Overeenkomst in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, inzake het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht
- ii. op basis van de beste beschikbare wetenschappelijke kennis en informatie en, indien beschikbaar, relevante traditionele kennis van inheemse volken en lokale gemeenschappen, kan elke Partij haar standpunten over de mogelijke gevolgen van een geplande activiteit ten aanzien waarvan overeenkomstig bovenvermeld sub a), onder i), een conclusie is opgesteld, binnen 40 dagen na de bekendmaking ervan circuleren aan de Partij die de conclusie heeft opgesteld en aan het wetenschappelijk en technisch orgaan;
- iii. indien de Partij die haar standpunten heeft overgemaakt, haar bezorgdheid heeft geuit over de mogelijke gevolgen van een geplande activiteit waarop de conclusie betrekking heeft, houdt de Partij die tot die conclusie heeft besloten, rekening met deze bezwaren en kan zij haar conclusie herzien;
- iv. na afweging van de door een Partij als bedoeld in sub a), onder ii), ingediende bezwaren onderzoekt en kan het wetenschappelijk en technisch orgaan de potentiële effecten van de geplande activiteit beoordelen op basis van de beste beschikbare wetenschappelijke kennis en informatie en, indien beschikbaar, relevante traditionele kennis van inheemse volken en lokale gemeenschappen, en kan het, in voorkomend geval, aanbevelingen doen aan de Partij die de conclusie heeft opgesteld, nadat die Partij in de gelegenheid is gesteld te reageren op de geconstateerde bezwaren en rekening houdend met dit antwoord;
- v. de Partij die de in sub a), onder i), bedoelde conclusie heeft getrokken, onderzoekt alle aanbevelingen van het wetenschappelijk en technisch orgaan;
- vi. de optekening van de standpunten en de aanbevelingen van het wetenschappelijk en technisch orgaan wordt openbaar gemaakt, onder meer via het uitwisselingsmechanisme.
- b. Scoping. De Partijen zorgen ervoor dat de belangrijkste milieueffecten en alle daarmee samenhangende effecten, zoals economische, sociale en culturele effecten en effecten voor de menselijke gezondheid, met inbegrip van potentiële cumulatieve effecten en effecten in gebieden binnen de nationale rechtsmacht, alsook eventuele alternatieven voor de geplande activiteit die moeten worden opgenomen in de milieueffectbeoordelingen die uit hoofde van dit Deel worden uitgevoerd, worden geïdentificeerd. De reikwijdte en het detailleringsniveau worden bepaald aan de hand van de beste beschikbare wetenschappelijke kennis en informatie en, indien beschikbaar, relevante traditionele kennis van inheemse volken en lokale gemeenschappen.
- c. Effectbeoordeling en evaluatie. De Partijen zorgen ervoor dat de effecten van geplande activiteiten, met inbegrip van cumulatieve effecten en effecten in gebieden binnen de nationale rechtsmacht, worden beoordeeld en geëvalueerd aan de hand van de beste beschikbare wetenschappelijke kennis en informatie en, indien beschikbaar, relevante traditionele kennis van inheemse volken en lokale gemeenschappen.
- d. Preventie, mitigatie en beheer van mogelijke negatieve effecten. De Partijen zorgen ervoor dat:
- i. maatregelen om mogelijke negatieve effecten van de geplande activiteiten onder hun rechtsmacht of controle te voorkomen, te beperken en te beheren, worden vastgesteld en geanalyseerd om aanmerkelijke negatieve effecten te voorkomen. Dergelijke maatregelen kunnen onder meer inhouden dat alternatieven worden overwogen voor de geplande activiteit die onder hun rechtsmacht of controle valt;
- ii. in voorkomend geval worden deze maatregelen opgenomen in een milieubeheerplan.
- e. De Partijen zorgen voor openbare kennisgeving en raadpleging overeenkomstig artikel 32 van deze Overeenkomst.
- f. De Partijen zorgen voor de opstelling en publicatie van een milieueffectrapport overeenkomstig artikel 33 van deze Overeenkomst.
De Partijen kunnen gezamenlijke milieueffectbeoordelingen uitvoeren, met name voor geplande activiteiten die onder de rechtsmacht of controle van kleine eilandstaten in ontwikkeling vallen.
Onder toezicht van het wetenschappelijk en technisch orgaan wordt een lijst van deskundigen opgesteld. Partijen met capaciteitsbeperkingen kunnen deze deskundigen om advies en bijstand verzoeken bij het uitvoeren en evalueren van screenings en milieueffectbeoordelingen voor een geplande activiteit die onder hun rechtsmacht of controle valt. De deskundigen kunnen niet worden aangesteld voor een ander onderdeel van het milieueffectbeoordelingsproces van dezelfde activiteit. De Partij die om advies en bijstand heeft verzocht, zorgt ervoor dat deze milieueffectbeoordelingen haar ter toetsing en besluitvorming worden voorgelegd.
Artikel 32. Openbare kennisgeving en raadpleging
De Partijen zorgen voor tijdige openbare kennisgeving van een geplande activiteit, onder meer door publicatie via het uitwisselingsmechanisme en via het Secretariaat, en voor geplande en effectieve tijdsgebonden mogelijkheden, voor zover praktisch haalbaar, voor deelname aan de milieueffectbeoordeling voor alle staten, met name aangrenzende kuststaten en andere staten die grenzen aan de activiteit en mogelijk de meeste gevolgen hiervan ondervinden, en voor alle belanghebbenden. Kennisgeving en mogelijkheden voor deelname, onder meer door het indienen van opmerkingen, vinden plaats tijdens het gehele milieueffectbeoordelingsproces, in voorkomend geval ook wanneer de reikwijdte en het detailleringsniveau van een milieueffectbeoordeling overeenkomstig artikel 31, lid 1, sub b), worden vastgesteld en wanneer een ontwerp-milieueffectrapport is opgesteld overeenkomstig artikel 33, voordat een besluit wordt genomen over het al dan niet verlenen van toestemming voor de activiteit.
De potentieel meest getroffen staten worden bepaald door rekening te houden met de aard en de potentiële gevolgen van de geplande activiteit op het mariene milieu en omvatten:
- a. kuststaten waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de uitoefening van soevereine rechten met het oog op de exploratie, de exploitatie, het behoud of het beheer van natuurlijke bronnen door de activiteit wordt beïnvloed;
- b. staten die op het gebied van de geplande activiteit menselijke activiteiten verrichten, met inbegrip van economische activiteiten, waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat zij worden getroffen.
Belanghebbenden bij dit proces zijn onder meer inheemse volken en lokale gemeenschappen met relevante traditionele kennis, relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties, het maatschappelijk middenveld, de wetenschappelijke gemeenschap en het publiek.
Wanneer het kleine eilandstaten in ontwikkeling betreft, moeten de openbare kennisgeving en raadpleging overeenkomstig artikel 48, lid 3, inclusief en transparant zijn, tijdig uitgevoerd worden en gericht en proactief zijn.
Inhoudelijke opmerkingen die tijdens het raadplegingsproces worden ontvangen, ook van aangrenzende kuststaten en andere staten die grenzen aan de geplande activiteit wanneer zij potentieel meest getroffen staten zijn, worden in overweging genomen en door de Partijen behandeld. De Partijen houden in het bijzonder rekening met opmerkingen over mogelijke gevolgen in gebieden binnen de nationale rechtsmacht en dienen zo nodig schriftelijke antwoorden in, waarin specifiek wordt ingegaan op dergelijke opmerkingen, onder meer met betrekking tot eventuele aanvullende maatregelen om die potentiële effecten aan te pakken. De Partijen maken de ontvangen opmerkingen en de antwoorden of beschrijvingen van de wijze waarop deze zijn behandeld openbaar.
Wanneer een geplande activiteit gevolgen heeft voor gebieden op volle zee die volledig omgeven zijn door de exclusieve economische zones van staten, doen de Partijen het volgende:
- a. zij plegen met deze omringende staten gericht en proactief overleg, met inbegrip van voorafgaande kennisgeving;
- b. zij houden rekening met de standpunten en opmerkingen van de omringende staten over de geplande activiteit en verstrekken schriftelijke antwoorden waarin specifiek wordt ingegaan op die standpunten en opmerkingen, en, in voorkomend geval, passen zij de geplande activiteit dienovereenkomstig aan.
De Partijen zorgen voor toegang tot informatie met betrekking tot het milieueffectbeoordelingsproces in het kader van deze Overeenkomst. Desondanks zijn de Partijen niet verplicht vertrouwelijke of gepatenteerde informatie openbaar te maken. Het feit dat vertrouwelijke of bedrijfseigen informatie is bewerkt, wordt vermeld in openbare documenten.
Artikel 33. Rapporten over milieueffectbeoordelingen
De Partijen zorgen voor de opstelling van een milieueffectrapport voor een dergelijke overeenkomstig dit Deel uitgevoerde beoordeling.
