Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Politie 1945–1993 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

Type Archiefselectielijst
Publication 2012-04-05
State In force
Source BWB
artikelen 2
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Handeling: het beslissen over toelating van leerlingen tot de opleiding aan het Rijksopleidingsinstituut en over toelating tot het volgende cursusjaar

Grondslag: – art. 5.3, art. 9 of art. 11 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)

– art. 12.1 en 19.1 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)

Periode: 1949–1963

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over de vaststelling of goedkeuring van het leerplan van het Rijksopleidingsinstituut/NPA

Grondslag: – art. 6.2 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)

– art. 16 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)

– art. 12.1 Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)

– art. 11 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)

Periode: 1949–1963

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over het verlenen van ontheffing van de verplichting tot het betalen van schoolgeld

Grondslag: – art. 7.1 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)

– art. 17 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)

Periode: 1949–1963

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het vaststellen van disciplinaire voorschriften

Grondslag: – art. 8.1 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)

– art. 11 Ambtenarenreglement Rijksinstituut hogere politieambtenaren (Stb. 1963, 104)

– art. 5 Ambtenarenreglement NPA 1971 (Stb. 1973, 119)

Periode: 1963–1979

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie.

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het verwijderen van een leerling wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid

Grondslag: art. 8.2 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)

Periode: 1949–1963

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over het vaststellen, wijzigen of intrekken van de eisen waaraan de leerlingen bij het afleggen van het examen voor inspecteur van gemeentepolitie en officier van rijkspolitie moeten voldoen

Grondslag: – art. 10.2 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)

– art. 20.2 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)

Periode: 1949–1963

Waardering: V, 10 jaar

7.24 Actor: Raad van Bestuur van het Rijksinstituut tot opleiding van hogere ambtenaren voor het korps Rijkspolitie en de gemeentepolitie/Nederlandse Politie Academie

Handeling: het erop toezien dat de opleiding en vorming aan het rijksopleidingsinstituut naar de eis geschieden

Grondslag: art. 3.1 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)

Periode: 1963–1973

Waardering: B5: toezichtrapporten en jaarverslagen

V, 10 jaar: overig

Handeling: het desgevraagd adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken

Grondslag: art. 9.1 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)

Periode: 1963–1973

Waardering: B5

Handeling: het opstellen van jaarverslagen

Grondslag: – art. 2.3 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)

– art. 5.5, 11.1 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)

– art. 5.4 en 9 Beschikking Curatorium NPA (Stcrt. 1973, 217 en Stcrt.1978, 220)

Periode: 1949–1992

Waardering: B3

Handeling: het beslissen over toelating van leerlingen tot de opleiding aan het Rijksopleidingsinstituut en over toelating tot het volgende cursusjaar

Grondslag: – art. 5.3, art. 9 of art. 11 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)

– art. 12.1 en 19.1 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)

Periode: 1963–1973

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken omtrent de benoeming of ontslag van de voorzitter, de leden en de secretaris van de commissie van voorbereiding

Grondslag: art. 13.3 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)

Periode: 1963–1973

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over de vaststelling of goedkeuring van het leerplan van het Rijksopleidingsinstituut/NPA

Grondslag: – art. 6.2 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)

– art. 16 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)

– art. 12.1 Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)

– art. 11 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)

Periode: 1963–1973

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over het verlenen van ontheffing van de verplichting tot het betalen van schoolgeld

Grondslag: – art. 7.1 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)

– art. 17 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)

Periode: 1963–1973

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het vaststellen van disciplinaire voorschriften

Grondslag: – art. 8.1 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)

– art. 11 Ambtenarenreglement Rijksinstituut hogere politieambtenaren (Stb. 1963, 104)

– art. 5 Ambtenarenreglement NPA 1971 (Stb. 1973, 119)

Periode: 1963–1979

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie.

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken inzake het aanwijzen van anderen dan de (plaatsvervangend) directeur en leraren van het rijksopleidingsinstituut tot lid van de examencommissie

Grondslag: art. 20.3c Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75), zoals gewijzigd Stcrt. 1967, 113)

Periode: 1967–1973

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over het vaststellen, wijzigen of intrekken van de eisen waaraan de leerlingen bij het afleggen van het examen voor inspecteur van gemeentepolitie en officier van rijkspolitie moeten voldoen

Grondslag: – art. 10.2 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)

– art. 20.2 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)

Periode: 1963–1967

Waardering: V, 10 jaar

7.25 Actor: Commissie van Gecommitteerden

Handeling: het houden van toezicht op het afnemen van de examens door de examencommissie

Grondslag: – art. 20.4 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75), zoals toegevoegd 1967, 113

– art. 23.2 Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)

Periode: 1967–1990

Waardering: V, 5 jaar

7.26 Actor: Redactieraad APB

Handeling: het doen van voorstellen aan de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over de uitgaven van het APB

Grondslag: art. 4.2 Beschikking Algemeen Politieblad (Stcrt. 1975, 204)

Periode: 1975–1993

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het jaarlijks uitbrengen van verslag aan de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken

Grondslag: art. 11 Beschikking Algemeen Politieblad (Stcrt. 1975, 204)

Periode: 1975–1993

Waardering: Verslag: B3

Overige neerslag: V, 10 jaar

7.27 Actor: Adviescommissies

Handeling: het adviseren van de Minister van Justitie en/of Binnenlandse Zaken over aspecten op het beleidsterrein politie

Grondslag: instellingsbesluit

Periode: 1945–1993

Waardering: B5

8 B: Actoren onder de zorg van de Minister van Binnenlandse zaken

8.1 Handelingen Minister van Binnenlandse Zaken

8.1.1 Algemene Handelingen

8.1.1.1 Beleidsvorming en evaluatie

Handeling: het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van beleid inzake de politie

Periode: 1945–1993

Product: bijvoorbeeld: beleidsnota’s, beleidsnotities, rapporten, adviezen, evaluaties.

Waardering: B1

Handeling: het evalueren van de politiewetgeving

Grondslag: Onder meer: Beschikking instelling commissie politiewetgeving van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken d.d. 1 oktober 1948 (APB 1948, 22)

Periode: 1945–1993

toelichting in 1948 kreeg commissie Langemeyer opdracht de na de oorlog in werking getreden Politiewet te evalueren.

In 1970 kreeg prof. J.M. Polak de aanstelling van regeringscommissaris voor herziening van de politiewetgeving. Zijn onderzoek mondde uit in de in 1972 aan de Tweede Kamer voorgelegde Nota van Vraagpunten.

Product: Rapport Commissie Langemeyer (1949)

Nota van vraagpunten (1972)

Waardering: B2

Handeling: het instellen en opheffen van commissies en werkgroepen met betrekking tot het onderzoek naar sterkte, invulling van de politietaak en bedrijfsvoering.

Grondslag: begrotingen

Periode: 1945–1993

toelichting commissies die zich met deze thema’s hebben bezig gehouden zijn onder meer:

– Projectgroep Organisatie Structuren 1976-1979

– Werkgroep Politie Budget (WPB) 1986-1987

– Werkgroep Kwantitatieve Aspecten (WKA) 1986

– Projectgroep Kwantificering Politiesterkte (PKP) 1986-1988

Waardering: B4

8.1.1.2 Totstandkoming wet- en regelgeving

Handeling: het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wetgeving inzake de politie

Periode: 1945–1993

Waardering: B 1

8.1.1.3 Verantwoording van beleid

Handeling: het opstellen van periodieke verslagen inzake ontwikkelingen betreffende de politie

Periode: 1945–1993

Product: jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen

Waardering: Verslagen: B3

Overige neerslag: V, 10 jaar

Handeling: het beantwoorden van kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van de Kamers der Staten Generaal inzake de politie

Periode: 1945–1993

Product: brieven, notities

Waardering: B3

Handeling: het verstrekken van informatie aan de Commissies voor de Verzoekschriften van de Staten Generaal, aan overige kamercommissies en aan de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten van burgers inzake ontwikkelingen betreffende de politie

Periode: 1945–1993

Waardering: B3

Handeling: het beslissen op beroepschriften naar aanleiding van beschikkingen inzake de politie en het voeren van verweer in beroepschriftenprocedures voor de Raad van State en/of de kantonrechter

Periode: 1945–1993

Waardering: B5

8.1.1.4 Internationaal beleid

Handeling: het mede-voorbereiden van het vaststellen, wijzigen en intrekken van internationale regelingen inzake politiële samenwerking en het presenteren van Nederlandse standpunten in intergouvernementele organisaties

Periode: 1945–1993

Waardering: B5

8.1.1.5 Informatieverstrekking

Handeling: het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen inzake de politie

Periode: 1945–1993

Waardering: V, 3 jaar

8.1.1.6 Onderzoek

Handeling: het voorbereiden van intern (wetenschappelijk) onderzoek en het vaststellen van onderzoeksrapporten inzake de politie

Periode: 1945–1993

Waardering: Vaststellingsbesluit en eindrapport: B1

Overig: V, 10 jaar na afronding onderzoek

Handeling: het voorbereiden en begeleiden van extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de politie

Periode: 1945–1993

Waardering: B5: eindproduct

Overige neerslag: V, 10 jaar na afronding onderzoek

8.1.1.7 Overleg met lagere overheden

Handeling: Het voeren van (periodiek terugkerend) overleg met lagere overheden aangaande het beleidsterrein politie

Periode: 1945–1993

Product: o.a. verslagen, correspondentie, notulen, agenda’s

Opmerking: Onder deze handeling valt het overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

Waardering: B 1, 5

8.1.1.8 Overleg met maatschappelijke vertegenwoordigingen en/of het bedrijfsleven

Handeling: Het consulteren van maatschappelijke vertegenwoordigingen en/of het bedrijfsleven ten aanzien van onderwerpen op het beleidsterrein politie

Periode: 1945–1993

Product: o.a. verslagen, correspondentie, notulen, agenda’s

Opmerking: Onder deze handeling valt het overleg met vakbonden, zoals de Algemene Politiebond.

