Wet van 19 oktober 1998, houdende regels inzake de telecommunicatie (Telecommunicatiewet)
- d. reactiveert de nummeroverdragende aanbieder het nummer en de daarmee verbonden diensten, indien niet is voldaan aan de voorschriften, bedoeld in onderdeel c, subonderdelen 1⁰ tot en met 3⁰, en blijft hij deze diensten onder dezelfde voorwaarden aanbieden tot de diensten van de nummerontvangende aanbieder alsnog zijn geactiveerd, tenzij de overeenkomst tussen de abonnee en de nummeroverdragende aanbieder is geëindigd vóór de datum, bedoeld in onderdeel c, subonderdeel 1⁰;
- e. is artikel 7.2c, vierde lid, aanhef en onderdeel c, van overeenkomstige toepassing.
Een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk waarover een openbare elektronische communicatiedienst wordt verzorgd zorgt ervoor dat zijn netwerk zodanig is ingericht dat de aanbieders, bedoeld in het vijfde lid, de daar bedoelde verplichtingen kunnen nakomen.
De prijsstelling voor betalingen onder aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken en elektronische communicatiediensten met betrekking tot de overdracht van nummers is op de kosten gebaseerd. Aan abonnees kunnen geen directe kosten in rekening worden gebracht.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de voorschriften, bedoeld in het eerste tot en met zevende lid, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tussen verschillende categorieën van nummers.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de compensatie van de abonnee voor gevallen waarin niet is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in het vijfde lid.
Artikel 4.11
In het geval van een verzoek als bedoeld in artikel 4.10, tweede lid, onderdeel c, d of e, gaat:
- a. in het geval het desbetreffende nummer is toegekend aan een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk en voor de desbetreffende openbare elektronische communicatiedienst voortaan het openbare elektronisch communicatienetwerk van een andere aanbieder wordt gebruikt, de toekenning van het desbetreffende nummer over op die andere aanbieder van dat netwerk;
- b. in het geval het desbetreffende nummer is toegekend aan de aanbieder van de desbetreffende openbare elektronische communicatiedienst, de toekenning van het betreffende nummer over op degene van wie de desbetreffende elektronische communicatiedienst voortaan wordt afgenomen.
De Autoriteit Consument en Markt kan categorieën van nummers aanwijzen waarvoor geldt dat, in het geval een nummer uit die categorie na een overdracht als bedoeld in artikel 4.10, tweede lid, onderdeel c, d of e, niet langer in gebruik is, de toekenning van het nummer teruggaat naar de aanbieder aan wie het nummer op basis van de aanvraag was toegekend.
Een aanbieder die een nummer behorende tot een door de Autoriteit Consument en Markt op grond van het tweede lid aangewezen categorie niet heeft toegekend gekregen op grond van een aanvraag doet, indien hij het nummer niet langer in gebruik heeft, hiervan mededeling aan de Autoriteit Consument en Markt. Na ontvangst van de in de vorige zin bedoelde mededeling stelt de Autoriteit Consument en Markt de aanbieder naar wie de toekenning van het nummer op grond van het tweede lid is teruggegaan hiervan op de hoogte.
De in het eerste lid bedoelde aanbieders stellen de Autoriteit Consument en Markt binnen een door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen termijn en op een door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen wijze op de hoogte van de toekenningen van nummers die in een door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen periode op grond van het eerste lid van hen op andere aanbieders zijn overgegaan, alsmede van de toekenningen van nummers die op grond van het eerste lid van andere aanbieders op hen zijn overgegaan. De Autoriteit Consument en Markt maakt de door haar bepaalde termijn, wijze en periode, bedoeld in de eerste volzin, bekend in de Staatscourant.
Hoofdstuk 5. Gedoogplicht voor aanleg, instandhouding en opruiming van kabels
Artikel 5.1
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt onder een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk mede verstaan degene die in eigen naam en voor eigen rekening kabels ten dienste van een dergelijk netwerk aanlegt, instandhoudt en opruimt.
Artikel 5.2
De rechthebbende op of de beheerder van openbare gronden is verplicht te gedogen dat ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk kabels in en op deze gronden worden aangelegd, instandgehouden of opgeruimd.
Voor zover het de aanleg, instandhouding of opruiming van andere dan lokale kabels betreft strekt de gedoogplicht zich tevens uit tot niet-openbare gronden, uitgezonderd tuinen en erven die met bewoonde percelen één geheel vormen.
Voor zover het voor het aansluiten van gebruikers op een openbaar elektronisch communicatienetwerk nodig is, strekt de gedoogplicht zich wat lokale kabels betreft tevens uit tot niet-openbare gronden, met inbegrip van tuinen en erven die met bewoonde percelen één geheel vormen.
Voor zover het voor het aansluiten van gebruikers op een openbaar elektronisch communicatienetwerk nodig is, is bovendien de rechthebbende op een gebouw verplicht de aanleg, instandhouding of opruiming van netwerkaansluitpunten en kabels in en aan dit gebouw te gedogen.
De rechthebbende op een toegangspunt of fysieke binnenhuisinfrastructuur is verplicht te gedogen dat daarvan gebruik wordt gemaakt ten dienste van de aanleg van een elektronisch communicatienetwerk met hoge snelheid als bedoeld in artikel 5a.1 wanneer verdubbeling technisch onmogelijk of economisch inefficiënt is, en het medegebruik nodig is voor het aansluiten van gebruikers op dat netwerk.
Indien ten behoeve van een andere toepassing dan elektronische communicatie bovengrondse ondersteuningswerken zijn of worden aangelegd waarmee ten behoeve van die toepassing bovengronds fysieke draden zijn of worden aangelegd, is de rechthebbende op of de beheerder van openbare of niet-openbare grond waarboven deze draden zijn of worden aangelegd, verplicht te gedogen dat met de uitsluitende gebruikmaking van deze bovengrondse ondersteuningswerken tevens kabels ten behoeve van een openbaar elektronisch communicatienetwerk boven de desbetreffende grond worden aangelegd, instandgehouden of opgeruimd. Voor de rechthebbende op of de beheerder van de genoemde bovengrondse ondersteuningswerken bestaat geen gedoogplicht voor het gebruik laten maken van deze werken.
Door de aanleg, de instandhouding en de opruiming van kabels wordt:
- a. geen verandering teweeggebracht in de bestemming van hetgeen waarin, waarop, waarboven of waaraan de kabels zijn of worden aangelegd, en
- b. zo min mogelijk verandering in de uiterlijke gedaante en zo min mogelijk belemmering in het gebruik ervan teweeggebracht.
Op verzoek van degene op wie de gedoogplicht rust, maakt de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk ter uitvoering van het zevende lid, onderdeel b, gebruik van ondergrondse voorzieningen, die door degene op wie de gedoogplicht rust of een derde tegen marktconforme prijs en objectieve, transparante, evenredige en niet-discriminerende voorwaarden ter beschikking wordt gesteld, tenzij de aanbieder aannemelijk kan maken dat medegebruik als bedoeld in artikel 5a.3 niet haalbaar is. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld met betrekking tot de aanleg en vorm van aan te leggen netwerken ingeval van gebruik van voorzieningen als bedoeld in de eerste volzin.
De aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk is verplicht om aangelegde kabels die gedurende een aaneengesloten periode van tien jaar geen deel uitmaken van een openbaar elektronisch communicatienetwerk op te ruimen wanneer degene op wie de gedoogplicht rust de aanbieder daartoe een redelijk verzoek doet. De gedoogplicht vervalt op het moment dat een verzoek als bedoeld in de eerste volzin is gedaan.
