Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit)
Bijlage 3. Veiligheidsafstanden als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 3.2.1, 3A.2.1 en 4.2
A. Begripsbepalingen
4.9 Mechanische transportmiddelen voldoen aan de volgende eisen:
4.10 Mechanische transportmiddelen die in een bewerkingsruimte worden toegepast voldoen onverminderd het gestelde in voorschrift 4.9 aan de volgende eisen:
Paragraaf 5. Veiligheidsinstructies voor personen die werkzaamheden verrichten binnen de inrichting
4.11 Rolbanen, transportkettingen en dergelijke zijn dusdanig beveiligd, dat er geen vuurwerkartikelen af kunnen vallen. Bedoelde hulpmiddelen moeten eveneens deugdelijk zijn geaard overeenkomstig voorschrift 4.2. Mechanische transportkettingen en -banden zijn op elke handelingsplaats voorzien van een schakelaar, die de ketting of band buiten gebruik kan stellen.
4.12 De transportmiddelen worden regelmatig nagezien op eventuele gebreken en slijtageverschijnselen. Voorschrift 4.7 is van overeenkomstige toepassing.
4.13 De hijsapparatuur is op deugdelijke wijze geaard. Voorschrift 4.2 is van overeenkomstige toepassing.
5.4 Door de inrichtinghouder wordt het personeel regelmatig gewezen op de gevaren, die zijn verbonden aan het uitvoeren van werkzaamheden aan vuurwerk. Het personeel mag alleen die activiteiten uitvoeren die zijn opgedragen door de inrichtinghouder.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
§ 2. Verbodsbepalingen
§ 2A. Algemene verplichtingen van de fabrikant
Artikel 1A.2A.1
De fabrikant waarborgt dat vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik worden ontworpen en vervaardigd overeenkomstig de essentiële veiligheidseisen.
Artikel 1A.2A.2
De fabrikant stelt de technische documentatie, genoemd in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen op en laat de toepasselijke conformiteitsbeoordelingsprocedure uitvoeren, overeenkomstig de artikelen 1A.3.1 en 1A.3.2.
Wanneer met de conformiteitsbeoordelingsprocedure is aangetoond dat vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik aan de toepasselijke eisen voldoet, stelt de fabrikant een EU-conformiteitsverklaring op en brengt hij de CE-markering aan.
De fabrikant bewaart de technische documentatie en de EU-conformiteitsverklaring gedurende tien jaar nadat het vuurwerk of pyrotechnische artikel voor theatergebruik in de handel is gebracht.
Artikel 1A.2A.3
De fabrikant zorgt ervoor dat hij beschikt over procedures om de conformiteit van zijn serieproductie met EU-richtlijn pyrotechnische artikelen te blijven waarborgen. Er wordt terdege rekening gehouden met veranderingen in het ontwerp of in de kenmerken van het vuurwerk of het pyrotechnische artikel voor theatergebruik en met veranderingen in de geharmoniseerde normen of andere technische specificaties waarnaar in de EU-conformiteitsverklaring van het vuurwerk of het pyrotechnische artikel voor theatergebruik wordt verwezen.
Artikel 1A.2A.4
Met een met redenen omkleed verzoek kan de bevoegde autoriteit een of meer van de volgende maatregelen van de fabrikant vergen:
- a. het uitvoeren van steekproeven op in de handel gebracht vuurwerk of in de handel gebrachte pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;
- b. het onderzoeken van klachten;
- c. het onderzoeken van niet-conform vuurwerk of niet-conforme pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;
- d. het onderzoeken van teruggeroepen vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;
- e. het bijhouden van een register met betrekking tot de onder b, c, en d bedoelde onderzoeken;
- f. het op de hoogte houden van de distributeurs betreffende de genomen maatregelen.
De bevoegde autoriteit kan het in het eerste lid bedoelde verzoek doen als dit gezien de risico’s van het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik passend wordt geacht.
De fabrikant voert de maatregelen uit met het oog op de bescherming van de gezondheid en veiligheid van de consumenten.
Artikel 1A.2A.5
De fabrikant zorgt ervoor dat door hem in de handel gebracht vuurwerk of pyrotechnisch artikelvoor theatergebruik is geëtiketteerd overeenkomstig de artikelen 2.1.3, 3.1.1 of 3A.1.1.
Artikel 1A.2A.6
Indien de fabrikant van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat door hem in de handel gebracht vuurwerk of een door hem in de handel gebracht pyrotechnisch artikel voor theatergebruik niet in overeenstemming is met de eisen bij of krachtens dit besluit:
- a. neemt hij onmiddellijk alle corrigerende maatregelen die nodig zijn om het vuurwerk of pyrotechnisch artikel voor theatergebruik in overeenstemming te brengen met deze eisen of, zo nodig, uit de handel te nemen of terug te roepen, en
- b. brengt hij, indien het artikel een risico vertoont, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar hij het artikel op de markt heeft aangeboden, hiervan onmiddellijk op de hoogte. Indien hij het artikel in Nederland op de markt heeft aangeboden, brengt hij de bevoegde autoriteit op de hoogte. Hierbij beschrijft hij in het bijzonder uitvoerig de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen.
Artikel 1A.2A.7
Op een met redenen omkleed verzoek van de bevoegde autoriteit of de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten:
- a. verstrekt de fabrikant aan deze autoriteit alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik met de eisen gesteld bij of krachtens dit besluit aan te tonen, en
- b. verleent de fabrikant medewerking aan alle genomen maatregelen om de risico’s van de door hem in de handel gebracht vuurwerk of door hem in de handel gebrachte pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, uit te sluiten.
De informatie en documentatie wordt op papier of elektronisch ter beschikking van de autoriteiten, bedoeld in het eerste lid, gesteld. Deze wordt gesteld in de Nederlandse of Engelse taal.
Artikel 1A.2A.8
Een importeur of een distributeur wordt als fabrikant beschouwd en voldoet aan de verplichtingen overeenkomstig dit hoofdstuk, wanneer hij vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik onder zijn eigen naam of merknaam in de handel brengt, of reeds in de handel gebracht vuurwerk of een reeds in de handel gebracht pyrotechnisch artikel voor theatergebruik zodanig wijzigt dat de conformiteit met de essentiële veiligheidseisen in het geding komt.
§ 2B. Algemene verplichtingen van de importeur
Artikel 1A.2B.1
De importeur brengt alleen vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik in de handel die aan de essentiële veiligheidseisen voldoen.
