Vreemdelingencirculaire 2000 (A)

Type Circulaire
Publication 2026-08-11
Laatst bijgewerkt 2026-08-14
State In force
Source BWB
artikelen 31
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt in het geval van toegangsverlening aan de vreemdeling een visum voor de duur die noodzakelijk is om te vertrekken uit het Schengengebied.

7.3. Weigeren van toegang

De ambtenaar belast met de grensbewaking kruist in het standaardformulier zoals opgenomen in bijlage V, deel B, SGC en als model M17 overgenomen als bijlage van de Vc, de redenen aan op grond waarvan de toegang wordt geweigerd aan een vreemdeling uit een derde land die wil inreizen. De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt op het model M17 melding van:

7.3.3. Gevaar voor de volksgezondheid

De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling de toegang als de ziekte:

9. Verplichtingen voor vervoerders

De schriftelijke toegangsweigering is een besluit waartegen de vreemdeling administratief beroep kan instellen bij de IND. De ambtenaar belast met de grensbewaking reikt aan de vreemdeling naast het model M17, M17A of M18 ook een folder ‘Rechtsmiddelen’ uit.

De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de aanvraag om een visum uitsluitend wanneer de vreemdeling overtuigend heeft aangetoond dat de aanvrager een familie- of een gezinslid is in de zin van artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid Vb:

9. Verplichtingen voor vervoerders

De Nederlandse overheid is bevoegd de vervoerder aanwijzingen te geven om extra voorzorgsmaatregelen te nemen voor de controle voorafgaand aan het vertrek bij vervoer dat als risicodragend wordt aangemerkt. Deze aanwijzingen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het aanpassen van de wijze van controle (extra controle voor het instappen) of het gebruik van technische hulpmiddelen.

De vreemdeling aan wie de toegang is geweigerd moet zich tot op het tijdstip van uitvoering van de terugbrenging ophouden in de hem daartoe door de ambtenaar belast met de grensbewaking aangewezen ruimte, die kan worden afgesloten of op andere wijze kan worden verzekerd tegen ongeoorloofd vertrek daaruit.

De DTenV verhaalt de met de verwijdering gepaard gaande kosten op de vervoerder nadat de vreemdeling rechtmatig verwijderbaar is geworden, en de ambtenaar belast met de grensbewaking de vervoerder de aanwijzing heeft gegeven de vreemdeling terug te vervoeren naar een plaats buiten Nederland.

Nadat een vreemdeling is terugvervoerd door een vervoerder, leveren alle overheidsinstanties de DTenV een overzicht aan van de kosten die zij met betrekking tot de betreffende vreemdeling hebben gemaakt. De overheidsinstanties doen dit aan de hand van de tarievenlijst zoals opgenomen in bijlage 22 van het VV. Deze gestandaardiseerde tarieven betreffen de kosten van uitzetting en de kosten van verblijf die de overheid maakt met betrekking tot vreemdelingen aan wie de toegang tot Nederland is geweigerd. De tarieven zijn gebaseerd op de werkelijk gemaakte kosten van de diverse overheidsinstanties. De DTenV stuurt de vervoerder een rekening die de kosten omvat die door de diverse overheidsinstanties zijn gemaakt.

De terugvoerplicht en de geldende procedure rondom het verhalen van kosten staan beschreven op www.terugvoerplicht.nl.

1. Inleiding

2.1. Staande houden ter vaststelling identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie

4. Rechtsbijstand

De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen raadpleegt de gegevens over de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van de staande gehouden persoon in de BVV, als deze gegevens niet vastgesteld kunnen worden aan de hand van een document zoals omschreven onder artikel 4.21 Vb. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen beoordeelt op basis van de gegevens in de BVV of een terugkeerbesluit moet worden genomen tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft. Het terugkeerbesluit wordt opgelegd met het model M107-A.

Als de gegevens van de staande gehouden persoon niet voorkomen in de BVV raadpleegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de opgegeven nationaliteit van de staande gehouden persoon in de BRP.

De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen onderzoekt de verblijfsstatus van de staande gehouden persoon die niet de Nederlandse nationaliteit heeft of als een verblijfsstatus die in de BVV gevonden is om nader onderzoek vraagt.

2.4. Overname uit strafrecht

4. Rechtsbijstand

De ambtenaar als bedoeld in artikel 5.1 VV neemt aan dat er geen sprake is van rechtmatig verblijf als aanwijzingen daarvoor ontbreken.

Als het bewijsmiddel waaruit het rechtmatig verblijf blijkt van een vreemdeling wordt vermist, verloren is gegaan of ondeugdelijk is geworden voor identificatie, moet de vreemdeling hiervan aangifte doen bij de Korpschef. De Korpschef zendt een afschrift van het proces-verbaal van de aangifte aan de IND. De IND draagt zorg dat het nummer van het betreffende bewijsmiddel wordt opgenomen in het Verificatie- en Informatiesysteem van DLOS en de IND signaleert het bewijsmiddel in het (N)SIS voor de duur van tien jaar.

12.2. Algemeen

De IND zorgt voor (aanpassing van) de signalering in SIS.

De IND wist de signalering inzake terugkeer op grond van artikel 8 Vo (EU) 2018/1860 direct na de informatie-uitwisseling bij inreis. Als er sprake is van een inreisverbod wordt direct een signalering met het oog op weigering van toegang en verblijf ingevoerd in SIS.

De signalering van een vreemdeling in E&S of het SIS vangt aan op:

tenzij de vreemdeling op andere wijze van deze wijziging op de hoogte is gesteld.

Als aan de vreemdeling, na eerdergenoemde raadplegingsprocedure, een verblijfsvergunning wordt verleend, stelt de IND de signalerende lidstaat hiervan in kennis. De signalerende lidstaat wist vervolgens de signalering inzake terugkeer of met het oog op weigering van toegang en verblijf.

De IND signaleert de vreemdeling in SIS inzake terugkeer als:

De vreemdeling kan de bijzondere aanwijzing worden gegeven dat hij zich moet onthouden van activiteiten of uitlatingen die een gevaar opleveren voor een van de drie genoemde situaties.

Een terugkeerbesluit kan enkel voor een onderdaan van een derde land worden genomen.

De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking en AVIM onthouden of verkorten een vertrektermijn aan de hand van de in artikel 62, tweede lid, onder a, b en c, Vw opgenomen gronden, tenzij er redenen zijn om conform paragraaf A3/3.5 of A3/3.7 Vc desondanks een (volledige) vertrektermijn te gunnen.

In hoofdstuk drie zijn beleidsregels opgenomen over onder meer het vertrek en de uitzetting van de vreemdeling. Deze regels zijn deels ook van toepassing op EU-/EER onderdanen en Zwitserse onderdanen, evenals de familieleden als bedoeld in artikel 8.7, tweede en derde, Vb en de vreemdelingen als bedoeld in artikel 8.7, vierde lid, Vb, die geen rechtmatig verblijf (meer) hebben.

De IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking en AVIM onthouden of verkorten een vertrektermijn aan de hand van de inartikel 62, tweede lid, onder a, b en c, Vw opgenomen gronden, tenzij er redenen zijn om conform paragraaf A3/3.5 of A3/3.7 Vc desondanks een (volledige) vertrektermijn te gunnen.

Bij het onthouden van een vertrektermijn op deze grond kan worden verwezen naar de motivering uit het besluit waarin de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel kennelijk ongegrond is verklaard.

Bij de beoordeling of de vreemdeling een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving betrekt de IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM alle relevante feiten en omstandigheden, waaronder in ieder geval:

Een vreemdeling komt ook niet in aanmerking voor het REAN-programma als hij de afgelopen vijf jaar de EU heeft verlaten, zelfstandig of gedwongen, met ondersteuning van DTenV, Frontex, of de IOM.

In de onder c genoemde vier situaties mag wel tot uitzetting worden overgegaan als het OM of het CJIB hiertegen binnen drie werkdagen geen bezwaar maakt.

Om in aanmerking te kunnen komen voor ondersteuning onder het remigratiebeleid, moet de vreemdeling aan alle volgende voorwaarden voldoen:

Met name als de vreemdeling kort vóór de geplande uitzetting of overdracht aangeeft een verblijfsaanvraag regulier te willen indienen, kan de IND op grond van de uitzonderingen als genoemd in artikel 3.1, Vb, en bij een herhaalde verblijfsaanvraag asiel op grond van de uitzonderingen als genoemd in artikel 56 van de Procedureverordening, besluiten dat uitzetting of overdracht toch doorgang kan vinden.

Als de politie constateert dat de vreemdeling niet langer op zijn woonadres verblijft waardoor uitzetting niet mogelijk is, meldt de politie aan de IND en de DTenV het vertrek van de vreemdeling. De politie vergezelt deze melding met een voorstel tot signalering aan de IND. De IND moet nagaan of de vreemdeling ondertussen rechtmatig verblijf heeft gekregen.

De IND kan uitstel van vertrek verlenen op grond van artikel 64 Vw als:

De vreemdeling die meent op grond van vorenstaande in aanmerking te komen voor opvang, richt zich met dat verzoek tot het COA.

Bij zwangerschap van een vreemdeling blijft de uitzetting per vliegtuig achterwege gedurende de periode van zes weken voor tot zes weken na de bevalling. De vreemdeling overlegt een verklaring van een arts of verloskundige waaruit de vermoedelijke bevallingsdatum blijkt. Deze periode van zes weken start vanaf zes weken voor de vermoedelijke datum van de bevalling zoals deze uit de verklaring van de arts of verloskundige blijkt.

Voor wie is dit formulier?

Artikel 2 – alternatief

In dat geval is er niet langer een reisbeletsel op grond van artikel 64 Vw.

Wanneer de vreemdeling of een gezinslid wordt overgedragen op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening of aan een bij die verordening aangesloten staat waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten, verleent de IND geen uitstel van vertrek. De DTenV beoordeelt of overdracht kan plaatsvinden. Zie paragraaf A3/7.4.2. Vc.

Hoe verloopt de procedure?

