Mijnbouwregeling

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 496
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Bijlage 1a. behorende bij de artikelen 1.3b.1, eerste lid, onderdeel k, 1.3b.2, eerste lid, onderdeel a, 1.3b.3, eerste lid, onderdeel e, en 1.3b.4, eerste lid, onderdeel a Gegevens over te leggen bij een aanvraag om een toewijzing zoekgebied, startvergunning of vervolgvergunning aardwarmte of om instemming met de aanwijzing van de uitvoerder aardwarmte

Ankergebieden

Aanloopgebied Hoek van Holland

Overige gebieden

2.0. Put gegevens

De diepwater route van Noord Hinder naar Nabij Bruine Bank VSS (DW Route from North Hinder to Off Brown Ridge TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: het snijpunt van de lijn tussen 191 en 192 beginnend bij de grens van het continentaal plat, 192, 193, 194, 195, tot het snijpunt van de lijn tussen 195 en196 met het continentaal plat, via het continentaal plat, tot het snijpunt van de lijn tussen 191 en 192 beginnend bij de grens van het continentaal plat.

De vrije scheepvaartzone Nabij Noord Hinder wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 002, 085, 003, 002.

Bijlage 9. behorende bij artikel 4.4.3, achtste lid

Vervallen

Bijlage 10. behorende bij artikel 4.8.2

Vervallen

Bijlage 11. behorende bij artikel 8.2.2.l, tweede lid

1.0. Projectgegevens
1.1 de naam van de mijnbouwonderneming
1.2 de aanduiding van de boring
1.3 de naam van de boorinstallatie
1.4 de naam van het bijstandsschip, indien een bijstandsschip bij de boring aanwezig is
1.5 de naam van de concipiant van het dagverslag
1.6 de telefoonnummers waarop de concipiant gedurende werkuren bereikbaar is
1.7 het serienummer van het dagverslag
1.8 de datum waarop het dagverslag van toepassing is
1.9 het tijdsbestek waarop het dagverslag van toepassing is.
2.0. Boorgatsectiegegevens
2.1 de diameter (in inches) van alle verbuizingen
2.2 de boorbeiteldiameters (in inches) van alle verbuizingen
2.3 de schoendiepte (in meters) van alle in het boorprogramma voorziene verbuizingen
2.4 de schoendiepte (in meters) van alle gezette verbuizingen
2.5 de formatiesterkte van alle relevante verbuizingen, uitgedrukt in de boorspoelingsgradiënt in kPa/m, bar/l0 m of in een equivalent boorspoelingsgewicht
2.6 de einddiepte (in meters) van een boorgatsectie.
3.0. Boorspoelinggegevens
3.1 het type boorspoeling op de betreffende diepte
3.2 de viscositeit van de boorspoeling volgens MARSH in seconden
3.3 het filtraatverlies volgens de standaardmethode in 0,001 m3 (cc)
3.4 het solidsgehalte van de boorspoeling in gr/l
3.5 het boorspoelingsgewicht in kN/m² of kg/dm3
3.6 de viscositeit en gel van de boorspoeling volgens FANN
3.7 de PH van het bij 3.3. verkregen filtraat
3.8 het oliegehalte van de bij 3.4 verkregen vloeistof.
4.0. Geologische gegevens
4.1 de naam van de laatstdoorboorde aardlaag
4.2 de top van de bovengenoemde aardlaag op de vanaf de boorvloer langs het boorgat gemeten diepte in meters waar deze werd verwacht ("along hole depth" (AHD)/"true vertical depth" (TVD))
4.3 de diepte in meters waar deze top is gevonden (AHD)
4.4 de naam van de volgende te verwachten aardlaag
4.5 de verwachte top van de volgende aardlaag (AHD).
5.0. Gegevens betreffende het verloop van de werkzaamheden
5.1 een korte samenvatting van de werkzaamheden gedurende de verslagperiode
5.2 een korte samenvatting van de voorziene werkzaamheden in de daaropvolgende verslagperiode
5.3 een korte samenvatting van de al verrichte werkzaamheden in de daaropvolgende verslagperiode tot de rapportagetijd
6.0. Onvoorziene gebeurtenissen
6.1 Een korte samenvatting van alle onvoorziene gebeurtenissen gedurende de verslagperiode.

De vrije scheepvaartzone nabij Helmveld wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 305, 316, 315, 306, 305.

De zuid gaande vrije scheepvaartzone van Voorzorgsgebied Friesland naar Vlieland Noord VSS wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 271, 223, 222, 272, 271. De noord gaande vrije scheepvaartzone van Voorzorgsgebied Friesland naar Vlieland Noord VSS wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 273, 221, 220, 274, 273.

c. restrictiegebieden

Bijlage 13. behorende bij artikel 8.3.2.5, tweede lid Capaciteitstest

Bijlage 14. behorende bij artikel 9.1.6, derde lid, van de Mijnbouwregeling

1) Mijnonderneming: 1) Mijnonderneming: 1) Mijnonderneming: 6) Wijze van debietmeting: 6) Wijze van debietmeting: 6) Wijze van debietmeting: 11) Aantal analyses: 11) Aantal analyses:
2) Mijnbouwinstallatie: 2) Mijnbouwinstallatie: 2) Mijnbouwinstallatie: 7) Type debietmeter: 7) Type debietmeter: 7) Type debietmeter: 12) Hoogste waarde (kolom E): 12) Hoogste waarde (kolom E):
3) Maand / Jaar: 3) Maand / Jaar: a 8) Plaats van Monstername: 8) Plaats van Monstername: 8) Plaats van Monstername: 13) Aantal analyses > 30 mg/l (kolom E): 13) Aantal analyses > 30 mg/l (kolom E):
4) Soort oliehoudend mengsel: 4) Soort oliehoudend mengsel: 4) Soort oliehoudend mengsel: 9) Wijze van analyseren: 9) Wijze van analyseren: 9) Wijze van analyseren:
5) Plaats van debietmeting: 5) Plaats van debietmeting: 5) Plaats van debietmeting: 10) Type analyse-apparatuur 10) Type analyse-apparatuur 10) Type analyse-apparatuur
A B C D E F G H I J K
Dag nr. Tijdstip monstername Debiet Datum Analyse Gedispergeerde oliegehalte BTEX – gehalte Totale oliegehalte Gedispergeerde olie BTEX Totale olie Opmerkingen
uu:mm m3/dag ddmmjj mg/l mg/l mg/l kg/dag kg/dag kg/dag
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
Totaal:
Gemiddeld: Gemiddeld:

