Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit)
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 20 september 2001, nr. MJZ2001102504, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst;
Gelet op de artikelen 24, 32, tweede en vierde lid, en artikel 39, derde lid, van de Wet milieugevaarlijke stoffen, artikel 3 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, artikel 2c, derde lid, van de Wet rampen en zware ongevallen en de artikelen 16 en 20 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, artikel 74c van het Wetboek van Strafrecht, artikel 18, derde lid, van de Wet politieregisters, artikel 9, vijfde lid, onder b, van de Wet wapens en munitie,
voor zover het betreft artikel 5.1.3, gelet op de artikelen 8.2, tweede lid, 8.5 en 8.7 van de Wet milieubeheer,
voor zover het betreft de artikelen 1.1.4, 1.2.2, eerste lid, onder b, 1.4.3, 2.1.2, 2.2.1, 2.2.3, 2.2.4 en 5.1.9 tot en met 5.1.14, gelet op de artikelen 8.19, 8.40 en 8.41 van de Wet milieubeheer,
voor zover het betreft de artikelen 1.1.4, 1.2.2, eerste lid, onder b, en tweede lid, onder b, 1.4.3, 2.1.2, 2.2.2, 2.2.3, 3.2.1, 3.2.2 en 3.2.3, gelet op artikel 8.44 van de Wet milieubeheer,
voor zover het betreft de artikelen 4.1 tot en met 4.4, gelet op de artikelen 5.1 en 5.3 van de Wet milieubeheer, en
voor zover het betreft artikel 5.1.6, gelet op artikel 18.4 van de Wet milieubeheer;
De Raad van State gehoord (advies van 13 december 2001, nr. W08.01.0495/V);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 21 januari 2002, nr. MJZ2002005975, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemeen
§ 1. Begripsomschrijvingen en reikwijdte
Artikel 1.1.1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij: aanbieder van een dienst zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEU 2015, L 241);
- ADR: op 30 september 1957 te Genève tot stand gekomen Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (Trb. 1959, 171);
- bedrijfsmatig: in de uitoefening van een beroep of bedrijf of tegen vergoeding;
- Categorie F1, F2, F3 en F4: categorie F1, F2, F3 onderscheidenlijk F4 als bedoeld in artikel 1A.1.3;
- categorie T1 en T2: categorie T1 onderscheidenlijk T2 als bedoeld in artikel 1A.1.3;
- CE-markering: CE-markering als bedoeld in de artikelen 19 en 20 van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen;
- consumentenvuurwerk: vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F1 of F2 en dat bij of krachtens dit besluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik;
- distributeur: natuurlijk of rechtspersoon in de toeleveringsketen, niet zijnde de fabrikant of de importeur, die vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik op de markt aanbiedt;
- EU-richtlijn pyrotechnische artikelen: richtlijn nr. 2013/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen (herschikking) (PbEU L 178);
- fabrikant: natuurlijke of rechtspersoon die vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik vervaardigt of laat ontwerpen of vervaardigen en dat vuurwerk of pyrotechnische artikel voor theatergebruik onder zijn naam of merknaam verhandelt;
- fop- en schertsvuurwerk: vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F1 alsmede ander, als zodanig bij ministeriële regeling aangewezen vuurwerk;
- fulfilmentdienstverlener: fulfilmentdienstverlener als, bedoeld in artikel 3, onderdeel 11, van de EU-verordening markttoezicht;
- gemachtigde: gemachtigde als, bedoeld in artikel 3, onderdeel 12, van de EU-verordening markttoezicht;.
- grondgebied van de Europese Unie: gebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is;
- importeur: in de Europese Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik uit een derde land in de Europese Unie in de handel brengt;
- in de handel brengen: het voor het eerst in de Europese Unie op de markt aanbieden van vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik;
- lidstaat van de Europese Unie: lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;
- luchthaven: luchthaven als bedoeld in de Wet luchtvaart;
- Marktdeelnemers: fabrikant, importeur en distributeur;
- NEM: netto explosieve massa, zijnde de totale hoeveelheid pyrotechnische stof of preparaat, met eventuele toevoegingen, in vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;
- omgevingsvergunning: omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Omgevingswet;
- ontbrandingstoestemming: toestemming als bedoeld in artikel 3B.1, derde lid, onder a;
- Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;
- Op de markt aanbieden: het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik met het oog op distributie, consumptie of gebruik op de markt van de Unie;
- persoon met gespecialiseerde kennis: persoon, aangewezen bij artikel 1.1.2a;
- professioneel vuurwerk: vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F4 of F3 alsmede vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F2 en dat niet bij of krachtens dit besluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik;
- pyro-pass: controledocument uitgegeven door de bevoegde autoriteit in België, Luxemburg of Nederland waarmee de houder kan aantonen dat hem vuurwerk van categorie F3 en F4, pyrotechnische artikelen voor theatergebruik van categorie T2 of andere pyrotechnische artikelen van categorie P2, verstrekt mogen worden;
- pyro-passregister: register, bedoeld in artikel 9.5.8, eerste lid, van de Wet milieubeheer;
- pyrotechnisch artikel: artikel dat explosieve stoffen of een explosief mengsel van stoffen bevat en dat tot doel heeft warmte, licht, geluid, gas of rook dan wel een combinatie van dergelijke verschijnselen te produceren door middel van zichzelf onderhoudende exotherme chemische reacties;
- pyrotechnische artikelen die zijn ingedeeld in categorie P1: andere pyrotechnische artikelen dan vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, die weinig gevaar opleveren;
- pyrotechnische artikelen die zijn ingedeeld in categorie P2: andere pyrotechnische artikelen dan vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die uitsluitend bestemd zijn om door personen met gespecialiseerde kennis te worden gehanteerd of gebruikt;
- pyrotechnisch artikel voor theatergebruik: pyrotechnisch artikel voor podiumgebruik;
- Richtlijn 2007/23/EG: Richtlijn 2007/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen (PbEU L 154);
- toepassingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid;
- verantwoordelijke persoon: persoon met gespecialiseerde kennis of een persoon die in het bezit is van een geldig certificaat van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit die is aangewezen door een tot het toepassen, opslaan of op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen gerechtigde onderneming toebehorend aan een natuurlijke of rechtspersoon, om namens die onderneming pyrotechnische artikelen te hanteren onderscheidenlijk te gebruiken;
- vuurwerk: pyrotechnische artikelen ter vermaak;
- werkdag: dag, niet zijnde een zondag of algemeen erkende feestdag in de zin van de Algemene termijnenwet.
Voor de toepassing van de artikelen 1.2.2, eerste tot en met derde lid, 2.3.2, 2.3.3 en 2.3.4 wordt onder het begrip particulier mede verstaan een exploitant van een bedrijf zonder rechtspersoonlijkheid of een rechtspersoon die:
- a. geen milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.30 of 3.286, eerste lid, onder i, van het Besluit activiteiten leefomgeving verricht;
- b. geen houder is van een vergunning als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid;
- c. in het buitenland is gevestigd en wiens bedrijfsmatige activiteit niet bestaat uit het verhandelen van of het tot ontbranding brengen van vuurwerk.
