Besluit van 22 september 1993, houdende uitvoeringsbepalingen van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

Type AMvB
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 123
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

Een bij ministeriële regeling vast te stellen deel van het onderzoeksdeel wo wordt over de universiteiten verdeeld naar rato van de som van de aantallen proefschriften die hebben geleid tot een promotie ten overstaan van het college voor promoties of de commissie bedoeld in artikel 7.18, vierde lid van de wet en de aantallen ontwerperscertificaten die in het tweede, derde en vierde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar door een universiteit zijn verleend aan een opleiding als bedoeld in de bijlage bij dit besluit.

2.

De op grond van het eerste lid in verband met de proefschriften en de ontwerperscertificaten per promotie en per ontwerperscertificaat toe te kennen bedragen worden bij ministeriële regeling vastgesteld.

3.

Indien vanwege toepassing van artikel 7.18, zesde lid, van de wet sprake is van gezamenlijke graadverlening bij verschillende Nederlandse instellingen wordt het aantal proefschriften dat het betreft bij elk van deze instellingen gedeeld door het aantal Nederlandse instellingen dat bij de gezamenlijke graadverlening betrokken is.

Artikel 4.22. Onderzoekscholen

Vervallen

Artikel 4.23. Voorziening onderzoek
1.

Bij ministeriële regeling worden bedragen vastgesteld, die uit het onderzoekdeel wo aan universiteiten worden toegekend in verband met toponderzoekscholen en bijzondere voorzieningen.

2.

De verdeling van het deel van het onderzoekdeel wo dat na toepassing van de artikelen 4.20 en 4.21 en het eerste lid resteert, wordt, onverminderd artikel 4.5, over de universiteiten, bedoeld in artikel 1.1, onder 1°, bij ministeriële regeling vastgesteld.

3.

Indien een universiteit naar het oordeel van Onze Minister onvoldoende rekening houdt met de prioriteit- en posterioriteitstelling van de wetenschapsgebieden die zijn aangeduid in het wetenschapsbudget, bedoeld in artikel 16a van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek, wordt daarover en over de mogelijke gevolgen voor de bekostiging van de desbetreffende universiteit overleg gevoerd als bedoeld in artikel 3.1 van de wet.

4.

Indien het overleg, bedoeld in het derde lid, daartoe aanleiding geeft, kan bij ministeriële regeling worden afgeweken van de verdeling, bedoeld in het tweede lid.

5.

Een herverdeling als bedoeld in het vierde lid kan per universiteit ten hoogste drie procent van de omvang van het bedrag strategische overwegingen voor die universiteit betreffen.

§ 2. Deel ontwerp en ontwikkeling hbo

Artikel 4.24. Ontwerp en ontwikkeling hbo
1.

Onze Minister kan uit het deel ontwerp en ontwikkeling hbo aan een instelling een bedrag toekennen dat bij ministeriële regeling wordt vastgesteld.

2.

Het gedeelte van het deel ontwerp en ontwikkeling hbo dat resteert nadat het eerste lid is toegepast, wordt over de hogescholen verdeeld naar rato van de verdeling van het onderwijsdeel hbo.

Afdeling 4. Bepalingen betreffende de rijksbijdrage vanwege werkzaamheden ten dienste van wetenschappelijk geneeskundig onderwijs en onderzoek

Artikel 4.25. Rente en afschrijving voor investeringen tot en met 2007

Vervallen

Artikel 4.26. Rente en afschrijving voor investeringen vanaf 2008

Vervallen

Artikel 4.27. Ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek
1.

Uit het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek wordt aan de rijksbijdrage van een universiteit waaraan een academisch ziekenhuis is verbonden, een bedrag toegevoegd voor rente en afschrijving, dat wordt samengesteld uit:

  • a. het jaarlijkse afschrijvingsbedrag ter hoogte van 3,36 procent van een bij ministeriële regeling voor een begrotingsjaar vast te stellen investeringbedrag, totdat het investeringsbedrag volledig is afgeschreven, en
  • b. de jaarlijks te berekenen rentevergoeding over het verschil tussen het investeringsbedrag en de som van het totaal van de vergoede afschrijvingsbedragen op het investeringsbedrag in dat jaar, met inbegrip van het afschrijvingsbedrag voor het begrotingsjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld.
2.

Jaarlijks wordt bij ministeriële regeling het rentepercentage voor de berekening van de rentevergoeding vastgesteld.

3.

Van het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek dat na toepassing van het eerste lid resteert wordt:

  • a. 21 procent verdeeld naar rato van het aantal bekostigde inschrijvingen, bedoeld in artikel 4.8, aan de opleidingen geneeskunde, geneeskunde-klinisch onderzoeker en arts-klinisch onderzoeker van de universiteit,
  • b. 14 procent verdeeld naar rato van het aantal door de universiteit verleende bekostigde graden Master, bedoeld in artikel 4.9, voor opleidingen geneeskunde, geneeskunde-klinisch onderzoeker en arts-klinisch onderzoeker van de universiteit,
  • c. een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag toegevoegd aan de rijksbijdrage van de desbetreffende universiteit.
4.

Het deel van het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek dat na toepassing van het eerste en derde lid resteert, wordt verdeeld volgens de percentages, vastgesteld bij ministeriële regeling.

Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen

Artikel 5.1. Afwijkende gegevenslevering door universiteiten

Vervallen

Artikel 5.2. Opleidingen onderwijs en gezondheidszorg
1.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder leraren- of gezondheidszorgopleiding verstaan: een opleiding die is ingedeeld in het onderdeel onderwijs of gezondheidszorg van het register, bedoeld in artikel 3.1 of een in artikel 2.3 daarmee gelijkgestelde opleiding.

2.

Indien een persoon is ingeschreven voor een leraren- of gezondheidszorgopleiding, bedoeld in artikel 2.3 wordt in afwijking van artikel 1.1, in het onderdeel «student» het volgende gelezen:

  • 1°. een bekostigde associate degree-opleiding leraren- of gezondheidszorg, terwijl hem nog niet de graad Associate degree of de graad Bachelor voor een leraren- of gezondheidszorgopleiding is verleend;
  • 2°. een bekostigde bacheloropleiding leraren- of gezondheidszorg, terwijl hem nog niet een graad Bachelor voor een leraren- of gezondheidszorgopleiding is verleend; of
  • 3°. een bekostigde masteropleiding leraren- of gezondheidszorg, terwijl hem nog niet de graad Master voor een leraren- of gezondheidszorgopleiding is verleend;
3.

Indien het tweede lid van toepassing is en de student is reeds een graad Associate degree of een graad Bachelor voor een andere opleiding dan een leraren- of gezondheidszorgopleiding verleend, blijven voor de toepassing van de artikelen 4.8 en 4.8a bij de inschrijving voor een associate degree-opleiding de bekostigde inschrijvingen voor een associate degree-opleiding en een bacheloropleiding voorafgaand aan het moment van de eerste graadverlening Associate degree en eerste graadverlening Bachelor voor een andere dan een leraren- of gezondheidszorgopleiding buiten beschouwing.

4.

Indien het tweede lid van toepassing is en de student is reeds een graad Bachelor voor een andere opleiding dan een leraren- of gezondheidszorgopleiding verleend, blijven voor de toepassing van de artikelen 4.8 en 4.8a bij de inschrijving voor een bacheloropleiding de bekostigde inschrijvingen voor een bacheloropleiding voorafgaande aan het moment van de eerste graadverlening Bachelor voor een andere opleiding dan een leraren- of gezondheidszorgopleiding en de bekostigde inschrijvingen voor een associate degree-opleiding voorafgaande aan het moment van de eerste graadverlening Associate degree buiten beschouwing.

5.

Indien het tweede lid van toepassing is en de student is reeds een graad Master voor een andere dan een leraren- of gezondheidszorgopleiding verleend, blijven voor de toepassing van de artikelen 4.8 en 4.8a bij de inschrijving voor een masteropleiding de bekostigde inschrijvingen voor een masteropleiding voorafgaand aan het moment van de verlening van de eerste graad Master voor een andere dan een leraren- of gezondheidszorgopleiding buiten beschouwing.

6.

Met de in het derde en vierde lid genoemde inschrijvingen voor een associate degree-opleiding worden gelijkgesteld de inschrijvingen voor een associate degree-programma.

Artikel 5.3. Gelijkstelling bekostigde inschrijvingen en graden
1.

Voor de toepassing van hoofdstuk 4 en dit hoofdstuk wordt onder een bacheloropleiding ook verstaan een inschrijving voor een ongedeelde opleiding van een persoon aan wie nog niet de graad Bachelor is verleend en bij wie het aantal eerder bekostigde inschrijvingen voor bachelor- en ongedeelde opleidingen kleiner is dan drie. Onder een masteropleiding wordt ook verstaan een inschrijving voor een ongedeelde opleiding van een persoon bij wie het aantal eerder bekostigde inschrijvingen voor bachelor- of ongedeelde opleidingen drie of meer bedraagt of aan wie de graad Bachelor is verleend. De studielast van deze masteropleiding is gelijk aan de studielast van de ongedeelde opleiding verminderd met 180.

2.

Voor de toepassing van hoofdstuk 4 en dit hoofdstuk wordt voor een student aan wie reeds een graad voor een andere dan een leraren- of gezondheidszorgopleiding is verleend en bij wie het totaal aantal eerder bekostigde inschrijvingen voor een bachelor- of ongedeelde leraren- of gezondheidszorgopleiding kleiner is dan drie, een inschrijving voor een bachelor- of ongedeelde leraren- of gezondheidszorgopleiding beschouwd als een inschrijving voor een bacheloropleiding.

3.

Voor de toepassing van hoofdstuk 4 en dit hoofdstuk wordt een inschrijving voor een ongedeelde leraren- of gezondheidszorgopleiding van een student aan wie reeds een graad voor een andere dan een leraren- of gezondheidszorgopleiding is verleend en bij wie het totaal aantal eerder bekostigde inschrijvingen voor een bachelor- of ongedeelde leraren- of gezondheidszorgopleiding drie of meer bedraagt of aan wie de graad Bachelor voor een leraren- of gezondheidszorgopleiding is verleend, beschouwd als een inschrijving voor een masteropleiding met een studielast die gelijk is aan de studielast van de ongedeelde opleiding verminderd met 180.

4.

Voor de toepassing van hoofdstuk 4 en dit hoofdstuk wordt een inschrijving voor een universitaire lerarenopleiding als bedoeld in artikel 18.64 van de wet of voor een voortgezette hbo-opleiding als bedoeld in artikel 18.20 van de wet beschouwd als een inschrijving voor een masteropleiding.

