Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van 16 oktober 2007, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies ten behoeve van de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling (Besluit stimulering duurzame energieproductie)

15 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
2024-07-01
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
2022-03-26
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
2020-11-01
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
2017-10-21
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
2017-04-01
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
2015-05-30
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie — art
2015-03-18
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
2012-03-13
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
2011-07-01
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie — art
2010-10-01
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie — art
2009-12-22
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie — art
2009-03-27
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie

Wijzigingen op 2009-03-27

@@ -40,7 +40,11 @@
- l. garantie van oorsprong: een garantie van oorsprong voor als bedoeld in [artikel 1, onderdeel x, van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=1);
- m. certificaat voor elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling: een certificaat als bedoeld in [artikel 31, negende lid, onderdeel c, van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=31).
- m. certificaat voor elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling: een certificaat als bedoeld in [artikel 31, negende lid, onderdeel c, van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=31);
- n. gebundelde aanvraag: de bundeling van maximaal 250 aanvragen om subsidieverlening voor productie-installaties die behoren tot dezelfde categorie productie-installaties in één aanvraag om subsidieverlening;
- o. productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee: een productie-installatie die is opgericht op een afstand van meer dan één kilometer zeewaarts van de laagwaterlijn, bedoeld in de [artikelen 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003748&artikel=1), en [2, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003748&artikel=2) en die niet is gelegen binnen een gemeentelijke grens, waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd met behulp van windenergie.
2. Bij ministeriële regeling kunnen andere hernieuwbare energiebronnen dan genoemd in het eerste lid, onderdeel a, worden aangewezen.
@@ -58,35 +62,41 @@
##### Artikel 3
1. Geen subsidie als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2008-04-01&g=2008-04-01) wordt verstrekt indien voor dezelfde productie-installatie reeds op grond van [artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=72m) subsidie van meer dan € 0,00 is verstrekt, tenzij:
- a. subsidie wordt gevraagd op basis van zowel [artikel 2, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2008-04-01&g=2008-04-01), als [artikel 2, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2008-04-01&g=2008-04-01);
1. Geen subsidie als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2009-03-27&g=2009-03-27) wordt verstrekt indien voor dezelfde productie-installatie reeds op grond van [artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=72m) subsidie van meer dan € 0,00 is verstrekt, tenzij:
- a. subsidie wordt gevraagd op basis van zowel [artikel 2, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2009-03-27&g=2009-03-27), als [artikel 2, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2009-03-27&g=2009-03-27);
- b. de productie-installatie ingrijpend wordt uitgebreid of geheel wordt vervangen;
- c. het een productie-installatie betreft die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties en die ingrijpend wordt gerenoveerd;
- d. het een productie-installatie betreft die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd door middel van biomassa of waarmee elektriciteit wordt opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling.
2. Geen subsidie als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2008-04-01&g=2008-04-01) wordt verstrekt indien voor dezelfde productie-installatie reeds op grond van [artikel 2 van de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties](onbekend), tenzij:
- a. subsidie wordt gevraagd op basis van zowel [artikel 2, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2008-04-01&g=2008-04-01), als [artikel 2, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2008-04-01&g=2008-04-01);
- c. het een productie-installatie betreft die ingrijpend wordt gerenoveerd en behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie te renoveren productie-installaties;
- d. het een productie-installatie betreft die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd door middel van biomassa of waarmee elektriciteit wordt opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling;
- e. er op de datum van de aanvraag van subsidie op grond van dit besluit geen voorschotten op grond van [artikel 72w van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=72w) zoals dat luidde op 31 december 2006 zijn verstrekt en de periode waarover op grond van [artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=72m) zoals dat luidde op 31 december 2006 subsidie is verstrekt, is aangevangen op 31 december 2007.
2. Geen subsidie als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2009-03-27&g=2009-03-27) wordt verstrekt indien voor dezelfde productie-installatie reeds op grond van [artikel 2 van de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties](onbekend), tenzij:
- a. subsidie wordt gevraagd op basis van zowel [artikel 2, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2009-03-27&g=2009-03-27), als [artikel 2, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2009-03-27&g=2009-03-27);
- b. de productie-installatie ingrijpend wordt uitgebreid of geheel wordt vervangen;
- c. het een productie-installatie betreft die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties en die ingrijpend wordt gerenoveerd.
3. Geen subsidie als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2008-04-01&g=2008-04-01) wordt verstrekt indien voor dezelfde productie-installatie reeds op grond van dit besluit subsidie is verstrekt, tenzij:
- a. subsidie wordt gevraagd op basis van zowel [artikel 2, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2008-04-01&g=2008-04-01), als [artikel 2, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2008-04-01&g=2008-04-01);
- c. het een productie-installatie betreft die ingrijpend wordt gerenoveerd en behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie te renoveren productie-installaties.
3. Geen subsidie als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2009-03-27&g=2009-03-27) wordt verstrekt indien voor dezelfde productie-installatie reeds op grond van dit besluit subsidie is verstrekt, tenzij:
- a. subsidie wordt gevraagd op basis van zowel [artikel 2, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2009-03-27&g=2009-03-27), als [artikel 2, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2009-03-27&g=2009-03-27);
- b. de productie-installatie ingrijpend wordt uitgebreid of geheel wordt vervangen;
- c. het een productie-installatie betreft die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties die ingrijpend wordt gerenoveerd;
- d. het een productie-installatie betreft waarvoor reeds eerder subsidie op grond van dit besluit is verstrekt voor een of meer periodes van een bij ministeriële regeling te bepalen duur.
4. Geen subsidie als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2008-04-01&g=2008-04-01) wordt verstrekt indien de productie-installatie in gebruik is genomen voor de datum waarop de subsidie is aangevraagd en waarvoor geen subsidie op grond van [artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=72m), [artikel 2 van de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties](onbekend) of dit besluit is verstrekt, tenzij:
- c. het een productie-installatie betreft die ingrijpend wordt gerenoveerd en behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie te renoveren productie-installaties;
- d. het een productie-installatie betreft waarvoor reeds eerder subsidie op grond van dit besluit is verstrekt voor een of meer periodes van een bij ministeriële regeling te bepalen duur;
- e. de productie-installatie niet in gebruik is genomen, er tenminste vijf jaren zijn verstreken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening en die beschikking door Onze Minister is ingetrokken;
- f. het een productie-installatie betreft die behoort tot een op grond van [artikel 15, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=15&z=2009-03-27&g=2009-03-27), of [artikel 23, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=23&z=2009-03-27&g=2009-03-27), aangewezen categorie productie-installaties en die beschikking door Onze Minister is ingetrokken.
4. Geen subsidie als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2009-03-27&g=2009-03-27) wordt verstrekt indien de productie-installatie in gebruik is genomen voor de datum waarop de subsidie is aangevraagd en waarvoor geen subsidie op grond van [artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=72m), [artikel 2 van de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties](onbekend) of dit besluit is verstrekt, tenzij:
- a. de productie-installatie ingrijpend wordt uitgebreid of geheel wordt vervangen;
@@ -96,25 +106,25 @@
- d. het een bestaande productie-installatie voor warmtekrachtkoppeling betreft die voor het eerst de warmte nuttig zal gebruiken.
5. Geen subsidie als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2008-04-01&g=2008-04-01) wordt verstrekt indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, tenzij het een productie-installatie betreft die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties.
6. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het tweede tot en met het vijfde lid.
5. Geen subsidie als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2009-03-27&g=2009-03-27) wordt verstrekt indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, tenzij het een productie-installatie betreft die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties.
6. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het tweede tot en met het vijfde lid en het zevende lid.
7. Geen subsidie als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2009-03-27&g=2009-03-27) wordt verstrekt indien de productie-installatie hernieuwbare elektriciteit opwekt uit een hernieuwbare energiebron die geheel of gedeeltelijk bestaat uit hernieuwbaar gas dat afkomstig is uit een of meerdere productie-installaties waaraan op grond van dit besluit subsidie is verstrekt.
##### Artikel 4
Onze Minister kan reeds ontvangen of genoten overheidssteun dan wel in de toekomst te ontvangen of te genieten overheidssteun die er toe leidt dat de totale aan de producent verleende overheidssteun meer bedraagt dan is toegestaan ingevolge voor de Staat geldende verplichtingen krachtens een verdrag, in mindering brengen op de subsidie bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2008-04-01&g=2008-04-01).
Onze Minister kan reeds ontvangen of genoten overheidssteun dan wel in de toekomst te ontvangen of te genieten overheidssteun die er toe leidt dat de totale aan de producent verleende overheidssteun meer bedraagt dan is toegestaan ingevolge voor de Staat geldende verplichtingen krachtens een verdrag, in mindering brengen op de subsidie bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2009-03-27&g=2009-03-27).
##### Artikel 5
Indien sprake is van een situatie als bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onderdeel b, derde lid, onderdeel b of vierde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=3&z=2008-04-01&g=2008-04-01), komt uitsluitend hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling die als gevolg van deze uitbreiding extra is geproduceerd voor subsidie in aanmerking.
Indien sprake is van een situatie als bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onderdeel b, derde lid, onderdeel b of vierde lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=3&z=2009-03-27&g=2009-03-27), komt uitsluitend hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling die als gevolg van deze uitbreiding extra is geproduceerd voor subsidie in aanmerking.
