Besluit van 22 september 1993, houdende uitvoeringsbepalingen van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Afdeling 3. Centraal register inschrijvingen hoger onderwijs
Artikel 7.1a. Overgangsbepaling Besluit rechtspositie leden van de centrale directies en van colleges van bestuur
In afwijking van hoofdstuk 2 van het Besluit rechtspositie leden van de centrale directies en van colleges van bestuur, zoals dat luidde op het tijdstip voordat het werd ingetrokken, blijven ten aanzien van degene die voor 1 juli 2001 is benoemd of aangesteld tot lid van een centrale directie of van een college van bestuur de rechtspositievoorschriften, zoals die jegens hem golden op 30 juni 2001, van kracht, indien en voor zolang de betrokkene niet schriftelijk binnen een door het bevoegd gezag vast te stellen termijn van tenminste drie maanden vanaf 1 juli 2001 aan het bevoegd gezag heeft medegedeeld dat hij ermee instemt dat zijn rechtspositie krachtens artikel 2 wordt vastgesteld.
Artikel 7.1b. Overgangsbepaling Besluit rechtspositie leden van colleges van bestuur van openbare universiteiten
Ten aanzien van degenen die voor 19 maart 1997 wat betreft de openbare universiteiten dan wel voor 11 juli 1997 wat betreft de Open Universiteit tot lid van een college van bestuur zijn benoemd, blijven de salarissen, toelagen en wachtgeldaanspraken, vastgesteld en toegekend op grond van de op 18 maart 1997 onderscheidenlijk de op 10 juli 1997 geldende voorschriften gehandhaafd. Indien de salarisbedragen van de overeenkomstige salarisschaal van de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn worden gewijzigd, is deze wijziging van toepassing op de salarisbedragen van de in de eerste volzin bedoelde salarissen.
Artikel 3.8. Corresponderende vakken
Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld met welke vakken die deel hebben uitgemaakt van het examen ter verkrijging van een diploma als bedoeld in artikel 7.24 van de wet, een persoon kan aantonen te voldoen aan het niveau, bedoeld in artikel 3.7, tweede lid.
Artikel 6.6. Experiment flexstuderen
Van 1 september 2017 tot en met 31 augustus 2023 wordt onder «opleiding van eerste inschrijving» begrepen:
- 1°. opleiding waarvoor een student het collegegeld, bedoeld in de artikelen 7.43, eerste lid, van de wet, is verschuldigd en waarvoor geen vermindering of vrijstelling van het betalen van collegegeld op grond van de wet is verkregen, tenzij er sprake is van een vermindering als bedoeld in artikel 7.48, derde en vierde lid;
- 2°. opleiding waarvoor een persoon die het collegegeld, bedoeld in artikelen 7.43, tweede lid of 7.44 van de wet is verschuldigd, zich als eerste heeft ingeschreven, of
- 3°. opleiding waarvoor een student collegegeld als bedoeld in artikel 17b van het Besluit experimenten flexibel hoger onderwijs heeft betaald.
Artikel 4.8a. Bekostigde inschrijving Open Universiteit
Een in het register onderwijsdeelnemers geregistreerde inschrijving van een student voor een onderwijseenheid van een bacheloropleiding van de Open Universiteit geldt als een bekostigde inschrijving indien
- a. de inschrijving heeft plaatsgevonden in de peilperiode,
- b. de student het collegegeld OU, bedoeld in artikel 7.45b, eerste lid, van de wet, is verschuldigd en
- c. het totaal aantal studiepunten van de onderwijseenheden van bacheloropleidingen waarvoor de student zich blijkens het register onderwijsdeelnemers eerder, maar op of na 2 oktober 2015 bij de Open Universiteit heeft ingeschreven en die door het Rijk worden bekostigd, kleiner is dan de wettelijke studielast van de opleiding waartoe de onderwijseenheid behoort.
De omvang van de bekostigde inschrijving wordt bepaald door het aantal studiepunten van de desbetreffende onderwijseenheid tot maximaal het verschil tussen de wettelijke studielast van de bacheloropleiding waarvan de onderwijseenheid deel uitmaakt en het totaal aantal studiepunten van onderwijseenheden van bacheloropleidingen waarvoor de student zich blijkens het register onderwijsdeelnemers eerder, maar op of na 2 oktober 2015 bij de Open Universiteit heeft ingeschreven en die door het Rijk worden bekostigd, te delen door 60.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een inschrijving van een student voor een onderwijseenheid van een masteropleiding van de Open Universiteit.
