Wijzigingsgeschiedenis
Wet van 29 december 2008 tot vaststelling van een nieuwe Mediawet (Mediawet 2008)
45 versions
· 2026-01-01
2026-01-01
Mediawet 2008 — arts. 2, 6, 9 y 16 más
2025-11-13
Mediawet 2008 — arts. 2, 6, 9 y 16 más
2025-09-11
Mediawet 2008
2024-01-01
Mediawet 2008
2023-01-01
Mediawet 2008 — arts. 2, 6, 9 y 16 más
2022-07-01
Mediawet 2008 — arts. 2, 6, 9 y 16 más
2022-03-02
Mediawet 2008
2022-01-01
Mediawet 2008
2021-07-01
Mediawet 2008
2021-04-01
Mediawet 2008 — arts. 2, 6, 9 y 17 más
2021-03-01
Mediawet 2008
2021-01-01
Mediawet 2008
2020-11-01
Mediawet 2008
2020-04-01
Mediawet 2008 — arts. 2, 6, 9 y 19 más
2020-03-01
Mediawet 2008
2020-02-01
Mediawet 2008
Wijzigingen op 2020-02-01
@@ -28,7 +28,7 @@
1. De NPO, de RPO en de publieke media-instellingen voorzien op onafhankelijke wijze in de uitvoering van de publieke mediaopdracht en hebben daarvoor op de wijze zoals geregeld in deze wet aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas die een kwalitatief hoogwaardig media-aanbod mogelijk maakt en waardoor continuïteit van financiering gewaarborgd is.
2. Voor de bekostiging van de uitvoering van de publieke mediaopdracht en ter bestrijding van de overige kosten, bedoeld in [artikel 2.146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.1&artikel=2.146&z=2018-05-30&g=2018-05-30), worden onder de naam «rijksmediabijdrage» jaarlijks gelden beschikbaar gesteld door Onze Minister.
2. Voor de bekostiging van de uitvoering van de publieke mediaopdracht en ter bestrijding van de overige kosten, bedoeld in [artikel 2.146](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.1&artikel=2.146&z=2020-02-01&g=2020-02-01), worden onder de naam «rijksmediabijdrage» jaarlijks gelden beschikbaar gesteld door Onze Minister.
##### Artikel 2.144
@@ -42,19 +42,19 @@
##### Artikel 2.145
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van de [artikelen 2.143, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.1&artikel=2.143&z=2018-05-30&g=2018-05-30), en [2.144](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.1&artikel=2.144&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van de [artikelen 2.143, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.1&artikel=2.143&z=2020-02-01&g=2020-02-01), en [2.144](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.1&artikel=2.144&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
##### Artikel 2.146
De rijksmediabijdrage en de inkomsten van de Ster dienen ter bestrijding van de kosten verbonden aan:
- a. de bekostiging van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau volgens [afdeling 2.6.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2&z=2018-05-30&g=2018-05-30);
- b. de bekostiging van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op regionaal niveau volgens [afdeling 2.6.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.5&z=2018-05-30&g=2018-05-30);
- c. het Europese media-aanbod, bedoeld in [artikel 2.2, tweede lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.1&artikel=2.2&z=2018-05-30&g=2018-05-30);
- d. het Stimuleringsfonds voor de journalistiek, genoemd in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1&z=2018-05-30&g=2018-05-30);
- a. de bekostiging van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau volgens [afdeling 2.6.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2&z=2020-02-01&g=2020-02-01);
- b. de bekostiging van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op regionaal niveau volgens [afdeling 2.6.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.5&z=2020-02-01&g=2020-02-01);
- c. het Europese media-aanbod, bedoeld in [artikel 2.2, tweede lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.1&artikel=2.2&z=2020-02-01&g=2020-02-01);
- d. het Stimuleringsfonds voor de journalistiek, genoemd in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1&z=2020-02-01&g=2020-02-01);
- e. de Raad voor cultuur, voor zover samenhangend met de advisering over radio, televisie, pers en andere vormen van massacommunicatie, tot een door Onze Minister te bepalen bedrag;
@@ -110,7 +110,7 @@
2. Dit lid is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit lid in werking treden.
Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, is bevoegd in de algemene noodtoestand, na overleg met Onze Minister, regels te stellen ten aanzien van de inhoud van radio- en televisieprogramma’s en het toezicht daarop, waarbij kan worden afgeweken van het bepaalde in [artikel 7.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=7&titeldeel=7.2&artikel=7.11&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, is bevoegd in de algemene noodtoestand, na overleg met Onze Minister, regels te stellen ten aanzien van de inhoud van radio- en televisieprogramma’s en het toezicht daarop, waarbij kan worden afgeweken van het bepaalde in [artikel 7.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=7&titeldeel=7.2&artikel=7.11&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
3. De in het tweede lid bedoelde bevoegdheid wordt onverwijld beëindigd zodra [artikel 31, eerste lid, van de Oorlogswet voor Nederland](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007983&artikel=31) in werking wordt gesteld.
@@ -128,7 +128,7 @@
##### Artikel 9.1
In afwijking van [artikel 2.144, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.1&artikel=2.144&z=2018-05-30&g=2018-05-30), bedraagt de vermeerdering van de rijksmediabijdrage:
In afwijking van [artikel 2.144, eerste lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.1&artikel=2.144&z=2020-02-01&g=2020-02-01), bedraagt de vermeerdering van de rijksmediabijdrage:
- a. € 49,799 miljoen voor het jaar 2008;
@@ -138,7 +138,7 @@
##### Artikel 9.2
De [artikelen 2.94, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.2¶graaf=2.5.2.2&artikel=2.94&z=2018-05-30&g=2018-05-30), en [3.7, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.2&artikel=3.7&z=2018-05-30&g=2018-05-30), zijn tot één jaar na het tijdstip waarop deze wet in werking treedt niet van toepassing op de verspreiding van reclame- en telewinkelboodschappen ter uitvoering van overeenkomsten met adverteerders die zijn aangegaan vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
De [artikelen 2.94, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.2¶graaf=2.5.2.2&artikel=2.94&z=2020-02-01&g=2020-02-01), en [3.7, tweede lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.2&artikel=3.7&z=2020-02-01&g=2020-02-01), zijn tot één jaar na het tijdstip waarop deze wet in werking treedt niet van toepassing op de verspreiding van reclame- en telewinkelboodschappen ter uitvoering van overeenkomsten met adverteerders die zijn aangegaan vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
##### Artikel 9.3
@@ -178,27 +178,27 @@
- **catch-up:** afname als mediadienst op aanvraag van media-aanbod gedurende een beperkte periode die begint tijdens of kort na de verspreiding van dat media-aanbod op een programmakanaal;
- **commerciële mediadienst:** mediadienst die verzorgd wordt op grond van [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&z=2018-05-30&g=2018-05-30);
- **commerciële mediadienst:** mediadienst die verzorgd wordt op grond van [hoofdstuk 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&z=2020-02-01&g=2020-02-01);
- **commerciële media-instelling:** natuurlijke persoon of rechtspersoon die een commerciële mediadienst verzorgt en die voor de toepassing van deze wet onder de bevoegdheid van Nederland valt;
- **Commissariaat:** Commissariaat voor de Media, genoemd in [artikel 7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=7&titeldeel=7.1&artikel=7.1&z=2018-05-30&g=2018-05-30);
- **concessiebeleidsplan:** concessiebeleidsplan als bedoeld in [artikel 2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.20&z=2018-05-30&g=2018-05-30);
- **concessiebeleidsplan RPO:** concessiebeleidsplan RPO als bedoeld in [artikel 2.60l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1&artikel=2.60l&z=2018-05-30&g=2018-05-30);
- **dagbladmarkt:** door het Stimuleringsfonds voor de journalistiek, genoemd in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1&z=2018-05-30&g=2018-05-30), vastgestelde gemiddelde betaalde oplage, in een kalenderjaar, van persorganen die bestemd zijn voor het publiek in Nederland en ten minste zes keer per week verschijnen;
- **erkenningperiode:** periode als bedoeld in [artikel 2.29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.29&z=2018-05-30&g=2018-05-30);
- **Commissariaat:** Commissariaat voor de Media, genoemd in [artikel 7.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=7&titeldeel=7.1&artikel=7.1&z=2020-02-01&g=2020-02-01);
- **concessiebeleidsplan:** concessiebeleidsplan als bedoeld in [artikel 2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.20&z=2020-02-01&g=2020-02-01);
- **concessiebeleidsplan RPO:** concessiebeleidsplan RPO als bedoeld in [artikel 2.60l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1&artikel=2.60l&z=2020-02-01&g=2020-02-01);
- **dagbladmarkt:** door het Stimuleringsfonds voor de journalistiek, genoemd in [artikel 8.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.1&z=2020-02-01&g=2020-02-01), vastgestelde gemiddelde betaalde oplage, in een kalenderjaar, van persorganen die bestemd zijn voor het publiek in Nederland en ten minste zes keer per week verschijnen;
- **erkenningperiode:** periode als bedoeld in [artikel 2.29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.29&z=2020-02-01&g=2020-02-01);
- **Europese richtlijn:** Richtlijn 2010/13/EU van 10 maart 2010 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten);
- **evenement:** georganiseerde voor het publiek toegankelijke gebeurtenis op het terrein van sport of cultuur;
- **landelijke publieke media-instelling:** instelling die op grond van [titel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&z=2018-05-30&g=2018-05-30) media-aanbod voor de landelijke publieke mediadienst verzorgt;
- **lokale publieke media-instelling:** instelling die op grond van [titel 2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3&z=2018-05-30&g=2018-05-30) is aangewezen voor de verzorging van een lokale publieke mediadienst;
- **landelijke publieke media-instelling:** instelling die op grond van [titel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&z=2020-02-01&g=2020-02-01) media-aanbod voor de landelijke publieke mediadienst verzorgt;
- **lokale publieke media-instelling:** instelling die op grond van [titel 2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3&z=2020-02-01&g=2020-02-01) is aangewezen voor de verzorging van een lokale publieke mediadienst;
- **media-aanbod:** één of meer elektronische producten met beeld- of geluidsinhoud die bestemd zijn voor afname door het algemene publiek of een deel daarvan;
@@ -206,17 +206,17 @@
- **mediadienst op aanvraag:** mediadienst die bestaat uit het verzorgen van media-aanbod dat op individueel verzoek en op een moment naar keuze kan worden afgenomen;
- **NOS:** Nederlandse Omroep Stichting, genoemd in [artikel 2.34a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2a&artikel=2.34a&z=2018-05-30&g=2018-05-30);
- **NPO:** Stichting Nederlandse Publieke Omroep, genoemd in [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.1&artikel=2.2&z=2018-05-30&g=2018-05-30);
- **NTR:** Stichting NTR, genoemd in [artikel 2.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.3&artikel=2.35&z=2018-05-30&g=2018-05-30);
- **NOS:** Nederlandse Omroep Stichting, genoemd in [artikel 2.34a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2a&artikel=2.34a&z=2020-02-01&g=2020-02-01);
- **NPO:** Stichting Nederlandse Publieke Omroep, genoemd in [artikel 2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.1&artikel=2.2&z=2020-02-01&g=2020-02-01);
- **NTR:** Stichting NTR, genoemd in [artikel 2.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.3&artikel=2.35&z=2020-02-01&g=2020-02-01);
- **omroepdienst:** mediadienst die betrekking heeft op het verzorgen van media-aanbod dat op basis van een chronologisch schema dat is vastgesteld door de instelling die verantwoordelijk is voor het media-aanbod, al dan niet gecodeerd door middel van een omroepzender of een omroepnetwerk wordt verspreid voor gelijktijdige ontvangst door het algemene publiek of een deel daarvan;
- **omroepnetwerk:** openbaar elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in [artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009950&artikel=1.1), dat wordt gebruikt of mede wordt gebruikt om, hoofdzakelijk met gebruik van kabels, programma’s te verspreiden;
- **omroeporganisatie:** omroeporganisatie als bedoeld in [artikel 2.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2018-05-30&g=2018-05-30);
- **omroeporganisatie:** omroeporganisatie als bedoeld in [artikel 2.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2020-02-01&g=2020-02-01);
- **omroepzender:** radiozendapparaat als bedoeld in [artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009950&artikel=1.1) dat wordt gebruikt of mede wordt gebruikt voor het verspreiden van programma’s;
@@ -224,7 +224,7 @@
- **open televisieprogrammakanaal:** televisieprogrammakanaal dat ontvangen kan worden door ten minste vijfenzeventig procent van alle huishoudens in Nederland, waarvoor geen andere kosten verschuldigd zijn dan:
- 1°. het tarief dat een pakketaanbieder als bedoeld in [artikel 6.9a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.1&artikel=6.9a&z=2018-05-30&g=2018-05-30) aan zijn abonnees in rekening brengt voor de ontvangst van het programma-aanbod van een door die aanbieder met inachtneming van de [artikelen 6.13 tot en met 6.14b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.1¶graaf=6.3.1.2&artikel=6.13&z=2018-05-30&g=2018-05-30) vast te stellen aantal programmakanalen; of
- 1°. het tarief dat een pakketaanbieder als bedoeld in [artikel 6.9a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.1&artikel=6.9a&z=2020-02-01&g=2020-02-01) aan zijn abonnees in rekening brengt voor de ontvangst van het programma-aanbod van een door die aanbieder met inachtneming van de [artikelen 6.13 tot en met 6.14b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.1¶graaf=6.3.1.2&artikel=6.13&z=2020-02-01&g=2020-02-01) vast te stellen aantal programmakanalen; of
- 2°. de kosten van aankoop of gebruik van technische voorzieningen die de ontvangst van televisieprogramma’s mogelijk maken;
@@ -238,11 +238,11 @@
- **programmakanaal:** geordende geheel van programma-aanbod dat onder een herkenbare naam wordt verspreid via een omroepzender of omroepnetwerk;
- **publieke mediadienst:** mediadienst die verzorgd wordt op grond van [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&z=2018-05-30&g=2018-05-30);
- **publieke media-instelling:** instelling die op grond van [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&z=2018-05-30&g=2018-05-30) media-aanbod verzorgt;
- **publieke mediaopdracht:** mediaopdracht als bedoeld in [artikel 2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2018-05-30&g=2018-05-30);
- **publieke mediadienst:** mediadienst die verzorgd wordt op grond van [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&z=2020-02-01&g=2020-02-01);
- **publieke media-instelling:** instelling die op grond van [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&z=2020-02-01&g=2020-02-01) media-aanbod verzorgt;
- **publieke mediaopdracht:** mediaopdracht als bedoeld in [artikel 2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2020-02-01&g=2020-02-01);
- **raad van bestuur:** raad van bestuur van de NPO;
@@ -258,7 +258,7 @@
- b. de ordening van het media-aanbod in een chronologisch schema voor wat betreft programma’s, of in een catalogus voor wat betreft het media-aanbod van mediadiensten op aanvraag;
- **regionale publieke media-instelling:** instelling die op grond van [titel 2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3&z=2018-05-30&g=2018-05-30) is aangewezen voor de verzorging van een regionale publieke mediadienst;
- **regionale publieke media-instelling:** instelling die op grond van [titel 2.3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3&z=2020-02-01&g=2020-02-01) is aangewezen voor de verzorging van een regionale publieke mediadienst;
- **RPO:** Stichting Regionale Publieke Omroep;
@@ -268,7 +268,7 @@
- **sportwedstrijd:** wedstrijd of de voorbereiding op een wedstrijd, georganiseerd door of onder auspiciën van de door het NOC*NSF erkende nationale sportorganisaties en hun geledingen, of door vergelijkbare internationale, al dan niet overkoepelende sportorganisaties, dan wel een andere wedstrijd of de voorbereiding op een wedstrijd van een sport die door het NOC*NSF als sport is aangemerkt;
- **Ster:** Stichting Etherreclame, genoemd in [artikel 2.99](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.2¶graaf=2.5.2.3&artikel=2.99&z=2018-05-30&g=2018-05-30);
- **Ster:** Stichting Etherreclame, genoemd in [artikel 2.99](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.2¶graaf=2.5.2.3&artikel=2.99&z=2020-02-01&g=2020-02-01);
- **teletekst:** televisieprogramma dat uitsluitend bestaat uit stilstaande tekstbeelden die door de kijker in een door hem bepaalde volgorde en op een door hem bepaald tijdstip kunnen worden geraadpleegd, en dat wordt verspreid via dezelfde transmissieruimte van een omroepzender of omroepnetwerk als die welke wordt gebruikt voor de verspreiding van andere televisieprogramma’s;
@@ -324,7 +324,7 @@
##### Artikel 2.2
1. De Stichting Nederlandse Publieke Omroep is het sturings- en samenwerkingsorgaan voor de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau, bedoeld in [artikel 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
1. De Stichting Nederlandse Publieke Omroep is het sturings- en samenwerkingsorgaan voor de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau, bedoeld in [artikel 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
2. Naast de andere taken die de NPO heeft op grond van deze wet, is zij belast met:
@@ -354,13 +354,13 @@
- l. het in samenwerking met publieke media-instellingen bevorderen van talentontwikkeling.
