Algemeen Postverdrag

Type Verdrag
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 43
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
16.

De bepalingen tussen aangewezen aanbieders van landen van het doelsysteem zijn van toepassing op elke aangewezen aanbieder van een land van het overgangssysteem die verklaart zich bij het doelsysteem te willen aansluiten. De Postraad kan de overgangsmaatregelen in de Regelingen vastleggen. De bepalingen van het doelsysteem kunnen in hun geheel worden toegepast op de nieuwe aangewezen aanbieders van het doelsysteem die verklaren zonder overgangsmaatregelen volledig aan de bedoelde bepalingen onderworpen te willen zijn.

Artikel 29. Eindkosten. Zelf vaststellen van tarieven voor volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E)

1.

Met ingang van de tarieven die gelden vanaf het jaar 2021 en onverminderd de artikelen 30 en 31, kunnen aangewezen aanbieders het Internationaal Bureau voor 1 juni van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de zelf vastgestelde tarieven van toepassing zouden zijn, in kennis stellen van een zelf vastgesteld tarief per stuk en een zelf vastgesteld tarief per kilogram, uitgedrukt in lokale valuta of BTR, dat van toepassing is op volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) in het volgende kalenderjaar. Het Internationaal Bureau rekent de zelf vastgestelde tarieven in lokale valuta jaarlijks om in waarden uitgedrukt in BTR. Voor de berekening van de in BTR uitgedrukte tarieven gebruikt het Internationaal Bureau de gemiddelde maandelijkse wisselkoers van het tijdvak van vijf maanden dat eindigt op 31 maart van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de zelf vastgestelde tarieven van toepassing zouden zijn. De resulterende tarieven worden uiterlijk op 1 juli van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de zelf vastgestelde tarieven van toepassing zouden zijn, door middel van een circulaire van het Internationaal Bureau medegedeeld. De zelf vastgestelde tarieven voor volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) worden in voorkomend geval vervangen door referentie- of tariefberekeningen met betrekking tot volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) elders in het Verdrag of de Regelingen. Bovendien overlegt elke aangewezen aanbieder zijn binnenlandse tarieven voor gelijkwaardige diensten aan het Internationaal Bureau om de relevante maximumtarieven te berekenen.

  • 1.1. Gelet op 1.2 en 1.3 zijn/worden de zelf vastgestelde tarieven:
  • 1.1.1. bij het gemiddelde gewicht voor de E-omvang van 0,158 kilogram, niet hoger dan de landspecifieke maximumtarieven berekend in overeenstemming met lid 1.2;
  • 1.1.2. gebaseerd op 70%, of het toepasselijke percentage in lid 6ter, van het binnenlandse per stuk tarief voor postzendingen die vergelijkbaar zijn met volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) dat door de aangewezen aanbieder in zijn binnenlandse dienstverlening wordt toegepast en dat van kracht is op 1 juni van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor de zelf vastgestelde tarieven van toepassing zouden zijn;
  • 1.1.3. gebaseerd op het binnenlandse tarief per stuk voor postzendingen in de binnenlandse dienstverlening van de aangewezen aanbieder met de gespecificeerde maximale afmetingen en vorm van volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E);
  • 1.1.4. beschikbaar gesteld aan alle aangewezen aanbieders;
  • 1.1.5. uitsluitend toegepast op volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E);
  • 1.1.6. toegepast op alle stromen van volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E), met uitzondering van stromen volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) van landen die deel uitmaken van het overgangssysteem naar landen in het doelsysteem, en tussen landen in het overgangssysteem, indien de poststromen niet meer dan 100 ton per jaar bedragen;
  • 1.1.7. toegepast op alle stromen van volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E), met uitzondering van stromen volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) tussen landen die vanaf 2010, 2012 en 2016 deel uitmaken van het doelsysteem, en van die landen naar landen die van voor 2010 deel uitmaken van het doelsysteem, indien de poststromen niet meer dan 25 ton per jaar bedragen;
  • 1.2. De zelf vastgestelde tarieven per stuk en per kilogram voor volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) mogen niet hoger zijn dan de landspecifieke maximumtarieven die worden bepaald door middel van een lineaire regressie van 11 punten, wat overeenkomt met 70%, of het toepasselijke percentage in lid 8, van de prioritaire tarieven per stuk voor overeenkomstige binnenlandse dienstverleningen voor volumineuze briefpostzendingen van 20 gram, 35 gram, 75 gram, 175 gram, 250 gram, 375 gram, 500 gram, 750 gram, 1.000 gram, 1.500 gram en 2.000 gram (E) en petits paquets (E), exclusief belastingen.
  • 1.2.1. De bepaling of de zelf vastgestelde tarieven de maximumtarieven overschrijden, wordt getoetst aan de gemiddelde inkomsten, waarbij gebruik wordt gemaakt van de meest actuele gemiddelde mondiale samenstelling van één kilogram post, waarbij een postzending met omvang E 0,158 kilogram weegt. In gevallen waar de zelf vastgestelde tarieven de maximumtarieven van het gemiddelde van een postzending met omvang E van 0,158 kilogram overschrijden, zijn de maximumtarieven per zending en per kilogram van toepassing; de desbetreffende aangewezen aanbieder kan er ook voor kiezen om zijn zelf vastgestelde tarieven te verlagen naar een niveau dat overeenkomt met lid 1.2.
  • 1.2.2. Indien er meerdere pakkettarieven beschikbaar zijn op basis van dikte, wordt het laagste binnenlandse tarief gebruikt voor zendingen tot 250 gram en het hogere binnenlandse tarief voor zendingen van meer dan 250 gram.
  • 1.2.3. Waar zonetarieven van toepassing zijn in de vergelijkbare binnenlandse dienstverlening, wordt het gemiddelde tarief zoals vermeld in de Regelingen gebruikt, en binnenlandse tarieven voor niet-aansluitende zones worden uitgesloten bij de bepaling van het gemiddelde tarief. Als alternatief kan de bepaling van het zonetarief worden gebaseerd op de huidige gewogen gemiddelde afstand van inkomende volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) (voor het meest recente kalenderjaar)
  • 1.2.4. Wanneer de overeenkomstige binnenlandse dienstverlening en tarieven aanvullende elementen bevatten die geen deel uitmaken van de basisdienstverlening, d.w.z. volg-, ondertekenings- en verzekeringsdiensten, en dergelijke elementen worden uitgebreid naar alle gewichtsklassen vermeld in lid 1.2, wordt de laagste van het desbetreffende binnenlandse aanvullende tarief, het aanvullende tarief of de ter informatie in de Akten van de Unie voorgestelde porten afgetrokken van het binnenlandse tarief. De totale aftrek voor alle aanvullende elementen mag niet meer bedragen dan 25% van het binnenlandse tarief.
  • 1.3. Indien de landspecifieke maximumtarieven die berekend zijn in overeenstemming met lid 1.2 resulteren in een opbrengst berekend voor een postzending van E-formaat van 0,158 kilogram die lager is dan de opbrengst die berekend is voor dezelfde zending met hetzelfde gewicht op basis van de hieronder vermelde tarieven, dan zullen de zelf vastgestelde tarieven niet hoger zijn dan de volgende tarieven:
  • 1.3.1. voor 2020: 0,614 BTR per zending en 1,381 BTR per kilogram;
  • 1.3.2. voor 2021: 0,645 BTR per zending en 1,450 BTR per kilogram;
  • 1.3.3. voor 2022: 0,677 BTR per zending en 1,523 BTR per kilogram;
  • 1.3.4. voor 2023: 0,711 BTR per zending en 1,599 BTR per kilogram;
  • 1.3.5. voor 2024: 0,747 BTR per zending en 1,679 BTR per kilogram;
  • 1.3.6. voor 2025: 0,784 BTR per zending en 1,763 BTR per kilogram.
  • 1.4. Alle aanvullende voorwaarden en procedures voor het zelf vaststellen van tarieven die van toepassing zijn op volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) wordt vastgelegd in de Regelingen. Alle overige bepalingen van de Regelingen betrekking hebbende op volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) zijn van toepassing op de zelf opgegeven tarieven tenzij zij onverenigbaar zijn met dit artikel.
  • 1.5. Aangewezen aanbieders van landen van het overgangssysteem kunnen zelf vastgestelde tarieven toepassen op basis van steekproeven van hun inkomende stromen.
2.

