Besluit van 25 juni 1993, houdende bepalingen betreffende de algemene rechtspositie van burgerlijke ambtenaren bij het Ministerie van Defensie
Hoofdstuk 7a. Integriteit
Paragraaf 2. Procedure voor het melden van een vermoeden van een misstand
Hoofdstuk 8. Disciplinaire straffen
Paragraaf 3. Werkwijze van de commissie
Hoofdstuk 10. Schorsing en ontslag
Hoofdstuk 12. Rechtspositie studenten aan initiële opleidingen en entree- en basisberoepsopleidingen in de zin van de Wet educatie en beroepsonderwijs
Hoofdstuk 13. Slot- en overgangsbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 131. Begripsbepalingen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- diensttijd bij de overheid: de diensttijd, bedoeld in artikel 8, vijfde lid van de Inkomstenregeling burgerlijke ambtenaren defensie;
- RVU-ontslag: het ontslag op aanvraag om gebruik te maken van de regeling vervroegd uittreding;
- RVU-uitkering: een maandelijkse uitkering volgend op een RVU-ontslag.
Artikel 132. Voorwaarden RVU-ontslag
Aan de ambtenaar die vóór 1 januari 2029 de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, wordt op diens aanvraag RVU-ontslag verleend indien de ambtenaar:
- a. op de datum van diens RVU-ontslag ten hoogste 36 maanden is verwijderd van de datum van de pensioengerechtigde leeftijd die voor de ambtenaar geldt, en;
- b. op de datum van diens RVU-ontslag een diensttijd bij de overheid heeft doorgebracht van tenminste 35 jaar, en;
- c. tot de datum van diens RVU-ontslag aanspraak heeft op de toelage, bedoeld in:
- 4°. artikel 5 van het Besluit personenchauffeurs defensie, alsmede over de afgelopen twintig jaar gecumuleerd een periode van ten minste tien jaar aanspraak heeft gehad op één of meerdere van deze toelagen.
De ambtenaar:
- a. op wie de overgangsbepaling functioneel leeftijdsontslag, bedoeld in artikel 171a, van toepassing is, alsmede
- b. die een uitkering geniet ingevolge artikel 2 van de Uitkeringswet gewezen militairen komt niet in aanmerking voor RVU-ontslag.
Artikel 133. Aanvraag RVU-ontslag
Op aanvraag van de ambtenaar wordt RVU-ontslag verleend op grond van artikel 114, eerste lid.
De aanvraag wordt uiterlijk vier maanden voor de beoogde ontslagdatum of voor 31 december 2025 ingediend bij het bevoegd gezag, waarbij geldt dat de ambtenaar uiterlijk 31 december 2025 van de beslissing tot ontslagverlening schriftelijk in kennis wordt gesteld.
Artikel 134. RVU-uitkering
De ambtenaar aan wie RVU-ontslag is verleend, heeft vanaf de datum van ontslag aanspraak op de RVU-uitkering.
De ambtenaar heeft recht op de RVU-uitkering ter hoogte van het bedrag per maand, bedoeld in artikel 32ba, zevende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964.
Bij een deeltijdaanstelling wordt de RVU-uitkering vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een volledige aanstelling.
De RVU-uitkering wordt gedurende de looptijd van de uitkering aangepast overeenkomstig wijzigingen van het in artikel 32ba, zevende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 genoemde bedrag.
De RVU-uitkering eindigt met ingang van de dag:
- a. waarop de ambtenaar weer in dienst treedt bij het ministerie van Defensie, of;
- b. waarop de ambtenaar diens geldende pensioengerechtigde leeftijd bereikt, of;
- c. volgende op de dag waarop de ambtenaar overlijdt.
Hoofdstuk 12. Rechtspositie studenten aan initiële opleidingen en entree- en basisberoepsopleidingen in de zin van de Wet educatie en beroepsonderwijs
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)