Waardering: B5

8.1.1.8 Overleg met maatschappelijke vertegenwoordigingen en/of het bedrijfsleven

Handeling: Het consulteren van maatschappelijke vertegenwoordigingen en/of het bedrijfsleven ten aanzien van onderwerpen op het beleidsterrein politie

Periode: 1945–1993

Product: o.a. verslagen, correspondentie, notulen, agenda’s

Opmerking: Onder deze handeling valt het overleg met vakbonden, zoals de Algemene Politiebond.

Waardering: B5

8.1.2 Organisatie en Beheer

8.1.2.1 Algemene Bepalingen

Handeling: het doen van voordracht tot KB inzake aanwijzing van gemeenten met gemeentepolitie

Grondslag: art. 1b Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)

Periode: 1945–1957

Product: KB houdende aanwijzing van gemeenten met gemeentepolitie van 22 december 1945 (Stb. 1945, F 250) en nadere aanwijzingen

Waardering: B5

Handeling: het aanwijzen van burgerlijke of militaire korpsen of onderdelen daarvan, tot politie

Grondslag: art. 1c Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)

Periode: 1945–1957

Opmerking: Dit is alleen geschied voor de Koninklijke Marechaussee in de grenscorrectiegebieden Elten en Tüddern

Waardering: B4

Handeling: het vaststellen van het tijdstip van overgang van gemeenten van rijks- naar gemeentepolitie en omgekeerd

Grondslag: art. 2.4 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), gewijzigd bij wet van 14 december 1988 (Stb. 567)

Periode: 1957–1968, 1974–1983, 1988–1993

Opmerking: Van 1969 tot 1973 en van december 1983 tot december 1988 waren de wetten tot opschorting van de overgang van gemeenten van rijks- naar gemeentepolitie en omgekeerd van kracht (de zogenaamde Stopwetten in respectievelijk Stb. 1968, 733 en Stb. 1983, 640)

Waardering: B4

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels over de samenwerking indien bij de wet wordt bepaald dat in twee of meer gemeenten een gemeenschappelijk korps van gemeentepolitie is

Grondslag: art. 2.5 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)

Periode: 1958–1993

Waardering: B5

Handeling: het doen van voordracht tot het bij KB vaststellen, wijzigen of intrekken van nadere algemene regels voor rijks- en gemeentepolitie ten aanzien van, rechtspositie, tucht, benoembaarheidseisen, opleiding en onderricht, rangindeling, en overige personeelsaangelegenheden

Grondslag: – art. 4.1 Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)

– art. 7.3 Ambtenarenreglement voor de gemeentepolitie (Stb. 1953, 74)

– art. 7.3 Ambtenarenreglement voor het korps rijkspolitie (Stb. 1953, 75)

Periode: 1945–1957

Product: bijvoorbeeld:

– Rangenbesluit politiepersoneel (Stb. 1946, G 339)

– Politieambtenarenreglement (Stb. 1947, H 144)

– Politietuchtreglement (Stb. 1947, H 145)

– Besluit reserve Rijks- en gemeentepolitie (Stb. 1948, I 350).

– Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)

– Besluit aanstellingseisen politieambtenaren (Stb. 1949, J 474)

– Besluit Surveillancehonden Politie (Stb. 1951, 143)

– Ambtenarenreglement voor de gemeentepolitie (Stb. 1953, 74)

– Besluit bekwaamheidseisen bevordering politieambtenaren (Stb. 1953, 551)

– Besluit bevorderingseisen hoger politiepersoneel (Stb. 1956, 370)

Opmerking: - Zie voor de handelingen op grond van de politiewet 1957 die aansluiten op deze handeling de paragrafen 3.2.2 en 3.2.4

– Zie voor de handelingen die uit bovenstaande producten voortgevloeid zijn de paragrafen 3.2.5 e.v.

– In de Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244) (Artikel II, sub 2) was bepaald dat de voorschriften ingevolge dit artikel van kracht bleven.

Waardering: B5

Handeling: het bij gemeenschappelijke beschikking vaststellen, wijzigen of intrekken van nadere algemene regels voor rijks- en gemeentepolitie ten aanzien van indeling en sterkte, werving, kleding en bewapening, geneeskundige keuring en controle, huisvesting en overige uitrusting

Grondslag: art. 5.1 Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)

Periode: 1945–1957

Product: bijvoorbeeld:

– Voorlopige uniformbeschikking voor de Rijkspolitie (Beschikking van 8 november 1946, APB 1946/12)

– Voorschrift verstrekking kleding gemeentepolitie (Stcrt. 1949, 6)

Waardering: B5

Handeling: het bij gemeenschappelijke beschikking vaststellen, wijzigen of intrekken van nadere algemene regels zowel voor het korps rijkspolitie als voor de gemeentepolitie ten aanzien van de toekenning van rangen

Grondslag: art. 19.1 Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)

Periode: 1945–1957

Waardering: B5

Handeling: het binnen zes maanden na het inwerkingtreden van het Politiebesluit 1945 overplaatsen van ambtenaren van rijks- en gemeentepolitie naar een andere gemeente of een ander korps

Grondslag: art. 19.2 Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)

Periode: 1945–1946

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

Handeling: het binnen zes maanden na het inwerkingtreden van het Politiebesluit 1945 in rang verlagen van ambtenaren van rijks- of gemeentepolitie

Grondslag: art. 19.2 Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)

Periode: 1945–1946

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

Handeling: het vaststellen van voorschriften die voor een juiste uitvoering van het Politiebesluit 1945 worden gevorderd

Grondslag: art. 20 Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)

Periode: 1945–1957

Waardering: B5

8.1.2.2 Gemeentepolitie

Handeling: het doen van voordracht tot KB inzake benoeming, schorsing en ontslag van (hoofd)commissarissen van gemeentepolitie

Grondslag: – art. 3a Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)

– art. 4.1a Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)

Periode: 1945–1993

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

Handeling: het doen van voordracht tot het bij KB vaststellen, wijzigen of intrekken van regels terzake van het aannemen van vrijwilligers voor de reserve-gemeentepolitie door de burgemeester

Grondslag: art. 4.2 Wet Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)

Periode: 1958–1993

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

Handeling: het goedkeuren van de benoeming of aanwijzing van een korpschef in gemeenten waar geen commissaris van gemeentepolitie is

Grondslag: art 4.3 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)

Periode: 1958–1993

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

Handeling: het bepalen van de sterkte en de rangindeling van de gemeentepolitie

Grondslag: art. 5.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)

Periode: 1958–1993

Waardering: Neerslag met betrekking tot sterkte: B5

Overige neerslag (waaronder neerslag met betrekking tot rangen): V, 10 jaar

Handeling: het plaatsen van ambtenaren van gemeentepolitie bij onderdelen meer in het bijzonder belast met recherchewerkzaamheden en het toezicht op vreemdelingen

Grondslag: art. 5.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)

Periode: 1958–1993

Product: Ministeriële beschikking

toelichting: dit gebeurt in overleg met de Procureur-Generaal en de directeur van politie van het Ministerie van Justitie

Opmerking: Voor de bewaring van bepaalde dossiers is een aparte handeling in het BSD P-direct geformuleerd. Deze handeling, nummer 27, betreft dossiers van ambtenaren die voor het werkterrein van het betrokken departement of enig andere gebied van bijzondere betekenis zijn geweest, of waarvan de stukken voor het inzicht in de ontwikkeling van een functie en de organisatie van bijzonder belang wordt geacht en daarom blijvend bewaard worden. Aan de hand van de bij de handeling beschreven criteria kan worden beoordeeld welke dossiers voor bewaring moeten worden aangewezen.

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag (zie opmerking)

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels ten aanzien van de gemeentepolitie over de inrichting en uitrusting van de onderdelen, meer in het bijzonder belast met recherche-werkzaamheden, alsmede over de aanschaf, het gebruik en onderhoud van middelen ten dienste van de verreberichtgeving

Grondslag: art. 5.3 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), gewijzigd bij wet van 21 juni 1990 (Stb. 1990, 414)

Periode: 1958–1993

Waardering: B5

Handeling: het bepalen van de sterkte en de rangindeling van de reserve-gemeentepolitie

Grondslag: art. 5.4 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)

Periode: 1958–1993

Waardering: B5

Handeling: het doen van voordrachten tot het bij KB vaststellen, wijzigen of intrekken van regels voor de gemeentepolitie, onbezoldigde ambtenaren van gemeentepolitie en reserve-gemeentepolitie ten aanzien van rechtspositie, beëdiging, rangen, bezoldiging, tucht, benoembaarheidseisen en bevorderingsvereisten

Grondslag: art. 6.1 en 6.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)

Periode: 1958–1993

Product: – Ambtenarenreglement voor de gemeentepolitie 1958 (Stb. 1957, 547)

– Besluit Surveillancehonden Politie 1958 (Stb. 1957, 553).

– Besluit Reservepolitie 1958 (Stb. 1957, 559)

– Beloningsreglement reservepolitie (Stb. 1964, 474)

– Rangenbesluit politiepersoneel 1958 (Stb. 1957, 549)

– Rechtspositieregeling onbezoldigde ambtenaren van gemeentepolitie (Stb. 1957, 556)

– Besluit benoemingseisen politieambtenaren 1958 (Stb. 1957, 550)

– Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1958 (Stb. 1957, 551)

– Besluit bevorderingseisen hoger politiepersoneel (Stb. 1957, 552)

Opmerking: - Zie voor de hieraan voorafgaande handeling paragraaf 3.2.1

– Zie voor de handelingen die uit bovenstaande producten voortvloeien de paragrafen 3.2.5 e.v.