Naast de maximumtarieven vastgesteld in 1.2 mogen de gemelde zelf vastgestelde tarieven niet hoger zijn dan de maximuminkomsten omschreven voor de jaren 2021 tot en met 2025, als volgt:

  • 2.1. 2021: de inkomsten berekend op basis van de zelf vastgestelde tarieven worden bepaald op het laagste bedrag van de landspecifieke maximumbedragen en de inkomsten in 2020 voor een postzending van E-formaat van 0,158 kilogram met een toeslag van 15%;
  • 2.2. 2022: de inkomsten berekend op basis van de zelf vastgestelde tarieven worden bepaald op het laagste bedrag van de landspecifieke maximumbedragen en de inkomsten in 2021 voor een postzending van E-formaat van 0,158 kilogram met een toeslag van 15%;
  • 2.3. 2023: de inkomsten berekend op basis van de zelf vastgestelde tarieven worden bepaald op het laagste bedrag van de landspecifieke maximumbedragen en de inkomsten in 2022 voor een postzending van E-formaat van 0,158 kilogram met een toeslag van 16%;
  • 2.4. 2024: de inkomsten berekend op basis van de zelf vastgestelde tarieven worden bepaald op het laagste bedrag van de landspecifieke maximumbedragen en de inkomsten in 2023 voor een postzending van E-formaat van 0,158 kilogram met een toeslag van 16%;
  • 2.5. 2025: de inkomsten berekend op basis van de zelf vastgestelde tarieven worden bepaald op het laagste bedrag van de landspecifieke maximumbedragen en de inkomsten in 2024 voor een postzending van E-formaat van 0,158 kilogram met een toeslag van 17%.
3.

Voor tarieven die van toepassing zijn in 2021 en daaropvolgende jaren, zal de verhouding tussen het zelf opgegeven tarief per zending en per kilogram niet met meer dan 5 procentpunten naar boven of naar beneden worden gewijzigd ten opzichte van de verhouding voor het voorafgaande jaar. Voor aangewezen aanbieders die tarieven zelf vaststellen overeenkomstig lid 7 of zelf vastgestelde tarieven toepassen op basis van wederkerigheid overeenkomstig lid 9, wordt de verhouding die van kracht is in 2020 gebaseerd op het zelf vastgestelde tarief per zending en het tarief per kilogram vastgesteld met ingang van 1 juli 2020.

4.

Aangewezen aanbieders die ervoor kiezen hun tarieven niet zelf vast te stellen in overeenstemming met dit artikel passen de bepalingen opgenomen in de artikelen 30 en 31 volledig toe.

5.

Voor aangewezen aanbieders die ervoor hebben gekozen om hun tarieven voor volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) zelf vast te stellen in een voorafgaand kalenderjaar en die geen andere zelf vastgestelde tarieven voor het volgende jaar mededelen, blijven de zelf vastgestelde tarieven van toepassing tenzij deze niet voldoen aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in dit artikel.

6.

Het Internationaal Bureau wordt door de aangewezen aanbieder op de hoogte gebracht van een verlaging van het in dit artikel bedoelde binnenlandse tarief.

7.

Met ingang van 1 juli 2020, en onverminderd het eerste en tweede lid kan een aangewezen aanbieder van een lidstaat die in 2018 een totaal jaarlijks volume aan inkomende briefpostzendingen van meer dan 75.000 ton ontving (volgens de relevante officiële informatie verstrekt door het Internationaal Bureau of andere officieel beschikbare informatie die is beoordeeld door het Internationaal Bureau) tarieven voor volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) zelf vaststellen, anders dan voor de briefpostzendingen bedoeld in lid 1.1.6 en 1.1.7. Genoemde aangewezen aanbieder heeft ook het recht om niet de verhogingslimieten voor inkomsten vastgelegd in het tweede lid voor poststromen naar, van en tussen zijn land en elk ander land toe te passen.

8.

Indien een bevoegde autoriteit die toezicht houdt op de aangewezen aanbieder die de in lid 7 vermelde optie uitoefent bepaalt dat, ter dekking van alle kosten voor de behandeling en levering van volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E), het door de aangewezen aanbieder zelf vastgestelde tarief in elk jaar na 2020 gebaseerd moet zijn op een verhouding kosten-tarieven van meer dan 70% van het binnenlandse tarief voor één stuk, dan mag de verhouding kosten-tarieven voor die aangewezen aanbieder meer dan 70% bedragen, met dien verstande dat de te gebruiken verhouding kosten-tarieven niet meer mag bedragen dan één procentpunt boven het hoogste van de volgende twee percentages: 70%, of de verhouding kosten-tarieven die wordt gebruikt bij de berekening van de dan geldende zelf vastgestelde tarieven, maximaal 80%, en met dien verstande dat de aangewezen aanbieder in kwestie al deze ondersteunende informatie moet verstrekken bij de kennisgeving aan het Internationaal Bureau krachtens het eerste lid. Indien een dergelijke aangewezen aanbieder zijn verhouding kosten-tarieven op basis van een dergelijke bepaling van een bevoegde autoriteit verhoogt, stelt hij het Internationaal Bureau in kennis van die verhouding voor publicatie vóór 1 mei van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de verhouding van toepassing is. Nadere specificaties met betrekking tot de kosten en inkomsten die voor de berekening van de specifieke verhouding kosten-tarieven dienen te worden gebruikt worden voorzien in de Regelingen.

9.

Wanneer een aangewezen aanbieder of een lidstaat zich beroept op het zevende lid, kunnen alle overige aangewezen aanbieders (met inbegrip van aanbieders waarvan de uitgezonderde uitgaande poststromen worden bedoeld in lid 1.1.6 en 1.1.7) hetzelfde doen en zelf tarieven vaststellen voor volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) met betrekking tot voornoemde aangewezen aanbieder zonder gehouden te zijn aan de maximale verhogingslimiet voor inkomsten vastgelegd in het tweede lid. Het achtste lid van dit artikel is eveneens van toepassing op al deze overeenkomstige aangewezen aanbieders. Met betrekking tot dergelijke overeenkomstige aangewezen aanbieders die ervoor kiezen zelf hun tarieven vast te stellen op grond van dit negende lid (met inbegrip van die waarvan de uitgaande poststromen naar keuze voor vrijstelling in aanmerking komen op grond van lid 1.1.6 en 1.1.7), zijn de zelf vastgestelde tarieven van de aangewezen aanbieder die zich beroept op het zevende lid, op basis van wederkerigheid van toepassing.

10.

Elke aangewezen aanbieder die zich beroept op de in lid 7 genoemde mogelijkheid, moet in het kalenderjaar van de inwerkingtreding van de initiële tarieven gedurende vijf opeenvolgende jaren (te beginnen met het kalenderjaar waarin de hierboven onder lid 7 genoemde optie wordt toegepast) een vergoeding van 8 miljoen CHF per jaar betalen aan de Unie, in totaal 40 miljoen CHF. Na afloop van het tijdvak van vijf jaar wordt geen verdere betaling verwacht voor het zelf vaststellen van tarieven overeenkomstig dit lid.

  • 10.1. De bovenbedoelde vergoeding wordt uitsluitend volgens de volgende methode toegewezen: 16 miljoen CHF wordt toegewezen aan een gekoppeld fonds van de Unie voor de uitvoering van projecten die gericht zijn op vooraf langs elektronische weg verschafte gegevens en postveiligheid, overeenkomstig de voorwaarden van een brief houdende overeenstemming tussen de genoemde aangewezen aanbieder en de Unie; en 24 miljoen CHF wordt toegewezen aan een gekoppeld fonds voor de financiering van langetermijnverplichtingen van de Unie, zoals nader omschreven door de Raad van Bestuur, onder de voorwaarden van een brief houdende overeenstemming tussen de genoemde aangewezen aanbieder en de Unie.
  • 10.2. Het in dit lid vastgestelde tarief is niet van toepassing op de aangewezen aanbieders van lidstaten die overeenkomstig lid 9 zelf vastgestelde tarieven wederzijds toepassen als gevolg van de uitoefening van de mogelijkheid door een andere aangewezen aanbieder om de tarieven zelf vast te stellen overeenkomstig lid 7.
  • 10.3. De aangewezen aanbieder die het tarief betaalt, deelt het Internationaal Bureau jaarlijks mee hoe het bedrag van 8 miljoen CHF per jaar zal worden toegewezen, op voorwaarde dat de vijf jaarlijkse toewijzingen worden verdeeld zoals hierboven uiteengezet, overeenkomstig de brief houdende overeenstemming. Aan een aangewezen aanbieder die gebruikmaakt van de optie om zelf tarieven vast te stellen overeenkomstig lid 7, wordt passend verslag uitgebracht over de uitgaven in verband met het krachtens dit lid afgedragen tarief, overeenkomstig de voorwaarden van een brief houdende overeenstemming tussen de genoemde aangewezen aanbieder en de Unie.
11.

