekking tot de erkenning van kwalificaties, vergunningen of prudentiële maatregelen in overeenstemming met artikel VII van de GATS of de bijlage betreffende financiële diensten daarbij;
- b. een internationale overeenkomst of regeling die geheel of hoofdzakelijk betrekking heeft op belastingheffing; of
- c. maatregelen die onder een in bijlage 7-C vermelde meestbegunstigingsvrijstelling vallen.
De bepalingen van dit hoofdstuk worden niet zodanig uitgelegd dat een partij hierdoor wordt verhinderd aangrenzende landen voordelen toe te staan of te verlenen om het handelsverkeer dat beperkt is tot plaatselijk voortgebrachte en verbruikte diensten in naast elkaar liggende grenszones, te vergemakkelijken.
Artikel 7.15. Andere overeenkomsten
Geen enkele bepaling in deze overeenkomst wordt geacht:
- a. de rechten te beperken van investeerders uit de partijen op een gunstigere behandeling waarin in een bestaande of toekomstige internationale overeenkomst inzake investeringen waarbij een lidstaat van de Europese Unie en Korea partij zijn, is voorzien; en
- b. af te wijken van de internationale juridische verplichtingen van de partijen ingevolge die overeenkomsten die investeerders uit de partijen een gunstigere behandeling toekennen dan door de onderhavige overeenkomst wordt toegekend.
Artikel 7.16. Evaluatie van het rechtskader voor investeringen
Met het oog op de geleidelijke liberalisering van investeringen evalueren de partijen de wetgeving inzake investeringen22)Dit omvat tevens dit hoofdstuk en de bijlagen 7-A en 7-C., het investeringsklimaat en de onderlinge investeringsstromen uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst en vervolgens met regelmatige tussenpozen in overeenstemming met hun uit internationale overeenkomsten voortvloeiende verbintenissen.
In het kader van de in lid 1 bedoelde evaluatie onderzoeken de partijen welke belemmeringen voor investeringen zich hebben voorgedaan en treden zij in onderhandeling om op dergelijke belemmeringen te reageren, met het oogmerk de bepalingen van dit hoofdstuk, met inbegrip van algemene beginselen van investeringsbescherming, uit te diepen.
AFDELING D. TIJDELIJKE AANWEZIGHEID VAN NATUURLIJKE PERSONEN VOOR ZAKEN
Artikel 7.17. Toepassingsgebied en definities
Deze afdeling is van toepassing op maatregelen van de partijen betreffende de toegang tot en het tijdelijke verblijf op hun grondgebied van stafpersoneel, afgestudeerde stagiairs, verkopers van zakelijke diensten, dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep waarop artikel 7.1, lid 5, van toepassing is.
Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
- a. stafpersoneel: natuurlijke personen die bij een rechtspersoon uit een partij, niet zijnde dan een organisatie zonder winstoogmerk, werkzaam zijn en verantwoordelijk zijn voor het opzetten van dan wel voor een goed toezicht op, een goede administratie en exploitatie van een vestiging. Tot het stafpersoneel behoren tevens „zakelijke bezoekers” die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van een vestiging en „binnen de onderneming overgeplaatste personen”;
- i. zakelijke bezoekers: natuurlijke personen met een staffunctie die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van een vestiging. Zij verrichten geen directe transacties met het publiek en ontvangen geen beloning uit een bron die in de gastpartij is gevestigd; en onder
- ii. binnen de onderneming overgeplaatste personen: natuurlijke personen die tenminste een jaar werknemer of partner (niet zijnde meerderheidsaandeelhouder) van een rechtspersoon uit een partij zijn en die tijdelijk naar een vestiging (met inbegrip van dochterondernemingen, filialen of bijkantoren) op het grondgebied van de andere partij zijn overgeplaatst. De betrokken natuurlijke persoon moet tot een van de volgende categorieën behoren. Managers Natuurlijke personen die deel uitmaken van het hoger leidinggevend personeel van een rechtspersoon, die in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het management van de vestiging, onder het algemene toezicht of de leiding van de raad van bestuur of de aandeelhouders of daarmee gelijkgestelde personen, waaronder natuurlijke personen die: Specialisten Binnen een rechtspersoon werkzame natuurlijke personen die beschikken over uitzonderlijke kennis die van wezenlijk belang is voor de productie, de onderzoeksuitrusting, de technische werkzaamheden of het management van de vestiging. Voor de beoordeling van die kennis wordt niet alleen specifiek met de vestiging verband houdende kennis in aanmerking genomen, maar ook of de persoon in hoge mate gekwalificeerd is voor een type werk of handel waarvoor specifieke technische kennis vereist is, evenals het lidmaatschap van een erkende beroepsgroep;
- A. leiding geven aan een vestiging of een afdeling of onderafdeling daarvan;
- B. toezicht houden op de werkzaamheden van andere toezichthoudende, gespecialiseerde of leidinggevende werknemers en deze werkzaamheden controleren; en
- C. persoonlijk bevoegd zijn werknemers in dienst te nemen en te ontslaan, of indienstneming of ontslag van werknemers of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen.
