Wijzigingsgeschiedenis

Besluit van 16 oktober 2007, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies ten behoeve van de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling (Besluit stimulering duurzame energieproductie)

15 versions · 2026-01-01
2026-01-01
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
2024-07-01
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
2022-03-26
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
2020-11-01
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
2017-10-21
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
2017-04-01
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie

Wijzigingen op 2017-04-01

@@ -50,7 +50,9 @@
- q. OV-MEP: de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties;
- r. richtlijn hernieuwbare energie: richtlijn nr. 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (PbEU 2009, L 140).
- r. richtlijn hernieuwbare energie: richtlijn nr. 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (PbEU 2009, L 140);
- s. samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van activiteiten, niet zijnde een vennootschap.
2. Bij ministeriële regeling kunnen andere hernieuwbare energiebronnen dan genoemd in het eerste lid, onderdeel a, worden aangewezen.
@@ -82,7 +84,7 @@
##### Artikel 3
1. Geen subsidie als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2015-05-30&g=2015-05-30), wordt verstrekt indien voor dezelfde productie-installatie reeds op grond van de MEP of de OV-MEP subsidie van meer dan € 0,00 is verstrekt, tenzij:
1. Geen subsidie als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2017-04-01&g=2017-04-01), wordt verstrekt indien voor dezelfde productie-installatie reeds op grond van de MEP of de OV-MEP subsidie van meer dan € 0,00 is verstrekt, tenzij:
- a. het een productie-installatie betreft waarmee hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd door middel van biomassa en die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties;
@@ -92,7 +94,7 @@
- d. het een productie-installatie betreft waarvan voor het eerst geproduceerde hernieuwbare warmte nuttig zal worden gebruikt en die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties.
2. Geen subsidie als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2015-05-30&g=2015-05-30), wordt verstrekt indien voor dezelfde productie-installatie reeds op grond van dit besluit subsidie is verstrekt, tenzij:
2. Geen subsidie als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2017-04-01&g=2017-04-01), wordt verstrekt indien voor dezelfde productie-installatie reeds op grond van dit besluit subsidie is verstrekt, tenzij:
- a. het een productie-installatie betreft waarmee hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd door middel van biomassa en die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties;
@@ -102,7 +104,7 @@
- d. de productie-installatie niet in gebruik is genomen, er tenminste drie jaren zijn verstreken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening en die beschikking door Onze Minister is ingetrokken.
3. Geen subsidie als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2015-05-30&g=2015-05-30), wordt verstrekt indien de productie-installatie in gebruik is genomen voor de datum waarop de subsidie is aangevraagd en waarvoor geen subsidie op grond van de MEP, de OV-MEP of dit besluit is verstrekt, tenzij:
3. Geen subsidie als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2017-04-01&g=2017-04-01), wordt verstrekt indien de productie-installatie in gebruik is genomen voor de datum waarop de subsidie is aangevraagd en waarvoor geen subsidie op grond van de MEP, de OV-MEP of dit besluit is verstrekt, tenzij:
- a. het een bestaande productie-installatie betreft die voor het eerst gebruik zal maken van hernieuwbare energiebronnen en die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties;
@@ -112,15 +114,15 @@
- d. het een bestaande productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit betreft die voor het eerst de warmte nuttig zal gebruiken en die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties.
4. Geen subsidie als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2015-05-30&g=2015-05-30), wordt verstrekt indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, tenzij het een productie-installatie betreft die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties.
5. Geen subsidie als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2015-05-30&g=2015-05-30), wordt verstrekt indien de productie-installatie hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare warmte opwekt uit een hernieuwbare energiebron die geheel of gedeeltelijk bestaat uit hernieuwbaar gas dat afkomstig is uit een of meerdere productie-installaties waaraan op grond van dit besluit subsidie is verstrekt.
4. Geen subsidie als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2017-04-01&g=2017-04-01), wordt verstrekt indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, tenzij het een productie-installatie betreft die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties.
5. Geen subsidie als bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2017-04-01&g=2017-04-01), wordt verstrekt indien de productie-installatie hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare warmte opwekt uit een hernieuwbare energiebron die geheel of gedeeltelijk bestaat uit hernieuwbaar gas dat afkomstig is uit een of meerdere productie-installaties waaraan op grond van dit besluit subsidie is verstrekt.
6. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het tweede tot en met het vijfde lid.
##### Artikel 4
1. Onze Minister kan reeds ontvangen of genoten overheidssteun dan wel in de toekomst te ontvangen of te genieten overheidssteun die er toe leidt dat de totale aan de producent verleende overheidssteun meer bedraagt dan is toegestaan ingevolge voor de Staat geldende verplichtingen krachtens een verdrag, in mindering brengen op de subsidie bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2015-05-30&g=2015-05-30).
1. Onze Minister kan reeds ontvangen of genoten overheidssteun dan wel in de toekomst te ontvangen of te genieten overheidssteun die er toe leidt dat de totale aan de producent verleende overheidssteun meer bedraagt dan is toegestaan ingevolge voor de Staat geldende verplichtingen krachtens een verdrag, in mindering brengen op de subsidie bedoeld in [artikel 2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
2. De beschikking tot verlenen van een subsidie voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte met een nominaal vermogen gelijk aan of groter dan 250 MW:
@@ -130,19 +132,19 @@
##### Artikel 5
Indien sprake is van een situatie als bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onderdeel b, tweede lid, onderdeel b of derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=3&z=2015-05-30&g=2015-05-30), komt uitsluitend hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en hernieuwbare warmte die als gevolg van deze uitbreiding extra is geproduceerd voor subsidie in aanmerking.
Indien sprake is van een situatie als bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onderdeel b, tweede lid, onderdeel b of derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=3&z=2017-04-01&g=2017-04-01), komt uitsluitend hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en hernieuwbare warmte die als gevolg van deze uitbreiding extra is geproduceerd voor subsidie in aanmerking.
##### Artikel 6
1. De periode waarover subsidie wordt verstrekt vangt aan op de door de subsidie-ontvanger in de aanvraag aangegeven datum, met dien verstande dat de periode waarover subsidie wordt verstrekt niet later aanvangt dan binnen de op grond van [artikel 61, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=7&artikel=61&z=2015-05-30&g=2015-05-30), vastgestelde termijn waarbinnen de productie-installatie in gebruik moet worden genomen.
2. Onze Minister kan op verzoek van de subsidie-ontvanger het tijdstip van aanvang van de periode waarover subsidie wordt verstrekt maximaal driemaal wijzigen met dien verstande dat dit verzoek niet later wordt ingediend dan de datum van ingebruikname van de productie-installatie, en dat dit tijdstip niet later wordt vastgesteld, dan binnen de op grond van [artikel 61, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=7&artikel=61&z=2015-05-30&g=2015-05-30), vastgestelde termijn.
1. De periode waarover subsidie wordt verstrekt vangt aan op de door de subsidie-ontvanger in de aanvraag aangegeven datum, met dien verstande dat de periode waarover subsidie wordt verstrekt niet later aanvangt dan binnen de op grond van [artikel 61, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=7&artikel=61&z=2017-04-01&g=2017-04-01), vastgestelde termijn waarbinnen de productie-installatie in gebruik moet worden genomen.
2. Onze Minister kan op verzoek van de subsidie-ontvanger het tijdstip van aanvang van de periode waarover subsidie wordt verstrekt maximaal driemaal wijzigen met dien verstande dat dit verzoek niet later wordt ingediend dan de datum van ingebruikname van de productie-installatie, en dat dit tijdstip niet later wordt vastgesteld, dan binnen de op grond van [artikel 61, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=7&artikel=61&z=2017-04-01&g=2017-04-01), vastgestelde termijn.
3. Onze Minister kan op verzoek van de subsidie-ontvanger, voor een project voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met een nominaal vermogen gelijk aan of groter dan 100 MW en die behoort tot een bij ministeriële regeling aangewezen categorie productie-installaties, bepalen dat het tijdstip van aanvang van de periode waarover subsidie wordt verstrekt voor maximaal vijf gedeelten van de beschikking tot subsidieverlening verschilt. Tussen de startdata zit een periode van tenminste twee maanden.
##### Artikel 7
Bij ministeriële regeling wordt bepaald over welke periode voor een categorie productie-installaties subsidie wordt verstrekt. Deze periode kan verschillen voor verschillende categorieën productie-installaties of verschillende wijzen van verdeling van het beschikbare bedrag. Indien een categorie productie-installaties bij ministeriële regeling is aangewezen als een categorie productie-installaties als bedoeld in de [artikelen 15, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=15&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [23, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=23&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [32, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=32&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [40, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=40&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [48, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=48&z=2015-05-30&g=2015-05-30), of [55, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=55&z=2015-05-30&g=2015-05-30), kan Onze Minister op verzoek van de subsidie-ontvanger de periode waarover subsidie wordt verstrekt met maximaal een jaar verlengen om het ongebruikte aantal kWh dat voor subsidie in aanmerking komt, te produceren.
Bij ministeriële regeling wordt bepaald over welke periode voor een categorie productie-installaties subsidie wordt verstrekt. Deze periode kan verschillen voor verschillende categorieën productie-installaties of verschillende wijzen van verdeling van het beschikbare bedrag. Indien een categorie productie-installaties bij ministeriële regeling is aangewezen als een categorie productie-installaties als bedoeld in de [artikelen 15, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=15&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [23, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=23&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [32, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=32&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [40, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=40&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [48, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=48&z=2017-04-01&g=2017-04-01), of [55, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=55&z=2017-04-01&g=2017-04-01), kan Onze Minister op verzoek van de subsidie-ontvanger de periode waarover subsidie wordt verstrekt met maximaal een jaar verlengen om het ongebruikte aantal kWh dat voor subsidie in aanmerking komt, te produceren.
#### § 3. Subsidie voor hernieuwbare elektriciteit
@@ -158,13 +160,13 @@
##### Artikel 9
De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2015-05-30&g=2015-05-30), wordt gekozen voor verdeling op volgorde van binnenkomst.
De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2017-04-01&g=2017-04-01), wordt gekozen voor verdeling op volgorde van binnenkomst.
##### Artikel 10
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per fase een fasebedrag per kWh vastgesteld voor de subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit.
2. Voor de subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit geldt het fasebedrag per kWh dat is vastgesteld voor de fase waarin de subsidie-aanvrager zijn aanvraag indient, tenzij dat fasebedrag hoger is dan het basisbedrag vastgesteld voor de betreffende categorie productie-installaties, bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=11&z=2015-05-30&g=2015-05-30), in welk geval dit basisbedrag geldt.
