Wet van 28 september 1989, houdende nieuwe bepalingen inzake het kiesrecht en de verkiezingen

Type Wet
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 461
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Bij de nummering gelden de lijstengroepen alsmede de niet van een groep deel uitmakende stellen gelijkluidende lijsten als één lijst.

Artikel I 14
1.

Eerst worden genummerd de lijsten van politieke groeperingen wier aanduiding was geplaatst boven een kandidatenlijst waaraan bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van het desbetreffende vertegenwoordigend orgaan een of meer zetels zijn toegekend. Aan deze lijsten worden de nummers 1 en volgende toegekend in de volgorde van de bij die verkiezing op de desbetreffende lijsten uitgebrachte aantallen stemmen, met dien verstande dat aan de lijst van de groepering met het hoogste aantal stemmen het nummer 1 wordt toegekend. Bij gelijkheid van het aantal beslist het lot.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing voor de gevallen, bedoeld in artikel H 4, achtste lid, onderdelen a, b en c. In de gevallen, bedoeld in artikel H 4, achtste lid, onderdelen a en b, waarbij aan ten minste één van de betrokken groeperingen één of meer zetels zijn toegekend worden voor de toepassing van het bepaalde in de tweede volzin van het eerste lid, de op de lijsten uitgebrachte aantallen stemmen van de groeperingen waaraan die zetels zijn toegekend, bij elkaar opgeteld.

3.

Vervolgens worden, met de nummers volgende op het laatste krachtens het eerste lid toegekende nummer, genummerd de overige lijsten in de volgorde van het aantal kieskringen waarvoor de lijst geldt, met dien verstande dat het eerstvolgende nummer wordt toegekend aan de lijst die geldt voor de meeste kieskringen. Bij een gelijk aantal kieskringen beslist het lot.

Artikel I 15

Onmiddellijk nadat de nummering heeft plaatsgevonden, doet de voorzitter mededeling welk nummer aan de onderscheidene lijsten is toegekend.

Artikel I 16
1.

Indien de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State strekt tot ongeldigverklaring van een kandidatenlijst, heeft dat geen gevolgen voor de nummers, toegekend aan de overige kandidatenlijsten.

2.

Indien de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State strekt tot geldigverklaring van een kandidatenlijst, wordt deze kandidatenlijst, indien nog niet genummerd, door haar genummerd met het nummer volgende op het laatste krachtens artikel I 14 en, indien van toepassing, bij eerdere uitspraak van de Afdeling toegekende nummer.

§ 4. De openbaarmaking van de kandidatenlijsten

Artikel I 17
1.

Nadat onherroepelijk is beslist over de geldigheid van de ingeleverde lijsten maakt het centraal stembureau de lijsten zo spoedig mogelijk openbaar.

2.

De openbaarmaking geschiedt:

  • a. indien het betreft de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer of van provinciale staten van een provincie met meer dan één kieskring, door plaatsing van de lijsten naar de kieskringen gerangschikt en met vermelding van hun nummers en, in voorkomend geval, de aanduidingen van de politieke groeperingen in de Staatscourant; en
  • b. indien het betreft de verkiezing van de leden van provinciale staten van een provincie die één kieskring vormt, het algemeen bestuur dan wel de gemeenteraad, door plaatsing van de lijsten met vermelding van hun nummers en, in voorkomend geval, de aanduidingen van de politieke groeperingen in het provinciaal blad, het waterschapsblad onderscheidenlijk het gemeenteblad.

§ 2. De verbinding van kandidatenlijsten tot een lijstencombinatie

Artikel I 18
1.

Van de in de artikelen I 1 en I 4 bedoelde zittingen wordt proces-verbaal opgemaakt. Het proces-verbaal wordt voor eenieder ter inzage gelegd.

2.

Voorts maakt het centraal stembureau de processen-verbaal, met weglating van de ondertekening, onverwijld op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar.

3.

De bij de in artikel I 4 bedoelde zitting aanwezige personen kunnen mondeling bezwaren inbrengen. Van deze bezwaren, alsmede van de reactie van het centraal stembureau daarop, wordt in het proces-verbaal melding gemaakt.

4.

Bij algemene maatregel van bestuur worden geregeld:

  • a. de plaats waar de processen-verbaal ter inzage worden gelegd;
  • b. de bekendmaking van het tijdstip en de plaats van de zitting, bedoeld in artikel I 4.
5.

Bij ministeriële regeling worden voor de processen-verbaal modellen vastgesteld.

Hoofdstuk J. De stemming

§ 3. De nummering van de kandidatenlijsten

Artikel J 1
1.

De stemming vindt plaats op de vierenveertigste dag na de kandidaatstelling. Indien toepassing is gegeven aan artikel F 1, derde lid, kan bij het koninklijk besluit, bedoeld in dat artikel, de dag van de stemming worden vastgesteld op een dag na de vierenveertigste dag na de kandidaatstelling, met dien verstande dat de dag van de stemming met niet meer dagen wordt verplaatst dan het aantal dagen waarmee de dag van kandidaatstelling is vervroegd.

2.

De stemming vangt aan om zeven uur dertig en duurt tot eenentwintig uur.

Artikel J 2

De stemming geschiedt in elke kieskring over de kandidaten wier namen voorkomen op de voor die kieskring geldig verklaarde kandidatenlijsten.

Artikel J 3

Vervallen

Artikel J 4
1.

Burgemeester en wethouders wijzen voor elk stembureau een geschikt stemlokaal aan. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen hieromtrent nadere regels worden gesteld. De burgemeester doet van de adressen van de stemlokalen mededeling aan de kiezer op bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen wijze.

2.

Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat alle in de gemeente aangewezen stemlokalen zodanig zijn gelegen en zo zijn ingericht en uitgerust dat kiezers met lichamelijke beperkingen zoveel mogelijk hun stem zelfstandig kunnen uitbrengen.

3.

Indien burgemeester en wethouders niet voldoen aan het tweede lid informeren zij de gemeenteraad over de reden hiervoor.

4.

Op verzoek van burgemeester en wethouders stellen de besturen van bijzondere scholen de daarvoor in aanmerking komende lokalen en het zich daarin bevindende materiaal voor de inrichting en het gebruik als stemlokaal beschikbaar, desgewenst tegen vergoeding van de daaruit voortvloeiende onkosten.

5.

De burgemeester draagt zorg voor de inrichting van het stemlokaal en wijst zo nodig personen aan die het stembureau ten dienste worden gesteld.

Artikel J 5
1.

Behoudens de gevallen, genoemd in de hoofdstukken K, L en M neemt de kiezer deel aan de stemming in een stemlokaal van zijn keuze dat ligt in de gemeente waar hij op de dag van de kandidaatstelling als kiezer is geregistreerd en dat ligt in het gebied van het orgaan waarvoor de verkiezing wordt gehouden.

2.

Burgemeester en wethouders kunnen besluiten dat kiezers kunnen stemmen in één of meer stemlokalen die liggen in de gemeente maar buiten het gebied van het orgaan waarvoor de verkiezing wordt gehouden.

Artikel J 6

De gemeenteraad kan bepalen dat tegelijk met de stemming in het stemlokaal een andere, door de gemeenteraad uitgeschreven, stemming plaatsvindt.

§ 5. Slotbepalingen

Artikel J 7
1.