##### Artikel 6
1. De periode waarover subsidie wordt verstrekt vangt aan op het in de beschikking tot subsidieverlening aangegeven tijdstip van ingebruikname van de productie-installatie, met dien verstande dat de periode waarover subsidie wordt verstrekt niet later aanvangt dan drie jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening.
2. Onze Minister kan op verzoek van de subsidie-ontvanger voorafgaand aan de periode waarover subsidie wordt verstekt, het tijdstip van aanvang van de periode waarover subsidie wordt verstrekt eenmaal wijzigen met dien verstande dat dit tijdstip niet later wordt vastgesteld dan een jaar na het oorspronkelijke tijdstip van aanvang.
3. Indien met toepassing van [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=3&z=2008-04-01&g=2008-04-01) subsidie wordt verstrekt zijn voor het vaststellen van de periode waarover subsidie wordt verstrekt het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder ingebruikname van de productie-installatie wordt verstaan de ingebruikname van de ingrijpend uitgebreide, de geheel vervangen of de ingrijpend gerenoveerde productie-installatie dan wel het moment waarop voor het eerst gebruik wordt gemaakt van hernieuwbare energiebronnen of de warmte voor het eerst nuttig wordt gebruikt.
1. De periode waarover subsidie wordt verstrekt vangt aan op het door de subsidie-ontvanger in zijn aanvraag aangegeven en in de beschikking tot subsidieverlening overgenomen tijdstip, met dien verstande dat de periode waarover subsidie wordt verstrekt niet later aanvangt dan vijf jaar, of indien op grond van [artikel 61, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=7&artikel=61&z=2009-03-27&g=2009-03-27), bij ministeriële regeling een kortere termijn wordt vastgesteld waarbinnen de productie-installatie in gebruik moet worden genomen, de in die regeling vastgestelde termijn, na de datum van de beschikking tot subsidieverlening. Indien Onze Minister op grond van [artikel 62, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=7&artikel=62&z=2009-03-27&g=2009-03-27), ontheffing aan de subsidie-ontvanger heeft verleend voor het vertragen van het projectplan, vangt de periode waarover subsidie wordt verstrekt aan op de in de ontheffing opgenomen datum.
2. Onze Minister kan op verzoek van de subsidie-ontvanger voorafgaand aan de periode waarover subsidie wordt verstrekt, het tijdstip van aanvang van de periode waarover subsidie wordt verstrekt eenmaal wijzigen met dien verstande dat dit tijdstip niet later wordt vastgesteld dan een jaar na het oorspronkelijke tijdstip van aanvang.
##### Artikel 7
@@ -134,11 +144,11 @@
##### Artikel 9
De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=8&z=2008-04-01&g=2008-04-01), wordt gekozen voor verdeling op volgorde van binnenkomst.
De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=8&z=2009-03-27&g=2009-03-27), wordt gekozen voor verdeling op volgorde van binnenkomst.
##### Artikel 10
1. Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, een subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van hernieuwbare elektriciteit. Daarbij wordt per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond vastgesteld.
1. Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond of voor meerdere categorieën tezamen één subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van hernieuwbare elektriciteit.
2. Bij ministeriële regeling kunnen perioden worden vastgesteld waarbinnen de aanvragen ontvangen moeten zijn.
@@ -158,33 +168,41 @@
##### Artikel 12
Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het basisbedrag, bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2008-04-01&g=2008-04-01) en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=16&z=2008-04-01&g=2008-04-01), een basiselektriciteitsprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties.
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het basisbedrag, bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2009-03-27&g=2009-03-27) en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=16&z=2009-03-27&g=2009-03-27), een basiselektriciteitsprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties.
2. Binnen een categorie productie-installaties kunnen verschillende basiselektriciteitsprijzen gelden die gerelateerd zijn aan de hoeveelheid geproduceerde kWh die voor subsidie in aanmerking komt.
3. De hoogte van de basiselektriciteitsprijs bedraagt tweederde van de lange termijn elektriciteitsprijs. Indien hernieuwbare elektriciteit wordt opgewekt uit wind, wordt de basiselektriciteitsprijs vermenigvuldigd met de factor 1,25.
##### Artikel 13
Het basisbedrag, bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=11&z=2008-04-01&g=2008-04-01), en de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2008-04-01&g=2008-04-01), die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
Het basisbedrag, bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=11&z=2009-03-27&g=2009-03-27), en de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2009-03-27&g=2009-03-27), die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
##### Artikel 14
1. Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het basisbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met:
- a. de elektriciteitsprijs of, indien de elektriciteitsprijs lager is dan de in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2008-04-01&g=2008-04-01) bedoelde basiselektriciteitsprijs, de in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2008-04-01&g=2008-04-01) bedoelde basiselektriciteitsprijs;
- a. de elektriciteitsprijs of, indien de elektriciteitsprijs lager is dan de in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2009-03-27&g=2009-03-27) bedoelde basiselektriciteitsprijs, de in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2009-03-27&g=2009-03-27) bedoelde basiselektriciteitsprijs;
- b. de waarde van garanties van oorsprong;
- c. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van hernieuwbare elektriciteit en de relevante gemiddelde marktprijs van elektriciteit en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid.
2. In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het basisbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per kWh in verband met de opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in [titel 16.2 van de Wet milieubeheer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&titeldeel=16.2).
3. Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en tweede lid bedoelde correcties voor het voorgaande kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties.
4. Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en tweede lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties.
5. Indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende bedrag vaststellen.
6. Indien een productie-installatie ingrijpend wordt gerenoveerd, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende bedrag vaststellen.
7. Indien het ingevolge het eerste, tweede, vijfde of zesde lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.
2. De elektriciteitsprijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt de gemiddelde waarde voor elektriciteit, verminderd met de profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en met de onbalanskosten.
3. Indien elektriciteit wordt opgewekt uit wind, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid vermenigvuldigd met de factor 1,25.
4. In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het basisbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per kWh in verband met de opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in [titel 16.2 van de Wet milieubeheer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&titeldeel=16.2).
5. Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en vierde lid bedoelde correcties en de in het tweede lid bedoelde profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en onbalanskosten voor het voorgaande kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2009-03-27&g=2009-03-27) verschillende basiselektriciteitsprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld.
6. Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en vierde lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2009-03-27&g=2009-03-27) verschillende basiselektriciteitsprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld en waarbij voor de elektriciteitsprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 oktober tot en met 30 september voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd en voor de profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en onbalanskosten de waarden die op grond van het vierde lid zijn vastgesteld. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste en vierde lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld.
7. Indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende bedrag vaststellen.
8. Indien een productie-installatie ingrijpend wordt gerenoveerd, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende bedrag vaststellen.
9. Indien het ingevolge het eerste, vierde, zevende of achtste lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.
##### Artikel 15
@@ -194,7 +212,7 @@
- 1°. het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie voor hernieuwbare elektriciteit in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op een elektriciteitsnet heeft ingevoed, met
- 2°. het voor het betreffende kalenderjaar op basis van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2008-04-01&g=2008-04-01) geldende gecorrigeerde basisbedrag, en
- 2°. het voor het betreffende kalenderjaar op basis van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2009-03-27&g=2009-03-27) geldende gecorrigeerde basisbedrag, en
- b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen.
@@ -202,23 +220,25 @@
3. Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal kWh, bedoeld in het tweede lid, voor een categorie van productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald.
4. Indien een subsidie-ontvanger hernieuwbare elektriciteit opwekt met een bij ministeriële regeling aangewezen productie-installatie, wordt bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, ten eerste, opgeteld het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering, bedoeld in [artikel 1 van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016021&artikel=1) zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op de eigen installatie heeft ingevoed.
##### Artikel 16
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het basisbedrag, bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=11&z=2008-04-01&g=2008-04-01), en de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2008-04-01&g=2008-04-01), vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het basisbedrag, bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=11&z=2009-03-27&g=2009-03-27), en de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2009-03-27&g=2009-03-27), vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.
#### § 3.3. Subsidie volgorde rangschikking
##### Artikel 17
De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=8&z=2008-04-01&g=2008-04-01), wordt gekozen voor verdeling op volgorde van rangschikking.
De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.1&artikel=8&z=2009-03-27&g=2009-03-27), wordt gekozen voor verdeling op volgorde van rangschikking.
##### Artikel 18
Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, een subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van hernieuwbare elektriciteit voor in de bij die regeling vastgestelde periode ontvangen aanvragen. Daarbij wordt per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond vastgesteld.
Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond of voor meerdere categorieën tezamen één subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van hernieuwbare elektriciteit.
##### Artikel 19
1. Bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt door de producent een tenderbedrag per kWh opgegeven.
1. Bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt door de producent een tenderbedrag per kWh opgegeven. Bij een gebundelde aanvraag is het door de producent opgegeven tenderbedrag van toepassing op alle aanvragen die deel uitmaken van de gebundelde aanvraag.
2. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per categorie productie-installaties een maximum tenderbedrag per kWh voor hernieuwbare elektriciteit bepaald.
@@ -226,31 +246,39 @@
##### Artikel 20
Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het tenderbedrag, bedoeld in [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2008-04-01&g=2008-04-01), en de vaststelling van bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=24&z=2008-04-01&g=2008-04-01), een basiselektriciteitsprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties.
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het tenderbedrag, bedoeld in [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2009-03-27&g=2009-03-27), en de vaststelling van bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=24&z=2009-03-27&g=2009-03-27), een basiselektriciteitsprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties.
