Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Financiën van 2 december 2005, Directie Sociale Verzekeringen, Nr. SV/F&W/05/96420, ter uitvoering van de Wet financiering sociale verzekeringen (Regeling Wfsv)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 269
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

In de jaarrekening, bedoeld in artikel 49 van de Wet SUWI, worden de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld in artikel 5.44, eerste lid, uitgesplitst naar uitkeringslasten en uitvoeringskosten, met betrekking tot de toekenning van AIO opgenomen.

2.

Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, rekent de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar.

Artikel 5.48. Vaststelling Rijksbijdrage

Vervallen

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 5.1

De baggerbedrijven, inclusief de rijswerkersbedrijven en de zand- en grindwinning.

De baggerbedrijven, inclusief de rijswerkersbedrijven en de zand- en grindwinning.

Het dakdekkersbedrijf voor zover worden verwerkt bitumen, asfalt en kunststofmaterialen.

Contractcatering.

33. Horeca algemeen, omvattende:

Bijlage 2

Geraamde uitgaven Toeslagen-fonds Geraamde uitgaven Toeslagen-fonds Jaar
Raming uitgaven TW/BIA /IOW als bedoeld in art 5.30, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling Wfsv Maand
Bedrag in hele euro’s
Uitkeringen BIA 9093
Uitkeringen TW 9113
Uitkeringen IOW 9xxx
Totaal uitkeringen TW/BIA/IOW
--- ---
Datum:
Opsteller: Controller:

Voor wat betreft de loonheffing en premieheffing: Het geraamde bedrag dat in deze periode naar verwachting wordt afgedragen is hier relevant.

Bijlage 2

Geraamde uitgaven Toeslagen-fonds Geraamde uitgaven Toeslagen-fonds Jaar
Raming uitgaven TW/BIA /IOW als bedoeld in art 5.30, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling Wfsv Maand
Bedrag in hele euro’s
Uitkeringen BIA 9093
Uitkeringen TW 9113
Uitkeringen IOW 9xxx
Totaal uitkeringen TW/BIA/IOW
--- ---
Datum:
Opsteller: Controller:

Voor wat betreft de loonheffing en premieheffing: Het geraamde bedrag dat in deze periode naar verwachting wordt afgedragen is hier relevant.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

§ 2. Rijksbijdrage AIO

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 5.1

De baggerbedrijven, inclusief de rijswerkersbedrijven en de zand- en grindwinning.

De baggerbedrijven, inclusief de rijswerkersbedrijven en de zand- en grindwinning.

Onder vervaardigen, als bedoeld onder I en II, wordt eveneens verstaan het assembleren, monteren en samenstellen uit van derden betrokken onderdelen.

29. Openbaar vervoer

32. Overig goederenvervoer te land en in de lucht

Het mortelbedrijf voor zover het betreft natte mortel.

34. Horeca catering

Contractcatering.

35. Gezondheid, geestelijke en maatschappelijke belangen, omvattende:

Het dakdekkersbedrijf voor zover worden verwerkt bitumen, asfalt en kunststofmaterialen.

Het mortelbedrijf voor zover het betreft natte mortel.

39. Verzekeringswezen

Bijlage 3

Bijlage 4

0911.01.1.00
type formulier 0909.01.1.00
09xx.01.1.00 TW/BIA/IOW
Gerealiseerde uitgaven Toeslagen-fonds Gerealiseerde uitgaven Toeslagen-fonds Jaar
--- --- --- ---
Opgave van de uitgaven TW/BIA /IOW als bedoeld in art 5.30, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling Wfsv Maand
Bedrag in hele euro’s
Uitkeringen BIA 101 9093
Uitkeringen TW 101 9113
Uitkeringen IOW 101 9xxx
Totaal uitkeringen TW/BIA/IOW 999
--- ---
Datum:
Opsteller: Controller:

Voor wat betreft de loonheffing: Het bedrag dat in deze periode feitelijk is afgedragen is hier relevant.

Bijlage 5

Bijlage 6

Bijlage 7

Bijlage 2

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

§ 4. Premiedifferentiatie sectorfondsen

Afdeling 3. Eigenrisicodragen

Afdeling 4. Verhaal op werknemer

Hoofdstuk 4. Gemoedsbezwaarden

Hoofdstuk 5. De fondsen

Afdeling 1. Werknemersverzekeringen

§ 1. Indeling in sectoren

§ 2. Vergoeding remigratiebijdragen

Afdeling 1. Werknemersverzekeringen

Afdeling 2. Rekening-courant

§ 2. Vergoeding remigratiebijdragen

§ 1. Algemeen

Afdeling 4. Regels voor afdracht Rijksbijdragen

§ 4. Arbeidsongeschiktheidsfonds

§ 4. Arbeidsongeschiktheidsfonds

§ 4. Arbeidsongeschiktheidsfonds

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 5.1

Gedetailleerde omschrijving van de metaalindustrie:

Contractcatering.

35. Gezondheid, geestelijke en maatschappelijke belangen, omvattende:

Het mortelbedrijf voor zover het betreft natte mortel.

36 en 37: Vervallen

Het mortelbedrijf voor zover het betreft natte mortel.

40. Uitgeverij

Bijlage 2

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3.24a. Verrekening premiekorting

Vervallen

Hoofdstuk 4. Gemoedsbezwaarden

Hoofdstuk 5. De fondsen

Afdeling 1. Werknemersverzekeringen

§ 1. Indeling in sectoren

§ 2. Vergoeding remigratiebijdragen

§ 1. Indeling in sectoren

Afdeling 1. Werknemersverzekeringen

Afdeling 3. Regels afdracht aan algemeen kinderbijslagfonds, toeslagenfonds, arbeidsondersteuningsfonds jonggehandicapten en arbeidsongeschiktheidsfonds

Artikel 5.24a. Overgangsbepaling opgave vierde kwartaal 2010

Vervallen

§ 2. Algemeen Kinderbijslagfonds

Artikel 5.30a. Overgangsbepaling opgave november en december 2010

Vervallen

§ 2. Algemeen Kinderbijslagfonds

Artikel 5.36a. Overgangsbepaling opgave november en december 2010

Vervallen

Afdeling 4. Regels voor afdracht Rijksbijdragen

§ 3. Toeslagenfonds en Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten

§ 1. Rijksbijdrage uitvoeringskosten UWV

Artikel 5.43a. Overgangsbepaling opgave vierde kwartaal 2010

Vervallen

Artikel 5.43b. Overgangsbepaling raming uitgaven voor 2011

Vervallen

§ 3. Rijksbijdrage WKB

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 5.2

Gedetailleerde omschrijving van de metaalindustrie:

De baggerbedrijven, inclusief de rijswerkersbedrijven en de zand- en grindwinning.

