Overeenkomst betreffende het Internationale Monetaire Fonds
De Regeringen namens welke deze Overeenkomst getekend is, komen overeen als volgt:
De Engelse tekst van de Overeenkomst is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb. 1945/F 318. De vertaling is gepubliceerd in Stb. 1945/F 318. De Overeenkomst is in werking getreden op 27 december 1945, zie Trb. 1956/153. De Overeenkomst is gewijzigd volgens Trb. 1968/106.
artikel Inleidend
(i). Het Internationale Monetaire Fonds is opgericht en handelt in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst zoals oorspronkelijk vastgesteld en later gewijzigd.
(ii). Ten einde het Fonds in staat te stellen tot zijn verrichtingen en transacties houdt het Fonds een Algemene Afdeling en een Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling in stand. Het lidmaatschap van het Fonds verleent het recht tot deelneming in de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling.
(iii). De ingevolge deze Overeenkomst toegestane verrichtingen en transacties lopen via de Algemene Afdeling, die, in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst, bestaat uit de Algemene Middelenrekening, de Bijzondere Aanwendingsrekening en de Investeringsrekening, met dien verstande dat verrichtingen en transacties betreffende bijzondere trekkingsrechten via de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling lopen.
Artikel I. Doelstellingen
De doelstellingen van het Internationale Monetaire Fonds zijn:
- (i). Het bevorderen van internationale samenwerking op monetair gebied door een permanente instelling, die het apparaat voor overleg en samenwerking inzake internationale monetaire problemen verschaft.
- (ii). Het vergemakkelijken van de uitbreiding en de evenwichtige groei van de internationale handel en daardoor het bijdragen tot de bevordering en instandhouding van een hoog niveau van werkgelegenheid en van reëel inkomen, alsmede tot de ontwikkeling van de produktieve middelen van alle leden: dit zijn de voornaamste doelstellingen van het economische beleid.
- (iii). Het bevorderen van koersstabiliteit, het handhaven van ordelijke wisselkoers-arrangementen tussen de leden en het voorkomen van concurrerende depreciatie van de wisselkoersen.
- (iv). Het medewerken aan de totstandbrenging van een multilateraal betalingssysteem ten behoeve van lopende transacties tussen de leden en aan het uit de weg ruimen van deviezenbeperkingen die de groei van de wereldhandel belemmeren.
- (v). Het wekken van vertrouwen bij de leden door hun de algemene middelen van het Fonds onder behoorlijke waarborgen tijdelijk ter beschikking te stellen, waardoor hun gelegenheid wordt gegeven geen storingen in hun betalingsbalans te herstellen zonder hen te nopen tot maatregelen die zeer nadelige gevolgen hebben voor de nationale of internationale welvaart.
- (vi). In overeenstemming met het bovenstaande, het verkorten van de duur en het verminderen van de mate van onevenwichtigheid in de internationale betalingsbalansen der leden.
Het Fonds zal zich in zijn gehele beleid en in al zijn beslissingen laten leiden door de doelstellingen in dit artikel tot uitdrukking gebracht.
Artikel II. Lidmaatschap
Sectie 1. Oorspronkelijke leden
De oorspronkelijke leden van het Fonds zijn die der op de Monetaire en Financiële Conferentie der Verenigde Naties vertegenwoordigde landen, welker regeringen vóór 31 december 1945 het lidmaatschap aanvaarden.
Sectie 2. Andere leden
Het lidmaatschap staat open voor andere landen op die tijdstippen en in overeenstemming met die voorwaarden die door de Raad van Bestuur kunnen worden gesteld. Deze voorwaarden, met inbegrip van de voorwaarden voor bijdragen, zijn gebaseerd op beginselen die verenigbaar zijn met die welke worden toegepast op andere landen die reeds lid zijn.
Artikel III. Quota en bijdragen
Sectie 1. Quota en betaling van bijdragen
Ieder lid krijgt een quotum toegewezen, uitgedrukt in bijzondere trekkingsrechten. De quota van de op de Monetaire en Financiële Conferentie der Verenigde Naties vertegenwoordigde leden die vóór 31 december 1945 het lidmaatschap aanvaarden, zijn die welke in Schema A zijn vermeld. De quota van andere leden worden vastgesteld door de Raad van Bestuur. De bijdrage van ieder lid dient gelijk te zijn aan zijn quotum en in haar geheel te worden betaald aan het Fonds bij de hiertoe aangewezen instantie van deponering.
Sectie 2. Aanpassing der quota
- (a). De Raad van Bestuur onderwerpt met tussenpozen van niet langer dan vijf jaar de quota der leden aan een algemene beoordeling en stelt, indien hij dit wenselijk acht, aanpassing daarvan voor. Hij kan ook, indien hij dit juist acht, de aanpassing van elk bepaald quotum op verzoek van het betrokken lid op ieder ander tijdstip in overweging nemen.
- (b). Het Fonds kan te allen tijde een verhoging voorstellen van de quota van die leden van het Fonds die lid waren op 31 augustus 1975, zulks naar verhouding van hun quota op die datum en tot een cumulatief bedrag dat niet hoger is dan de bedragen die krachtens het bepaalde in artikel V, sectie 12 (f) (i) en (j) worden overgemaakt van de Bijzondere Aanwendingsrekening naar de Algemene Middelenrekening.
- (c). Een meerderheid van vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal is nodig voor enige wijziging in de quota.
- (d). Het quotum van een lid wordt eerst gewijzigd wanneer het lid hiermee heeft ingestemd en betaling heeft plaatsgevonden, tenzij betaling wordt geacht te zijn verricht in overeenstemming met het bepaalde in sectie 3 (b) van dit artikel.
Sectie 3. Betalingen indien quota worden gewijzigd
- (a). Ieder lid dat instemt met een verhoging van zijn quotum krachtens het bepaalde in sectie 2 (a) van dit artikel, betaalt binnen een door het Fonds bepaald tijdvak vijfentwintig procent van de verhoging in bijzondere trekkingsrechten aan het Fonds, maar de Raad van Bestuur kan voorschrijven dat deze betaling, op dezelfde basis voor alle leden, geheel of gedeeltelijk kan worden verricht in de door het Fonds gespecificeerde valuta's van andere leden, zulks met hun instemming, of in de valuta van het lid zelf. Een niet-participant dient in de door het Fonds gespecificeerde valuta's van andere leden, met hun instemming, een percentage van de verhoging te betalen dat overeenkomt met het percentage dat door participanten dient te worden betaald in bijzondere trekkingsrechten. Het resterende deel van de verhoging dient door het lid te worden voldaan in zijn eigen valuta. Het bezit van het Fonds aan de valuta van een lid mag niet, als gevolg van betalingen door andere leden uit hoofde van deze bepaling, hoger worden dan het niveau waarboven ingevolge artikel V, sectie 8 (b) (ii) provisies zouden worden geheven.
- (b). Ieder lid dat instemt met een verhoging van zijn quotum krachtens het bepaalde in sectie 2 (b) van dit artikel, wordt geacht aan het Fonds als bijdrage een bedrag te hebben betaald, gelijk aan een zodanige verhoging.
- (c). Indien een lid met een verlaging van zijn quotum instemt, betaalt het Fonds binnen zestig dagen aan het lid een bedrag gelijk aan de verlaging uit. De betaling wordt verricht in de valuta van het lid en tot zulk een bedrag aan bijzondere trekkingsrechten of in de door het Fonds gespecificeerde valuta's van andere leden, met hun instemming, als nodig is om te voorkomen dat het bezit van het Fonds aan die valuta daalt tot onder het nieuwe quotum, met dien verstande dat het Fonds in uitzonderlijke omstandigheden zijn bezit aan de valuta kan verlagen tot onder het nieuwe quotum door betaling aan het lid in zijn eigen valuta.
- (d). Een meerderheid van zeventig procent van het totale stemmenaantal is nodig voor enigerlei besluit uit hoofde van het bepaalde in (a) van deze sectie, met uitzondering van het vaststellen van een tijdvak en het specificeren van valuta's ingevolge die bepaling.
Sectie 4. Vervanging van valuta door waardepapieren
Het Fonds neemt van ieder lid in plaats van enig deel van de bijdrage in de eigen valuta van het lid aan de Algemene Middelenrekening, dat het Fonds naar zijn mening niet voor zijn verrichtingen en transacties nodig heeft, promessen of gelijksoortige schuldbekentenissen aan, uitgegeven door het lid of door de instantie van deponering, die door het lid ingevolge artikel XIII, sectie 2 aangewezen is. Deze waardepapieren zijn niet overdraagbaar, dragen geen rente en zijn op aanvraag tegen hun nominale waarde aflosbaar door creditering van de rekening van het Fonds bij de aangewezen instantie van deponering. Deze sectie is niet alleen van toepassing op de eigen valuta's tot betaling waarvan de leden zich hebben verbonden, maar ook op iedere valuta die uit anderen hoofde aan het Fonds is verschuldigd of door het Fonds is verkregen en die moet worden geboekt op de Algemene Middelenrekening.
