Wet van 19 oktober 1998, houdende regels inzake de telecommunicatie (Telecommunicatiewet)
In uitzonderlijke omstandigheden kan de Autoriteit Consument en Markt aan een onderneming waarvan door de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 6a.2, eerste lid, is vastgesteld dat zij beschikt over een aanmerkelijke marktmacht bij de aanbieding van openbare elektronische communicatienetwerken of bijbehorende faciliteiten, andere bij ministeriële regeling aan te wijzen verplichtingen die verband houden met toegang opleggen, voor zover deze passend zijn.
Bij de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het opleggen door de Autoriteit Consument en Markt van bij die regeling aangewezen verplichtingen. Deze regels hebben in elk geval betrekking op:
- a. de omstandigheden die zich moeten voordoen alvorens deze verplichtingen kunnen worden opgelegd, en
- b. de aard van de verplichtingen.
De Autoriteit Consument en Markt trekt een besluit als bedoeld in het eerste lid in, indien:
- a. het op grond van artikel 6a.3, eerste lid, heeft bepaald dat de desbetreffende relevante onderscheidenlijk transnationale markt niet voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 6a.1, vijfde lid, onderdeel a;
- b. op grond artikel 6a.3, tweede lid, is gebleken dat de onderneming als bedoeld in het eerste lid geen aanmerkelijke marktmacht meer heeft.
De Autoriteit Consument en Markt trekt een besluit als bedoeld in het eerste lid tevens in, indien:
- a. er geen sprake van uitzonderlijke omstandigheden meer is, of
- b. de opgelegde of in stand gehouden verplichting niet langer passend is.
Uiterlijk binnen achttien maanden nadat een besluit als bedoeld in het eerste lid in werking is getreden, onderzoekt de Autoriteit Consument en Markt of er nog sprake is van uitzonderlijke omstandigheden en of de opgelegde of in stand gehouden verplichting nog passend is en besluit de Autoriteit Consument en Markt op grond van:
- a. het eerste lid om het besluit in stand te houden, of
- b. het vierde lid om het besluit in te trekken.
Artikel 6a.2, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
§ 5.2. Schadevergoeding in verband met gedoogplicht
Artikel 6a.12
De Autoriteit Consument en Markt kan op grond van artikel 6a.2, eerste lid, de verplichting opleggen om:
- a. bij de levering van door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen eindgebruikersdiensten, de eindgebruikers van die diensten in gelijke gevallen gelijk te behandelen;
- b. door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen eindgebruikersdiensten te ontbundelen van andere diensten, en
- c. door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen informatie aan door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen categorieën van eindgebruikers op een door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen wijze bekend te maken.
Artikel 6a.13
De Autoriteit Consument en Markt kan op grond van artikel 6a.2, eerste lid, verplichtingen met betrekking tot de hoogte van eindgebruikerstarieven opleggen.
Indien de Autoriteit Consument en Markt een verplichting als bedoeld in het eerste lid oplegt, legt de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 6a.2, eerste lid, tevens de verplichting op om een door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen of goed te keuren kostentoerekeningssysteem te hanteren. De Autoriteit Consument en Markt kan op grond van artikel 6a.2, eerste lid, de in de vorige volzin bedoelde verplichting ook afzonderlijk van een verplichting als bedoeld in het eerste lid opleggen.
Een onderneming aan wie een verplichting als bedoeld in het tweede lid is opgelegd, legt vanaf een door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen datum elk jaar in de maand mei, over het voorafgaande kalenderjaar het resultaat van de toepassing van het desbetreffende kostentoerekeningssysteem over aan de Autoriteit Consument en Markt.
Indien een verplichting als bedoeld in het tweede lid is opgelegd, onderzoekt de Autoriteit Consument en Markt of een door de Autoriteit Consument en Markt aan te wijzen onafhankelijke deskundige derde jaarlijks nadat het in het derde lid bedoelde resultaat is overgelegd of er in overeenstemming met het desbetreffende kostentoerekeningssysteem is gehandeld. Van het resultaat van het onderzoek wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Aan de verplichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen door de Autoriteit Consument en Markt nadere voorschriften worden verbonden die nodig zijn voor een goede uitvoering van die verplichtingen.
Artikel 6a.14
Indien de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 6a.2, eerste lid, een verplichting als bedoeld in artikel 6a.13, eerste lid, oplegt of in stand houdt, kan de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 6a.2, eerste lid, tevens de verplichting opleggen om invoering van nieuwe of gewijzigde eindgebruikerstarieven niet plaats te laten vinden dan nadat de Autoriteit Consument en Markt deze tarieven heeft goedgekeurd.
De Autoriteit Consument en Markt beoordeelt binnen drie weken na ontvangst van een verzoek tot goedkeuring, of het nieuwe of gewijzigde eindgebruikerstarief in overeenstemming is met de opgelegde of in stand gehouden verplichting, bedoeld in artikel 6a.13, eerste lid. Indien gegevens als bedoeld in het zevende lid ontbreken wordt de onderneming die het verzoek heeft ingediend binnen drie dagen na ontvangst van het verzoek, hiervan op de hoogte gesteld.
De Autoriteit Consument en Markt kan de termijn, bedoeld in het tweede lid, eerste volzin, eenmaal met drie weken verlengen. De Autoriteit Consument en Markt doet hiervan schriftelijk mededeling aan de onderneming die het verzoek heeft ingediend.
Indien de Autoriteit Consument en Markt van oordeel is dat het nieuwe of gewijzigde eindgebruikerstarief in overeenstemming is met de opgelegde of in stand gehouden verplichting, bedoeld in artikel 6a.13, eerste lid, keurt de Autoriteit Consument en Markt de invoering hiervan goed.
Indien de Autoriteit Consument en Markt van oordeel is dat het nieuwe of gewijzigde eindgebruikerstarief niet in overeenstemming is met de opgelegde of in stand gehouden verplichting, bedoeld in artikel 6a.13, eerste lid, doet de Autoriteit Consument en Markt hiervan mededeling aan de onderneming die het verzoek heeft ingediend. Binnen vier weken na deze mededeling, deelt de Autoriteit Consument en Markt aan de in de eerste volzin bedoelde onderneming schriftelijk mede op welke punten niet voldaan is aan de in de eerste volzin bedoelde verplichting.
De Autoriteit Consument en Markt beoordeelt een verzoek tot goedkeuring volgend op een schriftelijke mededeling als bedoeld in het vijfde lid, tweede volzin, binnen twee weken na ontvangst van dit verzoek.
