Overeenkomst betreffende het Internationale Monetaire Fonds

Type Verdrag
Publication 2011-03-03
State In force
Source BWB
artikelen Not indexed
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Sectie 4. Directeur en staf

Sectie 5. Stemrecht

Sectie 6. Reserves, uitkering van de netto-winst en investering

Sectie 7. Publikatie van verslagen

Sectie 8. Mededeling van standpunten aan leden

Het Fonds heeft te allen tijde het recht zijn standpunten omtrent enige aangelegenheid in het kader van deze Overeenkomst informeel aan een lid mede te delen. Het Fonds kan met een meerderheid van zeventig procent van het totale stemmenaantal besluiten tot publikatie van een aan een lid uitgebracht verslag betreffende diens financiële of economische toestand en ontwikkeling, indien deze rechtstreeks een ernstige verstoring van het evenwicht in de internationale betalingsbalansen der leden zouden kunnen veroorzaken. Indien het lid niet is gerechtigd een Bewindvoerder te benoemen, is het in overeenstemming met sectie 3 (j) van dit artikel gerechtigd zich te laten vertegenwoordigen. Het Fonds publiceert geen rapport dat wijzigingen zou aangeven in de fundamentele structuur van het economisch bestel van leden.

Artikel XIII. Kantoren en instanties van deponering

Sectie 1. Plaats van vestiging der kantoren

Het Hoofdkantoor van het Fonds wordt gevestigd binnen het grondgebied van het lid dat het grootste quotum heeft en agentschappen of bijkantoren kunnen in de gebieden van andere leden worden gevestigd.

Sectie 2. Instanties van deponering

Sectie 3. Garantie der activa van het Fonds

Ieder lid garandeert alle activa van het Fonds tegen verlies ten gevolge van faillissement of het in gebreke blijven van de instelling die door hem als instantie van deponering is aangewezen.

Artikel XIV. Overgangsregelingen

Sectie 1. Kennisgeving aan het Fonds

Ieder lid brengt het Fonds ter kennis of het voornemens is gebruik te maken van de overgangsregelingen vervat in sectie 2 van dit artikel, dan wel of het bereid is de verplichtingen voortvloeiend uit artikel VIII, secties 2, 3 en 4 te aanvaarden. Een lid dat gebruik maakt van de overgangsregelingen, stelt, zo spoedig als het daarna bereid is deze verplichtingen te aanvaarden, het Fonds hiervan in kennis.

Sectie 2. Deviezenbeperkingen

Een lid dat het Fonds ter kennis heeft gebracht dat het voornemens is gebruik te maken van de in deze bepaling vervatte overgangsregelingen, kan, niettegenstaande het bepaalde in enig ander artikel van deze Overeenkomst, de beperkingen in de betalingen en overmakingen voor lopende internationale transacties die golden op de datum waarop het lid werd, handhaven en deze aanpassen aan de zich wijzigende omstandigheden. De leden houden echter bij hun buitenlandse valutabeleid voortdurend rekening met de doelstellingen van het Fonds en, zodra de omstandigheden het toelaten, nemen zij alle mogelijke maatregelen om commerciële en financiële regelingen met andere leden te treffen, die de internationale betalingen en de bevordering van een stabiel stelsel van wisselkoersen zullen vergemakkelijken. In het bijzonder heffen de leden de ingevolge deze sectie gehandhaafde beperkingen op, zodra zij tot de overtuiging zijn gekomen dat zij bij ontstentenis van zodanige beperkingen in staat zullen zijn hun betalingsbalans in een staat te brengen waardoor hun toegang tot de algemene middelen van het Fonds niet te zeer zou worden bemoeilijkt.

Sectie 3. Maatregelen van het Fonds ten aanzien van deviezenbeperkingen

Het Fonds brengt jaarlijks verslag uit over de ingevolge sectie 2 van dit artikel geldende beperkingen. Elk lid dat beperkingen hanteert die onverenigbaar zijn met artikel VIII, secties 2, 3 en 4, dient jaarlijks het Fonds te raadplegen ten aanzien van de verdere handhaving hiervan.