3. Bij de uitvoering van haar taken stuurt de NPO en bevordert zij de samenwerking vanuit de kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen voor het media-aanbod en het publieksbereik van de landelijke publieke mediadienst, vervat in het concessiebeleidsplan, de prestatieovereenkomst, bedoeld in [artikel 2.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.22&z=2018-05-30&g=2018-05-30), de profielen van de aanbodkanalen, de afspraken, bedoeld in [artikel 2.55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.55&z=2018-05-30&g=2018-05-30), de regeling, bedoeld in [artikel 2.57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.57&z=2018-05-30&g=2018-05-30), en de begroting, bedoeld in [artikel 2.147](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.1&artikel=2.147&z=2018-05-30&g=2018-05-30), en neemt zij bij de verzorging van het media-aanbod door de landelijke publieke media-instellingen [artikel 2.88](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.1&artikel=2.88&z=2018-05-30&g=2018-05-30) in acht.
3. Bij de uitvoering van haar taken stuurt de NPO en bevordert zij de samenwerking vanuit de kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen voor het media-aanbod en het publieksbereik van de landelijke publieke mediadienst, vervat in het concessiebeleidsplan, de prestatieovereenkomst, bedoeld in [artikel 2.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.22&z=2020-02-01&g=2020-02-01), de profielen van de aanbodkanalen, de afspraken, bedoeld in [artikel 2.55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.55&z=2020-02-01&g=2020-02-01), de regeling, bedoeld in [artikel 2.57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.57&z=2020-02-01&g=2020-02-01), en de begroting, bedoeld in [artikel 2.147](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.1&artikel=2.147&z=2020-02-01&g=2020-02-01), en neemt zij bij de verzorging van het media-aanbod door de landelijke publieke media-instellingen [artikel 2.88](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.1&artikel=2.88&z=2020-02-01&g=2020-02-01) in acht.
##### Artikel 2.3
1. De NPO kan in het kader van haar taak, bedoeld in [artikel 2.2, tweede lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.1&artikel=2.2&z=2018-05-30&g=2018-05-30), in naam van de gezamenlijke landelijke publieke media-instellingen overeenkomsten met derden aangaan.
2. De NPO stelt in het kader van haar taak, bedoeld in [artikel 2.2, tweede lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.1&artikel=2.2&z=2018-05-30&g=2018-05-30), een gedragscode op ter bevordering van goed bestuur en integriteit bij de NPO en de landelijke publieke media-instellingen.
1. De NPO kan in het kader van haar taak, bedoeld in [artikel 2.2, tweede lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.1&artikel=2.2&z=2020-02-01&g=2020-02-01), in naam van de gezamenlijke landelijke publieke media-instellingen overeenkomsten met derden aangaan.
2. De NPO stelt in het kader van haar taak, bedoeld in [artikel 2.2, tweede lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.1&artikel=2.2&z=2020-02-01&g=2020-02-01), een gedragscode op ter bevordering van goed bestuur en integriteit bij de NPO en de landelijke publieke media-instellingen.
3. De gedragscode omvat in elk geval:
@@ -388,7 +388,7 @@
1. De raad van toezicht bestaat uit een voorzitter en ten hoogste zes andere leden die op voordracht van Onze Minister bij koninklijk besluit worden benoemd, geschorst en ontslagen.
2. Bij een vacature stelt de raad van toezicht een functieprofiel op waarover hij in ieder geval de raad van bestuur, het college van omroepen, de representatieve maatschappelijke adviesraad, bedoeld in [artikel 2.10, tweede lid, onderdeel i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.2&artikel=2.10&z=2018-05-30&g=2018-05-30), en de gezamenlijke ondernemingsraden van de NPO, de NOS, de NTR en de omroeporganisaties die een erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2018-05-30&g=2018-05-30), hebben verkregen, in de gelegenheid stelt binnen een redelijke termijn zienswijzen te geven.
2. Bij een vacature stelt de raad van toezicht een functieprofiel op waarover hij in ieder geval de raad van bestuur, het college van omroepen, de representatieve maatschappelijke adviesraad, bedoeld in [artikel 2.10, tweede lid, onderdeel i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.2&artikel=2.10&z=2020-02-01&g=2020-02-01), en de gezamenlijke ondernemingsraden van de NPO, de NOS, de NTR en de omroeporganisaties die een erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2020-02-01&g=2020-02-01), hebben verkregen, in de gelegenheid stelt binnen een redelijke termijn zienswijzen te geven.
3. Na betrekking van de zienswijzen stelt de raad van toezicht het functieprofiel vast en maakt dit openbaar.
@@ -406,7 +406,7 @@
7. Ten behoeve van de ondersteuning bij het opstellen van het functieprofiel door de raad van toezicht en de selectie van kandidaten door de benoemingsadviescommissie, schakelt de raad van toezicht een wervingsadviesbureau in.
8. Voor een van de andere leden als bedoeld in het eerste lid kunnen de gezamenlijke ondernemingsraden van de NPO, de NOS, de NTR en de omroeporganisaties die een erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2018-05-30&g=2018-05-30), hebben verkregen, personen voor benoeming aanbevelen aan de benoemingsadviescommissie.
8. Voor een van de andere leden als bedoeld in het eerste lid kunnen de gezamenlijke ondernemingsraden van de NPO, de NOS, de NTR en de omroeporganisaties die een erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2020-02-01&g=2020-02-01), hebben verkregen, personen voor benoeming aanbevelen aan de benoemingsadviescommissie.
9. Benoeming geschiedt voor vijf jaar en herbenoeming voor een aansluitende periode is eenmaal mogelijk.
@@ -474,7 +474,7 @@
##### Artikel 2.9
1. Op het lidmaatschap van de raad van bestuur is artikel 2.6, eerste lid, aanhef en onderdelen a en c tot en met h, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat [artikel 2.6, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.2&artikel=2.6&z=2018-05-30&g=2018-05-30), niet van overeenkomstige toepassing is op het lidmaatschap van een orgaan van de Ster.
1. Op het lidmaatschap van de raad van bestuur is artikel 2.6, eerste lid, aanhef en onderdelen a en c tot en met h, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat [artikel 2.6, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.2&artikel=2.6&z=2020-02-01&g=2020-02-01), niet van overeenkomstige toepassing is op het lidmaatschap van een orgaan van de Ster.
2. De leden van de raad van bestuur zijn in dienst van de NPO. De raad van toezicht stelt hun arbeidsvoorwaarden vast.
@@ -498,11 +498,11 @@
- e. het vaststellen van het concessiebeleidsplan;
- f. het aangaan van de prestatieovereenkomst, bedoeld in [artikel 2.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.22&z=2018-05-30&g=2018-05-30);
- g. het vaststellen van de begroting, bedoeld in [artikel 2.147](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.1&artikel=2.147&z=2018-05-30&g=2018-05-30);
- h. het vaststellen van het bestuursverslag, bedoeld in [artikel 2.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.3&artikel=2.17&z=2018-05-30&g=2018-05-30); en
- f. het aangaan van de prestatieovereenkomst, bedoeld in [artikel 2.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.22&z=2020-02-01&g=2020-02-01);
- g. het vaststellen van de begroting, bedoeld in [artikel 2.147](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.1&artikel=2.147&z=2020-02-01&g=2020-02-01);
- h. het vaststellen van het bestuursverslag, bedoeld in [artikel 2.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.3&artikel=2.17&z=2020-02-01&g=2020-02-01); en
- i. het organiseren van representatieve publieksvertegenwoordiging, waaronder een representatieve maatschappelijke adviesraad, ter bevordering van de publieksbetrokkenheid bij de invulling van het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst.
@@ -512,7 +512,7 @@
1. De volgende besluiten van de raad van bestuur behoeven de instemming van de raad van toezicht:
- a. de besluiten, bedoeld in het [artikel 2.10, tweede lid, onderdelen e tot en met h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.2&artikel=2.10&z=2018-05-30&g=2018-05-30);
- a. de besluiten, bedoeld in het [artikel 2.10, tweede lid, onderdelen e tot en met h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.2&artikel=2.10&z=2020-02-01&g=2020-02-01);
- b. het doen van investeringen die een in de statuten van de NPO vastgesteld bedrag te boven gaan;
@@ -528,17 +528,17 @@
1. Het college van omroepen adviseert de raad van toezicht en de raad van bestuur desgevraagd of uit eigen beweging over het beleid inzake het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst.
2. Het college van omroepen is zodanig samengesteld dat de omroeporganisaties die een erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2018-05-30&g=2018-05-30), hebben verkregen, de omroepverenigingen die een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.23, tweede lid, hebben verkregen, de NOS en de NTR daarin elk één lid benoemen.
2. Het college van omroepen is zodanig samengesteld dat de omroeporganisaties die een erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2020-02-01&g=2020-02-01), hebben verkregen, de omroepverenigingen die een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.23, tweede lid, hebben verkregen, de NOS en de NTR daarin elk één lid benoemen.
##### Artikel 2.13
1. Het lidmaatschap van het college van omroepen is onverenigbaar met het lidmaatschap van een redactie als bedoeld in [artikel 2.56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.56&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
1. Het lidmaatschap van het college van omroepen is onverenigbaar met het lidmaatschap van een redactie als bedoeld in [artikel 2.56](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.56&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
2. Het college wijst uit zijn midden de voorzitter aan en regelt zijn eigen werkwijze.
##### Artikel 2.14
1. Voordat de raad van bestuur een overeenkomst als bedoeld in [artikel 2.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.1&artikel=2.3&z=2018-05-30&g=2018-05-30), aangaat dan wel een besluit neemt over een taak als bedoeld in [artikel 2.10, tweede lid, onderdelen d, e, f, of g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.2&artikel=2.10&z=2018-05-30&g=2018-05-30), over de wijze van aanwending van het budget, bedoeld in [artikel 2.149, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2018-05-30&g=2018-05-30), stelt hij het college van omroepen in de gelegenheid daarover zijn mening te geven binnen een door de raad van bestuur te stellen redelijke termijn.
1. Voordat de raad van bestuur een overeenkomst als bedoeld in [artikel 2.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.1&artikel=2.3&z=2020-02-01&g=2020-02-01), aangaat dan wel een besluit neemt over een taak als bedoeld in [artikel 2.10, tweede lid, onderdelen d, e, f, of g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.2&artikel=2.10&z=2020-02-01&g=2020-02-01), over de wijze van aanwending van het budget, bedoeld in [artikel 2.149, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2020-02-01&g=2020-02-01), stelt hij het college van omroepen in de gelegenheid daarover zijn mening te geven binnen een door de raad van bestuur te stellen redelijke termijn.
2. Het uitblijven van de mening van het college staat aan het aangaan van een overeenkomst of het nemen van een besluit door de raad van bestuur niet in de weg.
@@ -580,7 +580,7 @@
2. De concessie geldt voor tien jaar en treedt in werking met ingang van een in het koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
3. Voor de toepassing van de [artikelen 2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.20&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [2.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.29&z=2018-05-30&g=2018-05-30) bestaat de concessieperiode uit twee perioden van vijf jaar.
3. Voor de toepassing van de [artikelen 2.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.20&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [2.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.29&z=2020-02-01&g=2020-02-01) bestaat de concessieperiode uit twee perioden van vijf jaar.
##### Artikel 2.20
@@ -608,7 +608,7 @@
2. Over het concessiebeleidsplan vraagt Onze Minister advies aan het Commissariaat en de Raad voor cultuur. Het advies heeft in elk geval betrekking op de wijze waarop in het concessiebeleidsplan vorm wordt gegeven aan de pluriformiteit van het media-aanbod.
3. Het concessiebeleidsplan behoeft de instemming van Onze Minister voor zover het betreft de onderwerpen, bedoeld in [artikel 2.20, tweede lid, onderdelen b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.20&z=2018-05-30&g=2018-05-30), waarbij de instemming geschiedt in overeenstemming met het bepaalde in de [Telecommunicatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009950).
3. Het concessiebeleidsplan behoeft de instemming van Onze Minister voor zover het betreft de onderwerpen, bedoeld in [artikel 2.20, tweede lid, onderdelen b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.20&z=2020-02-01&g=2020-02-01), waarbij de instemming geschiedt in overeenstemming met het bepaalde in de [Telecommunicatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009950).
4. Als de NPO wijzigingen wil aanbrengen in het door Onze Minister goedgekeurde deel van het concessiebeleidsplan, neemt zij die op in de begroting. Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
@@ -630,7 +630,7 @@
##### Artikel 2.23
1. Onze Minister kan eens in de vijf jaar aan ten hoogste zes omroeporganisaties erkenningen verlenen voor de verzorging van media-aanbod voor de landelijke publieke mediadienst volgens de bepalingen van deze afdeling. Een omroeporganisatie is een omroepvereniging als bedoeld in [artikel 2.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24&z=2018-05-30&g=2018-05-30) of een samenwerkingsomroep als bedoeld in [artikel 2.24a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24a&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
1. Onze Minister kan eens in de vijf jaar aan ten hoogste zes omroeporganisaties erkenningen verlenen voor de verzorging van media-aanbod voor de landelijke publieke mediadienst volgens de bepalingen van deze afdeling. Een omroeporganisatie is een omroepvereniging als bedoeld in [artikel 2.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24&z=2020-02-01&g=2020-02-01) of een samenwerkingsomroep als bedoeld in [artikel 2.24a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24a&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
2. Onze Minister kan eens in de vijf jaar voorlopige erkenningen verlenen aan omroepverenigingen voor de verzorging van media-aanbod voor de landelijke publieke mediadienst volgens de bepalingen van deze afdeling.
@@ -672,11 +672,11 @@
- 2°. waarvan voor zover het een samenwerkingsomroep betreft, de omroepverenigingen die hij vertegenwoordigt, samen ten minste 150.000 leden hebben en afzonderlijk niet minder dan 50.000 leden;
- c. die op 31 december van het jaar voorafgaand aan dat waarin die erkenning ingaat, een reserve als bedoeld in [artikel 2.174a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.2&artikel=2.174a&z=2018-05-30&g=2018-05-30), heeft waarvan het saldo nihil of positief is en voor zover het een samenwerkingsomroep betreft, ook elke omroepvereniging die hij vertegenwoordigt, op die datum een reserve als bedoeld in artikel 2.174a, tweede lid, heeft waarvan het saldo nihil of positief is; en
- d. die de beschikbaarheid van het media-aanbod op de aanbodkanalen, bedoeld in [artikel 2.55, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.55&z=2018-05-30&g=2018-05-30), heeft zeker gesteld en voldoet aan de [artikelen 2.142a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.142a&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [2.178, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.3&artikel=2.178&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
2. De hoogte van het saldo, bedoeld in het eerste lid, wordt aangetoond door overlegging van de jaarrekening, bedoeld in [artikel 2.171, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.1&artikel=2.171&z=2018-05-30&g=2018-05-30), die vergezeld gaat van een verklaring van een accountant als bedoeld in [artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2).
- c. die op 31 december van het jaar voorafgaand aan dat waarin die erkenning ingaat, een reserve als bedoeld in [artikel 2.174a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.2&artikel=2.174a&z=2020-02-01&g=2020-02-01), heeft waarvan het saldo nihil of positief is en voor zover het een samenwerkingsomroep betreft, ook elke omroepvereniging die hij vertegenwoordigt, op die datum een reserve als bedoeld in artikel 2.174a, tweede lid, heeft waarvan het saldo nihil of positief is; en
- d. die de beschikbaarheid van het media-aanbod op de aanbodkanalen, bedoeld in [artikel 2.55, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.55&z=2020-02-01&g=2020-02-01), heeft zeker gesteld en voldoet aan de [artikelen 2.142a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.142a&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [2.178, eerste, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.3&artikel=2.178&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
2. De hoogte van het saldo, bedoeld in het eerste lid, wordt aangetoond door overlegging van de jaarrekening, bedoeld in [artikel 2.171, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.1&artikel=2.171&z=2020-02-01&g=2020-02-01), die vergezeld gaat van een verklaring van een accountant als bedoeld in [artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&boek=2).
3. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, kan ook in aanmerking komen voor een erkenning een samenwerkingsomroep waarin zijn vertegenwoordigd:
@@ -686,7 +686,7 @@
- 1°. die omroepvereniging ten minste 150.000 leden heeft; en
- 2°. van die omroepvereniging niet tijdens de periode van de voorlopige erkenning onvoldoende is gebleken dat het media-aanbod voldoet aan de eisen, bedoeld in [artikel 2.26, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.26&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
- 2°. van die omroepvereniging niet tijdens de periode van de voorlopige erkenning onvoldoende is gebleken dat het media-aanbod voldoet aan de eisen, bedoeld in [artikel 2.26, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.26&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
##### Artikel 2.26
@@ -696,17 +696,17 @@
- b. ten minste 50.000 leden heeft;
- c. op 31 december van het jaar voorafgaand aan dat waarin die erkenning ingaat, een reserve als bedoeld in [artikel 2.174a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.2&artikel=2.174a&z=2018-05-30&g=2018-05-30), heeft waarvan het saldo nihil of positief is;
- d. zich naar stroming als bedoeld in [artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24&z=2018-05-30&g=2018-05-30), en naar voorgenomen media-aanbod wat betreft genre, inhoud en doelgroepen zodanig onderscheidt van de omroeporganisaties, bedoeld in [artikel 2.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.25&z=2018-05-30&g=2018-05-30), dat de verscheidenheid van het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst wordt vergroot en een vernieuwende bijdrage wordt geleverd aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau;
- e. de voorschriften met betrekking tot ledenwerving, bedoeld in [artikel 2.137](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.137&z=2018-05-30&g=2018-05-30), in acht heeft genomen;
- f. de verzorging van haar media-aanbod opdraagt aan de NTR of een omroeporganisatie die een erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2018-05-30&g=2018-05-30), heeft verkregen en waarmee zij overeenstemming heeft bereikt; en
- g. voldoet aan de [artikelen 2.142a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.142a&z=2018-05-30&g=2018-05-30), en [2.178, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.3&artikel=2.178&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
2. [Artikel 2.25, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.25&z=2018-05-30&g=2018-05-30), is van toepassing.
- c. op 31 december van het jaar voorafgaand aan dat waarin die erkenning ingaat, een reserve als bedoeld in [artikel 2.174a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.2&artikel=2.174a&z=2020-02-01&g=2020-02-01), heeft waarvan het saldo nihil of positief is;
- d. zich naar stroming als bedoeld in [artikel 2.24, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24&z=2020-02-01&g=2020-02-01), en naar voorgenomen media-aanbod wat betreft genre, inhoud en doelgroepen zodanig onderscheidt van de omroeporganisaties, bedoeld in [artikel 2.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.25&z=2020-02-01&g=2020-02-01), dat de verscheidenheid van het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst wordt vergroot en een vernieuwende bijdrage wordt geleverd aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau;
- e. de voorschriften met betrekking tot ledenwerving, bedoeld in [artikel 2.137](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.137&z=2020-02-01&g=2020-02-01), in acht heeft genomen;
- f. de verzorging van haar media-aanbod opdraagt aan de NTR of een omroeporganisatie die een erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2020-02-01&g=2020-02-01), heeft verkregen en waarmee zij overeenstemming heeft bereikt; en
- g. voldoet aan de [artikelen 2.142a, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.142a&z=2020-02-01&g=2020-02-01), en [2.178, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.3&artikel=2.178&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
2. [Artikel 2.25, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.25&z=2020-02-01&g=2020-02-01), is van toepassing.
##### Artikel 2.27
@@ -718,7 +718,7 @@
- b. in Nederland woonachtig zijn; en
- c. de jaarlijkse minimumcontributie, bedoeld in [artikel 2.24, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24&z=2018-05-30&g=2018-05-30), of 2.24a, eerste lid, onderdeel e, hebben betaald.
- c. de jaarlijkse minimumcontributie, bedoeld in [artikel 2.24, eerste lid, onderdeel e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24&z=2020-02-01&g=2020-02-01), of 2.24a, eerste lid, onderdeel e, hebben betaald.
3. Het Commissariaat bepaalt de wijze waarop de vaststelling van het aantal leden gebeurt en de aanvrager verstrekt aan het Commissariaat alle gegevens die het daarvoor nodig acht.
@@ -728,9 +728,9 @@
##### Artikel 2.29
1. Een erkenning of een voorlopige erkenning wordt op aanvraag verleend en geldt voor een periode van vijf jaar die samenvalt met een vijfjaarlijkse periode van de concessie als bedoeld in [artikel 2.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.19&z=2018-05-30&g=2018-05-30), en vervalt van rechtswege na afloop van de erkenningperiode.
2. Een erkenning kan alleen overgaan met toestemming van Onze Minister op aanvraag van de omroeporganisatie waaraan deze is verleend, en alleen aan een omroeporganisatie die door fusie is gevormd overeenkomstig [artikel 2.25, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, 3° of 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.25&z=2018-05-30&g=2018-05-30). Aan een toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. [Artikel 2.32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.32&z=2018-05-30&g=2018-05-30), wat betreft de [artikelen 2.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [2.24a, en tweede lid, onderdelen a en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24a&z=2018-05-30&g=2018-05-30), is van overeenkomstige toepassing.
1. Een erkenning of een voorlopige erkenning wordt op aanvraag verleend en geldt voor een periode van vijf jaar die samenvalt met een vijfjaarlijkse periode van de concessie als bedoeld in [artikel 2.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.19&z=2020-02-01&g=2020-02-01), en vervalt van rechtswege na afloop van de erkenningperiode.
2. Een erkenning kan alleen overgaan met toestemming van Onze Minister op aanvraag van de omroeporganisatie waaraan deze is verleend, en alleen aan een omroeporganisatie die door fusie is gevormd overeenkomstig [artikel 2.25, eerste lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, 3° of 4°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.25&z=2020-02-01&g=2020-02-01). Aan een toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. [Artikel 2.32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.32&z=2020-02-01&g=2020-02-01), wat betreft de [artikelen 2.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [2.24a, en tweede lid, onderdelen a en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24a&z=2020-02-01&g=2020-02-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Een erkenning of voorlopige erkenning geeft aanspraak op een financiële bijdrage voor de verzorging van media-aanbod volgens het bepaalde bij of krachtens deze wet.
@@ -746,7 +746,7 @@
- b. de voornemens en afspraken over samenwerking ten behoeve van de landelijke publieke mediadienst met andere aanvragers van een erkenning of een voorlopige erkenning, de NPO, de NOS of de NTR; en
- c. voor zover het betreft het beleidsplan van een aanvrager van een voorlopige erkenning, de voornemens en afspraken over de wijze waarop zijn verantwoordelijkheid, bedoeld in [artikel 2.88, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.1&artikel=2.88&z=2018-05-30&g=2018-05-30), in de samenwerking met de NTR of een omroeporganisatie, bedoeld in [artikel 2.26, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.26&z=2018-05-30&g=2018-05-30), is gewaarborgd.
- c. voor zover het betreft het beleidsplan van een aanvrager van een voorlopige erkenning, de voornemens en afspraken over de wijze waarop zijn verantwoordelijkheid, bedoeld in [artikel 2.88, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.1&artikel=2.88&z=2020-02-01&g=2020-02-01), in de samenwerking met de NTR of een omroeporganisatie, bedoeld in [artikel 2.26, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.26&z=2020-02-01&g=2020-02-01), is gewaarborgd.
3. Het deel van het beleidsplan dat betrekking heeft op samenwerking kan door de desbetreffende aanvragers gezamenlijk worden ingediend.
@@ -766,19 +766,19 @@
2. Het uitblijven van een advies staat aan het nemen van een besluit over het verlenen van een erkenning of voorlopige erkenning niet in de weg.
3. Als een aanvraag is ingediend door een omroepvereniging als bedoeld in [artikel 2.25, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.25&z=2018-05-30&g=2018-05-30), bevat het advies een concreet voorstel voor het samengaan van deze aanvrager met een of meer andere aanvragers, gericht op de totstandkoming van een samenwerkingsomroep. De mate waarin aanvragers kunnen bijdragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau met inachtneming van hun in het media-aanbod te weerspiegelen identiteit, is bepalend voor de inhoud van het voorstel.
4. Als het advies een voorstel als bedoeld in het derde lid bevat, stelt Onze Minister na overweging van het advies, de betreffende aanvragers in de gelegenheid als samenwerkingsomroep gezamenlijk een nieuwe aanvraag in te dienen. [Artikel 2.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.30&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en het eerste lid zijn van toepassing.
3. Als een aanvraag is ingediend door een omroepvereniging als bedoeld in [artikel 2.25, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.25&z=2020-02-01&g=2020-02-01), bevat het advies een concreet voorstel voor het samengaan van deze aanvrager met een of meer andere aanvragers, gericht op de totstandkoming van een samenwerkingsomroep. De mate waarin aanvragers kunnen bijdragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau met inachtneming van hun in het media-aanbod te weerspiegelen identiteit, is bepalend voor de inhoud van het voorstel.
4. Als het advies een voorstel als bedoeld in het derde lid bevat, stelt Onze Minister na overweging van het advies, de betreffende aanvragers in de gelegenheid als samenwerkingsomroep gezamenlijk een nieuwe aanvraag in te dienen. [Artikel 2.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.30&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en het eerste lid zijn van toepassing.
##### Artikel 2.32
1. Onze Minister wijst een aanvraag voor een erkenning of een voorlopige erkenning af als de aanvrager niet voldoet aan de [artikelen 2.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.24a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24a&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.25, eerste lid, onderdelen a, b en d, en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.25&z=2018-05-30&g=2018-05-30), of [2.26, eerste lid, onderdelen a, b, en d tot en met g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.26&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
1. Onze Minister wijst een aanvraag voor een erkenning of een voorlopige erkenning af als de aanvrager niet voldoet aan de [artikelen 2.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.24a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24a&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.25, eerste lid, onderdelen a, b en d, en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.25&z=2020-02-01&g=2020-02-01), of [2.26, eerste lid, onderdelen a, b, en d tot en met g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.26&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
2. Onze Minister kan een aanvraag afwijzen als:
- a. de aanvrager blijkens de tweede evaluatie, bedoeld in [artikel 2.184, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.7&artikel=2.184&z=2018-05-30&g=2018-05-30), onvoldoende heeft bijgedragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau door de wijze waarop hij uitvoering heeft gegeven aan zijn publieke taak, bedoeld in [artikel 2.24, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24&z=2018-05-30&g=2018-05-30), of [2.24a, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24a&z=2018-05-30&g=2018-05-30);
- b. de aanvrager niet voldoet aan [artikel 2.30, eerste tot en met derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.30&z=2018-05-30&g=2018-05-30), of de krachtens artikel 2.30, vierde lid, gestelde eisen;
- a. de aanvrager blijkens de tweede evaluatie, bedoeld in [artikel 2.184, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.7&artikel=2.184&z=2020-02-01&g=2020-02-01), onvoldoende heeft bijgedragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau door de wijze waarop hij uitvoering heeft gegeven aan zijn publieke taak, bedoeld in [artikel 2.24, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24&z=2020-02-01&g=2020-02-01), of [2.24a, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24a&z=2020-02-01&g=2020-02-01);
- b. de aanvrager niet voldoet aan [artikel 2.30, eerste tot en met derde en vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.30&z=2020-02-01&g=2020-02-01), of de krachtens artikel 2.30, vierde lid, gestelde eisen;
- c. aannemelijk is dat de aanvrager zich, mede gelet op zijn handelwijze in een voorafgaande periode waarin hij een erkenning heeft gehad, niet zal houden aan het bepaalde bij of krachtens deze wet; of
@@ -788,21 +788,21 @@
- 2°. het door de aanvrager te verzorgen media-aanbod voldoet aan de daaraan bij of krachtens deze wet gestelde eisen; of
- 3°. de aanvrager bereid is tot samenwerking ten behoeve van de landelijk publieke mediadienst en zijn verantwoordelijkheid gewaarborgd is als bedoeld in [artikel 2.30, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.30&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
3. Onze Minister kan daarnaast een aanvraag afwijzen als de aanvraag niet uitgaat van een voorstel als bedoeld in [artikel 2.31, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.31&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
- 3°. de aanvrager bereid is tot samenwerking ten behoeve van de landelijk publieke mediadienst en zijn verantwoordelijkheid gewaarborgd is als bedoeld in [artikel 2.30, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.30&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
3. Onze Minister kan daarnaast een aanvraag afwijzen als de aanvraag niet uitgaat van een voorstel als bedoeld in [artikel 2.31, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.31&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
##### Artikel 2.33
1. Onze Minister trekt een erkenning of een voorlopige erkenning in als een instelling niet meer voldoet aan de [artikelen 2.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.24a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24a&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.25, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.25&z=2018-05-30&g=2018-05-30), of [2.26, eerste lid, onderdelen f en g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.26&z=2018-05-30&g=2018-05-30), dan wel niet voldoet aan artikel 2.25, eerste lid, onderdeel c, of 2.26, eerste lid, onderdeel c.
2. Onze Minister kan een erkenning of voorlopige erkenning intrekken als het Commissariaat aan de instelling binnen een jaar ten minste twee maal een bestuurlijke sanctie als bedoeld in [titel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=7&titeldeel=7.2&z=2018-05-30&g=2018-05-30) heeft opgelegd wegens overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet of [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20).
3. Onze Minister kan een erkenning of voorlopige erkenning daarnaast intrekken als bij de tweede evaluatie, bedoeld in [artikel 2.184, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.7&artikel=2.184&z=2018-05-30&g=2018-05-30), is vastgesteld dat de instelling onvoldoende heeft bijgedragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau door de wijze waarop zij uitvoering heeft gegeven aan de publieke taak, bedoeld in [artikel 2.24, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24&z=2018-05-30&g=2018-05-30), of [2.24a, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24a&z=2018-05-30&g=2018-05-30). [Artikel 2.31, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.31&z=2018-05-30&g=2018-05-30), is van overeenkomstige toepassing. Een besluit als bedoeld in de eerste volzin voorziet in het tijdstip met ingang waarvan de erkenning of voorlopige erkenning wordt ingetrokken. Dit tijdstip is niet later dan één jaar na de bekendmaking van het besluit, bedoeld in de eerste volzin.
1. Onze Minister trekt een erkenning of een voorlopige erkenning in als een instelling niet meer voldoet aan de [artikelen 2.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.24a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24a&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.25, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.25&z=2020-02-01&g=2020-02-01), of [2.26, eerste lid, onderdelen f en g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.26&z=2020-02-01&g=2020-02-01), dan wel niet voldoet aan artikel 2.25, eerste lid, onderdeel c, of 2.26, eerste lid, onderdeel c.
2. Onze Minister kan een erkenning of voorlopige erkenning intrekken als het Commissariaat aan de instelling binnen een jaar ten minste twee maal een bestuurlijke sanctie als bedoeld in [titel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=7&titeldeel=7.2&z=2020-02-01&g=2020-02-01) heeft opgelegd wegens overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet of [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20).
3. Onze Minister kan een erkenning of voorlopige erkenning daarnaast intrekken als bij de tweede evaluatie, bedoeld in [artikel 2.184, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.7&artikel=2.184&z=2020-02-01&g=2020-02-01), is vastgesteld dat de instelling onvoldoende heeft bijgedragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau door de wijze waarop zij uitvoering heeft gegeven aan de publieke taak, bedoeld in [artikel 2.24, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24&z=2020-02-01&g=2020-02-01), of [2.24a, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24a&z=2020-02-01&g=2020-02-01). [Artikel 2.31, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.31&z=2020-02-01&g=2020-02-01), is van overeenkomstige toepassing. Een besluit als bedoeld in de eerste volzin voorziet in het tijdstip met ingang waarvan de erkenning of voorlopige erkenning wordt ingetrokken. Dit tijdstip is niet later dan één jaar na de bekendmaking van het besluit, bedoeld in de eerste volzin.
4. Onze Minister kan op verzoek van de raad van bestuur een erkenning of voorlopige erkenning intrekken als:
- a. de raad van bestuur aan de instelling binnen de erkenningperiode twee maal een sanctie als bedoeld in [artikel 2.154](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.154&z=2018-05-30&g=2018-05-30) heeft opgelegd; of
- a. de raad van bestuur aan de instelling binnen de erkenningperiode twee maal een sanctie als bedoeld in [artikel 2.154](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.154&z=2020-02-01&g=2020-02-01) heeft opgelegd; of
- b. de instelling naar de mening van de raad van bestuur onvoldoende uitvoering geeft aan de bereidheid tot samenwerking ten behoeve van de landelijk publieke mediadienst.
@@ -822,7 +822,7 @@
3. De NTR heeft eveneens tot taak het voor de landelijke publieke mediadienst verzorgen van een breed en samenhangend educatief media-aanbod op het gebied van onderwijs, scholing en vorming.