Uiterlijk op het tijdstip waarop een besluit als bedoeld in artikel 6a.2, eerste lid, houdende de oplegging of instandhouding van de verplichting om de invoering van nieuwe of gewijzigde eindgebruikerstarieven niet plaats te laten vinden dan nadat de Autoriteit Consument en Markt deze tarieven heeft goedgekeurd, in werking treedt, stelt de Autoriteit Consument en Markt vast welke gegevens door de desbetreffende onderneming bij een verzoek als bedoeld in het tweede lid overgelegd moeten worden, en in welke vorm deze gegevens worden ingediend. De Autoriteit Consument en Markt doet hiervan mededeling aan de desbetreffende onderneming.
Artikel 6a.15
Ter uitvoering van artikel 83 van richtlijn (EU) 2018/1972 kunnen bij algemene maatregel van bestuur andere verplichtingen dan de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 6a.12 tot en met 6a.14 worden aangewezen die de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 6a.2, eerste lid, kan opleggen aan ondernemingen die een aanmerkelijke marktmacht hebben op een relevante eindgebruikersmarkt onderscheidenlijk een transnationale eindgebruikersmarkt.
§ 6a.1. Vaststellen van aanmerkelijke marktmacht
Artikel 6a.16
Vervallen
Artikel 6a.17
Vervallen
§ 5.2. Schadevergoeding in verband met gedoogplicht
Artikel 6a.18
Vervallen
Artikel 6a.19
Vervallen
§ 5.2. Schadevergoeding in verband met gedoogplicht
Artikel 6a.20
In dit artikel wordt verstaan onder openbare onderneming: onderneming waarop een krachtens het publiekrecht ingestelde rechtspersoon rechtstreeks of middellijk een dominerende invloed kan uitoefenen.
Indien een onderneming de rechtsvorm van een privaatrechtelijke rechtspersoon heeft, wordt dominerende invloed als bedoeld in het eerste lid vermoed te kunnen worden uitgeoefend, wanneer een krachtens het publiekrecht ingestelde rechtspersoon rechtstreeks of middellijk:
- a. over de meerderheid van de stemrechten, verbonden aan de door de rechtspersoon uitgegeven aandelen beschikt, of
- b. meer dan de helft van de leden van het bestuur of de raad van commissarissen benoemt van de onderneming, bedoeld in de aanhef van dit lid.
Een verticaal geïntegreerde openbare onderneming die elektronische communicatienetwerken aanbiedt en daarbij beschikt over een economische machtspositie op de gemeenschappelijke markt of op een wezenlijk onderdeel daarvan als bedoeld in artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, verleent aan andere ondernemingen op hun verzoek onder gelijke voorwaarden toegang als die welke onder gelijke omstandigheden gelden voor haarzelf of haar dochterondernemingen.
De verplichting, bedoeld in het derde lid, blijft voor een verticaal geïntegreerde openbare onderneming buiten toepassing voor zover deze verplichting reeds voortvloeit uit een krachtens artikel 6a.2, eerste lid, jo. artikel 6a.8 door de Autoriteit Consument en Markt opgelegde of instandgehouden verplichting.
Hoofdstuk 6. Interoperabiliteit van diensten en vertrouwelijkheid van informatie
Artikel 6b.1
Op de voorbereiding van een besluit van de Autoriteit Consument en Markt als bedoeld in de artikelen 6.2, 6.3, 6.3a, 6.4, 6a.2, 6a.3, 6a.4a tot en met 6a.4d en artikel 6a.4f6b.2, vijfde lid, onderdeel a, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
In afwijking van het eerste lid kan de Autoriteit Consument en Markt besluiten om de in het eerste lid bedoelde procedure niet toe te passen indien het besluit geen aanzienlijke gevolgen heeft voor de desbetreffende markt.
Indien het een besluit op aanvraag betreft, is artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Op een verzoek als bedoeld in artikel 6a.4e, eerste lid, is afdeling 3.4, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing, tenzij op voorhand duidelijk is dat het verzoek niet aan de daarvoor geldende voorwaarden voldoet.
Artikel 6b.2
De Autoriteit Consument en Markt legt een ontwerp van een besluit als bedoeld in artikel 6b.1, eerste lid, indien dat van invloed is op de handel tussen de lidstaten, of van een besluit als bedoeld in artikel 6a.4e, derde of vierde lid, en de gronden die aan het ontwerpbesluit ten grondslag liggen, voor aan:
- a. de Europese Commissie,
- b. de nationale regelgevende instanties in andere lidstaten, en
- c. BEREC,
en stelt de Autoriteit Consument en Markt hen gedurende een maand in de gelegenheid daarover opmerkingen te maken.
De Autoriteit Consument en Markt neemt het besluit niet dan nadat de in het eerste lid bedoelde termijn van een maand is verstreken.
De Autoriteit Consument en Markt houdt bij het nemen van het besluit zoveel mogelijk rekening met de opmerkingen die de Europese Commissie, de nationale regelgevende instanties van andere lidstaten en BEREC met betrekking tot het ontwerp aan de Autoriteit Consument en Markt hebben medegedeeld.
Indien de Europese Commissie binnen de termijn, bedoeld in het tweede lid, heeft medegedeeld dat zij van mening is dat de bepaling van een relevante markt op grond van artikel 6a.1, tweede lid, of de aanwijzing van een onderneming met aanmerkelijke marktmacht, bedoeld in artikel 6a.2, eerste lid, aanhef, een belemmering vormt voor de interne Europese markt of dat zij ernstige twijfels heeft omtrent de verenigbaarheid van het ontwerpbesluit met het Unierecht, wacht de Autoriteit Consument en Markt tenminste twee maanden vanaf de datum van die mededeling met het vaststellen van het besluit.
Uiterlijk zes maanden na de dag waarop de Europese Commissie overeenkomstig artikel 32, zesde lid, onderdeel a, van richtlijn (EU) 2018/1972 een beschikking heeft gegeven omtrent een ontwerpbesluit als bedoeld in het vierde lid:
- a. brengt de Autoriteit Consument en Markt het ontwerp met betrekking tot de door de Europese Commissie in de beschikking aangegeven voorstellen in overeenstemming met het Unierecht, of
- b. besluit de Autoriteit Consument en Markt het desbetreffende ontwerpbesluit niet vast te stellen.
Van het besluit, bedoeld in het vijfde lid, onder b, doet de Autoriteit Consument en Markt mededeling in de Staatscourant.