38. Banken, omvattende:

Het dakdekkersbedrijf voor zover worden verwerkt bitumen, asfalt en kunststofmaterialen.

41. Groothandel I (met inbegrip van daartoe behorende nevenwerkzaamheden, welke uitsluitend of praktisch uitsluitend ten behoeve van de eigen groothandel worden verricht), omvattende:

Het dakdekkersbedrijf voor zover worden verwerkt bitumen, asfalt en kunststofmaterialen.

43. Zakelijke Dienstverlening I, omvattende:

Het mortelbedrijf voor zover het betreft natte mortel.

Overheidsinstellingen, welke qua activiteiten niet zijn te rangschikken onder de hiervoor vermelde overheidssectoren.

46. Zuivelindustrie, omvattende:

Bijlage 3

Vervallen

Bijlage 4

Vervallen

Bijlage 2

Vervallen

Bijlage 2

Vervallen

Bijlage 3

Vervallen

Bijlage 2

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 5.8a. Begrenzing sector Detailhandel en Grootwinkelbedrijf
1.

Een werkgever, aangesloten bij sector 17, Detailhandel en ambachten is aangesloten bij sector 19, Grootwinkelbedrijf, indien het loon dat hij betaalt gedurende drie jaren tenminste het bedrag is, dat genoemd wordt in de bijlage bij deze regeling bij de sector Grootwinkelbedrijf.

2.

Een werkgever, aangesloten bij sector 19, Grootwinkelbedrijf, is aangesloten bij sector 17, Detailhandel en ambachten, indien het loon dat hij betaalt gedurende drie jaren lager is dan het bedrag, dat genoemd wordt in de bijlage bij deze regeling bij de sector Grootwinkelbedrijf.

§ 2. Vergoeding remigratiebijdragen

§ 2. Vergoeding remigratiebijdragen

Afdeling 3. Regels afdracht aan algemeen kinderbijslagfonds, toeslagenfonds, arbeidsondersteuningsfonds jonggehandicapten en arbeidsongeschiktheidsfonds

§ 3. Reserve-vorming

§ 2. Algemeen Kinderbijslagfonds

Afdeling 4. Regels voor afdracht Rijksbijdragen

§ 1. Rijksbijdrage uitvoeringskosten UWV

§ 1. Rijksbijdrage uitvoeringskosten UWV

§ 1. Rijksbijdrage uitvoeringskosten UWV

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 5.2

Onder vervaardigen, als bedoeld onder I en II, wordt eveneens verstaan het assembleren, monteren en samenstellen uit van derden betrokken onderdelen.

Tot de elektrotechnische industrie behoort, mits in de betrokken onderneming, rekening houdende met het in de bedrijfstak geldende normale aantal arbeidsuren, in de regel gedurende ten minste 1200 uren per week door bij die onderneming in dienst zijnde werknemers werkzaamheden worden verricht met uitzondering van het elektrotechnische installateursbedrijf (voor zover niet betreffende het elektrotechnische scheepsinstallatiebedrijf), het radio- en televisieïnstallateurs- en reparateursbedrijf, het neoninstallateursbedrijf en het elektrotechnische nettenbouwbedrijf : het bedrijf van vervaardigen en/of herstellen van apparaten, installaties, stoffen, toestellen, voorwerpen, e.d., die elektrische energie of haar componenten afgeven, bewaren, gebruiken, meten, omzetten, overbrengen, schakelen, transformeren, verbruiken, verdelen, voortbrengen of waarneembaar maken, zoals:

Het dakdekkersbedrijf voor zover worden verwerkt bitumen, asfalt en kunststofmaterialen.

42. Groothandel II (met inbegrip van daartoe behorende nevenwerkzaamheden, welke uitsluitend of praktisch uitsluitend ten behoeve van de eigen groothandel worden verricht), omvattende:

Het mortelbedrijf voor zover het betreft natte mortel.

44. Zakelijke Dienstverlening II, omvattende:

Instellingen of diensten die zich bezighouden met de feitelijke uitvoering van:

47. Textielindustrie, omvattende:

Bijlage 3

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 2.6a. Heffingskorting bij premieplichtigheid over gedeelte kalenderjaar

Ten aanzien van degene die gedurende een gedeelte van het kalenderjaar anders dan door overlijden niet premieplichtig is, wordt de heffingskorting, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdelen a, b en c, van de Wfsv, tijdsevenredig verminderd naar rato van de periode van premieplicht in het kalenderjaar.

Hoofdstuk 3. De financiering van de werknemersverzekeringen

Afdeling 1. Vaststelling loon

§ 1. Bepaling loontijdvak bij twee kalenderjaren

§ 2. Berekening premieloon bij samenloop

Afdeling 2. Vaststelling sectorpremiepercentage

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 3.4b. Berekening herziening in verband met meer dan 30% extra verloonde uren
1.

Bij de berekening van het percentage, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit Wfsv wordt het aantal verloonde uren in een kalenderjaar, bedoeld in dat onderdeel, berekend door de verloonde uren in alle aangiftetijdvakken van dat kalenderjaar uit alle dienstbetrekkingen tussen de betreffende werkgever en werknemer bij elkaar op te tellen.

2.