Het Fonds kan, indien het een zodanige maatregel in uitzonderlijke omstandigheden noodzakelijk acht, aan een lid kenbaar maken dat de situatie gunstig is voor de opheffing van een bepaalde beperking of voor de algemene afschaffing van beperkingen die onverenigbaar zijn met het bepaalde in andere artikelen van deze Overeenkomst. Aan het lid dient een passende termijn te worden gegeven om op een zodanige mededeling te antwoorden. Indien het Fonds tot de bevinding komt dat het lid desalniettemin beperkingen handhaaft die onverenigbaar zijn met de doelstellingen van het Fonds, is artikel XXVI, sectie 2 (a) op dat lid van toepassing.

Artikel XV. Bijzondere trekkingsrechten

Sectie 1. Bevoegdheid tot het toewijzen van bijzondere trekkingsrechten

Sectie 2. Waardebepaling van het bijzondere trekkingsrecht

De wijze van waardebepaling van het bijzondere trekkingsrecht wordt door het Fonds bepaald met een meerderheid van zeventig procent van het totale stemmenaantal, met dien verstande echter dat een meerderheid van vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal vereist is voor een verandering in het beginsel van waardebepaling of voor een fundamentele verandering in de toepassing van het geldende beginsel.

Artikel XVI. Algemene Afdeling en Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling

Sectie 1. Scheiding van verrichtingen en transacties

Alle verrichtingen en transacties betreffende bijzondere trekkingsrechten lopen over de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling. Alle andere verrichtingen en transacties voor rekening van het Fonds, toegestaan bij of ingevolge deze Overeenkomst, lopen over de Algemene Afdeling. Verrichtingen en transacties uit hoofde van artikel XVII, sectie 2, lopen zowel over de Algemene Afdeling, als over de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling.

Sectie 2. Scheiding van activa en eigendommen

Alle activa en eigendommen van het Fonds, met uitzondering van middelen die worden beheerd ingevolge artikel V, sectie 2 (b), worden gehouden in de Algemene Afdeling, met dien verstande dat activa en eigendommen verworven ingevolge artikel XX, sectie 2 en de artikelen XXIV en XXV, alsmede de schema's H en I, worden gehouden in de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling. Over activa en eigendommen gehouden in de ene Afdeling mag niet worden beschikt voor het betalen van de schulden en voor het voldoen aan de verplichtingen van het Fonds of voor het compenseren van zijn verliezen, welke schulden, verplichtingen of verliezen zijn ontstaan bij verrichtingen of transacties van de andere Afdeling, met dien verstande dat de kosten van het beheer van de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling door het Fonds worden betaald uit de Algemene Afdeling, waarin van tijd tot tijd vergoedingen zullen worden gestort in bijzondere trekkingsrechten, door een aanslag ingevolge artikel XX, sectie 4, vastgesteld op basis van een redelijke raming van zodanige kosten.

Sectie 3. Boeking en inlichtingen

Veranderingen in het bezit aan bijzondere trekkingsrechten worden eerst van kracht wanneer zij door het Fonds in de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling zijn geboekt. Participanten geven het Fonds kennis van de bepalingen van deze Overeenkomst uit hoofde waarvan bijzondere trekkingsrechten worden gebruikt. Het Fonds kan van participanten eisen, dat zij alle verdere inlichtingen verstrekken die het Fonds voor zijn functies nodig acht.

Artikel XVII. Participanten en andere houders van bijzondere trekkingsrechten

Sectie 1. Participanten

Elk lid van het Fonds dat bij het Fonds een verklaring nederlegt, waarin wordt medegedeeld dat het overeenkomstig zijn nationale recht alle verplichtingen van een participant in de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling op zich neemt en dat het alle stappen heeft genomen die nodig zijn opdat het al deze verplichtingen kan vervullen, wordt met ingang van de datum van nederlegging van de verklaring participant in de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling, met dien verstande dat een lid geen participant wordt voordat de bepalingen van deze Overeenkomst die uitsluitend betrekking hebben op de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling van kracht zijn geworden en verklaringen ingevolge deze sectie zijn nedergelegd door leden die ten minste vijfenzeventig procent van het totaal der quota bezitten.