Indien een aangewezen aanbieder gebruikmaakt van de optie om overeenkomstig lid 7 tarieven zelf vast te stellen, of indien een aangewezen aanbieder op grond van lid 9 wederzijds een zelf vastgesteld tarief toepast, moet de genoemde aangewezen aanbieder tegelijkertijd met de invoering van zelf vastgestelde tarieven overwegen aan de aangewezen zendende aanbieders van lidstaten van de Unie, op niet-discriminerende basis, proportioneel voor volume en afstand aangepaste tarieven beschikbaar te stellen voor zover praktisch uitvoerbaar en beschikbaar binnen de gepubliceerde binnenlandse dienst van het ontvangende land voor vergelijkbare diensten in het kader van een wederzijds aanvaardbare bilaterale commerciële overeenkomst, binnen het kader van de regels van de nationale regelgevende instantie.

12.

Bij dit artikel kan geen voorbehoud worden gemaakt.

Artikel 30. Eindkosten. Bepalingen die van toepassing zijn op poststromen tussen de aangewezen aanbieders van de landen in het doelsysteem

1.

De vergoeding voor briefpostzendingen, met inbegrip van partijenpost, maar met uitzondering van M-zakken en CCRI-zendingen, wordt vastgesteld door middel van toepassing van de bedragen per zending en per kilogram die de verwerkingskosten in het land van bestemming weergeven. De kosten die verband houden met de binnenlandse tarieven voor prioritaire zendingen die deel uitmaken van de algemene postale dienst worden gebruikt als grondslag voor de berekening van het bedrag van de eindkosten.

2.

De bedragen van de eindkosten in het doelsysteem worden berekend aan de hand van het classificatiesysteem voor zendingen op grond van omvang, indien aanwezig in de binnenlandse dienstverlening, zoals voorzien in artikel 17.5 van het Verdrag.

3.

De aangewezen aanbieders in het doelsysteem wisselen op omvang gescheiden zendingen uit in overeenstemming met de voorwaarden omschreven in de Regelingen.

4.

De vergoeding voor CCRI-zendingen geschiedt op grond van de desbetreffende bepalingen van de Regelingen.

5.

Er gelden per zending en per kilogram gescheiden bedragen voor enerzijds kleine (P) en grote (G) briefpostzendingen en anderzijds volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E). De bedragen worden berekend op basis van 70% van de heffing voor een kleine briefpostzending (P) van 20 gram en voor een grote briefpostzending (G) van 175 gram, exclusief btw of andere heffingen. Voor volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) worden de bedragen berekend op basis van omvang P/G en een gewicht van 375 gram, exclusief btw of andere heffingen.

6.

De Postraad formuleert de voorwaarden voor de berekening van de bedragen alsmede de nodige operationele, statistische en boekhoudkundige procedures voor de uitwisseling van op omvang gescheiden zendingen.

7.

De bedragen die in een gegeven jaar op de stromen tussen de landen in het doelsysteem worden toegepast, mogen niet leiden tot een verhoging van meer dan 13% van de eindkosten voor een briefpostzending van P/G-omvang à 37,6 gram en van E-omvang à 375 gram ten opzicht van het voorgaande jaar.

8.

De bedragen die van toepassing zijn op de poststromen tussen de landen in het doelsysteem vóór 2010 voor kleine (P) en grote (G) briefpostzendingen mogen niet hoger zijn dan:

  • 8.1. voor 2022: 0,380 BTR per zending en 2,966 BTR per kilogram;
  • 8.2. voor 2023: 0,399 BTR per zending en 3,114 BTR per kilogram;
  • 8.3. voor 2024: 0,419 BTR per zending en 3,270 BTR per kilogram;
  • 8.4. voor 2025: 0,440 BTR per zending en 3,434 BTR per kilogram.
9.

De bedragen die van toepassing zijn op de poststromen tussen de landen in het doelsysteem voor volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E), mogen niet hoger zijn dan:

  • 9.1. voor 2022: 0,864 BTR per zending en 1,942 BTR per kilogram;
  • 9.2. voor 2023: 0,950 BTR per zending en 2,136 BTR per kilogram;
  • 9.3. voor 2024: 1,045 BTR per zending en 2,350 BTR per kilogram;
  • 9.4. voor 2025: 1,150 BTR per zending en 2,585 BTR per kilogram.
10.

De bedragen die van toepassing zijn op de poststromen tussen de landen in het doelsysteem voor kleine (P) en grote (G) briefpostzendingen mogen niet lager zijn dan:

  • 10.1. voor 2022: 0,272 BTR per zending en 2,121 BTR per kilogram;
  • 10.2. voor 2023: 0,292 BTR per zending en 2,280 BTR per kilogram;
  • 10.3. voor 2024: 0,314 BTR per zending en 2,451 BTR per kilogram;
  • 10.4. voor 2025: 0,330 BTR per zending en 2,574 BTR per kilogram.
11.

De bedragen die van toepassing zijn op de poststromen tussen de landen in het doelsysteem voor volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E), mogen niet lager zijn dan:

  • 11.1. voor 2022: 0,677 BTR per zending en 1,523 BTR per kilogram;
  • 11.2. voor 2023: 0,711 BTR per zending en 1,599 BTR per kilogram;
  • 11.3. voor 2024: 0,747 BTR per zending en 1,679 BTR per kilogram;
  • 11.4. voor 2025: 0,784 BTR per zending en 1,763 BTR per kilogram.
12.

De bedragen die van toepassing zijn op poststromen tussen landen in het doelsysteem vanaf 2010 en 2012 alsmede tussen deze landen en landen in het doelsysteem vóór 2010 voor kleine (P) en grote (G) briefpostzendingen, mogen niet hoger zijn dan:

  • 12.1. voor 2022: 0,342 BTR per zending en 2,672 BTR per kilogram;
  • 12.2. voor 2023: 0,372 BTR per zending en 2,905 BTR per kilogram;
  • 12.3. voor 2024: 0,404 BTR per zending en 3,158 BTR per kilogram;
  • 12.4. voor 2025: 0,440 BTR per zending en 3,434 BTR per kilogram.
13.

De bedragen die van toepassing zijn op poststromen tussen landen in het doelsysteem vanaf 2016 alsmede tussen deze landen en landen in het doelsysteem vóór 2010 of vanaf 2010 en 2012 voor kleine (P) en grote briefpostzendingen (G), mogen niet hoger zijn dan:

  • 13.1. voor 2022: 0,313 BTR per zending en 2,443 BTR per kilogram;
  • 13.2. voor 2023: 0,351 BTR per zending en 2,738 BTR per kilogram;
  • 13.3. voor 2024: 0,393 BTR per zending en 3,068 BTR per kilogram;
  • 13.4. voor 2025: 0,440 BTR per zending en 3,434 BTR per kilogram.
14.

Voor stromen van minder dan 50 ton per jaar tussen landen die zich in 2010, 2012 en 2016 hebben aangesloten bij het doelsysteem alsmede tussen deze landen en landen die vóór 2010 deel uitmaakten van het doelsysteem worden de componenten per kilogram en per zending omgezet in een totaalbedrag per kilogram, op basis van een gemiddelde mondiale samenstelling van één kilogram post, waarbij zendingen van omvang P en G 3,97 zendingen met een gewicht van 0,14 kilogram, en zendingen van omvang E 5,45 zendingen met een gewicht van 0,86 kilogram vertegenwoordigen.

15.

De bedragen van de eindkosten die van toepassing zijn op volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) die zelf vastgesteld zijn overeenkomstig artikel 29 vervangen de tarieven die van toepassing zijn op volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) in dit artikel; derhalve zijn de bepalingen vastgelegd in de leden 7, 9, en 11 niet van toepassing.

16.