2. Binnen een categorie productie-installaties kunnen verschillende basiselektriciteitsprijzen gelden die gerelateerd zijn aan de hoeveelheid geproduceerde kWh die voor subsidie in aanmerking komt.
3. De hoogte van de basiselektriciteitsprijs bedraagt tweederde van de lange termijn elektriciteitsprijs. Indien hernieuwbare elektriciteit wordt opgewekt uit wind, wordt de basiselektriciteitsprijs vermenigvuldigd met de factor 1,25.
##### Artikel 21
1. Het door de producent opgegeven tenderbedrag, bedoeld in [artikel 19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=19&z=2008-04-01&g=2008-04-01), geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
2. De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=20&z=2008-04-01&g=2008-04-01), die geldt op het moment van aanvraag van de subsidie, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
1. Het door de producent opgegeven tenderbedrag, bedoeld in [artikel 19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=19&z=2009-03-27&g=2009-03-27), geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
2. De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=20&z=2009-03-27&g=2009-03-27), die geldt op het moment van aanvraag van de subsidie, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
##### Artikel 22
1. Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het tenderbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met:
- a. de elektriciteitsprijs of, indien de elektriciteitsprijs lager is dan de in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=20&z=2008-04-01&g=2008-04-01) bedoelde basiselektriciteitsprijs, de in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=20&z=2008-04-01&g=2008-04-01) bedoelde basiselektriciteitsprijs;
- a. de elektriciteitsprijs of, indien de elektriciteitsprijs lager is dan de in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=20&z=2009-03-27&g=2009-03-27) bedoelde basiselektriciteitsprijs, de in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=20&z=2009-03-27&g=2009-03-27) bedoelde basiselektriciteitsprijs;
- b. de waarde van de garanties van oorsprong;
- c. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van hernieuwbare elektriciteit en de relevante gemiddelde marktprijs van elektriciteit en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid.
2. In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het tenderbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per kWh opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel [16.2 van de Wet milieubeheer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&titeldeel=16.2).
3. Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en tweede lid bedoelde correcties voor het voorgaande kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties.
4. Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en tweede lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties.
5. Indien het ingevolge het eerste of tweede lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.
2. De elektriciteitsprijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt de gemiddelde waarde voor elektriciteit, verminderd met de profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en met de onbalanskosten.
3. Indien elektriciteit wordt opgewekt uit wind, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid vermenigvuldigd met de factor 1,25.
4. In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het tenderbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per kWh opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel [16.2 van de Wet milieubeheer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&titeldeel=16.2).
5. Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en vierde lid bedoelde correcties en de in het tweede lid bedoelde profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en onbalanskosten voor het voorgaande kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=20&z=2009-03-27&g=2009-03-27) verschillende basiselektriciteitsprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld.
6. Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en vierde lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=20&z=2009-03-27&g=2009-03-27) verschillende basiselektriciteitsprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld en waarbij voor de elektriciteitsprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 oktober tot en met 30 september voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd en voor de profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en onbalanskosten de waarden die op grond van het vierde lid zijn vastgesteld. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste en vierde lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld.
7. Indien het ingevolge het eerste of vierde lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.
##### Artikel 23
@@ -260,7 +288,7 @@
- 1°. het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie voor hernieuwbare elektriciteit in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op een elektriciteitsnet heeft ingevoed, met
- 2°. het voor het betreffende kalenderjaar op basis van [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2008-04-01&g=2008-04-01) geldende gecorrigeerde basisbedrag, en
- 2°. het voor het betreffende kalenderjaar op basis van [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2009-03-27&g=2009-03-27) geldende gecorrigeerde basisbedrag, en
- b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen.
@@ -268,9 +296,11 @@
3. Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal kWh, bedoeld in het tweede lid voor een categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald.
4. Indien een subsidie-ontvanger hernieuwbare elektriciteit opwekt met een bij ministeriële regeling aangewezen productie-installatie, wordt bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, ten eerste, opgeteld het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong voor niet-netlevering, bedoeld in [artikel 1 van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016021&artikel=1) zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op de eigen installatie heeft ingevoed.
##### Artikel 24
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het tenderbedrag, bedoeld in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=19&z=2008-04-01&g=2008-04-01), en de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=20&z=2008-04-01&g=2008-04-01), vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het tenderbedrag, bedoeld in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=19&z=2009-03-27&g=2009-03-27), en de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=20&z=2009-03-27&g=2009-03-27), vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.
#### § 4. Subsidie voor hernieuwbaar gas
@@ -282,444 +312,510 @@
2. Indien voor de productie van hernieuwbaar gas door een bepaalde categorie productie-installaties subsidie wordt verleend, wordt bij ministeriële regeling de wijze van verdeling van de subsidie bepaald.
#### § 4.1. Algemeen
##### Artikel 26
De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge [artikel 25, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.1&artikel=25&z=2009-03-27&g=2009-03-27), wordt gekozen voor verdeling op volgorde van binnenkomst.
##### Artikel 27
1. Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond of voor meerdere categorieën tezamen één subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van hernieuwbaar gas.
2. Bij ministeriële regeling kunnen perioden worden vastgesteld waarbinnen de aanvragen ontvangen moeten zijn.
##### Artikel 28
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per categorie productie-installaties een basisbedrag per Nm3 aardgasequivalent vastgesteld voor de subsidie voor de productie van hernieuwbaar gas.
2. Het basisbedrag bedraagt ten hoogste de gemiddelde kosten per Nm3 aardgasequivalent voor het produceren van hernieuwbaar gas per categorie van productie-installaties.
3. Voor de Nm3 aardgasequivalent die voor subsidie in aanmerking komen kunnen verschillende basisbedragen gelden die zijn gerelateerd aan:
- a. de hoeveelheid geproduceerde Nm3 aardgasequivalent die voor subsidie in aanmerking komt;
- b. het aantal vollasturen van de productie-installatie;
- c. het rendement van de productie-installatie.
##### Artikel 29
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het basisbedrag, bedoeld in [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=31&z=2009-03-27&g=2009-03-27) en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=33&z=2009-03-27&g=2009-03-27), een basisgasprijs per Nm3 aardgasequivalent vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties.
2. De hoogte van de basisgasprijs bedraagt tweederde van de lange termijn gasprijs.
##### Artikel 30
Het basisbedrag, bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=28&z=2009-03-27&g=2009-03-27), en de basisgasprijs, bedoeld in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=29&z=2009-03-27&g=2009-03-27), die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
##### Artikel 31
1. Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het basisbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met:
- a. de gasprijs of, indien de gasprijs lager is dan de in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=29&z=2009-03-27&g=2009-03-27) bedoelde basisgasprijs, de in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=29&z=2009-03-27&g=2009-03-27) bedoelde basisgasprijs;
- b. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van de hernieuwbaar gas en de relevante gemiddelde marktprijs van gas en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid.
2. De gasprijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt de gemiddelde waarde voor gas.
3. In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het basisbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per Nm3 aardgasequivalent in verband met opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in [titel 16.2 van de Wet milieubeheer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&titeldeel=16.2).
4. Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en derde lid bedoelde correcties vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties.
5. Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en derde lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties, waarbij voor de gasprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 oktober tot en met 30 september voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste en derde lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld.
6. Indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende subsidiebedrag vaststellen.
7. Indien een productie-installatie ingrijpend wordt gerenoveerd, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende subsidiebedrag vaststellen.
8. Indien het ingevolge het eerste, derde, zesde of zevende lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.
##### Artikel 32
1. De subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt wordt bepaald door:
- a. met elkaar te vermenigvuldigen:
- 1°. het aantal Nm3 aardgasequivalent dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt die een producent van hernieuwbaar gas in dat kalenderjaar heeft geproduceerd en op een gasnet heeft ingevoed, met
- 2°. het voor het betreffende kalenderjaar op basis van [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=31&z=2009-03-27&g=2009-03-27) geldende gecorrigeerde basisbedrag, en
- b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen.
2. Het aantal Nm3 aardgasequivalent dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal Nm3 aardgasequivalent dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen.
3. Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal Nm3 aardgasequivalent, bedoeld in het tweede lid, per categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald.
##### Artikel 33
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het basisbedrag, bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=28&z=2009-03-27&g=2009-03-27), en de basisgasprijs, bedoeld in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=29&z=2009-03-27&g=2009-03-27), vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal Nm3 aardgasequivalent.
#### § 4.3. Subsidie volgorde rangschikking
##### Artikel 34
De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge [artikel 25, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.1&artikel=25&z=2009-03-27&g=2009-03-27), wordt gekozen voor verdeling op volgorde van rangschikking.
##### Artikel 35
Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond of voor meerdere categorieën tezamen één subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van hernieuwbaar gas.
##### Artikel 36
1. Bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt door de producent een tenderbedrag per Nm3 aardgasequivalent opgegeven. Bij een gebundelde aanvraag is het door de producent opgegeven tenderbedrag van toepassing op alle aanvragen die deel uitmaken van de gebundelde aanvraag.
2. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per categorie productie-installaties een maximum tenderbedrag per Nm3 aardgasequivalent voor hernieuwbaar gas bepaald.
3. Het maximum tenderbedrag bedraagt maximaal de gemiddelde kosten per Nm3 aardgasequivalent voor het produceren van hernieuwbaar gas per categorie productie-installaties voor hernieuwbaar gas.