Artikel 1A.2B.2
Alvorens vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik in de handel wordt gebracht:
- a. vergewist de importeur zich ervan dat de fabrikant de conformiteitsbeoordelingsprocedure heeft uitgevoerd;
- b. zorgt de importeur ervoor dat de fabrikant de technische documentatie heeft opgesteld;
- c. zorgt de importeur ervoor dat het vuurwerk of pyrotechnisch artikel voor theatergebruik is voorzien van de CE-markering en vergezeld gaat van de voorgeschreven documenten; en
- d. zorgt de importeur ervoor dat de fabrikant het vuurwerk of pyrotechnisch artikel voor theatergebruik heeft geëtiketteerd overeenkomstig de artikelen 2.1.3, 3.1.1 of 3A.1.1.
Artikel 1A.2B.3
De importeur die van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik niet in overeenstemming is met de essentiële veiligheidseisen:
- a. brengt het vuurwerk of pyrotechnisch artikel voor theatergebruik niet in de handel alvorens het in overeenstemming is gemaakt met de essentiële veiligheidseisen, en
- b. brengt de fabrikant en de markttoezichthouder op de hoogte, indien het vuurwerk of pyrotechnisch artikel voor theatergebruik een risico vertoont.
Artikel 1A.2B.4
De importeur voldoet aan de aan hem gestelde eisen ingevolge de artikelen 2.1.3, eerste lid, onder d, 3.1.1, eerste lid, onder d, of 3A.1.1, eerste lid, onder d.
Artikel 1A.2B.5
De importeur zorgt, gedurende de periode dat hij voor vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik verantwoordelijk is, voor zodanige opslag- en vervoersomstandigheden ervan dat de conformiteit van het pyrotechnische artikel met de essentiële veiligheidseisen niet in het geding komt.
Artikel 1A.2B.6
Met een met redenen omkleed verzoek kan de bevoegde autoriteit een of meer van de volgende maatregelen van de importeur vergen:
- a. het uitvoeren van steekproeven op in de handel gebracht vuurwerk of in de handel gebrachte pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;
- b. het onderzoeken van klachten;
- c. het onderzoeken van niet-conform vuurwerk of niet-conforme pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;
- d. het onderzoeken van teruggeroepen vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;
- e. het bijhouden van een register met betrekking tot de onder b, c, en d bedoelde onderzoeken;
- f. het op de hoogte houden van de distributeurs betreffende de genomen maatregelen.
De bevoegde autoriteit kan het verzoek, bedoeld in het eerste lid, doen als dit gezien de risico’s van het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik passend wordt geacht.
De importeur voert de maatregelen uit met het oog op de bescherming van de gezondheid en veiligheid van de consumenten.
Artikel 1A.2B.7
Indien een importeur van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat door hem in de handel gebracht vuurwerk of een door hem in de handel gebracht pyrotechnisch artikel voor theatergebruik, niet in overeenstemming is met de eisen gesteld bij of krachtens dit besluit:
- a. neemt hij onmiddellijk alle corrigerende maatregelen die nodig zijn om dat vuurwerk of pyrotechnisch artikel voor theatergebruik in overeenstemming te maken met die eisen of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen; en
- b. brengt hij, indien het artikel een risico vertoont, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar hij het artikel op de markt heeft aangeboden, hiervan onmiddellijk op de hoogte. Indien hij de artikelen in Nederland op de markt heeft aangeboden, brengt hij de bevoegde autoriteit onmiddellijk op de hoogte. Hierbij beschrijft de importeur in het bijzonder uitvoerig de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen.
Artikel 1A.2B.8
De importeur houdt gedurende tien jaar nadat het vuurwerk of pyrotechnisch artikel voor theatergebruik in de handel is gebracht, een kopie van de EU-conformiteitsverklaring ter beschikking van de markttoezichthouder en zorgt ervoor dat de technische documentatie op verzoek aan de markttoezichthouder kan worden verstrekt.
Artikel 1A.2B.9
Op een met redenen omkleed verzoek van de bevoegde autoriteit of de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten:
- a. verstrekt de importeur alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik met de eisen gesteld bij of krachtens dit besluit aan te tonen; en
- b. verleent de importeur medewerking aan alle genomen maatregelen om de risico’s van door hem in de handel gebracht vuurwerk of door hem in de handel gebrachte pyrotechnische artikelen voor theatergebruik uit te sluiten.
De informatie en documentatie wordt op papier of elektronisch ter beschikking van de autoriteiten, bedoeld in het eerste lid, gesteld. Deze worden gesteld in de Nederlandse of Engelse taal.
§ 2C. Algemene verplichtingen van distributeurs
Artikel 1A.2C.1
De distributeur die vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik op de markt aanbiedt, neemt de nodige zorgvuldigheid in acht ten aanzien van de eisen in dit besluit.
Artikel 1A.2C.2
Alvorens vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik op de markt aan te bieden, controleert de distributeur of:
- a. het artikel is voorzien van een CE-markering;
- b. het artikel vergezeld gaat van de voorgeschreven documenten en van instructies en informatie aangaande de veiligheid, overeenkomstig artikel 2.1.3, eerste lid, onder j, en tweede lid, artikel 3.1.1, eerste lid, onder i, en tweede lid, en artikel 3A.1.1, eerste lid, onder i, en tweede lid;
- c. de fabrikant en de importeur aan de verplichtingen ingevolgeartikel 2.1.3, 3.1.1 en 3A.1.1 hebben voldaan.
Artikel 1A.2C.3
De distributeur die van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik niet in overeenstemming zijn met de essentiële veiligheidseisen:
- a. biedt het vuurwerk of pyrotechnische artikel voor theatergebruik niet op de markt aan alvorens het in overeenstemming is gemaakt met de essentiële veiligheidseisen, en
- b. brengt de fabrikant, de importeur en de markttoezichthouder hiervan op de hoogte, indien het vuurwerk of pyrotechnische artikel voor theatergebruik een risico vertoont.
Artikel 1A.2C.4
De distributeur zorgt gedurende de periode dat hij voor vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik verantwoordelijk is, voor zodanige opslag- en vervoersomstandigheden ervan dat de conformiteit van het artikel met de essentiële veiligheidseisen niet in het gedrang komt.
Artikel 1A.2C.5
Indien een distributeur van mening is, of redenen heeft om aan te nemen, dat door hem op de markt aangeboden vuurwerk of pyrotechnisch artikel voor theatergebruik niet in overeenstemming is met de eisen gesteld bij of krachtens dit besluit:
- a. ziet hij erop toe dat de nodige corrigerende maatregelen worden genomen om die artikelen in overeenstemming te maken of zo nodig uit de handel te nemen of terug te roepen; en
- b. brengt hij, indien het artikel een risico vertoont, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar hij het artikel op de markt heeft aangeboden hiervan onmiddellijk op de hoogte. Indien hij de artikelen in Nederland op de markt heeft aangeboden, brengt hij de bevoegde autoriteit op de hoogte. Hierbij beschrijft hij in het bijzonder uitvoerig de niet-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen.
