Mijnbouwregeling

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 496
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De diepwater route leidend naar Europoort, bestaande uit het aanloopgebied Noord Hinder, aanloopgebied Eurogeul, de Eurogeul en de Maasgeul (Eurogeul approach area, Eurogeul, Maasgeul) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 054, 055, 056, van 057 naar 059 met een cirkeldeel met middelpunt 058, 013, van 060 naar 061 met een cirkeldeel met middelpunt 062, 025, 028, 037, 063, van 064 naar 066 met een cirkeldeel met middelpunt 065, 067, 068, 069, 070, 071, van 072 naar 074 met een cirkeldeel met middelpunt 073, 036, van 075 naar 077 met een cirkeldeel met middelpunt 076, 078, 029, 024, 014, 079, 080, 081, 082, 083, 054.

De diepwater route van Noord Hinder naar Nabij Bruine Bank (DW Route from North Hinder to TSS Off Brown Ridge) op het Nederlandse deel van het continentaal plat wordt begrensd door: het snijpunt van de lijn tussen 001 en 002 beginnend bij de grens van het continentaal plat, de grens van het continentaal plat, 084 (grens continentaal plat), 085, 002 en het snijpunt van de lijn tussen 001 en 002 beginnend bij de grens van het continentaal plat.

De zuid gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Noord Hinder Noord (North Hinder North TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 005, 086, 087, 006, 005. De noord gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Noord Hinder Noord (North Hinder North TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 007, 088, 089, 008, 007.

De zuidoost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Maas Noord West (Maas North West TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 090, 091, 039, 038, 090. De noordwest gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Maas Noord West (Maas North West TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 092, 093, 041, 040, 092.

De zuid gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Maas Noord (Maas North TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 042, 094, 095, 096, 097, 098, 099, 043, 042. De noord gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Maas Noord (Maas North TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 044, 100, 101, 102, 103, 045, 044.

Bijlage 5. behorende bij artikel 1.10.7

In deze bijlage staan de gebieden beschreven, genoemd in artikel 1.10.7 van de regeling. In de beschrijving wordt gebruik gemaakt van letters. Deze letters zijn in de tabel bij deze bijlage gedefinieerd met posities in 2 cijfers achter de komma. Achter de tabel zijn de gebieden weergegeven op een kaart.

Gebieden:

Schietgebied nabij Petten (Near Petten) wordt begrensd door een cirkelboog met een straal van 9 zeemijlen beginnend in punt A begrensd door de sector 254° tot en met 000°.

Schietgebied nabij Petten (Near Petten) wordt begrensd door een cirkelboog met een straal van 14 zeemijlen beginnend in punt B begrensd door de sector 225° tot en met 345°.

Schietgebied ten westen van Kaap Hoofd (West of Kaap Hoofd) wordt begrensd door een cirkelboog met een straal van 10 zeemijlen beginnend in punt C begrensd door de sector 260° tot en met 338°.

Marine oefengebied ten westen van Haaksgronden (West of Haaksgronden) wordt begrensd door de parallellen 53° 05’ N en 53° 13’ N en de meridianen 003° 45’ E en 004° 10’ E.

Schietgebied Vliehors (Vliehors) wordt begrensd door een cirkelboog met een straal van 4 zeemijlen beginnend in punt D begrensd door de sector 275° tot en met 005°.

Schietgebied benoorden Waddeneilanden (North of Waddeneilanden) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: E, F, G, H, I, E.

Punt X-geografisch Y-geografisch
A 52° 47',10 N 004° 40',30 E
B 52° 47',70 N 004° 40',30 E
C 52° 57',40 N 004° 44',30 E
D 53° 14',35 N 004° 55',22 E
E 53° 35',96 N 004° 45',92 E
F 53° 59',96 N 004° 45',92 E
G 53° 59',96 N 006° 06',36 E
H 53° 51',06 N 006° 13',89 E
I 53° 37',59 N 005° 05',92 E

Kaart behorende bij bijlage 5

Bijlage 5. behorende bij artikel 1.10.7

In deze bijlage staan de gebieden beschreven, genoemd in artikel 1.10.7 van de regeling. In de beschrijving wordt gebruik gemaakt van letters. Deze letters zijn in de tabel bij deze bijlage gedefinieerd met posities in 2 cijfers achter de komma. Achter de tabel zijn de gebieden weergegeven op een kaart.

Gebieden:

Schietgebied nabij Petten (Near Petten) wordt begrensd door een cirkelboog met een straal van 9 zeemijlen beginnend in punt A begrensd door de sector 254° tot en met 000°.

Schietgebied nabij Petten (Near Petten) wordt begrensd door een cirkelboog met een straal van 14 zeemijlen beginnend in punt B begrensd door de sector 225° tot en met 345°.

Schietgebied ten westen van Kaap Hoofd (West of Kaap Hoofd) wordt begrensd door een cirkelboog met een straal van 10 zeemijlen beginnend in punt C begrensd door de sector 260° tot en met 338°.

Marine oefengebied ten westen van Haaksgronden (West of Haaksgronden) wordt begrensd door de parallellen 53° 05’ N en 53° 13’ N en de meridianen 003° 45’ E en 004° 10’ E.

Schietgebied Vliehors (Vliehors) wordt begrensd door een cirkelboog met een straal van 4 zeemijlen beginnend in punt D begrensd door de sector 275° tot en met 005°.

Schietgebied benoorden Waddeneilanden (North of Waddeneilanden) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: E, F, G, H, I, E.

Punt X-geografisch Y-geografisch
A 52° 47',10 N 004° 40',30 E
B 52° 47',70 N 004° 40',30 E
C 52° 57',40 N 004° 44',30 E
D 53° 14',35 N 004° 55',22 E
E 53° 35',96 N 004° 45',92 E
F 53° 59',96 N 004° 45',92 E
G 53° 59',96 N 006° 06',36 E
H 53° 51',06 N 006° 13',89 E
I 53° 37',59 N 005° 05',92 E

Kaart behorende bij bijlage 5

Bijlage 6. behorende bij artikelen 4.1.1, onderdeel c, en 4.4.3, zevende lid

Vervallen

Bijlage 7. behorende bij artikelen 4.1.1, onderdeel c, en 4.4.3, zevende lid

Vervallen

Bijlage 8. behorende bij de artikelen 4.3.3, vierde lid, en 4.4.6, tweede lid

Vervallen

Bijlage 9. behorende bij artikel 4.4.3, achtste lid

Vervallen

Bijlage 5. behorende bij artikel 1.10.7

In deze bijlage staan de gebieden beschreven, genoemd in artikel 1.10.7 van de regeling. In de beschrijving wordt gebruik gemaakt van letters. Deze letters zijn in de tabel bij deze bijlage gedefinieerd met posities in 2 cijfers achter de komma. Achter de tabel zijn de gebieden weergegeven op een kaart.

Gebieden:

Schietgebied nabij Petten (Near Petten) wordt begrensd door een cirkelboog met een straal van 9 zeemijlen beginnend in punt A begrensd door de sector 254° tot en met 000°.

Schietgebied nabij Petten (Near Petten) wordt begrensd door een cirkelboog met een straal van 14 zeemijlen beginnend in punt B begrensd door de sector 225° tot en met 345°.

Schietgebied ten westen van Kaap Hoofd (West of Kaap Hoofd) wordt begrensd door een cirkelboog met een straal van 10 zeemijlen beginnend in punt C begrensd door de sector 260° tot en met 338°.

Marine oefengebied ten westen van Haaksgronden (West of Haaksgronden) wordt begrensd door de parallellen 53° 05’ N en 53° 13’ N en de meridianen 003° 45’ E en 004° 10’ E.

