Overeenkomst betreffende het Internationale Monetaire Fonds

Type Verdrag
Publication 2011-03-03
State In force
Source BWB
artikelen Not indexed
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regeringen namens welke deze Overeenkomst getekend is, komen overeen als volgt:

De Engelse tekst van de Overeenkomst is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb. 1945/F 318. De vertaling is gepubliceerd in Stb. 1945/F 318. De Overeenkomst is in werking getreden op 27 december 1945, zie Trb. 1956/153. De Overeenkomst is gewijzigd volgens Trb. 1968/106.

artikel Inleidend

(i). Het Internationale Monetaire Fonds is opgericht en handelt in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst zoals oorspronkelijk vastgesteld en later gewijzigd.

(ii). Ten einde het Fonds in staat te stellen tot zijn verrichtingen en transacties houdt het Fonds een Algemene Afdeling en een Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling in stand. Het lidmaatschap van het Fonds verleent het recht tot deelneming in de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling.

(iii). De ingevolge deze Overeenkomst toegestane verrichtingen en transacties lopen via de Algemene Afdeling, die, in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst, bestaat uit de Algemene Middelenrekening, de Bijzondere Aanwendingsrekening en de Investeringsrekening, met dien verstande dat verrichtingen en transacties betreffende bijzondere trekkingsrechten via de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling lopen.

Artikel I. Doelstellingen

De doelstellingen van het Internationale Monetaire Fonds zijn:

Het Fonds zal zich in zijn gehele beleid en in al zijn beslissingen laten leiden door de doelstellingen in dit artikel tot uitdrukking gebracht.

Artikel II. Lidmaatschap

Sectie 1. Oorspronkelijke leden

De oorspronkelijke leden van het Fonds zijn die der op de Monetaire en Financiële Conferentie der Verenigde Naties vertegenwoordigde landen, welker regeringen vóór 31 december 1945 het lidmaatschap aanvaarden.

Sectie 2. Andere leden

Het lidmaatschap staat open voor andere landen op die tijdstippen en in overeenstemming met die voorwaarden die door de Raad van Bestuur kunnen worden gesteld. Deze voorwaarden, met inbegrip van de voorwaarden voor bijdragen, zijn gebaseerd op beginselen die verenigbaar zijn met die welke worden toegepast op andere landen die reeds lid zijn.

Artikel III. Quota en bijdragen

Sectie 1. Quota en betaling van bijdragen

Ieder lid krijgt een quotum toegewezen, uitgedrukt in bijzondere trekkingsrechten. De quota van de op de Monetaire en Financiële Conferentie der Verenigde Naties vertegenwoordigde leden die vóór 31 december 1945 het lidmaatschap aanvaarden, zijn die welke in Schema A zijn vermeld. De quota van andere leden worden vastgesteld door de Raad van Bestuur. De bijdrage van ieder lid dient gelijk te zijn aan zijn quotum en in haar geheel te worden betaald aan het Fonds bij de hiertoe aangewezen instantie van deponering.

Sectie 2. Aanpassing der quota

Sectie 3. Betalingen indien quota worden gewijzigd

Sectie 4. Vervanging van valuta door waardepapieren

Het Fonds neemt van ieder lid in plaats van enig deel van de bijdrage in de eigen valuta van het lid aan de Algemene Middelenrekening, dat het Fonds naar zijn mening niet voor zijn verrichtingen en transacties nodig heeft, promessen of gelijksoortige schuldbekentenissen aan, uitgegeven door het lid of door de instantie van deponering, die door het lid ingevolge artikel XIII, sectie 2 aangewezen is. Deze waardepapieren zijn niet overdraagbaar, dragen geen rente en zijn op aanvraag tegen hun nominale waarde aflosbaar door creditering van de rekening van het Fonds bij de aangewezen instantie van deponering. Deze sectie is niet alleen van toepassing op de eigen valuta's tot betaling waarvan de leden zich hebben verbonden, maar ook op iedere valuta die uit anderen hoofde aan het Fonds is verschuldigd of door het Fonds is verkregen en die moet worden geboekt op de Algemene Middelenrekening.