##### Artikel 37
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het tenderbedrag, bedoeld in [artikel 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=39&z=2009-03-27&g=2009-03-27), en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=41&z=2009-03-27&g=2009-03-27), een basisgasprijs per Nm3 aardgasequivalent vastgesteld die kan verschillen voor verschillende categorieën productie-installaties.
2. De hoogte van de basisgasprijs bedraagt tweederde van de lange termijn gasprijs.
##### Artikel 38
1. Het door de producent opgegeven tenderbedrag, bedoeld in [artikel 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=36&z=2009-03-27&g=2009-03-27), geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
2. De basisgasprijs, bedoeld in [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=37&z=2009-03-27&g=2009-03-27), die geldt op het moment van aanvraag van de subsidie, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
##### Artikel 39
1. Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het tenderbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met:
- a. de gasprijs of, indien de gasprijs lager is dan de in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=29&z=2009-03-27&g=2009-03-27) bedoelde basisgasprijs is, de in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=29&z=2009-03-27&g=2009-03-27) bedoelde basisgasprijs;
- b. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van het hernieuwbaar gas en de relevante gemiddelde marktprijs van gas en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid.
2. De gasprijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt de gemiddelde waarde voor gas.
3. In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het tenderbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per Nm3 aardgasequivalent in verband met opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in [titel 16.2 van de Wet milieubeheer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&titeldeel=16.2).
4. Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en derde lid bedoelde correcties vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties.
5. Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en derde lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties, waarbij voor de gasprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 oktober tot en met 30 september voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste en derde lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld.
6. Indien het ingevolge het eerste of derde lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.
##### Artikel 40
1. De subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt wordt bepaald door:
- a. met elkaar te vermenigvuldigen:
- 1°. het aantal Nm3 aardgasequivalent dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt die een producent van hernieuwbaar gas in dat kalenderjaar heeft geproduceerd en op een gasnet heeft ingevoed, met
- 2°. het voor het betreffende kalenderjaar op basis van [artikel 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=39&z=2009-03-27&g=2009-03-27) geldende gecorrigeerde basisbedrag, en
- b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen.
2. Het aantal Nm3 aardgasequivalent dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal Nm3 aardgasequivalent dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen.
3. Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal Nm3 aardgasequivalent, bedoeld in het tweede lid, per categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald.
##### Artikel 41
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het tenderbedrag, bedoeld in [artikel 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=36&z=2009-03-27&g=2009-03-27), en de basisgasprijs, bedoeld in [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=37&z=2009-03-27&g=2009-03-27), vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal Nm3 aardgasequivalent.
#### § 5. Subsidie voor elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling
#### § 5.1. Algemeen
##### Artikel 42
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, kunnen categorieën productie-installaties die elektriciteit produceren door middel van warmtekrachtkoppeling worden aangewezen waarvoor subsidie kan worden verleend.
2. Indien voor een categorie productie-installaties die elektriciteit opwekt door middel van warmtekrachtkoppeling subsidie wordt verleend, wordt bij ministeriële regeling de wijze van verdeling van de subsidie bepaald.
#### § 5.1. Algemeen
##### Artikel 43
De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge [artikel 42, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.1&artikel=42&z=2009-03-27&g=2009-03-27), wordt gekozen voor verdeling op volgorde van binnenkomst.
##### Artikel 44
1. Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond of voor meerdere categorieën tezamen één subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling.
2. Bij ministeriële regeling kunnen perioden worden vastgesteld waarbinnen de aanvragen ontvangen moeten zijn.
##### Artikel 45
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, worden per categorie van productie-installaties jaarlijks voor 1 november voorafgaand aan een kalenderjaar subsidiebedragen per kWh waarvoor certificaten voor elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling zijn verstrekt, vastgesteld.
2. Het subsidiebedrag bedraagt ten hoogste het verschil in de gemiddelde productiekosten van warmte en elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling en de gemiddelde marktprijzen van warmte en elektriciteit.
3. Voor de kWh die voor subsidie in aanmerking komen, kunnen verschillende bedragen gelden die zijn gerelateerd aan het aantal vollasturen van de productie-installatie.
##### Artikel 46
De subsidiebedragen, bedoeld in [artikel 45, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=45&z=2009-03-27&g=2009-03-27), die gelden op de eerste dag van een kalenderjaar, gelden voor dat kalenderjaar.
##### Artikel 47
1. Indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op de ingevolge [artikel 45, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=45&z=2009-03-27&g=2009-03-27), geldende subsidiebedragen vaststellen.
2. Indien een productie-installatie ingrijpend wordt gerenoveerd, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op de ingevolge [artikel 45, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=45&z=2009-03-27&g=2009-03-27), geldende subsidiebedragen vaststellen.
3. Indien het ingevolge het eerste of tweede geldende subsidiebedrag negatief is, bedraagt het subsidiebedrag nul.
##### Artikel 48
1. De subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt wordt bepaald door:
- a. met elkaar te vermenigvuldigen:
- 1°. het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor certificaten voor elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling zijn uitgegeven, die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie een hoeveelheid elektriciteit heeft opgewekt en op een elektriciteitsnet of een Nederlandse installatie heeft ingevoed, met
- 2°. de voor het betreffende kalenderjaar op basis van [artikel 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=45&z=2009-03-27&g=2009-03-27) geldende subsidiebedragen of op basis van [artikel 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=47&z=2009-03-27&g=2009-03-27) geldende gecorrigeerde subsidiebedragen, en
- b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen.
2. Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen.
3. Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal kWh, bedoeld in het tweede lid, per categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald.
##### Artikel 49
1. Bij ministeriële regeling wordt een subsidiebedrag per kWh vastgesteld waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld.
2. Het subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, dat geldt op het moment van aanvraag van de subsidie, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
3. De subsidie bedraagt ten hoogste het bedrag, bedoeld in het eerste lid, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.
#### § 5.3. Subsidie volgorde rangschikking
##### Artikel 50
De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge [artikel 42, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.1&artikel=42&z=2009-03-27&g=2009-03-27), wordt gekozen voor verdeling op volgorde van rangschikking.
##### Artikel 51
Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond of voor meerdere categorieën tezamen één subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling.
##### Artikel 52
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, worden per categorie productie-installaties jaarlijks voor 1 november voorafgaand aan een kalenderjaar maximum bedragen per kWh waarvoor certificaten voor elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling zijn verstrekt, vastgesteld.
2. Het maximum bedrag per kWh bedraagt ten hoogste het verschil in de gemiddelde productiekosten van warmte en elektriciteit door middel van warmtekrachtkoppeling en de gemiddelde marktprijzen van warmte en elektriciteit.
3. Voor de kWh die voor subsidie in aanmerking komen, kunnen verschillende bedragen gelden die zijn gerelateerd aan het aantal vollasturen van de productie-installatie.
4. Bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt door de producent een percentage opgegeven waarmee de maximum bedragen per kWh in de beschikking tot subsidieverlening gekort zal worden. Bij een gebundelde aanvraag is het door de producent opgegeven percentage van toepassing op alle aanvragen die deel uitmaken van de gebundelde aanvraag.
##### Artikel 53
1. De maximum bedragen, bedoeld in [artikel 52, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=52&z=2009-03-27&g=2009-03-27), die gelden op de eerste dag van elk kalenderjaar, gelden voor dat kalenderjaar.
2. Het percentage, bedoeld in [artikel 52, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=52&z=2009-03-27&g=2009-03-27), geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
##### Artikel 54
1. De subsidie bedraagt de som van de bedragen die in elk jaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt worden vastgesteld door het voor dat jaar geldende subsidiebedrag, bedoeld in [artikel 52, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=52&z=2009-03-27&g=2009-03-27), te korten met het percentage, bedoeld in [artikel 52, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=52&z=2009-03-27&g=2009-03-27), en de uitkomst hiervan te vermenigvuldigen met het aantal kWh dat voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor certificaten zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie een hoeveelheid elektriciteit heeft geproduceerd door middel van warmtekrachtkoppeling en deze op een elektriciteitsnet of een Nederlandse installatie heeft ingevoed en die betrekking hebben op het desbetreffende jaar.
2. Jaarlijks wordt subsidie verstrekt tot een bij de beschikking tot subsidieverlening bepaald maximum aantal kWh.
3. Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal kWh, bedoeld in het tweede lid, per categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald.
##### Artikel 55
1. Bij ministeriële regeling wordt een bedrag per kWh vastgesteld waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld.
2. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, dat geldt op het moment van aanvraag van de subsidie, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
3. De subsidie bedraagt ten hoogste het bedrag, bedoeld in het eerste lid, gekort met het percentage, bedoeld in [artikel 52, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=52&z=2009-03-27&g=2009-03-27), vermenigvuldigd met het aantal in de beschikking tot subsidieverlening bepaald maximum kWh.
#### § 6. Algemene bepalingen over aanvraag en beslissing op de aanvraag
##### Artikel 56
1. Een aanvraag om subsidieverlening wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig het model dat bij ministeriële regeling is vastgesteld. Bij ministeriële regeling kan een categorie productie-installaties worden aangewezen waarvoor een gebundelde aanvraag kan worden ingediend.