Sectie 2. Het Fonds als houder

Het Fonds kan bijzondere trekkingsrechten in de Algemene Middelenrekening bezitten en kan deze aanvaarden en gebruiken in verrichtingen en transacties met participanten, via de Algemene Middelenrekening, in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst, dan wel met aangewezen houders, in overeenstemming met de ingevolge sectie 3 van dit artikel vastgestelde voorwaarden en bedingen.

Sectie 3. Andere houders

Het Fonds kan:

Voor aanwijzingen ingevolge (i) hierboven is een meerderheid van vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal vereist. De door het Fonds vastgestelde voorwaarden en bedingen dienen verenigbaar te zijn met de bepalingen van deze Overeenkomst en de doeltreffende werking van de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling.

Artikel XVIII. Toewijzing en intrekking van bijzondere trekkingsrechten

Sectie 1. Beginselen en overwegingen bij toewijzing en intrekking

Sectie 2. Toewijzing en intrekking

Sectie 3. Onverwachte, ingrijpende ontwikkelingen

Het Fonds kan de percentages of de tussenpozen van toewijzing of intrekking voor het resterende deel van een basistijdvak of de duur van een basistijdvak wijzigen, dan wel een nieuw basistijdvak aanvangen, indien het te eniger tijd constateert dat onverwachte, ingrijpende ontwikkelingen zulks wenselijk doen zijn.

Sectie 4. Besluiten inzake toewijzingen en intrekkingen

Artikel XIX. Verrichtingen en transacties in bijzondere trekkingsrechten

Sectie 1. Gebruik van bijzondere trekkingsrechten

Bijzondere trekkingsrechten kunnen worden gebruikt bij de verrichtingen en transacties toegestaan bij of ingevolge deze Overeenkomst

Sectie 2. Verrichtingen en transacties tussen participanten

Sectie 3. Vereiste van behoefte

Sectie 4. Verplichting tot het verstrekken van valuta

Sectie 5. Aanwijzing van participanten die valuta moeten verstrekken

Sectie 6. Reconstitutie

Sectie 7. Wisselkoersen

Artikel XX. Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling, rente en provisies

Sectie 1. Rente

Het Fonds betaalt rente volgens een voor alle houders gelijke rentevoet aan elke houder over het bedrag van zijn bezit aan bijzondere trekkingsrechten. Het Fonds betaalt het aan elke houder verschuldigde bedrag, ongeacht of er voldoende provisie is ontvangen om rente uit te keren.

Sectie 2. Provisies

Elke participant betaalt aan het Fonds provisies volgens een voor alle participanten gelijk tarief over het bedrag van zijn netto-cumulatieve toewijzing van bijzondere trekkingsrechten, vermeerderd met een eventueel negatief saldo van de participant of niet betaalde provisies.

Sectie 3. Rentevoet en hoogte van de provisies

Het Fonds bepaalt de rentevoet met een meerderheid van zeventig procent van het totale stemmenaantal. De hoogte van de provisies is gelijk aan de rentevoet.

Sectie 4. Aanslagen

Indien ingevolge artikel XVI, sectie 2 wordt besloten dat vergoedingen worden betaald, legt het Fonds hiertoe aanslagen op volgens het voor alle participanten gelijke tarief op hun netto-cumulatieve toewijzingen.