Het milieueffectbeoordelingsrapport bevat ten minste de volgende informatie: een beschrijving van de geplande activiteit, met inbegrip van de locatie ervan; een beschrijving van de resultaten van het verkennend onderzoek; een beoordeling van het referentieniveau van het mariene milieu dat waarschijnlijk zal worden aangetast; een beschrijving van de potentiële effecten, met inbegrip van potentiële cumulatieve effecten en eventuele effecten in gebieden binnen de nationale rechtsmacht; een beschrijving van mogelijke preventie-, mitigatie- en beheersmaatregelen; een beschrijving van onzekerheden en kennishiaten; informatie over de openbare raadpleging; een beschrijving van de overweging van redelijke alternatieven voor de geplande activiteit; een beschrijving van de vervolgacties, met inbegrip van een milieubeheerplan; en een niet-technische samenvatting.
De Partij stelt het ontwerp van het milieueffectrapport tijdens de openbare raadpleging via het uitwisselingsmechanisme beschikbaar om het wetenschappelijk en technisch orgaan de gelegenheid te bieden het verslag te bestuderen en te evalueren.
Het wetenschappelijk en technisch orgaan kan, in voorkomend geval en tijdig, aan de Partij opmerkingen doen toekomen over het ontwerp van het milieueffectbeoordelingsrapport. De Partij houdt rekening met eventuele opmerkingen van het wetenschappelijk en technisch orgaan.
De Partijen publiceren de verslagen van de milieueffectbeoordelingen, onder meer via het uitwisselingsmechanisme. Het Secretariaat zorgt ervoor dat alle Partijen tijdig in kennis worden gesteld van de publicatie van verslagen via het uitwisselingsmechanisme.
De definitieve milieueffectrapporten worden door het wetenschappelijk en technisch orgaan op basis van de relevante praktijken, procedures en kennis in het kader van deze Overeenkomst in overweging genomen met het oog op de ontwikkeling van richtsnoeren, met inbegrip van de vaststelling van best practices.
Een selectie van de gepubliceerde informatie die in het screeningproces wordt gebruikt om besluiten te nemen over het al dan niet uitvoeren van een milieueffectbeoordeling overeenkomstig de artikelen 30 en 31, wordt door het wetenschappelijk en technisch orgaan in overweging genomen en beoordeeld op basis van relevante praktijken, procedures en kennis in het kader van deze Overeenkomst, met het oog op het ontwikkelen van richtsnoeren, met inbegrip van de vaststelling van best practices.
Artikel 34. Besluitvorming
Het is de taak van de Partij die de rechtsmacht of controle over een geplande activiteit heeft, om te bepalen of de activiteit mag doorgaan.
Bij het bepalen of de geplande activiteit op grond van dit Deel mag plaatsvinden, wordt ten volle rekening gehouden met een overeenkomstig dit Deel uitgevoerde milieueffectbeoordeling. Een besluit om toestemming te verlenen voor de geplande activiteit onder de rechtsmacht of de controle van een Partij wordt alleen genomen wanneer de Partij, rekening houdende met mitigatie- of beheersmaatregelen, heeft vastgesteld dat zij alle redelijke inspanningen heeft geleverd om ervoor te zorgen dat de activiteit kan worden uitgevoerd op een wijze die strookt met het voorkomen van aanmerkelijke negatieve effecten op het mariene milieu.
In de beslisdocumenten worden alle goedkeuringsvoorwaarden met betrekking tot risicobeperkende maatregelen en follow-upvoorschriften duidelijk vermeld. Beslisdocumenten worden openbaar gemaakt, onder meer via het uitwisselingsmechanisme.
Op verzoek van een Partij kan de Conferentie van de Partijen aan die Partij advies en bijstand verlenen bij het bepalen of een geplande activiteit onder haar rechtsmacht of controle mag worden voortgezet.
Artikel 35. Monitoring van de effecten van toegestane activiteiten
De Partijen houden, door gebruik te maken van de beste beschikbare wetenschappelijke kennis en informatie en, indien beschikbaar, de relevante traditionele kennis van inheemse volken en lokale gemeenschappen, toezicht op de effecten van activiteiten in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht die zij toestaan of waarin zij actief zijn, om te bepalen of deze activiteiten het mariene milieu zouden kunnen vervuilen of nadelig zouden kunnen beïnvloeden. Elke Partij houdt met name toezicht op de milieueffecten en alle daarmee samenhangende effecten, zoals economische, sociale en culturele effecten en gevolgen voor de menselijke gezondheid, van een onder haar bevoegdheid of controle vallende activiteit waarvoor toestemming is verleend, overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld in de goedkeuring van de activiteit.
Artikel 36. Rapportage over de effecten van toegestane activiteiten
Partijen die individueel of collectief optreden, brengen periodiek verslag uit over de effecten van de toegestane activiteit en de resultaten van de krachtens artikel 35 vereiste monitoring.
Monitoringsrapportages worden openbaar gemaakt, onder meer via het uitwisselingsmechanisme, en het wetenschappelijk en technisch orgaan kan de monitoringsrapportages in overweging nemen en evalueren.
Monitoringsrapportages worden door het wetenschappelijk en technisch orgaan op basis van relevante praktijken, procedures en kennis in het kader van deze Overeenkomst in overweging genomen met het oog op de ontwikkeling van richtsnoeren voor de monitoring van de effecten van toegestane activiteiten, met inbegrip van de vaststelling van best practices.
Artikel 37. Evaluatie van toegestane activiteiten en de effecten daarvan
De Partijen zorgen ervoor dat de effecten van de overeenkomstig artikel 35 gemonitorde activiteit waarvoor toestemming is verleend, worden geëvalueerd.
Indien de Partij die rechtsmacht of controle heeft over de activiteit, aanmerkelijke nadelige effecten vaststelt die niet in de milieueffectbeoordeling waren voorzien, in aard of ernst, of die voortvloeien uit een inbreuk op een van de voorwaarden die zijn vastgesteld in de goedkeuring van de activiteit, herziet de Partij haar besluit waarbij toestemming wordt verleend voor de activiteit, en stelt zij de Conferentie van de Partijen, de andere Partijen en het publiek daarvan in kennis, onder meer via het uitwisselingsmechanisme, en:
- a. eist zij dat maatregelen worden voorgesteld en uitgevoerd om die effecten te voorkomen, te beperken en/of te beheren, of om andere noodzakelijke maatregelen te nemen en/of de activiteit stop te zetten, naargelang het geval; en
- b. evalueert zij tijdig welke maatregelen zijn uitgevoerd of welke acties in het kader van sub a) hierboven zijn ondernomen.
Op basis van de uit hoofde van artikel 36 ontvangen verslagen kan het wetenschappelijk en technisch orgaan de Partij die toestemming voor de activiteit heeft verleend, ervan in kennis stellen dat het van oordeel is dat de activiteit aanmerkelijke nadelige effecten kan hebben die niet in de milieueffectbeoordeling waren voorzien of die voortvloeien uit een schending van de voorwaarden voor de goedkeuring van de toegestane activiteit, en kan het, in voorkomend geval, aanbevelingen doen aan de Partij.
- a. Op basis van de beste beschikbare wetenschappelijke kennis en informatie en, indien beschikbaar, relevante traditionele kennis van inheemse volken en lokale gemeenschappen, kan een Partij haar bedenkingen indienen bij de Partij die de activiteit heeft goedgekeurd en bij het wetenschappelijk en technisch orgaan, dat de toegestane activiteit aanmerkelijke nadelige effecten kan hebben die in de milieueffectbeoordeling niet waren voorzien, in aard of ernst, of die het gevolg zijn van een schending van de voorwaarden voor de goedkeuring van de toegelaten activiteit.
- b. De Partij die toestemming voor de activiteit heeft verleend, houdt rekening met dergelijke bedenkingen.
- c. Na bestudering van de door een Partij ingediende bedenkingen onderzoekt en kan het wetenschappelijk en technisch orgaan de aangelegenheid beoordelen op basis van de beste beschikbare wetenschappelijke kennis en informatie en, indien beschikbaar, relevante traditionele kennis van inheemse volken en lokale gemeenschappen, en indien het van oordeel is dat een dergelijke activiteit aanmerkelijke nadelige effecten kan hebben die niet in de milieueffectbeoordeling waren voorzien of die voortvloeien uit een schending van de voorwaarden voor de goedkeuring van de toegestane activiteit, kan het de Partij die de activiteit heeft toegestaan hiervan in kennis stellen, en na die Partij in de gelegenheid te hebben gesteld om op de ingediende bedenkingen te reageren en rekening houdend met dit antwoord, kan het orgaan in voorkomend geval aanbevelingen doen aan deze Partij die toestemming heeft verleend voor de activiteit.
- d. De vastlegging van bedenkingen, eventuele kennisgevingen en aanbevelingen van het wetenschappelijk en technisch orgaan worden openbaar gemaakt, onder meer via het uitwisselingsmechanisme.
- e. De Partij die toestemming heeft verleend voor de activiteit, houdt rekening met alle kennisgevingen en aanbevelingen van het wetenschappelijk en technisch orgaan.
Alle staten, met name aangrenzende kuststaten en alle andere staten die grenzen aan de activiteit en die behoren tot de staten die naar alle waarschijnlijkheid het meest worden getroffen, en belanghebbenden worden via het uitwisselingsmechanisme op de hoogte gehouden en kunnen worden geraadpleegd bij het toezicht op, de rapportage over en de evaluatie van een krachtens deze Overeenkomst toegestane activiteit.