2. Indien dit op het formulier is vermeld, gaat een aanvraag vergezeld van:
- a. een omschrijving van iedere productie-installatie waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
- b. een onderbouwde opgave van de hoeveelheid op te wekken en in te voeden kWh of Nm3 per kalenderjaar gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt van iedere productie-installatie;
- c. indien voor de productie-installatie één of meer vergunningen op grond van de [Woningwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181), de [Wet Milieubeheer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245), de [Wet beheer rijkswaterstaatswerken](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008331) of de [Wet op de Ruimtelijke ordening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375) zijn vereist, de door het bevoegd gezag verleende vergunningen;
- d. een plan voor het in gebruik nemen en exploiteren van iedere productie-installatie;
- e. een financiële onderbouwing van iedere productie-installatie waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
- f. indien de subsidie-aanvrager een samenwerkingsverband is, een overzicht van de deelnemers aan het samenwerkingsverband;
- g. overige op het formulier aangegeven bescheiden.
3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de gegevens die op grond van lid 2, onderdelen a tot en met g, overgelegd moeten worden.
##### Artikel 57
1. Onze Minister beslist op een aanvraag:
- a. om een subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling die wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst, binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag;
- b. om een subsidie voor hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling die wordt verdeeld op volgorde van rangschikking, binnen dertien weken na de laatste dag van de bij ministeriële regeling vastgestelde periode.
2. De in het eerste lid genoemde perioden kunnen éénmaal met ten hoogste dertien weken worden verlengd.
3. Indien een gebundelde aanvraag niet leidt tot subsidieverlening door Onze Minister, kan een gebundelde aanvraag worden behandeld als één aanvraag.
4. Indien Onze Minister aan de aanvrager van een gebundelde aanvraag subsidie verstrekt, verstrekt Onze Minister per productie-installatie die onderdeel is van de gebundelde aanvraag een beschikking tot subsidieverlening.
##### Artikel 58
1. Ingeval van verdeling op volgorde van binnenkomst, verdeelt Onze Minister het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van [artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:5) de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als datum van ontvangst geldt.
2. Indien honorering van alle aanvragen die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond zou worden overschreden, stelt Onze Minister de volgorde van ontvangst van deze aanvragen vast door middel van loting.
3. Aanvragen die worden ontvangen op werkdagen na 17.00 uur of andere dagen, worden aangemerkt als ontvangen op de eerstvolgende werkdag.
4. In geval van loting wordt een gebundelde aanvraag behandeld als één aanvraag.
##### Artikel 59
Onze Minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:
- a. de aanvraag niet voldoet aan dit besluit en de daarop berustende bepalingen;
- b. hij het onaannemelijk acht dat de productie-installatie binnen vier jaar of binnen de bij of krachtens [artikel 61, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=7&artikel=61&z=2009-03-27&g=2009-03-27), vastgestelde termijn in gebruik wordt genomen;
- c. onvoldoende vertrouwen bestaat in de economische haalbaarheid van de productie-installatie.
##### Artikel 60
1. Onze Minister rangschikt de aanvragen waarop niet met toepassing van het [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=6&artikel=59&z=2009-03-27&g=2009-03-27) afwijzend wordt beslist zodanig dat een aanvraag hoger wordt gerangschikt indien:
- a. voor hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbaar gas het tenderbedrag per kWh of per Nm3 lager is;
- b. voor elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling het kortingspercentage hoger is;
- c. er meer sprake is van technologische- of brandstofinnovatie;
- d. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbaar gas sprake is van meer netto broeikasgas-reductie ten opzichte van de productie van energie uit niet-hernieuwbare bronnen;
- e. voor elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling meer sprake is van het vermijden van negatieve externe effecten door het verminderen van emissies van kooldioxide.
2. Voor de rangschikking kunnen bij ministeriële regeling regels worden vastgesteld met betrekking tot:
- a. wegingsfactoren voor de criteria, bedoeld in het eerste lid;
- b. de toepassing van de criteria, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c, d en e.
3. Onze Minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van rangschikking van de aanvragen.
4. Indien honorering van alle aanvragen die gelijk zijn gerangschikt ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond zou worden overschreden, stelt Onze Minister de onderlinge rangschikking van deze aanvragen vast door middel van loting.
5. Een gebundelde aanvraag wordt voor de toepassing van dit artikel behandeld als één aanvraag.
6. Ten behoeve van de rangschikking van aanvragen om subsidie voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee kan Onze Minister het door de producent opgegeven tenderbedrag met een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag verminderen, dat gerelateerd is aan de afstand van een productie-installatie tot de kust.
#### § 7. Verplichtingen van de subsidieontvanger
##### Artikel 61
1. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie zo spoedig mogelijk na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik. Bij ministeriële regeling wordt de periode vastgesteld waarbinnen de subsidie-ontvanger de productie-installatie in gebruik moet nemen. Deze periode kan per categorie productie-installaties verschillen en bedraagt ten hoogste vijf jaar.
2. Een subsidie-ontvanger mag, behoudens ontheffing van Onze Minister, tot de datum van ingebruikname van een productie-installatie een beschikking tot subsidieverlening niet overdragen aan een derde.
3. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de beschikking tot subsidieverlening wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat de subsidie-ontvanger verplicht is mee te werken aan het sluiten van een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in [artikel 4:36, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:36). Bij ministeriële regeling kunnen nadere eisen aan de uitvoeringsovereenkomst worden gesteld.
4. Indien [artikel 3, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=3&z=2009-03-27&g=2009-03-27), van toepassing is, verzoekt de subsidie-ontvanger binnen vier weken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening Onze Minister de beschikking tot subsidieverlening op grond van [artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=72m) zoals [dat artikel](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009755&artikel=72m) luidde op 31 december 2006, in te trekken.
##### Artikel 62
1. De subsidie-ontvanger realiseert en exploiteert de productie-installatie overeenkomstig het plan zoals ingediend bij de aanvraag om subsidie.
2. De verplichting bedoeld in het eerste lid, geldt tot aan de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld.
3. Onze Minister kan voor het vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van de realisatie of exploitatie van de productie-installatie in afwijking van het plan op voorafgaand verzoek van de subsidie-ontvanger schriftelijk ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid. Aan de ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere verplichtingen voor de subsidie-ontvanger worden opgelegd, die kunnen verschillen per categorie van productie-installaties.
##### Artikel 63
1. In de beschikking tot subsidieverlening kunnen aan de subsidie-ontvanger rapportageverplichtingen worden opgelegd over:
- a. de duurzaamheid van biomassa waarmee hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling wordt opgewekt;
- b. monitorgegevens over de bouw, productie, uitval en onderhoud van de productie-installatie.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de rapportageverplichting.
##### Artikel 64
De subsidie-ontvanger doet onverwijld mededeling aan Onze Minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surséance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.
##### Artikel 65
De subsidie-ontvanger verstrekt desgevraagd aan Onze Minister alle bescheiden, gegevens of inlichtingen die nodig zijn voor een beslissing omtrent de subsidie.
#### § 8. Voorschotten
##### Artikel 66
1. Op een subsidie waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt, verstrekt Onze Minister op aanvraag maximaal één maal per jaar een voorschot.
2. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig het model dat bij ministeriële regeling is vastgesteld.
3. De aanvraag gaat, overeenkomstig in het formulier is vermeld, vergezeld van de in het formulier aangegeven bescheiden.
4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze van aanvragen en beoordelen van voorschotten.
##### Artikel 67
1. Een voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbare elektriciteit produceert bedraagt het product van:
- a. het aantal kWh dat volgens de aanvraag om een voorschot zal worden geproduceerd in het kalenderjaar waarop de aanvraag om een voorschot betrekking heeft, en
- b. het basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van [artikel 14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2009-03-27&g=2009-03-27), dan wel [artikel 22, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2009-03-27&g=2009-03-27), vastgestelde correcties,
met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld op basis van het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komend aantal kWh en het gecorrigeerde bedrag, bedoeld in [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2009-03-27&g=2009-03-27), dan wel [artikel 22, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2009-03-27&g=2009-03-27).
2. Een voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbaar gas produceert bedraagt het product van:
- a. het aantal Nm3 aardgasequivalent dat volgens de aanvraag om een voorschot zal worden geproduceerd in het kalenderjaar waarop de aanvraag om een voorschot betrekking, en
- b. het basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van [artikel 31, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=31&z=2009-03-27&g=2009-03-27), dan wel [artikel 39, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=39&z=2009-03-27&g=2009-03-27), vastgestelde correcties,
met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld op basis van het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komend aantal Nm3 aardgasequivalent en het gecorrigeerde bedrag, bedoeld in [artikel 31, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=31&z=2009-03-27&g=2009-03-27), dan wel [artikel 39, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=39&z=2009-03-27&g=2009-03-27).
3. Een voorschot aan een subsidie-ontvanger die elektriciteit opwekt door middel van warmtekrachtkoppeling bedraagt het product van:
- a. het aantal kWh dat volgens de aanvraag om een voorschot zal worden geproduceerd in het kalenderjaar waarop de aanvraag om een voorschot betrekking heeft, en
- b. de op grond van [artikel 45, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=45&z=2009-03-27&g=2009-03-27), vastgestelde subsidiebedragen verminderd met de op grond van [artikel 47, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=47&z=2009-03-27&g=2009-03-27), vastgestelde correcties dan wel de op grond van [artikel 52, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=52&z=2009-03-27&g=2009-03-27), vastgestelde maximum bedragen verminderd met het percentage bedoeld in [artikel 52, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=52&z=2009-03-27&g=2009-03-27).