- b. afgestudeerde stagiairs: natuurlijke personen die ten minste een jaar in dienst zijn van een rechtspersoon uit een partij, die universitair afgestudeerd zijn en die voor loopbaanontwikkeling of een opleiding in bedrijfskundige technieken of methoden tijdelijk naar een vestiging op het grondgebied van de andere partij zijn overgeplaatst23)Van de ontvangende vestiging kan worden verlangd dat zij vooraf ter goedkeuring een opleidingsprogramma voor de volledige duur van het verblijf voorlegt, om aan te tonen dat het verblijf bedoeld is voor opleiding op het niveau van een universitaire graad.;
- c. verkopers van zakelijke diensten: natuurlijke personen die vertegenwoordigers zijn van een dienstverlener uit een partij die tijdelijke toegang tot het grondgebied van de andere partij beoogt om over de verkoop van diensten te onderhandelen of voor die dienstverlener overeenkomsten voor de verkoop van diensten te sluiten. Zij verrichten geen directe transacties met het publiek en ontvangen geen beloning uit een in de gastpartij gevestigde bron;
- d. dienstverleners op contractbasis: natuurlijke personen in dienst bij een rechtspersoon van een partij die geen vestiging op het grondgebied van de andere partij heeft en die een bonafide contract voor de verlening van diensten aan een eindverbruiker in die andere partij heeft gesloten, zodat de tijdelijke aanwezigheid van zijn werknemers in die partij vereist is voor de uitvoering van het dienstverleningscontract24)Het in dit punt bedoelde dienstencontract moet in overeenstemming zijn met de wet- en regelgeving en de eisen van de partij waar het contract wordt uitgevoerd.; en
- e. beoefenaars van een vrij beroep: natuurlijke personen die als zelfstandige dienstverlener op het grondgebied van een partij zijn gevestigd, geen vestiging op het grondgebied van de andere partij hebben en een bonafide contract voor de verlening van diensten aan een eindverbruiker in die andere partij hebben gesloten, zodat hun tijdelijke aanwezigheid aldaar vereist is voor de uitvoering van het dienstverleningscontract24)Het in dit punt bedoelde dienstencontract moet in overeenstemming zijn met de wet- en regelgeving en de eisen van de partij waar het contract wordt uitgevoerd..
Artikel 7.18. Stafpersoneel en afgestudeerde stagiairs
Voor elke overeenkomstig afdeling C geliberaliseerde sector staat elk van beide partijen, behoudens de in bijlage 7-A opgenomen voorbehouden, investeerders van de andere partij toe natuurlijke personen uit die andere partij naar hun vestiging over te plaatsen, mits die werknemers behoren tot het stafpersoneel dan wel afgestudeerd stagiair als omschreven in artikel 7.17 zijn. De duur van het tijdelijke verblijf van stafpersoneel en afgestudeerde stagiairs bedraagt ten hoogste drie jaar voor binnen de onderneming overgeplaatste personen25)Een partij kan toestaan dat de periode overeenkomstig de op haar grondgebied toepasselijke wet- en regelgeving wordt verlengd., ten hoogste negentig dagen gedurende een periode van twaalf maanden voor zakelijke bezoekers26)Het in dit lid bepaalde doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen die uit bilaterale overeenkomsten tot afschaffing van de visumplicht tussen Korea en de lidstaten van de Europese Unie voortvloeien.en ten hoogste een jaar voor afgestudeerde stagiairs.