B. Afwijzing

De IND wijst een aanvraag op grond van artikel 64 Vw niet af onder verwijzing naar een inreisverbod als:

De IND past in dat geval artikel 64 Vw niet toe, maar kan wel overgaan tot analoge toepassing van artikel 64 Vw. De gezondheidstoestand van de vreemdeling kan bij analoge toepassing aanleiding zijn om tijdelijk de vreemdeling niet uit te zetten. Uitzetting blijft in dat geval achterwege zonder dat sprake is van rechtmatig verblijf. Het zware inreisverbod behoudt onverminderd zijn werking. De IND maakt in deze situatie geen aantekening in het document voor grensoverschrijding.

Paragraaf A3/7.3.1 Vc is van toepassing met betrekking tot het plaatsen van een verblijfssticker dan wel het verstrekken van een brief of W2-document.

Overwegingen:

In de niet-versnelde procedure kan in afwachting van definitieve besluitvorming uitstel van vertrek worden verleend op grond van artikel 64 Vw, als de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen en de intentie bestaat om BMA-onderzoek op te starten, dan wel reeds opgestart is, in het kader van artikel 64 Vw na ontvangst van de bewijsmiddelen en -stukken.

De vreemdeling wordt op het moment van afwijzen van de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel een toestemmingsverklaring toegezonden en erop gewezen dat de uitzetting achterwege blijft op grond van artikel 64 Vw, voor een periode van zes maanden of zoveel korter totdat een ambtshalve besluit wordt genomen.

De au pair en het gastgezin komen derhalve het volgende overeen:

Artikel 1 – weekindeling

Bij zwangerschap van een vreemdeling blijft de uitzetting per vliegtuig achterwege gedurende de periode van zes weken voor tot zes weken na de bevalling. Dit is de periode van zes weken vanaf de eerste dag dat de vermoedelijke datum van de bevalling uit een verklaring van een arts of verloskundige blijkt. De vreemdeling moet deze verklaring van een arts of verloskundige aan de IND verstrekken.

Artikel 3 – culturele uitwisseling

Wanneer de vreemdeling of een gezinslid wordt overgedragen op grond van de Asiel- en migratiebeheerverordening of aan een bij die verordening aangesloten staat waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten, verleent de IND geen uitstel van vertrek. De DTenV beoordeelt of overdracht kan plaatsvinden, waarbij overdracht niet per definitie per vliegtuig plaatsvindt. Zie paragraaf A3/7.4.2. Vc.

Hoe vult u dit formulier in?

Hoe vult u dit formulier in?

In het geval dat een solvabele derde zich garant stelt voor meer dan één persoon, mag de ambtenaar belast met de grensbewaking aanvullende voorwaarden stellen. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag verlangen dat de solvabele derde een bankgarantie ter hoogte van het lijnvluchttarief KLM en/of meerdere gescheiden garantverklaringen overlegt. De solvabele derde moet zelfstandig en duurzaam over voldoende middelen van bestaan beschikken voor elke aanvullend aangedragen vreemdeling voor wie de solvabele derde zich garant wil stellen.

De Minister van BuZa of de ambtenaar belast met de grensbewaking mag een aanvraag voor een visum kort verblijf afwijzen als een solvabele derde zich al eerder garant heeft gesteld voor een vreemdeling die een visum heeft aangevraagd en hij niet of onvoldoende aannemelijk maakt dat deze vreemdeling tijdig is teruggekeerd naar het land van herkomst of een land waar de toelating van de vreemdeling is gewaarborgd.

De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt de Nederlandse nationaliteit aan op grond van de Rwn (Stb. 1984, 628) of van de Toescheidingsovereenkomst Nederland-Suriname en in ieder geval op grond van de volgende documenten:

De ambtenaar belast met de grensbewaking is bevoegd een persoon die stelt Nederlander te zijn, te verplichten op grond van artikel 4.7 Vb om zijn Nederlanderschap aannemelijk te maken. De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de gemeente waar de persoon zegt te zijn ingeschreven met een adres in de BRP, om de nationaliteit vast te stellen.

De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt de Nederlandse nationaliteit aan op grond van de Rwn (Stb. 1984, 628) of van de Toescheidingsovereenkomst Nederland-Suriname en in ieder geval op grond van de volgende documenten:

Een vreemdeling op wie de wet van 9 september 1976 (Stb. 468) betreffende de positie van Molukkers van toepassing is, wordt als Nederlander behandeld en is geen vreemdeling in de zin van de Vw (zie ook artikel 1 Vw).

Voor de verkrijging van een behandeling als Nederlander en een beschrijving van de bewijsmiddelen, waarmee Molukkers de behandeling als Nederlander moeten aantonen, wordt verwezen naar de Handleiding voor de toepassing van de Rwn.

In alle gevallen dient het om een bestaande duurzame relatie te gaan.

In de Paspoortuitvoeringsregeling Koninklijke Marechaussee van 7 september 2001 is vastgelegd in welke gevallen een document voor grensoverschrijding van Nederlanders vervallen wordt verklaard of wordt ingehouden.

Als de vreemdeling niet overtuigend kan aantonen dat hij behoort tot de hiervoor genoemde categorieën, dan geldt het reguliere visumbeleid.

De visumplichtige vreemdeling moet, om in aanmerking te komen voor de toepassing van de gunstigere regels met betrekking tot de aanvraag en afgifte van visa, met bewijsmiddelen aantonen dat hij:

Wanneer de vreemdeling overtuigend heeft aangetoond dat de aanvrager een familie- of een gezinslid is in de zin van artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, Vb, mag de ambtenaar belast met de grensbewaking de afgifte van een visum uitsluitend weigeren:

De gronden genoemd in artikel 8.8, eerste lid, Vb worden als volgt uitgelegd.

Het gaat hier om potentieel epidemische ziekten zoals gedefinieerd in de publicaties van de Wereldgezondheidsorganisatie, en andere infectieziekten of besmettelijke parasitaire ziekten, voor zover in Nederland beschermende regelingen zijn getroffen ten aanzien van de eigen onderdanen. Op www.rijksoverheid.nl worden de laatste ontwikkelingen over infectieziekten bijgehouden.

De vreemdeling moet bij de eerdere verwijdering om redenen van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid aangemerkt zijn als een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid. De vreemdeling die eerder om redenen van de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is verwijderd mag na verloop van een redelijke termijn, en in ieder geval na drie jaar gerekend vanaf zijn vertrek, een aanvraag indienen om opheffing van het eerdere besluit om hem uit Nederland te verwijderen.

De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang aan een vreemdeling aan wie als adoptiekind, adoptiefkind dan wel als pleegkind een mvv is afgegeven. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet de IND raadplegen als geen mvv voor verblijf als adoptiekind, adoptiefkind dan wel als pleegkind is verleend.

4.3.3.1. Schengenvisa

5.2. Kosten van visa

4.2.4. Signalering ter fine van weigering

De IND beheert het model van de aanvraag om een terugkeervisum, en ook de modellen van de beschikkingen tot afwijzing van deze aanvraag. De Hoofddirecteur van de IND stelt op grond van het basismodel aantekeningensticker het model voor het terugkeervisum vast (zie bijlage 7 VV en de website van de IND).

Een vreemdeling die over een geldig reisdocument beschikt en daarbij over een afzonderlijk verblijfsdocument als bedoeld in bijlage 7 VV, of een door het ministerie van Buitenlandse Zaken afgegeven geprivilegieerdendocument, behoeft voor de terugkeer naar Nederland niet te beschikken over een terugkeervisum. De IND verleent in deze gevallen aan de vreemdeling enkel een terugkeervisum indien hij kan aantonen dit nodig te hebben voor de reis door of naar een land gelegen buiten het Schengengebied.

De vreemdeling mag zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland vestigen.

Aan een vreemdeling die gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is geen verblijf tijdens de vrije termijn toegestaan. Onder gevaar voor de openbare orde zijn mede begrepen gevaar voor de openbare rust, de goede zeden en de internationale betrekkingen. Voor een toelichting op deze voorwaarde wordt verwezen naar A1/3 Vc.

De Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging mag een mvv-verklaring, in de vorm van een voorbedrukt formulier, in de plaats stellen van de mvv die in het geldige document voor grensoverschrijding wordt geplaatst. De houder van de mvv-verklaring moet altijd in het bezit zijn van het in de mvv-verklaring aangegeven geldige document voor grensoverschrijding.

De IND verlengt op grond van artikel 3.3, eerste lid, onder c, Vb de vrije termijn van niet-visumplichtige vreemdelingen in geval van bijzondere omstandigheden tot maximaal zes maanden (180 dagen). De vreemdeling moet bij het verzoek om verlenging van de vrije termijn een beroep doen op tenminste één van de volgende situaties:

7.1. Controle

6.7. Adoptie- en pleegkinderen

7. Toezicht aan de buitengrens

7.1. Controle

4.3.4. Verplichting tot aanmelding

6.9.1.3. Controle van personen reizend op een collectief paspoort of lijst

De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt in het geval van toegangsverlening aan de vreemdeling op grond van de Clausuleregeling een afzonderlijke verklaring aan de vreemdeling (Model 21A).

Het hoofd van de grensdoorlaatpost moet in alle gevallen waarin een zieke zeeman in het bezit wordt gesteld van een bijzonder doorlaatbewijs, de eenheidsleiding van de politieregio waaronder de gemeente valt waarin het ziekenhuis staat, schriftelijk informeren. Het hoofd van de grensdoorlaatpost moet de maatregelen treffen die in A1/7.3 Vc zijn opgenomen als de zieke zeeman lijdt aan een ziekte die een gevaar voor de volksgezondheid kan opleveren.

De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een faxbericht aan de meldcentrale rechtsbijstand als een geweigerde vreemdeling om een raadsman verzoekt. De vreemdeling moet het administratief beroepschrift binnen vier weken indienen bij de IND. De vreemdeling mag de behandeling van het administratief beroepschrift niet in Nederland afwachten. De vreemdeling moet Nederland op grond van artikel 5, eerste lid, Vw onmiddellijk verlaten, tenzij er sprake is van een eerste verzoek om een voorlopige voorziening.

