Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Financiën van 2 december 2005, Directie Sociale Verzekeringen, Nr. SV/F&W/05/96420, ter uitvoering van de Wet financiering sociale verzekeringen (Regeling Wfsv)
Voor de datum, bedoeld in de eerste volzin van artikel 5.3, eerste lid, van de Regeling SUWI verstrekt het UWV aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende jaar geraamde uitvoeringskosten voor basisdienstverlening. De eerste zin is niet van toepassing op de geraamde uitvoeringskosten voor basisdienstverlening voor het jaar 2020.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stort op de rekening-courant van het UWV, bedoeld in artikel 120, eerste lid, van de Wfsv, een voorschot ter hoogte van 1/12e deel van het bedrag, bedoeld in het vierde lid, met als valutadag de vijftiende dag van elke kalendermaand.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan na overleg met het UWV van het bedrag, bedoeld in het vierde lid, afwijken.
In afwijking van het vijfde lid wordt het maandelijkse voorschot van de rijksbijdrage basisdienstverlening voor het jaar 2020 gebaseerd op een totaalbedrag van € 78.927.000.
In het jaarverslag, bedoeld in artikel 49, eerste lid, van de Wet SUWI, neemt het UWV de gerealiseerde uitvoeringskosten en de ontvangen voorschotten op.
Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, rekent de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar.
Artikel 5.41b. Uitvoeringskosten Wsw-indicatiestelling
Onder de uitvoeringskosten Wsw-indicatiestelling wordt verstaan de kosten die gemoeid zijn met de activiteiten van het UWV, bedoeld in artikel 30d van de Wet SUWI.
De rijksbijdrage aan het UWV, bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel e, van de Wet SUWI, komt voor zover deze strekt tot vergoeding van de uitvoeringskosten van het UWV voor Wsw-indicatiestelling ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds. De uitvoeringskosten van het UWV voor Wsw-indicatiestelling komen ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds.
Voor de datum, bedoeld in de eerste volzin van artikel 5.3, eerste lid, van de Regeling SUWI verstrekt het UWV aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende jaar geraamde uitvoeringskosten Wsw-indicatiestelling. De eerste zin is niet van toepassing op de geraamde uitvoeringskosten voor Wsw-indicatiestelling voor het jaar 2020.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stort op de rekening-courant van het UWV, bedoeld in artikel 120, eerste lid, van de Wfsv, een voorschot ter hoogte van 1/12e deel van het bedrag, bedoeld in het derde lid, met als valutadag de vijftiende dag van elke kalendermaand.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan na overleg met het UWV van het bedrag, bedoeld in het derde lid, afwijken.
In afwijking van het vierde lid wordt het maandelijkse voorschot van de rijksbijdrage Wsw-indicatiestelling voor het jaar 2020 gebaseerd op een totaalbedrag van € 3.543.000.
In het jaarverslag, bedoeld in artikel 49, eerste lid, van de Wet SUWI, neemt het UWV de gerealiseerde uitvoeringskosten en de ontvangen voorschotten op.
Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, rekent de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar.
§ 5. Rijksbijdrage budgetten Tijdelijke regeling aanvullende crisisdienstverlening COVID-19
Artikel 5.57. Kosten voor de Tijdelijke regeling aanvullende dienstverlening
De budgetten, bedoeld in artikel 25, derde lid, onderdelen a tot en met e, van de Tijdelijke regeling aanvullende dienstverlening komen direct ten laste van de rijksbijdrage aan het UWV.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Bijlage 1. behorend bij artikel 5.2
Instellingen of diensten die zich bezighouden met de feitelijke uitvoering van:
Instellingen of diensten die zich bezighouden met de feitelijke uitvoering van:
68. Railbouw, omvattende:
Bijlage 5
Vervallen
Bijlage 6
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 5.21a. Toedelingspercentage voor de belasting- en invorderingsrente en boeteontvangsten
De belasting- en invorderingsrente en boeteontvangsten die betrekking hebben op de opbrengsten van de gecombineerde heffing van de loonbelasting, inkomstenbelasting en de premie voor de volksverzekeringen, bedoeld in artikel 5.21, eerste lid, worden uitgesplitst volgens een voor de loonheffing en voor de inkomensheffing gezamenlijk vastgesteld toedelingspercentage.
