Wet van 8 oktober 1992, houdende bepalingen met betrekking tot het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
De financiële ondersteuning, bedoeld in de artikelen 7.51 tot en met 7.51e, is niet hoger dan de studiefinanciering die betrokkene geniet uit hoofde van hoofdstuk 3 van de Wet studiefinanciering 2000, dan wel zou hebben genoten, indien hij daarop aanspraak zou maken of zou hebben mogen maken.
Artikel 7.51g. Voorziening voor aanvullende ondersteuning
In aanvulling op de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 7.51 tot en met 7.51e, kan een voorziening voor financiële ondersteuning worden getroffen, die samen met de financiële ondersteuning ingevolge de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 7.51 tot en met 7.51e, hoger is dan de studiefinanciering die betrokkene geniet uit hoofde van hoofdstuk 3 van de Wet studiefinanciering 2000, dan wel zou hebben genoten, indien hij daarop aanspraak zou maken of zou hebben mogen maken. Deze aanvulling wordt verstrekt onder de benaming: voorziening voor aanvullende ondersteuning.
Artikel 7.51h. Instellingsregels
Het instellingsbestuur stelt regels van procedurele aard vast met betrekking tot de toepassing van de artikelen 7.51 tot en met 7.51d, waartoe in ieder geval behoren regels over de aanvang, de duur en de hoogte van de financiële ondersteuning.
Het instellingsbestuur kan aan de toekenning van financiële ondersteuning de verplichting verbinden dat de student feitelijk studerend is.
Artikel 7.51i. Informatieplicht en administratieve vastlegging
Het instellingsbestuur stelt de student schriftelijk op de hoogte van de financiële ondersteuning, bedoeld in deze paragraaf, waarbij het bedrag van de aanvullende ondersteuning afzonderlijk wordt vermeld. Voorts legt het instellingsbestuur de aan de student verstrekte financiële ondersteuning vast in zijn administratie, onder vermelding van het burgerservicenummer van de student en de hoogte van het toegekende bedrag, waarbij de hoogte van de aanvullende ondersteuning afzonderlijk wordt vermeld.
Artikel 7.51j. Open Universiteit
Deze paragraaf is van overeenkomstige toepassing op een student die aan de Open Universiteit is ingeschreven voor een onderwijseenheid.
Artikel 7.51k. Financiële ondersteuning bijzondere activiteiten door Onze Minister
Onze Minister treft voorzieningen voor de financiële ondersteuning van een student die bestuurslid is van een politieke jongerenorganisatie van enige omvang die uitgaat van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid of van een landelijke organisatie van enige omvang die voor het hoger onderwijs of het beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, relevante activiteiten ontplooit en die daartoe daadwerkelijke activiteiten ontplooit.
Bij ministeriële regeling worden de voorwaarden gesteld waaronder deze financiële ondersteuning plaatsvindt.
De artikelen 7.51g en 7.51i zijn van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 3. Gelijkwaardigheid buitenlandse getuigschriften
Hoofdstuk 7a. Taken in het kader van de zij-instroom in het beroep van leraar en docent
Hoofdstuk 7a. Taken in het kader van de zij-instroom in het beroep van leraar en docent
Hoofdstuk 7a. Taken in het kader van de zij-instroom in het beroep van leraar en docent
TITEL 1. HET BESTUUR EN DE INRICHTING VAN DE OPENBARE UNIVERSITEITEN
TITEL 2. MEDEZEGGENSCHAP BINNEN DE OPENBARE UNIVERSITEITEN
Paragraaf 2. College van beroep voor de examens; geschillenadviescommissie
Titel 3. Het bestuur en de inrichting van en de medezeggenschap binnen de bijzondere universiteiten en de levensbeschouwelijke universiteiten
Paragraaf 3. Onderzoekinstituten en onderzoekscholen
Paragraaf 3. Onderzoekinstituten en onderzoekscholen
Artikel 9.76
Vervallen
Artikel 9.76
Vervallen
Artikel 9.78
Vervallen
Artikel 9.78
Vervallen
Artikel 9.79
Vervallen
Artikel 9.76
Vervallen
Hoofdstuk 10. Het bestuur en de inrichting van de hogescholen
Paragraaf 4. Overige bepalingen
Titel 2. Het bestuur en de inrichting van hogescholen met rechtspersoonlijkheid
Paragraaf 1. Het bestuur van de Open Universiteit
Paragraaf 2. Geschillenregeling
Paragraaf 1. Het bestuur en de inrichting van de hogeschool
Paragraaf 1. Het bestuur en de inrichting van de hogeschool
Hoofdstuk 12. Het bestuur en de inrichting van de academische ziekenhuizen
Hoofdstuk 13. Het bestuur en de inrichting van de instellingen voor wetenschappelijk onderzoek
Hoofdstuk 13. Het bestuur en de inrichting van de instellingen voor wetenschappelijk onderzoek
Hoofdstuk 17. Overgangs- en invoeringsbepalingen wijzigingswetten tot 2002
Hoofdstuk 16. Overgangsvoorzieningen onder meer in verband met de invoering van de wet en voorschriften in verband met fusie, omzetting, splitsing, verplaatsing en bestuursoverdracht
Paragraaf 4. Doctoraten Internationaal Instituut voor Sociale Studiën
Paragraaf 7. Bijdragen uit ’s Rijks kas voor theologisch en levensbeschouwelijk onderwijs
Paragraaf 8. Overige bepalingen
Titel 9. Wet van 29 juni 2000 (Stb. 286)
Titel 7. Wet van 24 juni 2004 (Stb. 321)
Titel 10. Wet van 14 juni 2007 (Stb. 254)
Titel 11. Wet van 4 februari 2010 (Stb. 119)
Titel 12. Wet van 8 juli 2011 (Stb. 369)
Hoofdstuk 19. Slotbepalingen
Bijlage. behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
In deze bijlage zijn in de onderdelen a tot en met i opgenomen de bekostigde instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, en zijn in onderdeel j opgenomen de academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid.
De namen van rechtspersonen in deze bijlage worden weergegeven zoals zij luiden op 1 januari 2004.
- a. De openbare universiteiten te Leiden, Groningen, Amsterdam, Utrecht, Delft, Wageningen, Eindhoven, Enschede, Rotterdam en Maastricht.
- b. De bijzondere universiteit te:
- -. Amsterdam, uitgaande van de Vereniging voor christelijk wetenschappelijk onderwijs;
- -. Nijmegen, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit;
- -. Tilburg, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit Brabant.
- c. De rechtspersoonlijkheid bezittende openbare hogescholen te Leeuwarden en Velp.