De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang aan iedere vreemdeling die niet aan de toegangsvoorwaarden voldoet. De ambtenaar voegt een notitie van de toegangsweigering toe aan het persoonlijke dossier van de vreemdeling in EES en stelt een formulier M17 op, tenzij de vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel indient. De weigering van toegang is een met redenen omklede beslissing:

Op de grensdoorlaatposten op de luchthaven Schiphol:

Op een buiten de luchthaven Schiphol gelegen grensdoorlaatpost:

De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt bij twijfel contact op met de IND over het al dan niet uitstellen van de weigering tot toegang, als de ambtenaar belast met de grensbewaking concludeert dat het weigeren van toegang mogelijk leidt tot het schaden van een wezenlijk humanitair belang of het ondergaan van grensdetentie onevenredig bezwarend wordt geacht.

7.4. Ondersteuning van doorgeleiding via Nederland bij verwijdering door de lucht

De Nederlandse overheid is bevoegd de vervoerder aanwijzingen te geven om extra voorzorgsmaatregelen te nemen voor de controle voorafgaand aan het vertrek bij vervoer dat als risicodragend wordt aangemerkt. Deze aanwijzingen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het aanpassen van de wijze van controle (extra controle voor het instappen) of het gebruik van technische hulpmiddelen.

Het uitstellen van het besluit over de toegang tot Nederland is aan te merken als een voorbereidingshandeling als bedoeld in artikel 6:3 van de Awb. Het betreft dan ook geen besluit waartegen afzonderlijk rechtsmiddelen kunnen worden aangewend. Indien de vreemdeling wil opkomen tegen de toepassing van de asielgrensprocedure, kan dit, indien de klacht samenhangt met de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, derde lid, Vw naar voren worden gebracht in het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel. Indien de klacht samenhangt met de behandeling dan wel de uitkomst van de asielaanvraag, kan deze naar voren worden gebracht bij het beroep tegen het besluit tot afwijzing van die aanvraag.

De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt het visum gratis in het geval dat hij een familie- of gezinslid als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, Vb aan de grens aantreft en hij de vreemdeling verzoekt om een visum aan te vragen om de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland te begeleiden of zich bij die onderdaan te voegen.

Voor een werkzoekende zeeman mag het zeemansboekje niet in de plaats van het paspoort treden om te voldoen aan de voorwaarde dat de vreemdeling in het bezit moet zijn van een geldig document voor grensoverschrijding.

8. Bijzondere categorieën

Als aan alle overige voorwaarden voor toegang wordt voldaan mag het hoofd van de grensdoorlaatpost aan een werkzoekende zeeman aan de grens een visum met een geldigheid van maximaal vijftien dagen afgeven als in het geldig document voor grensoverschrijding het benodigde visum ontbreekt. Indien nodig mag de vreemdeling in uitzonderlijke gevallen na afloop van de termijn van vijftien dagen een verlenging van de geldigheidsduur van het visum vragen bij de Visadienst of voor zover het een in de eenheid Rotterdam verblijvende zeeman betreft bij de ZHP.

Deze beleidsregels gelden ook als de vreemdeling niet werkzaam is op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat maar bij een bedrijf dat ondersteunend werkt voor die mijnbouwinstallatie (bijvoorbeeld de zogenaamde ‘suppliers’).

De autoriteiten van het land waar een staatloze is toegelaten stelt de vreemdeling in de regel in het bezit van een vreemdelingenpaspoort.

De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft de vervoerder een nieuwe aanwijzing om de vreemdeling zonder kostenvergoeding terug te voeren naar een plaats buiten Nederland (zie model M30 en het voor de luchtvaart soortgelijke model als bedoeld in Hoofdstuk 5 van Annex 9 bij het Verdrag van Chicago) als de vreemdeling eerder op grond van artikel 65 Vw is verwijderd.

2.2. Staandehouding van vreemdelingen met rechtmatig verblijf

In artikel 4.21 Vb worden de bewijsmiddelen genoemd waarmee personen zich in Nederland op grond van artikel 50, eerste lid, Vw kunnen identificeren. Het visum waarvan sprake is in artikel 4.21, eerste lid, onder e, Vb moet een geldig visum zijn.

Het onderzoeken van kleding of zaken van de opgehouden persoon of het onderzoek verrichten aan het lichaam mag alleen als aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:

De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet ten behoeve van de vaststelling van de identiteit van de opgehouden persoon alle volgende handelingen verrichten:

De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen neemt contact op met het Nationaal Coördinatiecentrum Eurosur, als de vreemdeling stelt in het bezit te zijn van een verblijfsvergunning uit een andere lidstaat van de Europese Unie, Europese Economische Ruimte of uit Zwitserland, om dit te verifiëren.

De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet de gegevens in de BVV en EES raadplegen om te beoordelen of een terugkeerbesluit moet worden genomen (model M107-A) tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft.

Als de vreemdeling stelt minderjarig te zijn maar dit niet met bewijsmiddelen kan onderbouwen, kan de ambtenaar belast met de grensbewaking, dan wel de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen, een leeftijdsindicatie uitvoeren.

De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen heeft het recht om een geldig document voor grensoverschrijding of een identiteitspapier van een persoon in ieder geval in de volgende situaties in te nemen:

12.5. Signaleringen en verblijfstitels/verblijfsaanvragen

12.5.2. Hit aan de buitengrens bij inreis

12. Signaleringen

12.1. Inleiding

12.4.2. Handelingen na aantreffen vreemdeling aan Nederlandse buitengrens bij uitreis of in het binnenlands toezicht en die door een andere lidstaat is gesignaleerd

12.6. Aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd

12.6. Invoeren van signaleringen in het SIS of E&S

12.8.2. Verzoek opheffing van signalering in het OPS

Het E&S is een informatiesysteem van de Nederlandse politie. In het E&S staan o.a. vreemdelingenrechtelijke signaleringen. Welke signaleringen dit zijn staat in A2/12.6 Vc.

In het E&S worden signaleringen opgenomen volgens het Nederlandse vreemdelingenrecht die niet in het SIS mogen worden opgenomen. Ook worden signaleringen in het E&S opgenomen, die nog niet in het SIS kunnen worden opgenomen. De vreemdeling wordt dan gesignaleerd ter fine van weigering van toegang tot Nederland.

De IND is verantwoordelijk voor de invoering van bovengenoemde signaleringen in E&S.

De signalering in SIS en E&S vanwege een inreisverbod, ongewenstverklaring of besluit in de zin van artikel 24, eerste lid, onder a, Vo (EU) 2018/1861 wordt beëindigd als de duur van de betreffende maatregel is verstreken of als de maatregel wordt opgeheven.

In het E&S staan o.a. vreemdelingenrechtelijke signaleringen, zoals:

Onderdanen van een lidstaat en diens familie- of gezinsleden in de zin van richtlijn 2004/38/EG (het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie van burgers van de Unie en hun familieleden), worden niet gesignaleerd in SIS inzake terugkeer of met het oog op weigering van toegang en verblijf.

De signalerende lidstaat wist op grond van artikel 14 Vo (EU) 2018/1860 een signalering inzake terugkeer van een persoon die het staatsburgerschap heeft verkregen van een van de lidstaten, zodra de signalerende lidstaat er kennis van krijgt dat de betrokken persoon het staatsburgerschap heeft verkregen.

Als een aanvraag om een verblijfsdocument of een verzoek om inschrijving EU bij de IND op grond van artikel 8, aanhef en onder e, Vw wordt ingediend, worden onder andere de systemen SIS en E&S geraadpleegd. Als de vreemdeling is gesignaleerd inzake terugkeer of met het oog op weigering toegang en verblijf en de aanvraag wordt ingewilligd of het verzoek wordt toegekend, dan overlegt de IND met de signalerende lidstaat en verzoekt de IND de signalering te wissen.

Als er een hit is van een familie- of gezinslid in de zin van richtlijn 2004/38/EG, neemt de IND op grond van artikel 26, tweede lid, Vo (EU) 2018/1861 contact op met de signalerende lidstaat om te bepalen welke actie moet worden ondernomen.

Bij een hit van een familielid van een onderdaan van een lidstaat die de IND in het SIS heeft gesignaleerd met het oog op weigering toegang en verblijf, overlegt de lidstaat, die de hit vaststelt, met de IND op grond van artikel 26 Vo (EU) 2018/1861. Als de IND de signalering wist, overweegt de IND of er redenen zijn om het familielid in E&S te signaleren.

de volgende handelingen:

Het Bureau SIRENE verricht vervolgens de volgende handelingen:

De gegevens die een lidstaat bij een signalering in ieder geval in SIS moet invoeren staan vermeld in artikel 4 van Vo (EU) 2018/1860.

Daarnaast stuurt de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen voor de signalering de volgende documenten mee:

6. Uitzetting

De procedure zoals hierboven beschreven wordt op grond van artikel 12 Vo (EU) 2018/1860 of artikel 30 Vo 2018/1861 geïnitieerd door een derde lidstaat als die lidstaat vaststelt dat de vreemdeling in het bezit is van een door Nederland afgegeven verblijfsvergunning en de vreemdeling door een andere lidstaat is gesignaleerd.

Een terugkeerbesluit is een besluit waarin wordt vastgesteld dat de vreemdeling geen rechtmatig verblijf (meer) heeft in Nederland en waaruit de plicht blijkt om de lidstaten van de EU (met uitzondering van Ierland) aangevuld met Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein (hierna: lidstaten) te verlaten binnen de daarvoor genoemde termijn naar het land van terugkeer.

Deze paragraaf gaat over de raadpleging bij een hit als Nederland niet betrokken is bij de signalering of verblijfsverlening, maar de vreemdeling wel door Nederland wordt aangetroffen.

De ambtenaar belast met de grensbewaking of het toezicht op vreemdelingen verricht bij een vreemdeling die:

de volgende handeling:

Op basis van artikel 53 Vo (EU) 2018/1861 en artikel 19 Vo (EU) 2018/1860 heeft een vreemdeling het recht op inzage in zijn gegevens, correctie van onjuiste gegevens en het wissen van onrechtmatig opgeslagen gegevens in het SIS, behoudens de in het tweede en derde lid genoemde beperkingen.