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. verpakt vuurwerk: vuurwerk inclusief het omhulsel en eventuele verpakking, detailhandelsverpakking of assortimentverpakking en inclusief de transportverpakking als bedoeld in de ADR;
- b. onverpakt vuurwerk: vuurwerk inclusief het omhulsel en eventuele verpakking, detailhandelsverpakking of assortimentverpakking doch exclusief de transportverpakking als bedoeld in de ADR.
Voor de toepassing van dit besluit wordt, voor zover dat voor de toepassing van de EU-verordening markttoezicht noodzakelijk is, verstaan onder marktdeelnemer hetgeen daaronder in artikel 3, onderdeel 13, van die verordening wordt verstaan.
Artikel 1.1.2
Vervallen
Artikel 1.1.3
Dit besluit is van toepassing op vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, met uitzondering van:
- a. in beslag genomen vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die in beheer zijn bij de overheid;
- b. vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik waarover door de krijgsmacht, de politie of de brandweer wordt beschikt ten behoeve van instructiedoeleinden;
- c. vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die in het kader van internationaal vervoer per zeeschip of vliegtuig binnen het grondgebied van Nederland worden gebracht en niet in Nederland worden gelost of rechtstreeks worden overgeladen naar een ander zeeschip onderscheidenlijk vliegtuig;
- d. vuurwerk waarvoor regels zijn gesteld bij het Warenwetbesluit Speelgoed 2011;
- e. vuurwerk dat door een fabrikant voor eigen gebruik is vervaardigd en dat door Onze Minister uitsluitend voor gebruik op zijn grondgebied is goedgekeurd en dat op het grondgebied van Nederland blijft.
Dit besluit is mede van toepassing op pyrotechnische artikelen van categorieën P1 en P2 die als vuurwerk worden gebruikt of kennelijk zijn bestemd om als vuurwerk te worden gebruikt.
Hoofdstuk 4 is mede van toepassing op pyrotechnische artikelen van categorie P2.
Artikel 1.1.4
Vervallen
Artikel 1.1.5
De artikelen 2.3.6, 3.3.1, 3A.3.1 en 3B.1 zijn niet van toepassing op instellingen die vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik bedrijfsmatig en uitsluitend ten behoeve van onderzoek tot ontbranding brengen.
Artikel 1.1.6
Voor inrichtingen voor het opslaan of bewerken van professioneel vuurwerk als bedoeld in artikel 3.2.1, en voor inrichtingen voor het opslaan of bewerken van consumentenvuurwerk als bedoeld in de artikelen 2.2.1 en 2.2.2, voor zover deze zijn gelegen in gebieden die in het Besluit omgevingsrecht zijn aangewezen, blijven de in bijlage 1 en 2 opgenomen voorschriften en de in bijlage 3 opgenomen veiligheidsafstanden ten opzichte van deze inrichtingen onderling, buiten toepassing.
§ 2. Algemene bepalingen over vuurwerk
Artikel 1.2.1
Vervallen
Artikel 1.2.2
Het is verboden professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, indien bestemd voor particulier gebruik, binnen het grondgebied van Nederland te brengen, op te slaan, te vervaardigen, voorhanden te hebben of aan een ander ter beschikking te stellen.
Het is verboden aan een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik ter beschikking te stellen.
Het is verboden als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik op te slaan, voorhanden te hebben of tot ontbranding te brengen.
Het is verboden vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik binnen het grondgebied van Nederland te brengen, op te slaan, te vervaardigen, toe te passen, voorhanden te hebben, aan een ander ter beschikking te stellen of tot ontbranding te brengen indien dit niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens dit besluit.
Het is eenieder verboden, teneinde handelingen als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, voor te bereiden of te bevorderen:
- a. te trachten een ander te bewegen om die handelingen te plegen, te doen plegen, mede te plegen of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen,
- b. te trachten zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het verrichten van die handelingen te verschaffen, of
- c. voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het verrichten van die handelingen.
Het is verboden vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik buiten het grondgebied van Nederland te brengen zonder dat het voornemen daartoe met inachtneming van artikel 1.3.2 is gemeld.
Van bestemd voor particulier gebruik als bedoeld in het eerste lid is in ieder geval sprake indien:
- a. het tot ontbranding wordt gebracht door een particulier,
- b. het te koop wordt aangeboden of ter beschikking wordt gesteld aan, gekocht of besteld door een particulier,
- c. het aangetroffen wordt bij een particulier,
- d. het binnen het grondgebied van Nederland wordt gebracht of voorhanden wordt gehouden met het oogmerk het aan particulieren ter beschikking te stellen, of
- e. het is voorzien van de aanduiding: Geschikt voor particulier gebruik.
Voor de toepassing van de leden 1, 2 en 3 wordt onder professioneel vuurwerk mede verstaan:
- a. pyrotechnische artikelen die zijn ingedeeld in categorie P1 of P2 en die als vuurwerk worden gebruikt of kennelijk zijn bestemd om als vuurwerk te worden gebruikt;
- b. niet in een categorie ingedeelde pyrotechnische artikelen.
Artikel 1.2.3
Het is verboden vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik zonder een daartoe verleende omgevingsvergunning te vervaardigen of, behoudens het bepaalde in artikel 3B.1, eerste lid, te bewerken.
Artikel 1.2.4
Het is verboden vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik voorhanden te hebben.
Het eerste lid is niet van toepassing:
- a. tijdens de perioden dat consumentenvuurwerk, ingevolge artikel 2.3.2 ter beschikking mag worden gesteld of ingevolge artikel 2.3.6 tot ontbranding mag worden gebracht, indien niet meer dan 25 kg van dat vuurwerk voorhanden is;
- b. buiten de perioden, bedoeld onder a, indien niet meer dan 25 kg consumentenvuurwerk, voorhanden is op een plaats die niet voor het publiek toegankelijk is;
- c. tijdens het tot ontbranding brengen van professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik overeenkomstig artikel 3B.1, alsmede gedurende ten hoogste zestien uur daaraan voorafgaand, met dien verstande dat niet meer professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik voorhanden zijn dan redelijkerwijs tot ontbranding zullen worden gebracht;
- d. gedurende ten hoogste 12 uur nadat is of zou worden aangevangen met het tot ontbranding van professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik overeenkomstig artikel 3B.1 en het professioneel vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik voorhanden zijn op een plaats die niet voor het publiek toegankelijk is en op een zodanige wijze dat geen gevaar voor personen is te duchten, met dien verstande dat niet meer professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik voorhanden zijn dan redelijkerwijs tot ontbranding zouden worden gebracht;
- e. op een locatie waarop een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.30 of 3.286, eerste lid, onder i, van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt verricht, die is gemeld overeenkomstig artikel 4.1030 van dat besluit of waarvoor een omgevingsvergunning is verleend.
Gedeputeerde staten van de provincie waarin het professioneel vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding zullen worden gebracht kunnen bij de ontbrandingstoestemming in plaats van de tijdsduur, genoemd in het tweede lid, onder c, een andere tijdsduur vaststellen.
Het eerste lid is tevens niet van toepassing indien het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik worden vervoerd overeenkomstig de eisen gesteld bij of krachtens de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en met inachtneming van artikel 1.2.5.
Artikel 1.2.5
Het is verboden handelingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder c, d en e, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen te verrichten, voor zover het betreft handelingen met vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, anders dan:
- a. het laten staan en het laten liggen van een vervoermiddel waarin of waarop zich vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik bevinden, in verband met:
- 1°. de toepassing van artikel 1.2.4, tweede lid, onder c,
- 2°. een wettelijk voorschrift dat dat voorschrijft in verband met weersomstandigheden.
