Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Politie 1945–1993 (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)

Type Archiefselectielijst
Publication 2012-04-05
State In force
Source BWB
artikelen 2
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Handeling: het alvorens te beslissen overleggen met de Commissie voor Georganiseerd Overleg Landelijke Selectie- en Opleidingsinstituut Politie (CGO LOSP) over aangelegenheden van belang voor de rechtspositie van de ambtenaar die specifiek en uitsluitend verband houden met de verzelfstandiging van de uitvoering van taken op het gebied van werving, selectie en onderwijs voor de politie

Grondslag: art. 2.2 Besluit instelling Commissie voor Georganiseerd Overleg Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie

Periode: 1990–1993

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het aanwijzen van functionarissen voor vaste werkgroepen die tot taak hebben voorbereidende besprekingen te voeren of in het Georganiseerd Overleg genomen besluiten uit te werken

Grondslag: – art. 10.1 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)

– art. 10.1 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)

– art. 9.1 Besluit instelling Commissie voor Georganiseerd Overleg Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie (Stb. 1992, 319)

Periode: 1974–1993

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het alvorens te beslissen in aangelegenheden, welke van belang zijn voor de bijzondere rechtstoestand van respectievelijk de ambtenaren van rijks- en gemeentepolitie deze ter behandeling voorleggen aan de betreffende afdeling van de commissie GOP alleen ambtenaren van rijkspolitie aangaan

b. Minister van Binnenlandse Zaken, voor wat betreft de afdeling voor aangelegenheden die alleen ambtenaren van gemeentepolitie aangaan

Grondslag: – art. 7.1 Regeling GOP (Stb. 1960, 623)

– art. 2.1 en 7.1 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)

– art. 2.1 en 7.1 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: het overleggen met de Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken over specifieke politie-aangelegenheden indien de Minister van Binnenlandse Zaken, de Minister van Justitie of de Commissie GOP dit wenselijk achten

Grondslag: – art. 2.3 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)

– art. 2.3b Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)

Periode: 1974–1993

Waardering: B5

Handeling: het geven van opdrachten en aanwijzingen aan de overheidsvertegenwoording in de Commissie GOP

Grondslag: art. 7.6 Regeling GOP (Stb. 1960, 623)

Periode: 1961–1974

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het verlenen van bemiddeling om ten behoeve van het Georganiseerd Overleg een lokaliteit in een rijksgebouw ter beschikking te stellen

Grondslag: – art. 9 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)

– art. 9 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)

– art. 8 Besluit instelling Commissie voor Georganiseerd Overleg Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie (Stb. 1992, 319)

Periode: 1974–1993

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van nadere voorschriften ter uitvoering of aanvulling van het Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie

Grondslag: art. 75.1 en 75.5 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)

Periode: 1985–1993

Waardering: V 5 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van nadere voorschriften inzake de dienstcommissie voor zover de bijzondere verhoudingen aan de primaire politie-opleiding daartoe aanleiding geven

Grondslag: art. 75.4 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)

Periode: 1985–1993

Waardering: V 5 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het vier jaren na inwerkingtreding van het Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie instellen van een onderzoek naar de wijze waarop het besluit is toegepast

Grondslag: art. IV.C.1 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)

Periode: 1985–1993

Waardering: B2

8.1.2.20 Dienstcommissie

Handeling: het doen van voordracht tot het bij of krachtens KB instellen van dienstcommissies voor het Korps Rijkspolitie, voor de bijzondere ambtenaren van rijkspolitie en voor gemeentelijke politiekorpsen

Grondslag: art. 18 Regeling GOP (Stb. 1960, 623), gewijzigd en vernummerd tot art. 39 bij KB van 31 januari 1963 (Stb. 1963, 38)

Periode: 1961–1963

Waardering: V, 10 jaar

8.1.2.21 Bekwaamheid, benoeming, bevordering en opleiding

Handeling: het instellen en opheffen van commissies en werkgroepen met betrekking tot de inrichting van het politieonderwijs

Grondslag: begrotingen

Periode: 1945–1993

opmerkingen: Stuurgroep herziening Primaire Politieopleiding 16 oktober 1979

Waardering: B4

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van eisen waaraan kandidaten voor een aanstelling bij de politie moeten voldoen

Grondslag: – art. 1.1.3, art. 1.1.6, art. 3.1 en art. 3.4 Besluit aanstellingseischen politiepersoneel (Stb. 1947, H 146)

– art. 1.1c en 1.1i Besluit aanstellingseisen politieambtenaren (Stb. 1949, J 474)

– art. 1c en 2i Besluit benoemingseisen politieambtenaren 1958 (Stb. 1957, 550)

Periode: 1947–1993

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het laten verrichten van geneeskundig onderzoek

Grondslag: Bijvoorbeeld:

– Geneeskundige keuringsbeschikking gemeentepolitie (Stcrt, 1956, 220) en 1958 (Stcrt. 1957, 251)

– Geneeskundige keuringsbeschikking korps rijkspolitie 1963 (Stcrt. 1963, 212)

Periode: 1949–1993

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het in bijzondere gevallen afwijken van de aanstellings- of bevorderingseisen voor zover het de gemeentepolitie betreft

Grondslag: – art. 1.2 en art. 4 Besluit aanstellingseischen politiepersoneel (Stb. 1947, H 146)

– art. 4 Besluit aanstellingseisen politieambtenaren (Stb. 1949, J 474)

– art. 6 Besluit benoemingseisen politieambtenaren 1958 (Stb. 1957, 550)

– art 1.5 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie (Stb. 1953, 551)

– art. 1.5 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1958 (Stb. 1957, 551)

– art. 2.5 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1964 (Stb. 1964, 397)

– Besluit bevorderingseisen hoger politiepersoneel (Stb. 1956, 369)

– Besluit bevorderingseisen hoger politiepersoneel 1958 (Stb. 1957, 552)

Periode: 1949–1993

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van nadere voorschriften met betrekking tot de examens voor de politievaardigheidsdiploma’s

Grondslag: – art. 4 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie (Stb. 1953, 551)

– art. 4 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1958 (Stb. 1957, 551)

– art. 4.2 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1964 (Stb. 1964, 397)

Periode: 1953–1993

Product: bijvoorbeeld:

– Beschikking Politie-examens 1956 (Stcrt. 1956, 113), 1958 (Stcrt. 1958, 134)

– Beschikkingen examens politiediploma 1964 en 1970 (Stcrt. 1970, 164)

– Beschikking toelaten leden van het wapen der Koninklijke Marechaussee tot deelneming aan de examens ter verkrijging van het politiediploma (Stcrt. 1970, 164)

– Experimenteerbeschikking examens politiediploma 1976 (Stcrt. 1976, 113)

– Beschikking examen politiediploma B 1977 (Stcrt. 1977, 19)

– Beschikking politie-examens voor de talen 1978 (Stcrt. 1978, 91)

– Beschikking regeling deelneming examen politiediploma B (Stcrt. 1984, 224)

– Opleidings- en examenbeschikking Reservepolitie 1982 (Stcrt. 1983, 23)

– Beschikking regeling deelneming politie-examens voor de talen (Stcrt. 1986, 201), 1989 (Stcrt. 1990, 35)

Waardering: B 5

Handeling: het benoemen van de leden van de examencommissies voor de examens voor de politievaardigheidsdiploma’s

Grondslag: – art. 5.1 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie (Stb. 1953, 551)

– art. 5.1 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1958 (Stb. 1957, 551)

– art. 5.1 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1964 (Stb. 1964, 397)

Periode: 1953–1993

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het aanwijzen van gecommitteerden om toezicht te houden op de examens voor de politievaardigheidsdiploma’s

Grondslag: art. 5.1 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1964 (Stb. 1964, 397)

Periode: 1965–1993

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het vaststellen van een vergoeding voor de leden van de examencommissies en de gecommitteerden

Grondslag: – art. 5.2 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie (Stb. 1953, 551)

– art. 5.2 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1958 (Stb. 1957, 551)

– art. 5.2 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1964 (Stb. 1964, 397)

Periode: 1953–1993

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het aanwijzen van de examenplaatsen

Grondslag: – art. 6.1 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie (Stb. 1953, 551)

– art. 6.1 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1958 (Stb. 1957, 551)

Periode: 1953–1964

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het vaststellen van een bedrag voor het examengeld

Grondslag: – art. 6.2 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie (Stb. 1953, 551)

– art. 6.2 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1958 (Stb. 1957, 551)

– art. 6.1 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1964 (Stb. 1964, 397)

Periode: 1953–1993

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van het programma van het examen voor het politievaardigheidsexamen

Grondslag: – art. 7 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie (Stb. 1953, 551)

– art. 7 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1958 (Stb. 1957, 551)

Periode: 1953–1964

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het aanwijzen van een taalexamen

Grondslag: – art. 8 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie (Stb. 1953, 551)

– art. 8 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1958 (Stb. 1957, 551)

– art. 4.1 Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1964 (Stb. 1964, 397)

Periode: 1953–1993

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het vaststellen van de beschikking primair politie-onderwijs

Grondslag: Beschikking primair politie-onderwijs (Stcrt. 1983, 214)

Periode: 1983–1993

Waardering: B5

8.1.2.22 Algemeen Politieblad

Handeling: het uitgeven van het Algemeen Politieblad (APB)

1975–1993 Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken

Grondslag: – circulaire van de Minister van Justitie van 10 maart 1947 Pol. Kab 3022 (APB 1947, 11)

– art. 1 en 3 Beschikking Algemeen Politieblad (Stcrt. 1975, 204)

Waardering: B5: publicaties / eindproducten

V, 7 jaar: overig

Handeling: het benoemen van de leden van de Adviescommissie APB

Grondslag: art. II Beschikking instelling Adviescommissie APB (APB 1947, 16)

Periode: 1947–1975

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het benoemen en ontslaan van de voorzitter en de leden van de redactieraad van het APB en van een eindredacteur

Grondslag: art. 6, 7.1, 8.1 Beschikking Algemeen Politieblad (Stcrt. 1975, 204)