Bijlage 4. , behorend bij artikel 4.9, vijfde lid
Vervallen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 6.7. Begripsbepaling
De begripsbepaling van «student» in artikel 1.1 is op dit hoofdstuk niet van toepassing.
Artikel 6.8. Voorschriften besteding en verantwoording
Het instellingsbestuur van een bekostigde instelling als bedoeld in artikel 1.8 van de wet wendt middelen verkregen ten laste van de rijksbegroting of anderszins uit hoofde van bij of krachtens de wet ingestelde heffingen verkregen middelen, alsmede de opbrengsten daarvan, waarover hij de beschikking heeft gekregen om de activiteiten in Nederland, bedoeld in artikel 1.3 van de wet, te financieren, niet aan voor de kosten van een opleiding in het buitenland of van de voorbereiding op het verzorgen van die opleiding en het indienen van de desbetreffende aanvraag, bedoeld in artikel 6.9.
Het instellingsbestuur voert in voorkomend geval een afzonderlijke boekhouding voor de activiteiten betreffende de opleiding in het buitenland enerzijds en de activiteiten, bedoeld in artikel 1.3 van de wet, anderzijds. De afzonderlijke boekhouding is zodanig ingericht dat de registratie van de lasten en baten van de verschillende activiteiten gescheiden zijn.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gesteld met betrekking tot de financiële verantwoording.
Artikel 6.9. Indiening aanvraag
Het instellingsbestuur dient een aanvraag om toestemming voor het verzorgen van een opleiding in het buitenland als bedoeld in artikel 1.19a, eerste lid, van de wet in bij Onze Minister. De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van:
- a. de gegevens in de Registratie instellingen en opleidingen, bedoeld in artikel 6.14, derde lid, van de wet, van de opleiding in Nederland; en
- b. een schriftelijke verklaring van de voorafgaande instemming, bedoeld in artikel 9.33, derde lid, respectievelijk 10.20, vierde lid, van de wet, van de universiteitsraad, respectievelijk de medezeggenschapsraad, met het besluit de beoogde opleiding in het buitenland te verzorgen als bedoeld in artikel 1.19a, eerste lid, van de wet, indien de aanvrager een instellingsbestuur van een bekostigde instelling als bedoeld in artikel 1.8 van de wet is.
Artikel 6.10. Inhoud aanvraag
In de aanvraag beschrijft en onderbouwt het instellingsbestuur in ieder geval:
- a. de meerwaarde van de opleiding in het buitenland voor de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland en de profilering van het Nederlandse hoger onderwijs in het buitenland en de meerwaarde van de opleiding in het buitenland voor het land van vestiging;
- b. de wijze waarop het onderwijs aan de opleiding in het buitenland zal worden vormgegeven;
- c. de wijze waarop de kwaliteit van het onderwijs aan de opleiding in het buitenland wordt geborgd en in hoeverre studenten en personeel van die opleiding daarbij medezeggenschap hebben;
- d. de financiële situatie van de instelling met in ieder geval de financiële planning van de opleiding in het buitenland en de wijze waarop financiële risico’s worden tegengegaan;
- e. de wijze waarop de continuïteit van de opleiding in Nederland is gewaarborgd;
- f. ingeval het een instellingsbestuur betreft van een bekostigde instelling als bedoeld in artikel 1.8 van de wet, de maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat de middelen, bedoeld in artikel 6.8, eerste lid, worden aangewend voor de opleiding in het buitenland;
- g. de beoogde omvang en schaal van het onderwijs in het buitenland, inclusief het beoogde aantal studenten, in verband met de beheersbaarheid van de vestiging in het buitenland;
- h. de wijze waarop de veiligheid en de rechten van de bij het onderwijs aan de opleiding in het buitenland betrokken personen, voor zover zij die rechten ontlenen aan de wet, worden gewaarborgd;
- i. de wijze waarop wordt gewaarborgd dat de academische vrijheid aan de opleiding in het buitenland in acht wordt genomen;
- j. de opvattingen van de bevoegde overheidsinstanties in het land van vestiging over de vestiging van de opleiding in het buitenland;
- k. de mensenrechtensituatie en de sociale verhoudingen aan de opleiding in het buitenland en eventuele maatregelen die de instelling in verband daarmee neemt;
- l. de wijze waarop de samenwerking met een eventuele partnerorganisatie of partnerorganisaties zal worden vormgegeven;
- m. de wijze waarop is voorzien in het afbouwen van de opleiding in het buitenland in financiële en personele zin en ten opzichte van studenten, indien de opleiding in het buitenland zou worden beëindigd; en
- n. ingeval het een instellingsbestuur betreft van een bekostigde instelling als bedoeld in artikel 1.8 van de wet, de wijze waarop de met de opleiding in het buitenland gegenereerde inkomsten worden herbestemd en de mate waarin die herbestemming bijdraagt aan de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland en de profilering van het Nederlandse hoger onderwijs in het buitenland.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gesteld met betrekking tot het indienen van aanvragen, de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden en de procedure.