- b. het ononderbroken beladen van een vervoermiddel met vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik en het ononderbroken lossen daaruit, of
- c. het met een omgevingsvergunning voor het opslaan van vuurwerk of van pyrotechnische artikelen voor theatergebruik voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, onder i, van het Besluit activiteiten leefomgeving:
- 1°. laten staan en laten liggen van een vervoermiddel waarin of waarop zich vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik bevinden,
- 2°. beladen van een vervoermiddel met vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik en het lossen daaruit, of
- 3°. nederleggen tijdens het vervoer van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik.
Het is verboden verpakt of onverpakt consumentenvuurwerk, anders dan voor eigen gebruik, in een hoeveelheid van meer dan 25 kg per vervoermiddel dan wel professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik te vervoeren, tenzij degene die vervoert tijdens dat vervoer schriftelijk kan aantonen door middel van een vrachtbrief als bedoeld in artikel 2.13 van de Wet wegvervoer goederen, dan wel door middel van een cognossement als bedoeld in boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, dat de artikelen zijn bestemd voor een natuurlijk persoon of een rechtspersoon:
- a. die ingevolge het Besluit activiteiten leefomgeving, dit vuurwerk of deze pyrotechnische artikelen voor theatergebruik mag opslaan,
- b. die houder is van een vergunning als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid, of
- c. wiens gegevens, als het vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik buiten het grondgebied van Nederland worden gebracht, zijn verstrekt bij de melding, bedoeld in artikel 1.3.2, vierde lid, onder f.
Artikel 1.2.6
Het is een ieder verboden pyrotechnische artikelen anders dan consumentenvuurwerk aan te prijzen of aan te bevelen:
- a. voor particulier gebruik als bedoeld in artikel 1.2.2, zevende lid, of
- b. indien hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze pyrotechnische artikelen zullen worden aangewend voor een ander gebruik dan waartoe deze gelet op de samenstelling of eigenschappen of de bijbehorende gebruiksaanwijzing, kennelijk geschikt zijn.
Het is een ieder verboden consumentenvuurwerk aan te prijzen of aan te bevelen voor een ander gebruik dan waartoe het gelet op de samenstelling of eigenschappen of de bijbehorende gebruiksaanwijzing, kennelijk geschikt is.
Artikel 1.2.7
Het is een ieder die anders dan beroepshalve vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding brengt, verboden handelingen te verrichten of na te laten waarvan hij weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaren kunnen optreden voor mens of milieu.
§ 3. Binnen en buiten het grondgebied van Nederland brengen van vuurwerk
Artikel 1.3.1
Degene die vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik bedrijfsmatig binnen het grondgebied van Nederland brengt, draagt ervoor zorg dat:
- a. op de verpakking waarin het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik zich tijdens het vervoer bevinden, is aangeduid de klasse waarin het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik volgens bijlage A bij de ADR zijn ingedeeld als vuurwerk, en de aanduiding van de klasse overeenstemt met de eigenschappen van dat verpakte vuurwerk,
- b. het vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik vergezeld gaan van een door of namens hem opgestelde schriftelijke verklaring waarin per transportverpakking is aangeduid volgens welke klasse het vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik ingevolge onderdeel a zijn ingedeeld en waarin hij verklaart dat de aanduiding van die klasse overeenstemt met de eigenschappen van de verpakte artikelen.
- c. aan degene aan wie hij het vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik na het binnen het grondgebied van Nederland te hebben gebracht ter beschikking stelt, een schriftelijke verklaring als bedoeld onder b wordt afgegeven.
Het eerste lid, onder c , is niet van toepassing op vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik waarvan op het moment dat deze artikelen binnen het grondgebied van Nederland worden gebracht, naar het oordeel van Onze Minister genoegzaam wordt aangetoond dat zij binnen 48 uur weer buiten het grondgebied van Nederland zullen worden gebracht. Indien sprake is van het met een omgevingsvergunning opslaan van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, onder i, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in containers voor vervoer op een locatie op een haventerrein van de zeehaven van Amsterdam, Eemshaven, Rotterdam of Vlissingen, wordt in plaats van «48 uur» gelezen: twee weken.
Artikel 1.3.2
Degene die vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik bedrijfsmatig binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengt, meldt voorafgaand elektronisch het voornemen hiertoe bij Onze Minister. De melding wordt ten minste 48 uur voorafgaand aan het binnen of buiten Nederland brengen van de artikelen gedaan.
In afwijking van het eerste lid is het degene die bedrijfsmatig consumentenvuurwerk in de periode van 15 december tot 1 januari binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengt, toegestaan het voornemen hiertoe ten minste 24 uur van te voren elektronisch bij Onze Minister te melden.
In afwijking van het eerste lid is het binnen 24 uur nadat is of zou worden aangevangen met het tot ontbranding brengen van professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik overeenkomstig artikel 3B.1, toegestaan de resterende artikelen buiten het grondgebied van Nederland te brengen zonder voorafgaande melding, met dien verstande dat binnen een werkdag na het buiten het grondgebied van Nederland brengen van de artikelen, door degene die de artikelen buiten Nederland heeft gebracht een melding aan Onze Minister wordt gedaan.
Bij de melding worden in ieder geval de volgende gegevens verstrekt:
- a. de naam en het adres van degene die het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengt;
- b. de voorziene plaats waar, de datum en het verwachte tijdstip, waarop het vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik binnen of buiten het grondgebied van Nederland worden gebracht;
- c. of het consumenten of professioneel vuurwerk dan wel pyrotechnische artikelen voor theatergebruik betreft, het door de fabrikant bij de vervaardiging toegekende artikelnummer dat dient ter identificatie van het artikel, de CE-markering, het type vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, de NEM, per artikelnummer de hoeveelheid verpakt vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik en indien van toepassing het containernummer waarin het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik zich bevinden;
- d. de voorziene datum waarop en de plaats waar het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik worden gelost of overgeladen en, indien de artikelen aansluitend aan het binnen het grondgebied van Nederland brengen tot ontbranding worden gebracht, de plaats van die ontbranding;
- e. bij binnen het grondgebied van Nederland brengen het land van productie, de naam van de onderneming die het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik geproduceerd heeft, de naam en het adres van degene bij wie de artikelen worden opgeslagen, en de naam en het adres van degene voor wie de artikelen zijn bestemd;
- f. bij buiten het grondgebied van Nederland brengen de naam en het adres van degene voor wie het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik zijn bestemd, en het adres van degene bij wie de artikelen worden afgeleverd in het buitenland.
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop een melding langs elektronische weg wordt gedaan.
Afwijking van de gemelde gegevens wordt voorafgaand aan het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen van vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik terstond aan Onze Minister gemeld.
Voor de berekening van de periode van 48 uur, bedoeld in het eerste lid, worden uren die vallen op een dag, niet zijnde een werkdag, niet meegerekend.