Periode: 1975–1993

Product: Bijvoorbeeld: Beschikking benoeming leden redactieraad en eindredacteur APB (Stcrt. 1977, 71)

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

8.1.2.23 Opleiding hogere politieambtenaren

Handeling: het (mede namens de Minister van Justitie) voeren van het beheer van het Rijksinstituut tot opleiding van hogere ambtenaren voor het korps rijkspolitie en de gemeentepolitie/Nederlandse Politie Academie (NPA)

Grondslag: – art. 2.1 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)

– art. 4.1 Beschikking Nederlandse Politie Academie (Stcrt. 1980, 149)

– art. 3.1 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)

Periode: 1963–1992

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels voor het overleg in de commissie van overleg aan de NPA

Grondslag: art. 3 Ambtenarenreglement NPA 1979 (Stb. 1980, 215)

Periode: 1979–1992

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels over de taak, samenstelling en werkwijze van het curatorium NPA

Grondslag: art. 20.2 Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)

Periode: 1979–1992

Waardering: B5

Handeling: het benoemen of ontslaan van de leden van de Raad van Beheer Rijksopleidingsinstituut

Grondslag: art. 2.2 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)

Periode: 1949–1963

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het benoemen en ontslaan van de voorzitter, de leden en de secretaris van de Raad van Bestuur

Grondslag: art. 3.3 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)

Periode: 1963–1973

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het benoemen en ontslaan van de voorzitter, de leden en de secretaris van het Curatorium voor de NPA

Grondslag: – art. 3.2 en 4.1 Beschikking Curatorium NPA (Stcrt. 1973, 217 en Stcrt.1978, 220)

– art. 19.2 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)

Periode: 1973–1992

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het treffen van voorzieningen voor vrouwelijke leerlingen die niet in internaatsverband een opleiding volgen aan het instituut

Grondslag: art 2.3 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)

Periode: 1963–1979

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het geven van aanwijzingen aan de directeur van de NPA inzake het bepalen van welke studenten in het internaat worden gehuisvest

Grondslag: art. 4 Ambtenarenreglement NPA 1979 (Stb. 1980, 215)

Periode: 1979–1992

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: het goedkeuren van het door de directeur van de NPA vastgestelde studierooster

Grondslag: art. 6.1 Ambtenarenreglement NPA 1979 (Stb. 1980, 215)

Periode: 1979–1992

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: het benoemen, aanstellen, schorsen of ontslaan van de (onder)directeur en docerend personeel van het Rijksopleidingsinstituut

Grondslag: – art. 3.1 en 3.5 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)

– art. 2 Ambtenarenreglement Rijksinstituut hogere politieambtenaren (Stb. 1963, 104)

Periode: 1949–1992

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het benoemen, aanstellen, schorsen of ontslaan van niet-leidinggevend en niet-onderwijzend personeel

Grondslag: art. 3 Ambtenarenreglement Rijksinstituut hogere politieambtenaren (Stb. 1963, 104)

Periode: 1963–1996

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het vaststellen van de salariëring van het docerend personeel waaraan bij aanstelling geen rang wordt toegekend

Grondslag: art. 4.4 Ambtenarenreglement Rijksinstituut hogere politieambtenaren (Stb. 1963, 104), zoals toegevoegd Stb. 1967, 489.

Periode: 1963–1969

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels volgens welke de leerlingen van het instituut een maandgeld of salaris ontvangen

Grondslag: – art. 13 Ambtenarenreglement Rijksinstituut hogere politieambtenaren (Stb. 1963, 104), zoals gewijzigd Stb. 1967, 489.

– art. 7 Ambtenarenreglement NPA 1971 (Stb. 1973, 119)

– art. 9 Ambtenarenreglement NPA 1979 (Stb. 1980, 215)

Periode: 1963–1992

Product: bijvoorbeeld:

– Vaststelling maandgeld van de leerlingen aan de NPA (Stcrt. 1967, 237)

– Vaststelling maandgeld adspirant hogere politieambtenaar (Stcrt. 1981, 169)

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het vaststellen van de dienstkleding van leerlingen van de NPA

Grondslag: – art. 14 Ambtenarenreglement Rijksinstituut hogere politieambtenaren (Stb. 1963, 104)

– art. 8 Ambtenarenreglement NPA 1971 (Stb. 1973, 119)

– art. 11 Ambtenarenreglement NPA 1979 (Stb. 1980, 215)

Periode: 1963–1992

Waardering: B5

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van de instructie voor de Raad van Beheer, de (onder)directeur en de leraren van het Rijksopleidingsinstituut

Grondslag: – art. 4 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)

– art. 7 Ambtenarenreglement Rijksinstituut hogere politieambtenaren (Stb. 1963, 104)

Periode: 1949–1963

Waardering: V 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het afwijken van de eisen tot toelating tot de opleiding aan het Rijksopleidingsinstituut

Grondslag: – art. 5.2 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)

– art. 12.3 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)

– Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)

Periode: 1949–1992

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het beslissen over toelating van leerlingen tot de opleiding aan de NPA

Grondslag: – art. 2 Beschikking toelating NPA (Stcrt. 1973, 249)

– art. 6 Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)

– art. 5 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)

Periode: 1973–1992

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het aanstellen tot ambtenaar in tijdelijke dienst of ontslaan van tot het instituut toegelaten leerlingen

Grondslag: – art. 8 Ambtenarenreglement Rijksinstituut hogere politieambtenaren (Stb. 1963, 104)

– art. 2 Ambtenarenreglement NPA 1971 (Stb. 1973, 119)

– art. 7 Ambtenarenreglement NPA 1979 (Stb. 1980, 215)

Periode: 1963–1992

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het benoemen en ontslaan van de voorzitter, de leden en de secretaris van de commissie van voorbereiding

Grondslag: – art. 5.3 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)

– art. 13.2 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)

Periode: 1949–1973

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het benoemen en ontslaan van de voorzitter, de (buitengewone) leden en de secretaris van de selectiecommissie

Grondslag: – art. 5.1 Beschikking toelating NPA (Stcrt. 1973, 249)

– art. 9.1 Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)

– art. 7.1 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)

Periode: 1973–1992

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van nadere regels met betrekking tot de samenstelling en werkwijze van de selectiecommissie en de subcommissies

Grondslag: – art. 4.1 Beschikking toelating NPA (Stcrt. 1973, 249)

– art. 8 en 9.4 Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)

– art. 7.1 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)

Periode: 1973–1992

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het vaststellen of goedkeuren van het leerplan van het Rijksopleidingsinstituut/NPA

Grondslag: – art. 6.2 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)

– art. 16 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)

– art. 12.1 Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)

– art. 11 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)

Periode: 1949–1992

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het verlenen van ontheffing van de verplichting tot het betalen van schoolgeld

Grondslag: – art. 7.1 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)

– art. 17 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)

Periode: 1949–1980

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het verlenen van ontheffing van de verplichting tot het betalen van een tegemoetkoming in de studiekosten

Grondslag: art. 10.2 Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)

Periode: 1979–1992

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het bepalen van de hoogte van het bedrag dat leerlingen van de NPA als tegemoetkoming in de studiekosten verschuldigd zijn

Grondslag: art. 10.2 Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)

Periode: 1979–1992

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het aan een leerling van de NPA verlenen van ontslag bij wijze van straf

Grondslag: art. 13.4 Ambtenarenreglement NPA 1979 (Stb. 1980, 215)

Periode: 1979–1992

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het verlenen van vrijstelling van het afleggen van examens in bepaalde vakken alsmede van het volgen van opleidingsonderdelen

Grondslag: – art. 16 Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)

– art. 14 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)

Periode: 1979–1992

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van algemene regels omtrent voortgang, doublering en beëindiging van de studie

Grondslag: art. 17.1 Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)

Periode: 1979–1990

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het goedkeuren van door de directeur van de NPA vastgestelde regels omtrent voortgang, doublering en beëindiging van de studie

Grondslag: art. 15.1 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)

Periode: 1990–1992

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het ontzeggen van verdere deelneming aan de opleiding

Grondslag: art. 18.1 en 18.3 Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)

Periode: 1979–1990

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het ontzeggen van verdere deelneming aan de opleiding

Grondslag: art. 16.1b en 16.2 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)

Periode: 1990–1992

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het beslissen op een bezwaarschrift van een leerling tegen het door de directeur uitgebrachte advies omtrent beëindiging van de studie

Grondslag: art. 19.3 Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)

Periode: 1979–1990

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het beslissen op een bezwaarschrift van een leerling tegen het door de directeur uitgebrachte advies omtrent beëindiging van de studie

Grondslag: art. 17.3 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)

Periode: 1990–1992

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het aanwijzen van een examencommissie

Grondslag: – art. 10.1 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)

– art. 20.1 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)

Periode: 1949–1967

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het aanwijzen van anderen dan de (plaatsvervangend) directeur en leraren van het rijksopleidingsinstituut tot lid van de examencommissie

Grondslag: art. 20.3c Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75), zoals gewijzigd Stcrt. 1967, 113)

Periode: 1967–1980

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het aanwijzen van een commissie van gecommitteerden om toezicht te houden op het afnemen van de examens

Grondslag: – art. 20.4 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75), zoals toegevoegd 1967, 113

– art. 23.2 Beschikking NPA (Stcrt. 1980, 149)

Periode: 1967–1990

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het aanwijzen van twee hoofdambtenaren op toezicht te houden op het afnemen van de examens

Grondslag: art. 28.1 Regeling NPA (Stcrt. 1991, 102)

Periode: 1990–1992

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van een model van het diploma voor de opleiding tot inspecteur van gemeentepolitie en officier van rijkspolitie

Grondslag: art. 20.7 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75), zoals toegevoegd 1967, 113

Periode: 1967–1980

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels omtrent de inrichting van en toelating tot het examen, alsmede omtrent het examenprogramma van het examen voor inspecteur van gemeentepolitie en officier van rijkspolitie moeten voldoen

Grondslag: – art. 10.2 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)

– art. 20.2 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)