Sectie 5. Betaling van rente, provisies en aanslagen

Rente, provisies en aanslagen worden betaald in bijzondere trekkingsrechten. Een participant die bijzondere trekkingsrechten nodig heeft om een provisie of aanslag te betalen is verplicht en gerechtigd deze tegen een voor het Fonds aanvaardbare valuta te verwerven in een transactie met het Fonds via de Algemene Middelenrekening. Indien op deze wijze niet voldoende bijzondere trekkingsrechten kunnen worden verworven, is de participant verplicht en gerechtigd deze met een vrij te gebruiken valuta te verwerven van een participant die door het Fonds wordt aangewezen. Door een participant na de betalingsdatum verworven bijzondere trekkingsrechten worden verrekend met zijn onbetaalde provisies en ingetrokken.

Artikel XXI. Beheer van de Algemene Afdeling en de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling

(a). De Algemene Afdeling en de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling worden beheerd overeenkomstig het bepaalde in artikel XII, met inachtneming van onderstaande bepalingen:

(b). Naast de voorrechten en immuniteiten die zijn toegekend ingevolge artikel IX van deze Overeenkomst wordt bovendien generlei belasting geheven op bijzondere trekkingsrechten of op verrichtingen of transacties in bijzondere trekkingsrechten.

(c). Een vraagstuk betreffende de interpretatie van de bepalingen van deze Overeenkomst in aangelegenheden die uitsluitend de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling betreffen, wordt overeenkomstig artikel XXIX (a) alleen op verzoek van een participant voorgelegd aan het College van Bewindvoerders. In elk geval waarin het College van Bewindvoerders zich heeft uitgesproken over een interpretatievraagstuk dat uitsluitend de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling betreft, kan alleen een participant eisen dat de aangelegenheid wordt verwezen naar de Raad van Bestuur ingevolge artikel XXIX (b). De Raad van Bestuur besluit of een Bestuurder benoemd door een lid dat geen participant is, gerechtigd is in de Interpretatiecommissie zijn stem uit te brengen over vraagstukken die uitsluitend de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling betreffen.

(d). Wanneer ten aanzien van enigerlei aangelegenheid die uitsluitend voortvloeit uit participatie in de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling een meningsverschil ontstaat tussen het Fonds en een participant die zijn participatie in de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling heeft beëindigd of tussen het Fonds en enige participant tijdens de liquidatie van de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling, wordt het meningsverschil onderworpen aan arbitrage overeenkomstig de procedures vervat in artikel XXIX (c).

Artikel XXII. Algemene verplichtingen van participanten

Naast de verplichtingen aangegaan ten aanzien van bijzondere trekkingsrechten ingevolge andere artikelen van deze Overeenkomst, verplicht elke participant zich bovendien met het Fonds en met andere participanten samen te werken ten einde de doeltreffende werking van de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling en het juiste gebruik van bijzondere trekkingsrechten te vergemakkelijken, in overeenstemming met deze Overeenkomst en met de doelstelling de bijzondere trekkingsrechten te maken tot het voornaamste reservemiddel in het internationale monetaire stelsel.

Artikel XXIII. Opschorting van verrichtingen en transacties in bijzondere trekkingsrechten

Sectie 1. Noodmaatregelen

Ingeval een noodtoestand of de ontwikkeling van onvoorziene omstandigheden de werkzaamheden van het Fonds met betrekking tot de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling bedreigen, kan het College van Bewindvoerders met een meerderheid van vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal voor een tijdvak van ten hoogste één jaar, de werking opschorten van enigerlei bepaling betreffende verrichtingen en transacties in bijzondere trekkingsrechten; in dat geval is het bepaalde in artikel XXVII, sectie 1 (b), (c) en (d) van toepassing.

Sectie 2. Het niet nakomen van verplichtingen

Artikel XXIV. Beëindiging van participatie

Sectie 1. Het recht participatie te beëindigen

Sectie 2. Afrekening bij beëindiging

Sectie 3. Rente en provisies

Na de datum van beëindiging betaalt het Fonds rente over een eventueel nog openstaand saldo van bijzondere trekkingsrechten in het bezit van een zich terugtrekkende participant en betaalt de zich terugtrekkende participant provisies over een eventuele nog tegenover het Fonds bestaande verplichting op de tijdstippen en volgens de tarieven voorgeschreven in artikel XX. Betaling geschiedt in bijzondere trekkingsrechten. Een zich terugtrekkende participant heeft het recht, ter betaling van provisies of aanslagen bijzondere trekkingsrechten te verkrijgen met een vrij te gebruiken valuta in een transactie met een door het Fonds aangewezen participant, of, bij overeenkomst, van een andere houder, dan wel zich van bijzondere trekkingsrechten die als rente zijn ontvangen, te ontdoen in een transactie met een participant aangewezen ingevolge artikel XIX, sectie 5 of, bij overeenkomst, met enige andere houder.