Bij de berekening van het aantal uren dat als omvang van de te verrichten arbeid is overeengekomen ten aanzien van de dienstbetrekking of dienstbetrekkingen tussen de betreffende werkgever en werknemer, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit Wfsv wordt deze omvang:

  • a. per dienstbetrekking en per aangiftetijdvak berekend als afgeleide van het in de aangifte opgegeven aantal contracturen per week, waarbij het aantal contracturen per week:
  • 1°. bij een aangiftetijdvak van vier weken wordt vermenigvuldigd met 4;
  • 2°. bij een aangiftetijdvak van een maand wordt vermenigvuldigd met 13/3;
  • 3°. bij een aangiftetijdvak van een half jaar wordt vermenigvuldigd met 26;
  • 4°. bij een aangiftetijdvak van een jaar wordt vermenigvuldigd met 52;
  • b. zoals ingevolge onderdeel a berekend rekenkundig afgerond op 2 decimalen; en
  • c. uit alle aangiftetijdvakken in een kalenderjaar en alle dienstbetrekkingen tussen de betreffende werkgever en werknemer bij elkaar opgeteld om de overeengekomen arbeidsomvang per kalenderjaar te berekenen.
3.

In het geval waarin de dienstbetrekking niet het gehele aangiftetijdvak heeft geduurd, wordt in afwijking van het tweede lid, onderdeel a, het in de loonaangifte opgegeven aantal contracturen per week vermenigvuldigd met het aantal kalenderdagen dat de dienstbetrekking in dat aangiftetijdvak heeft geduurd en vervolgens gedeeld door 7. De overeengekomen omvang van de te verrichten arbeid per aangiftetijdvak wordt rekenkundig afgerond op 2 decimalen.

4.

Bij de bepaling van het aantal contracturen per week ingevolge het tweede lid wordt gedurende het gehele aangiftetijdvak uitgegaan van het aantal contracturen per week dat van toepassing is op de laatste dag van het aangiftetijdvak of, indien de dienstbetrekking gedurende het aangiftetijdvak is geëindigd, op de laatste dag van de dienstbetrekking.

5.

Het percentage, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit Wfsv wordt naar beneden afgerond op een heel percentage.

6.

Het gemiddelde aantal uren dat is overeengekomen in arbeidsovereenkomsten die voldoen aan de voorwaarden voor toepassing van het lage premiepercentage, bedoeld in artikel 2.3, derde lid, van het Besluit Wfsv, wordt berekend door de totale omvang van de te verrichten arbeid op jaarbasis te delen door de duur van de dienstbetrekking of dienstbetrekkingen waarop het lage premiepercentage van toepassing is, uitgedrukt in weken. Het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid is van overeenkomstige toepassing. Dit getal wordt naar boven afgerond op hele uren.

7.

Voor het bepalen van de duur van de dienstbetrekking of dienstbetrekkingen, uitgedrukt in weken als bedoeld in het zesde lid, wordt het aantal kalenderdagen dat er tussen de werkgever en werknemer een of meer dienstbetrekkingen hebben bestaan waarop het lage premiepercentage van toepassing is, gedeeld door 7. Dit getal wordt rekenkundig afgerond op 2 decimalen.

§ 2. Premiedifferentiatie uitzendbranche

Artikel 3.5a. Bijdrage sector uitzendbedrijven

Vervallen

§ 4. Premiedifferentiatie sectorfondsen

§ 5. Inlooptermijn dekkingssaldi

Afdeling 5. Bonussen in de vorm van premiekortingen

Hoofdstuk 5. De fondsen

Afdeling 1. Werknemersverzekeringen

§ 1. Indeling in sectoren

§ 2. Vergoeding remigratiebijdragen

Afdeling 3. Regels afdracht aan algemeen kinderbijslagfonds, toeslagenfonds, arbeidsondersteuningsfonds jonggehandicapten en arbeidsongeschiktheidsfonds

§ 2. Algemeen Kinderbijslagfonds

§ 1. Algemeen

Afdeling 4. Regels voor afdracht Rijksbijdragen

§ 1. Rijksbijdrage uitvoeringskosten UWV

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 5.2

Gedetailleerde omschrijving van de metaalindustrie:

45. Zakelijke Dienstverlening III, omvattende:

Het dakdekkersbedrijf voor zover worden verwerkt bitumen, asfalt en kunststofmaterialen.

Het dakdekkersbedrijf voor zover worden verwerkt bitumen, asfalt en kunststofmaterialen.

50. Voedingsindustrie, omvattende:

Bijlage 4

Vervallen

Bijlage 5

Vervallen

Bijlage 2

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Afdeling 1a. Berekening herziening AWf-premie in verband met meer dan 30% extra verloonde uren

§ 1. Premiedifferentiatie uitzendbranche

Artikel 3.4a. Aansluiting sector voor premiepercentages

Voor de werkgever geldt het sectorpremiepercentage, bedoeld in artikel 2.1, onderdeel a, van het Besluit Wfsv, van de sector, bedoeld in artikel 95 van de Wfsv, waarbij de werkgever is aangesloten op 1 januari van het kalenderjaar waarvoor het sectorpremiepercentage wordt vastgesteld.

§ 3. Premiedifferentiatie sectorfondsen

§ 4. Premiedifferentiatie sectorfondsen

§ 5. Inlooptermijn dekkingssaldi

Afdeling 4. Verhaal op werknemer

Afdeling 5. Bonussen in de vorm van premiekortingen

Hoofdstuk 4. Gemoedsbezwaarden

Hoofdstuk 4. Gemoedsbezwaarden

Afdeling 1. Werknemersverzekeringen

§ 1. Indeling in sectoren

Afdeling 2. Rekening-courant

Afdeling 3. Regels afdracht aan algemeen kinderbijslagfonds, toeslagenfonds, arbeidsondersteuningsfonds jonggehandicapten en arbeidsongeschiktheidsfonds

Afdeling 4. Regels voor afdracht Rijksbijdragen

§ 4. Arbeidsongeschiktheidsfonds

§ 1. Rijksbijdrage uitvoeringskosten UWV

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 5.2

Onder vervaardigen, als bedoeld onder I en II, wordt eveneens verstaan het assembleren, monteren en samenstellen uit van derden betrokken onderdelen.

49. Chemische industrie, omvattende

Het mortelbedrijf voor zover het betreft natte mortel.