Periode: 1949–1980

Product: Bijvoorbeeld: Examenbeschikking Hogere Politieambtenaren 1967 (Stcrt. 1967, 113) of 1971 (Stcrt. 1971, 170)

Waardering: V 10 jaar

Handeling: het stellen, wijzigen of intrekken van voorwaarden inzake de toelating van extraneï tot de examens voor inspecteur van gemeentepolitie en officier van rijkspolitie

Grondslag: – art. 13.1 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)

– art. 21.1 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)

Periode: 1949–1980

Waardering: V 10 jaar

Handeling: het opstellen van een geschiktheidsverklaring voor geslaagde extraneï

Grondslag: – art. 13.2 Besluit opleiding hogere politieambtenaren (Stb. 1949, J 473)

– art. 21.3 Beschikking opleiding hogere politieambtenaren (Stcrt. 1963, 75)

Periode: 1949–1980

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het bemiddelen bij de plaatsing van geslaagde leerlingen bij een gemeentelijk politiekorps

Grondslag: – art. 17 Ambtenarenreglement Rijksinstituut hogere politieambtenaren Stb. 1963, 104)

– art. 14 Ambtenarenreglement NPA 1971 (Stb. 1973, 119)

Periode: 1963–1979

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het bemiddelen bij de plaatsing van geslaagde leerlingen bij het korps rijkspolitie dan wel bij een gemeentelijk politiekorps

Grondslag: art. 22 Ambtenarenreglement NPA 1979 (Stb. 1980, 215)

Periode: 1979–1992

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het toekennen van een uitkering aan niet-geplaatste en ontslagen adjunct-inspecteurs van gemeentepolitie

Grondslag: art. 23.1 Ambtenarenreglement NPA 1979 (Stb. 1980, 215)

Periode: 1979–1992

Waardering: V, 7 jaar

8.1.2.24 Bewapening, kleding en overige uitrusting

Handeling: het vaststellen van regelingen voor kleding en overige uitrusting voor de politie

Grondslag: art. 5.1 van het Politiebesluit en art. 7.1, 23.1, 27 en 63 van de Politiewet 1957.

Periode: 1945–1993

Product: Bijvoorbeeld:

– Voorschrift verstrekking kleding gemeentepolitie 1948 (Stcrt. 1949, 6), 1958 (1957, 252) en 1968

– Beschikking invoering kledingverstrekking van dienstwege aan het politiepersoneel (Stcrt. 1977, 103)

– Kledingbeschikking politie 1980 (Stcrt. 1980, 234) en 1987 (Stcrt. 1987, 118)

– Beschikking Instelling Politieverbindingsdienst (Stcrt. 1966, 31)

– Beschikking Politietechnische Dienst der Rijkspolitie (APB 1952, 23))

– Beschikking Rijksspeurhonden (APB 1949, nr. 14)

Waardering: B5

Handeling: het vaststellen van de bewapeningsregelingen voor de politie

Grondslag: art. 5.1 van het Politiebesluit en art. 7.1, 23.1, 27 en 63 van de Politiewet 1957.

Periode: 1945–1993

Product: Bijvoorbeeld:

– Beschikking bewapening beroepspersoneel in politierang Korps Rijkspolitie (Stcrt. 1970, 31)

– Beschikking bewapening parketwachters, velddienstassistenten en reserve-rijkspolitie (Stcrt. 1972, 76)

– Beschikking bewapening bijzondere ambtenaren van Rijkspolitie (Stcrt. 1957, 219 en 1973, 14)

– Bewapeningsbeschikking Rijkspolitie (Stcrt. 1988, 233)

– Bewapenings- en uitrustingsbeschikking gemeentepolitie 1968

– Regeling uitrusting Mobiele Eenheden Gemeentepolitie 1971 (Stcrt. 9) en 1986 (Stcrt. 12)

Waardering: B5

Handeling: het aanwijzen van andere meetmiddelen dan snelheidscontrolemeters, remvertragingsmeters en wiellastmeters

Grondslag: art. 2d Beschikking Verkeersmeetmiddelen Politie (Stcrt. 1976, 79)

Periode: 1976–1993

Waardering: V, 7 jaar

8.1.3 Taak & Bevoegdheden

(art. 28-34)

8.1.3.1 Taak en bevoegdheden in het algemeen

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels omtrent de samenwerking tussen rijks- en gemeentepolitie, alsmede tussen gemeentelijke politiekorpsen

Grondslag: art. 30.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals gewijzigd bij Wet van 14 december 1988 (Stb. 576) en bij Wet van 21 juni 1990 (Stb. 1990, 141)

Periode: 1958–1993

Product: Basisregeling Regionale Samenwerking Politie (Stcrt. 244, 1979)

Opmerking: Zie voor de handelingen die uit de Basisregeling voortvloeien de paragraaf 3.3.2

Waardering: B1

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels voor de samenwerking tussen politie en Koninklijke Marechaussee

Grondslag: art. 30.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij Wet van 14 december 1988 (Stb. 576) en gewijzigd bij Wet van 21 juni 1990 (Stb. 1990, 414)

Periode: 1988–1993

Waardering: B1

Handeling: het overeenstemmen met de Minister van Justitie omtrent de voordracht tot het bij Algemene Maatregel van Bestuur vaststellen, wijzigen of intrekken van regels terzake van de samenwerking tussen de politie en zij die op grond van artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering of ingevolge andere wetten tot opsporing van strafbare feiten bevoegd zijn

Grondslag: art. 30a.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij Wet van 14 december 1988 (Stb. 576)

Periode: 1988–1993

Waardering: B5

Handeling: het overleggen met de Minister van Justitie inzake de opdracht aan personeel van de gemeentepolitie tot het overbrengen van gevangenen en aangehoudenen, tot het betekenen van gerechtelijke stukken en tot de dienst bij de gerechten

Grondslag: art. 8.2 Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)

Periode: 1945–1957

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels volgens welke ambtenaren van gemeentepolitie, na verkregen toestemming van de burgemeester, regelmatig kunnen worden belast met het overbrengen van gevangenen en aangehoudenen, met het betekenen van gerechtelijke stukken en met de dienst bij de gerechten

Grondslag: art 31.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), gewijzigd bij Wet van 14 december 1988 (Stb. 576)

Periode: 1958–1993

Product: Beschikking van 23 februari 1959 en 10 maart 1959, nr. 184 S 559 en nr. 12616 houdende regelen met betrekking tot het overbrengen van gevangenen en aangehoudenen, en met het betekenen van gerechtelijke stukken door ambtenaren van gemeentepolitie.

Waardering: B5

Handeling: het aanwijzen van andere luchtvaartterreinen dan Schiphol waarop de Koninklijke Marechaussee de politietaak moet uitoefenen

Grondslag: art. 32.1c Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij wet van 8 november 1993 (Stb. 1993, 588)

Periode: 1954–

Waardering: B5

Handeling: het aanwijzen, na overleg met de betrokken burgemeesters, van wegen waar de rijkspolitie bevoegd is tot de uitoefening van werkzaamheden met betrekking tot het verkeer

Grondslag: art. 33.2g Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals gewijzigd bij Wet van 25 mei 1961 (Stb. 170) en vervallen bij Wet van 20 december 1968 (Stb. 734)

Periode: 1958–1969

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het aanwijzen, na overleg met de betrokken burgemeesters, van vaarwateren of luchtvaartterreinen waar de rijkspolitie bevoegd is tot de uitoefening van werkzaamheden

Grondslag: art. 33.2h Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals ingevoegd bij Wet van 25 mei 1961 (Stb. 170) en vervallen bij Wet van 4 juni 1980 (Stb. 297)

Periode: 1958–1980

Opmerking: de op grond van dit artikel vastgestelde besluiten blijven ook na 1980 van kracht en worden geacht te zijn vastgesteld krachtens artikel 30 van de Politiewet

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het aanwijzen van wegen waar de ambtenaar van gemeentepolitie bevoegd is tot de uitoefening van werkzaamheden met betrekking tot het verkeer buiten het gebied van de gemeente waarvoor hij is aangesteld

Grondslag: art. 34.2f Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals gewijzigd bij Wet van 25 mei 1961 (Stb. 170) en vervallen bij Wet van 20 december 1968 (Stb. 734)

Periode: 1958–1969

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het aanwijzen van vaarwateren of luchtvaartterreinen of gebiedsdelen waar de ambtenaar van gemeentepolitie bevoegd is tot de uitoefening van werkzaamheden buiten het gebied van de gemeente waarvoor hij is aangesteld

Grondslag: art. 34.2g Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals ingevoegd bij Wet van 25 mei 1961 (Stb. 170) en vervallen bij Wet van 4 juni 1980 (Stb. 297)

Periode: 1958–1980

Opmerking: de op grond van dit artikel vastgestelde besluiten blijven ook na 1980 van kracht en worden geacht te zijn vastgesteld krachtens artikel 30 van de Politiewet

Product: bijvoorbeeld: Beschikking wijziging ambtsgebied gemeentelijk politiekorps Delft (Stcrt. 1973, 48)

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het doen van voordracht tot het bij Algemene Maatregel van Bestuur vaststellen, wijzigen of intrekken van een ambtsinstructie voor de politie

Grondslag: art. 34.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals ingevoegd bij Wet van 14 december 1988 (Stb. 576)

Periode: 1988–1993

Product: KB van 14 december 1988 tot vaststelling van de Ambtsinstructie voor de politie (Stb. 1988, 577)

Waardering: V, 10 jaar

8.1.3.2 Samenwerking

Handelingen voortvloeiend uit regelingen die zijn vastgesteld op grond van de artikelen 5, 29, 30, 32 (nieuw), 33, 34 en 50 Politiewet

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van nadere regels voor de samenwerking tussen politiekorpsen op de afzonderlijke taakgebieden

Grondslag: art. 2 Basisregeling Regionale Samenwerking Politie (Stcrt. 244, 1979)

Periode: 1979–1993

Opmerking: Op grond van deze regeling en beschikkingen als de Beschikking Samenwerking Politie Agglomeratie Eindhoven (Stcrt. 191, 1977) en de Beschikking samenwerking politie Zuid-Oost-Noord-Brabant (Stcrt. 188, 1984) leveren vertegenwoordigers van de Minister van Justitie, de plaatselijke officieren van Justitie en Procureurs-Generaal bijdragen aan lokale en provinciale commissies en begeleidingsorganen. De hieruit voortvloeiende handelingen op lokaal – en regionaal niveau zijn in dit rapport niet opgenomen.