Als een vreemdeling te kennen geeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel te willen indienen en in het SIS of E&S gesignaleerd staat, verricht de ambtenaar belast met grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen alle volgende handelingen:

Als sprake is van een claim op basis van de Verordening (EU) nr. 2024/1351 (Asiel- en migratiebeheerverordening) neemt het verantwoordelijke land de behandeling van de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel over en blijft de SIS-signalering voorlopig gehandhaafd. De lidstaat die de vreemdeling heeft gesignaleerd neemt de beslissing over het handhaven of laten vervallen van de signalering.

Nationale Politie,

De IND wist een door Nederland in het SIS ingevoerde signalering inzake terugkeer als de vreemdeling is uitgereisd uit het grondgebied van de lidstaten en zijn vertrek bij de IND bekend is. Een door Nederland in het SIS ingevoerde signalering met het oog op weigering toegang en verblijf wordt gewist als de duur van het opgelegde inreisverbod is verstreken en zijn vertrek bij de IND bekend is; zie ook paragraaf A4/2.5.6 Vc.

De IND, KMar, AVIM of Zeehavenpolitie neemt een aanvullend terugkeerbesluit als:

De IND neemt een terugkeerbesluit:

inreisverbod aan een vreemdeling oplegt zonder dat er een aanvraag is ingediend.

De KMar, AVIM of Zeehavenpolitie neemt een terugkeerbesluit als na onderzoek is gebleken dat de vreemdeling niet rechtmatig in Nederland is en zowel Nederland als de lidstaten moet verlaten. Zie paragraaf A3/2 Vc in het geval de vreemdeling verblijfsrecht heeft in een andere lidstaat.

Het vertrek uit Nederland houdt op grond van de Terugkeerrichtlijn ook het vertrek in uit de andere lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland.

Een vreemdeling kan een verzoek voor verlenging van de vrijwillige vertrektermijn uitsluitend op een van de volgende manieren indienen:

Om het besluit over de verlenging te nemen, stelt de IND de vreemdeling in de gelegenheid om feiten en omstandigheden naar voren te brengen die aan het verzoek ten grondslag liggen. De IND biedt geen afzonderlijk herstel verzuim en geeft onmiddellijk een beschikking.

De DTenV meldt de KMar of ZHP door middel van Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld, voorafgaand aan de uitzetting alle feiten en bijzonderheden die van belang kunnen zijn voor de veiligheid tijdens de uitzetting of de veiligheid van de ambtenaren belast met de begeleiding tijdens de vlucht. De DTenV kan de KMar op basis van gedragsaspecten verzoeken om begeleiding van de vreemdeling tijdens de vlucht.

Een uitzondering op de definitie van gezinsleden volgt als er sprake is van het achterwege laten van de uitzetting van een minderjarig kind. Als gezinsleden worden dan aangemerkt:

Voor de wijze waarop de familierechtelijke relatie en het feitelijke behoren tot het gezin wordt aangetoond, wordt verwezen naar paragraaf C5/1.3 en C5/1.4 Vc. In het kader van deze regeling hoeven officiële bewijsmiddelen waarmee de familierechtelijke relatie wordt aangetoond, niet gelegaliseerd te zijn door de Minister van Buitenlandse Zaken.

De vreemdeling krijgt uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw, als sprake is van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen.

De vreemdeling krijgt uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw, als sprake is van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM om medische redenen.

De IND concludeert dat de medische behandeling niet in het land van herkomst (of een ander land waar de vreemdeling naar kan vertrekken) beschikbaar is als, in één van de volgende gevallen:

7.1.6. Mantelzorg

7.2.6. Raadplegen BMA

7.1.5. Feitelijke toegankelijkheid tot de medische zorg

7.3.2.1. Tijdens beoordeling aanvraag om uitstel vertrek

7.3. Verlening uitstel vertrek op grond van artikel 64 Vw

De au pair en het gastgezin komen derhalve het volgende overeen:

Artikel 2 – alternatief

Voor wie is dit formulier?

Hoe vult u dit formulier in?

Voor wie is dit formulier?

Wilt u meer informatie?

Een vreemdeling die een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw indient terwijl hij in bewaring verblijft, komt niet in aanmerking voor toepassing van het beleid zoals neergelegd in paragraaf A3/7.3.2 Vc.

Wilt u meer informatie?

De IND past artikel 64 niet toe als de vreemdeling afkomstig is uit een lidstaat van de Europese Unie. In dat geval gaat de IND er vanuit dat de medische voorzieningen in de betrokken lidstaat beschikbaar en toegankelijk zijn. De vreemdeling kan dit weerleggen door met bewijsmiddelen aannemelijk te maken dat dit uitgangspunt in zijn geval niet opgaat. Die bewijsmiddelen moeten bij het indienen van de aanvraag worden overgelegd.

De vreemdeling mag de behandeling van een eerste, tijdig ingediend verzoek om een voorlopige voorziening in beginsel in Nederland afwachten. Een verzoek om een voorlopige voorziening moet binnen 24 uur na bekendmaking van het besluit zijn ingediend. Het indienen van het verzoek om een voorlopige voorziening levert geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 Vw op en betekent evenmin dat de vreemdeling aanspraak maakt op de verstrekkingen ingevolge de Rva.

De vreemdeling mag de behandeling van een eerste, tijdig ingediend verzoek om een voorlopige voorziening in beginsel in Nederland afwachten. Een verzoek om een voorlopige voorziening moet binnen 24 uur na bekendmaking van het besluit zijn ingediend. Het indienen van het verzoek om een voorlopige voorziening levert geen rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 Vw op en betekent evenmin dat de vreemdeling aanspraak maakt op de verstrekkingen ingevolge de Rva.

De vreemdeling mag de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening niet in Nederland afwachten als sprake is van tenminste één van de volgende situaties:

Model M3

Vervallen

Model M4

Vervallen

Model M5-A. Aanvraag om verlenging van de geldigheidsduur van een visum dan wel om omzetting van een enkelvoudig visum in een meervoudig visum

Model M1

Vervallen

Model M2-A. Schengenvisumsticker 2001

Vervallen

Een terugkeerbesluit kan enkel tegen een onderdaan van een derde land worden uitgebracht.

Voor de termijnen die gelden wordt verwezen naar paragraaf A3/3 Vc.

Een terugkeerbesluit bevat de volgende elementen:

Voor zover sprake is van een verdenking van het plegen van een misdrijf wint de IND, de ambtenaar belast met de grensbewaking of AVIM informatie in bij de politie of het OM over de gegrondheid van die verdenking waarbij in ieder geval wordt betrokken of er sprake is van een redelijk vermoeden van schuld.

De IND bepaalt dat de vreemdeling Nederland (en de andere lidstaten van de EU (zonder Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland) onmiddellijk moet verlaten als de aanvraag is afgewezen omdat artikel 1F van toepassing is of omdat de vreemdeling een gevaar vormt voor de nationale veiligheid.

Als er geen bezwaar is tegen het vrijwillig vertrek zal de vreemdeling door de IOM worden geïnformeerd dat hij via het REAN-programma mag vertrekken. DTenV kan intussen doorgaan met de voorbereidingen voor een eventueel gedwongen vertrek, mocht de vreemdeling uiteindelijk toch niet met de IOM vertrekken.

Het algemene uitgangspunt is dat binnen 1 maand na aanvraag de uitreis plaatsvindt. Mocht het om zwaarwegende redenen noodzakelijk zijn om van deze periode af te wijken dan kan de DTenV hiertoe besluiten.

De invoering van de Vreemdelingenwet 2000, het daarbij behorende Vreemdelingenbesluit 2000en het Voorschrift Vreemdelingen 2000op 1 april 2001 hebben geleid tot het opstellen van de Vreemdelingencirculaire 2000. De Vreemdelingencirculaire 2000 is vastgesteld bij beschikking van de toenmalige Staatssecretaris van Justitie en verving op bovengenoemde datum de Vreemdelingencirculaire 1994. De Vreemdelingencirculaire 2000 is in 2006 geheel herzien.

In dit hoofdstuk zijn beleidsregels opgenomen als aanvulling op of een uitwerking van:

In dit hoofdstuk wordt onder ‘toegang’ verstaan de toegang tot het Schengengebied. Onder ‘vertrek’ wordt verstaan het vertrek uit het Schengengebied.

In dit hoofdstuk wordt onder ‘toegang’ verstaan de toegang tot het Schengengebied. Onder ‘vertrek’ wordt verstaan het vertrek uit het Schengengebied.

In het kader van EES wordt in dit hoofdstuk gesproken over ‘lidstaten’. Daarmee worden de volgende landen bedoeld: de landen van de EU (zonder Cyprus en Ierland), Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland.

Alle ambtenaren die zijn tewerkgesteld bij de regionale eenheid van de Nationale Politie in het gebied waarin de haven van Rotterdam is gelegen zijn bevoegd toezicht uit te oefenen op de naleving en de uitvoering van de wettelijke voorschriften met betrekking tot de grensbewaking. De ZHP onderdeel van de regionale eenheid Rotterdam is in ieder geval verantwoordelijk voor deze taken. De ambtenaren van de ZHP zijn belast:

De ambtenaar belast met de grensbewaking is bevoegd de grensbewakingstaak binnen Nederland uit te oefenen. Hieronder is de geografische verdeling aangegeven van de gebieden waarin de grensbewaking plaatsvindt. De ZHP en de KMar zijn bevoegd afspraken te maken over het verlenen van bijstand aan elkaar bij de grensbewaking.

Alle ambtenaren die zijn tewerkgesteld bij de regionale eenheid van de Nationale Politie in het gebied waarin de haven van Rotterdam is gelegen zijn bevoegd toezicht uit te oefenen op de naleving en de uitvoering van de wettelijke voorschriften met betrekking tot de grensbewaking. De ZHP onderdeel van de regionale eenheid Rotterdam is in ieder geval verantwoordelijk voor deze taken. De ambtenaren van de ZHP zijn belast:

De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen is bevoegd de bepalingen van de Vw toe te passen op vreemdelingen die niet tot een van de hieronder genoemde categorieën behoren:

De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen neemt onmiddellijk contact op met het Ministerie van BuZa, dat hiertoe ook gedurende het weekeinde en feestdagen telefonisch bereikbaar is in de hierna genoemde situaties:

De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang aan een vreemdeling als die in het bezit is van een geldige Nederlandse verblijfsvergunning of mvv en er geen twijfel bestaat over de rechtmatigheid van deze verblijfsvergunning of mvv.