Het dakdekkersbedrijf voor zover worden verwerkt bitumen, asfalt en kunststofmaterialen.

52. Uitzendbedrijven, omvattende:

Bijlage 2

Vervallen

Bijlage 3

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

§ 2. Premiedifferentiatie uitzendbranche

§ 3. Premiedifferentiatie grafische industrie

§ 5. Inlooptermijn dekkingssaldi

Afdeling 4. Verhaal op werknemer

Afdeling 5. Bonussen in de vorm van premiekortingen

Hoofdstuk 4. Gemoedsbezwaarden

Afdeling 1. Werknemersverzekeringen

§ 1. Indeling in sectoren

Afdeling 2. Rekening-courant

Afdeling 2. Rekening-courant

§ 3. Reserve-vorming

Afdeling 4. Regels voor afdracht Rijksbijdragen

§ 4. Arbeidsongeschiktheidsfonds

§ 4. Arbeidsongeschiktheidsfonds

§ 2. Rijksbijdrage AIO

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 5.2

Overheidsinstellingen, welke qua activiteiten niet zijn te rangschikken onder de hiervoor vermelde overheidssectoren.

48. Steen-, cement, glas- en keramische industrie, omvattende:

51. Algemene industrie, omvattende:

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

§ 2. Rijksbijdrage AIO

Artikel 5.53. Begripsbepaling

In deze paragraaf wordt verstaan onder remigratiekosten: De kosten voor remigratievoorzieningen op grond van de Remigratiewet, en de daarmee samenhangende uitvoeringskosten.

Artikel 5.54. Raming baten en lasten

Voor de datum, bedoeld in de eerste volzin van artikel 5.3, eerste lid, van de Regeling SUWI verstrekt de SVB aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende jaar geraamde baten en lasten met betrekking tot remigratiekosten, uitgesplitst naar kosten voor remigratievoorzieningen per maand en uitvoeringskosten per jaar.

Artikel 5.55. Betaling voorschot
1.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stort op de rekening-courant, bedoeld in artikel 5.16, onderdeel a, een periodiek voorschot op het bedrag, bedoeld in artikel 5.54, van:

  • a. geraamde kosten voor remigratievoorzieningen met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van elke maand, en
  • b. 1/12de deel van de geraamde uitvoeringskosten met als valutadatum de vijftiende dag van elke maand.
2.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan, na overleg met de SVB, van de in het eerste lid, onderdelen a en b, bedoelde bedragen afwijken.

Artikel 5.56. Afrekening
1.

In de jaarrekening, bedoeld in artikel 49 van de Wet SUWI, worden de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld in artikel 5.55, eerste lid, uitgesplitst naar kosten voor remigratievoorzieningen en uitvoeringskosten, met betrekking tot de remigratiekosten opgenomen.

2.

Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, rekent de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 5.2

Overheidsinstellingen, welke qua activiteiten niet zijn te rangschikken onder de hiervoor vermelde overheidssectoren.

53. Bewakingsondernemingen

Het dakdekkersbedrijf voor zover worden verwerkt bitumen, asfalt en kunststofmaterialen.

Het (doen) uitvoeren van werkzaamheden aangaande het (aan)leggen van een verdicht ballastbed, dwarsliggers en rails op bouwrijp gemaakte spoordijken, spoorbruggen, viaducten en tunnels, alsmede het verrichten van herstel en onderhoud (operationeel beheer) aan genoemde railstructuren, alsmede de verhuur met bemanning van specifiek groot materieel

56. Schildersbedrijf

Bijlage 4

Vervallen

Bijlage 5

Vervallen

Bijlage 6

Vervallen

Bijlage 7

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

§ 2. Rijksbijdrage AIO

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 5.2

Het mortelbedrijf voor zover het betreft natte mortel.

55. Overige takken van bedrijf en beroep, omvattende:

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

§ 2. Premiedifferentiatie grafische industrie

§ 4. Bepaling sectoren voor sectorale premiepercentages

Afdeling 5. Bonussen in de vorm van premiekortingen

Hoofdstuk 4. Gemoedsbezwaarden

Hoofdstuk 4. Gemoedsbezwaarden

Afdeling 1. Werknemersverzekeringen

§ 1. Indeling in sectoren

Afdeling 2. Rekening-courant

Afdeling 3. Regels afdracht aan algemeen kinderbijslagfonds, toeslagenfonds, arbeidsondersteuningsfonds jonggehandicapten en arbeidsongeschiktheidsfonds

§ 3. Toeslagenfonds en Arbeidsondersteuningsfonds jonggehandicapten

Afdeling 4. Regels voor afdracht Rijksbijdragen

§ 1. Rijksbijdrage uitvoeringskosten UWV

§ 3. Rijksbijdrage WKB

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 5.2

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Afdeling 6. Premiekorting jongere werknemer

Artikel 3.27. Nieuwe dienstbetrekking bij dezelfde werkgever na niet volledig genoten premiekortingsperiode

Vervallen

Artikel 3.28. Afwijkend aangiftetijdvak

Vervallen

Artikel 3.29. Overige Uitvoeringsbepalingen

Vervallen

Hoofdstuk 5. De fondsen

Afdeling 1. Werknemersverzekeringen

Afdeling 2. Rekening-courant

Afdeling 4. Regels voor afdracht Rijksbijdragen

§ 4. Arbeidsongeschiktheidsfonds

§ 2. Rijksbijdrage AIO

§ 2. Rijksbijdrage AIO

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 5.2

54. Culturele instellingen, omvattende:

Het dakdekkersbedrijf voor zover worden verwerkt bitumen, asfalt en kunststofmaterialen.

57. Stukadoorsbedrijf, omvattende:

Bijlage 8

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 5.41a. Uitvoeringskosten beoordeling gemeentelijke doelgroep
1.