Artikel IV. Verplichtingen ten aanzien van wisselkoers-arrangementen
Sectie 1. Algemene verplichtingen van leden
Erkennende dat het wezenlijke doel van het internationale monetaire stelsel is het bieden van een kader ter vergemakkelijking van het verkeer van goederen, diensten en kapitaal tussen landen en ter ondersteuning van een gezonde economische groei, en dat een hoofddoel is de voortgaande ontwikkeling van de ordelijke basisvoorwaarden die nodig zijn voor financiële en economische stabiliteit, verbindt ieder lid zich samen te werken met het Fonds en met de andere leden, om ordelijke wisselkoers-arrangementen te verzekeren en een stabiel stelsel van wisselkoersen te bevorderen. In het bijzonder zal ieder lid:
- (i). trachten zijn economische en financiële beleid te richten op het aanmoedigen van een ordelijke economische groei met een redelijke prijsstabiliteit, naar behoren rekening houdend met zijn omstandigheden;
- (ii). ernaar streven stabiliteit te bevorderen door het aanmoedigen van ordelijke economische en financiële basisvoorwaarden en van een monetair stelsel waarin geen erratische storingen optreden;
- (iii). niet overgaan tot manipulaties met de wisselkoersen of het internationale monetaire stelsel om een doeltreffende aanpassing van de betalingsbalans te verhinderen of een oneerlijk concurrentievoordeel te verkrijgen ten opzichte van andere leden; en
- (iv). een wisselkoersbeleid voeren dat verenigbaar is met de uit deze sectie voortvloeiende verbintenissen.
Sectie 2. Algemene wisselkoers-arrangementen
- (a). Ieder lid stelt, binnen dertig dagen na de datum van de tweede wijziging van deze Overeenkomst, het Fonds in kennis van de wisselkoers-arrangementen die het voornemens is toe te passen bij de nakoming van de krachtens sectie 1 van dit artikel op hem rustende verplichtingen en stelt het Fonds onverwijld in kennis van eventuele veranderingen in zijn wisselkoers-arrangementen.
- (b). In een internationaal monetair stelsel van het type zoals dit bestond op 1 januari 1976, kunnen wisselkoers-arrangementen omvatten: (i) de handhaving door een lid van een waarde voor zijn valuta uitgedrukt in het bijzondere trekkingsrecht of een andere eenheid, anders dan goud, die door het lid is gekozen, of (ii) samenwerkingsovereenkomsten door middel waarvan de leden de waarde van hun valuta's handhaven ten opzichte van de waarde van de valuta of valuta's van andere leden, of (iii) andere wisselkoers-arrangementen naar keuze van een lid.
- (c). Het Fonds kan, om aan te sluiten bij de ontwikkeling van het internationale monetaire stelsel, met een meerderheid van vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal voorzien in algemene wisselkoersarrangementen, zonder het recht van de leden te beperken op wisselkoersarrangementen naar eigen keuze die verenigbaar zijn met de doelstellingen van het Fonds en de verplichtingen voortvloeiend uit sectie 1 van dit artikel.
Sectie 3. Toezicht op wisselkoers-arrangementen
- (a). Het Fonds houdt toezicht op het internationale monetaire stelsel ten einde de doeltreffende werking hiervan te verzekeren, en ziet erop toe dat ieder lid zich houdt aan de verplichtingen voortvloeiend uit sectie 1 van dit artikel.
- (b). Ten einde zijn onder letter (a) van deze sectie bedoelde functies te vervullen, oefent het Fonds strikt toezicht uit op het wisselkoersbeleid van de leden en stelt het specifieke beginselen vast als richtsnoer voor alle leden waar het dit beleid betreft. Ieder lid verschaft het Fonds de gegevens die nodig zijn voor een zodanig toezicht en pleegt, op verzoek van het Fonds, hiermede overleg over zijn wisselkoersbeleid. De door het Fonds vastgestelde beginselen dienen verenigbaar te zijn met de samenwerkingsovereenkomsten door middel waarvan de leden de waarde van hun valuta's handhaven ten opzichte van de waarde van de valuta of valuta's van andere leden, alsmede met andere wisselkoers-arrangementen naar keuze van een lid die verenigbaar zijn met de doelstellingen van het Fonds en met sectie 1 van dit artikel. Deze beginselen laten het binnenlandse sociale en politieke beleid van de leden onverlet en bij het toepassen van deze beginselen dient het Fonds naar behoren de omstandigheden van de leden in acht te nemen.
Sectie 4. Pari-waarden
Het Fonds kan met een meerderheid van vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal bepalen dat de internationale economische situatie van dien aard is dat een wijd vertakt stelsel van wisselkoers-arrangementen op basis van stabiele, doch aanpasbare pari-waarden kan worden ingevoerd. Het Fonds bepaalt dit op basis van de fundamentele stabiliteit van de wereldeconomie en het houdt hiertoe rekening met ontwikkelingen in de prijzen en de groei van de economie van de leden. Het Fonds baseert zijn oordeel op de ontwikkeling van het internationale monetaire stelsel, daarbij in het bijzonder gelet op de herkomst van liquide middelen en, ten einde de doeltreffende werking van een stelsel van pari-waarden te verzekeren, gelet op regelingen krachtens welke zowel leden met een overschot, als die met een tekort op hun betalingsbalans onverwijld doeltreffende symmetrische maatregelen nemen om te komen tot een aanpassing, en tevens gelet op regelingen ten behoeve van interventie en de behandeling van onevenwichtigheden. Wanneer het Fonds tot dit oordeel is gekomen, brengt het de leden ter kennis dat het bepaalde in schema C van toepassing is.
Sectie 5. Verschillende valuta's binnen het grondgebied van een lid
- (a). Wanneer een lid uit hoofde van dit artikel maatregelen neemt ten aanzien van zijn valuta, worden deze geacht van toepassing te zijn op de afzonderlijke valuta's van alle grondgebieden waarvoor het lid deze Overeenkomst krachtens artikel XXXI, sectie 2 (g), heeft aanvaard, tenzij het lid verklaart dat zijn maatregelen van toepassing zijn op hetzij uitsluitend de valuta van het moederland, hetzij een of meer nader aangeduide afzonderlijke valuta's, dan wel op de valuta van het moederland en een of meer nader aangeduide afzonderlijke valuta's.
- (b). Indien het Fonds maatregelen neemt krachtens dit artikel, worden deze geacht betrekking te hebben op alle valuta's van een lid, zoals bedoeld in letter (a) van deze sectie, tenzij het Fonds anders verklaart.
Artikel V. Verrichtingen en transacties van het Fonds
Sectie 1. Instanties die met het Fonds in verbinding kunnen treden
Ieder lid treedt slechts in verbinding met het Fonds door middel van zijn Ministerie van Financiën, Centrale Bank, egalisatiefonds of andere soortgelijke met de schatkist in verband staande instantie, terwijl het Fonds slechts met of door middel van dezelfde instanties met de leden in verbinding treedt.
Sectie 2. Beperking van de verrichtingen en transacties van het Fonds
- (a). Tenzij in deze Overeenkomst anders is bepaald, blijven de transacties voor rekening van het Fonds beperkt tot transacties, die ten doel hebben aan een lid, op diens verlangen, bijzondere trekkingsrechten of de valuta's van andere leden uit de algemene middelen van het Fonds, geboekt op de Algemene Middelenrekening, te verstrekken, in ruil voor de valuta van het lid dat de aankoop wenst te doen.
- (b). Op verzoek kan het Fonds besluiten financiële en technische diensten te verlenen, waaronder begrepen de administratie van door leden bijgedragen middelen, die verenigbaar zijn met de doelstellingen van het Fonds. Verrichtingen die te maken hebben met de uitvoering van zodanige financiële diensten komen niet voor rekening van het Fonds. Diensten uit hoofde van deze alinea leggen geen enkele verplichting op aan een lid zonder diens toestemming.
Sectie 3. Voorwaarden, die het gebruik van de algemene middelen van het Fonds beheersen
- (a). Het Fonds stelt een beleid vast ten aanzien van het gebruik van zijn algemene middelen, waaronder begrepen een beleid inzake bijstandsarrangementen of soortgelijke arrangementen, en kan een speciaal beleid vaststellen voor bijzondere betalingsbalans vraagstukken, dat de leden helpt bij het oplossen van hun betalingsbalansvraagstukken, op een wijze die verenigbaar is met de bepalingen van deze Overeenkomst, en dat toereikende waarborgen biedt voor het tijdelijk gebruik van de algemene middelen van het Fonds.
- (b). Een lid heeft het recht onder de volgende voorwaarden de valuta's van andere leden te kopen van het Fonds in ruil voor een equivalent bedrag aan zijn eigen valuta:
- (i). dat het gebruik van de algemene middelen van het Fonds door een lid in overeenstemming is met de bepalingen van deze Overeenkomst en het krachtens deze bepalingen vastgestelde beleid;
- (ii). dat het lid verklaart dat hij de aankoop moet doen om wille van zijn betalingsbalans of zijn reservepositie dan wel ontwikkelingen in zijn reserves;
- (iii). dat de voorgestelde aankoop een aankoop in de reservetranche is, of er niet toe zou leiden dat het bezit van het Fonds aan de valuta van het kopende lid meer zou gaan bedragen dan 200 procent van zijn quotum;
- (iv). dat het Fonds niet krachtens sectie 5 van dit artikel, artikel VI, sectie 1, of artikel XXVI, sectie 2(a), op een eerder tijdstip heeft verklaard dat het lid dat de aankoop wenst te doen onbevoegd is tot het gebruik van de algemene middelen van het Fonds.