Het in of uit gebruik nemen van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk wordt door de aanbieder van het desbetreffende netwerk schriftelijk gemeld aan degene op wie de gedoogplicht rust. De bewijslast voor de ingebruikneming ligt bij de aanbieder.
Onverminderd dit artikel gelden de gegeven voorschriften bij of krachtens andere wetten terzake van het gebruik van deze gronden, gebouwen of wateren.
Artikel 5.3
De aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk die het voornemen heeft werkzaamheden uit te voeren in verband met:
- a. de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels of netwerkaansluitpunten,
- b. het gebruiken van fysieke binnenhuisinfrastructuur of toegangspunten,
stelt de rechthebbende of de beheerder, bedoeld in artikel 5.2, schriftelijk in kennis van dit voornemen en streeft vervolgens naar overeenstemming over de plaats, het tijdstip en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden.
Indien binnen 2 maanden na de datum van verzending van de schriftelijke kennisgeving geen overeenstemming is bereikt, kan de aanbieder alsmede de rechthebbende of de beheerder, bedoeld in artikel 5.2, binnen 2 weken de Autoriteit Consument en Markt verzoeken een beschikking te geven over de toepasselijkheid van de gedoogplicht of de plaats, het tijdstip en de wijze van de uit te voeren werkzaamheden.
De Autoriteit Consument en Markt geeft de beschikking zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 2 maanden na ontvangst van het verzoek. Artikel 12.5, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de schriftelijke kennisgeving.
Artikel 5.4
De aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk die het voornemen heeft werkzaamheden uit te voeren in of op openbare gronden in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels, gaat slechts over tot het verrichten van deze werkzaamheden indien deze:
- a. het voornemen daartoe schriftelijk heeft gemeld bij burgemeester en wethouders van de gemeente binnen wier grondgebied de uit te voeren werkzaamheden plaats zullen vinden, en
- b. van burgemeester en wethouders instemming heeft verkregen omtrent de plaats, het tijdstip, en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden.
Burgemeester en wethouders nemen het instemmingsbesluit binnen acht weken na ontvangst van de schriftelijke melding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. De termijn van acht weken kan worden verlengd met ten hoogste acht weken. Zij kunnen om redenen van openbare orde, veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, dan wel ondergrondse ordening in het instemmingsbesluit voorschriften opnemen.
De voorschriften kunnen slechts betrekking hebben op:
- a. de plaats van de werkzaamheden;
- b. het tijdstip van de werkzaamheden, met dien verstande dat het toegestane tijdstip van aanvang, behoudens zwaarwichtige redenen van publiek belang als genoemd in het tweede lid, niet later mag liggen dan 12 maanden na de datum van afgifte van het instemmingsbesluit;
- c. de wijze van uitvoering van de werkzaamheden;
- d. het bevorderen van medegebruik van voorzieningen;
- e. het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken.
De gemeenteraad stelt met betrekking tot het verrichten van de werkzaamheden bij verordening regels vast die in ieder geval betrekking hebben op:
- a. het tijdstip, voorafgaand aan het verrichten van de werkzaamheden, waarop de melding uiterlijk moet zijn gedaan;
- b. de gegevens die bij de melding moeten worden verstrekt, waaronder het uitvoeringsplan;
- c. de wijze van uitvoering van de werkzaamheden bij aanleg, instandhouding en opruiming;
- d. het bevorderen van medegebruik van voorzieningen;
- e. het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken;
- f. de wijze van melding en uitvoering van spoedeisende werkzaamheden in verband
met ernstige belemmering of storing van de communicatie.
In de verordening wordt onderscheid gemaakt tussen werkzaamheden van al dan niet ingrijpende aard.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de verordening.
Indien een gemeente gedoogplichtig is, vindt artikel 5.3 geen toepassing voor zover de belangen van de gemeente kunnen worden behartigd in het door burgemeester en wethouders te verlenen instemmingsbesluit.
Artikel 5.5
Indien voor de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk zowel een aanvraag voor een besluit als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onder b, bij burgemeester en wethouders van de gemeente binnen wiens grondgebied de uit te voeren werkzaamheden plaats zullen vinden, als een aanvraag voor een vergunning al dan niet bij een ander bestuursorgaan op grond van een andere wet is ingediend, dan stelt de aanvrager burgemeester en wethouders hiervan op de hoogte.
Burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente bevorderen op verzoek van de aanvrager een inhoudelijke afstemming bij de beoordeling van de aanvragen. De overige betrokken bestuursorganen verlenen de daarvoor benodigde medewerking.
Artikel 5.4, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing in het geval van vergunningverlening als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 5.6
In geval van spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing van de communicatie is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 5.3 en 5.4, eerste tot en met vierde lid, onder e, niet van toepassing op de instandhouding van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk en kan door de aanbieder van het openbaar elektronische communicatienetwerk worden volstaan met een melding voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden aan degene op wie de gedoogplicht rust.
Ingeval de werkzaamheden in verband met de instandhouding van kabels worden verricht in of op openbare gronden, wordt hiervan door de aanbieder tevens voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden melding gedaan bij de burgemeester van de gemeente binnen wiens grondgebied de werkzaamheden zullen plaatsvinden, of bij een daartoe door hem gemachtigd ambtenaar. Ingeval de melding bij de gemachtigde heeft plaatsgevonden stelt de gemachtigde de burgemeester zo spoedig mogelijk daarvan in kennis.
Ingeval de openbare orde of gevaar dan wel de vrees voor het ontstaan van gevaar zich verzet tegen de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden kan de burgemeester besluiten dat de werkzaamheden op een ander dan het voorgenomen tijdstip plaatsvinden.
Het besluit wordt onverwijld na het tijdstip van ontvangst van de melding genomen.
In de verordening, bedoeld in artikel 5.4, vierde lid, kan de gemeenteraad om redenen van veiligheid delen van een grondgebied aanwijzen waarvoor dit artikel niet van toepassing is.
Artikel 5.7
De aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk vergoedt aan degene op wie de gedoogplicht rust de schade voortvloeiend uit de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels.
Het recht op schadevergoeding beperkt zich voor rechthebbenden op en beheerders van openbare gronden tot vergoeding van de marktconforme kosten van de voorzieningen en van de meerdere marktconforme kosten van onderhoud.
Na het beëindigen van de werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels brengt de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk de grond terug in de oude staat, tenzij degene op wie de gedoogplicht rust, heeft aangegeven hier zelf voor te willen zorgdragen. De aanbieder draagt de marktconforme kosten die nodig zijn voor het terugbrengen van de grond in de oude staat.
Onder marktconforme kosten wordt in dit verband verstaan kosten zoals deze door een onderneming onder normale omstandigheden in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt.
Artikel 5.8
De aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk is verplicht op eigen kosten over te gaan tot het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels ten dienste van zijn netwerk, waaronder het verplaatsen van kabels, op verzoek van:
- a. degene op wie de gedoogplicht rust,
- b. degene die van de rechthebbende een huurrecht, of een recht van erfpacht of opstal, of een gebruiksrecht strekkende tot de oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken heeft verkregen,
voor zover deze maatregelen noodzakelijk zijn voor de oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken door of vanwege de in de onderdelen a en b genoemden.
Indien degene, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, jegens een derde gehouden is grond, die door degene, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, is bestemd voor het oprichten van een of meer gebouwen, zodanig te leveren dat die derde na verkrijging van de grond bij het door of vanwege hem oprichten van een of meer gebouwen niet gehinderd wordt door de in de grond aanwezige kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. De oprichting van een of meer gebouwen dient op het moment dat een verzoek wordt gedaan voldoende bepaalbaar te zijn.