De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent toegang aan een vreemdeling als wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 6 SGC. Een van de voorwaarden is dat de vreemdeling niet mag worden beschouwd als een gevaar voor de openbare orde, nationale veiligheid of de internationale betrekkingen van één van de Schengenlidstaten.

Het onderstaande geldt met in achtneming van het bovenstaande, dat wil zeggen er moet worden voldaan aan artikel 6, eerste lid, SGC.

De ambtenaar belast met de grensbewaking mag diplomatieke ambtenaren en andere geprivilegieerde personen niet in het E&S controleren.

De ambtenaar belast met de grensbewaking verricht na het aantreffen aan de buitengrens van een vreemdeling die in het bezit is van een voor een andere lidstaat geldige verblijfsvergunning of visum voor verblijf van langere duur en die gesignaleerd is in E&S, de volgende handeling:

De ambtenaar belast met de grensbewaking verricht, na het aantreffen aan de buitengrens van een vreemdeling die in het bezit is van een voor een andere Schengenlidstaat geldige verblijfsvergunning en die door Nederland gesignaleerd is in SIS inzake terugkeer in combinatie met een inreisverbod, de volgende handelingen:

Het Bureau SIRENE verricht vervolgens, bij alle bovenstaande situaties de volgende handelingen:

Het geldige document voor grensoverschrijding moet zijn afgegeven door de bevoegde autoriteiten van een door Nederland erkende staat. Een uitzondering op deze regel vormt Taiwan. Taiwan wordt niet door Nederland als staat erkend terwijl het reisdocument van Taiwan wel wordt erkend als geldig document voor grensoverschrijding. Het geldige document voor grensoverschrijding moet zijn voorzien van een goedgelijkende pasfoto van de houder en moet ondertekend zijn door de houder.

Het geldige document voor grensoverschrijding moet in ieder geval de familienaam, de voornaam of voornamen, de nationaliteit, de geboorteplaats en de geboortedatum van de houder bevatten. In artikel 6, eerste lid, onder a van de SGC staan de criteria genoemd waaraan een document voor grensoverschrijding moet voldoen van een onderdaan van een derde land die kort verblijf beoogt.

Het geldige document voor grensoverschrijding moet zijn afgegeven door de bevoegde autoriteiten van een door Nederland erkende staat. Een uitzondering op deze regel vormt Taiwan. Taiwan wordt niet door Nederland als staat erkend terwijl het reisdocument van Taiwan wel wordt erkend als geldig document voor grensoverschrijding. Het geldige document voor grensoverschrijding moet zijn voorzien van een goedgelijkende pasfoto van de houder en moet ondertekend zijn door de houder.

Het geldige document voor grensoverschrijding moet in ieder geval de familienaam, de voornaam of voornamen, de nationaliteit, de geboorteplaats en de geboortedatum van de houder bevatten. In artikel 6, eerste lid, onder a van de SGC staan de criteria genoemd waaraan een document voor grensoverschrijding moet voldoen van een onderdaan van een derde land die kort verblijf beoogt.

Een bijzonder doorlaatbewijs is na afgifte een geldig document voor grensoverschrijding.

Het afgeven van bijzondere doorlaatbewijzen aan de grens is een bevoegdheid van de lidstaten van de Benelux. De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft het bijzondere doorlaatbewijs af op grond van het reisdoel en de plaats van bestemming voor:

De ambtenaar belast met de grensbewaking toetst de afgifte van een bijzonder doorlaatbewijs aan elk van de volgende voorwaarden:

De ambtenaar belast met de grensbewaking verstaat onder een situatie van overmacht in ieder geval:

Het document waaruit de identiteit van de vreemdeling blijkt is bij voorkeur een identiteitsbewijs voorzien van een pasfoto afgegeven door een autoriteit van het land van herkomst van de vreemdeling. De ambtenaar belast met de grensbewaking bevestigt op het bijzonder doorlaatbewijs een foto van de vreemdeling als de vreemdeling beschikt over een document waaruit zijn identiteit blijkt, maar dat document niet is voorzien van een foto.

De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent het bijzondere doorlaatbewijs gratis aan de vreemdeling.

De vreemdeling moet, in de gevallen waarin dat vereist is, voor een verblijf van langer dan 90 dagen beschikken over een mvv.

De vreemdeling die verzoekt om toegang tot Nederland moet bij binnenkomst in Nederland informatie verstrekken aan de ambtenaar belast met de grensbewaking ter ondersteuning van zijn verzoek om toegang. De informatie die de vreemdeling aan de ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt moet overeenkomen met de informatie die de vreemdeling heeft verstrekt aan de diplomatieke post ter verkrijging van een visum.

De vreemdeling moet, in de gevallen waarin dat vereist is, voor een verblijf van langer dan 90 dagen beschikken over een mvv.

De ambtenaar belast met de grensbewaking wint met toestemming van de vreemdeling inlichtingen in bij het hiervoor door de betreffende luchtvaartmaatschappij beschikbaar gestelde informatiepunt in het geval de vreemdeling gebruik heeft gemaakt van electronic ticketing en om die reden niet in het bezit is van een retourticket. De ambtenaar belast met de grensbewaking wijst de vreemdeling er op dat de toegang wordt geweigerd als:

De ambtenaar belast met de grensbewaking confronteert de vreemdeling met afwijkende informatie en stelt de vreemdeling in staat hier een verklaring voor te geven. De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de vreemdeling de toegang en verklaart het visum nietig, als de ambtenaar belast met de grensbewaking:

De middelen van bestaan moeten, anders dan bepaald in paragraaf B1/4.3.2 Vc, voor de vreemdeling voldoende zijn om te voorzien in zowel de kosten van het verblijf in Nederland als in de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar de toegang gewaarborgd is. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet in ieder geval de volgende omstandigheden van de vreemdeling meewegen:

De vreemdeling moet voor een verblijf van ten hoogste 90 dagen beschikken over voldoende middelen van bestaan.

De middelen van bestaan moeten, anders dan bepaald in paragraaf B1/4.3.2 Vc, voor de vreemdeling voldoende zijn om te voorzien in zowel de kosten van het verblijf in Nederland als in de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar de toegang gewaarborgd is. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet in ieder geval de volgende omstandigheden van de vreemdeling meewegen:

Een vreemdeling die zelfstandig reist, moet in staat zijn te voorzien in de kosten van zijn verblijf en onderdak. Voor Nederland geldt een bedrag van ten minste € 55 per persoon per dag. Het bedrag van € 55 is exclusief de eventuele kosten voor een vliegreis naar een plaats buiten Nederland waar de toegang van de vreemdeling is gewaarborgd. De IND hanteert dit bedrag als richtsnoer en betrekt daarbij de hierboven genoemde omstandigheden.

De ambtenaar belast met de grensbewaking is bevoegd de vreemdeling een meldplicht op te leggen met toepassing van artikel 4.24, eerste lid, onder d, Vb.

Een vreemdeling heeft van rechtswege verblijf in de vrije termijn als de vreemdeling voldoet aan de in artikel 12 Vw gestelde voorwaarden en aan die voorwaarden blijft voldoen. De vrije termijn bedraagt 90 dagen.

De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft aan de vreemdeling die een retourticket of een garantiesom deponeert een ontvangstbewijs af. De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft ook aan een derde die een garantiesom deponeert een ontvangstbewijs af.

De Korpschef beheert de bij hem gedeponeerde retourtickets en garantiesommen. Retourtickets die aan de grens zijn gedeponeerd, zendt de ambtenaar belast met de grensbewaking toe aan de Korpschef van de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. Garantiesommen die aan de grens zijn gedeponeerd stort de ambtenaar belast met de grensbewaking op de rekening van de Korpschef. Retourtickets en garantiesommen die aan de grensdoorlaatposten van Amsterdam Schiphol (luchthaven), Rotterdam en Rotterdam-Havens zijn gedeponeerd blijven bij de KMar en ZHP.

De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert, vergoedt geen rente over gedeponeerde garantiesommen.

De overheidsinstantie die de garantiesommen beheert, geeft de garantiesom gedeponeerd door een derde op vertoon van het ontvangstbewijs terug na vertrek van de vreemdeling uit het Schengengebied.

De solvabele derde stelt zich garant voor de kosten die voor de staat of voor andere openbare lichamen uit het verblijf van de vreemdeling kunnen voortvloeien, en ook voor de kosten van de reis naar een plaats buiten Nederland waar de toelating van de vreemdeling is gewaarborgd. De ambtenaar belast met de grensbewaking merkt een derde aan als solvabel als de derde zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan. De begrippen zelfstandig, duurzaam en voldoende zijn nader uitgewerkt in artikel 3.73 Vb, artikel 3.75 Vb en artikel 3.74, eerste lid, onder a Vb en zijn overeenkomstig van toepassing op de verlening van een visum voor kort verblijf aan een vreemdeling.

De ambtenaar belast met de grensbewaking toetst of er sprake is van een duurzame relatie volgens het gestelde in paragraaf B10/2.2.4.5 Vc.

Voor de bewijsmiddelen dat sprake is van een duurzame relatie wordt verwezen naar paragraaf B10/2.7.3 Vc.

In alle gevallen dient het om een bestaande duurzame relatie te gaan.

In het geval de vreemdeling ongewenst is verklaard moet de vreemdeling een aanvraag indienen tot opheffing van de ongewenstverklaring. Gedurende de behandeling van deze aanvraag heeft de vreemdeling geen recht van toegang tot Nederland.

De ambtenaar belast met de grensbewaking verstrekt het visum gratis in het geval dat hij een familie- of gezinslid als bedoeld in artikel 8.7, tweede, derde of vierde lid, Vb aan de grens aantreft en hij de vreemdeling verzoekt om een visum aan te vragen om de onderdaan van de EU, de EER en Zwitserland te begeleiden of zich bij die onderdaan te voegen.