§ 4. Ter beschikking stellen en registreren van vuurwerk
Artikel 1.4.1
Degene die:
- a. consumentenvuurwerk aan een groothandelaar ter beschikking stelt, of
- b. professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik aan een ander ter beschikking stelt,
meldt voordat de terbeschikkingstelling plaatsvindt elektronisch het voornemen hiertoe bij Onze Minister. De melding wordt gedaan ten minste 48 uur voorafgaand aan de terbeschikkingstelling van de artikelen.
In afwijking van het eerste lid is het degene die consumentenvuurwerk in de periode van 15 december tot 1 januari ter beschikking stelt toegestaan het voornemen hiertoe ten minste 24 uur van te voren elektronisch bij Onze Minister te melden.
Bij de melding worden in ieder geval de volgende gegevens verstrekt:
- a. de naam en het adres van degene die ter beschikking stelt,
- b. de naam en het adres van degene aan wie ter beschikking wordt gesteld,
- c. de datum waarop de artikelen ter beschikking worden gesteld, en de plaats waar deze worden opgeslagen, en
- d. of het consumenten of professioneel vuurwerk dan wel pyrotechnische artikelen voor theatergebruik betreft, het door de fabrikant bij de vervaardiging toegekende artikelnummer dat dient ter identificatie van het artikel, de CE-markering, het type vuurwerk of pyrotechnisch artikel voor theatergebruik, de NEM en per artikelnummer de hoeveelheid.
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop een melding langs elektronische weg wordt gedaan.
Voor de berekening van de periode van 48 uur, bedoeld in het eerste lid, worden uren die vallen op een dag, niet zijnde een werkdag, niet meegerekend.
Artikel 1.4.2
Degene die vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik vervaardigt, binnen het grondgebied van Nederland brengt, of voor handelsdoeleinden voorhanden heeft, registreert:
- a. of het consumenten- of professioneel vuurwerk dan wel pyrotechnische artikelen voor theatergebruik betreft, en het door de fabrikant bij de vervaardiging toegekende artikelnummer dat dient ter identificatie van het artikel;
- b. de hoeveelheid verpakt vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in kilogrammen die per afnemer ter beschikking is gesteld.
Artikel 3, eerste en derde lid, van het Administratiebesluit milieugevaarlijke stoffen en preparaten is van overeenkomstige toepassing op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a en b.
Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op degene die bedrijfsmatig consumentenvuurwerk ter beschikking stelt aan particulieren.
Artikel 1.4.3
Vervallen
Hoofdstuk 2. Consumentenvuurwerk
§ 1. Eisen aan consumentenvuurwerk
Artikel 2.1.1
Bij regeling van Onze Minister wordt vuurwerk aangewezen dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik. De aanwijzing geschiedt aan de hand van de aard, samenstelling, constructie en eigenschappen van het vuurwerk.
Artikel 2.1.2
Vervallen
Artikel 2.1.3
Vuurwerk van consumentenvuurwerk, is voorzien van:
- a. de aanduiding: Geschikt voor particulier gebruik;
- b. een vermelding of afbeelding van de soort van het vuurwerk waaruit duidelijk blijkt wat de te verwachten effecten tijdens het functioneren zijn;
- c. de naam, de geregistreerde handelsnaam of de geregistreerde merknaam van de fabrikant en één postadres waarop contact met hem kan worden opgenomen;
- d. indien de fabrikant niet is gevestigd op het grondgebied van de Europese Unie: de gegevens, genoemd onder c, en de naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerde merknaam van de importeur en het postadres waarop contact met hem kan worden opgenomen;
- e. indien de importeur niet in Nederland is gevestigd: de gegevens, genoemd onder c en d, en de handelsnaam of het handelsmerk en de naam en de plaats van vestiging van de distributeur;
- f. de naam en het type van het artikel, het door de fabrikant bij de vervaardiging toegekende artikelnummer dat dient ter identificatie van het vuurwerk, het registratienummer en het product-, partij- of serienummer van het product;
- g. de minimumleeftijd voor het verkopen of anderszins ter beschikking stellen van het vuurwerk, bedoeld in artikel 2.3.5;
- h. de categorie, bedoeld in artikel 1A.1.3, waartoe het vuurwerk behoort;
- i. de NEM;
- j. een gebruiksaanwijzing met zodanige aanwijzingen en waarschuwingen dat bij het dienovereenkomstig handelen geen letsel of schade bij de gebruiker en omstanders kan ontstaan.
Consumentenvuurwerk is voorts voorzien van de volgende informatie:
- voor zover het betreft categorie F1: in voorkomend geval: «uitsluitend buitenshuis te gebruiken» en een minimale veiligheidsafstand;
- voor zover het betreft categorie F2: «uitsluitend buitenshuis te gebruiken» en, in voorkomend geval, een minimale veiligheidsafstand of -afstanden.
Het eerste en tweede lid gelden niet voor vuurwerk van geringe afmeting, mits de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens zijn aangebracht op de kleinste verpakkingseenheid.
De aanduiding en de gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn in de Nederlandse taal gesteld, zichtbaar, leesbaar, duidelijk, begrijpelijk en onuitwisbaar.
In afwijking van het vierde lid worden de aanduiding en de gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, op vuurwerk dat aan de consument zal worden aangeboden in een andere lidstaat van de Europese Unie gesteld in de officiële taal of talen van het desbetreffende land.
Dit artikel is niet van toepassing op vuurwerk waarvan op het moment dat het binnen het grondgebied van Nederland wordt gebracht, naar het oordeel van Onze Minister genoegzaam wordt aangetoond dat het binnen 48 uur weer buiten het grondgebied van Nederland zal worden gebracht. Indien sprake is van het met een omgevingsvergunning opslaan van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, onder i, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in containers voor vervoer op een locatie op een haventerrein van de zeehaven van Amsterdam, Eemshaven, Rotterdam of Vlissingen, wordt in plaats van «48 uur» gelezen: twee weken.
Artikel 2.1.4
Het is verboden vuurwerk dat niet voldoet aan de ter uitwerking van dit besluit krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer gestelde regels met betrekking tot consumentenvuurwerk, te voorzien van de aanduiding: Geschikt voor particulier gebruik.
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 2.2.1
Vervallen
Artikel 2.2.2
Vervallen
Artikel 2.2.3
Vervallen
Artikel 2.2.4
Vervallen
Artikel 2.2.5
Vervallen
§ 3. Verkoop en tot ontbranding brengen van consumentenvuurwerk
Artikel 2.3.1
Het is verboden consumentenvuurwerk voor handelsdoeleinden ter beschikking te stellen aan een ander dan:
- a. degene die een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.30 van het Besluit activiteiten leefomgeving verricht;
- b. een in het buitenland gevestigde ondernemer wiens bedrijfsmatige activiteit bestaat uit het verhandelen van vuurwerk en die gerechtigd is het vuurwerk op te slaan of te bewerken, dan wel, indien de betrokken persoon het vuurwerk tot ontbranding zal brengen, gerechtigd is het vuurwerk tot ontbranding te brengen.
Artikel 2.3.2
Het is verboden consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen aan een particulier.
Het verbod geldt niet op 29, 30 en 31 december met dien verstande dat als een van deze dagen een zondag is het verbod eveneens op die zondag geldt, in welk geval het verbod om vuurwerk ter beschikking te stellen dan niet geldt op 28 december.