Schietgebied Vliehors (Vliehors) wordt begrensd door een cirkelboog met een straal van 4 zeemijlen beginnend in punt D begrensd door de sector 275° tot en met 005°.

Schietgebied benoorden Waddeneilanden (North of Waddeneilanden) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: E, F, G, H, I, E.

Punt X-geografisch Y-geografisch
A 52° 47',10 N 004° 40',30 E
B 52° 47',70 N 004° 40',30 E
C 52° 57',40 N 004° 44',30 E
D 53° 14',35 N 004° 55',22 E
E 53° 35',96 N 004° 45',92 E
F 53° 59',96 N 004° 45',92 E
G 53° 59',96 N 006° 06',36 E
H 53° 51',06 N 006° 13',89 E
I 53° 37',59 N 005° 05',92 E

Kaart behorende bij bijlage 5

Bijlage 6. behorende bij artikelen 4.1.1, onderdeel c, en 4.4.3, zevende lid

Vervallen

Bijlage 7. behorende bij artikelen 4.1.1, onderdeel c, en 4.4.3, zevende lid

Vervallen

Bijlage 8. behorende bij de artikelen 4.3.3, vierde lid, en 4.4.6, tweede lid

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van bijlage 16, die ter inzage wordt gelegd, zoals bepaald in artikel 9.3.2, tweede lid.

Artikel 12.2
1.

De vergoeding, bedoeld in artikel 133, eerste lid, van de wet, bedraagt ten aanzien van mijnbouwactiviteiten met betrekking tot koolwaterstoffen de vergoeding, bedoeld in bijlage 15.

2.

De vergoeding, bedoeld in artikel 133, eerste lid, van de wet, bedraagt ten aanzien van mijnbouwactiviteiten met betrekking tot aardwarmte de vergoeding, bedoeld in bijlage 15a.

Hoofdstuk 13. Technische Commissie Bodembeweging

§ 11a.3. Intern rampenplan

§ 11a.4. Bedrijfsbeleid inzake het voorkomen van zware ongevallen en het veiligheids- en milieubeheersingssysteem

§ 11a.3. Intern rampenplan

§ 11a.6. Kennisgevingen en informatie-uitwisseling

hoofdstuk 14. Overgangsbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.3.1, tweede lid, onderdeel a Gegevens, over te leggen bij een aanvraag om een opsporings- of winningsvergunning

Bijlage 2. behorende bij artikel 1.3.1, tweede lid, onderdeel b Gegevens, over te leggen bij een aanvraag om een opsporings- of winningsvergunning voor of mede koolwaterstoffen

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.3.1, tweede lid, onderdeel a Gegevens, over te leggen bij een aanvraag om een opsporings- of winningsvergunning

2

Overige gebieden

B. Financiële gegevens

1

De oost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Maas West Binnen (Maas West Inner TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 031, 030, 032, 033, 031. De west gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Maas West Binnen (Maas West Inner TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 027, 026, 034, 035, 027.

c. restrictiegebieden

Het voorzorgsgebied Rijnveld (Rijnveld Precautionary Area) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 104, 105, 106, 107, 108, 109, 110, 111, 112, 104.

Bijlage 5. behorende bij artikel 1.10.7

In deze bijlage staan de gebieden beschreven, genoemd in artikel 1.10.7 van de regeling. In de beschrijving wordt gebruik gemaakt van letters. Deze letters zijn in de tabel bij deze bijlage gedefinieerd met posities in 2 cijfers achter de komma. Achter de tabel zijn de gebieden weergegeven op een kaart.

Gebieden:

Schietgebied nabij Petten (Near Petten) wordt begrensd door een cirkelboog met een straal van 9 zeemijlen beginnend in punt A begrensd door de sector 254° tot en met 000°.

Schietgebied nabij Petten (Near Petten) wordt begrensd door een cirkelboog met een straal van 14 zeemijlen beginnend in punt B begrensd door de sector 225° tot en met 345°.

Schietgebied ten westen van Kaap Hoofd (West of Kaap Hoofd) wordt begrensd door een cirkelboog met een straal van 10 zeemijlen beginnend in punt C begrensd door de sector 260° tot en met 338°.

Marine oefengebied ten westen van Haaksgronden (West of Haaksgronden) wordt begrensd door de parallellen 53° 05’ N en 53° 13’ N en de meridianen 003° 45’ E en 004° 10’ E.

Schietgebied Vliehors (Vliehors) wordt begrensd door een cirkelboog met een straal van 4 zeemijlen beginnend in punt D begrensd door de sector 275° tot en met 005°.

Schietgebied benoorden Waddeneilanden (North of Waddeneilanden) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: E, F, G, H, I, E.

Punt X-geografisch Y-geografisch
A 52° 47',10 N 004° 40',30 E
B 52° 47',70 N 004° 40',30 E
C 52° 57',40 N 004° 44',30 E
D 53° 14',35 N 004° 55',22 E
E 53° 35',96 N 004° 45',92 E
F 53° 59',96 N 004° 45',92 E
G 53° 59',96 N 006° 06',36 E
H 53° 51',06 N 006° 13',89 E
I 53° 37',59 N 005° 05',92 E

Kaart behorende bij bijlage 5

Bijlage 6. behorende bij artikelen 4.1.1, onderdeel c, en 4.4.3, zevende lid

Vervallen

A. Begripsbepalingen

De zuidwest gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel West Friesland (West Friesland TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 201, 205, 190, 206, 207, 202, 201. De noordoost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel West Friesland (West Friesland TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 203, 208, 209, 210, 211, 212, 213, 214, 204, 203.

B. De vergoeding voor het uitvoeren van taken als bedoeld in artikel 133, eerste lid, onderdeel b, van de wet in verband met een mijnbouwwerk

C. De vergoeding, bedoeld in artikel 133, eerste lid, onderdeel b, van de wet, in verband met een gastransportnet

De zuidwest gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Nabij Texel (Off Texel TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 231, 232, 233, 234, 235, 236, 237, 238, 239, 240, 241, 242, 243, 231. De zuid gaande verkeersbanen van het verkeersscheidingsstelsel Nabij Texel (Off Texel TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 115, 242, 241, 116, 115 en 244, 238, 237, 245, 244. De noordoost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Nabij Texel (Off Texel TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 246, 247, 248, 249, 250, 251, 252, 253, 254, 246.

c. restrictiegebieden

E. Bijkomende vergoeding van kosten

De zuid gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Vlieland Noord (Vlieland North TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 258, 271, 272, 259, 258. De noord gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Vlieland Noord (Vlieland North TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 269, 273, 274, 270, 269.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van bijlage 16, die ter inzage wordt gelegd, zoals bepaald in artikel 9.3.2, tweede lid.

Artikel 1.3a.1
1.

De vergunninghouder van het Groningenveld verricht in ieder geval de volgende metingen:

  • a. grondversnellingen van de aardbevingen in ruimte en tijd;
  • b. grondsnelheden van de aardbevingen in ruimte en tijd;
  • c. het aantal aardbevingen met een magnitude van 1,2 en hoger op de schaal van Richter;
  • d. de aardbevingsdichtheid in ruimte en tijd van aardbevingen met een magnitude van 1,2 en hoger op de schaal van Richter.
2.

De vergunninghouder van het Groningenveld zorgt dat de resultaten van de metingen, bedoeld in het eerste lid, doorlopend te raadplegen zijn voor de minister en de inspecteur-generaal der mijnen.

3.

De vergunninghouder van het Groningenveld stelt twee keer per kalenderjaar op 1 februari en op 1 augustus een analyse op over ontwikkelingen in de seismiciteit, waarin ten minste de onderdelen, genoemd in het eerste lid, aan de orde komen en verstrekt deze aan de minister en de inspecteur-generaal der mijnen.