- d. (vacant)
- e. (vacant)
- f. (vacant)
- g. De bijzondere hogescholen:
- –. Agrarische Hogeschool Larenstein, uitgaande van de Stichting Van Hall Larenstein;
- –. Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten;
- –. ArtEZ, Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting ArtEZ;
- –. Avans Hogeschool, uitgaande van de Stichting Avans;
- –. Christelijke Agrarische Hogeschool, uitgaande van de stichting Christelijke Agrarische Hogeschool;
- –. Christelijke Hogeschool Ede, uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag;
- –. Christelijke Hogeschool Windesheim, uitgaande van de Vereniging Christelijk Hoger Onderwijs;
- –. Codarts, Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Codarts, Hogeschool voor de Kunsten;
- –. Design Academy, uitgaande van de Stichting The Design Academy;
- –. Fontys Hogeschool Eindhoven, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool ’s-Hertogenbosch, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool Roermond, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool Sittard, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool Tilburg, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool Venlo, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Pedagogische Hogeschool Eindhoven uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Pedagogisch Technische Hogeschool Nederland, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Gereformeerde Hogeschool, uitgaande van de Stichting voor Gereformeerd Hoger Beroepsonderwijs;
- –. Haagse Hogeschool, uitgaande van de Stichting Hoger Beroepsonderwijs Haaglanden en Rijnstreek;
- –. Hanzehogeschool Groningen, uitgaande van de Stichting Hanzehogeschool Groningen;
- –. HAS Den Bosch, uitgaande van de Stichting Agrarische Hogeschool Den Bosch van de Katholieke Nederlandse Boeren en Tuinders Bond;
- –. Hogeschool van Amsterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Amsterdam;
- –. Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen;
- –. Hogeschool «De Driestar», uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Onderwijs op Reformatorische grondslag «De Driestar»;
- –. Hogeschool «De Kempel», uitgaande van de Stichting «De Kempel»;
- –. Hogeschool Domstad Katholieke lerarenopleiding basisonderwijs, uitgaande van de Stichting Katholieke Opleiding tot Leraren in het Basisonderwijs;
- –. Hogeschool Edith Stein, uitgaande van de Stichting Onderwijs Centrum Twente;
- –. Hogeschool Helicon, uitgaande van de Stichting Hogeschool Helicon, onderwijs vanuit antroposofie;
- –. Hogeschool INHOLLAND, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Nederland;
- –. Hogeschool IPABO Amsterdam/Alkmaar, uitgaande van de Stichting voor de Protestants Christelijke en de Rooms-Katholieke lerarenopleiding voor het Basisonderwijs in Noord-Holland;
- –. Hogeschool Leiden, uitgaande van Stichting Hogeschool Leiden;
- –. Hogeschool Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool Rotterdam;
- –. Hogeschool Thomas More, uitgaande van de Stichting Thomas More Hogeschool;
- –. Hogeschool Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool Utrecht;
- –. Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans;
- –. Hogeschool voor Beeldende Kunst en Vormgeving, uitgaande van de Stichting Gerrit Rietveld Academie te Amsterdam;
- –. Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, uitgaande van de Stichting hogeschool voor de Kunsten Utrecht;
- –. Hogeschool Zeeland, uitgaande van de Stichting Hogeschool Zeeland;
- –. Hogeschool Zuyd, uitgaande van de Stichting Hogeschool Zuyd;
- –. Hotelschool Den Haag, uitgaande van de Stichting Hotelschool Den Haag;
- –. Iselinge, educatieve faculteit, uitgaande van de Stichting IJsselgroep Iselinge;
- –. Katholieke PABO, uitgaande van de Stichting Katholieke Opleiding tot Leraren in het Basisonderwijs;
- –. Marnix Academie Prot. Chr. hogeschool Lerarenopleiding basisonderwijs, uitgaande van de Stichting Protestants Christelijke Hoger Beroepsonderwijs Utrecht;
- –. NHTV Internationale Hogeschool, uitgaande van de Stichting NHTV Internationale Hogeschool te Breda;
- –. Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, uitgaande van de Stichting Noordelijke Hogeschool Leeuwarden;
- –. Saxion Hogescholen, uitgaande van de Stichting Saxion;
- –. Stenden Hogeschool, Christelijke Hogeschool Nederland, uitgaande van de Stichting Stenden Hogeschool;
- –. Stenden Hogeschool Drenthe, uitgaande van de Stichting Stenden Hogeschool;
- –. STOAS Hogeschool, Wageningen, uitgaande van de Stichting STOAS;
- –. Van Hall Instituut, uitgaande van de Stichting Van Hall Larenstein.
- h. de Open Universiteit te Heerlen.
- i. de levensbeschouwelijke universiteiten:
- –. Protestantse Theologische Universiteit te Kampen, uitgaande van de Protestantse Kerk in Nederland;
- –. Theologische Universiteit der Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland te Apeldoorn, uitgaande van het kerkgenootschap Christelijke Gereformeerde Kerken;
- –. Universiteit voor Humanistiek te Utrecht, uitgaande van de Stichting Universiteit voor Humanistiek.
- –. Theologische Universiteit, uitgaande van de gezamenlijke rechtspersoonlijkheid bezittende Gereformeerde Kerken in Nederland (vrijgemaakt) te Kampen.
- j.
-
- De rechtspersoonlijkheid bezittende academische ziekenhuizen bij de openbare universiteiten te:
- -. Leiden,
- -. Groningen,
- -. Amsterdam,
- -. Utrecht,
- -. Rotterdam,
- -. Maastricht.
-
- De academische ziekenhuizen bij de bijzondere universiteiten te Amsterdam en Nijmegen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministers, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 1.16a. Kaderwet zelfstandige bestuursorganen
De Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is van toepassing op de Koninklijke Bibliotheek, met uitzondering van artikel 15 van die wet.
Titel 3. Kwaliteitszorg
Hoofdstuk 2. Planning en bekostiging
Titel 2. Bekostiging
Titel 4. Bijzondere bepalingen in verband met het financieel beheer
Titel 3. Inrichting verslag en aanwijzing branchecode
Hoofdstuk 3. Overleg
Hoofdstuk 4. Het personeel
Hoofdstuk 5. Het toezicht
Titel 1. Accreditatieorgaan
Titel 2. Accreditatie en toets nieuwe opleiding
Titel 4. Rechtsbescherming van studenten en extraneï
Hoofdstuk 7a. Taken in het kader van de zij-instroom in het beroep van leraar en docent
Hoofdstuk 8. Samenwerking bekostigde instellingen voor hoger onderwijs
Hoofdstuk 9. Het bestuur en de inrichting van de universiteiten
TITEL 1. HET BESTUUR EN DE INRICHTING VAN DE OPENBARE UNIVERSITEITEN
Paragraaf 1. Het bestuur van de universiteit
Titel 4. Bijzonder onderwijs aan universiteiten
Paragraaf 2. Onderwijs en wetenschapsbeoefening
Artikel 9.76
Vervallen
Artikel 9.81
Vervallen
Hoofdstuk 10. Het bestuur en de inrichting van de hogescholen
Titel 2. Het bestuur en de inrichting van hogescholen met rechtspersoonlijkheid
Paragraaf 1. Het bestuur en de inrichting van de hogeschool
Hoofdstuk 13. Het bestuur en de inrichting van de instellingen voor wetenschappelijk onderzoek
Hoofdstuk 15. Inhouding bekostiging, schadevergoeding en strafbepalingen
Hoofdstuk 15. Inhouding bekostiging, schadevergoeding en strafbepalingen
Hoofdstuk 17. Overgangs- en invoeringsbepalingen wijzigingswetten tot 2002
Hoofdstuk 16. Overgangsvoorzieningen onder meer in verband met de invoering van de wet en voorschriften in verband met fusie, omzetting, splitsing, verplaatsing en bestuursoverdracht
Paragraaf 2. Onderwijs en vooropleidingseisen
Paragraaf 5. Fusies, omzetting, splitsing, verplaatsing en bestuursoverdracht hogescholen
Paragraaf 7. Bijdragen uit ’s Rijks kas voor theologisch en levensbeschouwelijk onderwijs
Paragraaf 8. Overige bepalingen
Titel 4. Wet van 10 april 1997 (Stb. 162)
Titel 9. Wet van 29 juni 2000 (Stb. 286)
Titel 4. Wet van 30 januari 2003 (Stb. 70)
Titel 10. Wet van 14 juni 2007 (Stb. 254)
Titel 10. Wet van 14 juni 2007 (Stb. 254)
Titel 11. Wet van 4 februari 2010 (Stb. 119)
Titel 15. Wet van 10 juli 2013 (Stb. 298)
Hoofdstuk 19. Slotbepalingen
Bijlage. behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
In deze bijlage zijn in de onderdelen a tot en met i opgenomen de bekostigde instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, en zijn in onderdeel j opgenomen de academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid.
De namen van rechtspersonen in deze bijlage worden weergegeven zoals zij luiden op 1 januari 2004.
- a. De openbare universiteiten te Leiden, Groningen, Amsterdam, Utrecht, Delft, Wageningen, Eindhoven, Enschede, Rotterdam en Maastricht.
- b. De bijzondere universiteit te:
- -. Amsterdam, uitgaande van de Vereniging voor christelijk wetenschappelijk onderwijs;
- -. Nijmegen, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit;
- -. Tilburg, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit Brabant.
- c. De rechtspersoonlijkheid bezittende openbare hogescholen te Leeuwarden en Velp.