Daags na de dag van de kandidaatstelling stelt de burgemeester ten behoeve van het personaliseren van de stempassen de gegevens vast van de personen die op de dag van de kandidaatstelling in de gemeente als kiezer zijn geregistreerd en bevoegd zijn om aan de stemming deel te nemen.

2.

Ten minste veertien dagen voor de dag van de stemming ontvangt elke kiezer, bedoeld in het eerste lid, van de burgemeester van de gemeente waar hij als kiezer is geregistreerd een stempas. Op de stempas wordt een volgnummer vermeld.

3.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt bij ministeriële regeling een model vast voor de stempas.

4.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekt tijdig voor de verkiezing aan de gemeente de informatie nodig voor het produceren van de stempas.

5.

Artikel 18 van de Algemene verordening gegevensbescherming is niet van toepassing op verwerking van persoonsgegevens bij of krachtens de eerste volzin van dit artikel.

Artikel J 8
1.

Aan de tot deelneming aan de stemming bevoegde kiezer wiens stempas in het ongerede is geraakt of die geen stempas heeft ontvangen, wordt op zijn verzoek door de burgemeester een nieuwe stempas uitgereikt of verzonden.

2.

De kiezer doet hiervoor een schriftelijk of mondeling verzoek aan de burgemeester.

3.

Het schriftelijk verzoek dient op de vijfde dag voor de dag van de stemming te zijn ontvangen. Het mondeling verzoek wordt uiterlijk op de dag voor de stemming om twaalf uur gedaan. Deze termijnen worden op de stempas vermeld.

4.

De kiezer legt bij zijn verzoek een kopie over van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.

5.

Aan de kiezer wiens stempas op grond van artikel J 7a, tweede lid, onderdelen a, c, d en e, ongeldig is, wordt geen nieuwe stempas uitgereikt.

Artikel J 9

De burgemeester brengt de kandidatenlijsten ter kennis van de kiezers op bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen wijze. De artikelen 15, 16 en 18 van de Algemene verordening gegevensbescherming zijn niet van toepassing op verwerking van persoonsgegevens bij of krachtens dit artikel.

Artikel J 10

Iedere werkgever is verplicht te zorgen dat iedere kiezer die bij hem in dienstbetrekking is, de gelegenheid krijgt zijn stem uit te brengen voor zover dit niet kan geschieden buiten de vastgestelde arbeidstijd en mits de kiezer daardoor niet meer dan twee uur verhinderd is zijn arbeid te verrichten.

§ 1. Het onderzoek van de kandidatenlijsten

Artikel J 11
1.

De voorzitter en de leden van het stembureau, alsmede de personen die het stembureau ten dienste staan, die in een andere gemeente dan waar zij als kiesgerechtigde zijn geregistreerd aan de stemming deelnemen, kunnen, indien zij kiesgerechtigd zijn voor het orgaan waarvoor de verkiezing wordt gehouden, naar keuze bij dit stembureau of bij een stembureau binnen de gemeente waar zij als kiesgerechtigde geregistreerd zijn, aan de stemming deelnemen.

2.

Van het uitbrengen van hun stem wordt melding gemaakt in het proces-verbaal.

3.

Dit artikel is niet van toepassing bij een verkiezing van de leden van de gemeenteraad.

Artikel J 12
1.

Gedurende de zitting zijn steeds de voorzitter en twee leden van het stembureau aanwezig.

2.

Het stembureau bepaalt wie als tweede en derde lid van het stembureau optreden.

3.

Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het tweede lid en bij diens ontstentenis het derde lid als voorzitter op.

4.

Bij ontstentenis van een lid treedt een door of vanwege burgemeester en wethouders aan te wijzen plaatsvervangend lid op.

5.

Indien geen plaatsvervangend lid beschikbaar is, verzoekt de voorzitter een van de in het stemlokaal aanwezige personen die hij daartoe geschikt acht, als zodanig op te treden totdat dit wel het geval is.

6.

Van de wisselingen in de samenstelling van het stembureau wordt in het proces-verbaal aantekening gehouden met opgave van de tijd van de vervanging.

Artikel J 13

Indien bij het nemen van een beslissing door het stembureau de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.

Artikel J 14

De leden van het stembureau geven tijdens de uitoefening van hun functie geen blijk van hun politieke gezindheid.

§ 4. De openbaarmaking van de kandidatenlijsten

Artikel J 15

Het stemlokaal is zodanig ingericht dat het stemgeheim is gewaarborgd.

Artikel J 16
1.

In het stemlokaal zijn geplaatst een tafel voor het stembureau en een of meer stembussen en stemhokjes.

2.

De toegang tot de stemhokjes moet zichtbaar zijn voor het publiek.

3.

In ieder stemhokje bevindt zich een handleiding voor de kiezer. Bij ministeriële regeling wordt voor de handleiding een model vastgesteld.

4.

De tafel voor het stembureau is zo geplaatst dat de in het stemlokaal aanwezige personen de verrichtingen van het stembureau kunnen gadeslaan.

Artikel J 17
1.

Op de tafel voor het stembureau ligt het uittreksel van ongeldige stempassen. De burgemeester draagt er zorg voor dat elk stembureau over dit uittreksel beschikt.

2.

Ieder stembureau beschikt over de wettelijke voorschriften die op de stemming betrekking hebben.

Artikel J 18
1.

De stembus, vervaardigd volgens bij algemene maatregel van bestuur te geven voorschriften, is zichtbaar voor en staat binnen het bereik van het lid van het stembureau dat belast is met de in artikel J 26, derde lid, bedoelde taak.

2.

Tijdig voor de aanvang van de stemming sluit het stembureau de stembus, na zich ervan overtuigd te hebben dat zij leeg is.

Artikel J 19

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de inrichting van het stemlokaal.

§ 1. Het onderzoek van de kandidatenlijsten

Artikel J 20
1.

Op bij de verkiezingen te bezigen stembiljetten kunnen kiezers een keuze maken uit de kandidaten over wie de stemming moet geschieden. De stembiljetten zijn voorzien van de naam van het vertegenwoordigend orgaan waarvoor de verkiezing geldt en een aanduiding van de kieskring.

2.

Bij ministeriële regeling wordt voor de stembiljetten een model vastgesteld.

Artikel J 21

De burgemeester draagt zorg dat voldoende stembiljetten en formulieren voor de processen-verbaal voor aanvang van de stemming bij elk stembureau in zijn gemeente aanwezig zijn. De artikelen 15, 16 en 18 van de Algemene verordening gegevensbescherming zijn niet van toepassing op verwerking van persoonsgegevens bij of krachtens dit artikel.

Artikel J 22

Vervallen

Artikel J 23

Vervallen

§ 3. Het stembureau

Artikel J 24
1.

Tot de stemming wordt slechts toegelaten de kiezer die bevoegd is aan de verkiezing deel te nemen, voor zover:

  • b. de kiezer in het bezit is van de hem toegezonden of ingevolge artikel J 8 uitgereikte stempas, dan wel een kiezerspas of een volmachtbewijs.
2.

De in het eerste lid, onder a, bedoelde vaststelling van de identiteit kan ook geschieden aan de hand van een schriftelijke bevestiging van de betreffende autoriteit van het melden van de vermissing, overeenkomstig artikel 5a van de Paspoortwet, in combinatie met een document van de kiesgerechtigde op diens naam en voorzien van zijn foto.

Artikel J 25
1.