4. De raad van bestuur kan de NTR belasten met het verzorgen van media-aanbod als bedoeld in [artikel 2.54, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.54&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
4. De raad van bestuur kan de NTR belasten met het verzorgen van media-aanbod als bedoeld in [artikel 2.54, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.54&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
##### Artikel 2.36
@@ -862,7 +862,7 @@
3. Ontslag is verder mogelijk op eigen verzoek.
4. De leden van de raad van toezicht kunnen gezamenlijk worden ontslagen, als bij de tweede evaluatie, bedoeld in [artikel 2.184, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.7&artikel=2.184&z=2018-05-30&g=2018-05-30), is vastgesteld dat de NTR onvoldoende heeft bijgedragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau door de wijze waarop zij uitvoering heeft gegeven aan de publieke taak, bedoeld in [artikel 2.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.3&artikel=2.35&z=2018-05-30&g=2018-05-30). In geval van een ontslag als bedoeld in de eerste volzin benoemt Onze Minister de leden van de nieuwe raad van toezicht.
4. De leden van de raad van toezicht kunnen gezamenlijk worden ontslagen, als bij de tweede evaluatie, bedoeld in [artikel 2.184, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.7&artikel=2.184&z=2020-02-01&g=2020-02-01), is vastgesteld dat de NTR onvoldoende heeft bijgedragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau door de wijze waarop zij uitvoering heeft gegeven aan de publieke taak, bedoeld in [artikel 2.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.3&artikel=2.35&z=2020-02-01&g=2020-02-01). In geval van een ontslag als bedoeld in de eerste volzin benoemt Onze Minister de leden van de nieuwe raad van toezicht.
5. De leden van de raad van toezicht ontvangen van de NTR een door Onze Minister vast te stellen vergoeding.
@@ -928,7 +928,7 @@
##### Artikel 2.50
Gedurende de concessieperiode, bedoeld in [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.19&z=2018-05-30&g=2018-05-30), wordt op ten minste drie algemene televisieprogrammakanalen en vijf algemene radioprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst programma-aanbod verzorgd en wordt op tenminste een aanbodkanaal een kosteloze mediadienst op aanvraag verzorgd die is bestemd voor de catch-up van de programma’s op de algemene programmakanalen.
Gedurende de concessieperiode, bedoeld in [artikel 2.19](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.19&z=2020-02-01&g=2020-02-01), wordt op ten minste drie algemene televisieprogrammakanalen en vijf algemene radioprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst programma-aanbod verzorgd en wordt op tenminste een aanbodkanaal een kosteloze mediadienst op aanvraag verzorgd die is bestemd voor de catch-up van de programma’s op de algemene programmakanalen.
##### Artikel 2.51
@@ -936,7 +936,7 @@
##### Artikel 2.52
Bij de coördinatie en ordening op en tussen de aanbodkanalen kan de raad van bestuur voorstellen voor programma’s toetsen aan de kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen voor het media-aanbod en het publieksbereik van de landelijke publieke mediadienst, vervat in het concessiebeleidsplan, de prestatieovereenkomst, bedoeld in [artikel 2.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.22&z=2018-05-30&g=2018-05-30), de profielen van de aanbodkanalen, de afspraken, bedoeld in [artikel 2.55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.55&z=2018-05-30&g=2018-05-30), de regeling, bedoeld in [artikel 2.57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.57&z=2018-05-30&g=2018-05-30), en de begroting, bedoeld in [artikel 2.147](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.1&artikel=2.147&z=2018-05-30&g=2018-05-30), en neemt zij [artikel 2.88](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.1&artikel=2.88&z=2018-05-30&g=2018-05-30) in acht.
Bij de coördinatie en ordening op en tussen de aanbodkanalen kan de raad van bestuur voorstellen voor programma’s toetsen aan de kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen voor het media-aanbod en het publieksbereik van de landelijke publieke mediadienst, vervat in het concessiebeleidsplan, de prestatieovereenkomst, bedoeld in [artikel 2.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.22&z=2020-02-01&g=2020-02-01), de profielen van de aanbodkanalen, de afspraken, bedoeld in [artikel 2.55](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.55&z=2020-02-01&g=2020-02-01), de regeling, bedoeld in [artikel 2.57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.57&z=2020-02-01&g=2020-02-01), en de begroting, bedoeld in [artikel 2.147](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.1&artikel=2.147&z=2020-02-01&g=2020-02-01), en neemt zij [artikel 2.88](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.1&artikel=2.88&z=2020-02-01&g=2020-02-01) in acht.
##### Artikel 2.53
@@ -952,7 +952,7 @@
##### Artikel 2.54
1. De raad van bestuur zorgt er in het kader van de coördinatie voor dat het media-aanbod op de aanbodkanalen van de landelijke publieke mediadienst past binnen de kaders van [artikel 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2018-05-30&g=2018-05-30), het concessiebeleidsplan en de profielen van de aanbodkanalen en voldoet aan de [artikelen 2.115](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.1&artikel=2.115&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.1&artikel=2.116&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [2.119 tot en met 2.123](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.1&artikel=2.119&z=2018-05-30&g=2018-05-30), alsmede dat de landelijke publieke media-instellingen beschikken over ruimte op de aanbodkanalen die nodig is om media-aanbod dat is vervaardigd met de budgetten, bedoeld in [artikel 2.149, eerste lid, onder a tot en met d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2018-05-30&g=2018-05-30), te kunnen plaatsen.
1. De raad van bestuur zorgt er in het kader van de coördinatie voor dat het media-aanbod op de aanbodkanalen van de landelijke publieke mediadienst past binnen de kaders van [artikel 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2020-02-01&g=2020-02-01), het concessiebeleidsplan en de profielen van de aanbodkanalen en voldoet aan de [artikelen 2.115](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.1&artikel=2.115&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.1&artikel=2.116&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [2.119 tot en met 2.123](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.1&artikel=2.119&z=2020-02-01&g=2020-02-01), alsmede dat de landelijke publieke media-instellingen beschikken over ruimte op de aanbodkanalen die nodig is om media-aanbod dat is vervaardigd met de budgetten, bedoeld in [artikel 2.149, eerste lid, onder a tot en met d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2020-02-01&g=2020-02-01), te kunnen plaatsen.
2. De raad van bestuur kan het initiatief nemen tot het verzorgen van media-aanbod door een landelijke publieke media-instelling op basis van een voorstel dat niet afkomstig is van de NPO of een landelijke publieke media-instelling.
@@ -976,15 +976,15 @@
1. Voor de coördinatie en ordening op en tussen de aanbodkanalen van het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst wordt de raad van bestuur bijgestaan door een redactie, die als volgt is samengesteld:
- a. de omroeporganisaties die een erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2018-05-30&g=2018-05-30), hebben verkregen, de NOS en de NTR benoemen elk een lid; en
- b. de omroepverenigingen die een voorlopige erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2018-05-30&g=2018-05-30), hebben verkregen worden vertegenwoordigd door het voor de NTR benoemde lid of het voor de omroeporganisatie, bedoeld in [artikel 2.26, eerste lid, onder f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.26&z=2018-05-30&g=2018-05-30), benoemde lid.
- a. de omroeporganisaties die een erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2020-02-01&g=2020-02-01), hebben verkregen, de NOS en de NTR benoemen elk een lid; en
- b. de omroepverenigingen die een voorlopige erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2020-02-01&g=2020-02-01), hebben verkregen worden vertegenwoordigd door het voor de NTR benoemde lid of het voor de omroeporganisatie, bedoeld in [artikel 2.26, eerste lid, onder f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.26&z=2020-02-01&g=2020-02-01), benoemde lid.
2. Het lidmaatschap van een redactie is onverenigbaar met het lidmaatschap van een orgaan van de NPO, een landelijke publieke media-instelling of een omroepvereniging die in een samenwerkingsomroep vertegenwoordigd is.
##### Artikel 2.57
Een regeling voor de coördinatie en ordening van het media-aanbod als bedoeld in [artikel 2.10, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.2&artikel=2.10&z=2018-05-30&g=2018-05-30), regelt in elk geval:
Een regeling voor de coördinatie en ordening van het media-aanbod als bedoeld in [artikel 2.10, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.2&artikel=2.10&z=2020-02-01&g=2020-02-01), regelt in elk geval:
- a. de wijze waarop de coördinatie en ordening van het media-aanbod op en tussen de verschillende aanbodkanalen plaatsvindt;
@@ -992,7 +992,7 @@
- c. de wijze waarop de raad van bestuur de bevoegdheid, bedoeld in artikel 2.54, tweede lid, gebruikt; en
- d. de wijze waarop de raad van bestuur het tot stand komen van afspraken als bedoeld in [artikel 2.55, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.55&z=2018-05-30&g=2018-05-30), bevordert.
- d. de wijze waarop de raad van bestuur het tot stand komen van afspraken als bedoeld in [artikel 2.55, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.55&z=2020-02-01&g=2020-02-01), bevordert.
##### Artikel 2.58
@@ -1000,13 +1000,13 @@
- a. een beschrijving van de wijze waarop door de NPO en de landelijke publieke media-instellingen op de verschillende aanbodkanalen uitvoering is gegeven aan de publieke mediaopdracht;
- b. de samenstelling van het media-aanbod van de publieke mediadienst op de programmakanalen en voor zover mogelijk op de overige aanbodkanalen, waaronder de uren die besteed zijn aan media-aanbod op de terreinen genoemd in [artikel 2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2018-05-30&g=2018-05-30);
- c. een rapportage over de realisering van de doelstellingen van de prestatieovereenkomst, bedoeld in [artikel 2.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.22&z=2018-05-30&g=2018-05-30);
- d. de naleving van de [artikelen 2.115 tot en met 2.123](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.1&artikel=2.115&z=2018-05-30&g=2018-05-30); en
- e. de naleving van de gedragscode, bedoeld in [artikel 2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.1&artikel=2.3&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
- b. de samenstelling van het media-aanbod van de publieke mediadienst op de programmakanalen en voor zover mogelijk op de overige aanbodkanalen, waaronder de uren die besteed zijn aan media-aanbod op de terreinen genoemd in [artikel 2.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2020-02-01&g=2020-02-01);
- c. een rapportage over de realisering van de doelstellingen van de prestatieovereenkomst, bedoeld in [artikel 2.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.22&z=2020-02-01&g=2020-02-01);
- d. de naleving van de [artikelen 2.115 tot en met 2.123](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.1&artikel=2.115&z=2020-02-01&g=2020-02-01); en
- e. de naleving van de gedragscode, bedoeld in [artikel 2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.1&artikel=2.3&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
##### Artikel 2.59
@@ -1016,7 +1016,7 @@
##### Artikel 2.60
1. Onverminderd [artikel 2.88, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.1&artikel=2.88&z=2018-05-30&g=2018-05-30), zijn de regelingen, bedoeld in [artikel 2.10, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.2&artikel=2.10&z=2018-05-30&g=2018-05-30), en de overige besluiten die de raad van bestuur of de door hem gemandateerden nemen in de uitoefening van hun taken, bindend voor de landelijke publieke media-instellingen, voor zover die regelingen en besluiten hen aangaan.
1. Onverminderd [artikel 2.88, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.1&artikel=2.88&z=2020-02-01&g=2020-02-01), zijn de regelingen, bedoeld in [artikel 2.10, tweede lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.2&artikel=2.10&z=2020-02-01&g=2020-02-01), en de overige besluiten die de raad van bestuur of de door hem gemandateerden nemen in de uitoefening van hun taken, bindend voor de landelijke publieke media-instellingen, voor zover die regelingen en besluiten hen aangaan.
2. De raad van bestuur ziet er op toe dat de regelingen en besluiten worden nageleefd.
@@ -1046,13 +1046,13 @@
##### Artikel 2.63
1. Als meer dan één lokale instelling in een gemeente aan de eisen, bedoeld in [artikel 2.61, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1a&artikel=2.61&z=2018-05-30&g=2018-05-30), voldoet, bevordert het college van burgemeester en wethouders voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is het samengaan van die instellingen.
1. Als meer dan één lokale instelling in een gemeente aan de eisen, bedoeld in [artikel 2.61, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1a&artikel=2.61&z=2020-02-01&g=2020-02-01), voldoet, bevordert het college van burgemeester en wethouders voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is het samengaan van die instellingen.
2. Er kan per gemeente slechts één lokale publieke media-instelling worden aangewezen, waarbij het Commissariaat acht slaat op alle factoren die voor het functioneren van de instelling van belang kunnen zijn.
##### Artikel 2.64
1. Een instelling die de publieke mediaopdracht wil uitvoeren voor meer dan één provincie of gemeente, wordt alleen dan voor dat gebied aangewezen, als provinciale staten of de gemeenteraden van de desbetreffende provincies of gemeenten het in [artikel 2.61, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1a&artikel=2.61&z=2018-05-30&g=2018-05-30) bedoelde advies gezamenlijk hebben uitgebracht.
1. Een instelling die de publieke mediaopdracht wil uitvoeren voor meer dan één provincie of gemeente, wordt alleen dan voor dat gebied aangewezen, als provinciale staten of de gemeenteraden van de desbetreffende provincies of gemeenten het in [artikel 2.61, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1a&artikel=2.61&z=2020-02-01&g=2020-02-01) bedoelde advies gezamenlijk hebben uitgebracht.
2. Het Commissariaat stelt provinciale staten en de gemeenteraden van de desbetreffende provincies of gemeenten in kennis van een aanvraag van een instelling als bedoeld in het eerste lid.
@@ -1064,15 +1064,15 @@
##### Artikel 2.66
1. Provinciale staten brengen dan wel de gemeenteraad brengt tijdens de aanwijzingsperiode ten minste eenmaal aan het Commissariaat advies uit over de vraag of een aangewezen regionale of lokale publieke media-instelling naar hun of zijn mening nog voldoet aan de eisen van [artikel 2.61, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1a&artikel=2.61&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
2. Als tijdens de aanwijzingsperiode bij het Commissariaat ernstige twijfel bestaat of de regionale of lokale publieke media-instelling nog aan de eisen van [artikel 2.61, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1a&artikel=2.61&z=2018-05-30&g=2018-05-30), voldoet, kan hij een tussentijds advies vragen.
1. Provinciale staten brengen dan wel de gemeenteraad brengt tijdens de aanwijzingsperiode ten minste eenmaal aan het Commissariaat advies uit over de vraag of een aangewezen regionale of lokale publieke media-instelling naar hun of zijn mening nog voldoet aan de eisen van [artikel 2.61, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1a&artikel=2.61&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
2. Als tijdens de aanwijzingsperiode bij het Commissariaat ernstige twijfel bestaat of de regionale of lokale publieke media-instelling nog aan de eisen van [artikel 2.61, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1a&artikel=2.61&z=2020-02-01&g=2020-02-01), voldoet, kan hij een tussentijds advies vragen.
##### Artikel 2.67
1. Het Commissariaat trekt een aanwijzing in, als de desbetreffende regionale of lokale publieke media-instelling niet meer voldoet aan de eisen van [artikel 2.61, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1a&artikel=2.61&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
2. Het Commissariaat trekt de aanwijzing van een regionale of lokale publieke media-instelling die niet meer voldoet aan [artikel 2.61, tweede lid, onderdelen b of c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1a&artikel=2.61&z=2018-05-30&g=2018-05-30), pas in nadat de desbetreffende media-instelling gedurende vier maanden, gerekend van de dag waarop het desbetreffende feit is geconstateerd, in de gelegenheid is gesteld opnieuw aan dit vereiste te voldoen en zij daarin niet is geslaagd.
1. Het Commissariaat trekt een aanwijzing in, als de desbetreffende regionale of lokale publieke media-instelling niet meer voldoet aan de eisen van [artikel 2.61, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1a&artikel=2.61&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
2. Het Commissariaat trekt de aanwijzing van een regionale of lokale publieke media-instelling die niet meer voldoet aan [artikel 2.61, tweede lid, onderdelen b of c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1a&artikel=2.61&z=2020-02-01&g=2020-02-01), pas in nadat de desbetreffende media-instelling gedurende vier maanden, gerekend van de dag waarop het desbetreffende feit is geconstateerd, in de gelegenheid is gesteld opnieuw aan dit vereiste te voldoen en zij daarin niet is geslaagd.
##### Artikel 2.68
@@ -1080,7 +1080,7 @@
- a. de regionale of lokale publieke media-instelling in een periode van een jaar geen media-aanbod dat voldoet aan de eisen van deze wet heeft verzorgd en dat aanbod gedurende een ononderbroken periode van ten minste twee maanden is verspreid; of
- b. het Commissariaat aan de regionale of lokale publieke media-instelling binnen een periode van een jaar ten minste twee maal een bestuurlijke sanctie als bedoeld in [titel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=7&titeldeel=7.2&z=2018-05-30&g=2018-05-30) heeft opgelegd voor overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet of [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20).