De Partijen publiceren, onder meer via het uitwisselingsmechanisme:
- a. rapporten over de evaluatie van de effecten van de toegestane activiteit;
- b. beslisdocumenten, met inbegrip van een lijst van redenen voor het besluit van de Partij, wanneer een Partij haar besluit tot goedkeuring van de activiteit heeft gewijzigd.
Artikel 38. Door het wetenschappelijk en technisch orgaan te ontwikkelen normen en/of richtsnoeren met betrekking tot milieueffectbeoordelingen
Het Wetenschappelijk en Technisch Orgaan ontwikkelt normen of richtsnoeren die door de Conferentie van de Partijen worden bestudeerd en aangenomen met betrekking tot:
- a. de vaststelling of de drempelwaarden voor de uitvoering van een screening of een milieueffectbeoordeling uit hoofde van artikel 30 voor geplande activiteiten zijn gehaald of overschreden, onder meer op basis van de in lid 2 van dat artikel genoemde niet-uitputtende factoren;
- b. de beoordeling van cumulatieve effecten in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht en de wijze waarop met die effecten rekening moet worden gehouden in de milieueffectbeoordelingsprocedure;
- c. de beoordeling van de effecten, in gebieden binnen de nationale rechtsmacht, van geplande activiteiten in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht en de wijze waarop met die effecten rekening moet worden gehouden in de milieueffectbeoordelingsprocedure;
- d. de procedure inzake de openbare kennisgeving en raadpleging uit hoofde van artikel 32, met inbegrip van de vaststelling van wat vertrouwelijke of bedrijfseigen informatie is;
- e. de vereiste inhoud van milieueffectbeoordelingsrapporten en van de gepubliceerde informatie die is gebruikt in het screeningproces overeenkomstig artikel 33, met inbegrip van best practices;
- f. de monitoring van en verslaglegging over de effecten van toegestane activiteiten als bedoeld in de artikelen 35 en 36, met inbegrip van de vaststelling van best practices;
- g. het uitvoeren van strategische milieubeoordelingen.
Het wetenschappelijk en technisch orgaan kan ook normen en richtsnoeren ontwikkelen met het oog op bespreking en goedkeuring door de Conferentie van de Partijen, onder meer met betrekking tot:
- a. een indicatieve, niet-uitputtende lijst van activiteiten waarvoor al dan niet een milieueffectbeoordeling vereist is, alsmede alle criteria in verband met die activiteiten, die periodiek wordt bijgewerkt;
- b. de uitvoering van milieueffectbeoordelingen door de Partijen bij deze Overeenkomst in gebieden waarvan is vastgesteld dat zij bescherming of bijzondere aandacht behoeven.
Elke norm wordt overeenkomstig artikel 74 opgenomen in een bijlage bij deze Overeenkomst.
Artikel 39. Strategische milieubeoordelingen
De Partijen overwegen, afzonderlijk of in samenwerking met andere Partijen, strategische milieubeoordelingen uit te voeren voor plannen en programma’s met betrekking tot activiteiten die onder hun rechtsmacht of controle vallen, die moeten worden uitgevoerd in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, teneinde de mogelijke gevolgen van dergelijke plannen of programma’s en van alternatieven voor het mariene milieu te beoordelen.
De Conferentie van de Partijen kan een strategische milieubeoordeling van een gebied of regio uitvoeren om de beste beschikbare informatie over het gebied of de regio te verzamelen en samen te vatten, actuele en potentiële toekomstige effecten te beoordelen en lacunes in de gegevens en onderzoeksprioriteiten vast te stellen.
Bij het uitvoeren van milieueffectbeoordelingen overeenkomstig dit Deel houden de Partijen rekening met de resultaten van relevante strategische milieubeoordelingen die zijn uitgevoerd overeenkomstig de leden 1 en 2, voor zover beschikbaar.
De Conferentie van de Partijen ontwikkelt richtsnoeren voor de uitvoering van elke in dit artikel beschreven categorie van strategische milieueffectbeoordeling.
DEEL V. CAPACITEITSOPBOUW EN OVERDRACHT VAN MARIENE TECHNOLOGIE
Artikel 40. Doelstellingen
De doelstellingen van dit Deel zijn:
- a. de Partijen, met name de ontwikkelingslanden die Partij zijn, bijstaan bij de uitvoering van de bepalingen van deze Overeenkomst, teneinde de doelstellingen ervan te verwezenlijken;
- b. inclusieve, billijke en doeltreffende samenwerking en deelname aan de in het kader van deze Overeenkomst ondernomen activiteiten mogelijk maken;
- c. de mariene wetenschappelijke en technologische capaciteit ontwikkelen, ook met betrekking tot onderzoek, door de Partijen, met name de ontwikkelingslanden die Partij zijn, met betrekking tot het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, onder meer door toegang tot mariene technologie door en de overdracht van mariene technologie aan ontwikkelingslanden die Partij zijn;
- d. kennis over het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht vergroten, verspreiden en delen;
- e. in het bijzonder steun verlenen aan ontwikkelingslanden die Partij zijn, met name de minst ontwikkelde landen, niet aan zee grenzende ontwikkelingslanden, staten met een ongunstige geografische ligging, kleine eilandstaten in ontwikkeling, Afrikaanse kuststaten, archipelstaten en ontwikkelingslanden met een middeninkomen, door middel van capaciteitsopbouw en de ontwikkeling en overdracht van mariene technologie in het kader van deze Overeenkomst, bij de verwezenlijking van de doelstellingen met betrekking tot:
- i. mariene genetische bronnen, met inbegrip van het delen van voordelen, zoals bedoeld in artikel 9;
- ii. maatregelen zoals gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden, zoals bedoeld in artikel 17;
- iii. milieueffectbeoordelingen, zoals bedoeld in artikel 27.
Artikel 41. Samenwerking op het gebied van capaciteitsopbouw en de overdracht van mariene technologie
De Partijen werken rechtstreeks of via relevante rechtsinstrumenten en -kaders en relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties samen om de Partijen, met name ontwikkelingslanden die Partij zijn, bij te staan bij de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst door middel van capaciteitsopbouw en de ontwikkeling en overdracht van mariene wetenschap en mariene technologie.
Bij het bieden van capaciteitsopbouw en de overdracht van mariene technologie in het kader van deze Overeenkomst werken de Partijen op alle niveaus en in alle vormen samen, onder meer door partnerschappen met en betrokkenheid van alle relevante belanghebbenden, zoals, in voorkomend geval, de particuliere sector, het maatschappelijk middenveld en inheemse volken en lokale gemeenschappen als houders van traditionele kennis, alsmede door versterking van de samenwerking en coördinatie tussen de relevante rechtsinstrumenten en -kaders en relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties.
Bij de uitvoering van dit Deel erkennen de Partijen ten volle de bijzondere behoeften van de ontwikkelingslanden die Partij zijn, met name de minst ontwikkelde landen, niet aan zee grenzende ontwikkelingslanden, staten met een ongunstige geografische ligging, kleine eilandstaten in ontwikkeling, Afrikaanse kuststaten, archipelstaten en ontwikkelingslanden met een middeninkomen. De Partijen zorgen ervoor dat de capaciteitsopbouw en de overdracht van mariene technologie niet afhankelijk worden gesteld van strenge rapportagevereisten.
Artikel 42. Uitvoeringsbepalingen voor capaciteitsopbouw en voor de overdracht van mariene technologie
De Partijen zorgen, binnen hun mogelijkheden, voor capaciteitsopbouw voor ontwikkelingslanden die Partij zijn en werken samen om de overdracht van mariene technologie te bewerkstelligen, met name aan ontwikkelingslanden die Partij zijn en daarom verzoeken, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere omstandigheden van kleine eilandstaten in ontwikkeling en van de minst ontwikkelde landen, overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst.
De Partijen verstrekken, binnen hun mogelijkheden, middelen om dergelijke capaciteitsopbouw en de ontwikkeling en overdracht van mariene technologie te ondersteunen en de toegang tot andere steunbronnen te vergemakkelijken, rekening houdend met hun nationale beleid, prioriteiten, plannen en programma’s.
Capaciteitsopbouw en de overdracht van mariene technologie moeten een door het land aangestuurd, transparant, doeltreffend en iteratief proces zijn dat participatief, sectoroverschrijdend en genderresponsief is. In voorkomend geval bouwt het voort op bestaande programma’s en vormt het geen overlapping met bestaande programma’s en wordt het geïnspireerd door lessen die zijn getrokken uit onder meer capaciteitsopbouw en overdracht van activiteiten op het gebied van mariene technologie in het kader van relevante rechtsinstrumenten en -kaders en relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties. Voor zover mogelijk houdt het proces met deze activiteiten rekening teneinde de efficiëntie en de resultaten te maximaliseren.
Capaciteitsopbouw en de overdracht van mariene technologie zijn gebaseerd en afgestemd op de behoeften en prioriteiten van de ontwikkelingslanden die Partij zijn, rekening houdend met de bijzondere omstandigheden van kleine eilandstaten in ontwikkeling en van de minst ontwikkelde landen, die aan de hand van behoeftenanalysen per geval, of op subregionale of regionale basis worden vastgesteld. Dergelijke behoeften en prioriteiten kunnen zelf worden beoordeeld of gefaciliteerd door het comité voor capaciteitsopbouw en overdracht van mariene technologie en het uitwisselingsmechanisme.