Indien de Europese Commissie binnen de termijn, bedoeld in het tweede lid, heeft medegedeeld dat zij van mening is dat een in het ontwerpbesluit voorgestelde verplichting als bedoeld in de artikel 6.2, 6.3, eerste of negende lid, 6.3a, 6a.2, eerste lid, onderdelen a tot en met c, 6a.4a, vijfde of zesde lid, of 6a.4e, eerste lid, onderdeel b, een belemmering vormt voor de interne Europese markt of dat zij ernstige twijfels heeft omtrent de verenigbaarheid daarvan met het Unierecht, neemt de Autoriteit Consument en Markt het besluit niet dan nadat de termijn van vier maanden vanaf de datum van die mededeling is verstreken. In afwijking van deze termijn kan de Autoriteit Consument en Markt het besluit nemen zodra de aanbeveling is gedaan of het voorbehoud is ingetrokken.
Indien de Autoriteit Consument en Markt een verplichting als bedoeld in het zevende lid in overeenstemming brengt met een advies van BEREC als bedoeld in artikel 33, derde lid, van richtlijn (EU) 2018/1972 of een aanbeveling van de Europese Commissie als bedoeld in artikel 33, vijfde lid, onderdeel a, van die richtlijn met betrekking tot die verplichting, is artikel 6b.1 van overeenkomstige toepassing.
Indien de Autoriteit Consument en Markt een verplichting als bedoeld in het zevende lid, niet in overeenstemming brengt met:
- a. een advies van BEREC als bedoeld in artikel 33, derde lid, van richtlijn (EU) 2018/1972, of
- b. een aanbeveling van de Europese Commissie als bedoeld in artikel 33, vijfde lid, onderdeel a, van die richtlijn met betrekking tot die verplichting, motiveert de Autoriteit Consument en Markt waarom zij de verplichting in het ontwerpbesluit niet wijzigt of intrekt.
De Autoriteit Consument en Markt stuurt een overeenkomstig dit artikel voorbereid besluit in afschrift aan de Europese Commissie en BEREC. In het geval van een aanbeveling of een voorbehoud als bedoeld in het zevende lid, verstuurt de Autoriteit Consument en Markt het afschrift binnen een maand nadat de aanbeveling is gedaan of het voorbehoud is ingetrokken. De termijn van een maand kan door de Autoriteit Consument en Markt worden verlengd indien de Autoriteit Consument en Markt de wijziging van het ontwerpbesluit voorbereidt overeenkomstig artikel 6b.1, eerste lid.
Het vierde, vijfde en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de Europese Commissie overeenkomstig artikel 33, vijfde lid, onderdeel c, van richtlijn (EU) 2018/1972 een beschikking heeft gegeven omtrent een ontwerpbesluit op grond van artikel 6.3, derde of vijfde lid, met dien verstande dat de Autoriteit Consument en Markt ten minste vier maanden vanaf de datum van de mededeling van de Europese Commissiewacht met het vaststellen van het besluit.
Artikel 6b.3
De Autoriteit Consument en Markt kan in uitzonderlijke omstandigheden indien de vereiste spoed zich verzet tegen de toepassing van de procedures, bedoeld in de artikelen 6b.1, eerste lid, of 6b.2, die procedure buiten toepassing laten bij het nemen van een besluit als bedoeld in de artikelen 6.2, 6.3, 6.3a en 6a.2, eerste lid, onder a, teneinde de concurrentie te waarborgen of de belangen van de gebruikers te beschermen.
Een besluit als bedoeld in het eerste lid geldt voor een periode van maximaal 26 weken.
De Autoriteit Consument en Markt stuurt een afschrift van een besluit als bedoeld in het eerste lid aan de Europese Commissie, de nationale regelgevende instanties van andere lidstaten, en BEREC.
Artikel 6b.4
Indien een nationale regelgevende instantie van een andere lidstaat ingevolge artikel 32, derde lid, van richtlijn (EU) 2018/1972 een ontwerp van een besluit aan de Autoriteit Consument en Markt voorlegt, doet de Autoriteit Consument en Markt haar opmerkingen aan die nationale regelgevende instantie binnen de door die instantie gestelde termijn toekomen.
Artikel 6b.5
Op de voorbereiding van een besluit van de Autoriteit Consument en Markt tot het opleggen, instandhouden of intrekken van een verplichting als bedoeld in een op basis van artikel 6a.11 tot stand gekomen ministeriële regeling is de procedure, bedoeld in artikel 6b.1 van toepassing.
De Autoriteit Consument en Markt legt een ontwerp van een besluit als bedoeld in het eerste lid voor aan de Europese Commissie en de nationale regelgevende instanties van andere lidstaten.
De Autoriteit Consument en Markt gaat niet over tot het nemen van een besluit als bedoeld in het eerste lid dan nadat de Europese Commissie daartoe overeenkomstig artikel 68, derde lid, van richtlijn (EU) 2018/1972 toestemming heeft gegeven. De Autoriteit Consument en Markt houdt daarbij rekening met de door de nationale regelgevende instanties van andere lidstaten gemaakte opmerkingen.
Artikel 6b.6
Voor de mogelijkheid van beroep ingevolge hoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht worden als één besluit aangemerkt:
- a. een besluit als bedoeld in artikel 6a.2, eerste lid, en de aan een dergelijk besluit ten grondslag liggende bepaling van de relevante markt, bedoeld in artikel 6a.1, eerste of tweede lid, en het onderzoek van die markt, bedoeld in artikel 6a.1, derde lid, respectievelijk het onderzoek van een transnationale markt, bedoeld in artikel 6a.1, vierde lid;
- b. een besluit als bedoeld in artikel 6a.3, eerste, tweede of derde lid, en de aan een dergelijk besluit ten grondslag liggende bepaling van de relevante markt, bedoeld in artikel 6a.1, eerste of tweede lid, en het onderzoek van die markt als bedoeld in artikel 6a.1, derde lid, respectievelijk het onderzoek van een transnationale markt als bedoeld in artikel 6a.1, vierde lid.
Hoofdstuk 8. Regels met betrekking tot het verspreiden van programma's, systemen voor voorwaardelijke toegang, applicatieprogramma-interfaces en elektronische programmagidsen
§ 8.2. Systemen voor voorwaardelijke toegang, applicatieprogramma-interfaces, elektronische programmagidsen en toegang tot programma-aanbod
§ 4. Wederzijdse verantwoordelijkheden bij medegebruik of coördinatie
§ 8.3. Systemen voor voorwaardelijke toegang
Hoofdstuk 9. Universele dienstverlening
Hoofdstuk 10. Randapparaten, radiozendapparaten en overige apparaten
Titel 10.1. Algemene bepalingen voor apparaten
§ 6a.6. Verticaal geïntegreerde openbare ondernemingen die beschikken over een economische machtspositie als bedoeld in artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
Artikel 10.1b
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld inzake de door een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk te verstrekken informatie over de technische specificaties van de netwerkaansluitpunten en de wijze van bekendmaking van die informatie.