Artikel 1A.2C.6
Op een met redenen omkleed verzoek van de bevoegde autoriteit of bevoegde autoriteiten van andere lidstaten:
- a. verstrekt de distributeur deze autoriteit alle benodigde informatie en documentatie om de conformiteit van vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik met de eisen gesteld bij of krachtens dit besluit aan te tonen; en
- b. verleent de distributeur medewerking aan alle genomen maatregelen om de risico’s van de door hem in de handel gebrachte artikelen uit te sluiten.
De informatie en documentatie, genoemd in het eerste lid, onder a, wordt op papier of elektronisch ter beschikking van de autoriteiten, genoemd in het eerste lid, gesteld.
Artikel 1A.2D.1
Op verzoek van de bevoegde autoriteit verstrekken de marktdeelnemers de volgende informatie:
- a. welke marktdeelnemer vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik aan hen heeft geleverd; en
- b. aan welke marktdeelnemer zij vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik hebben geleverd.
De marktdeelnemers houden de informatie, genoemd in het eerste lid, ten minste tien jaar nadat het vuurwerk of het pyrotechnische artikel voor theatergebruik aan de marktdeelnemers is geleverd, dan wel nadat de marktdeelnemers het vuurwerk of het pyrotechnische artikel voor theatergebruik heeft geleverd, ter beschikking van de bevoegde autoriteit.
§ 2E. Eisen aan marktdeelnemers omtrent traceerbaarheid
Artikel 1A.2E.1
De fabrikant etiketteert vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik met een registratienummer dat de volgende elementen bevat:
- a. het viercijferig identificatienummer van de aangemelde instantie die het volgende heeft opgesteld:
- 1°. de verklaring van EU-typeonderzoek in overeenstemming met de conformiteitsbeoordelingsprocedure, bedoeld in artikel 1A.3.2, onder a (module B);
- 2°. de verklaring van overeenstemming, overeenkomstig de conformiteitsbeoordelingsprocedure, bedoeld in artikel 1A.3.2, onder b (module G);
- 3°. de goedkeuring van het kwaliteitssysteem, in overeenkomst met de conformiteitsbeoordelingsprocedure, bedoeld in artikel 1A.3.2, onder c (module H).
- b. de afkorting van de categorie in hoofdletters van de categorie vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik waarvoor de conformiteit is gecertificeerd:
- 1°. F1, F2, F3 of F4 voor vuurwerk uit de desbetreffende categorieën vuurwerk;
- 2°. T1 of T2 voor pyrotechnische artikelen voor theatergebruik voor de desbetreffende categorieën pyrotechnische artikelen voor theatergebruik;
- c. het verwerkingsnummer dat door de aangemelde instantie voor het pyrotechnische artikel wordt gebruikt.
De structuur van het registratienummer is «XXXX-YY-ZZZZ...», waarbij XXXX verwijst naar het element, genoemd in het eerste lid, onder a, YY naar het element, genoemd in het eerste lid, onder b, en ZZZZ... naar het element, genoemd in het eerste lid, onder c.
Artikel 1A.2E.1A
Vervallen
Artikel 1A.2E.2
Fabrikanten en importeurs van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik:
- a. houden een register bij met alle registratienummers van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die zij hebben vervaardigd of ingevoerd, vergezeld van de handelsnaam, het algemene type en, indien van toepassing, het subtype, en de plaats van vervaardiging. Deze informatie wordt ten minste tien jaar nadat het artikel in de handel is gebracht bijgehouden;
- b. dragen het register over aan Onze Minister indien zij hun activiteiten staken;
- c. verstrekken de bevoegde autoriteit, de markttoezichthouder en bevoegde autoriteiten en markttoezichtautoriteiten van andere lidstaten, op hun met redenen omkleed verzoek, het register, genoemd onder a.
§ 2F. Eisen aan marktdeelnemers omtrent risico-uitsluiting
Artikel 1A.2F.1
Indien de marktdeelnemer van de markttoezichthouder verneemt dat vuurwerk of een pyrotechnisch artikel voor theatergebruik, dat weliswaar in overeenstemming is met de essentiële veiligheidseisen en overige bepalingen van dit Besluit, toch een risico vormt voor de gezondheid of veiligheid van personen of voor andere aspecten van de bescherming van algemene belangen:
- a. neemt hij alle passende maatregelen om ervoor te zorgen dat dit vuurwerk of dit pyrotechnische artikel voor theatergebruik dat risico niet meer meebrengt wanneer zij in de handel worden gebracht, of
- b. neemt hij, binnen een door de markttoezichthouder vast te stellen termijn, dit vuurwerk of dit pyrotechnische artikel voor theatergebruik uit de handel of roept hij deze terug.
De marktdeelnemer zorgt ervoor dat door hem genomen corrigerende maatregelen worden toegepast op alle betrokken vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die hij in de Europese Unie op de markt heeft aangeboden.
§ 3. Conformiteitsbeoordelingsprocedure
Artikel 1A.4.2
In de EU-conformiteitsverklaring wordt vermeld dat is aangetoond dat aan de essentiële veiligheidseisen is voldaan.
De EU-conformiteitsverklaring:
- a. komt qua structuur overeen met het model van bijlage III bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen;
- b. bevat de in de desbetreffende modules van bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen vermelde elementen;
- c. wordt voortdurend bijgewerkt;
- d. wordt vertaald in de taal of talen zoals gevraagd door de lidstaat waar het vuurwerk of het pyrotechnische artikel voor theatergebruik in de handel wordt gebracht of op de markt wordt aangeboden.
De EU-conformiteitsverklaring die betrekking heeft op vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die binnen het grondgebied van Nederland in de handel worden gebracht of op de markt worden aangeboden, is gesteld in de Nederlandse taal.
Indien voor vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik uit hoofde van meer dan één handeling van de Europese Unie een EU-conformiteitsverklaring vereist is, wordt één EU-conformiteitsverklaring met betrekking tot al die handelingen van de Europese Unie opgesteld. In die verklaring moet duidelijk worden aangegeven om welke handelingen van de Europese Unie het gaat, met vermelding van de publicatiereferenties ervan.
Door de EU-conformiteitsverklaring op te stellen neemt de fabrikant de verantwoordelijkheid voor de conformiteit van het vuurwerk of het pyrotechnische artikel voor theatergebruik met de eisen van de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen op zich.
§ 4A. Uitvoering EU-verordening markttoezicht
Artikel 1A.5.9
Het personeel van een aangewezen instantie is gebonden aan het beroepsgeheim ten aanzien van alle informatie waarvan het kennisneemt bij de uitoefening van de taken van de aangewezen instantie uit hoofde van bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen of bij of krachtens dit besluit. De eigendomsrechten worden beschermd.
Het beroepsgeheim, genoemd in het eerste lid, geldt niet ten opzichte van de bevoegde autoriteit.