Voor elke overeenkomstig afdeling C geliberaliseerde sector worden de maatregelen (tenzij anders bepaald in bijlage 7-A) die een partij niet mag handhaven of vaststellen, omschreven als beperkingen van het totale aantal natuurlijke personen dat een investeerder als stafpersoneel of als afgestudeerde stagiairs in een bepaalde sector mag overplaatsen, in de vorm van numerieke quota of van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte, en als discriminerende beperkingen27)Tenzij in bijlage 7-A anders is bepaald, mag geen der partijen verlangen dat een vestiging op hogere managementposities natuurlijke personen benoemt die een bepaalde nationaliteit hebben of op haar grondgebied woonachtig zijn..
Artikel 7.19. Verkopers van zakelijke diensten
Voor elke overeenkomstig afdeling B of C geliberaliseerde sector staat elk van beide partijen, behoudens de in bijlage 7-A opgenomen voorbehouden, de toegang en het tijdelijke verblijf van verkopers van zakelijke diensten toe voor een periode van ten hoogste negentig dagen gedurende een periode van twaalf maanden28)Het in dit artikel bepaalde doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen die uit bilaterale overeenkomsten tot afschaffing van de visumplicht tussen Korea en de lidstaten van de Europese Unie voortvloeien..
Artikel 7.20. Dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep
De partijen herbevestigen hun respectieve verplichtingen ingevolge de door hen in het kader van de GATS aangegane verbintenissen ten aanzien van de toegang en het tijdelijke verblijf van dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep.
Uiterlijk twee jaar na het voltooien van de onderhandelingen overeenkomstig artikel XIX van de GATS en de Ministerial Declaration van de WTO Ministeriële Conferentie als vastgesteld op 14 november 2001, neemt het Handelscomité een besluit over een lijst met verbintenissen met betrekking tot de toegang van dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep uit een partij tot het grondgebied van de andere partij. Deze verbintenissen strekken tot wederzijds voordeel en zijn relevant voor de handel, waarbij rekening wordt gehouden met de resultaten van die onderhandelingen in het kader van de GATS.
AFDELING E. REGELGEVINGSKADER
ONDERAFDELING A. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 7.21. Wederzijdse erkenning
Geen enkele bepaling in dit hoofdstuk belet een partij te eisen dat natuurlijke personen de kwalificaties en/of de beroepservaring hebben die op het grondgebied waar de dienst wordt verleend, voor de betrokken sector van activiteit zijn voorgeschreven.
De partijen moedigen de desbetreffende representatieve beroepsorganisaties op hun respectieve grondgebied aan gezamenlijk aanbevelingen over wederzijdse erkenning te ontwikkelen en aan het Handelscomité voor te leggen, opdat dienstverleners en investeerders in dienstensectoren volledig of gedeeltelijk voldoen aan de door elk van beide partijen toegepaste criteria voor het verlenen van vergunningen aan dienstverleners en investeerders in dienstensectoren en voor de werkzaamheden en de certificering van dezen, in het bijzonder op het gebied van zakelijke dienstverlening, met inbegrip van het verlenen van tijdelijke vergunningen.
Wanneer het Handelscomité een aanbeveling als bedoeld in lid 2 ontvangt, onderzoekt het deze binnen een redelijke termijn om vast te stellen of zij met deze overeenkomst in overeenstemming is.
Wanneer overeenkomstig de procedure van lid 3 wordt vastgesteld dat een in lid 2 bedoelde aanbeveling in overeenstemming met deze overeenkomst is en er een voldoende mate van analogie tussen de desbetreffende regelingen van de partijen bestaat, onderhandelen zij via hun bevoegde autoriteiten over een overeenkomst inzake wederzijdse erkenning, hierna „MRA” genoemd, van eisen, kwalificaties, vergunningen en andere regelingen, teneinde deze aanbeveling ten uitvoer te leggen.
Een dergelijke overeenkomst is in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van de WTO-Overeenkomst, in het bijzonder met artikel VII van de GATS.