De uitvoeringskosten van het UWV voor de beoordelingen van de verdienmogelijkheid van het wettelijk minimumloon, bedoeld in artikel 3.5, eerste lid, van het Besluit SUWI, de werkzaamheden ten behoeve van de vaststelling of een persoon medisch urenbeperkt is als bedoeld in artikel 6b, vierde lid, van de Participatiewet en de werkzaamheden ten behoeve van de vaststelling of een persoon uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie, bedoeld in artikel 10b, tweede lid, van de Participatiewet komen als bedoeld in artikel 5.40, tweede lid, ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds. De rijksbijdrage aan het UWV, bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel e, van de Wet SUWI, komt, voor zover deze strekt tot vergoeding van de uitvoeringskosten van het UWV, bedoeld in de eerste zin, ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds.

2.

Voor de datum, bedoeld in de eerste volzin van artikel 5.3, eerste lid, van de Regeling SUWI verstrekt het UWV aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende jaar geraamde uitvoeringskosten.

3.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stort op de rekening-courant van het UWV, bedoeld in artikel 120, eerste lid, van de Wfsv een voorschot ter hoogte van 1/12e deel van het in het tweede lid bedoelde bedrag, met als valutadag de vijftiende dag van elke kalendermaand.

4.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan na overleg met het UWV van het in het tweede lid bedoelde bedrag afwijken.

5.

In het jaarverslag, bedoeld in artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, neemt het UWV de gerealiseerde uitvoeringskosten en de ontvangen voorschotten op.

6.

Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, rekent de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar.

§ 2. Rijksbijdrage AIO

§ 4. Rijksbijdrage Remigratiewet

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 5.2

ten behoeve van deze werkzaamheden.

58. Dakdekkersbedrijf, omvattende:

Bijlage 3

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3.26*. Gelijkgestelde arbeidsbeperkten

De werknemer die werkzaam is in een dienstbetrekking of op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 78d, eerste lid, van de Participatiewet wordt mede beschouwd als een arbeidsbeperkte.

Artikel 3.27*. Indeling sectoren
1.

Voor de toepassing van hoofdstuk 3, afdeling 4, paragraaf 4a van de Wfsv en artikel 122n van de Wfsv worden overheidswerkgevers gerekend tot de sector overheid, en werkgevers, met uitzondering van overheidswerkgevers, tot de sector niet-overheid.

2.

In afwijking van het eerste lid wordt een overheidswerkgever die tevens premieplichtig is ten gunste van een sectorfonds, aangemerkt als werkgever die behoort tot de sector niet-overheid indien van het totaal aantal verloonde uren ten minste de helft is onderworpen aan de premieplicht ten gunste van een sectorfonds.

3.

De indeling van overheidswerkgevers en werkgevers overeenkomstig het eerste en tweede lid wordt bepaald op basis van het laatste aangiftetijdvak in het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarover het quotumtekort, bedoeld in artikel 38g van de Wfsv, wordt vastgesteld en geldt gedurende dat laatste kalenderjaar.

Artikel 3.28*. Gemiddeld aantal verloonde uren arbeidsbeperkten

Voor de toepassing van artikel 38g, derde lid, van de Wfsv wordt het gemiddeld aantal verloonde uren van een werkzame arbeidsbeperkte op jaarbasis bepaald op 1.331 uren.

Artikel 3.29*. Monitoring banenafspraak
1.

Het aantal banen in 2013 vervuld door arbeidsbeperkten als bedoeld in de artikelen 38b, eerste lid, van de Wfsv en artikel 3.26, uitgedrukt in verloonde uren in de maand december 2012, bedraagt voor:

  • a. de overheidssector: 1.055.474 uren;
  • b. de niet-overheidssector: 6.914.491 uren.
2.

Het cumulatief aantal extra te realiseren banen voor arbeidsbeperkten, bedoeld in het eerste lid, uitgedrukt in verloonde uren in de maand december in het desbetreffende kalenderjaar, bedraagt voor de overheidsector in:

  • 1°. 2015: 332.760 uren;
  • 2°. 2016: 720.980 uren;
  • 3°. 2017: 1.109.200 uren;
  • 4°. 2018: 1.386.500 uren;
  • 5°. 2019: 1.663.800 uren;
  • 6°. 2020: 1.941.100 uren;
  • 7°. 2021: 2.218.400 uren;
  • 8°. 2022: 2.495.700 uren;
  • 9°. 2023 en verder: 2.773.000 uren.
3.

Het cumulatief aantal extra te realiseren banen voor arbeidsbeperkten, bedoeld in het eerste lid, uitgedrukt in verloonde uren in de maand december in het desbetreffende kalenderjaar, bedraagt voor de niet-overheidssector in:

  • 1°. 2015: 665.520 uren;
  • 2°. 2016: 1.552.880 uren;
  • 3°. 2017: 2.551.160 uren;
  • 4°. 2018: 3.438.520 uren;
  • 5°. 2019: 4.436.800 uren;
  • 6°. 2020: 5.546.000 uren;
  • 7°. 2021: 6.655.200 uren;
  • 8°. 2022: 7.764.400 uren;
  • 9°. 2023: 8.873.600 uren;
  • 10°. 2024: 9.982.800 uren.
  • 11°. 2025 en verder: 11.092.000 uren.
Artikel 3.30. Gelijkgestelde arbeidsbeperkten

De werknemer die werkzaam is in een dienstbetrekking of op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 78d, eerste lid, van de Participatiewet wordt mede beschouwd als een arbeidsbeperkte.

Artikel 3.31. Indeling sectoren
1.

Voor de toepassing van hoofdstuk 3, afdeling 4, paragraaf 4a van de Wfsv en artikel 122n van de Wfsv worden overheidswerkgevers gerekend tot de sector overheid, en werkgevers, met uitzondering van overheidswerkgevers, tot de sector niet-overheid.

2.

In afwijking van het eerste lid wordt een overheidswerkgever die tevens premieplichtig is ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds, aangemerkt als werkgever die behoort tot de sector niet-overheid indien van het totaal aantal verloonde uren ten minste de helft is onderworpen aan de premieplicht ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds.

3.

De indeling van overheidswerkgevers en werkgevers overeenkomstig het eerste en tweede lid wordt bepaald op basis van het laatste aangiftetijdvak in het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarover het quotumtekort, bedoeld in artikel 38g van de Wfsv, wordt vastgesteld en geldt gedurende dat laatste kalenderjaar.