De vergoeding voor partijenpost verzonden naar landen die vóór 2010 deel uitmaakten van het doelsysteem wordt vastgesteld door toepassing van de bedragen per zending en per kilogram voorzien in de leden 5 tot en met 11, of artikel 29, naargelang van toepassing.

17.

De vergoeding voor partijenpost verzonden naar landen die vanaf 2010, 2012 en 2016 deel uitmaken van het doelsysteem wordt vastgesteld door toepassing van de bedragen per zending en per kilogram voorzien in de leden 5 en 10 tot en met 13, of artikel 29, naargelang van toepassing.

18.

Bij dit artikel kan geen voorbehoud worden gemaakt.

Artikel 31. Eindkosten. Bepalingen die van toepassing zijn op poststromen naar, vanuit en tussen de aangewezen aanbieders van de landen van het overgangssysteem

1.

Voor de aangewezen aanbieders van de landen van het overgangssysteem voor eindkosten (ter voorbereiding op hun toetreding tot het doelsysteem), wordt de vergoeding voor briefpostzendingen, met inbegrip van partijenpost, maar met uitzondering van M-zakken en CCRI-zendingen, vastgesteld op basis van een bedrag per zending en een bedrag per kilogram.

2.

Anders dan voor de bedragen van de eindkosten die van toepassing zijn op volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) die zelf vastgesteld zijn overeenkomstig artikel 29, gelden de bepalingen van artikel 30, lid 1 tot en met 3, 9 en 10, voor de berekening van de tarieven per zending en per kilogram voor kleine (P), grote (G) en volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E).

3.

De bedragen die in een gegeven jaar op de stromen naar, vanuit en tussen de landen in het overgangssysteem worden toegepast, mogen niet leiden tot een verhoging van meer dan 15,5% van de eindkosten voor een briefpostzending van P/G-omvang à 37,6 gram, en van meer dan 13% van de eindkosten voor een briefpostzending van E-omvang à 375 gram ten opzichte van het voorgaande jaar.

4.

De vergoeding voor CCRI-zendingen geschiedt op grond van de desbetreffende bepalingen van de Regelingen.

5.

De bedragen die van toepassing zijn op poststromen naar, vanuit en tussen de landen van het overgangssysteem zijn voor kleine (P) en grote (G) briefpostzendingen mogen niet hoger zijn dan:

  • 5.1. voor 2022: 0,285 BTR per zending en 2,227 BTR per kilogram;
  • 5.2. voor 2023: 0,329 BTR per zending en 2,573 BTR per kilogram;
  • 5.3. voor 2024: 0,380 BTR per zending en 2,973 BTR per kilogram;
  • 5.4. voor 2025: 0,440 BTR per zending en 3,434 BTR per kilogram.
6.

De bedragen die van toepassing zijn op poststromen naar, vanuit en tussen de landen van het overgangssysteem zijn voor kleine (P) en grote (G) briefpostzendingen mogen niet lager zijn dan:

  • 6.1. voor 2022: 0,272 BTR per zending en 2,121 BTR per kilogram;
  • 6.2. voor 2023: 0,292 BTR per zending en 2,280 BTR per kilogram;
  • 6.3. voor 2024: 0,314 BTR per zending en 2,451 BTR per kilogram;
  • 6.4. voor 2025: 0,330 BTR per zending en 2,574 BTR per kilogram.
7.

Anders dan voor de bedragen van de eindkosten die van toepassing zijn op volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) die zelf vastgesteld zijn overeenkomstig artikel 29 en in overeenstemming met 2 hierboven, mogen de tarieven die worden toegepast voor stromen naar, vanuit en tussen landen van het overgangssysteem voor volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) niet lager zijn dan:

  • 7.1. voor 2022: 0,864 BTR per zending en 1,942 BTR per kilogram;
  • 7.2. voor 2023: 0,950 BTR per zending en 2,136 BTR per kilogram;
  • 7.3. voor 2024: 1,045 BTR per zending en 2,350 BTR per kilogram;
  • 7.4. voor 2025: 1,150 BTR per zending en 2,585 BTR per kilogram.
8.

Anders dan voor de bedragen van de eindkosten die van toepassing zijn op volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) die zelf vastgesteld zijn overeenkomstig artikel 29 en in overeenstemming met lid 2 hierboven, mogen de tarieven die worden toegepast voor stromen naar, vanuit en tussen landen van het overgangssysteem voor volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) niet lager zijn dan:

  • 8.1. voor 2022: 0,677 BTR per zending en 1,523 BTR per kilogram;
  • 8.2. voor 2023: 0,711 BTR per zending en 1,599 BTR per kilogram;
  • 8.3. voor 2024: 0,747 BTR per zending en 1,679 BTR per kilogram;
  • 8.4. voor 2025: 0,784 BTR per zending en 1,763 BTR per kilogram.
9.

Anders dan voor de bedragen voor de eindkosten die van toepassing zijn op volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) die zelf opgegeven zijn overeenkomstig artikel 29, worden de componenten per kilogram en per zending als volgt omgezet in een totaalbedrag per kilogram op basis van een gemiddelde mondiale samenstelling van één kilogram post:

  • 9.1. voor het jaar 2022, niet lager dan 6,376 BTR per kilogram en niet hoger dan 7,822 BTR per kilogram;
  • 9.2. voor het jaar 2023, niet lager dan 6,729 BTR per kilogram en niet hoger dan 8,681 BTR per kilogram;
  • 9.3. voor het jaar 2024, niet lager dan 7,105 BTR per kilogram en niet hoger dan 9,641 BTR per kilogram;
  • 9.4. voor het jaar 2025, niet lager dan 7,459 BTR per kilogram en niet hoger dan 10,718 BTR per kilogram.
10.

Anders dan voor de bedragen van de eindkosten die van toepassing zijn op volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) die zelf vastgesteld zijn overeenkomstig artikel 29, wordt het vaste bedrag per kilogram toegepast indien noch de aangewezen aanbieder van herkomst, noch de aangewezen aanbieder van bestemming, in het kader van een herzieningsmechanisme verzoekt om een herziening van het tarief op basis van het werkelijke aantal zendingen per kilogram in plaats van op basis van het gemiddelde mondiale aantal. De steekproeven ten behoeve van de toepassing van het herzieningsmechanisme worden toegepast overeenkomstig de in de Regelingen vermelde voorwaarden.

11.

Voor poststromen van en tussen de landen die deel uitmaken van het overgangssysteem van minder dan 100 ton, wordt het totaalbedrag per kilogram als volgt:

  • 11.1. voor het jaar 2022 6,376 BTR per kilogram;
  • 11.2. voor het jaar 2023 6,729 BTR per kilogram;
  • 11.3. voor het jaar 2024 7,105 BTR per kilogram;
  • 11.4. voor het jaar 2025 7,459 BTR per kilogram.
12.

Voor poststromen van landen in het doelsysteem naar landen die deel uitmaken van het overgangssysteem van minder dan 100 ton waarbij de eindkosten die van toepassing zijn op volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) zelf opgegeven zijn overeenkomstig artikel 29, worden de componenten per kilogram en per zending omgezet in een totaalbedrag per kilogram op basis van een gemiddelde mondiale samenstelling van één kilogram post, zoals vermeld in artikel 30.14, behalve voor de poststromen in 29.1.5 van 50 ton of meer waarbij het land van bestemming beslist geen steekproeven te nemen van de inkomende post.

13.

Voor poststromen naar, van en tussen de landen die deel uitmaken van het overgangssysteem van meer dan 100 ton per jaar waarbij de eindkosten die van toepassing zijn op volumineuze briefpostzendingen en petits paquets (E) zelf vastgesteld zijn overeenkomstig artikel 29 en waarbij het land van bestemming beslist geen steekproeven te nemen van de inkomende post, worden de componenten per kilogram en per zending omgezet in een totaalbedrag per kilogram op basis van een gemiddelde mondiale samenstelling van één kilogram post, zoals vermeld in artikel 30.14.

14.

Met uitzondering van de poststromen beschreven in lid 12, vervangen de bedragen van de eindkosten die van toepassing zijn op volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) die zelf vastgesteld zijn overeenkomstig artikel 29 de tarieven die van toepassing zijn op volumineuze briefpostzendingen (E) en petits paquets (E) in dit artikel; derhalve zijn de bepalingen vastgelegd in lid 7, 8 en 10 niet van toepassing.