§ 6a.7. Verplichtingen voor aanbieders van programmadiensten die beschikken over een aanmerkelijke marktmacht
Titel 10.2. Bijzondere bepalingen
§ 10.2.1. Elektromagnetische compatibiliteit
§ 8.3. Systemen voor voorwaardelijke toegang
Artikel 10.13
Indien uitrusting of radioapparaten een ontoelaatbare storing of belemmering veroorzaken in uitrusting of radioapparaten die voldoen aan de krachtens artikel 10.9, onderdeel a, b, c, e, h en i gestelde voorschriften, kan de houder van de storing veroorzakende uitrusting of radioapparaat worden verplicht een door Onze Minister gegeven aanwijzing op te volgen.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld inzake de behandeling van klachten over elektromagnetische storingen, ondervonden van het gebruik van uitrusting of radioapparaten, of over belemmeringen, welke bij het gebruik van apparaten of radioapparaten worden ondervonden.
§ 10.1. Europese bepalingen voor uitrusting
Hoofdstuk 8. Regels met betrekking tot het verspreiden van programma's, systemen voor voorwaardelijke toegang, applicatieprogramma-interfaces en elektronische programmagidsen
§ 6a.6. Verticaal geïntegreerde openbare ondernemingen die beschikken over een economische machtspositie als bedoeld in artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
Artikel 11.5b
Verleners van vertrouwensdiensten verwerken alleen persoonsgegevens die van de betrokkene zelf of met diens uitdrukkelijke toestemming zijn verkregen, en voor zover de verwerking van deze persoonsgegevens voor het verlenen van de vertrouwensdienst is vereist.
De in het eerste lid bedoelde persoonsgegevens worden niet voor andere doeleinden verzameld of verwerkt, tenzij de betrokkene daarvoor zijn uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven.
In afwijking van het tweede lid is de uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene niet vereist, indien de verwerking van de in het eerste lid bedoelde persoonsgegevens noodzakelijk is ten behoeve van de opsporing van fraude, of indien de verwerking overigens bij of krachtens de wet wordt gevorderd.
§ 8.1. Verplichtingen in verband met het uitzenden van programma's
Artikel 11.11
Een abonnee die last heeft van hinderlijke of kwaadwillige oproepen, waarbij de verstrekking van het nummer van het oproepende netwerkaansluitpunt is geblokkeerd, kan aan de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk of van een openbare elektronische communicatiedienst verzoeken om het nummer van de oproepende abonnee en de beschikbare daarop betrekking hebbende naam-, adres-, postcode- en woonplaatsgegevens, te verstrekken.
Een verzoek als bedoeld in het eerste lid voldoet aan de volgende vereisten:
- a. het verzoek is schriftelijk en bevat de naam-, adres-, postcode- en woonplaatsgegevens van de verzoeker alsmede het nummer waarop de oproepen betrekking hebben, en
- b. het verzoek bevat een indicatie van de data en tijdstippen waarop de desbetreffende oproepen hebben plaatsgevonden.
De verzoeker informeert de aanbieder onverwijld omtrent hinderlijke of kwaadwillige oproepen, die plaats hebben gevonden na indiening van het verzoek, bedoeld in het eerste lid.
De aanbieder stelt naar aanleiding van het verzoek een onderzoek in, teneinde vast te stellen of tot verstrekking van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, dient te worden overgegaan.
Indien bij het onderzoek blijkt dat het oproepende nummer toebehoort aan een abonnee van een andere aanbieder, verleent de desbetreffende aanbieder op een daartoe strekkend verzoek van de met het onderzoek belaste aanbieder medewerking aan het onderzoek en verstrekt, indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft, de beschikbare op het oproepende nummer betrekking hebbende naam-, adres-, postcode- en woonplaatsgegevens aan de aanbieder die met het onderzoek belast is.
Van de gegevensverstrekking aan een verzoeker wordt door de aanbieder mededeling gedaan aan de abonnee, wiens gegevens het betreft.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. het onderzoek, bedoeld in het vierde lid;
- b. de gegevensverstrekking, bedoeld in het vierde lid;
- c. de medewerkingsverplichting, bedoeld in het vijfde lid;
- d. de kennisgeving van de verstrekking van de gegevens, bedoeld in het zesde lid.
§ 11.2. Nummeridentificatie
Artikel 11.12
Aan een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk en een aanbieder van een openbare elektronische communicatiedienst kan door de Autoriteit Consument en Markt ontheffing worden verleend van de verplichtingen die voortvloeien uit de artikelen 11.4, eerste lid, onderdeel b, en 11.9 tot en met 11.11.
Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid kan uitsluitend worden verleend, indien:
- a. deze betrekking heeft op abonneelijnen verbonden met analoge centrales, en
- b. nakoming van de desbetreffende verplichtingen technisch niet haalbaar is of onevenredig veel financiële lasten voor de aanbieder met zich meebrengt.
Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
§ 6a.5. Het minimumpakket van huurlijnen
Artikel 11.13
Aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken en openbare elektronische communicatiediensten kunnen de artikelen 11.5, 11.5a en 11.9, eerste lid, buiten toepassing laten, indien dit noodzakelijk is in het belang van:
- a. de nationale veiligheid;
- b. de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten;
- c. de bescherming van een persoon die in levensgevaar verkeert.
De verkeers- en locatiegegevens die de aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten bewaren op grond van artikel 13.2a, tweede lid, worden door de aanbieders niet voor andere doelen verwerkt, tenzij het gegevens betreft waarvan de verwerking op grond van de artikelen 11.5 en 11.5a is toegestaan en de verwerking plaatsvindt met inachtneming van die artikelen.
Aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken en openbare elektronische communicatiediensten mogen, in afwijking van artikel 11.5, eerste lid, verkeersgegevens verwerken, indien en voor zolang dat noodzakelijk is voor een onderzoek als bedoeld in artikel 11.11, vierde en vijfde lid. De verkeersgegevens mogen voor een periode van ten hoogste drie maanden na beëindiging van een onderzoek als bedoeld in artikel 11.11, vierde lid, door de desbetreffende aanbieders worden bewaard. Na afloop van deze periode worden de verkeersgegevens verwijderd.