5.

Voor de toepassing van hoofdstuk 4 en dit hoofdstuk wordt als een student aan wie de graad Master is verleend, tevens beschouwd een student die:

  • a. het afsluitend examen van een universitaire lerarenopleiding als bedoeld in artikel 18.64 van de wet met goed gevolg heeft afgelegd, of
  • b. het afsluitend examen van een voortgezette hbo-opleiding als bedoeld in artikel 18.20 van de wet met goed gevolg heeft afgelegd.
6.

Voor de toepassing van hoofdstuk 4 en dit hoofdstuk wordt een student die het afsluitend examen van een ongedeelde opleiding met goed gevolg heeft afgelegd beschouwd als een student aan wie zowel de graad Bachelor als de graad Master is verleend.

Artikel 5.4. Studielast masteropleiding pedagogiek hbo

Vervallen

Artikel 5.5. Afwijkende bekostiging Theologische Universiteit Kampen

Vervallen

Artikel 5.6. Tijdelijke aanpassing definitie uitvallers vanwege de maatregel niet-EER-studenten in 2009

Vervallen

Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen

Artikel 6.1. Algemene bepaling hoofdstuk 6
1.

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn regels voor onderzoekinstellingen en voor openbare universiteiten, academische ziekenhuizen en hogescholen, alsmede voorwaarden voor bekostiging van bijzondere universiteiten en hogescholen.

2.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder een onderzoekinstelling: de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen te Amsterdam en de Koninklijke Bibliotheek te ’s-Gravenhage, genoemd in artikel 1.2, onder d, van de wet, alsmede de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek, genoemd in artikel 2 van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek.

3.

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bestuur: het instellingsbestuur van een universiteit, hogeschool, de raad van bestuur van een academisch ziekenhuis of het algemeen bestuur van een onderzoekinstelling.

4.

Het bestuur of diens rechtsopvolger is gehouden de aanspraken van het personeel en het gewezen personeel die uit de wet voortvloeien of krachtens dit besluit worden vastgesteld dan wel bij of krachtens dit besluit worden gehandhaafd, te honoreren.

5.

Indien een rechtsopvolger als bedoeld in het vierde lid ontbreekt, waaronder tevens is begrepen het geval van een onherroepelijk vonnis tot faillietverklaring van de desbetreffende instelling, voorzien de besturen in het desbetreffende deelgebied er gezamenlijk in dat aan de verplichtingen van het vierde lid jegens het personeel en het gewezen personeel wordt voldaan.

Artikel 6.2. Werkloosheid

Bij de vaststelling van de regels voor uitkeringen wegens werkloosheid draagt het bestuur er zorg voor dat de aanspraken van het personeel en het gewezen personeel ten minste gelijk, doch in elk geval ten minste gelijkwaardig zijn aan de aanspraken die het personeel zou hebben op grond van de Werkloosheidswet. Het bestuur handhaaft hierbij tevens de aanspraken van het gewezen personeel die aan dat personeel zijn gegarandeerd bij of krachtens de regelingen die volgens dit besluit komen te vervallen.

Bijlage 1. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van 120 studiepunten

1. Openbare universiteit te Leiden

2. Openbare universiteit te Groningen

3. Openbare universiteit te Amsterdam

4. Openbare universiteit te Utrecht

5. Openbare universiteit te Delft

6. Openbare universiteit te Wageningen

8. Openbare universiteit te Enschede

10. Openbare universiteit te Maastricht

10. Openbare universiteit te Maastricht

Oudheidstudies (research)

13. Bijzondere universiteit te Tilburg

Natuurwetenschappen

14. transnationale Universiteit Limburg

Bijlage 2. Masteropleidingen in het wetenschappelijk onderwijs met een studielast van ten minste 120 en ten hoogste 180 studiepunten

13. Bijzondere universiteit te Tilburg

2. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Bijlage 3. , behorend bij artikel 1.1, onderdeel v, juncto artikel 4.8, derde lid

CROHO-onderdeel standaard uitzonderingen uitzonderingen
niveau opleiding niveau
Onderwijs hoog – lerarenopleidingen speciaal onderwijs – opleiding tot leraar basisonderwijs – opleidingskunde – opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede dan wel eerste graad in: – aardrijkskunde – algemene economie – Arabisch – bedrijfseconomie – Duits – Engels – Frans – Fries – geschiedenis – gezondheidszorg en welzijn – godsdienst – islamgodsdienst – lichamelijke oefening – maatschappijleer – mens en maatschappij – Nederlands – omgangskunde – pedagogiek – Spaans – Turks – verpleegkunde – verzorging/gezondheidskunde laag
Landbouw en natuurlijke omgeving hoog – accountancy en agribusiness – agrarische accountancy – international business and management studies laag
Natuur hoog – wetenschapsdynamica laag
– farmacie top
Techniek hoog
Gezondheidszorg hoog – bewegingstherapie/psychomotorische therapie – ergotherapie – kader in de gezondheidszorg – kunstzinnige therapie – management in de zorg – logopedie – oefentherapie Cesar – oefentherapie Mensendieck – opleiding tot fysiotherapeut – opleiding tot verpleegkundige – opleiding tot verpleegkundige in de maatschappelijke gezondheidszorg – sport, gezondheid en management – voedsel en diëtiek laag
– bachelor klinische technologie – diergeneeskunde – geneeskunde – master geneeskunde, klinisch onderzoeker – master technical medicine – tandheelkunde – advanced nursing practice – physician assistent – verloskunde – mondzorgkunde top
Economie laag – communicatiesystemen – facility management – food & business – business administration in hotel management – hoger hotelonderwijs – hogere Europese beroepenopleiding – informatiedienstverlening en -management – journalistiek – journalistiek en voorlichting – media, informatie en communicatie – oriëntaalse talen en communicatie – vertaalacademie hoog
Recht laag
Gedrag en maatschappij laag – beleidsgerichte milieukunde – master environment and resource management – milieu–maatschappijwetenschappen – sociaal wetenschappelijke informatica – technische cognitiewetenschap – creatieve therapie hoog
Taal en cultuur laag – bachelor liberal arts – opleidingen op het gebied van de kunst – masteropleidingen op het gebied van de bouwkunst. – museologie hoog