- (c). Het Fonds onderzoekt een verzoek tot aankoop om te bepalen of de voorgestelde aankoop verenigbaar is met de bepalingen van deze Overeenkomst en het krachtens deze bepalingen vastgestelde beleid, met dien verstande dat verzoeken om aankopen in de reservetranche niet op bezwaren zullen stuiten.
- (d). Het Fonds stelt een beleid en procedures vast ten aanzien van de keuze van de te verkopen valuta's, waarbij rekening wordt gehouden, in overleg met de leden, met de betalingsbalans- en de reservepositie van de leden en met ontwikkelingen op de valutamarkten, alsmede met de wenselijkheid van het bevorderen van, op langere termijn gezien, evenwichtige posities in het Fonds, met dien verstande dat, indien een lid verklaart dat het voorstelt de valuta van een ander lid te kopen omdat het kopende lid een equivalent bedrag in zijn eigen valuta wenst te verkrijgen, dat wordt aangeboden door het andere lid, dit eerste lid het recht zal hebben de valuta van het andere lid te kopen, tenzij het Fonds ingevolge artikel VII, sectie 3, kennisgeving heeft gedaan dat zijn bezit aan die valuta schaars is geworden.
- (e).
- (i). Ieder lid verzekert dat de saldi van zijn van het Fonds gekochte valuta saldi zijn van een vrij te gebruiken valuta of op het tijdstip van aankoop kunnen worden ingewisseld voor een vrij te gebruiken valuta van zijn keuze, zulks tegen een wisselkoers tussen de beide valuta's die gelijk is aan de onderlinge wisselkoers op basis van artikel XIX, sectie 7 (a).
- (ii). Ieder lid welks valuta wordt gekocht van het Fonds of wordt verkregen in ruil voor van het Fonds gekochte valuta, werkt samen met het Fonds en andere leden om het mogelijk te maken dat zodanige saldi van zijn valuta op het tijdstip van aankoop worden ingewisseld tegen de vrij te gebruiken valuta's van andere leden.
- (iii). Het inwisselen krachtens letter (e), (i) van deze sectie van een valuta die niet vrij te gebruiken is, dient te worden verricht door het lid welks valuta wordt gekocht, tenzij dat lid en het kopende lid een andere procedure overeenkomen.
- (iv). Een lid dat van het Fonds de vrij te gebruiken valuta van een ander lid koopt en deze op het tijdstip van aankoop wenst in te wisselen voor een andere vrij te gebruiken valuta, dient zulks met het andere lid te doen op verzoek van dat lid. Dit inwisselen geschiedt voor een door het andere lid gekozen vrij te gebruiken valuta tegen de in (i) hierboven vermelde wisselkoers.
- (f). Ingevolge het beleid en de procedures zoals vastgesteld door het Fonds, kan het er mee instemmen aan een participant die een aankoop doet in overeenstemming met deze sectie, bijzondere trekkingsrechten te verschaffen in plaats van de valuta's van andere leden.
Sectie 4. Ontheffing van voorwaarden
Het Fonds kan naar goeddunken en op voorwaarden die zijn belangen waarborgen, van ieder der onder sectie 3 (b) (iii) en (iv) van dit artikel genoemde voorwaarden ontheffing verlenen, speciaal waar het leden geldt waarvan is gebleken dat zij een omvangrijk en geregeld gebruik van de algemene middelen van het Fonds vermijden. Bij het verlenen van ontheffing houdt het rekening met periodieke of bijzondere behoeften van het lid dat om ontheffing verzoekt. Het Fonds houdt ook rekening met de bereidwilligheid van een lid aanvaardbare activa, die naar de mening van het Fonds voldoende waarde bezitten om zijn belangen te beveiligen, in onderpand te geven. Het Fonds kan als voorwaarde voor ontheffing het stellen van dergelijke zakelijke onderpanden eisen.
Sectie 5. Onbevoegdheid tot gebruikmaking van de algemene middelen van het Fonds
Telkens wanneer het Fonds van mening is dat een lid de algemene middelen van het Fonds aanwendt op een wijze, die in strijd is met de doelstellingen van het Fonds, doet het het lid een rapport toekomen, waarin de inzichten van het Fonds en een gepaste tijd voor beantwoording worden vermeld. Na het indienen van een dergelijk rapport bij een lid, kan het Fonds het gebruik van zijn algemene middelen door dat lid beperken. Indien geen antwoord van het lid op het rapport wordt ontvangen binnen de voorgeschreven termijn, of het ontvangen antwoord onbevredigend is, kan het Fonds voortgaan met het beperken van het gebruik van zijn algemene middelen door het lid en kan het, na redelijke termijnstelling, het lid onbevoegd verklaren tot gebruikmaking van de algemene middelen van het Fonds.
Sectie 6. Andere aankopen en verkopen van bijzondere trekkingsrechten door het Fonds
- (a). Het Fonds kan door een deelnemer aangeboden bijzondere trekkingsrechten aanvaarden in ruil voor een equivalent bedrag aan de valuta's van andere leden.
- (b). Het Fonds kan aan een deelnemer, op diens verzoek, bijzondere trekkingsrechten verschaffen voor een equivalent bedrag aan de valuta's van andere leden. Het bezit van het Fonds aan de valuta van een lid mag niet als gevolg van deze transacties worden vermeerderd tot boven het niveau waarop ingevolge sectie 8 (b) (ii) van dit artikel over het bezit provisies zouden worden geheven.
- (c). De krachtens deze sectie door het Fonds verschafte of aanvaarde valuta's worden gekozen in overeenstemming met het beleid waarin rekening wordt gehouden met de beginselen vervat in sectie 3 (d) of 7 (i) van dit artikel. Het Fonds kan ingevolge deze sectie uitsluitend transacties aangaan, indien een lid welks valuta door het Fonds wordt verschaft of aanvaard, instemt met dat gebruik van zijn valuta.
Sectie 7. Wederinkoop door een lid van zijn valuta, door het Fonds gehouden
- (a). Een lid heeft het recht te allen tijde het bezit van het Fonds aan zijn valuta terug te kopen waarover ingevolge sectie 8 (b) van dit artikel provisies worden geheven.
- (b). Van een lid dat ingevolge sectie 3 van dit artikel een aankoop heeft gedaan, zal normaliter worden verwacht dat het, naarmate zijn betalingsbalans- en reservepositie verbetert, het bezit van het Fonds aan zijn valuta dat resulteert uit de aankoop en waarover ingevolge sectie 8 (b) van dit artikel provisies worden geheven, terugkoopt. Een lid koopt dit bezit terug indien, in overeenstemming met het wederinkoopbeleid dat het Fonds vaststelt en na overleg met het lid, het Fonds aan het lid mededeelt dat het dient terug te kopen wegens een verbetering in zijn betalingsbalans- en reservepositie.
- (c). Een lid dat een aankoop heeft gedaan krachtens sectie 3 van dit artikel, koopt uiterlijk vijf jaar na de datum waarop de aankoop werd gedaan, het bezit van het Fonds aan zijn valuta, dat resulteert uit de aankoop en waarover ingevolge sectie 8 (b) van dit artikel provisies worden geheven, terug. Het Fonds kan voorschrijven dat wederinkoop door een lid dient te worden gedaan in termijnen gedurende een tijdvak te beginnen drie jaar en eindigende vijf jaar na de datum van een aankoop. Het Fonds kan, met een meerderheid van vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal, de tijdvakken wijzigen voor wederinkoop ingevolge het bepaalde in deze letter en elk aldus vastgesteld tijdvak geldt voor alle leden.
- (d). Het Fonds kan, met een meerderheid van vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal, andere tijdvakken vaststellen dan die welke van toepassing zijn overeenkomstig het bepaalde in letter (c) van deze sectie, die dezelfde dienen te zijn voor alle leden, voor de wederinkoop van valutabezit dat door het Fonds is verkregen ingevolge een speciaal beleid ter zake van het gebruik van zijn algemene middelen.
- (e). Een lid dient, in overeenstemming met het beleid dat het Fonds vaststelt met een meerderheid van zeventig procent van het totale stemmenaantal, het bezit van het Fonds aan zijn valuta terug te kopen, dat niet is verkregen als gevolg van aankopen en waarover ingevolge sectie 8 (b) (ii) van dit artikel provisies worden geheven.
- (f). Een besluit waarbij wordt voorgeschreven dat krachtens een beleid ter zake van het gebruik van de algemene middelen van het Fonds, het tijdvak voor wederinkoop krachtens het bepaalde in letter (c) of (d) van deze sectie korter is dan dat wat geldt krachtens het beleid, is uitsluitend van toepassing op bezit dat is verkregen door het Fonds na de datum waarop het besluit van kracht is geworden.
- (g). Het Fonds kan op verzoek van een lid de datum van nakoming van een verplichting tot wederinkoop uitstellen, maar niet langer dan het maximum tijdvak vermeld in letter (c) of (d) hierboven of zoals vastgesteld krachtens het door het Fonds ingevolge letter (e) hierboven vastgestelde beleid, tenzij het Fonds met een meerderheid van zeventig procent van het totale stemmenaantal, bepaalt dat een langer tijdvak voor wederinkoop, dat verenigbaar is met het tijdelijke gebruik van de algemene middelen van het Fonds, is gerechtvaardigd, omdat nakoming van de verplichting op de gestelde datum zou resulteren in uitzonderlijke moeilijkheden voor het lid.