Indien de aanbieder kabels heeft verplaatst op grond van het eerste en tweede lid, en naderhand blijkt dat de door gedoogplichtige aangekondigde werkzaamheden, waarvoor deze verplaatsing nodig was, niet hebben plaatsgevonden, heeft de aanbieder recht op vergoeding van de door hem gemaakte kosten.
Indien binnen vijf jaar na een verzoek tot het nemen van maatregelen op grond van het eerste of tweede lid opnieuw een verzoek wordt gedaan door degene, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, komen de daarmee verbonden kosten voor rekening van degene, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b.
In andere gevallen dan bedoeld in het eerste of tweede lid, is de aanbieder slechts verplicht over te gaan tot maatregelen, waaronder het verplaatsen van de kabels, indien degene, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, hem de kosten daarvan vergoedt.
Ingeval een verzoek tot het nemen van maatregelen is gedaan, gaat de aanbieder zo snel mogelijk over tot de gevraagde maatregelen, doch niet later dan zestien weken na de datum van ontvangst van het verzoek. Indien het verzoek het verplaatsen van kabels betreft gaat de aanbieder zo snel mogelijk over tot de gevraagde verplaatsing, doch niet later dan twaalf weken nadat een plaats waar de kabels kunnen worden gelegd beschikbaar is gekomen. Het verzoek bevat een omschrijving van de op te richten gebouwen dan wel de uit te voeren werken en in geval het verzoek een verplaatsing van kabels betreft voor zover mogelijk een voorstel voor de plaats waar de kabels kunnen worden aangelegd.
Artikel 5.9
De aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk is verplicht op verzoek van:
- a. Onze Minister van Infrastructuur en Milieu,
- b. de beheerder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Spoorwegwet, of
- c. een waterschap,
op eigen kosten over te gaan tot het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels ten dienste van zijn netwerk, waaronder het verplaatsen van kabels, voor zover deze noodzakelijk zijn voor door namens de weg-, spoorweg- of waterbeheerder uit te voeren werken:
- 1°. waarvoor een ontwerp voor een projectbesluit als bedoeld in de artikel 5.46, eerste lid, van de Omgevingswet is vastgesteld,
- 2°. ten behoeve van een waterstaatswerk als bedoeld in de Omgevingswet dat in beheer is bij het Rijk respectievelijk een waterschap en waarvoor een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder f, onder 2°, van de Omgevingswet respectievelijk een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.3 van de Omgevingswet is bekendgemaakt,
ongeacht dat de beheerder, genoemd in de onderdelen a tot en met c, op het moment van het verzoek geen rechthebbende is op de betrokken gronden.
In afwijking van het eerste lid, heeft de aanbieder recht op vergoeding van de door hem gemaakte kosten ter uitvoering van een verzoek als bedoeld in het eerste lid, indien na verloop van drie jaar nadat dat verzoek is gedaan, de beheerder geen rechthebbende is op de betrokken gronden, noch een huurrecht, of een recht van erfpacht of opstal, of een gebruiksrecht strekkende tot de oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken heeft verkregen van degene die rechthebbende is op de betrokken gronden.
Artikel 5.8, derde, vierde en zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 5.10
De aanleg, instandhouding en opruiming van kabels ten dienste van een openbaar elektronisch communicatienetwerk geschiedt op zodanige wijze dat bomen en beplantingen zoveel mogelijk worden beschermd en de mogelijkheid tot groei niet wordt ontnomen.
Hoofdstuk 4. Nummerbeleid en nummerbeheer
§ 3.7. Bijzonder gebruik van frequentieruimte
Artikel 6.1
Aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten treden op verzoek van een van hen met elkaar in onderhandeling over het nemen van de nodige maatregelen voor de verlening en de interoperabiliteit van diensten en voor het aanbieden van voor het publiek beschikbare elektronische communicatiediensten, waaronder zo nodig maatregelen voor de interconnectie van netwerken.
Aanbieders van elektronische communicatienetwerken of aanbieders van elektronische communicatiediensten mogen informatie die voor of tijdens onderhandelingen over interoperabiliteits- of toegangsovereenkomsten aan hen is verstrekt, alsmede informatie die bij de uitvoering van de overeenkomst is of kan worden verkregen uitsluitend gebruiken voor het doel waarvoor deze informatie is verstrekt, respectievelijk uitsluitend gebruiken voor de uitvoering van de overeenkomst. De verkregen of opgeslagen informatie wordt vertrouwelijk behandeld en wordt niet doorgegeven aan enige andere partij, in het bijzonder andere afdelingen, dochterondernemingen of partners, die door die informatie concurrentievoordeel zouden kunnen behalen.
De Autoriteit Consument en Markt kan op aanvraag van een aanbieder van openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten die van mening is dat een andere aanbieder jegens hem de verplichting tot onderhandelen niet nakomt, voorschriften geven met betrekking tot de wijze waarop de onderhandelingen gevoerd moeten worden, onverminderd het recht van aanbieders gezamenlijk de onderhandelingen te beëindigen. De betrokken aanbieders houden zich bij hun onderhandelingen aan de door de Autoriteit Consument en Markt gegeven voorschriften.
Artikel 6.2
De Autoriteit Consument en Markt bevordert en waarborgt met het oog op de doelstellingen, bedoeld in artikel 1.3, rekening houdend met uitkomsten van onderhandelingen als bedoeld in artikel 6.1, toegang, interconnectie en interoperabiliteit van diensten.
De Autoriteit Consument en Markt kan ter uitvoering van het eerste lid verplichtingen opleggen aan een aanbieder van openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten die de toegang tot eindgebruikers controleert, met uitzondering van een aanbieder van nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten.
De Autoriteit Consument en Markt kan ter uitvoering van het eerste lid verplichtingen opleggen aan een aanbieder van nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten met een aanzienlijke mate van dekking en benutting door gebruikers om zijn diensten interoperabel te maken, indien:
- a. dit naar het oordeel van de Autoriteit Consument en Markt noodzakelijk is om eind-tot-eindverbindingen te waarborgen, en
- b. de Commissie uitvoeringsmaatregelen heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 61, tweede lid, van richtlijn (EU) 2018/1972, en
- c. de verplichtingen voldoen aan de vereisten van die uitvoeringsmaatregelen.
De Autoriteit Consument en Markt kan ter uitvoering van het eerste lid verplichtingen opleggen aan een aanbieder om onder billijke en non-discriminatoire voorwaarden toegang te bieden tot applicatieprogramma-interfaces of elektronische programmagidsen, voor zover dit naar het oordeel van de Autoriteit Consument en Markt noodzakelijk is om te waarborgen dat eindgebruikers toegang hebben tot bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen digitale radio of televisieomroepdiensten of bijbehorende diensten.
Indien dat gerechtvaardigd is in het licht van de doelstellingen, bedoeld in artikel 1.3, kan de Autoriteit Consument en Markt verplichtingen opleggen betreffende toegang, interconnectie en interoperabiliteit van diensten voor zover niet sprake is van een situatie waarop het tweede, derde of vierde lid, artikel 6.3 of artikel 6.3a betrekking hebben.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de toepassing van het tweede, derde of vijfde lid.
Artikel 6.3
De Autoriteit Consument en Markt kan met het oog op de doelstellingen, bedoeld in artikel 3, tweede en vierde lid, van richtlijn (EU) 2018/1972, op een redelijk verzoek verplichtingen opleggen om toegang te verlenen tot:
- a. kabels of bijbehorende faciliteiten binnen gebouwen of,
- b. indien het dichtst bij het netwerkaansluitpunt gelegen punt van samenkomst zoals bepaald door de Autoriteit Consument en Markt buiten het gebouw ligt, kabels of bijbehorende faciliteiten tot dat eerste punt van samenkomst,
indien naar haar oordeel replicatie van die kabels of bijbehorende faciliteiten economisch inefficiënt of fysiek onuitvoerbaar is, welke verplichtingen kunnen worden opgelegd aan een aanbieder van elektronische communicatienetwerken of de bijbehorende faciliteiten of aan een rechthebbende van de kabels of de bijbehorende faciliteiten.