Sectie 4. Het voldoen aan een verplichting jegens het Fonds

Valuta ontvangen door het Fonds van een zich terugtrekkende participant wordt door het Fonds gebruikt om bijzondere trekkingsrechten die in het bezit van de participanten zijn, terug te kopen en wel naar evenredigheid van het bedrag waarmede het bezit aan bijzondere trekkingsrechten van elke deelnemer zijn netto-cumulatieve toewijzing overschrijdt op het tijdstip waarop het Fonds de valuta ontvangt. De op deze wijze teruggekochte bijzondere trekkingsrechten, alsmede de bijzondere trekkingsrechten die een zich terugtrekkende participant verkrijgt ingevolge de bepalingen van deze Overeenkomst ten einde een termijn te voldoen die is verschuldigd ingevolge een overeenkomst inzake verrekening of ingevolge schema H en die worden verrekend met deze termijn, worden ingetrokken.

Sectie 5. Het voldoen aan een verplichting jegens een zich terugtrekkende participant

Indien het Fonds bijzondere trekkingsrechten dient terug te kopen die in het bezit zijn van een zich terugtrekkende participant, geschiedt deze terugkoop met valuta verstrekt door participanten die door het Fonds zijn aangewezen. Deze participanten worden aangewezen overeenkomstig de beginselen vervat in artikel XIX, sectie 5. Elke aangewezen participant verstrekt aan het Fonds naar eigen keuze de valuta van de zich terugtrekkende participant of een vrij te gebruiken valuta en ontvangt een equivalent bedrag aan bijzondere trekkingsrechten. Indien het Fonds dit toestaat, kan een zich terugtrekkende participant zijn bijzondere trekkingsrechten evenwel gebruiken om van enige houder zijn eigen valuta, een vrij te gebruiken valuta of enigerlei andere activa te verkrijgen.

Sectie 6. Transacties via de Algemene Middelenrekening

Ter vergemakkelijking van de vereffening met een zich terugtrekkende participant kan het Fonds beslissen dat een zich terugtrekkende participant:

Artikel XXV. Liquidatie van de Bijzondere Trekkingsrechtenafdeling

Artikel XXVI. Opzegging van het lidmaatschap

Sectie 1. Opzeggingsrecht van de leden

Ieder lid kan te allen tijde uit het Fonds treden door een schriftelijke kennisgeving aan het hoofdkantoor van het Fonds te doen toekomen. De opzegging gaat in op de dag van ontvangst van een zodanige mededeling.

Sectie 2. Gedwongen uittreding

Sectie 3. Vereffening der rekeningen met uitgetreden leden

Wanneer een lid zich uit het Fonds terugtrekt, houden de normale verrichtingen en transacties van het Fonds in zijn valuta op en vindt vereffening plaats van alle rekeningen die tussen het lid en het Fonds bestaan, zulks met redelijke spoed en bij overeenkomst tussen het lid en het Fonds. Indien niet terstond overeenstemming wordt bereikt, is het bepaalde in schema J van toepassing op de vereffening der rekeningen.