De krachtens lid 1 van artikel 15.3 (Werkgroepen) opgerichte Werkgroep MRA werkt onder auspiciën van het Handelscomité en bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen. Ter vergemakkelijking van de in lid 2 bedoelde werkzaamheden komt de Werkgroep, tenzij de partijen anders overeenkomen, binnen een jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst bijeen.
- a. De Werkgroep onderzoekt voor diensten in het algemeen en in voorkomend geval voor afzonderlijke diensten de volgende aangelegenheden:
- i. procedures om de desbetreffende representatieve organisaties op hun respectieve grondgebied aan te moedigen hun belang bij wederzijdse erkenning te onderzoeken; en
- ii. procedures om het ontwikkelen van aanbevelingen over wederzijdse erkenning door de desbetreffende representatieve organisaties te stimuleren.
- b. De werkgroep fungeert als contactpunt voor door de desbetreffende beroepsorganisaties uit een partij aan de orde gestelde kwesties betreffende wederzijdse erkenning.
Artikel 7.22. Transparantie en vertrouwelijke informatie
De partijen beantwoorden met gebruikmaking van de krachtens hoofdstuk twaalf (Transparantie) ingevoerde mechanismen onverwijld alle verzoeken van de andere partij om specifieke informatie over:
- a. internationale overeenkomsten of regelingen, met inbegrip van die inzake wederzijdse erkenning, die op onder dit hoofdstuk vallende aangelegenheden betrekking hebben of daarvoor gevolgen hebben; en over
- b. normen en criteria voor het verlenen van vergunningen aan en de certificering van dienstverleners, met inbegrip van informatie over welke regelgevende of andere instantie over zulke normen en criteria dient te worden geraadpleegd. De normen en criteria omvatten eisen met betrekking tot opleiding, onderzoek, ervaring, gedrag en ethiek, beroepsopleiding en hercertificering, praktijkervaring, plaatselijke kennis en consumentenbescherming.
Geen enkele bepaling van deze overeenkomst verplicht een partij tot verstrekking van vertrouwelijke informatie waarvan bekendmaking de rechtshandhaving zou belemmeren of anderszins in strijd zou zijn met het openbaar belang of schadelijk zou zijn voor de rechtmatige handelsbelangen van openbare of particuliere ondernemingen.
De regelgevende autoriteiten van elk van beide partijen maken de vereisten, waaronder die inzake documentatie, voor het indienen van aanvragen die op dienstlevering betrekking hebben, openbaar.
Op verzoek van een aanvrager stelt een regelgevende autoriteit van een partij die aanvrager in kennis van de status van zijn aanvraag. Indien de autoriteit aanvullende informatie van de aanvrager verlangt, stelt zij deze daarvan onverwijld in kennis.
Op verzoek van een afgewezen aanvrager stelt een regelgevende autoriteit die een aanvraag heeft afgewezen, de aanvrager voor zover mogelijk in kennis van de redenen voor afwijzing van de aanvraag.
De regelgevende autoriteit van een partij neemt over een ingediende aanvraag van een investeerder of een verlener van grensoverschrijdende diensten uit de andere partij binnen 120 dagen een administratief besluit inzake het verlenen van diensten, en stelt de aanvrager onverwijld van dat besluit in kennis. Een aanvraag wordt pas als ingediend beschouwd wanneer alle relevante hoorzittingen zijn gehouden en alle vereiste informatie is ontvangen. Wanneer een besluit niet binnen 120 dagen kan worden genomen, stelt de regelgevende autoriteit de aanvrager hiervan onverwijld in kennis en tracht zij het besluit binnen een redelijk tijdvak daarna te nemen.
Artikel 7.23. Interne regelgeving
Indien voor de verlening van een dienst of voor vestiging waarvoor een specifieke verbintenis is aangegaan een vergunning vereist is, delen de bevoegde autoriteiten van een partij de aanvrager binnen een redelijke termijn na de indiening van de volgens de interne wet- en regelgeving als ingediend beschouwde aanvraag mede welk besluit zij ten aanzien van die aanvraag hebben genomen. De bevoegde autoriteiten van de partij geven de aanvrager, op diens verzoek, zonder onredelijke vertraging informatie over de stand van zaken betreffende de aanvraag.