2. Voor de subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit geldt het fasebedrag per kWh dat is vastgesteld voor de fase waarin de subsidie-aanvrager zijn aanvraag indient, tenzij dat fasebedrag hoger is dan het basisbedrag vastgesteld voor de betreffende categorie productie-installaties, bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=11&z=2017-04-01&g=2017-04-01), in welk geval dit basisbedrag geldt.
3. Bij regeling van Onze Minister kan voor een categorie productie-installaties een fasebedrag worden vastgesteld dat afwijkt van het fasebedrag vastgesteld op grond van het eerste lid.
@@ -184,23 +186,23 @@
##### Artikel 12
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het fasebedrag of basisbedrag, bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2015-05-30&g=2015-05-30) en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=16&z=2015-05-30&g=2015-05-30), een basiselektriciteitsprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties. Bij regeling van Onze Minister kan een aparte basiselektriciteitsprijs per kWh worden vastgesteld voor elektriciteit die niet op een elektriciteitsnet wordt ingevoed.
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het fasebedrag of basisbedrag, bedoeld in [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2017-04-01&g=2017-04-01) en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in [artikel 16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=16&z=2017-04-01&g=2017-04-01), een basiselektriciteitsprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties. Bij regeling van Onze Minister kan een aparte basiselektriciteitsprijs per kWh worden vastgesteld voor elektriciteit die niet op een elektriciteitsnet wordt ingevoed.
2. Binnen een categorie productie-installaties kunnen verschillende basiselektriciteitsprijzen gelden die gerelateerd zijn aan de hoeveelheid geproduceerde kWh die voor subsidie in aanmerking komt.
3. De hoogte van de basiselektriciteitsprijs bedraagt tweederde van de lange termijn elektriciteitsprijs.
4. Indien op grond van het eerste lid een aparte basiselektriciteitsprijs per kWh wordt vastgesteld voor elektriciteit die niet op een elektriciteitsnet wordt ingevoed dan geldt voor het aantal kWh dat niet op een elektriciteitsnet is ingevoed bij de toepassing van het derde lid en de [artikelen 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=13&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [14, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2015-05-30&g=2015-05-30), en [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=16&z=2015-05-30&g=2015-05-30) de basiselektriciteitsprijs of elektriciteitsprijs voor niet op een elektriciteitsnet ingevoede elektriciteit.
4. Indien op grond van het eerste lid een aparte basiselektriciteitsprijs per kWh wordt vastgesteld voor elektriciteit die niet op een elektriciteitsnet wordt ingevoed dan geldt voor het aantal kWh dat niet op een elektriciteitsnet is ingevoed bij de toepassing van het derde lid en de [artikelen 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=13&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [14, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en [16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=16&z=2017-04-01&g=2017-04-01) de basiselektriciteitsprijs of elektriciteitsprijs voor niet op een elektriciteitsnet ingevoede elektriciteit.
##### Artikel 13
Het fasebedrag, bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=10&z=2015-05-30&g=2015-05-30), of het basisbedrag, bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=11&z=2015-05-30&g=2015-05-30), en de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2015-05-30&g=2015-05-30), die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
Het fasebedrag, bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=10&z=2017-04-01&g=2017-04-01), of het basisbedrag, bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=11&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2017-04-01&g=2017-04-01), die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
##### Artikel 14
1. Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het fasebedrag of basisbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met:
- a. de elektriciteitsprijs of, indien de elektriciteitsprijs lager is dan de in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2015-05-30&g=2015-05-30) bedoelde basiselektriciteitsprijs, de in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2015-05-30&g=2015-05-30) bedoelde basiselektriciteitsprijs;
- a. de elektriciteitsprijs of, indien de elektriciteitsprijs lager is dan de in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2017-04-01&g=2017-04-01) bedoelde basiselektriciteitsprijs, de in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2017-04-01&g=2017-04-01) bedoelde basiselektriciteitsprijs;
- b. de waarde van garanties van oorsprong;
@@ -210,9 +212,9 @@
3. In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het fasebedrag of basisbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per kWh in verband met de opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in [titel 16.2 van de Wet milieubeheer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&titeldeel=16.2).
4. Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en vierde lid bedoelde correcties en de in het tweede lid bedoelde profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en onbalanskosten voor het voorgaande kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2015-05-30&g=2015-05-30) verschillende basiselektriciteitsprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld.
5. Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en vierde lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2015-05-30&g=2015-05-30) verschillende basiselektriciteitsprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld en waarbij voor de elektriciteitsprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 september tot en met 31 augustus, of in een bij ministeriele regeling te bepalen periode, voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd en voor de profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en onbalanskosten de waarden die op grond van het vierde lid zijn vastgesteld. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste en vierde lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld.
4. Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en vierde lid bedoelde correcties en de in het tweede lid bedoelde profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en onbalanskosten voor het voorgaande kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2017-04-01&g=2017-04-01) verschillende basiselektriciteitsprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld.
5. Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en vierde lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2017-04-01&g=2017-04-01) verschillende basiselektriciteitsprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld en waarbij voor de elektriciteitsprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 september tot en met 31 augustus, of in een bij ministeriele regeling te bepalen periode, voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd en voor de profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en onbalanskosten de waarden die op grond van het vierde lid zijn vastgesteld. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste en vierde lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld.
6. Indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende bedrag vaststellen.
@@ -228,11 +230,11 @@
- 1°. het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie voor hernieuwbare elektriciteit in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op een elektriciteitsnet heeft ingevoed, met
- 2°. het voor het betreffende kalenderjaar op basis van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2015-05-30&g=2015-05-30) geldende gecorrigeerde fasebedrag of basisbedrag, en
- 2°. het voor het betreffende kalenderjaar op basis van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2017-04-01&g=2017-04-01) geldende gecorrigeerde fasebedrag of basisbedrag, en
- b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen.
2. Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen. Indien de elektriciteitsprijs gedurende een bepaalde periode negatief is, kan het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt worden gecorrigeerd, bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in welke gevallen en over de wijze waarop deze correctie plaatsvindt.
2. Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen. Indien de elektriciteitsprijs gedurende een bepaalde periode negatief is, kan het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt worden gecorrigeerd. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in welke gevallen en over de wijze waarop deze correctie plaatsvindt.
3. Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat, indien in een jaar minder kWh is geproduceerd dan het aantal kWh dat het betreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, het verschil in kWh bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal kWh dat opgeteld wordt bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt.
@@ -244,13 +246,13 @@
##### Artikel 16
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het fasebedrag, bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=10&z=2015-05-30&g=2015-05-30), of het basisbedrag, bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=11&z=2015-05-30&g=2015-05-30), en de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2015-05-30&g=2015-05-30), vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het fasebedrag, bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=10&z=2017-04-01&g=2017-04-01), of het basisbedrag, bedoeld in [artikel 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=11&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2017-04-01&g=2017-04-01), vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.
#### § 3.3. Subsidie volgorde rangschikking
##### Artikel 17
De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2015-05-30&g=2015-05-30), wordt gekozen voor verdeling op volgorde van rangschikking.
De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2017-04-01&g=2017-04-01), wordt gekozen voor verdeling op volgorde van rangschikking.
##### Artikel 18
@@ -268,25 +270,25 @@
##### Artikel 20
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het tenderbedrag, bedoeld in [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2015-05-30&g=2015-05-30), en de vaststelling van bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=24&z=2015-05-30&g=2015-05-30), een basiselektriciteitsprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties. Bij regeling van Onze Minister kan een aparte basiselektriciteitsprijs per kWh worden vastgesteld voor elektriciteit die niet op een elektriciteitsnet wordt ingevoed.
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het tenderbedrag, bedoeld in [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en de vaststelling van bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=24&z=2017-04-01&g=2017-04-01), een basiselektriciteitsprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties. Bij regeling van Onze Minister kan een aparte basiselektriciteitsprijs per kWh worden vastgesteld voor elektriciteit die niet op een elektriciteitsnet wordt ingevoed.
2. Binnen een categorie productie-installaties kunnen verschillende basiselektriciteitsprijzen gelden die gerelateerd zijn aan de hoeveelheid geproduceerde kWh die voor subsidie in aanmerking komt.
3. De hoogte van de basiselektriciteitsprijs bedraagt tweederde van de lange termijn elektriciteitsprijs.
4. Indien op grond van het eerste lid een aparte basiselektriciteitsprijs per kWh worden vastgesteld voor elektriciteit die niet op een elektriciteitsnet wordt ingevoed dan geldt voor het aantal kWh dat niet op een elektriciteitsnet is ingevoed bij de toepassing van het derde lid en de [artikelen 21, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=21&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [22, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2015-05-30&g=2015-05-30), en [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=24&z=2015-05-30&g=2015-05-30) de basiselektriciteitsprijs of elektriciteitsprijs voor niet op een elektriciteitsnet ingevoede elektriciteit.
4. Indien op grond van het eerste lid een aparte basiselektriciteitsprijs per kWh worden vastgesteld voor elektriciteit die niet op een elektriciteitsnet wordt ingevoed dan geldt voor het aantal kWh dat niet op een elektriciteitsnet is ingevoed bij de toepassing van het derde lid en de [artikelen 21, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=21&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [22, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en [24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=24&z=2017-04-01&g=2017-04-01) de basiselektriciteitsprijs of elektriciteitsprijs voor niet op een elektriciteitsnet ingevoede elektriciteit.
##### Artikel 21
1. Het door de producent opgegeven tenderbedrag, bedoeld in [artikel 19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=19&z=2015-05-30&g=2015-05-30), geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
2. De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=20&z=2015-05-30&g=2015-05-30), die geldt op het moment van aanvraag van de subsidie, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
1. Het door de producent opgegeven tenderbedrag, bedoeld in [artikel 19, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=19&z=2017-04-01&g=2017-04-01), geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
2. De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=20&z=2017-04-01&g=2017-04-01), die geldt op het moment van aanvraag van de subsidie, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
##### Artikel 22
1. Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het tenderbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met:
- a. de elektriciteitsprijs of, indien de elektriciteitsprijs lager is dan de in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=20&z=2015-05-30&g=2015-05-30) bedoelde basiselektriciteitsprijs, de in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=20&z=2015-05-30&g=2015-05-30) bedoelde basiselektriciteitsprijs;
- a. de elektriciteitsprijs of, indien de elektriciteitsprijs lager is dan de in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=20&z=2017-04-01&g=2017-04-01) bedoelde basiselektriciteitsprijs, de in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=20&z=2017-04-01&g=2017-04-01) bedoelde basiselektriciteitsprijs;
- b. de waarde van de garanties van oorsprong;
@@ -296,9 +298,9 @@
3. In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het tenderbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per kWh opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel [16.2 van de Wet milieubeheer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&titeldeel=16.2).
4. Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en derde lid bedoelde correcties en de in het tweede lid bedoelde profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en onbalanskosten voor het voorgaande kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=20&z=2015-05-30&g=2015-05-30) verschillende basiselektriciteitsprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld.
5. Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en derde lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=20&z=2015-05-30&g=2015-05-30) verschillende basiselektriciteitsprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld en waarbij voor de elektriciteitsprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 september tot en met 31 augustus, of in een bij ministeriele regeling te bepalen periode, voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd en voor de profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en onbalanskosten de waarden die op grond van het derde lid zijn vastgesteld. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste en derde lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld.
4. Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en derde lid bedoelde correcties en de in het tweede lid bedoelde profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en onbalanskosten voor het voorgaande kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=20&z=2017-04-01&g=2017-04-01) verschillende basiselektriciteitsprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld.
5. Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en derde lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=20&z=2017-04-01&g=2017-04-01) verschillende basiselektriciteitsprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld en waarbij voor de elektriciteitsprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 september tot en met 31 augustus, of in een bij ministeriele regeling te bepalen periode, voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd en voor de profielkosten van elektriciteitslevering aan het net en onbalanskosten de waarden die op grond van het derde lid zijn vastgesteld. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste en derde lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld.
6. Indien het ingevolge het eerste of derde lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.
@@ -310,11 +312,11 @@
- 1°. het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie voor hernieuwbare elektriciteit in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op een elektriciteitsnet heeft ingevoed, met
- 2°. het voor het betreffende kalenderjaar op basis van [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2015-05-30&g=2015-05-30) geldende gecorrigeerde tenderbedrag, en
- 2°. het voor het betreffende kalenderjaar op basis van [artikel 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2017-04-01&g=2017-04-01) geldende gecorrigeerde tenderbedrag, en
- b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen.
2. Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen. Indien de elektriciteitsprijs gedurende een bepaalde periode negatief is, kan het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt worden gecorrigeerd, bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in welke gevallen en over de wijze waarop deze correctie plaatsvindt.
2. Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen. Indien de elektriciteitsprijs gedurende een bepaalde periode negatief is, kan het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt worden gecorrigeerd. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in welke gevallen en over de wijze waarop deze correctie plaatsvindt.
3. Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar minder kWh is geproduceerd dan het aantal kWh dat het betreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, het verschil in kWh bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal kWh dat opgeteld wordt bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt.
@@ -326,7 +328,7 @@
##### Artikel 24
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het tenderbedrag, bedoeld in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=19&z=2015-05-30&g=2015-05-30), en de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=20&z=2015-05-30&g=2015-05-30), vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het tenderbedrag, bedoeld in [artikel 19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=19&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in [artikel 20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=20&z=2017-04-01&g=2017-04-01), vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.
#### § 4. Subsidie voor hernieuwbaar gas
@@ -340,13 +342,13 @@
##### Artikel 26
De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2015-05-30&g=2015-05-30), wordt gekozen voor verdeling op volgorde van binnenkomst.
De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2017-04-01&g=2017-04-01), wordt gekozen voor verdeling op volgorde van binnenkomst.
##### Artikel 27
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per fase een fasebedrag per kWh vastgesteld voor de subsidie voor de productie van hernieuwbaar gas.
2. Voor de subsidie voor de productie van hernieuwbaar gas geldt het fasebedrag per kWh dat is vastgesteld voor de fase waarin de subsidie-aanvrager zijn aanvraag indient, tenzij dat fasebedrag hoger is dan het basisbedrag vastgesteld voor de betreffende categorie productie-installaties, bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=28&z=2015-05-30&g=2015-05-30), in welk geval dit basisbedrag geldt.
2. Voor de subsidie voor de productie van hernieuwbaar gas geldt het fasebedrag per kWh dat is vastgesteld voor de fase waarin de subsidie-aanvrager zijn aanvraag indient, tenzij dat fasebedrag hoger is dan het basisbedrag vastgesteld voor de betreffende categorie productie-installaties, bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=28&z=2017-04-01&g=2017-04-01), in welk geval dit basisbedrag geldt.
3. Bij regeling van Onze Minister kan voor een categorie productie-installaties een fasebedrag worden vastgesteld dat afwijkt van het fasebedrag vastgesteld op grond van het eerste lid.
@@ -366,21 +368,23 @@
##### Artikel 29
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het fasebedrag of basisbedrag, bedoeld in [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=31&z=2015-05-30&g=2015-05-30) en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=33&z=2015-05-30&g=2015-05-30), een basisenergieprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties.
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het fasebedrag of basisbedrag, bedoeld in [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=31&z=2017-04-01&g=2017-04-01) en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in [artikel 33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=33&z=2017-04-01&g=2017-04-01), een basisenergieprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties.
2. De hoogte van de basisenergieprijs bedraagt tweederde van de lange termijn gasprijs voor de betreffende toepassing van het gas.
##### Artikel 30
Het fasebedrag, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=27&z=2015-05-30&g=2015-05-30), of het basisbedrag, bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=28&z=2015-05-30&g=2015-05-30), en de basisenergieprijs, bedoeld in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=29&z=2015-05-30&g=2015-05-30), die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
Het fasebedrag, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=27&z=2017-04-01&g=2017-04-01), of het basisbedrag, bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=28&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en de basisenergieprijs, bedoeld in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=29&z=2017-04-01&g=2017-04-01), die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
##### Artikel 31
1. Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het fasebedrag of basisbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met:
- a. de energieprijs of, indien de energieprijs lager is dan de in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=29&z=2015-05-30&g=2015-05-30) bedoelde basisenergieprijs, de in artikel 29 bedoelde basisenergieprijs;
- b. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van de hernieuwbaar gas en de relevante gemiddelde marktprijs van gas en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid.
- a. de energieprijs of, indien de energieprijs lager is dan de in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=29&z=2017-04-01&g=2017-04-01) bedoelde basisenergieprijs, de in artikel 29 bedoelde basisenergieprijs;
- b. de waarde van de garanties van oorsprong;
- c. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van de hernieuwbaar gas en de relevante gemiddelde marktprijs van gas en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid.
2. De energieprijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt de gemiddelde waarde voor gas voor de betreffende toepassing van het gas.
@@ -404,7 +408,7 @@
- 1°. het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie voor hernieuwbaar gas in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbaar gas heeft geproduceerd en op een gasnet heeft ingevoed, met
- 2°. het voor het betreffende kalenderjaar op basis van [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=31&z=2015-05-30&g=2015-05-30) geldende gecorrigeerde fasebedrag of basisbedrag, en
- 2°. het voor het betreffende kalenderjaar op basis van [artikel 31](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=31&z=2017-04-01&g=2017-04-01) geldende gecorrigeerde fasebedrag of basisbedrag, en
- b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen.
@@ -426,13 +430,13 @@
##### Artikel 33
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het fasebedrag, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=27&z=2015-05-30&g=2015-05-30), of het basisbedrag, bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=28&z=2015-05-30&g=2015-05-30), en de basisenergieprijs, bedoeld in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=29&z=2015-05-30&g=2015-05-30), vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het fasebedrag, bedoeld in [artikel 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=27&z=2017-04-01&g=2017-04-01), of het basisbedrag, bedoeld in [artikel 28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=28&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en de basisenergieprijs, bedoeld in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=29&z=2017-04-01&g=2017-04-01), vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.
#### § 4.3. Subsidie volgorde rangschikking
##### Artikel 34
De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2015-05-30&g=2015-05-30), wordt gekozen voor verdeling op volgorde van rangschikking.
De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2017-04-01&g=2017-04-01), wordt gekozen voor verdeling op volgorde van rangschikking.
##### Artikel 35
@@ -448,23 +452,25 @@
##### Artikel 37
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het tenderbedrag, bedoeld in [artikel 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=39&z=2015-05-30&g=2015-05-30), en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=41&z=2015-05-30&g=2015-05-30), een basisenergieprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen voor verschillende categorieën productie-installaties.
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het tenderbedrag, bedoeld in [artikel 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=39&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in [artikel 41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=41&z=2017-04-01&g=2017-04-01), een basisenergieprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen voor verschillende categorieën productie-installaties.
2. De hoogte van de basisenergieprijs bedraagt tweederde van de lange termijn gasprijs.
##### Artikel 38
1. Het door de producent opgegeven tenderbedrag, bedoeld in [artikel 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=36&z=2015-05-30&g=2015-05-30), geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
2. De basisenergieprijs, bedoeld in [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=37&z=2015-05-30&g=2015-05-30), die geldt op het moment van aanvraag van de subsidie, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
1. Het door de producent opgegeven tenderbedrag, bedoeld in [artikel 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=36&z=2017-04-01&g=2017-04-01), geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
2. De basisenergieprijs, bedoeld in [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=37&z=2017-04-01&g=2017-04-01), die geldt op het moment van aanvraag van de subsidie, geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
##### Artikel 39
1. Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het tenderbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met:
- a. de energieprijs of, indien de energieprijs lager is dan de in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=29&z=2015-05-30&g=2015-05-30) bedoelde basisenergieprijs is, de in [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=29&z=2015-05-30&g=2015-05-30) bedoelde basisenergieprijs;
- b. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van het hernieuwbaar gas en de relevante gemiddelde marktprijs van gas en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid.
- a. de energieprijs of, indien de energieprijs lager is dan de in [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=37&z=2017-04-01&g=2017-04-01) bedoelde basisenergieprijs is, de in artikel 37 bedoelde basisenergieprijs;
- b. de waarde van garanties van oorsprong;
- c. andere bij ministeriële regeling vast te stellen correcties die een substantiële invloed hebben op het verschil tussen de gemiddelde kostprijs van het hernieuwbaar gas en de relevante gemiddelde marktprijs van gas en die voortvloeien uit maatregelen van de overheid.
2. De energieprijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bedraagt de gemiddelde waarde voor gas voor de betreffende toepassing van het gas.
@@ -484,7 +490,7 @@
- 1°. het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong zijn verstrekt die aantonen dat de producent met zijn productie-installatie voor hernieuwbaar gas in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbaar gas heeft geproduceerd en op een gasnet heeft ingevoed, met
- 2°. het voor het betreffende kalenderjaar op basis van [artikel 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=39&z=2015-05-30&g=2015-05-30) geldende gecorrigeerde tenderbedrag, en
- 2°. het voor het betreffende kalenderjaar op basis van [artikel 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=39&z=2017-04-01&g=2017-04-01) geldende gecorrigeerde tenderbedrag, en
- b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen.