De kiezer overhandigt aan de voorzitter van het stembureau het in artikel J 24, eerste lid, onder a, genoemde identiteitsdocument, en de stempas.

2.

Indien de voorzitter constateert dat de kiezer niet beschikt over een geldig identiteitsdocument, wordt de kiezer niet toegelaten tot de stemming.

3.

Indien de kiezer naar het oordeel van de voorzitter over een geldig identiteitsdocument beschikt, controleert de voorzitter de echtheid van de stempas.

4.

Indien het stembureau constateert dat de stempas niet echt is neemt de voorzitter de stempas in en wordt de kiezer niet toegelaten tot de stemming.

5.

Indien de stempas echt is, gaat het tweede lid van het stembureau na of het volgnummer van de stempas voorkomt in het uittreksel van ongeldige stempassen, bedoeld in artikel J 7a, tweede volzin. Indien dat het geval is, neemt het tweede lid van het stembureau de stempas in en wordt de kiezer niet toegelaten tot de stemming.

6.

Indien het volgnummer van de stempas niet voorkomt in het uittreksel van ongeldige stempassen, controleert de voorzitter vervolgens of de gegevens op het identiteitsdocument overeenkomen met de gegevens op de stempas. Indien de voorzitter constateert dat de gegevens niet overeenkomen, wordt de kiezer niet toegelaten tot de stemming.

7.

Indien de kiezer beschikt over een geldig identiteitdocument en een geldige stempas en de identiteit op beide documenten overeenkomt, neemt het tweede lid van het stembureau de stempas in en wordt de kiezer toegelaten tot de stemming. Voor zover deze handeling als gevolg van een nieuwe stemming als bedoeld in artikel V 6, tweede lid, een verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming betreft, zijn de artikelen 15, 16 en 18 van die verordening niet van toepassing.

8.

Vervolgens overhandigt de voorzitter aan de kiezer een stembiljet.

9.

De voorzitter houdt aantekening van het aantal ingenomen geldige stempassen.

10.

De ingevolge dit artikel ingenomen stempassen die niet echt of ongeldig zijn, worden door het stembureau onbruikbaar gemaakt.

Artikel J 26
1.

De kiezer gaat na ontvangst van het stembiljet naar een stemhokje en stemt aldaar door een wit stipje, geplaatst vóór de kandidaat van zijn keuze, rood te maken.

2.

Hij vouwt vervolgens het stembiljet dicht en gaat daarmee naar het stembureau.

3.

Het derde lid van het stembureau ziet erop toe, dat de kiezer het stembiljet in de stembus steekt.

Artikel J 27
1.

Indien een kiezer zich bij de invulling van zijn stembiljet vergist, geeft hij dit aan de voorzitter terug. Deze verstrekt hem op zijn verzoek eenmaal een nieuw biljet.

2.

De teruggegeven stembiljetten worden door de voorzitter onmiddellijk onbruikbaar gemaakt op bij algemene maatregel van bestuur te regelen wijze.

Artikel J 28

Wanneer aan het stembureau blijkt dat een kiezer wegens zijn lichamelijke gesteldheid hulp behoeft, staat het toe dat deze zich laat bijstaan.

Artikel J 29
1.

Indien het stembureau blijkt dat een kiezer het stembiljet niet in de stembus steekt, houdt de voorzitter daarvan aantekening.

2.

Indien een kiezer zijn stembiljet teruggeeft, wordt dit door de voorzitter onmiddellijk onbruikbaar gemaakt op een bij algemene maatregel van bestuur te regelen wijze.

Artikel J 30

Zodra de voor de stemming bepaalde tijd verstreken is, wordt dit door de voorzitter aangekondigd en worden alleen de op dat ogenblik in het stemlokaal of bij de ingang daarvan aanwezige kiezers nog tot de stemming toegelaten.

Artikel J 31

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de gang van zaken bij de stemming.

§ 7. Het stemmen anders dan door middel van stembiljetten

Artikel J 32

Vervallen

Artikel J 33

Vervallen

Artikel J 34

Vervallen

§ 6. Het uitbrengen van de stem

Artikel J 35
1.

Gedurende de tijd dat het stembureau zitting houdt, is eenieder bevoegd in het stemlokaal te vertoeven, voor zover de orde daardoor niet wordt verstoord en de voortgang van de zitting niet wordt belemmerd.

2.

De in het stemlokaal aanwezige personen kunnen mondeling bezwaren inbrengen.

3.

De bezwaren, alsmede de reactie van het stembureau daarop, worden in het proces-verbaal van de zitting van het stembureau vermeld. Voor zover sprake is van verwerking van persoonsgegevens op grond van deze bepaling zijn de artikelen 15, 16 en 18 van de Algemene verordening gegevensbescherming niet van toepassing.

Artikel J 36

In het stemlokaal worden geen activiteiten ontplooid die erop gericht zijn de kiezers in hun keuze te beïnvloeden.

Artikel J 37

De voorzitter is belast met de handhaving van de orde tijdens de zitting. Hij kan daartoe de burgemeester om bijstand verzoeken.

Artikel J 38
1.

Indien zich naar het oordeel van het stembureau omstandigheden voordoen in of bij het stemlokaal die de behoorlijke voortgang van de zitting onmogelijk maken, wordt dit door de voorzitter verklaard. De zitting wordt daarop geschorst. De voorzitter doet hiervan terstond mededeling aan de burgemeester. De burgemeester bepaalt vervolgens wanneer en waar de zitting wordt hervat.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden hieromtrent nadere regels gesteld.

§ 9. Waarnemers

Artikel J 39
1.

Onze Minister van Buitenlandse Zaken kan ter uitvoering van een verdrag of een internationale afspraak personen toelaten die als waarnemer getuige mogen zijn van het verloop van de verkiezingen.

2.

Een waarnemer is bevoegd in het stemlokaal te vertoeven gedurende de tijd dat het stembureau zitting houdt.

3.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent waarneming bij de verkiezingen.

Hoofdstuk J. De stemming

Artikel K 1
1.

Aan de kiezer wordt overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk op zijn verzoek toegestaan binnen het gebied van het orgaan waarvoor de verkiezing wordt gehouden, aan de stemming deel te nemen in een stembureau van zijn keuze.

2.

Onverminderd het eerste lid kan de kiezer stemmen in de stemlokalen, bedoeld in artikel J 5, tweede lid.

Artikel K 2

Het in artikel K 1 bepaalde geldt niet voor de kiezer aan wie op zijn verzoek is toegestaan bij volmacht te stemmen of een briefstembewijs is verstrekt.

Artikel K 3
1.

De kiezer richt zijn verzoek, schriftelijk of mondeling, aan de burgemeester van de gemeente waar hij op de dag van de kandidaatstelling als kiezer is geregistreerd.

2.

De kiezer legt bij zijn verzoek een kopie over van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.

3.

Het schriftelijk verzoek dient op de vijfde dag voor de dag van de stemming te zijn ontvangen. Het mondeling verzoek wordt uiterlijk op de dag voor de stemming om twaalf uur gedaan. De burgemeester doet van deze termijnen op de dag van de kandidaatstelling mededeling in het gemeenteblad.

Artikel K 4
1.

Aan de kiezer wordt als bewijs dat aan zijn verzoek is voldaan een verklaring uitgereikt of verzonden, genaamd kiezerspas.

2.