- (h). De beleidslijnen van het Fonds ingevolge sectie 3 (d) van dit artikel kunnen worden aangevuld met beleidslijnen krachtens welke het Fonds, na overleg met een lid, kan besluiten zijn bezit aan de valuta van het lid dat niet is teruggekocht in overeenstemming met deze sectie 7, ingevolge sectie 3 (b) van dit artikel te verkopen, onverminderd enigerlei maatregel die het Fonds zou zijn gemachtigd te nemen krachtens enige andere bepaling van deze Overeenkomst.
- (i). Elke wederinkoop ingevolge deze sectie dient te worden verricht bijzondere trekkingsrechten of met de door het Fonds gespecificeerde valuta's van andere leden. Het Fonds stelt beleidslijnen en procedures vast ter zake van de door leden bij wederinkoop te gebruiken valuta's, waarbij rekening wordt gehouden met de in sectie 3 (d) van dit artikel vervatte beginselen. Het bezit van het Fonds aan de valuta van een lid dat wordt gebruikt bij wederinkoop, mag door de wederinkoop niet hoger worden dan het niveau waarboven ingevolge sectie (8 (b) (ii) van dit artikel provisies zouden worden geheven.
- (j).
- (i). Indien de door het Fonds in letter (i) hierboven gespecificeerde valuta van een lid geen vrij te gebruiken valuta is, dient het lid te waarborgen dat het terugkopende lid deze op het tijdstip van de wederinkoop kan verkrijgen in ruil voor een vrij te gebruiken valuta, naar keuze van het lid welks valuta is gespecificeerd. Een valutaruil ingevolge deze bepaling dient plaats te vinden tegen een wisselkoers tussen de beide valuta's die gelijk is aan de wisselkoers tussen deze beide op basis van artikel XIX, sectie 7 (a).
- (ii). Ieder lid welks valuta door het Fonds wordt gespecificeerd voor wederinkoop, dient met het Fonds en andere leden samen te werken om de terugkopende leden, op het tijdstip van de wederinkoop, in staat te stellen de gespecificeerde valuta te verkrijgen in ruil voor de vrij te gebruiken valuta's van andere leden.
- (iii). Een ruil ingevolge letter (j) (i) hierboven vindt plaats met het lid welks valuta wordt gespecificeerd, tenzij dat lid en het terugkopende lid een andere procedure overeenkomen.
- (iv). Indien een terugkopend lid, op het tijdstip van de wederinkoop, de vrij te gebruiken valuta van een ander lid, zoals gespecificeerd door het Fonds onder (i) hierboven, wenst te verkrijgen, verkrijgt het, op verzoek van het andere lid, diens valuta in ruil voor een vrij te gebruiken valuta, tegen de in letter (j) (i) hierboven bedoelde wisselkoers. Het Fonds kan regelingen vaststellen ter zake van de vrij te gebruiken valuta die dient te worden verschaft bij een ruiling.
Sectie 8. Provisies
- (a).
- (i). Het Fonds berekent een administratieprovisie over de aankoop door een lid van bijzondere trekkingsrechten of van de valuta van een ander lid in de Algemene Middelenrekening in ruil voor zijn eigen valuta, met dien verstande dat het Fonds een lagere administratieprovisie kan berekenen over aankopen in de reservetranche dan over andere aankopen. De administratieprovisie over aankopen in de reservetranche mag niet meer bedragen dan een half procent.
- (ii). Het Fonds kan een provisie berekenen voor bijstandsarrangementen of soortgelijke arrangementen. Het Fonds kan besluiten dat de provisie voor een regeling wegvalt tegen de krachtens (i) hierboven over aankopen ingevolge dit arrangement berekende administratieprovisie.
- (b). Het Fonds berekent provisie over zijn gemiddelde dagelijkse saldo aan de valuta van een lid in de Algemene Middelenrekening, voor zover dit De hoogte van de provisie stijgt normaliter met tussenpozen gedurende het tijdvak waarin het saldo wordt gehouden.
- (i). is verkregen ingevolge een beleid waarvoor krachtens artikel XXX (c) een uitsluiting geldt,
- (ii). meer beloopt dan het bedrag van het quotum van het lid na uitsluiting van een eventueel saldo zoals bedoeld in (i) hierboven.
- (c). Indien een lid nalaat een krachtens sectie 7 van dit artikel vereiste wederinkoop te doen, kan het Fonds, na overleg met het lid over de vermindering van het bezit van het Fonds aan diens valuta, die provisies opleggen die het Fonds passend acht over zijn bezit aan de valuta van het lid die had moeten worden wederingekocht.
- (d). Voor het bepalen van de hoogte van een provisie ingevolge letters (a) en (b) hierboven, die gelijk is voor alle leden, en ingevolge letter (c) hierboven, is een meerderheid van zeventig procent van het totale stemmenaantal vereist.
- (e). Een lid betaalt alle provisies in bijzondere trekkingsrechten, met dien verstande dat in uitzonderlijke omstandigheden het Fonds een lid kan toestaan provisies te betalen in de door het Fonds gespecificeerde valuta's van andere leden, na overleg met deze leden of in zijn eigen valuta. Het bezit van het Fonds aan de valuta van een lid dient niet te worden vermeerderd als gevolg van betalingen door andere leden krachtens deze bepaling tot boven het niveau waarboven ingevolge letter (b) (ii) van deze sectie provisies zouden worden geheven.
Sectie 9. Remuneratie
- (a). Het Fonds betaalt remuneratie over het bedrag waarmede het percentage van het quotum voorgeschreven onder letter (b) of (c) hieronder, het gemiddelde dagelijkse saldo van het Fonds aan de valuta van een lid in de Algemene Middelenrekening overschrijdt, anders dan het saldo dat is verkregen krachtens een beleid waarvoor krachtens artikel XXX letter (c) een uitsluiting geldt. De hoogte van de remuneratie, die wordt bepaald door het Fonds met een meerderheid van zeventig procent van het totale stemmenaantal, is hetzelfde voor alle leden en bedraagt niet meer of minder dan vier vijfde van de rentevoet genoemd in artikel XX, sectie 3. Bij het vaststellen van het remuneratietarief houdt het Fonds rekening met de hoogte van de provisies ingevolge artikel V, sectie 8 (b)
- (b). Het quotumpercentage dat van toepassing is ten behoeve van letter (a) hierboven is:
- (i). voor ieder lid dat lid is geworden vóór de tweede wijziging van deze Overeenkomst, een quotumpercentage dat overeenkomt met vijfenzeventig procent van zijn quotum op de datum van de tweede wijziging van deze Overeenkomst, en voor ieder lid dat lid is geworden na de datum van de tweede wijziging van deze Overeenkomst, een quotumpercentage dat is berekend door het totaal van de bedragen die overeenkomen met de quotumpercentages die op de datum waarop het lid lid is geworden, gelden voor de andere leden, te delen door het totaal van de quota van de andere leden op dezelfde datum; plus
- (ii). de bedragen die het heeft betaald aan het Fonds in valuta of in bijzondere trekkingsrechten ingevolge artikel III, sectie 3 (a), sedert de datum die geldt ingevolge letter (b) (i) hierboven; en minus
- (iii). de bedragen die het heeft ontvangen uit het Fonds in valuta of in bijzondere trekkingsrechten ingevolge artikel III, sectie 3 (c) sedert de datum die geldt ingevolge letter (b) (i) hierboven.
- (c). Het Fonds kan met een meerderheid van zeventig procent van het totale stemmenaantal het laatste quotumpercentage dat ten behoeve van letter (a) hierboven voor ieder lid geldt, verhogen tot:
- (i). een percentage dat niet meer beloopt dan honderd procent en dat wordt vastgesteld voor ieder lid op basis van dezelfde criteria voor alle leden, of
- (ii). honderd procent voor alle leden.
- (d). De remuneratie wordt betaald in bijzondere trekkingsrechten, met dien verstande dat hetzij het Fonds, hetzij het lid kan besluiten dat de betaling aan het lid dient te worden verricht in zijn eigen valuta.
Sectie 10. Berekeningen
- (a). De waarde van de activa en passiva van het Fonds in de rekeningen van de Algemene Afdeling worden uitgedrukt in bijzondere trekkingsrechten.
- (b). Alle berekeningen verband houdende met valuta's van leden ten behoeve van de toepassing van de bepalingen van deze Overeenkomst, met uitzondering van artikel IV en schema C, worden gemaakt tegen de koersen die het Fonds voor deze valuta's berekent, in overeenstemming met sectie 11 van dit artikel.
- (c). Bij de berekeningen voor het vaststellen van de valutabedragen in relatie tot het quotum ten behoeve van de toepassing van de bepalingen van deze Overeenkomst, wordt de valuta in de Bijzondere Aanwendingsrekening of in de Investeringsrekening buiten beschouwing gelaten.