Artikel 1.3a.2
1.

Indien de vergunninghouder van het Groningenveld één of meer van de volgende metingen doet, verstrekt hij de resultaten van die metingen binnen 48 uur aan de minister en de inspecteur-generaal der mijnen:

  • a. het aantal aardbevingen over de afgelopen zes maanden met een magnitude van 1,2 en hoger op de schaal van Richter is meer dan 30 per jaar;
  • b. het aantal aardbevingen over de afgelopen zes maanden met een magnitude van 1,2 en hoger op de schaal van Richter is meer dan 40 per jaar;
  • c. de aardbevingsdichtheid over de afgelopen zes maanden jaar met een magnitude van 1,2 en hoger op de schaal van Richter is meer dan 0,30 per vierkante kilometer per jaar;
  • d. de aardbevingsdichtheid over de afgelopen zes maanden met een magnitude van 1,2 en hoger op de schaal van Richter is meer dan 0,40 per vierkante kilometer per jaar.
2.

De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet zolang na de verstrekking van de resultaten van de eerste meting de daaropvolgende meting of de daaropvolgende metingen binnen dezelfde categorie blijven zoals omschreven in het eerste lid, onderdelen a tot en met d.

3.

Bij overschrijding van de parameters, genoemd in het eerste lid, onderdelen b en d, analyseert de vergunninghouder van het Groningenveld de ontwikkeling van de seismiciteit. De vergunninghouder van het Groningenveld verstrekt de analyse binnen twee weken na de waarneming aan de minister en de inspecteur-generaal der mijnen.

4.

Indien de analyse, bedoeld in het derde lid, duidt op een tot dat moment onverwachte ontwikkeling van de seismiciteit verricht de vergunninghouder van het Groningenveld een aanvullende analyse waarin nader onderzoek wordt gedaan naar de geofysische oorzaken, gevolgen en risico’s van deze ontwikkeling. Deze analyse ziet op zowel de korte termijn van vijf jaar als de lange termijn van dertig jaar. De vergunninghouder verstrekt de analyse binnen een jaar na de meting, bedoeld in het eerste lid, aan de minister en de inspecteur-generaal der mijnen.

Artikel 1.3a.3
1.

Indien de vergunninghouder van het Groningenveld één of meer van de volgende metingen doet, verstrekt hij de resultaten van iedere meting terstond aan de minister en de inspecteur-generaal der mijnen:

  • a. een grondversnelling groter dan 0,08 g;
  • b. een grondsnelheid groter dan 50 millimeter per seconde.
2.

De vergunninghouder van het Groningenveld stuurt een eerste analyse van het bereiken van de waarde, bedoeld in het eerst lid, en de mogelijke gevolgen daarvan voor de veiligheidsrisico’s, binnen 48 uur na de meting aan de minister en de inspecteur-generaal der mijnen.

3.

De vergunninghouder van het Groningenveld voert binnen twee weken na de waarneming een nadere analyse uit en verstrekt deze analyse aan de minister en de inspecteur-generaal der mijnen.

4.

Indien de analyse, bedoeld in het derde lid, duidt op een tot dat moment onverwachte ontwikkeling van de seismiciteit verricht de vergunninghouder van het Groningenveld een aanvullende analyse waarin nader onderzoek wordt gedaan naar de geofysische oorzaken, gevolgen en risico’s van deze ontwikkeling. Deze analyse ziet op zowel de korte termijn van vijf jaar als de lange termijn van dertig jaar. De vergunninghouder verstrekt de analyse binnen een jaar na de meting, bedoeld in het eerste lid, aan de minister en de inspecteur-generaal der mijnen.

Artikel 1.3a.4
1.

De vergunninghouder van het Groningenveld verstrekt de resultaten van een meting van een aardbeving met een magnitude van 3,0 en hoger op de schaal van Richter terstond aan de minister en de inspecteur-generaal der mijnen, en vult deze melding binnen 48 uur aan met een eerste analyse van de aardbeving en de veiligheidsrisico’s.

2.

De vergunninghouder van het Groningenveld voert binnen twee weken na de waarneming een nadere analyse van de aardbeving uit en verstrekt deze analyse aan de minister en de inspecteur-generaal der mijnen.

3.

Indien de analyse, bedoeld in het tweede lid, duidt op een tot dat moment onverwachte ontwikkeling van de seismiciteit verricht de vergunninghouder van het Groningenveld een aanvullende analyse waarin nader onderzoek wordt gedaan naar de geofysische oorzaken, gevolgen en risico’s van deze ontwikkeling. Deze analyse ziet op zowel de korte termijn van vijf jaar als de lange termijn van dertig jaar. De vergunninghouder verstrekt de analyse binnen een jaar na de meting, bedoeld in het eerste lid, aan de minister en de inspecteur-generaal der mijnen.

§ 1.5. Aanvraag vergunningen en ontheffingen bij verkenningsonderzoek

§ 1.6. Aanvraag vergunningen en ontheffingen mijnbouwwerken

§ 1.9. Aanvraag vergunning winning kalksteen of ander gebruik groeve

§ 1.6a. Melding buiten werking mijnbouwwerk, kabel of pijpleiding

§ 1.6c. Aanvraag instemming met rapport over verwijdering mijnbouwwerk, kabel of pijpleiding

§ 1.8. Aanvraag splitsing of samenvoeging vergunning(en)

Hoofdstuk 2. Verkenningsonderzoek

§ 2.4. Het boren van schietgaten

§ 1.12. Veiligheidszone

§ 2.3. Opslag van ontplofbare stoffen

§ 2.5. Het gereed maken van de lading

Hoofdstuk 4. Het binnenkomen of verlaten van de Nederlandse wateren van een bestaande productie-installatie

Hoofdstuk 5. Herkenningstekens, geluidsbakens en lichtbakens

Hoofdstuk 5. Herkenningstekens, geluidsbakens en lichtbakens

§ 6.2. Communicatiemiddelen

§ 6.3. Meteorologische en oceanografische apparatuur

Hoofdstuk 7. Onderzoek naar sterkte mijnbouwinstallaties en wijze van verwijdering van onder het oppervlaktewater gelegen mijnbouwinstallaties

Hoofdstuk 8. Boorgaten en putten

Afdeling 8.1. Algemeen

Afdeling 8.2. Werkprogramma's voor boorgaten en putten alsmede rapportages voor boorgaten

§ 8.2.1. Werkprogramma voor het aanleggen, uitbreiden of wijzigen van boorgaten

§ 6.3. Meteorologische en oceanografische apparatuur

§ 8.2.1. Werkprogramma voor het aanleggen, uitbreiden of wijzigen van boorgaten

Afdeling 8.3. Regels bij het aanleggen, wijzigen, uitbreiden van boorgaten alsmede gebruik en reparatie van putten

§ 8.2.3. Werkprogramma voor reparatie van putten

§ 8.2.4. Werkprogramma voor het buiten gebruik stellen van boorgaten en putten

§. Periodieke beveiligingsoefeningen in verband met boorgaten en putten

§ 8.3.4. Reparatie van een put

Afdeling 8.4. Inrichting van putten

Afdeling 8.5. Het buiten gebruik stellen van boorgaten en putten

§. Periodieke beveiligingsoefeningen in verband met boorgaten en putten

§ 8.3.4. Reparatie van een put

Hoofdstuk 9. Gebruik en lozen van oliehoudende mengsels en chemicaliën

§ 9.2. Gebruik en lozing van chemicaliën

Hoofdstuk 10. Pijpleidingen

Hoofdstuk 10. Pijpleidingen

§ 11.1. Te verstrekken gegevens

Hoofdstuk 11. Verstrekking, beheer en gebruik van gegevens

hoofdstuk 14. Overgangsbepalingen

§ 14.3. Overgangsbepalingen met betrekking tot oliehoudende mengsels en andere chemicaliën