In het kader van de oplegging van de in het eerste lid bedoelde verplichtingen kunnen specifieke verplichtingen worden opgelegd en specifieke voorschriften worden vastgesteld met betrekking tot de toegang tot het betreffende deel van het netwerk en de bijbehorende faciliteiten en diensten, de bekendmaking van informatie over de te verlenen toegang, de toepassing van non-discriminatoire voorwaarden en de toerekening van toegangskosten.
De Autoriteit Consument en Markt kan met het oog op de doelstellingen, bedoeld in het eerste lid, aan een aanbieder van een elektronisch communicatienetwerk onder billijke voorwaarden verplichtingen opleggen om toegang tot het netwerk te verlenen tot een punt van samenkomst dat enerzijds zo dicht mogelijk bij het netwerkaansluitpunt is gelegen en anderzijds, gelet op het aantal aangesloten eindgebruikers, het mogelijk maakt voor een efficiënte aanbieder op economisch haalbare wijze elektronische communicatiediensten aan te bieden.
De Autoriteit Consument en Markt houdt bij de toepassing van het derde lid rekening met verplichtingen die zijn opgelegd op grond van hoofdstuk 6a en kan de in het derde lid bedoelde verplichtingen alleen opleggen indien zij van oordeel is:
- a. dat sprake is van grote en niet-tijdelijke economische of fysieke belemmeringen voor replicatie van het netwerk of de bijbehorende faciliteiten die een marktsituatie hebben veroorzaakt of naar verwachting zullen veroorzaken die aanzienlijke gevolgen heeft voor eindgebruikers wat betreft keuze, prijs en kwaliteit; en
- b. dat die belemmeringen onvoldoende kunnen worden weggenomen met de oplegging van verplichtingen zoals bedoeld in het eerste lid.
Bij de oplegging van verplichtingen op grond van het derde lid:
- a. is het tweede lid van overeenkomstige toepassing, en
- b. kunnen, indien in technisch of economisch opzicht gerechtvaardigd, ook verplichtingen voor actieve of virtuele toegang worden opgelegd.
Verplichtingen als bedoeld in het derde en het vijfde lid worden in elk geval niet opgelegd aan een aanbieder van openbare elektronische communicatienetwerken indien naar het oordeel van de Autoriteit Consument en Markt deze aanbieder:
- a. uitsluitend op groothandelsbasis activiteiten verricht en voldoet aan de in artikel 80, eerste lid, van richtlijn (EU) 2018/1972 gestelde voorwaarden, en
- b. onder billijke en non-discriminatoire voorwaarden toegang tot een netwerk met zeer hoge capaciteit aanbiedt aan aanbieders van elektronische communicatiediensten en zodoende voor die aanbieders voorziet in de toegang tot eindgebruikers op een manier die voor die aanbieders gelijkwaardig is aan toepassing van het derde lid.
Het zesde lid is niet van toepassing indien het netwerk met zeer hoge capaciteit met openbare middelen is bekostigd.
Verplichtingen als bedoeld in het derde en het vijfde lid worden niet opgelegd aan een aanbieder van openbare elektronische communicatienetwerken indien naar het oordeel van de Autoriteit Consument en Markt door het opleggen van die verplichtingen de economische of financiële levensvatbaarheid van de aanleg van een nieuw netwerk, in het bijzonder kleinschalige lokale aanleg, in gevaar komt.
Uiterlijk binnen vijf jaar nadat een verplichting is opgelegd als bedoeld in het eerste, derde of vijfde lid, beoordeelt de Autoriteit Consument en Markt de resultaten daarvan en besluit zij de opgelegde verplichting in stand te houden, in te trekken of te wijzigen.
§ 6.2. Bepalingen met betrekking tot aanbieders met aanmerkelijke macht op de markt
Artikel 6.4
Verplichtingen en voorschriften die worden opgelegd op grond van artikel 6.1, derde lid, artikel 6.2, tweede tot en met vijfde lid, artikel 6.3, eerste tot en met vijfde lid en negende lid, en artikel 6.3a, eerste lid, zijn objectief, transparant, proportioneel en niet-discriminerend.
Aan een verplichting als bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschriften worden verbonden die nodig zijn voor een goede uitvoering van die verplichting.
Indien aan een aanbieder een verplichting als bedoeld in het eerste lid wordt opgelegd, kan hierbij mede een verplichting worden opgelegd omtrent informatieverstrekking over de opgelegde verplichting alsmede omtrent de wijze van bekendmaking van die informatie door de aanbieder aan wie de verplichting is opgelegd.
Van een besluit betreffende de oplegging van een verplichting als bedoeld in het eerste lid, wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Uiterlijk binnen vijf jaar nadat een verplichting is opgelegd als bedoeld in het eerste lid, beoordeelt de Autoriteit Consument en Markt, dan wel Onze Minister, voor zover het een verplichting betreft die op grond van artikel 6.3a, eerste lid, is opgelegd, de resultaten daarvan en besluit zij respectievelijk hij de opgelegde verplichting in stand te houden, in te trekken of te wijzigen.
Artikel 6.5
Aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten die daarbij de toegang tot eindgebruikers controleren zorgen ervoor dat zich in de Europese Unie bevindende eindgebruikers toegang hebben tot alle:
- a. in de Europese Unie toegekende nummers van een nationaal nummerplan,
- b. nummers van de Europese telefoonnnummerruimte, en
- c. door ITU toegekende nummers,
en gebruik kunnen maken van diensten met gebruikmaking van de in de onderdelen a tot en met c bedoelde nummers, tenzij dat technisch of economisch niet haalbaar is, of een opgeroepen abonnee heeft besloten de toegang van oproepende gebruikers die zich in specifieke geografische gebieden bevinden, te beperken.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ter waarborging van de verplichting, bedoeld in het eerste lid. Deze regels kunnen onder meer betrekking hebben op de vergoedingen voor de toegang tot de in het eerste lid, bedoelde nummers.
De regels, bedoeld in het tweede lid, kunnen voor bij die regels te bepalen categorieën van aanbieders, als bedoeld in het eerste lid, verschillen. Bij die regels kunnen taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend aan de Autoriteit Consument en Markt.
Artikel 6.6
Vervallen
Artikel 6.7
Aanbieders van vaste openbare telefoonnetwerken, vaste openbare telefoondiensten en aanbieders van huurlijnen, aangewezen door het college krachtens artikel 6.4, eerste lid, maken een referentie-interconnectie-aanbieding bekend.
Een referentie-interconnectie-aanbieding omvat een omschrijving van hetgeen op het gebied van interconnectie wordt aangeboden, opgesplitst naar componenten, tarieven en andere daarvan deel uitmakende voorwaarden.
Indien het college van oordeel is dat een referentie-interconnectie-aanbieding strijdig is met het bepaalde bij of krachtens deze wet stelt het college de betreffende aanbieder daarvan in kennis onder mededeling van de onderdelen die naar zijn oordeel wijzigingen behoeven.
Artikel 6.8
Aanbieders van vaste openbare telefoonnetwerken, van vaste openbare telefoondiensten en van huurlijnen, aangewezen door het college krachtens artikel 6.4, eerste lid, die interconnectie bieden aan andere aanbieders, voeren gescheiden boekhoudingen voor hun activiteiten in verband met interconnectie en voor hun overige activiteiten.