Artikel IV. Verplichtingen ten aanzien van wisselkoers-arrangementen

Sectie 1. Algemene verplichtingen van leden

Erkennende dat het wezenlijke doel van het internationale monetaire stelsel is het bieden van een kader ter vergemakkelijking van het verkeer van goederen, diensten en kapitaal tussen landen en ter ondersteuning van een gezonde economische groei, en dat een hoofddoel is de voortgaande ontwikkeling van de ordelijke basisvoorwaarden die nodig zijn voor financiële en economische stabiliteit, verbindt ieder lid zich samen te werken met het Fonds en met de andere leden, om ordelijke wisselkoers-arrangementen te verzekeren en een stabiel stelsel van wisselkoersen te bevorderen. In het bijzonder zal ieder lid:

Sectie 2. Algemene wisselkoers-arrangementen

Sectie 3. Toezicht op wisselkoers-arrangementen

Sectie 4. Pari-waarden

Het Fonds kan met een meerderheid van vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal bepalen dat de internationale economische situatie van dien aard is dat een wijd vertakt stelsel van wisselkoers-arrangementen op basis van stabiele, doch aanpasbare pari-waarden kan worden ingevoerd. Het Fonds bepaalt dit op basis van de fundamentele stabiliteit van de wereldeconomie en het houdt hiertoe rekening met ontwikkelingen in de prijzen en de groei van de economie van de leden. Het Fonds baseert zijn oordeel op de ontwikkeling van het internationale monetaire stelsel, daarbij in het bijzonder gelet op de herkomst van liquide middelen en, ten einde de doeltreffende werking van een stelsel van pari-waarden te verzekeren, gelet op regelingen krachtens welke zowel leden met een overschot, als die met een tekort op hun betalingsbalans onverwijld doeltreffende symmetrische maatregelen nemen om te komen tot een aanpassing, en tevens gelet op regelingen ten behoeve van interventie en de behandeling van onevenwichtigheden. Wanneer het Fonds tot dit oordeel is gekomen, brengt het de leden ter kennis dat het bepaalde in schema C van toepassing is.

Sectie 5. Verschillende valuta's binnen het grondgebied van een lid

Artikel V. Verrichtingen en transacties van het Fonds

Sectie 1. Instanties die met het Fonds in verbinding kunnen treden

Ieder lid treedt slechts in verbinding met het Fonds door middel van zijn Ministerie van Financiën, Centrale Bank, egalisatiefonds of andere soortgelijke met de schatkist in verband staande instantie, terwijl het Fonds slechts met of door middel van dezelfde instanties met de leden in verbinding treedt.

Sectie 2. Beperking van de verrichtingen en transacties van het Fonds

Sectie 3. Voorwaarden, die het gebruik van de algemene middelen van het Fonds beheersen

Sectie 4. Ontheffing van voorwaarden

Het Fonds kan naar goeddunken en op voorwaarden die zijn belangen waarborgen, van ieder der onder sectie 3 (b) (iii) en (iv) van dit artikel genoemde voorwaarden ontheffing verlenen, speciaal waar het leden geldt waarvan is gebleken dat zij een omvangrijk en geregeld gebruik van de algemene middelen van het Fonds vermijden. Bij het verlenen van ontheffing houdt het rekening met periodieke of bijzondere behoeften van het lid dat om ontheffing verzoekt. Het Fonds houdt ook rekening met de bereidwilligheid van een lid aanvaardbare activa, die naar de mening van het Fonds voldoende waarde bezitten om zijn belangen te beveiligen, in onderpand te geven. Het Fonds kan als voorwaarde voor ontheffing het stellen van dergelijke zakelijke onderpanden eisen.

Sectie 5. Onbevoegdheid tot gebruikmaking van de algemene middelen van het Fonds

Telkens wanneer het Fonds van mening is dat een lid de algemene middelen van het Fonds aanwendt op een wijze, die in strijd is met de doelstellingen van het Fonds, doet het het lid een rapport toekomen, waarin de inzichten van het Fonds en een gepaste tijd voor beantwoording worden vermeld. Na het indienen van een dergelijk rapport bij een lid, kan het Fonds het gebruik van zijn algemene middelen door dat lid beperken. Indien geen antwoord van het lid op het rapport wordt ontvangen binnen de voorgeschreven termijn, of het ontvangen antwoord onbevredigend is, kan het Fonds voortgaan met het beperken van het gebruik van zijn algemene middelen door het lid en kan het, na redelijke termijnstelling, het lid onbevoegd verklaren tot gebruikmaking van de algemene middelen van het Fonds.

Sectie 6. Andere aankopen en verkopen van bijzondere trekkingsrechten door het Fonds

Sectie 7. Wederinkoop door een lid van zijn valuta, door het Fonds gehouden

Sectie 8. Provisies

Sectie 9. Remuneratie

Sectie 10. Berekeningen

Sectie 11. Handhaving van de waarde

Sectie 12. Andere verrichtingen en transacties

Artikel VI. Overmaking van kapitaal

Sectie 1. Gebruikmaking van de algemene middelen van het Fonds voor overmaking van kapitaal

Sectie 2. Bijzondere bepalingen inzake overmaking van kapitaal

Een lid heeft het recht aankopen in de reservetranche te doen in verband met overmaking van kapitaal.