Hoofdstuk 12. Geschillen
§ 6a.6. Verticaal geïntegreerde openbare ondernemingen die beschikken over een economische machtspositie als bedoeld in artikel 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
§ 6a.7. Verplichtingen voor aanbieders van programmadiensten die beschikken over een aanmerkelijke marktmacht
§ 10.1.1. Conformiteiteisen en wederzijdse erkenning van conformiteit
Artikel 12.2
Indien er tussen houders van een vergunning, tussen aanbieders, tussen aanbieders en ondernemingen, onderscheidenlijk tussen ondernemingen een geschil is ontstaan inzake de nakoming van een op een houder van een vergunning, een aanbieder of een onderneming die openbare elektronische communicatienetwerken, bijbehorende faciliteiten, openbare elektronische communicatiediensten of programmadiensten aanbiedt op grond van een bij of krachtens deze wet of bij de roamingverordening rustende verplichting, kan de Autoriteit Consument en Markt op aanvraag van een bij dat geschil betrokken partij het geschil beslechten, tenzij de beslechting van dat geschil op grond van deze wet aan een andere instantie is opgedragen.
Onder een geschil als bedoeld in het eerste lid, wordt mede verstaan een geschil inzake de vraag of, indien de in dat lid bedoelde houders van een vergunning, aanbieders, aanbieders en ondernemingen, onderscheidenlijk ondernemingen een overeenkomst hebben gesloten op basis van een bij of krachtens deze wet op een of meer van hen rustende verplichting, de ter zake daarvan tussen hen bestaande verbintenissen, of de wijze waarop die verbintenissen worden nagekomen strijdig zijn, onderscheidenlijk strijdig is met het bij of krachtens deze wet bepaalde.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing indien een geschil is gerezen:
- a. tussen netwerkexploitanten of met een derde als bedoeld in artikel 5a.7, inzake de nakoming van een bij of krachtens hoofdstuk 5a op hen rustende verplichting;
- b. tussen degenen, bedoeld in artikel 5a.3, tweede en derde lid, of met een derde als bedoeld in artikel 5a.7, inzake de nakoming van een bij of krachtens hoofdstuk 5a op hen rustende verplichting;
- c. tussen een publiekrechtelijke rechtspersoon en een exploitant, inzake de nakoming van een bij of krachtens hoofdstuk 5c op hen rustende verplichting.
Indien een geschil is gerezen over de redelijkheid van een vergoeding voor medegebruik als bedoeld in artikel 5a.5, tweede lid, draagt de Autoriteit Consument en Markt er zorg voor dat de vergoeding voldoet aan de in dat lid gestelde vereisten. De Autoriteit Consument en Markt is daarbij gehouden om de bij het geschil betrokken partijen te raadplegen over de mate waarin met de vergoeding aan de vereisten wordt voldaan. Indien naar het oordeel van de Autoriteit Consument en Markt niet of onvoldoende aan de vereisten wordt voldaan, raadpleegt de Autoriteit Consument en Markt de geschilpartijen opnieuw en geeft het, met inachtneming van de door de geschilpartijen verschafte informatie, aanwijzingen voor het alsnog voldoen aan de vereisten. De Autoriteit Consument en Markt houdt nadien toezicht op de naleving van de gegeven aanwijzingen. Zij kan de aanbieder verplichten periodiek een rapportage over te leggen waarmee de blijvende efficiëntie van de tarieven kan worden gecontroleerd.
Het eerste lid is niet van toepassing op geschillen voortvloeiend uit hoofdstuk 5 van deze wet of geschillen betreffende artikel 5a.6.
Indien nummerhouders als bedoeld in artikel 4.2b geen overeenstemming kunnen bereiken over de voorwaarden waaronder de aan hen in gebruik gegeven nummers gezamenlijk in gebruik zullen worden genomen, kan de Autoriteit Consument en Markt op aanvraag van een of meer van hen, voorschriften geven inzake het tot stand brengen van een overeenkomst als bedoeld in artikel 4.2b.
Op aanvraag van de gezamenlijke nummerhouders kan de Autoriteit Consument en Markt een besluit als bedoeld in het zesde lid intrekken.
Artikel 12.3
De Autoriteit Consument en Markt is onbevoegd tot het beslechten van een op grond van artikel 12.2 voorgelegd geschil, indien de bij dat geschil betrokken partijen de Autoriteit Consument en Markt verzoeken het geschil niet langer te behandelen.
Artikel 12.4
De Autoriteit Consument en Markt kan bij de beslechting van een geschil inzake de nakoming van een bij of krachtens hoofdstuk 5a of 5c gestelde verplichting billijke en niet-discriminerende eisen en voorwaarden stellen aan de bij dat geschil betrokken partijen, het medegebruik of de coördinatie.
Indien de Autoriteit en Consument een vergoeding vaststelt voor het medegebruik van fysieke infrastructuur, wordt ervoor gezorgd dat de netwerkexploitant een eerlijke kans heeft om zijn kosten terug te verdienen. Daarbij houdt de Autoriteit consument en Markt rekening met de gevolgen van het medegebruik voor het bedrijfsplan en de investeringen van de netwerkexploitant.
Artikel 12.5
De Autoriteit Consument en Markt beslist op een aanvraag als bedoeld in artikel 12.2 binnen vier maanden na ontvangst van die aanvraag. Artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing indien de Autoriteit Consument en Markt aan een andere partij dan de aanvrager om gegevens verzoekt met het oog op de te nemen beschikking.
Onverminderd het eerste lid, kan de Autoriteit Consument en Markt in spoedeisende gevallen een voorlopig besluit nemen dat tussen de betrokken aanbieders geldt tot het definitieve besluit van de Autoriteit Consument en Markt.
In uitzonderlijke gevallen kan de Autoriteit Consument en Markt de termijn, bedoeld in het eerste lid, verlengen. De Autoriteit Consument en Markt stelt de desbetreffende aanbieders daarvan in kennis en geeft de termijn aan waarbinnen de Autoriteit Consument en Markt het geschil zal beslechten, met dien verstande dat die termijn niet langer is dan twee maanden na afloop van de termijn, bedoeld in het eerste lid.
In afwijking van het eerste lid, beslist de Autoriteit Consument en Markt zo spoedig mogelijk doch, behoudens buitengewone omstandigheden, uiterlijk binnen twee maanden na ontvangst van een aanvraag als bedoeld in artikel 12.2 die betrekking heeft op een geschil inzake de nakoming van een verplichting die is gesteld bij of krachtens hoofdstuk 5a of 5c.