Hoofdstuk 5. De fondsen

§ 2. Vergoeding remigratiebijdragen

Afdeling 3. Regels afdracht aan algemeen kinderbijslagfonds, toeslagenfonds, Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten en arbeidsongeschiktheidsfonds

Afdeling 4. Regels voor afdracht Rijksbijdragen

§ 3. Rijksbijdrage WKB

§ 4. Rijksbijdrage Remigratiewet

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 5.2

Het dakdekkersbedrijf voor zover worden verwerkt bitumen, asfalt en kunststofmaterialen.

59. Mortelbedrijf, omvattende:

Het mortelbedrijf voor zover het betreft natte mortel.

60. Steenhouwersbedrijf

Het (doen) uitvoeren van werkzaamheden aangaande het (aan)leggen van een verdicht ballastbed, dwarsliggers en rails op bouwrijp gemaakte spoordijken, spoorbruggen, viaducten en tunnels, alsmede het verrichten van herstel en onderhoud (operationeel beheer) aan genoemde railstructuren, alsmede de verhuur met bemanning van specifiek groot materieel

Instellingen of diensten die zich bezighouden met de feitelijke uitvoering van:

62. Overheid, rijk, politie en rechterlijke macht, omvattende:

Bijlage 4

Vervallen

Bijlage 2. behorend bij artikel 3.15a

Bijlage 3

Vervallen

Bijlage 4

Vervallen

Bijlage 2. behorend bij artikel 3.15a

Bijlage 3

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

§ 3. Rijksbijdrage WKB

§ 3. Rijksbijdrage WKB

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 5.2

Het dakdekkersbedrijf voor zover worden verwerkt bitumen, asfalt en kunststofmaterialen.

59. Mortelbedrijf, omvattende:

Het mortelbedrijf voor zover het betreft natte mortel.

60. Steenhouwersbedrijf

Overheidsinstellingen, welke qua activiteiten niet zijn te rangschikken onder de hiervoor vermelde overheidssectoren.

63. Overheid, defensie omvattende:

Bijlage 2. behorend bij artikel 3.15a

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3.32. Gemiddeld aantal verloonde uren arbeidsbeperkten

Voor de toepassing van artikel 38g, derde lid, van de Wfsv wordt het gemiddeld aantal verloonde uren van een werkzame arbeidsbeperkte op jaarbasis bepaald op 1.331 uren.

Artikel 3.33. Monitoring banenafspraak
1.

Het aantal banen in 2013 vervuld door arbeidsbeperkten als bedoeld in de artikelen 38b, eerste lid, van de Wfsv en artikel 3.30, uitgedrukt in verloonde uren in de maand december 2012, bedraagt voor:

  • a. de overheidssector: 1.176.671 uren;
  • b. de niet-overheidssector: 7.162.200 uren.
2.

Het cumulatief aantal extra te realiseren banen voor arbeidsbeperkten, bedoeld in het eerste lid, uitgedrukt in verloonde uren in de maand december in het desbetreffende kalenderjaar, bedraagt voor de overheidsector in:

  • 1°. 2015: 332.760 uren;
  • 2°. 2016: 720.980 uren;
  • 3°. 2017: 1.109.200 uren;
  • 4°. 2018: 1.386.500 uren;
  • 5°. 2019: 1.663.800 uren;
  • 6°. 2020: 1.941.100 uren;
  • 7°. 2021: 2.218.400 uren;
  • 8°. 2022: 2.495.700 uren;
  • 9°. 2023 en verder: 2.773.000 uren.
3.

Het cumulatief aantal extra te realiseren banen voor arbeidsbeperkten, bedoeld in het eerste lid, uitgedrukt in verloonde uren in de maand december in het desbetreffende kalenderjaar, bedraagt voor de niet-overheidssector in:

  • 1°. 2015: 665.520 uren;
  • 2°. 2016: 1.552.880 uren;
  • 3°. 2017: 2.551.160 uren;
  • 4°. 2018: 3.438.520 uren;
  • 5°. 2019: 4.436.800 uren;
  • 6°. 2020: 5.546.000 uren;
  • 7°. 2021: 6.655.200 uren;
  • 8°. 2022: 7.764.400 uren;
  • 9°. 2023: 8.873.600 uren;
  • 10°. 2024: 9.982.800 uren.
  • 11°. 2025 en verder: 11.092.000 uren.
Artikel 3.34. Ingeleende arbeidsbeperkten
1.

Voor de toepassing van artikel 122n, tweede lid, van de Wfsv wordt als arbeidsbeperkte beschouwd de arbeidsbeperkte werknemer die aan de werkgever in de sector overheid onderscheidenlijk de sector niet-overheid ter beschikking is gesteld om voor hem onder zijn toezicht en leiding arbeid te verrichten.

2.

Het aantal banen, uitgedrukt in verloonde uren, bedoeld in artikel 3.33, eerste lid, wordt voor 2013 verminderd met het aantal banen, uitgedrukt in verloonde uren, van de ter beschikking gestelde arbeidsbeperkten, bedoeld in het eerste lid, door werkgevers in de overheidssector aan werkgevers in de niet-overheidssector onderscheidenlijk door werkgevers in de niet-overheidssector aan werkgevers in de overheidssector. De banen, uitgedrukt in verloonde uren, die in mindering zijn gebracht worden gerekend tot de niet-overheidssector onderscheidenlijk de overheidssector waartoe de werkgever behoort waaraan de arbeidsbeperkte ter beschikking is gesteld.

3.

Het aantal banen, uitgedrukt in verloonde uren, bedoeld in artikel 3.33, tweede en derde lid, wordt voor 2015 en voor de jaren daarna, bedoeld in deze leden, verminderd met het aantal banen, uitgedrukt in verloonde uren in de maand december in het desbetreffende kalenderjaar, van de ter beschikking gestelde arbeidsbeperkten, bedoeld in het eerste lid, door werkgevers in de overheidssector aan werkgevers in de niet-overheidssector onderscheidenlijk door werkgevers in de niet-overheidssector aan werkgevers in de overheidssector. Het tweede lid, tweede zin, is van overeenkomstige toepassing. De toepassing van het tweede lid, tweede zin, vindt plaats op grond van een verdeelsleutel die bij de jaarlijkse meting van het aantal banen, bedoeld in artikel 3.33, tweede en derde lid, wordt geactualiseerd.