Waardering: B5

Handeling: het (mede-) voorbereiden en doen uitvoeren van acties t.b.v. opsporing, het beëindigen en voorkomen van terrorisme en het herstel van de orde na een terroristische actie.

Periode: 1945–1993

Waardering: B6

Handeling: het bepalen van het aantal ambtenaren van rijks- en gemeentepolitie dat is belast met de opsporing van georganiseerde misdrijven van terroristische aard en het aanwijzen van een groepsleider

Grondslag: art. 2.1 en 2.2 Beschikking opsporing georganiseerde misdrijven van terroristische aard (Stcrt. 33, 1976)

Periode: 1976–1980

Opmerking: Van 1976 tot 1980 was een groep ambtenaren van rijks- en gemeentepolitie belast met de opsporing en bestrijding van georganiseerde misdrijven van terroristische aard. Een door de Procureurs-Generaal aangewezen landelijk officier van Justitie had de leiding. Vanaf 1981 nam de Bijzondere Zaken Centrale van de Centrale Recherche Informatiedienst deze taak over.

Waardering: B5

Handeling: het overleggen met de Minister van Justitie inzake de vaststelling van de sterkte en de formatie de Bijzondere Zaken Centrale van de Centrale Recherche Informatiedienst.

Grondslag: art. 2.2 Samenwerkingsregeling bestrijding terroristische misdrijven (Stcrt. 56, 1981)

Periode: 1981–1993

Waardering: B5

Handeling: het treffen van voorzieningen voor de inrichting, uitrusting, functioneren en huisvesting van een groep gericht op de opsporing van georganiseerde misdrijven van terroristische aard

Grondslag: art. 3 Beschikking opsporing georganiseerde misdrijven van terroristische aard (Stcrt. 33, 1976)

Periode: 1976–1980

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het instellen van een Commissie van Begeleiding en Overleg inzake opsporing georganiseerde misdrijven van terroristische aard en het benoemen van de leden

Grondslag: – art. 4.1 Beschikking opsporing georganiseerde misdrijven van terroristische aard (Stcrt. 33, 1976)

– art. 15.2 Samenwerkingsregeling bestrijding terroristische misdrijven (Stcrt. 56, 1981), vervallen bij beschikking van 16 november 1989 (Stcrt. 229, 1989)

Periode: 1976–1989

Waardering: B4

Handeling: het instellen van een Commissie van Advies inzake opsporing georganiseerde misdrijven van terroristische aard

Grondslag: art. 4.2 Beschikking opsporing georganiseerde misdrijven van terroristische aard (Stcrt. 33, 1976)

Periode: 1976–1981

Waardering: B4

Vervallen.

Handeling: het instellen van een begeleidingscommissie CID

Grondslag: art. 15.1 CID-regeling (Stcrt.1986, 141)

Periode: 1986–1993

Product: – Instellingsbeschikking Begeleidingscommissie CID d.d. 28 augustus 1987, nr. 1017/587

– Instellingsbeschikking Begeleidingscommissie Werkdrukonderzoek Regionale CID d.d. 28 augustus 1990, (Stcrt. 1990, 243)

Waardering: B4

8.1.3.3 Misdaadvoorkoming

handelingen voortvloeiend uit regelingen die zijn vastgesteld op grond van de artikelen 5, 11 en 30 Politiewet

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van nadere regels volgens welke bij de gemeentelijke politiekorpsen en de districten van het korps rijkspolitie één of meer ambtenaren belast zijn met misdaadpreventie

Grondslag: art. 1 Regeling politiële misdaadvoorkoming (Stcrt. 4, 1980)

Periode: 1980–1993

Waardering: B1

Handeling: het geven van aanwijzingen voor de totstandkoming van de regionale bureaus voor misdaadvoorkoming alsmede omtrent aanstellingseisen, sterkte en rangindeling van personeel dat hiervoor boven de organieke sterkte wordt toegekend

Grondslag: art. 2.3 Regeling politiële misdaadvoorkoming (Stcrt. 4, 1980)

Periode: 1980–1993

Waardering: B5

Handeling: het geven van aanwijzingen aan het hoofd van de afdeling voorkoming criminaliteit van het Ministerie van justitie in zijn hoedanigheid als Landelijk Coördinator Misdaadvoorkoming

Grondslag: art. 6.1 Regeling politiële misdaadvoorkoming (Stcrt. 4, 1980)

Periode: 1980–1993

Waardering: B5

Handeling: het in overleg met de Minister van Justitie aanwijzen van een beleidsambtenaar van de Directie Politie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken als plaatsvervangend Landelijk Coördinator Misdaadvoorkoming

Grondslag: art. 6.1 Regeling politiële misdaadvoorkoming (Stcrt. 4, 1980)

Periode: 1980–1993

Waardering: B5

8.1.3.4 Bijzondere bepalingen betreffende de taak & bevoegdheden ten aanzien van het verkeer

(art. 34a PW)

Handeling: het vaststellen van nadere regelingen voor de vervulling van de politietaak ten aanzien van het verkeer op wegen voor doorgaand verkeer

Grondslag: art. 34b sub a Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals ingevoegd bij Wet 20 december 1968 (Stb. 734) en gewijzigd bij Wet van 14 december 1988 (Stb. 576)

Periode: 1969–1993

Product: Regeling (taakuitoefening Rijkspolitie en) samenwerking Rijkspolitie en gemeentelijke politiekorpsen (Stcrt. 1976, 227), (Stcrt. 1978, 239) (Stcrt. 1980, 68)

Opmerking: Artikel 34h van de Politiewet 1957 (zoals ingevoegd bij Wet van 20 december 1968) bepaalde dat de Ministers zich bij de voorbereiding van verkeersvoorziening bij doen staan door een interdepartementaal orgaan, samengesteld uit ambtenaren van hun departementen

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het bepalen dat de politietaak ten aanzien van het verkeer op wegen voor doorgaand verkeer mede wordt vervuld door de Algemene Verkeersdienst Rijkspolitie

Grondslag: art. 34b sub b Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals ingevoegd bij Wet van 20 december 1968 (Stb. 734)

Periode: 1969–1993

Product: Regeling (taakuitoefening Rijkspolitie en) samenwerking Rijkspolitie en gemeentelijke politiekorpsen (Stcrt. 1976, 227), (Stcrt. 1978, 239) (Stcrt. 1980, 68)

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels omtrent de samenwerking tussen rijks- en gemeentepolitie, alsmede tussen gemeentelijke politiekorpsen met betrekking tot de taak van de politie ten aanzien van het verkeer op wegen voor doorgaand verkeer

Grondslag: art. 34c Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals ingevoegd bij Wet van 20 december 1968 (Stb. 734)

Periode: 1969–1993

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het overleggen met de betrokken Commissarissen van de Koningin en met de Procureurs-generaal, alvorens verkeersvoorzieningen te treffen

Grondslag: art. 34d Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals ingevoegd bij Wet van 20 december 1968 (Stb. 734)

Periode: 1969–1993

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het vaststellen van een verkeersregeling voor daartoe aan te wijzen wegen, voor dagen waarop de toestand van het verkeer in meer dan een provincie daartoe aanleiding geeft

Grondslag: art. 34e sub 1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals ingevoegd bij Wet van 20 december 1968 (Stb. 734)

Periode: 1969–1993

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het doen van mededeling van een vastgestelde verkeersregeling aan de betrokken Commissarissen van de Koningin en de Procureurs-generaal

Grondslag: art. 34e sub 2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals ingevoegd bij Wet van 20 december 1968 (Stb. 734)

Periode: 1969–1993

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels over berichtgeving en alarmering in het kader van de verkeerstaak van de politie

Grondslag: art. 34g Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals ingevoegd bij Wet van 20 december 1968 (Stb. 734)

Periode: 1969–1993

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het instellen van adviescommissies voor zaken van verkeerstoezicht

Grondslag: art. 34i.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals ingevoegd bij Wet van 20 december 1968 (Stb. 734)

Periode: 1969–1993

Waardering: B4

Handeling: het benoemen en ontslaan van voorzitters en leden van de adviescommissies verkeerstoezicht en het voorzien in het secretariaat

Grondslag: art. 34i.3 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals ingevoegd bij Wet van 20 december 1968 (Stb. 734)

Periode: 1969–1993

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het voorbereiden van het bij Algemene Maatregel van Bestuur vaststellen, wijzigen of intrekken van nadere regels over de taak, samenstelling en werkwijze van de adviescommissies verkeerstoezicht

Grondslag: art. 34i.4 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals ingevoegd bij Wet van 20 december 1968 (Stb. 734)

Periode: 1969–1993

Waardering: B5

8.1.4 Gezag over de Politie

(art. 35-43 PW)

Handeling: het doen van voordracht tot het bij KB aanwijzen van wettelijke voorschriften waarvan de uitvoering ligt op het terrein van de handhaving van de openbare orde en rust en waarmee de burgemeester niet is belast.