De kiezer aan wie een kiezerspas is uitgereikt of verzonden, kan uitsluitend met deze pas aan de verkiezing deelnemen.

3.

Aan de kiezer wiens kiezerspas in het ongerede is geraakt, wordt geen nieuwe uitgereikt of verzonden.

4.

Bij ministeriële regeling wordt voor de kiezerspas een model vastgesteld. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekt tijdig voor de verkiezing aan de gemeente de informatie nodig voor het produceren van de kiezerspas.

Artikel K 5

Vervallen

Artikel K 6
1.

Voor het indienen van een schriftelijk verzoek wordt een formulier gebruikt. Bij ministeriële regeling wordt voor het formulier een model vastgesteld.

2.

Een mondeling verzoek geschiedt door de kiezer in persoon bij de gemeente waar hij op de dag van de kandidaatstelling als kiezer is geregistreerd.

Artikel K 7
1.

In afwijking van artikel K 3 dient een persoon die als kiezer is geregistreerd als bedoeld in artikel D 2, een schriftelijk verzoek in bij de burgemeester van 's-Gravenhage.

2.

Een verzoek dient uiterlijk zes weken voor de dag van de stemming te zijn ontvangen.

Artikel K 8
1.

Op het schriftelijk verzoek wordt zo spoedig mogelijk beslist. Op het mondeling verzoek wordt terstond beslist.

2.

Het verzoek wordt slechts afgewezen, indien de verzoeker op de dag van de kandidaatstelling niet als kiezer is geregistreerd, hem overeenkomstig paragraaf 2 van hoofdstuk L is toegestaan bij volmacht te stemmen, of een briefstembewijs is verstrekt.

3.

Indien het verzoek niet in verdere behandeling wordt genomen of wordt afgewezen, wordt de beslissing met opgave van redenen schriftelijk aan de verzoeker medegedeeld.

4.

Artikel D 8 is van overeenkomstige toepassing op een beschikking als bedoeld in dit artikel.

Artikel K 9

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het stemmen met een kiezerspas, onder meer over de indiening van een verzoek, de beslissing op een verzoek en de verstrekking van formulieren, bedoeld in artikel K 6, eerste lid.

Artikel K 10

Vervallen

Artikel K 11
1.

Bij de stemming overhandigt de kiezer het in artikel J 24, eerste lid, onder a, genoemde identiteitsdocument, en de kiezerspas aan de voorzitter van het stembureau.

Artikel K 12

Vervallen

Artikel K 13

Vervallen

Hoofdstuk L. Het stemmen bij volmacht

§ 9. Waarnemers

Artikel L 1

De kiezer die verwacht niet in staat te zullen zijn in persoon aan de stemming deel te nemen, kan overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk bij volmacht stemmen.

Artikel L 2
1.

Een volmacht kan worden verleend hetzij op een schriftelijke aanvraag overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2, hetzij door overdracht van de stempas of kiezerspas overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 3 van dit hoofdstuk. De volmachtgever wijst zelf een gemachtigde aan. De volmachtgever informeert de gemachtigde tijdig over de wijze waarop hij wil dat de volmacht wordt uitgeoefend door aan te geven op welke kandidaat de stem moet worden uitgebracht, of door aan te geven dat de stem blanco moet worden uitgebracht.

2.

Een schriftelijke aanvraag om bij volmacht te stemmen kan niet worden ingediend door de kiezer aan wie een kiezerspas of een briefstembewijs is verstrekt.

Artikel L 3

De gemachtigde kan een volmachtstem uitsluitend tegelijk met zijn eigen stem voor die verkiezing uitbrengen.

Artikel L 4

Een kiezer mag per verkiezing niet meer dan twee aanwijzingen als gemachtigde aannemen.

Artikel L 5
1.

De volmachtgever is niet bevoegd een eenmaal verleende schriftelijke volmacht in te trekken of na het verlenen van volmacht in persoon aan de stemming deel te nemen.

2.

Een volmacht die is verleend door overdracht van de stempas of kiezerspas kan tot het uitbrengen van een stem door de gemachtigde door de volmachtgever worden ingetrokken.

3.

Een schriftelijke aanvraag om bij volmacht te stemmen kan worden ingetrokken, zolang daarop niet is beslist.

Artikel L 6
1.

Aan de gemachtigde wordt ten bewijze van zijn bevoegdheid een verklaring verstrekt, genaamd volmachtbewijs.

2.

Aan de gemachtigde wiens volmachtbewijs in het ongerede is geraakt, wordt geen nieuw verstrekt.

§ 6. Het uitbrengen van de stem

Artikel L 7
1.

Het verzoekschrift, bedoeld in artikel L 8, dient op de vijfde dag voor de dag van de stemming te zijn ontvangen.

2.

De burgemeester doet van deze termijn op de dag van de kandidaatstelling mededeling in het gemeenteblad.

Artikel L 8
1.

De kiezer die bij volmacht wenst te stemmen, dient daartoe een verzoekschrift in bij de burgemeester van de gemeente waar hij op de dag van de kandidaatstelling als kiezer is geregistreerd. Voor het indienen van een verzoekschrift wordt een formulier gebruikt. De burgemeester kan ter voorkoming van misbruik beperkingen stellen aan de verkrijgbaarstelling. Van een daartoe strekkend besluit doet hij mededeling in het gemeenteblad.

2.

In zijn verzoekschrift wijst de kiezer een gemachtigde aan. Als gemachtigde kan slechts optreden degene die op de dag van de kandidaatstelling als kiezer is geregistreerd binnen het gebied waarvoor de verkiezing geldt.

3.

Bij het verzoekschrift wordt ingediend een verklaring van de gemachtigde dat deze bereid is als zodanig op te treden.

4.

Bij ministeriële regeling worden voor het formulier en de verklaring modellen vastgesteld. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekt tijdig voor de verkiezing aan de gemeente de informatie nodig voor het produceren van de verklaring.

Artikel L 9
1.

In afwijking van artikel L 8, eerste lid, eerste volzin, dient een persoon die als kiezer is geregistreerd als bedoeld in artikel D 2, een verzoekschrift in bij de burgemeester van 's-Gravenhage.

2.

Een verzoekschrift dient uiterlijk zes weken voor de dag van de stemming te zijn ontvangen.

Artikel L 10

Het verzoek wordt afgewezen, indien:

  • a. blijkt dat de kiezer niet zelf de gemachtigde heeft aangewezen;
  • b. aan de kiezer die het verzoek heeft ingediend reeds een kiezerspas of een briefstembewijs is verstrekt;
  • c. de verklaring van de gemachtigde dat deze bereid is als zodanig op te treden, ontbreekt;
  • d. degene die als gemachtigde is aangewezen, niet als kiesgerechtigde is geregistreerd binnen het gebied waarvoor de verkiezing geldt.
Artikel L 11
1.

Op het verzoek wordt zo spoedig mogelijk beslist, doch niet eerder dan op de dag van de kandidaatstelling.

2.

Bij inwilliging wordt een volmachtbewijs opgemaakt. Bij ministeriële regeling wordt voor dit bewijs een model vastgesteld. De inwilliging wordt aan de volmachtgever bekendgemaakt.

3.

Indien het verzoek niet in verdere behandeling wordt genomen of wordt afgewezen, wordt de beslissing met opgave van redenen schriftelijk aan de verzoeker medegedeeld. Degene die zich bereid heeft verklaard als gemachtigde op te treden wordt van de beslissing in kennis gesteld.