Artikel 6.11. Beoordeling aanvraag/weigeringsgronden
Onze minister wijst de aanvraag af indien niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat het verzorgen van de opleiding in het buitenland van meerwaarde is voor de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland en de profilering van het Nederlandse hoger onderwijs in het buitenland. Hiervan is in ieder geval sprake indien:
- a. accreditatie nieuwe opleiding onder voorwaarden is verleend als bedoeld in artikel 5.9, tweede lid, van de wet;
- b. accreditatie bestaande opleiding onder voorwaarden is verleend als bedoeld in artikel 5.17, tweede lid, van de wet;
- c. sprake is van accreditatie bestaande opleiding onder voorwaarden als bedoeld in artikel 5.18 van de wet;
- d. de inspectie ingevolge artikel 12a, vierde lid j° artikel 11, vierde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht heeft geoordeeld dat de desbetreffende instelling tekortschiet in de naleving van wettelijke voorschriften;
- e. de maatregelen om de kwaliteit van de opleiding in het buitenland te borgen, onvoldoende zijn;
- f. de financiële, organisatorische of bestuurlijke stabiliteit en continuïteit van de opleiding in Nederland of in het buitenland onvoldoende is gewaarborgd of de maatregelen die worden getroffen om financiële risico’s tegen te gaan, onvoldoende zijn;
- g. ingeval de aanvraag een instellingsbestuur betreft van een bekostigde instelling als bedoeld in artikel 1.8 van de wet, de maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat de middelen, bedoeld in artikel 6.8, eerste lid, worden aangewend voor de opleiding in het buitenland, onvoldoende zijn;
- h. vanwege de beoogde schaal en aantallen studenten het risico bestaat van onvoldoende beheersbaarheid van de vestiging in het buitenland;
- i. de veiligheid en de rechten van de bij de opleiding in het buitenland betrokken personen, voor zover zij die rechten ontlenen aan de wet, onvoldoende worden gewaarborgd;
- j. de academische vrijheid aan de opleiding in het buitenland onvoldoende is gewaarborgd;
- k. het verzorgen van de opleiding in het buitenland schadelijk is voor de diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en het land van vestiging of niet passend is in de diplomatieke betrekkingen met het desbetreffende land;
- l. de mensenrechtensituatie of de sociale verhoudingen aan de opleiding en eventuele maatregelen die de instelling in verband daarmee heeft genomen, daartoe aanleiding geven;
- m. de wijze waarop de eventuele samenwerking met een partnerorganisatie wordt vormgegeven, onvoldoende garandeert dat het instellingsbestuur zelf de opleiding in het buitenland verzorgt en de graden verleent;
- n. aannemelijk is dat de opvattingen van de bevoegde overheidsinstanties in het land van vestiging het verzorgen van de opleiding zoals beschreven in de aanvraag ingevolge artikel 6.10, in ernstige mate belemmeren;
- o. onvoldoende is voorzien in waarborgen in financiële en personele zin en ten opzichte van studenten, indien de opleiding in het buitenland zou worden beëindigd; of
- p. ingeval de aanvraag een instellingsbestuur betreft van een bekostigde instelling als bedoeld in artikel 1.8 van de wet, niet aannemelijk is dat de wijze van herbestemming van de inkomsten die met de opleiding in het buitenland worden gegenereerd, zal bijdragen aan de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland of de profilering van het Nederlandse hoger onderwijs in het buitenland.