Grondslag: art. 15.1 Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)

Periode: 1945–1957

Waardering: B1

Handeling: het in overeenstemming met de Minister van Justitie vaststellen van de instructie voor het optreden van gemeentepolitie wanneer zij ingevolge de bepalingen van Hoofdstuk IV van de Politiewet bijstand verleent

Grondslag: art. 38 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), opnieuw vastgesteld bij Wet van 14 december 1988 (Stb. 223)

Periode: 1958–1988

Product: Beschikking Bijstandsinstructie Gemeentepolitie (Stcrt. 1966, 51)

Waardering: B1

Handeling: het overeenstemmen met de door de Minister van Justitie vast te stellen instructie voor het korps rijkspolitie waar het bepalingen betreft die betrekking hebben op de handhaving van de openbare orde

Grondslag: art. 39.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), vervallen bij wet van 14 december 1988 (Stb. 223)

Periode: 1958–1988

Waardering: B5

Handeling: het overleggen met en geven van aanwijzingen en inlichtingen aan de Commissaris van de Koningin en de burgemeester met betrekking tot het door hen te voeren beleid ter handhaving van de openbare orde in bijzondere gevallen

Grondslag: art. 42.2 en 43.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals ingevoegd bij Wet van 14 december 1988 (Stb. 576)

Periode: 1988–1993

Opmerking: Het betreft in dit geval gebeurtenissen zoals de Amsterdamse ordeverstoring in 1966, de derde terrorismegolf aan het begin van de jaren zeventig, en de bijstand die is verleend tijdens de verwijdering van de Amsterdamse krakers in de jaren tachtig. Ook de grootschalige inzet van politie en militaire middelen bij rellen in Nijmegen (1981) kan als een bijzonder geval worden beschouwd.

Waardering: B6

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van regels inzake het uitwisselen van inlichtingen tussen de burgemeesters, Commissarissen van de Koningin en de Minister van Binnenlandse Zaken inzake de handhaving van de openbare orde in bijzondere gevallen

Grondslag: art. 43.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals ingevoegd bij Wet van 14 december 1988 (Stb. 576)

Periode: 1988–1993

Opmerking: Het betreft in dit geval gebeurtenissen zoals de Amsterdamse ordeverstoring in 1966, de derde terrorismegolf aan het begin van de jaren zeventig, en de bijstand die is verleend tijdens de verwijdering van de Amsterdamse krakers in de jaren tachtig. Ook de grootschalige inzet van politie en militaire middelen bij rellen in Nijmegen (1981) kan als een bijzonder geval worden beschouwd.

Waardering: B6

8.1.5 Verlenen van Bijstand

8.1.5.1 Bijstand van rijkspolitie

Handeling: het vaststellen van de inzet van rijkspolitiepersoneel uit meerdere provincies in het kader van bijstandsverlening

Grondslag: art. 44.2 of 50.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)

Periode: 1958–1993

Opmerking: Het betreft in dit geval gebeurtenissen zoals de Amsterdamse ordeverstoring in 1966, de derde terrorismegolf aan het begin van de jaren zeventig, en de bijstand die is verleend tijdens de verwijdering van de Amsterdamse krakers in de jaren tachtig. Ook de grootschalige inzet van politie en militaire middelen bij rellen in Nijmegen (1981) kan als een bijzonder geval worden beschouwd.

Waardering: B5: bijstand in bijzondere gevallen

Overige neerslag: V, 10 jaar

8.1.5.2 Bijstand van gemeentepolitie bij de handhaving van de openbare orde

Handeling: het verstrekken van opdrachten aan de commissaris van de Koningin om gemeentelijk politiepersoneel beschikbaar te stellen voor het verlenen van bijstand voor de handhaving van de openbare orde buiten de provincie

Grondslag: art. 44.4 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)

Periode: 1958–1993

toelichting hiertoe:

dient de commissaris van de Koningin een verzoek tot het verlenen van bijstand door

gemeentelijk politiepersoneel van buiten de provincie in;

voert de Minister van Binnenlandse Zaken overleg met de Minister van Justitie;

wordt via de commissaris van de Koningin medegedeeld aan de Procureur-Generaal, fungerend directeur van politie dat gemeentelijk politiepersoneel bijstand zal verlenen buiten de provincie

Opmerking: Het betreft in dit geval gebeurtenissen zoals de Amsterdamse ordeverstoring in 1966, de derde terrorismegolf aan het begin van de jaren zeventig, en de bijstand die is verleend tijdens de verwijdering van de Amsterdamse krakers in de jaren tachtig. Ook de grootschalige inzet van politie en militaire middelen bij rellen in Nijmegen (1981) kan als een bijzonder geval worden beschouwd.

Waardering: B5: bijstand in bijzondere gevallen

Overige neerslag: V, 10 jaar

8.1.5.3 Bijstand van Gemeentepolitie bij de handhaving van de rechtsorde

Handeling: het voeren van overleg met de Minister van Justitie inzake het verstrekken van opdrachten aan de commissaris van de Koningin om gemeentelijk politiepersoneel beschikbaar te stellen voor het verlenen van bijstand voor de handhaving van de openbare orde buiten de provincie

Grondslag: art. 44.4 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)

Periode: 1958–1993

Opmerking: Het betreft in dit geval gebeurtenissen zoals de Amsterdamse ordeverstoring in 1966, de derde terrorismegolf aan het begin van de jaren zeventig, en de bijstand die is verleend tijdens de verwijdering van de Amsterdamse krakers in de jaren tachtig. Ook de grootschalige inzet van politie en militaire middelen bij rellen in Nijmegen (1981) kan als een bijzonder geval worden beschouwd.

Waardering: B5: bijstand in bijzondere gevallen

Overige neerslag: V, 10 jaar

Handeling: het voeren van overleg met de Minister van Justitie inzake het verstrekken van opdrachten aan de Procureur(s)-Generaal in het kader van een aanvraag tot het verlenen van bijstand door gemeentelijk politiepersoneel van buiten het ambtsgebied ten behoeve van de opsporing van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen

Grondslag: art. 50.3 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)

Periode: 1958–1993

Opmerking: Het betreft in dit geval gebeurtenissen zoals de Amsterdamse ordeverstoring in 1966, de derde terrorismegolf aan het begin van de jaren zeventig, en de bijstand die is verleend tijdens de verwijdering van de Amsterdamse krakers in de jaren tachtig. Ook de grootschalige inzet van politie en militaire middelen bij rellen in Nijmegen (1981) kan als een bijzonder geval worden beschouwd.

Waardering: B5: bijstand in bijzondere gevallen

Overige neerslag: V, 10 jaar

8.1.5.4 Bijstand van militaire eenheden bij de handhaving van de openbare orde

Handeling: het beslissen op een beroep van de militaire autoriteit tegen een door de commissaris van de Koningin genomen beslissing over sterkte en soort van de in te zetten krijgsmachteenheden

Grondslag: art. 17.3 Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)

Periode: 1945–1957

Waardering: B5

Handeling: het op verzoek van de commissaris van de Koningin bij de Minister van Defensie vorderen van bijstandsverlening door buiten de betreffende provincie gelegerd personeel van de Koninklijke Marechaussee of ander krijgsvolk

Grondslag: art. 47.2 en 48.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)

Periode: 1958–1993

Waardering: B5

Handeling: het bepalen dat in geval van oorlog of buitengewone omstandigheden de artikelen omtrent bijstandsverlening geheel of gedeeltelijk buiten werking treden

Grondslag: art. 48a.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals ingevoegd bij Wet van 25 mei 1961 (Stb. 170) en gewijzigd bij Wet van 4 februari 1988 (Stb. 21)

Periode: 1961–1993

Opmerking: Ingevolge de wet van 4 februari 1988 (Stb. 21) wordt deze bevoegdheid afhankelijk gesteld van een terzake afgegeven KB

Waardering: B5

Handeling: het treffen van voorzieningen met betrekking tot de bijstand van de politie in gebieden waarin de bijstandsregeling buiten werking is gesteld

Grondslag: art. 48a.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals ingevoegd bij Wet van 25 mei 1961 (Stb. 170) en gewijzigd bij Wet van 16 juli 1964 (Stb. 338)

Periode: 1961–1993

Waardering: B5

8.1.6 Bijzondere Taken van de Commissaris van de Koningin en de Procureur-Generaal, fungerend directeur van politie

(art 51-54 PW)

Handeling: het geven van aanwijzingen aan de commissaris van de Koningin met betrekking tot de handhaving van de openbare orde

Grondslag: art. 51.3 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), vervallen bij Wet van 14 december 1988 (Stb. 576)

Periode: 1958–1988

Opmerking: Zie ook de paragraaf 3.5.

Waardering: B5

8.1.7 Selectie en Onderwijs

(art. 65-79 PW)

Handeling: het voordragen tot wetten over de landelijke werving, de selectie en het onderwijs van politiepersoneel

Grondslag: – 1985: ‘De toekomst van het politiebestel’ (TK 1984-1985, 18 874)

– 1991/2: TK 1988-1989, 1989–1990, 1991-1992, 21 013; EK1991-1992, 21 013

Periode: 1945–1993

Product: Wet van 24 juni 1992 tot wijziging van de politiewet in verband met de verzelfstandiging van de uitvoering van taken op het gebied van de werving, de selectie en het onderwijs voor de politie (Stb. 1992, 320). In werking per 1 juli 1992 (Stb. 1992, 321)

Waardering: B4

Handeling: het aanwijzen van andere door het LSOP te verzorgen opleidingen dan de basisopleiding

Grondslag: art. 66.1b Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 320)

Periode: 1992–1993

Waardering: B5

Handeling: het aan het LSOP het beheer opdragen van andere instellingen voor opleidingen

Grondslag: art. 66.4 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 320)

Periode: 1992–1993

Waardering: B5

Handeling: het aanwijzen van andere categorieën van personen dan ambtenaren van rijks- en gemeentepolitie waarvoor het LSOP opleidingen moet verzorgen

Grondslag: art. 67b Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 320)

Periode: 1992–1993

Waardering: B5

Handeling: het, met betrekking tot de aan te wijzen categorieën van personen, bepalen dat het LSOP de selectie of een andere opleiding dan aangewezen ingevolge art. 66.1b Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 320) verzorgt

Grondslag: art. 68.1 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 320)

Periode: 1992–1993

Opmerking: De Ministers kunnen afzonderlijk van deze bevoegdheid gebruik maken.