Wijze van berekening:

Het gemiddelde van de geloosde gedispergeerde olie is het gewogen gemiddelde en wordt bepaald aan de hand van de volgende formule:

  • a. Bij iedere monstername voor analyse van het gedispergeerde oliegehalte wordt ook het bijbehorende debiet (in m3 per dag) van het geloosde water geregistreerd in kolom C;
  • b. Vermenigvuldig dan het gedispergeerde oliegehalte in mg/l (kolom E) met het bijbehorende debiet (kolom C). Dit resulteert in de hoeveelheid geloosde gedispergeerde olie op de dag van monstername. Noteer dit resultaat in kolom H;
  • c. Indien het BTEX-gehalte (kolom F) ook is geanalyseerd, vermenigvuldig dan dit gehalte met het bijbehorende debiet in kolom C. Het resultaat is de hoeveelheid geloosde BTEX op de dag van monstername. Noteer dit resultaat in kolom I;
  • d. Het totale oliegehalte (kolom G) is de som van het gedispergeerde oliegehalte en het BTEX-gehalte;
  • e. De hoeveelheid totale olie geloosd (kolom J) is de som van de hoeveelheden geloosde gedispergeerde olie (kolom H) en de geloosde BTEX (kolom I);
  • f. Op de dagen waarop geen monstername plaats vindt, gelden de data van de laatste monstername;
  • g. Op het einde van de maandelijkse periode worden de kolommen C, H, I en J in de rij totaal opgeteld. Vervolgens wordt het gemiddelde voor een maand berekend door de totale hoeveelheden voor de gehele maand aan gedispergeerde olie, BTEX en totale olie te delen door het totaal debiet voor die maand.

Bijlage 15. behorende bij artikel 12.2

A. Begripsbepalingen

In deze bijlage wordt verstaan onder:

B. De vergoeding voor het uitvoeren van taken als bedoeld in artikel 133, eerste lid, onderdeel b, van de wet in verband met een mijnbouwwerk

C. De vergoeding, bedoeld in artikel 133, eerste lid, onderdeel b, van de wet, in verband met een gastransportnet

De vergoeding die jaarlijks in rekening wordt gebracht bij:

D. De vergoeding voor het nemen van een besluit, het adviseren over of instemmen met, het beoordelen van een melding, het beoordelen van gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 133, eerste lid, onderdeel a, van de wet en een rapport inzake grote gevaren, als bedoeld in artikel 127, eerste lid, onderdeel f, van de wet

E. Bijkomende vergoeding van kosten

De vergoeding, bedoeld in de onderdelen B en D, wordt verhoogd met:

Bijlage 12a. behorende bij artikel 8.2.2.2

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van bijlage 16, die ter inzage wordt gelegd, zoals bepaald in artikel 9.3.2, tweede lid.

Artikel 1.3b.1
1.

Onverminderd artikel 24e, eerste lid, van de wet bevat de aanvraag voor een toewijzing zoekgebied aardwarmte:

  • a. de ligging en oppervlakte van het aangevraagde gebied;
  • c. een beschrijving van de mijnbouwactiviteiten die reeds worden uitgevoerd of waartoe kenbare voornemens bestaan die mogelijk kunnen interfereren met de door de aanvrager voorgenomen opsporing en winning van aardwarmte, de aardlagen waarin die andere mijnbouwactiviteiten plaatsvinden of plaats zullen vinden, en de plaats van reeds aanwezige putten, zowel operationeel als buiten gebruik of buiten werking;
  • d. een beschrijving van de eerder voorgekomen natuurlijke en geïnduceerde seismiciteit;
  • e. een beschrijving van de breuken en de plaats daarvan;
  • f. een beschrijving van de geohydrologische status van het aangevraagde gebied;
  • g. een beschrijving van de hoeveelheid potentieel winbare warmte in het aangevraagde gebied, uitgedrukt in petajoule;
  • h. een beschrijving van het potentieel vermogen dat in het aangevraagde gebied kan worden bereikt, bij een waarschijnlijkheid van 50 procent en 90 procent, uitgedrukt in megawatt, een onderbouwing daarvan, en een vermogensverwachtingscurve;
  • i. een beschrijving van het doel, de omvang, uitgedrukt in petajoule, en de temperatuur van de voorgenomen afzet van warmte;
  • j. het plan voor de wijze waarop de aanvrager voornemens is te communiceren met de betrokkenen in de omgeving waar de mijnbouwactiviteiten zullen plaatsvinden;
  • l. andere gegevens die de aanvrager heeft gebruikt bij de onderbouwing van de aanvraag.
2.

De aanvrager verstrekt bij de aanvraag voorts:

  • a. een beschrijving van de regionale geologie;
  • b. de verkenningsonderzoeken die de aanvrager voornemens is uit te voeren en het daarbij behorende tijdschema;
  • c. een opgave van het beoogde aantal putten;
  • d. een beschrijving van de manier waarop de aanvraag past binnen provinciale of gemeentelijke beleidsplannen ten aanzien van aardwarmte voor het aangevraagde gebied;
  • e. een kopie van verklaringen van of overeenkomsten met de beoogde afnemers van de warmte waaruit de intentie blijkt om warmte af te nemen;
3.

De aanvrager vermeldt in de aanvraag de bron van de gegevens, bedoeld in het eerste lid en tweede lid, onderdeel a.

4.

De aanvrager verstrekt bij de aanvraag een figuur van de dwarsdoorsnede van de ondergrond die een weergave bevat van de aardlagen waar de aanvraag betrekking op heeft, en van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, en tweede lid, onderdeel a.

5.

Indien de aanvraag wordt ingediend door meerdere aanvragers gezamenlijk, worden de in het eerste lid, onderdeel k, en tweede lid, onderdeel f, bedoelde gegevens ten aanzien van iedere aanvrager afzonderlijk verstrekt. Tevens wordt aangegeven onder welke voorwaarden de samenwerking tussen de aanvragers plaatsvindt.

Artikel 1.3b.2
1.

Onverminderd artikel 24o, eerste en tweede lid, van de wet bevat de aanvraag voor een startvergunning aardwarmte:

  • b. een beschrijving van de lokale geologie.
2.