Sectie 11. Handhaving van de waarde
- (a). De waarde van de valuta's van leden in de Algemene Middelenrekening dient te worden gehandhaafd in bijzondere trekkingsrechten, overeenkomstig de wisselkoersen bedoeld in artikel XIX, sectie 7 (a).
- (b). Een aanpassing in het bezit van het Fonds aan de valuta van het lid ingevolge deze sectie dient plaats te vinden bij gebruik van die valuta in een verrichting of transactie tussen het Fonds en een ander lid en op de andere tijdstippen waartoe het Fonds eventueel beslist of waarom het lid verzoekt. Betalingen aan of door het Fonds in verband met een aanpassing dienen te worden verricht binnen een redelijke termijn, zoals bepaald door het Fonds, na de datum van aanpassing en op elk eventueel ander tijdstip waarop zulks wordt verzocht door het lid.
Sectie 12. Andere verrichtingen en transacties
- (a). Het Fonds wordt bij zijn gehele beleid en bij al zijn beslissingen ingevolge deze sectie geleid door de doelstellingen vervat in artikel VIII, sectie 7 en door het streven te vermijden dat op de goudmarkt de prijs wordt gereguleerd, of een vaste prijs tot stand wordt gebracht.
- (b). Besluiten van het Fonds om over te gaan tot verrichtingen of transacties ingevolge letters (c), (d), en (e) hieronder, worden genomen met een meerderheid van vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal.
- (c). Het Fonds kan goud verkopen voor de valuta van ongeacht welk lid, na overleg met het lid voor welks valuta het goud wordt verkocht, met dien verstande dat het bezit van het Fonds aan de valuta van een lid in de Algemene Middelenrekening, door de verkoop niet, zonder de in stemming van het lid, mag worden vermeerderd tot boven het niveau waarboven ingevolge sectie 8 (b) (ii) van dit artikel provisies zouden worden geheven, en met dien verstande ook dat, op verzoek van het lid, het Fonds op het tijdstip van de verkoop dat deel van de ontvangen valuta dat tot een zodanige vermeerdering zou leiden, dient in te wisselen voor de valuta van een ander lid. Het inwisselen van een valuta voor de valuta van een ander lid vindt plaats na overleg met dat lid, en hierdoor mag het bezit van het Fonds aan de valuta van dat lid niet worden vermeerderd tot boven het niveau waarboven ingevolge sectie 8 (b) (ii) van dit artikel provisies zouden worden geheven. Het Fonds stelt beleidslijnen en procedures vast ter zake van het inwisselen, waarbij rekening wordt gehouden met de ingevolge sectie 7 (i) van dit artikel toegepaste beginselen. Verkopen aan een lid ingevolge deze bepaling dienen plaats te vinden tegen een voor iedere transactie op basis van de marktprijzen overeengekomen prijs.
- (d). Het Fonds kan van een lid betalingen in goud aanvaarden in plaats van in bijzondere trekkingsrechten of valuta ten behoeve van enigerlei verrichtingen of transacties ingevolge deze Overeenkomst. Betalingen aan het Fonds ingevolge deze bepalingen dienen plaats te vinden tegen een voor iedere verrichting of transactie op basis van de marktprijzen overeengekomen prijs.
- (e). Het Fonds kan goud verkopen dat het in bezit heeft op de datum van de tweede wijziging van deze Overeenkomst, aan die leden die lid waren op 31 augustus 1975 en die ermee instemmen dit te kopen, naar rato van hun quota op die datum. Indien het Fonds voornemens is goud te verkopen ingevolge letter (c) hierboven ten behoeve van letter (f) (ii) hieronder, kan het aan ieder ontwikkelingsland dat lid is en dat ermee instemt dit te kopen, dat deel van het goud verkopen dat, indien het werd verkocht ingevolge letter (c) hierboven, het overschot teweeg zou hebben gebracht dat ingevolge letter (f) (iii) hieronder aan hem had kunnen worden gedistribueerd. Het goud dat ingevolge deze bepaling zou worden verkocht aan een lid ten aanzien waarvan is verklaard dat het ingevolge sectie 5 van dit artikel onbevoegd is tot het gebruik van de algemene middelen van het Fonds, wordt aan dit lid verkocht wanneer de onbevoegdheid is opgeheven, tenzij het Fonds besluit eerder tot de verkoop over te gaan. De verkoop van goud aan een lid ingevolge het bepaalde in deze letter (e) vindt plaats in ruil voor zijn valuta en tegen een prijs die op het tijdstip van de verkoop gelijk is aan een bijzonder trekkingsrecht per 0,888.671 gram fijn goud.
- (f). Wanneer het Fonds ingevolge letter (c) hierboven goud verkoopt dat het in bezit heeft op de datum van de tweede wijziging van deze Overeenkomst, wordt een bedrag van de opbrengst, dat op het tijdstip van de verkoop gelijk is aan een bijzonder trekkingsrecht per 0,888.671 gram fijn goud, geboekt op de Algemene Middelenrekening en, tenzij het Fonds anders mocht beslissen ingevolge letter (g) hieronder, wordt elk overschot geboekt op de Bijzondere Aanwendingsrekening. De activa in de Bijzondere Aanwendingsrekening dienen gescheiden te worden gehouden van de andere rekeningen van de Algemene Afdeling en kunnen te allen tijde worden gebruikt: Besluiten om activa te gebruiken ingevolge (i) hierboven, worden genomen met een meerderheid van zeventig procent van het totale stemmenaantal en besluiten ingevolge (ii) en (iii) hierboven worden genomen met een meerderheid van vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal.
- (i). om overmakingen te verrichten op de Algemene Middelenrekening voor onmiddellijk gebruik bij verrichtingen en transacties die zijn toegestaan door de bepalingen van deze Overeenkomst anders dan deze sectie;
- (ii). voor verrichtingen en transacties die niet worden toegestaan door andere bepalingen van deze Overeenkomst, maar die verenigbaar zijn met de doelstellingen van het Fonds. Krachtens het bepaalde in deze letter (f) (ii) kan op bijzondere voorwaarden betalingsbalanshulp beschikbaar worden gesteld aan ontwikkelingslanden in moeilijke omstandigheden die lid zijn, en tot dit doel houdt het Fonds rekening met het niveau van het inkomen per hoofd van de bevolking;
- (iii). voor de distributie aan die ontwikkelingslanden die op 31 augustus 1975 lid waren, naar rato van hun quota op die datum, van het deel van de activa die het Fonds besluit te gebruiken ten behoeve van (ii) hierboven dat overeenkomt met het aandeel van de quota van deze leden op de datum van distributie in het totaal van de quota van alle leden op dezelfde datum, met dien verstande dat de distributie ingevolge deze bepaling aan een lid ten aanzien waarvan is verklaard dat het ingevolge sectie 5 van dit artikel onbevoegd is tot het gebruik van de algemene middelen van het Fonds, plaats vindt wanneer het wel bevoegd is, tenzij het Fonds besluit de distributie eerder te verrichten.
- (g). Het Fonds kan met een meerderheid van vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal besluiten een gedeelte van het in letter (f) hierboven bedoelde overschot over te maken op de Investeringsrekening voor gebruik ingevolge het bepaalde in artikel XII, sectie 6 (f).
- (h). In afwachting van gebruik zoals aangegeven in letter (f) hierboven, kan het Fonds de valuta van een lid in de Bijzondere Aanwendingsrekening naar eigen inzicht gebruiken voor beleggingen, in overeenstemming met de door het Fonds, met een meerderheid van zeventig procent van het totale aantal stemmen, aangenomen voorschriften en regelingen. Het inkomen uit belegging en rente dat wordt ontvangen ingevolge letter (f) (ii) hierboven wordt geboekt op de Bijzondere Aanwendingsrekening.
- (i). De Algemene Middelenrekening wordt van tijd tot tijd aangezuiverd ten behoeve van de administratiekosten van de Bijzondere Aanwendingsrekening, die worden betaald uit de Algemene Middelenrekening, en wel door overmakingen uit de Bijzondere Aanwendingsrekening op basis van een redelijke raming van zodanige kosten.
- (j). De Bijzondere Aanwendingsrekening wordt afgesloten in geval van liquidatie van het Fonds en kan vóór de liquidatie van het Fonds worden afgesloten bij besluit met een meerderheid van zeventig procent van het totale stemmenaantal. Na afsluiting van de rekening wegens liquidatie van het Fonds, worden alle eventuele activa op deze rekening uitgekeerd in overeenstemming met het bepaalde in schema K. Na afsluiting vóór de liquidatie van het Fonds, dienen alle eventuele activa op deze rekening te worden overgemaakt naar de Algemene Middelenrekening voor onmiddellijk gebruik bij verrichtingen en transacties. Het Fonds stelt met een meerderheid van zeventig procent van het totale stemmenaantal regels en voorschriften vast voor het beheer van de Bijzondere Aanwendingsrekening.