Waardering: B5

Handeling: het bepalen van de duur en de eindtermen van de opleiding aan het LSOP voor aan te wijzen categorieën van personen of een andere opleiding dan aangewezen ingevolge art. 66.1b Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 320)

Grondslag: art. 68.2 en 75.3 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 320)

Periode: 1992–1993

Waardering: B5

Handeling: het voordragen tot benoeming of ontslag bij KB van een lid van de Bestuursraad LSOP

Grondslag: art. 70.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 320)

Periode: 1992–1993

Waardering: V, 7 jaar na adminstratieve afhandeling ontslag

Handeling: het voordragen tot benoeming, schorsing of ontslag bij KB van leden van de directie van het LSOP en van directeuren van de opleidingsinstellingen

Grondslag: art. 74.2 en 74.3 politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 320)

Periode: 1992–1993

Waardering: V, 7 jaar na adminstratieve afhandeling ontslag

Handeling: het doen van voordracht tot het bij amvb geven van regels voor het personeel van het LSOP over onderwerpen genoemd in artikel 125.1 van de Ambtenarenwet 1929 (Stb. 1929, 530)

Grondslag: art. 74.6 politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 320)

Periode: 1992–1993

Product: – Ambtenarenreglement LSOP (Stb. 1992, 322)

– Bezoldigingsbesluit LSOP (Stb. 1992, 323)

– Besluit Overleg en Medezeggenschap LSOP (Stb. 1992, 324)

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het uitvoeren van het Ambtenarenreglement LSOP (Stb. 1992, 322)

Grondslag: Ambtenarenreglement LSOP (Stb. 1992, 322)

Periode: 1992–1993

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het vaststellen, wijzigen of intrekken van Ministeriële regelingen over een systeem van functiewaardering en over de behandeling van verzoeken van ambtenaren die bezwaar hebben tegen de bepaling van aard en niveau van hun functie, om een waarderingsuitkomst opnieuw in overweging te nemen

Grondslag: art. 3.3 en 4.2 Bezoldigingsbesluit LSOP (Stb. 1992, 323)

Periode: 1992–1993

Waardering: B5

Handeling: het uitvoeren van het Bezoldigingsbesluit LSOP (Stb. 1992, 323)

Grondslag: Bezoldigingsbesluit LSOP (Stb. 1992, 323)

Periode: 1992–1993

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het uitvoeren van het Besluit Overleg en medezeggenschap LSOP (Stb. 1992, 324)

Grondslag: Besluit Overleg en medezeggenschap LSOP (Stb. 1992, 324)

Periode: 1992–1993

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het vaststellen van de duur en de eindtermen van de opleidingen bedoeld in artikel 66.1 politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 320)

Grondslag: art. 75.1 politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 320)

Periode: 1992–1993

Waardering: B5

Handeling: het vaststellen van de duur en de eindtermen van de opleidingen bedoeld in artikel 68.1 politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 320)

Grondslag: art. 75.2 politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 320)

Periode: 1992–1993

Opmerking: De Ministers kunnen afzonderlijk van deze bevoegdheid gebruik maken.

Waardering: B5

Handeling: het goedkeuren van de begroting en de jaarrekening van het LSOP

Grondslag: art. 76.2 politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 320)

Periode: 1992–1993

Waardering: B5: jaarrekening en begroting

Overige neerslag: V 7 jaar

Handeling: het stellen van nadere regels omtrent de wijze waarop de begroting, de rekening en de verantwoording zijn ingericht en de termijnen waarbinnen deze worden ingezonden

Grondslag: art. 76.4 politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 320)

Periode: 1992–1993

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het zorgdragen voor de inspectie van de opleidingen die door het LSOP verzorgd worden en het geven van aanwijzingen aan de bestuursraad

Grondslag: art. 77 en 79 politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 320)

Periode: 1992–1993

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het zenden van een evaluatie van de landelijke wervingsactiviteiten, de selectie en het onderwijs voor de politie aan de Staten-Generaal

Grondslag: art. IV.II politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals bijgevoegd bij wet van 24 juni 1992 (Stb. 1992, 320)

Periode: 1992–1993

Waardering: B2

8.1.8 Reorganisatie

Handelingen ingevolge Wet Tijdelijke Voorzieningen Reorganisatie Politiebestel

Handeling: het instellen van de Stuurgroep reorganisatie van het politiebestel

Bron: art. 1 Instellingsbeschikking stuurgroep reorganisatie politie (Stcrt. 1990, 52) (Stcrt. 1991, 168

Periode: 1990–1993

Product: Instellingsbeschikking stuurgroep reorganisatie politie (Stcrt. 1990, 52)

(Stcrt.1991, 168)

Waardering: B4

Handeling: het overeemstemmen met de Minister van Justitie over de goedkeuring van de formatie en het beleidsplan van het in oprichting zijnde KLPD

Grondslag: art. 4 Beschikking instelling Raad voor het KLPD in oprichting (Stcrt. 1992, 206)

Periode: 1992–1993

Waardering: B5

Handeling: Het oprichten van de KLPD

Periode: 1945–1993

Opmerking: Onder deze handeling valt ook de voorbereiding van de

oprichting.

Waardering: B4

Handeling: het beslissen over een verschil van zienswijze in het regionaal overlegorgaan over het treffen van voorzieningen voor het beheer van de gemeentepolitie in het kader van de integratie

Grondslag: art. 6.1 Wet tijdelijke voorzieningen reorganisatie politiebestel (Stb. 1991, 674)

Periode: 1992–1993

Waardering: B5

Handeling: het doen van voordracht tot het bij KB aanwijzen van een (hoofd)commissaris van gemeentepolitie die de burgemeester bij moet staan bij de uitoefening van taken inzake de integratie van politie

Grondslag: art. 7 Wet tijdelijke voorzieningen reorganisatie politiebestel (Stb. 1991, 674)

Periode: 1992–1993

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het overeenstemmen met de Minister van Justitie inzake de voordracht tot het bij KB aanwijzen van een districtscommandant van het Korps Rijkspolitie die de burgemeester bij moet staan bij de uitoefening van taken inzake de integratie van politie

Grondslag: art. 7 Wet tijdelijke voorzieningen reorganisatie politiebestel (Stb. 1991, 674)

Periode: 1992–1993

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: het overeenstemmen met de Minister van Justitie inzake zijn beslissing op een verzoek van de burgemeester in de regio om een voorziening te treffen ten behoeve van de feitelijke integratie door het desbetreffende (onderdeel van) district van het Korps Rijkspolitie

Grondslag: art. 9.1 Wet tijdelijke voorzieningen reorganisatie politiebestel (Stb. 1991, 674)

Periode: 1992–1993

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: het beschikbaar stellen van een bijdrage uit ’s Rijks kas met het oog op de kosten die in de politieregio worden gemaakt ter uitvoering van de wet tijdelijke voorzieningen reorganisatie politiebestel

Grondslag: art. 11.1 Wet tijdelijke voorzieningen reorganisatie politiebestel (Stb. 1991, 674)

Periode: 1992–1993

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het doen van voordracht tot het bij amvb vaststellen, wijzigen of intrekken van regels inzake het beschikbaar stellen van een bijdrage uit ’s Rijks kas met het oog op de kosten die in de politieregio worden gemaakt ter uitvoering van de wet tijdelijke voorzieningen reorganisatie politiebestel

Grondslag: art. 11.3 Wet tijdelijke voorzieningen reorganisatie politiebestel (Stb. 1991, 674)

Periode: 1992–1993

Product: Besluit vergoeding reorganisatiekosten politie (Stb. 1993, 216)

Opmerking: zie voor de handelingen die uit dit product zijn voortgevloeid de paragraaf 3.9.1

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Handeling: het overeenstemmen met de Minister van Justitie inzake de voordracht tot het bij KB aanwijzen van een ambtenaar van gemeente- of rijkspolitie om de Minister van Justitie bij te staan bij de voorbereiding van de totstandkoming van een korps landelijke politiediensten

Grondslag: art. 14 Wet tijdelijke voorzieningen reorganisatie politiebestel (Stb. 1991, 674)

Periode: 1992–1993

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: het in verband met de integratie van politie en de totstandkoming van een korps landelijke politiediensten doen van voordracht tot het bij amvb geven van regels voor de betrokken personeelsleden terzake van:

a. de wijze waarop het personeel wordt geplaatst

b. flankerend beleid

c. georganiseerd overleg

d. medezeggenschap

Grondslag: art. 15.1 Wet tijdelijke voorzieningen reorganisatie politiebestel (Stb. 1991, 674)

Periode: 1992–1993

Product: – Besluit overleg en medezeggenschap reorganisatie politiebestel (Stb. 1991, 675)

– Besluit sociaal beleidskader reorganisatie politie (Stb. 1992, 440)

Opmerking: - Het Besluit sociaal beleidskader reorganisatie politie had tot doel te bewerkstelligen dat in verband met de reorganisatie zoveel mogelijk uniforme regels zouden bestaan voor de plaatsing van personeel in de politieregio’s en het KLPD. Zie voor de handelingen die uit dit besluit voortvloeien de handelingen 457 en 458 in Handelen met de sterke arm, deel 2 op bladzijde 185.