4. Onze Minister verstrekt per jaar slechts een voorschot tot ten hoogste in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh of Nm3 aardgasequivalent.
5. Indien de meetgegevens niet beschikbaar zijn in het kalenderjaar, bedoeld in het eerste en derde lid, wordt in afwijking van het eerste en derde lid het voorschot uiterlijk vastgesteld in het eerstvolgende kalenderjaar nadat de meetgegevens beschikbaar zijn.
##### Artikel 68
1. Onze Minister verstrekt de in [artikel 67, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=8&artikel=67&z=2009-03-27&g=2009-03-27), bedoelde voorschotten in maandelijkse bedragen, tenzij bij ministeriële regeling is bepaald dat voor een bepaalde categorie productie-installaties het voorschot in een jaarlijks bedrag wordt verstrekt. De som van de maandelijkse bedragen of van het jaarlijkse bedrag bedraagt niet meer dan 80% van het product van:
- a. het in de aanvraag om een voorschot vermelde aantal kWh of Nm3 aardgasequivalent, en
- b. het basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van [artikel 14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2009-03-27&g=2009-03-27) of [artikel 31, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=31&z=2009-03-27&g=2009-03-27), dan wel [artikel 22, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2009-03-27&g=2009-03-27), of [artikel 39, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=39&z=2009-03-27&g=2009-03-27), vastgestelde correcties.
2. Indien de som van de maandelijkse bedragen of van het jaarlijkse bedrag die in een kalenderjaar zijn verstrekt minder dan wel meer bedraagt dan de hoogte van het voorschot dat na afloop van het kalenderjaar wordt vastgesteld, kan Onze Minister dit verrekenen met de nog te verstrekken maandelijkse of jaarlijkse bedragen.
3. Onze Minister verstrekt het in [artikel 67, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=8&artikel=67&z=2009-03-27&g=2009-03-27), bedoelde voorschot in maandelijkse bedragen met dien verstande dat de som van de maandelijkse bedragen niet meer bedraagt dan 80% van dat voorschot.
4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de berekening van de maandelijkse bedragen en van het jaarlijkse bedrag.
##### Artikel 69
Onze Minister beschikt afwijzend op een aanvraag om een voorschot, indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen, indien hij failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.
#### § 9. Subsidievaststelling
##### Artikel 70
1. De subsidie-ontvanger dient zijn aanvraag om subsidievaststelling in binnen zes maanden na het tijdstip waarop periode waarover subsidie wordt verstrekt, bepaald in de beschikking tot subsidieverlening, is verstreken.
2. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig het model dat bij ministeriële regeling is vastgesteld.
3. De aanvraag gaat, overeenkomstig in het formulier is vermeld, vergezeld van de in het formulier aangegeven bescheiden.
##### Artikel 71
Onze Minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.
#### § 10. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 72
Onze Minister publiceert binnen vier jaar na de inwerkingtreding van dit besluit een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit besluit.
##### Artikel 73
Vervallen
##### Artikel 74
Vervallen
##### Artikel 75
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
##### Artikel 76
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit stimulering duurzame energieproductie.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de bijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
#### § 3.4. Subsidie voor innovatieve windenergie op zee
##### Artikel 24a
1. Onze Minister kan op aanvraag aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee, aan wie een subsidie als bedoeld in [artikel 2, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2009-03-27&g=2009-03-27), is verstrekt, subsidie verstrekken voor de bijzondere en risicovolle inzet van innovatieve windmolens.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de verstrekking van deze subsidie, waarbij in ieder geval regels worden gesteld over de productie-installaties waarvoor deze subsidie wordt verstrekt, de vorm van de subsidie, de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover, het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald, de vaststelling van de subsidie en de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten.
#### § 4. Subsidie voor hernieuwbaar gas
#### § 4.2. Subsidie volgorde binnenkomst
##### Artikel 26
De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge [artikel 25, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.1&artikel=25&z=2008-04-01&g=2008-04-01), wordt gekozen voor verdeling op volgorde van binnenkomst.
##### Artikel 27
1. Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, een subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van hernieuwbaar gas. Daarbij wordt per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond vastgesteld.
2. Bij ministeriële regeling kunnen perioden worden vastgesteld waarbinnen de aanvragen ontvangen moeten zijn.
##### Artikel 28
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per categorie productie-installaties een basisbedrag per Nm3 aardgasequivalent vastgesteld voor de subsidie voor de productie van hernieuwbaar gas.
2. Het basisbedrag bedraagt ten hoogste de gemiddelde kosten per Nm3 aardgasequivalent voor het produceren van hernieuwbaar gas per categorie van productie-installaties.
3. Voor de Nm3 aardgasequivalent die voor subsidie in aanmerking komen kunnen verschillende basisbedragen gelden die zijn gerelateerd aan:
- a. de hoeveelheid geproduceerde Nm3 aardgasequivalent die voor subsidie in aanmerking komt;
- b. het aantal vollasturen van de productie-installatie;
- c. het rendement van de productie-installatie.
##### Artikel 29
Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het basisbedrag, bedoeld in [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=31&z=2008-04-01&g=2008-04-01) en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=33&z=2008-04-01&g=2008-04-01), een basisgasprijs per Nm3 aardgasequivalent vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties.
##### Artikel 30
Het basisbedrag, bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=28&z=2008-04-01&g=2008-04-01), en de basisgasprijs, bedoeld in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=29&z=2008-04-01&g=2008-04-01), die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
##### Artikel 31
1. Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het basisbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met:
- a. de gasprijs of, indien de gasprijs lager is dan de in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=29&z=2008-04-01&g=2008-04-01) bedoelde basisgasprijs, de in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=29&z=2008-04-01&g=2008-04-01) bedoelde basisgasprijs;
- b. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van de hernieuwbaar gas en de relevante gemiddelde marktprijs van gas en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid.
2. In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het basisbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per Nm3 aardgasequivalent in verband met opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in [titel 16.2 van de Wet milieubeheer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&titeldeel=16.2).
3. Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en tweede lid bedoelde correcties voor het voorgaande kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties.
4. Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en tweede lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties.
5. Indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende subsidiebedrag vaststellen.
6. Indien een productie-installatie ingrijpend wordt gerenoveerd, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende subsidiebedrag vaststellen.
7. Indien het ingevolge het eerste, tweede, vijfde of zesde lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.
##### Artikel 32
1. De subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt wordt bepaald door:
- a. met elkaar te vermenigvuldigen:
- 1°. het aantal Nm3 aardgasequivalent dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt die een producent van hernieuwbaar gas in dat kalenderjaar heeft geproduceerd en op een gasnet heeft ingevoed, met
- 2°. het voor het betreffende kalenderjaar op basis van [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=31&z=2008-04-01&g=2008-04-01) geldende gecorrigeerde basisbedrag, en
- b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen.
2. Het aantal Nm3 aardgasequivalent dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal Nm3 aardgasequivalent dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen.
3. Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal Nm3 aardgasequivalent, bedoeld in het tweede lid, per categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald.
##### Artikel 33
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het basisbedrag, bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=28&z=2008-04-01&g=2008-04-01), en de basisgasprijs, bedoeld in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=29&z=2008-04-01&g=2008-04-01), vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal Nm3 aardgasequivalent.
#### § 4.3. Subsidie volgorde rangschikking
##### Artikel 34
De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge [artikel 25, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.1&artikel=25&z=2008-04-01&g=2008-04-01), wordt gekozen voor verdeling op volgorde van rangschikking.
##### Artikel 35
Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, een subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van hernieuwbaar gas voor de in bij die regeling vastgestelde periode ontvangen aanvragen. Daarbij wordt per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond vastgesteld.
##### Artikel 36
1. Bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt door de producent een tenderbedrag per Nm3 aardgasequivalent opgegeven.
2. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per categorie productie-installaties een maximum tenderbedrag per Nm3 aardgasequivalent voor hernieuwbaar gas bepaald.
3. Het maximum tenderbedrag bedraagt maximaal de gemiddelde kosten per Nm3 aardgasequivalent voor het produceren van hernieuwbaar gas per categorie productie-installaties voor hernieuwbaar gas.
##### Artikel 37
Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het tenderbedrag, bedoeld in [artikel 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=39&z=2008-04-01&g=2008-04-01), en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=41&z=2008-04-01&g=2008-04-01), een basisgasprijs per Nm3 aardgasequivalent vastgesteld die kan verschillen voor verschillende categorieën productie-installaties.
##### Artikel 38
1. Het door de producent opgegeven tenderbedrag, bedoeld in [artikel 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=36&z=2008-04-01&g=2008-04-01), geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
2. De basisgasprijs, bedoeld in [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=37&z=2008-04-01&g=2008-04-01), die geldt op het moment van aanvraag van de subsidie, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
##### Artikel 39
1. Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het tenderbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met:
- a. de gasprijs of, indien de gasprijs lager is dan de in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=29&z=2008-04-01&g=2008-04-01) bedoelde basisgasprijs is, de in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=29&z=2008-04-01&g=2008-04-01) bedoelde basisgasprijs;
- b. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van het hernieuwbaar gas en de relevante gemiddelde marktprijs van gas en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid.
2. In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het tenderbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per Nm3 aardgasequivalent in verband met opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in [titel 16.2 van de Wet milieubeheer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&titeldeel=16.2).
