Overeenkomst in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, inzake het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht
Preambule
De Partijen bij deze Overeenkomst,
Herinnerende aan de relevante bepalingen van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 10 december 1982, waaronder de verplichting om het mariene milieu te beschermen en te behouden,
Beklemtonende dat het in het Verdrag vastgelegde evenwicht tussen rechten, verplichtingen en belangen in acht moet worden genomen,
De noodzaak erkennende van een coherente en coöperatieve aanpak van het verlies aan biologische diversiteit en de aantasting van ecosystemen van de oceanen, met name als gevolg van de effecten van de klimaatverandering op mariene ecosystemen, zoals opwarming en zuurstofverlies van de oceanen, alsook oceaanverzuring, vervuiling, met inbegrip van plasticvervuiling, en niet-duurzaam gebruik,
Zich bewust van de noodzaak van de alomvattende mondiale regeling in het kader van het Verdrag om het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht beter aan te pakken,
Erkennende dat het belangrijk is bij te dragen tot de verwezenlijking van een rechtvaardige en billijke economische orde waarin rekening wordt gehouden met de belangen en behoeften van de mensheid als geheel en, in het bijzonder, met de bijzondere belangen en behoeften van ontwikkelingslanden, ongeacht of deze kuststaten of niet aan zee grenzende staten zijn,
Tevens erkennende dat steun aan ontwikkelingslanden die Partij zijn door middel van capaciteitsopbouw en de ontwikkeling en overdracht van mariene technologie essentiële elementen zijn voor de verwezenlijking van de doelstellingen inzake het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht,
Herinnerende aan de Verklaring van de Verenigde Naties over de rechten van inheemse volken,
Bevestigende dat niets in deze Overeenkomst mag worden uitgelegd als een aantasting of verval van de bestaande rechten van inheemse volken, met inbegrip van de rechten die zijn neergelegd in de Verklaring van de Verenigde Naties over de rechten van inheemse volken, of, in voorkomend geval, van lokale gemeenschappen,
Erkennende de in het Verdrag neergelegde verplichting om, voor zover praktisch uitvoerbaar, de mogelijke gevolgen voor het mariene milieu te beoordelen van activiteiten die onder de rechtsmacht of controle van een staat vallen, wanneer de staat redelijke gronden heeft om aan te nemen dat dergelijke activiteiten aanzienlijke verontreiniging van of aanmerkelijke en schadelijke veranderingen in het mariene milieu teweeg kunnen brengen,
Indachtig het feit dat de in het Verdrag neergelegde verplichting om alle nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat verontreiniging ten gevolge van incidenten of activiteiten zich niet verspreidt buiten de gebieden waar overeenkomstig het Verdrag soevereine rechten worden uitgeoefend,
Wensende om namens de huidige en toekomstige generaties op te treden als rentmeesters van de oceaan in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht door het mariene milieu te beschermen, te verzorgen en een verantwoord gebruik ervan te waarborgen, de integriteit van oceaanecosystemen in stand te houden en de inherente waarde van de biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht in stand te houden,
Beseffende dat het genereren van, de toegang tot en het gebruik van digitale sequentie-informatie over mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, samen met de eerlijke en billijke verdeling van de voordelen die voortvloeien uit het gebruik ervan, bijdragen tot onderzoek en innovatie en tot de algemene doelstelling van deze Overeenkomst,
Respecterende de soevereiniteit, territoriale integriteit en politieke onafhankelijkheid van alle staten,
Eraan herinnerende dat de rechtspositie van niet-Partijen bij het Verdrag of andere daarmee verband houdende Overeenkomsten wordt beheerst door de regels van het Verdragenrecht,
Tevens eraan herinnerende dat, zoals bepaald in het Verdrag, de staten verantwoordelijk zijn voor het nakomen van hun internationale verplichtingen met betrekking tot de bescherming en het behoud van het mariene milieu en aansprakelijk kunnen zijn overeenkomstig het internationaal recht,
Vastbesloten tot duurzame ontwikkeling te komen,
Strevende naar universele participatie,
Zijn het volgende overeengekomen:
DEEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Gebruikte termen
Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:
-
- „gebiedsgericht beheersinstrument”: een instrument, met inbegrip van een beschermd marien gebied, voor een geografisch afgebakend gebied waarmee een of meer sectoren of activiteiten worden beheerd met het oog op de verwezenlijking van bepaalde doelstellingen op het gebied van instandhouding en duurzaam gebruik in overeenstemming met deze Overeenkomst;
-
- „gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht”: de volle zee en het „gebied” ;
-
- „biotechnologie”: elke technologische toepassing waarbij biologische systemen, levende organismen of afleidingen daarvan worden gebruikt om producten of processen tot stand te brengen of te veranderen voor specifieke doeleinden;
-
- „verzameling in situ”: met betrekking tot mariene genetische bronnen, de verzameling of bemonstering van mariene genetische bronnen in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht;
-
- „Verdrag”: het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 10 december 1982;
-
- „cumulatieve effecten”: de gecombineerde en incrementele effecten die voortvloeien uit verschillende activiteiten, met inbegrip van bekende vroegere en huidige en redelijkerwijs te voorziene activiteiten, of uit de herhaling van soortgelijke activiteiten in de loop van de tijd, en de gevolgen van klimaatverandering, oceaanverzuring en daarmee samenhangende effecten;
-
- „milieueffectbeoordeling”: een proces om de potentiële effecten van een activiteit vast te stellen en te evalueren ter onderbouwing van de besluitvorming;
-
- „mariene genetische bronnen”: elk materiaal van mariene plantaardige, dierlijke, microbiële of andere oorsprong dat functionele eenheden van erfelijkheid van feitelijke of potentiële waarde bevat;
-
- „beschermd marien gebied”: een geografisch afgebakend marien gebied dat is aangeduid en beheerd om specifieke langetermijninstandhoudingsdoelstellingen inzake biologische diversiteit te bereiken en dat, in voorkomend geval, duurzaam gebruik kan toestaan, mits dit strookt met de instandhoudingsdoelstellingen;
-
- „mariene technologie”: onder meer informatie en gegevens, in een gebruikersvriendelijk formaat, over mariene wetenschappen en daarmee verband houdende mariene activiteiten en diensten; handleidingen, richtsnoeren, criteria, normen en referentiematerialen; apparatuur voor bemonstering en methodologie; observatiefaciliteiten en -apparatuur voor observaties, analyse en experimenten in laboratoria en in situ; computer- en computerprogrammatuur, met inbegrip van modellen en modelleringstechnieken; aanverwante biotechnologie; en deskundigheid, kennis, vaardigheden, technische, wetenschappelijke en juridische knowhow en analysemethoden met betrekking tot het behoud en het duurzame gebruik van mariene biologische diversiteit;
-
- „Partij”: een staat of regionale organisatie voor economische integratie die ermee heeft ingestemd door deze Overeenkomst gebonden te zijn en waarvoor deze Overeenkomst van kracht is;
-
- „regionale organisatie voor economische integratie”: een organisatie bestaande uit soevereine staten van een gegeven regio waaraan haar lidstaten bevoegdheden hebben overgedragen met betrekking tot aangelegenheden die onder deze Overeenkomst vallen, en die Overeenkomstig haar interne procedures naar behoren gemachtigd is om deze Overeenkomst te ondertekenen, te bekrachtigen, goed te keuren, te aanvaarden of ertoe toe te treden;
-
- „duurzaam gebruik”: het gebruik van componenten van biologische diversiteit op een wijze en in een tempo die (dat) op lange termijn niet leidt tot een afname van de biologische diversiteit, waardoor het potentieel ervan behouden blijft om te voldoen aan de behoeften en aspiraties van de huidige en toekomstige generaties;
-
- „gebruik van mariene genetische bronnen”: het verrichten van onderzoek en ontwikkeling van de genetische en/of biochemische samenstelling van mariene genetische bronnen, ook middels de toepassing van biotechnologie, zoals gedefinieerd in bovenvermeld lid 3.
Artikel 2. Algemene doelstelling
Het doel van deze Overeenkomst is te zorgen voor het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, voor het heden en op lange termijn, door middel van een doeltreffende uitvoering van de desbetreffende bepalingen van het Verdrag en verdere internationale samenwerking en coördinatie.
Artikel 3. Toepassingsgebied
Deze Overeenkomst is van toepassing op gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht.
Artikel 4. Uitzonderingen
Deze Overeenkomst is niet van toepassing op oorlogsschepen, militaire vliegtuigen of marinehulpschepen. Met uitzondering van Deel II is deze Overeenkomst niet van toepassing op andere schepen of luchtvaartuigen die eigendom zijn van of geëxploiteerd worden door een Partij en die voorlopig uitsluitend worden gebruikt voor niet-commerciële overheidsdiensten. Elke Partij ziet er evenwel op toe dat deze vaartuigen of luchtvaartuigen, door passende maatregelen vast te stellen die geen afbreuk doen aan de activiteiten of de operationele capaciteiten van dergelijke vaartuigen of luchtvaartuigen die haar eigendom zijn of door haar worden geëxploiteerd, handelen op een wijze die, voor zover redelijk en uitvoerbaar, in overeenstemming is met deze Overeenkomst.