Indien bij de opleidingen niet expliciet is aangegeven dat het bachelor- of masteropleidingen betreft, worden, voor zover van toepassing, zowel de bachelor-, de master-, de voortgezette, als de ongedeelde opleiding bedoeld.

Bijlage 4. , behorend bij artikel 4.9, vijfde lid

Universiteit Leiden 7,436
Rijksuniversiteit Groningen 10,897
Universiteit van Amsterdam 11,523
Universiteit Utrecht 15,350
Technische Universiteit Delft 10,584
Technische Universiteit Eindhoven 4,705
Universiteit Twente (Enschede) 4,833
Erasmus Universiteit Rotterdam 6,884
Universiteit Maastricht 6,961
Vrije Universiteit Amsterdam 8,899
Radboud Universiteit Nijmegen 8,867
Universiteit van Tilburg 3,062

Bijlage 3. , behorend bij artikel 1.1, onderdeel v, juncto artikel 4.8, derde lid

CROHO-onderdeel standaard uitzonderingen uitzonderingen
niveau opleiding niveau
Onderwijs hoog – lerarenopleidingen speciaal onderwijs – opleiding tot leraar basisonderwijs – opleidingskunde – opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede dan wel eerste graad in: – aardrijkskunde – algemene economie – Arabisch – bedrijfseconomie – Duits – Engels – Frans – Fries – geschiedenis – gezondheidszorg en welzijn – godsdienst – islamgodsdienst – lichamelijke oefening – maatschappijleer – mens en maatschappij – Nederlands – omgangskunde – pedagogiek – Spaans – Turks – verpleegkunde – verzorging/gezondheidskunde laag
Landbouw en natuurlijke omgeving hoog – accountancy en agribusiness – agrarische accountancy – international business and management studies laag
Natuur hoog – wetenschapsdynamica laag
– farmacie top
Techniek hoog
Gezondheidszorg hoog – bewegingstherapie/psychomotorische therapie – ergotherapie – kader in de gezondheidszorg – kunstzinnige therapie – management in de zorg – logopedie – oefentherapie Cesar – oefentherapie Mensendieck – opleiding tot fysiotherapeut – opleiding tot verpleegkundige – opleiding tot verpleegkundige in de maatschappelijke gezondheidszorg – sport, gezondheid en management – voedsel en diëtiek laag
– bachelor klinische technologie – diergeneeskunde – geneeskunde – master geneeskunde, klinisch onderzoeker – master technical medicine – tandheelkunde – advanced nursing practice – physician assistent – verloskunde – mondzorgkunde top
Economie laag – communicatiesystemen – facility management – food & business – business administration in hotel management – hoger hotelonderwijs – hogere Europese beroepenopleiding – informatiedienstverlening en -management – journalistiek – journalistiek en voorlichting – media, informatie en communicatie – oriëntaalse talen en communicatie – vertaalacademie hoog
Recht laag
Gedrag en maatschappij laag – beleidsgerichte milieukunde – master environment and resource management – milieu–maatschappijwetenschappen – sociaal wetenschappelijke informatica – technische cognitiewetenschap – creatieve therapie hoog
Taal en cultuur laag – bachelor liberal arts – opleidingen op het gebied van de kunst – masteropleidingen op het gebied van de bouwkunst. – museologie hoog

Indien bij de opleidingen niet expliciet is aangegeven dat het bachelor- of masteropleidingen betreft, worden, voor zover van toepassing, zowel de bachelor-, de master-, de voortgezette, als de ongedeelde opleiding bedoeld.

Bijlage 4. , behorend bij artikel 4.9, vijfde lid

Universiteit Leiden 7,436
Rijksuniversiteit Groningen 10,897
Universiteit van Amsterdam 11,523
Universiteit Utrecht 15,350
Technische Universiteit Delft 10,584
Technische Universiteit Eindhoven 4,705
Universiteit Twente (Enschede) 4,833
Erasmus Universiteit Rotterdam 6,884
Universiteit Maastricht 6,961
Vrije Universiteit Amsterdam 8,899
Radboud Universiteit Nijmegen 8,867
Universiteit van Tilburg 3,062

Bijlage 2. , behorend bij artikel 3.7, tweede lid

Bijlage 6. , behorend bij artikel 4.20, vijfde lid

Universiteit Leiden 7,424
Rijksuniversiteit Groningen 11,604
Universiteit van Amsterdam 11,692
Universiteit Utrecht 16,558
Technische Universiteit Delft 8,903
Technische Universiteit Eindhoven 3,958
Universiteit Twente (Enschede) 4,065
Erasmus Universiteit Rotterdam 7,395
Universiteit Maastricht 7,178
Vrije Universiteit Amsterdam 9,414
Radboud Universiteit Nijmegen 9,235
Universiteit van Tilburg 2,575