Artikel 1A.5.10
De aangewezen instantie neemt deel aan of zorgt ervoor dat haar personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, op de hoogte is van:
- a. de relevante normalisatieactiviteiten, en
- b. de activiteiten van de coördinatiegroep van aangemelde instantie die is opgericht uit hoofde van de desbetreffende harmonisatiewetgeving van de Europese Unie.
De aangewezen instantie hanteert de administratieve beslissingen en geproduceerde documenten van de coördinatiegroep, genoemd in het eerste lid, onder b, als algemene richtsnoeren.
Artikel 1A.5.11
Een conformiteitsbeoordelingsinstantie die aantoont dat zij voldoet aan de criteria in de ter zaken doende geharmoniseerde normen of delen ervan, waarvan de referentienummers in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt, wordt geacht aan de eisen, genoemd in artikel 1A.5.3 tot en met 1A.5.10, te voldoen, op voorwaarde dat de van toepassing zijnde geharmoniseerde normen de eisen dekken.
Artikel 1A.5.12
Indien de aangewezen instantie specifieke taken in verband met de conformiteitsbeoordeling uitbesteedt of door een dochteronderneming laat uitvoeren:
- a. waarborgt zij dat de onderaannemer of dochteronderneming aan de eisen, genoemd in artikel 1A.5.3 tot en met 1A.5.10, voldoet;
- b. brengt zij Onze Minister hiervan op de hoogte;
- c. neemt zij de volledige verantwoordelijkheid op zich voor de taken die onderaannemers of dochterondernemingen verrichten, ongeacht waar deze gevestigd zijn;
- d. houdt zij de relevante documenten over de beoordeling van de kwalificaties van de onderaannemer of dochteronderneming en over de door de onderaannemer of dochteronderneming uit hoofde van bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen uitgevoerde werkzaamheden ter beschikking van Onze Minister.
Activiteiten mogen uitsluitend met instemming van de klant worden uitbesteed of door een dochteronderneming worden uitgevoerd.
Artikel 1A.5.13
De aangewezen instantie voert conformiteitsbeoordelingen uit. Zij voldoet aan de eisen die in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen aan haar worden gesteld.
De aangewezen instantie is bij uitvoering van de conformiteitsbeoordelingen, genoemd in het eerste lid, in elk geval bevoegd tot het nemen van de volgende besluiten:
- a. beslissen omtrent afgifte van een verklaring van EU-typeonderzoek in het kader van de toepassing van module B, als bedoeld in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, onder 6;
- b. beslissen omtrent afgifte van een aanvullende goedkeuring in het kader van de toepassing van module B, als bedoeld in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, onder 7;
- c. beslissen omtrent beoordelen of opnieuw beoordelen van het kwaliteitssysteem in het kader van de toepassing van module D, als bedoeld in bijlage II bij de EU-richtlijn pyrotechnische artikelen, onder 3.3 en 3.5.
De aangewezen instantie voert de conformiteitbeoordelingen op evenredige wijze uit, waarbij zij voorkomt dat de marktdeelnemers onnodig worden belast. De aangewezen instantie houdt hierbij naar behoren rekening met de volgende aspecten, waarbij zij de striktheid en het beschermingsniveau eerbiedigt die nodig zijn opdat het vuurwerk of het pyrotechnische artikel voor theatergebruik voldoet aan de essentiële veiligheidseisen:
- a. de omvang van de onderneming;
- b. de sector waarin zij actief is;
- c. de structuur van de onderneming;
- d. de relatieve technologische complexiteit van de producten; en
- e. het massa- of seriële karakter van het productieproces.
Artikel 1A.5.14
De aangewezen instantie kent registratienummers toe ter identificatie van het vuurwerk of de pyrotechnische artikelen voor theatergebruik die aan een conformiteitsbeoordeling zijn onderworpen en ter identificatie van de fabrikanten van deze artikelen.
De aangewezen instantie houdt een register bij van de registratienummers van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik waarvoor zij conformiteitcertificaten heeft afgegeven.
Bij het bijhouden van het register gebruikt de aangewezen instantie het model en het formaat daarvan dat is vastgelegd in de bijlage bij dit besluit.
Het register moet ten minste de in de bijlage bij dit besluit vermelde informatie over producten bevatten. Deze informatie wordt gedurende tien jaar bewaard na de datum waarop de aangemelde instantie de documenten, bedoeld in artikel 1A.5.13, heeft afgegeven.
De aangewezen instantie werkt het register regelmatig bij. Zij maken het register bekend via internet.
Wanneer de aanmelding van een conformiteitsbeoordelingsinstantie wordt ingetrokken, draagt deze instantie de registers onverwijld over aan een andere aangemelde instantie of aan Onze Minister.
Artikel 1A.5.15
De aangewezen instantie verleent geen conformiteitscertificaat indien zij vaststelt dat een fabrikant niet heeft voldaan aan de essentiële veiligheidseisen of aan de overeenkomstige geharmoniseerde normen of andere technische specificaties. Zij verlangt dat de fabrikant de passende corrigerende maatregelen neemt.
Artikel 1A.5.16
De aangewezen instantie verlangt dat de fabrikant passende corrigerende maatregelen neemt, indien zij bij het toezicht op de conformiteit na verlening van een certificaat vaststelt dat vuurwerk of het pyrotechnische artikelen voor theatergebruik niet meer in overeenstemming is met de essentiële veiligheidseisen, de overeenkomstige geharmoniseerde normen of andere technische specificaties. Zo nodig schorst zij het certificaat of trekt zij dit in.
Indien geen corrigerende maatregelen als bedoeld in het eerste lid worden genomen, worden de certificaten naargelang het geval door de aangewezen instantie geschorst, beperkt of ingetrokken.
Artikel 1A.5.17
De aangewezen instantie neemt rechtstreeks of via aangestelde vertegenwoordigers deel aan de werkzaamheden van het forum van aangemelde instanties.
Artikel 1A.5.18
Onze Minister ziet toe op de rechtmatige en doeltreffende uitvoering van het bepaalde bij of krachtens dit besluit door de aangewezen instantie.
De aangewezen instantie brengt Onze Minister op de hoogte van:
- a. elke weigering, beperking, schorsing of intrekking van certificaten;
- b. omstandigheden die van invloed zijn op de werkingssfeer van of de voorwaarden voor de aanwijzing;
- c. informatieverzoeken over conformiteitsbeoordelingsactiviteiten die zij van de markttoezichthouder of de marktautoriteiten uit andere lidstaten, ontvangen;
Op verzoek van Onze Minister brengt de aangewezen instantie Onze Minister op de hoogte van de binnen haar werkingssfeer verrichte conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, waaronder grensoverschrijdende activiteiten en uitbestedingen.
De aangewezen instantie verstrekt relevante informatie over negatieve conformiteitsbeoordelingsresultaten en op verzoek over positieve conformiteitsbeoordelingsresultaten aan de andere aangemelde instanties die soortgelijke conformiteitsbeoordelingsactiviteiten voor dezelfde pyrotechnische artikelen verrichten.