- b. het Commissariaat aan de regionale of lokale publieke media-instelling binnen een periode van een jaar ten minste twee maal een bestuurlijke sanctie als bedoeld in [titel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=7&titeldeel=7.2&z=2020-02-01&g=2020-02-01) heeft opgelegd voor overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet of [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20).
2. Het Commissariaat beslist pas over intrekking op grond van het eerste lid, onderdeel a, nadat hij gedeputeerde staten respectievelijk het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende provincie of gemeente in de gelegenheid heeft gesteld binnen een door het Commissariaat te stellen redelijke termijn hun zienswijze te geven.
@@ -1094,7 +1094,7 @@
- b. de termijn waarbinnen beslissingen op de aanvragen worden genomen;
- c. de termijn waarop adviezen als bedoeld in [artikel 2.61, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1a&artikel=2.61&z=2018-05-30&g=2018-05-30) worden uitgebracht; en
- c. de termijn waarop adviezen als bedoeld in [artikel 2.61, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1a&artikel=2.61&z=2020-02-01&g=2020-02-01) worden uitgebracht; en
- d. de termijn waarop beslissingen over aanwijzing of intrekking van een aanwijzing in werking treden.
@@ -1114,11 +1114,11 @@
2. De overeenkomst wordt overgelegd aan het Commissariaat.
3. Bij een samenwerkingsovereenkomst voor de verzorging van programma-aanbod kan in afwijking van [artikel 2.70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.2&artikel=2.70&z=2018-05-30&g=2018-05-30) het programma-aanbod van de lokale publieke mediadienst:
3. Bij een samenwerkingsovereenkomst voor de verzorging van programma-aanbod kan in afwijking van [artikel 2.70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.2&artikel=2.70&z=2020-02-01&g=2020-02-01) het programma-aanbod van de lokale publieke mediadienst:
- a. voor ten minste vijftig procent van de duur bestaan uit aanbod dat in het bijzonder betrekking heeft op de gemeente waarvoor het programma-aanbod bestemd is, of op de provincie waarbinnen die gemeente ligt; en
- b. voor ten minste het percentage, bedoeld in [artikel 2.70, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.2&artikel=2.70&z=2018-05-30&g=2018-05-30), bestaan uit aanbod dat:
- b. voor ten minste het percentage, bedoeld in [artikel 2.70, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.2&artikel=2.70&z=2020-02-01&g=2020-02-01), bestaan uit aanbod dat:
- 1°. geproduceerd is door de lokale publieke media-instelling zelf;
@@ -1224,7 +1224,7 @@
- b. waarborgen voor redactionele onafhankelijkheid ten opzichte van adverteerders, sponsors en anderen die bijdragen hebben verstrekt voor de totstandkoming van media-aanbod.
4. De NTR en omroeporganisaties, waaraan omroepverenigingen die een voorlopige erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2018-05-30&g=2018-05-30), hebben verkregen, de verzorging van hun media-aanbod hebben opgedragen, dragen ervoor zorg dat de verantwoordelijkheid van die omroepverenigingen in de samenwerking is gewaarborgd.
4. De NTR en omroeporganisaties, waaraan omroepverenigingen die een voorlopige erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2020-02-01&g=2020-02-01), hebben verkregen, de verzorging van hun media-aanbod hebben opgedragen, dragen ervoor zorg dat de verantwoordelijkheid van die omroepverenigingen in de samenwerking is gewaarborgd.
### Afdeling 2.5.2. Reclame en telewinkelen
@@ -1242,7 +1242,7 @@
##### Artikel 2.90
Behoudens toestemming van het Commissariaat bevat het media-aanbod van de publieke mediadiensten geen oproepen in het kader van ledenwerving, andere verenigingsactiviteiten of nevenactiviteiten als bedoeld in [afdeling 2.5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
Behoudens toestemming van het Commissariaat bevat het media-aanbod van de publieke mediadiensten geen oproepen in het kader van ledenwerving, andere verenigingsactiviteiten of nevenactiviteiten als bedoeld in [afdeling 2.5.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
##### Artikel 2.91
@@ -1294,7 +1294,7 @@
- b. op zondagen niet direct vooraf gaan aan of direct aansluiten op programma’s van kerkelijke of geestelijke aard, tenzij de instelling die voor de inhoud van zodanig programma verantwoordelijk is daartegen geen bezwaar heeft gemaakt; en
- c. niet in programma’s worden opgenomen, behoudens het bepaalde in [artikel 2.97](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.2¶graaf=2.5.2.2&artikel=2.97&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
- c. niet in programma’s worden opgenomen, behoudens het bepaalde in [artikel 2.97](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.2¶graaf=2.5.2.2&artikel=2.97&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
2. Telewinkelboodschappen in het programma-aanbod duren elk ten hoogste één minuut en een blok als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, bestaat voor ten hoogste tweederde van de duur uit telewinkelboodschappen.
@@ -1318,7 +1318,7 @@
##### Artikel 2.98
De [artikelen 2.94 tot en met 2.97](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.2¶graaf=2.5.2.2&artikel=2.94&z=2018-05-30&g=2018-05-30) zijn zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing op het overige media-aanbod van de publieke mediadiensten. Wat betreft de toepassing van [artikel 2.96, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.2¶graaf=2.5.2.2&artikel=2.96&z=2018-05-30&g=2018-05-30), geldt de vorige volzin uitsluitend voor het overige media-aanbod met beeldinhoud, al dan niet mede met geluidsinhoud.
De [artikelen 2.94 tot en met 2.97](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.2¶graaf=2.5.2.2&artikel=2.94&z=2020-02-01&g=2020-02-01) zijn zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing op het overige media-aanbod van de publieke mediadiensten. Wat betreft de toepassing van [artikel 2.96, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.2¶graaf=2.5.2.2&artikel=2.96&z=2020-02-01&g=2020-02-01), geldt de vorige volzin uitsluitend voor het overige media-aanbod met beeldinhoud, al dan niet mede met geluidsinhoud.
#### Paragraaf 2.5.2.2. Specifieke voorschriften
@@ -1420,7 +1420,7 @@
##### Artikel 2.108
1. In gesponsord media-aanbod mogen producten of diensten van een sponsor worden vermeld of getoond, behalve als deze een bijdrage in geld heeft gegeven en onverminderd [artikel 2.88b, derde lid, aanhef en onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.1&artikel=2.88b&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
1. In gesponsord media-aanbod mogen producten of diensten van een sponsor worden vermeld of getoond, behalve als deze een bijdrage in geld heeft gegeven en onverminderd [artikel 2.88b, derde lid, aanhef en onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.1&artikel=2.88b&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
2. Het Commissariaat kan toestemming verlenen voor het vermelden of vertonen van de naam, het (beeld)merk, producten of diensten van sponsors in de titel van gesponsord media-aanbod, mits het publiek niet rechtstreeks door middel van specifieke aanprijzingen wordt aangespoord tot het kopen of huren van producten of afname van diensten van de sponsors.
@@ -1440,13 +1440,13 @@
##### Artikel 2.111
1. Als de raad van bestuur binnen twee weken na ontvangst van het afschrift van de sponsorovereenkomst, of in het geval van [artikel 2.110, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.3&artikel=2.110&z=2018-05-30&g=2018-05-30), vóór de beoogde datum van verspreiding, schriftelijk heeft meegedeeld dat de sponsorovereenkomst in strijd is met het gemeenschappelijke belang van de landelijke publieke mediadienst, wordt het media-aanbod waarop de overeenkomst betrekking heeft niet verspreid, tenzij de overeenkomst wordt ontbonden of gewijzigd.
1. Als de raad van bestuur binnen twee weken na ontvangst van het afschrift van de sponsorovereenkomst, of in het geval van [artikel 2.110, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.3&artikel=2.110&z=2020-02-01&g=2020-02-01), vóór de beoogde datum van verspreiding, schriftelijk heeft meegedeeld dat de sponsorovereenkomst in strijd is met het gemeenschappelijke belang van de landelijke publieke mediadienst, wordt het media-aanbod waarop de overeenkomst betrekking heeft niet verspreid, tenzij de overeenkomst wordt ontbonden of gewijzigd.
2. In het geval de raad van bestuur aanvullende informatie verlangt, moet voor de toepassing van het eerste lid de schriftelijke mededeling zijn gegeven binnen twee weken nadat de aanvullende informatie is ontvangen.
##### Artikel 2.112
De [artikelen 2.110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.3&artikel=2.110&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [2.111](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.3&artikel=2.111&z=2018-05-30&g=2018-05-30) zijn van overeenkomstige toepassing op de wijziging van een sponsorovereenkomst.
De [artikelen 2.110](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.3&artikel=2.110&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [2.111](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.3&artikel=2.111&z=2020-02-01&g=2020-02-01) zijn van overeenkomstige toepassing op de wijziging van een sponsorovereenkomst.
##### Artikel 2.113
@@ -1454,7 +1454,7 @@
##### Artikel 2.114
De [artikelen 2.107 tot en met 2.113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.3&artikel=2.107&z=2018-05-30&g=2018-05-30) zijn van overeenkomstige toepassing als een andere instelling dan bedoeld in de begripsomschrijving van sponsoring in [artikel 1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=1&artikel=1.1&z=2018-05-30&g=2018-05-30) een bijdrage heeft gegeven voor de productie of aankoop van media-aanbod om de verspreiding daarvan te bevorderen of mogelijk te maken.
De [artikelen 2.107 tot en met 2.113](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.3&artikel=2.107&z=2020-02-01&g=2020-02-01) zijn van overeenkomstige toepassing als een andere instelling dan bedoeld in de begripsomschrijving van sponsoring in [artikel 1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=1&artikel=1.1&z=2020-02-01&g=2020-02-01) een bijdrage heeft gegeven voor de productie of aankoop van media-aanbod om de verspreiding daarvan te bevorderen of mogelijk te maken.
### Afdeling 2.5.4. Europese producties, onafhankelijke producties, Nederlands- en Friestalige producties en films
@@ -1466,13 +1466,13 @@
##### Artikel 2.116
1. Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld hoeveel procent van het totaal van de budgetten, bedoeld in [artikel 2.149, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2018-05-30&g=2018-05-30), met uitzondering van onderdeel e, wordt besteed aan Europese producties als bedoeld in artikel 1 van de Europese richtlijn die kunnen worden aangemerkt als onafhankelijke productie. Het percentage, bedoeld in de vorige volzin, wordt vastgesteld op ten minste tien en ten hoogste twintig procent.
2. Op elk van de televisieprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst bestaat het programma-aanbod uit ten minste tien procent van de duur uit producties als bedoeld in [artikel 2.115](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.1&artikel=2.115&z=2018-05-30&g=2018-05-30) die kunnen worden aangemerkt als onafhankelijke productie.
1. Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld hoeveel procent van het totaal van de budgetten, bedoeld in [artikel 2.149, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2020-02-01&g=2020-02-01), met uitzondering van onderdeel e, wordt besteed aan Europese producties als bedoeld in artikel 1 van de Europese richtlijn die kunnen worden aangemerkt als onafhankelijke productie. Het percentage, bedoeld in de vorige volzin, wordt vastgesteld op ten minste tien en ten hoogste twintig procent.
2. Op elk van de televisieprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst bestaat het programma-aanbod uit ten minste tien procent van de duur uit producties als bedoeld in [artikel 2.115](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.1&artikel=2.115&z=2020-02-01&g=2020-02-01) die kunnen worden aangemerkt als onafhankelijke productie.
##### Artikel 2.117
Op elk van de televisieprogrammakanalen van de regionale publieke mediadienst bestaat het programma-aanbod voor ten minste tien procent van de duur uit producties als bedoeld in [artikel 2.115](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.1&artikel=2.115&z=2018-05-30&g=2018-05-30) die kunnen worden aangemerkt als onafhankelijke productie.
Op elk van de televisieprogrammakanalen van de regionale publieke mediadienst bestaat het programma-aanbod voor ten minste tien procent van de duur uit producties als bedoeld in [artikel 2.115](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.1&artikel=2.115&z=2020-02-01&g=2020-02-01) die kunnen worden aangemerkt als onafhankelijke productie.
##### Artikel 2.118
@@ -1480,7 +1480,7 @@
##### Artikel 2.119
Ten minste een derde deel van de programma’s, bedoeld in de [artikelen 2.116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.1&artikel=2.116&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [2.117](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.1&artikel=2.117&z=2018-05-30&g=2018-05-30), is niet ouder dan vijf jaar.
Ten minste een derde deel van de programma’s, bedoeld in de [artikelen 2.116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.1&artikel=2.116&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [2.117](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.1&artikel=2.117&z=2020-02-01&g=2020-02-01), is niet ouder dan vijf jaar.
##### Artikel 2.120
@@ -1500,13 +1500,13 @@
2. Bij algemene maatregel van bestuur:
- a. kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste lid en de [artikelen 2.116 tot en met 2.119](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.1&artikel=2.116&z=2018-05-30&g=2018-05-30); en
- a. kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste lid en de [artikelen 2.116 tot en met 2.119](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.1&artikel=2.116&z=2020-02-01&g=2020-02-01); en
- b. kan worden bepaald dat in andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen media-aanbod wordt aangemerkt als onafhankelijke productie.
##### Artikel 2.121
Voor de toepassing van de [artikelen 2.116 tot en met 2.120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.1&artikel=2.116&z=2018-05-30&g=2018-05-30) blijft buiten beschouwing media-aanbod:
Voor de toepassing van de [artikelen 2.116 tot en met 2.120](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.1&artikel=2.116&z=2020-02-01&g=2020-02-01) blijft buiten beschouwing media-aanbod:
- a. dat bestaat uit nieuws;
@@ -1536,7 +1536,7 @@
##### Artikel 2.123
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de ondertiteling van televisieprogramma-aanbod, waarbij onder meer kan worden bepaald welk percentage van het televisieprogramma-aanbod van de landelijke publieke mediadienst bestaat uit producties als bedoeld in [artikel 2.122, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.2&artikel=2.122&z=2018-05-30&g=2018-05-30), die voorzien zijn van ondertiteling ten behoeve van personen met een auditieve beperking.
1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de ondertiteling van televisieprogramma-aanbod, waarbij onder meer kan worden bepaald welk percentage van het televisieprogramma-aanbod van de landelijke publieke mediadienst bestaat uit producties als bedoeld in [artikel 2.122, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.2&artikel=2.122&z=2020-02-01&g=2020-02-01), die voorzien zijn van ondertiteling ten behoeve van personen met een auditieve beperking.
2. Het Commissariaat kan in bijzondere gevallen geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van een verplichting betreffende het percentage, bedoeld in het eerste lid. Het Commissariaat kan aan een ontheffing voorschriften verbinden.
@@ -1590,7 +1590,7 @@
1. De NPO en de publieke media-instellingen mogen alleen na voorafgaande toestemming van het Commissariaat nevenactiviteiten verrichten.
2. Nevenactiviteiten zijn activiteiten, directe of indirecte deelnemingen in rechtspersonen daaronder begrepen, die niet rechtstreeks verband houden met of ten dienste staan van de uitvoering van de publieke mediaopdracht, met uitzondering van verenigingsactiviteiten als bedoeld in [artikel 2.136](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.136&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
2. Nevenactiviteiten zijn activiteiten, directe of indirecte deelnemingen in rechtspersonen daaronder begrepen, die niet rechtstreeks verband houden met of ten dienste staan van de uitvoering van de publieke mediaopdracht, met uitzondering van verenigingsactiviteiten als bedoeld in [artikel 2.136](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.136&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
3. Toestemming kan alleen worden gegeven als een nevenactiviteit verband houdt met of ten dienste staat van de verwezenlijking van de publieke mediaopdracht en direct gerelateerd is aan het media-aanbod van de publieke media-instelling, op marktconforme wijze wordt verricht en ten minste kostendekkend is.
@@ -1614,7 +1614,7 @@
##### Artikel 2.133
Op overeenkomsten ter zake van nevenactiviteiten die er toe strekken om rechten op en de bekendheid van media-aanbod dat voor de landelijke publieke mediadienst is verzorgd of daaraan verbonden namen en merken buiten de publieke mediadienst te exploiteren, zijn de [artikelen 2.110 tot en met 2.112](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.3&artikel=2.110&z=2018-05-30&g=2018-05-30) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn, bedoeld in [artikel 2.111, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.3&artikel=2.111&z=2018-05-30&g=2018-05-30), twee maanden is.
Op overeenkomsten ter zake van nevenactiviteiten die er toe strekken om rechten op en de bekendheid van media-aanbod dat voor de landelijke publieke mediadienst is verzorgd of daaraan verbonden namen en merken buiten de publieke mediadienst te exploiteren, zijn de [artikelen 2.110 tot en met 2.112](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.3&artikel=2.110&z=2020-02-01&g=2020-02-01) van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn, bedoeld in [artikel 2.111, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.3&artikel=2.111&z=2020-02-01&g=2020-02-01), twee maanden is.