Artikel 43. Aanvullende uitvoeringsbepalingen voor de overdracht van mariene technologie
De Partijen delen een langetermijnvisie op het belang van de volledige verwezenlijking van de ontwikkeling en overdracht van technologie voor inclusieve, billijke en doeltreffende samenwerking en deelname aan de in het kader van deze Overeenkomst ondernomen activiteiten, teneinde de doelstellingen ervan volledig te verwezenlijken.
De overdracht van mariene technologie in het kader van deze Overeenkomst vindt plaats onder eerlijke en meest gunstige voorwaarden, met inbegrip van bevoorrechte en preferentiële regelingen, en in overeenstemming met onderling overeengekomen voorwaarden en met de doelstellingen van deze Overeenkomst.
De Partijen bevorderen en stimuleren de economische en juridische voorwaarden voor de overdracht van mariene technologie aan ontwikkelingslanden die Partij zijn, rekening houdend met de bijzondere omstandigheden van kleine eilandstaten in ontwikkeling en van de minst ontwikkelde landen, met inbegrip van het eventueel verstrekken van stimulansen aan ondernemingen en instellingen.
Bij de overdracht van mariene technologie wordt rekening gehouden met alle rechten op deze technologieën en worden alle legitieme belangen in acht genomen, met inbegrip van onder meer de rechten en plichten van houders, leveranciers en ontvangers van mariene technologie, en met name rekening houdend met de belangen en behoeften van de ontwikkelingslanden met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst.
Mariene technologie die op grond van dit Deel wordt overgedragen, is passend, relevant en, voor zover mogelijk, betrouwbaar, betaalbaar, actueel, milieuvriendelijk en beschikbaar in een toegankelijke vorm voor de ontwikkelingslanden die Partij zijn, waarbij rekening wordt gehouden met de bijzondere omstandigheden van kleine eilandstaten in ontwikkeling en van de minst ontwikkelde landen.
Artikel 44. Soorten capaciteitsopbouw en overdracht van mariene technologie
Ter ondersteuning van de in artikel 40 genoemde doelstellingen kunnen de vormen van capaciteitsopbouw en de overdracht van mariene technologie verschillend zijn, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, steun voor de totstandbrenging of verbetering van de capaciteiten van de Partijen op het vlak van menselijke bronnen, financieel beheer, en wetenschappelijke, technologische, organisatorische, institutionele middelen, zoals:
- a. de verspreiding en het gebruik van relevante gegevens, informatie, kennis en onderzoeksresultaten;
- b. informatieverspreiding en bewustmaking, onder meer met betrekking tot relevante traditionele kennis van inheemse volken en lokale gemeenschappen, in overeenstemming met de vrij gegeven, voorafgaande en geïnformeerde toestemming van deze inheemse volken en, in voorkomend geval, lokale gemeenschappen;
- c. de ontwikkeling en versterking van relevante infrastructuur, met inbegrip van de uitrusting en de capaciteit van het personeel voor het gebruik en het onderhoud ervan;
- d. de ontwikkeling en versterking van institutionele capaciteit en nationale regelgevingskaders of -mechanismen;
- e. de ontwikkeling en versterking van de capaciteiten op het gebied van menselijke bronnen en middelen voor financieel beheer en technische deskundigheid door middel van uitwisselingen, samenwerking op onderzoeksgebied, technische ondersteuning, onderwijs en opleiding en de overdracht van mariene technologie;
- f. de ontwikkeling en uitwisseling van handleidingen, richtsnoeren en normen;
- g. de ontwikkeling van technische, wetenschappelijke en onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma’s;
- h. de ontwikkeling en versterking van capaciteiten en technologische instrumenten voor doeltreffende monitoring, controle en bewaking van activiteiten die binnen het toepassingsgebied van deze Overeenkomst vallen.
Nadere bijzonderheden over de in dit artikel genoemde soorten capaciteitsopbouw en overdracht van mariene technologie zijn opgenomen in bijlage II.
De Conferentie van de Partijen, rekening houdend met de aanbevelingen van het comité voor capaciteitsopbouw en overdracht van mariene technologie, zal periodiek, naargelang de noodzaak, de in bijlage II opgenomen indicatieve en niet-uitputtende lijst van soorten capaciteitsopbouw en overdracht van mariene technologie onderzoeken, beoordelen, verder ontwikkelen en hierover richtsnoeren verstrekken om rekening te houden met de technologische vooruitgang en innovatie en om in te spelen op en zich aan te passen aan de veranderende behoeften van staten, subregio’s en regio’s.
Artikel 45. Toezicht en evaluatie
Capaciteitsopbouw en de overdracht van mariene technologie overeenkomstig de bepalingen van dit Deel worden op gezette tijden gemonitord en geëvalueerd.
De (het) in het voorgaande lid 1 bedoelde toezicht en evaluatie worden uitgevoerd door het comité voor capaciteitsopbouw en overdracht van mariene technologie, onder het gezag van de Conferentie van de Partijen, en zijn gericht op:
- a. het beoordelen en evalueren van de behoeften en prioriteiten van de ontwikkelingslanden die Partij zijn op het gebied van capaciteitsopbouw en de overdracht van mariene technologie, met bijzondere aandacht voor de bijzondere behoeften van de ontwikkelingslanden die Partij zijn en de bijzondere omstandigheden van kleine eilandstaten in ontwikkeling en van de minst ontwikkelde landen, overeenkomstig artikel 42, lid 4;
- b. het evalueren van de vereiste, verstrekte en gemobiliseerde steun, alsook van lacunes in het voldoen aan de geëvalueerde behoeften van de ontwikkelingslanden die Partij zijn met betrekking tot deze Overeenkomst;
- c. het in kaart brengen en mobiliseren van middelen in het kader van het bij artikel 52 ingestelde financiële mechanisme voor de ontwikkeling en uitvoering van capaciteitsopbouw en de overdracht van mariene technologie, onder meer voor het uitvoeren van behoeftenanalysen;
- d. het meten van de prestaties op basis van overeengekomen indicatoren en het evalueren van op resultaten gebaseerde analysen, onder meer met betrekking tot de output, resultaten, vooruitgang en doeltreffendheid van capaciteitsopbouw en overdracht van mariene technologie in het kader van deze Overeenkomst, alsook van successen en uitdagingen;
- e. het doen van aanbevelingen voor vervolgactiviteiten, onder meer over de wijze waarop capaciteitsopbouw en de overdracht van mariene technologie verder kunnen worden verbeterd, zodat ontwikkelingslanden die Partij zijn, rekening houdende met de bijzondere omstandigheden van kleine eilandstaten in ontwikkeling en van de minst ontwikkelde landen, hun uitvoering van de Overeenkomst kunnen versterken teneinde de doelstellingen ervan te verwezenlijken.
Ter ondersteuning van de monitoring en evaluatie van capaciteitsopbouw en de overdracht van mariene technologie dienen de Partijen verslagen in bij het comité voor capaciteitsopbouw en overdracht van mariene technologie. Deze verslagen moeten worden opgesteld in een vorm en met een regelmaat die door de Conferentie van de Partijen worden vastgesteld, rekening houdend met de aanbevelingen van het comité voor capaciteitsopbouw en overdracht van mariene technologie. Bij de indiening van hun verslagen houden de Partijen in voorkomend geval rekening met de inbreng van regionale en subregionale organisaties op het gebied van capaciteitsopbouw en de overdracht van mariene technologie. De door de Partijen ingediende verslagen en alle bijdragen van regionale en subregionale organisaties over capaciteitsopbouw en de overdracht van mariene technologie moeten openbaar worden gemaakt. De Conferentie van de Partijen ziet erop toe dat de rapportagevereisten gestroomlijnd en niet belastend zijn, met name voor ontwikkelingslanden die Partij zijn, ook wat betreft kosten en tijd.
Artikel 46. Comité voor capaciteitsopbouw en overdracht van mariene technologie
Hierbij wordt een comité voor capaciteitsopbouw en overdracht van mariene technologie opgericht.
Het comité bestaat uit leden die over de nodige kwalificaties en deskundigheid beschikken om objectief in het belang van de Overeenkomst te dienen, en die door de Partijen worden voorgedragen en door de Conferentie van de Partijen worden gekozen, rekening houdend met genderevenwicht en een billijke geografische spreiding, en waarin onder meer de minst ontwikkelde landen, de kleine eilandstaten in ontwikkeling en de niet aan zee grenzende ontwikkelingslanden vertegenwoordigd zijn. Het mandaat en de werkwijze van het comité worden door de Conferentie van de Partijen tijdens haar eerste vergadering vastgesteld.
Het comité dient verslagen en aanbevelingen in die de Conferentie van de Partijen overweegt en waaraan zij in voorkomend geval gevolg geeft.
DEEL VI. INSTITUTIONELE REGELINGEN
Artikel 47. Conferentie van de Partijen
Hierbij wordt een Conferentie van de Partijen ingesteld.