Artikel 6.12. Toestemming
Onze Minister besluit binnen twintig weken op de aanvraag. Onze Minister kan de inspectie en het accreditatieorgaan om advies vragen over de aanvraag, alvorens te besluiten.
Ingeval Onze Minister positief op de aanvraag besluit en niet verdragsrechtelijk of, indien de aanvraag betrekking heeft op een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden, bij onderlinge regeling als bedoeld in artikel 38 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, is verzekerd dat het accreditatieorgaan en de inspectie toegang zullen hebben tot de beoogde opleiding in het buitenland om aldaar hun taken te kunnen uitoefenen, vermeldt Onze Minister in de beschikking dat de toestemming van kracht wordt op de dag waarop een verdrag dat of onderlinge regeling die in de vereiste toegang voorziet, in werking treedt.
Onze Minister vermeldt in geval van een positief besluit in de beschikking de termijn waarbinnen de opleiding in het buitenland dient te worden gestart.
Artikel 6.13. Voorschriften
Het instellingsbestuur waaraan toestemming is verleend voor het verzorgen van een opleiding in het buitenland is verplicht de onderwijsactiviteiten aan de buitenlandse vestiging in financiële en personele zin en ten opzichte van studenten, zorgvuldig af te bouwen ingeval van beëindiging van het verzorgen van de opleiding in het buitenland. Artikel 5.21 van de wet is van overeenkomstige toepassing.
Onze minister kan in het belang van de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland of in het belang van de profilering van het Nederlandse hoger onderwijs in het buitenland andere voorschriften aan de toestemming verbinden.
Artikel 6.14. Intrekking toestemming
De toestemming wordt ingetrokken, indien:
- a. het verzorgen van de opleiding in het buitenland ernstige schade toebrengt dan wel aannemelijk is dat het verzorgen van de opleiding in het buitenland ernstige schade zal toebrengen aan de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland of aan de profilering van het Nederlandse hoger onderwijs in het buitenland;
- b. de academische vrijheid aan de opleiding niet in acht wordt genomen; of
- c. de veiligheid en rechten van de bij het onderwijs in het land van vestiging betrokken personen, voor zover zij die rechten ontlenen aan de wet, niet langer kunnen worden gewaarborgd.
Van ernstige schade als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kan onder meer sprake zijn, indien:
- a. de wettelijke voorschriften voor het verzorgen van de opleiding in het buitenland niet worden nageleefd;
- b. de beheersbaarheid van de opleiding of vestiging, in het bijzonder vanwege het aantal studenten of de schaal, onvoldoende is;
- c. het verzorgen van de opleiding de diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en het desbetreffende land verstoort;
- d. bij de instelling voor hoger onderwijs van het instellingsbestuur waaraan de toestemming is verleend, onevenredige bestuurlijke of financiële risico’s zijn ontstaan;
- e. de taakuitoefening van de inspectie of het accreditatieorgaan ten aanzien van de vestiging in het buitenland niet mogelijk is;
- f. de mensenrechtensituatie of de sociale verhoudingen aan de opleiding in het buitenland zich ongunstig ontwikkelen; of
- g. sprake is van een oordeel van de inspectie ingevolge artikel 12a, vierde lid j° artikel 11, vierde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht, inhoudende dat de desbetreffende instelling tekortschiet in de naleving van wettelijke voorschriften.
Bij toepassing van het eerste lid kunnen aan de beschikking waarbij toestemming wordt ingetrokken, voorschriften worden gegeven ten behoeve van een zorgvuldige afwikkeling van de beëindiging van de opleiding in het buitenland.
Onverminderd artikel 5.21, tweede tot en met vierde lid, van de wet vervalt de toestemming voor het verzorgen van opleidingen in het buitenland van rechtswege, indien de accreditatie van de opleiding niet wordt verlengd of wordt ingetrokken. Ook vervalt de toestemming als de opleiding in Nederland, bedoeld in artikel 6.9, onderdeel a, niet meer bestaat.