Artikel 5. Verhouding tussen deze Overeenkomst en het Verdrag en relevante rechtsinstrumenten en -kaders en relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties
Deze Overeenkomst wordt uitgelegd en toegepast in de context van en in overeenstemming met het Verdrag. Niets in deze Overeenkomst doet afbreuk aan de rechten, rechtsmacht en plichten van staten uit hoofde van het Verdrag, ook met betrekking tot de exclusieve economische zone en het continentaal plat binnen en buiten 200 zeemijl.
Deze Overeenkomst wordt zodanig uitgelegd en toegepast dat de relevante rechtsinstrumenten en -kaders en de relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties niet worden ondermijnd en dat de samenhang en coördinatie met die instrumenten, kaders en organisaties wordt bevorderd.
Deze Overeenkomst laat de rechtspositie van niet-Partijen bij het Verdrag of andere daarmee verband houdende Overeenkomsten met betrekking tot die instrumenten onverlet.
Artikel 6. Zonder prejudicie
Deze Overeenkomst, met inbegrip van besluiten of aanbevelingen van de Conferentie van de Partijen of een van haar hulporganen, en alle op basis daarvan ondernomen handelingen, maatregelen of activiteiten, doet geen afbreuk aan en kan niet worden gebruikt als grondslag voor het geldend maken of ontkennen van aanspraken op, soevereiniteit, soevereine rechten of rechtsmacht, ook met betrekking tot geschillen die daarmee verband houden.
Artikel 7. Algemene beginselen en benaderingen
Om de doelstellingen van deze Overeenkomst te verwezenlijken, laten de Partijen zich leiden door de volgende beginselen en benaderingen:
- a. het beginsel dat de vervuiler betaalt;
- b. het beginsel van het gemeenschappelijk erfdeel van de mensheid, dat in het Verdrag is vastgelegd;
- c. de vrijheid van marien wetenschappelijk onderzoek, samen met andere vrijheden van de volle zee;
- d. het beginsel van billijkheid en een eerlijke en billijke verdeling van de voordelen;
- e. het voorzorgsbeginsel of de voorzorgsbenadering, naargelang het geval;
- f. een ecosysteemgerichte benadering;
- g. een geïntegreerde aanpak van oceaanbeheer;
- h. een aanpak die de veerkracht van ecosystemen vergroot, met name wat de negatieve gevolgen van klimaatverandering en oceaanverzuring betreft, en die ook de integriteit van ecosystemen in stand houdt en herstelt, met inbegrip van de koolstofcyclus die de basis vormt van de rol die de oceaan in het klimaat speelt;
- i. het gebruik van de best beschikbare wetenschappelijke kennis en informatie;
- j. het gebruik van relevante traditionele kennis, indien beschikbaar, van inheemse volken en lokale gemeenschappen;
- k. de eerbiediging, bevordering en inachtneming van hun respectieve verplichtingen, voor zover van toepassing, met betrekking tot de rechten van inheemse volken of, in voorkomend geval, van lokale gemeenschappen wanneer zij maatregelen nemen om het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht aan te pakken;
- l. het niet, direct of indirect, overbrengen van schade of gevaren van het ene gebied naar het andere en het niet omzetten van het ene type verontreiniging in het andere, bij het nemen van maatregelen om verontreiniging van het mariene milieu te voorkomen, te verminderen en te beheersen;
- m. het volledig in aanmerking nemen van de bijzondere omstandigheden van kleine eilandstaten in ontwikkeling en van de minst ontwikkelde landen;
- n. erkenning van de bijzondere belangen en behoeften van niet aan zee grenzende ontwikkelingslanden.
Artikel 8. Internationale samenwerking
De Partijen werken in het kader van deze Overeenkomst samen voor het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, onder meer door versterking en intensivering van de samenwerking met en bevordering van de samenwerking tussen relevante rechtsinstrumenten en -kaders en relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties bij de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst.
De Partijen streven ernaar om, in voorkomend geval, de doelstellingen van deze Overeenkomst te bevorderen wanneer zij deelnemen aan de besluitvorming in het kader van andere relevante rechtsinstrumenten en -kaders of mondiale, regionale, subregionale of sectorale organisaties.
De Partijen bevorderen de internationale samenwerking op het gebied van marien wetenschappelijk onderzoek en de ontwikkeling en overdracht van mariene technologie in overeenstemming met het Verdrag ter ondersteuning van de doelstellingen van deze Overeenkomst.
DEEL II. MARIENE GENETISCHE BRONNEN, MET INBEGRIP VAN EEN EERLIJKE EN BILLIJKE VERDELING VAN DE VOORDELEN
Artikel 9. Doelstellingen
De doelstellingen van dit Deel zijn:
- a. de eerlijke en billijke verdeling van de voordelen die voortvloeien uit activiteiten met betrekking tot mariene genetische bronnen en digitale sequentie-informatie over mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, met het oog op het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht;
- b. de opbouw en ontwikkeling van de capaciteit van de Partijen, in het bijzonder de ontwikkelingslanden die Partij zijn, met name de minst ontwikkelde landen, niet aan zee grenzende ontwikkelingslanden, staten met een ongunstige geografische ligging, kleine eilandstaten in ontwikkeling, Afrikaanse kuststaten, archipelstaten en middeninkomenslanden in ontwikkeling, om activiteiten te verrichten met betrekking tot mariene genetische bronnen en digitale sequentie-informatie over mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht;
- c. de opbouw van kennis, wetenschappelijk inzicht en technologische innovatie, onder meer door de ontwikkeling en uitvoering van marien wetenschappelijk onderzoek, als fundamentele bijdragen tot de uitvoering van deze Overeenkomst;
- d. de ontwikkeling en overdracht van mariene technologie overeenkomstig deze Overeenkomst.
Artikel 10. Toepassing
De bepalingen van deze Overeenkomst zijn van toepassing op activiteiten met betrekking tot mariene genetische bronnen van en digitale sequentie-informatie over mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht die zijn verzameld en gegenereerd na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst voor de respectieve Partij. De toepassing van de bepalingen van deze Overeenkomst strekt zich uit tot het gebruik van mariene genetische bronnen van en digitale sequentie-informatie over mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht die vóór de inwerkingtreding van deze Overeenkomst zijn verzameld of gegenereerd, tenzij een Partij op grond van artikel 70 schriftelijk een uitzondering maakt bij de ondertekening, bekrachtiging, goedkeuring, aanvaarding van of toetreding tot deze Overeenkomst.
De bepalingen van dit Deel zijn niet van toepassing op:
- a. de visserij die onder het toepasselijke internationale recht valt en visserijgerelateerde activiteiten; of
- b. vis of andere levende rijkdommen van de zee waarvan bekend is dat zij in het kader van de visserij en met de visserij verband houdende activiteiten zijn gevangen in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, tenzij die vis of andere levende rijkdommen van de zee als gebruik in het kader van dit Deel zijn gereguleerd.
De verplichtingen in dit Deel zijn niet van toepassing op de militaire activiteiten van een Partij, met inbegrip van militaire activiteiten van overheidsschepen en -luchtvaartuigen die geen commerciële dienst verrichten. De verplichtingen in dit Deel met betrekking tot het gebruik van mariene genetische bronnen van en digitale sequentie-informatie over mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht zijn van toepassing op de niet-militaire activiteiten van een Partij.
Artikel 11. Activiteiten met betrekking tot mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht
Activiteiten met betrekking tot mariene genetische bronnen en digitale sequentie-informatie over mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht kunnen worden uitgevoerd door alle Partijen, ongeacht hun geografische locatie, en door natuurlijke of rechtspersonen die onder de rechtsmacht van de Partijen vallen. Deze activiteiten worden uitgevoerd in overeenstemming met deze Overeenkomst.
De Partijen bevorderen de samenwerking bij alle activiteiten met betrekking tot mariene genetische bronnen en digitale sequentie-informatie over mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht.
De verzameling in situvan mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht wordt uitgevoerd met inachtneming van de rechten en legitieme belangen van kuststaten in gebieden die onder hun nationale rechtsmacht vallen en met inachtneming van de belangen van andere staten in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, in overeenstemming met het Verdrag. Met het oog op de uitvoering van deze Overeenkomst streven de Partijen ernaar samen te werken, in voorkomend geval, onder meer door middel van specifieke uitvoeringsbepalingen voor de werking van het krachtens artikel 51 vastgestelde uitwisselingsmechanisme.
Geen enkele staat mag aanspraak maken op soevereiniteit of soevereine rechten uitoefenen ten aanzien van mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht. Een dergelijke aanspraak op of uitoefening van soevereiniteit of soevereine rechten wordt niet erkend.
De verzameling in situ van mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht vormt geen rechtsgrondslag voor een aanspraak op enig deel van het mariene milieu of zijn rijkdommen.