§ 14.4. Overgangsbepalingen met betrekking tot de invoering van het ETRS89 systeem

§ 11a.5. Onafhankelijke verificatie

Hoofdstuk 13. Technische Commissie Bodembeweging

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.3.1, tweede lid, onderdeel a Gegevens, over te leggen bij een aanvraag om een opsporings- of winningsvergunning

1

Bijlage 2. behorende bij artikel 1.3.1, tweede lid, onderdeel b Gegevens, over te leggen bij een aanvraag om een opsporings- of winningsvergunning voor of mede koolwaterstoffen

Aanloopgebied Hoek van Holland

B. Financiële gegevens

Aanloopgebied Hoek van Holland

b. scheepvaartroutes

c. restrictiegebieden

De aanbevolen route Nabij Breeveertien (Recommended Route Off Breeveertien) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 106, 113, 114, 115, 116, 117, 118, 107, 106.

De diepwater route naar IJmuiden (DW Route Leading to IJmuiden) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 119, 120, 122, 123, 124, 125, 126, 127, 128, 129, van 130 naar 132 met een cirkeldeel met middelpunt 131, 133, 134, 135, 136, 137, 138, 139, 140, 141, 142, 143, 119.

Het voorzorgsgebied oversteek IJmuiden (IJmuiden Crossing Precautionary Area) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 144, 145, 142, 121. 122, 146, 147, 124, 139, 148, 149, 144.

De oost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel IJmuiden West Buiten (IJmuiden West Outer TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 149, 148, 150, 151, 152, 149. De west gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel IJmuiden West Buiten (IJmuiden West Outer TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 147, 146, 153, 154, 147.

Het voorzorgsgebied IJmuiden (IJmuiden Junction Precautionary Area) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 151, 150, 138, 125, 154, 153, 155, 156, 126, 137, 157, 158, 151.

Bijlage 7. behorende bij artikelen 4.1.1, onderdeel c, en 4.4.3, zevende lid

Vervallen

Bijlage 8. behorende bij de artikelen 4.3.3, vierde lid, en 4.4.6, tweede lid

Vervallen

Bijlage 9. behorende bij artikel 4.4.3, achtste lid

Vervallen

Bijlage 10. behorende bij artikel 4.8.2

Vervallen

Bijlage 5. bij de Mijnbouwregeling

Het voorzorgsgebied Vlieland (Vlieland Junction Precautionary Area) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 264, 269, 270, 265, 264.

B. De vergoeding voor het uitvoeren van taken als bedoeld in artikel 133, eerste lid, onderdeel b, van de wet in verband met een mijnbouwwerk

C. De vergoeding, bedoeld in artikel 133, eerste lid, onderdeel b, van de wet, in verband met een gastransportnet

De vrije scheepvaartzone Nabij Schouwenbank wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: het snijpunt van de lijn over de punten 285 en 021 snijdend met de 12 mijlsgrens, 021, 031, 286, 287, 288, het snijpunt van de lijn over de punten 287, 288 en 289 eindigend op de 12 mijlsgrens, de 12 mijlsgrens volgend tot het snijpunt van de lijn over de punten 285 en 021 snijdend met de 12 mijlsgrens.

2.0. Put gegevens

3.0. geologische gegevens

De vrije scheepvaartzone nabij Rijnveld wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: het snijpunt van de lijn over de punten 296 en 290 snijdend beginnend bij de grens van het continentaal plat, via het continentaal plat naar, het snijpunt van de lijn over de punten 297 en 291 snijdend beginnend bij de grens van het continentaal plat, 291, 294, 105, 104, 295, 290, het snijpunt van de lijn over de punten 296 en 290 snijdend beginnend bij de grens van het continentaal plat.

Bijlage 7. behorende bij artikelen 4.1.1, onderdeel c, en 4.4.3, zevende lid

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van bijlage 16, die ter inzage wordt gelegd, zoals bepaald in artikel 9.3.2, tweede lid.

Artikel 8.5.1.3

Bij het buiten gebruik stellen van een put brengt de uitvoerder of uitvoerder aardwarmte een effectieve en duurzame afsluiting aan die voorkomt dat ondergrondse gassen en vloeistoffen door de sluitlaag naar andere gesteentelagen of naar het oppervlak kunnen stromen.

Artikel 8.5.1.4
1.

De minister kan ontheffing verlenen van bepalingen van deze afdeling, indien in een effectieve en duurzame methode van buiten gebruik stellen wordt voorzien in het geval:

  • a. van een gedeeltelijke buitengebruikstelling;
  • b. van het buiten gebruik stellen van een boorgat of put die:
  • –. niet is gebruikt voor de opsporing of winning van koolwaterstoffen of
  • –. wordt gebruikt voor de opslag van stoffen;
  • c. dat een obstructie in het boorgat een andere wijze tot het buiten gebruik stellen van een put noodzakelijk maakt;
  • d. van het gebruik van een ander materiaal dan cement; of
  • e. de houder van de vergunning bij het buiten gebruik stellen alle maatregelen heeft genomen die redelijkerwijs van hem gevergd kunnen worden en na het buiten gebruik stellen een afsluiting minder effectief of minder duurzaam blijkt dan verwacht, onder het stellen van voorschriften voor het monitoren van de buiten gebruik gestelde put en het zo nodig nemen van mitigerende maatregelen.
2.

De ontheffing kan onder voorschriften of beperkingen worden verleend.

§ 8.3.5. Putintegriteit

Artikel 8.5.3.1
1.

De afsluiting ter hoogte van de sluitlaag wordt aangebracht door middel van cement.

2.

Het cement heeft na uitharding in de lengterichting van het boorgat een dikte van:

  • a. ten minste honderd meter; of
  • b. ten minste vijftig meter, indien het cement geplaatst is bovenop een mechanische of vaste ondersteuning.
3.

Als deze methoden tot afsluiting niet toepasbaar zijn, wordt een andere methode of techniek toegepast die leidt tot een gelijkwaardige effectieve en duurzame afsluiting.

4.

Als de uitvoerder of uitvoerder aardwarmte een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 8.5.1.4, eerste lid, onderdeel d, voor het gebruik van een ander materiaal dan cement indient, hanteert de uitvoerder of uitvoerder aardwarmte zo nodig in afwijking van het tweede lid specificaties, die resulteren in een gelijkwaardige effectieve en duurzame afsluiting.

Artikel 8.5.3.2
1.

De topafsluiting wordt aangebracht:

  • a. op land: in de nabijheid van het maaiveld, waarbij rekening wordt gehouden met de herinrichting van het terrein;
  • b. onder oppervlaktewater: in de nabijheid van de bodem, indien een risico op nadelige gevolgen voor het milieu aanwezig is.
2.

Het putmateriaal wordt verwijderd:

  • a. op land tot een diepte van 3 meter onder het maaiveld of dieper als de herinrichting van het terrein dat vereist;
  • b. onder oppervlaktewater tot een diepte van 6 meter onder de bodem, met dien verstande dat een grotere diepte dan 6 meter wordt aangehouden, indien de mogelijkheid van verandering van de bodem daar aanleiding toe geeft.