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels voor de (reserve)gemeentepolitie over werving, opleiding en onderricht, kleding, bewapening en overige uitrusting, keuring en controle op lichamelijke en geestelijke geschiktheid

Grondslag: art. 7.1 en 7.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), gewijzigd bij wet van 21 juni 1990 (Stb. 1990, 414) en wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 320)

Periode: 1958–1993

Product: Ministerieel besluit, onder andere:

– Voorschrift verstrekking kleding gemeentepolitie 1958 (Stcrt. 1957, 252)

– Bewapenings- en uitrustingsbeschikking gemeentepolitie 1968

– Beschikking onderhouden schietvaardigheid pistool gemeentepolitie, nr EA69/U266 van 10 februari 1969

– Beschikking instelling Centrale Wervingscommissie gemeentepolitie (Stcrt. 1972, 82)

– Kledingvoorschrift gemeentepolitie 1968

– Beschikking politiekleding commissie (Stcrt. 1977, 186)

– Opleidings- en examenbeschikking reservepolitie 1982 (Stcrt. 1983, 23)

– Beschikking voortgezette vuurwapenopleiding gemeentepolitie 1983 (Stcrt. 1983, 104)

– Regeling uitrusting Mobiele Eenheden Gemeentepolitie 1986 (Stcrt. 12)

Opmerking: Zie de opmerkingen bij de vorige handeling

Waardering: B5

Handeling: het verplichten dat een door de burgemeester aangestelde ambtenaar van gemeentepolitie, die niet is aangesteld om uitsluitend administratief of technisch werkzaam te zijn overgaat naar een ander gemeentelijk korps

Grondslag: art. 8.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)

Periode: 1958–1993

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

Handeling: het bij gezamenlijk besluit verplichten dat een ambtenaar van gemeentepolitie, die niet is aangesteld om uitsluitend administratief of technisch werkzaam te zijn, overgaat naar het korps rijkspolitie

Grondslag: art. 8.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)

Periode: 1958–1993

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

8.1.2.3 Financiering (gemeente)politie

Handelingen ingevolge artikel 9 en 9a Politiewet

Handeling: het doen van voordracht tot het bij KB vaststellen, wijzigen of intrekken van nadere regels ten aanzien van de verdeling van politiekosten

Grondslag: art. 18 Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)

Periode: 1945–1957

Product: Tijdelijk politiekostenbesluit 1946 (Stb. 1946, G 311)

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het vaststellen van het bedrag dat gemeenten waarin de politiedienst door marechaussee of rijkspolitie wordt waargenomen aan het rijk verschuldigd zijn

Grondslag: art. 2.4 Tijdelijk politiekostenbesluit 1946 (Stb. 1946, G 311)

Periode: 1943–1947

Waardering: V 7 jaar

Handeling: het vaststellen van het bedrag dat gemeenten met gemeentepolitie van het rijk ontvangen

Grondslag: art. 4.3 en 5.3 Tijdelijk politiekostenbesluit 1946 (Stb. 1946, G 311)

Periode: 1943–1947

Waardering: V 7 jaar

Handeling: het doen van voordracht tot het bij KB vaststellen, wijzigen of intrekken van regels volgens welke aan gemeenten met gemeentepolitie een rijksbijdrage beschikbaar gesteld wordt ter tegemoetkoming in of tot goedmaking van de gemeentelijke kosten terzake van de politie

Grondslag: a. art. III Wet van 15 juli 1948 tot het treffen van een noodvoorziening voor de gemeentefinanciën (Stb. I 307), vervallen bij Wet van 20 juli 1968 (Stb. 734)

b. art. 9a Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals ingevoegd bij Wet van 20 december 1968 (Stb. 734)

Periode: 1948–1993

Product: a. Besluit Vergoeding Politiekosten 1950

– Besluit Vergoeding Kosten Reservepolitie 1954

b. Besluit van 10 september 1973 (Stb. 481) houdende dat het Besluit Vergoeding Politiekosten 1950 strekt ter uitvoering van artikel 9a van de Politiewet 1957

– Besluit van 5 oktober 1978 (Stb 550, 1978) houdende dat het Besluit Vergoeding kosten reservepolitie 1954 strekt ter uitvoering van artikel 9a van de Politiewet 1957

– Besluit Vergoeding Politiekosten 1986

– Regeling Bijzondere Opsporingskosten Politie 1989 (Stcrt. 91, 1989)

Waardering: B5

Handeling: het vaststellen van een bijdrage die wordt toegekend ter tegemoetkoming in de kosten voor personeel, opleiding, materieel en exploitatie van de gemeentelijke (reserve)politie

Grondslag: – art. 3 Besluit Vergoeding Politiekosten 1950 (Stb. K 384)

– art. 6bis Besluit Vergoeding Politiekosten 1950 (Stb. K 384), zoals ingevoegd bij Besluit van 19 juli 1955 (Stb. 333)

– art. 6 Besluit Vergoeding Kosten Reservepolitie 1954 (Stb. 54)

– art. 4 en artt. 7-9 Besluit Vergoeding Politiekosten 1986 (Stb. 610, 1986)

Periode: 1948–1993

Waardering: V 7 jaar

Handeling: het vaststellen van de gemeentelijke politiekosten voor personeel, kindertoelagen, materieel en opleiding en het zonodig vaststellen van voorlopige uitkeringsbedragen

Grondslag: art. 3 Besluit Vergoeding Politiekosten 1950 (Stb. K 384), zoals ingevoegd bij besluit van 17 oktober 1961 (Stb. 397)

Periode: 1961–86

Waardering: V 7 jaar

Handeling: het vaststellen van een model volgens welke de burgemeester regelmatig opgave moet doen van de feitelijke sterkte van de gemeentelijke (reserve)politie

Grondslag: – art. 6 Besluit Vergoeding Politiekosten 1950 (Stb. K 384)

– en art. 6 Besluit Vergoeding Kosten Reservepolitie 1954 (Stb. 54)

Periode: 1948–1985

Waardering: V 10 jaar

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels over de vergoeding van kosten voortvloeiend uit het verlenen van bijstand door gemeentelijke politiekorpsen

Grondslag: art. 6ter Besluit Vergoeding Politiekosten 1950 (Stb. K 384), zoals ingevoegd bij Besluit van 17 oktober 1961 (Stb. 397), gewijzigd bij Besluit van 10 september 1973 (Stb. 481) en ingetrokken bij besluit van 13 november 1986 (Stb. 610)

Periode: 1961–1985

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het vaststellen van het bedrag van de bijdrage ter tegemoetkoming in de kosten voor verlening van bijstand door gemeentelijke politiekorpsen

Grondslag: – art. 5.1 Beschikking Bijstandskosten Gemeentepolitie (Stcrt. 240, 1964), (Stcrt. 239, 1973) en 1980 (Stcrt, 153, 1980)

– art. 6.1 Interimregeling Bijstandskosten gemeentepolitie 1989 (Stcrt. 223, 1989)

Periode: 1964–1993

Waardering: V 7 jaar

Handeling: het overeenstemmen over het vergoeden van bijzondere bijstandskosten van gemeentelijke politiekorpsen

Grondslag: art. 3.1f Beschikking Bijstandskosten Gemeentepolitie (Stcrt. 240, 1964), (Stcrt. 239, 1973)

Periode: 1964–1980

Waardering: B5

Handeling: het vaststellen van de berekeningswijze van de bijdrage ter tegemoetkoming in de kosten voor verlening van bijstand door gemeentelijke politiekorpsen

Grondslag: art. 10.2 Besluit Vergoeding Politiekosten 1986 (Stb. 610, 1986)

Periode: 1986–1993

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het vaststellen van de bijdrage die wordt toegekend ter tegemoetkoming in de kosten van een gemeente waar het politiekorps is aangesloten op de telexverbindingen van de Technische Verbindingsdienst

Grondslag: art. 7.2 Besluit Vergoeding Politiekosten 1950 (Stb. K 384), vervallen bij besluit van 4 december 1979 (Stb. 753, 1979)

Periode: 1948–1979

Waardering: V 7 jaar

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels over het aan gemeenten verlenen van bijdragen ter tegemoetkoming in de investeringskosten voor huisvesting, automatisering, verbindingen en overige bijzondere uitrusting alsmede voor voorziening die voor samenwerking noodzakelijk zijn

b. Minister van Binnenlandse Zaken (1986–1993)

Grondslag: a. art. 7.1 en 7.2 Besluit Vergoeding Politiekosten 1950 (Stb. K 384), zoals ingevoegd bij besluit van 4 december 1979 (Stb. 753, 1979) en ingetrokken bij besluit van 13 november 1986 (Stb. 610, 1986)

b. art. 12.1 en 12.2 Besluit Vergoeding Politiekosten 1986 (Stb. 610, 1986)

Periode: 1980–1993

Product: – bijdrageregeling automatisering gemeentepolitie (Stcrt. 251, 1988)

– Besluit Vaststelling ruimtelijke, bouwkundige en financiële normen voor nieuwbouw van politiebureaus voor gemeentelijke korpsen (Stcrt. 5, 1987)

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het aan gemeenten verlenen van bijdragen ter tegemoetkoming in de investeringskosten voor huisvesting, automatisering, verbindingen en overige bijzondere uitrusting alsmede voor voorziening die voor samenwerking noodzakelijk zijn

b. Minister van Binnenlandse Zaken (1986–1993)

Grondslag: a. art. 7.1 en 7.2 Besluit Vergoeding Politiekosten 1950 (Stb. K 384), zoals ingevoegd bij besluit van 4 december 1979 (Stb. 753, 1979) en ingetrokken bij besluit van 13 november 1986 (Stb. 610, 1986)

b. art. 12.1 en 12.2 Besluit Vergoeding Politiekosten 1986 (Stb. 610, 1986)

Periode: 1980–1993

Waardering: V 7 jaar

Handeling: het in plaats van een bijdrage in de investeringskosten aan gemeenten ter beschikking stellen van bijzondere materiële voorzieningen

Grondslag: – art. 7.3 Besluit Vergoeding Politiekosten 1950 (Stb. K 384), zoals ingevoegd bij besluit van 4 december 1979 (Stb. 753, 1979) en ingetrokken bij besluit van 13 november 1986 (Stb. 610, 1986)

– art. 13.1 Besluit Vergoeding Politiekosten 1986 (Stb. 610, 1986)

Periode: 1980–1993

Waardering: V 7 jaar

Handeling: het in bijzondere gevallen toekennen aan een gemeente van een buitengewone uitkering, alsmede het vaststellen van het bedrag van die uitkering

b. Minister van Binnenlandse Zaken (1986–1993)

Grondslag: a. art. 8 Besluit Vergoeding Politiekosten 1950 (Stb. K 384), ingetrokken bij besluit van 13 november 1986 (Stb. 610)

a. art. 7 Besluit Vergoeding Kosten Reservepolitie 1954 (Stb. 54), ingetrokken bij besluit van 13 november 1986 (Stb. 610)

b. art. 14.1 Besluit Vergoeding Politiekosten 1986 (Stb. 610, 1986)