Activiteiten met betrekking tot mariene genetische bronnen en digitale sequentie-informatie over mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht zijn in het belang van alle staten en in het belang van de gehele mensheid, met name ten behoeve van de bevordering van de wetenschappelijke kennis van de mensheid en de bevordering van het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit, waarbij in het bijzonder rekening wordt gehouden met de belangen en behoeften van ontwikkelingslanden.
Activiteiten met betrekking tot mariene genetische bronnen en digitale sequentie-informatie over mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht worden uitsluitend voor vreedzame doeleinden uitgevoerd.
Artikel 12. Kennisgeving van activiteiten met betrekking tot mariene genetische bronnen en digitale sequentie-informatie over mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht
De Partijen nemen de wetgevende, administratieve of beleidsmaatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat informatie wordt meegedeeld aan het uitwisselingsmechanisme overeenkomstig dit Deel.
De volgende informatie wordt zes maanden of zo vroeg mogelijk voorafgaand aan de verzameling in situ van mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht aan het uitwisselingsmechanisme meegedeeld:
- a. de aard en de doelstellingen van de verzameling, met inbegrip van, in voorkomend geval, het (de) programma(‘s) waaronder de verzameling valt;
- b. het onderwerp van het onderzoek of, indien bekend, de mariene genetische bronnen waarop het onderzoek is gericht of die zullen worden verzameld, en de doeleinden waarvoor die rijkdommen zullen worden verzameld;
- c. de geografische gebieden waar de verzameling zal plaatsvinden;
- d. een overzicht van de voor de verzameling te gebruiken methode en middelen, met inbegrip van de naam, de tonnage, het type en de klasse van de vaartuigen, de gebruikte wetenschappelijke uitrusting en/of onderzoeksmethoden;
- e. informatie over eventuele andere bijdragen aan grote geplande programma’s;
- f. de verwachte eerste aankomstdatum en definitieve vertrekdatum van de onderzoeksvaartuigen, of van de installatie en de verwijdering van de onderzoeksapparatuur, naargelang het geval;
- g. de naam (namen) van de instelling(en) die het project sponsort (sponsoren) en de verantwoordelijke natuurlijke persoon van het project;
- h. de mogelijkheden voor wetenschappers uit alle landen, met name uit ontwikkelingslanden, om deel te nemen aan of betrokken te worden bij het project;
- i. de mate waarin wordt geoordeeld dat landen die technische bijstand nodig kunnen hebben en die om technische bijstand kunnen verzoeken, met name ontwikkelingslanden, aan het project moeten kunnen deelnemen of vertegenwoordigd moeten kunnen worden;
- j. een plan voor gegevensbeheer gebaseerd op open en verantwoordelijk gegevensbeheer dat rekening houdt met de huidige internationale praktijk.
Na de in paragraaf 2 bedoelde kennisgeving genereert het uitwisselingsmechanisme automatisch een gestandaardiseerde „BBNJ”-identificatiecode.
Indien de aan het uitwisselingsmechanisme verstrekte gegevens wezenlijk zijn gewijzigd vóór de geplande verzameling, wordt de bijgewerkte informatie binnen een redelijke termijn en, indien mogelijk, uiterlijk bij het begin van de verzameling in situ aan het uitwisselingsmechanisme meegedeeld.
De Partijen zorgen ervoor dat de onderstaande gegevens, samen met de gestandaardiseerde „BBNJ”-identificatiecode, aan het uitwisselingsmechanisme worden meegedeeld zodra deze beschikbaar zijn, maar uiterlijk één jaar na de verzameling in situ van mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht:
- a. het repositorium of de databank waar digitale sequentie-informatie over mariene genetische bronnen zijn of worden opgeslagen;
- b. de plaats waar alle in situ verzamelde mariene genetische bronnen zijn of worden opgeslagen of bewaard;
- c. een verslag met een gedetailleerde beschrijving van het geografische gebied waar mariene genetische bronnen zijn verzameld, met inbegrip van informatie over de breedtegraad, de lengtegraad en de diepte van de verzameling, en, voor zover beschikbaar, de bevindingen van de verrichte activiteit;
- d. eventuele noodzakelijke actualiseringen van het gegevensbeheerplan als bedoeld in bovenstaande lid 2, sub j).
De Partijen zorgen ervoor dat monsters van mariene genetische bronnen en digitale sequentie-informatie over mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht die zich in repositoria of databanken onder hun rechtsmacht bevinden, kunnen worden geïdentificeerd als afkomstig uit gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, in overeenstemming met de huidige internationale praktijk en voor zover uitvoerbaar.
De Partijen zorgen ervoor dat opslagplaatsen, voor zover praktisch haalbaar, en databanken onder hun rechtsmacht om de twee jaar een geaggregeerd verslag opstellen over de toegang tot mariene genetische bronnen en digitale sequentie-informatie die gekoppeld is aan hun gestandaardiseerde „BBNJ”-identificatiecode, en het verslag van het bij artikel 15 ingestelde comité voor toegang en verdeling van voordelen ter beschikking stellen.
Wanneer mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht en, waar mogelijk, de digitale sequentie-informatie over die bronnen worden gebruikt, met inbegrip van commercialisering, door natuurlijke of rechtspersonen die onder hun rechtsmacht vallen, zorgen de Partijen ervoor dat de volgende informatie, met inbegrip van de gestandaardiseerde „BBNJ”-identificatiecode, indien beschikbaar, aan het uitwisselingsmechanisme wordt meegedeeld zodra die informatie beschikbaar is:
- a. de plaats waar de resultaten van het gebruik, zoals publicaties, verleende octrooien, indien beschikbaar en voor zover mogelijk, en ontwikkelde producten, te vinden zijn;
- b. indien beschikbaar, nadere gegevens over de kennisgeving na de verzameling aan het uitwisselingsmechanisme met betrekking tot de mariene genetische bronnen die het voorwerp van gebruik waren;
- c. de plaats waar het oorspronkelijke monster waarop het gebruik betrekking heeft, wordt bewaard;
- d. de beoogde uitvoeringsbepalingen voor toegang tot mariene genetische bronnen en digitale sequentie-informatie over mariene genetische bronnen die worden gebruikt, en een gegevensbeheerplan daarvoor;
- e. na het in de handel brengen, informatie, indien beschikbaar, over de verkoop van relevante producten en eventuele verdere ontwikkelingen.
Artikel 13. Traditionele kennis van inheemse volken en lokale gemeenschappen in verband met mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht
De Partijen nemen, in voorkomend geval en waar relevant, wetgevende, administratieve of beleidsmaatregelen om ervoor te zorgen dat traditionele kennis met betrekking tot mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht waarover inheemse volken en lokale gemeenschappen beschikken, alleen toegankelijk is met vrijwillig, voorafgaande en geïnformeerde toestemming of goedkeuring en betrokkenheid van deze inheemse volken en lokale gemeenschappen. De toegang tot dergelijke traditionele kennis kan worden gefaciliteerd door het uitwisselingsmechanisme. Toegang tot en gebruik van deze traditionele kennis wordt overeengekomen met wederzijdse instemming.
Artikel 14. Eerlijke en billijke verdeling van de voordelen
De voordelen die voortvloeien uit activiteiten met betrekking tot mariene genetische bronnen en digitale sequentie-informatie over mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht worden op eerlijke en billijke wijze verdeeld overeenkomstig dit Deel en dragen bij tot het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht.
Niet-geldelijke voordelen worden conform deze Overeenkomst verdeeld in de vorm van onder meer:
- a. toegang tot monsters en monsterverzamelingen overeenkomstig de huidige internationale praktijk;
- b. toegang tot digitale sequentie-informatie overeenkomstig de huidige internationale praktijk;
- c. vrije toegang tot vindbare, toegankelijke, uitwisselbare en herbruikbare (findable, accessible, interoperable and reusable, FAIR) wetenschappelijke gegevens in overeenstemming met de huidige internationale praktijk en open en verantwoordelijk gegevensbeheer;
- d. informatie in de kennisgevingen, samen met gestandaardiseerde „BBNJ”-identificatiecodes, verstrekt overeenkomstig artikel 12, in een formaat dat toegankelijk en raadpleegbaar is voor het publiek;
- e. overdracht van mariene technologie overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van Deel V van deze Overeenkomst;
- f. capaciteitsopbouw, onder meer door de financiering van onderzoeksprogramma’s, en partnerschapsmogelijkheden, met name die welke van direct en substantieel belang zijn voor wetenschappers en onderzoekers die bij onderzoeksprojecten betrokken zijn, alsmede specifieke initiatieven, met name voor ontwikkelingslanden, rekening houdend met de bijzondere omstandigheden van kleine eilandstaten in ontwikkeling en van de minst ontwikkelde landen;
- g. meer technische en wetenschappelijke samenwerking, met name met wetenschappers en wetenschappelijke instellingen van ontwikkelingslanden;
- h. andere vormen van voordelen, zoals vastgesteld door de Conferentie van de Partijen, rekening houdend met de aanbevelingen van het bij artikel 15 ingestelde comité voor toegang en verdeling van voordelen.