Elk van beide partijen voert gerechtelijke, scheidsrechterlijke of administratieve tribunalen of procedures in, of houdt deze in stand, waarmee op verzoek van een betroffen investeerder of dienstverlener administratieve beslissingen met betrekking tot het recht van vestiging, de grensoverschrijdende dienstverlening of de tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken terstond kunnen worden onderzocht en, indien gerechtvaardigd, passende maatregelen kunnen worden genomen. Wanneer deze procedures niet onafhankelijk zijn van de instantie die bevoegd is het betrokken administratieve besluit te nemen, zien de partijen erop toe dat de procedures feitelijk in een objectief en onpartijdig onderzoek voorzien.
Teneinde te waarborgen dat maatregelen in verband met kwalificatievereisten en -procedures, technische normen en vergunningsvereisten geen onnodige belemmeringen voor de handel in diensten vormen, maar met erkenning van het recht nieuwe regelingen inzake dienstverlening op te stellen en in te voeren om doelstellingen van overheidsbeleid te bereiken, streeft elk van beide partijen ernaar om op een voor elke sector passende wijze te waarborgen dat zulke maatregelen:
- a. gebaseerd zijn op objectieve en transparante criteria, zoals bekwaamheid en het vermogen de dienst te verlenen; en
- b. in geval van vergunningsprocedures, op zich geen beperking voor de verlening van de dienst vormen.
Dit artikel wordt naar gelang van het geval, na overleg tussen de partijen, gewijzigd om de resultaten van de onderhandelingen ingevolge lid 4 van artikel VI van de GATS of de resultaten van soortgelijke onderhandelingen die in andere multilaterale fora zijn gevoerd en waaraan beide partijen deelnemen, in deze overeenkomst te integreren zodra zij rechtswerking hebben.
Artikel 7.24. Governance
Elk van beide partijen waarborgt voor zover uitvoerbaar dat internationaal overeengekomen normen voor de regelgeving en het toezicht in de financiëledienstensector en voor de strijd tegen belastingfraude en -ontwijking op haar grondgebied ten uitvoer worden gelegd en worden toegepast. Dergelijke internationaal overeengekomen normen zijn onder meer de Core Principle for Effective Banking Supervision van het Bazels Comité voor het bankentoezicht, de Insurance Core Principles and Methodology, te Singapore op 3 oktober 2003 goedgekeurd door de International Association of Insurance Supervisors, de Objectives and Principles of Securities Regulation van de International Organisation of Securities Commissions, de Agreement on Exchange of Information on Tax Matters van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, hierna „OESO” genoemd, de Statement on Transparency and Exchange of Information for Tax Purposes van de G20, en de Veertig aanbevelingen inzake het witwassen van geld en de Negen bijzondere aanbevelingen inzake terrorismefinanciering van de Financial Action Task Force.
ONDERAFDELING B. DIENSTEN IN VERBAND MET COMPUTERS
Artikel 7.25. Diensten in verband met computers
Bij de liberalisering van de handel in diensten in verband met computers overeenkomstig de afdelingen B tot en met D, onderschrijven de partijen de in de volgende leden neergelegde afspraak.
CPC29)Onder „CPC” wordt verstaan de „Central Products Classification”, zoals vastgesteld in „Statistical Office of the United Nations, Statistical Papers, Series M, Nr. 77, CPC prov, 1991”.84, de VN-code voor diensten in verband met computers, heeft betrekking op de basisfuncties voor alle diensten in verband met computers, met inbegrip van computerprogramma's die worden omschreven als de instructies waardoor computers kunnen werken en communiceren (met inbegrip van de ontwikkeling en implementatie ervan), gegevensverwerking en -opslag, alsmede aanverwante diensten, zoals het geven van adviezen en opleidingen aan het personeel van klanten. Technologische ontwikkelingen hebben geleid tot een toename van het aanbod van deze diensten als een pakket van aanverwante diensten dat alle of een deel van deze basisfuncties kan omvatten. Zo bestaan diensten als web- of domeinhosting, datamining en gridcomputing uit een combinatie van basisfuncties van de diensten in verband met computers.