15.

De herziening naar beneden van het totale in het tiende lid bedoelde bedrag kan niet door een land van het doelsysteem worden ingeroepen tegen een land van het overgangssysteem, tenzij dit laatste land om een herziening in tegengestelde richting verzoekt.

16.

Voor poststromen naar, van en tussen de landen die deel uitmaken van het overgangssysteem voor de eindkosten van minder dan 100 ton per jaar, kunnen aangewezen aanbieders ervoor kiezen om op omvang gescheiden zendingen te versturen en ontvangen in overeenstemming met de voorwaarden omschreven in de Regelingen. Voor de uitwisseling van op omvang gescheiden zendingen gelden de hierboven in het vijfde, zesde, zevende en achtste lid vermelde bedragen indien de aangewezen aanbieder van bestemming ervoor kiest om zelf geen tarieven vast te stellen overeenkomstig artikel 29.

17.

De vergoeding voor partijenpost verzonden naar aangewezen aanbieders van landen die behoren tot het doelsysteem wordt vastgesteld door toepassing van de bedragen per zending en per kilogram voorzien in artikel 29 of 30. Voor de ontvangen partijenpost kunnen de aangewezen aanbieders van de landen van het overgangssysteem overeenkomstig het hierboven in het vijfde, zesde, zevende en achtste lid en artikel 29, naargelang van toepassing, bepaalde om een vergoeding verzoeken.

18.

Bij dit artikel kan geen voorbehoud worden gemaakt.

C. QUOTA VOOR PAKKETPOST

Artikel 32. Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening

1.

Behoudens voor M-zakken, CCRI-zendingen en partijenpost geldt voor de eindkosten die door alle landen en grondgebieden aan de als minst ontwikkelde aangemerkte en in groep IV ingedeelde landen en grondgebieden ten behoeve van de vergoeding van eindkosten en het Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening dienen te worden betaald, een toeslag die overeenkomt met 20% van de in artikel 29 of 30 voorziene bedragen, ter storting in het Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening in die landen. Tussen de landen van de groep IV-landen vinden dergelijke betalingen niet plaats.

2.

Behoudens voor M-zakken, CCRI-zendingen en partijenpost geldt voor de eindkosten die door de in de categorie van groep I-landen ingedeelde landen en grondgebieden aan de in de categorie van groep IV-landen ingedeelde landen, anders dan de minst ontwikkelde landen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, dienen te worden betaald, een toeslag overeenkomend met 10% van de in artikel 29 of 31 voorziene bedragen, ter storting in het Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening in die landen.

3.

Behoudens voor M-zakken, CCRI-zendingen en partijenpost geldt voor de eindkosten die door de in de categorie van groep II-landen ingedeelde landen en grondgebieden aan de in de categorie van groep IV-landen ingedeelde landen, anders dan de minst ontwikkelde landen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, dienen te worden betaald, een toeslag overeenkomend met 10% van de in artikel 29 of 31 voorziene bedragen, ter storting in het Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening in die landen.

4.

Behoudens voor M-zakken, CCRI-zendingen en partijenpost geldt voor de eindkosten die door de in de categorie van groep III-landen ingedeelde landen en grondgebieden aan de in de categorie van groep IV-landen ingedeelde landen, anders dan de minst ontwikkelde landen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, dienen te worden betaald, een toeslag overeenkomend met 5% van de in artikel 29 of 31 voorziene bedragen, ter storting in het Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening in die landen.

5.

Behoudens voor M-zakken, CCRI-zendingen en partijenpost geldt een toeslag van 1%, berekend op basis van de eindkosten die door de in groep I, II en III ingedeelde landen en grondgebieden aan de in groep III ingedeelde landen dienen te worden betaald, ter storting in een gemeenschappelijk fonds dat dient te worden opgericht ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening in de landen die in de groepen II, III en IV zijn ingedeeld, en dat dient te worden beheerd overeenkomstig de door de Postraad vastgestelde toepasselijke procedures.

6.

Behoudens voor M-zakken, CCRI-zendingen en partijenpost geldt een toeslag van 0,5%, berekend op basis van de eindkosten die door de in groep I, II en III ingedeelde landen en grondgebieden aan de in groep III ingedeelde landen dienen te worden betaald, ter storting op een speciale rekening die ingesteld wordt als onderdeel van het gemeenschappelijk fonds bedoeld in het vijfde lid, dat speciaal bedoeld is ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening in landen van groep IV die door de Verenigde Naties zijn aangemerkt als minst ontwikkelde landen, en dat dient te worden beheerd overeenkomstig de door de Postraad vastgestelde toepasselijke procedures.

7.

Met inachtneming van de door de Postraad vastgestelde toepasselijke procedures worden niet-bestede bedragen die zijn ingebracht uit hoofde van het eerste, tweede, derde en vierde lid van dit artikel en gedurende de vier voorafgaande referentiejaren van het Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening zijn gecumuleerd (waarbij 2018 geldt als het vroegste referentiejaar), eveneens gestort in het gemeenschappelijk fond als bedoeld in het vijfde lid van dit artikel. Ten behoeve van dit lid worden uitsluitend gelden die niet binnen twee jaar na ontvangst van de laatste betaling van de financiële bijdragen voor een periode van vier jaar als hierboven omschreven voor in het kader van het Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening goedgekeurde projecten zijn aangewend, in voornoemd gemeenschappelijk fonds gestort.

8.

Voor de ten behoeve van storting in het Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening in de landen van groep IV te betalen gecumuleerde eindkosten geldt voor elk ontvangend land een drempel van 20.000 BTR per jaar. De voor het bereiken van deze drempel benodigde aanvullende bedragen worden naar verhouding van de uitgewisselde hoeveelheden in rekening gebracht bij de landen van de groepen I, II en III.

9.

Speciale procedures voor de financiering van projecten in het kader van het Fonds ter verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening worden door de Postraad uiterlijk in december 2021 aangenomen of bijgewerkt.

D. KOSTEN VAN LUCHTVERVOER

Artikel 33. Territoriale en maritieme quota van postpakketten

1.

Met uitzondering van ECOMPRO-pakketten, zijn pakketten die worden uitgewisseld tussen twee aangewezen aanbieders onderworpen aan territoriale bestellingsquota voor elk land en voor elk pakket, berekend door het in de Regelingen vastgestelde basistarief per pakket en het basistarief per kilogram te combineren.

  • 1.1. Met inachtneming van de bovengenoemde basistarieven kan de aangewezen aanbieders bovendien worden toegestaan aanvullende tarieven te verkrijgen per pakket en per kilogram, overeenkomstig de in de Regelingen vervatte bepalingen.
  • 1.2. De in 1 en 1.1 bedoelde quota komen ten laste van de aangewezen aanbieder van het land van herkomst, tenzij in de Regelingen wordt afgeweken van dit beginsel.
  • 1.3. De territoriale bestellingsquota dienen voor het gehele grondgebied van elk land gelijk te zijn.
2.

Pakketten die worden uitgewisseld tussen twee aangewezen aanbieders of tussen twee kantoren van hetzelfde land met gebruikmaking van de landdiensten van een of meer andere aangewezen aanbieders, zijn onderworpen aan territoriale doorvoerquota die afhankelijk van de afstandstrap in de Regeling worden vastgesteld, ten gunste van de aangewezen aanbieders waarvan de diensten deelnemen aan het territoriale vervoer.

  • 2.1. Voor pakketten in doorvoer à découvert mogen de tussenliggende aangewezen aanbieders een in de Regelingen vastgesteld forfaitair quotum per zending vorderen.
  • 2.2. De territoriale doorvoerquota komen ten laste van de aangewezen aanbieder van het land van herkomst, tenzij in de Regelingen wordt afgeweken van dit beginsel.
3.

Elk van de aangewezen aanbieders waarvan de diensten deelnemen aan het maritiem vervoer van pakketten mag de maritieme quota vorderen. Deze quota komen ten laste van de aangewezen aanbieder van het land van herkomst, tenzij in de Regelingen wordt afgeweken van dit beginsel.

  • 3.1. Voor elke ondernomen maritieme dienst wordt het maritieme quotum vastgesteld in de Regelingen, al naargelang de van toepassing zijnde afstandstrap.
  • 3.2. De aangewezen aanbieders mogen het overeenkomstig 3.1 berekende maritieme quotum verhogen met maximaal 50%. Zij mogen het quotum naar eigen goeddunken verlagen.