- d. (vacant)
- e. (vacant)
- f. (vacant)
- g. De bijzondere hogescholen:
- –. Agrarische Hogeschool Larenstein, uitgaande van de Stichting Van Hall Larenstein;
- –. Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten;
- –. ArtEZ, Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting ArtEZ;
- –. Avans Hogeschool, uitgaande van de Stichting Avans;
- –. Christelijke Agrarische Hogeschool, uitgaande van de stichting Christelijke Agrarische Hogeschool;
- –. Christelijke Hogeschool Ede, uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag;
- –. Christelijke Hogeschool Windesheim, uitgaande van de Vereniging Christelijk Hoger Onderwijs;
- –. Codarts, Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Codarts, Hogeschool voor de Kunsten;
- –. Design Academy, uitgaande van de Stichting The Design Academy;
- –. Fontys Hogeschool Eindhoven, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool ’s-Hertogenbosch, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool Roermond, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool Sittard, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool Tilburg, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool Venlo, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Pedagogische Hogeschool Eindhoven uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Pedagogisch Technische Hogeschool Nederland, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Gereformeerde Hogeschool, uitgaande van de Stichting voor Gereformeerd Hoger Beroepsonderwijs;
- –. Haagse Hogeschool, uitgaande van de Stichting Hoger Beroepsonderwijs Haaglanden en Rijnstreek;
- –. Hanzehogeschool Groningen, uitgaande van de Stichting Hanzehogeschool Groningen;
- –. HAS Den Bosch, uitgaande van de Stichting Agrarische Hogeschool Den Bosch van de Katholieke Nederlandse Boeren en Tuinders Bond;
- –. Hogeschool van Amsterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Amsterdam;
- –. Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen;
- –. Hogeschool «De Driestar», uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Onderwijs op Reformatorische grondslag «De Driestar»;
- –. Hogeschool «De Kempel», uitgaande van de Stichting «De Kempel»;
- –. Hogeschool Domstad Katholieke lerarenopleiding basisonderwijs, uitgaande van de Stichting Katholieke Opleiding tot Leraren in het Basisonderwijs;
- –. Hogeschool Edith Stein, uitgaande van de Stichting Onderwijs Centrum Twente;
- –. Hogeschool Helicon, uitgaande van de Stichting Hogeschool Helicon, onderwijs vanuit antroposofie;
- –. Hogeschool INHOLLAND, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Nederland;
- –. Hogeschool IPABO Amsterdam/Alkmaar, uitgaande van de Stichting voor de Protestants Christelijke en de Rooms-Katholieke lerarenopleiding voor het Basisonderwijs in Noord-Holland;
- –. Hogeschool Leiden, uitgaande van Stichting Hogeschool Leiden;
- –. Hogeschool Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool Rotterdam;
- –. Hogeschool Thomas More, uitgaande van de Stichting Thomas More Hogeschool;
- –. Hogeschool Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool Utrecht;
- –. Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans;
- –. Hogeschool voor Beeldende Kunst en Vormgeving, uitgaande van de Stichting Gerrit Rietveld Academie te Amsterdam;
- –. Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, uitgaande van de Stichting hogeschool voor de Kunsten Utrecht;
- –. Hogeschool Zeeland, uitgaande van de Stichting Hogeschool Zeeland;
- –. Hogeschool Zuyd, uitgaande van de Stichting Hogeschool Zuyd;
- –. Hotelschool Den Haag, uitgaande van de Stichting Hotelschool Den Haag;
- –. Iselinge, educatieve faculteit, uitgaande van de Stichting IJsselgroep Iselinge;
- –. Katholieke PABO, uitgaande van de Stichting Katholieke Opleiding tot Leraren in het Basisonderwijs;
- –. Marnix Academie Prot. Chr. hogeschool Lerarenopleiding basisonderwijs, uitgaande van de Stichting Protestants Christelijke Hoger Beroepsonderwijs Utrecht;
- –. NHTV Internationale Hogeschool, uitgaande van de Stichting NHTV Internationale Hogeschool te Breda;
- –. Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, uitgaande van de Stichting Noordelijke Hogeschool Leeuwarden;
- –. Saxion Hogescholen, uitgaande van de Stichting Saxion;
- –. Stenden Hogeschool, Christelijke Hogeschool Nederland, uitgaande van de Stichting Stenden Hogeschool;
- –. Stenden Hogeschool Drenthe, uitgaande van de Stichting Stenden Hogeschool;
- –. STOAS Hogeschool, Wageningen, uitgaande van de Stichting STOAS;
- –. Van Hall Instituut, uitgaande van de Stichting Van Hall Larenstein.
- h. de Open Universiteit te Heerlen.
- i. de levensbeschouwelijke universiteiten:
- –. Protestantse Theologische Universiteit te Kampen, uitgaande van de Protestantse Kerk in Nederland;
- –. Theologische Universiteit der Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland te Apeldoorn, uitgaande van het kerkgenootschap Christelijke Gereformeerde Kerken;
- –. Universiteit voor Humanistiek te Utrecht, uitgaande van de Stichting Universiteit voor Humanistiek.
- –. Theologische Universiteit, uitgaande van de gezamenlijke rechtspersoonlijkheid bezittende Gereformeerde Kerken in Nederland (vrijgemaakt) te Kampen.
- j.
-
- De rechtspersoonlijkheid bezittende academische ziekenhuizen bij de openbare universiteiten te:
- -. Leiden,
- -. Groningen,
- -. Amsterdam,
- -. Utrecht,
- -. Rotterdam,
- -. Maastricht.
-
- De academische ziekenhuizen bij de bijzondere universiteiten te Amsterdam en Nijmegen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministers, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 7.47a. Vrijstelling wettelijk collegegeld in verband met bestuursfunctie
Indien een student bij een instelling is ingeschreven voor een opleiding kan het instellingsbestuur eenmalig en voor een periode van één studiejaar die student vrijstellen van het betalen van wettelijk collegegeld, indien die student voltijds:
- a. het lidmaatschap bekleedt van het bestuur van een studentenorganisatie van enige omvang met volledige rechtsbevoegdheid, de universiteitsraad, het orgaan dat is ingesteld op grond van de medezeggenschapsregeling, bedoeld in artikel 9.30, derde lid, of 10.16a, derde lid, de medezeggenschapsraad, of de studentenraad, of
- b. activiteiten op bestuurlijk of maatschappelijk gebied ontplooit die naar het oordeel van het instellingsbestuur mede in het belang zijn van de instelling of van het onderwijs bij die instelling,
mits de student gedurende die periode geen onderwijs volgt of examens of tentamens aflegt aan de instelling of een andere bekostigde instelling, en het onder a bedoelde lidmaatschap of de onder b bedoelde activiteiten niet commercieel van aard zijn.
Hoofdstuk 7a. Taken in het kader van de zij-instroom in het beroep van leraar en docent
Hoofdstuk 9. Het bestuur en de inrichting van de universiteiten
Titel 4. Rechtsbescherming van studenten en extraneï
Artikel 9.76
Vervallen
Hoofdstuk 10. Het bestuur en de inrichting van de hogescholen
Paragraaf 4. Overige bepalingen
Paragraaf 5. Medezeggenschap binnen onderzoekinstituten en onderzoekscholen
Titel 2. Het bestuur en de inrichting van hogescholen met rechtspersoonlijkheid
Paragraaf 1. Het bestuur van de Open Universiteit
Paragraaf 1. Het bestuur en de inrichting van de hogeschool
Hoofdstuk 12. Het bestuur en de inrichting van de academische ziekenhuizen
Paragraaf 2. Onderwijs en vooropleidingseisen
Paragraaf 8. Overige bepalingen
Titel 5. Wet van 2 juli 1997 (Stb. 322)
Titel 6. Wet van 2 april 1998 (Stb. 216)
Titel 10. Wet van 14 juni 2007 (Stb. 254)
Titel 11. Wet van 4 februari 2010 (Stb. 119)
Titel 13. Wet van.... 2011 (Stb...)
Hoofdstuk 19. Slotbepalingen
Bijlage. behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
In deze bijlage zijn in de onderdelen a tot en met i opgenomen de bekostigde instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, en zijn in onderdeel j opgenomen de academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid.
De namen van rechtspersonen in deze bijlage worden weergegeven zoals zij luiden op 1 januari 2004.
- a. De openbare universiteiten te Leiden, Groningen, Amsterdam, Utrecht, Delft, Wageningen, Eindhoven, Enschede, Rotterdam en Maastricht.
- b. De bijzondere universiteit te:
- -. Amsterdam, uitgaande van de Vereniging voor christelijk wetenschappelijk onderwijs;
- -. Nijmegen, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit;
- -. Tilburg, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit Brabant.