De aanvrager verstrekt bij de aanvraag voorts:

  • a. een beschrijving van de opbouw en plaats van het beoogde reservoirinterval met een samenvatting van de bijbehorende geologische, geofysische en petrofysische studies;
  • b. een beschrijving van de verwachte temperatuur, druk, porositeit, mate van doorlaatbaarheid, het zoutgehalte en de afsluitende aardlagen van het beoogde reservoirinterval;
  • c. een opgave van de naam, functie en beoogde plaats binnen het aangevraagde gebied van de putten die zullen worden gebruikt voor de opsporing en winning van aardwarmte;
  • d. een beschrijving van het beoogde aantal vollasturen van de beoogde putten en een onderbouwing daarvan;
  • e. een beschrijving van de verwachte gemiddelde en maximale injectiedruk aan de oppervlakte en in het beoogde reservoirinterval per reservoirlaag, de verwachte gemiddelde en minimale injectietemperatuur en het verwachte gemiddelde en maximale debiet tijdens de winning;
  • f. een beschrijving en onderbouwing van de mate van afkoeling en de verwachte maximale afkoelingsgraad van de invloedssfeer, en de verwachte temperatuurdistributie in de beoogde reservoirlagen aan het eind van de winning;
  • g. een beschrijving en onderbouwing van de verwachte interferentie met andere mijnbouwactiviteiten ten aanzien van de temperatuur en de druk in de beoogde reservoirlagen aan de hand van de verwachte temperatuurdistributie en drukdistributie in de beoogde reservoirlagen aan het eind van de winning;
  • h. een op een geomechanische analyse gebaseerde onderbouwing waaruit blijkt of de integriteit van de afsluitende aardlagen is gewaarborgd aan de hand van de uiterste waarden van de productieparameters;
  • i. een beschrijving van de kenmerkende gegevens, maximale hoeveelheid en de concentratie van de hulpstoffen die worden gebruikt bij de opsporing en winning van aardwarmte;
  • j. een beschrijving van het putontwerp inclusief een figuur daarvan en van het beheerssysteem en beheersplan voor de putintegriteit die voldoen aan artikel 8.3.5.1;
  • k. indien het ontwerp van de put geen dubbele verbuizing ter hoogte van zoet- en brakwaterlagen bevat, een onderbouwing waaruit blijkt dat het ontwerp de putintegriteit ten minste even goed borgt als een dubbele verbuizing;
  • l. een beschrijving van de verwachte hoeveelheid delfstoffen die meekomen met de opsporing en winning van aardwarmte en wat met deze delfstoffen zal worden gedaan;
  • m. een meerjarenprogramma waarin de te verrichten opsporings- en winningsactiviteiten worden beschreven, alsmede de technieken die daarbij worden gebruikt;
  • n. een beschrijving en een cijfermatige onderbouwing van de verwachte opbrengsten van de winning van aardwarmte gedurende de verwachte looptijd van het project;
  • o. een beschrijving en een cijfermatige onderbouwing van de verwachte kosten gedurende de verwachte looptijd van het project en een beschrijving van de wijze waarop de aanvrager voornemens is deze kosten te financieren, uitgesplitst per projectfase ten aanzien van de kosten voor in elk geval:
  • 1°. de te verrichten opsporings- en winningsactiviteiten die zijn opgenomen in het meerjarenprogramma, bedoeld in onderdeel m;
  • 2°. investeringen en afschrijvingen;
  • 3°. onderhoud, vervangingsinvesteringen en bedrijfsvoering;
  • 4°. het buiten gebruik stellen van een boorgat en het verwijderen van het mijnbouwwerk;
  • 5°. de bij de opsporing en winning behorende aansprakelijkheden;
  • 6°. rentelasten en belastingen;
  • 7°. onvoorziene omstandigheden;
  • p. de voor de ramingen, bedoeld in artikel 29v van het besluit, benodigde gegevens vergezeld van een cijfermatige onderbouwing en toelichting en de beoogde vorm van financiële zekerheid die zal worden gesteld, indien de aanvraag betrekking heeft op aardlagen die zich geheel of gedeeltelijk bevinden onder een gebied dat is aangewezen voor de winning van drinkwater uit grondwater.
3.

De aanvrager verstrekt bij de aanvraag ten aanzien van de bodembeweging:

  • a. een beschrijving van de verwachte mate van bodemdaling aan het einde van de winning waaruit de verwachte bodemdaling als gevolg van de voorgenomen opsporing en winning afzonderlijk en de cumulatieve bodemdaling in verband met andere mijnbouwactiviteiten blijkt;
  • c. een onderbouwing van de kans op schade door bodemdaling als gevolg van de voorgenomen opsporing en winning aan gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan en aan natuur en milieu en een beschrijving van de omvang en aard daarvan;
  • d. een seismische dreigings- en risicoanalyse van de bodemtrilling als gevolg van de voorgenomen opsporing en winning waarbij de natuurlijke bodemtrilling en de interferentie met andere mijnbouwactiviteiten worden meegenomen, en waaruit blijkt of aan de norm, bedoeld in artikel 29p, eerste lid, onderdeel a, van het besluit, is voldaan;
  • e. een onderbouwing van de kans op schade door bodemtrilling als gevolg van de voorgenomen opsporing en winning aan gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan en aan natuur en milieu en een beschrijving van de omvang en aard daarvan;
  • f. een beschrijving van de wijze van monitoring van bodemtrilling;
  • g. het seismisch risicobeheersplan waarin de wijze van handelen bij het optreden van bodemtrilling wordt beschreven, welke drempelwaarden worden gehanteerd voor het nemen van maatregelen en welke maatregelen in dat geval worden genomen.
4.

De aanvrager vermeldt in de aanvraag de bron, de wijze van interpretatie en de daarbij gehanteerde onzekerheidsanalyses, voor zover van toepassing, van de gegevens, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid.

5.

De aanvrager verstrekt bij de aanvraag een figuur van de dwarsdoorsnede van de ondergrond welke een weergave bevat van de plaats en wijze waarop het formatiewater in en uit de verbuizing treedt en van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, tweede lid, onderdeel a, en artikel 1.3b.1, eerste lid, onderdelen a, b en c, en tweede lid, onderdeel e.

6.

Artikel 1.3b.1, vijfde lid, is overeenkomstig van toepassing op de gegevens, bedoeld in bijlage 1a en 2a.

Artikel 1.3b.3
1.