@@ -506,7 +512,7 @@
##### Artikel 41
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het tenderbedrag, bedoeld in [artikel 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=36&z=2015-05-30&g=2015-05-30), en de basisenergieprijs, bedoeld in [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=37&z=2015-05-30&g=2015-05-30), vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het tenderbedrag, bedoeld in [artikel 36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=36&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en de basisenergieprijs, bedoeld in [artikel 37](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=37&z=2017-04-01&g=2017-04-01), vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.
#### § 5. Subsidie voor elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling
@@ -520,7 +526,7 @@
##### Artikel 43
De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2015-05-30&g=2015-05-30), wordt gekozen voor verdeling op volgorde van binnenkomst.
De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2017-04-01&g=2017-04-01), wordt gekozen voor verdeling op volgorde van binnenkomst.
##### Artikel 44
@@ -538,21 +544,21 @@
##### Artikel 45
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het fasebedrag of basisbedrag, bedoeld in [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=44&z=2015-05-30&g=2015-05-30) en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in [artikel 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=49&z=2015-05-30&g=2015-05-30), een basisenergieprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties of per soort toepassing van de energie.
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het fasebedrag of basisbedrag, bedoeld in [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=44&z=2017-04-01&g=2017-04-01) en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in [artikel 49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=49&z=2017-04-01&g=2017-04-01), een basisenergieprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties of per soort toepassing van de energie.
2. Binnen een categorie productie-installaties kunnen verschillende basisenergieprijzen gelden die gerelateerd zijn aan de hoeveelheid geproduceerde kWh die voor subsidie in aanmerking komt.
3. Indien op grond van het eerste lid aparte basisprijzen per kWh worden vastgesteld per soort toepassing van energie geldt voor het aantal kWh met een soort toepassing bij de toepassing van de [artikelen 46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=46&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [47, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=47&z=2015-05-30&g=2015-05-30), en [49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=49&z=2015-05-30&g=2015-05-30) de basisenergieprijs of energieprijs voor de betreffende soort toepassing.
3. Indien op grond van het eerste lid aparte basisprijzen per kWh worden vastgesteld per soort toepassing van energie geldt voor het aantal kWh met een soort toepassing bij de toepassing van de [artikelen 46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=46&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [47, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=47&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en [49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=49&z=2017-04-01&g=2017-04-01) de basisenergieprijs of energieprijs voor de betreffende soort toepassing.
##### Artikel 46
Het fasebedrag, bedoeld in [artikel 43a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=43a&z=2015-05-30&g=2015-05-30), of het basisbedrag, bedoeld in [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=44&z=2015-05-30&g=2015-05-30), en de basisenergieprijs, bedoeld in [artikel 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=45&z=2015-05-30&g=2015-05-30), die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
Het fasebedrag, bedoeld in [artikel 43a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=43a&z=2017-04-01&g=2017-04-01), of het basisbedrag, bedoeld in [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=44&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en de basisenergieprijs, bedoeld in [artikel 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=45&z=2017-04-01&g=2017-04-01), die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
##### Artikel 47
1. Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het fasebedrag of basisbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met:
- a. de energieprijs of, indien de energieprijs lager is dan de in [artikel 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=45&z=2015-05-30&g=2015-05-30) bedoelde basisenergieprijs, de in artikel 45 bedoelde basisenergieprijs;
- a. de energieprijs of, indien de energieprijs lager is dan de in [artikel 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=45&z=2017-04-01&g=2017-04-01) bedoelde basisenergieprijs, de in artikel 45 bedoelde basisenergieprijs;
- b. de waarde van garanties van oorsprong;
@@ -562,9 +568,9 @@
3. In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het fasebedrag of basisbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per kWh in verband met de opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in [titel 16.2 van de Wet milieubeheer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&titeldeel=16.2).
4. Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en derde lid bedoelde correcties voor het voorgaande kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van [artikel 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=45&z=2015-05-30&g=2015-05-30) verschillende basisenergieprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld.
5. Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en derde lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van [artikel 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=45&z=2015-05-30&g=2015-05-30) verschillende basisenergieprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld en waarbij voor de elektriciteitsprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 september tot en met 31 augustus, of in een bij ministeriele regeling te bepalen periode, voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste en derde lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld.
4. Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en derde lid bedoelde correcties voor het voorgaande kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van [artikel 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=45&z=2017-04-01&g=2017-04-01) verschillende basisenergieprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld.
5. Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en derde lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van [artikel 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=45&z=2017-04-01&g=2017-04-01) verschillende basisenergieprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld en waarbij voor de elektriciteitsprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 september tot en met 31 augustus, of in een bij ministeriele regeling te bepalen periode, voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste en derde lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld.
6. Indien een productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen, kan Onze Minister in de beschikking tot subsidieverlening een correctie op het ingevolge het eerste lid geldende bedrag vaststellen.
@@ -580,11 +586,11 @@
- 1°. het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong aantonen dat de producent met zijn productie-installatie voor hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare warmte heeft geproduceerd die nuttig is gebruikt en hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op een elektriciteitsnet heeft ingevoed, met
- 2°. het voor het betreffende kalenderjaar op basis van [artikel 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=47&z=2015-05-30&g=2015-05-30) geldende gecorrigeerde fasebedrag of basisbedrag, en
- 2°. het voor het betreffende kalenderjaar op basis van [artikel 47](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=47&z=2017-04-01&g=2017-04-01) geldende gecorrigeerde fasebedrag of basisbedrag, en
- b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen.
2. Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen.
2. Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen. Indien de elektriciteitsprijs gedurende een bepaalde periode negatief is, kan het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt worden gecorrigeerd. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in welke gevallen en over de wijze waarop deze correctie plaatsvindt.
3. Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar minder kWh is geproduceerd dan het aantal kWh dat het betreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, het verschil in kWh bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal kWh dat opgeteld wordt bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt.
@@ -598,13 +604,13 @@
##### Artikel 49
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het fasebedrag, bedoeld in [artikel 43a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=43a&z=2015-05-30&g=2015-05-30), of het basisbedrag, bedoeld [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=44&z=2015-05-30&g=2015-05-30), en de basisenergieprijs, bedoeld in [artikel 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=45&z=2015-05-30&g=2015-05-30), vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het fasebedrag, bedoeld in [artikel 43a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=43a&z=2017-04-01&g=2017-04-01), of het basisbedrag, bedoeld [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=44&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en de basisenergieprijs, bedoeld in [artikel 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=45&z=2017-04-01&g=2017-04-01), vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.
#### § 5.3. Subsidie volgorde rangschikking
##### Artikel 50
De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2015-05-30&g=2015-05-30), wordt gekozen voor verdeling op volgorde van rangschikking.
De bepalingen in deze paragraaf gelden indien ingevolge [artikel 2, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2017-04-01&g=2017-04-01), wordt gekozen voor verdeling op volgorde van rangschikking.
##### Artikel 51
@@ -616,23 +622,23 @@
##### Artikel 52
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het tenderbedrag, bedoeld in [artikel 54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=54&z=2015-05-30&g=2015-05-30), en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in [artikel 55a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=55a&z=2015-05-30&g=2015-05-30), een basisenergieprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties of per soort toepassing van de warmte.
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt ten behoeve van de correctie van het tenderbedrag, bedoeld in [artikel 54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=54&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en de vaststelling van het bedrag dat de subsidie ten hoogste bedraagt, bedoeld in [artikel 55a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=55a&z=2017-04-01&g=2017-04-01), een basisenergieprijs per kWh vastgesteld die kan verschillen per categorie productie-installaties of per soort toepassing van de warmte.
2. Binnen een categorie productie-installaties kunnen verschillende basisenergieprijzen gelden die gerelateerd zijn aan de hoeveelheid geproduceerde kWh die voor subsidie in aanmerking komt.
3. Indien op grond van het eerste lid aparte basisprijzen per kWh worden vastgesteld per soort toepassing van warmte geldt voor het aantal kWh met een soort toepassing bij de toepassing van de [artikelen 53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=53&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [54, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=54&z=2015-05-30&g=2015-05-30), en [55a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=55a&z=2015-05-30&g=2015-05-30) de basisenergieprijs of energieprijs voor de betreffende soort toepassing.
3. Indien op grond van het eerste lid aparte basisprijzen per kWh worden vastgesteld per soort toepassing van warmte geldt voor het aantal kWh met een soort toepassing bij de toepassing van de [artikelen 53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=53&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [54, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=54&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en [55a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=55a&z=2017-04-01&g=2017-04-01) de basisenergieprijs of energieprijs voor de betreffende soort toepassing.
##### Artikel 53
1. Het door de producent opgegeven tenderbedrag, bedoeld in [artikel 51, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=51&z=2015-05-30&g=2015-05-30), geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
2. De basisenergieprijs of basisenergieprijzen, bedoeld in [artikel 52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=52&z=2015-05-30&g=2015-05-30), die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
1. Het door de producent opgegeven tenderbedrag, bedoeld in [artikel 51, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=51&z=2017-04-01&g=2017-04-01), geldt gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
2. De basisenergieprijs of basisenergieprijzen, bedoeld in [artikel 52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=52&z=2017-04-01&g=2017-04-01), die gelden op het moment van aanvraag van de subsidie, gelden gedurende de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt.
##### Artikel 54
1. Voor elke subsidie-ontvanger geldt dat het tenderbedrag in elk kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt wordt gecorrigeerd met:
- a. de energieprijs of, indien de energieprijs lager is dan de in [artikel 52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=52&z=2015-05-30&g=2015-05-30) bedoelde basisenergieprijs, de in artikel 52 bedoelde basisenergieprijs;
- a. de energieprijs of, indien de energieprijs lager is dan de in [artikel 52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=52&z=2017-04-01&g=2017-04-01) bedoelde basisenergieprijs, de in artikel 52 bedoelde basisenergieprijs;
- b. de waarde van de garanties van oorsprong;
@@ -642,9 +648,9 @@
3. In de beschikking tot subsidieverlening kan Onze Minister bepalen dat, in aanvulling op het eerste lid, het tenderbedrag wordt gecorrigeerd met een bedrag per kWh opbrengsten die voor de subsidie-ontvanger voortvloeien uit het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in [titel 16.2 van de Wet milieubeheer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&titeldeel=16.2).
4. Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en derde lid bedoelde correcties voor het voorgaande kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van [artikel 52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=52&z=2015-05-30&g=2015-05-30) verschillende basisenergieprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld.
5. Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en derde lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van [artikel 52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=52&z=2015-05-30&g=2015-05-30) verschillende basisenergieprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld en waarbij voor de elektriciteitsprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 september tot en met 31 augustus, of in een bij ministeriele regeling te bepalen periode, voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste en derde lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld.