- c. De rechtspersoonlijkheid bezittende openbare hogescholen te Leeuwarden en Velp.
- d. (vacant)
- e. (vacant)
- f. (vacant)
- g. De bijzondere hogescholen:
- –. Agrarische Hogeschool Larenstein, uitgaande van de Stichting Van Hall Larenstein;
- –. Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten;
- –. ArtEZ, Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting ArtEZ;
- –. Avans Hogeschool, uitgaande van de Stichting Avans;
- –. Christelijke Agrarische Hogeschool, uitgaande van de stichting Christelijke Agrarische Hogeschool;
- –. Christelijke Hogeschool Ede, uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag;
- –. Christelijke Hogeschool Windesheim, uitgaande van de Vereniging Christelijk Hoger Onderwijs;
- –. Codarts, Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Codarts, Hogeschool voor de Kunsten;
- –. Design Academy, uitgaande van de Stichting The Design Academy;
- –. Fontys Hogeschool Eindhoven, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool ’s-Hertogenbosch, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool Roermond, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool Sittard, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool Tilburg, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool Venlo, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Pedagogische Hogeschool Eindhoven uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Pedagogisch Technische Hogeschool Nederland, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Gereformeerde Hogeschool, uitgaande van de Stichting voor Gereformeerd Hoger Beroepsonderwijs;
- –. Haagse Hogeschool, uitgaande van de Stichting Hoger Beroepsonderwijs Haaglanden en Rijnstreek;
- –. Hanzehogeschool Groningen, uitgaande van de Stichting Hanzehogeschool Groningen;
- –. HAS Den Bosch, uitgaande van de Stichting Agrarische Hogeschool Den Bosch van de Katholieke Nederlandse Boeren en Tuinders Bond;
- –. Hogeschool van Amsterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Amsterdam;
- –. Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen;
- –. Hogeschool «De Driestar», uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Onderwijs op Reformatorische grondslag «De Driestar»;
- –. Hogeschool «De Kempel», uitgaande van de Stichting «De Kempel»;
- –. Hogeschool Domstad Katholieke lerarenopleiding basisonderwijs, uitgaande van de Stichting Katholieke Opleiding tot Leraren in het Basisonderwijs;
- –. Hogeschool Edith Stein, uitgaande van de Stichting Onderwijs Centrum Twente;
- –. Hogeschool Helicon, uitgaande van de Stichting Hogeschool Helicon, onderwijs vanuit antroposofie;
- –. Hogeschool INHOLLAND, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Nederland;
- –. Hogeschool IPABO Amsterdam/Alkmaar, uitgaande van de Stichting voor de Protestants Christelijke en de Rooms-Katholieke lerarenopleiding voor het Basisonderwijs in Noord-Holland;
- –. Hogeschool Leiden, uitgaande van Stichting Hogeschool Leiden;
- –. Hogeschool Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool Rotterdam;
- –. Hogeschool Thomas More, uitgaande van de Stichting Thomas More Hogeschool;
- –. Hogeschool Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool Utrecht;
- –. Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans;
- –. Hogeschool voor Beeldende Kunst en Vormgeving, uitgaande van de Stichting Gerrit Rietveld Academie te Amsterdam;
- –. Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, uitgaande van de Stichting hogeschool voor de Kunsten Utrecht;
- –. Hogeschool Zeeland, uitgaande van de Stichting Hogeschool Zeeland;
- –. Hogeschool Zuyd, uitgaande van de Stichting Hogeschool Zuyd;
- –. Hotelschool Den Haag, uitgaande van de Stichting Hotelschool Den Haag;
- –. Iselinge, educatieve faculteit, uitgaande van de Stichting IJsselgroep Iselinge;
- –. Katholieke PABO, uitgaande van de Stichting Katholieke Opleiding tot Leraren in het Basisonderwijs;
- –. Marnix Academie Prot. Chr. hogeschool Lerarenopleiding basisonderwijs, uitgaande van de Stichting Protestants Christelijke Hoger Beroepsonderwijs Utrecht;
- –. NHTV Internationale Hogeschool, uitgaande van de Stichting NHTV Internationale Hogeschool te Breda;
- –. Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, uitgaande van de Stichting Noordelijke Hogeschool Leeuwarden;
- –. Saxion Hogescholen, uitgaande van de Stichting Saxion;
- –. Stenden Hogeschool, Christelijke Hogeschool Nederland, uitgaande van de Stichting Stenden Hogeschool;
- –. Stenden Hogeschool Drenthe, uitgaande van de Stichting Stenden Hogeschool;
- –. STOAS Hogeschool, Wageningen, uitgaande van de Stichting STOAS;
- –. Van Hall Instituut, uitgaande van de Stichting Van Hall Larenstein.
- h. de Open Universiteit te Heerlen.
- i. de levensbeschouwelijke universiteiten:
- –. Protestantse Theologische Universiteit te Kampen, uitgaande van de Protestantse Kerk in Nederland;
- –. Theologische Universiteit der Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland te Apeldoorn, uitgaande van het kerkgenootschap Christelijke Gereformeerde Kerken;
- –. Universiteit voor Humanistiek te Utrecht, uitgaande van de Stichting Universiteit voor Humanistiek.
- –. Theologische Universiteit, uitgaande van de gezamenlijke rechtspersoonlijkheid bezittende Gereformeerde Kerken in Nederland (vrijgemaakt) te Kampen.
- j.
-
- De rechtspersoonlijkheid bezittende academische ziekenhuizen bij de openbare universiteiten te:
- -. Leiden,
- -. Groningen,
- -. Amsterdam,
- -. Utrecht,
- -. Rotterdam,
- -. Maastricht.
-
- De academische ziekenhuizen bij de bijzondere universiteiten te Amsterdam en Nijmegen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministers, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 1.12b. Graadverlening postinitiële masteropleidingen door bekostigde instellingen
Aan de met goed gevolg afgelegde examens van een postinitiële masteropleiding, verzorgd door instellingen als bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, is een mastergraad als bedoeld in artikel 7.10a verbonden.
Paragraaf 4. Instellingen voor wetenschappelijk onderzoek
Artikel 1.22. Bescherming naam universiteit
Het voeren van de naam universiteit is voorbehouden aan de instellingen voor hoger onderwijs die zijn opgenomen in de bijlage van deze wet onder a, b, h en i, de universiteiten, bedoeld in artikel 18.75, derde lid en de transnationale Universiteit Limburg. Onder het voeren van de naam universiteit wordt tevens verstaan het voeren van deze naam in samenstellingen, alsmede het voeren van de naam universiteit in vertalingen.
In afwijking van het eerste lid, mag een instelling voor hoger onderwijs die in Nederland is gevestigd als nevenvestiging van een buitenlandse universiteit, de naam universiteit voeren, indien de instelling:
- a. haar hoofdvestiging heeft in een land dat behoort tot de Europese Economische Ruimte;
- b. in het land van hoofdvestiging als universiteit is gevestigd conform de daar geldende onderwijs- en vestigingsregels, daar het recht heeft graden te verlenen, waaronder de graad Doctor of Doctor of Philosophy en ook in Nederland toegang tot promotie biedt;
- c. op haar website duidelijk kenbaar maakt in welk land de hoofdvestiging is, welke graden op grond van welke opleidingen worden verleend en op grond van welke regeling een graad wordt verleend, met dien verstande dat de instelling deze gegevens, bij afwezigheid van een website, anderszins kenbaar maakt aan aanstaande studenten; en
- d. op ieder getuigschrift dat wordt verstrekt ten bewijze dat een graad is behaald, de naam van de instelling vermeldt en de regeling op grond waarvan de graad wordt verleend.
De bewijslast dat is voldaan aan de voorwaarden van het tweede lid, rust op de instelling.
Onze Minister kan besluiten dat nevenvestigingen van buitenlandse instellingen die hun hoofdvestiging buiten de Europese Economische Ruimte hebben, zich hier universiteit mogen noemen indien zij voldoen aan bij ministeriële regeling vast te leggen criteria. Het tweede en derde lid zijn hierop van overeenkomstige toepassing.