##### Artikel 2.134
@@ -1622,7 +1622,7 @@
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het verrichten van nevenactiviteiten.
3. De instellingen die nevenactiviteiten willen verrichten, tonen desgevraagd ten genoegen van het Commissariaat aan dat de nevenactiviteiten voldoen aan het bepaalde bij of krachtens [artikel 2.132](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.132&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en dit artikel.
3. De instellingen die nevenactiviteiten willen verrichten, tonen desgevraagd ten genoegen van het Commissariaat aan dat de nevenactiviteiten voldoen aan het bepaalde bij of krachtens [artikel 2.132](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.132&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en dit artikel.
##### Artikel 2.135
@@ -1632,7 +1632,7 @@
##### Artikel 2.136
1. Omroeporganisaties die een erkenning of een voorlopige erkenning als bedoeld in [artikel 2.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2018-05-30&g=2018-05-30) hebben verkregen, kunnen netto inkomsten uit contributies en verenigingsactiviteiten en, tot ten hoogste een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag en volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen nadere regels uit programmabladen gebruiken voor eigen verenigingsactiviteiten.
1. Omroeporganisaties die een erkenning of een voorlopige erkenning als bedoeld in [artikel 2.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2020-02-01&g=2020-02-01) hebben verkregen, kunnen netto inkomsten uit contributies en verenigingsactiviteiten en, tot ten hoogste een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bedrag en volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen nadere regels uit programmabladen gebruiken voor eigen verenigingsactiviteiten.
2. Verenigingsactiviteiten zijn activiteiten die:
@@ -1640,7 +1640,7 @@
- b. gebruikelijk zijn in een actief functionerende vereniging om de band met en tussen de leden te versterken.
3. Onder verenigingsactiviteiten als bedoeld in het eerste lid worden ook verstaan activiteiten van een stichting die samenwerkingsomroep is en die een erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2018-05-30&g=2018-05-30), heeft verkregen, en welke activiteiten:
3. Onder verenigingsactiviteiten als bedoeld in het eerste lid worden ook verstaan activiteiten van een stichting die samenwerkingsomroep is en die een erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2020-02-01&g=2020-02-01), heeft verkregen, en welke activiteiten:
- a. redelijkerwijs nodig zijn voor het goed functioneren van de stichting en haar organen; of
@@ -1658,15 +1658,15 @@
##### Artikel 2.138
1. Als een omroeporganisatie voornemens is na afloop van de periode waarvoor een erkenning of een voorlopige erkenning als bedoeld in [artikel 2.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2018-05-30&g=2018-05-30) is verleend een commerciële omroepdienst te verzorgen of een belang te verwerven in een commerciële media-instelling, meldt zij dit aan het Commissariaat.
1. Als een omroeporganisatie voornemens is na afloop van de periode waarvoor een erkenning of een voorlopige erkenning als bedoeld in [artikel 2.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2020-02-01&g=2020-02-01) is verleend een commerciële omroepdienst te verzorgen of een belang te verwerven in een commerciële media-instelling, meldt zij dit aan het Commissariaat.
2. Na de melding kan de omroeporganisatie in het laatste jaar van de erkenningperiode activiteiten verrichten die noodzakelijk zijn om te zorgen dat zij of de rechtspersoon waarin zij een belang verwerft na afloop van de erkenningperiode een commerciële omroepdienst kan verzorgen.
3. Tijdens de periode dat een omroeporganisatie activiteiten als bedoeld in het tweede lid verricht, is [artikel 2.33, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.33&z=2018-05-30&g=2018-05-30), niet van toepassing en wordt zij beschouwd als omroeporganisatie.
3. Tijdens de periode dat een omroeporganisatie activiteiten als bedoeld in het tweede lid verricht, is [artikel 2.33, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.33&z=2020-02-01&g=2020-02-01), niet van toepassing en wordt zij beschouwd als omroeporganisatie.
##### Artikel 2.139
1. De landelijke publieke media-instellingen stellen de volgende gegevens van hun programma-aanbod ter beschikking van de NPO: per programma de titel, een korte omschrijving, de naam van de landelijke publieke media-instelling die het programma verzorgt, het programmakanaal waarop het programma wordt verspreid, de datum en het tijdstip van verspreiding, en de classificatie, bedoeld in [artikel 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=4&artikel=4.2&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
1. De landelijke publieke media-instellingen stellen de volgende gegevens van hun programma-aanbod ter beschikking van de NPO: per programma de titel, een korte omschrijving, de naam van de landelijke publieke media-instelling die het programma verzorgt, het programmakanaal waarop het programma wordt verspreid, de datum en het tijdstip van verspreiding, en de classificatie, bedoeld in [artikel 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=4&artikel=4.2&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
2. De landelijke publieke media-instellingen aanvaarden dat de NPO de gegevens voor vermenigvuldiging en openbaarmaking aan het publiek via gedrukte of elektronische programmagidsen ter beschikking stelt aan de omroeporganisaties en tegen een marktconforme vergoeding aan andere afnemers die daarom verzoeken.
@@ -1750,11 +1750,11 @@
##### Artikel 2.149
1. Onze Minister stelt jaarlijks vóór 1 december met inachtneming van [artikel 2.148a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.148a&z=2018-05-30&g=2018-05-30) de budgetten van de landelijke publieke mediadienst voor het komende jaar vast voor:
- a. de verzorging van het media-aanbod van de omroeporganisaties die een erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2018-05-30&g=2018-05-30), hebben verkregen, gezamenlijk;
- b. de verzorging van het media-aanbod van de omroepverenigingen die een voorlopige erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2018-05-30&g=2018-05-30), hebben verkregen, gezamenlijk;
1. Onze Minister stelt jaarlijks vóór 1 december met inachtneming van [artikel 2.148a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.148a&z=2020-02-01&g=2020-02-01) de budgetten van de landelijke publieke mediadienst voor het komende jaar vast voor:
- a. de verzorging van het media-aanbod van de omroeporganisaties die een erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2020-02-01&g=2020-02-01), hebben verkregen, gezamenlijk;
- b. de verzorging van het media-aanbod van de omroepverenigingen die een voorlopige erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2020-02-01&g=2020-02-01), hebben verkregen, gezamenlijk;
- c. de verzorging van het media-aanbod van de NOS;
@@ -1768,31 +1768,31 @@
##### Artikel 2.150
1. Het budget, bedoeld in [artikel 2.149, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2018-05-30&g=2018-05-30), bedraagt vijftig procent van het totaal van de budgetten, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, onderdelen a en b, en dertig procent van het totaal van de budgetten, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, onderdelen c en d.
1. Het budget, bedoeld in [artikel 2.149, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2020-02-01&g=2020-02-01), bedraagt vijftig procent van het totaal van de budgetten, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, onderdelen a en b, en dertig procent van het totaal van de budgetten, bedoeld in artikel 2.149, eerste lid, onderdelen c en d.
2. Onder versterking van het media-aanbod wordt verstaan stimulering van de verzorging van media-aanbod en samenwerking ter bevordering van de pluriformiteit van het media-aanbod.
3. Het budget komt geheel ten goede aan media-aanbod van de omroeporganisaties, de NOS en de NTR.
4. Het media-aanbod, bedoeld in [artikel 2.54, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.54&z=2018-05-30&g=2018-05-30), komt ten laste van het budget, bedoeld in [artikel 2.149, eerste lid, onder f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
4. Het media-aanbod, bedoeld in [artikel 2.54, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.54&z=2020-02-01&g=2020-02-01), komt ten laste van het budget, bedoeld in [artikel 2.149, eerste lid, onder f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
##### Artikel 2.151
1. Onze Minister stelt de budgetten door tussenkomst van het Commissariaat ter beschikking van de raad van bestuur.
2. De budgetten, bedoeld in [artikel 2.149, eerste lid, onderdelen e en f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2018-05-30&g=2018-05-30), besteedt de raad van bestuur aan de daar genoemde doelen.
2. De budgetten, bedoeld in [artikel 2.149, eerste lid, onderdelen e en f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2020-02-01&g=2020-02-01), besteedt de raad van bestuur aan de daar genoemde doelen.
##### Artikel 2.152
De raad van bestuur verdeelt het budget, bedoeld in [artikel 2.149, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2018-05-30&g=2018-05-30), over de omroeporganisaties die een erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2018-05-30&g=2018-05-30), hebben verkregen zodanig dat elke omroeporganisatie een bedrag ontvangt waarvan de omvang wordt berekend naar rato van het aantal omroepverenigingen, overeenkomstig de formule
De raad van bestuur verdeelt het budget, bedoeld in [artikel 2.149, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2020-02-01&g=2020-02-01), over de omroeporganisaties die een erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2020-02-01&g=2020-02-01), hebben verkregen zodanig dat elke omroeporganisatie een bedrag ontvangt waarvan de omvang wordt berekend naar rato van het aantal omroepverenigingen, overeenkomstig de formule
(v : tv) * b, waarbij
v = het aantal omroepverenigingen als bedoeld in [artikel 2.25, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 2°, en derde lid, onderdeel b, onder 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.25&z=2018-05-30&g=2018-05-30), waaruit de omroeporganisatie die een erkenning heeft verkregen, is gevormd, gerekend vanaf een bij ministeriële regeling te bepalen moment;
v = het aantal omroepverenigingen als bedoeld in [artikel 2.25, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 2°, en derde lid, onderdeel b, onder 2°](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.25&z=2020-02-01&g=2020-02-01), waaruit de omroeporganisatie die een erkenning heeft verkregen, is gevormd, gerekend vanaf een bij ministeriële regeling te bepalen moment;
tv = alle omroepverenigingen waaruit alle omroeporganisaties die een erkenning hebben verkregen, zijn gevormd, gerekend vanaf een bij ministeriële regeling te bepalen moment; en
b = het budget, bedoeld in [artikel 2.149, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
b = het budget, bedoeld in [artikel 2.149, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
##### Artikel 2.153
@@ -1806,7 +1806,7 @@
- b. een omroeporganisatie naar de mening van de raad van bestuur onvoldoende uitvoering geeft aan de bereidheid tot samenwerking ten behoeve van de landelijke publieke mediadienst.
2. Ingehouden bedragen worden toegevoegd aan het budget, bedoeld in [artikel 2.149, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
2. Ingehouden bedragen worden toegevoegd aan het budget, bedoeld in [artikel 2.149, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
##### Artikel 2.155
@@ -1818,9 +1818,9 @@
##### Artikel 2.157
1. De landelijke publieke media-instellingen ontvangen voorschotten volgens bij ministeriële regeling te stellen regels. De NTR en de omroeporganisaties, bedoeld in [artikel 2.26, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.26&z=2018-05-30&g=2018-05-30), ontvangen tevens de bedragen ten beheer die zijn gemoeid met de bevoorschotting van de omroepverenigingen die een voorlopige erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2018-05-30&g=2018-05-30), hebben verkregen.
2. Als een instelling zijn jaarrekening, bedoeld in [artikel 2.171, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.1&artikel=2.171&z=2018-05-30&g=2018-05-30), niet tijdig indient:
1. De landelijke publieke media-instellingen ontvangen voorschotten volgens bij ministeriële regeling te stellen regels. De NTR en de omroeporganisaties, bedoeld in [artikel 2.26, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.26&z=2020-02-01&g=2020-02-01), ontvangen tevens de bedragen ten beheer die zijn gemoeid met de bevoorschotting van de omroepverenigingen die een voorlopige erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2020-02-01&g=2020-02-01), hebben verkregen.
2. Als een instelling zijn jaarrekening, bedoeld in [artikel 2.171, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.1&artikel=2.171&z=2020-02-01&g=2020-02-01), niet tijdig indient:
- a. verzoekt het Commissariaat de raad van bestuur de bevoorschotting met twintig procent te verminderen; en
@@ -1892,7 +1892,7 @@
- b. de door hem aangewezen instellingen voor het in stand houden en exploiteren van omroeporkesten en omroepkoren, van een media-archief en van een expertisecentrum voor media-educatie.
2. Onze Minister stelt gelden ten behoeve van de landelijke publieke media-instellingen door tussenkomst van het Commissariaat ter beschikking aan de raad van bestuur. [Artikel 2.152a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.152a&z=2018-05-30&g=2018-05-30), is van overeenkomstige toepassing.
2. Onze Minister stelt gelden ten behoeve van de landelijke publieke media-instellingen door tussenkomst van het Commissariaat ter beschikking aan de raad van bestuur. [Artikel 2.152a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.152a&z=2020-02-01&g=2020-02-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Onze Minister stelt gelden ten behoeve van de regionale publieke media-instellingen en de instellingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, door tussenkomst van het Commissariaat aan hen ter beschikking.
@@ -1902,11 +1902,11 @@
2. Onze Minister kan uit de renteopbrengsten gelden ter beschikking stellen aan de NPO, de RPO en aan de landelijke en regionale publieke media-instellingen.
3. [Artikel 2.167, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.4&artikel=2.167&z=2018-05-30&g=2018-05-30), is van toepassing met dien verstande dat de toepassing van het derde lid uitsluitend betrekking heeft op de regionale publieke media-instellingen.
3. [Artikel 2.167, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.4&artikel=2.167&z=2020-02-01&g=2020-02-01), is van toepassing met dien verstande dat de toepassing van het derde lid uitsluitend betrekking heeft op de regionale publieke media-instellingen.
##### Artikel 2.169
1. Onze Minister kan aan een besluit tot het ter beschikking stellen van gelden op grond van de [artikelen 2.167](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.4&artikel=2.167&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [2.168](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.4&artikel=2.168&z=2018-05-30&g=2018-05-30) voorschriften verbinden.
1. Onze Minister kan aan een besluit tot het ter beschikking stellen van gelden op grond van de [artikelen 2.167](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.4&artikel=2.167&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [2.168](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.4&artikel=2.168&z=2020-02-01&g=2020-02-01) voorschriften verbinden.
2. De voorschriften hebben geen betrekking op de specifieke inhoud van media-aanbod.
@@ -1922,7 +1922,7 @@
3. Aan de verstrekking van de bijdrage, bedoeld in het tweede lid, worden geen voorwaarden verbonden die in strijd zijn met het bepaalde bij of krachtens deze wet.
4. Een aanvraag als bedoeld in het tweede lid gaat vergezeld van een begroting die is afgestemd op de begroting, bedoeld in [artikel 2.169a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.5&artikel=2.169a&z=2018-05-30&g=2018-05-30), voor dezelfde periode.
4. Een aanvraag als bedoeld in het tweede lid gaat vergezeld van een begroting die is afgestemd op de begroting, bedoeld in [artikel 2.169a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.5&artikel=2.169a&z=2020-02-01&g=2020-02-01), voor dezelfde periode.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:
@@ -1938,7 +1938,7 @@
8. De regionale publieke media-instellingen ontvangen voorschotten volgens bij ministeriële regeling te stellen regels.
9. Als een regionale publieke media-instelling haar jaarrekening, bedoeld in [artikel 2.173a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.1&artikel=2.173a&z=2018-05-30&g=2018-05-30), niet tijdig indient:
9. Als een regionale publieke media-instelling haar jaarrekening, bedoeld in [artikel 2.173a, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.1&artikel=2.173a&z=2020-02-01&g=2020-02-01), niet tijdig indient:
- a. vermindert het Commissariaat de bevoorschotting met twintig procent; en
@@ -1954,7 +1954,7 @@
1. Het Commissariaat is belast met de rechtmatigheidstoetsing van de uitgaven van de NPO en de landelijke publieke media-instellingen.
2. De landelijke publieke media-instellingen zenden jaarlijks vóór 1 mei de jaarrekening aan het Commissariaat en sturen gelijktijdig een afschrift daarvan aan de raad van bestuur. De NPO en de landelijke publieke media-instellingen nemen in het bestuursverslag, bedoeld in de [artikelen 2.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.3&artikel=2.17&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.34i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2a&artikel=2.34i&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.3&artikel=2.40&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [2.103](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.2¶graaf=2.5.2.3&artikel=2.103&z=2018-05-30&g=2018-05-30), in samenhang met de [artikelen 48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=48) en [300 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=300) een samengevatte jaarrekening op.
2. De landelijke publieke media-instellingen zenden jaarlijks vóór 1 mei de jaarrekening aan het Commissariaat en sturen gelijktijdig een afschrift daarvan aan de raad van bestuur. De NPO en de landelijke publieke media-instellingen nemen in het bestuursverslag, bedoeld in de [artikelen 2.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.3&artikel=2.17&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.34i](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2a&artikel=2.34i&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.40](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.3&artikel=2.40&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [2.103](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.2¶graaf=2.5.2.3&artikel=2.103&z=2020-02-01&g=2020-02-01), in samenhang met de [artikelen 48](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=48) en [300 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=300) een samengevatte jaarrekening op.
