Mijnbouwregeling

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 496
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hoofdstuk 11. Verstrekking, beheer en gebruik van gegevens

§ 11.1. Te verstrekken gegevens

§ 11a.5. Onafhankelijke verificatie

§ 11.3. Te gebruiken eenheden

Hoofdstuk 13. Technische Commissie Bodembeweging

Hoofdstuk 11a. Verplichtingen bij de opsporing en winning van koolwaterstoffen

§ 11a.1. Toepassingsbereik

§ 14.1. Overgangsbepalingen met betrekking tot helikopterdekken

Hoofdstuk 11a. Verplichtingen bij de opsporing en winning van koolwaterstoffen

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.3.1, tweede lid, onderdeel a Gegevens, over te leggen bij een aanvraag om een opsporings- of winningsvergunning

Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

2

Indien de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon:

1

Bijlage 4. behorende bij de artikelen 1.10.1 tot en met 1.10.6

Bijlage 4. behorende bij de artikelen 1.10.1 tot en met 1.10.6

1

Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

Indien de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon:

Bijlage 1a. behorende bij de artikelen 1.3b.1, eerste lid, onderdeel k, 1.3b.2, eerste lid, onderdeel a, 1.3b.3, eerste lid, onderdeel e, en 1.3b.4, eerste lid, onderdeel a Gegevens over te leggen bij een aanvraag om een toewijzing zoekgebied, startvergunning of vervolgvergunning aardwarmte of om instemming met de aanwijzing van de uitvoerder aardwarmte

Bijlage 14. behorende bij artikel 9.1.6, derde lid, van de Mijnbouwregeling

1) Mijnonderneming: 1) Mijnonderneming: 1) Mijnonderneming: 6) Wijze van debietmeting: 6) Wijze van debietmeting: 6) Wijze van debietmeting: 11) Aantal analyses: 11) Aantal analyses:
2) Mijnbouwinstallatie: 2) Mijnbouwinstallatie: 2) Mijnbouwinstallatie: 7) Type debietmeter: 7) Type debietmeter: 7) Type debietmeter: 12) Hoogste waarde (kolom E): 12) Hoogste waarde (kolom E):
3) Maand / Jaar: 3) Maand / Jaar: 8) Plaats van Monstername: 8) Plaats van Monstername: 8) Plaats van Monstername: 13) Aantal analyses > 30 mg/l (kolom E): 13) Aantal analyses > 30 mg/l (kolom E):
4) Soort oliehoudend mengsel: 4) Soort oliehoudend mengsel: 4) Soort oliehoudend mengsel: 9) Wijze van analyseren: 9) Wijze van analyseren: 9) Wijze van analyseren:
5) Plaats van debietmeting: 5) Plaats van debietmeting: 5) Plaats van debietmeting: 10) Type analyse-apparatuur 10) Type analyse-apparatuur 10) Type analyse-apparatuur
A B C D E F G H I J K
Dag nr. Tijdstip monster- name Debiet Datum Analyse Gedispergeerde olie volgens OSPAR-Akkoord 2005-15 Opgeloste olie volgens toepassing OSPAR-Akkoord 2005-15 Totale olie Gedispergeerde olie opgeloste olie Totale olie Opmerkingen
uu:mm m3/dag ddmmjj mg/l mg/l mg/l kg/dag kg/dag kg/dag
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
Totaal:
Gemiddeld: Gemiddeld:

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van bijlage 16, die ter inzage wordt gelegd, zoals bepaald in artikel 9.3.2, tweede lid.

2

2

Indien de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon:

B

b. De gegevens, bedoeld onder 3, onderdeel a, met betrekking tot de aanvrager en de rechtspersonen, die naar het oordeel van de aanvrager kunnen worden aangemerkt als diens moedermaatschappijen of als behorende tot de groep, waartoe de aanvrager behoort, gezamenlijk.

Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

De ervaringen met betrekking tot de opsporing van koolwaterstoffen en de winning daarvan door middel van boringen, op te geven per land of gebied, voor zover de technische leiding daarvan berustte bij de aanvrager of bij de rechtspersonen, die naar het oordeel van de aanvrager kunnen worden aangemerkt als diens moedermaatschappijen of als behorende tot de groep, waartoe de aanvrager behoort, onder vermelding van:

Indien de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon:

Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

Het aantal en de eventuele namen van de mijnbouwwerken, geschikt voor de met de aanvraag beoogde werkzaamheden:

Aanloopgebied Hoek van Holland

b. De gegevens, bedoeld onder 3, onderdeel a, met betrekking tot de aanvrager en de rechtspersonen, die naar het oordeel van de aanvrager kunnen worden aangemerkt als diens moedermaatschappijen of als behorende tot de groep, waartoe de aanvrager behoort, gezamenlijk.

Indien de aanvraag om een toewijzing zoekgebied, startvergunning of vervolgvergunning aardwarmte door een natuurlijk persoon wordt gedaan of de aanvraag om instemming de aanwijzing van een natuurlijk persoon als uitvoerder aardwarmte betreft:

Indien de aanvraag om een toewijzing zoekgebied, startvergunning of vervolgvergunning aardwarmte door een niet natuurlijk persoon wordt gedaan of de aanvraag om instemming de aanwijzing van een niet natuurlijk persoon als uitvoerder aardwarmte betreft:

Beschrijving van de ankergebieden, aanloopgebied van Hoek van Holland en overige gebieden, bedoeld in de artikelen 1.10.1 tot en met 1.10.6 van de regeling

Indien de aanvraag om een toewijzing zoekgebied, startvergunning of vervolgvergunning aardwarmte door een natuurlijk persoon wordt gedaan of de aanvraag om instemming de aanwijzing van een natuurlijk persoon als uitvoerder aardwarmte betreft:

Indien de aanvraag om een toewijzing zoekgebied, startvergunning of vervolgvergunning aardwarmte door een niet natuurlijk persoon wordt gedaan of de aanvraag om instemming de aanwijzing van een niet natuurlijk persoon als uitvoerder aardwarmte betreft:

Ankergebied 1 (Anchor Area 1) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 085, 084 (snijpunt met het continentaal plat), 317 (snijpunt met het continentaal plat), 004, 003, 085.