- (k). Indien het Fonds uit hoofde van letter (c) hierboven goud verkoopt dat het heeft verworven na de datum van de tweede wijziging van deze Overeenkomst, wordt een bedrag van de opbrengst ter hoogte van de aankoopprijs van het goud overgemaakt op de Algemene Middelenrekening en wordt het eventuele restant overgemaakt op de Investeringsrekening, voor aanwending overeenkomstig de bepalingen van artikel XII, sectie 6, (f). Indien goud dat het Fonds na de datum van de tweede wijziging van deze Overeenkomst heeft verworven wordt verkocht na 7 april 2008 maar vóór de datum van inwerkingtreding van deze bepaling maakt het Fonds bij de inwerkingtreding van deze bepaling en onverminderd de limiet vermeld in artikel XII, sectie 6, (f) (ii) een bedrag van de Algemene Middelenrekening over op de Investeringsrekening ter hoogte van de opbrengst van deze verkoop, na aftrek van (i) de aankoopprijs van het verkochte goud, en (ii) het bedrag boven de aankoopprijs die eventueel vóór de datum van inwerkingtreding van deze bepaling kan zijn overgemaakt op de Investeringsrekening.
Artikel VI. Overmaking van kapitaal
Sectie 1. Gebruikmaking van de algemene middelen van het Fonds voor overmaking van kapitaal
- (a). Een lid kan geen gebruik maken van de algemene middelen van het Fonds om een omvangrijke of voortdurende afvloeiing van kapitaal te financieren, behalve zoals bepaald in sectie 2 van dit artikel, en het Fonds kan een lid verzoeken controle uit te oefenen om een dergelijk gebruik van de algemene middelen van het Fonds te voorkomen. Indien het lid, na een dergelijk verzoek ontvangen te hebben, in gebreke blijft passende controles uit te oefenen, kan het Fonds het lid onbevoegd verklaren van de algemene middelen van het Fonds gebruik te maken.
- (b). Niets in deze sectie wordt geacht:
- (i). het gebruik maken van de algemene middelen van het Fonds te verhinderen voor kapitaaltransacties tot een redelijk bedrag, die nodig zijn voor de uitbreiding van exporten of de normale afwikkeling van handels- en bankzaken, dan wel andere zakelijke aangelegenheden; of
- (ii). kapitaalbewegingen, die uit eigen middelen van een lid worden gefinancierd, te beïnvloeden. De leden verbinden zich echter ertoe dat deze kapitaalbewegingen in overeenstemming met de doelstellingen van het Fonds zullen zijn.
Sectie 2. Bijzondere bepalingen inzake overmaking van kapitaal
Een lid heeft het recht aankopen in de reservetranche te doen in verband met overmaking van kapitaal.
Sectie 3. Controle op overmaking van kapitaal
Leden kunnen de controle uitoefenen die noodzakelijk is om internationale kapitaalbewegingen te reguleren, maar geen lid kan die controle op zulk een wijze uitoefenen dat de betalingen voor lopende transacties worden beperkt of dat overmakingen van bedragen voor de vereffening van verplichtingen bovenmatig worden vertraagd, behalve voor zover bepaald in artikel VII, sectie 3 (b) en artikel XIV, sectie 2.
Artikel VII. Aanvulling en schaarse valuta's
Sectie 1. Maatregelen ter aanvulling van het bezit van het Fonds aan valuta's
Het Fonds kan, wanneer het een zodanig optreden raadzaam acht om zijn bezit aan de valuta van enig lid in de Algemene Middelenrekening, nodig in verband met zijn transacties, aan te vullen, een of beide van de volgende maatregelen nemen:
- (i). aan het lid voorstellen dat het, op voorwaarden en bedingen die tussen het Fonds en het lid worden overeengekomen, zijn valuta aan het Fonds leent of dat het Fonds, met de instemming van het lid, deze valuta leent van een andere bron, hetzij binnen, hetzij ten het grondgebied van het lid. Geen lid is echter op enigerlei wijze verplicht zodanige leningen aan het Fonds te verstrekken of ermee in te stemmen dat het Fonds zijn valuta van enige andere bron leent;
- (ii). het lid verzoeken, indien dit participant is, zijn valuta aan het Fonds te verkopen tegen bijzondere trekkingsrechten geboekt op de Algemene Middelenrekening, zulks onder voorbehoud van het bepaalde in artikel XIX, sectie 4. Bij het aanvullen van zijn bezit met bijzondere trekkingsrechten, neemt het Fonds naar behoren de beginselen van aanwijzing in acht, vervat in artikel XIX, sectie 5.
Sectie 2. Algemene schaarste aan een valuta
Wanneer het Fonds constateert dat er zich een algemene schaarste aan een bepaalde valuta ontwikkelt, kan het Fonds de leden daarvan in kennis stellen en een rapport uitbrengen, waarin de oorzaken van de schaarste worden uiteengezet en aanbevelingen voor het opheffen van de schaarste worden gegeven. Een vertegenwoordiger van het lid welks valuta hierbij is betrokken, neemt aan de voorbereiding van het rapport deel.
Sectie 3. Schaarste van het eigen bezit van het Fonds aan bepaalde valuta's
- (a). Wanneer aan het Fonds duidelijk wordt dat de vraag naar de valuta van een lid de capaciteit van het Fonds om deze valuta ter beschikking te stellen, ernstig bedreigt, verklaart het Fonds, ongeacht of het ingevolge sectie 2 van dit artikel een rapport heeft uitgebracht of niet, deze valuta officieel schaars en in het vervolg wijst het de aanwezige en de te ontvangen bedragen van deze schaarse valuta toe met redelijke inachtneming van de relatieve behoeften der leden, de algemene internationale economische toestand en alle andere ter zake dienende overwegingen. Het Fonds brengt tevens verslag uit betreffende zijn optreden.
- (b). Een officiële verklaring als hierboven onder letter (a) bedoeld, geldt voor ieder lid als machtiging om, na overleg met het Fonds, tijdelijk de vrijheid van deviezentransacties in de schaarse valuta te beperken. Behoudens het bepaalde in artikel IV en schema C, heeft het lid volledige rechtsbevoegdheid om de aard van zodanige beperkingen te bepalen, maar zij dienen niet meer belemmerend te zijn dan nodig is om de vraag naar de schaarse valuta te beperken tot de voorraad die in het bezit van het desbetreffende lid is of hem zal toevloeien. Zij worden zo snel als de omstandigheden het toelaten, verzacht en opgeheven.
- (c). De onder letter (b) hierboven bedoelde machtiging vervalt steeds zodra het Fonds officieel verklaart dat de desbetreffende valuta niet meer schaars is.
Sectie 4. Toepassing der deviezenbeperkingen
Ieder lid dat ten aanzien van de valuta van een ander lid overeenkomstig het bepaalde in sectie 3 (b) van dit artikel beperkingen invoert, neemt alle bezwaren van het andere lid ten aanzien van de toepassing van zodanige beperkingen in welwillende overweging.
Sectie 5. Invloed van andere internationale overeenkomsten op deviezenbeperkingen
De leden komen overeen dat zij zich op de verplichtingen die voortspruiten uit enige vóór het sluiten van deze Overeenkomst gemaakte afspraak, niet op zodanige wijze zullen beroepen, dat het bepaalde in dit artikel daardoor geen werkingskracht kan hebben.
Artikel VIII. Algemene verplichtingen der leden
Sectie 1. Inleiding
Ieder lid neemt, naast de verplichtingen die ingevolge andere artikelen van deze Overeenkomst worden aanvaard, de verplichtingen aangegeven in dit artikel op zich.
Sectie 2. Vermijden van beperkingen op lopende betalingen
- (a). Behoudens het bepaalde in artikel VII, sectie 3 (b) en artikel XIV, sectie 2, legt geen lid, zonder de toestemming van het Fonds, beperkingen op ten aanzien van betalingen en overmakingen voor lopende internationale transacties.
- (b). Valutacontracten, waarbij de valuta van enig lid is betrokken en die in strijd zijn met de deviezenwetgeving van dat lid, welke deviezenwetgeving in overeenstemming met deze Overeenkomst is gehandhaafd of ingevoerd, hebben geen rechtskracht binnen het grondgebied van enig lid. Bovendien kunnen leden, met wederzijdse overeenstemming, samenwerken tot het treffen van maatregelen met het doel de deviezenwetgeving van ieder van de leden doeltreffender te maken, mits zodanige maatregelen en wetsbepalingen in overeenstemming zijn met deze Overeenkomst.
Sectie 3. Vermijden van discriminerende wisselkoerspraktijken
Geen lid laat zich in met, of stemt erin toe dat een van zijn met de schatkist in verband staande instanties genoemd in artikel V, sectie 1, zich inlaat met discriminerende wisselkoersafspraken of meervoudige wisselkoerspraktijken, hetzij binnen hetzij buiten de marges zoals gesteld in artikel IV, dan wel voorgeschreven bij of ingevolge schema C, tenzij met een machtiging ingevolge deze Overeenkomst of met goedkeuring van het Fonds. Wanneer zodanige afspraken en praktijken lopende zijn op de datum waarop deze Overeenkomst in werking treedt, pleegt het desbetreffende lid met het Fonds overleg omtrent hun geleidelijke opheffing, tenzij zij worden gehandhaafd of opgelegd ingevolge artikel XIV, sectie 2, in welk geval het bepaalde in sectie 3 van dat artikel van toepassing is.
Sectie 4. Inwisselbaarheid van saldi in het buitenland
- (a). Ieder lid koopt saldi, luidende in zijn eigen valuta en gehouden door een ander lid, indien dit laatste lid bij het verzoek tot aankoop aantoont: Het kopende lid heeft de keus, hetzij in bijzondere trekkingsrechten, zulks onder voorbehoud van het bepaalde in artikel XIX, sectie 4, hetzij in de valuta van het verzoekende lid te betalen.