Artikel 1A.5.19
De aangewezen instantie beschikt over een behoorlijke administratie waarin de gegevens die samenhangen met en betrekking hebben op de uitvoering van haar taken, op een systematische wijze zijn vastgelegd. Aan de hand van deze gegevens zijn de beoordeelde pyrotechnische artikelen afdoende te identificeren.
Artikel 1A.5.20
Indien is gebleken dat de aangewezen instantie niet langer voldoet aan de eisen, genoemd in artikel 1A.5.3 tot en met 1A.5.10, of haar verplichtingen niet nakomt, kan Onze Minister de aanwijzing beperken, schorsen of intrekken, afhankelijk van de ernst van het niet-voldoen aan die eisen of het niet-nakomen van die verplichtingen.
Onze Minister stelt de andere lidstaten van de Europese Unie en de Europese Commissie onverwijld op de hoogte van de maatregelen, genoemd in het eerste lid.
Wanneer de aanwijzing wordt beperkt, geschorst, of ingetrokken, of de aangewezen instantie haar activiteiten heeft gestaakt:
- a. stelt deze instantie, ook nadat de aanwijzing is beperkt, geschorst of ingetrokken, de dossiers op verzoek van Onze Minister, ter beschikking aan Onze Minister en de markttoezichthouder, of
- b. draagt deze instantie de dossiers over aan een andere aangemelde instantie.
§ 1. Eisen aan consumentenvuurwerk
§ 3. Verkoop en tot ontbranding brengen van consumentenvuurwerk
Hoofdstuk 3. Professioneel vuurwerk
§ 1. Eisen aan professioneel vuurwerk
§ 2. Opslaan en bewerken van professioneel vuurwerk
§ 3. Verkoop en tot ontbranding brengen van professioneel vuurwerk
Hoofdstuk 3a. Pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
§ 1. Eisen aan pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
§ 2. Opslaan en bewerken van pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
§ 3. Verkoop van pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
Hoofdstuk 3b. Het tot ontbranding brengen van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
Hoofdstuk 4. Veiligheidsafstanden
Hoofdstuk 4. De pyro-pass
§ 1. Wijzigingsbepalingen
§ 2. Intrekking van regelgeving
§ 3. Overgangsbepalingen
§ 4. Slotbepalingen
Bijlage 1. Voorschriften voor het opslaan, herverpakken en bewerken van consumentenvuurwerk, als bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, en voor het opslaan en bewerken van theatervuurwerk, als bedoeld in artikel 3A.2.1, tweede lid
Paragraaf 2. Constructie van een bewaarplaats en van een bufferbewaarplaats
Paragraaf 4. Verkoopruimte
Paragraaf 2. Constructie van een bewaarplaats en van een bewerkingsruimte bestemd voor het opslaan of bewerken van vuurwerk
Paragraaf 3. Gebruik van een bewaarplaats en van een bewerkingsruimte
4.7 Indien aan werktuigen, gereedschappen of instrumenten herstellingen moeten worden verricht, wordt dit materieel ter plaatse eerst zorgvuldig schoongemaakt en van alle explosieve stof ontdaan. De herstellingen worden slechts uitgevoerd door deskundig personeel en niet eerder dan nadat alle vuurwerk uit de betrokken ruimte is verwijderd.
4.8 Voor de (hulp)transportmiddelen wordt elektriciteit voor de aandrijving gebruikt. Zij worden periodiek nagekeken op eventuele gebreken en slijtageverschijnselen. Voor incidentele werkzaamheden binnen de bewaarplaats, alsmede binnen een afstand van 15 m tot de bewaarplaats, worden geen transportmiddelen en andere machines of apparatuur gebruikt die zijn voorzien van een verbrandingsmotor. Deze eisen gelden ook voor werkzaamheden die worden uitgevoerd door derden, zoals onderhoudsbedrijven en hoveniersbedrijven, tenzij het materiaal is uitgerust met een dieselmotor.
Paragraaf 5. Veiligheidsinstructies voor personen die werkzaamheden verrichten binnen de inrichting
In plaats van of naast mechanische transportmiddelen mogen ook transportmiddelen worden gebruikt, die met handkracht worden voortbewogen, waarbij de wielen zijn voorzien van rubberbanden.
5.1 Degene die de inrichting drijft zorgt er voor dat het personeel steeds op de hoogte is van zijn taak en bekend is met het gereedschap, dat het daarbij moet gebruiken. Derden mogen slechts werkzaamheden in of aan een bewaarplaats of bewerkingsruimte verrichten, indien zij in het bezit zijn van een schriftelijke werkopdracht. Degene die de inrichting drijft ziet erop toe dat daarbij de veiligheidsvoorschriften, die voor de betrokken bewaarplaats of bewerkingsruimte gelden, worden nageleefd.
5.2 Degene die de inrichting drijft stelt richtlijnen vast voor de wijze, waarop bij een eventuele brand alarm moet worden geslagen, de personen of instanties in dat geval moeten worden gewaarschuwd en de handelingen die ieder personeelslid in geval van alarm moet verrichten of nalaten. Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift vaststellen met betrekking tot de wijze waarop bij een brandalarm moet worden geslagen.
5.3 Een beginnende brand moet onmiddellijk met alle beschikbare blusmiddelen worden bestreden, ongeacht de gevarenklasse waartoe het betrokken vuurwerk behoort. De wijze waarop een brandverkenning kan worden uitgevoerd of een zich uitbreidende brand kan worden bestreden, wordt bepaald door de gevarenklasse en het type vuurwerk dat in de bewaarplaats is opgeslagen.
5.4 Door de inrichtinghouder wordt het personeel regelmatig gewezen op de gevaren, die zijn verbonden aan het uitvoeren van werkzaamheden aan vuurwerk. Het personeel mag alleen die activiteiten uitvoeren die zijn opgedragen door de inrichtinghouder.
5.5 Binnen de afrastering rondom de bewaarplaats en de bewerkingsruimte wordt niet gerookt en is geen open vuur aanwezig. Het is tevens verboden lucifers, aanstekers of andere vlamverwekkers voorhanden te hebben. Dit verbod geldt ook voor het dragen van elektronische (communicatie)middelen, zoals portofoons, mobiele telefoons, buzzers, zend- of ontvangsthorloges en dergelijke. Het laatstgenoemde verbod geldt niet in noodsituaties voor zover het bevoegd gezag en hulpverleners ter plaatse toestemming hebben gegeven voor het gebruik van de genoemde (communicatie)middelen. Deze verboden zijn aangegeven door op elke zijde van de afrastering en op de toegangsdeur van de bewaarplaats een verbodsbord overeenkomstig bijlage XVIII bij de Arbeidsomstandighedenregeling aan te brengen waaruit de betreffende verboden blijken.