De Partijen nemen de nodige wetgevende, administratieve of beleidsmaatregelen om ervoor te zorgen dat mariene genetische bronnen en digitale sequentie-informatie over mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, samen met hun gestandaardiseerde „BBNJ”-identificatiecodes, die gebruikt kunnen worden door onder hun rechtsmacht vallende natuurlijke of rechtspersonen, uiterlijk drie jaar na het begin van dat gebruik of zodra deze beschikbaar zijn, worden opgeslagen in openbaar toegankelijke opslagplaatsen en databanken die op nationaal of internationaal niveau worden bijgehouden, rekening houdend met de huidige internationale praktijk.
Toegang tot mariene genetische bronnen en digitale sequentie-informatie over mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht in de opslagplaatsen en databanken onder de rechtsmacht van een Partij kan aan redelijke voorwaarden worden onderworpen, en wel als volgt:
- a. de noodzaak om de fysieke integriteit van mariene genetische bronnen te behouden;
- b. de redelijke kosten in verband met het onderhoud van de relevante genenbank, biorepositorium of databank waarin het monster, de gegevens of de informatie worden bewaard;
- c. de redelijke kosten in verband met het verlenen van toegang tot de mariene genetische hulpbron, gegevens of informatie;
- d. andere redelijke voorwaarden in overeenstemming met de doelstellingen van deze Overeenkomst; en aan onderzoekers en onderzoeksinstellingen uit ontwikkelingslanden kan de mogelijkheid worden geboden om onder eerlijke en meest gunstige voorwaarden, ook in het kader van bevoorrechte en preferentiële regelingen, toegang hiertoe te krijgen.
De geldelijke voordelen van het gebruik van mariene genetische bronnen en digitale sequentie-informatie over mariene genetische rijkdommen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, met inbegrip van commercialisering, worden eerlijk en billijk verdeeld, via het bij artikel 52 ingestelde financiële mechanisme, met het oog op het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht.
Na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst leveren de Partijen die ontwikkelde landen zijn jaarlijkse bijdragen aan het in artikel 52 bedoelde speciale fonds. Het bijdragepercentage van een Partij bedraagt 50 % van de bijdrage van die Partij aan de begroting die overeenkomstig artikel 47, lid 6, sub e), door de Conferentie van de Partijen is vastgesteld. Deze betaling wordt voortgezet totdat de Conferentie van de Partijen overeenkomstig lid 7 een besluit heeft genomen.
De Conferentie van de Partijen neemt een besluit over de uitvoeringsbepalingen voor het verdelen van geldelijke voordelen die voortvloeien uit het gebruik van mariene genetische bronnen en digitale sequentie-informatie over mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, rekening houdend met de aanbevelingen van het bij artikel 15 ingestelde comité voor toegang en verdeling van voordelen. Indien alle pogingen om een consensus te bereiken, zijn uitgeput, wordt er een besluit genomen met een meerderheid van drie vierde van de aanwezige en stemmende Partijen. De betalingen worden verricht via het bij artikel 52 ingestelde speciale fonds. De uitvoeringsbepalingen kunnen het volgende omvatten:
- a. mijlpaalbetalingen;
- b. betalingen of bijdragen in verband met de commercialisering van producten, met inbegrip van de betaling van een percentage van de inkomsten uit de verkoop van producten;
- c. periodiek betaalde gedifferentieerde vergoeding, waarvan de hoogte afhangt van een reeks indicatoren die het geaggregeerde niveau van de activiteiten van een Partij meten;
- d. andere uitvoeringsbepalingen zoals vastgesteld door de Conferentie van de Partijen, rekening houdend met de aanbevelingen van het comité voor toegang en verdeling van de voordelen.
Een Partij kan op het tijdstip waarop de Conferentie van de Partijen de uitvoeringsbepalingen aanneemt, een verklaring afleggen waarin staat dat deze uitvoeringsbepalingen voor die Partij niet van kracht worden voor een periode van maximaal vier jaar, zodat er tijd is voor de noodzakelijke uitvoering. Een Partij die een dergelijke verklaring aflegt, blijft de in lid 6 bedoelde betaling verrichten totdat de nieuwe regeling van kracht wordt.
Bij het nemen van een besluit over de uitvoeringsbepalingen voor het delen van geldelijke voordelen die voortvloeien uit het gebruik van digitale sequentie-informatie over mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht overeenkomstig lid 7, houdt de Conferentie van de Partijen rekening met de aanbevelingen van het comité voor toegang en verdeling van de voordelen, waarbij zij erkent dat dergelijke regelingen elkaar wederzijds moeten ondersteunen en aangepast moeten kunnen worden aan andere instrumenten voor toegang en verdeling van de voordelen.
Rekening houdend met de aanbevelingen van het bij artikel 15 ingestelde comité voor toegang en verdeling van de voordelen evalueert en beoordeelt de Conferentie van de Partijen om de twee jaar de geldelijke voordelen van het gebruik van mariene genetische bronnen en van digitale sequentie-informatie over mariene genetische bronnen voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht. De eerste evaluatie vindt uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst plaats. Bij de evaluatie worden de in lid 6 bedoelde jaarlijkse bijdragen in aanmerking genomen.
De Partijen nemen de nodige wetgevende, administratieve of beleidsmaatregelen, naargelang het geval, om ervoor te zorgen dat de voordelen die voortvloeien uit activiteiten met betrekking tot mariene genetische bronnen en digitale sequentie-informatie over mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, die worden uitgevoerd door natuurlijke of rechtspersonen die onder hun rechtsmacht vallen, in overeenstemming met deze Overeenkomst worden gedeeld.
Artikel 15. Comité voor toegang en verdeling van voordelen
Hierbij wordt een comité voor toegang en verdeling van voordelen ingesteld. Het dient onder meer als middel om richtsnoeren vast te stellen voor de verdeling van voordelen, overeenkomstig artikel 14, waarbij transparantie wordt geboden en wordt gezorgd voor een eerlijke en billijke verdeling van zowel geldelijke als niet-geldelijke voordelen.
Het comité voor toegang en verdeling van voordelen bestaat uit 15 leden die beschikken over de nodige kwalificaties op verwante gebieden, opdat het comité zijn taken doeltreffend kan uitoefenen. De leden worden benoemd door de Partijen en gekozen door de Conferentie van de Partijen, waarbij rekening wordt gehouden met genderevenwicht en een billijke geografische spreiding en waarbij wordt gewaarborgd dat ontwikkelingslanden vertegenwoordigd zijn in het comité, met inbegrip van de minst ontwikkelde landen, kleine eilandstaten in ontwikkeling, en niet aan zee grenzende ontwikkelingslanden. Het mandaat en de werkwijze van het comité worden vastgesteld door de Conferentie van de Partijen.
Het comité kan aanbevelingen doen aan de Conferentie van de Partijen over aangelegenheden die onder dit Deel vallen, met inbegrip van de volgende aangelegenheden:
- a. richtsnoeren of een gedragscode voor activiteiten met betrekking tot mariene genetische bronnen en digitale sequentie-informatie over mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht overeenkomstig dit Deel;
- b. maatregelen ter uitvoering van overeenkomstig dit Deel genomen besluiten;
- c. tarieven of mechanismen voor het delen van geldelijke voordelen overeenkomstig artikel 14;
- d. aangelegenheden in verband met dit Deel en die relevant zijn voor het uitwisselingsmechanisme;
- e. aangelegenheden in verband met dit Deel en die relevant zijn voor het bij artikel 52 ingestelde financiële mechanisme;
- f. alle andere aangelegenheden in verband met dit Deel die de Conferentie van de Partijen kan voorleggen aan het comité voor toegang en verdeling van voordelen.
Elke Partij stelt het comité voor toegang en verdeling van voordelen via het uitwisselingsmechanisme de krachtens deze Overeenkomst vereiste informatie ter beschikking, waaronder:
- a. wetgevende, administratieve en beleidsmaatregelen inzake toegang en verdeling van voordelen;
- b. contactgegevens en andere relevante informatie over de nationale knooppunten;
- c. andere informatie die vereist is op grond van de besluiten van de Conferentie van de Partijen.
Het comité voor toegang en verdeling van voordelen kan de relevante rechtsinstrumenten en -kaders en relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties raadplegen en de uitwisseling van informatie hiermee faciliteren over activiteiten die onder zijn mandaat vallen, met inbegrip van de verdeling van voordelen, het gebruik van digitale sequentie-informatie over mariene genetische bronnen, best practices, instrumenten en methodologieën, gegevensbeheer en geleerde lessen.
6. Het comité voor toegang en verdeling van voordelen kan aanbevelingen doen aan de Conferentie van de Partijen met betrekking tot de in het kader van het bovenvermelde lid 5 verkregen informatie.
Artikel 16. Monitoring en transparantie
De monitoring en transparantie van activiteiten met betrekking tot mariene genetische bronnen en digitale sequentie-informatie over mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht worden verzekerd door kennisgeving aan het uitwisselingsmechanisme, door het gebruik van gestandaardiseerde „BBNJ”-identificatiecodes overeenkomstig dit Deel en volgens de door de Conferentie van de Partijen vastgestelde procedures, zoals aanbevolen door het comité voor toegang en verdeling van voordelen.