Artikel 3.35. Nadere bepaling variabelen quotumpercentages

Voor de berekening van de quotumpercentages, bedoeld in artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv, wordt voor de toepassing van de variabelen van de formule, bedoeld in dat lid, het volgende in acht genomen:

  • a. voor variabele A:
  • 1°. onder een baan wordt verstaan het gemiddeld aantal verloonde uren van arbeidsbeperkten in de onderscheiden sectoren tezamen overeenkomstig variabele C als bedoeld in onderdeel c;
  • b. voor variabele B:
  • 1°. het aantal extra banen voor arbeidsbeperkten dat voor de berekening van het quotumpercentage in het desbetreffende kalenderjaar wordt geteld, bedraagt voor de overheidsector in:
  • 1°. 2017: 8.750;
  • 2°. 2018: 11.250;
  • 3°. 2019: 13.750;
  • 4°. 2020: 16.250;
  • 5°. 2021: 18.750;
  • 6°. 2022: 21.250;
  • 7°. 2023: 23.750.
  • 8°. 2024 en verder: 25.000
  • 2°. het aantal extra banen voor arbeidsbeperkten dat voor de berekening van het quotumpercentage in het desbetreffende kalenderjaar wordt geteld, bedraagt voor de niet-overheidssector in:
  • 1°. 2017: 19.500;
  • 2°. 2018: 27.000;
  • 3°. 2019: 35.500;
  • 4°. 2020: 45.000;
  • 5°. 2021: 55.000;
  • 6°. 2022: 65.000;
  • 7°. 2023: 75.000;
  • 8°. 2024: 85.000;
  • 9°. 2025: 95.000;
  • 10°. 2026 en verder: 100.000.
  • c. voor variabele C: het gemiddeld aantal verloonde uren van arbeidsbeperkten in de onderscheiden sectoren tezamen bedraagt 1.331 uren per jaar.
  • d. voor variabele D: het totaal aantal banen bij werkgevers in de sector overheid die op grond van artikel 34, derde en vierde lid, van de Wfsv quotumheffing zijn verschuldigd, bedraagt voor het kalenderjaar: 2018: 1.073.426,07; 2019: 1.074.355,16; 2020: 1.087.495,31; 2021: 1.084.046,22; 2022: 1.116.687,84; 2023: 1.173.363,61; 2024: 1.208.742,31; 2025: 1.247.135,49; 2026: 1.291.070,60.
  • e. voor variabele E: het gemiddeld aantal verloonde uren van een werknemer in de onderscheiden sectoren tezamen bedraagt 1.623 uren per jaar.
  • 2020: –284,10;
  • 2021: – 283,25;
  • 2022: –285,41;
  • 2023: –283,60;
  • 2024: – 256,99;
  • 2025: – 266,00;
  • 2026: – 253,07.

Hoofdstuk 5. De fondsen

Afdeling 2. Rekening-courant

Afdeling 3. Regels afdracht aan algemeen kinderbijslagfonds, toeslagenfonds, Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten en arbeidsongeschiktheidsfonds

§ 1. Algemeen

Afdeling 4. Regels voor afdracht Rijksbijdragen

§ 2. Rijksbijdrage AIO

§ 4. Rijksbijdrage Remigratiewet

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 5.2

Het (doen) uitvoeren van werkzaamheden aangaande het (aan)leggen van een verdicht ballastbed, dwarsliggers en rails op bouwrijp gemaakte spoordijken, spoorbruggen, viaducten en tunnels, alsmede het verrichten van herstel en onderhoud (operationeel beheer) aan genoemde railstructuren, alsmede de verhuur met bemanning van specifiek groot materieel

64. Overheid, provincies, gemeenten en waterschappen, omvattende:

Het (doen) uitvoeren van werkzaamheden aangaande het (aan)leggen van een verdicht ballastbed, dwarsliggers en rails op bouwrijp gemaakte spoordijken, spoorbruggen, viaducten en tunnels, alsmede het verrichten van herstel en onderhoud (operationeel beheer) aan genoemde railstructuren, alsmede de verhuur met bemanning van specifiek groot materieel

Overheidsinstellingen, welke qua activiteiten niet zijn te rangschikken onder de hiervoor vermelde overheidssectoren.

67. Werk en (re)Integratie, omvattende:

Bijlage 3

Vervallen

Bijlage 2. behorend bij artikel 3.15a

Bijlage 2. behorend bij artikel 3.15a

Bijlage 3

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Hoofdstuk 3a. Monitoring arbeidsbeperkten en quotumheffing

Hoofdstuk 4. Gemoedsbezwaarden

Afdeling 1. Werknemersverzekeringen

Afdeling 2. Rekening-courant

Afdeling 4. Regels voor afdracht Rijksbijdragen

Artikel 3.15a. Modelgarantie voor de eigenrisicodrager

Voor de garantie, bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de Wfsv, wordt het model gehanteerd dat is opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling.

Artikel 3.19a. Nieuwe dienstbetrekking bij dezelfde werkgever voorafgaand aan toepassing premiekorting

Vervallen

Afdeling 6. Premiekorting jongere werknemer

Hoofdstuk 3a. Monitoring arbeidsbeperkten en quotumheffing

Hoofdstuk 5. De fondsen

Afdeling 1. Werknemersverzekeringen

Afdeling 3. Regels afdracht aan algemeen kinderbijslagfonds, toeslagenfonds, Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten en arbeidsongeschiktheidsfonds

Afdeling 4. Regels voor afdracht Rijksbijdragen

§ 3. Rijksbijdrage WKB

§ 3. Rijksbijdrage WKB

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Bijlage 1. , behorend bij artikel 5.2

Overheidsinstellingen, welke qua activiteiten niet zijn te rangschikken onder de hiervoor vermelde overheidssectoren.