De vreemdelingen moeten in het bezit zijn van een officieel document waaruit hun bijzondere status en het aantal pakketten welke de diplomatieke of consulaire tas vormen, blijkt.

Diplomatieke en consulaire koeriers zijn:

De vreemdelingen moeten in het bezit zijn van een officieel document waaruit hun bijzondere status en het aantal pakketten welke de diplomatieke of consulaire tas vormen, blijkt.

De pakketten moeten aan de buitenkant duidelijk zichtbare kentekenen hebben, waaruit hun aard blijkt. De koerier geniet persoonlijke onschendbaarheid. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de dwangmiddelen uit artikel 50, tweede, derde, vierde en vijfde lid, Vw niet toepassen. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de diplomatieke of consulaire tas niet openen of innemen.

Het hoofd van de grensdoorlaatpost stelt een aantekening op de bemanningslijst achter de naam van de zeeman wanneer een zeeman niet of niet langer aan de in de SGC neergelegde voorwaarden voor passagieren voldoet. Het hoofd van de grensdoorlaatpost mag de zeeman bij gevaar voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid met toepassing van artikel 50 Vw overbrengen naar de vreemdelingenpolitie. Het hoofd van de grensdoorlaatpost brengt de zeeman in ieder geval in de volgende situaties daar naar toe:

Een zeeman die wil passagieren moet een identiteitsdocument ter inzage aanbieden aan de ambtenaar belast met de grensbewaking. Een geldig document voor grensoverschrijding is in dat geval voldoende.

Het hoofd van de grensdoorlaatpost stelt een aantekening op de bemanningslijst achter de naam van de zeeman wanneer een zeeman niet of niet langer aan de in de SGC neergelegde voorwaarden voor passagieren voldoet. Het hoofd van de grensdoorlaatpost mag de zeeman bij gevaar voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid met toepassing van artikel 50 Vw overbrengen naar de vreemdelingenpolitie. Het hoofd van de grensdoorlaatpost brengt de zeeman in ieder geval in de volgende situaties daar naar toe:

Een vreemdeling die Nederland wil binnenkomen voor verblijf met als doel ‘adoptiekind’, ‘adoptiefkind’ dan wel ‘pleegkind’ moet in het bezit zijn van een geldig document voor grensoverschrijding. Dit geldig document voor grensoverschrijding is een geldig paspoort voorzien van een geldige mvv als die vereist is.

De IND verleent uitsluitend toestemming voor de inreis in de volgende situaties:

De ambtenaar belast met de grensbewaking verlangt in het geval er sprake is van klemmende redenen van humanitaire aard van de aspirant pleegouders dat zij een garantverklaring (zie de bijlage 6c VV) ondertekenen. Aspirant adoptieouders of adoptiefouders hoeven geen garantverklaring te ondertekenen.

De Visadienst of de ZHP toetst bij de beoordeling van de aanvraag voor het omzetten naar een meervoudig reisvisum allereerst de noodzaak van de omzetting aan de volgende voorwaarden:

De Visadienst mag, als zich nieuwe feiten en omstandigheden voordoen, bij wijze van uitzondering een visum dat is afgegeven door één van de Schengenlidstaten voor één binnenkomst omzetten naar een visum voor meer binnenkomsten. De ZHP zet visa voor in de eenheid Rotterdam verblijvende zeelieden om naar een visum voor meer binnenkomsten.

De Visadienst verstaat onder wijziging van een visum:

De Visadienst mag, als zich nieuwe feiten en omstandigheden voordoen, bij wijze van uitzondering een visum dat is afgegeven door één van de Schengenlidstaten voor één binnenkomst omzetten naar een visum voor meer binnenkomsten. De ZHP zet visa voor in de eenheid Rotterdam verblijvende zeelieden om naar een visum voor meer binnenkomsten.

De Visadienst of de ZHP moet terughoudend zijn bij het omzetten van een enkelvoudig visum naar een visum voor meer binnenkomsten, omdat de integriteit en betrouwbaarheid van de aanvrager in principe slechts in het land van herkomst afdoende kan worden getoetst. Het omzetten van een enkelvoudig visum naar een visum voor meer binnenkomsten wordt gezien als een verlenging van de geldigheidsduur: het maakt een langer verblijf in het Schengengebied mogelijk dan als het visum niet zou worden omgezet.

De vreemdeling moet bij de aanvraag voor het omzetten van enkelvoudige naar meervoudige visa een beroep doen op tenminste één van de volgende situaties:

De Visadienst of de ZHP toetst bij de beoordeling van de aanvraag voor het omzetten naar een meervoudig reisvisum allereerst de noodzaak van de omzetting aan de volgende voorwaarden:

De vreemdeling mag in de laatste 180 dagen voor de aanvraag niet al langer dan 90 dagen in het Schengengebied hebben verbleven.

De Visadienst of de ZHP toetst vervolgens de redenen die de vreemdeling aanvoert voor het omzetten van het enkelvoudige visum in een visum voor meer binnenkomsten. De vreemdeling moet aantonen dat hij belang heeft bij de mogelijkheid meer dan een keer het Schengengebied binnen te reizen. De door de vreemdeling aangevoerde redenen, die kunnen zijn gelegen in de beroepsmatige of persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling, moeten van voldoende zwaarwegende aard zijn.

De Visadienst of de ZHP toetst tenslotte bij de omzetting van het visum alle overige voorwaarden voor de afgifte van een visum nogmaals en beoordeelt of:

De vreemdeling mag door de omzetting van het visum niet vaker dan de Visadienst of de ZHP op grond van de aangevoerde omstandigheid noodzakelijk acht, gebruik maken van meervoudige binnenkomsten en van de eerder toegekende vrije termijn.

De Visadienst of de ZHP brengt in het geldige document voor grensoverschrijding van de vreemdeling een nieuwe Schengenvisumsticker aan als een reisvisum voor meer reizen geldig wordt gemaakt. De Visadienst of de ZHP brengt de Schengenvisumsticker op een afzonderlijk vel papier aan als de vreemdeling houder is van een visumverklaring.

De Visadienst is de bevoegde autoriteit om over te gaan tot het verlengen van de geldigheidsduur van door één van de Schengenlidstaten afgegeven visa. De IND-loketten zijn verantwoordelijk voor de verlenging van de geldigheidsduur van visa.

De ZHP is verantwoordelijk voor het verlengen van de geldigheidsduur van visa voor in de eenheid Rotterdam verblijvende zeelieden bij de grensdoorlaatpost Rotterdam-Havens.

De Visadienst mag de geldigheidsduur van een visum, indien zeer bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, nog eens verlengen met maximaal 90 dagen op grond van artikel 25 Visumcode, in geval van een nationale verlenging van de geldigheidsduur van het visum, waarbij de geldigheid van het visum wordt beperkt tot de Benelux. Deze zeer bijzondere omstandigheden moeten in ieder geval gebaseerd zijn op overmacht of op strikt humanitaire redenen.

De in artikel 8.7, tweede, derde en vierde lid, Vw bedoelde familieleden van een onderdaan van de EU, de EER of Zwitserland die zijn recht op vrij verkeer uitoefent zijn vrijgesteld van kosten voor het verstrekken van een visum.

De IND mag een terugkeervisum afgeven aan een vreemdeling die daarom verzoekt. In de artikelen 2k t/m o en 2w t/m cc Vw en verder de artikelen 1.24, 1.26 t/m 1.28 Vb zijn bepalingen opgenomen inzake de behandeling, afgifte, weigering, geldigheidsduur, wijziging en intrekking van terugkeervisa. De indiening van een aanvraag om een terugkeervisum vindt op dezelfde wijze plaats als een aanvraag tot wijziging of verlenging van de geldigheidsduur van een visum.

Een terugkeervisum is een nationaal visum, dat recht geeft op terugkeer naar Nederland (artikel 1a, onder c Vw).

De IND weigert een terugkeervisum niet op de in artikel 2x, eerste lid, onder a, Vw genoemde grond indien de vreemdeling heeft aangetoond dat hij voor zakelijke doeleinden moet reizen of wegens dwingende en dringende familieomstandigheden Nederland tijdelijk moet verlaten.

De IND verstaat onder dwingende en dringende familieomstandigheden in de zin van artikel 1.28 Vb in ieder geval het volgende:

De IND verstaat onder dringende reden als genoemd in artikel 2x, eerste lid, onder a, Vw in ieder geval:

Molukkers die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers (Stb. 1976, 468) als Nederlander worden behandeld behoeven voor het verkrijgen van een terugkeervisum geen dringende reden aan te tonen.

Met gebruikmaking van artikel 2y, derde lid Vw, verleent de IND op aanvraag een terugkeervisum

Het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling moet ten minste één maand langer geldig zijn dan de termijn waarbinnen de vreemdeling op grond van zijn terugkeervisum kan terugkeren.

De ambtenaar belast met de grensbewaking of de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen raadpleegt de ingebouwde calculator in EES om de maximale termijn van 90 dagen voor iedere dag van het verblijf in de voorafgaande 180 dagen te berekenen, conform artikel 6, aanhef, SGC. Bij de berekening van de vrije termijn zijn in- en uitreisnotities in het EES van de lidstaten leidend.

De IND verlengt op grond van artikel 3.3, eerste lid, onder c, Vb de vrije termijn van niet-visumplichtige vreemdelingen in geval van bijzondere omstandigheden tot maximaal zes maanden (180 dagen). De vreemdeling moet bij het verzoek om verlenging van de vrije termijn een beroep doen op tenminste één van de volgende situaties:

Daarnaast verlengt de IND in geval sprake is van een wezenlijk Nederlands belang de vrije termijn tot maximaal zes maanden (180 dagen). Het betreft hier zeer bijzondere gevallen waarbij in ieder geval de volgende nationale belangen in het geding zijn:

De IND maakt, om deze verlenging van de vrije termijn zichtbaar te maken, gebruik van de sticker verblijfsaantekening algemeen, die in het geldige document voor grensoverschrijding wordt aangebracht. Een verzoek om verlenging van de vrije termijn is voor de vreemdeling gratis.

Na verlenging van de vrije termijn wordt EES bijgewerkt door de IND.