Onverminderd artikel 29z, eerste lid, van het besluit bevat de aanvraag om instemming met de aanwijzing van de uitvoerder aardwarmte:

  • a. een beschrijving van de werkzaamheden waarvoor de uitvoerder aardwarmte wordt aangewezen;
  • b. een beschrijving van de organisatiestructuur van de uitvoerder aardwarmte en van de wijze waarop de uitvoerder aardwarmte voornemens is de feitelijke werkzaamheden ten behoeve van de opsporing of winning van aardwarmte te organiseren aan de hand van de taken en verantwoordelijkheden en de daarvoor benodigde technische kennis en capaciteiten;
  • c. een kopie van de opdrachtovereenkomst tussen de aanvrager van de startvergunning aardwarmte, de houder van de startvergunning aardwarmte of vervolgvergunning aardwarmte en de uitvoerder aardwarmte;
  • d. een kopie van de afspraken tussen de aanvrager van de startvergunning, de houder van de startvergunning aardwarmte of vervolgvergunning aardwarmte en de uitvoerder aardwarmte over het dragen van de kosten van de bij de opsporing of winning behorende aansprakelijkheden, indien deze zijn gemaakt;
  • f. andere gegevens die de aanvrager heeft gebruikt bij de onderbouwing van de aanvraag.
2.

Indien de aanvrager van de startvergunning aardwarmte, de houder van de startvergunning aardwarmte of vervolgvergunning aardwarmte zichzelf aanwijst als uitvoerder aardwarmte, zijn het eerste lid, onderdelen c en d, niet van toepassing.

Artikel 1.3b.4
1.

Onverminderd artikel 24af, eerste en tweede lid, van de wet bevat de aanvraag voor een vervolgvergunning aardwarmte:

  • c. een overzicht waaruit blijkt wat de wijzigingen van de gegevens, bedoeld in de onderdelen a en b, ten opzichte van de eerder ingediende aanvraag startvergunning voor het aangevraagde gebied zijn.
2.

De aanvrager vermeldt in de aanvraag de bron, de wijze van interpretatie en de daarbij gehanteerde onzekerheidsanalyses, voor zover van toepassing, van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b.

3.

De aanvrager verstrekt bij de aanvraag een figuur van de dwarsdoorsnede van de ondergrond welke een weergave bevat van de plaats en wijze waarop het formatiewater in en uit de verbuizing treedt en van de gegevens, bedoeld in artikel 1.3b.2, eerste lid, onderdeel b, tweede lid, onderdeel a, artikel 1.3b.1, eerste lid, onderdelen a, b en c, en tweede lid, onderdeel e.

4.

Artikel 1.3b.1, vijfde lid, is overeenkomstig van toepassing op de gegevens, bedoeld in bijlage 1a.

Artikel 1.3b.5
1.

De minister kent per rangschikkingscriterium, bedoeld in de artikelen 29x, eerste lid, onderdelen a tot en met e, en 29y, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van het besluit, ten minste één en ten hoogste vijf punten toe.

2.

Voor de rangschikking van aanvragen voor een toewijzing zoekgebied aardwarmte wordt het aantal toegekende punten voor het rangschikkingscriterium met betrekking tot:

3.

Voor de rangschikking van aanvragen voor een startvergunning aardwarmte wordt het aantal toegekende punten voor het rangschikkingscriterium met betrekking tot:

4.

De minister rangschikt een aanvraag hoger naarmate na toepassing van het tweede of derde lid in totaal meer punten aan die aanvraag zijn toegekend.

Artikel 1.3b.6

Een verzoek als bedoeld in artikel 29ak, eerste lid, van het besluit wordt binnen zes maanden na de verlening van de toewijzing zoekgebied ingediend en bevat ten minste:

  • a. de reden voor het verzoek;
  • b. een onderbouwing van de wijze waarop het doel van kennisdeling en kennisborging kan worden gewaarborgd, indien de op grond van artikel 82, tweede lid, van de wet aangewezen vennootschap niet deelneemt in de werkzaamheden voor opsporing en winning van aardwarmte;
  • c. een reactie op het verzoek:
  • 1°. van de vennootschap, bedoeld in onderdeel b, indien de houder van de toewijzing zoekgebied het verzoek indient;
  • 2°. van de houder van de toewijzing zoekgebied, indien de vennootschap, bedoeld in onderdeel b, het verzoek indient.

Hoofdstuk 2. Verkenningsonderzoek

§ 2.4. Het boren van schietgaten

§ 2.5. Het gereed maken van de lading

Hoofdstuk 4. Het binnenkomen of verlaten van de Nederlandse wateren van een bestaande productie-installatie

Hoofdstuk 4. Het binnenkomen of verlaten van de Nederlandse wateren van een bestaande productie-installatie

§ 8.2.4. Werkprogramma voor het buiten gebruik stellen van boorgaten en putten

§ 8.3.1. Beveiligingen bij het aanleggen, wijzigen of uitbreiden van boorgaten

Artikel 8.3.5.1

Een beheerssysteem en beheersplan voor de putintegriteit als bedoeld in de artikelen 29q, eerste lid, onderdeel b, en 29t, eerste lid, onderdeel b, van het besluit bevat:

  • a. een beschrijving van de uitgangspunten van het putontwerp ten aanzien van de productieparameters en de levensduur van de put;
  • b. een analyse van de risico’s voor de putintegriteit gebaseerd op de uiterste waarden voor de operationele condities van de put;
  • c. een beschrijving van de mate waarin hulpstoffen worden toegepast en een onderbouwing van de noodzaak hiertoe;
  • d. een monitoringsprotocol waarin wordt beschreven op welke wijze en met welke frequentie de voor de putintegriteit relevante parameters worden gemeten en beoordeeld;
  • e. een overzicht van de preventieve en reactieve maatregelen die zijn gebaseerd op de risicoanalyse, bedoeld in onderdeel b.