Indien een aanvraag als bedoeld in het vierde lid, tevens betrekking heeft op de informatie-uitwisseling, bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken beslist de Autoriteit Consument en Markt in coördinatie met Onze Minister op de aanvraag.
Artikel 12.6
Een bij een geschil betrokken partij volgt de door de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 12.2 genomen besluit op. De Autoriteit Consument en Markt kan daarbij termijnen stellen.
Artikel 12.7
Van een besluit als bedoeld in artikel 12.2 wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
Artikel 12.8
De Autoriteit Consument en Markt brengt een geschil, niet zijnde een geschil betreffende radiospectrumcoördinatie, dat gevolgen heeft voor de handel tussen lidstaten en dat aan haar is voorgelegd, dan wel dat aan de desbetreffende regelgevende instantie van een andere lidstaat is voorgelegd en door die instantie aan de Autoriteit Consument en Markt is voorgelegd, ter kennis van BEREC met het oog op het vinden van een consistente beslechting van het geschil.
De Autoriteit Consument en Markt neemt het besluit over de geschilbeslechting niet dan nadat BEREC advies heeft gegeven over de beslechting van het geschil.
In afwijking van het tweede lid kan de Autoriteit Consument en Markt in uitzonderlijke omstandigheden ambtshalve of op verzoek van partijen voorlopige maatregelen nemen, indien er een dringende noodzaak is om te handelen teneinde de mededinging of de belangen van eindgebruikers te beschermen.
De Autoriteit Consument en Markt neemt het besluit over de geschilbeslechting uiterlijk een maand na het advies van BEREC en schort in afwachting van dat advies de beslistermijn, bedoeld in artikel 12.5, eerste lid, op.
§ 12.2.2. Geschillen tussen consumenten en aanbieders of ondernemingen
Artikel 12.9
Indien tussen een consument en een aanbieder of een onderneming die openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten aanbiedt een geschil is gerezen inzake de schending door die aanbieder of onderneming van bij of krachtens deze wet gestelde regels ter uitvoering van richtlijn (EU) 2018/1972, niet zijnde een geschil als bedoeld in artikel 12.1, of inzake de schending door die aanbieder of onderneming van de roamingverordening kan de Autoriteit Consument en Markt op aanvraag van de desbetreffende consument, het geschil beslechten.
Indien een consument door de Autoriteit Consument en Markt in het gelijk wordt gesteld en hij voor het beslechten van een geschil bij of krachtens artikel 16.1 een vergoeding aan de Autoriteit Consument en Markt verschuldigd is, kan de Autoriteit Consument en Markt bepalen dat die vergoeding door een aanbieder of onderneming als bedoeld in het eerste lid wordt vergoed.
Een bij een geschil betrokken aanbieder of onderneming volgt de door de Autoriteit Consument en Markt op grond van het eerste lid gegeven voorschriften op. De Autoriteit Consument en Markt kan daarbij termijnen stellen.
De artikelen 12.3, 12.5, eerste tot en met derde lid, 12.7 en 12.8 zijn van overeenkomstige toepassing.
§ 8.1. Verplichtingen in verband met het uitzenden van programma's
Artikel 12.10
Indien gebruikers als bedoeld in artikel 3.21 aan wie frequentieruimte is toegewezen als bedoeld in artikel 3.5, dan wel aan wie vergunning is verleend voor het gebruik van frequentieruimte, geen overeenstemming kunnen bereiken over de voorwaarden waaronder de aan hen toegewezen frequentieruimte gezamenlijk in gebruik zal worden genomen, kan Onze Minister op aanvraag van een of meer van hen, voorschriften geven inzake het tot stand brengen van een overeenkomst als bedoeld in artikel 3.21.
Op aanvraag van de gezamenlijke gebruikers kan Onze Minister een besluit als bedoeld in het eerste lid intrekken.
De artikelen 12.5, eerste tot en met derde lid, 12.6 en 12.7 zijn van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 13. Bevoegd aftappen
Artikel 13.2a
In dit artikel wordt verstaan onder:
- a. gegevens: de verkeers- en locatiegegevens, bedoeld in artikel 11.1, onderdeel b respectievelijk onderdeel d, alsmede de daarmee verband houdende gegevens die nodig zijn om de abonnee of gebruiker te identificeren;
- b. oproeppoging zonder resultaat: een communicatie waarbij een telefoonoproep wel tot een verbinding heeft geleid, maar onbeantwoord is gebleven of via het netwerkbeheer is beantwoord.
Aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken of openbare telecommunicatiediensten bewaren de in de bij deze wet behorende bijlage aangewezen gegevens, voorzover deze in het kader van de aangeboden netwerken of diensten worden gegenereerd of verwerkt, ten behoeve van het onderzoeken, opsporen en vervolgen van ernstige misdrijven.
De gegevens, bedoeld in het tweede lid, worden door de aanbieders bewaard gedurende een periode van:
- a. twaalf maanden voor gegevens in verband met telefonie over een vast of mobiel netwerk, bedoeld in de bij deze wet behorende bijlage, onder A, of
- b. zes maanden voor gegevens in verband met internettoegang, e-mail over het internet en internettelefonie, bedoeld in de bij deze wet behorende bijlage, onder B, gerekend vanaf de datum van de communicatie.
De verplichting, bedoeld in het tweede lid, heeft betrekking op gegevens van oproeppogingen zonder resultaat, voorzover deze gegevens door de aanbieders bij het aanbieden van openbare telecommunicatienetwerken of openbare telecommunicatiediensten worden gegenereerd, verwerkt en opgeslagen of gelogd.
Hoofdstuk 13. Bevoegd aftappen
Hoofdstuk 14. Buitengewone omstandigheden
§ 11.2. Nummeridentificatie
Artikel 15.2a
Onze Minister is bevoegd een aanbieder van openbare elektronische communicatienetwerken of -diensten bij ernstig en herhaaldelijk niet-nakomen van de verplichtingen gesteld bij of krachtens de in artikel 15.1, eerste lid, bedoelde bepalingen, wanneer de krachtens artikel 15.2 of 15.4 opgelegde maatregelen tot naleving van de bedoelde verplichtingen hebben gefaald, voor een door Onze Minister te bepalen redelijke termijn te verbieden nog langer elektronische communicatienetwerken of -diensten aan te bieden.