Sectie 3. Controle op overmaking van kapitaal

Leden kunnen de controle uitoefenen die noodzakelijk is om internationale kapitaalbewegingen te reguleren, maar geen lid kan die controle op zulk een wijze uitoefenen dat de betalingen voor lopende transacties worden beperkt of dat overmakingen van bedragen voor de vereffening van verplichtingen bovenmatig worden vertraagd, behalve voor zover bepaald in artikel VII, sectie 3 (b) en artikel XIV, sectie 2.

Artikel VII. Aanvulling en schaarse valuta's

Sectie 1. Maatregelen ter aanvulling van het bezit van het Fonds aan valuta's

Het Fonds kan, wanneer het een zodanig optreden raadzaam acht om zijn bezit aan de valuta van enig lid in de Algemene Middelenrekening, nodig in verband met zijn transacties, aan te vullen, een of beide van de volgende maatregelen nemen:

Sectie 2. Algemene schaarste aan een valuta

Wanneer het Fonds constateert dat er zich een algemene schaarste aan een bepaalde valuta ontwikkelt, kan het Fonds de leden daarvan in kennis stellen en een rapport uitbrengen, waarin de oorzaken van de schaarste worden uiteengezet en aanbevelingen voor het opheffen van de schaarste worden gegeven. Een vertegenwoordiger van het lid welks valuta hierbij is betrokken, neemt aan de voorbereiding van het rapport deel.

Sectie 3. Schaarste van het eigen bezit van het Fonds aan bepaalde valuta's

Sectie 4. Toepassing der deviezenbeperkingen

Ieder lid dat ten aanzien van de valuta van een ander lid overeenkomstig het bepaalde in sectie 3 (b) van dit artikel beperkingen invoert, neemt alle bezwaren van het andere lid ten aanzien van de toepassing van zodanige beperkingen in welwillende overweging.

Sectie 5. Invloed van andere internationale overeenkomsten op deviezenbeperkingen

De leden komen overeen dat zij zich op de verplichtingen die voortspruiten uit enige vóór het sluiten van deze Overeenkomst gemaakte afspraak, niet op zodanige wijze zullen beroepen, dat het bepaalde in dit artikel daardoor geen werkingskracht kan hebben.

Artikel VIII. Algemene verplichtingen der leden

Sectie 1. Inleiding

Ieder lid neemt, naast de verplichtingen die ingevolge andere artikelen van deze Overeenkomst worden aanvaard, de verplichtingen aangegeven in dit artikel op zich.

Sectie 2. Vermijden van beperkingen op lopende betalingen

Sectie 3. Vermijden van discriminerende wisselkoerspraktijken

Geen lid laat zich in met, of stemt erin toe dat een van zijn met de schatkist in verband staande instanties genoemd in artikel V, sectie 1, zich inlaat met discriminerende wisselkoersafspraken of meervoudige wisselkoerspraktijken, hetzij binnen hetzij buiten de marges zoals gesteld in artikel IV, dan wel voorgeschreven bij of ingevolge schema C, tenzij met een machtiging ingevolge deze Overeenkomst of met goedkeuring van het Fonds. Wanneer zodanige afspraken en praktijken lopende zijn op de datum waarop deze Overeenkomst in werking treedt, pleegt het desbetreffende lid met het Fonds overleg omtrent hun geleidelijke opheffing, tenzij zij worden gehandhaafd of opgelegd ingevolge artikel XIV, sectie 2, in welk geval het bepaalde in sectie 3 van dat artikel van toepassing is.

Sectie 4. Inwisselbaarheid van saldi in het buitenland

Sectie 5. Verstrekken van inlichtingen

Sectie 6. Overleg tussen de leden betreffende bestaande internationale overeenkomsten

Waar een lid ingevolge deze Overeenkomst is gemachtigd in de bijzondere en tijdelijke omstandigheden, genoemd in deze Overeenkomst, deviezenbeperkingen te handhaven of in te voeren en leden vóór het sluiten van deze Overeenkomst andere onderlinge verbintenissen hebben aangegaan die in strijd zijn met de toepassing van zodanige deviezenbeperkingen, plegen de partijen die zodanige verbintenissen zijn aangegaan met elkaar overleg, ten einde de nodige wederzijds aanvaardbare aanpassingen aan te brengen. Het bepaalde in dit artikel laat de werking van artikel VII, sectie 5 onverlet.