Hoofdstuk 6b. Hoger onderwijs in het buitenland
Bijlage 5. , behorend bij artikel 4.14, tweede lid
Vervallen
Bijlage 6. , behorend bij artikel 4.20, vijfde lid
Vervallen
Bijlage 7. Ontwerperscertificaten
Onderwijs verbonden aan de Universiteit van Amsterdam
- –. Restaurator-in-opleiding
Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Delft
- –. Proces- en Apparaatontwerpen (voor de chemische, biotechnologische en milieutechnologische industrie)
- –. Bioprocestechnologie
Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Eindhoven
- –. Architechtural Design Management Systems
- –. Informatie en Communicatie Technologie
- –. Logistics Management Systems
- –. Wiskunde voor de Industrie
- –. Fysische Instrumentatie
- –. Proces- en Produktontwerp
- –. Software Technology
- –. User-System Interaction
Onderwijs verbonden aan de Universiteit Twente (Enschede)
- –. Computational Mechanics
- –. Procestechnologie
Bijlage 8. , behorend bij artikel 4.22, eerste lid
Vervallen
Bijlage 9. , behorend bij artikel 4.22, tweede lid
Vervallen
Bijlage. behorend bij artikel 4.21, derde lid
Onderwijs verbonden aan de Universiteit van Amsterdam
- –. Restaurator-in-opleiding
Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Delft
- –. Proces- en Apparaatontwerpen (voor de chemische, biotechnologische en milieutechnologische industrie)
- –. Bioprocestechnologie
Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Eindhoven
- –. Architechtural Design Management Systems
- –. Informatie en Communicatie Technologie
- –. Logistics Management Systems
- –. Wiskunde voor de Industrie
- –. Fysische Instrumentatie
- –. Proces- en Produktontwerp
- –. Software Technology
- –. User-System Interaction
Onderwijs verbonden aan de Universiteit Twente (Enschede)
- –. Computational Mechanics
- –. Procestechnologie
Bijlage 11. , behorend bij artikel 4.25, tweede lid, onderdeel a
Vervallen
Bijlage 12. , behorend bij artikel 4.25, derde lid
Vervallen
Bijlage. behorend bij artikel 4.21, derde lid
Onderwijs verbonden aan de Universiteit van Amsterdam
- –. Restaurator-in-opleiding
Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Delft
- –. Proces- en Apparaatontwerpen (voor de chemische, biotechnologische en milieutechnologische industrie)
- –. Bioprocestechnologie
Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Eindhoven
- –. Architechtural Design Management Systems
- –. Informatie en Communicatie Technologie
- –. Logistics Management Systems
- –. Wiskunde voor de Industrie
- –. Fysische Instrumentatie
- –. Proces- en Produktontwerp
- –. Software Technology
- –. User-System Interaction
Onderwijs verbonden aan de Universiteit Twente (Enschede)
- –. Computational Mechanics
- –. Procestechnologie
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
§ 1. Wettelijk collegegeld
§ 2. Gedeeltelijk wettelijk collegegeld
Artikel 2.4a. Omvang gedeeltelijk wettelijk collegegeld
Het minimumbedrag van het gedeeltelijk wettelijk collegegeld, bedoeld in artikel 7.45, tweede lid, van de wet, bedraagt voor het studiejaar 2018–2019 € 1.226Voor het studiejaar 2021-2022: € 1.291.
Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt jaarlijks overeenkomstig artikel 2.2, tweede en derde lid, bij ministeriële regeling aangepast. Het overeenkomstig dit lid gewijzigde bedrag treedt in de plaats van het in het eerste lid genoemde bedrag.