Artikel 2.3.3
Het is verboden per levering meer dan 25 kg consumentenvuurwerk aan een particulier ter beschikking te stellen. Voor de bepaling van de hoeveelheid vuurwerk wordt uitgegaan van het gewicht van het vuurwerk als zijnde onverpakt.
Artikel 2.3.4
Het is verboden consumentenvuurwerk aan een particulier bedrijfsmatig ter beschikking te stellen op een andere plaats dan een ruimte voor verkoop aan particulieren als bedoeld in artikel 4.1046 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Artikel 2.3.5
Het is verboden consumentenvuurwerk te verkopen of anderszins ter beschikking te stellen aan particulieren jonger dan:
- voor zover het betreft categorie F1: 12 jaar;
- voor zover het betreft categorie F2: 16 jaar.
Artikel 2.3.6
Het is verboden vuurwerk, anders dan bedrijfsmatig, tot ontbranding te brengen op een ander tijdstip dan tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daaropvolgende jaar.
Artikel 2.3.7
De artikelen 1.2.4, 1.2.5, 2.3.2, 2.3.3, 2.3.5a en 2.3.6 gelden niet ten aanzien van fop- en schertsvuurwerk.
Hoofdstuk 3. Professioneel vuurwerk
§ 1. Eisen aan professioneel vuurwerk
Artikel 3.1.1
professioneel vuurwerk is voorzien van:
- a. de aanduiding: Niet geschikt voor particulier gebruik;
- b. een vermelding of afbeelding van de soort van het vuurwerk waaruit duidelijk blijkt wat de te verwachten effecten tijdens het functioneren zijn;
- c. de naam, de geregistreerde handelsnaam of de geregistreerde merknaam van de fabrikant en één postadres waarop contact met hem kan worden opgenomen;
- d. indien de fabrikant niet is gevestigd op het grondgebied van de Europese Unie: de gegevens, genoemd onder c, en de naam, geregistreerde handelsnaam of geregistreerde merknaam van de importeur en het postadres waarop contact met hem kan worden opgenomen;
- e. indien de importeur niet in Nederland is gevestigd: de gegevens, genoemd onder c en d, en de handelsnaam of het handelsmerk en de naam en de plaats van vestiging van de distributeur;
- f. de naam en het type van het artikel, het door de fabrikant bij de vervaardiging toegekende registratienummer en het product-, partij- of serienummer van het product en, voor zover het vuurwerk betreft dat is ingedeeld in categorie F3 of F4, het productiejaar van het vuurwerk;
- g. de categorie, bedoeld in artikel 1A.1.3, waartoe het vuurwerk behoort;
- h. de NEM;
- i. een gebruiksaanwijzing met zodanige aanwijzingen en waarschuwingen dat bij het dienovereenkomstig handelen geen letsel of schade bij de gebruiker en omstanders kan ontstaan.
De verpakking van professioneel vuurwerk is voorts voorzien van de volgende informatie:
- voor zover het betreft categorie F2: «uitsluitend buitenshuis te gebruiken» en, in voorkomend geval, de minimale veiligheidsafstanden(en);
- voor zover het betreft categorie F3: «uitsluitend buitenshuis te gebruiken» en, de minimale veiligheidsafstand(en);
- voor zover het betreft categorie F4: «uitsluitend door personen met gespecialiseerde kennis te gebruiken» en de minimale veiligheidsafstand(en).
Het eerste en tweede lid gelden niet voor professioneel vuurwerk van geringe afmeting, mits de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens zijn aangebracht op de kleinste verpakkingseenheid.
De aanduiding en de gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn in de Nederlandse, Duitse, Engelse of Franse taal gesteld, zichtbaar, leesbaar, duidelijk, begrijpelijk en onuitwisbaar.
In afwijking van het vierde lid worden de aanduiding en de gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, op professioneel vuurwerk dat aan een persoon met gespecialiseerde kennis zal worden aangeboden in een andere lidstaat van de Europese Unie, gesteld in de officiële taal of talen van het desbetreffende land.
Dit artikel is niet van toepassing op vuurwerk waarvan op het moment dat het binnen het grondgebied van Nederland wordt gebracht, naar het oordeel van Onze Minister genoegzaam wordt aangetoond dat het binnen 48 uur weer buiten het grondgebied van Nederland zal worden gebracht. Indien sprake is van het met een omgevingsvergunning opslaan van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik voor korte tijd en in afwachting van aansluitend vervoer naar een vooraf bekende ontvanger, bedoeld in artikel 3.286, eerste lid, onder i, van het Besluit activiteiten leefomgeving, in containers voor vervoer op een locatie op een haventerrein van de zeehaven van Amsterdam, Eemshaven, Rotterdam of Vlissingen, wordt in plaats van «48 uur» gelezen: twee weken.
§ 2. Opslaan en bewerken van professioneel vuurwerk
Artikel 3.2.1
Vervallen
Artikel 3.2.2
Vervallen
Artikel 3.2.3
Vervallen
Artikel 3.2.4
Vervallen
§ 4. CE-markering
Artikel 3.3.1
Het is verboden professioneel vuurwerk aan een ander ter beschikking te stellen.
Het verbod geldt niet voor het ter beschikking stellen van vuurwerk aan een persoon met gespecialiseerde kennis die gerechtigd is het vuurwerk op te slaan of te bewerken, dan wel, indien de betrokken persoon het vuurwerk tot ontbranding zal brengen, gerechtigd is het vuurwerk tot ontbranding te brengen.
Artikel 3.3.2
Vervallen
Artikel 3.3.3
Vervallen
Artikel 3.3.4
Vervallen
Artikel 3.3.5
Vervallen
Artikel 3.3.6
Vervallen
Hoofdstuk 4. Veiligheidsafstanden
Artikel 4.1
Marktdeelnemers bieden professioneel vuurwerk, pyrotechnische artikelen voor theatergebruik en pyrotechnische artikelen van categorie P2 uitsluitend op de markt aan, aan personen met gespecialiseerde kennis, op voorlegging van een controledocument en een identiteitsbewijs.
Ingeval een natuurlijk persoon optreedt namens een tot het toepassen, opslaan of op de markt aanbieden van pyrotechnische artikelen gerechtigde onderneming toebehorend aan een natuurlijke of rechtspersoon, geldt daarbij bovendien dat de betrokken pyrotechnische artikelen uitsluitend worden verstrekt na voorlegging van het controledocument en identiteitsbewijs van de door die onderneming aangewezen verantwoordelijke persoon.
Voor personen met gespecialiseerde kennis of verantwoordelijke personen die als zodanig zijn aangewezen op grond van het recht in België, Luxemburg of Nederland, met uitzondering van personen met gespecialiseerde kennis als bedoeld in artikel 1.1.2a, eerste lid, onderdelen c tot en met f, vormt de pyro-pass het controledocument als bedoeld in het eerste lid.
Houders van een pyro-pass die gemachtigd zijn voor vuurwerk van categorie F3 of F4 zijn tevens gemachtigd voor niet voor particulier gebruik aangewezen vuurwerk van categorie F2.
Houders van een pyro-pass die gemachtigd zijn voor pyrotechnische artikelen voor theatergebruik van categorie T2 zijn tevens gemachtigd voor pyrotechnische artikelen voor theatergebruik van categorie T1.
Marktdeelnemers raadplegen bij de controle van de pyro-pass tevens het pyro-passregister om de geldigheid van de pyro-pass te controleren.