Artikel 1.23. Bescherming naam hogeschool
Het voeren van de naam hogeschool is voorbehouden aan de instellingen voor hoger onderwijs die zijn opgenomen in de bijlage van deze wet onder g, en aan rechtspersonen voor hoger onderwijs. Onder het voeren van de naam hogeschool wordt tevens het voeren van deze naam in samenstellingen verstaan, alsmede het voeren van de naam hogeschool in vertalingen. In afwijking van artikel 1.22, eerste lid, wordt de naam hogeschool in het Engels aangeduid met «university of applied sciences» dan wel, bij hogescholen die opleiden tot een bepaald beroepsprofiel, «university» met daarachter het vakgebied.
In afwijking van het eerste lid, mag een onderwijsinstelling die in Nederland is gevestigd als nevenvestiging van een buitenlandse instelling, de naam hogeschool voeren indien de instelling:
- a. haar hoofdvestiging heeft in een land dat behoort tot de Europese Economische Ruimte; en
- b. in het land van hoofdvestiging als instelling voor hoger onderwijs is gevestigd conform de daar geldende onderwijs- en vestigingsregels en daar het recht heeft graden te verlenen; en
- c. op haar website duidelijk kenbaar maakt in welk land de hoofdvestiging is, welke graden op grond van welke opleidingen worden verleend en op grond van welke regeling een graad wordt verleend, met dien verstande dat de instelling deze gegevens, bij afwezigheid van een website, anderszins kenbaar maakt aan aanstaande studenten; en
- d. op ieder getuigschrift dat wordt verstrekt ten bewijze dat een graad is behaald, de naam van de instelling vermeldt en de regeling op grond waarvan de graad wordt verleend.
De bewijslast dat is voldaan aan de voorwaarden van het tweede lid, rust op de instelling.
Onze Minister kan besluiten dat nevenvestigingen van buitenlandse instellingen die hun hoofdvestiging buiten de Europese Economische Ruimte hebben, zich hier hogeschool mogen noemen indien zij voldoen aan bij ministeriële regeling vast te leggen criteria. Het tweede en derde lid zijn hierop van overeenkomstige toepassing.
Artikel 1.24. Uitzonderingen gebruik naam hogeschool en universiteit
In afwijking van artikel 1.22, eerste lid, mag de naam universiteit worden gevoerd door:
- a. de volksuniversiteiten;
- b. een persoon of rechtspersoon die geen graden verleent, noch in het vooruitzicht stelt en die geen betaling vraagt voor onderwijs of certificaten.
In afwijking van artikel 1.23, eerste lid, mag de naam hogeschool worden gevoerd door:
- a. de volkshogescholen;
- b. de Evangelische Hogeschool in Amersfoort en de Vrije Hogeschool in Zeist;
- c. een persoon of rechtspersoon die geen graden verleent, noch in het vooruitzicht stelt en die geen betaling vraagt voor onderwijs of certificaten.
Hoofdstuk 2. Planning en bekostiging
Titel 1. Planning
Titel 4. Bijzondere bepalingen in verband met het financieel beheer
Hoofdstuk 3. Overleg
Hoofdstuk 5a. Accreditatie in het hoger onderwijs
Titel 1. Accreditatieorgaan
Hoofdstuk 6. Onderwijsaanbod
Hoofdstuk 7. Onderwijs
Titel 4
Paragraaf 1. Het onderwijs en de examens
Titel 2. Vooropleidingseisen en toelatingseisen
Paragraaf 2. Toelatingseisen masteropleidingen
TITEL 2A. VRIJSTELLING VAN HET AFLEGGEN VAN TENTAMENS OP GROND VAN HET BEZIT VAN EEN DIPLOMA BEROEPSONDERWIJS
Titel 3. Studenten en extraneï
Hoofdstuk 8. Samenwerking bekostigde instellingen voor hoger onderwijs
Hoofdstuk 7a. Taken in het kader van de zij-instroom in het beroep van leraar en docent
Paragraaf 3. Onderzoekinstituten en onderzoekscholen
Artikel 9.79
Vervallen
Artikel 9.78
Vervallen
Artikel 9.79
Vervallen
Artikel 9.80
Vervallen
Hoofdstuk 10. Het bestuur en de inrichting van de hogescholen
Titel 1. Het bestuur en de inrichting van hogescholen
Paragraaf 4. Overige bepalingen
Titel 3. Het bestuur en de inrichting van en de medezeggenschap binnen de bijzondere universiteiten en de levensbeschouwelijke universiteiten
Titel 2. Het bestuur en de inrichting van hogescholen met rechtspersoonlijkheid
Hoofdstuk 12. Het bestuur en de inrichting van de academische ziekenhuizen
Hoofdstuk 11. Het bestuur en de inrichting van de Open Universiteit
Titel 4. Overleg bestuur faculteit der geneeskunde en raad van bestuur
Hoofdstuk 15. Inhouding bekostiging, schadevergoeding en strafbepalingen
Artikel 15.8. Niet-gerechtigd voeren naam universiteit of hogeschool of niet voldoen aan informatieplicht
Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon die handelt in strijd met artikel 1.22, 1.23, 1.24 of 7.15.
Artikel 15.9. Hoogte bestuurlijke boete
De bestuurlijke boete die op grond van artikel 15.7 en artikel 15.8 kan worden opgelegd, bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, respectievelijk artikel 27, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES of, indien dat meer is, ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande aan de beschikking waarin de bestuurlijke boete wordt opgelegd.
Hoofdstuk 12. Het bestuur en de inrichting van de academische ziekenhuizen
Hoofdstuk 13. Het bestuur en de inrichting van de instellingen voor wetenschappelijk onderzoek
Paragraaf 4. Doctoraten Internationaal Instituut voor Sociale Studiën
Paragraaf 7. Bijdragen uit ’s Rijks kas voor theologisch en levensbeschouwelijk onderwijs
Paragraaf 2. Instelling en registratie van bachelor- en masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs; tijdelijke handhaving van opleidingen in afbouw
Titel 11. Wet van 4 februari 2010 (Stb. 119)
Titel 14. Wet van 28 januari 2013 (Stb. 70)
Titel 12. Wet van 8 juli 2011 (Stb. 369)
Hoofdstuk 19. Slotbepalingen
Bijlage. behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
In deze bijlage zijn in de onderdelen a tot en met i opgenomen de bekostigde instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, en zijn in onderdeel j opgenomen de academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid.
De namen van rechtspersonen in deze bijlage worden weergegeven zoals zij luiden op 1 januari 2004.
- a. De openbare universiteiten te Leiden, Groningen, Amsterdam, Utrecht, Delft, Wageningen, Eindhoven, Enschede, Rotterdam en Maastricht.
- b. De bijzondere universiteit te:
- -. Amsterdam, uitgaande van de Vereniging voor christelijk wetenschappelijk onderwijs;
- -. Nijmegen, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit;
- -. Tilburg, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit Brabant.
- c. De rechtspersoonlijkheid bezittende openbare hogescholen te Leeuwarden en Velp.