Hoofdstuk 9. Gebruik en lozen van oliehoudende mengsels en chemicaliën

§ 9.1. Oliehoudende mengsels

§ 9.2. Gebruik en lozing van chemicaliën

§ 9.3. Registratie van chemicaliën

Hoofdstuk 11a. Verplichtingen bij de opsporing en winning van koolwaterstoffen

Hoofdstuk 13. Technische Commissie Bodembeweging

hoofdstuk 14. Overgangsbepalingen

§ 14.1. Overgangsbepalingen met betrekking tot helikopterdekken

§ 11a.5. Onafhankelijke verificatie

§ 11a.6. Kennisgevingen en informatie-uitwisseling

Hoofdstuk 15. Slotbepalingen

2

b. scheepvaartroutes

c. restrictiegebieden

De oost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel IJmuiden West Binnen (IJmuiden West Inner TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 158, 157, 159, 160, 158. De west gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel IJmuiden West Binnen (IJmuiden West Inner TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 156, 155, 161, 162, 163, 164, 165, 156.

De zuidoost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel IJmuiden Noord (IJmuiden North TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 153, 166, 167, 168, 155, 153. De noord westgaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel IJmuiden Noord (IJmuiden North TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 168, 167, 169, 170, 162, 161, 168.

De zuidwest gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Nabij Botney Gronden VSS (Off Botney Ground TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: het snijpunt van de lijn tussen 171 en 172 beginnend bij de grens van het continentaal plat, 172, 173, 174, 175, 176, 177, tot het snijpunt van de lijn tussen 177 en 178 met het continentaal plat, via het continentaal plat, tot het snijpunt van de lijn tussen 171 en 172 beginnend bij de grens van het continentaal plat. De noordoost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Nabij Botney Gronden VSS (Off Botney Ground TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: het snijpunt van de lijn tussen 179 en 180 beginnend bij de grens van het continentaal plat, 180, 181, 182, 183, 184, 185, 186, 187, tot het snijpunt van de lijn tussen 187 en 188 met het continentaal plat, via het continentaal plat, tot het snijpunt van de lijn tussen 179 en 180 beginnend bij de grens van het continentaal plat.

De diepwater route van Nabij Botney Gronden VSS naar Voorzorgsgebied Friesland (DW Route from Off Botney Ground TSS to Precautionary Area Friesland Junction) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 184, 183, 175, 174, 189, 190, 184.

Bijlage 6. behorende bij artikelen 4.1.1, onderdeel c, en 4.4.3, zevende lid

Vervallen

Bijlage 7. behorende bij artikelen 4.1.1, onderdeel c, en 4.4.3, zevende lid

Vervallen

De noordoost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Terschelling – Duitse Bocht (Terschelling – German Bight TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 267, 266, 275, 276, het snijpunt van de lijn tussen 276 en 277 eindigend bij de grens van het continentaal plat, via het continentaal plat, tot het snijpunt van de lijn tussen 278 en 279 beginnend bij de grens van het continentaal plat, 279, 280, 267. De zuidwest gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Terschelling – Duitse Bocht (Terschelling – German Bight TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 265, 270, 281, het snijpunt van de lijn tussen 281 en 282 eindigend bij de grens van het continentaal plat, via het continentaal plat, tot het snijpunt van de lijn tussen 283 en 284 beginnend bij de grens van het continentaal plat, 284, 265.

1.0. Projectgegevens

Bijlage 6. behorende bij artikelen 4.1.1, onderdeel c, en 4.4.3, zevende lid

Vervallen

Bijlage 8. behorende bij de artikelen 4.3.3, vierde lid, en 4.4.6, tweede lid

Vervallen

1.0. Projectgegevens

De vrije scheepvaartzone nabij De Ruyter wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 293, 292, 114, 117, 298, 299, 300, 301, 118, 113, 293.

3.0. geologische gegevens

C. De vergoeding, bedoeld in artikel 133, eerste lid, onderdeel b, van de wet, in verband met een gastransportnet

De vrije scheepvaartzone van nabij Texel VSS naar Vrije Scheepvaartzone nabij IJmuiden wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 303, 244, 245, 315, 316, 304, 303.

D. De vergoeding voor het nemen van een besluit, het beoordelen van een melding en een rapport inzake grote gevaren als bedoeld in artikel 133, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk artikel 127, eerste lid, onderdeel f, van de wet

A. Begripsbepalingen

In deze bijlage wordt verstaan onder:

Bijlage 16. Productielocaties Groningenveld (bijlage als bedoeld in artikel 1.3a.1, tweede lid, van de Mijnbouwregeling)

Naam productielocatie Putnamen
Amsweer AMR-1,-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9,-10,-11,-12
Bierum BIR-1,-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9,-10,-11,-12,-13
De Eeker EKR-101,-102,-103,-104,-105,-107,-108,-109,-110,-111,-112, -201,-202,-203,-204,-205,-206,-207,-208,-209, -210
Eemskanaal EKL-1,-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9,-10,-11,-12,-13
Kooipolder KPD-1,-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9,-10,-11,-12
Leermens LRM-1,-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9,-10,-11
De Paauwen PAU-2,-3,-4,-5,-6
Oudeweg OWG-1,-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9,-10,-11
Overschild OVS-1,-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9,-10,-11
Ten Post POS-1,-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9,-10,-11
Schaapbulten SCB-1,-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9,-10,-11
Siddeburen SDB-1,-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9,-10,-11
Slochteren SLO-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9, FRB-1,-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8
Spitsbergen SPI-101,-102,-103,-104,-105,-106,-107,-108,-109,-110, -201,-202,-203,-204,-205,-206,-207,-208,-209
Scheemderzwaag SZW-101,-102,-103,-104,-105,-106,-107,-108,-109, -110, -201,-202,-203,-204,-205,-206,-207,-208,-209, -210
’t Zandt ZND-2,-3,-4,-5,-7,-9,-10,-12
Tjuchem TJM-1,-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9,-10,-11
Tusschenklappen TUS-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9,-10, SAP-6,-7,-8,-9,-10,-11,-12,-13,-15
Zuiderpolder ZDP-1,-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9,-10,-11,-12
Zuiderveen ZVN-2,-3,-4,-5,-7,-8,-9,-10,-11,-12,-13

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van bijlage 16, die ter inzage wordt gelegd, zoals bepaald in artikel 9.3.2, tweede lid.

Artikel 1.3a.5
1.

De vergunninghouder van het Groningenveld verricht metingen naar de reservoirdruk in het Groningenveld door middel van drukmetingen en het gebruik van reservoirmodellen.

2.

De vergunninghouder van het Groningenveld stelt een keer per kalenderjaar op 1 februari een analyse op waarin de drukmetingen worden vergeleken met de modelvoorspellingen en verstrekt deze aan de minister en de inspecteur-generaal der mijnen.

3.

Indien de analyse, bedoeld in het tweede lid, duidt op een tot dat moment onverwachte ontwikkeling in de reservoirdruk verricht de vergunninghouder van het Groningenveld een aanvullende analyse waarin nader onderzoek wordt gedaan naar de geofysische oorzaken, gevolgen en risico’s van deze ontwikkeling. Deze analyse ziet op zowel de korte termijn van vijf jaar als de lange termijn van dertig jaar. De vergunninghouder verstrekt de analyse binnen een jaar na de analyse, bedoeld in het tweede lid, aan de minister en de inspecteur-generaal der mijnen.

Artikel 1.3a.6
1.

De vergunninghouder van het Groningenveld verricht metingen naar bodemdaling.

2.

De vergunninghouder van het Groningenveld stelt een keer per kalenderjaar op 1 februari een analyse op over de gemeten bodemdaling en de verwachte bodemdaling van de aankomende dertig jaar en verstrekt deze aan de minister en de inspecteur-generaal der mijnen.

3.