Afdeling 8.4. Inrichting van putten

Afdeling 8.5. Het buiten gebruik stellen van boorgaten en putten

§ 8.5.1. Algemeen

§ 8.5.2. Regels over het buiten gebruik stellen van putten

§ 8.5.3. Regels voor de uitvoering van het buiten gebruik stellen van putten

§ 11a.2. Rapport inzake grote gevaren

Hoofdstuk 13. Technische Commissie Bodembeweging

Hoofdstuk 13. Technische Commissie Bodembeweging

hoofdstuk 14. Overgangsbepalingen

§ 14.1. Overgangsbepalingen met betrekking tot helikopterdekken

§ 14.3. Overgangsbepalingen met betrekking tot oliehoudende mengsels en andere chemicaliën

§ 14.4. Overgangsbepalingen met betrekking tot de invoering van het ETRS89 systeem

§ 14.4. Overgangsbepalingen met betrekking tot de invoering van het ETRS89 systeem

§ 14.5. Overgangsbepalingen met betrekking tot de verstrekking van gegevens

Hoofdstuk 15. Slotbepalingen

1

2

Bijlage 2. behorende bij artikel 1.3.1, tweede lid, onderdeel b Gegevens, over te leggen bij een aanvraag om een opsporings- of winningsvergunning voor of mede koolwaterstoffen

Bijlage 5. bij de Mijnbouwregeling

Vervallen

Bijlage 6. behorende bij artikelen 4.1.1, onderdeel c, en 4.4.3, zevende lid

Vervallen

Bijlage 7. behorende bij artikelen 4.1.1, onderdeel c, en 4.4.3, zevende lid

Vervallen

Ankergebieden

Aanloopgebied Hoek van Holland

E. Bijkomende vergoeding van kosten

b. scheepvaartroutes

De zuidwest gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Nabij Vlieland (Off Vlieland TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 235, 255, 256, 257, 258, 259, 260, 261, 262, 236, 235. De noordoost gaande verkeersbaan van het verkeersscheidingsstelsel Nabij Vlieland (Off Vlieland TSS) wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 249, 263, 264, 265, 266, 267, 268, 250, 249.

De vrije scheepvaartzone van nabij Texel VSS naar Noord Hinder Noord VSS wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 086, 290, 291, 231, 243, 292, 293, 294, 295, 087, 086.

De vrije scheepvaartzone van Maas Noord West VSS naar Rijnveld wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 110, 109, 093, 092, 091, 090, 110.

De vrije scheepvaartzone nabij IJmuiden wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 107, 300, 299, 302, 303, 304, 305, 306, 246, 254, 307, 169, 167, 166, 308, 309, 146, 122, 121, 310, 120, 119, 143, 311, 145, 144, 312, 313, 108, 107.

De vrije scheepvaartzone van Maas Noord VSS naar Voorzorgsgebied oversteek IJmuiden wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 096, 144, 149, 314, 102, 101, 097, 096.

De zone voor het kustverkeer (ITZ) voor de Zeeuwse kust wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 350, 287, 286, 031, 033, 053, 052, 051, 050, 049 en vervolgens de kust volgend tot 350.

De zone voor het kustverkeer (ITZ) ten noorden van de Nederlandse Waddeneilanden wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 268, 351, 352, 353, 354, 279, tot het snijpunt van de lijn tussen 278 en 279 eindigen bij de grens van het continentaal plat, via de grens van het continentaal plat, via het Eems Dollard Verdrag gebied, via de gemeentegrens, naar 355, 268.

Het te vermijden gebied bij IJmuiden Noord Aanloop wordt begrensd door een lijn die de volgende punten verbindt: 360, 361, 362, 363, 360.

Kaart behorende bij bijlage 4

Bijlage 5. bij de Mijnbouwregeling

Bijlage 7. behorende bij artikelen 4.1.1, onderdeel c, en 4.4.3, zevende lid

Vervallen

Bijlage 8. behorende bij de artikelen 4.3.3, vierde lid, en 4.4.6, tweede lid

Vervallen

Bijlage 9. behorende bij artikel 4.4.3, achtste lid

Vervallen

Bijlage 10. behorende bij artikel 4.8.2

Vervallen

Bijlage 11. behorende bij artikel 8.2.2.l, tweede lid

1.0. Projectgegevens
1.1 de naam van de mijnbouwonderneming
1.2 de aanduiding van de boring
1.3 de naam van de boorinstallatie
1.4 de naam van het bijstandsschip, indien een bijstandsschip bij de boring aanwezig is
1.5 de naam van de concipiant van het dagverslag
1.6 de telefoonnummers waarop de concipiant gedurende werkuren bereikbaar is
1.7 het serienummer van het dagverslag
1.8 de datum waarop het dagverslag van toepassing is
1.9 het tijdsbestek waarop het dagverslag van toepassing is.
2.0. Boorgatsectiegegevens
2.1 de diameter (in inches) van alle verbuizingen
2.2 de boorbeiteldiameters (in inches) van alle verbuizingen
2.3 de schoendiepte (in meters) van alle in het boorprogramma voorziene verbuizingen
2.4 de schoendiepte (in meters) van alle gezette verbuizingen
2.5 de formatiesterkte van alle relevante verbuizingen, uitgedrukt in de boorspoelingsgradiënt in kPa/m, bar/l0 m of in een equivalent boorspoelingsgewicht
2.6 de einddiepte (in meters) van een boorgatsectie.
3.0. Boorspoelinggegevens
3.1 het type boorspoeling op de betreffende diepte
3.2 de viscositeit van de boorspoeling volgens MARSH in seconden
3.3 het filtraatverlies volgens de standaardmethode in 0,001 m3 (cc)
3.4 het solidsgehalte van de boorspoeling in gr/l
3.5 het boorspoelingsgewicht in kN/m² of kg/dm3
3.6 de viscositeit en gel van de boorspoeling volgens FANN
3.7 de PH van het bij 3.3. verkregen filtraat
3.8 het oliegehalte van de bij 3.4 verkregen vloeistof.
4.0. Geologische gegevens
4.1 de naam van de laatstdoorboorde aardlaag
4.2 de top van de bovengenoemde aardlaag op de vanaf de boorvloer langs het boorgat gemeten diepte in meters waar deze werd verwacht ("along hole depth" (AHD)/"true vertical depth" (TVD))
4.3 de diepte in meters waar deze top is gevonden (AHD)
4.4 de naam van de volgende te verwachten aardlaag
4.5 de verwachte top van de volgende aardlaag (AHD).
5.0. Gegevens betreffende het verloop van de werkzaamheden
5.1 een korte samenvatting van de werkzaamheden gedurende de verslagperiode
5.2 een korte samenvatting van de voorziene werkzaamheden in de daaropvolgende verslagperiode
5.3 een korte samenvatting van de al verrichte werkzaamheden in de daaropvolgende verslagperiode tot de rapportagetijd
6.0. Onvoorziene gebeurtenissen
6.1 Een korte samenvatting van alle onvoorziene gebeurtenissen gedurende de verslagperiode.