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het eerste lid niet van toepassing is op aanbieders waarvan de jaaromzet in telecommunicatieactiviteiten in de Europese Unie een bij die regeling te bepalen bedrag niet te boven gaat.
§ 5.3. Overige bepalingen
Artikel 6.9
Aanbieders, aangewezen door het college krachtens artikel 6.4, eerste lid, voldoen aan alle redelijke verzoeken tot bijzondere toegang.
De artikelen 6.2, 6.3 en 6.5 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het in artikel 6.5, onderdelen a en b, vastgelegde vereiste van non-discriminatie, behoudens het bepaalde in het derde lid, mede ziet op de ten behoeve van de totstandbrenging van interconnectie als bedoeld in artikel 6.1 geboden bijzondere toegang.
Onverminderd het eerste en tweede lid, is voor aanbieders van vaste openbare telefoonnetwerken of vaste openbare telefoondiensten die zijn aangewezen krachtens artikel 6.4, eerste lid, artikel 6.6 van overeenkomstige toepassing ten aanzien van verzoeken om bijzondere toegang gedaan door hen die in of buiten Nederland openbare telecommunicatiediensten aanbieden.
Onze Minister, onverminderd eventuele verplichtingen uit hoofde van Nederland bindende verdragen of besluiten van volkenrechtelijke organisaties, kan ontheffing verlenen van de in het eerste, tweede en derde lid neergelegde verplichtingen, indien de bijzondere toegang betrekking heeft op de verzorging van openbare telecommunicatiediensten van en naar een ander land, en de naleving van de verplichting leidt tot een verstoring van de mededinging.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld inzake de tot stand te brengen bijzondere toegang. Deze regels kunnen onderscheiden zijn naar verschillende vormen van bijzondere toegang.
§ 5.1. De gedoogplicht
Artikel 6.10
In deze bepaling wordt verstaan onder verordening: verordening (EG) nr. 2887/2000 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 december 2000 inzake ontbundelde toegang tot het aansluitnetwerk (PbEG L 336/4).
Het college is de instantie bedoeld in artikel 4 van de verordening.
In het kader van het toezicht op de in artikel 3, derde lid, van de verordening opgenomen verplichting tot het hanteren van op kosten georiënteerde tarieven voor de ontbundelde toegang tot het aansluitnetwerk en bijbehorende faciliteiten wordt door de aangemelde exploitant, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de verordening, een systeem voor de toerekening van de kosten van bedoelde ontbundelde toegang tot het aansluitnetwerk en bijbehorende faciliteiten opgesteld. Het systeem behoeft de goedkeuring van het college.
Het college dan wel een door het college aan te wijzen bevoegde derde onderzoekt jaarlijks of er in overeenstemming met het in het derde lid bedoelde systeem is gehandeld. Van het resultaat van het onderzoek wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Artikel 6.2 is van overeenkomstige toepassing op overeenkomsten inzake ontbundelde toegang tot het aansluitnetwerk en bijbehorende faciliteiten, als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onderscheidenlijk artikel 2, onderdeel i, van de verordening, waarbij een aangemelde exploitant, als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de verordening, partij is.
Hoofdstuk 5. Aanleg, instandhouding en opruiming van kabels
§ 5.1. De gedoogplicht
Artikel 7.1
Voordat een consument is gebonden aan een overeenkomst of een daarmee overeenstemmend aanbod, verstrekt een aanbieder van een andere openbare elektronische communicatiedienst dan een transmissiedienst voor het verlenen van diensten tussen machines hem de informatie, bedoeld in de artikelen 230l en 230m van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, naast de informatie, bedoeld in bijlage VIII van richtlijn (EU) 2018/1972, voor zover die informatie betrekking heeft op een door de aanbieder aangeboden dienst. De informatie wordt op duidelijke en begrijpelijke wijze en op een duurzame gegevensdrager verstrekt en desgevraagd in een format dat toegankelijk is voor eindgebruikers met een handicap. Indien de verstrekking op een duurzame gegevensdrager niet haalbaar is, vindt de verstrekking plaats via een door de aanbieder beschikbaar gesteld document dat gemakkelijk kan worden gedownload.
Een aanbieder als bedoeld in het eerste lid verstrekt een consument kosteloos en voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst een beknopte en gemakkelijk leesbare samenvatting van de overeenkomst met gebruikmaking van het daartoe overeenkomstig artikel 102, derde lid, tweede alinea, van richtlijn (EU) 2018/1972 vastgestelde model. In die samenvatting zijn de belangrijkste elementen van de informatie, bedoeld in het eerste lid, opgenomen, waaronder ten minste:
- a. de naam, het adres en de contactgegevens van de aanbieder en, indien verschillend, contactgegevens voor het indienen van eventuele klachten;
- b. de belangrijkste kenmerken van elke dienst die wordt geleverd;
- c. de afzonderlijke prijzen voor het activeren van de elektronische communicatiedienst en voor terugkerende of verbruikgerelateerde kosten, ingeval de dienst wordt verleend tegen rechtstreekse betaling;
- d. de looptijd van de overeenkomst en de voorwaarden voor verlenging en opzegging;
- e. de mate waarin producten en diensten zijn afgestemd op eindgebruikers met een handicap;
- f. in verband met internettoegangsdiensten, een samenvatting van de op grond van artikel 4, eerste lid, punten d en e, van Verordening (EU) 2015/2120 vereiste informatie.
In afwijking van het tweede lid wordt de samenvatting onverwijld na het sluiten van de overeenkomst verstrekt indien het om objectieve technische redenen niet mogelijk is de samenvatting voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst te verstrekken. In dat geval wordt de overeenkomst van kracht zodra de consument na ontvangst van de samenvatting zijn akkoord heeft bevestigd.
De informatie, bedoeld in het eerste en tweede lid, maakt integraal deel uit van de overeenkomst en kan uitsluitend worden gewijzigd indien de partijen dit uitdrukkelijk overeenkomen.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op aanbieders van programmadiensten. Bij ministeriële regeling kunnen categorieën van programmadiensten worden aangewezen met betrekking waartoe voor de desbetreffende aanbieder de in de vorige volzin bedoelde verplichtingen geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijven.
Een aanbieder van een internettoegangsdienst of een voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiedienst die op basis van tijd of verbruikt volume wordt gefactureerd stelt een consument in staat het gebruik van elke dienst te bewaken en te beheersen. De aanbieder informeert de consument daartoe in ieder geval tijdig over het verbruiksniveau van de diensten die tot het tariefplan behoren en over het bereiken van verbruikslimieten in het tariefplan.
Het eerste, tweede, derde, vierde en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van eindgebruikers die micro-ondernemingen, kleine ondernemingen of organisaties zonder winstoogmerk zijn, tenzij zij er expliciet mee hebben ingestemd dat die leden niet of slechts gedeeltelijk van toepassing zijn.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de informatie en de wijze van verstrekking daarvan, bedoeld in het eerste lid.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van het zesde lid. De regels kunnen onder meer betrekking hebben op:
- a. de informatie over het verbruiksniveau en de wijze van verstrekking daarvan;
- b. de vaststelling van een verbruikslimiet;
- c. het tijdelijk belemmeren van het gebruik van een dienst.
Artikel 7.2
Ten minste een maand voordat een voorgenomen wijziging van een beding dat is opgenomen in een overeenkomst van kracht wordt:
- a. biedt een aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst, niet zijnde een nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiedienst, de eindgebruiker de mogelijkheid om de tussen hen gesloten overeenkomst kosteloos te beëindigen, en
- b. stelt de aanbieder de eindgebruiker op genoegzame wijze en op een duurzame drager op de hoogte van de inhoud van de voorgenomen wijziging en van de mogelijkheid om de tussen hen gesloten overeenkomst kosteloos te beëindigen binnen een maand na de kennisgeving.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op aanbieders van programmadiensten. Bij ministeriële regeling kunnen categorieën van programmadiensten worden aangewezen met betrekking waartoe voor de desbetreffende aanbieder de in de vorige volzin bedoelde verplichting geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijft.