Indien de analyse, bedoeld in het tweede lid, duidt op een tot op heden onverwachte ontwikkeling in bodemdaling verricht de vergunninghouder van het Groningenveld een aanvullende analyse waarin nader onderzoek wordt gedaan naar de geofysische oorzaken, gevolgen en risico’s van deze ontwikkeling. Deze analyse ziet op zowel de korte termijn van vijf jaar als de lange termijn van dertig jaar. De vergunninghouder verstrekt de analyse binnen een jaar na de analyse, bedoeld in het tweede lid, aan de minister en de inspecteur-generaal der mijnen.

Artikel 1.3a.7

Het nazorgplan, bedoeld in artikel 52g, derde lid, van de wet, bevat ten minste:

  • a. een beschrijving van de uitvoering van de monitorings- en analyseplicht van artikel 1.3a.1;
  • b. een beschrijving van de uitvoering van de meld- en analyseplicht van de trendparameters van artikel 1.3a.2;
  • c. een beschrijving van de uitvoering van de meld- en analyseplicht bij overschrijding van de incidentparameters van artikel 1.3a.3;
  • d. een beschrijving van de uitvoering van de meld- en analyseplicht van een aardbeving met een magnitude van 3.0 en hoger op de schaal van Richter van artikel 1.3a.4;
  • e. een beschrijving van de uitvoering van de reservoirdrukmonitoring- en analyseplicht van artikel 1.3a.5;
  • f. een beschrijving van de uitvoering van de monitoring- en analyseplicht van bodemdaling van artikel 1.3a.6;
  • g. een inventarisatie van de reeds bekende geofysische gevolgen van de gaswinning uit Groningenveld;
  • h. een risico-signaleringssysteem met een monitoring- en actieprotocol waarin wordt beschreven hoe risico's worden gemonitord en welke acties of maatregelen worden ingezet op het moment dat deze zich voordoen, inclusief een communicatieplan;
  • i. een beschrijving van de wijze waarop alle relevante kennis en data ten aanzien van de door de vergunninghouder van het Groningenveld verrichte metingen en analyses in het kader van paragraaf 1.3a openbaar worden gemaakt;
  • j. een beschrijving van de ontwikkeling van een kennisdatabase waarin de analyses beschikbaar worden gesteld die de vergunninghouder van het Groningenveld verricht of heeft verricht naar de gevolgen van de gaswinning op het Groningenveld;
  • k. een beschrijving van de wijze waarop kennis en data die de vergunninghouder verkrijgt uit haar analyses naar de gevolgen van de gaswinning uit het Groningenveld voor de lange termijn openbaar beschikbaar wordt gehouden;
  • l. een beschrijving van de wijze waarop de vergunninghouder zijn kennispositie ontwikkelt en voldoende op peil houdt; en
Artikel 1.3a.8
1.

Indien de houder van de winningsvergunning Groningenveld één of meerdere van de volgende waarnemingen doet, meldt hij iedere waarneming terstond aan de minister en de inspecteur-generaal der mijnen:

  • a. een grondversnelling groter dan 0,08 g;
  • b. een grondsnelheid groter dan 50 millimeter per seconde;
2.

De houder van de winningsvergunning Groningenveld stuurt een eerste analyse van het bereiken van de waarde, bedoeld in het eerst lid, en de mogelijke gevolgen daarvan voor de veiligheidsrisico’s, binnen 48 uur na de melding aan de minister en de inspecteur-generaal der mijnen.

3.

Binnen twee weken volgt een nadere analyse van de waarneming alsmede een toets of het veiligheidsrisico significant afwijkt van de gegevens die zijn verstrekt ter onderbouwing van de operationele strategie.

Artikel 1.3a.9
1.

De houder van de winningsvergunning Groningenveld meldt een aardbeving met een magnitude van 3,0 en hoger op de schaal van Richter terstond aan de minister en de inspecteur-generaal der mijnen, en vult deze melding binnen 48 uur aan met een eerste analyse van de aardbeving en de veiligheidsrisico’s.

2.

Binnen twee weken volgt een nadere analyse van de aardbeving alsmede een toets of het veiligheidsrisico significant afwijkt van de gegevens die zijn verstrekt ter onderbouwing van de operationele strategie.

Artikel 1.3a.10

De rapportage, bedoeld in artikel 52h, eerste lid, van de wet bevat tevens:

  • a. het aantal graaddagen;
  • b. de inzet van de clusters per kalendermaand;
  • c. de inzet van de gasopslag Norg per kalendermaand;
  • d. een overzicht van de vullingsgraad van de gasopslag Norg per kalendermaand;
  • e. een beschrijving van de waargenomen bodembeweging als gevolg van de inzet van de clusters;
  • f. een analyse van de waargenomen bodembeweging ten opzichte van gegevens over de verwachte bodembeweging;
  • g. een overzicht van de waargenomen productiefluctuaties in relatie tot het bepaalde hierover in de operationele strategie, en;
  • h. een beschrijving van de gehanteerde prioriteitsvolgorde.

§ 1.5. Aanvraag vergunningen en ontheffingen bij verkenningsonderzoek

§ 1.6. Aanvraag ontheffingen mijnbouwwerken

Hoofdstuk 2. Verkenningsonderzoek

§ 1.10. Restrictiegebieden

§ 2.5. Het gereed maken van de lading

Hoofdstuk 4. Het binnenkomen of verlaten van de Nederlandse wateren van een bestaande productie-installatie

Hoofdstuk 3. Het winnen en het opslaan van stoffen

§ 2.8. Rapportage

§ 6.2. Communicatiemiddelen

§ 6.3. Meteorologische en oceanografische apparatuur

Hoofdstuk 7. Onderzoek naar sterkte mijnbouwinstallaties en wijze van verwijdering van onder het oppervlaktewater gelegen mijnbouwinstallaties

Hoofdstuk 8. Boorgaten en putten

Afdeling 8.1. Algemeen

Afdeling 8.2. Werkprogramma's voor boorgaten en putten alsmede rapportages voor boorgaten

§ 8.2.3. Werkprogramma voor reparatie van putten

§ 8.2.2. Rapportages

Afdeling 8.3. Regels bij het aanleggen, wijzigen, uitbreiden van boorgaten alsmede gebruik en reparatie van putten

§ 8.3.1. Beveiligingen bij het aanleggen, wijzigen of uitbreiden van boorgaten

§ 8.3.2. Testen van boorgat- en schuifafsluiters

Afdeling 8.5. Het buiten gebruik stellen van boorgaten en putten

§ 8.3.4. Reparatie van een put

§ 8.5.2. Regels over het buiten gebruik stellen van putten

Hoofdstuk 9. Gebruik en lozen van oliehoudende mengsels en chemicaliën

§ 9.1. Oliehoudende mengsels

§ 9.2. Gebruik en lozing van chemicaliën

Hoofdstuk 10. Pijpleidingen

Hoofdstuk 11. Verstrekking, beheer en gebruik van gegevens

§ 11.5. Jaarplan Staatstoezicht op de mijnen

Hoofdstuk 12. Financiële bepaling en retributie

Hoofdstuk 13. Technische Commissie Bodembeweging

§ 14.1. Overgangsbepalingen met betrekking tot helikopterdekken

§ 11a.7. Voorzieningen voor toezichthouder

§ 11a.7. Voorzieningen voor toezichthouder

§ 14.3. Overgangsbepalingen met betrekking tot oliehoudende mengsels en andere chemicaliën

Hoofdstuk 15. Slotbepalingen

Bijlage 1. behorende bij artikel 1.3.1, tweede lid, onderdeel a Gegevens, over te leggen bij een aanvraag om een opsporings- of winningsvergunning

3

Overige gebieden

a. aanloopgebieden

a. aanloopgebieden

c. restrictiegebieden

De zuidwest gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Nabij Bruine Bank (Off Brown Ridge TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 192, 197, 198, 193, 192. De noordoost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Nabij Bruine Bank (Off Brown Ridge TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 194, 199, 200, 195, 194.