Het toedelingspercentage, bedoeld in het eerste lid, wordt in overleg tussen de beheerders van de fondsen voor de volksverzekeringen en de Minister van Financiën voorafgaand aan het belasting/premiejaar vastgesteld en wordt gebaseerd op de transactieramingen voor het desbetreffende belasting/premiejaar.
§ 3. Rijksbijdrage WKB
§ 4. Rijksbijdrage Remigratiewet
§ 5. Rijksbijdrage budgetten Tijdelijke regeling aanvullende dienstverlening
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Artikel 6.1a. Overgangsrecht
Vervallen
Bijlage 1. behorend bij artikel 5.2
68. Railbouw, omvattende:
Het (doen) uitvoeren van werkzaamheden aangaande het (aan)leggen van een verdicht ballastbed, dwarsliggers en rails op bouwrijp gemaakte spoordijken, spoorbruggen, viaducten en tunnels, alsmede het verrichten van herstel en onderhoud (operationeel beheer) aan genoemde railstructuren, alsmede de verhuur met bemanning van specifiek groot materieel
Het (doen) uitvoeren van werkzaamheden aangaande het (aan)leggen van een verdicht ballastbed, dwarsliggers en rails op bouwrijp gemaakte spoordijken, spoorbruggen, viaducten en tunnels, alsmede het verrichten van herstel en onderhoud (operationeel beheer) aan genoemde railstructuren, alsmede de verhuur met bemanning van specifiek groot materieel
69. Telecommunicatie, omvattende:
Bijlage 7
Vervallen
Bijlage 8
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 5.40b. Uitvoeringskosten Hosting CompetentNL
Onder de hosting van CompetentNL wordt in dit artikel verstaan de door het UWV te verrichten taken op grond van artikel 3.15 van de Regeling SUWI.
De rijksbijdrage aan het UWV, bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel e, van de Wet SUWI komt voor zover deze strekt tot vergoeding van de uitvoeringskosten van het UWV voor Hosting CompetentNL ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds. De uitvoeringskosten van het UWV voor Hosting CompetentNL komen ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds.
Voor de datum, bedoeld in de eerste volzin van artikel 5.3, eerste lid, van de Regeling SUWI, verstrekt het UWV aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende jaar geraamde uitvoeringskosten voor de hosting van CompetentNL. De eerste zin is niet van toepassing op de geraamde uitvoeringskosten voor de hosting van CompetentNL voor het jaar 2026.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stort op de rekening-courant van het UWV, bedoeld in artikel 120, eerste lid, van de Wfsv, maandelijks een voorschot ter hoogte van 1/12e deel van het bedrag, bedoeld in het derde lid, met als valutadag de vijftiende dag van elke kalendermaand.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan na overleg met het UWV van het bedrag, bedoeld in het derde lid, afwijken.
In afwijking van het vierde lid wordt het maandelijkse voorschot van de rijksbijdrage hosting van CompetentNL voor het jaar 2026 gebaseerd op een totaalbedrag van € 780.000.
In het jaarverslag, bedoeld in artikel 49, eerste lid, van de Wet SUWI, neemt het UWV de gerealiseerde uitvoeringskosten en de ontvangen voorschotten op.
Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, rekent de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar.
§ 4. Rijksbijdrage Remigratiewet
§ 5. Rijksbijdrage budgetten Tijdelijke regeling aanvullende dienstverlening
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Bijlage 1. behorend bij artikel 5.2
66. Overheid, overige instellingen, omvattende:
ten behoeve van deze werkzaamheden.
69. Telecommunicatie, omvattende:
Bijlage 9
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)