- d. (vacant)
- e. (vacant)
- f. (vacant)
- g. De bijzondere hogescholen:
- –. Agrarische Hogeschool Larenstein, uitgaande van de Stichting Van Hall Larenstein;
- –. Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten;
- –. ArtEZ, Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting ArtEZ;
- –. Avans Hogeschool, uitgaande van de Stichting Avans;
- –. Christelijke Agrarische Hogeschool, uitgaande van de stichting Christelijke Agrarische Hogeschool;
- –. Christelijke Hogeschool Ede, uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag;
- –. Christelijke Hogeschool Windesheim, uitgaande van de Vereniging Christelijk Hoger Onderwijs;
- –. Codarts, Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Codarts, Hogeschool voor de Kunsten;
- –. Design Academy, uitgaande van de Stichting The Design Academy;
- –. Fontys Hogeschool Eindhoven, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool ’s-Hertogenbosch, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool Roermond, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool Sittard, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool Tilburg, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool Venlo, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Pedagogische Hogeschool Eindhoven uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Pedagogisch Technische Hogeschool Nederland, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Gereformeerde Hogeschool, uitgaande van de Stichting voor Gereformeerd Hoger Beroepsonderwijs;
- –. Haagse Hogeschool, uitgaande van de Stichting Hoger Beroepsonderwijs Haaglanden en Rijnstreek;
- –. Hanzehogeschool Groningen, uitgaande van de Stichting Hanzehogeschool Groningen;
- –. HAS Den Bosch, uitgaande van de Stichting Agrarische Hogeschool Den Bosch van de Katholieke Nederlandse Boeren en Tuinders Bond;
- –. Hogeschool van Amsterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Amsterdam;
- –. Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen;
- –. Hogeschool «De Driestar», uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Onderwijs op Reformatorische grondslag «De Driestar»;
- –. Hogeschool «De Kempel», uitgaande van de Stichting «De Kempel»;
- –. Hogeschool Domstad Katholieke lerarenopleiding basisonderwijs, uitgaande van de Stichting Katholieke Opleiding tot Leraren in het Basisonderwijs;
- –. Hogeschool Edith Stein, uitgaande van de Stichting Onderwijs Centrum Twente;
- –. Hogeschool Helicon, uitgaande van de Stichting Hogeschool Helicon, onderwijs vanuit antroposofie;
- –. Hogeschool INHOLLAND, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Nederland;
- –. Hogeschool IPABO Amsterdam/Alkmaar, uitgaande van de Stichting voor de Protestants Christelijke en de Rooms-Katholieke lerarenopleiding voor het Basisonderwijs in Noord-Holland;
- –. Hogeschool Leiden, uitgaande van Stichting Hogeschool Leiden;
- –. Hogeschool Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool Rotterdam;
- –. Hogeschool Thomas More, uitgaande van de Stichting Thomas More Hogeschool;
- –. Hogeschool Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool Utrecht;
- –. Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans;
- –. Hogeschool voor Beeldende Kunst en Vormgeving, uitgaande van de Stichting Gerrit Rietveld Academie te Amsterdam;
- –. Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, uitgaande van de Stichting hogeschool voor de Kunsten Utrecht;
- –. Hogeschool Zeeland, uitgaande van de Stichting Hogeschool Zeeland;
- –. Hogeschool Zuyd, uitgaande van de Stichting Hogeschool Zuyd;
- –. Hotelschool Den Haag, uitgaande van de Stichting Hotelschool Den Haag;
- –. Iselinge, educatieve faculteit, uitgaande van de Stichting IJsselgroep Iselinge;
- –. Katholieke PABO, uitgaande van de Stichting Katholieke Opleiding tot Leraren in het Basisonderwijs;
- –. Marnix Academie Prot. Chr. hogeschool Lerarenopleiding basisonderwijs, uitgaande van de Stichting Protestants Christelijke Hoger Beroepsonderwijs Utrecht;
- –. NHTV Internationale Hogeschool, uitgaande van de Stichting NHTV Internationale Hogeschool te Breda;
- –. Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, uitgaande van de Stichting Noordelijke Hogeschool Leeuwarden;
- –. Saxion Hogescholen, uitgaande van de Stichting Saxion;
- –. Stenden Hogeschool, Christelijke Hogeschool Nederland, uitgaande van de Stichting Stenden Hogeschool;
- –. Stenden Hogeschool Drenthe, uitgaande van de Stichting Stenden Hogeschool;
- –. STOAS Hogeschool, Wageningen, uitgaande van de Stichting STOAS;
- –. Van Hall Instituut, uitgaande van de Stichting Van Hall Larenstein.
- h. de Open Universiteit te Heerlen.
- i. de levensbeschouwelijke universiteiten:
- –. Protestantse Theologische Universiteit te Kampen, uitgaande van de Protestantse Kerk in Nederland;
- –. Theologische Universiteit der Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland te Apeldoorn, uitgaande van het kerkgenootschap Christelijke Gereformeerde Kerken;
- –. Universiteit voor Humanistiek te Utrecht, uitgaande van de Stichting Universiteit voor Humanistiek.
- –. Theologische Universiteit, uitgaande van de gezamenlijke rechtspersoonlijkheid bezittende Gereformeerde Kerken in Nederland (vrijgemaakt) te Kampen.
- j.
-
- De rechtspersoonlijkheid bezittende academische ziekenhuizen bij de openbare universiteiten te:
- -. Leiden,
- -. Groningen,
- -. Amsterdam,
- -. Utrecht,
- -. Rotterdam,
- -. Maastricht.
-
- De academische ziekenhuizen bij de bijzondere universiteiten te Amsterdam en Nijmegen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministers, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 1.19a. Opleidingen in het buitenland; toestemmingsvereiste
Voor het verzorgen van een opleiding in het buitenland is toestemming van Onze Minister vereist.
In het belang van de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland en van de profilering van het Nederlandse hoger onderwijs in het buitenland kan Onze Minister toestemming weigeren of intrekken.
Onze Minister weigert de toestemming in ieder geval indien de opleiding niet ook in Nederland wordt verzorgd.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de gronden voor weigering of intrekking van de toestemming nader geregeld en worden nadere voorschriften vastgesteld voor het verzorgen van opleidingen in het buitenland. Daarin worden in ieder geval voorschriften vastgesteld met betrekking tot de aanwending van de rijksbijdrage voor die opleidingen en worden eisen gesteld aan de academische vrijheid aan de opleiding in het land of de landen waar de opleiding wordt verzorgd. Voorts worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voorschriften vastgesteld met betrekking tot de wijze waarop de veiligheid en de rechten van studenten en personeel, voor zover zij die rechten ontlenen aan deze wet, worden gewaarborgd. Tevens kunnen voorschriften worden vastgesteld met betrekking tot het indienen van aanvragen om toestemming.
De bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen weigeringsgronden hebben in ieder geval betrekking op:
- a. de wijze waarop de opleiding in Nederland is geaccrediteerd;
- b. de wijze waarop de kwaliteitszorg van het onderwijs in het land van vestiging zal worden geborgd;
- c. de financiële positie van de aanvrager en de wijze waarop financiële risico’s zullen worden tegengegaan;
- d. de maatregelen die door de aanvrager zullen worden getroffen om te voorkomen dat de rijksbijdrage wordt aangewend voor de opleiding in het buitenland;
- e. de omvang en schaal van het initiatief waarop de aanvraag betrekking heeft, in het bijzonder uit een oogpunt van aantallen studenten;
- f. de wijze waarop de continuïteit van de opleiding in Nederland is gewaarborgd;
- g. de veiligheid en de rechten van de bij het onderwijs in het land van vestiging betrokken personen, voor zover zij die rechten ontlenen aan deze wet;
- h. de aard van de diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en het desbetreffende land;
- i. de wijze waarop in het desbetreffende land rekening wordt gehouden met mensenrechten en sociale verhoudingen;
- j. indien van toepassing: de wijze waarop de samenwerking met een partnerorganisatie of met partnerorganisaties zal worden vormgegeven;
- k. de opvattingen van de bevoegde overheidsinstanties in het land van vestiging over de opleiding;
- l. de wijze waarin is voorzien in het afbouwen van de opleiding in financiële en personele zin en ten opzichte van studenten, indien de opleiding zou worden beëindigd, en
- m. de wijze waarop de inkomsten die met de opleiding in het buitenland worden gegenereerd, worden herbestemd en de mate waarin die herbestemming in het belang is van de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland.
Onze Minister kan de toestemming onder voorwaarden verlenen en kan aan de toestemming voorschriften verbinden.
Onze Minister legt het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het vierde en vijfde lid voor aan beide Kamers der Staten-Generaal. De voordracht voor die algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat vier weken na die voorlegging zijn verstreken.
Artikel 1.19b. Promoties in het buitenland
Een universiteit kan in het buitenland de graad Doctor of de graad Doctor of Philosophy verlenen.
Op de toegang en inrichting van een promotie in het buitenland zijn de artikelen 7.18 en 7.19 van toepassing.
In het belang van de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland en van de profilering van het Nederlandse hoger onderwijs in het buitenland kunnen bij algemene maatregel van bestuur met betrekking tot de graadverleningsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, nadere voorschriften worden vastgesteld.