Voor personen met gespecialiseerde kennis die niet als zodanig zijn aangewezen in België, Luxemburg of Nederland, bestaat het controledocument uit een schriftelijk bewijs van de toestemming die een persoon in een niet tot de Benelux behorende lidstaat van de Europese Unie zoals bedoeld in artikel 1.1.2a, tweede lid, heeft gekregen.
Marktdeelnemers die vuurwerk verstrekken als bedoeld in het eerste lid, bewaren een kopie van het controledocument in de administratie, samen met de betrokken factuur en het betrokken vervoersdocument als dit is vereist krachtens bijlage 1 van de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen, zijnde de Nederlandse vertaling van de bijlagen A en B van het ADR en de daarbij behorende aanhangsels, gedurende zeven jaar.
Artikel 4.2
De volgende natuurlijke personen komen in aanmerking voor een pyro-pass:
- a. een persoon met gespecialiseerde kennis als bedoeld in artikel 1.1.2a, eerste lid, onderdeel a, die in het bezit is van een geldig certificaat van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit;
- b. een persoon met gespecialiseerde kennis als bedoeld in artikel 1.1.2a, eerste lid, onderdeel b, die in het bezit is van een geldig certificaat van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit;
- c. een verantwoordelijke persoon;
- d. een persoon met gespecialiseerde kennis die vanwege de uitoefening van zijn functie pyrotechnische artikelen van categorie P2 mag gebruiken.
Onze Minister beslist op een aanvraag voor een pyro-pass.
De aanvraag van een pyro-pass voor een verantwoordelijke persoon wordt door een tot het opslaan of toepassen van pyrotechnische artikelen gerechtigde onderneming toebehorend aan een natuurlijke of rechtspersoon tezamen met de verantwoordelijke persoon ingediend bij Onze Minister.
Bij ministeriële regeling worden het model voor de pyro-pass, de vereisten voor de aanvraag en de aanvraagprocedure vastgesteld.
De geldigheidsduur van de pyro-pass zoals daarop vermeld, is gelijk aan de geldigheidsduur van het certificaat van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, tenzij de bij de aanvraag overgelegde omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 1.1.2a, eerste lid, onderdeel a, of toepassingsvergunning een kortere geldigheidsduur heeft, in welk geval de geldigheidsduur van de pyro-pass daaraan gelijk gesteld wordt.
De pyro-pass vervalt op het moment dat het certificaat van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit niet meer geldig is.
Onze Minister trekt de pyro-pass in indien de persoon aan wie de pyro-pass is afgegeven:
- a. niet meer voldoet aan de vereisten voor een persoon met gespecialiseerde kennis, als bedoeld in artikel 1.1.2a, of niet langer is aangewezen door een persoon met gespecialiseerde kennis om namens deze persoon vuurwerk te hanteren of gebruiken;
- b. misbruik heeft gemaakt van de pyro-pass.
Onder misbruik als bedoeld in het zevende lid, onderdeel b, wordt in ieder geval verstaan:
- a. het op de markt aanbieden van vuurwerk van categorie F3 en F4, pyrotechnische artikelen voor theatergebruik van categorie T2 en andere pyrotechnische artikelen van categorie P2 aan een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis;
- b. de opslag van de pyrotechnische artikelen bedoeld in onderdeel a op een daartoe niet vergunde locatie.
Onze Minister vermeldt het vervallen of de intrekking van een pyro-pass in het pyro-passregister.
Artikel 4.3
De volgende gegevens en bescheiden worden opgenomen in het pyro-passregister:
- a. een afschrift van de pyro-pass;
- b. een bewijs dat de aanvrager is aangewezen als persoon met gespecialiseerde kennis voor pyrotechnische artikelen van categorie P2; of
- c. een afschrift van het certificaat van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit; en
- d. in voorkomend geval een afschrift van de toepassingsvergunning of omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 1.1.2a, eerste lid, onderdeel a.
Artikel 4.4
Het pyro-passregister is voor een ieder te raadplegen om de geldigheid van een aangeboden pyro-pass te controleren.
Hoofdstuk 2. Consumentenvuurwerk
§ 2D. Identificatie van marktdeelnemers
Artikel 5.1.1
Wijzigt het Arbeidsomstandighedenbesluit.
Artikel 5.1.2
Wijzigt het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen.
Artikel 5.1.3
Wijzigt het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer.
Artikel 5.1.4
Wijzigt het Transactiebesluit milieudelicten.
Artikel 5.1.5
Wijzigt het Transactiebesluit 1994.
Artikel 5.1.6
Wijzigt het Besluit aanwijzing toezichthoudende ambtenaren milieuwetgeving.
Artikel 5.1.7
Wijzigt het Besluit politieregisters.
Artikel 5.1.8
Wijzigt het Besluit aanwijzing Halt-feiten.
Artikel 5.1.9
Wijzigt het Besluit inrichtingen voor motorvoertuigen milieubeheer.
Artikel 5.1.10
Wijzigt het Besluit detailhandel en ambachtsbedrijven milieubeheer.
Artikel 5.1.11
Wijzigt het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer.
Artikel 5.1.12
Wijzigt het Besluit woon- en verblijfsgebouwen milieubeheer.
Artikel 5.1.13
Wijzigt het Besluit bouw- en houtbedrijven milieubeheer.
Artikel 5.1.14
Wijzigt het Besluit opslag- en transportbedrijven milieubeheer.
§ 2. Intrekking van regelgeving
Artikel 5.2.1
Ingetrokken worden:
- a. het Vuurwerkbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen;
- b. het Besluit opslag vuurwerk milieubeheer;
- c. het Reglement Gevaarlijke Stoffen;
- d. de beschikking van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 6 november 1979, houdende voorschriften voor de aflevering van ontploffingsgevaarlijke stoffen;
- e. de regeling van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 17 maart 1980, houdende verbod tot het gebruik van explosieven voor opruimingswerkzaamheden;
- f. de ontheffing van het Reglement Gevaarlijke Stoffen van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 19 december 1985;
- g. de regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 20 december 1990, houdende vergunningplicht voor het afleveren, ter aflevering aanwezig houden en bezigen van vuurwerk;
- h. het Interim-besluit bezigen en afleveren professioneel vuurwerk Wms;
- i. de Interimregeling aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Interim-besluit bezigen en afleveren professioneel vuurwerk Wms.
Artikel 5.2.2
Wijzigt het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen.
§ 3. Overgangsbepalingen
Artikel 5.3.1
De nadere eisen, gesteld krachtens artikel 2.2.3 of 3.2.2, alsmede de toestemmingen, verleend krachtens voorschrift 1.8 van bijlage 1, die voor een inrichting onmiddellijk voor 1 juli 2012 in werking en onherroepelijk waren, worden gelijkgesteld met maatwerkvoorschriften.
Artikel 5.3.2
Een vergunning als bedoeld in artikel 3B.1, eerste lid, die onmiddellijk voor 1 juli 2012 van kracht en onherroepelijk is, wordt gelijkgesteld met een toepassingsvergunning.
Artikel 5.3.3
Vervallen
Artikel 5.3.4
Vervallen
§ 4. Slotbepalingen
Artikel 5.4.1
Onze Minister wijst een vertaling aan van bijlage A bij de ADR of draagt zorg voor een vertaling en doet van de aanwijzing of wijze van bekendmaking van de vertaling mededeling in de Staatscourant.