§ 3. Verlaagd wettelijk collegegeld
Artikel 2.4b. Omvang verlaagd wettelijk collegegeld
Vervallen
Artikel 2.4c. Aanspraak op verlaagd wettelijk collegegeld eerstejaars studenten
Vervallen
Artikel 2.4d. Aanspraak op extra jaar verlaagd wettelijk collegegeld voor opleidingen op het gebied van onderwijs
Vervallen
Artikel 2.4e. Aanspraak op verlaagd wettelijk collegegeld in geval van een gelijktijdige tweede inschrijving voor de academische pabo
Vervallen
Artikel 2.4f. Reikwijdte en cohortbepaling verlaagd wettelijk collegegeld
Vervallen
Hoofdstuk 3. Bepalingen betreffende opleidingen
Hoofdstuk 4. Bepalingen over de berekening van de rijksbijdrage
Afdeling 2. Bepalingen over de rijksbijdrage vanwege het verzorgen van onderwijs
§ 1. Onderzoekdeel wo
§ 2. Deel ontwerp en ontwikkeling hbo
Afdeling 4. Bepalingen betreffende de rijksbijdrage vanwege werkzaamheden ten dienste van wetenschappelijk geneeskundig onderwijs en onderzoek
Hoofdstuk 6a. Experimenten
Hoofdstuk 6a. Experimenten
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 3.9. Accreditatie onder voorwaarden
Het accreditatieorgaan kan accreditatie nieuwe opleiding onder voorwaarden als bedoeld in artikel 5.9, tweede lid, van de wet of accreditatie bestaande opleiding onder voorwaarden als bedoeld in artikel 5.17, tweede lid, van de wet verlenen, indien:
- a. het accreditatieorgaan oordeelt dat de kwaliteit van de opleiding op het kwaliteitsaspect beoogd eindniveau, gelet op hetgeen internationaal gewenst en gangbaar is, bedoeld in de artikelen 5.7, eerste lid, onderdeel a en 5.12, onderdeel a, van de wet, geen tekortkomingen bevat; en
- b. een of meer van de andere kwaliteitsaspecten, bedoeld in de artikelen 5.7 en 5.12, van de wet, tekortkomingen bevatten die naar het oordeel van het accreditatieorgaan binnen twee jaar na de verlening kunnen worden weggenomen.
In geval van toepassing van het eerste lid wordt de opleiding uiterlijk twee jaar na de verlening van de accreditatie onder voorwaarden, herbeoordeeld op de kwaliteitsaspecten die tekortkomingen bevatten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op het behoud van accreditatie bestaande opleiding onder voorwaarden als bedoeld in artikel 5.18 van de wet en op het behoud van accreditatie nieuwe opleiding als bedoeld in artikel 5.19, tweede lid j° artikel 5.8, eerste lid, onderdeel c, van de wet.
Accreditatie nieuwe opleiding onder voorwaarden als bedoeld in artikel 5.9, tweede lid, van de wet kan niet worden verleend in geval van een verzwaarde toets nieuwe opleiding voor de eerste opleiding die wordt verzorgd door een rechtspersoon die geaccrediteerde opleidingen wil verzorgen als bedoeld in artikel 5.3, eerste lid, onderdeel d, van de wet.
Artikel 3.10. Erkenning ITK onder voorwaarden
Het accreditatieorgaan kan een erkenning ITK onder voorwaarden als bedoeld in artikel 5.27, tweede lid, van de wet verlenen indien sprake is van tekortkomingen die naar het oordeel van het accreditatieorgaan binnen twee jaar na de verlening kunnen worden weggenomen, op ten hoogste twee van de volgende kwaliteitsaspecten:
- a. de visie van de instelling op de kwaliteit van haar onderwijs, bedoeld in artikel 5.23, derde lid, onderdeel a, van de wet;
- b. de vormgeving van de interne kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 5.23, derde lid, onderdeel b, van de wet;
- c. de effectiviteit van de interne kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 5.23, derde lid, onderdeel b, van de wet; of
- d. het gevoerde beleid op het gebied van personeel en voorzieningen, bedoeld in artikel 5.23, derde lid, onderdeel c, van de wet dan wel de voorzieningen die de toegankelijkheid en studeerbaarheid voor studenten met een functiebeperking bevorderen, bedoeld in artikel 5.23, derde lid, onderdeel d, van de wet.
In geval van toepassing van het eerste lid wordt de kwaliteitszorg van de instelling uiterlijk twee jaar na de verlening van de erkenning ITK onder voorwaarden, herbeoordeeld op de kwaliteitsaspecten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a tot en met d, voor zover deze tekortkomingen bevatten.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de verlenging van de erkenning ITK onder voorwaarden, bedoeld in artikel 5.27, tweede lid, van de wet.