Bijlage 2. , behorend bij artikel 3.7, tweede lid

Bijlage 8. , behorend bij artikel 4.22, eerste lid

Universiteit Leiden 9,153
Rijksuniversiteit Groningen 9,662
Universiteit van Amsterdam 11,851
Universiteit Utrecht 12,809
Technische Universiteit Delft 14,802
Technische Universiteit Eindhoven 8,000
Universiteit Twente (Enschede) 6,228
Erasmus Universiteit Rotterdam 5,279
Universiteit Maastricht 3,814
Vrije Universiteit Amsterdam 8,036
Radboud Universiteit Nijmegen 8,075
Universiteit van Tilburg 2,291

Bijlage 9. , behorend bij artikel 4.22, tweede lid

Universiteit Leiden 7,492
Rijksuniversiteit Groningen 22,104
Universiteit van Amsterdam 12,397
Universiteit Utrecht 19,408
Technische Universiteit Delft 5,078
Technische Universiteit Eindhoven 22,780
Erasmus Universiteit Rotterdam 2,908
Vrije Universiteit Amsterdam 6,066
Radboud Universiteit Nijmegen 1,767

Bijlage 2. , behorend bij artikel 3.7, tweede lid

Bijlage 11. , behorend bij artikel 4.25, tweede lid, onderdeel a

t/m 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007
Universiteit Leiden 1 899,3 211,6 195,7 181,5 58,4 187,2 192,8 198,6 204,6
2 24,7 28,9 29,8 30,6 28,1
3 130,9
4 36,9 19,9 19,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4
Universiteit Utrecht 1 344,0 694,5 58,1 29,9 50,9 269,4 277,5 285,9 294,4
2 120,7 4,0
3 66,7 81,7
4 36,9 19,9 19,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 93,0 28,4 28,4 28,4
Rijksuniversiteit Groningen 1 1.072,3 269,7 265,4 226,5 191,3 96,6 60,6 78,8 82,8 28,3 33,3 73,4 190,0 195,7 201,6 207,7
2 18,7 31,8 32,6 6,0 1,7 1,7 2,3
3
4 36,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4
Erasmus Universiteit Rotterdam 1 747,8 34,9 28,7 18,9 24,3 67,2 122,3 184,8 153,2 141,9 184,7 203,9 410,3 422,6 435,3 448,4
2 2,8 3,7 4,0 4,3 4,3 4,4
3 115,2
4 36,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4
Universiteit Maastricht 1 1.439,4 2,2 19,3 43,5 44,8 46,1 47,5
2 119,3
3 159,3
4 36,9 19,9 19,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4
Universiteit van Amsterdam 1 13,1 21,1 11,3 2,5 37,4 144,5 165,5 104,6 73,7 78,4 88,1 109,7 269,4 277,5 285,9 294,4
2 0,3 3,4 2,6 2,8 0,9 0,9
3 0,5
4 36,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4
Vrije Universiteit 1 159,0 38,5 91,1 84,9 59,2 149,6 67,2 57,7 87,9 86,0 85,7 73,7 172,1 177,2 182,5 188,0
2 7,9 0,6 2,0 3,4 3,7 4,0 5,0
3 22,9
4 36,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4
Radboud Universiteit Nijmegen 1 355,4 59,5 56,6 75,5 152,1 277,0 230,9 268,3 326,4 367,7 365,6 289,6 348,9 359,3 370,1 381,2
2 25,5 5,7 5,7 6,2 6,2 19,3 14,7 18,2 19,9
3 63,5
4 36,9 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4 28,4

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Afdeling 1. Algemene bepalingen over de berekening van de rijksbijdrage

Afdeling 4. Overige eigen bijdragen

§ 1. Onderwijsdeel wo

§ 2. Onderwijsdeel hbo

Afdeling 2. Bepalingen over de rijksbijdrage vanwege het verzorgen van onderwijs

§ 1. Onderzoekdeel wo

§ 2. Deel ontwerp en ontwikkeling hbo

Afdeling 4. Bepalingen betreffende de rijksbijdrage vanwege werkzaamheden ten dienste van wetenschappelijk geneeskundig onderwijs en onderzoek

Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen

Hoofdstuk 6. Bepalingen over personeel

Bijlage 1. , behorend bij artikel 3.7, eerste lid

1. Openbare universiteit te Leiden

2. Openbare universiteit te Groningen

3. Openbare universiteit te Amsterdam

5. Openbare universiteit te Delft

7. Openbare universiteit te Eindhoven

9. Openbare universiteit te Rotterdam

11. Bijzondere universiteit te Amsterdam

12. Bijzondere universiteit te Nijmegen

13. Bijzondere universiteit te Tilburg

14. transnationale Universiteit Limburg

Bijlage 2. , behorend bij artikel 3.7, tweede lid

1. Openbare universiteit te Eindhoven

2. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Bijlage 12. , behorend bij artikel 4.25, derde lid