De Autoriteit Consument en Markt is bevoegd een aanbieder van openbare elektronische communicatienetwerken of -diensten bij ernstig en herhaaldelijk niet-nakomen van de verplichtingen gesteld bij of krachtens de in artikel 15.1, derde lid, bedoelde bepalingen, wanneer de krachtens artikel 15.2 of 15.4 opgelegde maatregelen tot naleving van de bedoelde verplichtingen hebben gefaald, voor een door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen redelijke termijn te verbieden nog langer elektronische communicatienetwerken of -diensten aan te bieden.
Een besluit als bedoeld in het eerste of tweede lid, inhoudende een verbod tot het aanbieden van elektronische communicatienetwerken of -diensten voldoet in elk geval aan de volgende eisen:
- a. het verbod is niet in strijd met een of meer doelstellingen als bedoeld in artikel 1.3;
- b. het verbod leidt niet tot het niet na kunnen komen door de onderneming van een bij of krachtens de wet opgelegde leveringsplicht;
- c. het verbod heeft slechts betrekking op het netwerk of de dienst ten aanzien waarvan de in het eerste of tweede lid bedoelde verplichtingen niet zijn nagekomen;
- d. het verbod heeft geen ernstige economische of maatschappelijke problemen tot gevolg voor andere aanbieders van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, een openbare elektronische communicatiedienst of bijbehorende faciliteiten, of voor gebruikers van een openbaar elektronisch communicatienetwerk of een openbare elektronische communicatiedienst.
Van een besluit als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt door Onze Minister, onderscheidenlijk de Autoriteit Consument en Markt, mededeling gedaan in de Staatscourant. Het treedt niet eerder in werking dan twee weken na die mededeling.
§ 11.3. Ontheffing
Hoofdstuk 12. Geschillen
Hoofdstuk 9. Universele dienstverlening
Hoofdstuk 11a. Continuïteit
Artikel 18.19
Vervallen
Artikel 18.20
De Autoriteit Consument en Markt verstrekt na een daartoe strekkend verzoek van de Europese Commissie, van BEREC dan wel van een nationale regelgevende instantie van een andere lidstaat, de gegevens of inlichtingen die de Europese Commissie, respectievelijk BEREC en het Bureau, respectievelijk die nationale regelgevende instantie nodig heeft voor de uitoefening van haar taken uit hoofde van het recht van de Europese Unie mits:
- a. de geheimhouding, voor zover er naar het oordeel van de Autoriteit Consument en Markt sprake is van bedrijfsvertrouwelijke gegevens of inlichtingen, van de gegevens of inlichtingen in voldoende mate is gewaarborgd,
- b. voldoende gewaarborgd is dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze zijn verstrekt, en
- c. het verzoek gegevens of inlichtingen betreft die de Autoriteit Consument en Markt uit hoofde van haar taken en bevoegdheden op grond van deze wet heeft verkregen.
Indien de Autoriteit Consument en Markt van oordeel is dat er sprake is van bedrijfsvertrouwelijke gegevens of inlichtingen, vermeldt de Autoriteit Consument en Markt bij het verstrekken van die gegevens of inlichtingen aan de Europese Commissie, BEREC en het Bureau onderscheidenlijk de nationale regelgevende instantie van een andere lidstaat, uitdrukkelijk en met redenen omkleed dat die informatie niet aan derden ter beschikking mag worden gesteld.
Indien de Autoriteit Consument en Markt aan de Europese Commissie gegevens of inlichtingen verstrekt die de Autoriteit Consument en Markt heeft verkregen van een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, een openbare elektronische communicatiedienst of bijbehorende faciliteiten, stelt de Autoriteit Consument en Markt de betreffende aanbieder daarvan op de hoogte.
Artikel 18.21
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de toepassing van overeenkomstig artikel 39, vierde lid, van richtlijn (EU) 2018/1972 verplicht gestelde normen of specificaties, die gepubliceerd zijn in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Een wijziging van de normen of specificaties, bedoeld in het eerste lid, gaat gelden met ingang van de dag waarop die wijziging in het Publicatieblad van de Europese Unie is gepubliceerd.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing van in het Publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerde normen of specificaties als bedoeld in artikel 39, eerste lid, van richtlijn (EU) 2018/1972 met betrekking tot:
- a. bij die regeling aan te wijzen categorieën van elektronische communicatienetwerken, elektronische communicatiediensten, bijbehorende faciliteiten, of diensten indien het toepassen van die normen of specificaties nodig is voor het waarborgen van eind- tot eindverbindingen of het verbeteren van de keuzevrijheid van gebruikers, of
- b. het gebruik van applicatieprogramma-interfaces indien het toepassen van die normen of specificaties nodig is voor het bevorderen van de toepassing van open applicatieprogramma-interfaces bij het leveren of aanbieden van digitale interactieve televisiediensten.
Artikel 18.22
Een wijziging van richtlijn (EU) 2018/1972 gaat voor de toepassing van de Telecommunicatiewet gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging van die richtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
Onze Minister doet in de Staatscourant mededeling van de titel, de vindplaats en de datum van inwerkingtreding van de roamingverordening en de netneutraliteitsverordening.
Onze Minister doet in de Staatscourant mededeling van de titel, de vindplaats en de datum van inwerkingtreding van de eidas-verordening, alsmede van wijzigingen daarvan.
Hoofdstuk 11a. Continuïteit
Hoofdstuk 19. Overgangsrecht in verband met de implementatie van het Europese geharmoniseerde regelgevende kader voor de elektronische communicatiesector 2002
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 5.11
Rechthebbenden op bomen of beplantingen of de beheerders van de grond waarop de bomen of beplantingen zich bevinden zijn verplicht op schriftelijk verzoek van de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk binnen twee weken de wortels daarvan in te korten, voor zover deze redelijkerwijs hinderlijk zijn of worden voor de instandhouding van kabels ten dienste van het netwerk waardoor de exploitatie van het netwerk in gevaar komt.
In geval van ernstige belemmering of storing van de communicatie kan een aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk onmiddellijk tot het inkorten van wortels overgaan, waarna deze zo spoedig mogelijk hiervan schriftelijk aan de rechthebbende of beheerder kennis geeft, doch niet later dan de dag volgend op de werkzaamheden.
De aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk vergoedt aan de rechthebbende of beheerder de schade voortvloeiend uit het inkorten van wortels.