Indien de aanvraag om een toewijzing zoekgebied, startvergunning of vervolgvergunning aardwarmte door een natuurlijk persoon wordt gedaan of de aanvraag om instemming de aanwijzing van een natuurlijk persoon als uitvoerder aardwarmte betreft:

De ervaringen met betrekking tot de opsporing van koolwaterstoffen en de winning daarvan door middel van boringen, op te geven per land of gebied, voor zover de technische leiding daarvan berustte bij de aanvrager of bij de rechtspersonen, die naar het oordeel van de aanvrager kunnen worden aangemerkt als diens moedermaatschappijen of als behorende tot de groep, waartoe de aanvrager behoort, onder vermelding van:

Ankergebied 3 Zuid (Anchor Area 3 South) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 016, 015, 321, 322, 016.

Het verkennings- en opsporingsonderzoek naar aardolie of aardgas, verricht voor rekening van de aanvrager of van de rechtspersonen, die naar het oordeel van de aanvrager kunnen worden aangemerkt als diens moedermaatschappijen of als behorende tot de groep, waartoe de aanvrager behoort,

De ervaringen met betrekking tot de opsporing van koolwaterstoffen en de winning daarvan door middel van boringen, op te geven per land of gebied, voor zover de technische leiding daarvan berustte bij de aanvrager of bij de rechtspersonen, die naar het oordeel van de aanvrager kunnen worden aangemerkt als diens moedermaatschappijen of als behorende tot de groep, waartoe de aanvrager behoort, onder vermelding van:

a. De hoeveelheid aardolie, putgasbenzine daaronder begrepen, en aardgas gedurende het afgelopen kalenderjaar door de aanvrager gewonnen, uitgedrukt in 1000 m3, zowel in totaal als gesplitst per land.

b. De gegevens, bedoeld onder 3, onderdeel a, met betrekking tot de aanvrager en de rechtspersonen, die naar het oordeel van de aanvrager kunnen worden aangemerkt als diens moedermaatschappijen of als behorende tot de groep, waartoe de aanvrager behoort, gezamenlijk.

Ankergebied 6 (Anchor Area 6) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 311, 143, 142, 145, 311.

a. De hoeveelheid aardolie, putgasbenzine daaronder begrepen, en aardgas gedurende het afgelopen kalenderjaar door de aanvrager gewonnen, uitgedrukt in 1000 m3, zowel in totaal als gesplitst per land.

b. De gegevens, bedoeld onder 3, onderdeel a, met betrekking tot de aanvrager en de rechtspersonen, die naar het oordeel van de aanvrager kunnen worden aangemerkt als diens moedermaatschappijen of als behorende tot de groep, waartoe de aanvrager behoort, gezamenlijk.

Ankergebied Schouwenbank (Anchor Area Schouwenbank) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 337, 338, 288, 339, 337.

Het noodankergebied (Emergency Anchor Area) wordt begrensd door een cirkel beginnend in punt 340 met een middelpunt in punt 341.

Ankergebied Scheveningen (Anchor Area Scheveningen) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 342, 343, 344, 345, 342.

Beschrijving van de ankergebieden, aanloopgebied van Hoek van Holland en overige gebieden, bedoeld in de artikelen 1.10.1 tot en met 1.10.6 van de regeling

Bij de beschrijving van de gebieden wordt gebruik gemaakt van punten die zijn aangegeven met cijfers. Deze cijfers zijn in de tabel bij deze bijlage gedefinieerd met posities in 2 cijfers achter de komma. Achter de tabel zijn de gebieden weergegeven op een kaart.

Het aanloopgebied Hoek van Holland, ook bekend onder de naam voorzorgsgebied Maas Center (Maas Centre Precautionary Area), wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 033, 032, 036, 037, 035, 034, 038, 039, 040, 041, 042, 043, 044, 045, 046, 047, 048, via de kustlijn naar 049, 050, 051, 052, 053, 033.

Ankergebied 1 (Anchor Area 1) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 085, 084 (snijpunt met het continentaal plat), 317 (snijpunt met het continentaal plat), 004, 003, 085.

Ankergebied 2 (Anchor Area 2) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 081, 080, 079, 318, 081.

Ankergebied 3 Noord (Anchor Area 3 North) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 012, 011, 319, 320, 012.

Het eindrapport over het buiten gebruik stellen van een boorgat of put

Het eindrapport bestaat uit een statustekening van het boorgat of de put en bijlagen en bevat ten minste de volgende informatie:

Ankergebied 4 West (Anchor Area 4 West) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 286, 031, 033, 053, 327, 286.

Het eindrapport over het buiten gebruik stellen van een boorgat of put

Het eindrapport bestaat uit een statustekening van het boorgat of de put en bijlagen en bevat ten minste de volgende informatie:

Ankergebied 6 (Anchor Area 6) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 311, 143, 142, 145, 311.

Ankergebied 7 (Anchor Area 7) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 314, 149, 152, 151, 331, 332, 333, 314.

Ankergebied 8 (Anchor Area 8) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 162, 334, 335, 336, 163, 162.

Ankergebied Schouwenbank (Anchor Area Schouwenbank) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 337, 338, 288, 339, 337.

In deze bijlage wordt verstaan onder:

Ankergebied Scheveningen (Anchor Area Scheveningen) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 342, 343, 344, 345, 342.

Ankergebied havenmond Scheveningen (Anchor Area Scheveningen Harbour) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 346, 347, 348, 349, 346.

De vergoeding die jaarlijks in rekening wordt gebracht bij:

Het aanloopgebied Hoek van Holland, ook bekend onder de naam voorzorgsgebied Maas Center (Maas Centre Precautionary Area), wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 033, 032, 036, 037, 035, 034, 038, 039, 040, 041, 042, 043, 044, 045, 046, 047, 048, via de kustlijn naar 049, 050, 051, 052, 053, 033.

De zuidoost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Maas Noord West (Maas North West TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 090, 091, 039, 038, 090. De noordwest gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Maas Noord West (Maas North West TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 092, 093, 041, 040, 092.

De vergoeding, bedoeld in de onderdelen B en D, wordt verhoogd met:

Het voorzorgsgebied Rijnveld (Rijnveld Precautionary Area) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 104, 105, 106, 107, 108, 109, 110, 111, 112, 104.

E. Bijkomende vergoeding van kosten

De vergoeding, bedoeld in de onderdelen B en D, wordt verhoogd met:

Het STZ aanloopgebied IJmuiden wordt begrensd door een zeewaarts gerichte cirkeldeel met een straal van 12 zeemijlen gerekend vanuit middelpunt 370.

Het STZ aanloopgebied Den Helder wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 371, 372, 373, 374, 375, 376, 377, 371.