De eerste vergadering van de Conferentie van de Partijen wordt door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties bijeengeroepen uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst. Daarna houdt de Conferentie van de Partijen gewone vergaderingen met een door haar te bepalen regelmaat. Buitengewone vergaderingen van de Conferentie van de Partijen kunnen overeenkomstig het reglement van orde op andere tijdstippen worden gehouden.
De Conferentie van de Partijen komt gewoonlijk bijeen op de zetel van het Secretariaat of op de zetel van de Verenigde Naties.
De Conferentie van de Partijen stelt op haar eerste vergadering bij consensus een reglement van orde voor haarzelf en haar hulporganen vast, alsmede de financiële regels voor de financiering van het Secretariaat en van eventuele hulporganen, en daarna het reglement van orde en de financiële regels voor elk ander hulporgaan dat zij eventueel vaststelt. Totdat het reglement van orde is vastgesteld, is het reglement van orde van de intergouvernementele conferentie betreffende een juridisch bindend internationaal instrument in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee inzake het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht van toepassing.
De Conferentie van de Partijen stelt alles in het werk om besluiten en aanbevelingen bij consensus aan te nemen. Tenzij in deze Overeenkomst anders is bepaald, worden, indien alle pogingen om een consensus te bereiken, zijn uitgeput, besluiten en aanbevelingen van de Conferentie van de Partijen met betrekking tot inhoudelijke aangelegenheden aangenomen met een meerderheid van twee derde van de aanwezige en stemmende Partijen, en worden besluiten over procedurekwesties aangenomen met een meerderheid van de aanwezige en stemmende Partijen.
De Conferentie van de Partijen houdt toezicht op en evalueert de uitvoering van deze Overeenkomst en zal daartoe:
- a. besluiten en aanbevelingen vaststellen met betrekking tot de uitvoering van deze Overeenkomst;
- b. de uitwisseling van informatie tussen de Partijen die relevant is voor de uitvoering van deze Overeenkomst evalueren en faciliteren;
- c. samenwerking en coördinatie met en tussen de relevante rechtsinstrumenten en -kaders en relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties bevorderen, onder meer door het tot stand brengen van passende processen, met het oog op een betere samenhang van de inspanningen voor het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht;
- d. de hulporganen instellen die nodig worden geacht om de uitvoering van deze Overeenkomst te ondersteunen;
- e. een begroting vaststellen met een meerderheid van drie vierde van de aanwezige en stemmende Partijen, indien alle pogingen om tot een consensus te komen zijn uitgeput, met een zodanige frequentie en voor een door haar vast te stellen financiële periode;
- f. andere in deze Overeenkomst genoemde of voor de uitvoering ervan vereiste taken verrichten.
De Conferentie van de Partijen kan besluiten het Internationaal Hof voor het recht van de zee te verzoeken advies uit te brengen over een rechtsvraag betreffende de overeenstemming van een voorstel met deze Overeenkomst dat aan de Conferentie van de Partijen is voorgelegd over een onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheid. Een verzoek om advies wordt niet ingewonnen over een aangelegenheid die onder de bevoegdheid van andere mondiale, regionale, subregionale of sectorale organisaties valt, noch over een aangelegenheid die noodzakelijkerwijs gepaard gaat met de gelijktijdige behandeling van geschillen over soevereiniteit of andere rechten over vastelands- of eilandgebied of een aanspraak daarop, of over de juridische status van een gebied binnen de nationale rechtsmacht. In het verzoek wordt aangegeven wat de reikwijdte van de juridische kwestie is waarover het advies wordt gevraagd. De Conferentie van de Partijen kan verzoeken dat dit advies met spoed wordt uitgebracht.
Binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst en daarna met door haar vast te stellen tussenpozen beoordeelt en evalueert de Conferentie van de Partijen de deugdelijkheid en doeltreffendheid van de bepalingen van deze Overeenkomst en stelt zij, indien nodig, middelen voor om de uitvoering van deze bepalingen te versterken teneinde het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht beter aan te pakken.
Artikel 48. Transparantie
De Conferentie van de Partijen bevordert de transparantie van besluitvormingsprocessen en andere activiteiten die in het kader van deze Overeenkomst worden uitgevoerd.
Alle vergaderingen van de Conferentie van de Partijen en haar hulporganen staan open voor waarnemers die deelnemen overeenkomstig het reglement van orde, tenzij de Conferentie van de Partijen anders besluit. De Conferentie van de Partijen publiceert en houdt een openbaar register bij van haar besluiten.
De Conferentie van de Partijen bevordert de transparantie bij de uitvoering van deze Overeenkomst, onder meer door de publieke verspreiding van informatie en de facilitering van de deelname van en het overleg met relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties, inheemse volken en lokale gemeenschappen met relevante traditionele kennis, de wetenschappelijke gemeenschap, het maatschappelijk middenveld en andere relevante belanghebbenden, naargelang het geval en in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst.
Vertegenwoordigers van staten die geen Partij zijn bij deze Overeenkomst, relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties, inheemse volken en lokale gemeenschappen met relevante traditionele kennis, de wetenschappelijke gemeenschap, het maatschappelijk middenveld en andere relevante belanghebbenden die belang hebben bij aangelegenheden die verband houden met de Conferentie van de Partijen, kunnen verzoeken om als waarnemer deel te nemen aan de vergaderingen van de Conferentie van de Partijen en haar hulporganen. Het reglement van orde van de Conferentie van de Partijen voorziet in uitvoeringsbepalingen voor een dergelijke deelname en is in dit opzicht niet onnodig beperkend. Voorts is in het reglement van orde ook bepaald dat die vertegenwoordigers tijdig toegang tot alle relevante gegevens hebben.
Artikel 49. Wetenschappelijk en technisch orgaan
Hierbij wordt een wetenschappelijk en technisch orgaan opgericht.
Het wetenschappelijk en technisch orgaan is samengesteld uit leden met passende kwalificaties die in hun hoedanigheid van deskundige en in het belang van de Overeenkomst dienst doen, en die door de Partijen worden voorgedragen en door de Conferentie van de Partijen worden gekozen, rekening houdend met de behoefte aan multidisciplinaire expertise, met inbegrip van relevante wetenschappelijke en technische deskundigheid en deskundigheid op het gebied van relevante traditionele kennis van inheemse volken en lokale gemeenschappen, genderevenwicht en billijke geografische vertegenwoordiging. Het mandaat en de uitvoeringsbepalingen voor de werking van het wetenschappelijk en technisch orgaan, met inbegrip van de selectieprocedure en de mandaten van de leden, worden door de Conferentie van de Partijen tijdens haar eerste vergadering vastgesteld.
Het wetenschappelijk en technisch orgaan kan, indien nodig, een beroep doen op passend advies dat afkomstig is van relevante rechtsinstrumenten en -kaders en relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties, alsmede van andere wetenschappers en deskundigen.
Onder het gezag en de leiding van de Conferentie van de Partijen, en rekening houdend met de multidisciplinaire expertise waarnaar in lid 2 wordt verwezen, verstrekt het wetenschappelijk en technisch orgaan wetenschappelijk en technisch advies aan de Conferentie van de Partijen, voert het de taken uit die het krachtens deze Overeenkomst en andere door de Conferentie van de Partijen vastgestelde taken vervult, en brengt het verslag uit aan de Conferentie van de Partijen over zijn werkzaamheden.
Artikel 50. Secretariaat
Hierbij wordt een Secretariaat ingesteld. De Conferentie van de Partijen treft tijdens haar eerste vergadering regelingen voor de werking van het Secretariaat, onder meer door een besluit te nemen over de zetel van het Secretariaat.
Totdat het Secretariaat zijn taken aanvangt, vervult de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, via DOALOS (Afdeling Mariene Zaken en Zeerecht) van het OLA (Bureau Juridische Zaken) van het Secretariaat van de Verenigde Naties, de secretariaatstaken in het kader van deze Overeenkomst.
Het Secretariaat en het gastland kunnen een zetelovereenkomst sluiten. Het Secretariaat heeft rechtsbevoegdheid op het grondgebied van het gastland en geniet van het gastland de voorrechten en immuniteiten die nodig zijn voor de uitoefening van zijn taken.
Het Secretariaat:
- a. verleent administratieve en logistieke steun aan de Conferentie van de Partijen en haar hulporganen met het oog op de uitvoering van deze Overeenkomst;
- b. organiseert en verzorgt de vergaderingen van de Conferentie van de Partijen en van alle andere organisaties die krachtens deze Overeenkomst of door de Conferentie van de Partijen worden opgericht;
- c. verspreidt tijdig informatie met betrekking tot de uitvoering van deze Overeenkomst, onder meer door besluiten van de Conferentie van de Partijen openbaar te maken en te circuleren aan alle Partijen, alsmede aan relevante rechtsinstrumenten en -kaders en relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties;
- d. faciliteert samenwerking en coördinatie, in voorkomend geval, met de secretariaten van andere relevante internationale organisaties, en treft met name de administratieve en contractuele regelingen die nodig zijn voor dat doel en voor de effectieve uitvoering van zijn taken, onder voorbehoud van goedkeuring door de Conferentie van de Partijen;
- e. stelt verslagen op over de uitvoering van zijn taken in het kader van deze Overeenkomst en legt deze voor aan de Conferentie van de Partijen;
- f. verleent bijstand bij de uitvoering van deze Overeenkomst en verricht andere taken die door de Conferentie van de Partijen worden bepaald of die het Secretariaat krachtens deze Overeenkomst zijn toegewezen.