Artikel 3.11. Voorwaarden en intrekking
Het accreditatieorgaan kan aan een accreditatie onder voorwaarden als bedoeld in de artikelen 5.9, tweede lid, 5.17, tweede lid, 5.18 en 5.19, tweede lid, van de wet respectievelijk een erkenning ITK onder voorwaarden als bedoeld in de artikel 5.27, tweede lid, van de wet, voorwaarden verbinden die betrekking hebben op:
- a. de wijze waarop de tekortkomingen worden weggenomen;
- b. de wijze waarop en de termijn waarbinnen de herbeoordeling, bedoeld in artikel 3.9, tweede lid of artikel 3.10, tweede lid, plaatsvindt; en
- c. de berichtgeving door het instellingsbestuur over de door het accreditatieorgaan gestelde voorwaarden aan studenten en andere belanghebbenden.
Een accreditatie onder voorwaarden als bedoeld in artikel 3.9, eerste lid wordt ingetrokken indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, of een of meer van de kwaliteitsaspecten bij de herbeoordeling ingevolge artikel 3.9, tweede lid, tekortkomingen bevatten.
Een erkenning ITK onder voorwaarden als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid wordt ingetrokken indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, of een of meer van de kwaliteitsaspecten bij de herbeoordeling ingevolge 3.10, tweede lid, tekortkomingen bevatten.
Hoofdstuk 3a. Bepalingen betreffende gegevens studentenenquête
Afdeling 1. Algemene bepalingen over de berekening van de rijksbijdrage
Afdeling 2. Bepalingen over de rijksbijdrage vanwege het verzorgen van onderwijs
Afdeling 3. Bepalingen over de rijksbijdrage vanwege het verrichten van onderzoek
§ 1. Onderzoekdeel wo
§ 2. Deel ontwerp en ontwikkeling hbo
Afdeling 4. Bepalingen betreffende de rijksbijdrage vanwege werkzaamheden ten dienste van wetenschappelijk geneeskundig onderwijs en onderzoek
Hoofdstuk 6. Bepalingen over personeel
Hoofdstuk 6a. Experimenten
Hoofdstuk 6. Bepalingen over personeel
Hoofdstuk 6a. Experimenten
Afdeling 5. Bepalingen betreffende de rijksbijdrage vanwege in het vooruitzicht gestelde of gerealiseerde kwaliteit van het hoger onderwijs
Artikel 4.28. Begripsbepalingen
Vervallen
Artikel 4.29. Kwaliteitsthema’s
Vervallen
Artikel 4.30. Maatstaven voor toekenning kwaliteitsbekostiging bij planbeoordeling
Vervallen
Artikel 4.31. Tijdvak kwaliteitsbekostiging bij planbeoordeling
Vervallen
Artikel 4.32. Maatstaven voor toekenning kwaliteitsbekostiging bij planrealisatie
Vervallen
Artikel 4.33. Tijdvak kwaliteitsbekostiging bij planrealisatie
Vervallen
Artikel 4.34. Hardheidsclausule
Vervallen
Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 6b. Hoger onderwijs in het buitenland
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Bijlage. behorend bij artikel 4.21, derde lid
Onderwijs verbonden aan de Universiteit van Amsterdam
- –. Restaurator-in-opleiding
Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Delft
- –. Proces- en Apparaatontwerpen (voor de chemische, biotechnologische en milieutechnologische industrie)
- –. Bioprocestechnologie
Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Eindhoven
- –. Architechtural Design Management Systems
- –. Informatie en Communicatie Technologie
- –. Logistics Management Systems
- –. Wiskunde voor de Industrie
- –. Fysische Instrumentatie
- –. Proces- en Produktontwerp
- –. Software Technology
- –. User-System Interaction
Onderwijs verbonden aan de Universiteit Twente (Enschede)
- –. Computational Mechanics
- –. Procestechnologie
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 7.1c. Overgangsbepaling verlaagd wettelijk collegegeld voor tweedejaarsstudenten aan een lerarenopleiding
De artikelen 2.4b, 2.4d, 2.4e en 2.4f, derde en vierde lid, zoals deze luidden op 31 augustus 2024, blijven voor het studiejaar 2024–2025 van toepassing ten aanzien van een student die op 1 september 2023 stond ingeschreven voor een opleiding als bedoeld in artikel 2.4d, eerste lid, onderdeel c, zoals dat luidde op 31 augustus 2024, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 2.4d, eerste lid, de student wordt geacht te voldoen aan de in onderdeel b van dat lid, bedoelde voorwaarde.