Periode: 1948–1993

Product: Compensatieregeling PKP (Project Kwantificering Politiewerk) Sterktereductie (Stcrt. 157, 1989)

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het opnemen van bijzondere bijdragen in de algemene bijdragen aan gemeenten indien daartoe aanleiding is

Grondslag: art. 15 Besluit Vergoeding Politiekosten 1986 (Stb. 610, 1986)

Periode: 1986–1993

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het beslissen op een bezwaar inzake vaststelling of weigering van een uitkering

Grondslag: – art. 9.3 Besluit Vergoeding Politiekosten 1950 (Stb. K 384), gewijzigd bij besluit van 14 oktober 1963 (Stb. 44)

– art. 8.3 Besluit Vergoeding Kosten Reservepolitie 1954 (Stb. 54), gewijzigd bij besluit van 5 oktober 1978 (Stb. 550, 1978)

– art. 16.3 Besluit Vergoeding Politiekosten 1986 (Stb. 610, 1986)

– art. 13.2 Besluit Bijdragen Bestuurlijke Preventie Criminaliteit

Periode: 1948–1993

Waardering: V 7 jaar

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels met betrekking tot de verrekening van kosten welke eerder aan gemeenten waren verstrekt

Grondslag: art. 10 Besluit Vergoeding Kosten Reservepolitie 1954 (Stb. 54)

Periode: 1955–1985

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het verlenen aan een gemeente van een bijdrage ter tegemoetkoming in bijzondere opsporingskosten

Grondslag: art. 11.1 Besluit Vergoeding Politiekosten 1986 (Stb. 610, 1986)

Periode: 1986–1993

Waardering: V 7 jaar

Handeling: het vaststellen van de omstandigheden en voorwaarden waaronder een gemeente in aanmerking komt voor een bijdrage ter tegemoetkoming in bijzondere opsporingskosten

Grondslag: art. 11.2 Besluit Vergoeding Politiekosten 1986 (Stb. 610, 1986)

Periode: 1986–1993

Waardering: B5

Handeling: het jaarlijks vaststellen van het bedrag dat voor de uitvoering van de regeling bijzondere opsporingskosten van rijks- en gemeentepolitie bestemd is

Grondslag: art. 2.1 regeling bijzondere opsporingskosten 1989 (Stcrt. 91, 1989)

Periode: 1989–1993

Waardering: V 7 jaar

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels over de inhoud en inrichting van de door gemeenten te verstrekken financiële informatie

Grondslag: – art. 17.5 Besluit Vergoeding Politiekosten 1986 (Stb. 610, 1986)

– art. 17a.2 Besluit Vergoeding Politiekosten 1986 (Stb. 610, 1986), zoals ingevoegd bij besluit van 8 juli 1991 (Stb. 1991, 408)

Periode: 1986–1993

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het jaarlijks publiceren van een jaarverslag van de gemeentepolitie

Grondslag: art. 18 Besluit Vergoeding Politiekosten 1986 (Stb. 610, 1986)

Periode: 1986–1993

Waardering: B5: publicaties

Overig: V, 5 jaar

Handeling: het toekennen van een bijdrage tot vergoeding van aanloopkosten van projecten ter voorkoming van kleine criminaliteit

Grondslag: art. 8 Besluit bijdragen bestuurlijke preventie criminaliteit (Stb. 1987, 313)

Periode: 1987–1990

Waardering: V 7 jaar

8.1.2.4 Rijkspolitie

Handeling: het doen van voordracht tot het bij KB vaststellen, wijzigen of intrekken van regels volgens welke bij het korps rijkspolitie vrijwilligers voor de reserve-rijkspolitie worden aangenomen

Grondslag: art. 10.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)

Periode: 1958–1993

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het doen van voordracht tot KB inzake benoeming, schorsing of ontslag van de Algemeen Inspecteur van het korps rijkspolitie

Grondslag: – art. 2.1 Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)

– art. 12.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals gewijzigd bij wet van 14 december 1988 (Stb. 576)

Periode: 1945–1993

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie.

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het overeenstemmen met de Minister van Justitie inzake de vaststelling van de instructie voor de Algemeen Inspecteur van het korps rijkspolitie

Grondslag: – art. 39.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)

– art. 12.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244) zoals bijgevoegd bij Wet 14 december 1988 (Stb. 576)

Periode: 1958–1993

Waardering: B5

Handeling: het overeenstemmen met de Minister van Justitie inzake de bepaling van de gezamenlijke sterkte van de groepen die meer dan een gemeente omvatten, van de reserve-rijkspolitie, van de verkeersgroepen, van de algemene verkeersdienst rijkspolitie en de Rijkspolitie te water

Grondslag: art. 15 en art. 18.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), gewijzigd bij Wet van 20 december 1968 (Stb. 734)

Periode: 1958–1993

Waardering: B5

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels terzake van de bepaling van een minimumsterkte voor groepen van de rijkspolitie

Grondslag: art. 19.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)

Periode: 1958–1993

Waardering: B5

Handeling: het overeenstemmen met de Minister van Justitie t.a.v. de voordracht tot KB inzake benoeming, schorsing en ontslag van de officieren van het korps Rijkspolitie

Grondslag: – art. 2.3a Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)

– art. 20a Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)

Periode: 1945–1993

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het aanwijzen van een officier als districtscommandant, als commandant van de Algemene Verkeersdienst Rijkspolitie of als districtscommandant van de Rijkspolitie te water

Grondslag: art. 21.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), gewijzigd bij Wet van 20 december 1968 (Stb. 734)

Periode: 1958–1993

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

Handeling: het beslissen omtrent de aanwijzing van een groeps- of postcommandant als bedoeld in artikel 13 Politiewet 1957 bij gebrek aan overeenstemming tussen de Algemeen Inspecteur van het korps Rijkspolitie en de Procureur-Generaal, fungerend directeur van politie

Grondslag: art. 21.5 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)

Periode: 1958–1993

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het doen van voordracht tot het bij AMvB vaststellen, wijzigen of intrekken van regels voor het korps rijkspolitie ten aanzien van rechtspositie, beëdiging, rangen, bezoldiging, tucht, benoembaarheidseisen en bevorderingseisen

Grondslag: art. 22.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)

Periode: 1958–1993

Product: – Besluit Surveillancehonden Politie 1958 (Stcrt. 1957, 553).

– Rangenbesluit politiepersoneel 1958 (Stb. 1957, 549)

– Besluit benoemingseisen politieambtenaren 1958 (Stb. 1957, 550)

– Besluit bevorderingseisen hoger politiepersoneel (Stb. 1957, 552)

Opmerking: - Zie voor de hieraan voorafgaande handeling paragraaf 3.2.1

– Zie voor de handelingen die uit bovenstaande producten voortvloeien de paragrafen 3.2.5 e.v.

Waardering: B1

Handeling: het doen van voordracht tot het bij AMvB vaststellen, wijzigen of intrekken van regels voor de onbezoldigde ambtenaren van het korps rijkspolitie en de reserve-rijkspolitie, ten aanzien van rechtspositie, beëdiging, rangen, bezoldiging, tucht, benoembaarheidseisen en bevorderingsvereisten

Grondslag: art. 22.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)

Periode: 1958–1993

Product: – Besluit Reservepolitie 1958 (Stb. 1957, 559)

– Beloningsreglement reservepolitie (Stb. 1964, 474)

– Rechtspositieregeling onbezoldigde ambtenaren van het korps rijkspolitie (Stb. 1957, 557)

Opmerking: - Zie voor de hieraan voorafgaande handeling paragraaf 3.2.1

– Zie voor de handelingen die uit bovenstaande producten voortvloeien de paragraaf 3.2.6

Waardering: B1

Handeling: het overleggen met de Minister van Justitie over regels voor (reserve-) rijkspolitie ten aanzien van werving, opleiding en onderricht, kleding, bewapening en overige uitrusting, keuring en controle op lichamelijke en geestelijke geschiktheid

Grondslag: art. 23.2 Wet Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)

Periode: 1958–1993

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het verplichten van rijkspolitie-ambtenaar, door de Minister van Justitie benoemd, over te gaan naar een gemeentelijk politiekorps

Grondslag: art. 24.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)

Periode: 1958–1993

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

8.1.2.5 Taakuitvoering

Handeling: het houden van toezicht op vreemdelingen

rondslag art. 27b Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), ingevoegd bij wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 326)

Periode: 1945–1993

Opmerking: het betreft hier de uitvoering van vreemdelingenvoorschriften: het gaat om handhaving.

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het bevorderen van de verkeersveiligheid op de weg

Grondslag: art. 34 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)

Periode: 1945–1993

Opmerking: voor wat betreft het Korps Rijkspolitie wordt deze taak uitgevoerd door de Algemene Verkeersdienst van het korps Rijkspolitie: het gaat om handhaving.