Het STZ aanloopgebied Brandaris wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 378, 379, 380, 381, 382, 378.

Het STZ aanloopgebied Eemsmonding wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 383, 384, 385, 386, 387, 383.

Bijlage 6. behorende bij artikelen 4.1.1, onderdeel c, en 4.4.3, zevende lid

Vervallen

Bijlage 7. behorende bij artikelen 4.1.1, onderdeel c, en 4.4.3, zevende lid

Vervallen

Bijlage 8. behorende bij de artikelen 4.3.3, vierde lid, en 4.4.6, tweede lid

Vervallen

Bijlage 9. behorende bij artikel 4.4.3, achtste lid

Vervallen

Bijlage 10. behorende bij artikel 4.8.2

Vervallen

Bijlage 11. behorende bij artikel 8.2.2.l, tweede lid

1.0. Projectgegevens
1.1 de naam van de mijnbouwonderneming
1.2 de aanduiding van de boring
1.3 de naam van de boorinstallatie
1.4 de naam van het bijstandsschip, indien een bijstandsschip bij de boring aanwezig is
1.5 de naam van de concipiant van het dagverslag
1.6 de telefoonnummers waarop de concipiant gedurende werkuren bereikbaar is
1.7 het serienummer van het dagverslag
1.8 de datum waarop het dagverslag van toepassing is
1.9 het tijdsbestek waarop het dagverslag van toepassing is.
2.0. Boorgatsectiegegevens
2.1 de diameter (in inches) van alle verbuizingen
2.2 de boorbeiteldiameters (in inches) van alle verbuizingen
2.3 de schoendiepte (in meters) van alle in het boorprogramma voorziene verbuizingen
2.4 de schoendiepte (in meters) van alle gezette verbuizingen
2.5 de formatiesterkte van alle relevante verbuizingen, uitgedrukt in de boorspoelingsgradiënt in kPa/m, bar/l0 m of in een equivalent boorspoelingsgewicht
2.6 de einddiepte (in meters) van een boorgatsectie.
3.0. Boorspoelinggegevens
3.1 het type boorspoeling op de betreffende diepte
3.2 de viscositeit van de boorspoeling volgens MARSH in seconden
3.3 het filtraatverlies volgens de standaardmethode in 0,001 m3 (cc)
3.4 het solidsgehalte van de boorspoeling in gr/l
3.5 het boorspoelingsgewicht in kN/m² of kg/dm3
3.6 de viscositeit en gel van de boorspoeling volgens FANN
3.7 de PH van het bij 3.3. verkregen filtraat
3.8 het oliegehalte van de bij 3.4 verkregen vloeistof.
4.0. Geologische gegevens
4.1 de naam van de laatstdoorboorde aardlaag
4.2 de top van de bovengenoemde aardlaag op de vanaf de boorvloer langs het boorgat gemeten diepte in meters waar deze werd verwacht ("along hole depth" (AHD)/"true vertical depth" (TVD))
4.3 de diepte in meters waar deze top is gevonden (AHD)
4.4 de naam van de volgende te verwachten aardlaag
4.5 de verwachte top van de volgende aardlaag (AHD).
5.0. Gegevens betreffende het verloop van de werkzaamheden
5.1 een korte samenvatting van de werkzaamheden gedurende de verslagperiode
5.2 een korte samenvatting van de voorziene werkzaamheden in de daaropvolgende verslagperiode
5.3 een korte samenvatting van de al verrichte werkzaamheden in de daaropvolgende verslagperiode tot de rapportagetijd
6.0. Onvoorziene gebeurtenissen
6.1 Een korte samenvatting van alle onvoorziene gebeurtenissen gedurende de verslagperiode.

Bijlage 12. behorende bij artikel 8.2.2.2

1.0. Projectgegevens
1.1. Algemeen
1. de namen van de leidinggevenden met een aanduiding van hun functie
2. het tijdvak waarin deze leiding gaven.
1.2. Boring
1. een aanduiding (code of naam) van de boring inclusief sidetracks
2. voor putten op land: de plaats van het aanzetpunt uitgedrukt in het coördinatiestelsel van de Rijksdriehoeksmeting
3. voor putten op zee: de plaats van het aanzetpunt uitgedrukt in geografische coördinaten, berekend volgens het ETRS89 systeem
4. het doel van de boring
5. de datum van het begin van de boring en het aantal dagen op de locatie.
1.3. Mijnbouw- of boorinstallatie
1. de naam van de installatie
2. de namen van de eigenaren van de installatie.
2.0. Boorgatsectiegegevens
2.1. Dieptes
1. de dieptereferentie in meters ten opzichte van
a. Normaal Amsterdams Peil (NAP), indien bij de boring geen gebruik wordt gemaakt van een mijnbouwinstallatie of
b. Mean Sea Level (MSL), indien bij de boring gebruik wordt gemaakt van een mijnbouwinstallatie
2. de diepte in meters ("along hole depth" (AHD) en "true vertical depth" (TVD)) aan het einde van de diepboring
3. de deviatieplots van de diepboring, zowel verticaal als horizontaal, op A4-formaat
4. de waterdiepte onder MSL, indien bij de boring gebruik wordt gemaakt van een mijnbouwinstallatie.
2.2. Gezette verbuizingen
1. de maten
2. de schoendiepte in meters en de diepte in meters aan de bovenzijde
3. de materiaalsoort en het gewicht per lengte-eenheid van de gezette verbuizing
4. de cementsoorten, het gewicht van de cementspecie ("slurry") en het volume van de cementspecie
5. de bovenzijde van het cement (theoretisch of vastgesteld)
6. een verbuizingsdiagram op A4-formaat.
3.0. Boorspoelinggegevens
1. het type boorspoeling per boorgatsectie
2. het soortelijk gewicht van de boorspoeling als functie van de diepte.
4.0. Geologische gegevens
4.1. Stratigrafische kolom
1. de diepte in meters (AHD) van de bovenzijde van de aangetroffen geologische aardlagen
2. de aangetroffen breukdieptes
3. de aangetroffen abnormale formatiedrukken.
4.2. Koolwaterstoffen
1. de aangetroffen producten
2. de producerende aardlagen
3. de maximaal geteste productie ("choke sizes" en "flowing tubing head pressure")
4. de ingesloten formatiedruk na het testen.
5.0. Gegevens betreffende de putafwerking
1. de putstatus
2. een tekening van de (definitief of tijdelijk) buiten gebruik gestelde put op A4-formaat
3. een tekening met de maten van de putmondafwerking op A4-formaat
4. een tekening met de maten van de spuitseries op A4-formaat.
6.0. Ondertekening
1. plaats
2. datum
3. handtekening van de leidinggevende.