3. De raad van bestuur zendt vóór 1 juli zijn opmerkingen over de jaarrekeningen tezamen met de jaarrekening van de NPO aan het Commissariaat.
@@ -1970,7 +1970,7 @@
##### Artikel 2.173
Het Commissariaat brengt als onderdeel van het financieel verslag, bedoeld in [artikel 7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=7&titeldeel=7.1&artikel=7.7&z=2018-05-30&g=2018-05-30), verslag uit over de rechtmatigheidstoetsing.
Het Commissariaat brengt als onderdeel van het financieel verslag, bedoeld in [artikel 7.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=7&titeldeel=7.1&artikel=7.7&z=2020-02-01&g=2020-02-01), verslag uit over de rechtmatigheidstoetsing.
#### Paragraaf 2.6.2.1. Begroting
@@ -1978,7 +1978,7 @@
1. De landelijke publieke media-instellingen kunnen met toestemming van de raad van bestuur en onder de door hem te stellen voorwaarden, die per instelling of categorie van instellingen kunnen verschillen, gelden voor de verzorging van media-aanbod reserveren. De NPO kan gelden die bestemd zijn voor de verzorging van media-aanbod door de landelijke publieke media-instellingen, reserveren. De NPO kan tevens gelden die bestemd zijn voor de uitvoering van zijn taken en werkzaamheden, reserveren.
2. Het totaal van de gereserveerde gelden in een kalenderjaar bedraagt niet meer dan tien procent van de uitgaven van de NPO en de landelijke publieke media-instellingen met uitzondering van de uitgaven aan verenigingsactiviteiten, zoals opgenomen in de jaarrekening, bedoeld in [artikel 2.171, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.1&artikel=2.171&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
2. Het totaal van de gereserveerde gelden in een kalenderjaar bedraagt niet meer dan tien procent van de uitgaven van de NPO en de landelijke publieke media-instellingen met uitzondering van de uitgaven aan verenigingsactiviteiten, zoals opgenomen in de jaarrekening, bedoeld in [artikel 2.171, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.1&artikel=2.171&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
3. Gelden die in strijd met het eerste lid zijn gereserveerd, worden terugbetaald aan de raad van bestuur.
@@ -2000,7 +2000,7 @@
##### Artikel 2.177
1. Gelden die in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn gebruikt of die in strijd met de [artikelen 2.174, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.2&artikel=2.174&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.174a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.2&artikel=2.174a&z=2018-05-30&g=2018-05-30), en [2.175, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.2&artikel=2.175&z=2018-05-30&g=2018-05-30), zijn gereserveerd, of die in strijd met artikel 2.174a, tweede lid, tweede volzin, niet zijn ontvangen, vordert het Commissariaat van de NPO, de RPO of de landelijke of regionale publieke media-instelling terug.
1. Gelden die in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn gebruikt of die in strijd met de [artikelen 2.174, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.2&artikel=2.174&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.174a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.2&artikel=2.174a&z=2020-02-01&g=2020-02-01), en [2.175, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.2&artikel=2.175&z=2020-02-01&g=2020-02-01), zijn gereserveerd, of die in strijd met artikel 2.174a, tweede lid, tweede volzin, niet zijn ontvangen, vordert het Commissariaat van de NPO, de RPO of de landelijke of regionale publieke media-instelling terug.
2. Teruggevorderde gelden worden toegevoegd aan de algemene mediareserve.
@@ -2046,7 +2046,7 @@
2. Onze Minister kan aan een besluit tot het ter beschikking stellen van bijdragen voorschriften verbinden.
3. Als een instelling niet voldoet aan de [artikelen 2.180](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.7&artikel=2.180&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [2.181](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.7&artikel=2.181&z=2018-05-30&g=2018-05-30) of de aan een besluit tot het ter beschikking stellen van bijdragen verbonden voorschriften niet naleeft, kan Onze Minister:
3. Als een instelling niet voldoet aan de [artikelen 2.180](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.7&artikel=2.180&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [2.181](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.7&artikel=2.181&z=2020-02-01&g=2020-02-01) of de aan een besluit tot het ter beschikking stellen van bijdragen verbonden voorschriften niet naleeft, kan Onze Minister:
- a. de beschikking waarbij de desbetreffende instelling is aangewezen, intrekken; of
@@ -2060,7 +2060,7 @@
2. Een evaluatie vindt in elk geval eens in de vijf jaar plaats.
3. Als de evaluatiecommissie in haar rapportage, bedoeld in [artikel 2.186, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.7&artikel=2.186&z=2018-05-30&g=2018-05-30), heeft vastgesteld dat er gegronde redenen zijn aan te nemen dat een omroeporganisatie onvoldoende heeft bijgedragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau door de wijze waarop zij uitvoering heeft gegeven aan de publieke taak, bedoeld in [artikel 2.24, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24&z=2018-05-30&g=2018-05-30), of [2.24a, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24a&z=2018-05-30&g=2018-05-30), vindt in afwijking van het tweede lid in elk geval binnen twee jaar en vier jaar na het tijdstip waarop deze rapportage is uitgebracht een eerste respectievelijk tweede evaluatie plaats van de wijze waarop de betreffende omroeporganisatie uitvoering geeft aan deze publieke taak.
3. Als de evaluatiecommissie in haar rapportage, bedoeld in [artikel 2.186, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.7&artikel=2.186&z=2020-02-01&g=2020-02-01), heeft vastgesteld dat er gegronde redenen zijn aan te nemen dat een omroeporganisatie onvoldoende heeft bijgedragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau door de wijze waarop zij uitvoering heeft gegeven aan de publieke taak, bedoeld in [artikel 2.24, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24&z=2020-02-01&g=2020-02-01), of [2.24a, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.24a&z=2020-02-01&g=2020-02-01), vindt in afwijking van het tweede lid in elk geval binnen twee jaar en vier jaar na het tijdstip waarop deze rapportage is uitgebracht een eerste respectievelijk tweede evaluatie plaats van de wijze waarop de betreffende omroeporganisatie uitvoering geeft aan deze publieke taak.
4. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de NTR en de NOS en de wijze waarop zij uitvoering hebben gegeven aan hun wettelijke taak.
@@ -2078,11 +2078,11 @@
- b. de mate waarin het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst tegemoet komt aan de interesses en inzichten van het algemene publiek en van specifieke bevolkings- en leeftijdsgroepen;
- c. de wijze waarop de omroepverenigingen waaraan een voorlopige erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2018-05-30&g=2018-05-30), is verleend, een bijdrage hebben geleverd aan de vergroting van de verscheidenheid van het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst en daarmee een vernieuwende bijdrage hebben geleverd aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau; en
- c. de wijze waarop de omroepverenigingen waaraan een voorlopige erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2020-02-01&g=2020-02-01), is verleend, een bijdrage hebben geleverd aan de vergroting van de verscheidenheid van het media-aanbod van de landelijke publieke mediadienst en daarmee een vernieuwende bijdrage hebben geleverd aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau; en
- d. andere onderwerpen die zijn opgenomen in het besluit tot instelling van de evaluatiecommissie of die door Onze Minister zijn aangegeven.
2. De evaluatiecommissie rapporteert over de wijze waarop omroeporganisaties, de NTR of de NOS afzonderlijk uitvoering hebben gegeven aan de publieke mediaopdracht op landelijk niveau als bedoeld in [artikel 2.184, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.7&artikel=2.184&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
2. De evaluatiecommissie rapporteert over de wijze waarop omroeporganisaties, de NTR of de NOS afzonderlijk uitvoering hebben gegeven aan de publieke mediaopdracht op landelijk niveau als bedoeld in [artikel 2.184, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.7&artikel=2.184&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
##### Artikel 2.187
@@ -2128,7 +2128,7 @@
- a. daarom verzoekt; of
- b. in gebreke blijft met de betaling van de verschuldigde toezichtskosten, bedoeld in [artikel 3.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.3&artikel=3.30&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
- b. in gebreke blijft met de betaling van de verschuldigde toezichtskosten, bedoeld in [artikel 3.30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.3&artikel=3.30&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
2. Het Commissariaat kan een toestemming intrekken als de commerciële media-instelling:
@@ -2180,7 +2180,7 @@
2. Blokken van telewinkelboodschappen zijn gedurende de gehele duur daarvan door visuele en akoestische middelen duidelijk als zodanig herkenbaar.
3. [Artikel 3.8, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.2&artikel=3.8&z=2018-05-30&g=2018-05-30), is niet van toepassing op de telewinkelblokken.
3. [Artikel 3.8, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.2&artikel=3.8&z=2020-02-01&g=2020-02-01), is niet van toepassing op de telewinkelblokken.
##### Artikel 3.10
@@ -2208,7 +2208,7 @@
##### Artikel 3.14
1. In afwijking van de [artikelen 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.2&artikel=3.8&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.2&artikel=3.11&z=2018-05-30&g=2018-05-30) mag een televisieprogrammakanaal worden verzorgd dat:
1. In afwijking van de [artikelen 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.2&artikel=3.8&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [3.11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.2&artikel=3.11&z=2020-02-01&g=2020-02-01) mag een televisieprogrammakanaal worden verzorgd dat:
- a. uitsluitend bestaat uit ten behoeve van zelfpromotie uitgezonden reclameboodschappen; of
@@ -2220,7 +2220,7 @@
##### Artikel 3.15
1. Programma-aanbod wordt alleen gesponsord als in het redactiestatuut, bedoeld in [artikel 3.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.1&artikel=3.5&z=2018-05-30&g=2018-05-30), waarborgen zijn opgenomen voor de redactionele onafhankelijkheid van de werknemers die belast zijn met de verzorging en samenstelling van het programma-aanbod ten opzichte van de sponsors.
1. Programma-aanbod wordt alleen gesponsord als in het redactiestatuut, bedoeld in [artikel 3.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.1&artikel=3.5&z=2020-02-01&g=2020-02-01), waarborgen zijn opgenomen voor de redactionele onafhankelijkheid van de werknemers die belast zijn met de verzorging en samenstelling van het programma-aanbod ten opzichte van de sponsors.
2. Programma-aanbod bestaande uit nieuws, actualiteiten of politieke informatie wordt niet gesponsord.
@@ -2240,7 +2240,7 @@
1. In gesponsord programma-aanbod mogen:
- a. onverminderd [afdeling 3.2.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.3a&z=2018-05-30&g=2018-05-30), producten of diensten van sponsors worden vermeld of getoond; en
- a. onverminderd [afdeling 3.2.3a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.3a&z=2020-02-01&g=2020-02-01), producten of diensten van sponsors worden vermeld of getoond; en
- b. in de titel de naam, het (beeld)merk, producten of diensten van sponsors worden vermeld of getoond.
@@ -2250,13 +2250,13 @@
##### Artikel 3.18
[Artikel 3.16, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.3&artikel=3.16&z=2018-05-30&g=2018-05-30), is van overeenkomstige toepassing als een andere instelling dan bedoeld in de begripsomschrijving van sponsoring in [artikel 1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=1&artikel=1.1&z=2018-05-30&g=2018-05-30) een bijdrage heeft gegeven voor de productie of aankoop van programma-aanbod om de verspreiding daarvan te bevorderen of mogelijk te maken.
[Artikel 3.16, eerste tot en met derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.3&artikel=3.16&z=2020-02-01&g=2020-02-01), is van overeenkomstige toepassing als een andere instelling dan bedoeld in de begripsomschrijving van sponsoring in [artikel 1.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=1&artikel=1.1&z=2020-02-01&g=2020-02-01) een bijdrage heeft gegeven voor de productie of aankoop van programma-aanbod om de verspreiding daarvan te bevorderen of mogelijk te maken.
##### Artikel 3.19
1. Bij programma-aanbod dat bestaat uit het verslag of de weergave van een evenement dat niet voornamelijk bestemd is om als programma te worden uitgezonden, mogen de namen of (beeld)merken van die personen, bedrijven of instellingen, die een financiële of andere bijdrage hebben gegeven voor de totstandkoming van het evenement worden vermeld of getoond.
2. [Artikel 3.16, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.3&artikel=3.16&z=2018-05-30&g=2018-05-30), is van overeenkomstige toepassing.
2. [Artikel 3.16, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.3&artikel=3.16&z=2020-02-01&g=2020-02-01), is van overeenkomstige toepassing.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties die vallen onder het verbod op sponsoring op grond van [artikel 5 van de Tabaks- en rookwarenwet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004302&artikel=5).
@@ -2272,7 +2272,7 @@
##### Artikel 3.21
1. Op een televisieprogrammakanaal bestaat het programma-aanbod uit ten minste tien procent van de duur uit producties als bedoeld in [artikel 3.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.4¶graaf=3.2.4.1&artikel=3.20&z=2018-05-30&g=2018-05-30), die kunnen worden aangemerkt als onafhankelijke producties.
1. Op een televisieprogrammakanaal bestaat het programma-aanbod uit ten minste tien procent van de duur uit producties als bedoeld in [artikel 3.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.4¶graaf=3.2.4.1&artikel=3.20&z=2020-02-01&g=2020-02-01), die kunnen worden aangemerkt als onafhankelijke producties.
2. Ten minste een derde deel van de producties, bedoeld in het eerste lid, is niet ouder dan vijf jaar.
@@ -2294,13 +2294,13 @@
2. Bij algemene maatregel van bestuur:
- a. kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van dit artikel en de [artikelen 3.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.4¶graaf=3.2.4.1&artikel=3.20&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [3.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.4¶graaf=3.2.4.1&artikel=3.21&z=2018-05-30&g=2018-05-30); en
- a. kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van dit artikel en de [artikelen 3.20](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.4¶graaf=3.2.4.1&artikel=3.20&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [3.21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.4¶graaf=3.2.4.1&artikel=3.21&z=2020-02-01&g=2020-02-01); en
- b. kan worden bepaald dat in andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen programma-aanbod wordt aangemerkt als onafhankelijke productie.
##### Artikel 3.23
1. Voor de toepassing van de [artikelen 3.20 tot en met 3.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.4¶graaf=3.2.4.1&artikel=3.20&z=2018-05-30&g=2018-05-30) blijft buiten beschouwing programma-aanbod dat:
1. Voor de toepassing van de [artikelen 3.20 tot en met 3.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.4¶graaf=3.2.4.1&artikel=3.20&z=2020-02-01&g=2020-02-01) blijft buiten beschouwing programma-aanbod dat:
- a. bestaat uit nieuws;
@@ -2314,11 +2314,11 @@
- f. bestaat uit teletekst.
2. De [artikelen 3.20 tot en met 3.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.4¶graaf=3.2.4.1&artikel=3.20&z=2018-05-30&g=2018-05-30) zijn niet van toepassing op:
2. De [artikelen 3.20 tot en met 3.22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.4¶graaf=3.2.4.1&artikel=3.20&z=2020-02-01&g=2020-02-01) zijn niet van toepassing op:
- a. programma-aanbod dat in slechts één gemeente of een beperkt aantal aan elkaar grenzende gemeenten kan worden ontvangen;
- b. programma-aanbod als bedoeld in [artikel 3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.2&artikel=3.14&z=2018-05-30&g=2018-05-30); en
- b. programma-aanbod als bedoeld in [artikel 3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.2&artikel=3.14&z=2020-02-01&g=2020-02-01); en
- c. programma-aanbod dat uitsluitend bestemd is voor ontvangst in andere staten dan de lidstaten van de Europese Unie en dat niet direct of indirect kan worden ontvangen door het publiek in één of meer lidstaten van de Europese Unie.
@@ -2332,7 +2332,7 @@
##### Artikel 3.25
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de ondertiteling van televisieprogramma’s, waarbij onder meer kan worden bepaald welk percentage van het programma-aanbod, bedoeld in [artikel 3.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.4¶graaf=3.2.4.2&artikel=3.24&z=2018-05-30&g=2018-05-30), voorzien is van ondertiteling ten behoeve van personen met een auditieve beperking.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de ondertiteling van televisieprogramma’s, waarbij onder meer kan worden bepaald welk percentage van het programma-aanbod, bedoeld in [artikel 3.24, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.4¶graaf=3.2.4.2&artikel=3.24&z=2020-02-01&g=2020-02-01), voorzien is van ondertiteling ten behoeve van personen met een auditieve beperking.