4.

Artikel D 8 is van overeenkomstige toepassing op een beschikking als bedoeld in dit artikel.

Artikel L 12

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het stemmen bij volmacht, onder meer over de indiening van een verzoekschrift, de beslissing op een verzoekschrift en de verstrekking van formulieren, bedoeld in artikel L 8, eerste lid.

Artikel L 13

Vervallen

§ 5. De stembiljetten

Artikel L 14
1.

De kiezer met een stempas kan een andere kiezer machtigen om voor hem te stemmen, indien de gemachtigde stemt in de gemeente van de volmachtgever.

2.

De kiezer met een kiezerspas kan een andere kiezer machtigen om voor hem te stemmen.

3.

Hij tekent daartoe het formulier dat voorkomt op de stempas of kiezerspas en laat de pas door de gemachtigde mede-ondertekenen.

4.

Hij draagt de aldus in een volmachtbewijs omgezette stempas of kiezerspas aan de gemachtigde over.

Artikel L 15
1.

De kiezer verleent geen volmacht in een stemlokaal.

2.

Indien een volmacht is verleend in het stemlokaal, kan de gemachtigde de volmachtstem niet uitbrengen. Indien de gemachtigde het volmachtbewijs aan de voorzitter van het stembureau heeft overhandigd, geeft de voorzitter het volmachtbewijs aan de volmachtgever, of, indien deze het stemlokaal heeft verlaten, aan de gemachtigde.

Artikel L 16

Vervallen

§ 3. Het verlenen van volmacht door overdracht van de stempas aan een andere kiezer

Artikel L 17
1.

De gemachtigde overhandigt aan de voorzitter van het stembureau het volmachtbewijs.

2.

Indien het een volmachtbewijs betreft als bedoeld in hoofdstuk L, paragraaf 3, overhandigt de gemachtigde tevens een kopie van een identiteitsdocument als bedoeld in artikel J 24, van de volmachtgever.

3.

Artikel J 25, tweede tot en met tiende lid, is van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk M. Het stemmen per brief

§ 3. Het verlenen van volmacht door overdracht van de stempas of kiezerspas aan een andere kiezer

Artikel M 1
1.

Degene die als kiezer is geregistreerd als bedoeld in artikel D 2, ontvangt als bewijs dat hij per brief mag stemmen voor de stemming een briefstembewijs. Hij ontvangt geen briefstembewijs indien hem is toegestaan bij volmacht te stemmen of een kiezerspas is verstrekt.

2.

Voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer wordt degene die kiesgerechtigd is en op de dag van de stemming buiten Nederland zal verblijven overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens dit hoofdstuk op zijn verzoek toegestaan per brief te stemmen. Aan hem wordt als bewijs dat aan zijn verzoek is voldaan een briefstembewijs verstrekt.

Artikel M 2

Aan een persoon aan wie een briefstembewijs is verstrekt, wordt geen stempas toegezonden. Hij mag slechts op de in artikel M 7 aangewezen wijze aan de stemming deelnemen.

Artikel M 3
1.

Een verzoek om per brief te stemmen wordt ingediend bij de burgemeester van 's-Gravenhage.

2.

De kiezer legt bij zijn verzoek een kopie over van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.

3.

Een verzoek dient uiterlijk op de achtentwintigste dag voor de stemming te zijn ontvangen.

4.

De kiezer vermeldt bij zijn verzoek het e-mailadres waarop hij het stembiljet wil ontvangen. Indien hij geen e-mailadres vermeldt, wordt hem het stembiljet per post toegezonden.

5.

De kiezer die het stembiljet per post wil ontvangen, vermeldt dit bij zijn verzoek.

6.

Voor het indienen van een verzoek wordt een formulier gebruikt. Bij ministeriële regeling wordt voor het formulier een model vastgesteld.

Artikel M 4
1.

Op het verzoek wordt zo spoedig mogelijk beslist.

2.

Het verzoek wordt slechts afgewezen, indien gebleken is dat de verzoeker niet tot de in artikel M 1, tweede lid, bedoelde kiezers behoort.

3.

Indien het verzoek niet in verdere behandeling wordt genomen of wordt afgewezen, wordt de beslissing met opgave van redenen schriftelijk aan de verzoeker medegedeeld.

4.

De burgemeester van 's-Gravenhage doet zo spoedig mogelijk mededeling van de beslissing aan de burgemeester van de gemeente waar de verzoeker als kiezer is geregistreerd.

5.

Artikel D 8 is van overeenkomstige toepassing op een beschikking als bedoeld in dit artikel.

Artikel M 5
1.

Er is een register van briefstembewijzen. Dit register wordt beheerd door de burgemeester van ’s-Gravenhage.

2.

Ongeldig is het briefstembewijs of het vervangend briefstembewijs:

  • a. waarvoor krachtens artikel M 6b een vervangend briefstembewijs is verstrekt;
  • b. van iemand die niet als kiezer behoort te zijn geregistreerd, dan wel voor het uitbrengen van zijn stem is overleden;
  • c. waarvan is vastgesteld dat dit briefstembewijs of vervangend briefstembewijs is ontvreemd of anderszins onrechtmatig in omloop is.
3.

Uiterlijk op de achtste dag voor de dag van de stemming stelt de burgemeester van ’s-Gravenhage uit het register een uittreksel van ongeldige briefstembewijzen vast, dat hij aan alle briefstembureaus verstrekt. Voorts verstrekt de burgemeester aan elk briefstembureau waarvan het adres staat op de retourenveloppe, bedoeld in artikel M 6, eerste lid, onder b, uit het register een uittreksel van geldige briefstembewijzen die vermoedelijk naar dat briefstembureau worden verstuurd.

4.

De burgemeester bewaart het register drie maanden nadat over de toelating van de gekozenen is beslist. Daarna vernietigt hij dit onmiddellijk. Van de vernietiging wordt proces-verbaal opgemaakt.

5.

De artikelen 16 en 18 van de Algemene verordening gegevensbescherming zijn niet van toepassing op verwerking van persoonsgegevens bij of krachtens dit artikel.

Artikel M 6
1.

De burgemeester van ’s-Gravenhage zendt de personen, bedoeld in artikel M 1, op bij algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze:

  • a. een stembiljet;
  • b. een overzicht van de kandidaten, geordend per lijst;
  • c. een geadresseerde retourenveloppe;
  • d. het briefstembewijs, bevattende een door de persoon te ondertekenen verklaring dat hij het stembiljet persoonlijk heeft ingevuld;
  • e. een enveloppe voor het stembiljet;
  • f. een handleiding voor de kiezer.
2.

Op het briefstembewijs wordt een nummer vermeld.

3.

De stukken, bedoeld in het eerste lid, worden aan de personen, bedoeld in artikel M 1, eerste lid, uiterlijk twaalf weken voor de dag van de stemming en aan de personen, bedoeld in artikel M 1, tweede lid, zo spoedig mogelijk toegezonden, behoudens het stembiljet en het overzicht van de kandidatenlijsten, die zo spoedig mogelijk aan alle personen, bedoeld in artikel M 1, worden toegezonden. Aan kiezers die hun werkelijke woonplaats in Aruba, Curaçao of Sint Maarten hebben, worden de stembescheiden met tussenkomst van de Vertegenwoordiging van Nederland in Aruba, Curaçao of Sint Maarten toegezonden.