Bijlage 12. behorende bij artikel 8.2.2.2

Het eindrapport over de aanleg of de reparatie van een boorgat of het stimuleren van een voorkomen via een put
Het eindrapport bestaat uit een statustekening van het boorgat of de put en bijlagen en bevat ten minste de volgende informatie:
1.0 projectgegevens
1.1. Algemeen
1. de namen van de leidinggevenden met een aanduiding van hun functie
2. het tijdvak waarin deze leiding gaven.
1.2. Boring
1. een aanduiding (code of naam) van de boring inclusief sidetracks
2. voor putten op land: de plaats van het aanzetpunt uitgedrukt in het coördinatiestelsel van de Rijksdriehoeksmeting
3. voor putten op zee: de plaats van het aanzetpunt uitgedrukt in geografische coördinaten, berekend volgens het ETRS89 systeem
4. het doel van de boring
5. de datum van het begin van de boring en het aantal dagen op de locatie.
1.3. Mijnbouw- of boorinstallatie
1. de naam van de installatie
2. de namen van de eigenaren van de installatie.
2.0. Boorgatsectiegegevens
2.1. Dieptes
1. de dieptereferentie in meters ten opzichte van
a. Normaal Amsterdams Peil (NAP), indien bij de boring geen gebruik wordt gemaakt van een mijnbouwinstallatie of
b. Mean Sea Level (MSL), indien bij de boring gebruik wordt gemaakt van een mijnbouwinstallatie
2. de diepte in meters ("along hole depth" (AHD) en "true vertical depth" (TVD)) aan het einde van de diepboring
3. de deviatieplots van de diepboring, zowel verticaal als horizontaal, op A4-formaat
4. de waterdiepte onder MSL, indien bij de boring gebruik wordt gemaakt van een mijnbouwinstallatie.
2.2. Gezette verbuizingen
1. de maten
2. de schoendiepte in meters en de diepte in meters aan de bovenzijde
3. de materiaalsoort en het gewicht per lengte-eenheid van de gezette verbuizing
4. de cementsoorten, het gewicht van de cementspecie ("slurry") en het volume van de cementspecie
5. de bovenzijde van het cement (theoretisch of vastgesteld)
6. een verbuizingsdiagram op A4-formaat.
3.0. Boorspoelinggegevens
1. het type boorspoeling per boorgatsectie
2. het soortelijk gewicht van de boorspoeling als functie van de diepte.
4.0. Geologische gegevens
4.1. Stratigrafische kolom
1. de diepte in meters (AHD) van de bovenzijde van de aangetroffen geologische aardlagen
2. de aangetroffen breukdieptes
3. de aangetroffen abnormale formatiedrukken.
4.2. Koolwaterstoffen
1. de aangetroffen producten
2. de producerende aardlagen
3. de maximaal geteste productie ("choke sizes" en "flowing tubing head pressure")
4. de ingesloten formatiedruk na het testen.
5.0. Gegevens betreffende de putafwerking
1. de putstatus
2. een tekening van de (definitief of tijdelijk) buiten gebruik gestelde put op A4-formaat
3. een tekening met de maten van de putmondafwerking op A4-formaat
4. een tekening met de maten van de spuitseries op A4-formaat.
6.0. Ondertekening
1. plaats
2. datum
3. handtekening van de leidinggevende.

Het eindrapport over het buiten gebruik stellen van een boorgat of put

Het eindrapport bestaat uit een statustekening van het boorgat of de put en bijlagen en bevat ten minste de volgende informatie:

1.0. Projectgegevens

2.0. Put gegevens

3.0. geologische gegevens

Bijlage 13. behorende bij artikel 8.3.2.5, tweede lid Capaciteitstest

Bijlage 14. behorende bij artikel 9.1.6, derde lid, van de Mijnbouwregeling

1) Mijnonderneming: 1) Mijnonderneming: 1) Mijnonderneming: 6) Wijze van debietmeting: 6) Wijze van debietmeting: 6) Wijze van debietmeting: 11) Aantal analyses: 11) Aantal analyses:
2) Mijnbouwinstallatie: 2) Mijnbouwinstallatie: 2) Mijnbouwinstallatie: 7) Type debietmeter: 7) Type debietmeter: 7) Type debietmeter: 12) Hoogste waarde (kolom E): 12) Hoogste waarde (kolom E):
3) Maand / Jaar: 3) Maand / Jaar: a 8) Plaats van Monstername: 8) Plaats van Monstername: 8) Plaats van Monstername: 13) Aantal analyses > 30 mg/l (kolom E): 13) Aantal analyses > 30 mg/l (kolom E):
4) Soort oliehoudend mengsel: 4) Soort oliehoudend mengsel: 4) Soort oliehoudend mengsel: 9) Wijze van analyseren: 9) Wijze van analyseren: 9) Wijze van analyseren:
5) Plaats van debietmeting: 5) Plaats van debietmeting: 5) Plaats van debietmeting: 10) Type analyse-apparatuur 10) Type analyse-apparatuur 10) Type analyse-apparatuur
A B C D E F G H I J K
Dag nr. Tijdstip monstername Debiet Datum Analyse Gedispergeerde oliegehalte BTEX – gehalte Totale oliegehalte Gedispergeerde olie BTEX Totale olie Opmerkingen
uu:mm m3/dag ddmmjj mg/l mg/l mg/l kg/dag kg/dag kg/dag
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
Totaal:
Gemiddeld: Gemiddeld:

Wijze van berekening:

Het gemiddelde van de geloosde gedispergeerde olie is het gewogen gemiddelde en wordt bepaald aan de hand van de volgende formule:

  • a. Bij iedere monstername voor analyse van het gedispergeerde oliegehalte wordt ook het bijbehorende debiet (in m3 per dag) van het geloosde water geregistreerd in kolom C;
  • b. Vermenigvuldig dan het gedispergeerde oliegehalte in mg/l (kolom E) met het bijbehorende debiet (kolom C). Dit resulteert in de hoeveelheid geloosde gedispergeerde olie op de dag van monstername. Noteer dit resultaat in kolom H;
  • c. Indien het BTEX-gehalte (kolom F) ook is geanalyseerd, vermenigvuldig dan dit gehalte met het bijbehorende debiet in kolom C. Het resultaat is de hoeveelheid geloosde BTEX op de dag van monstername. Noteer dit resultaat in kolom I;
  • d. Het totale oliegehalte (kolom G) is de som van het gedispergeerde oliegehalte en het BTEX-gehalte;
  • e. De hoeveelheid totale olie geloosd (kolom J) is de som van de hoeveelheden geloosde gedispergeerde olie (kolom H) en de geloosde BTEX (kolom I);
  • f. Op de dagen waarop geen monstername plaats vindt, gelden de data van de laatste monstername;
  • g. Op het einde van de maandelijkse periode worden de kolommen C, H, I en J in de rij totaal opgeteld. Vervolgens wordt het gemiddelde voor een maand berekend door de totale hoeveelheden voor de gehele maand aan gedispergeerde olie, BTEX en totale olie te delen door het totaal debiet voor die maand.