Artikel 51. Uitwisselingsmechanisme
Hierbij wordt een uitwisselingsmechanisme ingesteld.
Het uitwisselingsmechanisme bestaat voornamelijk uit een open access platform. De specifieke uitvoeringsbepalingen voor de werking van het uitwisselingsmechanisme worden vastgesteld door de Conferentie van de Partijen.
Het uitwisselingsmechanisme:
- a. fungeert als een gecentraliseerd platform om de Partijen in staat te stellen informatie te raadplegen, te verstrekken en te verspreiden met betrekking tot activiteiten die plaatsvinden in het kader van de bepalingen van deze Overeenkomst, met inbegrip van informatie over:
- i. mariene genetische bronnen van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, als bedoeld in Deel II van deze Overeenkomst;
- ii. de vaststelling en toepassing van gebiedsgerichte beheersinstrumenten, met inbegrip van beschermde mariene gebieden;
- iii. milieueffectbeoordelingen;
- iv. verzoeken om capaciteitsopbouw en de overdracht van mariene technologie en de daarmee verband houdende mogelijkheden, met inbegrip van samenwerking op onderzoeksgebied en opleidingsmogelijkheden, informatie over bronnen en beschikbaarheid van technologische informatie en gegevens voor de overdracht van mariene technologie, mogelijkheden om de toegang tot mariene technologie te vergemakkelijken en de beschikbaarheid van financiering;
- b. faciliteert de afstemming van behoeften op het gebied van capaciteitsopbouw met de beschikbare steun en met aanbieders voor de overdracht van mariene technologie, met inbegrip van gouvernementele, niet-gouvernementele of private entiteiten die belangstelling hebben om als donoren deel te nemen aan de overdracht van mariene technologie, en de toegang tot daarmee verband houdende kennis en expertise te vergemakkelijken;
- c. zorgt voor koppelingen met relevante mondiale, regionale, subregionale, nationale en sectorale uitwisselingsmechanismen en andere genenbanken, gegevensarchieven en databanken, met inbegrip van die welke betrekking hebben op relevante traditionele kennis van inheemse volken en lokale gemeenschappen, en bevordert waar mogelijk koppelingen met openbaar beschikbare particuliere en niet-gouvernementele platformen voor de uitwisseling van informatie;
- d. bouwt voort op mondiale, regionale en subregionale uitwisselingsinstellingen, indien van toepassing, bij het opzetten van regionale en subregionale mechanismen in het kader van het mondiale mechanisme;
- e. bevordert meer transparantie, onder meer door het faciliteren van de uitwisseling tussen de Partijen en andere relevante belanghebbenden van basisgegevens en informatie over het behoud en het duurzame gebruik van mariene biologische diversiteit in gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht;
- f. faciliteert internationale samenwerking, met inbegrip van wetenschappelijke en technische samenwerking;
- g. voert andere door de Conferentie van de Partijen vastgestelde of krachtens deze Overeenkomst toegewezen taken uit.
Het uitwisselingsmechanisme wordt beheerd door het Secretariaat, onverminderd eventuele samenwerking met andere relevante rechtsinstrumenten en -kaders en relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties, zoals bepaald door de Conferentie van de Partijen, met inbegrip van de Intergouvernementele Oceanografische Commissie van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, de Internationale Zeebodemautoriteit, de Internationale Maritieme Organisatie en de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties.
Bij het beheer van het uitwisselingsmechanisme wordt volledige erkenning gegeven aan de bijzondere behoeften van de ontwikkelingslanden die Partij zijn, alsmede aan de bijzondere omstandigheden van kleine eilandstaten in ontwikkeling die Partij zijn, en wordt hun toegang tot het mechanisme vergemakkelijkt om deze staten in staat te stellen er gebruik van te maken zonder onnodige belemmeringen of administratieve lasten. Er wordt informatie verstrekt over activiteiten ter bevordering van informatie-uitwisseling, bewustmaking en verspreiding in en met die staten, alsmede over specifieke programma’s voor die staten.
De vertrouwelijkheid van de in het kader van deze Overeenkomst verstrekte informatie en de desbetreffende rechten wordt geëerbiedigd. Niets in deze Overeenkomst mag zodanig worden uitgelegd dat het nodig is informatie uit te wisselen die krachtens het nationale recht van een Partij of een ander toepasselijk recht beschermd is tegen openbaarmaking.
DEEL VII. FINANCIËLE MIDDELEN EN FINANCIERINGSMECHANISME
Artikel 52. Financiering
Elke Partij stelt, binnen de grenzen van haar mogelijkheden, middelen ter beschikking met betrekking tot de activiteiten die bedoeld zijn om de doelstellingen van deze Overeenkomst te verwezenlijken, rekening houdend met haar nationale beleid, prioriteiten, plannen en programma’s.
De uit hoofde van deze Overeenkomst opgerichte instellingen worden gefinancierd door middel van vastgestelde bijdragen van de Partijen.
Er wordt een mechanisme ingesteld voor de verstrekking van adequate, toegankelijke, nieuwe en aanvullende en voorspelbare financiële middelen in het kader van deze Overeenkomst. Het mechanisme ondersteunt ontwikkelingslanden die Partij zijn bij de uitvoering van deze Overeenkomst, onder meer door financiering ter ondersteuning van capaciteitsopbouw en de overdracht van mariene technologie, en vervult andere in dit artikel beschreven functies voor het behoud en het duurzame gebruik van mariene biologische diversiteit.
Het mechanisme omvat:
- a. een door de Conferentie van de Partijen opgericht vrijwillig trustfonds om de deelname van vertegenwoordigers van de ontwikkelingslanden die Partij zijn, met name de minst ontwikkelde landen, niet aan zee grenzende ontwikkelingslanden en kleine eilandstaten in ontwikkeling, aan de vergaderingen van de krachtens deze Overeenkomst opgerichte organisaties te vergemakkelijken;
- b. een speciaal fonds dat wordt gefinancierd uit de volgende bronnen:
- i. jaarlijkse bijdragen overeenkomstig artikel 14, lid 6;
- ii. betalingen overeenkomstig artikel 14, lid 7;
- iii. aanvullende bijdragen van Partijen en particuliere entiteiten die financiële middelen willen verstrekken ter ondersteuning van het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht;
- c. het Global Environment Facility Trust Fund.
De Conferentie van de Partijen kan de mogelijkheid overwegen om, als onderdeel van het financiële mechanisme, aanvullende middelen in te stellen ter ondersteuning van het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, ter financiering van de rehabilitatie en het ecologisch herstel van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht.
Het speciale fonds en het Global Environment Facility Trust Fund worden gebruikt om:
- a. projecten voor capaciteitsopbouw in het kader van deze Overeenkomst te financieren, met inbegrip van doeltreffende projecten voor het behoud en het duurzame gebruik van mariene biologische diversiteit en activiteiten en programma’s, met inbegrip van opleiding in verband met de overdracht van mariene technologie;
- b. ontwikkelingslanden die Partij zijn bij te staan bij de uitvoering van deze Overeenkomst;
- c. steun te verlenen aan programma’s voor instandhouding en duurzaam gebruik door inheemse volken en lokale gemeenschappen als houders van traditionele kennis;
- d. openbare raadplegingen op nationaal, subregionaal en regionaal niveau te ondersteunen;
- e. alle andere activiteiten waartoe de Conferentie van de Partijen heeft besloten, te financieren.
Het financiële mechanisme moet ervoor zorgen dat dubbel werk bij het gebruik van de middelen binnen het mechanisme wordt vermeden en complementariteit en samenhang worden bevorderd.
Financiële middelen die worden gemobiliseerd ter ondersteuning van de uitvoering van deze Overeenkomst kunnen financiering omvatten uit publieke en private bronnen, zowel nationale als internationale, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, bijdragen van staten, internationale financiële instellingen, bestaande financieringsmechanismen in het kader van mondiale en regionale instrumenten, donoragentschappen, intergouvernementele organisaties, niet-gouvernementele organisaties en natuurlijke en rechtspersonen, en via publiek-private partnerschappen.
Voor de toepassing van deze Overeenkomst functioneert het mechanisme onder het gezag, in voorkomend geval, en onder leiding van de Conferentie van de Partijen, en legt het daaraan verantwoording af. De Conferentie van de Partijen verstrekt richtlijnen voor de algemene strategieën, beleidsvoornemens, programmaprioriteiten en voorwaarden voor de toegang tot en gebruik van financiële middelen.
De Conferentie van de Partijen en de Global Environment Facility komen op de eerste vergadering van de Conferentie van de Partijen regelingen overeen om uitvoering te geven aan bovenstaande leden.
Gezien de urgentie om het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht te addresseren, stelt de Conferentie van de Partijen een initiële doelstelling vast voor het mobiliseren van middelen tot 2030 voor het speciale fonds uit alle bronnen, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de institutionele uitvoeringsbepalingen van het speciaal fonds en met de informatie die wordt verstrekt via het comité voor capaciteitsopbouw en overdracht van mariene technologie.