Hoofdstuk 6. Interoperabiliteit van diensten
Hoofdstuk 6a. Verplichtingen voor ondernemingen die beschikken over een aanmerkelijke marktmacht
§ 6a.1. Vaststellen van aanmerkelijke marktmacht
§ 6a.2. Met toegang verband houdende verplichtingen
§ 5.1. De gedoogplicht
§ 6a.4. Carrierkeuze en carriervoorkeuze op openbare telefoonnetwerken op een vaste locatie
§ 6a.2. Met toegang verband houdende verplichtingen
Hoofdstuk 6. Interoperabiliteit van diensten en vertrouwelijkheid van informatie
Hoofdstuk 5a. Medegebruik voorzieningen en coördinatie van civiele werken
Hoofdstuk 8. Regels met betrekking tot het verspreiden van programma's, systemen voor voorwaardelijke toegang, applicatieprogramma-interfaces en elektronische programmagidsen
§ 6a.6. Verticaal geïntegreerde openbare ondernemingen die beschikken over een economische machtspositie als bedoeld in artikel 82 van het EG-verdrag
§ 5. Grondslag voor nadere regels
Hoofdstuk 6. Interoperabiliteit van diensten en vertrouwelijkheid van informatie
Hoofdstuk 8. Regels met betrekking tot het verspreiden van programma's, systemen voor voorwaardelijke toegang, applicatieprogramma-interfaces en elektronische programmagidsen
Titel 10.1. Algemene bepalingen voor apparaten
Titel 10.2. Bijzondere bepalingen
§ 8.3. Systemen voor voorwaardelijke toegang
§ 6a.1. Vaststellen van aanmerkelijke marktmacht
§ 6a.4. Carrierkeuze en carriervoorkeuze op openbare telefoonnetwerken op een vaste locatie
Hoofdstuk 11. Bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer
§ 6a.2. Met toegang verband houdende verplichtingen
§ 8.1. Verplichtingen in verband met het uitzenden van programma's
§ 8.2. Systemen voor voorwaardelijke toegang, applicatieprogramma-interfaces, elektronische programmagidsen en toegang tot programma-aanbod
§ 11.1. Algemene bepalingen
Hoofdstuk 11. Bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer
§ 8.3. Systemen voor voorwaardelijke toegang
§ 10.1. Europese bepalingen voor uitrusting en radioapparaten
§ 10.1.1. Conformiteiteisen en wederzijdse erkenning van conformiteit
§ 12.2.1. Geschillen tussen marktpartijen
§ 11.3. Ontheffing
Hoofdstuk 13. Bevoegd aftappen
Hoofdstuk 10. Uitrusting en radioapparaten
§ 10.1. Europese bepalingen voor uitrusting en radioapparaten
§ 11.2. Nummeridentificatie
Hoofdstuk 11. Bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer
Hoofdstuk 11a. Continuïteit
Hoofdstuk 13. Bevoegd aftappen en toepassing van andere bevoegdheden op grond van het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 in verband met telecommunicatie
Hoofdstuk 19. Overgangsrecht in verband met de implementatie van het Europese geharmoniseerde regelgevende kader voor de elektronische communicatiesector 2002
Hoofdstuk 11. Bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 13.2b
Aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten voldoen aan een vordering op grond van de artikelen 126hh, 126ii, 126nc tot en met 126ni en 126uc tot en met 126ui van het Wetboek van Strafvordering.
Hoofdstuk 12. Geschillen
Hoofdstuk 13. Bevoegd aftappen
§ 15.1. Algemeen
§ 11.4. Uitzonderingen
Hoofdstuk 13. Bevoegd aftappen en toepassing van andere bevoegdheden op grond van het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 in verband met telecommunicatie
Hoofdstuk 12. Geschillen
Hoofdstuk 20. Algemene overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
§ 8.2. Systemen voor voorwaardelijke toegang, applicatieprogramma-interfaces, elektronische programmagidsen en toegang tot programma-aanbod
Hoofdstuk 12. Geschillen
Hoofdstuk 14. Buitengewone omstandigheden
Hoofdstuk 19. Overgangsrecht in verband met de implementatie van het Europese geharmoniseerde regelgevende kader voor de elektronische communicatiesector 2002
Artikel 20.4a
Uitrusting die voldoet aan de bij of krachtens de Telecommunicatiewet vastgestelde regels met betrekking tot de elektromagnetische compatibiliteit die van kracht waren op 19 juli 2007, mag in afwijking van artikel 10.1 van de Telecommunicatiewet, tot 20 juli 2009 in de handel worden gebracht of worden verhandeld.
Het bepaalde in het eerste lid is slechts van toepassing voorzover de daar bedoelde uitrusting voldoet aan bij of krachtens de Telecommunicatiewet gestelde regels die niet zien op elektromagnetische compatibiliteit.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 3.4a
Indien vergunningen als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, worden verleend volgens de procedure bedoeld in artikel 3.3, vierde lid, onder b, of onder c, kan in het belang van een evenwichtige verdeling van schaarse frequentieruimte, voor bij ministeriële regeling aan te wijzen diensten, bij die regeling de maximale hoeveelheid frequentieruimte worden vastgesteld die een aanvrager bij verlening van bedoelde vergunningen kan verkrijgen.
Indien een aanvrager een onderneming is die rechtstreeks of middellijk een dominerende invloed kan uitoefenen op een andere aanvrager worden zij als één aanvrager aangemerkt.
Indien de andere aanvrager bedoeld in het tweede lid de rechtsvorm van een privaatrechtelijke rechtspersoon heeft, wordt dominerende invloed als bedoeld in het tweede lid vermoed te kunnen worden uitgeoefend wanneer de onderneming rechtstreeks of middellijk:
- a. over de meerderheid van de stemrechten, verbonden aan de door de rechtspersoon uitgegeven aandelen beschikt, of
- b. meer dan de helft van de leden van het bestuur of het toezichthoudend orgaan benoemt.
Dit artikel blijft buiten toepassing als artikel 6.24 van de Mediawet 2008 van toepassing is.
§ 3.2. Toewijzing van frequentieruimte voor publieke taken
§ 3.4. Gebruik van frequentieruimte zonder vergunning
Hoofdstuk 4. Nummerbeleid en nummerbeheer
Hoofdstuk 5. Aanleg, instandhouding en opruiming van kabels
Hoofdstuk 4. Nummerbeleid en nummerbeheer
§ 6a.2. Met toegang verband houdende verplichtingen
§ 6a.6. Verticaal geïntegreerde openbare ondernemingen die beschikken over een economische machtspositie als bedoeld in artikel 82 van het EG-verdrag
§ 6a.3. Verplichtingen op eindgebruikersniveau
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)