De Partijen dienen periodiek verslagen in bij het comité voor toegang en verdeling van voordelen over hun uitvoering van de bepalingen van dit Deel inzake activiteiten met betrekking tot mariene genetische bronnen en digitale sequentie-informatie over mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht en de verdeling van de voordelen daarvan, in overeenstemming met dit Deel.
Het comité voor toegang en verdeling van voordelen stelt een verslag op op basis van de via het uitwisselingsmechanisme ontvangen informatie en stelt dit ter beschikking van de Partijen, die opmerkingen kunnen indienen. Het comité voor toegang en verdeling van voordelen legt het verslag, met inbegrip van de ontvangen opmerkingen, voor aan de Conferentie van de Partijen. De Conferentie van de Partijen kan, rekening houdend met de aanbeveling van het comité voor toegang en verdeling van voordelen, passende richtsnoeren vaststellen voor de uitvoering van dit artikel, waarbij rekening wordt gehouden met de nationale capaciteiten en omstandigheden van de Partijen.
DEEL III. MAATREGELEN ZOALS GEBIEDSGERICHTE BEHEERSINSTRUMENTEN, WAARONDER BESCHERMDE MARIENE GEBIEDEN
Artikel 17. Doelstellingen
De doelstellingen van dit Deel zijn:
- a. instandhouding en duurzaam gebruik van gebieden die beschermd moeten worden, onder meer door de invoering van een alomvattend systeem van gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met ecologisch representatieve en goed verbonden netwerken van beschermde mariene gebieden;
- b. versterken van de samenwerking en coördinatie bij het gebruik van gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, tussen landen, relevante rechtsinstrumenten en -kaders en relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties;
- c. beschermen, behouden, herstellen en in stand houden van de biologische diversiteit en ecosystemen, onder meer met het oog op het verbeteren van hun productiviteit en gezondheid, en de weerbaarheid tegen stressfactoren te versterken, met inbegrip van stressfactoren die verband houden met klimaatverandering, oceaanverzuring en mariene verontreiniging;
- d. ondersteunen van voedselzekerheid en andere sociaal-economische doelstellingen, waaronder de bescherming van culturele waarden;
- e. steun verlenen aan ontwikkelingslanden die Partij zijn, met name de minst ontwikkelde landen, niet aan zee grenzende ontwikkelingslanden, staten met een ongunstige geografische ligging, kleine eilandstaten in ontwikkeling, Afrikaanse kuststaten, archipelstaten en ontwikkelingslanden met een middeninkomen, rekening houdend met de bijzondere omstandigheden van kleine eilandstaten in ontwikkeling, door middel van capaciteitsopbouw en de ontwikkeling en overdracht van mariene technologie bij de ontwikkeling, uitvoering, monitoring, beheer en handhaving van gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden.
Artikel 18. Toepassingsgebied
De vaststelling van gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, omvat geen gebieden binnen de nationale rechtsmacht en wordt niet gebruikt als grondslag voor het geldend maken of verwerpen van aanspraken op soevereiniteit, soevereine rechten of rechtsmacht, met inbegrip van eventuele geschillen die daarmee verband houden. De Conferentie van de Partijen neemt geen voorstellen in overweging van dergelijke gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, en dergelijke voorstellen mogen in geen geval worden geïnterpreteerd als erkenning of niet-erkenning van aanspraken op soevereiniteit, soevereine rechten of rechtsmacht.
Artikel 19. Voorstellen
Voorstellen voor de vaststelling van gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, in het kader van dit Deel worden door de Partijen afzonderlijk of gezamenlijk bij het Secretariaat ingediend.
De Partijen werken in voorkomend geval samen en plegen overleg met relevante belanghebbenden, waaronder staten en mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties, alsmede met het maatschappelijk middenveld, de wetenschappelijke gemeenschap, de particuliere sector, inheemse volken en lokale gemeenschappen, met het oog op de ontwikkeling van voorstellen, zoals uiteengezet in dit Deel.
De voorstellen worden geformuleerd op basis van de beste beschikbare wetenschappelijke kennis en informatie en, indien beschikbaar, relevante traditionele kennis van inheemse volken en lokale gemeenschappen, waarbij rekening wordt gehouden met de voorzorgsbenadering en een ecosysteemgerichte benadering.
De voorstellen met betrekking tot de aangewezen gebieden omvatten de volgende essentiële elementen:
- a. een geografische of ruimtelijke beschrijving van het gebied waarop het voorstel betrekking heeft, onder verwijzing naar de in bijlage I gespecificeerde indicatieve criteria;
- b. informatie over de in bijlage I gespecificeerde criteria, alsmede eventuele criteria die verder kunnen worden ontwikkeld en herzien overeenkomstig lid 5 hieronder, die worden toegepast om het gebied te identificeren;
- c. menselijke activiteiten in het gebied, met inbegrip van het gebruik door inheemse volken en lokale gemeenschappen, en de mogelijke gevolgen daarvan, indien van toepassing;
- d. een beschrijving van de toestand van het mariene milieu en de biologische diversiteit in het afgebakende gebied;
- e. een beschrijving van de op het gebied toe te passen doelstellingen inzake instandhouding en, in voorkomend geval, inzake duurzaam gebruik;
- f. een ontwerpbeheersplan met de voorgestelde maatregelen en een beschrijving van de voorgestelde monitoring-, onderzoeks- en evaluatieactiviteiten om de gespecificeerde doelstellingen te bereiken;
- g. de duur van het voorgestelde gebied en, in voorkomend geval, de voorgestelde maatregelen;
- h. informatie over eventueel overleg met staten, met inbegrip van aangrenzende kuststaten en/of relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties, indien van toepassing;
- i. informatie over gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, die worden uitgevoerd in het kader van relevante rechtsinstrumenten en -kaders en relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties;
- j. relevante wetenschappelijke inbreng en, indien beschikbaar, traditionele kennis van inheemse volken en lokale gemeenschappen.
Indicatieve criteria voor de vaststelling van deze gebieden omvatten, voor zover relevant, de in bijlage I vermelde criteria en kunnen, indien nodig, verder worden ontwikkeld en herzien door het wetenschappelijk en technisch orgaan met het oog op bespreking en goedkeuring ervan door de Conferentie van de Partijen.
Verdere eisen met betrekking tot de inhoud van voorstellen, met inbegrip van de uitvoeringsbepalingen voor de toepassing van indicatieve criteria als bedoeld in het voorgaande lid 5, en richtsnoeren voor voorstellen als bedoeld in het voorgaande lid 4, punt b), worden zo nodig door het wetenschappelijk en technisch orgaan opgesteld met het oog op bespreking en goedkeuring door de Conferentie van de Partijen.
Artikel 20. Publicatie en voorlopige beoordeling van voorstellen
Na ontvangst van een schriftelijk voorstel maakt het Secretariaat het voorstel openbaar en zendt het het voor een voorlopige beoordeling toe aan het wetenschappelijk en technisch orgaan. Het doel van de beoordeling is na te gaan of het voorstel de krachtens artikel 19 vereiste informatie bevat, met inbegrip van de in dit Deel en in bijlage I beschreven indicatieve criteria. Het resultaat van die evaluatie wordt openbaar gemaakt en door het Secretariaat aan de indiener meegedeeld. De indiener stuurt het voorstel opnieuw naar het Secretariaat, rekening houdend met de voorlopige beoordeling door het wetenschappelijk en technisch orgaan. Het Secretariaat stelt de Partijen daarvan in kennis en maakt dat opnieuw toegezonden voorstel openbaar en faciliteert het overleg overeenkomstig artikel 21.
Artikel 21. Overleg over en beoordeling van voorstellen
Het overleg over overeenkomstig artikel 19 ingediende voorstellen is inclusief en transparant en staat open voor alle relevante belanghebbenden, met inbegrip van staten en mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties, alsmede het maatschappelijk middenveld, de wetenschappelijke gemeenschap, inheemse volken en lokale gemeenschappen.
Het Secretariaat faciliteert het overleg en verzamelt als volgt inbreng:
- a. staten, met name aangrenzende kuststaten, worden in kennis gesteld en verzocht onder meer het volgende in te dienen:
- i. hun opmerkingen over de gegrondheid en de geografische reikwijdte van het voorstel;
- ii. alle andere relevante wetenschappelijke inbreng;
- iii. informatie over bestaande maatregelen of activiteiten in aangrenzende of verwante gebieden binnen de nationale rechtsmacht en buiten de nationale rechtsmacht;
- iv. standpunten over de mogelijke gevolgen van het voorstel voor gebieden binnen de nationale rechtsmacht;
- v. andere relevante informatie;
- b. organen van relevante rechtsinstrumenten en -kaders en relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties worden in kennis gesteld en worden uitgenodigd om onder meer het volgende in te dienen:
- i. standpunten over de merites van het voorstel;
- ii. alle andere relevante wetenschappelijke inbreng;
- iii. informatie over bestaande maatregelen die bij dat instrument, dat kader of dat orgaan zijn vastgesteld voor het betrokken gebied of voor aangrenzende gebieden;
- iv. standpunten met betrekking tot alle aspecten van de maatregelen en andere elementen voor een ontwerpbeheersplan die in het voorstel worden genoemd en die onder de bevoegdheid van dat orgaan vallen;
- v. standpunten met betrekking tot relevante aanvullende maatregelen die onder de bevoegdheid van dat instrument, dat kader of dat orgaan vallen;
- vi. andere relevante informatie;
- c. inheemse volken en lokale gemeenschappen met relevante traditionele kennis, de wetenschappelijke gemeenschap, het maatschappelijk middenveld en andere relevante belanghebbenden worden uitgenodigd om onder meer het volgende in te dienen:
- i. standpunten over de gegrondheid van het voorstel;
- ii. alle andere relevante wetenschappelijke inbreng;
- iii. alle relevante traditionele kennis van inheemse volken en lokale gemeenschappen;
- iv. andere relevante informatie.