Waardering: V, 10 jaar

8.1.2.6 Rechtspositie

Handelingen voortvloeiend uit regelingen die zijn vastgesteld op grond van artikel 4.1 Politiebesluit en de artikelen 6.1 en 26.1 Politiewet

8.1.2.7 Aanstelling en bevordering

Handeling: het in zeer bijzondere gevallen verlenen van een machtiging tot verlenging van de proeftijd van een ambtenaar van gemeentepolitie

Grondslag: – art. 2.3 ARGP (Stb. 1953, 74)

– art. 2.3 ARGP 1958 (Stb. 1957, 547)

Periode: 1953–1993

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van een model-aanstellingsakte van een ambtenaar van gemeentepolitie

Grondslag: – art. 4.1 ARGP (Stb. 1953, 74)

– art. 4.1 ARGP 1958 (Stb. 1957, 547)

Periode: 1953–1993

Waardering: V, 5 jaar na wijziging

8.1.2.8 Bezoldiging

Handeling: het doen van voordracht tot het bij KB stellen van nadere regels omtrent de bezoldiging van politieambtenaren tijdens de vervulling van de dienstplicht

Grondslag: – art. 16.2 ARGP (Stb. 1953, 74)

– art. 16.2 ARRP (Stb. 1953, 75)

Periode: 1953–1957

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

8.1.2.9 Diensttijden

Handeling: het overeenstemmen met de Minister van Justitie inzake het vaststellen, wijzigen of intrekken van richtlijnen inzake de inrichting van de diensttijden en de uitvoering van de toekenning van vergoedingen voor overwerk aan (bijzondere) rijkspolitieambtenaren

Grondslag: – art. 39 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)

– art. 18.5, 19b.3 en 19e ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)

Periode: 1967–1993

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het overleggen met de Minister van Justitie inzake de toekenning van een overwerkvergoeding aan bijzondere ambtenaren van rijkspolitie die werkzaam zijn bij de Veiligheidsdienst van het Koninklijk Huis

Grondslag: art. 21.3 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)

Periode: 1967–1976

Waardering: V, 10 jaar

8.1.2.10 Vakantie en verlof

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels omtrent de diensttijd van ambtenaren van gemeentepolitie ter vaststelling van verlof

Grondslag: art. 19.4 ARGP (Stb. 1953, 74)

Periode: 1953–1957

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het overeenstemmen met de Minister van Justitie inzake de vaststelling, wijziging of intrekking van nadere regels omtrent de toepassing van de bepaling omtrent vakantie, vakantie-uitkering en (bijzonder) verlof van (bijzondere) ambtenaren van rijkspolitie

Grondslag: – art. 34, 39, 50.2 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)

– art. 44 en 55.2 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)

– art. 32, 39, 50.2 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)

Periode: 1958–1993

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van nadere regels omtrent de toepassing van de bepalingen omtrent vakantie, vakantie-uitkering en verlof van ambtenaren van gemeentepolitie

Grondslag: art. 34, 39, 50,2 ARGP 1958 (Stb. 1957, 547)

Periode: 1958–1993

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het geven van toestemming aan de burgemeester tot het verlenen van buitengewoon verlof van langer dan drie maanden aan commissarissen en hoofdcommissarissen van gemeentepolitie

Grondslag: art. 43.3 ARGP 1958 (Stb. 1957, 547)

Periode: 1958–1993

Waardering: V, 5 jaar

8.1.2.11 Ziekte en geneeskundige keuring

Handeling: het met betrekking tot politieambtenaren die bij KB benoemd zijn, doen van voordracht tot KB inzake het gelasten van een geneeskundig onderzoek

Grondslag: – art. 32.1, 33.1, 35.3, 39, 40.1, 40.2 ARGP (Stb. 1953, 74)

– art. 32.1, 33.1, 35.3, 39, 40.1, 40.2 ARRP (Stb. 1953, 75)

– art. 59.1, 60.1, 62.3, 66, 67.1 ARGP 1958 (Stb. 1957, 547)

Periode: 1953–1993

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels voor ambtenaren van gemeentepolitie omtrent het jaarlijks geneeskundig onderzoek naar het voorkomen van tuberculose

Grondslag: – art. 34 ARGP (Stb. 1953, 74)

– art. 61 ARGP 1958 (Stb. 1957, 547)

Periode: 1953–1993

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het in bijzondere gevallen bepalen dat de bezoldiging tijdens afwezigheid door ziekte betaald wordt aan een ander dan de ambtenaar van gemeentepolitie die is aangesteld bij KB

Grondslag: – art. 43 ARGP (Stb. 1953, 74)

– art. 70 ARGP 1958 (Stb. 1957, 547)

Periode: 1953–1993

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

Handeling: het overeenstemmen met de Minister van Justitie inzake het vaststellen, wijzigen of intrekken van voorschriften omtrent periodiek geneeskundig onderzoek van ambtenaren van rijkspolitie die aan bijzonder gevaar voor hun gezondheid blootstaan, dan wel aan bijzondere gezondheidseisen moeten voldoen

Grondslag: art. 66.3 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)

Periode: 1975–1993

Waardering: B5

8.1.2.12 Overige rechten en plichten

Handeling: het detacheren van een ambtenaar van gemeentepolitie bij het Korps Rijkspolitie of van een ambtenaar van het Korps Rijkspolitie bij een gemeentelijk politiekorps

Grondslag: – art. 58 ARGP (Stb. 1953, 74)

– art. 58 ARRP (Stb. 1953, 75)

– art. 85 ARGP 1958 (Stb. 1957, 547)

– art. 85 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)

– art. 85 ARRP 1975 (Stb. 1977, 1772)

Periode: 1953–1993

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

Handeling: het detacheren van een ambtenaar van gemeentepolitie in een andere gemeente

Grondslag: – art. 58 ARGP (Stb. 1953, 74)

– art. 85 ARGP 1958 (Stb. 1957, 547)

Periode: 1953–1993

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

Handeling: het te zijner beschikking stellen van een ambtenaar van gemeentepolitie

Grondslag: – art. 59 ARGP (Stb. 1953, 74)

– art. 86 ARGP 1958 (Stb. 1957, 547)

Periode: 1953–1993

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

Handeling: het verlenen of intrekken van een machtiging aan een ambtenaar van gemeentepolitie tot het bekleden van een openbaar ambt waartoe de benoeming niet bij KB geschiedt

Grondslag: – art. 63.1 en 63.1 ARGP (Stb. 1953, 74)

– art. 90.1 en 90.2 ARGP 1958 (Stb. 1957, 547)

Periode: 1953–1993

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

Handeling: het bepalen dat een politie-ambtenaar die op kosten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken een opleiding heeft genoten, de opleidingskosten terug dient te betalen wanneer hij binnen drie jaar de dienst verlaat

Grondslag: – art. 95.2 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)

– art. 94a.2 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)

Periode: 1967–1993

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels ten aanzien van de berekening van opleidingskosten en de beperking van de betalingsplicht

Grondslag: – art. 95.2 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)

– art. 94a.2 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)

Periode: 1967–1993

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels omtrent de uitvoering van de toekenning van vergoedingen wegens dienstreis- en verblijfskosten en het vaststellen van tarieven

Grondslag: – art. 71.2 ARGP (Stb. 1953, 74)

– art. 97.2 ARGP 1958 (Stb. 1957, 547)

Periode: 1953–1993

Opmerking: De Minister dient hiertoe vooraf advies in te winnen bij het centraal orgaan bedoeld in artikel 12 van het Reisbesluit 1956 (Stb. 43). Dit orgaan beslist ook in individuele gevallen waarin de regelingen niet voorzien. Zie hiervoor het rapport over personeels- en arbeidsvoorwaardenbeleid voor ambtenaren.

Product: regeling

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het beslissen op een bezwaar van een ambtenaar van gemeentepolitie tegen een beslissing van het centraal orgaan bedoeld in artikel 12 van het Reisbesluit 1956 (Stb. 43) inzake vergoeding van reis- en verblijfskosten

Grondslag: art. 97.3 ARGP 1958 (Stb. 1957, 547)

Periode: 1958–1993

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

Handeling: het op voordracht van de burgemeester toekennen van beloningen wegens bijzondere verdiensten aan hoofdcommissarissen en commissarissen van gemeentepolitie

Grondslag: – art. 76.3 ARGP (Stb. 1953, 74)

– art. 102.4 ARGP 1958 (Stb. 1957, 547)

Periode: 1953–1993

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels omtrent de diensttijd ter vaststelling van ambtsjubilea

Grondslag: – art. 77.6 ARGP (Stb. 1953, 74)

– 103.4 ARGP 1958 (Stb. 1957, 547)

Periode: 1953–1993

Waardering: V 10 jaar na wijziging of intrekking

8.1.2.13 Straffen

Handeling: het opleggen van straffen aan hoofdcommissarissen en commissarissen van gemeentepolitie

Grondslag: – art. 79.2 ARGP (Stb. 1953, 74)

– art. 105.3 ARGP 1958 (Stb. 1957, 547)

Periode: 1953–1993

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

8.1.2.14 Schorsing en ontslag

Handeling: het voorbereiden van bij KB te stellen regels voor de werkwijze van de commissie bedoeld in het Ambtenarenreglement voor de gemeentepolitie en het Ambtenarenreglement voor het Korps Rijkspolitie

Grondslag: – art. 93.5 ARGP (Stb. 1953, 74)

– art. 93.3 ARRP (Stb. 1953, 75)

– art. 120.5 ARGP 1958 (Stb. 1957, 547)

– art. 119.5 ARRP 1958 (Stb. 1957, 548)

– art. 121.5 ARBARP 1967 (Stb, 1967, 391)

– art. 119.3 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)

Periode: 1953–1993

Waardering: B4

Handeling: het doen van voordracht tot het bij KB benoemen van de (plaatsvervangende) leden en (plaatsvervangende) secretaris van de commissie bedoeld in het Ambtenarenreglement voor de gemeentepolitie en het Ambtenarenreglement voor het Korps Rijkspolitie

Grondslag: art. 3.2 en 4 Besluit van 28 januari 1993 (Stb. 1993, 102)

Periode: 1993

Waardering: V, 10 jaar na benoeming

Handeling: het overeenstemmen met de voordracht tot KB van de Minister van Justitie inzake het opschorten van de ingangsdatum van het ontslag bij pensionering van rijkspolitieambtenaren

Grondslag: art. 114a.3 ARRP 1975 (Stb. 1977, 172)

Periode: 1975–1993

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: het toestaan van uitzondering op de regel dat de vrouwelijke ambtenaar van gemeentepolitie eervol ontslag verleend wordt daags na haar huwelijk

Grondslag: – art. 92.2 ARGP (Stb. 1953, 74)

– art. 119.2 ARGP 1958 (Stb. 1957, 547)

Periode: 1953–1975

Waardering: B5

Handeling: het verlenen van medewerking of machtiging tot het in bijzondere gevallen verlenen van eervol ontslag aan een niet bij KB benoemde ambtenaar van gemeentepolitie

Grondslag: – art. 93.3 of art. 95.1 ARGP (Stb. 1953, 74)

– art. 120.3 of 122.1 ARGP 1958 (Stb. 1957, 547)

Periode: 1953–1993

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie.