4.

Onverminderd het bepaalde in het derde lid maakt de burgemeester van 's-Gravenhage het overzicht, bedoeld in het eerste lid, onder b, zo spoedig mogelijk op een algemeen toegankelijke wijze elektronisch openbaar.

5.

Bij ministeriële regeling worden voor de stukken, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met f, modellen vastgesteld. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekt tijdig voor de verkiezing aan de gemeente ’s-Gravenhage de informatie nodig voor het produceren van het briefstembewijs.

Artikel M 7
1.

Een kiezer stemt door op het stembiljet:

  • 1°. het stemvakje, geplaatst vóór de lijst waartoe de kandidaat van zijn keuze behoort, in te kleuren met een kleur naar keuze; en vervolgens
  • 2°. het stemvakje, geplaatst vóór het nummer van de kandidaat van zijn keuze op die lijst, in te kleuren met een kleur naar keuze.
2.

Daarna vouwt hij het stembiljet dicht op zodanige wijze dat de namen van de kandidaten niet zichtbaar zijn en doet hij het stembiljet in de enveloppe voor het stembiljet dan wel een andere enveloppe.

3.

Hij ondertekent een op het briefstembewijs dan wel op het vervangend briefstembewijs gestelde verklaring, dat hij het stembiljet persoonlijk heeft ingevuld.

4.

Hij voegt een kopie van een identiteitsdocument toe dat bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen. Het identiteitsdocument is geldig op de dag van de kandidaatstelling. Een persoon als bedoeld in artikel B 1, tweede lid, onderdeel b, voegt een verklaring toe dat hij of een aan hem gerelateerde persoon in Nederlandse openbare dienst is.

5.

Vervolgens doet hij het briefstembewijs dan wel vervangend briefstembewijs, de kopie van het identiteitsdocument, indien van toepassing de verklaring vanwege de Nederlandse openbare dienst, en de enveloppe met het stembiljet in de toegestuurde retourenveloppe of een andere retourenveloppe en retourneert hij deze gesloten.

6.

Een kiezer kan de retourenveloppe per post of in persoon doen toekomen aan de burgemeester van ‘s-Gravenhage, onverminderd het zevende lid.

  • a. Indien deze per post wordt geretourneerd, draagt de kiezer er zorg voor dat de retourenveloppe, is gefrankeerd.
  • b. Indien de retourenveloppe persoonlijk wordt afgegeven, houdt degene die de retourenveloppe ten behoeve van de burgemeester in ontvangst neemt, daarvan aantekening door in ieder geval op de retourenveloppe de datum en het tijdstip van ontvangst en zijn handtekening te plaatsen.
7.

De kiezer kan de toegestuurde retourenveloppe of een andere retourenveloppe ook per post of in persoon doen toekomen aan het hoofd van een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van Nederland in het buitenland. Het zesde lid is van overeenkomstige toepassing. Het hoofd van de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging draagt er zorg voor dat de retourenveloppe na ontvangst onverwijld wordt doorgezonden naar de burgemeester van ’s-Gravenhage. Daarbij draagt hij er zorg voor dat de retourenveloppen die uiterlijk op de vijfde dag voor de dag van de stemming om tien uur lokale tijd in zijn bezit zijn, tijdig in het bezit zijn van de burgemeester van ’s-Gravenhage.

Artikel M 8
1.

De retourenveloppe, bedoeld in artikel M 7, zesde lid, dient uiterlijk op de dag der stemming om vijftien uur in het bezit te zijn van de burgemeester van 's-Gravenhage.

2.

De burgemeester draagt er zorg voor dat de tijdig binnengekomen retourenveloppen, die, als die per post zijn geretourneerd, zijn gefrankeerd, uiterlijk op de dag van de stemming om eenentwintig uur ongeopend overhandigd worden aan de voorzitter van het briefstembureau, bedoeld in artikel E 5, eerste lid.

3.

Op de retourenveloppen die te laat zijn binnengekomen, worden door de burgemeester de dag en, indien dit de dag van de stemming is, tevens het uur van binnenkomst aangetekend. Deze retourenveloppen en de retourenveloppen die, als die per post zijn geretourneerd, niet zijn gefrankeerd, worden door de burgemeester ongeopend in een of meer te verzegelen pakken gedaan, die worden voorzien van een beschrijving van de inhoud.

4.

De burgemeester bewaart de pakken, bedoeld in het derde lid, drie maanden nadat over de toelating van de gekozenen is beslist. Daarna vernietigt hij deze pakken onmiddellijk. Van de vernietiging wordt proces-verbaal opgemaakt.

Artikel M 9
1.

De retourenveloppe, bedoeld in artikel M 7, zevende lid, dient uiterlijk op de vijfde dag na de dag van de stemming om zeventien uur Nederlandse tijd in het bezit te zijn van de burgemeester van ’s-Gravenhage.

2.

De burgemeester draagt er zorg voor dat de tijdig binnengekomen retourenveloppen, zo spoedig mogelijk maar uiterlijk op de vijfde dag na de dag van de stemming om eenentwintig uur ongeopend overhandigd worden aan de voorzitter van het briefstembureau, bedoeld in artikel E 5, eerste lid.

3.

Artikel M 8, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel M 10

De artikelen M 7, zesde lid, M 7a, aanhef en onderdeel b, en M 8, zijn van overeenkomstige toepassing op briefstembureaus, bedoeld in artikel E 5, tweede en derde lid, met dien verstande dat:

  • a. aan de burgemeester opgedragen taken worden verricht door de vertegenwoordiger van Nederland in Aruba, Curaçao of Sint Maarten dan wel door de burgemeester van de aangewezen gemeente;
  • b. de genoemde tijdstippen naar plaatselijke tijd gelden.
Artikel M 11

Vervallen

Artikel M 12

Vervallen

§ 2. De schriftelijke aanvraag om bij volmacht te stemmen

Artikel M 13
1.

Onze Minister van Buitenlandse Zaken kan in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een land een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van Nederland aanwijzen waar een briefstembureau wordt ingesteld. Van deze aanwijzing wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

2.

Een briefstembureau kan ook voor personen die hun werkelijke woonplaats in een ander land hebben dan het land waarin de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van Nederland gevestigd is, worden ingesteld.

3.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt in Aruba, in Curaçao en in Sint Maarten briefstembureaus in bij de Vertegenwoordiging van Nederland.

4.

Onze Minister van Defensie kan in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een of meer militaire missies buiten het Koninkrijk aanwijzen ten behoeve waarvan aldaar een briefstembureau wordt ingesteld.

5.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan, in overeenstemming met burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente, een gemeente aanwijzen waar een briefstembureau wordt ingesteld. De burgemeester van de aangewezen gemeente draagt zorg voor de inrichting van het briefstembureau en wijst zo nodig personen aan die het briefstembureau ten dienste worden gesteld.

6.

De leden en plaatsvervangende leden van de in het eerste, derde, vierde en vijfde lid bedoelde briefstembureaus worden tijdig voor elke verkiezing benoemd door Onze Minister van Buitenlandse Zaken, onderscheidenlijk Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, onderscheidenlijk Onze Minister van Defensie, onderscheidenlijk de burgemeester van de aangewezen gemeente.

Artikel M 14

Vervallen

Artikel M 15

Vervallen

Artikel M 16
1.