4. Bij ministeriële regeling worden jaarlijks voor 1 april de in het eerste en derde lid bedoelde correcties voor het voorgaande kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van [artikel 52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=52&z=2017-04-01&g=2017-04-01) verschillende basisenergieprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld.
5. Ten behoeve van de voorschotverlening worden bij ministeriële regeling jaarlijks voor 1 november de in het eerste en derde lid bedoelde correcties voor het volgende kalenderjaar vastgesteld, die kunnen verschillen per categorie productie-installaties en binnen een categorie productie-installaties indien op grond van [artikel 52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=52&z=2017-04-01&g=2017-04-01) verschillende basisenergieprijzen voor een categorie productie-installaties zijn vastgesteld en waarbij voor de elektriciteitsprijs de gemiddelde waarde in de periode 1 september tot en met 31 augustus, of in een bij ministeriele regeling te bepalen periode, voorafgaand aan het kalenderjaar wordt gehanteerd. Indien na 1 november bij ministeriële regeling een andere categorie productie-installaties wordt aangewezen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden de in het eerste en derde lid bedoelde correcties ten behoeve van de voorschotverlening voor die categorie productie-installaties bij die ministeriële regeling vastgesteld.
6. Indien het ingevolge het eerste of derde lid geldende bedrag negatief is, bedraagt het bedrag nul.
@@ -656,11 +662,11 @@
- 1°. het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt en waarvoor garanties van oorsprong aantonen dat de producent met zijn productie-installatie voor hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit in het betreffende kalenderjaar een hoeveelheid hernieuwbare warmte heeft geproduceerd die nuttig is gebruikt en hernieuwbare elektriciteit heeft geproduceerd en op een elektriciteitsnet heeft ingevoed, met
- 2°. het voor het betreffende kalenderjaar op basis van [artikel 54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=54&z=2015-05-30&g=2015-05-30) geldende gecorrigeerde tenderbedrag, en
- 2°. het voor het betreffende kalenderjaar op basis van [artikel 54](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=54&z=2017-04-01&g=2017-04-01) geldende gecorrigeerde tenderbedrag, en
- b. de overeenkomstig onderdeel a berekende bedragen voor ieder kalenderjaar van de periode waarover subsidie wordt verstrekt bij elkaar op te tellen.
2. Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen.
2. Het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt bedraagt ten hoogste het in de beschikking tot subsidieverlening vastgestelde maximum aantal kWh dat per jaar kan verschillen en dat gebaseerd is op het vermogen van de installatie en het aantal vollasturen. Indien de elektriciteitsprijs gedurende een bepaalde periode negatief is, kan het aantal kWh dat jaarlijks voor subsidie in aanmerking komt worden gecorrigeerd. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld in welke gevallen en over de wijze waarop deze correctie plaatsvindt.
3. Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat indien in een jaar minder kWh is geproduceerd dan het aantal kWh dat het betreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt, het verschil in kWh bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt wordt opgeteld. Bij ministeriële regeling kan een maximum, dat per jaar kan verschillen, worden gesteld aan het aantal kWh dat opgeteld wordt bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt.
@@ -676,25 +682,31 @@
##### Artikel 56
1. Een aanvraag om subsidieverlening wordt ingediend met gebruikmaking van een middel dat door Onze Minister beschikbaar wordt gesteld. Onze Minister kan bij ministeriële regeling een of meer categorieën productie-installaties aanwijzen waarvoor een gebundelde aanvraag kan worden ingediend. Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat per openstellingsperiode of per kalenderjaar per adres waarop een productie-installatie is of wordt geplaatst maximaal één aanvraag kan worden ingediend.
2. Indien van toepassing, gaat een aanvraag vergezeld van:
- a. een omschrijving van iedere productie-installatie waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
- b. een onderbouwde opgave van de hoeveelheid op te wekken en in te voeden kWh per kalenderjaar gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt van iedere productie-installatie;
- c. de voor de productie-installatie verleende vergunningen krachtens de [Wet algemene bepalingen omgevingsrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024779), de [Wet beheer rijkswaterstaatswerken](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008331), [hoofdstuk 6, paragraaf 6, van het Waterbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0026872&paragraaf=6) of de [Mijnbouwwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014168);
- d. een plan voor het in gebruik nemen en exploiteren van iedere productie-installatie;
- e. een financiële onderbouwing van iedere productie-installatie waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
- f. indien de subsidie-aanvrager een samenwerkingsverband is, een overzicht van de deelnemers aan het samenwerkingsverband;
- g. overige door Onze Minister aangegeven bescheiden.
3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de gegevens die op grond van lid 2, onderdelen a tot en met g, overgelegd moeten worden.
1. Een aanvraag om subsidieverlening wordt ingediend met gebruikmaking van een middel, dat door Onze Minister beschikbaar wordt gesteld.
2. Bij ministeriële regeling kunnen een of meer categorieën productie-installaties worden aangewezen waarvoor een gebundelde aanvraag kan worden ingediend.
3. Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat per openstellingsperiode of per kalenderjaar per adres waarop een productie-installatie is of wordt geplaatst maximaal één aanvraag kan worden ingediend.
4. Een aanvraag tot subsidieverlening bevat gegevens over:
- a. de subsidie-aanvrager, waaronder naam, adres en rekeningnummer;
- b. voor zover de subsidie-aanvrager een samenwerkingsverband is, een overzicht van de deelnemers aan het samenwerkingsverband;
- c. de categorie productie-installatie waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
- d. de locatie waar de productie-installatie wordt geplaatst;
- e. de hoeveelheid op te wekken en in te voeden kWh van iedere productie-installatie per kalenderjaar gedurende de periode waarover subsidie wordt verstrekt;
- f. het tijdschema betreffende de ingebruikname van de productie-installatie.
5. Bij ministeriële regeling kan voor categorieën productie-installaties worden bepaald dat aan het vierde lid, onderdeel d, niet behoeft te zijn voldaan, in welk geval bij die regeling aanvullende voorwaarden kunnen worden gesteld aan de documenten die krachtens het vierde lid bij een subsidieaanvraag moeten worden gevoegd.
6. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een haalbaarheidsstudie of de vergunningen die vereist zijn voor de realisatie van de productie-installatie bij een aanvraag worden gevoegd. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt naar categorie productie-installatie, op te wekken vermogen of aan te vragen subsidiebedrag en kunnen eisen worden gesteld waaraan de haalbaarheidsstudie moet voldoen.
7. Bij ministeriële regeling kunnen indien dit noodzakelijk is voor de beoordeling van de aanvraag andere gegevens die een aanvraag bevat of andere bescheiden die bij een aanvraag moeten worden gevoegd, worden vastgesteld. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt naar categorie productie-installatie, op te wekken vermogen of aan te vragen subsidiebedrag.
##### Artikel 57
@@ -714,7 +726,7 @@
1. Ingeval van verdeling op volgorde van binnenkomst, verdeelt Onze Minister het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van [artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:5) de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, voor de toepassing van dit artikel, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als datum van ontvangst geldt.
2. Indien honorering van alle aanvragen die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond, of de maximale productie in kWh zou worden overschreden, worden steeds de aanvragen om subsidie met het laagste fasebedrag of basisbedrag in drie decimalen omgerekend naar euro per kWh geacht eerder te zijn ontvangen. Indien honorering van alle aanvragen om subsidie met hetzelfde fasebedrag of basisbedrag in drie decimalen die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond, of de maximale productie in kWh zou worden overschreden, stelt Onze Minister de volgorde van ontvangst van deze aanvragen vast door middel van loting.
2. Indien honorering van alle aanvragen die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond, of de maximale productie in kWh zou worden overschreden, worden steeds de aanvragen om subsidie met het laagste fasebedrag of basisbedrag per kWh geacht eerder te zijn ontvangen. Indien honorering van alle aanvragen om subsidie met hetzelfde fasebedrag of basisbedrag die op één dag zijn ontvangen ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond, of de maximale productie in kWh zou worden overschreden, stelt Onze Minister de volgorde van ontvangst van deze aanvragen vast door middel van loting.
3. Aanvragen die worden ontvangen op werkdagen na 17.00 uur of andere dagen, worden aangemerkt als ontvangen op de eerstvolgende werkdag.
@@ -722,7 +734,7 @@
- a. wordt een gebundelde aanvraag behandeld als één aanvraag, waarbij als fasebedrag of basisbedrag geldt het fasebedrag of basisbedrag van de aanvraag met het hoogste fasebedrag of basisbedrag van de bundel;
- b. worden bij de loting alle op de betreffende dag ontvangen aanvragen met hetzelfde fasebedrag of basisbedrag in drie decimalen betrokken.
- b. worden bij de loting alle op de betreffende dag ontvangen aanvragen met hetzelfde fasebedrag of basisbedrag betrokken.
##### Artikel 59
@@ -730,9 +742,9 @@
- a. de aanvraag niet voldoet aan dit besluit en de daarop berustende bepalingen;
- b. hij het onaannemelijk acht dat de productie-installatie binnen vier jaar of binnen de bij of krachtens [artikel 61, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=7&artikel=61&z=2015-05-30&g=2015-05-30), vastgestelde termijn in gebruik wordt genomen;
- c. hij het onaannemelijk acht dat het plan, bedoeld in [artikel 56, lid 2, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=6&artikel=56&z=2015-05-30&g=2015-05-30):
- b. hij het onaannemelijk acht dat de productie-installatie binnen vier jaar of binnen de bij of krachtens [artikel 61, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=7&artikel=61&z=2017-04-01&g=2017-04-01), vastgestelde termijn in gebruik wordt genomen;
- c. hij het onaannemelijk acht dat de realisatie van de productie-installatie:
- 1°. uitvoerbaar is;
@@ -742,13 +754,17 @@
- 4°. economisch haalbaar is;
- d. één of meer vergunningen als bedoeld in [artikel 56, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=6&artikel=56&z=2015-05-30&g=2015-05-30), niet zijn verleend.
- d. indien van toepassing één of meer vergunningen als bedoeld in [artikel 56, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=6&artikel=56&z=2017-04-01&g=2017-04-01), niet zijn verleend.
2. Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties worden bepaald dat Onze Minister afwijzend beslist op een aanvraag indien geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie is verkregen voor het plaatsen van de productie-installatie.
3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de afwijzingsgronden, bedoeld in het eerste lid.
4. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat Onze Minister in ieder geval afwijzend beslist op een aanvraag waarbij het tenderbedrag dusdanig hoog is dat de toekenning ervan bij de rangschikking op tenderbedrag leidt tot een overschrijding van het subsidieplafond.