Ongeacht of zij via een netwerk zoals internet worden geleverd, omvatten de diensten in verband met computers alle diensten op het gebied van:
- a. advies, strategie, analyse, planning, specificatie, ontwerp, ontwikkeling, installatie, implementatie, integratie, testen, debuggen, updaten, ondersteuning, technische hulp of beheer van of voor computers of computersystemen;
- b. computerprogramma's plus advies, strategie, analyse, planning, specificatie, ontwerp, ontwikkeling, installatie, implementatie, integratie, testen, debuggen, updaten, aanpassen, onderhoud, ondersteuning, technische hulp, beheer of gebruik van of voor computerprogramma's;
- c. de verwerking, opslag en hosting van gegevens of diensten in verband met databanken;
- d. onderhoud en reparatie van kantoormachines en toebehoren, met inbegrip van computers; of
- e. opleidingen voor het personeel van klanten in verband met computerprogramma's, computers of computersystemen die niet elders zijn ingedeeld.
Diensten in verband met computers maken het verlenen van andere diensten, zoals bankieren, elektronisch of anderszins, mogelijk. De partijen erkennen dat er een groot verschil is tussen de ondersteunende dienst zoals webhosting of applicatiehosting, en de inhouds- of hoofddienst die elektronisch wordt geleverd, zoals bankieren, en dat in die gevallen de inhouds- of hoofddienst niet onder CPC 84 valt.
ONDERAFDELING C. POST- EN KOERIERSDIENSTEN
Artikel 7.26. Uitgangspunten van de regelgeving
Het Handelscomité legt ter waarborging van de mededinging in de post- en koeriersdiensten waarvoor in elk van beide partijen geen monopoliepositie is voorbehouden, uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst de uitgangspunten voor het ten aanzien van die diensten toepasselijke regelgevingskader vast. Met deze uitgangspunten wordt beoogd te reageren op kwesties als met de mededinging strijdige praktijken, universele dienst, afzonderlijke vergunningen en de aard van de regelgevende autoriteit30)Voor alle duidelijkheid zij opgemerkt dat niets in dit artikel mag worden uitgelegd als dat daarmee, bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, een wijziging wordt beoogd van het regelgevingskader van de huidige regelgevende instantie in Korea die regels stelt voor particuliere koeriersdiensten..
ONDERAFDELING D. TELECOMMUNICATIEDIENSTEN
Artikel 7.27. Toepassingsgebied en definities
Deze onderafdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor de basistelecommunicatiediensten31)Deze omvatten diensten die zijn vermeld in 2. Communicatiediensten, onder C. Telecommunicatiediensten, categorieën a tot en met g, in de MTN/GNS/W/120., met uitzondering van uitzendingen, die in overeenstemming met de afdelingen B tot en met D van dit hoofdstuk zijn geliberaliseerd.
Voor de toepassing van deze onderafdeling gelden de volgende definities:
- a. telecommunicatiediensten: alle diensten bestaande in de transmissie en ontvangst van elektromagnetische signalen, maar niet de economische activiteit bestaande in de levering van inhoud die voor het transport afhankelijk is van telecommunicatie;
- b. openbare telecommunicatiedienst: elke telecommunicatiedienst ten aanzien waarvan een partij, uitdrukkelijk of feitelijk, eist dat deze aan het algemene publiek wordt aangeboden;
- c. openbaar telecommunicatienetwerk: de openbare telecommunicatie-infrastructuur waardoor telecommunicatie tussen bepaalde eindpunten van een netwerk mogelijk wordt gemaakt;
- d. regelgevende autoriteit in de telecommunicatiesector: de instantie of instanties die belast is/zijn met de telecommunicatieregelgeving als bedoeld in deze onderafdeling;
- e. essentiële faciliteiten: faciliteiten in het kader van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst die:
- i. uitsluitend of voornamelijk ter beschikking worden gesteld door één of een beperkt aantal leveranciers; en
- ii. bij het verlenen van een dienst niet op haalbare wijze economisch of technisch kunnen worden vervangen;
- f. grote leverancier in de telecommunicatiesector: een leverancier die de voorwaarden voor deelneming (wat prijs en aanbod betreft) in de desbetreffende markt voor telecommunicatiediensten door zijn controle over essentiële faciliteiten of door aanwending van zijn marktpositie, in belangrijke mate kan beïnvloeden;