3. Bij ministeriële regeling wordt jaarlijks voor 1 april de in het eerste en tweede lid bedoelde correcties voor het voorgaande kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties.
4. Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en tweede lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties.
5. Indien het ingevolge het eerste of tweede lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.
##### Artikel 40
1. De subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt wordt bepaald door:
- a. met elkaar te vermenigvuldigen:
- 1°. het aantal Nm3 aardgasequivalent dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt die een producent van hernieuwbaar gas in dat kalenderjaar heeft geproduceerd en op een gasnet heeft ingevoed, met
- 2°. het voor het betreffende kalenderjaar op basis van [artikel 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=39&z=2008-04-01&g=2008-04-01) geldende gecorrigeerde basisbedrag, en
- b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen.
2. Het aantal Nm3 aardgasequivalent dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal Nm3 aardgasequivalent dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen.
3. Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal Nm3 aardgasequivalent, bedoeld in het tweede lid, per categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald.
##### Artikel 41
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het tenderbedrag, bedoeld in [artikel 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=36&z=2008-04-01&g=2008-04-01), en de basisgasprijs, bedoeld in [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=37&z=2008-04-01&g=2008-04-01), vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal Nm3 aardgasequivalent.
#### § 5. Subsidie voor elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling
#### § 5.1. Algemeen
##### Artikel 42
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, kunnen categorieën productie-installaties die elektriciteit produceren door middel van warmtekrachtkoppeling worden aangewezen waarvoor subsidie kan worden verleend.
2. Indien voor een categorie productie-installaties die elektriciteit opwekt door middel van warmtekrachtkoppeling subsidie wordt verleend, wordt bij ministeriële regeling de wijze van verdeling van de subsidie bepaald.
#### § 5.2. Subsidie volgorde binnenkomst
##### Artikel 43
De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge [artikel 42, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.1&artikel=42&z=2008-04-01&g=2008-04-01), wordt gekozen voor verdeling op volgorde van binnenkomst.
##### Artikel 44
1. Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, een subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling. Daarbij wordt per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond vastgesteld.
2. Bij ministeriële regeling kunnen perioden worden vastgesteld waarbinnen de aanvragen ontvangen moeten zijn.
##### Artikel 45
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, worden per categorie van productie-installaties jaarlijks voor 1 november voorafgaand aan een kalenderjaar subsidiebedragen per kWh waarvoor certificaten voor elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling zijn verstrekt, vastgesteld.
2. Het subsidiebedrag bedraagt ten hoogste het verschil in de gemiddelde productiekosten van warmte en elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling en de gemiddelde marktprijzen van warmte en elektriciteit.
3. Voor de kWh die voor subsidie in aanmerking komen, kunnen verschillende bedragen gelden die zijn gerelateerd aan de hoeveelheid geproduceerde kWh die voor subsidie in aanmerking komt.
##### Artikel 46
De subsidiebedragen, bedoeld in [artikel 45, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=45&z=2008-04-01&g=2008-04-01), die gelden op de eerste dag van een kalenderjaar, gelden voor dat kalenderjaar.
##### Artikel 47
1. Indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op de ingevolge [artikel 45, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=45&z=2008-04-01&g=2008-04-01), geldende subsidiebedragen vaststellen.
2. Indien een productie-installatie ingrijpend wordt gerenoveerd, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op de ingevolge [artikel 45, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=45&z=2008-04-01&g=2008-04-01), geldende subsidiebedragen vaststellen.
3. Indien het ingevolge het eerste of tweede geldende subsidiebedrag negatief is, bedraagt het subsidiebedrag nul.
##### Artikel 48
1. De subsidie die een subsidie-ontvanger ontvangt wordt bepaald door:
- a. met elkaar te vermenigvuldigen:
- 1°. het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor certificaten voor elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling zijn uitgegeven, die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie een hoeveelheid elektriciteit heeft opgewekt en op een elektriciteitsnet of een Nederlandse installatie heeft ingevoed, met
- 2°. de voor het betreffende kalenderjaar op basis van [artikel 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=45&z=2008-04-01&g=2008-04-01) geldende subsidiebedragen of op basis van [artikel 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=47&z=2008-04-01&g=2008-04-01) geldende gecorrigeerde subsidiebedragen, en
- b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen.
2. Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen.
3. Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal kWh, bedoeld in het tweede lid, per categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald.
##### Artikel 49
1. Bij ministeriële regeling wordt een subsidiebedrag per kWh vastgesteld waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld.
2. Het subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, dat geldt op het moment van aanvraag van de subsidie, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
3. De subsidie bedraagt ten hoogste het bedrag, bedoeld in het eerste lid, vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.
#### § 5.3. Subsidie volgorde rangschikking
##### Artikel 50
De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge [artikel 42, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.1&artikel=42&z=2008-04-01&g=2008-04-01), wordt gekozen voor verdeling op volgorde van rangschikking.
##### Artikel 51
Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met Onze Minister van Financiën, een subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies voor de productie van elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling voor de in bij die regeling vastgestelde periode ontvangen aanvragen. Daarbij wordt per categorie productie-installaties een afzonderlijk subsidieplafond vastgesteld.
##### Artikel 52
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, worden per categorie productie-installaties jaarlijks voor 1 november voorafgaand aan een kalenderjaar maximum bedragen per kWh waarvoor certificaten voor elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling zijn verstrekt, vastgesteld.
2. Het maximum bedrag per kWh bedraagt ten hoogste het verschil in de gemiddelde productiekosten van warmte en elektriciteit door middel van warmtekrachtkoppeling en de gemiddelde marktprijzen van warmte en elektriciteit.
3. Voor de kWh die voor subsidie in aanmerking komen, kunnen verschillende bedragen gelden die zijn gerelateerd aan de hoeveelheid geproduceerde kWh die voor subsidie in aanmerking komt.
4. Bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt door de producent een percentage opgegeven waarmee de maximum bedragen per kWh in de beschikking tot subsidieverlening gekort zal worden.
##### Artikel 53
1. De maximum bedragen, bedoeld in [artikel 52, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=52&z=2008-04-01&g=2008-04-01), die gelden op de eerste dag van elk kalenderjaar, gelden voor dat kalenderjaar.
2. Het percentage, bedoeld in [artikel 52, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=52&z=2008-04-01&g=2008-04-01), geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
##### Artikel 54
1. De subsidie bedraagt de som van de bedragen die in elk jaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt worden vastgesteld door het voor dat jaar geldende subsidiebedrag, bedoeld in [artikel 52, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=52&z=2008-04-01&g=2008-04-01), te korten met het percentage, bedoeld in [artikel 52, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=52&z=2008-04-01&g=2008-04-01), en de uitkomst hiervan te vermenigvuldigen met het aantal kWh dat voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor certificaten zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie een hoeveelheid elektriciteit heeft geproduceerd door middel van warmtekrachtkoppeling en deze op een elektriciteitsnet of een Nederlandse installatie heeft ingevoed en die betrekking hebben op het desbetreffende jaar.
2. Jaarlijks wordt subsidie verstrekt tot een bij de beschikking tot subsidieverlening bepaald maximum aantal kWh.
3. Bij ministeriële regeling kan ten behoeve van de berekening van het maximum aantal kWh, bedoeld in het tweede lid, per categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen worden bepaald.
##### Artikel 55
1. Bij ministeriële regeling wordt een bedrag per kWh vastgesteld waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld.
2. Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, dat geldt op het moment van aanvraag van de subsidie, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
3. De subsidie bedraagt ten hoogste het bedrag, bedoeld in het eerste lid, gekort met het percentage, bedoeld in [artikel 52, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=52&z=2008-04-01&g=2008-04-01), vermenigvuldigd met het aantal in de beschikking tot subsidieverlening bepaald maximum kWh.
#### § 6. Algemene bepalingen over aanvraag en beslissing op de aanvraag
##### Artikel 56
1. Een aanvraag om subsidieverlening wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig het model dat bij ministeriële regeling is vastgesteld.
2. Een aanvraag gaat, overeenkomstig hetgeen op het formulier is vermeld, vergezeld van:
- a. een omschrijving van de productie-installatie waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
- b. een onderbouwde opgave van de hoeveelheid op te wekken en in te voeden kWh of Nm3 per kalenderjaar gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt;
- c. indien voor de productie-installatie één of meer vergunningen op grond van de [Woningwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005181), de [Wet Milieubeheer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245), de [Wet beheer rijkswaterstaatwerken](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008331) of de [Wet op de Ruimtelijke Ordening](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002375) zijn vereist, de door het bevoegde gezag verleende vergunningen;
- d. een plan voor het in gebruik nemen en exploiteren van de productie-installatie;
- e. overige op het formulier aangegeven bescheiden.
3. Bij ministeriële regeling kunnen categorieën productie-installaties worden aangewezen waarop lid 2, onderdeel c, ten dele of niet van toepassing is.
##### Artikel 57
1. Onze Minister beslist op een aanvraag:
- a. om een subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling die wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst, binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag;
- b. om een subsidie voor hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling die wordt verdeeld op volgorde van rangschikking, binnen dertien weken na de laatste dag van de bij ministeriële regeling vastgestelde periode.
2. De in het eerste lid genoemde perioden kunnen éénmaal met ten hoogste dertien weken worden verlengd.
##### Artikel 58
1. Ingeval van verdeling op volgorde van binnenkomst, verdeelt Onze Minister het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van [artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:5) de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als datum van ontvangst geldt.