- (i). dat de te kopen saldi kort geleden zijn verkregen als gevolg van lopende transacties; of
- (ii). dat hun inwisseling noodzakelijk is voor het verrichten van betalingen voor lopende transacties.
- (b). De verplichting vermeld in letter (a) hierboven bestaat niet:
- (i). wanneer de inwisselbaarheid van de saldi ingevolge sectie 2 van dit artikel of artikel VI, sectie 3 beperkt is;
- (ii). wanneer de saldi zijn ontstaan als gevolg van transacties, die hebben plaats gevonden vóór het opheffen door een lid van beperkingen, die ingevolge artikel XIV, sectie 2 worden gehandhaafd of ingevoerd;
- (iii). wanneer de saldi zijn verkregen in strijd met de deviezenvoorschriften van het lid, waaraan wordt verzocht de saldi te kopen;
- (iv). wanneer de valuta van het lid dat om de aankoop verzoekt, ingevolge artikel VII, sectie 3 (a) schaars is verklaard;
- (v). wanneer het lid waaraan verzocht wordt de saldi te kopen, om enige reden niet het recht heeft valuta's van andere leden van het Fonds tegen zijn eigen valuta te kopen.
Sectie 5. Verstrekken van inlichtingen
- (a). Het Fonds kan de leden verzoeken het die inlichtingen te verstrekken die het noodzakelijk acht voor zijn werkzaamheden, daaronder begrepen, als minimum nodig voor een doeltreffend vervullen van de plichten van het Fonds, nationale gegevens betreffende de volgende onderwerpen:
- (i). het officiële bezit in binnen- en buitenland aan (1) goud, (2) vreemde valuta;
- (ii). het bezit in binnen- en buitenland van banken en financiële instellingen, die geen officiële instanties zijn, aan (1) goud, (2) vreemde valuta;
- (iii). de goudproduktie;
- (iv). de uitvoer en invoer van goud, gesplitst naar landen van bestemming en oorsprong;
- (v). de waarde van de totale uitvoer en invoer van goederen, uitgedrukt in eigen valuta, gesplitst naar landen van bestemming en oorsprong;
- (vi). de internationale betalingsbalans, bestaande uit (1) het goederen- en dienstenverkeer, (2) goudtransacties, (3) bekende kapitaaltransacties en (4) overige posten;
- (vii). de positie van de internationale investeringen, dat wil zeggen de buitenlandse investeringen binnen het grondgebied van het lid en de investeringen in het buitenland die het eigendom zijn van ingezetenen van het lid, voor zover het mogelijk is deze inlichtingen te verstrekken;
- (viii). het nationale inkomen;
- (ix). de prijs-indices, d.w.z. indices van goederenprijzen bij de groot- en kleinhandel en van prijzen van export- en importgoederen;
- (x). de bied- en laatkoersen van vreemde valuta's;
- (xi). de deviezenvoorschriften, d.w.z. een uitgebreid overzicht van de deviezenvoorschriften die ten tijde van toetreding als lid van het Fonds van kracht zijn, en bijzonderheden betreffende latere wijzigingen al naar gelang die plaatsvinden; en
- (xii). waar officiële clearing-overeenkomsten bestaan: bijzonderheden betreffende de bedragen uit handelstransacties en financiële transacties, die in de clearing op verrekening wachten en bijzonderheden betreffende de wachttermijn daarvan.
- (b). Bij het verzoeken om inlichtingen houdt het Fonds rekening met het onderling verschillende vermogen van de leden om de gewenste gegevens te verstrekken. De leden zijn niet verplicht de inlichtingen zodanig gedetailleerd te verstrekken, dat de aangelegenheden van afzonderlijke personen of vennootschappen openbaar worden gemaakt. De leden verplichten zich echter de gewenste inlichtingen zo gedetailleerd en nauwkeurig mogelijk te verstrekken en, voor zover mogelijk, het uitsluitend schatten te vermijden.
- (c). Het Fonds kan een regeling treffen, waarbij het met toestemming van de leden verdere inlichtingen verkrijgt. Het doet dienst als centrum voor het verzamelen en uitwisselen van gegevens betreffende monetaire en financiële problemen, waardoor het maken van studies die ten doel hebben de leden bij te staan in de ontwikkeling van een beleid dat de doelstellingen van het Fonds dient, wordt vergemakkelijkt.
Sectie 6. Overleg tussen de leden betreffende bestaande internationale overeenkomsten
Waar een lid ingevolge deze Overeenkomst is gemachtigd in de bijzondere en tijdelijke omstandigheden, genoemd in deze Overeenkomst, deviezenbeperkingen te handhaven of in te voeren en leden vóór het sluiten van deze Overeenkomst andere onderlinge verbintenissen hebben aangegaan die in strijd zijn met de toepassing van zodanige deviezenbeperkingen, plegen de partijen die zodanige verbintenissen zijn aangegaan met elkaar overleg, ten einde de nodige wederzijds aanvaardbare aanpassingen aan te brengen. Het bepaalde in dit artikel laat de werking van artikel VII, sectie 5 onverlet.
Sectie 7. Verplichting tot samenwerking ten aanzien van het beleid inzake reservemiddelen
Ieder lid verbindt zich samen te werken met het Fonds en met andere leden, ten einde te verzekeren dat het beleid van het lid ter zake van reservemiddelen verenigbaar is met het streven een beter internationaal toezicht op de internationale liquiditeit te bevorderen en het bijzondere trekkingsrecht tot voornaamste reservemiddel in het internationale monetaire stelsel te maken.
Artikel IX. Rechtspositie, immuniteiten en voorrechten
Sectie 1. Doelstellingen van het artikel
Ten einde het Fonds in staat te stellen de hieraan toevertrouwde functies te vervullen, worden op het grondgebied van ieder lid de in dit artikel vermelde rechtspositie, de immuniteiten en de voorrechten aan het Fonds toegekend.
Sectie 2. Rechtspositie van het Fonds
Het Fonds bezit onverkorte rechtspersoonlijkheid en heeft in het bijzonder de bevoegdheid om:
- (i). overeenkomsten te sluiten;
- (ii). roerende en onroerende goederen te verwerven of te vervreemden; en
- (iii). rechtsgedingen te voeren.
Sectie 3. Immuniteit van rechtsvordering
Het Fonds, zijn eigendommen en zijn activa, waar deze zich ook bevinden en wie deze ook in bezit heeft, genieten immuniteit van iedere vorm van rechtsvordering, behalve voor zover het uitdrukkelijk afstand van zijn immuniteit heeft gedaan ten behoeve van een rechtsvordering of door de bepalingen van een overeenkomst.
Sectie 4. Immuniteit van andere rechtshandelingen
De eigendommen en activa van het Fonds, waar deze zich ook bevinden en wie deze ook in bezit heeft, zijn vrij van onderzoek, vordering, inbeslagneming, onteigening of andere vormen van inbeslagneming op last van de uitvoerende of wetgevende macht.
Sectie 5. Immuniteit van het archief
Het archief van het Fonds is onschendbaar.
Sectie 6. Vrijstelling der activa van beperkende maatregelen
Voor zover voor de uitvoering der in deze Overeenkomst genoemde werkzaamheden nodig is, zijn alle eigendommen en activa van het Fonds vrijgesteld van beperkingen, regelingen, controles en moratoria van welke aard ook.
Sectie 7. Bevoorrechte behandeling van mededelingen
Door de leden wordt aan de officiële mededelingen van het Fonds dezelfde behandeling toegekend als aan de officiële mededelingen van andere leden.
Sectie 8. Immuniteiten en voorrechten van hoge functionarissen en overig personeel
Alle leden van de Raad van Bestuur, Bewindvoerders, plaatsvervangers, commissieleden, vertegenwoordigers benoemd ingevolge artikel XII, sectie 3 (j), adviseurs van ongeacht welke van bovengenoemde personen, hoge functionarissen en overig personeel van het Fonds:
- (i). genieten immuniteit van rechtsvorderingen ter zake van handelingen uit hoofde van hun ambt verricht, tenzij het Fonds deze immuniteit ter zijde stelt;
- (ii). wordt, voor zover zij niet de plaatselijke nationaliteit bezitten, dezelfde immuniteit van immigratiebeperkingen, registratieplicht voor vreemdelingen en militaire dienstplicht en dezelfde faciliteiten ten aanzien van deviezenbeperkingen toegekend, als door de leden aan vertegenwoordigers, hoge functionarissen en overig personeel van vergelijkbare rang in dienst van andere leden, wordt toegekend; en
- (iii). genieten dezelfde behandeling ten aanzien van reisfaciliteiten, als door de leden aan vertegenwoordigers, hoge functionarissen en overig personeel van vergelijkbare rang in dienst van andere leden, wordt toegekend.
Sectie 9. Vrijstelling van belasting
- (a). Het Fonds, zijn activa, eigendommen, inkomsten en zijn verrichtingen en transacties, waartoe het door deze Overeenkomst wordt gemachtigd, genieten vrijstelling van alle belastingen en alle douanerechten. Het Fonds geniet tevens vrijstelling van verantwoordelijkheid voor de inning of betaling van belastingen of heffingen.