t/m 1992 1993 1994 1995 1996 1997 1998 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007
Universiteit Leiden 1 13.552 2.963 2.544 2.178 643 562 386 199
2 370 405 387 368 309
3 1.968
4 607 298 278 369 340 284 255 227 199 170 142 113
Universiteit Utrecht 1 6.535 4.861 349 150 204 808 555 286
2 2.293 28
3 1.267 572
4 607 298 278 369 340 284 255 227 651 170 142 113
Rijks-universiteit Groningen 1 16.849 3.776 3.450 2.718 2.104 966 546 630 579 170 166 294 570 391 202
2 243 381 359 60 14 12 14
3
4 607 425 397 369 340 284 255 227 199 170 142 113
Erasmus Universiteit Rotterdam 1 11.217 488 373 227 268 672 1.101 1.478 1.072 852 923 816 1.231 845 435
2 26 29 28 26 21 18
3 1.727
4 607 425 397 369 340 284 255 227 199 170 142 113
Universiteit Maastricht 1 27.999 22 77 130 90 46
2 2.321
3 3.098
4 607 298 278 369 340 284 255 227 199 170 142 113
Universiteit van Amsterdam 1 196 295 146 30 411 1.445 1.490 836 516 470 441 439 808 555 286
2 3 34 23 23 6 5
3 7
4 607 425 397 369 340 284 255 227 199 170 142 113
Vrije Universiteit 1 2.871 539 1.185 1.019 651 1.496 604 462 615 516 429 295 516 354 183
2 87 6 18 27 26 24 25
3 344
4 607 425 397 369 340 284 255 227 199 170 142 113
Radboud Universiteit Nijmegen 1 5.331 834 736 906 1.673 2.770 2.078 2.146 2.285 2.206 1.828 1.158 1.047 719 370
2 383 62 57 56 50 135 88 91 79
3 953
4 607 425 397 369 340 284 255 227 199 170 142 113

Bijlage 13. , behorend bij artikel 4.27, tweede lid

universiteit percentage
Universiteit Leiden 11,5705
Universiteit Utrecht 13,6945
Rijksuniversiteit Groningen 13,6258
Erasmus Universiteit Rotterdam 13,7120
Universiteit Maastricht 8,2165
Universiteit van Amsterdam 17,5199
Vrije Universiteit 10,3749
Radboud Universiteit Nijmegen 11,2859

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 6.3. Ziekte en arbeidsongeschiktheid

Bij de vaststelling van de regels voor uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid draagt het bestuur er zorg voor dat de aanspraken van het personeel en het gewezen personeel ten minste gelijk, doch in elk geval ten minste gelijkwaardig zijn aan de aanspraken die het personeel zou hebben op grond van de Ziektewet, de Wet uitbreiding loondoorbetalingsplicht bij ziekte, onderscheidenlijk de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen.

Artikel 6.4. Tegemoetkoming aan de voorzitter en de andere leden van een raad van toezicht
1.

De voorzitter en de andere leden van een raad van toezicht als bedoeld in artikel 9.7, artikel 11.5, of 12.10 van de wet hebben per kalenderjaar aanspraak op een tegemoetkoming.

2.

De tegemoetkoming wordt naar evenredigheid verminderd, indien het voorzitterschap of het lidmaatschap van de raad van toezicht in de loop van een kalenderjaar is aangevangen of beëindigd.

Artikel 6.5. Ondernemingsraden
1.

De Wet op de ondernemingsraden is, met uitzondering van hoofdstuk VII B, van toepassing op de openbare academische ziekenhuizen, de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, de Koninklijke Bibliotheek en de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek.

Hoofdstuk 6a. Experimenten

Artikel 7.1. Overgangsbepaling Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair onderwijs
1.

Het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair onderwijs zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van dit besluit, blijft voor de leden van colleges van bestuur van hogescholen van kracht op de uitkeringen die zijn ingegaan voor die datum of contractueel zijn vastgelegd voor die datum en pas na die datum ingaan.

2.

De uit deze overgangsbepaling voortvloeiende aanspraken gelden jegens het bevoegd gezag.

Artikel 7.2. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit WHW 2008.