5.6 Op de toegangsdeur van de bewaarplaats en van de bewerkingsruimte wordt een veiligheidssymbool aangebracht, waarmee het ontploffingsgevaar wordt aangeduid. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de in bijlage XVIII bij de Arbeidsomstandighedenregeling opgenomen borden.
5.7 Het personeel wordt uitgebreid voorgelicht omtrent de voorzieningen, die in verband met de veiligheid zijn getroffen. Voorts oefent het personeel de toepassing van die voorzieningen.
5.8 Het personeel bevindt zich uitsluitend op de plaats waar het de opgedragen werkzaamheden moet verrichten en mag zich aldaar uitsluitend met de eigen taak bezig houden. Het is hun verboden zich elders op te houden, tenzij door degene die de inrichting drijft daarvoor toestemming is verleend.
5.9 Het is het personeel verboden tijdens de rustpauzes in de bewerkingsruimte te verblijven, met uitzondering van een wacht, die toezicht houdt op de in bewerking zijnde vuurwerkartikelen.
5.10 Indien het in de nabijheid van de bewerkingsruimte onweert (wanneer tussen bliksem en donderslag minder dan 10 seconden zijn verlopen), worden de werkzaamheden in de bewerkingsruimte en/of de bewaarplaats gestaakt. Iedereen verlaat de bewerkingsruimte en/of de bewaarplaats die vervolgens wordt afgesloten. Het werk mag pas worden hervat, wanneer het onweer volledig is overgedreven. Indien blikseminslag wordt geconstateerd, wordt de werking van de bliksembeveiligingsinstallaties, naast de reguliere controle volgens voorschrift 2.15, direct gecontroleerd door een onafhankelijke deskundige. Een afschrift van het rapport van de controle is binnen de inrichting aanwezig.
5.11 Het personeel moet goed bekend zijn met de brandalarmregelingen.
5.12 Een voldoende aantal leden van het personeel is geïnstrueerd over het hanteren van de brandblusapparatuur. Dit personeel moet bekend zijn met de plaats van deze apparatuur.
5.13 Bij brand in de onmiddellijke nabijheid van de bewerkingsruimte, die gevaar oplevert voor de bewerkingsruimte, moet de deur van de bewerkingsruimte worden gesloten. Bovendien dienen bij voorkeur de volgende veiligheidsmaatregelen te worden getroffen:
5.14 Wanneer het personeel iets ongewoons bemerkt aan een gebouw, materieel, materiaal of bewerking of aan het gedrag van een persoon, wordt dit gemeld aan degene die de inrichting drijft. Het betrokken materieel of materiaal wordt direct terzijde gesteld. De betrokken bewerking wordt direct gestaakt.
5.15 Personeel dat een ruimte betreedt waarin professioneel vuurwerk wordt bewerkt, moet zich van tevoren elektrisch ontladen.
5.16 Gedurende de werkzaamheden is het personeel gekleed in een overall of in een werkbroek en werkkiel van stevige stof. Werkkleding van personeel, werkzaam in ruimten waar explosieve stof wordt bewerkt, wordt ten minste eenmaal per week gewassen. In de werkkleding mogen geen andere voorwerpen dan een zakdoek worden meegenomen. De overige persoonlijke bezittingen moeten worden achtergelaten in het kleedlokaal.
Paragraaf 6. Werkzaamheden aan professioneel vuurwerk
5.18 In ruimten waar vuurwerk wordt bewerkt, worden vonkvrije schoenen gedragen. Deze schoenen mogen, nadat bedoelde ruimten zijn verlaten, niet worden aangehouden.
5.19 Het personeel maakt uitsluitend gebruik van de gereedschappen en hulpmiddelen die voor de uitvoering van de werkzaamheden zijn voorgeschreven.
5.20 Bij het verrichten van werkzaamheden aan metalen onderdelen waarbij aantasting van het materiaal moet worden voorkomen, moeten handschoenen worden gedragen.
5.21 Bij werkzaamheden waarbij het gevaar bestaat dat door elektrostatische ladingen brand of explosie ontstaat, mag geen kunststoffen of zijden kleding worden gedragen. Bij deze werkzaamheden wordt zodanig schoeisel gedragen, dat de weerstand tussen de persoon en de vloer ligt tussen 25 000 en 1 000 000 ohm.
6.4 Degene die de inrichting drijft zorgt ervoor dat voor de aanvang van werkzaamheden aan vuurwerk een werkschema is vastgesteld.
6.1 Er zijn geen brandbare of brandgevaarlijke goederen of vloeistoffen in de werkruimte aanwezig, tenzij deze direct benodigd zijn voor of bij de werkzaamheden. Na afloop van de werkzaamheden worden deze hulpmiddelen onmiddellijk uit de bewerkingsruimte verwijderd.
6.2 In elke bewerkingsruimte is een vat, bestemd voor afval, geplaatst, dat na de beëindiging van de werkzaamheden wordt geledigd. Tevens is in de bewerkingsruimte een vat, vervaardigd van vonkvrij en geleidend materiaal, geplaatst, bestemd voor het afval van explosieve stoffen, dat voor het einde van de werkzaamheden wordt geledigd, waarna de explosieve stoffen zo spoedig mogelijk worden afgevoerd.
6.3 Tijdens werkzaamheden aan of met professioneel vuurwerk is de werkruimte overzichtelijk en zijn alleen die materialen en/of hulpmiddelen die zijn voorgeschreven ter uitvoering van de opgedragen werkzaamheden in de bewerkingsruimte aanwezig.
6.4 Degene die de inrichting drijft zorgt ervoor dat voor de aanvang van werkzaamheden aan vuurwerk een werkschema is vastgesteld.
6.5 Het werkschema geeft uitsluitsel omtrent de volgende bijzonderheden, voor zover die van belang zijn voor de betrokken opdracht:
Bijlage 3. Veiligheidsafstanden als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 3.2.1, 3A.2.1 en 4.2
A. Begripsbepalingen
6.8 Tijdens de werkzaamheden worden geen andere gereedschappen gebruikt dan die, welke in het werkschema zijn genoemd en aan het personeel zijn verstrekt.
6.9 Bij het einde van de werktijd laat het personeel de werktuigen en gereedschappen, alsmede de banken, tafels enz. schoon en ordelijk achter. De vloer wordt zo nodig gereinigd. Brandbare vloeistoffen en andere artikelen, zoals oliedotten en afval van explosieve stof, worden uit de werkplaats verwijderd.