Hoofdstuk 2. Planning en bekostiging
Titel 1. Planning
Titel 3. Inrichting verslag en aanwijzing branchecode
Titel 5. Subsidiëring academische ziekenhuizen ten behoeve van de educatieve voorziening
Hoofdstuk 3. Overleg
Hoofdstuk 5a. Accreditatie in het hoger onderwijs
Titel 2. Accreditatie en toets nieuwe opleiding
Titel 3. Het Centraal register opleidingen hoger onderwijs
Titel 2a. Instellingstoets kwaliteitszorg
Hoofdstuk 7. Onderwijs
Titel 1. Het onderwijs, de examens en de promoties
Paragraaf 1. Het onderwijs en de examens
Titel 2. Vooropleidingseisen en toelatingseisen
TITEL 2A. VRIJSTELLING VAN HET AFLEGGEN VAN TENTAMENS OP GROND VAN HET BEZIT VAN EEN DIPLOMA BEROEPSONDERWIJS
Titel 3. Studenten en extraneï
Paragraaf 3. De promoties
Hoofdstuk 7a. Taken in het kader van de zij-instroom in het beroep van leraar en docent
Artikel 9.76
Vervallen
Artikel 9.76
Vervallen
Hoofdstuk 10. Het bestuur en de inrichting van de hogescholen
Titel 3. Het bestuur en de inrichting van en de medezeggenschap binnen de bijzondere universiteiten en de levensbeschouwelijke universiteiten
Titel 2. Het bestuur en de inrichting van hogescholen met rechtspersoonlijkheid
Hoofdstuk 12. Het bestuur en de inrichting van de academische ziekenhuizen
Hoofdstuk 12. Het bestuur en de inrichting van de academische ziekenhuizen
Hoofdstuk 14. Beroep bij de bestuursrechter
Paragraaf 4. Doctoraten Internationaal Instituut voor Sociale Studiën
Paragraaf 7. Overig invoerings- en overgangsrecht
Paragraaf 8. Overige bepalingen
Titel 2. Wet van 6 juni 2002 (Stb. 303)
Titel 6. Wet van 2 juli 2003 (Stb. 287)
Titel 12. Wet van 8 juli 2011 (Stb. 369)
Titel 3. Wet van 12 september 2002 (Stb. 493)
Hoofdstuk 19. Slotbepalingen
Bijlage. behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
In deze bijlage zijn in de onderdelen a tot en met i opgenomen de bekostigde instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, en zijn in onderdeel j opgenomen de academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid.
De namen van rechtspersonen in deze bijlage worden weergegeven zoals zij luiden op 1 januari 2004.
- a. De openbare universiteiten te Leiden, Groningen, Amsterdam, Utrecht, Delft, Wageningen, Eindhoven, Enschede, Rotterdam en Maastricht.
- b. De bijzondere universiteit te:
- -. Amsterdam, uitgaande van de Vereniging voor christelijk wetenschappelijk onderwijs;
- -. Nijmegen, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit;
- -. Tilburg, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit Brabant.
- c. De rechtspersoonlijkheid bezittende openbare hogescholen te Leeuwarden en Velp.
- d. (vacant)
- e. (vacant)
- f. (vacant)
- g. De bijzondere hogescholen:
- –. Agrarische Hogeschool Larenstein, uitgaande van de Stichting Van Hall Larenstein;
- –. Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten;
- –. ArtEZ, Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting ArtEZ;
- –. Avans Hogeschool, uitgaande van de Stichting Avans;
- –. Christelijke Agrarische Hogeschool, uitgaande van de stichting Christelijke Agrarische Hogeschool;
- –. Christelijke Hogeschool Ede, uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag;
- –. Christelijke Hogeschool Windesheim, uitgaande van de Vereniging Christelijk Hoger Onderwijs;
- –. Codarts, Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Codarts, Hogeschool voor de Kunsten;
- –. Design Academy, uitgaande van de Stichting The Design Academy;
- –. Fontys Hogeschool Eindhoven, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool ’s-Hertogenbosch, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool Roermond, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool Sittard, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool Tilburg, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool Venlo, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Pedagogische Hogeschool Eindhoven uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Pedagogisch Technische Hogeschool Nederland, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Gereformeerde Hogeschool, uitgaande van de Stichting voor Gereformeerd Hoger Beroepsonderwijs;
- –. Haagse Hogeschool, uitgaande van de Stichting Hoger Beroepsonderwijs Haaglanden en Rijnstreek;
- –. Hanzehogeschool Groningen, uitgaande van de Stichting Hanzehogeschool Groningen;
- –. HAS Den Bosch, uitgaande van de Stichting Agrarische Hogeschool Den Bosch van de Katholieke Nederlandse Boeren en Tuinders Bond;
- –. Hogeschool van Amsterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Amsterdam;
- –. Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen;
- –. Hogeschool «De Driestar», uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Onderwijs op Reformatorische grondslag «De Driestar»;
- –. Hogeschool «De Kempel», uitgaande van de Stichting «De Kempel»;
- –. Hogeschool Domstad Katholieke lerarenopleiding basisonderwijs, uitgaande van de Stichting Katholieke Opleiding tot Leraren in het Basisonderwijs;
- –. Hogeschool Edith Stein, uitgaande van de Stichting Onderwijs Centrum Twente;
- –. Hogeschool Helicon, uitgaande van de Stichting Hogeschool Helicon, onderwijs vanuit antroposofie;
- –. Hogeschool INHOLLAND, uitgaande van de Stichting Hoger Onderwijs Nederland;
- –. Hogeschool IPABO Amsterdam/Alkmaar, uitgaande van de Stichting voor de Protestants Christelijke en de Rooms-Katholieke lerarenopleiding voor het Basisonderwijs in Noord-Holland;
- –. Hogeschool Leiden, uitgaande van Stichting Hogeschool Leiden;
- –. Hogeschool Rotterdam, uitgaande van de Stichting Hogeschool Rotterdam;
- –. Hogeschool Thomas More, uitgaande van de Stichting Thomas More Hogeschool;
- –. Hogeschool Utrecht, uitgaande van de Stichting Hogeschool Utrecht;
- –. Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans, uitgaande van de Stichting Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans;
- –. Hogeschool voor Beeldende Kunst en Vormgeving, uitgaande van de Stichting Gerrit Rietveld Academie te Amsterdam;
- –. Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, uitgaande van de Stichting hogeschool voor de Kunsten Utrecht;
- –. Hogeschool Zeeland, uitgaande van de Stichting Hogeschool Zeeland;
- –. Hogeschool Zuyd, uitgaande van de Stichting Hogeschool Zuyd;
- –. Hotelschool Den Haag, uitgaande van de Stichting Hotelschool Den Haag;
- –. Iselinge, educatieve faculteit, uitgaande van de Stichting IJsselgroep Iselinge;
- –. Katholieke PABO, uitgaande van de Stichting Katholieke Opleiding tot Leraren in het Basisonderwijs;
- –. Marnix Academie Prot. Chr. hogeschool Lerarenopleiding basisonderwijs, uitgaande van de Stichting Protestants Christelijke Hoger Beroepsonderwijs Utrecht;
- –. NHTV Internationale Hogeschool, uitgaande van de Stichting NHTV Internationale Hogeschool te Breda;
- –. Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, uitgaande van de Stichting Noordelijke Hogeschool Leeuwarden;
- –. Saxion Hogescholen, uitgaande van de Stichting Saxion;
- –. Stenden Hogeschool, Christelijke Hogeschool Nederland, uitgaande van de Stichting Stenden Hogeschool;
- –. Stenden Hogeschool Drenthe, uitgaande van de Stichting Stenden Hogeschool;
- –. STOAS Hogeschool, Wageningen, uitgaande van de Stichting STOAS;
- –. Van Hall Instituut, uitgaande van de Stichting Van Hall Larenstein.
- h. de Open Universiteit te Heerlen.
- i. de levensbeschouwelijke universiteiten:
- –. Protestantse Theologische Universiteit te Kampen, uitgaande van de Protestantse Kerk in Nederland;
- –. Theologische Universiteit der Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland te Apeldoorn, uitgaande van het kerkgenootschap Christelijke Gereformeerde Kerken;
- –. Universiteit voor Humanistiek te Utrecht, uitgaande van de Stichting Universiteit voor Humanistiek.
- –. Theologische Universiteit, uitgaande van de gezamenlijke rechtspersoonlijkheid bezittende Gereformeerde Kerken in Nederland (vrijgemaakt) te Kampen.
- j.
-
- De rechtspersoonlijkheid bezittende academische ziekenhuizen bij de openbare universiteiten te:
- -. Leiden,
- -. Groningen,
- -. Amsterdam,
- -. Utrecht,
- -. Rotterdam,
- -. Maastricht.