Het eerste lid is niet van toepassing indien sprake is van een overeenkomst met betrekking tot een transmissiedienst voor het verlenen van intermachinale diensten tussen een aanbieder en een eindgebruiker, niet zijnde een consument, micro-onderneming, kleine onderneming of organisatie zonder winstoogmerk.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de opmaak en de inhoud van de mededeling waarmee de eindgebruiker op de hoogte wordt gesteld van een voorgenomen wijziging als bedoeld in het eerste lid.
§ 6a.2. Met toegang verband houdende verplichtingen
Artikel 7.3
Aanbieders van internettoegangsdiensten of voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten maken op duidelijke, volledige en machineleesbare wijze en in een voor eindgebruikers met een handicap toegankelijke vorm de informatie, bedoeld in bijlage IX van richtlijn (EU) 2018/1972, bekend.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de informatie, bedoeld in het eerste lid, en de vorm waarin en de wijze waarop die informatie bekend wordt gemaakt.
Een ieder kan de informatie, bedoeld in het eerste lid, kosteloos en in open-gegevensformat gebruiken voor het aanbieden van een vergelijkingstool waarmee eindgebruikers verschillende internettoegangsdiensten en voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten kunnen vergelijken.
Voor eindgebruikers is ten minste één onafhankelijke vergelijkingstool kosteloos beschikbaar waarmee zij verschillende internettoegangsdiensten en voor het publiek beschikbare nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiediensten en, indien van toepassing, voor het publiek beschikbare nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten kunnen vergelijken en beoordelen met betrekking tot:
- a. de prijzen en tarieven van diensten die worden verleend tegen terugkerende of op verbruik gebaseerde directe betalingen;
- b. de kwaliteit van de dienstverlening wanneer een minimumkwaliteit van dienstverlening wordt geboden of de onderneming verplicht is die informatie te publiceren op grond van artikel 7.4.
De vergelijkingstool, bedoeld in het vierde lid, voldoet aan de volgende vereisten:
- a. de tool is operationeel onafhankelijk van de aanbieders van diensten als bedoeld in het vierde lid en waarborgt dat die aanbieders in de zoekresultaten gelijk worden behandeld;
- b. de tool vermeldt wie de eigenaar daarvan is en wie de tool beheert;
- c. de tool vermeldt de duidelijke en objectieve criteria waarop de vergelijking moet worden gebaseerd;
- d. de tool maakt gebruik van duidelijke en ondubbelzinnige taal;
- e. de tool geeft nauwkeurige en actuele informatie, met vermelding van het tijdstip van de meest recente actualisering;
- f. de tool staat open voor iedere aanbieder van internettoegangsdiensten of voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten, die de relevante informatie beschikbaar maakt en omvat een breed scala aan aanbiedingen die een significant deel van de markt beslaan en vermeld in voorkomend geval duidelijk dat de gepresenteerde informatie geen volledig overzicht van de markt biedt, voordat de zoekresultaten worden getoond;
- g. de tool voorziet in een effectieve procedure om onjuiste informatie te melden;
- h. de tool voorziet in de mogelijkheid tot vergelijking van de prijzen, tarieven en kwaliteit van de dienstverlening van de aanbiedingen waartussen de consument kan kiezen.
Een vergelijkingstool die voldoet aan de eisen, bedoeld in het vierde en vijfde lid, wordt op verzoek van de aanbieder van die vergelijkingstool gecertificeerd door de Autoriteit Consument en Markt.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de certificering, bedoeld in het zesde lid.
Indien naar het oordeel van Onze Minister de vergelijkingstool, bedoeld in het vierde lid, niet door het normale functioneren van de markt wordt of zal kunnen worden gegarandeerd, kan Onze Minister een partij aanwijzen die die vergelijkingstool voor ten hoogste tien jaar verzorgt.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aanwijzing, bedoeld in het achtste lid. De regels kunnen onder meer betrekking hebben op:
- a. de voor de aanwijzing te volgen procedure;
- b. voorschriften en voorwaarden die aan de aanwijzing worden verbonden;
- c. taken die aan de Autoriteit Consument en Markt worden opgedragen en bevoegdheden die aan de Autoriteit Consument worden verleend in het geval een aanwijzing is gegeven.
§ 7.3. Verplichtingen met betrekking tot telefonie
Artikel 7.4
De Autoriteit Consument en Markt bepaalt de te hanteren parameters voor de kwaliteit van de dienstverlening met betrekking tot internettoegangsdiensten en voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten en de daartoe te hanteren meetmethoden op basis van de in dat kader door BEREC vastgestelde richtsnoeren en, in voorkomend geval, de in bijlage X van richtlijn (EU) 2018/1972 vermelde parameters, definities en meetmethoden.
Maatregelen van aanbieders van internettoegangsdiensten en voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten om de kwaliteit van hun dienstverlening te waarborgen zijn in overeenstemming met de netneutraliteitsverordening.
De Autoriteit Consument en Markt kan aanbieders van internettoegangsdiensten en voor het publiek beschikbare interpersoonlijke communicatiediensten die zelf ten minste enkele elementen van het netwerk beheren de verplichting opleggen om met betrekking tot die diensten volledige, vergelijkbare, betrouwbare, gebruiksvriendelijke en actuele informatie bekend te maken over:
- a. de kwaliteit van hun diensten;
- b. de maatregelen die zijn genomen om gelijkwaardige toegang voor eindgebruikers met een handicap te waarborgen;
- c. de afhankelijkheid van de kwaliteit van de dienstverlening van externe factoren, indien van toepassing en indien de eindgebruikers consumenten zijn.
Aan de verplichting kunnen door de Autoriteit Consument en Markt voorschriften worden verbonden die nodig zijn voor een goede uitvoering van die verplichting.
De Autoriteit Consument en Markt zendt Onze Minister ten minste vier weken voor de vaststelling van een besluit als bedoeld in het eerste en derde lid het ontwerp daarvan ter kennisneming toe.
Indien Onze Minister voornemens is te reageren op het ontwerp, stelt hij de Autoriteit Consument en Markt hiervan binnen twee weken van het ontwerp in kennis.
De Autoriteit Consument en Markt maakt een door haar vastgesteld besluit als bedoeld in het eerste en derde lid bekend in de Staatscourant.
Artikel 7.5
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld inzake het, met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 11, aan derden ter beschikking stellen van bij die regels aan te wijzen categorieën van nummers met bijbehorende gegevens ten behoeve van de beschikbaarheid van telefoongidsen en van een abonnee-informatiedienst.
Artikel 7.6
Vervallen
§ 5.3. Overige bepalingen
Artikel 7.7
Aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken die worden gebruikt om uitgaande gesprekken naar een nummer in het nummerplan aan te bieden, openbare betaaltelefoons en spraakcommunicatiediensten stellen het gebruik van alarmnummers kosteloos en zonder toegangsbelemmeringen ter beschikking aan alle gebruikers van hun dienst.
Onder een alarmnummer als bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan een nummer dat in een nummerplan als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, bestemd is als alarmnummer.
Aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken die worden gebruikt om spraakcommunicatiediensten aan te bieden, en spraakcommunicatiediensten treffen de voorzieningen die noodzakelijk zijn om de ononderbroken toegang tot de noodhulpdiensten en een ononderbroken transmissie van waarschuwingen aan het publiek te waarborgen.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in het derde lid bedoelde voorzieningen.