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

Handeling: het doen van voordracht tot het treffen van een regeling of het treffen van een regeling waarbij een ambtenaar van gemeentepolitie die wegens bijzondere omstandigheden eervol is ontslagen een redelijke uitkering verzekerd wordt

Grondslag: – art. 95.2 ARGP (Stb. 1953, 74)

– art. 122.1 ARGP 1958 (Stb. 1957, 547)

Periode: 1953–1993

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het (doen van voordracht tot het) stellen van nadere algemene regels ter uitwerking of aanvulling van het ambtenarenreglement voor de gemeentepolitie

Grondslag: art. 101 ARGP (Stb. 1953, 74)

Periode: 1953–1957

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

8.1.2.15 Handelingen ingevolge het Besluit Reserve Rijks- en gemeentepolitie

Handelingen voortvloeiend uit de regelingen op grond van artikel 4 Politiebesluit en de artikelen 4.2, 6.2, 10.2 en 22.2 Politiewet.

Handeling: het verlenen van toestemming aan de burgemeester om in bijzondere gevallen vrijwilligers van de reserve-gemeentepolitie tot hulpdiensten op te roepen bij de uitoefening van de algemene taak van de gemeentepolitie

Grondslag: art. 2.3 Rechtstoestandregeling reservepolitie (Stb. 1964, 473)

Periode: 1964–1993

Waardering: B5

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van medische eisen waaraan vrijwilligers van reservepolitie moeten voldoen

Grondslag: – art. 3.1c en 17.1c Besluit Reservepolitie 1954 (Stb. 1954, 363)

– art. 3.1c en 19.1b Besluit Reservepolitie 1958 (Stb. 1957, 559)

– art. 4.1c Rechtstoestandregeling reservepolitie (Stb. 1964, 473)

Periode: 1954–1993

Waardering: V, 5 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het in overeenstemming met de Minister van Defensie bepalen dat bepaalde categorieën van personen die tot zee-, land,- of luchtmacht behoren kunnen worden aangeworven als vrijwilliger van reserve-gemeentepolitie

Grondslag: art. 4.1d en 40b Rechtstoestandregeling reservepolitie (Stb. 1964, 473)

Periode: 1964–1993

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie.

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels inzake de vaststelling en toekenning van vergoedingen, beloningen en gratificaties voor vrijwilligers in werkelijke rijkspolitiedienst

Grondslag: – Besluit Reserve Rijks- en gemeentepolitie (Stb. 1948, I 350)

– Besluit Reservepolitie 1954 (Stb. 1954, 363), 1958 (Stb. 1957, 559)

– Rechtstoestandregeling reservepolitie (Stb. 1964, 473)

– Beloningsreglement reserve-politie (Stb. 1964, 474)

Periode: 1948–1993

Product: Bijvoorbeeld:

– Beschikking oefenvergoeding leden reserve-politie (Stcrt. 1976, 208)

– Maximumuitkeringsbeschikking reserve-politie 1969 (Stcrt. 1969, 160)

– Beschikking vakantiebonnen reserve-politie (Stcrt. 1969, 160)

– Gratificatiebeschikking Reservepolitie

Waardering: V 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het uitvoeren van de regels inzake de vaststelling en toekenning van vergoedingen, beloningen en gratificaties voor vrijwilligers in werkelijke rijkspolitiedienst

Grondslag: – Beschikking oefenvergoeding leden reserve-politie (Stcrt. 1976, 208)

– Maximumuitkeringsbeschikking reserve-politie 1969 (Stcrt. 1969, 160)

– Beschikking vakantiebonnen reserve-politie (Stcrt. 1969, 160)

– Gratificatiebeschikking Reservepolitie

Periode: 1948–1993

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie.

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van andere rechten en verplichtingen voor de vrijwilliger van politie

Grondslag: art. 38 Rechtstoestandregeling reservepolitie (Stb. 1964, 473)

Periode: 1964–1993

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het bepalen van een tijdstip waarop de verbintenissen vervallen met vrijwilligers van wie het verband, aangegaan onder een vorige regeling, van kracht is gebleven.

Grondslag: – art. 14.4 Besluit Reservepolitie 1954 (Stb. 1954, 363)

– art. 25.2 Besluit Reservepolitie 1958 (Stb. 1957, 559)

– art. 53.2 Rechtstoestandregeling reservepolitie (Stb. 1964, 473)

Periode: 1954–1993

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling van het ontslag

Handeling: het aanwijzen van een object in het kader van een bewakingskern

Grondslag: – art. 22.2 Besluit Reservepolitie 1954 (Stb. 1954, 363)

– art. 24.2 Besluit Reservepolitie 1958 (Stb. 1957, 559)

– art. 2.1b en c Rechtstoestandregeling reservepolitie (Stb. 1964, 473)

Periode: 1954–1993

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: het uitvoeren van het Besluit adviesraden burgerlijke reserve-organen voor wat vrijwilligers bij de reservepolitie betreft

Grondslag: Besluit adviesraden burgerlijke reserve-organen (Stb. 1964, 478)

Periode: 1965–1993

Waardering: V, 10 jaar

8.1.2.16 Surveillancehonden

Handelingen voortvloeiend uit regelingen die zijn vastgesteld op grond van artikel 4.1 van het Politiebesluit en de artikelen 6.1, 22.1 van de Politiewet 1957.

Handeling: het aanwijzen van een rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging welke het africhten van honden voor surveillancedienst tot doel heeft

Grondslag: art. 3.1 Besluit Surveillancehonden Politie (Stb. 1951, 143), 1958 (Stcrt. 1957, 553)

Periode: 1951–1993

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het vaststellen van een gemeenschappelijke beschikking inzake een vergoeding als tegemoetkoming in de kosten van aanschaf, onderhoud en africhting van een hond die in de politiedienst gebruikt wordt

Grondslag: art. 4.3 Besluit Surveillancehonden Politie 1958 (Stcrt. 1957, 553)

Periode: 1958–1993

Product: – Beschikking tegemoetkoming surveillancehonden politie dd. 7/17 februari 1975, nr. 162 S 575/EA75/225

– Beschikking tegemoetkoming surveillancehonden politie 1977 (Stcrt. 1978, 15)

– Beschikking tegemoetkoming surveillancehonden politie 1982 (Stcrt. 1983, 21)

– Beschikking renteloos voorschot aankoop surveillancehonden politie (Stcrt. 1978, 43)

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het toekennen van een vergoeding als tegemoetkoming in de kosten van aanschaf, onderhoud en africhting van een hond die in de politiedienst gebruikt wordt

Grondslag: – art. 4.1 en 4.2 Besluit Surveillancehonden Politie (Stb. 1951, 143)

– Beschikking tegemoetkoming surveillancehonden politie dd. 7/17 februari 1975, nr. 162 S 575/EA75/225

– Beschikking tegemoetkoming surveillancehonden politie 1977 (Stcrt. 1978, 15)

– Beschikking tegemoetkoming surveillancehonden politie 1982 (Stcrt. 1983, 21)

– Beschikking renteloos voorschot aankoop surveillancehonden politie (Stcrt. 1978, 43)

Periode: 1951–1993

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het goedkeuren van de bij het geschiktheidsonderzoek van surveillancehonden te stellen eisen en van de aanwijzing van africhters

Grondslag: art. 3.3 Besluit Surveillancehonden Politie (Stb. 1951, 143), 1958 (Stcrt. 1957, 553)

Periode: 1951–1993

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van nadere voorschriften ter uitvoering van het Besluit Surveillancehonden Politie

Grondslag: art. 3.1 en 5 Besluit Surveillancehonden Politie (Stb. 1951, 143), 1958 (Stcrt. 1957, 553)

Periode: 1951–1993

Product: Bijvoorbeeld:

– Beschikking surveillancehonden politie 1958 (Stcrt. 1957, 252)

– Beschikking Surveillancehonden Korps rijkspolitie (Stcrt. 1958, 40/58; 203/58)

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het uitvoeren van de Beschikking Surveillancehonden politie en de Beschikking Surveillancehonden Korps rijkspolitie

Grondslag: – Beschikking surveillancehonden politie 1958 (Stcrt. 1957, 252)

– Beschikking Surveillancehonden Korps rijkspolitie (Stcrt. 1958, 40/58; 203/58)

Periode: 1951–1993

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

8.1.2.17 Geneeskundige verzorging

Handelingen voortvloeiend uit regelingen die zijn vastgesteld op grond van artikel 4.1f Politiebesluit en de artikelen 6.1, 22.1 en 26.1 Politiewet.

Handeling: Het instellen van een ziekenfonds voor het politiepersoneel.

Grondslag: – Voorlopige Beschikking Kosten Geneeskundige Verzorging, 15 maart 1946

– Besluit tot instelling van de Dienst Geneeskundige Verzorging voor de Politie

Product: instellingsbesluit

Waardering: B4

Handeling: het bepalen dat het Besluit Geneeskundige Verzorging Politie van toepassing is op andere dan in het besluit genoemde groepen ambtenaren of arbeidscontractanten

Grondslag: – art. 2.2 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1951 (Stb. 1951, 22), zoals bijgevoegd bij KB van 4 maart 1952 (Stb. 1952, 96)

– art. 1.2 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1958 (Stb. 1957, 554)

– art. 2.2 en 2.3 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607)

– art. 2.3 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343)

Periode: 1952–1993

Waardering: V 2 jaar na wijziging

Handeling: het geven van nadere aanwijzingen omtrent hetgeen onder een volledige dagtaak dient te worden verstaan van deelnemers

Grondslag: – art. 2.4 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607), zoals gewijzigd bij KB van 7 september 1974 (Stb. 1974, 555)

– art. 5.1b Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343)

Periode: 1975–1993

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: het nader aanwijzen van uitkeringen, toelagen en dergelijke die tot de bezoldiging van politie-ambtenaren gerekend worden

Grondslag: – art. 3.II.a.3 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1951 (Stb. 1951, 22), zoals bijgevoegd bij KB van 24 september 1957 (Stb. 1957, 392)

– art. 1.2 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1958 (Stb. 1957, 554)

Periode: 1957–1971

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het beslissen dat wanneer op grond van het besluit GVP 1984 het deelnemerschap dan wel de hoedanigheid van gezinslid zou moeten worden beëindigd, de betrokkene als deelnemer of gezinslid in de zin van dit besluit gehandhaafd blijft

Grondslag: art. 6.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343)