Artikel 5.4.2
De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 5.4.3
Dit besluit wordt aangehaald als: Vuurwerkbesluit.
Bijlage 1. Voorschriften voor het opslaan van consumenten-vuurwerk, als bedoeld in de artikelen 2.2.1 en 2.2.2
A. Begripsbepalingen
In deze bijlage wordt verstaan onder:
Voor zover een NEN-norm of NPR-richtlijn waarnaar in een voorschrift verwezen wordt, betrekking heeft op de uitvoering van constructies, toestellen en apparaten, wordt bedoeld de laatste vóór de datum, waarop dit besluit in het Staatsblad is geplaatst, uitgegeven norm met de daarop tot die datum uitgegeven aanvullingen of correctiebladen dan wel – voor zover het op voornoemde datum reeds bestaande constructies, toestellen en apparaten betreft – de norm die bij de aanleg of installatie van die constructies, toestellen en apparaten is toegepast, tenzij in het voorschrift anders is bepaald.
Met de in deze bijlage onder A, onderdeel 1, sub d, e en j, bedoelde normen worden gelijkgesteld normen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, en die ten minste een gelijkwaardig niveau waarborgen.
Met de in deze bijlage, onder B, onderdeel 5.2, 5.3, 5.4 en 5.5 bedoelde inspectie-instelling of certificatie-instelling die is geaccrediteerd door de Stichting Raad voor Accreditatie wordt gelijkgesteld een accreditatie afgegeven door een instelling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, en die aan ten minste een gelijkwaardig niveau voldoet.
A. Begripsbepalingen
Paragraaf 1. Algemene voorschriften voor de opslag en voor de verkoop
Voor zover een NEN-norm of NPR-richtlijn waarnaar in een voorschrift verwezen wordt, betrekking heeft op de uitvoering van constructies, toestellen en apparaten, wordt bedoeld de laatste vóór de datum, waarop dit besluit in het Staatsblad is geplaatst, uitgegeven norm met de daarop tot die datum uitgegeven aanvullingen of correctiebladen dan wel – voor zover het op voornoemde datum reeds bestaande constructies, toestellen en apparaten betreft – de norm die bij de aanleg of installatie van die constructies, toestellen en apparaten is toegepast, tenzij in het voorschrift anders is bepaald.
Met de in deze bijlage onder A, onderdeel 1, sub d, e en j, bedoelde normen en de in deze bijlage onder A, onderdeel 1, sub l, bedoelde voorschriften, worden gelijkgesteld normen en voorschriften die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat bindend is voor Nederland, en die ten minste een gelijkwaardig niveau waarborgen.
Met de in deze bijlage, onder B, voorschrift 5.2 bedoelde inspectie-instelling of de in voorschrift 5.3 bedoelde certificatie-instelling die is geaccrediteerd door de Stichting Raad voor Accreditatie wordt gelijkgesteld een accreditatie afgegeven door een instelling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat bindend is voor Nederland, en die aan ten minste een gelijkwaardig niveau voldoet.
In deze bijlage wordt theatervuurwerk en professioneel vuurwerk als bedoeld in artikel 3.1.4, tenzij in het voorschrift anders is bepaald, gelijkgesteld aan consumentenvuurwerk.
Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke versie van het memorandum nr. 60 moet worden toegepast of wordt een document aangewezen dat in de plaats van het memorandum moet worden toegepast.
1.1 De voorschriften van deze bijlage zijn niet van toepassing op fop- en schertsvuurwerk, mits binnen de inrichting niet meer dan 200 kg fop- en schertsvuurwerk aanwezig is.
1.1 De voorschriften van deze bijlage zijn niet van toepassing op fop- en schertsvuurwerk, mits binnen de inrichting niet meer dan 200 kg fop- en schertsvuurwerk aanwezig is.
1.1 De voorschriften van deze bijlage zijn niet van toepassing op fop- en schertsvuurwerk, mits binnen de inrichting niet meer dan 200 kg fop- en schertsvuurwerk aanwezig is.
1.2 Bij de vaststelling van de in deze bijlage genoemde hoeveelheden vuurwerk wordt, indien meer dan 200 kg fop- en schertsvuurwerk aanwezig is, 10 kg fop- en schertsvuurwerk gelijk gesteld aan 1 kg consumentenvuurwerk.
1.3 Consumentenvuurwerk is, behalve tijdens intern transport, alleen aanwezig in de daarvoor bestemde bewaarplaats, bufferbewaarplaats en verkoopruimte en alleen in de hoeveelheden, op die tijdstippen en op de wijze die genoemd is in de voorschriften ten aanzien van de betreffende ruimte. Aangeboden consumentenvuurwerk wordt onmiddellijk na levering in de (buffer)bewaarplaats opgeborgen, waarbij het vervoermiddel waarmee het consumentenvuurwerk wordt aangeleverd niet onbewaakt blijft staan, tenzij het vervoermiddel zich bevindt op een voor onbevoegden afgesloten terrein.
1.4 Degene die de inrichting drijft heeft de in zijn inrichting werkzame personen die belast zijn met de verkoop van consumentenvuurwerk, het gereedmaken van vuurwerkpakketten en het de bewaarplaats inbrengen of uitnemen van consumentenvuurwerk, een schriftelijke instructie verstrekt, die erop gericht is gedragingen hunnerzijds, die tot gevolg kunnen hebben dat een voorschrift of nadere eis wordt overtreden, uit te sluiten en die erop gericht is dat voornoemde personen zijn geïnstrueerd over het gevaar van consumentenvuurwerk en de wijze van brandbestrijding in geval van calamiteiten.
1.5 Gevallen of beschadigd consumentenvuurwerk wordt onmiddellijk opgeraapt. Beschadigd consumentenvuurwerk wordt bovendien in een bergingsverpakking bewaard in de bufferbewaarplaats, of, indien geen bufferbewaarplaats aanwezig is, in de bewaarplaats en binnen 30 dagen als onbetrouwbaar afgevoerd. De bergingsverpakking is voorzien van het identificatienummer, voorafgegaan door de letters «UN» en van alle gevaarsetiketten van het beschadigde collo dat daarin aanwezig is, alsmede van het opschrift «BERGING». Vrijgekomen ontplofbare of pyrotechnische stof wordt bevochtigd met water, zorgvuldig opgeruimd en op dezelfde wijze als gevallen of beschadigd consumentenvuurwerk bewaard en binnen 30 dagen afgevoerd.
Paragraaf 2. Constructie van een bewaarplaats en van een bufferbewaarplaats
1.7 Binnen de inrichting mag niet worden gerookt en mag geen open vuur aanwezig zijn. Dit verbod is aangegeven door op een daarvoor geschikte plaats een verbodsbord overeenkomstig bijlage XVIII bij de Arbeidsomstandighedenregeling aan te brengen waaruit blijkt dat vuur, open vlam en roken zijn verboden.
1.8 Alle ruimten waar consumentenvuurwerk aanwezig mag zijn, zijn op de begane grond gesitueerd. In afwijking hiervan kan het bevoegd gezag toestemming verlenen dat consumentenvuurwerk aanwezig is in een kelder of op de eerste verdieping indien deze ruimten naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende bereikbaar en toegankelijk zijn met het oog op brandbestrijding. Het bevoegd gezag stelt alvorens toestemming te verlenen de commandant van de regionale brandweer binnen wiens gebied de inrichting geheel of in hoofdzaak is gelegen, in de gelegenheid hierover advies uit te brengen.