-
- De academische ziekenhuizen bij de bijzondere universiteiten te Amsterdam en Nijmegen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministers, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 7.3e. Bijzonder inschrijvingsregime gezamenlijk onderwijs
Als een student of een aspirant-student zich voor een gezamenlijke opleiding of een gezamenlijke afstudeerrichting bij een Nederlandse instelling voor hoger onderwijs laat inschrijven, draagt die instelling er zorg voor dat die student ook wordt ingeschreven bij de andere betrokken Nederlandse instelling of instellingen voor hoger onderwijs.
In geval van een gezamenlijke opleiding of een gezamenlijke afstudeerrichting met een of meer buitenlandse instellingen voor hoger onderwijs kan het instellingsbestuur een student of een aspirant-student verplichten zich gedurende die opleiding of die afstudeerrichting onafgebroken bij de Nederlandse instelling of instellingen voor hoger onderwijs in te schrijven.
Artikel 7.3f. Bijzonder collegegeldregime gezamenlijk onderwijs
Het bestuur van de betrokken Nederlandse instelling voor hoger onderwijs is ten aanzien van studenten die zich hebben ingeschreven bij een gezamenlijke opleiding of een gezamenlijke afstudeerrichting met een buitenlandse instelling, bevoegd het collegegeld op nihil te stellen dan wel lager vast te stellen dan het bedrag van het collegegeld bedoeld in artikel 7.45.
Artikel 7.46, tweede lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van het collegegeld, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 7.3g. Uitvoeringsvoorschriften gezamenlijk onderwijs
Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden vastgesteld ter uitvoering van de artikelen 7.3c tot en met 7.3f.
Artikel 7.3h. Opleidingen tot piloot of luchtverkeersleider
Een instelling voor hoger onderwijs kan in samenwerking met een opleidingsorganisatie als bedoeld in Verordening (EU) nr. 1178/2011 een bacheloropleiding of een afstudeerrichting in het hoger beroepsonderwijs op het gebied van de luchtvaart verzorgen waarvan de opleidingsorganisatie het gedeelte verzorgt dat opleidt tot het beroep van piloot.
Een instelling voor hoger onderwijs kan in samenwerking met een opleidingsorganisatie als bedoeld in Verordening (EU) 2015/340 een bacheloropleiding of een afstudeerrichting in het hoger beroepsonderwijs op het gebied van de luchtvaart verzorgen waarvan de opleidingsorganisatie het gedeelte verzorgt dat opleidt tot het beroep van luchtverkeersleider.
Een instelling voor hoger onderwijs kan uitsluitend een bacheloropleiding of een afstudeerrichting in samenwerking met een opleidingsorganisatie verzorgen, indien het instellingsbestuur met de opleidingsorganisatie een overeenkomst heeft afgesloten.
De overeenkomst bevat in elk geval:
- a. afspraken over de inhoud van het gedeelte van de bacheloropleiding of afstudeerrichting dat wordt verzorgd door de opleidingsorganisatie; en
- b. de verplichting voor de opleidingsorganisatie tot:
- 1°. het verlenen van medewerking aan activiteiten van het accreditatieorgaan op grond van hoofdstuk 5; en
- 2°. het laten deelnemen van studenten die hiervoor door het instellingsbestuur zijn geselecteerd aan het gedeelte van de bacheloropleiding of afstudeerrichting dat wordt verzorgd door de opleidingsorganisatie.
De propedeutische fase, de afstudeerfase en het afsluitend examen worden in ieder geval verzorgd door de instelling voor hoger onderwijs.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden vastgesteld ter uitvoering van dit artikel.
Paragraaf 4. Graden en titulatuur
Artikel 7.23b. Begripsbepaling paragraaf 1
In deze paragraaf wordt onder «opleiding» verstaan een associate degree-opleiding of een bacheloropleiding.
Titel 3. Studenten en extraneï
Hoofdstuk 7a. Taken in het kader van de zij-instroom in het beroep van leraar en docent
Hoofdstuk 8. Samenwerking bekostigde instellingen voor hoger onderwijs
Hoofdstuk 8. Samenwerking bekostigde instellingen voor hoger onderwijs
Artikel 9.76
Vervallen
Artikel 9.76
Vervallen
Artikel 9.79
Vervallen
Artikel 9.79
Vervallen
Artikel 9.80
Vervallen
Titel 4. Bijzonder onderwijs aan universiteiten
Artikel 10.3f. Verantwoordelijkheden en rechten lectoren
Tot het personeel van de hogeschool behoren in elk geval de lectoren. In het benoemingsbesluit wordt vermeld het vakgebied waarin de lector zijn onderwijs- en onderzoektaken uitoefent.
De lectoren zijn verantwoordelijk voor het praktijkgericht onderzoek en voor de bevordering van de verwevenheid daarvan met het onderwijs op het hun toegewezen vakgebied.
De lectoren zijn gerechtigd de titel lector te voeren.
Hoofdstuk 10. Het bestuur en de inrichting van de hogescholen
Hoofdstuk 14. Beroep bij de bestuursrechter
Hoofdstuk 14. Beroep bij de bestuursrechter
Titel 6. Wet van 2 april 1998 (Stb. 216)
Titel 7. Wet van 10 december 1998 (Stb. 733)
Titel 8. Wet van 3 april 1999 (Stb. 170)
Hoofdstuk 16. Overgangsvoorzieningen onder meer in verband met de invoering van de wet en voorschriften in verband met fusie, omzetting, splitsing, verplaatsing en bestuursoverdracht
Paragraaf 4. Doctoraten Internationaal Instituut voor Sociale Studiën
Paragraaf 6. Rechtsbescherming
Paragraaf 1. Algemeen
Paragraaf 3. Ongedeelde opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs
Titel 1. Wet van 6 juni 2002 (Stb. 302)
Titel 7. Wet van 24 juni 2004 (Stb. 321)
Titel 12. Wet van 8 juli 2011 (Stb. 369)
Titel 3. Wet van 12 september 2002 (Stb. 493)
Titel 4. Wet van 30 januari 2003 (Stb. 70)
Hoofdstuk 19. Slotbepalingen
Bijlage. behorende bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
In deze bijlage zijn in de onderdelen a tot en met i opgenomen de bekostigde instellingen voor hoger onderwijs, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, en zijn in onderdeel j opgenomen de academische ziekenhuizen, bedoeld in artikel 1.13, eerste lid.
De namen van rechtspersonen in deze bijlage worden weergegeven zoals zij luiden op 1 januari 2004.
- a. De openbare universiteiten te Leiden, Groningen, Amsterdam, Utrecht, Delft, Wageningen, Eindhoven, Enschede, Rotterdam en Maastricht.
- b. De bijzondere universiteit te:
- -. Amsterdam, uitgaande van de Vereniging voor christelijk wetenschappelijk onderwijs;
- -. Nijmegen, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit;
- -. Tilburg, uitgaande van de Stichting Katholieke Universiteit Brabant.
- c. De rechtspersoonlijkheid bezittende openbare hogescholen te Leeuwarden en Velp.
- d. (vacant)
- e. (vacant)
- f. (vacant)
- g. De bijzondere hogescholen:
- –. Agrarische Hogeschool Larenstein, uitgaande van de Stichting Van Hall Larenstein;
- –. Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten;
- –. ArtEZ, Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting ArtEZ;
- –. Avans Hogeschool, uitgaande van de Stichting Avans;
- –. Christelijke Agrarische Hogeschool, uitgaande van de stichting Christelijke Agrarische Hogeschool;
- –. Christelijke Hogeschool Ede, uitgaande van de Stichting voor Christelijk Hoger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag;
- –. Christelijke Hogeschool Windesheim, uitgaande van de Vereniging Christelijk Hoger Onderwijs;
- –. Codarts, Hogeschool voor de Kunsten, uitgaande van de Stichting Codarts, Hogeschool voor de Kunsten;
- –. Design Academy, uitgaande van de Stichting The Design Academy;
- –. Fontys Hogeschool Eindhoven, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool ’s-Hertogenbosch, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool Roermond, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool Sittard, uitgaande van de Stichting Fontys;
- –. Fontys Hogeschool Tilburg, uitgaande van de Stichting Fontys;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)