B. Veiligheidsafstanden
1.1 Bij een inrichting waarin verpakt of onverpakt professioneel vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, of 3A.2.1, eerste lid, aanwezig mag zijn, dient, gemeten vanaf de bewaarplaats en, indien aanwezig, de bewerkingsruimte, tot een beperkt kwetsbaar of kwetsbaar object en een geprojecteerd beperkt kwetsbaar of kwetsbaar object de volgende veiligheidsafstand in acht te worden genomen:
1.1 Bij een inrichting waarin verpakt of onverpakt professioneel vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, of 3A.2.1, eerste lid, aanwezig mag zijn, dient, gemeten vanaf de bewaarplaats en, indien aanwezig, de bewerkingsruimte, tot een beperkt kwetsbaar of kwetsbaar object en een geprojecteerd beperkt kwetsbaar of kwetsbaar object de volgende veiligheidsafstand in acht te worden genomen:
1.1 In deze bijlage wordt verstaan onder:
1.2 In de begripsomschrijvingen van brandwerendheid van bouwdelen en van deur-, luik- of raamconstructies wordt in plaats van «NEN 6069, uitgave 2005» gelezen «NEN 6069, uitgave 1991» voor zover de bepalingen in deze bijlage betrekking hebben op bouwdelen of deur-, luik- of raamconstructies die voor 1 juli 2012 tot stand zijn gebracht.
Bijlage 4. Het registermodel waarnaar in artikel 1A.5.14, derde lid, wordt verwezen.
| Registratienummer | Datum van afgifte van de verklaring van EU-typeonderzoek (module B), de verklaring van overeenstemming (module G) of goedkeuring van het kwaliteits-systeem (module H) en datum waarop de geldigheid verstrijkt, indien van toepassing | Fabrikant | Producttype (algemeen) en subtype, indien van toepassing | Conformiteitsmodule voor de productie-fase1 | Aangemelde instantie die de conformiteitsbeoordeling van de productiefase uitvoert1 | Aanvullende informatie |
|---|---|---|---|---|---|---|
1 Altijd in te vullen indien die onder de verantwoordelijkheid valt van de aangemelde instantie die de conformiteitsbeoordelingsprocedure uitvoert. Niet vereist voor conformiteitsbeoordelingsprocedures voor module G en H. Informatie moet worden verstrekt (indien bekend), indien een andere aangemelde instantie is betrokken.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 2.3.5a
Het is verboden consumentenvuurwerk te verkopen of anderszins ter beschikking te stellen aan een particulier zonder een veiligheidsbril en een aansteeklont te verstrekken en instructies te geven over het veilig tot ontbranding brengen van dit vuurwerk.
§ 3. Verkoop en tot ontbranding brengen van professioneel vuurwerk
Hoofdstuk 3a. Pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
§ 1. Eisen aan pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
§ 1. Eisen aan pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
§ 2. Opslaan en bewerken van pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
Hoofdstuk 3b. Het tot ontbranding brengen van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
Hoofdstuk 4. Veiligheidsafstanden
Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen
§ 1. Wijzigingsbepalingen
§ 2. Intrekking van regelgeving
§ 3. Overgangsbepalingen
§ 4. Slotbepalingen
Bijlage 1. Voorschriften voor het opslaan, herverpakken en bewerken van consumentenvuurwerk, als bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, en voor het opslaan en bewerken van theatervuurwerk, als bedoeld in artikel 3A.2.1, tweede lid
Paragraaf 2. Constructie van een bewaarplaats en van een bufferbewaarplaats
Paragraaf 3. Gebruik van een bewaarplaats en van een bufferbewaarplaats
Paragraaf 4. Verkoopruimte
Paragraaf 6. Afstanden tot objecten binnen de inrichting
Bijlage 2. Voorschriften voor het opslaan en bewerken van professioneel vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, al dan niet tezamen met consumentenvuurwerk, als bedoeld in artikel 3.2.1 of 3A.2.1
C. Opslag van ten hoogste 10 000 kilogram consumentenvuurwerk
Paragraaf 2. Constructie van een bewaarplaats en van een bewerkingsruimte bestemd voor het opslaan of bewerken van vuurwerk
5.17 Bij het werken met zwart buskruit draagt het personeel een hoofddeksel dat daartoe ter beschikking wordt gesteld door degene die de inrichting drijft.
Paragraaf 6. Werkzaamheden aan professioneel vuurwerk
6.6 In het werkschema wordt ieders taak nauwkeurig omschreven.
Bijlage 3. Veiligheidsafstanden als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 3.2.1, 3A.2.1 en 4.2
A. Begripsbepalingen
6.10 Vuurwerk, ontstekers en ontstekingsmiddelen blijven niet in een bewerkingsruimte achter, tenzij deze voorwerpen op veilige wijze worden opgeborgen in speciaal daarvoor ingerichte kasten of worden voorzien van een deugdelijke verpakking.
B. Veiligheidsafstanden
1.3 Bij een inrichting waarin in totaal meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk al dan niet tezamen met theatervuurwerk aanwezig mag zijn:
Bijlage 4. Het registermodel waarnaar in artikel 1A.5.14, derde lid, wordt verwezen.
| Registratienummer | Datum van afgifte van de verklaring van EU-typeonderzoek (module B), de verklaring van overeenstemming (module G) of goedkeuring van het kwaliteits-systeem (module H) en datum waarop de geldigheid verstrijkt, indien van toepassing | Fabrikant | Producttype (algemeen) en subtype, indien van toepassing | Conformiteitsmodule voor de productie-fase1 | Aangemelde instantie die de conformiteitsbeoordeling van de productiefase uitvoert1 | Aanvullende informatie |
|---|---|---|---|---|---|---|
1 Altijd in te vullen indien die onder de verantwoordelijkheid valt van de aangemelde instantie die de conformiteitsbeoordelingsprocedure uitvoert. Niet vereist voor conformiteitsbeoordelingsprocedures voor module G en H. Informatie moet worden verstrekt (indien bekend), indien een andere aangemelde instantie is betrokken.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 1A.4a.1
Het is verboden vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik waarop de EU-verordening markttoezicht van toepassing is, in de handel te brengen in strijd met artikel 4, eerste lid, van die verordening.
Het is de fabrikant, de importeur, de gemachtigde die is aangewezen om de in artikel 4, derde lid, van de EU-verordening markttoezicht vermelde taken namens de fabrikant te verrichten, of de fulfilmentdienstverlener ten aanzien van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik bedoeld in het eerste lid, verboden te handelen in strijd met artikel 4, derde en vierde lid, van de EU-verordening markttoezicht.
Het is de gemachtigde, bedoeld in het tweede lid, verboden te handelen in strijd met artikel 5, tweede lid, van de EU-verordening markttoezicht.
Artikel 1A.4a.2
Het is een marktdeelnemer die betrokken is of is geweest bij het op de markt brengen van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik waarop de EU-verordening markttoezicht van toepassing is, verboden in strijd te handelen met artikel 7, eerste lid, van die verordening.