Periode: 1984–1993

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van nadere regels volgens welke aan (gepensioneerde) politieambtenaren een uitkering inzake geneeskundige verzorging wordt toegekend

Grondslag: – art. 3.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie (Stb. 1949, J 171)

– art. 7.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1951 (Stb. 1951, 22)

– art. 6.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1958 (Stb. 1957, 554)

– art. 6.1 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel (Stb. 1954, 95)

– art. 6.1 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel 1958 (Stb. 1957, 555)

– art. 4.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607)

– art. 7.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343)

Periode: 1949–1993

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het uitvoeren van de Uitvoeringsbeschikkingen GVP en Regelingen GVP

Grondslag: – Eerste Uitvoeringsbeschikking Geneeskundige Verzorging Politie 1951 en 1958 (Stcrt. 1957, 252)

– Regeling geneeskundige verzorging politie 1975 (Stcrt. 1974, 250)

Periode: 1949–1993

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het toekennen van vergoedingen van of tegemoetkomingen in de kosten voor geneeskundige verzorging van politieambtenaren

Grondslag: – art. 3.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie (Stb. 1949, J 171)

– art. 7.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1951 (Stb. 1951, 22)

– art. 6.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1958 (Stb. 1957, 554)

– art. 2.1 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel (Stb. 1954, 95)

– art. 2.1 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel 1958 (Stb. 1957, 555)

– art. 4.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607)

– art. 7.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343)

Periode: 1949–1993

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het vaststellen van een modelverklaring inzake de aanvraag van een uitkering ter tegemoetkoming in de kosten van geneeskundige verzorging voor gepensioneerde politieambtenaren

Grondslag: – art. 4.1 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel (Stb. 1954, 95)

– art. 4.1 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel 1958 (Stb. 1957, 555)

Periode: 1949–1971

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels volgens welke de Dienst Geneeskundige Verzorging Politie de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken bijstaat bij de uitvoering van de besluiten inzake de geneeskundige verzorging van de politie

Grondslag: – art. 8 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie (Stb. 1949, J 171)

– art. 4.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1951 (Stb. 1951, 22)

– art. 3.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1958 (Stb. 1957, 554)

– art. 8.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607)

– art. 10.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343)

– art. 3 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel (Stb. 1954, 95)

– art. 3 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel 1958 (Stb. 1957, 555)

Periode: 1949–1993

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het geven van aanwijzingen aan de commissie GVP inzake:

a. het comptabele beheer van de DGVP

b. het overige beheer van de DGVP

b. Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken

Grondslag: art. 1.1 Instructie voor de commissie GVP (Stcrt, 1953, 62), (Stcrt 1957, 252), (Stcrt. 1972, 194)

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het goedkeuren van de begroting, het jaarverslag en de jaarrekening van de Commissie GVP

Grondslag: art. 11 of 12 Instructie voor de commissie GVP (Stcrt, 1953, 62), (Stcrt 1957, 252), (Stcrt. 1972, 194)

Periode: 1953–1993

Waardering: B3: jaarverslag

Overige stukken: V 7 jaar

Handeling: het instellen van een commissie die leiding geeft aan de Dienst Geneeskundige Verzorging Politie

Grondslag: – art. 9.1 of 10 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie (Stb. 1949, J 171)

– art. 5.1 en 5.2 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1951 (Stb. 1951, 22)

– art. 4.1 en 4.2 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1958 (Stb. 1957, 554)

– art. 9 en 10 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607)

– art. 11.2, 11.4, 11.5 en 12 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343)

Periode: 1949–1993

Waardering: B4

Handeling: het vaststellen of wijzigen van het percentage van de bijdrage aan de DGVP voor een deelnemer, die het lichaam dat belast is met de uitbetaling van de bezoldiging verhaalt op de deelnemer, en het vaststellen van een maximumbedrag waarboven de betaling niet geschiedt

Grondslag: – art. 11 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1951 (Stb. 1951, 22)

– art. 7.4 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel (Stb. 1954, 95)

– art. 10 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1958 (Stb. 1957, 554)

– art. 7.3 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel 1958 (Stb. 1957, 555)

– art. 7.4 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607)

– art. 9.4 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343), vernummerd tot art. 9.1 en 9.4 bij KB van 3 april 1989 (Stb. 1989, 87)

Periode: 1951–1993

Product: Bijvoorbeeld:

– Tweede Uitvoeringsbeschikking Geneeskundige Verzorging Politie 1958 (Stcrt. 1957, 252)

– Tweede Uitvoeringsbeschikking Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel 1958 (Stcrt. 1957, 252)

– Tweede Uitvoeringsbeschikking Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stcrt. 1971, 238)

– Derde Uitvoeringsbeschikking Geneeskundige Verzorging Politie 1958 (Stcrt. 1971, 255)

– Beschikking premie en plafonds GVP 1975 (Stcrt. 1975, 166), en opeenvolgende jaren

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het voorzien in de betaling aan de DGVP van het resterende deel van de bijdrage voor een gepensioneerde deelnemer

Grondslag: art. 9.2 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343), zoals gewijzigd bij KB van 7 januari 1988 (Stb. 1988, 3)

Periode: 1981–1993

Opmerking: Dit gewijzigde artikel werkte terug tot 1 oktober 1984 en is bovendien van toepassing op de periode van 1 oktober 1981 tot en met 30 september 1984.

Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het vaststellen of wijzigen van een percentage van de heffingsgrondslag dat de bijdrage aan de DGVP voor een deelnemer bedraagt

Grondslag: art. 9.3 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343), zoals gewijzigd bij KB van 3 april 1989 (Stb. 1989, 87)

Periode: 1989–1993

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels omtrent de berekening en wijze van betaling en verhaal van de eigen bijdrage in de kosten van geneeskundige verzorging

Grondslag: – art. 7.4 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel (Stb. 1954, 95)

– art. 7.5 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel 1958 (Stb. 1957, 555)

– art. 7.4 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607)

– art. 9.8 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343), vernummerd tot art. 9.7 bij KB van 3 april 1989 (Stb. 1989, 87)

Periode: 1954–1993

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het vaststellen van het nominale bedrag dat een deelnemer verschuldigd is aan de DGVP, en van de wijze waarop en de termijnen waarin het nominale bedrag door de deelnemer dient te worden afgedragen

Grondslag: art. 9.8 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343), zoals gewijzigd KB van 3 april 1989 (Stb. 1989, 87)

Periode: 1989–1993

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het vaststellen van peildata vanaf wanneer een deelnemer een nominale bijdrage verschuldigd is

Grondslag: art. 9.10 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343), zoals bijgevoegd bij KB van 3 april 1989 (Stb. 1989, 87)

Periode: 1989–1993

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van voorschriften ter uitvoering of nadere regeling van de geneeskundige verzorging voor gepensioneerden

Grondslag: – art. 11 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel (Stb. 1954, 95)

– art. 7.5 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel 1958 (Stb. 1957, 555)

Periode: 1954–1971

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het geven van regels over de wijze waarop beroep moet worden ingesteld, behandeld en geregeld

Grondslag: – art. 10a.2 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607), zoals ingevoegd bij KB van 7 september 1974 (Stb. 1974, 555), en gewijzigd bij KB van 31 mei 1979 (Stb. 1979, 783)

– art. 15 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343), vervallen bij KB van 15 januari 1993 (Stb. 1993, 93)

Periode: 1975–1993

Product: – Regeling instellen van beroep (Stcrt. 1980, 30)

– Vaststelling vacatiegelden leden en plv. leden commissie van beroep (Stcrt. 1980, 30)

Waardering: B5

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels over de samenstelling van de commissie van beroep GVP

Grondslag: art. 10a.2 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607), zoals gewijzigd bij KB van 31 mei 1979 (Stb. 1979, 783)

Periode: 1980–1984

Waardering: V 2 jaar na wijziging

Handeling: het benoemen, schorsen en ontslaan van (plaatsvervangende) leden, het aanwijzen van de (plaatsvervangend) voorzitter alsmede het toevoegen van een (waarnemend) secretaris van de Commissie van beroep GVP

Grondslag: – art. 10a.2 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607), zoals ingevoegd bij KB van 7 september 1974 (Stb. 1974, 555), en gewijzigd bij KB van 31 mei 1979 (Stb. 1979, 783)

– art. 14.1 en 14.4 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343), vervallen bij KB van 15 januari 1993 (Stb. 1993, 93)

– art. 2.1 of 3 Regeling instellen van beroep (Stcrt. 1980, 30)

Periode: 1980–1993

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

8.1.2.18 Bezoldiging

Handelingen voortvloeiend uit regelingen die zijn vastgesteld op grond van de artikelen 6.1, 22.1 en 26.1 Politiewet.