E. VEREFFENING VAN REKENINGEN

Artikel 34. Basistarief en bepalingen met betrekking tot de kosten van luchtvervoer

1.

Het basistarief voor luchtvervoer dat bij de verrekening tussen de aangewezen aanbieders wordt toegepast, wordt goedgekeurd door de Postraad en wordt door het Internationaal Bureau volgens een in de Regelingen bepaalde formule berekend. Het tarief voor luchtvervoer van pakketten verzonden via de retourdienst voor handelswaar wordt berekend volgens de voorwaarden omschreven in de Regelingen.

2.

De berekening van de kosten van luchtvervoer van gesloten postzendingen, prioritaire zendingen, luchtpostzendingen, luchtpostpakketten à découvert in doorvoer, verkeerd bezorgde zendingen of verkeerd bezorgde postzendingen, alsmede de daarop betrekking hebbende wijzen van aftrek, worden beschreven in de Regelingen.

3.

De transportkosten voor het gehele luchttraject komen ten laste van:

  • 3.1. de aangewezen aanbieder van het land van herkomst, wanneer het gesloten postzendingen betreft, ook wanneer deze postzendingen worden doorgevoerd via één of meerdere tussengeschakelde aangewezen aanbieders;
  • 3.2. de aangewezen aanbieder die de zendingen aan een andere aangewezen aanbieder overdraagt, wanneer het open prioritaire en luchtpostzendingen in doorvoer betreft, met inbegrip van die welke verkeerd werden verzonden.
4.

Dezelfde regelingen zijn van toepassing op zendingen die vrijgesteld zijn van territoriale en maritieme doorvoervergoedingen, indien deze per vliegtuig worden verzonden.

5.

Elke aangewezen aanbieder van bestemming die binnen de grenzen van zijn eigen land het luchtvervoer van internationale post verzorgt, heeft recht op terugbetaling van de extra kosten voor dit vervoer, mits de gewogen gemiddelde afstand van de afgelegde trajecten meer dan 300 km bedraagt. De Postraad kan de gewogen gemiddelde afstand vervangen door een ander relevant criterium. Behoudens een overeenkomst die voorziet in kosteloos vervoer, dienen de kosten identiek te zijn voor alle uit het buitenland afkomstige prioritaire en luchtpostzendingen, ongeacht het al dan niet doorzenden ervan per luchtpost.

6.

Wanneer de vereffening van de door de aangewezen aanbieder van bestemming geheven eindkosten specifiek gebaseerd is op kosten, binnenlandse tarieven of zelf vastgestelde tarieven volgens artikel 29, vindt geen extra vergoeding voor binnenlandse luchtvervoerkosten plaats.

7.

Met het oog op de berekening van de gewogen gemiddelde afstand, sluit de aangewezen aanbieder van bestemming het gewicht uit van alle postzendingen waarvoor de berekening van de vergoeding van de eindkosten specifiek gebaseerd is op de kosten, binnenlandse tarieven of zelf vastgestelde tarieven volgens artikel 29 van de aangewezen aanbieder van bestemming.

F. VASTSTELLING VAN DE KOSTEN EN QUOTA

Artikel 35. Bijzondere bepalingen voor de vereffening van en betaling voor de internationale uitwisseling van post

1.

De vereffening en betaling ter zake van handelingen verricht in overeenstemming met dit Verdrag (met inbegrip van de vereffening en betaling in verband met het vervoer (doorzenden) van poststukken, vereffening en betaling van de verwerking van poststukken in het land van bestemming en vereffening en betaling ter zake van schadevergoeding bij verlies, diefstal of beschadiging van poststukken) geschiedt op basis van en in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag en andere Akten van de Unie, waarvoor een aangewezen aanbieder geen stukken behoeft op te stellen, behalve in de gevallen voorzien in de Akten van de Unie.

2.

Teneinde de aanbieding van de algemene postale dienst, zoals genoemd in artikel 3, en de integriteit van het internationale postale netwerk te waarborgen, verrichten aangewezen aanbieders betalingen voor handelingen verricht in overeenstemming met het Verdrag.

DEEL VIII. FACULTATIEVE DIENSTEN

Artikel 36. Bevoegdheid van de Postraad het bedrag van de kosten en quota vast te stellen

1.

De Postraad is bevoegd de navolgende kosten en quota vast te stellen, die door de aangewezen aanbieders overeenkomstig de in de Regelingen vervatte voorwaarden dienen te worden betaald:

  • 1.1. doorvoerkosten voor de verwerking en het vervoer van briefpostzendingen door ten minste een derde land;
  • 1.2. basistarief en kosten van luchtvervoer die op luchtpost van toepassing zijn;
  • 1.3. territoriale bestellingsquota voor de verwerking van binnenkomende pakketten met uitzondering van ECOMPRO-pakketten;
  • 1.4. territoriale doorvoerquota voor de verwerking en het vervoer van pakketten door een derde land;
  • 1.5. maritieme quota voor het maritiem vervoer van pakketten;
  • 1.6. territoriale bestellingsquota voor het verzorgen van de retourdienst voor handelswaar voor uitgaande pakketten.
2.

De herziening, die kan plaatsvinden dankzij een methode waarbij de aangewezen aanbieders die de diensten verrichten een billijke vergoeding wordt gegarandeerd, dient gebaseerd te zijn op betrouwbare en representatieve economische en financiële gegevens. Eventuele wijzigingen waartoe wordt besloten, worden van kracht op een door de Postraad te bepalen datum.

Artikel 37. EMS en geïntegreerde logistiek en nieuwe diensten

1.

De lidstaten of de aangewezen aanbieders kunnen onderling overeenkomen deel te nemen aan de navolgende diensten die in de Regelingen worden beschreven:

  • 1.1. EMS, een expresse-postdienst bestemd voor stukken en handelswaar die, voor zover mogelijk, de snelste postale dienst langs fysieke weg vormt. Deze dienst kan worden verzorgd op basis van een standaard multilateraal EMS-akkoord of op basis van bilaterale overeenkomsten;
  • 1.2. de geïntegreerde logistieke dienst, die volledig beantwoordt aan de behoeften van de clientèle op het gebied van logistiek en die de fasen voor en na de fysieke verzending van de goederen en stukken behelst.

DEEL IX. SLOTBEPALINGEN

Artikel 38. Elektronische postdiensten

1.

De lidstaten of aangewezen aanbieders kunnen met elkaar overeenkomen deel te nemen aan de volgende elektronische postdiensten die zijn omschreven in de Regeling:

  • 1.1. elektronische post: een elektronische postdienst waarbij elektronische berichten en informatie worden verzonden via aangewezen aanbieders;
  • 1.2. aangetekende elektronische post: een beveiligde elektronische postdienst, waarbij een bewijs van verzending en een bewijs van aflevering van een elektronisch bericht worden afgegeven en gebruik wordt gemaakt van een beveiligde communicatieverbinding met de geauthenticeerde gebruikers;
  • 1.3. elektronisch postkeurmerk als bewijs dat in een bepaalde vorm en op een gegeven tijdstip een elektronische gebeurtenis heeft plaatsgevonden waarbij een of meer partijen betrokken zijn geweest;
  • 1.4. elektronische mailbox, die het mogelijk maakt voor een geauthenticeerde gebruiker om elektronische berichten te verzenden, en voor de geauthenticeerde geadresseerde om elektronische berichten en informatie te ontvangen en op te slaan.

Artikel 39. Voorwaarden voor goedkeuring van voorstellen betreffende het Verdrag en de Regelingen

1.

Om uitvoerbaar te worden, dienen de bij het Congres ingediende voorstellen betreffende dit Verdrag te worden goedgekeurd door de meerderheid van de aanwezige stemgerechtigde lidstaten die hun stem uitbrengen. Ten tijde van de stemming dient ten minste de helft van de lidstaten die bij het Congres vertegenwoordigd zijn en stemgerechtigd zijn, aanwezig te zijn.

2.

Om uitvoerbaar te worden, dienen de voorstellen betreffende de Regelingen te worden goedgekeurd door de meerderheid van de stemgerechtigde leden van de Postraad.

3.