Aan een vreemdeling die gevaar oplevert voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de volksgezondheid is geen verblijf tijdens de vrije termijn toegestaan. Onder gevaar voor de openbare orde zijn mede begrepen gevaar voor de openbare rust, de goede zeden en de internationale betrekkingen. Voor een toelichting op deze voorwaarde wordt verwezen naar A1/3 Vc.

De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt de aantekeningen door middel van het aanbrengen van de sticker met betrekking tot de toegang onder voorwaarden in het geldige document voor grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking plaatst een inreisnotitie in het EES.

De ambtenaar belast met de grensbewaking geeft kennis van de toegang onder voorwaarden door een formulier (zie model M20) te zenden aan de eenheidsleiding van de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt een garantverklaring, als die is afgegeven, met deze kennisgeving mee.

De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt de door de vreemdeling overgelegde verklaringen mee als een niet-visumplichtige vreemdeling zijn verblijfsdoel wijzigt in kort verblijf.

De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt bij het opleggen van de meldplicht dat de vreemdeling zich binnen drie dagen moet aanmelden bij de vreemdelingenpolitie in de politieregio waarin de gemeente waar de vreemdeling zal verblijven is gelegen. Als de vreemdeling in verband met een zaterdag, zondag of feestdag niet in staat is te voldoen aan de verplichting tot aanmelding binnen drie dagen, stelt de ambtenaar belast met de grensbewaking in het geldig document voor grensoverschrijding de volgende aantekening: ‘aanmelden uiterlijk op ... (datum)’.

De ambtenaar belast met de grensbewaking kan altijd de medewerker van de IND consulteren voor advies indien hiertoe naar het oordeel van de ambtenaar belast met de grensbewaking aanleiding bestaat. Het advies van de medewerker van de IND is in deze gevallen bindend.

De verklaring moet door de vreemdeling bij uitreis bij de ambtenaar belast met de grensbewaking van één van de daartoe aangewezen luchthavens binnen Nederland worden ingeleverd. In de uitsparing van de Clausulestempel wordt bij uitreis een uitreisstempel geplaatst in het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling.

Indien de vreemdeling de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking zo spoedig mogelijk een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 juncto artikel 6 SGC, middels het model M17. Tevens wordt een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw dan wel artikel 6a, eerste lid, Vw. Het nemen van een besluit omtrent de weigering van toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk plaats te vinden, maar uiterlijk binnen twee dagen na intrekking van de asielaanvraag.

De ambtenaar belast met de grensbewaking kan eveneens conform de voorwaarden van artikel 25 van de Verordening (EG) Nr.810/2009 (Visumcode) een territoriaal beperkt visum verlenen met een geldigheidsduur die noodzakelijk is om de doorreis te kunnen voortzetten.

De ambtenaar belast met de grensbewaking beperkt de territoriale geldigheid van de toegang wanneer het document voor grensoverschrijding van de vreemdeling niet geldig is voor België of Luxemburg. In dat geval geeft de ambtenaar belast met de grensbewaking aan voor welke Beneluxlidsta(a)t(en) de toegang geldig is.

De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt zonder voorafgaande machtiging een niet-visumplichtige zeeman in het bezit van een bijzonder doorlaatbewijs, mits zijn identiteit op enigerlei wijze kan worden aangetoond, als de vreemdeling:

Indien de vreemdeling aan de grens een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel indient, handelt de ambtenaar belast met de grensbewaking als volgt.

De ambtenaar belast met de grensbewaking kan altijd de medewerker van de IND consulteren voor advies indien hiertoe naar het oordeel van de ambtenaar belast met de grensbewaking aanleiding bestaat. Het advies van de medewerker van de IND is in deze gevallen bindend.

Indien een volwassen vreemdeling samen met een minderjarig kind of een niet-begeleide minderjarige aan de grens te kennen geeft een aanvraag voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel te willen indienen, dan beoordeelt de ambtenaar belast met de grensbewaking of de aanvraag in de asielgrensprocedure kan worden afgedaan.

Een aanvraag kan uitsluitend in de asielgrensprocedure worden afgedaan in de volgende gevallen:

Indien de aanvraag niet in de asielgrensprocedure kan worden afgedaan, dan handelt de ambtenaar belast met grensbewaking als volgt:

Indien de aanvraag in de asielgrensprocedure kan worden afgedaan, dan handelt de ambtenaar belast met grensbewaking als volgt:

De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de IND als, in andere dan de hierboven genoemde gevallen, het al dan niet verlenen van toegang nauw samenhangt met de toelatingsbeslissing. Dit gebeurt in ieder geval als de ambtenaar belast met grensbewaking het voornemen heeft de toegang te weigeren aan personen behorend tot een van onderstaande categorieën:

De ambtenaar belast met de grensbewaking neemt contact op met de IND als:

De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert toegang aan een vreemdeling van wie blijkt dat hij lang verblijf beoogt, als de vereiste mvv ontbreekt. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag met machtiging van de IND onder bepaalde voorwaarden in ieder geval toegang verlenen in de volgende situaties:

Indien de vreemdeling de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel intrekt, neemt de ambtenaar belast met de grensbewaking een besluit omtrent weigering van de toegang als bedoeld in artikel 14 juncto artikel 6 SGC, middels het model M17. Tevens voegt de ambtenaar belast met de grensbewaking een notitie van de toegangsweigering toe aan het persoonlijke dossier van de vreemdeling in het EES. Tevens wordt door de ambtenaar belast met grensbewaking een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, Vw dan wel artikel 6a, eerste lid, Vw. Het nemen van een besluit omtrent de weigering van toegang en het opleggen van een nieuwe vrijheidsontnemende maatregel dient zo spoedig mogelijk plaats te vinden, maar uiterlijk binnen twee dagen na intrekking van de asielaanvraag.

De ambtenaar belast met de grensbewaking legt een maatregel als bedoeld in artikel 6, eerste lid, Vw op met als aangewezen ruimte het ziekenhuis alwaar de behandeling of de quarantaine plaats zal vinden (zie model M19 en Sigma, het digitale vreemdelingenbeeld).

De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang niet indien de vreemdeling een onderdaan is van België of Luxemburg en hij een gevaar vormt voor de volksgezondheid.

Als een vreemdeling de toegang tot het grondgebied is geweigerd omdat hij een gevaar vormt voor de volksgezondheid, treft de ambtenaar belast met de grensbewaking maatregelen die erop gericht zijn de volksgezondheid te beschermen.

Een vervoerder moet zijn personeel zodanig instrueren, dat controle van reisdocumenten plaatsvindt bij het inchecken en bij vertrek naar Nederland. Onder het personeel van de vervoerder valt het personeel dat onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde formaliteiten verricht. Het personeel van de vervoerder moet bij de controle van de reisdocumenten vaststellen of een document voor grensoverschrijding geldig is.

Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid juncto het zesde lid, Vw dan wel artikel 6a, eerste lid, Vw na afwijzing van een asielaanvraag in de asielgrensprocedure omvat gelet op het bepaalde in artikel 94, tweede lid, Vw van rechtswege mede een beroep tegen het besluit tot toegangsweigering dat is genomen middels het model M17A, in plaats van administratief beroep.

Als de ambtenaar belast met de grensbewaking aan een alleenreizende minderjarige vreemdeling de toegang tot Nederland weigert, draagt de ambtenaar de vreemdeling over aan de DTenV voor het terugbrengen van de vreemdeling naar een derde land waar zijn toelating is gewaarborgd.

Als de ambtenaar belast met de grensbewaking aan een niet-begeleide minderjarige de toegang tot Nederland weigert, draagt de ambtenaar de vreemdeling over aan de DTenV voor het terugbrengen van de minderjarige naar een derde land waar zijn toelating is gewaarborgd.

De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert de vreemdeling niet op bestaansmiddelen als de vreemdeling aantoont dat hij op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat is tewerkgesteld.

De ambtenaar belast met de grensbewaking stelt bij vertrek uit Nederland naar een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat vast of de vreemdeling aan alle voorwaarden voor toegang heeft voldaan.

Een vreemdeling die werkzaam is als medewerker op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat mag een visum, geldig voor meer inreizen, aanvragen op de Nederlandse diplomatieke en consulaire vertegenwoordiging in Antwerpen. De vreemdeling moet zich voor het aanvragen van een visum in persoon melden en moet in het bezit zijn van de volgende bewijsmiddelen:

Werknemers op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat werken afwisselend veertien dagen op die mijnbouwinstallatie en hebben veertien dagen verlof aan de wal. Voor dit verlof aan de wal gelden de normale voorwaarden voor kort verblijf in Nederland.

De ambtenaar belast met de grensbewaking moet voor vaststelling van het verblijfsrecht van de vreemdeling contact opnemen met de vreemdelingenpolitie van de politieregio in welke de gestelde woon- of verblijfplaats van de vreemdeling is gelegen, dan wel met de IND als de vreemdeling niet kan aantonen of aannemelijk kan maken dat hem lang verblijf in Nederland is toegestaan.

De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert niet de toegang aan houders van een geldige Belgische of Luxemburgse verblijfsvergunning enkel op de grond dat zij niet in het bezit zijn van hun geldige document voor grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking controleert niet op het bezit van bestaansmiddelen bij deze vreemdelingen, wanneer zij in het bezit zijn van geldige reistickets naar België of Luxemburg. De bovenstaande beleidsregels gelden ook voor vreemdelingen die in het bezit zijn van het vereiste document voor grensoverschrijding en een geldige Belgische of Luxemburgse mvv (autorisation de séjour provisoire), mits in deze machtiging staat vermeld dat zij geldig is voor binnenkomst in het Beneluxgebied.

De IND kondigt de komst van een vreemdeling die als vluchteling door de Nederlandse regering is uitgenodigd van te voren bij de ambtenaar belast met de grensbewaking aan. De ambtenaar belast met de grensbewaking verleent deze vreemdeling toegang. De IND stelt deze vreemdeling in de gelegenheid om een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel in te dienen.

Voor staatlozen wordt verwezen naar het op 28 september 1954 te New York gesloten Staatlozenverdrag. In dit verdrag wordt onder een staatloze verstaan: een persoon die door geen enkele staat, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd.