- (b). Er wordt geen belasting geheven op of ter zake van salarissen en vergoedingen door het Fonds aan de Bewindvoerders, de Plaatsvervangers, de hoge functionarissen en het overig personeel van het Fonds, die niet zijn plaatselijke inwoners, plaatselijke onderdanen of andere bezitters van de plaatselijke nationaliteit.
- (c). Er wordt geen enkele belasting geheven op schuldbekentenissen of waardepapieren die door het Fonds worden uitgegeven, daarbij inbegrepen de dividenden en interest daarvan, wie deze ook in bezit heeft,
- (i). die ten nadele van een zodanige door het Fonds uitgegeven schuldbekentenis of waardepapier is, uitsluitend uit hoofde van de oorsprong ervan; of
- (ii). indien de enige rechtsgrond voor een zodanige belasting is de plaats waar of de valuta waarin de papieren zijn uitgegeven luiden, dan wel betaalbaar gesteld of betaald zijn, of de plaats waar een kantoor van het Fonds is gevestigd of waar het Fonds zaken doet.
Sectie 10. Toepassing van het artikel
Ieder lid onderneemt binnen zijn grondgebied de nodige stappen met het doel de beginselen vervat in dit artikel, in zijn eigen nationale recht tot gelding te brengen en deelt het Fonds in bijzonderheden mede welke stappen het heeft ondernomen.
Artikel X. Betrekkingen met andere internationale organisaties
Het Fonds werkt binnen de bepalingen van deze Overeenkomst samen met iedere algemene internationale organisatie en met officiële internationale organisaties, die gespecialiseerde verantwoordelijkheden op aanverwante gebieden dragen. Regelingen voor een zodanige samenwerking, die een wijziging van een bepaling van deze Overeenkomst ten gevolge zouden hebben, mogen slechts worden getroffen na wijziging van deze Overeenkomst ingevolge artikel XXVIII.
Artikel XI. Betrekkingen met Staten die geen lid zijn
Sectie 1. Verbintenissen ten aanzien van betrekkingen met Staten die geen lid zijn
Ieder lid verbindt zich ertoe:
- (i). zich niet in te laten met, of toe te staan dat een van zijn met de schatkist in verband staande instanties genoemd in artikel V, sectie 1, zich inlaat met transacties met een Staat die geen lid is of met personen binnen het grondgebied van een Staat die geen lid is, die in strijd zouden zijn met de bepalingen van deze Overeenkomst of met de doelstellingen van het Fonds;
- (ii). zijn samenwerking aan een Staat die geen lid is of aan personen binnen het grondgebied van een Staat die geen lid is, niet te verlenen voor praktijken, die in strijd zouden zijn met de bepalingen van deze Overeenkomst of met de doelstellingen van het Fonds; en
- (iii). met het Fonds samen te werken, ten einde binnen zijn gebied de juiste maatregelen toe te passen om transacties te verhinderen met Staten die geen lid zijn of met personen binnen hun grondgebied, die in strijd zouden zijn met de bepalingen van deze Overeenkomst of met de doelstellingen van het Fonds.
Sectie 2. Beperkingen ten aanzien van transacties met Staten die geen lid zijn
Niets in deze Overeenkomst beïnvloedt het recht van een lid om beperkingen in te voeren ten aanzien van deviezentransacties met Staten die geen lid zijn of met personen binnen hun grondgebied, tenzij het Fonds van oordeel is dat zodanige beperkingen de belangen der leden benadelen en in strijd zijn met de doelstellingen van het Fonds.
Artikel XII. Organisatie en beheer
Sectie 1. Structuur van het Fonds
Het Fonds heeft een Raad van Bestuur, een College van Bewindvoerders, een Directeur en een staf, en een Raad, indien de Raad van Bestuur met een meerderheid van vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal besluit dat het bepaalde in schema D zal worden toegepast.
Sectie 2. Raad van Bestuur
- (a). Alle bevoegdheden die voortvloeien uit deze Overeenkomst en die niet rechtstreeks worden toegekend aan de Raad van Bestuur, het College van Bewindvoerders of de Directeur, worden gelegd in handen van de Raad van Bestuur. De Raad van Bestuur bestaat uit een Bestuurder en een Plaatsvervanger, door ieder lid op hem vrijstaande wijze benoemd. Iedere Bestuurder en iedere Plaatsvervanger vervult zijn ambt totdat een nieuwe benoeming plaatsvindt. Een Plaatsvervanger heeft geen stemrecht behalve bij afwezigheid van de Bestuurder wiens vervanger hij is. De Raad van Bestuur verkiest een van de Bestuurders als voorzitter.
- (b). De Raad van Bestuur kan het College van Bewindvoerders machtigen alle bevoegdheden van de Raad van Bestuur uit te oefenen, met uitzondering van die welke door deze Overeenkomst rechtstreeks worden toegekend aan de Raad van Bestuur.
- (c). De Raad van Bestuur houdt de vergaderingen die de Raad van Bestuur nodig acht of door het College van Bewindvoerders worden bijeengeroepen, wanneer dit door vijftien leden of door leden die een vierde van het totale stemmenaantal bezitten, wordt verzocht.
- (d). Het quorum voor een vergadering van de Raad van Bestuur wordt gevormd door een meerderheid van de Bestuurders, die niet minder dan twee derde van het totale stemmenaantal bezitten.
- (e). Iedere Bestuurder heeft het recht het aantal stemmen uit te brengen dat volgens sectie 5 van dit artikel is toegekend aan het lid dat hem benoemt.
- (f). De Raad van Bestuur kan door middel van een regeling een procedure vaststellen waarbij het College van Bewindvoerders, wanneer het dit in het belang van het Fonds acht, een beslissing van de Bestuurders betreffende een bepaald vraagstuk kan verkrijgen, zonder daarvoor een vergadering van de Raad van Bestuur bijeen te roepen.
- (g). De Raad van Bestuur en, voor zover daartoe gemachtigd, het College van Bewindvoerders, kunnen die voorschriften en regelingen vaststellen, die nodig of dienstig zijn voor de leiding der zaken van het Fonds.
- (h). Bestuurders en Plaatsvervangers nemen als zodanig hun functies waar zonder een vergoeding van het Fonds te ontvangen, maar het Fonds kan een redelijke vergoeding geven voor de kosten die zij hebben gemaakt om de vergaderingen bij te wonen.
- (i). De Raad van Bestuur stelt de aan de Bewindvoerders en hun Plaatsvervangers te betalen beloning en het salaris en de voorwaarden van het arbeidscontract van de Directeur vast.
- (j). De Raad van Bestuur en het College van Bewindvoerders kunnen die commissies benoemen die zij aanbevelenswaardig achten. Het lidmaatschap van de commissies behoeft niet te worden beperkt tot Bestuurders of Bewindvoerders of hun Plaatsvervangers.
Sectie 3. College van Bewindvoerders
- (a). Het College van Bewindvoerders is verantwoordelijk voor de leiding der zaken van het Fonds en tot dit doel oefenen zij alle bevoegdheden uit die hun door de Raad van Bestuur zijn overgedragen.
- (b). Het College van Bewindvoerders bestaat uit Bewindvoerders en wordt voorgezeten door de Directeur. Van de Bewindvoerders: Bij iedere regelmatige verkiezing van de Bewindvoerders kan de Raad van Bestuur met een meerderheid van vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal het in (ii) hierboven genoemde aantal Bewindvoerders vergroten of verkleinen. Het in (ii) hierboven genoemde aantal Bewindvoerders wordt met één of twee verminderd, naar gelang van de omstandigheden, indien er Bewindvoerders worden benoemd ingevolge (c) hieronder, tenzij de Raad van Bestuur met een meerderheid van vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal besluit dat deze vermindering de doeltreffende vervulling van de functies van het College van Bewindvoerders of van de Bewindvoerders zou belemmeren, dan wel een wenselijk evenwicht in het College van Bewindvoerders zou dreigen te verstoren.
- (i). worden er vijf benoemd door de vijf leden met de grootste quota; en
- (ii). worden er vijftien gekozen door de andere leden.
- (c). Indien, bij de tweede regelmatige verkiezing van de Bewindvoerders en bij daarop volgende verkiezingen, onder de leden die ingevolge letter (b) (i) hierboven gerechtigd zijn tot het benoemen van Bewindvoerders, niet begrepen zijn de twee leden, waarvan de bedragen aan hun door het Fonds in de Algemene Middelenrekening gehouden valuta's gemiddeld over de twee voorafgaande jaren, in absolute bedragen en uitgedrukt in bijzondere trekkingsrechten, het verst beneden hun onderscheiden quota zijn gedaald, kunnen zodanige leden, elk of beide, al naar gelang, een Bewindvoerder benoemen.
- (d). Verkiezingen van te kiezen Bewindvoerders vinden plaats met tussenpozen van twee jaar, in overeenstemming met het bepaalde in schema E, aangevuld met de voorschriften die het Fonds passend acht. Bij iedere regelmatige verkiezing van Bewindvoerders kan de Raad van Bestuur voorschriften uitvaardigen die wijzigingen aanbrengen in het stemmenaandeel dat nodig is voor het kiezen van Bewindvoerders ingevolge het bepaalde in schema E.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)