1.9 De afstand van ruimten waar consumentenvuurwerk aanwezig mag zijn tot licht of zeer licht ontvlambare stoffen en drukhouders, met uitzondering van brandblusmiddelen, is ten minste 5 m.
1.10 In de bewaarplaats en de bufferbewaarplaats voldoet de gebruikte apparatuur en de installaties aan de in NPR 7910-2 genoemde voorschriften voor zone 22. De maximaal toegelaten oppervlaktetemperatuur is 100°C.
1.11 Opdat een brand binnen redelijke tijd kan worden geblust, heeft een inrichting één of meer brandslanghaspels, waarbij aan de volgende voorwaarden is voldaan:
1.12 Een brandslanghaspel is steeds voor onmiddellijk gebruik beschikbaar en kan onbelemmerd worden bereikt. Een brandslanghaspel wordt jaarlijks door een deskundige gecontroleerd op zijn deugdelijkheid.
2.1 De (buffer)bewaarplaats wordt gelijkgesteld met een brandcompartiment als bedoeld in het Bouwbesluit 2003. De brandwerendheid van een (buffer)bewaarplaats is niet lager dan 60 minuten. De brandwerendheid van een (buffer)bewaarplaats naar een andere (buffer)bewaarplaats is niet lager dan 120 minuten. Bovendien zijn de wanden, vloer en afdekking van een (buffer)bewaarplaats vervaardigd van metselwerk, beton of cellenbeton.
2.1 De (buffer)bewaarplaats wordt gelijkgesteld met een brandcompartiment als bedoeld in het Bouwbesluit 2003. De brandwerendheid van een (buffer)bewaarplaats is niet lager dan 60 minuten. De brandwerendheid van een (buffer)bewaarplaats naar een andere (buffer)bewaarplaats is niet lager dan 120 minuten. Bovendien zijn de wanden, vloer en afdekking van een (buffer)bewaarplaats vervaardigd van metselwerk, beton of cellenbeton.
2.2 Indien de toegangsdeuren van bewaarplaatsen, bufferbewaarplaatsen dan wel verkoopruimten zich naast elkaar bevinden, steekt de constructieve scheiding ten minste 300 mm uit tussen de toegangsdeuren van de betreffende bewaarplaats, bufferbewaarplaats dan wel verkoopruimte.
Paragraaf 3. Gebruik van een bewaarplaats en van een bufferbewaarplaats
2.4 De toegangsdeur van de (buffer)bewaarplaats:
2.5 De deur van de (buffer-)bewaarplaats bevindt zich niet:
2.6 De scheidingsconstructie tussen de ruimte waarin de deur van de (buffer-)bewaarplaats zich bevindt en de verkoopruimte heeft een brandwerendheid die niet lager is dan 30 minuten en bevat naast de zelfsluitende toegangsdeur naar de verkoopruimte geen openingen of ramen die opengezet kunnen worden.
2.7 Voor de verwarming van de (buffer)bewaarplaats worden slechts toestellen gebruikt, waarbij water voor de warmteoverdracht wordt toegepast. De maximale oppervlaktetemperatuur van de verwarmingsapparatuur mag niet boven 100°C kunnen komen.
2.8 Als de toegangsdeur van de (buffer)bewaarplaats kan worden bereikt via een terrein dat voor derden toegankelijk is, is op een afstand van ten minste 4 m van de toegangsdeur een deugdelijke (erf)afscheiding aanwezig waardoor onbevoegden geen toegang hebben tot het terrein.
2.9 Binnen de (buffer)bewaarplaats bevindt zich geen gasleiding of brandstofleiding.
3.1 In de (buffer)bewaarplaats mogen geen consumentenvuurwerk en andere goederen gelijktijdig aanwezig zijn.
Paragraaf 4. Verkoopruimte
3.2 In de bufferbewaarplaats mogen geen andere werkzaamheden worden verricht dan:
3.3 In de bewaarplaats mogen geen andere werkzaamheden worden verricht dan het inbrengen of uitnemen van verpakt consumentenvuurwerk.
Paragraaf 5. Automatische sprinklerinstallatie
3.5 De (buffer)bewaarplaats is zodanig ingericht dat consumentenvuurwerk of verpakkingsmateriaal niet tegen toestellen en leidingen van de verwarmings- of de verlichtingsinstallatie is geplaatst. De afstand tussen verwarmings- of verlichtingsapparatuur bedraagt ten minste 30 cm.
3.6 De (buffer)bewaarplaats is zodanig ingericht dat visuele inspectie van consumentenvuurwerk mogelijk is en het inbrengen en uitnemen van vuurwerk niet wordt belemmerd. In een betreedbare (buffer)bewaarplaats is daarom ten minste één gangpad met een breedte van ten minste 75 cm aanwezig.
3.7 Bij stapeling van verpakt consumentenvuurwerk wordt de maximale hoogte van een stapel mede bepaald door de sterkte van het verpakkingsmateriaal. De onderste lagen mogen niet worden vervormd noch worden beschadigd door het gewicht van de hoger gelegen lagen.
4.1 Gedurende de openingstijden van de winkel is tijdens de toegestane verkoopdagen voor de verkoop van consumentenvuurwerk in de verkoopruimte niet meer dan 250 kg consumentenvuurwerk aanwezig. Buiten deze tijden is geen consumentenvuurwerk anders dan 200 kg fop- en schertsvuurwerk in de verkoopruimte aanwezig.
4.1 Gedurende de openingstijden van de winkel is tijdens de toegestane verkoopdagen voor de verkoop van consumentenvuurwerk in de verkoopruimte niet meer dan 250 kg consumentenvuurwerk aanwezig. Buiten deze tijden is geen consumentenvuurwerk anders dan 200 kg fop- en schertsvuurwerk in de verkoopruimte aanwezig.
4.2 Het in de verkoopruimte aanwezige consumentenvuurwerk is opgeslagen in een vitrine, stelling of winkelkast. Deze vitrine, stelling of winkelkast is zodanig geplaatst of uitgevoerd dat het vuurwerk zich niet onder handbereik van het publiek bevindt.
A. Begripsbepalingen
In deze bijlage wordt verstaan onder:
Voor zover een NEN-norm of NPR-richtlijn waarnaar in een voorschrift verwezen wordt, betrekking heeft op de uitvoering van constructies, toestellen en apparaten, wordt bedoeld de laatste vóór de datum, waarop dit besluit in het Staatsblad is geplaatst, uitgegeven norm met de daarop tot die datum uitgegeven aanvullingen of correctiebladen dan wel – voor zover het op voornoemde datum reeds bestaande constructies, toestellen en apparaten betreft – de norm die bij de aanleg of installatie van die constructies, toestellen en apparaten is toegepast, tenzij in het voorschrift anders is bepaald.
Met de in deze bijlage onder A, onderdeel 1, sub d, e en j, bedoelde normen en de in deze bijlage onder A, onderdeel 1, sub l, bedoelde voorschriften, worden gelijkgesteld normen en voorschriften die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat bindend is voor Nederland, en die ten minste een gelijkwaardig niveau waarborgen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)