Bijlage 1. , behorend bij artikel 1.1. onderdeel v

CROHO-onderdeel standaard uitzonderingen uitzonderingen
niveau opleiding of CROHO-subonderdeel* niveau
onderwijs Hoog – opleidingen tot leraar speciaal onderwijs laag
– opleiding tot leraar basisonderwijs
– opleidingskunde
– opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede dan wel eerste graad in:
– aardrijkskunde
– algemene economie
– bedrijfseconomie
– Duits
– Engels
– Frans
– Fries
– geschiedenis
– gezondheidszorg en welzijn
– godsdienst
– islamgodsdienst
– lichamelijke oefening
– maatschappijleer
– mens en maatschappij
– Nederlands
– omgangskunde
– pedagogiek
– Spaans
– Turks
– verpleegkunde
– verzorging/gezondheidskunde
landbouw en natuurlijke omgeving Hoog – accountancy en agribusiness – agrarische accountancy laag
– international business and management studies
natuur Hoog – wetenschapsdynamica laag
– farmacie top
techniek Hoog
gezondheidszorg Hoog – bewegingstherapie/psychomotorische therapie laag
– ergotherapie
– kader in de gezondheidszorg
– kunstzinnige therapie
– management in de zorg
– logopedie
– oefentherapie Cesar
– oefentherapie Mensendieck
– opleiding tot fysiotherapeut
– opleiding tot verpleegkundige
– opleiding tot verpleegkundige in de maatschappelijke gezondheidszorg
– sport, gezondheid en management
– voeding en diëtetiek
– bachelor klinische technologie top
– diergeneeskunde
– geneeskunde
– master arts, klinisch onderzoeker
– master geneeskunde, klinisch onderzoeker
– master technical medicine
– tandheelkunde
– advanced nursing practice
– physician assistent
– verloskunde
– mondzorgkunde
economie Laag – business administration in hotel management hoog
– communicatiesystemen
– facility management
– food & business
– hoger hotelonderwijs
– hogere Europese beroepenopleiding
– informatiedienstverlening en -management
– journalistiek
– journalistiek en voorlichting
– media, informatie en communicatie
– oriëntaalse talen en communicatie
– vertaalacademie
recht Laag
gedrag en maatschappij Laag – beleidsgerichte milieukunde hoog
– master environment and resource management
– milieu-maatschappijwetenschappen
– sociaal wetenschappelijke informatica
– technische cognitiewetenschap
– creatieve therapie
– University College Maastricht
taal en cultuur Laag – bachelor liberal arts and sciences hoog
* opleidingen op het gebied van de kunst
* masteropleidingen op het gebied van de bouwkunst
– museologie
sectoroverstijgend Laag * Onderwijs/Landbouw en Natuurlijke Omgeving/Natuur/Techniek/Gezondheid hoog

Indien bij de opleidingen niet expliciet is aangegeven dat het bachelor- of masteropleidingen betreft, worden, voor zover van toepassing, zowel de bachelor-, de master-, de voortgezette, als de ongedeelde opleiding bedoeld.

1. Openbare universiteit te Leiden

4. Openbare universiteit te Utrecht

5. Openbare universiteit te Delft

6. Openbare universiteit te Wageningen

7. Openbare universiteit te Eindhoven

8. Openbare universiteit te Enschede

9. Openbare universiteit te Rotterdam

12. Bijzondere universiteit te Nijmegen

13. Bijzondere universiteit te Tilburg

14. transnationale Universiteit Limburg

1. Openbare universiteit te Eindhoven

Chemistry Education

2. Bijzondere universiteit te Nijmegen

Bijlage 3. , behorend bij artikel 1.1, onderdeel V

CROHO-onderdeel standaard uitzonderingen uitzonderingen
niveau opleiding of CROHO-subonderdeel* niveau
onderwijs Hoog – opleidingen tot leraar speciaal onderwijs laag
– opleiding tot leraar basisonderwijs
– opleidingskunde
– opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede dan wel eerste graad in:
– aardrijkskunde
– algemene economie
– bedrijfseconomie
– Duits
– Engels
– Frans
– Fries
– geschiedenis
– gezondheidszorg en welzijn
– godsdienst
– islamgodsdienst
– lichamelijke oefening
– maatschappijleer
– mens en maatschappij
– Nederlands
– omgangskunde
– pedagogiek
– Spaans
– Turks
– verpleegkunde
– verzorging/gezondheidskunde
landbouw en natuurlijke omgeving Hoog – accountancy en agribusiness – agrarische accountancy laag
– international business and management studies
natuur Hoog – wetenschapsdynamica laag
– farmacie top
techniek Hoog
gezondheidszorg Hoog – bewegingstherapie/psychomotorische therapie laag
– ergotherapie
– kader in de gezondheidszorg
– kunstzinnige therapie
– management in de zorg
– logopedie
– oefentherapie Cesar
– oefentherapie Mensendieck
– opleiding tot fysiotherapeut
– opleiding tot verpleegkundige
– opleiding tot verpleegkundige in de maatschappelijke gezondheidszorg
– sport, gezondheid en management
– voeding en diëtetiek
– bachelor klinische technologie top
– diergeneeskunde
– geneeskunde
– master arts, klinisch onderzoeker
– master geneeskunde, klinisch onderzoeker
– master technical medicine
– tandheelkunde
– advanced nursing practice
– physician assistent
– verloskunde
– mondzorgkunde
economie Laag – business administration in hotel management hoog
– communicatiesystemen
– facility management
– food & business
– hoger hotelonderwijs
– hogere Europese beroepenopleiding
– informatiedienstverlening en -management
– journalistiek
– journalistiek en voorlichting
– media, informatie en communicatie
– oriëntaalse talen en communicatie
– vertaalacademie
recht Laag
gedrag en maatschappij Laag – beleidsgerichte milieukunde hoog
– master environment and resource management
– milieu-maatschappijwetenschappen
– sociaal wetenschappelijke informatica
– technische cognitiewetenschap
– creatieve therapie
– University College Maastricht
taal en cultuur Laag – bachelor liberal arts and sciences hoog
* opleidingen op het gebied van de kunst
* masteropleidingen op het gebied van de bouwkunst
– museologie
sectoroverstijgend Laag * Onderwijs/Landbouw en Natuurlijke Omgeving/Natuur/Techniek/Gezondheid hoog

Indien bij de opleidingen niet expliciet is aangegeven dat het bachelor- of masteropleidingen betreft, worden, voor zover van toepassing, zowel de bachelor-, de master-, de voortgezette, als de ongedeelde opleiding bedoeld.