De overeenkomstig het voorgaande lid 2 ontvangen bijdragen worden door het Secretariaat openbaar gemaakt.
In gevallen waarin de voorgestelde maatregel gevolgen heeft voor gebieden die volledig omgeven zijn door de exclusieve economische zones van Staten, moeten de indieners:
- a. met deze staten gericht en proactief overleg plegen, met inbegrip van voorafgaande kennisgeving;
- b. de standpunten en opmerkingen van die staten over de voorgestelde maatregel in overweging nemen en schriftelijke antwoorden verstrekken waarin specifiek wordt ingegaan op die standpunten en opmerkingen, en, in voorkomend geval, de voorgestelde maatregel dienovereenkomstig aanpassen.
De indiener houdt rekening met de tijdens de raadplegingsperiode ontvangen bijdragen, alsook met de standpunten en informatie van het wetenschappelijk en technisch orgaan, en herziet het voorstel in voorkomend geval dienovereenkomstig of reageert op inhoudelijke bijdragen die niet in het voorstel zijn opgenomen.
De raadplegingsperiode is tijdgebonden.
Het herziene voorstel wordt voorgelegd aan het wetenschappelijk en technisch orgaan, dat het voorstel beoordeelt en aanbevelingen doet aan de Conferentie van de Partijen.
De uitvoeringsbepalingen voor het overleg- en beoordelingsproces, met inbegrip van de duur ervan, worden zo nodig verder uitgewerkt door het wetenschappelijk en technisch orgaan tijdens zijn eerste vergadering, met het oog op bespreking en goedkeuring door de Conferentie van de Partijen, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere omstandigheden van kleine eilandstaten in ontwikkeling.
Artikel 22. Vaststelling van gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden
Op basis van het definitieve voorstel en het ontwerpbeheersplan, rekening houdend met de bijdragen en de wetenschappelijke inbreng die tijdens het in het kader van dit Deel ingestelde overlegproces zijn ontvangen, en met het wetenschappelijk advies en de aanbevelingen van het wetenschappelijk en technisch orgaan, zal de Conferentie van de Partijen:
- a. besluiten nemen over de vaststelling van gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, en daarmee samenhangende maatregelen;
- b. besluiten kunnen nemen over maatregelen die verenigbaar zijn met de maatregelen die zijn vastgesteld door relevante rechtsinstrumenten en -kaders en door relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties, in samenwerking en coördinatie met die instrumenten, kaders en organisaties;
- c. indien de voorgestelde maatregelen onder de bevoegdheid van andere mondiale, regionale, subregionale of sectorale organisaties vallen, aanbevelingen doen aan de Partijen bij deze Overeenkomst en aan mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties om de vaststelling van relevante maatregelen via dergelijke instrumenten, kaders en organisaties te bevorderen, overeenkomstig hun respectieve mandaten.
Bij het nemen van besluiten op grond van dit artikel eerbiedigt de Conferentie van de Partijen de bevoegdheden van de relevante rechtsinstrumenten en -kaders en van de relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties, en ondermijnt zij deze niet.
De Conferentie van de Partijen treft regelingen voor regelmatig overleg ter verbetering van de samenwerking en coördinatie met en tussen de relevante rechtsinstrumenten en -kaders en de relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties met betrekking tot gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, alsmede voor de coördinatie met betrekking tot gerelateerde maatregelen die in het kader van dergelijke instrumenten en kaders en door dergelijke organisaties zijn vastgesteld.
Wanneer de verwezenlijking van de doelstellingen en de uitvoering van dit Deel dit vereist, kan de Conferentie van de Partijen, om de internationale samenwerking en coördinatie met betrekking tot het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht te bevorderen, overwegen en, met inachtneming van de voorgaande leden 1 en 2, besluiten een mechanisme te ontwikkelen met betrekking tot bestaande gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, die zijn vastgesteld door relevante rechtsinstrumenten en -kaders of relevante mondiale, regionale, subregionale of sectorale organisaties.
Besluiten en aanbevelingen die door de Conferentie van de Partijen overeenkomstig dit Deel worden aangenomen, mogen geen afbreuk doen aan de doeltreffendheid van maatregelen die zijn vastgesteld voor gebieden die binnen de nationale rechtsmacht vallen, en worden genomen met inachtneming van de rechten en plichten van alle staten, in overeenstemming met het Verdrag. In gevallen waarin de in het kader van dit Deel voorgestelde maatregelen van invloed zouden zijn of waarvan redelijkerwijs verwacht wordt dat zij gevolgen zullen hebben voor de wateren boven de zeebodem en de ondergrond van de onder water gelegen gebieden waarover een kuststaat soevereine rechten uitoefent overeenkomstig het Verdrag, worden bij die maatregelen de soevereine rechten van die kuststaten naar behoren in acht genomen. Daartoe wordt overleg gepleegd overeenkomstig de bepalingen van dit Deel.
Indien een op grond van dit Deel ingesteld gebiedsgerichte beheersinstrument, met inbegrip van een beschermd marien gebied, vervolgens geheel of gedeeltelijk onder de nationale rechtsmacht van een kuststaat valt, is dit onmiddellijk niet langer van kracht voor het deel dat onder de nationale rechtsmacht valt. Het deel dat overblijft voor gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, blijft van kracht totdat de Conferentie van de Partijen tijdens haar volgende vergadering het gebiedsgericht beheersinstrument, met inbegrip van een beschermd marien gebied, indien nodig herziet en besluit of het wordt gewijzigd of ingetrokken.
Bij de vaststelling of wijziging van de bevoegdheid van een relevant rechtsinstrument of -kader of een relevante mondiale, regionale, subregionale of sectorale organisatie blijft een gebiedsgericht beheersinstrument, met inbegrip van een beschermd marien gebied, of daarmee verband houdende maatregelen die door de Conferentie van de Partijen uit hoofde van dit Deel zijn vastgesteld en die vervolgens geheel of gedeeltelijk onder de bevoegdheid van dat instrument, kader of orgaan vallen, van kracht totdat de Conferentie van de Partijen, in nauwe samenwerking en coördinatie met dat instrument, kader of orgaan, het gebiedsgericht beheersinstrument, met inbegrip van een beschermd marien gebied, en daarmee verband houdende maatregelen, naargelang het geval, evalueert en besluit tot handhaving, wijziging of intrekking.
Artikel 23. Besluitvorming
In de regel worden de in dit Deel bedoelde besluiten en aanbevelingen bij consensus genomen.
Indien alle pogingen om een consensus te bereiken, zijn uitgeput, worden besluiten en aanbevelingen uit hoofde van dit Deel genomen met een meerderheid van drie vierde van de aanwezige en stemmende Partijen, nadat de Conferentie van de Partijen bij een meerderheid van twee derde van de aanwezige en stemmende Partijen heeft besloten dat alle pogingen om een consensus te bereiken, zijn uitgeput.
Krachtens dit Deel genomen besluiten treden 120 dagen na de vergadering van de Conferentie van de Partijen waarop zij zijn genomen, in werking en zijn bindend voor alle Partijen.
Gedurende de in het voorgaande lid 3 bedoelde periode van 120 dagen kan elke Partij, door middel van een schriftelijke kennisgeving aan het Secretariaat, bezwaar maken tegen een op grond van dit Deel vastgesteld besluit, in welk geval dat besluit niet bindend is voor de Partij in kwestie. Een bezwaar tegen een besluit kan te allen tijde worden ingetrokken door middel van een schriftelijke kennisgeving aan het Secretariaat, waarna het besluit 90 dagen na de datum van kennisgeving waarin wordt verklaard dat het bezwaar wordt ingetrokken, voor die Partij bindend is.
Een Partij die overeenkomstig het voorgaande lid 4 bezwaar maakt, verstrekt het Secretariaat op het moment dat zij bezwaar maakt een schriftelijke verklaring van de redenen voor haar bezwaar, dat gebaseerd is op een of meer van de volgende gronden:
- a. het besluit is onverenigbaar met deze Overeenkomst of met de rechten en plichten van de bezwaarmakende Partij in overeenstemming met het Verdrag;
- b. het besluit vormt een ongerechtvaardigde formele of feitelijke discriminatie van de bezwaarmakende Partij;
- c. de Partij kan zich op het ogenblik van het bezwaar niet aan het besluit houden, nadat zij daartoe alle redelijke inspanningen heeft geleverd.