##### Artikel 60
1. Onze Minister rangschikt de aanvragen waarop niet met toepassing van het [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=6&artikel=59&z=2015-05-30&g=2015-05-30) afwijzend wordt beslist zodanig dat een aanvraag hoger wordt gerangschikt indien:
1. Onze Minister rangschikt de aanvragen waarop niet met toepassing van het [artikel 59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=6&artikel=59&z=2017-04-01&g=2017-04-01) afwijzend wordt beslist zodanig dat een aanvraag hoger wordt gerangschikt indien:
- a. voor hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte het tenderbedrag per kWh lager is;
@@ -764,12 +780,14 @@
3. Onze Minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van rangschikking van de aanvragen.
4. Indien honorering van alle aanvragen die gelijk zijn gerangschikt ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond zou worden overschreden, stelt Onze Minister de onderlinge rangschikking van deze aanvragen vast door middel van loting.
4. Indien honorering van alle aanvragen die gelijk zijn gerangschikt ertoe zou leiden dat het beschikbare subsidieplafond of het aantal producenten, bedoeld in het zevende lid, zou worden overschreden, stelt Onze Minister de onderlinge rangschikking van deze aanvragen vast door middel van loting.
5. Een gebundelde aanvraag wordt voor de toepassing van dit artikel behandeld als één aanvraag.
6. Ten behoeve van de rangschikking van aanvragen om subsidie voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee kan Onze Minister het door de producent opgegeven tenderbedrag met een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag verminderen, dat gerelateerd is aan de afstand van een productie-installatie tot de kust.
7. Bij ministeriële regeling kan voor een categorie productie-installaties het aantal producenten waaraan subsidie wordt verleend, worden beperkt.
#### § 7. Verplichtingen van de subsidieontvanger
##### Artikel 61
@@ -778,18 +796,30 @@
2. Een subsidie-ontvanger mag, behoudens ontheffing van Onze Minister, tot de datum van ingebruikname van een productie-installatie een beschikking tot subsidieverlening niet overdragen aan een derde.
3. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de beschikking tot subsidieverlening wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat de subsidie-ontvanger verplicht is mee te werken aan het sluiten van een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in [artikel 4:36, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:36). Bij ministeriële regeling kunnen nadere eisen aan de uitvoeringsovereenkomst worden gesteld.
3. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de beschikking tot subsidieverlening wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat:
- a. de subsidie-ontvanger verplicht is mee te werken aan het sluiten van een uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in [artikel 4:36, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=4:36), of
- b. een bankgarantie wordt afgegeven tot zekerheid voor de nakoming van de in de uitvoeringsovereenkomst opgenomen verplichtingen.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels over de uitvoeringsovereenkomst worden gesteld.
##### Artikel 62
1. De subsidie-ontvanger realiseert en exploiteert de productie-installatie overeenkomstig het plan zoals ingediend bij de aanvraag om subsidie.
1. De subsidie-ontvanger realiseert en exploiteert de productie-installatie overeenkomstig de gegevens zoals ingediend bij de aanvraag om subsidie.
2. De verplichting bedoeld in het eerste lid, geldt tot aan de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld.
3. Onze Minister kan voor het vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van de realisatie of exploitatie van de productie-installatie in afwijking van het plan op voorafgaand verzoek van de subsidie-ontvanger schriftelijk ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid. Aan de ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden. Een ontheffing wordt niet verleend voor zover dit zou inhouden dat de subsidie-ontvanger de productie-installatie later in gebruik neemt dan een jaar na de dag waarop krachtens [artikel 61, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=7&artikel=61&z=2015-05-30&g=2015-05-30), de productie-installatie in gebruik dient te zijn genomen.
3. Onze Minister kan voor het vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van de realisatie of exploitatie van de productie-installatie in afwijking van het plan op voorafgaand verzoek van de subsidie-ontvanger schriftelijk ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in het eerste lid. Aan de ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden. Een ontheffing wordt niet verleend voor zover dit zou inhouden dat de subsidie-ontvanger de productie-installatie later in gebruik neemt dan een jaar na de dag waarop krachtens [artikel 61, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=7&artikel=61&z=2017-04-01&g=2017-04-01), de productie-installatie in gebruik dient te zijn genomen.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere verplichtingen voor de subsidie-ontvanger worden opgelegd, die kunnen verschillen per categorie van productie-installaties.
5. Bij ministeriële regeling kunnen nadere verplichtingen voor de subsidie-ontvanger worden opgelegd in het geval dat:
- a. de subsidie-aanvrager een samenwerkingsverband is;
- b. een subsidie-aanvrager, krachtens [artikel 56, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=6&artikel=56&z=2017-04-01&g=2017-04-01), niet hoeft te voldoen aan artikel 56, vierde lid, onderdeel d.
##### Artikel 63
1. In de beschikking tot subsidieverlening kan aan de subsidie-ontvanger de verplichting tot het indienen van ten hoogste één maal per kalenderjaar van een tussentijds voortgangsverslag worden opgelegd dat betrekking heeft op:
@@ -820,39 +850,39 @@
1. Een voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbare elektriciteit produceert bedraagt het product van:
- a. het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh, waar op verzoek van de producent het aantal kWh, bedoeld in [artikel 15, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=15&z=2015-05-30&g=2015-05-30), of [23, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=23&z=2015-05-30&g=2015-05-30), bij opgeteld kan worden, en
- b. het fasebedrag of basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van [artikel 14, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2015-05-30&g=2015-05-30), dan wel [artikel 22, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2015-05-30&g=2015-05-30), vastgestelde correcties,
met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld op basis van het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komend aantal kWh en het gecorrigeerde bedrag, bedoeld in [artikel 14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2015-05-30&g=2015-05-30), dan wel [artikel 22, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2015-05-30&g=2015-05-30).
- a. het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh, waar op verzoek van de producent het aantal kWh, bedoeld in [artikel 15, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=15&z=2017-04-01&g=2017-04-01), of [23, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=23&z=2017-04-01&g=2017-04-01), bij opgeteld kan worden, en
- b. het fasebedrag of basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van [artikel 14, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2017-04-01&g=2017-04-01), dan wel [artikel 22, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2017-04-01&g=2017-04-01), vastgestelde correcties,
met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld op basis van het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komend aantal kWh en het gecorrigeerde bedrag, bedoeld in [artikel 14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2017-04-01&g=2017-04-01), dan wel [artikel 22, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
2. Een voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbaar gas produceert bedraagt het product van:
- a. het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh, waar op verzoek van de producent het aantal kWh, bedoeld in [artikel 32, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=32&z=2015-05-30&g=2015-05-30), of [40, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=40&z=2015-05-30&g=2015-05-30), bij opgeteld kan worden, en
- b. het fasebedrag of basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van [artikel 31, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=31&z=2015-05-30&g=2015-05-30), dan wel [artikel 39, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=39&z=2015-05-30&g=2015-05-30), vastgestelde correcties,
met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld op basis van het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komend aantal kWh en het gecorrigeerde bedrag, bedoeld in [artikel 31, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=31&z=2015-05-30&g=2015-05-30), dan wel [artikel 39, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=39&z=2015-05-30&g=2015-05-30).
- a. het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh, waar op verzoek van de producent het aantal kWh, bedoeld in [artikel 32, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=32&z=2017-04-01&g=2017-04-01), of [40, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=40&z=2017-04-01&g=2017-04-01), bij opgeteld kan worden, en
- b. het fasebedrag of basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van [artikel 31, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=31&z=2017-04-01&g=2017-04-01), dan wel [artikel 39, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=39&z=2017-04-01&g=2017-04-01), vastgestelde correcties,
met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld op basis van het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komend aantal kWh en het gecorrigeerde bedrag, bedoeld in [artikel 31, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=31&z=2017-04-01&g=2017-04-01), dan wel [artikel 39, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=39&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
3. Een voorschot aan een subsidie-ontvanger die hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit produceert bedraagt het product van:
- a. het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh, waar op verzoek van de producent het aantal kWh, bedoeld in [artikel 48, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=48&z=2015-05-30&g=2015-05-30), of [55, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=55&z=2015-05-30&g=2015-05-30), bij opgeteld kan worden, en
- b. het fasebedrag of basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van [artikel 47, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=47&z=2015-05-30&g=2015-05-30), dan wel [artikel 54, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=54&z=2015-05-30&g=2015-05-30), vastgestelde correcties,
met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld op basis van het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komend aantal kWh en het gecorrigeerde bedrag, bedoeld in [artikel 47, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=47&z=2015-05-30&g=2015-05-30), dan wel [artikel 54, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=54&z=2015-05-30&g=2015-05-30).
4. Onze Minister verstrekt per jaar slechts een voorschot tot ten hoogste in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh waar op verzoek van de producent, het aantal kWh, bedoeld in [artikel 15, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=15&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [23, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=23&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [32, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=32&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [40, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=40&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [48, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=48&z=2015-05-30&g=2015-05-30), of [55, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=55&z=2015-05-30&g=2015-05-30), bij opgeteld kan worden.
- a. het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh, waar op verzoek van de producent het aantal kWh, bedoeld in [artikel 48, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=48&z=2017-04-01&g=2017-04-01), of [55, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=55&z=2017-04-01&g=2017-04-01), bij opgeteld kan worden, en
- b. het fasebedrag of basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van [artikel 47, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=47&z=2017-04-01&g=2017-04-01), dan wel [artikel 54, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=54&z=2017-04-01&g=2017-04-01), vastgestelde correcties,
met dien verstande dat in het daaropvolgende kalenderjaar de hoogte van het voorschot wordt vastgesteld op basis van het in het voorgaande kalenderjaar feitelijk geproduceerde en voor subsidie in aanmerking komend aantal kWh en het gecorrigeerde bedrag, bedoeld in [artikel 47, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=47&z=2017-04-01&g=2017-04-01), dan wel [artikel 54, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=54&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
4. Onze Minister verstrekt per jaar slechts een voorschot tot ten hoogste in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh waar op verzoek van de producent, het aantal kWh, bedoeld in [artikel 15, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=15&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [23, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=23&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [32, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=32&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [40, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=40&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [48, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=48&z=2017-04-01&g=2017-04-01), of [55, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=55&z=2017-04-01&g=2017-04-01), bij opgeteld kan worden.
5. Indien de meetgegevens niet beschikbaar zijn in het kalenderjaar, bedoeld in het eerste en derde lid, wordt in afwijking van het eerste en derde lid het voorschot uiterlijk vastgesteld in het eerstvolgende kalenderjaar nadat de meetgegevens beschikbaar zijn.