De artikelen M 8, eerste tot en met het derde lid, en M 9 zijn van overeenkomstige toepassing op briefstembureaus als bedoeld in artikel M 13, met dien verstande dat:

  • a. aan de burgemeester opgedragen taken worden verricht door het briefstembureau dan wel door de vertegenwoordiger van Nederland in Aruba, Curaçao of Sint Maarten dan wel door de burgemeester van de aangewezen gemeente;
  • b. de bevoegdheden van burgemeester en wethouders bevoegdheden zijn van Onze Minister van Buitenlandse Zaken, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Onze Minister van Defensie, respectievelijk burgemeester en wethouders van de aangewezen gemeente;
  • c. indien een tijdsverschil met Nederland bestaat, de genoemde tijdstippen naar plaatselijke tijd gelden.
2.

De artikelen M 10 en M 11 zijn van toepassing op briefstembureaus als bedoeld in artikel M 13.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de werkwijze van briefstembureaus in het buitenland.

Artikel M 17
1.

Voor de zitting van briefstembureaus buiten Nederland kan Onze Minister van Buitenlandse Zaken danwel Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties danwel Onze Minister van Defensie, een later aanvangstijdstip bepalen dan het in artikel J 1, tweede lid, genoemde.

2.

Onverminderd het bepaalde in artikel J 35, zijn de kiezers bevoegd in het briefstembureau te vertoeven, tenzij dit als gevolg van bepaalde omstandigheden in het betreffende land naar het oordeel van Onze Minister van Buitenlandse Zaken dan wel Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties danwel Onze Minister van Defensie onmogelijk is. Van deze onmogelijkheid en de omstandigheden die daartoe hebben geleid, wordt melding gemaakt in het proces-verbaal.

Hoofdstuk L. Het stemmen bij volmacht

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel N 1
1.

Burgemeester en wethouders kunnen voor een verkiezing besluiten dat de vaststelling van het aantal stemmen dat op iedere kandidaat van een lijst is uitgebracht geschiedt door het gemeentelijk stembureau.

2.

Het in het eerste lid bedoelde besluit tot het houden van een centrale stemopneming wordt uiterlijk op de dag van de kandidaatstelling voor een verkiezing bekendgemaakt.

Artikel N 2
1.

Het stembureau doet in afzonderlijke pakken:

  • a. de geldige stempassen, kiezerspassen en volmachtbewijzen;
  • b. de onbruikbaar gemaakte stempassen, kiezerspassen en volmachtbewijzen;
  • c. de onbruikbaar gemaakte stembiljetten;
  • d. de niet gebruikte stembiljetten;
  • e. het uittreksel van ongeldige stempassen.
2.

Elk pak wordt verzegeld en voorzien van de naam van de gemeente, het nummer van het stembureau alsook een beschrijving van de inhoud.

Artikel N 3

Onmiddellijk na de in artikel N 2 voorgeschreven verzegelingen wordt de stembus geopend.

Artikel N 4

Vervallen

Artikel N 5

De leden van het stembureau openen de stembiljetten en voegen deze lijstgewijze bijeen. Zij kunnen zich bij hun werkzaamheden doen bijstaan door plaatsvervangende leden en door ambtenaren van de gemeente, daartoe door burgemeester en wethouders aan te wijzen.

Artikel N 6
1.

Het stembureau stelt ten aanzien van iedere lijst vast:

  • a. het aantal op iedere kandidaat uitgebrachte stemmen;
  • b. de som van de aantallen stemmen, bedoeld onder a.
2.

Daarnaast stelt het stembureau vast:

  • a. het aantal blanco stemmen;
  • b. het aantal ongeldige stemmen.
3.

De som van de aantallen op kandidaten uitgebrachte stemmen, blanco stemmen en ongeldige stemmen is het aantal stemmen dat is geteld.

4.

Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing als er een centrale stemopneming plaatsvindt.

5.

De aantallen, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, worden in het proces-verbaal vermeld.

Artikel N 7
1.

Blanco is de stem uitgebracht op een stembiljet dat door de kiezer is ingeleverd zonder dat hij geheel of gedeeltelijk een wit stipje in een stemvak rood heeft gemaakt en zonder dat hij anderszins op het stembiljet geschreven of getekend heeft.

2.

Ongeldig is de stem uitgebracht op een ander stembiljet dan bij of krachtens deze wet mag worden gebruikt.

3.

Voorts is ongeldig de stem die niet als blanco wordt aangemerkt, maar waarbij de kiezer op het stembiljet niet, door het geheel of gedeeltelijk rood maken van het witte stipje in een stemvak, op ondubbelzinnige wijze heeft kenbaar gemaakt op welke kandidaat hij zijn stem uitbrengt, of waarbij op het stembiljet bijvoegingen zijn geplaatst waardoor de kiezer kan worden geïdentificeerd.

Artikel N 8
1.

Het stembureau beslist met inachtneming van artikel N 7 over de geldigheid van de stem.

2.

De voorzitter stelt de aanwezige personen onmiddellijk in kennis van de reden van ongeldigverklaring en van twijfel over de geldigheid, alsmede de beslissing daaromtrent.

3.

Indien een van de aanwezige personen dit verlangt, moet het stembiljet worden getoond. De aanwezige personen kunnen mondeling bezwaren tegen de genomen beslissing inbrengen.

Artikel N 9
1.

Het stembureau doet in pakken:

  • a. de stembiljetten met een blanco stem;
  • b. de stembiljetten met een ongeldige stem.
2.

Elk pak wordt verzegeld en voorzien van:

  • a. de naam van de gemeente;
  • b. het nummer van het stembureau; en
  • c. een beschrijving van de inhoud.
3.

Daarna worden de stembiljetten met een geldige stem op een kandidaat, lijstgewijs gerangschikt, in een of meer pakken gedaan. Het tweede lid is van toepassing.

Artikel N 10
1.

Nadat alle werkzaamheden zijn beëindigd, wordt onmiddellijk proces-verbaal opgemaakt van de stemming en van de stemopneming.

2.

Het proces-verbaal wordt door alle aanwezige leden van het stembureau getekend.

3.

Bij regeling van de Kiesraad wordt voor het proces-verbaal een model vastgesteld. Het door de Kiesraad vastgestelde model behoeft de goedkeuring van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Artikel N 11
1.

Na zich ervan overtuigd te hebben dat de transportbox leeg is, doet het stembureau de pakken, bedoeld in de artikelen N 2 en N 9, in de transportbox. De transportbox wordt voorzien van de naam van de gemeente, het nummer van het stembureau en een aanduiding van de verkiezing. Daarna wordt de transportbox op slot gedaan en verzegeld.

2.

Het stembureau bewaart de sleutel van de transportbox en zijn proces-verbaal in een enveloppe, die het eveneens verzegelt. Op deze enveloppe wordt de naam van de gemeente, het nummer van het stembureau en een aanduiding van de verkiezing vermeld.

3.

Het stembureau draagt de transportbox en de enveloppe zo spoedig mogelijk over aan de burgemeester. Tot aan die overdracht draagt het stembureau er zorg voor dat de zegels op de transportbox en de enveloppe niet worden verbroken.

Artikel N 12

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de transportbox, het vervoer en de opslag van de stembescheiden, het proces-verbaal van het stembureau alsmede over de overdracht van de transportbox en enveloppe.