Een vreemdeling is op grond van Verordening 539/2001 EG vrijgesteld van de visumplicht als hij in het bezit is van een reisdocument dat is afgegeven door een lidstaat van de EU aan:

De vervoerder moet door middel van een kort en bondig onderzoek controleren of het aangeboden document voor grensoverschrijding vals of vervalst is, waarbij zonodig gebruik gemaakt moet worden van eenvoudige hulpmiddelen.

Een vervoerder moet zijn personeel zodanig instrueren, dat controle van reisdocumenten plaatsvindt bij het inchecken en bij vertrek naar Nederland. Onder het personeel van de vervoerder valt het personeel dat onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde formaliteiten verricht. Het personeel van de vervoerder moet bij de controle van de reisdocumenten vaststellen of een document voor grensoverschrijding geldig is.

De vervoerder moet ten minste controleren of:

De vervoerder verstrekt via de webdienst (artikel 13 EES-verordening) de noodzakelijk gegevens aan het EES systeem om na te gaan of onderdanen van derde landen die houder zijn van een visum voor kort verblijf voor één of twee binnenkomsten al dan niet het aantal binnenkomsten waarop hun visum recht geeft, hebben opgebruikt. Op die basis verstrekt de webdienst vervoerders het antwoord OK/NIET OK.

Op opstapplaatsen waar door de vervoerder bij de controle van vervoersbewijzen gebruik gemaakt wordt van technische apparatuur, moet de vervoerder deze apparatuur voor de controle van documenten voor grensoverschrijding gebruiken.

De Nederlandse overheid houdt, om vervoerders in staat te stellen de controle op reisdocumenten zo goed mogelijk te verrichten, vervoerders regelmatig op de hoogte van wijzigingen in de voor toegang tot Nederland vereiste documenten en visa. De Nederlandse overheid geeft aanwijzingen aan de vervoerder die een effectievere en efficiëntere controle kunnen bewerkstelligen.

De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt een proces-verbaal op als de vervoerder een niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling aanvoert zonder voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteiten.

De vervoerder die op grond van artikel 2.2 Vb verplicht is een afschrift te maken van een geldig document voor grensoverschrijding moet de afbeeldingen desgevraagd binnen één uur na het verzoek geven aan de ambtenaar belast met de grensbewaking, als een vreemdeling bij binnenkomst in Nederland niet over (de juiste) reisdocumenten blijkt te beschikken.

Richtlijn 2004/82/EG, ofwel de API-richtlijn heeft tot doel de grenscontroles te verbeteren en illegale immigratie te bestrijden door erin te voorzien dat luchtvervoerders desgevraagd passagiersgegevens (de zogenoemde Advance Passenger Information, API-gegevens) vooraf verstrekken aan de ambtenaren belast met de grensbewaking. Het gaat hier onder andere om gegevens uit het reisdocument en over de reis van de desbetreffende passagier. De ambtenaar belast met de grensbewaking bepaalt op grond van artikel 2.2a Vb ten aanzien van welke plaatsen van vertrek en van welke vervoerders de passagiersgegevens zullen worden gevorderd. De ambtenaar belast met de grensbewaking vernietigt op grond van artikel 2.2b Vb de verkregen passagiersgegevens binnen 24 uur na binnenkomst van de passagiers in Nederland, tenzij deze later nodig zijn voor de uitoefening van diens taken. Indien de passagier behoort tot een categorie vreemdelingen, ten aanzien waarvan een verhoogd risico bestaat op illegale immigratie vernietigt de ambtenaar belast met de grensbewaking de gegevens 4 dagen na binnenkomst van de passagiers in Nederland, tenzij deze later nodig zijn voor de uitoefening van diens taken. Voor het onderkennen van vreemdelingen die een risico vormen voor illegale immigratie worden risico indicatoren gebruikt. De risico indicatoren zijn gebaseerd op onder andere gegevens van reguliere en asiel gerelateerde weigeringen uit het verleden, op informatie van liaisons, op afwijkende vliegbewegingen en op basis van claims die in het verleden zijn opgelegd in het kader van artikel 4 Vw.

De vervoerder die op vordering van de ambtenaar belast met de grensbewaking op grond van artikel 2.2a Vb passagiersgegevens verzendt, gebruikt hiervoor het International Air Transport Association (IATA)-berichtenformat, type B, met de structuur die is gebaseerd op de vanwege de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties vastgestelde indeling voor elektronische gegevensuitwisseling voor overheid, handel en vervoer, gepubliceerd onder de titel: Electronic Data Interchange For Administration, Commerce and Transport (EDIFACT) Passenger List Message (PAXLST). Het IATA-adres waar de gegevens naartoe verzonden moeten worden, is HDQKMXH.

De vervoerder is verplicht om een vreemdeling die hij naar Nederland heeft vervoerd en aan wie de toegang tot het Schengengebied is geweigerd, op aanwijzing van de ambtenaar belast met de grensbewaking terug te brengen naar een plaats buiten het Schengengebied. Van toegangsweigering is onverminderd sprake indien de toegangsweigering in eerste instantie is uitgesteld of opgeschort omdat de vreemdeling een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel heeft ingediend. De vervoerder brengt de vreemdeling naar in ieder geval één van de volgende landen:

Deze terugvoerplicht van de vervoerder geldt in alle volgende situaties:

Voor het vervoer van de vreemdeling door de vervoerder naar een plaats buiten Nederland worden ‘removal orders’ gehanteerd (zie model M30 en het voor de luchtvaart soortgelijke model als bedoeld in Hoofdstuk 5 van Annex 9 bij het Verdrag van Chicago). De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt, om het terugvoeren van een vreemdeling naar een plaats buiten Nederland door de vervoerder te faciliteren, gebruik van de daarvoor in internationaal verband gehanteerde attesten, bedoeld voor de met immigratie/grensbewaking belaste autoriteiten in het land van bestemming (zie Appendix 9, onder 1 en 2, van de Annex 9 bij het Verdrag van Chicago).

De vervoerder is verantwoordelijk voor de vreemdeling gedurende de gehele periode vanaf het moment dat aan de vervoerder de aanwijzing is gegeven de vreemdeling terug te brengen naar een plaats buiten Nederland, tot aan het moment dat de vreemdeling daadwerkelijk door de vervoerder naar een plaats buiten Nederland is vervoerd.

Als de vervoerder de vreemdeling niet binnen redelijke termijn terug kan brengen, mag de minister de met de verwijdering gepaard gaande kosten, waaronder de verblijfskosten, op de vervoerder verhalen (zie paragraaf A1/9 Vc Aansprakelijkheid voor uitzettings- en verblijfskosten).

De vreemdeling die Nederland uit eigen beweging verlaat, maar aan wie door de autoriteiten van het land van bestemming of van transit de toegang wordt geweigerd en wordt teruggezonden moet bij terugkomst in Nederland voldoen aan de voorwaarden voor toegang. De ambtenaar belast met de grensbewaking weigert de toegang tot Nederland als de vreemdeling niet aan de voorwaarden voor toegang voldoet. De ambtenaar belast met de grensbewaking mag de vervoerder door wiens tussenkomst de vreemdeling terug naar Nederland is vervoerd niet de verplichting van artikel 65 Vw opleggen tot het vervoeren van de vreemdeling naar een plaats buiten Nederland.

De vervoerder mag de in bijlage 14c en 14d VV genoemde passagierslijsten gebruiken voor de opgave van aangetroffen verstekelingen.

De gezagvoerder van een zeeschip mag zich niet zonder meer onttrekken aan terugplaatsing van de vreemdeling aan boord, door een beroep te doen op voorschrift 8 Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee. De ambtenaar belast met de grensbewaking moet, als de gezagvoerder zich op dit voorschrift beroept, de omstandigheden die de gezagsvoerder aanvoert beoordelen en afwegen tegen het belang van terugplaatsing van de vreemdeling aan boord.

Het Hoofd van de IND bepaalt dan of de betrokken vreemdeling, ook al is hij niet in het bezit van de juiste reisdocumenten, naar Nederland mag worden gebracht. Als een vervoerder een niet of niet juist gedocumenteerde vreemdeling naar Nederlands grondgebied heeft vervoerd met instemming van het hoofd van de IND, geldt geen terugvoerplicht. De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt geen proces-verbaal op van vermoedelijke overtreding van de vervoerder van artikel 4 Vw.

De ambtenaar belast met de grensbewaking maakt proces-verbaal op in alle gevallen waarin als gevolg van het nalaten van de zorg- of afschriftplicht door de vervoerder een niet of onjuist gedocumenteerde vreemdeling binnen Nederland is gebracht (zie artikel 4, eerste, tweede en derde lid, Vw, artikel 5, eerste en tweede lid, Vw, artikel 65, derde lid, Vw en artikel 197a WvSr). De ambtenaar belast met de grensbewaking zendt alle processen-verbaal door aan het OM. Het OM biedt eerst een transactie aan de overtreder van de zorg- of afschriftplicht aan.

De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen raadpleegt de gegevens over de identiteit, nationaliteit en verblijfsstatus van de staande gehouden persoon in de BVV, als deze gegevens niet vastgesteld kunnen worden aan de hand van een document zoals omschreven onder artikel 4.21 Vb. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen beoordeelt op basis van de gegevens in de BVV of een terugkeerbesluit moet worden genomen tegen een vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft. Het terugkeerbesluit wordt opgelegd met het model M107-A.

Als de gegevens van de staande gehouden persoon niet voorkomen in de BVV raadpleegt de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen de opgegeven nationaliteit van de staande gehouden persoon in de BRP.

De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen heeft de bevoegdheid om personen staande te houden om de identiteit, nationaliteit en de verblijfsstatus van de persoon vast te stellen. Van deze bevoegdheid mag gebruik gemaakt worden als sprake is van feiten en omstandigheden die, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleveren of ter bestrijding van illegaal verblijf na grensoverschrijding. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet het vermoeden dat de persoon geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft, toetsen aan objectieve maatstaven. Deze objectieve maatstaven zijn in ieder geval gebaseerd op tenminste één van de volgende voorwaarden:

Een redelijk vermoeden van illegaal verblijf mag in ieder geval in de volgende situaties aangenomen worden:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)