Ontwikkelingslanden die Partij zijn, komen in aanmerking voor financiering uit hoofde van deze Overeenkomst op basis van de behoefte. De financiering in het kader van het speciaal fonds wordt verdeeld volgens billijke verdelingscriteria, waarbij rekening wordt gehouden met de behoeften aan bijstand van Partijen met bijzondere behoeften, met name de minst ontwikkelde landen, niet aan zee grenzende ontwikkelingslanden, staten met een ongunstige geografische ligging, kleine eilandstaten in ontwikkeling en Afrikaanse kuststaten, archipelstaten en ontwikkelingslanden met een middeninkomen, en rekening houdend met de bijzondere omstandigheden van kleine eilandstaten in ontwikkeling en van de minst ontwikkelde landen. Het speciaal fonds heeft tot doel een efficiënte toegang tot financiering te waarborgen door middel van vereenvoudigde aanvraag- en goedkeuringsprocedures en een grotere bereidheid tot steun voor dergelijke ontwikkelingslanden die Partij zijn.
Rekening houdend met capaciteitsbeperkingen moedigen de Partijen internationale organisaties aan een preferentiële behandeling toe te kennen aan, en rekening te houden met de specifieke behoeften en bijzondere verzoeken van de ontwikkelingslanden die Partij zijn, met name de minst ontwikkelde landen, niet aan zee grenzende ontwikkelingslanden en kleine eilandstaten in ontwikkeling, en rekening houdend met de bijzondere omstandigheden van kleine eilandstaten in ontwikkeling en van de minst ontwikkelde landen, bij de toewijzing van passende middelen en technische bijstand en het gebruik van hun gespecialiseerde diensten met het oog op het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht.
De Conferentie van de Partijen richt een financieel comité voor financiële middelen op. Het bestaat uit leden die over passende kwalificaties en deskundigheid beschikken, rekening houdend met genderevenwicht en een billijke geografische spreiding. Het mandaat en de werkwijze van het comité worden vastgesteld door de Conferentie van de Partijen. Het comité brengt op gezette tijden verslag uit en doet aanbevelingen over de identificatie en de beschikbaarstelling van middelen in het kader van het mechanisme. Het verzamelt ook informatie en brengt verslag uit over financiering in het kader van andere mechanismen en instrumenten die direct of indirect bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst. Naast de in dit artikel genoemde overwegingen onderzoekt het comité onder meer:
- a. de beoordeling van de behoeften van de Partijen, met name van de ontwikkelingslanden die Partij zijn;
- b. de beschikbaarheid en tijdige betaling van financiële middelen;
- c. de transparantie van de besluitvormings- en beheersprocessen met betrekking tot fondsenwerving en toewijzingen;
- d. de verantwoordingsplicht van de ontvangende ontwikkelingslanden die Partij zijn met betrekking tot het overeengekomen gebruik van de middelen.
De Conferentie van de Partijen bestudeert de verslagen en aanbevelingen van het financieel comité en neemt passende maatregelen.
Daarnaast verricht de Conferentie van de Partijen een periodieke evaluatie van het financiële mechanisme om de toereikendheid, doeltreffendheid en toegankelijkheid van de financiële middelen te beoordelen, onder meer voor capaciteitsopbouw en de overdracht van mariene technologie, met name voor ontwikkelingslanden die Partij zijn.
DEEL VIII. UITVOERING EN NALEVING
Artikel 53. Uitvoering
De Partijen nemen de wetgevende, administratieve of beleidsmaatregelen die nodig zijn om de uitvoering van deze Overeenkomst te waarborgen.
Artikel 54. Toezicht op de uitvoering
Elke Partij houdt toezicht op de uitvoering van haar verplichtingen uit hoofde van deze Overeenkomst en brengt, in een format en met een regelmaat die door de Conferentie van de Partijen wordt vastgesteld, aan de Conferentie verslag uit over de maatregelen die zij heeft genomen om deze Overeenkomst uit te voeren.
Artikel 55. Uitvoerings- en nalevingscomité
Er wordt een uitvoerings- en nalevingscomité opgericht dat belast is met het faciliteren van, en toezicht op, de uitvoering van deze Overeenkomst en op de naleving van de bepalingen van deze Overeenkomst. Het uitvoerings- en nalevingscomité is faciliterend van aard en functioneert op een transparante, niet-conflictueuze en niet-bestraffende wijze.
Het uitvoerings- en nalevingscomité bestaat uit leden met passende kwalificaties en ervaring die door de Partijen zijn voorgedragen en door de Conferentie van de Partijen worden gekozen, met inachtneming van genderevenwicht en een billijke geografische vertegenwoordiging.
Het uitvoerings- en nalevingscomité werkt volgens de uitvoeringsbepalingen en het reglement van orde die de Conferentie van de Partijen tijdens haar eerste vergadering heeft vastgesteld. Het uitvoerings- en nalevingscomité onderzoekt onder meer uitvoerings- en nalevingskwesties op individueel en systemisch niveau, brengt op gezette tijden verslag uit aan de Conferentie van de Partijen en doet, in voorkomend geval met inachtneming van de respectieve nationale omstandigheden, aanbevelingen aan de Conferentie van de Partijen.
In de loop van zijn werkzaamheden kan het uitvoerings- en nalevingscomité gebruikmaken van passende informatie van organisaties die krachtens deze Overeenkomst zijn opgericht, alsmede van relevante rechtsinstrumenten en -kaders en relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organisaties, voor zover nodig.
DEEL IX. REGELING VAN GESCHILLEN
Artikel 56. Voorkoming van geschillen
De Partijen werken samen om geschillen te voorkomen.
Artikel 57. Verplichting om geschillen op vreedzame wijze te beslechten
De Partijen zijn verplicht hun geschillen over de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst te beslechten door middel van onderhandeling, onderzoek, bemiddeling, verzoening, arbitrage, gerechtelijke regeling, een beroep op regionale instanties of regelingen of andere vreedzame middelen naar hun keuze.
Artikel 58. Geschillenbeslechting op vreedzame wijze die door de Partijen is gekozen
Niets in dit Deel doet afbreuk aan het recht van een Partij bij deze Overeenkomst om te allen tijde overeen te komen een onderling geschil over de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst met vreedzame middelen naar eigen keuze te beslechten.
Artikel 59. Geschillen van technische aard
Wanneer een geschil betrekking heeft op een aangelegenheid van technische aard, kunnen de betrokken Partijen het geschil voorleggen aan een door hen ingesteld ad-hocpanel van deskundigen. Het panel werkt samen met de betrokken Partijen en streeft ernaar het geschil snel op te lossen zonder gebruikmaking van bindende procedures voor geschillenbeslechting uit hoofde van artikel 60 van deze Overeenkomst.
Artikel 60. Procedures voor geschillenbeslechting
Geschillen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst worden beslecht overeenkomstig de bepalingen voor geschillenbeslechting waarin deel XV van het Verdrag voorziet.
De bepalingen van deel XV van en de bijlagen V, VI, VII en VIII bij het Verdrag worden geacht te zijn gerepliceerd voor de beslechting van geschillen waarbij een Partij bij deze Overeenkomst betrokken is die geen Partij is bij het Verdrag.
Elke procedure die door een Partij bij deze Overeenkomst is aanvaard en die tevens Partij is bij het Verdrag overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag, is van toepassing op de beslechting van geschillen uit hoofde van dit Deel, tenzij die Partij bij de ondertekening, bekrachtiging, goedkeuring, aanvaarding of toetreding tot deze Overeenkomst, of op enig tijdstip daarna, een andere procedure overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag voor de beslechting van geschillen uit hoofde van dit Deel heeft aanvaard.
Elke verklaring van een Partij bij deze Overeenkomst die tevens Partij is bij het Verdrag overeenkomstig artikel 298 van het Verdrag, is van toepassing op de beslechting van geschillen uit hoofde van dit Deel, tenzij die Partij bij de ondertekening, bekrachtiging, goedkeuring, aanvaarding of toetreding tot deze Overeenkomst, of op enig tijdstip daarna, een andere verklaring heeft afgelegd overeenkomstig artikel 298 van het Verdrag voor de beslechting van geschillen uit hoofde van dit Deel.
Overeenkomstig het voorgaande lid 2 kan een Partij bij deze Overeenkomst die geen Partij is bij het Verdrag, bij de ondertekening, bekrachtiging, goedkeuring, aanvaarding of toetreding tot deze Overeenkomst, of op enig tijdstip daarna, door middel van een schriftelijke verklaring die bij de depositaris wordt ingediend, een of meer van de volgende middelen vrij te kiezen voor de beslechting van geschillen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst:
- a. het Internationaal Hof voor het recht van de zee;
- b. het Internationaal Gerechtshof;
- c. een scheidsgerecht van bijlage VII;
- d. een bijzonder scheidsgerecht van bijlage VIII voor een of meer van de in die bijlage genoemde categorieën geschillen.