- g. interconnectie: de koppeling met leveranciers die openbare telecommunicatienetwerken of -diensten aanbieden zodat gebruikers van een leverancier kunnen communiceren met gebruikers van een andere leverancier en toegang krijgen tot door een andere leverancier geleverde diensten, voor zover specifieke verbintenissen zijn aangegaan;
- h. universele dienst: het pakket van diensten dat op het grondgebied van een partij tegen een betaalbare prijs beschikbaar moet zijn voor alle gebruikers, ongeacht hun geografische locatie32)Elk van beide partijen beslist over het toepassingsgebied en de uitvoering van universele diensten.;
- i. eindgebruiker: een eindgebruiker of abonnee van een openbare telecommunicatiedienst, andere dienstverleners dan leveranciers van openbare telecommunicatiediensten daaronder begrepen;
- j. niet discriminerend: niet minder gunstig dan de behandeling die in vergelijkbare omstandigheden aan andere gebruikers van soortgelijke openbare telecommunicatienetwerken of -diensten wordt toegekend; en
- k. nummerportabiliteit: de mogelijkheid voor eindgebruikers van openbare telecommunicatiediensten om op dezelfde locatie dezelfde telefoonnummers te houden zonder dat de kwaliteit, de betrouwbaarheid of het gemak er onder leidt wanneer binnen dezelfde categorie leveranciers van openbare telecommunicatiediensten van leverancier wordt veranderd.
Artikel 7.28. Regelgevende autoriteit
Regelgevende autoriteiten voor telecommunicatiediensten zijn juridisch en functioneel onafhankelijk van leveranciers van telecommunicatiediensten.
De regelgevende autoriteit heeft voldoende bevoegdheden om de telecommunicatiedienstensector te reguleren. De taken van een regelgevende autoriteit worden duidelijk en in een gemakkelijk toegankelijke vorm bekendgemaakt, in het bijzonder wanneer meer dan een instantie met die taken belast is.
De besluiten die de regelgevende autoriteit neemt en de procedures die zij toepast, zijn voor alle marktdeelnemers gelijk.
Artikel 7.29. Vergunning voor telecommunicatiediensten
Vergunningen voor het verlenen van diensten worden zoveel mogelijk via een vereenvoudigde vergunningprocedure afgegeven.
Er kan een vergunning vereist zijn in verband met kwesties betreffende de toekenning van frequenties, nummers en doorgangsrechten. De desbetreffende vergunningsvoorwaarden worden algemeen bekendgemaakt.
Wanneer een vergunning vereist is:
- a. worden alle vergunningscriteria en de redelijke periode die normaliter nodig is om een beslissing over de aanvraag van een vergunning te nemen, algemeen bekendgemaakt;
- b. worden de redenen voor afwijzing van een vergunning de aanvrager op diens verzoek schriftelijk bekendgemaakt; en
- c. zijn de door een partij verlangde vergoedingen voor het verlenen van een vergunning33)Tarieven voor het verlenen van vergunningen omvatten niet betalingen in verband met veiling, aanbesteding of andere niet-discriminerende middelen om concessies te verlenen, of verplichte bijdragen voor het verlenen van een universele dienst.niet hoger dan de administratieve kosten die normaliter met het beheer van, het toezicht op en de handhaving van de desbetreffende vergunningen gemoeid zijn34)Dit punt treedt uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst in werking. Elk van beide partijen waarborgt dat vergoedingen voor vergunningen met de inwerkingtreding van deze overeenkomst op niet-discriminerende wijze worden geheven en toegepast..
Artikel 7.30. Concurrentiewaarborgen ten aanzien van grote leveranciers
Er zullen passende maatregelen worden gehandhaafd om te voorkomen dat leveranciers die alleen of met anderen gezamenlijk een grote leverancier zijn, concurrentiebeperkende praktijken toepassen of blijven toepassen. In dit verband wordt onder meer onder concurrentiebeperkende praktijken verstaan:
- a. het op concurrentiebeperkende wijze toepassen van kruissubsidiëring35)Of „margin squeeze”, voor de EU.;
- b. het op concurrentiebeperkende wijze gebruiken van informatie van concurrenten; en
- c. het niet tijdig aan andere dienstverleners beschikbaar stellen van technische informatie over essentiële faciliteiten en van commercieel relevante informatie die deze dienstverleners voor het leveren van hun diensten nodig hebben.