– Zie voor de handelingen die uit het Besluit overleg en medezeggenschap reorganisatie politiebestel zijn voortgevloeid de paragraaf 3.9.2

Waardering: B5

8.1.8.1 Handelingen ingevolge het Besluit Vergoeding Reorganisatiekosten Politie

(art. 11 WTVRP)

Handeling: het verlengen van de vierjarige periode waarin de politieregio’s een vergoeding van de reorganisatiekosten wordt toegekend

Grondslag: art. 2.3 Besluit vergoeding reorganisatiekosten politie (Stb. 1993, 216)

Periode: 1993–

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het goedkeuren van een regionaal projectplan ten behoeve van de feitelijke integratie van de politie

Grondslag: art. 3.3 en 3.4 Besluit vergoeding reorganisatiekosten politie (Stb. 1993, 216)

Periode: 1993–

Waardering: Projectplan: B5

Overige neerslag: V, 5 jaar

Handeling: het geven van regels over de indieningstermijn en inrichting van het regionale projectplan

Grondslag: art. 3.6 Besluit vergoeding reorganisatiekosten politie (Stb. 1993, 216)

Periode: 1993–

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het bijstellen van de raming van de rijksbijdrage in de reorganisatiekosten

Grondslag: art. 4.2 en 4.4 Besluit reorganisatiekosten politie (Stb. 1993, 216)

Periode: 1993

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het vaststellen van een meerjarenraming van de uitkeringen aan de gemeente

Grondslag: art. 5.1 Besluit reorganisatiekosten politie (Stb. 1993, 216)

Periode: 1993

Waardering: B5

Handeling: het bijstellen van de meerjarenraming van de uitkeringen aan de gemeente binnen de grenzen van de raming van de rijksbijdrage

Grondslag: art. 5.3 en 5.4 Besluit reorganisatiekosten politie (Stb. 1993, 216)

Periode: 1993

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het vaststellen van de jaarlijkse uitkering per regio

Grondslag: art. 7 Besluit reorganisatiekosten politie (Stb. 1993, 216)

Periode: 1993

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het opschorten van de betaling van een of meer termijnen van de uitkering

Grondslag: art. 8.2 Besluit reorganisatiekosten politie (Stb. 1993, 216)

Periode: 1993

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: het stellen van regels over de inrichting van de door de betrokken burgemeester aan te leveren informatie en verantwoording inzake besteding van de financiën, voortgang van de integratie en realisatie van activiteiten

Grondslag: art. 10.4 Besluit reorganisatiekosten politie (Stb. 1993, 216)

Periode: 1993

Waardering: V, 10 jaar

8.1.8.2 Handelingen ingevolge het Besluit overleg en Medezeggenschap Reorganisatie Politiebestel

(art. 15 WTVRP)

Handeling: het voeren van overleg met de Buitengewone Commissie voor Georganiseerd Overleg over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaar, met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd, die specifiek en uitsluitend betrekking hebben op de reorganisatie van de politie

Grondslag: art. 2.1 Besluit overleg en Medezeggenschap Reorganisatie Politiebestel (Stb. 1991, 675)

Periode: 1992–1993

Waardering: B1,5

Handeling: het uitvoeren van het Besluit overleg en Medezeggenschap Reorganisatie Politiebestel (Stb. 1991, 675)

Grondslag: Besluit overleg en Medezeggenschap Reorganisatie Politiebestel (Stb. 1991, 675)

Periode: 1992–1993

Waardering: V, 10 jaar

8.1.8.3 Bijzondere Taken van de Commissaris van de Koningin en de Procureur-Generaal, fungerend

directeur van politie

(art 51-54 PW)

Handeling: het erop toezien dat de politie in zijn ambtsgebied haar taken met betrekking tot de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en ter uitvoering van wettelijke voorschriften, met de uitvoering waarvan de Minister van Justitie is belast, naar behoren vervult.

Grondslag: – art. 11.1 en 12 Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)

– art. 52 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals gewijzigd bij Wet van 14 december 1988 (Stb. 576)

Periode: 1945–1993

Waardering: V, 15 jaar

Handeling: het de Minister van Justitie ervan in kennis stellen wanneer hem blijkt dat de politie haar taak niet op juiste wijze vervult

Grondslag: – art. 11.4 Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)

– art. 53.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)

Periode: 1945–1993

Waardering: B4

Handeling: het voeren van overleg met de Commissaris van de Koningin inzake de politie en de vervulling van haar taak

Grondslag: – art. 11.2 en art. 14 Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)

– art. 54.1 en 54.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244)

Periode: 1945–1993

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het overleggen met zijn ambtgenoten indien de Minister van Justitie dat wenselijk acht

Grondslag: art. 11.3 Politiebesluit 1945 (Stb. 1945, F 250)

Periode: 1945–1957

Waardering: V, 10 jaar

8.2 Actor: Adviescommissies verkeerstoezicht

Handeling: het gevraagd of ongevraagd adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken met betrekking tot bestuurlijke, justitiële of politie-technische aangelegenheden van verkeerstoezicht

Grondslag: art. 34i.2 Politiewet 1957 (Stb. 1957, 244), zoals ingevoegd bij Wet van 20 december 1968 (Stb. 734)

Periode: 1969–1993

Waardering: B1

8.3 Actor: Commissie Politiewetgeving (commissie Langemeyer)

Handeling: het evalueren van de politiewetgeving

Grondslag: Beschikking instelling commissie politiewetgeving van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken d.d. 1 oktober 1948 (APB 1948, 22)

Periode: 1948

Waardering: B2

8.4 Actor: Stuurgroep Reorganisatie Politie

Handeling: het gevraagd of ongevraagd adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over aangelegenheden met betrekking tot het reorganisatieproces

Grondslag: art. 2 Instellingsbeschikking stuurgroep reorganisatie politie (Stcrt. 1990, 52) (Stcrt. 1991, 168)

Periode: 1990–1993

Waardering: B1

8.5 Actor: Commissie onderzoek kosten gemeentepolitie (Commissie Van Tuyll)

Handeling: het adviseren van de Ministers van Binnenlandse Zaken en van Financiën over maatregelen om een verantwoord evenwicht te verkrijgen tussen de uitkeringen en uitgaven voor gemeentelijke materiële politiekosten

Grondslag: art. 2 van de instellingsbeschikking van de Ministers van Binnenlandse Zaken en van Financiën (Stcrt. 172, 1975)

Periode: 1975-1979

Waardering: B5

8.6 Actor: Begeleidingscommissie samenwerking politie

Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over de verschillende vormen van samenwerking tussen rijkspolitie en gemeentepolitie alsmede tussen gemeentelijke politiekorpsen en het evalueren van de praktische uitwerking van de adviezen

Grondslag: art. 2 beschikking Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken, respectievelijk van 27 april 1978 en 24 mei 1978 (Stcrt. 105, 1978)

Periode: 1978–1993

Waardering: B1

8.7 Actor: Centrale Commissie Misdaadvoorkoming

Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over het te voeren beleid inzake misdaadvoorkoming

Grondslag: – art. 8 Regeling politiële misdaadvoorkoming (Stcrt. 4, 1980)

– art. 2 Beschikking instelling Centrale Commissie Misdaadvoorkoming (Stcrt. 4, 1980)

Periode: 1980–1993

Waardering: B1

8.8 Actor: Politiekledingcommissie

Handeling: het adviseren van de Minister van Binnenlandse Zaken en van Justitie over het systeem van kledingverstrekking en de inhoud en kwaliteit van de kledingpakketten

Grondslag: Beschikking Politiekledingcommissie (Stcrt. 1977, 186), ingetrokken en opnieuw vastgesteld bij de Kledingbeschikking Politie 1980 (Stcrt. 1980, 234) en Kledingregeling Politie 1987 (Stcrt. 1987, 118)

Periode: 1977–1993

Waardering: B5

Handeling: het houden van toezicht op het systeem van kledingverstrekking en de inhoud en kwaliteit van de kledingpakketten

Grondslag: Beschikking Politiekledingcommissie (Stcrt. 1977, 186), ingetrokken en opnieuw vastgesteld bij de Kledingbeschikking Politie 1980 (Stcrt. 1980, 234) en Kledingregeling Politie 1987 (Stcrt. 1987, 118)

Periode: 1977–1993

Waardering: B5: jaarverslagen

V, 10 jaar: overig

8.9 Actor: Commissie Geneeskundige Verzorging Politie

Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken inzake de bepaling van groepen ambtenaren of arbeidscontractanten op wie het besluit geneeskundige verzorging politie van toepassing is

Grondslag: – art. 2.2 en 2.3 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607)

– art. 2.3 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343)

Periode: 1971–1993

Waardering: B5

Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken dat wanneer op grond van het besluit GVP 1984 het deelnemerschap dan wel de hoedanigheid van gezinslid zou moeten worden beëindigd, de betrokkene als deelnemer of gezinslid in de zin van dit besluit gehandhaafd blijft.

Grondslag: art. 6.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343)

Periode: 1984–1993

Waardering: V 5 jaar

Handeling: het beheren van de Dienst Geneeskundige Verzorging Politie

Grondslag: – art. 9.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie (Stb. 1949, J 171)

– art. 4.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1951 (Stb. 1951, 22)

– art. 4.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1958 (Stb. 1957, 554)

– art. 9 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607)

– art. 11.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343)

– art. 1.2 Instructie voor de commissie GVP (Stcrt, 1953, 62), (Stcrt 1957, 252), (Stcrt. 1972, 194)

Periode: 1949–1993

Waardering: B5: de notulen en de begrotingen, jaarverslagen en de jaarrekeningen van de Commissie

V, 10 jaar: overig

Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken omtrent de geneeskundige verzorging van de politie

Grondslag: – art. 9.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie (Stb. 1949, J 171)

– art. 4.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1951 (Stb. 1951, 22)

– art. 4.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1958 (Stb. 1957, 554)

– art. 9 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607)

– art. 11.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343)

– art. 1.2 Instructie voor de commissie GVP (Stcrt, 1953, 62), (Stcrt 1957, 252), (Stcrt. 1972, 194)

Periode: 1949–1993

Waardering: B1

Handeling: het aanwijzen van een plaatsvervangend voorzitter en een secretaris

Grondslag: – art. 9.2 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607), zoals gewijzigd bij KB van 31 mei 1979 (Stb. 1979, 783)

– art. 11.2 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343)

– art. 6 of 7 Instructie voor de commissie GVP (Stcrt, 1953, 62), (Stcrt 1957, 252), (Stcrt. 1972, 194)

Periode: 1979–1993

Opmerking: Alle neerslag is met V gewaardeerd, met uitzondering de neerslag betreffende personen die van invloed zijn geweest op (beleids) ontwikkelingen op het beleidsterrein van de Politie. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan hoofdcommissarissen als Wiarda, Nordholt en Straver.