De diepwater route van Nabij Bruine Bank VSS naar West Friesland VSS (DW Route Off Brown Ridge TSS to West Friesland TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 197, 201, 202, 203, 204, 200, 199, 198, 197.

Het voorzorgsgebied Friesland (Friesland Junction Precautionary Area) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 190, 189, 215, 216, 217, 218, 219, 220, 221, 222, 223, 212, 211, 206, 190.

De west gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Oost Friesland (East Friesland TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 217, 216, 224, het snijpunt van de lijn tussen 224 en 225 eindigend bij de grens van het continentaal plat, via het continentaal plat, tot het snijpunt van de lijn tussen 226 en 227 beginnend bij de grens van het continentaal plat, 227, 217. De oost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Oost Friesland (East Friesland TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 219, 218, 228, het snijpunt van de lijn tussen 228 en 229 eindigend bij de grens van het continentaal plat, via het continentaal plat, tot het snijpunt van de lijn tussen 230 en 219 beginnend bij de grens van het continentaal plat, 219.

Bijlage 8. behorende bij de artikelen 4.3.3, vierde lid, en 4.4.6, tweede lid

Vervallen

Bijlage 9. behorende bij artikel 4.4.3, achtste lid

Vervallen

Bijlage 10. behorende bij artikel 4.8.2

Vervallen

Bijlage 11. behorende bij artikel 8.2.2.l, tweede lid

1.0. Projectgegevens
1.1 de naam van de mijnbouwonderneming
1.2 de aanduiding van de boring
1.3 de naam van de boorinstallatie
1.4 de naam van het bijstandsschip, indien een bijstandsschip bij de boring aanwezig is
1.5 de naam van de concipiant van het dagverslag
1.6 de telefoonnummers waarop de concipiant gedurende werkuren bereikbaar is
1.7 het serienummer van het dagverslag
1.8 de datum waarop het dagverslag van toepassing is
1.9 het tijdsbestek waarop het dagverslag van toepassing is.
2.0. Boorgatsectiegegevens
2.1 de diameter (in inches) van alle verbuizingen
2.2 de boorbeiteldiameters (in inches) van alle verbuizingen
2.3 de schoendiepte (in meters) van alle in het boorprogramma voorziene verbuizingen
2.4 de schoendiepte (in meters) van alle gezette verbuizingen
2.5 de formatiesterkte van alle relevante verbuizingen, uitgedrukt in de boorspoelingsgradiënt in kPa/m, bar/l0 m of in een equivalent boorspoelingsgewicht
2.6 de einddiepte (in meters) van een boorgatsectie.
3.0. Boorspoelinggegevens
3.1 het type boorspoeling op de betreffende diepte
3.2 de viscositeit van de boorspoeling volgens MARSH in seconden
3.3 het filtraatverlies volgens de standaardmethode in 0,001 m3 (cc)
3.4 het solidsgehalte van de boorspoeling in gr/l
3.5 het boorspoelingsgewicht in kN/m² of kg/dm3
3.6 de viscositeit en gel van de boorspoeling volgens FANN
3.7 de PH van het bij 3.3. verkregen filtraat
3.8 het oliegehalte van de bij 3.4 verkregen vloeistof.
4.0. Geologische gegevens
4.1 de naam van de laatstdoorboorde aardlaag
4.2 de top van de bovengenoemde aardlaag op de vanaf de boorvloer langs het boorgat gemeten diepte in meters waar deze werd verwacht ("along hole depth" (AHD)/"true vertical depth" (TVD))
4.3 de diepte in meters waar deze top is gevonden (AHD)
4.4 de naam van de volgende te verwachten aardlaag
4.5 de verwachte top van de volgende aardlaag (AHD).
5.0. Gegevens betreffende het verloop van de werkzaamheden
5.1 een korte samenvatting van de werkzaamheden gedurende de verslagperiode
5.2 een korte samenvatting van de voorziene werkzaamheden in de daaropvolgende verslagperiode
5.3 een korte samenvatting van de al verrichte werkzaamheden in de daaropvolgende verslagperiode tot de rapportagetijd
6.0. Onvoorziene gebeurtenissen
6.1 Een korte samenvatting van alle onvoorziene gebeurtenissen gedurende de verslagperiode.

Bijlage 5. bij de Mijnbouwregeling

De vrije scheepvaartzone van Noord Hinder Noord VSS naar Rijnveld wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 088, 104, 112, 089, 088.

De vrije scheepvaartzone van Voorzorgsgebied Maas naar Rijnveld wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 022, 111, 110, 026, 022.

2.0. Put gegevens

Bijlage 12. behorende bij artikel 8.2.2.2

Het eindrapport over de aanleg of de reparatie van een boorgat of het stimuleren van een voorkomen via een put
Het eindrapport bestaat uit een statustekening van het boorgat of de put en bijlagen en bevat ten minste de volgende informatie:
1.0 projectgegevens
1.1. Algemeen
1. de namen van de leidinggevenden met een aanduiding van hun functie
2. het tijdvak waarin deze leiding gaven.
1.2. Boring
1. een aanduiding (code of naam) van de boring inclusief sidetracks
2. voor putten op land: de plaats van het aanzetpunt uitgedrukt in het coördinatiestelsel van de Rijksdriehoeksmeting
3. voor putten op zee: de plaats van het aanzetpunt uitgedrukt in geografische coördinaten, berekend volgens het ETRS89 systeem
4. het doel van de boring
5. de datum van het begin van de boring en het aantal dagen op de locatie.
1.3. Mijnbouw- of boorinstallatie
1. de naam van de installatie
2. de namen van de eigenaren van de installatie.
2.0. Boorgatsectiegegevens
2.1. Dieptes
1. de dieptereferentie in meters ten opzichte van
a. Normaal Amsterdams Peil (NAP), indien bij de boring geen gebruik wordt gemaakt van een mijnbouwinstallatie of
b. Mean Sea Level (MSL), indien bij de boring gebruik wordt gemaakt van een mijnbouwinstallatie
2. de diepte in meters ("along hole depth" (AHD) en "true vertical depth" (TVD)) aan het einde van de diepboring
3. de deviatieplots van de diepboring, zowel verticaal als horizontaal, op A4-formaat
4. de waterdiepte onder MSL, indien bij de boring gebruik wordt gemaakt van een mijnbouwinstallatie.
2.2. Gezette verbuizingen
1. de maten
2. de schoendiepte in meters en de diepte in meters aan de bovenzijde
3. de materiaalsoort en het gewicht per lengte-eenheid van de gezette verbuizing
4. de cementsoorten, het gewicht van de cementspecie ("slurry") en het volume van de cementspecie
5. de bovenzijde van het cement (theoretisch of vastgesteld)
6. een verbuizingsdiagram op A4-formaat.
3.0. Boorspoelinggegevens
1. het type boorspoeling per boorgatsectie
2. het soortelijk gewicht van de boorspoeling als functie van de diepte.
4.0. Geologische gegevens
4.1. Stratigrafische kolom
1. de diepte in meters (AHD) van de bovenzijde van de aangetroffen geologische aardlagen
2. de aangetroffen breukdieptes
3. de aangetroffen abnormale formatiedrukken.
4.2. Koolwaterstoffen
1. de aangetroffen producten
2. de producerende aardlagen
3. de maximaal geteste productie ("choke sizes" en "flowing tubing head pressure")
4. de ingesloten formatiedruk na het testen.
5.0. Gegevens betreffende de putafwerking
1. de putstatus
2. een tekening van de (definitief of tijdelijk) buiten gebruik gestelde put op A4-formaat
3. een tekening met de maten van de putmondafwerking op A4-formaat
4. een tekening met de maten van de spuitseries op A4-formaat.
6.0. Ondertekening
1. plaats
2. datum
3. handtekening van de leidinggevende.