Een Partij die overeenkomstig het voorgaande lid 4 bezwaar maakt, stelt, voor zover mogelijk, alternatieve maatregelen of benaderingen vast die een gelijkwaardig effect hebben als het besluit waartegen zij bezwaar heeft gemaakt, en neemt geen maatregelen of onderneemt geen acties die de doeltreffendheid zouden ondermijnen van het besluit waartegen zij bezwaar heeft gemaakt, tenzij dergelijke maatregelen of acties essentieel zijn voor de uitoefening van de rechten en plichten van de bezwaarmakende Partij in overeenstemming met het Verdrag.
De bezwaarmakende Partij brengt verslag uit aan de Conferentie van de Partijen op de gewone vergadering na de in het voorgaande lid 4 bedoelde kennisgeving, en vervolgens periodiek over de uitvoering van lid 6, om informatie te verstrekken over het toezicht en de evaluatie uit hoofde van artikel 26.
Een bezwaar tegen een overeenkomstig het voorgaande lid 4 genomen besluit kan alleen worden verlengd indien de bezwaarmakende Partij dit nog steeds nodig acht, en wel om de drie jaar na de inwerkingtreding van het besluit en door middel van een schriftelijke kennisgeving aan het Secretariaat. Deze schriftelijke kennisgeving bevat een toelichting van de redenen voor het oorspronkelijke bezwaar.
Indien er geen kennisgeving van verlenging overeenkomstig het voorgaande lid 8 wordt ontvangen, wordt het bezwaar geacht automatisch te zijn ingetrokken en is het besluit bijgevolg bindend voor die Partij 120 dagen nadat dat bezwaar automatisch is ingetrokken. Het Secretariaat stelt de Partij 60 dagen vóór de datum waarop het bezwaar automatisch wordt ingetrokken daarvan in kennis.
Op grond van dit Deel aangenomen besluiten van de Conferentie van de Partijen en bezwaren tegen deze besluiten worden door het Secretariaat openbaar gemaakt en worden toegezonden aan alle staten en aan alle relevante rechtsinstrumenten en -kaders en relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties.
Artikel 24. Noodmaatregelen
De Conferentie van de Partijen neemt besluiten om in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht maatregelen vast te stellen die zo nodig in noodgevallen moeten worden toegepast wanneer een natuurverschijnsel of een door de mens veroorzaakte ramp ernstige of onomkeerbare schade heeft toegebracht of dreigt te veroorzaken aan de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, om ervoor te zorgen dat de ernstige of onomkeerbare schade niet wordt verergerd.
Op grond van dit artikel vastgestelde maatregelen worden alleen noodzakelijk geacht indien de ernstige of onomkeerbare schade, na raadpleging van relevante rechtsinstrumenten of -kaders of relevante mondiale, regionale, subregionale of sectorale organisaties, niet tijdig kan worden beheerst door de toepassing van de andere artikelen van deze Overeenkomst of door een relevant rechtsinstrument of -kader of door een relevante mondiale, regionale, subregionale of sectorale organisatie.
Vastgestelde noodmaatregelen zijn gebaseerd op de beste beschikbare wetenschappelijke kennis en informatie en, indien beschikbaar, op relevante traditionele kennis van inheemse volken en lokale gemeenschappen, en houden rekening met de voorzorgsbenadering. Dergelijke maatregelen kunnen door de Partijen worden voorgesteld of door het wetenschappelijk en technisch orgaan worden aanbevolen en kunnen tussen twee vergaderingen in worden vastgesteld. De maatregelen zijn tijdelijk en moeten op de eerstvolgende vergadering van de Conferentie van de Partijen opnieuw worden voorgelegd met het oog op besluitname.
De maatregelen worden twee jaar na hun inwerkingtreding beëindigd of worden eerder door de Conferentie van de Partijen beëindigd wanneer zij worden vervangen door gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, en daarmee verband houdende maatregelen die overeenkomstig dit Deel zijn vastgesteld, of door maatregelen die zijn vastgesteld bij een relevant rechtsinstrument of -kader of door een relevante mondiale, regionale, subregionale of sectorale organisatie, of door een besluit van de Conferentie van de Partijen wanneer de omstandigheden die de maatregel noodzakelijk maakten, ophouden te bestaan.
Procedures en richtsnoeren voor de vaststelling van noodmaatregelen, met inbegrip van overlegprocedures, worden zo nodig opgesteld door het wetenschappelijk en technisch orgaan, met het oog op de zo spoedig mogelijke bespreking en goedkeuring door de Conferentie van de Partijen. Deze procedures zijn inclusief en transparant.
Artikel 25. Uitvoering
De Partijen zorgen ervoor dat activiteiten onder hun rechtsmacht of controle die plaatsvinden in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, worden uitgevoerd in overeenstemming met de uit hoofde van dit Deel genomen besluiten.
Niets in deze Overeenkomst belet een Partij strengere maatregelen vast te stellen ten aanzien van haar onderdanen en vaartuigen of met betrekking tot activiteiten die onder haar rechtsmacht of controle vallen, in aanvulling op die welke in het kader van dit Deel zijn vastgesteld, in overeenstemming met het internationaal recht en ter ondersteuning van de doelstellingen van de Overeenkomst.
De uitvoering van de krachtens dit Deel vastgestelde maatregelen mag, rechtstreeks of onrechtstreeks, geen onevenredige last vormen voor Partijen die kleine eilandstaten in ontwikkeling of minst ontwikkelde landen zijn.
De Partijen bevorderen, in voorkomend geval, de vaststelling van maatregelen binnen de relevante rechtsinstrumenten en -kaders en relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties waarvan zij lid zijn, ter ondersteuning van de uitvoering van de besluiten en aanbevelingen van de Conferentie van de Partijen uit hoofde van dit Deel.
De Partijen moedigen de staten die het recht hebben Partij bij deze Overeenkomst te worden, met name staten waarvan de activiteiten, vaartuigen of onderdanen actief zijn in een gebied dat onder een vastgesteld gebiedsgericht beheersinstrument valt, met inbegrip van een beschermd marien gebied, aan om maatregelen te nemen ter ondersteuning van de besluiten en aanbevelingen van de Conferentie van de Partijen inzake gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, die krachtens dit Deel zijn ingesteld.
Een Partij die geen Partij is bij of deelnemer is aan een relevant rechtsinstrument of rechtskader, of lid is van een relevante mondiale, regionale, subregionale of sectorale organisatie, en die niet anderszins instemt met de toepassing van de maatregelen die in het kader van dergelijke instrumenten en kaders zijn vastgesteld en die door dergelijke organisaties is ingesteld, wordt niet ontheven van de verplichting om overeenkomstig het Verdrag en deze Overeenkomst samen te werken bij het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht.
Artikel 26. Toezicht en evaluatie
De Partijen brengen individueel of collectief verslag uit aan de Conferentie van de Partijen over de toepassing van gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, die in het kader van dit Deel zijn ingesteld, en van de daarmee verband houdende maatregelen. Deze verslagen, alsmede de in de hiernavolgende leden 2 en 3 bedoelde informatie en evaluatie, worden door het Secretariaat openbaar gemaakt.
De relevante rechtsinstrumenten en -kaders en de relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties worden uitgenodigd om de Conferentie van de Partijen informatie te verstrekken over de uitvoering van de maatregelen die zij hebben genomen ter verwezenlijking van de doelstellingen van gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, die in het kader van dit Deel zijn vastgesteld.
De krachtens dit Deel vastgestelde gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, met inbegrip van daarmee verband houdende maatregelen, worden gemonitord en periodiek geëvalueerd door het wetenschappelijk en technisch orgaan, rekening houdend met de in de voorgaande leden 1 en 2 bedoelde verslagen en informatie.
Bij de in het voorgaande lid 3 bedoelde evaluatie beoordeelt het wetenschappelijk en technisch orgaan de doeltreffendheid van de op grond van dit Deel ingestelde gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, met inbegrip van daarmee verband houdende maatregelen en de vooruitgang die is geboekt bij de verwezenlijking van de doelstellingen ervan, en verstrekt dit orgaan advies en aanbevelingen aan de Conferentie van de Partijen.
Na de evaluatie neemt de Conferentie van de Partijen besluiten of formuleert aanbevelingen, waar nodig, over de wijziging, uitbreiding of intrekking van gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, en alle daarmee verband houdende maatregelen die door de Conferentie van de Partijen zijn vastgesteld, op basis van de beste beschikbare wetenschappelijke kennis en informatie en, indien beschikbaar, relevante traditionele kennis van inheemse volken en lokale gemeenschappen, rekening houdend met de voorzorgsbenadering en een ecosysteemgerichte benadering.