Artikel XXVII. Noodmaatregelen

Sectie 1. Tijdelijke opschorting

Sectie 2. Liquidatie van het Fonds

Artikel XXVIII. Wijzigingen

(a). Ieder voorstel betreffende het aanbrengen van wijzigingen in deze Overeenkomst wordt, ongeacht of het afkomstig is van een lid, een Bestuurder of het College van Bewindvoerders, ingediend bij de voorzitter van de Raad van Bestuur, die het voorstel voorlegt aan de Raad van Bestuur. Indien de voorgestelde wijziging door de Raad van Bestuur wordt goedgekeurd, vraagt het Fonds bij rondschrijven of per telegram alle leden of zij de voorgestelde wijziging aanvaarden. Wanneer drie vijfde van de leden die te zamen vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal bezitten, de voorgestelde wijziging hebben aanvaard, geeft het Fonds hiervan kennis door een officiële mededeling daarvan aan alle leden te zenden.

(b). Niettegenstaande het bepaalde in letter (a) hierboven, is aanvaarding door alle leden noodzakelijk wanneer het een wijziging betreft aangaande:

(c). Wijzigingen worden voor alle leden drie maanden na de datum van de officiële mededeling van kracht, tenzij in het rondschrijven of het telegram een kortere termijn is bepaald.

Artikel XXIX. Interpretatie

(a). Ieder meningsverschil dat omtrent de interpretatie van de bepalingen van deze Overeenkomst tussen enig lid en het Fonds of tussen de leden onderling ontstaat, wordt aan het College van Bewindvoerders ter beslissing voorgelegd. Indien enig lid dat niet is gerechtigd een Bewindvoerder te benoemen ten nauwste bij het meningsverschil is betrokken, heeft het het recht zich te laten vertegenwoordigen overeenkomstig het bepaalde in artikel XII, sectie 3 (j).

(b). In elk geval waarin het College van Bewindvoerders ingevolge letter (a) hierboven een beslissing heeft genomen, mag ieder lid binnen drie maanden na de datum van de beslissing verzoeken dat het vraagstuk wordt verwezen naar de Raad van Bestuur, wiens beslissing bindend zal zijn. Een vraagstuk verwezen naar de Raad van Bestuur wordt onderzocht door een Interpretatiecommissie van de Raad van Bestuur. Elk Commissielid heeft een stem. De Raad van Bestuur bepaalt het lidmaatschap, de procedures en de meerderheid bij stemming van de Commissie. Een beslissing van de Commissie geldt als een beslissing van de Raad van Bestuur, tenzij de Raad van Bestuur met een meerderheid van vijfentachtig procent van het totale stemmenaantal anders beslist. Hangende de uitslag van de verwijzing naar de Raad van Bestuur kan het Fonds, voor zover het dit noodzakelijk acht, op basis van de beslissing van het College van Bewindvoerders handelen.

(c). Telkens wanneer er onenigheid ontstaat tussen het Fonds en een lid dat is uitgetreden, of tussen het Fonds en enig lid tijdens de liquidatie van het Fonds, wordt een zodanige onenigheid onderworpen aan een scheidsrechterlijke beslissing door een gerecht van drie scheidsmannen, van wie één door het Fonds wordt benoemd, een andere door het lid of het uittredende lid en een, de scheidsrechter, door de President van het Internationaal Gerechtshof of een andere autoriteit die daarvoor bij een door het Fonds vastgestelde regeling is aangewezen, tenzij partijen anders overeenkomen. De scheidsrechter heeft volledige bevoegdheid om in alle vragen betreffende de procedure te beslissen, wanneer naar aanleiding daarvan onenigheid tussen partijen bestaat.

Artikel XXX. Verklaring van uitdrukkingen

Bij de interpretatie van de bepalingen van deze Overeenkomst laten het Fonds en de leden zich leiden door het volgende:

Artikel XXXI. Slotbepalingen

Sectie 1. Inwerkingtreding

Deze Overeenkomst treedt in werking wanneer zij is ondertekend namens de Regeringen die te zamen vijfenzestig procent bezitten van het totaal der quota vermeld in schema A en wanneer de in sectie 2 (a) van dit artikel genoemde akten namens hen zijn nedergelegd, maar in geen geval treedt deze Overeenkomst in werking vóór 1 mei 1945.

Sectie 2. Ondertekening

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)