Onze Minister kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het derde lid, indien het technisch niet uitvoerbaar dan wel economisch niet haalbaar is de in dat lid bedoelde voorzieningen te treffen. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Onze Minister kan voorschriften verbinden aan een ontheffing.
Artikel 7.8
Voor zover de andere artikelen van dit hoofdstuk hierin niet voorzien, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld ten aanzien van aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken, voor het publiek beschikbare elektronische communicatiediensten, nummergebruikers of programmadiensten inzake de bescherming van natuurlijke personen die gebruik maken van of verzoeken om voor het publiek beschikbare elektronische communicatiediensten of nummers voor andere doeleinden dan bedrijf of beroep. De regels kunnen onder meer betrekking hebben op:
- a. het bekendmaken van informatie over de geldende tarieven;
- b. de tarifering van bij ministeriële regeling aangewezen categorieën van nummers;
- c. de omstandigheden waaronder een aanbieder de levering van een voor het publiek beschikbare elektronische communicatiedienst mag opschorten of beëindigen.
De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen voor bij die regels te bepalen categorieën van openbare elektronische communicatienetwerken, voor het publiek beschikbare elektronische communicatiediensten, nummergebruikers of programmadiensten verschillen. Bij die regels kunnen taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend aan de Autoriteit Consument en Markt.
Hoofdstuk 6a. Verplichtingen voor ondernemingen die beschikken over een aanmerkelijke marktmacht
§ 5.3. Overige bepalingen
Artikel 8.1
Vervallen
Artikel 8.2
Vervallen
Artikel 8.3
Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken die bestaan uit radioapparaten die geschikt zijn voor het verspreiden van programma-aanbod, verplichten om programma-aanbod uit te zenden dat hem in overeenstemming met de Mediawet ter verspreiding wordt aangeboden door instellingen die belast zijn met de verzorging van de publieke mediadiensten, bedoeld in hoofdstuk 2 van de Mediawet 2008.
§ 8.2. Overige verplichtingen
Artikel 8.4
De aanbieder van een omroepnetwerk voert, indien hij zijn omroepnetwerk tevens aanbiedt als openbaar telecommunicatienetwerk, een gescheiden boekhouding voor deze onderscheiden activiteiten.
Artikel 8.4a
Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Europese Commissie, technische voorschriften gegeven voor het uitzenden van een televisieprogramma als bedoeld in artikel 1.1 van de Mediawet 2008, dat bedoeld is om volledig digitaal te worden uitgezonden door middel van een openbaar elektronisch communicatienetwerk.
Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van een bindend besluit als bedoeld in het eerste lid voorts technische eisen gesteld aan openbare elektronische communicatienetwerken met behulp waarvan de uitzending van televisieprogramma's op een volledig digitale wijze plaatsvindt.
§ 5.3. Overige bepalingen
Artikel 8.5
Bij algemene maatregel van bestuur worden ter uitvoering van een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk regels gegeven met betrekking tot het door aanbieders verlenen van toegang tot systemen voor voorwaardelijke toegang die geschikt en bestemd zijn voor de uitzending van diensten die kunnen worden ontvangen met behulp van digitale televisie- of radiosystemen.
De in het eerste lid bedoelde regels hebben in elk geval betrekking op:
- a. het verlenen van toegang tot systemen voor voorwaardelijke toegang en de voorwaarden waaronder dit geschiedt, en
- b. het voeren van een gescheiden boekhouding voor de activiteiten in verband met het aanbod van systemen voor voorwaardelijke toegang en voor overige activiteiten.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van een bindend besluit als bedoeld in het eerste lid regels worden gegeven met betrekking tot het verlenen van licenties door houders van industriële eigendomsrechten aan fabrikanten van consumentenapparaten waarin gebruik wordt gemaakt van voorwaardelijke toegangsystemen.
Bij de regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend aan de Autoriteit Consument en Markt.
§ 6a.6. Verticaal geïntegreerde openbare ondernemingen die beschikken over een economische machtspositie als bedoeld in artikel 82 van het EG-verdrag
Artikel 8.6
Vervallen
Artikel 8.7
Wanneer door de Autoriteit Consument en Markt de in artikel 6a.6 bedoelde verplichting wordt opgelegd aan een onderneming die openbare elektronische communicatienetwerken aanbiedt die gebruikt worden voor het verspreiden van programma's, is deze onderneming tevens verplicht toegang te verlenen tot het door haar samengestelde programma-aanbod voor zover dat programma-aanbod niet versleuteld naar alle aangeslotenen op desbetreffende netwerken wordt verspreid, met dien verstande dat de gevraagde toegang alleen behoeft te worden verleend:
- a. in het geval een aanbieder van een programma wenst dat degenen naar wie het programma wordt verspreid, bijdragen in de kosten van dat programma, de kosten van de verspreiding hieronder begrepen, en deze aanbieder door de wijze van verspreiding hiervoor feitelijk is aangewezen op de onderneming die de openbare elektronische communicatienetwerken aanbiedt, en
- b. de onderneming die de openbare elektronische communicatienetwerken aanbiedt geen transparante of objectieve gronden heeft om de toegang te weigeren.
Hoofdstuk 9. Universele dienstverlening
Artikel 9.1
De volgende diensten en voorzieningen zijn voor iedere eindgebruiker, onafhankelijk van diens geografische locatie, met een bepaalde kwaliteit beschikbaar:
- a. het naar aanleiding van een redelijk verzoek aansluiten op een openbaar elektronisch communicatienetwerk dat geschikt is voor de levering van de diensten, genoemd in de onderdelen b en c, op een vaste locatie;
- b. een adequate breedbandinternettoegangsdienst;
- c. een spraakcommunicatiedienst, en
- d. diensten of voorzieningen waardoor consumenten met een handicap gelijkwaardige toegang hebben tot de diensten, genoemd in de onderdelen b en c.
Voor consumenten zijn de diensten en voorzieningen, genoemd in het eerste lid, beschikbaar tegen een betaalbare prijs.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de kwaliteit en de aard van de in het eerste lid bedoelde diensten en voorzieningen.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de prijs, bedoeld in het tweede lid.
Artikel 9.2
Indien naar het oordeel van Onze Minister de beschikbaarheid, de betaalbaarheid of de kwaliteit van een of meer van de openbare elektronische communicatiediensten of voorzieningen, bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, niet door het normale functioneren van de markt wordt of zal kunnen worden gegarandeerd, kan Onze Minister bij besluit overeenkomstig de in artikel 9.3 geregelde procedure een onderneming aanwijzen die de universele dienst in een bij dat besluit te bepalen verzorgingsgebied voor ten hoogste tien jaar verzorgt. Onze Minister kan verschillende ondernemingen aanwijzen die verschillende diensten of voorzieningen, bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, aanbieden of verschillende verzorgingsgebieden bestrijken.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden ter uitvoering van deel III van richtlijn (EU) 2018/1972 nadere regels gesteld die van toepassing zijn in het geval een aanwijzing tot verzorging van een of meer tot de universele dienst behorende diensten of voorzieningen is gegeven. Hierbij kunnen ter uitvoering van het in de eerste volzin genoemde hoofdstuk taken worden opgedragen en bevoegdheden worden verleend aan de Autoriteit Consument en Markt.
Artikel 9.3
Indien Onze Minister voornemens is over te gaan tot een aanwijzing als bedoeld in artikel 9.2, eerste lid, verzoekt hij de Autoriteit Consument en Markt vast te stellen of de aanwijzing een onredelijke last als bedoeld in artikel 89, eerste lid, van richtlijn (EU)2018/1972, kan vormen voor degene die wordt aangewezen als universeledienstverlener. Hierbij neemt de Autoriteit Consument en Markt de voorschriften, bedoeld in artikel 89 van richtlijn (EU) 2018/1972, in acht.