Bijlage 13. behorende bij artikel 8.3.2.5, tweede lid Capaciteitstest

Bijlage 14. behorende bij artikel 9.1.6, derde lid, van de Mijnbouwregeling

1) Mijnonderneming: 1) Mijnonderneming: 1) Mijnonderneming: 6) Wijze van debietmeting: 6) Wijze van debietmeting: 6) Wijze van debietmeting: 11) Aantal analyses: 11) Aantal analyses:
2) Mijnbouwinstallatie: 2) Mijnbouwinstallatie: 2) Mijnbouwinstallatie: 7) Type debietmeter: 7) Type debietmeter: 7) Type debietmeter: 12) Hoogste waarde (kolom E): 12) Hoogste waarde (kolom E):
3) Maand / Jaar: 3) Maand / Jaar: 8) Plaats van Monstername: 8) Plaats van Monstername: 8) Plaats van Monstername: 13) Aantal analyses > 30 mg/l (kolom E): 13) Aantal analyses > 30 mg/l (kolom E):
4) Soort oliehoudend mengsel: 4) Soort oliehoudend mengsel: 4) Soort oliehoudend mengsel: 9) Wijze van analyseren: 9) Wijze van analyseren: 9) Wijze van analyseren:
5) Plaats van debietmeting: 5) Plaats van debietmeting: 5) Plaats van debietmeting: 10) Type analyse-apparatuur 10) Type analyse-apparatuur 10) Type analyse-apparatuur
A B C D E F G H I J K
Dag nr. Tijdstip monster- name Debiet Datum Analyse Gedispergeerde olie volgens OSPAR-Akkoord 2005-15 Opgeloste olie volgens toepassing OSPAR-Akkoord 2005-15 Totale olie Gedispergeerde olie opgeloste olie Totale olie Opmerkingen
uu:mm m3/dag ddmmjj mg/l mg/l mg/l kg/dag kg/dag kg/dag
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
Totaal:
Gemiddeld: Gemiddeld:

Bijlage 14. behorende bij artikel 9.1.6, derde lid, van de Mijnbouwregeling

1) Mijnonderneming: 1) Mijnonderneming: 1) Mijnonderneming: 6) Wijze van debietmeting: 6) Wijze van debietmeting: 6) Wijze van debietmeting: 11) Aantal analyses: 11) Aantal analyses:
2) Mijnbouwinstallatie: 2) Mijnbouwinstallatie: 2) Mijnbouwinstallatie: 7) Type debietmeter: 7) Type debietmeter: 7) Type debietmeter: 12) Hoogste waarde (kolom E): 12) Hoogste waarde (kolom E):
3) Maand / Jaar: 3) Maand / Jaar: 8) Plaats van Monstername: 8) Plaats van Monstername: 8) Plaats van Monstername: 13) Aantal analyses > 30 mg/l (kolom E): 13) Aantal analyses > 30 mg/l (kolom E):
4) Soort oliehoudend mengsel: 4) Soort oliehoudend mengsel: 4) Soort oliehoudend mengsel: 9) Wijze van analyseren: 9) Wijze van analyseren: 9) Wijze van analyseren:
5) Plaats van debietmeting: 5) Plaats van debietmeting: 5) Plaats van debietmeting: 10) Type analyse-apparatuur 10) Type analyse-apparatuur 10) Type analyse-apparatuur
A B C D E F G H I J K
Dag nr. Tijdstip monster- name Debiet Datum Analyse Gedispergeerde olie volgens OSPAR-Akkoord 2005-15 Opgeloste olie volgens toepassing OSPAR-Akkoord 2005-15 Totale olie Gedispergeerde olie opgeloste olie Totale olie Opmerkingen
uu:mm m3/dag ddmmjj mg/l mg/l mg/l kg/dag kg/dag kg/dag
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
Totaal:
Gemiddeld: Gemiddeld:

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van bijlage 16, die ter inzage wordt gelegd, zoals bepaald in artikel 9.3.2, tweede lid.

Artikel 1.3.3a

Bij de aanvraag voor een opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen overlegt de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van de technische en financiële mogelijkheden de beschikbare informatie betreffende de veiligheids- en milieuprestaties van de aanvrager, onder meer met betrekking tot zware ongevallen, voor zover van toepassing op de activiteiten waarvoor de vergunning wordt aangevraagd.

§ 1.3a. Bijzondere regels over het Groningenveld

§ 1.3b. Vergunningen, aanvragen en verzoeken opsporen en winnen van aardwarmte

Artikel 1.8.3

Bij de aanvraag tot afsplitsing van een vergunning als bedoeld in artikel 143, achtste lid, van de wet, verstrekt de aanvrager de volgende gegevens:

  • a. de vergunning waarvoor afsplitsing wordt gevraagd;
  • b. een aanduiding van de gebiedsdelen die door afsplitsing ontstaan;
  • c. de reden voor afsplitsing;
  • d. een kaart waarop de voorkomens van delfstoffen zijn aangegeven;

§ 1.6. Aanvraag ontheffingen mijnbouwwerken

§ 1.10. Restrictiegebieden

§ 1.6b. Aanvraag instemming verwijderingsplan en ontheffing mijnbouwwerk, kabel of pijpleiding

§ 1.6c. Aanvraag instemming met rapport over verwijdering mijnbouwwerk, kabel of pijpleiding

Artikel 1.12.1

Vervallen

Artikel 1.12.2

Vervallen

Hoofdstuk 2. Verkenningsonderzoek

§ 1.12. Veiligheidszone

§ 2.4. Het boren van schietgaten

§ 2.2. Verkenningsonderzoek met gebruik van ontplofbare stoffen

§ 2.2. Verkenningsonderzoek met gebruik van ontplofbare stoffen

§ 2.8. Rapportage

Hoofdstuk 3. Het winnen en het opslaan van stoffen

Hoofdstuk 4. Het binnenkomen of verlaten van de Nederlandse wateren van een bestaande productie-installatie

Artikel 4.1

De termijn, bedoeld in artikel 49, tweede lid, van het besluit, bedraagt acht weken.