Bijlage 12a. behorende bij artikel 8.2.2.2

Bijlage 15. behorende bij artikel 12.2

2.0. Put gegevens

3.0. geologische gegevens

Het te vermijden gebied bij Maas Noord wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 356, 357, 358, 359, 356.

D. De vergoeding voor het nemen van een besluit, het beoordelen van een melding en een rapport inzake grote gevaren als bedoeld in artikel 133, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk artikel 127, eerste lid, onderdeel f, van de wet

E. Bijkomende vergoeding van kosten

De vergoeding, bedoeld in de onderdelen B en D, wordt verhoogd met:

Bijlage 6. behorende bij artikelen 4.1.1, onderdeel c, en 4.4.3, zevende lid

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van bijlage 16, die ter inzage wordt gelegd, zoals bepaald in artikel 9.3.2, tweede lid.

Artikel 1.6a.1

De houder van een vergunning als bedoeld in de artikelen 6, 24b en 25 van de wet doet de melding, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet, door middel van een volledig ingevuld door de Minister ter beschikking gesteld middel.

Artikel 1.6a.2
1.

De beheerder van een kabel of pijpleiding doet de melding, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de wet, door middel van een volledig ingevuld door de Minister ter beschikking gesteld middel.

2.

Bij de toepassing van de criteria, genoemd in artikel 103 van het besluit, worden voor een kabel of pijpleiding in het niet gemeentelijk ingedeelde gebied ten minste de volgende onderwerpen betrokken:

  • a. doelmatigheid van het gebruik van de ruimte, te weten:
  • 1°. ruimtebeslag inclusief werk- en veiligheidszones;
  • 2°. de invloed op de vrije ruimte;
  • 3°. mogelijke barrièrewerking; en
  • 4°. mogelijke hinder en potentie voor andere bestaande en bekende toekomstige gebruiksfuncties;
  • b. de gevolgen voor het milieu, te weten:
  • 1°. de invloed op het bodemecosysteem;
  • 2°. gevolgen voor de waterkwaliteit;
  • 3°. vrijkomen van gebiedsvreemde stoffen;
  • 4°. verstoring van de visfauna, vogels of zeezoogdieren;
  • 5°. netto energieverbruik; en
  • 6°. recycling en hergebruikmogelijkheden;
  • c. de veiligheid op zee, te weten:
  • 1°. risico’s voor personeel en materieel ten tijde van verwijdering; en
  • 2°. risico’s op blootspoelen en breuk en risico’s voor visserij en scheepvaart in geval van laten liggen;
  • d. de doelmatigheid van de kosten, te weten:
  • 1°. saldo van opruim- en verwerkingskosten en opbrengsten in geval van geheel of gedeeltelijk opruimen van een kabel of pijpleiding: en
  • 2°. schoonmaakkosten, inspectiekosten, aansprakelijkheidskosten en extra kosten voor andere bestaande of bekende toekomstige gebruiksfuncties als gevolg van veroorzaakte hinder in geval van geheel of gedeeltelijk laten liggen van een kabel of pijpleiding.
Artikel 1.6b.1

De aanvraag tot instemming met een verwijderingsplan als bedoeld in de artikelen 40c, eerste lid, en 62 van het besluit en de aanvraag om een ontheffing als bedoeld in de artikelen 40e, eerste lid, en 62b, eerste lid, van het besluit worden ingediend door middel van een volledig ingevuld door de Minister ter beschikking gesteld middel.

Artikel 1.6c.1
1.

De aanvraag om instemming met het rapport over de verwijdering als bedoeld in de artikelen 44c, derde lid, en 45, vierde lid, van de wet, wordt ingediend door middel van een volledig ingevuld door de Minister ter beschikking gesteld middel.

2.

Bij de aanvraag om instemming met het rapport over de verwijdering van het mijnbouwwerk verstrekt de aanvrager bewijs dat verwijdering heeft plaatsgevonden overeenkomstig het verwijderingsplan en de voorschriften die aan de instemming met het verwijderingsplan zijn verbonden waaronder in elk geval:

  • a. voor mijnbouwwerken op zee:
  • 1°. foto- of videomateriaal of sonarbeelden waaruit blijkt dat de zeebodem vrij is van schroot en ander materiaal;
  • 2°. boorrapportages, zo nodig aangevuld met foto- of videomateriaal of sonarbeelden waaruit blijkt dat putten tot de diepte als bedoeld in artikel 8.5.3.2 onder de zeebodem zijn verwijderd;
  • b. voor mijnbouwwerken op land ten aanzien van de bodem:
  • 1°. indien van toepassing: een beschikking van het bevoegd gezag overeenkomstig de Wet bodembescherming;
  • 2°. bewijs dat de bodemkwaliteit teruggebracht is naar de staat ten tijde van de nulsituatie van de bodem;
  • 3°. indien de nulsituatie niet bekend is, een bodemrapport waaruit blijkt dat de situatie voldoet aan de achtergrondwaarden van de bodem zoals in de omliggende omgeving van de locatie;
3.

Bij de aanvraag om instemming met het rapport over de verwijdering van kabels of pijpleidingen op zee verstrekt de aanvrager tenminste bewijs door middel van foto- of videomateriaal of sonarbeelden waaruit blijkt dat de kabels of pijpleidingen zijn verwijderd.

§ 1.8. Aanvraag splitsing of samenvoeging vergunning(en)

Hoofdstuk 2. Verkenningsonderzoek

§ 2.2. Verkenningsonderzoek met gebruik van ontplofbare stoffen

§ 2.6. Het laden van schietgaten

Hoofdstuk 3. Het winnen en het opslaan van stoffen

Hoofdstuk 4. Het binnenkomen of verlaten van de Nederlandse wateren van een bestaande productie-installatie

Hoofdstuk 5. Herkenningstekens, geluidsbakens en lichtbakens

Hoofdstuk 6. Communicatiemiddelen en meteorologische apparatuur

§ 6.2. Communicatiemiddelen

Hoofdstuk 7. Onderzoek naar sterkte mijnbouwinstallaties en wijze van verwijdering van onder het oppervlaktewater gelegen mijnbouwinstallaties

Afdeling 8.1. Algemeen

Afdeling 8.2. Werkprogramma's voor boorgaten en putten alsmede rapportages voor boorgaten

§ 8.2.1. Werkprogramma voor het aanleggen, uitbreiden of wijzigen van boorgaten

§ 8.5.2. Regels over het buiten gebruik stellen van putten

Hoofdstuk 9. Gebruik en lozen van oliehoudende mengsels en chemicaliën

§ 9.1. Oliehoudende mengsels

Hoofdstuk 10. Pijpleidingen

Hoofdstuk 12. Financiële bepaling en retributie

hoofdstuk 14. Overgangsbepalingen

§ 14.1. Overgangsbepalingen met betrekking tot helikopterdekken

§ 14.2. Overgangsbepalingen met betrekking tot boorgaten en putten

§ 14.2. Overgangsbepalingen met betrekking tot boorgaten en putten

§ 14.5. Overgangsbepalingen met betrekking tot de verstrekking van gegevens

Hoofdstuk 15. Slotbepalingen

B

1

1

Bijlage 3. behorende bij de artikelen 1.3.2 en 1.3.5

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)