Indien de Autoriteit Consument en Markt vaststelt dat het aanwijzen van een universeledienstverlener geen onredelijke last kan vormen voor degene die wordt aangewezen, wordt de aanbieder, bedoeld in het vierde lid, aangewezen als universeledienstverlener. Het derde tot en met negende lid en de artikelen 9.4 en 9.5 zijn niet van toepassing.
Indien de Autoriteit Consument en Markt vaststelt dat de aanwijzing een onredelijke last kan vormen voor degene die wordt aangewezen als universeledienstverlener maakt Onze Minister het voornemen over te gaan tot een aanwijzing bekend in de Staatscourant. In die bekendmaking worden de te verzorgen dienst of voorziening, het verzorgingsgebied en de periode waarvoor de aanwijzing zal gelden vermeld en wordt gewezen op de in het vijfde lid geregelde mogelijkheid een bod uit te brengen op de aanwijzing.
Onze Minister maakt op de datum van de in het derde lid bedoelde bekendmaking het voornemen voorts bekend aan:
- a. in het geval van een te verzorgen dienst, bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, onderdeel a: de aanbieder van het openbare elektronische communicatienetwerk waarop in het verzorgingsgebied de meeste eindgebruikers zijn aangesloten;
- b. in het geval van een te verzorgen dienst, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdelen b tot en met d: de aanbieder van de te verzorgen openbare elektronische communicatiedienst, of, bij het ontbreken daarvan, een daarmee samenhangende dienst, waarvan in het verzorgingsgebied de meeste eindgebruikers gebruik maken; of
- c. in het geval van een te verzorgen voorziening: de aanbieder van de met de te verzorgen voorziening samenhangende openbare elektronische communicatiedienst waarvan in het verzorgingsgebied de meeste eindgebruikers gebruik maken.
Daarbij wordt gewezen op de in het vijfde lid geregelde verplichting voor deze aanbieder een bod uit te brengen op de aanwijzing.
Binnen acht weken na de datum van de in het derde lid, bedoelde bekendmaking kan bij Onze Minister een bod worden uitgebracht op de aanwijzing en brengt de aanbieder, bedoeld in het vierde lid, in ieder geval zijn bod uit.
Bij ministeriële regeling wordt bepaald of een bod wordt uitgebracht door:
- a. het opgeven van een bedrag per jaar, of
- b. het opgeven van een bedrag per in de ministeriële regeling aangewezen eenheid van het gebruik of de af te nemen voorziening.
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat aanvullend op het bod een van het gebruik onafhankelijk bedrag wordt vergoed, en wat de hoogte is van dat bedrag.
Een bod wordt geweigerd indien de bieder naar verwachting de universele dienst niet naar behoren zal kunnen verzorgen.
Degene die het laagste bod heeft uitgebracht, dat niet op grond van het zevende lid is geweigerd, wordt aangewezen als universeledienstverlener.
Indien uit de in het achtste lid bedoelde vergelijking blijkt dat meer dan een bieder het laagste bod hebben uitgebracht, wordt door middel van het lot beslist wie van hen wordt aangewezen als universeledienstverlener.
Artikel 9.4
Indien het bod op de in artikel 9.3, zesde lid, onderdeel a, bedoelde wijze is uitgebracht, bestaat de vergoeding uit het bod, uitgebracht door degene die op grond van artikel 9.3, achtste of negende lid, is aangewezen.
Indien het bod op de in artikel 9.3, zesde lid, onderdeel b, bedoelde wijze is uitgebracht, bestaat de vergoeding uit het bod, uitgebracht door degene die op grond van artikel 9.3, achtste of negende lid, is aangewezen als universeledienstverlener, vermenigvuldigd met het aantal daadwerkelijk gebruikte eenheden in het betreffende kalenderjaar, vermeerderd met het eventueel in de ministeriële regeling op grond van artikel 9.3, zesde lid, vastgestelde van het gebruik onafhankelijke bedrag.
In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid, kan het in het bod genoemde bedrag door Onze Minister gematigd worden voor zover het bod bestaat uit onevenredig meer dan de door Onze Minister verwachte werkelijke kosten die de aanbieder maakt als gevolg van de aanwijzing en waartegenover als gevolg van de bij of krachtens artikel 9.1, vierde lid, gestelde regels omtrent de betaalbaarheid geen vergoeding door eindgebruikers staat, met inbegrip van een redelijke winstopslag.
De hoogte van de vergoeding wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
Indien het bod op de in artikel 9.3, zesde lid, onderdeel b, bedoelde wijze werd uitgebracht verstrekt degene die op grond van artikel 9.3, achtste of negende lid, is aangewezen als universeledienstverlener het aantal daadwerkelijk in het betreffende kalenderjaar gebruikte eenheden binnen vier weken na het eind van het kalenderjaar aan Onze Minister. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop de gegevens worden verstrekt. Onze Minister publiceert de vergoeding voor het betreffende kalenderjaar in de Staatscourant.
Onze Minister betaalt de vergoeding voor het betreffende kalenderjaar uit binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar. Deze termijn kan worden verlengd met het aantal dagen waarmee de in het vijfde lid bedoelde termijn wordt overschreden.
Hoofdstuk 6a. Verplichtingen voor ondernemingen die beschikken over een aanmerkelijke marktmacht
Titel 10.1. Algemene bepalingen voor apparaten
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 10.1
Het is verboden uitrusting en radioapparaten die niet voldoen aan de krachtens artikel 10.9, onderdeel a, b, c, e, h en i gestelde voorschriften, in de handel te brengen, op de markt aan te bieden of in gebruik te nemen.
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 10.3 tot en met 10.6.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over uitzonderingen op de in het eerste en tweede lid bedoelde verboden.
Bij ministeriele regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de verplichtingen voor marktdeelnemers, bedoeld in de artikelen 10.3 tot en met 10.7.
Artikel 10.1a
Bij ministeriële regeling worden ter uitvoering van een bindend besluit van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Commissie van de Europese Gemeenschappen regels gesteld ter zake van apparaten bestemd voor de ontvangst en weergave van televisieprogramma's als bedoeld in artikel 1, onder h, van de Mediawet, en van apparaten bestemd voor het ontsleutelen van versleutelde digitale televisiesignalen.
Artikel 10.2
De bevoegde nationale autoriteit in de artikelen 7, achtste en negende lid, 8, tweede lid, onder b en c, 9, zesde en achtste lid, 10, vierde en vijfde lid van richtlijn nr. 2014/30/EU en de artikelen 10, elfde lid en twaalfde lid, 11, tweede lid, onder b en c, 12, zevende en negende lid, 13 vierde en vijfde lid van richtlijn nr. 2014/53/EU is Onze Minister.
De in de artikelen 7, zesde, zevende en negende lid, 9, derde, vierde en achtste lid, 10, tweede lid, 15, tweede lid, van richtlijn nr. 2014/30/EU en de artikelen 10, zevende, achtste en twaalfde lid, 12, derde, vierde en negende lid, 13, tweede lid, 18, tweede lid, 21, derde lid, van richtlijn 2014/53/EU voorgeschreven taal is Nederlands of Engels.
Artikel 10.3
Fabrikanten voldoen aan de artikelen 7 en 14 van richtlijn nr. 2014/30/EU en aan de artikelen 10, 17 en 21, eerste, tweede en derde lid, van richtlijn nr. 2014/53/EU, met dien verstande dat:
- a. een EU-conformiteitsverklaring voor apparaten voldoet aan artikel 15 van richtlijn nr. 2014/30/EU;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)