##### Artikel 68
1. Onze Minister verstrekt de in [artikel 67, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=8&artikel=67&z=2015-05-30&g=2015-05-30), bedoelde voorschotten in maandelijkse bedragen, tenzij bij ministeriële regeling is bepaald dat voor een bepaalde categorie productie-installaties het voorschot in een jaarlijks bedrag wordt verstrekt. De som van de maandelijkse bedragen of van het jaarlijkse bedrag bedraagt niet meer dan 80% van het product van:
- a. Het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh, waar op verzoek van de producent, het aantal kWh, bedoeld in [artikel 15, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=15&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [23, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=23&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [32, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=32&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [40, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=40&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [48, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=48&z=2015-05-30&g=2015-05-30), of [55, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=55&z=2015-05-30&g=2015-05-30), bij opgeteld kan worden en
- b. het basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van de [artikelen 14, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [31, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=31&z=2015-05-30&g=2015-05-30), of [47, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=47&z=2015-05-30&g=2015-05-30), dan wel de [artikelen 22, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [39, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=39&z=2015-05-30&g=2015-05-30), of [54, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=54&z=2015-05-30&g=2015-05-30), vastgestelde correcties.
1. Onze Minister verstrekt de in [artikel 67, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=8&artikel=67&z=2017-04-01&g=2017-04-01), bedoelde voorschotten in maandelijkse bedragen, tenzij bij ministeriële regeling is bepaald dat voor een bepaalde categorie productie-installaties het voorschot in een jaarlijks bedrag wordt verstrekt. De som van de maandelijkse bedragen of van het jaarlijkse bedrag bedraagt niet meer dan 80% van het product van:
- a. Het in de beschikking tot subsidieverlening per kalenderjaar vastgestelde maximum aantal kWh, waar op verzoek van de producent, het aantal kWh, bedoeld in [artikel 15, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=15&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [23, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=23&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [32, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=32&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [40, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=40&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [48, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=48&z=2017-04-01&g=2017-04-01), of [55, derde of vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=55&z=2017-04-01&g=2017-04-01), bij opgeteld kan worden en
- b. het basisbedrag dan wel het tenderbedrag verminderd met de op grond van de [artikelen 14, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [31, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=31&z=2017-04-01&g=2017-04-01), of [47, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=47&z=2017-04-01&g=2017-04-01), dan wel de [artikelen 22, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [39, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=39&z=2017-04-01&g=2017-04-01), of [54, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=54&z=2017-04-01&g=2017-04-01), vastgestelde correcties.
2. Indien de som van de maandelijkse bedragen of van het jaarlijkse bedrag die in een kalenderjaar zijn verstrekt minder dan wel meer bedraagt dan de hoogte van het voorschot dat na afloop van het kalenderjaar wordt vastgesteld, kan Onze Minister dit verrekenen met de nog te verstrekken maandelijkse of jaarlijkse bedragen.
@@ -874,140 +904,154 @@
##### Artikel 71
Onze Minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.
1. Onze Minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.
2. Indien de correcties bedoeld in [artikel 14, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [artikel 22, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [artikel 31, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=31&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [artikel 39, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=39&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [artikel 47, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=47&z=2017-04-01&g=2017-04-01), of [artikel 54, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=54&z=2017-04-01&g=2017-04-01), voor het laatste jaar waarin de subsidiabele productie heeft plaatsgevonden nog niet zijn vastgesteld op het moment dat de aanvraag bedoeld in [artikel 70, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=9&artikel=70&z=2017-04-01&g=2017-04-01), is ingediend, wordt de termijn, bedoeld in het eerste lid, opgeschort tot de dag nadat de desbetreffende correcties zijn vastgesteld.
#### § 8. Voorschotten
##### Artikel 72
Onze Minister publiceert zo snel mogelijk na 1 januari 2016, en vervolgens telkens na vijf jaar, een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit besluit in de praktijk.
##### Artikel 73
Voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas waarvoor subsidie is verstrekt op basis van een aanvraag om subsidie die is ingediend in 2011 wordt bij de toepassing van het [artikel 32, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=32&z=2017-04-01&g=2017-04-01), ten eerste, of [artikel 40, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=40&z=2017-04-01&g=2017-04-01), ten eerste, opgeteld het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt die een producent van hernieuwbaar gas in dat kalenderjaar heeft geproduceerd en op een gasnet heeft laten invoeden.
##### Artikel 74
1. Op aanvragen om subsidie die vóór 1 januari 2015 zijn ingediend, op subsidies die vóór 1 januari 2015 zijn verleend en op subsidies die vóór 1 januari 2015 zijn vastgesteld blijft het recht van toepassing zoals dat luidde onmiddellijk vóór dat tijdstip, met uitzondering het bepaalde in de [artikelen 1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=1&artikel=1&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=6&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=7&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [14, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [15, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=15&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [22, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [23, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=23&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [28, eerste, tweede lid en derde lid, aanhef en onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=28&z=2017-04-01&g=2017-04-01), 29, eerste lid, 31, derde en vijfde lid, 32, eerste, tweede, derde, vierde, zesde en zevende lid, [33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=33&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [36, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=36&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=37&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [39, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=39&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [40, eerste, tweede, derde, vierde, zesde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=40&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=41&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [44, eerste en tweede lid en derde lid aanhef en onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=44&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [47, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=47&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [48, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=48&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=49&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [51, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=51&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [52, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=52&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [54, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=54&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [55, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=55&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [55a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=55a&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [56, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=6&artikel=56&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [58, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=6&artikel=58&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [60, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=6&artikel=60&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [67, eerste lid, tweede lid, onderdeel a en laatste zin, derde lid, onderdeel a en laatste zin en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=8&artikel=67&z=2017-04-01&g=2017-04-01), [68, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=8&artikel=68&z=2017-04-01&g=2017-04-01) en [73](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=10&artikel=73&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
2. Bij subsidies voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, kunnen de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in de [artikelen 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en [20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=20&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en het bedrag, bedoeld in de [artikelen 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en [22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2017-04-01&g=2017-04-01), worden vermenigvuldigd met de factor 1,25, indien dit voor een categorie productie-installaties bij ministeriële regeling is bepaald. Deze categorie productie-installaties wordt in dat geval niet aangewezen als productie-installatie als bedoeld in [artikel 15, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=15&z=2017-04-01&g=2017-04-01).
##### Artikel 75
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
##### Artikel 76
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit stimulering duurzame energieproductie.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de bijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
#### § 3.4. Subsidie voor innovatieve windenergie op zee
##### Artikel 24a
1. Onze Minister kan op aanvraag aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee, aan wie een subsidie als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2017-04-01&g=2017-04-01), is verstrekt, subsidie verstrekken voor de bijzondere en risicovolle inzet van innovatieve windmolens.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de verstrekking van deze subsidie, waarbij in ieder geval regels worden gesteld over de productie-installaties waarvoor deze subsidie wordt verstrekt, de vorm van de subsidie, de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover, het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald, de vaststelling van de subsidie en de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten.
#### § 4. Subsidie voor hernieuwbaar gas
#### § 4.2. Subsidie volgorde binnenkomst
#### § 4.3. Subsidie volgorde rangschikking
#### § 5. Subsidie voor hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte
#### § 5.2. Subsidie volgorde binnenkomst
#### § 5.3. Subsidie volgorde rangschikking
#### § 6. Algemene bepalingen over aanvraag en beslissing op de aanvraag
#### § 7. Verplichtingen van de subsidieontvanger
#### § 8. Voorschotten
#### § 8. Voorschotten
#### § 10. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de bijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 55a
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het tenderbedrag, bedoeld in [artikel 51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=51&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en de basisenergieprijs, bedoeld in [artikel 52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=52&z=2017-04-01&g=2017-04-01), vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.
#### § 6. Algemene bepalingen over aanvraag en beslissing op de aanvraag
#### § 7. Verplichtingen van de subsidieontvanger
#### § 8. Voorschotten
#### § 10. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de bijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 5a
Indien sprake is van een situatie als bedoeld in [artikel 3, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=3&z=2017-04-01&g=2017-04-01), en er daardoor voor dezelfde periode, of gedeeltelijk voor dezelfde periode, meerdere beschikkingen zijn afgegeven voor dezelfde productie-installatie en dezelfde soort hernieuwbare energie, wordt in een kalenderjaar de hernieuwbare elektriciteit, het hernieuwbare gas of de hernieuwbare warmte die onder een later afgegeven beschikking extra wordt geproduceerd, subsidiabel indien de subsidiabele productie van de eerder afgegeven beschikking of beschikkingen volledig is benut.
#### § 3. Subsidie voor hernieuwbare elektriciteit
#### § 3.1. Algemeen
#### § 3.2. Subsidie volgorde binnenkomst
#### § 3.3. Subsidie volgorde rangschikking
#### § 4. Subsidie voor hernieuwbaar gas
#### § 4.1. Algemeen
#### § 4.2. Subsidie volgorde binnenkomst
#### § 4.3. Subsidie volgorde rangschikking
#### § 5. Subsidie voor hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte
#### § 5.1. Algemeen
#### § 5.2. Subsidie volgorde binnenkomst
##### Artikel 43a
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per fase een fasebedrag per kWh vastgesteld voor de subsidie voor de productie van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit.
2. Voor de subsidie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit geldt het fasebedrag per kWh dat is vastgesteld voor de fase waarin de subsidie-aanvrager zijn al dan niet volledige aanvraag indient, tenzij dat fasebedrag hoger is dan het basisbedrag vastgesteld voor de betreffende categorie productie-installaties, bedoeld in [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=44&z=2017-04-01&g=2017-04-01), in welk geval dit basisbedrag geldt.
3. Bij regeling van Onze Minister kan voor een categorie productie-installaties een fasebedrag worden vastgesteld dat afwijkt van het fasebedrag vastgesteld op grond van het eerste lid.
#### § 5.3. Subsidie volgorde rangschikking
#### § 5a. Subsidie voor projecten in andere lidstaten
##### Artikel 55b
1. Aan de producent van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, geproduceerd door een bij regeling van Onze Minister aan te wijzen categorie productie-installaties die zich bevinden in een lidstaat waarmee een samenwerking is overeengekomen als bedoeld in artikel 7 van de richtlijn hernieuwbare energie, kan subsidie worden verleend.