Hoofdstuk 3. Het winnen en het opslaan van stoffen

Hoofdstuk 3. Het winnen en het opslaan van stoffen

§ 6.1. Algemeen

§ 2.7. Niet tot ontploffing gekomen ladingen

§ 6.1. Algemeen

Hoofdstuk 7. Onderzoek naar sterkte mijnbouwinstallaties en wijze van verwijdering van onder het oppervlaktewater gelegen mijnbouwinstallaties

Afdeling 8.1. Algemeen

Afdeling 8.2. Werkprogramma's voor boorgaten en putten alsmede rapportages voor boorgaten

§ 8.2.1. Werkprogramma voor aanleg van boorgaten

§ 8.2.2

§ 8.2.3. Werkprogramma voor reparatie van putten

§ 8.2.3a. Werkprogramma voor het stimuleren van een voorkomen via een put

Afdeling 8.3. Regels bij aanleg van boorgaten alsmede gebruik en reparatie van putten

§ 8.3.2. Testen van boorgat- en schuifafsluiters

§. Periodieke beveiligingsoefeningen in verband met boorgaten en putten

Afdeling 8.5. Het buiten gebruik stellen van putten en boorgaten

§ 8.5.1. Algemeen

§ 8.5.2. Regels over buiten gebruik stellen

Hoofdstuk 9. Gebruik en lozen van oliehoudende mengsels en chemicaliën

§ 9.1. Oliehoudende mengsels

§ 9.2. Gebruik en lozing van chemicaliën

§ 9.2. Gebruik en lozing van chemicaliën

Hoofdstuk 10. Pijpleidingen

Hoofdstuk 11. Verstrekking, beheer en gebruik van gegevens

§ 11.2. Wijze van gegevens verstrekking aan de minister

§ 11.1. Te verstrekken gegevens

Artikel 11.5.1

Het jaarplan bedoeld in artikel 128, vierde lid, van de wet wordt jaarlijks voor 1 november ingediend.

Artikel 11a.1.1

Dit hoofdstuk is van toepassing op de opsporing en winning van koolwaterstoffen.

§ 11.5. Jaarplan Staatstoezicht op de mijnen

Artikel 11a.2.1
1.

Een verzoek om instemming met een rapport inzake grote gevaren of een gewijzigd rapport inzake grote gevaren wordt voor zover het rapport betrekking heeft op een niet-productie-installatie of op een productie-installatie die is gelegen op het continentaal plat of in de territoriale zee en deze productie-installatie is gelegen aan de zeezijde van de in de bijlage bij de wet vastgestelde lijn, ten minste twaalf weken voor aanvang van de activiteit of uitvoering van de wijziging of ontmanteling ingediend.

2.

Een rapport inzake grote gevaren of een gewijzigd rapport inzake grote gevaren voor een productie-installatie op een andere locatie dan bedoeld in het eerste lid, wordt ten minste twaalf weken voor aanvang van de activiteit of uitvoering van de wijziging of ontmanteling ingediend.

3.

De inspecteur-generaal der mijnen beslist binnen twaalf weken op het verzoek bedoeld in het eerste lid.

Artikel 11a.2.2

Een rapport inzake grote gevaren voor een productie-installatie bevat ten minste de informatie, genoemd in bijlage I, onderdeel 2, bij richtlijn 2013/30/EU, met uitzondering van punt 14 en met dien verstande dat onder de informatie bij punt 15 wordt verstaan: de informatie over de voorkoming van zware ongevallen die aanzienlijke of ernstige milieuschade tot gevolg hebben, die wordt verkregen uit een milieueffectrapport als bedoeld in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en die van belang is voor de activiteiten die vanuit de installaties worden geleid.

Artikel 11a.2.3

Een rapport inzake grote gevaren voor een niet-productie-installatie bevat ten minste de informatie, genoemd in bijlage I, onderdeel 3, bij richtlijn 2013/30/EU, met dien verstande dat onder de informatie bij punt 15 wordt verstaan: de informatie over de voorkoming van zware ongevallen die aanzienlijke of ernstige milieuschade tot gevolg hebben, die wordt verkregen uit een milieueffectrapport als bedoeld in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en die van belang is voor de activiteiten die vanuit de installaties worden geleid.

Artikel 11a.2.4

Een gewijzigd rapport inzake grote gevaren bevat ten minste de informatie, genoemd in bijlage I, onderdeel 6, bij richtlijn 2013/30/EU.

Artikel 11a.3.1

Een intern rampenplan bevat ten minste de informatie, genoemd in bijlage I, onderdeel 10, bij richtlijn 2013/30/EU, met dien verstande dat onder ‘extern rampenplan’, bedoeld in punten 2 en 9, wordt verstaan: het Incidentbestrijdingsplan Noordzee, bedoeld in artikel 23 van de Wet bestrijding maritieme ongevallen, het crisisplan, bedoeld in artikel 16 van de Wet veiligheidsregio’s, of het rampbestrijdingsplan, bedoeld in artikel 17 van de Wet veiligheidsregio’s.

Artikel 11a.3.2
1.

Een intern rampenplan wordt bijgewerkt in geval van een essentiële wijziging in een kennisgeving als bedoeld in, artikel 45n, eerste lid, en artikel 45p, eerste lid, van de wet.

2.

Het bijgewerkte interne rampenplan wordt gelijktijdig met de in kennisstelling, bedoeld in artikel 45n, derde lid, en artikel 45p, vijfde lid, van de wet, of indien dit niet mogelijk is zo snel mogelijk daarna, ingediend bij de inspecteur-generaal der mijnen.

3.

De exploitant van een productie-installatie of een eigenaar van een niet-productie-installatie stelt de voor het desbetreffende gebied bevoegde autoriteit voor het Incidentbestrijdingsplan Noordzee, bedoeld in artikel 23 van de Wet bestrijding maritieme ongevallen, voor het crisisplan, bedoeld in artikel 16 van de Wet veiligheidsregio’s, of voor het rampbestrijdingsplan, bedoeld in artikel 17 van de Wet veiligheidsregio’s, in kennis van een bijgewerkt intern rampenplan.

Artikel 11a.4.1

Het bedrijfsbeleid inzake het voorkomen van zware ongevallen bevat ten minste de informatie, genoemd in bijlagen I, onderdeel 8, en IV, bij richtlijn 2013/30/EU en de voorzieningen, bedoeld in bijlage IV, onderdeel 1, bij die richtlijn.

Artikel 11a.4.2

Het veiligheids- en milieubeheersingssysteem bevat ten minste de informatie, genoemd in bijlage I, onderdeel 9, en IV, bij richtlijn 2013/30/EU en wordt ontwikkeld overeenkomstig deze onderdelen van richtlijn 2013/30/EU.