Om uitvoerbaar te worden, dienen de tussen twee Congressen in ingediende voorstellen betreffende dit Verdrag en het Slotprotocol daarbij het volgende aantal stemmen op zich te verenigen:

  • 3.1. twee derde van de stemmen, waarbij ten minste de helft van de stemgerechtigde lidstaten van de Unie aan de stemming heeft deelgenomen, indien het wijzigingen betreft;
  • 3.2. de meerderheid van de stemmen indien het de uitlegging van de bepalingen betreft.
4.

Elke lidstaat kan, binnen negentig dagen na de datum van kennisgeving van een ingevolge artikel 3.1 aangenomen wijziging, een voorbehoud maken bij deze wijziging, onderworpen naar analogie aan dezelfde voorwaarden van goedkeuring als vervat in 3.1 en de relevante bepalingen van artikel 40.

Artikel 40. Tijdens het Congres gemaakte voorbehouden

1.

Elk voorbehoud dat onverenigbaar is met het voorwerp en het doel van de Unie is niet toegestaan.

2.

Als stelregel geldt dat de lidstaten die de andere lidstaten niet van hun mening kunnen overtuigen voor zover mogelijk moeten trachten zich bij de mening van de meerderheid aan te sluiten. Voorbehouden mogen uitsluitend worden gemaakt indien dit absoluut noodzakelijk is en moeten op gepaste wijze met redenen worden omkleed.

3.

Een voorbehoud op de artikelen van dit Verdrag moet aan het Congres worden voorgelegd in de vorm van een schriftelijk voorstel in een van de werktalen van het Internationaal Bureau, overeenkomstig de- bepalingen van het Reglement van Orde van het Congres.

4.

Om van kracht te worden, dient het aan het Congres voorgelegde voorbehoud te worden goedgekeurd door de meerderheid die per geval voor de wijziging van het artikel waarop het voorbehoud betrekking heeft, benodigd is.

5.

In beginsel wordt het voorbehoud toegepast op basis van wederkerigheid tussen de lidstaat die het voorbehoud heeft gemaakt en de overige lidstaten.

6.

Het voorbehoud op dit Verdrag wordt in het Slotprotocol ervan opgenomen op basis van het door het Congres goedgekeurde voorstel.

Bij de ondertekening van het heden gesloten Algemeen Postverdrag zijn de ondergetekende gevolmachtigden het volgende overeengekomen:

Artikel I. Eigendom van poststukken. Onttrekking. Wijziging of verbetering van het adres.

1.

De bepalingen van artikel 5.1 en 2 zijn niet van toepassing op Antigua en Barbuda, (het Koninkrijk) Bahrein, Barbados, Belize, Botswana, Brunei Darussalam, Canada, China, de Dominicaanse Republiek, Egypte, Fiji, Gambia, Grenada, Guyana, Hongkong, Ierland, Jamaica, Kenia, Kiribati, Koeweit, Lesotho, Malawi, Maleisië, Mauritius, Nauru, Nieuw-Zeeland, Nigeria, Papoea-Nieuw-Guinea, Saint Kitts en Nevis, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines, de Salomonseilanden, Samoa, de Seychellen, Sierra Leone, Singapore, Swaziland, (de Verenigde Republiek) Tanzania, Trinidad en Tobago, Tuvalu, Uganda, Vanuatu, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, de Overzeese Gebiedsdelen (van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland) en Zambia.

2.

De bepalingen van artikel 5.1 en 2 zijn evenmin van toepassing op Denemarken, (de Islamitische Republiek) Iran en Oostenrijk, waar het terugtrekken van briefpostzendingen of wijzigen van het adres daarvan op verzoek van de afzender niet wordt toegestaan door de wetgeving, zodra de geadresseerde op de hoogte is gebracht van de binnenkomst van een aan hem geadresseerde zending.

3.

Artikel 5.1 is niet van toepassing op Australië, Ghana en Zimbabwe.

4.

Artikel 5.2 is niet van toepassing op de Bahama’s, België, Irak, de Democratische Volksrepubliek Korea en op Myanmar, waar het terugtrekken van briefpostzendingen of wijzigen van het adres daarvan op verzoek van de afzender niet wordt toegestaan door de wetgeving.

5.

Artikel 5.2 is niet van toepassing op de Verenigde Staten van Amerika.

6.

Artikel 5.2 is van toepassing op Australië voor zover het verenigbaar is met de nationale wetgeving van dat land.

7.

In afwijking van artikel 5.2 hebben de Democratische Republiek Congo, El Salvador, de Filipijnen, (de Republiek) Panama en (de Bolivariaanse Republiek) Venezuela het recht postpakketten niet te retourneren zodra de geadresseerde heeft verzocht om inklaring ervan door de douane, aangezien dit onverenigbaar is met de douanewetgeving van deze landen.

Artikel II. Postzegels

In afwijking van artikel 6.7 verwerken Australië, Maleisië, Nieuw-Zeeland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, briefpostzendingen en postpakketten voorzien van postzegels waarvoor gebruik is gemaakt van nieuwe materialen of technologieën die niet geschikt zijn voor hun onderscheiden postverwerkende machines uitsluitend na voorafgaande afstemming met de desbetreffende aangewezen aanbieder van herkomst.

Artikel III. Terpostbezorging van briefpostzendingen in het buitenland

1.

Australië, Griekenland, Nieuw-Zeeland, Oostenrijk, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Verenigde Staten van Amerika, behouden zich het recht voor om, in verhouding tot de kosten van de ontstane werkzaamheden, een toeslag te heffen van elke aangewezen aanbieder die aan genoemde landen uit hoofde van artikel 12.4, voorwerpen terugzendt die aanvankelijk niet door hun diensten als poststukken werden verzonden.

2.

In afwijking van artikel 12.4 behoudt Canada zich het recht voor om van de aangewezen aanbieder van herkomst een vergoeding te heffen waarmee het ten minste de kosten die de behandeling van dergelijke zendingen met zich meebrengt, kan dekken.

3.

Krachtens artikel 12.4 is het de aangewezen aanbieder van bestemming toegestaan van de aangewezen aanbieder van terpostbezorging een passende vergoeding te eisen voor de bestelling van briefpostzendingen die in grote hoeveelheden in het buitenland zijn gepost. Australië en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland behouden zich het recht voor om deze betaling te beperken tot het bedrag dat overeenstemt met het binnenlandse tarief van het land van bestemming dat op vergelijkbare zendingen van toepassing is.

4.

Krachtens artikel 12.4 is het de aangewezen aanbieder van bestemming toegestaan van de aangewezen aanbieder van terpostbezorging een passende vergoeding te eisen voor de bestelling van briefpostzendingen die in grote hoeveelheden in het buitenland zijn gepost. De volgende lidstaten behouden zich het recht voor om deze betaling te beperken tot de grenzen die voor partijenpost in de Regeling voor partijenpost worden toegestaan: Bahama’s, Barbados, Brunei Darussalam, (de Volksrepubliek) China, Grenada, Guyana, India, Maleisië, Nepal, Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba, Nieuw-Zeeland, Saint Lucia, Saint Vincent en de Grenadines, Singapore, Sri Lanka, Suriname, Thailand, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, de Overzeese Gebiedsdelen van het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika.

5.

Onverminderd het voorbehoud in 4 behouden de volgende lidstaten zich het recht voor om de bepalingen van artikel 12 van het Verdrag in hun geheel toe te passen op de post die van de lidstaten van de Unie wordt ontvangen: Argentinië, Australië, Azerbeidzjan, België, Benin, Brazilië, Burkina Faso, Canada, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Egypte, Frankrijk, Griekenland, Guinee, (de Islamitische Republiek) Iran, Israël, Italië, (de Republiek) Ivoorkust, Japan, Jordanië, Kameroen, Libanon, Luxemburg, Mali, Marokko, Mauritanië, Monaco, Noorwegen, Oostenrijk, Pakistan, Portugal, de Russische Federatie, Saudi-Arabië, Senegal, (de Arabische Republiek) Syrië, Togo, Turkije en Zwitserland.

6.

Voor de toepassing van artikel 12.4 behoudt Duitsland zich het recht voor om aan het land van terpostbezorging van zendingen een vergoeding te vragen van een bedrag dat gelijk is aan het bedrag dat deze postale dienst zou hebben ontvangen van het land waar de afzender verblijft.

7.