Een Partij bij deze Overeenkomst die geen Partij is bij het Verdrag en die geen verklaring heeft afgegeven, wordt geacht de in het voorgaande lid 5, sub c), bedoelde mogelijkheid te hebben aanvaard. Indien de Partijen bij een geschil dezelfde procedure voor de beslechting van het geschil hebben aanvaard, kan deze uitsluitend aan die procedure worden onderworpen, tenzij de Partijen anders overeenkomen. Indien de Partijen bij een geschil niet dezelfde procedure voor de beslechting van het geschil hebben aanvaard, kan deze uitsluitend worden onderworpen aan arbitrage overeenkomstig bijlage VII bij het Verdrag, tenzij de Partijen anders overeenkomen. Artikel 287, leden 6 tot en met 8, van het Verdrag is van toepassing op verklaringen uit hoofde van het voorgaande lid 5.
Een Partij bij deze Overeenkomst die geen Partij is bij het Verdrag, kan bij de ondertekening, bekrachtiging, goedkeuring, aanvaarding of toetreding tot deze Overeenkomst, of op enig tijdstip daarna, onverminderd de uit dit Deel voortvloeiende verplichtingen, schriftelijk verklaren dat zij geen van de procedures van Deel XV, afdeling 2, van het Verdrag aanvaardt met betrekking tot een of meer van de in artikel 298 van het Verdrag voor de beslechting van geschillen uit hoofde van dit Deel genoemde categorieën geschillen. Artikel 298 van het Verdrag is van toepassing op een dergelijke verklaring.
De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan de procedures voor de beslechting van geschillen die de Partijen zijn overeengekomen als deelnemers aan een relevant rechtsinstrument of rechtskader, of als leden van een relevante mondiale, regionale, subregionale of sectorale organisatie met betrekking tot de uitlegging of toepassing van dergelijke instrumenten en kaders.
Niets in deze Overeenkomst mag aldus worden uitgelegd dat het een gerecht bevoegdheid verleent om kennis te nemen van geschillen die betrekking hebben op of noodzakelijkerwijs gepaard gaan met de gelijktijdige overweging van de juridische status van een gebied binnen de nationale rechtsmacht, noch van geschillen betreffende de soevereiniteit of andere rechten over vastelands- of eilandgebied of een aanspraak daarop van een Partij bij deze Overeenkomst, aangenomen dat niets in dit lid wordt uitgelegd als een beperking van de bevoegdheid van een gerecht uit hoofde van deel XV, afdeling 2, van het Verdrag.
Om twijfel te voorkomen, kan geen enkele bepaling van deze Overeenkomst worden ingeroepen als grondslag voor het geldend maken of verwerpen van aanspraken op soevereiniteit, soevereine rechten of rechtsmacht over land- of zeegebieden, met inbegrip van geschillen die daarmee verband houden.
Artikel 61. Voorlopige regeling
In afwachting van de beslechting van een geschil overeenkomstig dit Deel stellen de Partijen bij het geschil alles in het werk om voorlopige praktische regelingen te treffen.
DEEL X. NIET BIJ DEZE OVEREENKOMST AANGESLOTEN PARTIJEN
Artikel 62. Niet bij deze Overeenkomst aangesloten Partijen
De Partijen moedigen niet-Partijen bij deze Overeenkomst aan Partij te worden bij deze Overeenkomst en wet- en regelgeving vast te stellen die in overeenstemming is met de bepalingen ervan.
DEEL XI. GOEDE TROUW EN MISBRUIK VAN RECHT
Artikel 63. Goede trouw en misbruik van recht
De Partijen komen te goeder trouw de uit hoofde van deze Overeenkomst aangegane verplichtingen na en oefenen de daarin erkende rechten uit op een wijze die geen misbruik van recht vormt.
DEEL XII. SLOTBEPALINGEN
Artikel 64. Stemrecht
Behoudens het bepaalde in het tweede lid, heeft elke Partij bij deze Overeenkomst één stem.
Een regionale organisatie voor economische integratie die Partij is bij deze Overeenkomst, oefent haar stemrecht uit met een aantal stemmen dat gelijk is aan het aantal van haar lidstaten die Partij zijn bij deze Overeenkomst. Dergelijke organisaties oefenen hun stemrecht niet uit indien een van hun lidstaten zijn stemrecht uitoefent, en omgekeerd.
Artikel 65. Ondertekening
Deze Overeenkomst staat vanaf 20 september 2023 open voor ondertekening door alle staten en regionale organisaties voor economische integratie en blijft openstaan voor ondertekening tot en met 20 september 2025 op de zetel van de Verenigde Naties in New York.
Artikel 66. Bekrachtiging, goedkeuring, aanvaarding en toetreding
Deze Overeenkomst dient te worden bekrachtigd, goedgekeurd of aanvaard door staten en regionale organisaties voor economische integratie. Het staat open voor toetreding door staten en regionale organisaties voor economische integratie vanaf de dag na de datum waarop de Overeenkomst voor ondertekening is gesloten. De akten van bekrachtiging, goedkeuring, aanvaarding en toetreding worden neergelegd bij de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.
Artikel 67. Verdeling van de bevoegdheden van regionale organisaties voor economische integratie en hun lidstaten met betrekking tot de onder deze Overeenkomst vallende aangelegenheden
Een regionale organisatie voor economische integratie die Partij wordt bij deze Overeenkomst zonder dat één van haar lidstaten Partij is, is gebonden aan alle verplichtingen ingevolge deze Overeenkomst. In het geval van dergelijke organisaties waarvan een of meer lidstaten Partij zijn bij deze Overeenkomst, beslissen de organisatie en haar lidstaten over hun respectieve verantwoordelijkheden voor de nakoming van hun verplichtingen uit hoofde van deze Overeenkomst. In dergelijke gevallen zijn de organisatie en haar lidstaten niet gerechtigd de uit de Overeenkomst voortvloeiende rechten gelijktijdig uit te oefenen.
Een regionale organisatie voor economische integratie vermeldt in haar akte van bekrachtiging, goedkeuring, aanvaarding of toetreding de omvang van haar bevoegdheid met betrekking tot de door deze Overeenkomst geregelde aangelegenheden. Een dergelijke organisatie brengt ook de depositaris, die op zijn beurt de Partijen in kennis stelt, op de hoogte van elke relevante wijziging van de omvang van haar bevoegdheid.
Artikel 68. Inwerkingtreding
Deze Overeenkomst treedt in werking 120 dagen na de datum van nederlegging van de zestigste akte van bekrachtiging, goedkeuring, aanvaarding of toetreding.
Voor elke staat of regionale organisatie voor economische integratie die deze Overeenkomst bekrachtigt, goedkeurt, aanvaardt of ertoe toetreedt na de nederlegging van de zestigste akte van bekrachtiging, goedkeuring, aanvaarding of toetreding, treedt deze Overeenkomst in werking op de dertigste dag volgend op de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, goedkeuring, aanvaarding of toetreding, onder voorbehoud van het voorgaande lid 1.
Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt de nederlegging van een akte door een regionale organisatie voor economische integratie niet meegeteld bij de door de lidstaten van deze organisatie nedergelegde akten.
Artikel 69. Voorlopige toepassing
Deze Overeenkomst kan voorlopig worden toegepast door een staat of regionale organisatie voor economische integratie die instemt met de voorlopige toepassing ervan door de depositaris daarvan schriftelijk in kennis te stellen op het tijdstip van ondertekening of nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, goedkeuring, aanvaarding of toetreding. Deze voorlopige toepassing wordt van kracht op de datum van ontvangst van de kennisgeving door de depositaris.
De voorlopige toepassing door een staat of regionale organisatie voor economische integratie eindigt bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst voor die staat of regionale organisatie voor economische integratie of nadat die staat of regionale organisatie voor economische integratie de depositaris schriftelijk in kennis heeft gesteld van zijn voornemen om de voorlopige toepassing ervan te beëindigen.
Artikel 70. Voorbehouden en excepties
Voorbehouden of excepties ten aanzien van deze Overeenkomst kunnen niet worden gemaakt, tenzij deze uitdrukkelijk zijn toegestaan op grond van andere artikelen van deze Overeenkomst.
Artikel 71. Verklaringen
Artikel 70 verhindert een staat of regionale organisatie voor economische integratie niet bij de ondertekening, bekrachtiging, goedkeuring, aanvaarding of toetreding tot deze Overeenkomst verklaringen af te leggen, in welke bewoordingen of onder welke naam ook, onder andere met het oog op de harmonisatie van zijn wet- en regelgeving met de bepalingen van deze Overeenkomst, mits dergelijke verklaringen niet strekken tot uitsluiting of wijziging van de juridische werking van de bepalingen van deze Overeenkomst in de toepassing ervan op die staat of regionale organisatie voor economische integratie.
Artikel 72. Wijziging
Een Partij kan, door middel van een schriftelijke kennisgeving aan het Secretariaat, wijzigingen op deze Overeenkomst voorstellen. Het Secretariaat stuurt een dergelijke kennisgeving door naar alle Partijen. Indien binnen zes maanden na de datum van verzending van de kennisgeving ten minste de helft van de Partijen positief op het verzoek antwoordt, wordt de voorgestelde wijziging besproken op de volgende vergadering van de Conferentie van de Partijen.
Een overeenkomstig artikel 47 aangenomen wijziging van deze Overeenkomst wordt door de depositaris ter bekrachtiging, goedkeuring of aanvaarding aan alle Partijen meegedeeld.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)