65. Overheid, openbare nutsbedrijven

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3.14a. Verlenging inlooptermijn

Vervallen

Artikel 3.36. Activering quotumheffing sector overheid

De quotumheffing, bedoeld in hoofdstuk 3, afdeling 4, paragraaf 4a, van de Wfsv, wordt uitgevoerd voor de sector overheid, bedoeld in artikel 38c van de Wfsv, met betrekking tot quotumtekorten als bedoeld in artikel 38g van de Wfsv over de jaren vanaf 2018.

Artikel 3.37. Vaststelling quotumpercentage voor de sector overheid
1.

Het quotumpercentage, bedoeld in artikel 38f, eerste lid, van de Wfsv bedraagt voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2018: 1,93 procent.

2.

De berekeningen overeenkomstig de formule in artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv, die tot het quotumpercentage, bedoeld in het eerste lid, hebben geleid, zijn als volgt:

3.

Het quotumpercentage, bedoeld in artikel 38f, eerste lid, van de Wfsv bedraagt voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2019: 2,14 procent.

4.

De berekeningen overeenkomstig de formule in artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv, die tot het quotumpercentage, bedoeld in het derde lid, hebben geleid, zijn als volgt:

5.

Het quotumpercentage, bedoeld in artikel 38f, eerste lid, van de Wfsv bedraagt voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2020: 2,35 procent.

6.

De berekeningen overeenkomstig de formule in artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv, die tot het quotumpercentage, bedoeld in het vijfde lid, hebben geleid, zijn als volgt:

7.

Het quotumpercentage, bedoeld in artikel 38f, eerste lid, van de Wfsv bedraagt voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2021: 2,56 procent.

8.

De berekeningen overeenkomstig de formule in artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv, die tot het quotumpercentage, bedoeld in het zevende lid, hebben geleid, zijn als volgt:

9.

Het quotumpercentage, bedoeld in artikel 38f, eerste lid, van de Wfsv bedraagt voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2022: 2,69 procent.

10.

De berekeningen overeenkomstig de formule in artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv, die tot het quotumpercentage, bedoeld in het negende lid, hebben geleid, zijn als volgt:

11.

Het quotumpercentage, bedoeld in artikel 38f, eerste lid, van de Wfsv bedraagt voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2023: 2,76 procent.

12.

De berekeningen overeenkomstig de formule in artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv, die tot het quotumpercentage, bedoeld in het negende lid, hebben geleid, zijn als volgt:

13.

Het quotumpercentage, bedoeld in artikel 38f, eerste lid, van de Wfsv bedraagt voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2024: 2,76 procent.

14.

De berekeningen overeenkomstig de formule in artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv, die tot het quotumpercentage, bedoeld in het dertiende lid, hebben geleid, zijn als volgt:

Quotumpercentage = (A + B – H) * C + F * G * 100%
Quotumpercentage = D * E * 100%
2,76% = (13.504 + 25.000 – 256,99) * 1.331 + 1.922 * 1.331 * 100%
--- --- ---
2,76% = 1.208.742,31 * 1.623 * 100%
15.

Het quotumpercentage, bedoeld in artikel 38f, eerste lid, van de Wfsv bedraagt voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2025: 2,68 procent.

16.

De berekeningen overeenkomstig de formule in artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv, die tot het quotumpercentage, bedoeld in het vijftiende lid, hebben geleid, zijn als volgt:

17.

Het quotumpercentage, bedoeld in artikel 38f, eerste lid, van de Wfsv bedraagt voor de sector overheid voor het kalenderjaar 2026: 2,58 procent.

18.

De berekeningen overeenkomstig de formule in artikel 38f, tweede lid, van de Wfsv, die tot het quotumpercentage, bedoeld in het zeventiende lid, hebben geleid, zijn als volgt:

Hoofdstuk 5. De fondsen

Afdeling 2. Rekening-courant

Afdeling 3. Regels afdracht aan algemeen kinderbijslagfonds, toeslagenfonds, Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten en arbeidsongeschiktheidsfonds

§ 2. Algemeen Kinderbijslagfonds

Afdeling 4. Regels voor afdracht Rijksbijdragen

§ 4. Rijksbijdrage Remigratiewet

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Bijlage 1. behorend bij artikel 5.2

61. Overheid, onderwijs en wetenschappen, omvattende:

Overheidsinstellingen, welke qua activiteiten niet zijn te rangschikken onder de hiervoor vermelde overheidssectoren.

67. Werk en (re)Integratie, omvattende:

Bijlage 4

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Afdeling 2. Bijzondere bepalingen inzake de premievaststelling voor de Werkhervattingskas

Afdeling 6. Premiekorting jongere werknemer

Hoofdstuk 5. De fondsen

Afdeling 3. Regels afdracht aan algemeen kinderbijslagfonds, toeslagenfonds, Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten en arbeidsongeschiktheidsfonds

Afdeling 4. Regels voor afdracht Rijksbijdragen

Artikel 5.40a. Uitvoeringskosten basisdienstverlening
1.

Onder basisdienstverlening wordt in dit artikel verstaan de door het UWV te verrichten taken op grond van:

  • a. de artikelen 30, 30a, 30b, 31 en 33 van de Wet SUWI, voor zover het betreft de instandhouding van de polisadministratie, bedoeld in artikel 33 van de Wet SUWI, de leerwerkloketten, de werkgeversservicepunten en de technische voorzieningen ten behoeve van de registratie van werkzoekenden en vacatures;
  • b. het bepaalde bij of krachtens artikel 5 van de Wet arbeid vreemdelingen inzake het afgeven en intrekken van tewerkstellingsvergunningen en advisering inzake verlenen, verlengen of intrekken van een gecombineerde vergunning;
2.

Van de kosten voor de werkgeversservicepunten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt 30% toegerekend aan de kosten voor basisdienstverlening.

3.

De rijksbijdrage aan het UWV, bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel e, van de Wet SUWI komt voor zover deze strekt tot vergoeding van de uitvoeringskosten van het UWV voor basisdienstverlening ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds. De uitvoeringskosten van het UWV voor basisdienstverlening komen ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)