DEEL IV. MILIEUEFFECTBEOORDELINGEN
Artikel 27. Doelstellingen
De doelstellingen van dit Deel zijn:
- a. de bepalingen van het Verdrag inzake milieueffectbeoordeling voor gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht operationeel maken door processen, drempelwaarden en andere vereisten vast te stellen voor het uitvoeren en rapporteren van beoordelingen door de Partijen;
- b. ervoor zorgen dat de onder dit Deel vallende activiteiten worden beoordeeld en uitgevoerd om aanmerkelijke negatieve effecten te voorkomen, te beperken en te beheren met als doel de bescherming en het behoud van het mariene milieu;
- c. ondersteunen van het in aanmerking nemen van cumulatieve effecten en effecten op gebieden binnen de nationale rechtsmacht;
- d. voorzien in strategische milieubeoordelingen;
- e. tot stand brengen van een samenhangend milieueffectbeoordelingskader voor activiteiten in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht;
- f. opbouwen en versterken van de capaciteit van de Partijen, met name de ontwikkelingslanden die Partij zijn, met name de minst ontwikkelde landen, niet aan zee grenzende ontwikkelingslanden, staten met een ongunstige geografische ligging, kleine eilandstaten in ontwikkeling, Afrikaanse kuststaten, archipelstaten en ontwikkelingslanden met een middeninkomen, om ter ondersteuning van de doelstellingen van deze Overeenkomst milieueffectbeoordelingen en strategische milieubeoordelingen voor te bereiden, uit te voeren en te evalueren.
Artikel 28. Verplichting om milieueffectbeoordelingen uit te voeren
De Partijen zorgen ervoor dat de potentiële effecten op het mariene milieu van geplande activiteiten die onder hun rechtsmacht of controle vallen en die plaatsvinden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, worden beoordeeld overeenkomstig dit Deel voordat toestemming wordt verleend.
Wanneer een Partij met rechtsmacht of controle over een geplande activiteit die moet worden uitgevoerd in mariene gebieden binnen nationale rechtsmacht vaststelt dat de activiteit aanzienlijke verontreiniging van of aanmerkelijke en schadelijke veranderingen in het mariene milieu kan teweegbrengen in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, ziet die Partij erop toe dat een milieueffectbeoordeling van die activiteit wordt uitgevoerd overeenkomstig dit Deel of dat een milieueffectbeoordeling wordt uitgevoerd in het kader van de nationale procedure van de Partij. Een Partij die een dergelijke beoordeling uitvoert in het kader van haar nationale procedure:
- a. stelt tijdig relevante informatie beschikbaar via het uitwisselingsmechanisme tijdens de nationale procedure;
- b. zorgt ervoor dat de activiteit wordt gemonitord op een wijze die strookt met de vereisten van haar nationale procedure;
- c. zorgt ervoor dat de milieueffectbeoordelingsrapport en alle relevante monitoringsrapportages in overeenstemming met deze Overeenkomst beschikbaar worden gesteld via het uitwisselingsmechanisme.
Na ontvangst van de in het voorgaande lid 2, sub a), bedoelde informatie kan het wetenschappelijk en technisch orgaan opmerkingen indienen bij de Partij die rechtsmacht of controle heeft over de geplande activiteit.
Artikel 29. Verband tussen deze Overeenkomst en milieueffectbeoordelingsprocessen in het kader van relevante rechtsinstrumenten en -kaders en relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties
De Partijen bevorderen het gebruik van milieueffectbeoordelingen en de vaststelling en uitvoering van de krachtens artikel 38 ontwikkelde normen en/of richtsnoeren in relevante rechtsinstrumenten en -kaders en relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties waarvan zij lid zijn.
De Conferentie van de Partijen ontwikkelt in het kader van dit Deel mechanismen voor het wetenschappelijk en technisch orgaan om samen te werken met relevante rechtsinstrumenten en -kaders en relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties die activiteiten in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht reguleren of het mariene milieu beschermen.
Bij het ontwikkelen of actualiseren van normen of richtsnoeren voor de uitvoering van milieueffectbeoordelingen van activiteiten in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht door de Partijen bij deze Overeenkomst uit hoofde van artikel 38, werkt het wetenschappelijk en technisch orgaan in voorkomend geval samen met relevante rechtsinstrumenten en -kaders en relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties.
Het is niet nodig een screening of een milieueffectbeoordeling uit te voeren van een geplande activiteit in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, als de Partij die rechtsmacht of controle heeft over de geplande activiteit, bepaalt:
- a. dat de potentiële effecten van de geplande activiteit of categorie activiteiten zijn beoordeeld in overeenstemming met de vereisten van andere relevante rechtsinstrumenten of -kaders of door relevante mondiale, regionale, subregionale of sectorale organisaties;
- b. dat:
- i. de reeds voor de geplande activiteit uitgevoerde beoordeling gelijkwaardig is aan die welke op grond van dit Deel vereist is, en de resultaten van de beoordeling in aanmerking worden genomen; of
- ii. de voorschriften of normen die vastgesteld zijn in de relevante rechtsinstrumenten of -kaders of door de relevante mondiale, regionale, subregionale of sectorale organisaties die uit de beoordeling voortvloeien, zijn ontworpen om potentiële effecten te voorkomen, af te zwakken of te beheren zodat zij onder de in dit Deel vastgelegde drempel voor milieueffectbeoordelingen blijven en dat deze voorschriften en normen zijn nageleefd.
Wanneer een milieueffectbeoordeling voor een geplande activiteit in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht is uitgevoerd op grond van een relevant rechtsinstrument of rechtskader of een relevante mondiale, regionale, subregionale of sectorale organisatie, ziet de betrokken Partij erop toe dat het milieueffectbeoordelingsrapport via het uitwisselingsmechanisme wordt gepubliceerd.
Tenzij de geplande activiteiten die voldoen aan de criteria van het voorgaande lid 4, punt b), i), worden gemonitord en geëvalueerd in het kader van een relevant rechtsinstrument of rechtskader of een relevante mondiale, regionale, subregionale of sectorale organisatie, monitoren en evalueren de Partijen de activiteiten en zorgen zij ervoor dat de monitoring- en evaluatierapportages via het uitwisselingsmechanisme worden gepubliceerd.
Artikel 30. Drempelwaarden en factoren voor het uitvoeren van milieueffectbeoordelingen
Wanneer een geplande activiteit meer dan een gering of tijdelijk effect op het mariene milieu kan hebben, of wanneer de effecten van de activiteit onbekend of slecht begrepen zijn, voert de Partij met rechtsmacht of controle over de activiteit een screening uit van de activiteit overeenkomstig artikel 31, aan de hand van de in lid 2 hieronder genoemde factoren, met dien verstande dat:
- a. de screening voldoende gedetailleerd is om de Partij in staat te stellen te beoordelen of zij redelijke gronden heeft om aan te nemen dat de geplande activiteit aanzienlijke verontreiniging van of aanmerkelijke en schadelijke veranderingen in het mariene milieu kan teweegbrengen, en het volgende omvat:
- i. een beschrijving van de geplande activiteit, met inbegrip van het doel, de locatie, de duur en de intensiteit ervan; en
- ii. een eerste analyse van de potentiële effecten, met aandacht voor cumulatieve effecten en, in voorkomend geval, alternatieven voor de geplande activiteit;
- b. indien op basis van de screening wordt vastgesteld dat de Partij redelijke gronden heeft om aan te nemen dat de activiteit aanzienlijke verontreiniging van of aanmerkelijke en schadelijke veranderingen in het mariene milieu teweeg kan brengen, wordt een milieueffectbeoordeling uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van dit Deel.
Bij het bepalen of geplande activiteiten onder hun rechtsmacht of controle voldoen aan de in het voorgaande lid 1 vastgestelde drempelwaarde, nemen de Partijen de volgende niet-limitatieve lijst van factoren in overweging:
- a. het soort activiteit en de technologie die voor de activiteit wordt gebruikt en de wijze waarop deze moet worden uitgevoerd;
- b. de duur van de activiteit;
- c. de locatie van de activiteit;
- d. de kenmerken en het ecosysteem van de locatie (met inbegrip van gebieden met een bijzondere ecologische of biologische significantie of kwetsbaarheid);
- e. de potentiële effecten van de activiteit, met inbegrip van de potentiële cumulatieve effecten en de potentiële effecten in gebieden binnen de nationale rechtsmacht;
- f. de mate waarin de effecten van de activiteit onbekend of slecht begrepen zijn;
- g. andere relevante ecologische of biologische criteria.
Artikel 31. Procedure voor milieueffectbeoordelingen
De Partijen zorgen ervoor dat de procedure voor het uitvoeren van een milieueffectbeoordeling overeenkomstig dit Deel de volgende stappen omvat:
- a. Screening.De Partijen voeren tijdig een screening uit om vast te stellen of een milieueffectbeoordeling vereist is voor een geplande activiteit die onder hun rechtsmacht of controle valt, overeenkomstig artikel 30, en maken hun conclusie openbaar:
- i. indien een Partij vaststelt dat een milieueffectbeoordeling niet vereist is voor een geplande activiteit die onder haar rechtsmacht of controle valt, maakt zij relevante informatie, onder meer uit hoofde van artikel 30, lid 1, sub a), openbaar via het uitwisselingsmechanisme dat in het kader van deze Overeenkomst is ingesteld;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)