§ 11.3. Te gebruiken eenheden

Artikel 11a.5.1
1.

Een exploitant van een productie-installatie of een eigenaar van een niet-productie-installatie draagt er bij de selectie van de onafhankelijke verificateur zorg voor dat wordt voldaan aan de onafhankelijkheidseisen bedoeld in bijlage V, onderdeel 1, bij richtlijn 2013/30/EU.

2.

Een exploitant van een productie-installatie of een eigenaar van een niet-productie-installatie zorgt ervoor dat de regeling voor onafhankelijke verificatie voldoet aan de voorwaarden genoemd in bijlage V, onderdeel 2, bij richtlijn 2013/30/EU.

3.

In geval van een essentiële wijziging als bedoeld in artikel 45n, derde lid, van de wet worden de resultaten van verdere verificatie aan de inspecteur-generaal der mijnen medegedeeld op diens verzoek.

Artikel 11a.5.2

De beschrijving van de regeling voor onafhankelijke verificatie, bedoeld in artikelen 45c, eerste lid, onderdeel c, en 45g, eerste lid, onderdeel c, van de wet, bevat de informatie, genoemd in bijlage I, onderdeel 5, bij richtlijn 2013/30/EU.

Artikel 11a.5.3

Een exploitant van een productie-installatie of een eigenaar van een niet-productie-installatie hanteert de volgende termijnen:

Artikel 11a.6.1
1.

Een kennisgeving als bedoeld in artikel 45m, eerste lid, van de wet, wordt ingediend uiterlijk op het moment dat voor de voorgenomen productie-installatie een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet wordt ingediend.

2.

De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, bevat ten minste de informatie, genoemd in bijlage I, onderdeel 1, van richtlijn 2013/30/EU.

3.

Een kennisgeving als bedoeld in artikel 45n, eerste lid, artikel 45o, eerste lid en artikel 45p, eerste lid, van de wet, wordt zes weken voor aanvang van de activiteit ingediend.

4.

Een kennisgeving, bedoeld in het derde lid, bevat ten minste de volgende informatie:

  • a. voor een verplaatsing van een productie-installatie als bedoeld in artikel 45o van de wet: de informatie, genoemd in bijlage I, onderdeel 1, van richtlijn 2013/30/EU;
  • b. voor een boorgatactiviteit als bedoeld in artikel 45n van de wet: de informatie, genoemd in bijlage I, onderdeel 4, van richtlijn 2013/30/EU;
  • c. voor een gecombineerde activiteit als bedoeld in artikel 45p van de wet: de informatie, genoemd in bijlage I, onderdeel 7, van richtlijn 2013/30/EU.
Artikel 11a.7.1
1.

De gevallen, bedoeld in artikel 6, derde lid, van het besluit betreffen

  • a. vervoer tussen 07.00 en 20.00 uur en vervoer met een helikopter, met dien verstande dat ten hoogste aanspraak wordt gemaakt op vier plaatsen;
  • b. voorzien van een verblijfplaats, voor zover ter plaatse de nacht moet worden doorgebracht.
2.

Indien bij het verrichten van mijnbouwactiviteiten ernstige schade dreigt te ontstaan of is ontstaan, kan op aanwijzing van de inspecteur-generaal der mijnen het in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde vervoer plaatsvinden tussen 0.00 uur en 24.00 uur.

hoofdstuk 14. Overgangsbepalingen

§ 11.4. Aan te wijzen instelling

Hoofdstuk 13. Technische Commissie Bodembeweging

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.3.1, tweede lid, onderdeel a Gegevens, over te leggen bij een aanvraag om een opsporings- of winningsvergunning

Bijlage 2. behorende bij artikel 1.3.1, tweede lid, onderdeel b Gegevens, over te leggen bij een aanvraag om een opsporings- of winningsvergunning voor of mede koolwaterstoffen

A. Algemene gegevens

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.3.1, tweede lid, onderdeel a Gegevens, over te leggen bij een aanvraag om een opsporings- of winningsvergunning

A. Algemene gegevens

Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

2

1

Indien de aanvraag wordt gedaan door een natuurlijk persoon:

2

Indien de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon:

D. De vergoeding voor het nemen van een besluit, het adviseren over of instemmen met, het beoordelen van een melding, het beoordelen van gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 133, eerste lid, onderdeel a, van de wet en een rapport inzake grote gevaren, als bedoeld in artikel 127, eerste lid, onderdeel f, van de wet

Het STZ aanloopgebied Scheldemonden wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: vanaf de landsgrens via de 12 mijlsgrens via punt 285 naar 289 (beide gelegen op de 12 mijlsgrens), 288, 287 naar 364, vervolgens langs de gemeentegrens via de landsgrens naar de 12 mijlsgrens.

Bijlage 5. behorende bij artikel 1.10.7

In deze bijlage staan de gebieden beschreven, genoemd in artikel 1.10.7 van de regeling. In de beschrijving wordt gebruik gemaakt van letters. Deze letters zijn in de tabel bij deze bijlage gedefinieerd met posities in 2 cijfers achter de komma. Achter de tabel zijn de gebieden weergegeven op een kaart.

Gebieden:

Schietgebied nabij Petten (Near Petten) wordt begrensd door een cirkelboog met een straal van 9 zeemijlen beginnend in punt A begrensd door de sector 254° tot en met 000°.

Schietgebied nabij Petten (Near Petten) wordt begrensd door een cirkelboog met een straal van 14 zeemijlen beginnend in punt B begrensd door de sector 225° tot en met 345°.

Schietgebied ten westen van Kaap Hoofd (West of Kaap Hoofd) wordt begrensd door een cirkelboog met een straal van 10 zeemijlen beginnend in punt C begrensd door de sector 260° tot en met 338°.

Marine oefengebied ten westen van Haaksgronden (West of Haaksgronden) wordt begrensd door de parallellen 53° 05’ N en 53° 13’ N en de meridianen 003° 45’ E en 004° 10’ E.

Schietgebied Vliehors (Vliehors) wordt begrensd door een cirkelboog met een straal van 4 zeemijlen beginnend in punt D begrensd door de sector 275° tot en met 005°.

Schietgebied benoorden Waddeneilanden (North of Waddeneilanden) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: E, F, G, H, I, E.