2. Het bepaalde bij of krachtens de [paragrafen 1 tot en met 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=1&z=2017-04-01&g=2017-04-01) van dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op de subsidieverlening, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat:
- a. het elektriciteits-, gas- of warmtenet waarop wordt ingevoed niet in Nederland, maar in de betreffende lidstaat ligt;
- b. met de elektriciteit-, gas-, of energieprijs, de prijs wordt bedoeld in de betreffende lidstaat of in het relevante gebied;
- c. met «garanties van oorsprong» wordt bedoeld: de garanties van oorsprong afgegeven in de betreffende lidstaat overeenkomstig het bepaalde in artikel 15 van de richtlijn hernieuwbare energie;
- d. met «productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee» wordt bedoeld: een productie-installatie die is opgericht op zee, waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd met behulp van windenergie.
3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel, waarbij in ieder geval regels kunnen worden gesteld over de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover, de verplichtingen van de subsidie-ontvanger, de vaststelling van de subsidie en het verlenen van voorschotten.
#### § 6. Algemene bepalingen over aanvraag en beslissing op de aanvraag
#### § 7. Verplichtingen van de subsidieontvanger
#### § 9. Subsidievaststelling
##### Artikel 72
Onze Minister publiceert zo snel mogelijk na 1 januari 2016, en vervolgens telkens na vijf jaar, een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit besluit in de praktijk.
##### Artikel 73
Voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas waarvoor subsidie is verstrekt op basis van een aanvraag om subsidie die is ingediend in 2011 wordt bij de toepassing van het [artikel 32, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=32&z=2015-05-30&g=2015-05-30), ten eerste, of [artikel 40, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=40&z=2015-05-30&g=2015-05-30), ten eerste, opgeteld het aantal kWh dat in elk kalenderjaar voor subsidie in aanmerking komt die een producent van hernieuwbaar gas in dat kalenderjaar heeft geproduceerd en op een gasnet heeft laten invoeden.
##### Artikel 74
1. Op aanvragen om subsidie die vóór 1 januari 2015 zijn ingediend, op subsidies die vóór 1 januari 2015 zijn verleend en op subsidies die vóór 1 januari 2015 zijn vastgesteld blijft het recht van toepassing zoals dat luidde onmiddellijk vóór dat tijdstip, met uitzondering het bepaalde in de [artikelen 1, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=1&artikel=1&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=6&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=7&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [14, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [15, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=15&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [22, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [23, tweede, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=23&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [28, eerste, tweede lid en derde lid, aanhef en onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=28&z=2015-05-30&g=2015-05-30), 29, eerste lid, 31, derde en vijfde lid, 32, eerste, tweede, derde, vierde, zesde en zevende lid, [33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.2&artikel=33&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [36, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=36&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=37&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [39, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=39&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [40, eerste, tweede, derde, vierde, zesde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=40&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=4&sub-paragraaf=4.3&artikel=41&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [44, eerste en tweede lid en derde lid aanhef en onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=44&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [47, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=47&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [48, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=48&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [49](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=49&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [51, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=51&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [52, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=52&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [54, derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=54&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [55, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde en zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=55&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [55a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=55a&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [56, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=6&artikel=56&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [58, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=6&artikel=58&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [60, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=6&artikel=60&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [67, eerste lid, tweede lid, onderdeel a en laatste zin, derde lid, onderdeel a en laatste zin en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=8&artikel=67&z=2015-05-30&g=2015-05-30), [68, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=8&artikel=68&z=2015-05-30&g=2015-05-30) en [73](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=10&artikel=73&z=2015-05-30&g=2015-05-30).
2. Bij subsidies voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, kunnen de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in de [artikelen 12, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=12&z=2015-05-30&g=2015-05-30), en [20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=20&z=2015-05-30&g=2015-05-30), en het bedrag, bedoeld in de [artikelen 14, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=14&z=2015-05-30&g=2015-05-30), en [22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.3&artikel=22&z=2015-05-30&g=2015-05-30), worden vermenigvuldigd met de factor 1,25, indien dit voor een categorie productie-installaties bij ministeriële regeling is bepaald. Deze categorie productie-installaties wordt in dat geval niet aangewezen als productie-installatie als bedoeld in [artikel 15, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=3&sub-paragraaf=3.2&artikel=15&z=2015-05-30&g=2015-05-30).
##### Artikel 75
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
##### Artikel 76
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit stimulering duurzame energieproductie.
#### § 10. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de bijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
#### § 3.4. Subsidie voor innovatieve windenergie op zee
##### Artikel 24a
1. Onze Minister kan op aanvraag aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee, aan wie een subsidie als bedoeld in [artikel 2, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=2&z=2015-05-30&g=2015-05-30), is verstrekt, subsidie verstrekken voor de bijzondere en risicovolle inzet van innovatieve windmolens.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de verstrekking van deze subsidie, waarbij in ieder geval regels worden gesteld over de productie-installaties waarvoor deze subsidie wordt verstrekt, de vorm van de subsidie, de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover, het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald, de vaststelling van de subsidie en de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten.
#### § 4. Subsidie voor hernieuwbaar gas
#### § 4.2. Subsidie volgorde binnenkomst
#### § 4.3. Subsidie volgorde rangschikking
#### § 5. Subsidie voor hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte
#### § 5.2. Subsidie volgorde binnenkomst
#### § 5.3. Subsidie volgorde rangschikking
#### § 6. Algemene bepalingen over aanvraag en beslissing op de aanvraag
#### § 7. Verplichtingen van de subsidieontvanger
#### § 8. Voorschotten
#### § 8. Voorschotten
##### Artikel 63a
1. In de beschikking tot subsidieverlening kan aan de subsidie-ontvanger de verplichting worden opgelegd een private conformiteitsbeoordelingsverklaring te overleggen in verband met de gemiddelde reductie van broeikasgassen door het gebruik van biomassa bij energietoepassingen en de volledigheid van de krachtens [artikel 11a.2 van de Wet milieubeheer](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003245&artikel=11a.2) benodigde conformiteitsbeoordelingsverklaringen.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de private conformiteitsbeoordelingsverklaring.
#### § 9. Subsidievaststelling
#### § 10. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de bijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 55a
De subsidie bedraagt ten hoogste het verschil tussen het tenderbedrag, bedoeld in [artikel 51](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=51&z=2015-05-30&g=2015-05-30), en de basisenergieprijs, bedoeld in [artikel 52](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.3&artikel=52&z=2015-05-30&g=2015-05-30), vermenigvuldigd met het in de beschikking tot subsidieverlening voor de gehele periode waarover subsidie wordt verstrekt bepaald maximum aantal kWh.
#### § 6. Algemene bepalingen over aanvraag en beslissing op de aanvraag
#### § 7. Verplichtingen van de subsidieontvanger
#### § 8. Voorschotten
#### § 10. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de bijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
##### Artikel 5a
Indien sprake is van een situatie als bedoeld in [artikel 3, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=2&artikel=3&z=2015-05-30&g=2015-05-30), en er daardoor voor dezelfde periode, of gedeeltelijk voor dezelfde periode, meerdere beschikkingen zijn afgegeven voor dezelfde productie-installatie en dezelfde soort hernieuwbare energie, wordt in een kalenderjaar de hernieuwbare elektriciteit, het hernieuwbare gas of de hernieuwbare warmte die onder een later afgegeven beschikking extra wordt geproduceerd, subsidiabel indien de subsidiabele productie van de eerder afgegeven beschikking of beschikkingen volledig is benut.
#### § 3. Subsidie voor hernieuwbare elektriciteit
#### § 3.1. Algemeen
#### § 3.2. Subsidie volgorde binnenkomst
#### § 3.3. Subsidie volgorde rangschikking
#### § 4. Subsidie voor hernieuwbaar gas
#### § 4.1. Algemeen
#### § 4.2. Subsidie volgorde binnenkomst
#### § 4.3. Subsidie volgorde rangschikking
#### § 5. Subsidie voor hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte
#### § 5.1. Algemeen
#### § 5.2. Subsidie volgorde binnenkomst
##### Artikel 43a
1. Bij regeling van Onze Minister, na overleg met Onze Minister van Financiën, wordt per fase een fasebedrag per kWh vastgesteld voor de subsidie voor de productie van hernieuwbare warmte, of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit.
2. Voor de subsidie voor de productie van hernieuwbare warmte of hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit geldt het fasebedrag per kWh dat is vastgesteld voor de fase waarin de subsidie-aanvrager zijn al dan niet volledige aanvraag indient, tenzij dat fasebedrag hoger is dan het basisbedrag vastgesteld voor de betreffende categorie productie-installaties, bedoeld in [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=5&sub-paragraaf=5.2&artikel=44&z=2015-05-30&g=2015-05-30), in welk geval dit basisbedrag geldt.
3. Bij regeling van Onze Minister kan voor een categorie productie-installaties een fasebedrag worden vastgesteld dat afwijkt van het fasebedrag vastgesteld op grond van het eerste lid.
#### § 5.3. Subsidie volgorde rangschikking
#### § 5a. Subsidie voor projecten in andere lidstaten
##### Artikel 55b
1. Aan de producent van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, geproduceerd door een bij regeling van Onze Minister aan te wijzen categorie productie-installaties die zich bevinden in een lidstaat waarmee een samenwerking is overeengekomen als bedoeld in artikel 7 van de richtlijn hernieuwbare energie, kan subsidie worden verleend.
2. Het bepaalde bij of krachtens de [paragrafen 1 tot en met 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022735&paragraaf=1&z=2015-05-30&g=2015-05-30) van dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op de subsidieverlening, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat:
- a. het elektriciteits-, gas- of warmtenet waarop wordt ingevoed niet in Nederland, maar in de betreffende lidstaat ligt;
- b. met de elektriciteit-, gas-, of energieprijs, de prijs wordt bedoeld in de betreffende lidstaat of in het relevante gebied;
- c. met «garanties van oorsprong» wordt bedoeld: de garanties van oorsprong afgegeven in de betreffende lidstaat overeenkomstig het bepaalde in artikel 15 van de richtlijn hernieuwbare energie;
- d. met «productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee» wordt bedoeld: een productie-installatie die is opgericht op zee, waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd met behulp van windenergie.
3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel, waarbij in ieder geval regels kunnen worden gesteld over de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover, de verplichtingen van de subsidie-ontvanger, de vaststelling van de subsidie en het verlenen van voorschotten.
#### § 6. Algemene bepalingen over aanvraag en beslissing op de aanvraag
#### § 7. Verplichtingen van de subsidieontvanger
#### § 9. Subsidievaststelling
#### § 10. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de bijbehorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
2015-05-30
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie — art
2015-03-18
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
2012-03-13
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
2011-07-01
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie — art
2010-10-01
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie — art
2009-12-22
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie — art
2009-03-27
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie
2008-04-01
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie — art
2008-04-01
Besluit stimulering duurzame energieproductie en klimaattransitie —
original version Tekst op deze datum