Onverminderd de in artikel III gemaakte voorbehouden behoudt (de Volksrepubliek) China zich het recht voor om de betalingen uit hoofde van de bestelling van grote hoeveelheden in het buitenland ter post bezorgde briefpostzendingen te beperken tot de in het Verdrag van de Wereldpostunie en in de Regelingen daarbij voor partijenpost toegestane limieten.

8.

In afwijking van artikel 12.3 behouden België, Duitsland, Liechtenstein, Oostenrijk, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en Zwitserland zich het recht voor om van de afzender of, bij diens afwezigheid, van de aangewezen aanbieder van terpostbezorging, betaling te eisen van de binnenlandse tarieven.

Artikel IV. Porten

1.

Indien de nationale wetgeving dit toelaat, is het Australië, Belarus, Canada, Finland en Nieuw-Zeeland, in afwijking van artikel 15, toegestaan andere postheffingen in rekening te brengen dan die waarin in de Regelingen is voorzien.

2.

In afwijking van artikel 15 is het Brazilië toegestaan om een aanvullende heffing op te leggen aan de geadresseerden van gewone zendingen van handelswaar die op grond van douane- en veiligheidseisen in gevolgde zendingen moesten worden omgezet.

Artikel V. Uitzondering op de vrijstelling van postheffingen ten gunste van braillestukken

1.

In afwijking van artikel 16 mogen Indonesië, Saint Vincent en de Grenadines en Turkije, die in hun binnenlandse dienstverlening geen portvrijdom voor braillestukken toestaan, porten en toeslagen voor bijzondere diensten heffen, mits die niet meer bedragen dan die van hun binnenlandse dienstverlening.

2.

Frankrijk past de bepalingen van artikel 16 ter zake van braillestukken toe met inachtneming van zijn nationale regelgeving.

3.

In afwijking van artikel 16.3 en met inachtneming van zijn nationale wetgeving, behoudt Brazilië zich het recht voor om uitsluitend stukken verzonden aan of door een blinde of verzonden aan of door een organisatie voor blinden aan te merken als braillestukken. Voor stukken die niet aan deze voorwaarden voldoen zijn porten verschuldigd.

4.

In afwijking van artikel 16 aanvaardt Nieuw-Zeeland uitsluitend stukken die in de binnenlandse dienstverlening zijn vrijgesteld van porten als braillestukken voor aflevering in Nieuw-Zeeland.

5.

In afwijking van artikel 16 kan Finland, dat braillestukken in zijn binnenlandse dienstverlening niet vrijstelt van porten overeenkomstig de door het Congres aangenomen omschrijvingen in artikel 16, de binnenlandse porten heffen voor braillestukken bestemd voor andere landen.

6.

In afwijking van artikel 16 staan Canada, Denemarken en Zweden vrijstelling van porten voor braillestukken uitsluitend toe voor zover dat voorzien is in hun nationale wetgeving.

7.

In afwijking van artikel 16 aanvaardt IJsland vrijstelling van porten voor braillestukken uitsluitend voor zover dat voorzien is in zijn nationale wetgeving.

8.

In afwijking van artikel 16 aanvaardt Australië als braillestukken voor aflevering in Australië uitsluitend stukken die in zijn binnenlandse dienstverlening zijn vrijgesteld van porten.

9.

In afwijking van artikel 16 mogen Australië, Azerbeidzjan, Canada, Duitsland, Japan, Oostenrijk, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, de Verenigde Staten van Amerika en Zwitserland de toeslagen voor bijzondere diensten heffen die in hun binnenlandse dienstverlening op braillestukken van toepassing zijn.

Artikel VI. Basisdiensten

1.

Onverminderd de bepalingen van artikel 17 keurt Australië de uitbreiding van de basisdiensten tot postpakketten niet goed.

2.

De bepalingen van artikel 17.2.4 zijn niet van toepassing op het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, waar de nationale wetgeving een lagere gewichtslimiet oplegt. De wetgeving inzake volksgezondheid en veiligheid in het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland beperkt het gewicht van postzakken tot 20 kilogram.

3.

In afwijking van artikel 17.2.4 mogen Azerbeidzjan, Kazachstan, Kirgizië en Oezbekistan het maximumgewicht van inkomende en uitgaande M-zakken beperken tot 20 kilogram.

4.

In afwijking van artikel 17 aanvaardt IJsland braillestukken uitsluitend voor zover dat voorzien is in zijn nationale wetgeving.

Artikel VII. Zendingen met bericht van ontvangst

1.

België, Canada en Zweden zijn gerechtigd artikel 18.3.3 niet toe te passen, aangezien deze landen de dienst van bericht van ontvangst in hun binnenlandse verkeer niet op pakketten toepassen.

2.

In afwijking van artikel 18.3.3 behouden Denemarken en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland zich het recht voor om ontvangstbevestigingen voor binnenkomende zendingen niet te accepteren, aangezien deze landen de dienst van bericht van ontvangst in hun binnenlandse verkeer niet toepassen.

3.

In afwijking van artikel 18.3.3 is Brazilië gerechtigd ontvangstbevestigingen voor binnenkomende zendingen alleen te accepteren wanneer zij elektronisch kunnen worden geretourneerd.

Artikel VIII. Verbodsbepalingen (briefpost)

1.

Bij wijze van uitzondering aanvaarden de Democratische Volksrepubliek Korea en Libanon geen aangetekende zendingen die muntstukken, bankbiljetten, om het even welke waarden aan toonder, reischeques, al dan niet bewerkt platina, goud of zilver, edelstenen, juwelen of andere waardevolle voorwerpen bevatten. Wat betreft de aansprakelijkheid in geval van ontvreemding of beschadiging van aangetekende zendingen, en wat betreft zendingen die glazen voorwerpen of breekbare voorwerpen bevatten, behoeven deze landen zich niet strikt te houden aan de bepalingen van de Regelingen.

2.

Bij wijze van uitzondering aanvaarden Bolivia, (de Volksrepubliek) China, met uitzondering van de Speciale Administratieve Regio Hongkong, Irak, Nepal, Pakistan, Saudi-Arabië, Sudan en Vietnam geen aangetekende zendingen die muntstukken, bankbiljetten, muntbiljetten of om het even welke waarden aan toonder, reischeques, al dan niet bewerkt platina, goud of zilver, edelstenen, juwelen of andere waardevolle voorwerpen bevatten.

3.

Myanmar behoudt zich het recht voor om geen zendingen met waardeaangifte te aanvaarden die de in artikel 19.6 genoemde waardevolle voorwerpen bevatten, omdat de nationale wetgeving het aannemen van dergelijke zendingen verbiedt.

4.

Nepal aanvaardt geen aangetekende zendingen of zendingen met waardeaangifte die bankbiljetten of muntstukken bevatten, tenzij daartoe bijzondere overeenkomsten zijn afgesloten.

5.

Oezbekistan aanvaardt geen aangetekende zendingen of zendingen met waardeaangifte die muntstukken, bankbiljetten, cheques, postzegels of buitenlands geld bevatten en wijst alle aansprakelijkheid af in geval van verlies of beschadiging van dit soort zendingen.

6.

(De Islamitische Republiek) Iran aanvaardt geen zendingen die voorwerpen bevatten die in strijd zijn met de islamitische godsdienst en behoudt zich het recht voor om geen briefpostzendingen (gewone, aangetekende of met waardeaangifte) te aanvaarden die muntstukken, bankbiljetten, reischeques, al dan niet bewerkt platina, goud of zilver, edelstenen, juwelen of andere waardevolle voorwerpen bevatten en wijst alle aansprakelijkheid af in geval van verlies of beschadiging van dit soort zendingen.

7.

De Filipijnen behouden zich het recht voor geen briefpostzendingen (gewone, aangetekende of met waardeaangifte) te aanvaarden die muntstukken, bankbiljetten of andere waarden aan toonder, reischeques, al dan niet bewerkt platina, goud of zilver, edelstenen of andere waardevolle voorwerpen bevatten.

8.

Australië aanvaardt geen poststukken die baren goud of bankbiljetten bevatten. Daarnaast aanvaardt het land geen aangetekende zendingen voor aflevering in Australië of de doorvoer van zendingen à découvert die waardevolle voorwerpen bevatten, zoals juwelen, edelmetalen, edelstenen of halfedelstenen, waardepapieren, munten of iedere vorm van een verhandelbaar financieel instrument. Australië wijst alle aansprakelijkheid af ten aanzien van zendingen die in strijd met dit voorbehoud worden gepost.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)