Punt X-geografisch Y-geografisch
A 52° 47',10 N 004° 40',30 E
B 52° 47',70 N 004° 40',30 E
C 52° 57',40 N 004° 44',30 E
D 53° 14',35 N 004° 55',22 E
E 53° 35',96 N 004° 45',92 E
F 53° 59',96 N 004° 45',92 E
G 53° 59',96 N 006° 06',36 E
H 53° 51',06 N 006° 13',89 E
I 53° 37',59 N 005° 05',92 E

Kaart behorende bij bijlage 5

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van bijlage 16, die ter inzage wordt gelegd, zoals bepaald in artikel 9.3.2, tweede lid.

Artikel 8.2.3a.1
1.

Een werkprogramma voor het stimuleren van een voorkomen via een put bevat:

  • a. voor putten op zee:
  • 1°. de letter en nummeraanduiding van het blok waarbinnen de te stimuleren put zich bevindt;
  • 2°. de aanduiding van de put;
  • 3°. de plaats van het aanzetpunt van de put uitgedrukt in geografische coördinaten, berekend volgens het ETRS89 systeem en
  • 4°. een opgave van de hoogte van de boortafel of van een ander, nader aan te geven referentiepunt in meters ten opzichte van zowel de gemiddelde waterstand als de zeebodem;
  • b. voor putten op land:
  • 1°. de naam van de gemeente waarbinnen de te stimuleren put zich bevindt;
  • 2°. de benaming van de put;
  • 3°. de plaats van het aanzetpunt van de put uitgedrukt in geografische coördinaten, berekend volgens het ETRS89 systeem en
  • 4°. een opgave van de hoogte van zowel het maaiveld als de boortafel of een ander, nader aan te geven referentiepunt, een en ander in meters ten opzichte van N.A.P..
2.

Voorts bevat het werkprogramma tenminste:

  • a. de samenhang tussen verschillende voorgenomen stimulatieactiviteiten indien er sprake is van meerdere stimulatieactiviteiten in dezelfde formatie;
  • b. de reden van het stimuleren alsmede een kort overzicht van het gedrag van en mogelijke problemen met de put sinds de aanleg of, indien het voorkomen eerder is gestimuleerd, de reden van de eerdere stimulatieactiviteit;
  • c. de datum van de oorspronkelijke afwerking, van de laatste reparatie of de laatste stimulatieactiviteit;
  • d. een schets van de deviatie, indien van toepassing;
  • e. een opgave van het referentievlak van waaruit de dieptematen worden opgegeven;
  • f. een beschrijving met tekeningen van:
  • 1°. de verbuizing met specificaties;
  • 2°. de cementatiediepte;
  • 3°. de diepte van de top van de annulaire cementkolommen, en
  • 4°. de diepte van de doorboorde formaties;
  • g. over de integriteitsbeheersing van de put een beschrijving van:
  • 1°. de deugdelijkheid van de aanwezige annulaire cementkolommen onder opgave van de hiertoe uit te voeren integriteitsmetingen;
  • 2°. de wijze waarop de integriteit van de put voor en na het stimuleren van het voorkomen wordt gemeten en zeker gesteld, en
  • 3°. de wijze waarop de geohydrologische eenheden tijdens en na het stimuleren worden beschermd;
  • h. een beschrijving met tekeningen van de afwerking boven of onder oppervlaktewater, inclusief specificaties van het spuitkruis;
  • i. een beschrijving van de ondergrondse afwerking van de put;
  • j. de verwachte maximale ingesloten bovengrondse druk en de drukken in de diverse annulaire ruimtes;
  • k. de formatiedruk en de referentiediepte;
  • l. de ondergrondse en bovengrondse temperatuur van de put;
  • m. de inhoud van de opvoerserie en van de annulaire ruimten;
  • n. het productiemechanisme;
  • o. de maximale productiecapaciteit (open flow potential);
  • p. de naam of typeaanduiding van de installaties waarmee het stimuleren van het voorkomen wordt uitgevoerd alsmede de namen van de dienstverlenende bedrijven;
  • q. een beschrijving van de te gebruiken beveiligingsinstallatie voor de afsluiting van de put in de diverse fasen van het stimulatieproces;
  • r. een chronologisch overzicht van de voorgenomen opeenvolgende werkzaamheden in verband met de stimulatieactiviteiten, waaronder het schoon produceren van de put, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met van tevoren aangenomen alternatieve mogelijkheden voorzien van in het bijzonder een toelichting op uit veiligheidsoverwegingen of anderszins kritische operaties;
  • s. indien het stimuleren van het voorkomen bestaat uit een voorbehandeling en een hoofdbehandeling:
  • 1°. een beschrijving van de randvoorwaarden waaronder met de hoofdbehandeling mag worden begonnen nadat de voorbehandeling wordt uitgevoerd, en
  • 2°. de acties die moeten worden genomen indien niet aan deze randvoorwaarden wordt voldaan;
  • t. voor zover van toepassing, de methode waarmee putten worden veiliggesteld die in de nabijheid van het te stimuleren voorkomen liggen;
  • u. een opgave van de afwerking van de put na afronding van de stimulatieactiviteiten;
  • v. de geschatte tijdsduur van de werkzaamheden;
  • w. een beschrijving van de stoffen en hoeveelheden stoffen die bij het stimuleren worden gebruikt en geïnjecteerd onder vermelding van het registratienummer, bedoeld in artikel 64, negende lid, van de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen of, in voorkomend geval, het toelatingsnummer, dat bij of krachtens de biocidenverordening of de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden aan de stof is gegeven, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan:
  • 1°. de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen en de bij of krachtens titel 9.3 van de Wet milieubeheer voor de uitvoering van die verordening gestelde voorschriften;
  • 2°. de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels en de bij of krachtens titel 9.3a van de Wet milieubeheer voor de uitvoering van die verordening gestelde voorschriften, en
  • x. een beschrijving van de geochemische reacties die kunnen optreden tussen de vloeistoffen die voor het stimuleren worden gebruikt, de formaties en de vloeistoffen die aanwezig zijn in deze formaties, waaronder een beschrijving van de samenstelling en de effecten van mogelijke reactieproducten;
  • y. een beschrijving van de volumebalans van de vloeistoffen die voor het stimuleren worden gebruikt, vóór en na het stimuleren van het voorkomen;
  • z. een beschrijving van de wijze waarop de integriteit en bescherming van de afdichtende formaties boven en onder het te stimuleren voorkomen wordt zeker gesteld;
  • aa. een beschrijving van het profiel en de oriëntatie van het stimuleren van het voorkomen ten opzichte van de put, waaronder grafische weergaven daarvan, alsmede de wijze hoe dit profiel en deze oriëntatie zijn bepaald onder opgave van:
  • 1°. een beschrijving van de afleiding van de gebruikte ondergrondse gesteentespanningen en eigenschappen en de onzekerheden die daarbij zijn aangenomen en
  • 2°. de afstand van de put tot natuurlijke breuken in de richting van het te stimuleren voorkomen;
  • bb. een beschrijving van de seismische risico’s, inclusief de voorzieningen om seismiciteit te meten en maatregelen om te handelen indien seismiciteit optreedt,
  • cc. een beschrijving van criteria voor andere stimulatieactiviteiten in dezelfde formatie, en
  • dd. gekozen afstanden tot andere uitgevoerde of uit te voeren stimulatieactiviteiten in dezelfde formatie.
Artikel 8.2.3a.2
1.