Handeling: het instellen van werkgroepen, commissies etc. met betrekking tot het onderzoeken van de bezoldiging van de gemeente/ en rijkspolitie

Periode: 1954–1993

Opmerking: - Interdepartementale Commissie Herziening Bezoldiging Politiepersoneel ICHBP (Commissie Boot) 1946

– Commissie Werkclassificatie Politiefuncties 1957

– Commissie Taakverzwaring 1970

Waardering: B4

Handeling: het voor de gemeentepolitie vaststellen, wijzigen of intrekken van nadere regels ter uitvoering van het bezoldigingsreglement politie

Grondslag: – art. 8.3 en 20.1 Bezoldigingsreglement Politie (Stb. 1947, H 111)

– art. 22.4 Bezoldigingsreglement Politie 1948 (Stb. 1948, I 151)

– art. 11.1 en 21.4 Bezoldigingsreglement Politie 1949 (Stb. 1949, J 502)

– art. 13 Toelagebesluit politie (Stb. 1951, 328)

– art. 27 Bezoldigingsregeling politie 1954/1956 (Stb. 1956, 368)

– art 11.4b en art. 32 Bezoldigingsreglement politie 1958 (Stb. 1959, 25)

– art. 1.1 Besluit toekenning extra salarisanciënniteit politieambtenaren (Stb. 1962, 74)

Periode: 1946–1993

Waardering: V 10 jaar na wijziging of intrekking

Vervallen (zelfde als 259)

Handeling: het bij gemeenschappelijke beschikking treffen van bijzondere regelingen of bepalingen ter uitvoering van het bezoldigingsreglement politie

Grondslag: – art. 6a Bezoldigingsreglement Politie 1949 (Stb. 1949, J 502, zoals toegevoegd Stb. 1954, 197)

– art. 4 Eerste aanvulling Bezoldigingsreglement Politie 1949 (Stb. 1954, 198)

– art. 8 en art. XVIII Bezoldigingsregeling politie 1954/1956 (Stb. 1956, 368)

– art. 8, 21d en art. 37 Bezoldigingsreglement politie 1958 (Stb. 1959, 25)

– art. 3 KB van 21 december 1972 houdende vaststelling van regelen tot toekenning van een uitkering-ineens aan het politiepersoneel (Stb. 1972, 770)

Periode: 1954–1993

Product: bijvoorbeeld:

– Beschikking docententoelage (Stcrt. 1970, 119)

– Vaststelling berekeningsbasis aflopende toelage, etc. (Stcrt. 1980, 119)

Waardering: V 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het overeenstemmen met de Minister van Justitie inzake de toekenning van een vaste toelage aan ambtenaren van rijkspolitie

Grondslag: art. 21b Bezoldigingsreglement politie 1958 (Stb. 1959, 25), zoals toegevoegd bij KB van 7 januari 1963 (Stb. 1963, 3)

Periode: 1963–1993

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: het vaststellen, toekennen, verhogen of verlagen van het salaris, de salaris-anciënniteit, de toelagen en de kortingsbedragen van bij KB benoemde ambtenaren van gemeentepolitie

Grondslag: – art. 4 Bezoldigingsreglement Politie 1948 (Stb. 1948, I 151)

– art. 4 Bezoldigingsreglement Politie 1949 (Stb. 1949, J 502)

– art. 3.1 Bezoldigingsregeling politie 1954/1956 (Stb. 1956, 368)

– Bezoldigingsreglement politie 1958 (Stb. 1959, 25)

Periode: 1947–1993

Opmerking: In het bezoldigingsreglement is deze bepaling nader uitgewerkt. Ondergeschikte handelingen die uit deze uitwerking voortvloeien zijn hier niet opgenomen.

Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het toekennen van een garantietoelage aan adspiranten van politie

Grondslag: art. III Bezoldigingsreglement politie 1958 (Stb. 1959, 25), zoals bijgevoegd bij KB van 10 januari 1974 (Stb. 1974, 51)

Periode: 1974–1993

Product: Garantietoelageregeling adspiranten rijks- en gemeentepolitie (Stcrt. 1974, 54)

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het aanwijzen van algemene landelijke vakorganisaties van politiepersoneel om te adviseren over wijziging, intrekking en aanvulling van het bezoldigingsreglement politie

Grondslag: – art. 20.1 Bezoldigingsreglement Politie 1948 (Stb. 1948, I 151)

– art. 20.1 Bezoldigingsreglement Politie 1949 (Stb. 1949, J 502)

– art. 22.1 Bezoldigingsregeling politie 1954/1956 (Stb. 1956, 368)

– art. 25 Bezoldigingsreglement politie 1958 (Stb. 1959, 25)

Periode: 1947–1993

Opmerking: Zie verder de paragraaf over Georganiseerd Overleg

Waardering: B4

Handeling: het ten aanzien van gemeentepolitie beslissen in gevallen waarin het bezoldigingsreglement politie niet voorziet

Grondslag: – art. 23.1 Bezoldigingsreglement Politie (Stb. 1947, H 111)

– art. 29.1 Bezoldigingsreglement Politie 1948 (Stb. 1948, I 151

Periode: 1946–1956

Waardering: V 10 jaar na beslissing

Vervallen (dezelfde handeling als 269)

Handeling: het toekennen van gratificaties op grond van het Gratificatiebesluit Politie

Grondslag: Gratificatiebesluit Politie 1948 (Stb. 1948, I 353), 1949 (Stb. 1949, J 330), 1950 (Stb. 1950 K 250), 1951 (Stb. 1952, 189), 1952 (Stb. 1952, 470) en 1953 (1953, 282)

Periode: 1948–1953

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het toekennen van uitkeringen ineens aan politieambtenaren

Grondslag: bijvoorbeeld:

– KB van 21 december 1972, houdende vaststelling van regelen tot toekenning van een uitkering-ineens aan het politiepersoneel (Stb. 1972, 770)

– KB van 14 oktober 1991, houdende regels betreffende toekenning van een uitkering ineens aan ambtenaren van rijks- en gemeentepolitie voor 1989 en 1990 (Stb. 1991, 656)

Periode: 1945–1993

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels over de vergoeding van verplaatsingskosten voor de politie

Grondslag: Verplaatsingskostenbesluit politie (Stb. 1992, 248)

Periode: 1992–1993

Product: Verplaatsingskostenregeling politie (Stcrt. 1992, 123)

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het toekennen van vergoedingen op grond van de Verplaatsingskostenregeling politie (Stcrt. 1992, 123)

Grondslag: Verplaatsingskostenregeling politie (Stcrt. 1992, 123)

Periode: 1992–1993

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het toekennen van vergoedingen op grond van het verplaatsingskostenbesluit politie

Grondslag: Verplaatsingskostenbesluit politie (Stb. 1992, 248)

Periode: 1992–1993

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het bepalen van de bedragen ter vergoeding van of tegemoetkoming in de opleidingskosten van een politieambtenaar

Grondslag: art. 3 en 4 Regeling vergoeding opleidingskosten politieambtenaren (Stb. 1961, 281)

Periode: 1961–1979

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het toekennen van vergoedingen op grond van de Regeling vergoeding opleidingskosten politieambtenaren

Grondslag: Regeling vergoeding opleidingskosten politieambtenaren (Stb. 1961, 281)

Periode: 1961–1979

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

8.1.2.19 Georganiseerd Overleg

Handelingen voortvloeiend uit regelingen die zijn vastgesteld op grond van de artikelen 6.1, 22.1 en 26.1 Politiewet.

Handeling: het aanwijzen van de overheidsvertegenwoordiging in de Commissie voor Georganiseerd Overleg in Politieambtenarenzaken (GOP)

Grondslag: art. 2.1a Regeling GOP (Stb. 1960, 623)

Periode: 1961–1974

Opmerking: de voorzitter van de overheidsvertegenwoordiging is tevens de voorzitter van de commissie

Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het aanwijzen van een ander dan de Directeur-Generaal voor Openbare Orde en Veiligheid van het Ministerie van Binnenlandse Zaken als voorzitter van het Georganiseerd Overleg

Grondslag: – art. 4.1 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)

– art. 4.1 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)

– art. 5.1 Besluit instelling Commissie voor Georganiseerd Overleg Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie (Stb. 1992, 319)

Periode: 1974–1993

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het aanwijzen van functionarissen die bij het Georganiseerd Overleg de voorzitter terzijde staan

Grondslag: – art. 4.2 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)

– art. 4.3 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)

– art. 5.4 Besluit instelling Commissie voor Georganiseerd Overleg Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie (Stb. 1992, 319)

Periode: 1974–1993

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het benoemen van de (adjunct)secretaris van de Commissie GOP

Grondslag: – art. 3 Regeling GOP (Stb. 1960, 623)

– art. 4.4 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)

– art. 4.5 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)

– art. 5.6 Besluit instelling Commissie voor Georganiseerd Overleg Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie (Stb. 1992, 319)

Periode: 1961–1993

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het uitnodigen van een vertegenwoordiger van de burgemeesters van gemeenten met gemeentepolitie tot het bijwonen van het georganiseerd overleg

Grondslag: – art. 4.3 en 10.4 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)

– art. 4.4 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)

Periode: 1974–1993

Waardering: V, 1 jaar

Handeling: het uitnodigen van een vertegenwoordiger van het LSOP tot het bijwonen van het Georganiseerd Overleg als waarnemer

Grondslag: art. 5.5 Besluit instelling Commissie voor Georganiseerd Overleg Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie (Stb. 1992, 319)

Periode: 1990–1993

Waardering: V, 1 jaar

Handeling: het benoemen van twee (plaatsvervangende) bijzondere leden van de commissies voor Georganiseerd Overleg voor de behandeling van geschillen inzake het overleg met de commissies

Grondslag: – art. 13e.2 en 13e.6 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571), zoals ingevoegd bij Besluit van 16 februari 1989 (Stb. 1989, 83)

– art. 17.2 en 17.6 Besluit instelling Commissie voor Georganiseerd Overleg Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie (Stb. 1992, 319)

Periode: 1989–1993

Waardering: V, 7 jaar na ontslag uit de commissie

Handeling: het doen van voordracht tot KB inzake het tot de commissie GOP toelaten, schorsen of intrekken van de toelating van representatieve ambtenarenverenigingen

Grondslag: – art. 4.1d en 4.2 Regeling GOP (Stb. 1960, 623)

– art. 2.4f en 3.2 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)

– art. 3.1e en 3.3 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)

Periode: 1961–1993

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het uitsluiten van een lid van de personeelsvertegenwoordiging van deelname aan het Georganiseerd Overleg

Grondslag: – art. 4.4 Regeling GOP (Stb. 1960, 623)

– art. 3.4 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)

– art. 3.5 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)

– art. 4.1 Besluit instelling Commissie voor Georganiseerd Overleg Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie (Stb. 1992, 319)

Periode: 1961–1993

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het aanwijzen van de voorzitter, de leden en de (adjunct)secretaris van het overleg met de commissie-afdeling voor aangelegenheden die alleen ambtenaren van gemeentepolitie betreffen

Grondslag: – art. 6.2 Regeling GOP (Stb. 1960, 623)

– art. 6.2 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)

– art. 6.2 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)

Periode: 1961–1993

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het verklaren dat een ambtenarenvereniging niet meer voldoende representatief is voor toelating tot de afdelingen

b. Minister van Binnenlandse Zaken, voor wat betreft de afdeling voor aangelegenheden die alleen ambtenaren van gemeentepolitie betreffen

Grondslag: – art. 6.3 Regeling GOP (Stb. 1960, 623)

– art. 6.3 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)

– art. 6.3 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)

Periode: 1961–1993

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)