Bijlage 4. , behorend bij artikel 4.9, vijfde lid

Universiteit Leiden 7,436
Rijksuniversiteit Groningen 10,897
Universiteit van Amsterdam 11,523
Universiteit Utrecht 15,350
Technische Universiteit Delft 10,584
Technische Universiteit Eindhoven 4,705
Universiteit Twente (Enschede) 4,833
Erasmus Universiteit Rotterdam 6,884
Universiteit Maastricht 6,961
Vrije Universiteit Amsterdam 8,899
Radboud Universiteit Nijmegen 8,867
Universiteit van Tilburg 3,062

Bijlage 3. , behorend bij artikel 1.1, onderdeel u

CROHO-onderdeel standaard uitzonderingen uitzonderingen
niveau opleiding of CROHO-subonderdeel* niveau
onderwijs Hoog – opleidingen tot leraar speciaal onderwijs laag
– opleiding tot leraar basisonderwijs
– opleidingskunde
– opleiding tot leraar voortgezet onderwijs van de tweede dan wel eerste graad in:
– aardrijkskunde
– algemene economie
– bedrijfseconomie
– Duits
– Engels
– Frans
– Fries
– geschiedenis
– gezondheidszorg en welzijn
– godsdienst
– islamgodsdienst
– lichamelijke oefening
– maatschappijleer
– mens en maatschappij
– Nederlands
– omgangskunde
– pedagogiek
– Spaans
– Turks
– verpleegkunde
– verzorging/gezondheidskunde
landbouw en natuurlijke omgeving Hoog – accountancy en agribusiness – agrarische accountancy laag
– international business and management studies
natuur Hoog – wetenschapsdynamica laag
– farmacie top
techniek Hoog
gezondheidszorg Hoog – bewegingstherapie/psychomotorische therapie laag
– ergotherapie
– kader in de gezondheidszorg
– kunstzinnige therapie
– management in de zorg
– logopedie
– oefentherapie Cesar
– oefentherapie Mensendieck
– opleiding tot fysiotherapeut
– opleiding tot verpleegkundige
– opleiding tot verpleegkundige in de maatschappelijke gezondheidszorg
– sport, gezondheid en management
– voeding en diëtetiek
– bachelor klinische technologie top
– diergeneeskunde
– geneeskunde
– master arts, klinisch onderzoeker
– master geneeskunde, klinisch onderzoeker
– master technical medicine
– tandheelkunde
– advanced nursing practice
– physician assistent
– verloskunde
– mondzorgkunde
economie Laag – business administration in hotel management hoog
– communicatiesystemen
– facility management
– food & business
– hoger hotelonderwijs
– hogere Europese beroepenopleiding
– informatiedienstverlening en -management
– journalistiek
– journalistiek en voorlichting
– media, informatie en communicatie
– oriëntaalse talen en communicatie
– vertaalacademie
recht Laag
gedrag en maatschappij Laag – beleidsgerichte milieukunde hoog
– master environment and resource management
– milieu-maatschappijwetenschappen
– sociaal wetenschappelijke informatica
– technische cognitiewetenschap
– creatieve therapie
– University College Maastricht
taal en cultuur Laag – bachelor liberal arts and sciences hoog
* opleidingen op het gebied van de kunst
* masteropleidingen op het gebied van de bouwkunst
– museologie
sectoroverstijgend Laag * Onderwijs/Landbouw en Natuurlijke Omgeving/Natuur/Techniek/Gezondheid hoog

Indien bij de opleidingen niet expliciet is aangegeven dat het bachelor- of masteropleidingen betreft, worden, voor zover van toepassing, zowel de bachelor-, de master-, de voortgezette, als de ongedeelde opleiding bedoeld.

Bijlage 4. , behorend bij artikel 4.9, vijfde lid

Universiteit Leiden 7,436
Rijksuniversiteit Groningen 10,897
Universiteit van Amsterdam 11,523
Universiteit Utrecht 15,350
Technische Universiteit Delft 10,584
Technische Universiteit Eindhoven 4,705
Universiteit Twente (Enschede) 4,833
Erasmus Universiteit Rotterdam 6,884
Universiteit Maastricht 6,961
Vrije Universiteit Amsterdam 8,899
Radboud Universiteit Nijmegen 8,867
Universiteit van Tilburg 3,062

Bijlage 5. , behorend bij artikel 4.14, tweede lid

groep opleidingen
leraar bo de opleiding tot leraar basisonderwijs
onderwijs-laag de opleidingen op het gebied van onderwijs met een laag bekostigingsniveau, uitgezonderd de opleiding tot leraar basisonderwijs
landbouw-laag de opleidingen op het gebied van de landbouw en natuurlijke omgeving met een laag bekostigingsniveau
economie-laag de opleidingen op het gebied van de economie met een laag bekostigingsniveau
overig-laag de opleidingen op de gebieden gezondheidszorg en gedrag en maatschappij met een laag bekostigingsniveau
onderwijs-hoog de opleidingen op het gebied van onderwijs met een hoog bekostigingsniveau
landbouw-hoog de opleidingen op het gebied van de landbouw en natuurlijke omgeving met een hoog bekostigingsniveau
laboratorium de opleidingen: – biologie en medisch laboratoriumonderzoek, en – chemie.
overig–hoog – de opleidingen op het gebied van de techniek met uitzondering van de opleidingen die tot de groep laboratorium behoren, en – de opleidingen op de gebieden gezondheidszorg, economie en gedrag en maatschappij met een hoog bekostigingsniveau
top de opleidingen met een topbekostigingsniveau

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)