Waardering: V, 7 jaar na administratieve afhandeling ontslag

Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken inzake de benoeming, schorsing en ontslag van adviseurs of medewerkers en de administrateur van de commissie GVP

Grondslag: – art. 10 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie (Stb. 1949, J 171)

– art. 4.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1951 (Stb. 1951, 22)

– art. 4.2 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1958 (Stb. 1957, 554)

– art. 9.3 en 10 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607)

– art. 11.4 en 12 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343)

Periode: 1949–1984

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het afwikkelen van de opheffing per 1 april 1946 van het Nederlands Politieziekenfonds en van de opheffing per 1 januari 1949 van het Fonds Geneeskundige Verzorging.

Grondslag: art. 11 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie (Stb. 1949, J 171)

Periode: 1949–1951

Waardering: B4: opheffingsbesluit

Overig: V, 10 jaar na opheffing

Handeling: het doen van een voorstel aan de Minister van Binnenlandse Zaken over de vaststelling of wijziging van het percentage van de bijdrage aan de DGVP voor een deelnemer, die het lichaam dat belast is met de uitbetaling van de bezoldiging verhaalt op de deelnemer

Grondslag: – art. 11 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1951 (Stb. 1951, 22)

– art. 7.4 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel (Stb. 1954, 95)

– art. 10 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1958 (Stb. 1957, 554)

– art. 7.3 Interimbesluit Geneeskundige Verzorging Gepensioneerd Politiepersoneel 1958 (Stb. 1957, 555)

– art. 7.4 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607)

– art. 9.4 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343), vernummerd tot art. 9.1 en 9.4 bij KB van 3 april 1989 (Stb. 1989, 87)

Periode: 1951–1993

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: het doen van een voorstel aan de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over de vaststelling of wijziging van het percentage van de heffingsgrondslag dat de bijdrage aan de DGVP voor een deelnemer moet bedragen

Grondslag: art. 9.3 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343), zoals gewijzigd bij KB van 3 april 1989 (Stb. 1989, 87)

Periode: 1989–1993

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over de wijze waarop en de termijnen waarin het nominale bedrag dat een deelnemer verschuldigd is aan de DGVP dient te worden afgedragen

Grondslag: art. 9.8 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343), zoals gewijzigd KB van 3 april 1989 (Stb. 1989, 87)

Periode: 1989–1993

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken inzake de vaststelling van peildata vanaf wanneer een deelnemer een nominale bijdrage verschuldigd is

Grondslag: art. 9.10 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343), zoals bijgevoegd bij KB van 3 april 1989 (Stb. 1989, 87)

Periode: 1989–1993

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: het in beroep oordelen over geschillen terzake van de uitkeringen van vergoedingen en tegemoetkomingen

Grondslag: art. 10a.1 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607), zoals ingevoegd bij KB van 7 september 1974 (Stb. 1974, 555) en vervallen bij KB van 31 mei 1979 (Stb. 1979, 783)

Periode: 1975–1980

Waardering: V, 10 jaar na afhandeling geschil

8.10 Actor: Commissie van beroep Geneeskundige Verzorging Politie

Handeling: het beslissen over geschillen tussen de deelnemer en de commissie GVP inzake de toepassing van de uitvoeringsregelen

Grondslag: – art. 10a Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1971 (Stb. 1971, 607), zoals gewijzigd bij KB van 31 mei 1979 (Stb. 1979, 783)

– art. 13 Besluit Geneeskundige Verzorging Politie 1984 (Stb. 1984, 343), vervallen bij KB van 15 januari 1993 (Stb. 1993, 93)

Periode: 1980–1993

Waardering: V, 10 jaar na afhandeling geschil

8.11 Actor: Commissie Georganiseerd Overleg Politie

Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken inzake de benoeming van de secretaris van de Commissie GOP

Grondslag: – art. 4.4 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)

– art. 4.5 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)

Periode: 1974–1993

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken inzake de voorgenomen uitsluiting van een lid van de personeelsvertegenwoordiging van deelname aan het Georganiseerd Overleg

Grondslag: – art. 4.4 Regeling GOP (Stb. 1960, 623)

– art. 3.4 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)

– art. 3.5 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)

– art. 4.1 Besluit instelling Commissie voor Georganiseerd Overleg Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie (Stb. 1992, 319)

Periode: 1961–1993

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het leveren van bijdragen aan het overleg over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van politieambtenaren en het behandelen van de onderwerpen die haar door deze Ministers zijn voorgelegd

Grondslag: – art. 7.1 Regeling GOP (Stb. 1960, 623)

– art. 2.1 en 7.1 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)

– art. 2.1 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (BOM) (Stb. 1985,

Periode: 1961–1993

Waardering: B5: notulen

V, 10 jaar: overig

Handeling: het adviseren van de Centrale Commissie over alle onderwerpen die haar door deze zijn voorgelegd

Grondslag: art. 7.4 Regeling GOP (Stb. 1960, 623)

Periode: 1961–1974

Waardering: B5

Handeling: het overleggen met de Minister van Justitie inzake de vaststelling van een datum voor de verkiezing van leden van de (algemene) dienstcommissie

Grondslag: art. 20 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)

Periode: 1985–1993

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Justitie inzake de voorgenomen uitsluiting van een lid van de personeelsvertegenwoordiging in de (algemene) dienstcommissie Korps Rijkspolitie

Grondslag: – art. 33.3 Regeling GOP, zoals ingevoegd bij KB van 31 januari 1962 (Stb. 1963, 38)

– art. 27.4 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)

– art. 23.2 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)

Periode: 1963–1985

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Justitie omtrent het treffen van voorzieningen voor het functioneren van een dienstcommissie, voordat het reglement van een dienstcommissie in werking treedt

Grondslag: art. 43 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)

Periode: 1985–1993

Waardering: V 10 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Justitie inzake de vaststelling van een reglement voor de werkwijze van de Algemene dienstcommissie Korps Rijkspolitie

Grondslag: art. 34 Regeling GOP, zoals ingevoegd bij KB van 31 januari 1962 (Stb. 1963, 38)

Periode: 1963–1974

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het voorbereiden van besluiten van de Minister van Binnenlandse Zaken over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaar, inclusief de algemene regels voor het voeren van het personeelsbeleid;

het leveren van bijdragen aan het overleg met de Centrale Commissie voor georganiseerd overleg in ambtenarenzaken (CGOA) over nieuwe beleidsvoornemens voor politiepersoneelsaangelegenheden

Grondslag: art. 3 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 (Stb. 216)

Periode: 1994–

Waardering: B 1

Handeling: het leveren van bijdragen aan het overleg met de Minister van Binnenlandse Zaken over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaar, inclusief de algemene regels voor het voeren van het personeelsbeleid

Grondslag: art. 3.1 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 (Stb. 216)

Periode: 1994–

Waardering: B 1

Handeling: het al dan niet overeenstemmen met de Minister van Binnenlandse Zaken over voorstellen tot invoering of wijziging van een regeling met rechten of verplichtingen van individuele ambtenaren

Grondslag: art. 3.3 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 (Stb. 216)

Periode: 1994–

Waardering: V 5 jaar

Actor: Commissie Georganiseerd Overleg LSOP

Handeling: het adviseren van de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken inzake de voorgenomen uitsluiting van een lid van de personeelsvertegenwoordiging van deelname aan het Georganiseerd Overleg

Grondslag: – art. 4.4 Regeling GOP (Stb. 1960, 623)

– art. 3.4 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)

– art. 3.5 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)

– art. 4.1 Besluit instelling Commissie voor Georganiseerd Overleg Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut Politie (Stb. 1992, 319)

Periode: 1990–1993

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het leveren van bijdragen aan het overleg met de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over aangelegenheden van belang voor de rechtspositie van de ambtenaar die specifiek en uitsluitend verband houden met de verzelfstandiging van de uitvoering van taken op het gebied van werving, selectie en onderwijs voor de politie

Politie

Grondslag: art. 2.2 Besluit instelling Commissie voor Georganiseerd Overleg Landelijke Selectie- en Opleidingsinstituut Politie

Periode: 1990–1993

Waardering: V, 10 jaar

8.12 Actor: Buitengewone Commissie voor Georganiseerd Overleg

Handeling: het overleggen met de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de ambtenaar, met inbegrip van de algemene regels volgens welke het personeelsbeleid zal worden gevoerd, die specifiek en uitsluitend betrekking hebben op de reorganisatie van de politie

Grondslag: art. 2.1 Besluit overleg en Medezeggenschap Reorganisatie Politiebestel (Stb. 1991, 675)

Periode: 1992–1993

Waardering: B5

8.13 Actor: College van Advies Georganiseerd Overleg

Handeling: het adviseren van de Minister van Justitie inzake de voorgenomen uitsluiting van een lid van de personeelsvertegenwoordiging in de (algemene) dienstcommissie Korps Rijkspolitie

bij het Korps Rijkspolitie en bij de overige diensten en instellingen ressorterende onder de Directie Politie van het Ministerie van Justitie

Grondslag: – art. 33.3 Regeling GOP, zoals ingevoegd bij KB van 31 januari 1962 (Stb. 1963, 38)

– art. 27.4 Regeling GOP 1973 (Stb. 1974, 52)

– art. 23.2 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)

Periode: 1985–1993

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Justitie over een voorgenomen onthouding van goedkeuring van een reglement voor de (algemene) dienstcommissie

bij het Korps Rijkspolitie en bij de overige diensten en instellingen ressorterende onder de Directie Politie van het Ministerie van Justitie

Grondslag: art. 24.5 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)

Periode: 1985–1993

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: het adviseren van de Minister van Justitie omtrent geschillen tussen het hoofd van een diensteenheid en de dienstcommissie

bij het Korps Rijkspolitie en bij de overige diensten en instellingen ressorterende onder de Directie Politie van het Ministerie van Justitie

Grondslag: art. 25-28, 30.1, 31.2, 33.3, 38.5 en 74.10 Besluit Overleg en Medezeggenschap Politie (Stb. 1985, 571)

Periode: 1985–1993

Waardering: B5

8.14 Actor: Commissie als bedoeld in het Ambtenarenreglement voor de politie

Handeling: het adviseren van het bevoegd gezag over het voornemen een disciplinaire straf op te leggen aan bij KB benoemde ambtenaren

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)