Artikel N 13

Vervallen

Artikel N 14

Vervallen

§ 3. Het verlenen van volmacht door overdracht van de stempas of kiezerspas aan een andere kiezer

Artikel N 15
1.

Het briefstembureau houdt twee openbare zittingen. De zittingen strekken respectievelijk tot:

  • b. het verrichten van de stemopneming en de vaststelling en bekendmaking van de uitkomsten daarvan.
2.

Burgemeester en wethouders wijzen voor elke dag waarop het briefstembureau zitting houdt één geschikte locatie aan voor de zittingen van het briefstembureau. Deze locatie kan ook buiten de grenzen van de eigen gemeente zijn gelegen.

3.

Voor zover de zittingen gelijktijdig plaatsvinden, worden de handelingen die verricht worden ten behoeve van beide zittingen verricht door verschillende leden van het briefstembureau.

4.

De artikelen J 12 tot en met J 14, J 16, met uitzondering van de voorschriften die betrekking hebben op stemhokjes, J 17, tweede lid, J 18, J 19, J 35, J 37 en J 39, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de zittingen van het briefstembureau, met dien verstande dat in artikel J 18, eerste lid, in plaats van «artikel J 26, derde lid» gelezen wordt «artikel N 20, eerste lid».

Artikel N 16
1.

De zitting, bedoeld in artikel N 15, eerste lid, onder a, vangt aan op een door burgemeester en wethouders vast te stellen dag en tijdstip, maar niet eerder dan de zevende dag voor de stemming.

2.

De zitting, bedoeld in artikel N 15, eerste lid, onder b, vangt aan op de dag van de stemming om zeven uur dertig ten aanzien van de stembiljetten die zich op dat moment in de stembus bevinden, of zoveel later als burgemeester en wethouders bepalen.

3.

De aanwijzing van de locaties, bedoeld in artikel N 15, tweede lid, en de tijdstippen wordt ten minste zeven dagen voor aanvang van de eerste zittingsdag van het briefstembureau bekendgemaakt.

Artikel N 16a
1.

Indien gebruik is gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel M 9, tweede lid, vangt het briefstembureau in afwijking van artikel N 1 de stemopneming op de dag van stemming aan om zeven uur dertig ten aanzien van de stembiljetten die zich op dat moment in de stembus bevinden.

2.

Ten behoeve van de handelingen, bedoeld in de artikelen M 10 en M 11, ten aanzien van de nog niet geopende retourenveloppen wordt de stemopneming volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels geschorst. Zodra deze handelingen ten aanzien van alle tijdig binnengekomen retourenveloppen zijn beëindigd, wordt de stemopneming volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels hervat.

3.

Zolang de stemming niet op alle stembureaus in Nederland is geëindigd, blijft artikel N 9 buiten toepassing. Voorts is een ieder die ambtshalve kennis kan nemen van de vastgestelde aantallen stemmen, zolang verplicht tot geheimhouding daarvan.

Artikel N 17
1.

De voorzitter van het briefstembureau schorst de zitting in elk geval indien:

  • a. zich naar het oordeel van het briefstembureau in of nabij de locatie van het briefstembureau omstandigheden voordoen die de behoorlijke voortgang van de zitting onmogelijk maken;
  • b. de zitting niet op één dag kan worden afgerond.
2.

Indien zich naar het oordeel van het briefstembureau een situatie voordoet als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt dit door de voorzitter verklaard. De zitting wordt daarop geschorst. De voorzitter doet hiervan terstond mededeling aan de burgemeester. De burgemeester bepaalt vervolgens wanneer en waar de zitting wordt hervat.

3.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden hieromtrent nadere regels gesteld.

Artikel N 18
1.

Het briefstembureau opent de retourenveloppe en neemt het briefstembewijs dan wel het vervangend briefstembewijs, de kopie van het identiteitsdocument, de enveloppe met het stembiljet en, indien van toepassing, de verklaring vanwege de Nederlandse openbare dienst, eruit. Vervolgens controleert het:

  • a. of het briefstembewijs dan wel het vervangend briefstembewijs echt is;
  • b. of het nummer van het briefstembewijs onderscheidenlijk vervangend briefstembewijs niet voorkomt in het uittreksel van ongeldige briefstembewijzen, bedoeld in artikel M 5, derde lid;
  • c. of er blijkens het uittreksel van geldige briefstembewijzen, bedoeld in artikel M 5, derde lid, niet eerder een briefstembewijs dan wel een vervangend briefstembewijs met dit nummer is ontvangen;
  • d. aan de hand van de kopie van het identiteitsdocument, of dit document geldig was op de dag van de kandidaatstelling;
  • e. of de verklaring dat de kiezer het stembiljet persoonlijk heeft ingevuld, is ondertekend en of de daaronder geplaatste handtekening overeenkomt met de handtekening op het identiteitsdocument; en
  • f. indien van toepassing, of de verklaring vanwege de Nederlandse openbare dienst is ondertekend en of de daaronder geplaatste handtekening overeenkomt met de handtekening op het identiteitsdocument.
2.

Indien het lid vaststelt dat de retourenveloppe niet alle benodigde bescheiden bevat is hij bevoegd de enveloppe met het stembiljet te openen om vast te stellen of het ontbrekende bescheid zich daarin bevindt. Het stembiljet mag hierbij niet worden ingezien.

3.

Het lid van het briefstembureau doet de aangetroffen bescheiden wederom in de retourenveloppe, verzegelt deze, en legt deze terzijde, indien:

  • a. de retourenveloppe niet alle benodigde bescheiden bevat;
  • b. de stembescheiden, anders dan het stembiljet, niet voldoen aan de vereisten, bedoeld in het eerste lid; of
  • c. in een retourenveloppe stembescheiden van meer personen zijn gevoegd, waarvan er een of meer niet voldoen aan de vereisten, bedoeld in het eerste lid, of waarvan het aantal stembescheiden niet overeenkomt met het aantal stembiljetten, onderscheidenlijk enveloppen met stembiljet.
Artikel N 19
1.

Het briefstembureau houdt in het uittreksel van geldige briefstembewijzen, bedoeld in artikel M 5, derde lid, aantekening van de kiezers die tot de stemming zijn toegelaten op basis van een vervangend briefstembewijs.

2.

Indien het nummer van een briefstembewijs dan wel vervangend briefstembewijs niet voorkomt in het uittreksel, bedoeld in het eerste lid, neemt het briefstembureau contact op met de burgemeester van 's-Gravenhage.

3.

Indien de burgemeester blijkt dat een briefstembewijs of vervangend briefstembewijs met dat nummer eerder is ontvangen door een ander briefstembureau, is artikel N 18, tweede lid, van toepassing. Heeft niet eerder een ander briefstembureau een briefstembewijs of vervangend briefstembewijs met dat nummer ontvangen, dan voegt het briefstembureau dat het briefstembewijs of vervangend briefstembewijs heeft ontvangen het nummer toe aan zijn uittreksel van geldige briefstembewijzen en tekent het briefstembureau in wiens uittreksel van geldige briefstembewijzen het nummer voorkomt daarin aan dat het ontvangen is.

Artikel N 20
1.

Indien de retourenveloppe niet terzijde is gelegd wordt de enveloppe met het stembiljet ongeopend in de stembus gestoken. Indien het stembiljet zich niet in de daartoe bestemde enveloppe bevindt, wordt het, zonder het in te zien, dichtgevouwen in de stembus gestoken.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)