Bijlage. behorend bij artikel 4.21, eerste lid
Onderwijs verbonden aan de Universiteit van Amsterdam
- –. Restaurator-in-opleiding
Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Delft
- –. Proces- en Apparaatontwerpen (voor de chemische, biotechnologische en milieutechnologische industrie)
- –. Bioprocestechnologie
Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Eindhoven
- –. Architechtural Design Management Systems
- –. Informatie en Communicatie Technologie
- –. Logistics Management Systems
- –. Wiskunde voor de Industrie
- –. Fysische Instrumentatie
- –. Proces- en Produktontwerp
- –. Software Technology
- –. User-System Interaction
Onderwijs verbonden aan de Universiteit Twente (Enschede)
- –. Computational Mechanics
- –. Procestechnologie
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 3.12. Begripsbepaling
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder instelling: een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel g, van de wet.
Artikel 3.13. Gegevens studentenenquête
De gegevens, bedoeld in artikel 7.15a, vijfde lid, van de wet, omvatten de volgende gegevens van de studenten die zijn ingeschreven aan de betreffende instelling:
- a. het e-mailadres van de student, verkregen van de instelling;
- b. de code in de Registratie instellingen en opleidingen van de desbetreffende instelling;
- c. de code in de Registratie instellingen en opleidingen van de desbetreffende vestiging van de instelling;
- d. de naam van de opleidingslocatie (vestigingsplaats) van de betreffende instelling;
- e. de voorkeurstaal van de student;
- f. de code in de Registratie instellingen en opleidingen van de desbetreffende opleiding;
- g. de naam van de opleidingsvariant, leerroute of track die de student volgt;
- h. of de student een voltijd-, deeltijd- of duale opleiding volgt;
- i. of de student een reguliere student, postmaster- of premasterstudent is;
- j. of de student afstandsonderwijs volgt;
- k. of de student een eerstejaars- of ouderejaarsstudent is;
- l. of de student een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs of hoger beroepsonderwijs volgt;
- m. of de student een internationale student is;
- n. of het om een hoofd- of neveninschrijving gaat; en
- o. of de opleiding onder kunstonderwijs valt.
De rechtspersoon, bedoeld in artikel 7.15a, eerste lid, van de wet, bepaalt op welk moment en op welke wijze de gegevens, bedoeld in artikel 7.15a, vijfde lid, van de wet, worden verstrekt aan deze rechtspersoon door het instellingsbestuur:
- a. van een bekostigde instelling, bedoeld in artikel 1.8, eerste lid, van de wet; en
- b. van een rechtspersoon voor hoger onderwijs, voor zover dit instellingsbestuur met een of meer opleidingen wenst deel te nemen aan de enquête, bedoeld in artikel 7.15a, tweede lid, van de wet.
Hoofdstuk 4. Bepalingen over de berekening van de rijksbijdrage
Afdeling 1. Algemene bepalingen over de berekening van de rijksbijdrage
Afdeling 3. Bepalingen over de rijksbijdrage vanwege het verrichten van onderzoek
§ 1. Onderzoekdeel wo
§ 2. Deel ontwerp en ontwikkeling hbo
Afdeling 4. Bepalingen betreffende de rijksbijdrage vanwege werkzaamheden ten dienste van wetenschappelijk geneeskundig onderwijs en onderzoek
Afdeling 5. Bepalingen betreffende de rijksbijdrage vanwege in het vooruitzicht gestelde of gerealiseerde kwaliteit van het hoger onderwijs
Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 6. Bepalingen over personeel
Hoofdstuk 6b. Hoger onderwijs in het buitenland
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Bijlage. behorend bij artikel 4.21, eerste lid
Onderwijs verbonden aan de Universiteit van Amsterdam
- –. Restaurator-in-opleiding
Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Delft
- –. Proces- en Apparaatontwerpen (voor de chemische, biotechnologische en milieutechnologische industrie)
- –. Bioprocestechnologie
Onderwijs verbonden aan de Technische Universiteit Eindhoven
- –. Architechtural Design Management Systems
- –. Informatie en Communicatie Technologie
- –. Logistics Management Systems
- –. Wiskunde voor de Industrie
- –. Fysische Instrumentatie
- –. Proces- en Produktontwerp
- –. Software Technology
- –. User-System Interaction
Onderwijs verbonden aan de Universiteit Twente (Enschede)
- –. Computational Mechanics
- –. Procestechnologie
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)