2. Indien honorering van alle aanvragen die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond zou worden overschreden, stelt de minister de volgorde van ontvangst van deze aanvragen vast door middel van loting.
3. Aanvragen die worden ontvangen op werkdagen na 17.00 uur of andere dagen, worden aangemerkt als ontvangen op de eerstvolgende werkdag.
##### Artikel 59
Onze Minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:
- a. de aanvraag niet voldoet aan dit besluit en de daarop berustende bepalingen;
- b. hij het onaannemelijk acht dat de productie-installatie binnen 3 jaar in gebruik wordt genomen;
- c. onvoldoende vertrouwen bestaat in de economische haalbaarheid van de productie-installatie.
##### Artikel 60
1. Onze Minister rangschikt de aanvragen waarop niet met toepassing van het [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=6&artikel=59&z=2008-04-01&g=2008-04-01) afwijzend wordt beslist zodanig dat een aanvraag hoger wordt gerangschikt indien:
- a. voor hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbaar gas het tenderbedrag per kWh of per Nm3 lager is;
- b. voor elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling het kortingspercentage hoger is;
- c. er meer sprake is van technologische- of brandstofinnovatie;
- d. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbaar gas sprake is van meer netto broeikasgas-reductie ten opzichte van de productie van energie uit niet-hernieuwbare bronnen;
- e. voor elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling meer sprake is van het vermijden van negatieve externe effecten door het verminderen van emissies van kooldioxide.
2. Voor de rangschikking kunnen bij ministeriële regeling regels worden vastgesteld met betrekking tot:
- a. wegingsfactoren voor de criteria, bedoeld in het eerste lid;
- b. de toepassing van de criteria, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c, d en e.
3. Onze Minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van rangschikking van de aanvragen.
#### § 7. Verplichtingen van de subsidieontvanger
##### Artikel 61
1. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen vier jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
2. Een subsidie-ontvanger mag, behoudens ontheffing van Onze Minister, tot de datum van ingebruikname van een productie-installatie een beschikking tot subsidieverlening niet overdragen aan een derde.
##### Artikel 62
1. De subsidie-ontvanger realiseert en exploiteert de productie-installatie overeenkomstig het plan zoals ingediend bij de aanvraag om subsidie.
2. De verplichting bedoeld in het eerste lid, geldt tot aan de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld.
3. Onze Minister kan voor het vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van de realisatie of exploitatie van de productie-installatie in afwijking van het plan op voorafgaand verzoek van de subsidie-ontvanger schriftelijk ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid. Aan de ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere verplichtingen voor de subsidie-ontvanger worden opgelegd, die kunnen verschillen per categorie van productie-installaties.
##### Artikel 63
1. In de beschikking tot subsidieverlening kunnen aan de subsidie-ontvanger rapportageverplichtingen worden opgelegd over de duurzaamheid van biomassa waarmee hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling wordt opgewekt.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de rapportageverplichting.
##### Artikel 64
De subsidie-ontvanger doet onverwijld mededeling aan Onze Minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surséance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.
##### Artikel 65
De subsidie-ontvanger verstrekt desgevraagd aan Onze Minister alle bescheiden, gegevens of inlichtingen die nodig zijn voor een beslissing omtrent de subsidie.
#### § 8. Voorschotten
##### Artikel 66
1. Op een subsidie waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt, verstrekt Onze Minister op aanvraag maximaal één maal per jaar een voorschot.
2. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig het model dat bij ministeriële regeling is vastgesteld.
3. De aanvraag gaat, overeenkomstig in het formulier is vermeld, vergezeld van de in het formulier aangegeven bescheiden.
4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de wijze van aanvragen en beoordelen van voorschotten.
##### Artikel 67
1. Een voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbare elektriciteit produceert bedraagt het product van:
- a. het aantal kWh dat volgens de aanvraag om een voorschot zal worden geproduceerd in het kalenderjaar waarop de aanvraag om een voorschot betrekking heeft, en
- b. het basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van [artikel 14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2008-04-01&g=2008-04-01), dan wel [artikel 22, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2008-04-01&g=2008-04-01), vastgestelde correcties,
met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld op basis van het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komend aantal kWh en het gecorrigeerde bedrag, bedoeld in [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2008-04-01&g=2008-04-01), dan wel [artikel 22, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2008-04-01&g=2008-04-01).
2. Een voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbaar gas produceert bedraagt het product van:
- a. het aantal Nm3 aardgasequivalent dat volgens de aanvraag om een voorschot zal worden geproduceerd in het kalenderjaar waarop de aanvraag om een voorschot betrekking, en
- b. het basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van [artikel 31, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=31&z=2008-04-01&g=2008-04-01), dan wel [artikel 39, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=39&z=2008-04-01&g=2008-04-01), vastgestelde correcties,
met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld op basis van het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komend aantal Nm3 aardgasequivalent en het gecorrigeerde bedrag, bedoeld in [artikel 31, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=31&z=2008-04-01&g=2008-04-01), dan wel [artikel 39, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=39&z=2008-04-01&g=2008-04-01).
3. Een voorschot aan een subsidie-ontvanger die elektriciteit opwekt door middel van warmtekrachtkoppeling bedraagt het product van:
- a. het aantal kWh dat volgens de aanvraag om een voorschot zal worden geproduceerd in het kalenderjaar waarop de aanvraag om een voorschot betrekking heeft, en
- b. de op grond van [artikel 45, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=45&z=2008-04-01&g=2008-04-01), vastgestelde subsidiebedragen verminderd met de op grond van [artikel 47, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=47&z=2008-04-01&g=2008-04-01), vastgestelde correcties dan wel de op grond van [artikel 52, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=52&z=2008-04-01&g=2008-04-01), vastgestelde maximum bedragen verminderd met het percentage bedoeld in [artikel 52, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=52&z=2008-04-01&g=2008-04-01).
4. Onze Minister verstrekt per jaar slechts een voorschot tot ten hoogste in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh of Nm3 aardgasequivalent.
##### Artikel 68
1. Onze Minister verstrekt de in [artikel 67, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=8&artikel=67&z=2008-04-01&g=2008-04-01), bedoelde voorschotten in maandelijkse bedragen met dien verstande dat de som van de maandelijkse bedragen niet meer bedraagt dan 80% van het product van:
- a. het in de aanvraag om een voorschot vermelde aantal kWh of Nm3 aardgasequivalent, en
- b. het basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van [artikel 14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2008-04-01&g=2008-04-01) of [artikel 31, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=31&z=2008-04-01&g=2008-04-01), dan wel [artikel 22, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2008-04-01&g=2008-04-01), of [artikel 39, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=39&z=2008-04-01&g=2008-04-01), vastgestelde correcties.
2. Indien de som van de maandelijkse bedragen die in een kalenderjaar zijn verstrekt minder dan wel meer bedraagt dan de hoogte van het voorschot dat na afloop van het kalenderjaar wordt vastgesteld, kan Onze Minister dit verrekenen met de nog te verstrekken maandelijkse bedragen.
3. Onze Minister verstrekt het in [artikel 67, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=8&artikel=67&z=2008-04-01&g=2008-04-01), bedoelde voorschot in maandelijkse bedragen.
4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de berekening van de maandelijkse bedragen.
##### Artikel 69
Onze Minister beschikt afwijzend op een aanvraag om een voorschot, indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen, indien hij failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.
#### § 9. Subsidievaststelling
##### Artikel 70
1. De subsidie-ontvanger dient zijn aanvraag om subsidievaststelling in binnen zes maanden na het tijdstip waarop periode waarover subsidie wordt verstrekt, bepaald in de beschikking tot subsidieverlening, is verstreken.
2. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig het model dat bij ministeriële regeling is vastgesteld.
3. De aanvraag gaat, overeenkomstig in het formulier is vermeld, vergezeld van de in het formulier aangegeven bescheiden.
##### Artikel 71
Onze Minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.
#### § 10. Overgangs- en slotbepalingen
##### Artikel 72
Onze Minister publiceert binnen vier jaar na de inwerkingtreding van dit besluit een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit besluit.
##### Artikel 73
In afwijking van [artikel 3, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=3&z=2008-04-01&g=2008-04-01), kan een producent bij de eerste maal dat subsidie op grond van dit besluit kan worden aangevraagd voor een productie-installatie voor hernieuwbare elektriciteit verzoeken dat de voor subsidie in aanmerking komende periode aanvangt voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst van de aanvraag, met dien verstande dat een aanvang voor 18 augustus 2006 niet mogelijk is en dat deze aanvraag betrekking heeft op een productie-installatie die na 18 augustus 2006 in gebruik is genomen.
##### Artikel 74
In afwijking van het bepaalde in de [artikelen 14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2008-04-01&g=2008-04-01), [22, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2008-04-01&g=2008-04-01), [31, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=31&z=2008-04-01&g=2008-04-01), [39, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=39&z=2008-04-01&g=2008-04-01), [45, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=45&z=2008-04-01&g=2008-04-01) en [52, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=52&z=2008-04-01&g=2008-04-01), worden de in die artikelen bedoelde correcties voor 2008 gelijktijdig met de inwerkingtreding van dit besluit vastgesteld.
##### Artikel 75
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
##### Artikel 76
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit stimulering duurzame energieproductie.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de bijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
2008-04-01
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie — art
2008-04-01
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie —
original version Tekst op deze datum