Het werkprogramma voor het stimuleren van een voorkomen via een put is tenminste zes weken voor de aanvang van de betrokken werkzaamheden in het bezit van de inspecteur-generaal der mijnen.

2.

Artikel 8.2.1.2, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8.2.3a.3

Deze paragraaf is van overeenkomstige toepassing op boorgaten.

§ 8.2.2. Rapportages

Afdeling 8.3. Regels bij aanleg van boorgaten alsmede gebruik en reparatie van putten

§ 8.2.4. Werkprogramma voor het buiten gebruik stellen van boorgaten en putten

§. Periodieke beveiligingsoefeningen in verband met boorgaten en putten

§ 8.3.1. Beveiligingen bij het aanleggen, wijzigen of uitbreiden van boorgaten

Afdeling 8.3. Regels bij het aanleggen, wijzigen, uitbreiden van boorgaten alsmede gebruik en reparatie van putten

Afdeling 8.4. Inrichting van putten

§ 8.5.1. Algemeen

§ 8.5.2. Regels over buiten gebruik stellen

Hoofdstuk 9. Gebruik en lozen van oliehoudende mengsels en chemicaliën

§ 8.3.5. Putintegriteit

Hoofdstuk 10. Pijpleidingen

Artikel 10.3
1.

De beheerder voert het onderzoek naar de eigenschappen van een pijpleiding uit in een zodanige frequentie dat de integriteit van de pijpleiding, onder meer in verband met het risico op schade, op elk moment kan worden aangetoond.

2.

De beheerder voert het onderzoek naar de ligging van een pijpleiding die in de territoriale zee of op het continentaal plat is aangelegd, uit in een frequentie van ten minste één keer per jaar.

3.

De beheerder beschrijft de gekozen frequentie en de motivering voor die keuze alsmede de uitkomsten van de onderzoeken voor elke pijpleiding in een daartoe ingericht veiligheidsbeheerssysteem.

Hoofdstuk 9. Gebruik en lozen van oliehoudende mengsels en chemicaliën

§ 9.1. Oliehoudende mengsels

§ 11.3. Te gebruiken eenheden

§ 11.4. Aan te wijzen instelling

Hoofdstuk 13. Technische Commissie Bodembeweging

hoofdstuk 14. Overgangsbepalingen

§ 11a.1. Toepassingsbereik

§ 11a.1. Toepassingsbereik

§ 11a.7. Voorzieningen voor toezichthouder

Artikel 14.4.1

In afwijking van de artikelen 8.2.1.1, eerste lid, onderdeel b, onder 3°, 8.2.3.1, eerste lid, onderdeel b, onder 3°, 8.2.4.1, eerste lid, onderdeel b, onder 3°, 8.2.3a.1, eerste lid, onderdeel b, onder 3°, worden geografische coördinaten in een werkprogramma uitgedrukt in het coördinatenstelsel van de Rijksdriehoekmeting tot het tijdstip van invoering van het ETRS89 systeem bij de Dienst van het Kadaster en openbare registers, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster.

Artikel 14.4.2

Een werkprogramma met een plaatsbepaling uitgedrukt in geografische coördinaten, berekend volgens het ETRS89 systeem dat wordt ingediend voor het tijdstip, bedoeld in artikel 14.4.1 in verband met werkzaamheden nadat tijdstip wordt in behandeling genomen.

Artikel 14.4.3

Een werkprogramma met een plaatsbepaling uitgedrukt in het coördinatenstelsel van de Rijksdriehoekmeting, dat wordt ingediend voor het tijdstip, bedoeld in artikel 14.4.1 in verband met werkzaamheden nadat tijdstip wordt slechts in behandeling genomen, nadat de indiener de geografische coördinaten opnieuw heeft berekend en ingediend volgens het ETRS89 systeem.

§ 11a.4. Bedrijfsbeleid inzake het voorkomen van zware ongevallen en het veiligheids- en milieubeheersingssysteem

Artikel 14.4.4

In afwijking van artikel 11.1.1, tweede lid, onderdeel c, wordt een herbewerking die voor de inwerkingtreding van dat artikel is uitgevoerd, desgevraagd overgelegd.

Hoofdstuk 15. Slotbepalingen

2

Bijlage 2. behorende bij artikel 1.3.1, tweede lid, onderdeel b Gegevens, over te leggen bij een aanvraag om een opsporings- of winningsvergunning voor of mede koolwaterstoffen

Bijlage 3. behorende bij de artikelen 1.3.2 en 1.3.5

Bijlage 3. behorende bij de artikelen 1.3.2 en 1.3.5

A. Algemene gegevens

a. aanloopgebieden

2

De zuidoost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel IJmuiden Noord (IJmuiden North TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 153, 166, 167, 168, 155, 153. De noord westgaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel IJmuiden Noord (IJmuiden North TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 168, 167, 169, 170, 162, 161, 168.

Het voorzorgsgebied Noord Hinder (North Hinder Junction precautionary area) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: het snijpunt van de lijn tussen 001 en 002 beginnend bij de grens van het continentaal plat, 002, 003, 004, 005, 006, 007, 008, 009, 010, 011, 012, 013, 014, 015, 016, 017, 018, en het snijpunt van de lijn tussen 018 en 019 eindigend bij de grens van het continentaal plat.

De oost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Maas West Buiten (Maas West Outer TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 018, 017, 020, 021, 018. De west gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Maas West Buiten (Maas West Outer TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 010, 009, 022, 023, 010.

Het voorzorgsgebied Maas (Maas Junction precautionary area) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 021, 020, 024, 025, 023, 022, 026, 027, 028, 029, 030, 031, 021.

c. restrictiegebieden

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)