Het is een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij die betrokken is of is geweest bij het online te koop aanbieden van vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik waarop de EU-verordening markttoezicht van toepassing is, verboden in strijd te handelen met artikel 7, tweede lid, van die verordening.
§ 5. Aangewezen instantie
§ 3. Verkoop en tot ontbranding brengen van consumentenvuurwerk
Hoofdstuk 3. Professioneel vuurwerk
§ 2. Opslaan en bewerken van professioneel vuurwerk
§ 3. Verkoop en tot ontbranding brengen van professioneel vuurwerk
Hoofdstuk 3a. Pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
§ 3. Verkoop van pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
Hoofdstuk 3b. Het tot ontbranding brengen van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik
Artikel 3B.8
Gedeputeerde staten van de provincie waarin vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik tot ontbranding worden gebracht, hebben tot taak zorg te dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van de ontbrandingstoestemming en de daaraan verbonden voorschriften als bedoeld in de artikelen 3B.1, derde lid, onderdeel a, en 3B.3, tweede en derde lid, alsmede van bepalingen als bedoeld in de artikelen 3B.3a, elfde lid, 3B.4, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, 3B.6, vijfde lid, en 3B.7.
Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen
§ 1. Wijzigingsbepalingen
§ 2. Intrekking van regelgeving
§ 3. Overgangsbepalingen
§ 4. Slotbepalingen
Bijlage 1. Voorschriften voor het opslaan, herverpakken en bewerken van consumentenvuurwerk, als bedoeld in artikel 2.2.1, eerste lid, en voor het opslaan en bewerken van theatervuurwerk, als bedoeld in artikel 3A.2.1, tweede lid
Vervallen
A. Begripsbepalingen
Paragraaf 1. Algemene voorschriften voor de opslag en voor de verkoop
Paragraaf 5. Automatische sprinklerinstallatie
Paragraaf 6. Afstanden tot objecten binnen de inrichting
Bijlage 2. Voorschriften voor het opslaan en bewerken van professioneel vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, al dan niet tezamen met consumentenvuurwerk, als bedoeld in artikel 3.2.1 of 3A.2.1
B. Voorschriften
Paragraaf 1. Algemene voorschriften
Paragraaf 2. Constructie van een bewaarplaats en van een bewerkingsruimte bestemd voor het opslaan of bewerken van vuurwerk
Paragraaf 3. Gebruik van een bewaarplaats en van een bewerkingsruimte
Paragraaf 5. Veiligheidsinstructies voor personen die werkzaamheden verrichten binnen de inrichting
Paragraaf 6. Werkzaamheden aan professioneel vuurwerk
6.7 Degene die de inrichting drijft ziet erop toe dat een ieder op de hoogte is van de voor hem geldende bijzonderheden die in het betrokken werkschema zijn vastgelegd.
Bijlage 3. Veiligheidsafstanden als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 3.2.1, 3A.2.1 en 4.2
A. Begripsbepalingen
B. Veiligheidsafstanden
1.1 Bij een inrichting waarin verpakt of onverpakt professioneel vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste lid, of 3A.2.1, eerste lid, aanwezig mag zijn, dient, gemeten vanaf de bewaarplaats en, indien aanwezig, de bewerkingsruimte, tot een beperkt kwetsbaar of kwetsbaar object en een geprojecteerd beperkt kwetsbaar of kwetsbaar object de volgende veiligheidsafstand in acht te worden genomen:
1.2 a. Bij een inrichting waarin in totaal niet meer dan 10 000 kg consumentenvuurwerk aanwezig mag zijn, dient, gemeten vanaf de bewaarplaats en de bufferbewaarplaats in voorwaartse richting, tot een beperkt kwetsbaar of kwetsbaar object en een geprojecteerd beperkt kwetsbaar of kwetsbaar object een veiligheidsafstand van ten minste 8 meter in acht te worden genomen.
b. Binnen de veiligheidsafstand in voorwaartse richting, het vrijwaringsgebied daaronder niet begrepen, mag in afwijking van onderdeel a een beperkt kwetsbaar of kwetsbaar object aanwezig zijn of geprojecteerd zijn, indien tussen de deuropening van de (buffer)bewaarplaats en dat object een scheidingsconstructie aanwezig is:
1.3 Bij een inrichting waarin in totaal meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk al dan niet tezamen met theatervuurwerk aanwezig mag zijn:
Bijlage 4. Het registermodel waarnaar in artikel 1A.5.14, derde lid, wordt verwezen.
| Registratienummer | Datum van afgifte van de verklaring van EU-typeonderzoek (module B), de verklaring van overeenstemming (module G) of goedkeuring van het kwaliteits-systeem (module H) en datum waarop de geldigheid verstrijkt, indien van toepassing | Fabrikant | Producttype (algemeen) en subtype, indien van toepassing | Conformiteitsmodule voor de productie-fase1 | Aangemelde instantie die de conformiteitsbeoordeling van de productiefase uitvoert1 | Aanvullende informatie |
|---|---|---|---|---|---|---|
1 Altijd in te vullen indien die onder de verantwoordelijkheid valt van de aangemelde instantie die de conformiteitsbeoordelingsprocedure uitvoert. Niet vereist voor conformiteitsbeoordelingsprocedures voor module G en H. Informatie moet worden verstrekt (indien bekend), indien een andere aangemelde instantie is betrokken.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Bijlage 2. Voorschriften voor het opslaan en bewerken van professioneel vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, al dan niet tezamen met consumentenvuurwerk, als bedoeld in artikel 3.2.1 of 3A.2.1
Vervallen
Bijlage 3. Veiligheidsafstanden als bedoeld in de artikelen 2.2.1, 3.2.1, 3A.2.1 en 4.2
Vervallen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 4.5
De gegevens en bescheiden die in het pyro-passregister zijn opgenomen, worden zeven jaar bewaard.
Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen
§ 1. Wijzigingsbepalingen
§ 2. Intrekking van regelgeving
§ 3. Overgangsbepalingen
§ 4. Slotbepalingen
Bijlage
| Registratienummer | Datum van afgifte van de verklaring van EU-typeonderzoek (module B), de verklaring van overeenstemming (module G) of goedkeuring van het kwaliteits-systeem (module H) en datum waarop de geldigheid verstrijkt, indien van toepassing | Fabrikant | Producttype (algemeen) en subtype, indien van toepassing | Conformiteitsmodule voor de productie-fase1 | Aangemelde instantie die de conformiteitsbeoordeling van de productiefase uitvoert1 | Aanvullende informatie |
|---|---|---|---|---|---|---|
1 Altijd in te vullen indien die onder de verantwoordelijkheid valt van de aangemelde instantie die de conformiteitsbeoordelingsprocedure uitvoert. Niet vereist voor conformiteitsbeoordelingsprocedures voor module G en H. Informatie moet worden verstrekt (indien bekend), indien een andere aangemelde instantie is betrokken.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)