Artikel 7.31. Interconnectie
Elk van beide partijen waarborgt dat leveranciers van openbare telecommunicatienetwerken of -diensten op haar grondgebied al dan niet rechtstreeks op dat grondgebied aan leveranciers van openbare telecommunicatiediensten uit de andere partij de gelegenheid bieden om te onderhandelen over interconnectie. In beginsel worden afspraken over interconnectie gemaakt op basis van commerciële onderhandelingen tussen de betrokken ondernemingen.
De regelgevende autoriteiten zien erop toe dat leveranciers die bij onderhandelingen over interconnectieregelingen informatie van een andere onderneming ontvangen, die informatie uitsluitend gebruiken voor het doel waarvoor die werd verstrekt en dat zij de vertrouwelijkheid van de verstrekte of opgeslagen informatie te allen tijde respecteren.
Op elk punt in het netwerk waar dat technisch haalbaar is, moet worden gezorgd voor interconnectie met een grote leverancier. Deze interconnectie moet worden geleverd:
- a. op niet-discriminerende voorwaarden (inclusief technische normen en specificaties) en tegen niet-discriminerende tarieven, en met een kwaliteit die niet lager is dan die welke wordt geboden voor de eigen soortgelijke diensten, voor soortgelijke diensten van niet-verbonden dienstverleners of voor soortgelijke diensten van dochterondernemingen of andere verbonden ondernemingen;
- b. binnen een redelijke termijn, op voorwaarden (inclusief technische normen en specificaties) en tegen op de kosten gebaseerde tarieven die transparant, economisch redelijk en voldoende gescheiden zijn, zodat de leverancier niet behoeft te betalen voor netwerkonderdelen en -faciliteiten die hij voor de levering van zijn diensten niet nodig heeft; en
- c. op verzoek, via extra aansluitpunten, in aanvulling op de aan de meeste gebruikers aangeboden netwerkaansluitpunten, tegen een vergoeding die gebaseerd is op de kosten voor het aanleggen van de noodzakelijke aanvullende faciliteiten.
De procedures voor interconnectie met een grote leverancier worden algemeen bekendgemaakt.
Grote leveranciers maken hun interconnectieovereenkomsten of hun referentie-aanbiedingen voor interconnectie algemeen bekend36)Elk van beide partijen geeft aan deze verplichting uitvoering overeenkomstig haar desbetreffende regelgeving..
Artikel 7.32. Nummerportabiliteit
Elk van beide partijen waarborgt dat verleners van openbare telecommunicatiediensten op haar grondgebied, andere dan verleners van diensten in verband met het „Voice over Internet Protocol”, voor zover technisch haalbaar en onder redelijke voorwaarden nummerportabiliteit aanbieden.
Artikel 7.33. Toewijzing en gebruik van schaarse middelen
Alle procedures voor de toewijzing en het gebruik van schaarse middelen, zoals frequenties, nummers en doorgangsrechten, worden tijdig op objectieve, transparante en niet-discriminerende wijze toegepast.
De stand van zaken met betrekking tot toegewezen frequentiebanden wordt algemeen bekendgemaakt, maar een gedetailleerde vermelding van de frequenties die voor specifiek gebruik door de overheid zijn toegewezen, is niet vereist.
Artikel 7.34. Universele dienst
Elk van beide partijen heeft het recht vast te stellen welke universeledienstverplichtingen zij wenst te handhaven.
Deze verplichtingen worden op zich niet concurrentiebeperkend geacht, mits zij op transparante, objectieve en niet-discriminerende wijze worden uitgevoerd. De uitvoering van dergelijke verplichtingen is ook neutraal met betrekking tot de mededinging en niet belastender dan nodig is voor de soort universele dienst die door elk van beide partijen wordt vastgesteld.
Artikel 7.35. Vertrouwelijke informatie
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)