Bijlage 15. behorende bij artikel 12.2, eerste lid

A. Begripsbepalingen

In deze bijlage wordt verstaan onder:

B. De vergoeding voor het uitvoeren van taken als bedoeld in artikel 133, eerste lid, onderdeel b, van de wet in verband met een mijnbouwwerk

C. De vergoeding, bedoeld in artikel 133, eerste lid, onderdeel b, van de wet, in verband met een gastransportnet

De vergoeding die jaarlijks in rekening wordt gebracht bij:

D. De vergoeding voor het nemen van een besluit, het adviseren over of instemmen met, het beoordelen van een melding, het beoordelen van gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 133, eerste lid, onderdeel a, van de wet en een rapport inzake grote gevaren, als bedoeld in artikel 127, eerste lid, onderdeel f, van de wet

E. Bijkomende vergoeding van kosten

De vergoeding, bedoeld in de onderdelen B en D, wordt verhoogd met:

Bijlage 15a. behorende bij artikel 12.2, tweede lid

    1. De vergoeding die jaarlijks in rekening wordt gebracht aan een houder van een startvergunning aardwarmte, bedraagt € 6.157.
    1. De vergoeding die jaarlijks in rekening wordt gebracht aan een houder van een vervolgvergunning aardwarmte, bedraagt € 5.367.
    1. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt de vergoeding niet in rekening gebracht in het kalenderjaar waarin de vergunning is verleend.
    1. De vergoeding voor het nemen van een besluit, het adviseren over of het instemmen met of het doen van een beoordeling op aanvraag is gelijk aan het bij de desbetreffende handeling genoemde bedrag in onderstaande tabel, te verhogen met de kosten voor het bekendmaken of mededelen van ontwerpbesluiten en besluiten in de media.
    1. In afwijking van het eerste lid is de vergoeding voor het nemen van een besluit, het adviseren over of het instemmen met of het doen van een beoordeling op een aanvraag die is ingediend voor 1 mei 2023, gelijk aan nul.
Het bedrag behorend bij als bedoeld in is
a het intrekken van een besluit artikel 161a, tweede lid, onderdelen b, c, en f tot en met j, van het besluit € 0
b het verlenen van een toewijzing zoekgebied artikel 24d van de wet € 5.494
c het wijzigen van een toewijzing zoekgebied artikel 24l, eerste lid, van de wet € 5.709
d het intrekken van een toewijzing zoekgebied artikel 24l, eerste lid, van de wet € 2.107
e het verlenen van een startvergunning (uitgebreide procedure) artikelen 24n in samenhang met 24r van de wet € 39.370
f het wijzigen van een startvergunning artikel 24ab, eerste en tweede lid, van de wet € 14.224
g het intrekken van een startvergunning artikel 24ab, eerste en tweede lid, van de wet € 4.920
h het verlenen van een vervolgvergunning (uitgebreide procedure) artikelen 24ae in samenhang met 24ag van de wet € 39.370
i het verlenen van een vervolgvergunning (reguliere procedure) artikel 24ae van de wet € 12.195
j het wijzigen van een vervolgvergunning artikel 24ao, eerste en tweede lid, van de wet € 13.650
k het intrekken van een vervolgvergunning artikel 24ao, eerste en tweede lid, van de wet € 2.460
l het instemmen met de aanwijzing van een uitvoerder artikel 24z, derde lid, van de wet € 4.400
m het wijzigen of intrekken van de instemming met de aanwijzing van een uitvoerder artikel 24z, zesde lid, van de wet € 4.400
n het verlenen of wijzigen van een omgevingsvergunning met de reguliere procedure artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, en paragraaf 3.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 3.3, vierde lid, van het Besluit omgevingsrecht € 8.148
o het verlenen of wijzigen van een omgevingsvergunning met de uitgebreide procedure artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, en paragraaf 3.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 3.3, vierde lid, van het Besluit omgevingsrecht € 15.742
p het verlenen van een omgevingsvergunning inzake een verandering van een inrichting of mijnbouwwerk of de werking daarvan, die niet leidt tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu met de reguliere procedure artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, paragraaf 3.2 in samenhang met artikel 3.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 3.3, vierde lid, van het Besluit omgevingsrecht € 5.500
q het verlenen van een omgevingsvergunning inzake een verandering van een inrichting of mijnbouwwerk of de werking daarvan, die niet leidt tot andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu met de uitgebreide procedure artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, en paragraaf 3.3 en art. 3.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 3.3, vierde lid, van het Besluit omgevingsrecht € 8.480
r het verlenen van een omgevingsvergunning met beoordeling milieueffectrapportage met de reguliere procedure artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, en paragraaf 3.2, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, alsmede artikel 7.16 van de Wet milieubeheer € 10.600
s het verlenen van een omgevingsvergunning met beoordeling milieueffectrapportage met de uitgebreide procedure artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, en paragraaf 3.3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, alsmede artikel 7.16 van de Wet milieubeheer € 13.160
t het verlenen van een omgevingsvergunning met een milieueffectrapportage met de reguliere procedure artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, en paragraaf 3.2, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 7.28 van de Wet milieubeheer € 16.150
u het verlenen van een omgevingsvergunning met een milieueffectrapportage met de uitgebreide procedure artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, en paragraaf 3.3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 7.28 van de Wet milieubeheer € 18.980
v het verlenen van een vergunning voor het gebruik van ontplofbare stoffen voor verkenningsonderzoek, te verrichten anders dan in oppervlaktewater artikel 22, eerste lid, van het besluit € 4.400
w het verlenen of wijzigen van een ontheffing voor verkenningsonderzoek binnen een afstand van 100 m van hoofdwaterkerende dijken artikel 2.2.4, derde lid, van de regeling € 12.240
x het verlenen of wijzigen van een ontheffing voor verkenningsonderzoek op afstand kleiner dan 50 m van gebouwen of objecten artikel 2.2.4, derde lid, van de regeling € 12.240
y de ontheffing voor meetapparatuur artikel 35, derde lid, van het besluit € 1.324
z het instemmen met het meetplan artikel 30, derde lid, van het besluit € 1.080
aa het na uitvoering van een milieueffectrapportage verlenen van een vergunning voor het leggen van pijpleidingen artikel 95 in samenhang met artikel 94, eerste lid, van het besluit € 4.361
bb het verlenen van een instemming de frequentie van het onderzoek te verminderen artikel 99, vierde lid, van het besluit € 1.984
cc het instemmen met her-ingebruikname van de pijpleiding artikel 101, eerste lid, van het besluit € 1.640
dd het instemmen met en wijzigen van de instemming met een verwijderingsplan mijnbouwwerk, kabels of pijpleidingen artikelen 44a, eerste en vijfde lid, en 45, vierde lid, van de wet € 5.500
ee het beoordelen van een melding van het voornemen om werkzaamheden uit te voeren, het wijzigen van die melding artikel 7 van het Besluit algemene regels milieu mijnbouw € 1.020
ff het verlenen of wijzigen van een ontheffing voor de boorgatafsluiters of de uitbreiding van de beveiligingsinstallatie artikel 8.3.1.4, zesde lid, van de regeling € 1.620
gg het verlenen of wijzigen van een ontheffing voor het hoofdbedieningsverdeelwerk artikel 8.3.1.5, tweede lid, van de regeling € 1.404
hh het verlenen of wijzigen van een ontheffing voor een persproef artikel 8.3.2.2, vierde lid, van de regeling € 1.404
ii het verlenen of wijzigen van een ontheffing voor het aantal beveiligingen van de put artikel 8.3.4.1, vierde lid, van de regeling € 1.440
jj het verlenen of wijzigen van een ontheffing voor bepaalde gevallen, inzake een effectieve en duurzame methode voor het buiten gebruik stellen van putten. artikel 8.5.1.4, eerste lid, van de regeling € 2.628
kk het beoordelen van een melding buiten werking stellen artikel 44, eerste lid, en artikel 45, eerste lid, van de wet € 2.030
ll het verlenen van ontheffing en wijzigen van de ontheffing van overleggen verwijderingsplan artikelen 44b, eerste lid, en 45, derde lid, van de wet, in samenhang met artikel 40e van het besluit € 2.030
mm het instemmen met het rapport over de verwijdering mijnbouwwerk, kabels, pijpleidingen artikelen 44c, derde lid, en 45, vierde lid, van de wet € 5.500