Sectie 7. Verplichting tot samenwerking ten aanzien van het beleid inzake reservemiddelen

Ieder lid verbindt zich samen te werken met het Fonds en met andere leden, ten einde te verzekeren dat het beleid van het lid ter zake van reservemiddelen verenigbaar is met het streven een beter internationaal toezicht op de internationale liquiditeit te bevorderen en het bijzondere trekkingsrecht tot voornaamste reservemiddel in het internationale monetaire stelsel te maken.

Artikel IX. Rechtspositie, immuniteiten en voorrechten

Sectie 1. Doelstellingen van het artikel

Ten einde het Fonds in staat te stellen de hieraan toevertrouwde functies te vervullen, worden op het grondgebied van ieder lid de in dit artikel vermelde rechtspositie, de immuniteiten en de voorrechten aan het Fonds toegekend.

Sectie 2. Rechtspositie van het Fonds

Het Fonds bezit onverkorte rechtspersoonlijkheid en heeft in het bijzonder de bevoegdheid om:

Sectie 3. Immuniteit van rechtsvordering

Het Fonds, zijn eigendommen en zijn activa, waar deze zich ook bevinden en wie deze ook in bezit heeft, genieten immuniteit van iedere vorm van rechtsvordering, behalve voor zover het uitdrukkelijk afstand van zijn immuniteit heeft gedaan ten behoeve van een rechtsvordering of door de bepalingen van een overeenkomst.

Sectie 4. Immuniteit van andere rechtshandelingen

De eigendommen en activa van het Fonds, waar deze zich ook bevinden en wie deze ook in bezit heeft, zijn vrij van onderzoek, vordering, inbeslagneming, onteigening of andere vormen van inbeslagneming op last van de uitvoerende of wetgevende macht.

Sectie 5. Immuniteit van het archief

Het archief van het Fonds is onschendbaar.

Sectie 6. Vrijstelling der activa van beperkende maatregelen

Voor zover voor de uitvoering der in deze Overeenkomst genoemde werkzaamheden nodig is, zijn alle eigendommen en activa van het Fonds vrijgesteld van beperkingen, regelingen, controles en moratoria van welke aard ook.

Sectie 7. Bevoorrechte behandeling van mededelingen

Door de leden wordt aan de officiële mededelingen van het Fonds dezelfde behandeling toegekend als aan de officiële mededelingen van andere leden.

Sectie 8. Immuniteiten en voorrechten van hoge functionarissen en overig personeel

Alle leden van de Raad van Bestuur, Bewindvoerders, plaatsvervangers, commissieleden, vertegenwoordigers benoemd ingevolge artikel XII, sectie 3 (j), adviseurs van ongeacht welke van bovengenoemde personen, hoge functionarissen en overig personeel van het Fonds:

Sectie 9. Vrijstelling van belasting

Sectie 10. Toepassing van het artikel

Ieder lid onderneemt binnen zijn grondgebied de nodige stappen met het doel de beginselen vervat in dit artikel, in zijn eigen nationale recht tot gelding te brengen en deelt het Fonds in bijzonderheden mede welke stappen het heeft ondernomen.

Artikel X. Betrekkingen met andere internationale organisaties

Het Fonds werkt binnen de bepalingen van deze Overeenkomst samen met iedere algemene internationale organisatie en met officiële internationale organisaties, die gespecialiseerde verantwoordelijkheden op aanverwante gebieden dragen. Regelingen voor een zodanige samenwerking, die een wijziging van een bepaling van deze Overeenkomst ten gevolge zouden hebben, mogen slechts worden getroffen na wijziging van deze Overeenkomst ingevolge artikel XXVIII.

Artikel XI. Betrekkingen met Staten die geen lid zijn

Sectie 1. Verbintenissen ten aanzien van betrekkingen met Staten die geen lid zijn

Ieder lid verbindt zich ertoe:

Sectie 2. Beperkingen ten aanzien van transacties met Staten die geen lid zijn

Niets in deze Overeenkomst beïnvloedt het recht van een lid om beperkingen in te voeren ten aanzien van deviezentransacties met Staten die geen lid zijn of met personen binnen hun grondgebied, tenzij het Fonds van oordeel is dat zodanige beperkingen de belangen der leden benadelen en in strijd zijn met de doelstellingen van het Fonds.

Artikel XII. Organisatie en beheer

Sectie 1. Structuur van het Fonds

Het Fonds heeft een Raad van Bestuur, een College van Bewindvoerders, een Directeur en een staf, en een Raad, indien de Raad van Bestuur met een meerderheid van vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal besluit dat het bepaalde in schema D zal worden toegepast.

Sectie 2. Raad van Bestuur

Sectie 3. College van Bewindvoerders

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)