De vergoeding, bedoeld in de onderdelen A en B, wordt verhoogd met:

  • 1°. de effecten van de wijze van winning alsmede de daarmee verband houdende activiteiten;
  • 2°. de effecten van bodembeweging ten gevolge van de winning en de maatregelen ter voorkoming van schade door bodembeweging;
  • 3°. de risico’s voor omwonenden, gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan;
  • 4°. het nemen van monsters die nodig zijn voor het onderzoek;
  • 5°. het berekenen van risico’s en het uitvoeren van analyses op monsters, indien van belang in verband met de effecten, bedoeld in subonderdelen 1° en 2° of de risico’s, bedoeld in subonderdeel 3°; en
  • b. de kosten, die zijn gemaakt voor het onderzoek, bedoeld in onderdeel a, die betrekking hebben op de volgende componenten:
  • 1°. berekeningen, controleberekeningen, literatuurstudies, analyses, modelstudies en onderzoeken;
  • 2°. het opstellen van rapportages en adviezen;
  • 3°. laboratoriumkosten;
  • 4°. verwerkings- en verzendkosten;
  • 5°. administratiekosten;
  • 6°. een bedrag per uur per met de werkzaamheden belaste persoon;
  • 7°. overige kosten die verband houden met deze werkzaamheden.

Bijlage 16. Productielocaties Groningenveld (bijlage als bedoeld in artikel 1.3a.1, tweede lid, van de Mijnbouwregeling)

Naam productielocatie Putnamen
Amsweer AMR-1,-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9,-10,-11,-12
Bierum BIR-1,-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9,-10,-11,-12,-13
De Eeker EKR-101,-102,-103,-104,-105,-107,-108,-109,-110,-111,-112, -201,-202,-203,-204,-205,-206,-207,-208,-209, -210
Eemskanaal EKL-1,-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9,-10,-11,-12,-13
Kooipolder KPD-1,-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9,-10,-11,-12
Leermens LRM-1,-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9,-10,-11
De Paauwen PAU-2,-3,-4,-5,-6
Oudeweg OWG-1,-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9,-10,-11
Overschild OVS-1,-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9,-10,-11
Ten Post POS-1,-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9,-10,-11
Schaapbulten SCB-1,-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9,-10,-11
Siddeburen SDB-1,-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9,-10,-11
Slochteren SLO-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9, FRB-1,-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8
Spitsbergen SPI-101,-102,-103,-104,-105,-106,-107,-108,-109,-110, -201,-202,-203,-204,-205,-206,-207,-208,-209
Scheemderzwaag SZW-101,-102,-103,-104,-105,-106,-107,-108,-109, -110, -201,-202,-203,-204,-205,-206,-207,-208,-209, -210
’t Zandt ZND-2,-3,-4,-5,-7,-9,-10,-12
Tjuchem TJM-1,-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9,-10,-11
Tusschenklappen TUS-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9,-10, SAP-6,-7,-8,-9,-10,-11,-12,-13,-15
Zuiderpolder ZDP-1,-2,-3,-4,-5,-6,-7,-8,-9,-10,-11,-12
Zuiderveen ZVN-2,-3,-4,-5,-7,-8,-9,-10,-11,-12,-13

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van bijlage 16, die ter inzage wordt gelegd, zoals bepaald in artikel 9.3.2, tweede lid.

Bijlage 8. behorende bij de artikelen 4.3.3, vierde lid, en 4.4.6, tweede lid

Vervallen

Bijlage 9. behorende bij artikel 4.4.3, achtste lid

Vervallen

Bijlage 10. behorende bij artikel 4.8.2

Vervallen

Bijlage 11. behorende bij artikel 8.2.2.l, tweede lid

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)