#### Paragraaf 3.2.4.3. Films
@@ -2352,7 +2352,7 @@
##### Artikel 3.29
De [artikelen 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.2&artikel=3.8&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [3.9, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.2&artikel=3.9&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [3.10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.2&artikel=3.10&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [3.11 tot en met 3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.2&artikel=3.11&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [3.19 tot en met 3.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.3&artikel=3.19&z=2018-05-30&g=2018-05-30) zijn niet van toepassing op programma-aanbod dat niet direct of indirect buiten Nederland ontvangen kan worden en dat:
De [artikelen 3.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.2&artikel=3.8&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [3.9, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.2&artikel=3.9&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [3.10, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.2&artikel=3.10&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [3.11 tot en met 3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.2&artikel=3.11&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [3.19 tot en met 3.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.3&artikel=3.19&z=2020-02-01&g=2020-02-01) zijn niet van toepassing op programma-aanbod dat niet direct of indirect buiten Nederland ontvangen kan worden en dat:
- a. voor zover het de beeldinhoud betreft uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bestaat uit stilstaande beelden; of
@@ -2384,13 +2384,13 @@
1. Het televisieprogramma-aanbod van de publieke mediadiensten en van commerciële mediadiensten bevat geen aanbod dat de lichamelijke, geestelijke of zedelijke ontwikkeling van personen jonger dan zestien jaar ernstige schade zou kunnen toebrengen.
2. Het televisieprogramma-aanbod van de publieke mediadiensten en van commerciële mediadiensten mag alleen dan aanbod bevatten dat schade kan toebrengen aan de lichamelijke, geestelijke of zedelijke ontwikkeling van personen jonger dan zestien jaar, als de instelling die verantwoordelijk is voor de inhoud van het aanbod is aangesloten bij de door Onze Minister erkende organisatie, bedoeld in [artikel 4.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=4&artikel=4.2&z=2018-05-30&g=2018-05-30), en ter zake gebonden is aan de regels en het toezicht daarop van die organisatie met betrekking tot het verspreiden van het hiervoor bedoelde aanbod.
2. Het televisieprogramma-aanbod van de publieke mediadiensten en van commerciële mediadiensten mag alleen dan aanbod bevatten dat schade kan toebrengen aan de lichamelijke, geestelijke of zedelijke ontwikkeling van personen jonger dan zestien jaar, als de instelling die verantwoordelijk is voor de inhoud van het aanbod is aangesloten bij de door Onze Minister erkende organisatie, bedoeld in [artikel 4.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=4&artikel=4.2&z=2020-02-01&g=2020-02-01), en ter zake gebonden is aan de regels en het toezicht daarop van die organisatie met betrekking tot het verspreiden van het hiervoor bedoelde aanbod.
3. De instelling die is aangesloten toont dit aan door een schriftelijke verklaring van de erkende organisatie aan het Commissariaat over te leggen.
##### Artikel 4.2
1. Onze Minister kan een organisatie erkennen die voorziet in regelingen omtrent classificatie en het verspreiden van aanbod als bedoeld in [artikel 4.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=4&artikel=4.1&z=2018-05-30&g=2018-05-30), en het toezicht daarop.
1. Onze Minister kan een organisatie erkennen die voorziet in regelingen omtrent classificatie en het verspreiden van aanbod als bedoeld in [artikel 4.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=4&artikel=4.1&z=2020-02-01&g=2020-02-01), en het toezicht daarop.
2. De regelingen hebben in ieder geval betrekking op:
@@ -2414,7 +2414,7 @@
1. Een organisatie komt slechts voor erkenning in aanmerking als:
- a. onafhankelijk toezicht door de organisatie op de naleving van de regelingen, bedoeld in [artikel 4.2 , eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=4&artikel=4.2&z=2018-05-30&g=2018-05-30), is gewaarborgd;
- a. onafhankelijk toezicht door de organisatie op de naleving van de regelingen, bedoeld in [artikel 4.2 , eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=4&artikel=4.2&z=2020-02-01&g=2020-02-01), is gewaarborgd;
- b. voorzien is in voldoende betrokkenheid van belanghebbenden, onder wie in ieder geval vertegenwoordigers uit de consumentensfeer, publieke media-instellingen, deskundigen op het gebied van de audiovisuele media en producenten van audiovisuele media; en
@@ -2426,9 +2426,9 @@
##### Artikel 4.4
1. Onze Minister trekt een erkenning in als de erkende organisatie niet meer voldoet aan de [artikelen 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=4&artikel=4.2&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [4.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=4&artikel=4.3&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
2. Onze Minister kan een erkenning intrekken als de erkende organisatie niet voldoet aan de nadere regels en andere eisen, bedoeld in [artikel 4.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=4&artikel=4.3&z=2018-05-30&g=2018-05-30), of de voorschriften, bedoeld in [artikel 4.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=4&artikel=4.3&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
1. Onze Minister trekt een erkenning in als de erkende organisatie niet meer voldoet aan de [artikelen 4.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=4&artikel=4.2&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [4.3, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=4&artikel=4.3&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
2. Onze Minister kan een erkenning intrekken als de erkende organisatie niet voldoet aan de nadere regels en andere eisen, bedoeld in [artikel 4.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=4&artikel=4.3&z=2020-02-01&g=2020-02-01), of de voorschriften, bedoeld in [artikel 4.3, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=4&artikel=4.3&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
##### Artikel 4.5
@@ -2438,7 +2438,7 @@
1. Dit hoofdstuk is van overeenkomstige toepassing op het overige media-aanbod van de publieke mediadiensten.
2. Een media-instelling die een commerciële mediadienst op aanvraag als bedoeld in [artikel 3.29a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2a&artikel=3.29a&z=2018-05-30&g=2018-05-30) verzorgt, zorgt ervoor dat het media-aanbod dat de lichamelijke, geestelijke of zedelijke ontwikkeling van personen jonger dan zestien jaar ernstige schade zou kunnen toebrengen, uitsluitend zodanig beschikbaar wordt gesteld dat zij dat aanbod normaliter niet te horen of te zien krijgen.
2. Een media-instelling die een commerciële mediadienst op aanvraag als bedoeld in [artikel 3.29a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2a&artikel=3.29a&z=2020-02-01&g=2020-02-01) verzorgt, zorgt ervoor dat het media-aanbod dat de lichamelijke, geestelijke of zedelijke ontwikkeling van personen jonger dan zestien jaar ernstige schade zou kunnen toebrengen, uitsluitend zodanig beschikbaar wordt gesteld dat zij dat aanbod normaliter niet te horen of te zien krijgen.
### Hoofdstuk 5. Evenementen van aanzienlijk belang voor de samenleving
@@ -2458,11 +2458,11 @@
##### Artikel 5.2
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld ter uitvoering van de verplichting, bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=5&artikel=5.1&z=2018-05-30&g=2018-05-30), waarbij in ieder geval wordt bepaald of de op de lijst genoemde evenementen, wanneer zij als televisieprogramma worden verspreid, in ieder geval worden verspreid op een open televisieprogrammakanaal door middel van volledige of gedeeltelijke rechtstreekse verslaggeving dan wel door middel van volledige of gedeeltelijke uitgestelde verslaggeving.
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld ter uitvoering van de verplichting, bedoeld in [artikel 5.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=5&artikel=5.1&z=2020-02-01&g=2020-02-01), waarbij in ieder geval wordt bepaald of de op de lijst genoemde evenementen, wanneer zij als televisieprogramma worden verspreid, in ieder geval worden verspreid op een open televisieprogrammakanaal door middel van volledige of gedeeltelijke rechtstreekse verslaggeving dan wel door middel van volledige of gedeeltelijke uitgestelde verslaggeving.
##### Artikel 5.3
1. Publieke media-instellingen en commerciële media-instellingen oefenen verworven verspreidingsrechten die betrekking hebben op evenementen die zijn vermeld op de lijst van evenementen uit overeenkomstig de krachtens [artikel 5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=5&artikel=5.2&z=2018-05-30&g=2018-05-30) gestelde regels.
1. Publieke media-instellingen en commerciële media-instellingen oefenen verworven verspreidingsrechten die betrekking hebben op evenementen die zijn vermeld op de lijst van evenementen uit overeenkomstig de krachtens [artikel 5.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=5&artikel=5.2&z=2020-02-01&g=2020-02-01) gestelde regels.
2. De instellingen oefenen na 30 juli 1997 verworven uitzendrechten uit overeenkomstig de regels die door andere lidstaten van de Europese Unie overeenkomstig artikel 14, van de Europese richtlijn zijn gesteld.
@@ -2486,7 +2486,7 @@
##### Artikel 6.2
1. Als een politieke partij op grond van de [artikelen 137c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=137c), [137d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=137d), [137e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=137e), [137f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=137f), [137g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=137g) of [429quater van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=429quater) is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete, wijst het Commissariaat in afwijking van [artikel 6.1, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.1&afdeling=6.1.1&artikel=6.1&z=2018-05-30&g=2018-05-30), aan deze politieke partij geen uren toe gedurende een periode die ingaat op de dag waarop de veroordeling onherroepelijk is geworden. Deze periode is:
1. Als een politieke partij op grond van de [artikelen 137c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=137c), [137d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=137d), [137e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=137e), [137f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=137f), [137g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=137g) of [429quater van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=429quater) is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete, wijst het Commissariaat in afwijking van [artikel 6.1, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.1&afdeling=6.1.1&artikel=6.1&z=2020-02-01&g=2020-02-01), aan deze politieke partij geen uren toe gedurende een periode die ingaat op de dag waarop de veroordeling onherroepelijk is geworden. Deze periode is:
- a. één jaar, bij een geldboete van minder dan € 1 125;
@@ -2496,15 +2496,15 @@
- d. vier jaar, bij een geldboete van € 3 375 of meer.
2. Als een politieke partij is veroordeeld wegens een terroristisch misdrijf als bedoeld in [artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=83) is, wijst het Commissariaat in afwijking van [artikel 6.1, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.1&afdeling=6.1.1&artikel=6.1&z=2018-05-30&g=2018-05-30), aan deze politieke partij geen uren toe gedurende een periode van vier jaar die ingaat op de dag waarop de veroordeling onherroepelijk is geworden.
3. Als aan de lijst van een politieke partij aan de lijst waarvan op de dag waarop de veroordeling onherroepelijk wordt op grond van de [Kieswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004627) geen zetels zijn toegewezen, op grond van een verkiezing die plaatsvindt binnen een periode van twee jaar na die dag één of meer zetels worden toegewezen, gaat de periode gedurende welke aan deze politieke partij geen uren als bedoeld in [artikel 6.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.1&afdeling=6.1.1&artikel=6.1&z=2018-05-30&g=2018-05-30), worden toegewezen, in op de dag waarop de verkiezing heeft plaatsgevonden.
2. Als een politieke partij is veroordeeld wegens een terroristisch misdrijf als bedoeld in [artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=83) is, wijst het Commissariaat in afwijking van [artikel 6.1, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.1&afdeling=6.1.1&artikel=6.1&z=2020-02-01&g=2020-02-01), aan deze politieke partij geen uren toe gedurende een periode van vier jaar die ingaat op de dag waarop de veroordeling onherroepelijk is geworden.
3. Als aan de lijst van een politieke partij aan de lijst waarvan op de dag waarop de veroordeling onherroepelijk wordt op grond van de [Kieswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004627) geen zetels zijn toegewezen, op grond van een verkiezing die plaatsvindt binnen een periode van twee jaar na die dag één of meer zetels worden toegewezen, gaat de periode gedurende welke aan deze politieke partij geen uren als bedoeld in [artikel 6.1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.1&afdeling=6.1.1&artikel=6.1&z=2020-02-01&g=2020-02-01), worden toegewezen, in op de dag waarop de verkiezing heeft plaatsgevonden.
##### Artikel 6.3
1. Na een veroordeling als bedoeld in [artikel 6.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.1&afdeling=6.1.1&artikel=6.2&z=2018-05-30&g=2018-05-30), worden aan de politieke partij, zo nodig in afwijking van [artikel 6.2, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.1&afdeling=6.1.1&artikel=6.2&z=2018-05-30&g=2018-05-30), in ieder geval geen uren als bedoeld in [artikel 6.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.1&afdeling=6.1.1&artikel=6.1&z=2018-05-30&g=2018-05-30), toegewezen binnen twee jaar na de dag waarop de veroordeling onherroepelijk is geworden.
2. Als aan een politieke partij met toepassing van [artikel 6.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.1&afdeling=6.1.1&artikel=6.2&z=2018-05-30&g=2018-05-30), geen uren meer worden toegewezen, dan vervallen met ingang van de dag waarop de veroordeling onherroepelijk is geworden van rechtswege ook de uren die al zijn toegewezen.
1. Na een veroordeling als bedoeld in [artikel 6.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.1&afdeling=6.1.1&artikel=6.2&z=2020-02-01&g=2020-02-01), worden aan de politieke partij, zo nodig in afwijking van [artikel 6.2, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.1&afdeling=6.1.1&artikel=6.2&z=2020-02-01&g=2020-02-01), in ieder geval geen uren als bedoeld in [artikel 6.1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.1&afdeling=6.1.1&artikel=6.1&z=2020-02-01&g=2020-02-01), toegewezen binnen twee jaar na de dag waarop de veroordeling onherroepelijk is geworden.
2. Als aan een politieke partij met toepassing van [artikel 6.2, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.1&afdeling=6.1.1&artikel=6.2&z=2020-02-01&g=2020-02-01), geen uren meer worden toegewezen, dan vervallen met ingang van de dag waarop de veroordeling onherroepelijk is geworden van rechtswege ook de uren die al zijn toegewezen.
##### Artikel 6.4
@@ -2538,7 +2538,7 @@
##### Artikel 6.8
De [artikelen 2.53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.53&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.59&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.60&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.88, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.1&artikel=2.88&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.89](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.2¶graaf=2.5.2.1&artikel=2.89&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.106 tot en met 2.109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.3&artikel=2.106&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.3&artikel=2.114&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.124](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.3&artikel=2.124&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.139](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.139&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [2.142](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.142&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=4&z=2018-05-30&g=2018-05-30) zijn van overeenkomstige toepassing op politieke partijen en de overheid en het gebruik van de aan hen toegewezen uren. De [artikelen 2.59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.59&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [2.60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.60&z=2018-05-30&g=2018-05-30) zijn daarbij slechts van overeenkomstige toepassing voor zover het betreft de activiteiten die verband houden met het gebruik van de toegewezen uren.
De [artikelen 2.53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.53&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.59&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.60&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.88, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.1&artikel=2.88&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.89](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.2¶graaf=2.5.2.1&artikel=2.89&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.106 tot en met 2.109](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.3&artikel=2.106&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.114](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.3&artikel=2.114&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.124](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.3&artikel=2.124&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.139](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.139&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [2.142](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.142&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=4&z=2020-02-01&g=2020-02-01) zijn van overeenkomstige toepassing op politieke partijen en de overheid en het gebruik van de aan hen toegewezen uren. De [artikelen 2.59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.59&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [2.60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.60&z=2020-02-01&g=2020-02-01) zijn daarbij slechts van overeenkomstige toepassing voor zover het betreft de activiteiten die verband houden met het gebruik van de toegewezen uren.
## Titel 3.2a. Commerciële mediadiensten op aanvraag
@@ -2568,7 +2568,7 @@
De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op een pakketaanbieder.
2. [Hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=4&z=2018-05-30&g=2018-05-30) is van overeenkomstige toepassing.
2. [Hoofdstuk 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=4&z=2020-02-01&g=2020-02-01) is van overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 6.3.1.2. Doorgifteverplichtingen omroepnetwerken
@@ -2590,11 +2590,11 @@
- a. drie algemene televisieprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst;
- b. één televisieprogrammakanaal van de regionale publieke mediadienst met programma-aanbod als bedoeld in [artikel 2.70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.2&artikel=2.70&z=2018-05-30&g=2018-05-30), dat bestemd is voor de provincie of het deel van de provincie waarbinnen de abonnees woonachtig zijn;
- c. de televisieprogrammakanalen van de regionale publieke mediadienst met programma-aanbod als bedoeld in [artikel 2.70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.2&artikel=2.70&z=2018-05-30&g=2018-05-30), dat bestemd is voor de provincies aangrenzend aan de provincie waarbinnen de abonnees woonachtig zijn;
- d. één televisieprogrammakanaal van de lokale publieke mediadienst met programma-aanbod als bedoeld in [artikel 2.70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.2&artikel=2.70&z=2018-05-30&g=2018-05-30), dat bestemd is voor de gemeente waarbinnen de abonnees woonachtig zijn;
- b. één televisieprogrammakanaal van de regionale publieke mediadienst met programma-aanbod als bedoeld in [artikel 2.70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.2&artikel=2.70&z=2020-02-01&g=2020-02-01), dat bestemd is voor de provincie of het deel van de provincie waarbinnen de abonnees woonachtig zijn;
- c. de televisieprogrammakanalen van de regionale publieke mediadienst met programma-aanbod als bedoeld in [artikel 2.70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.2&artikel=2.70&z=2020-02-01&g=2020-02-01), dat bestemd is voor de provincies aangrenzend aan de provincie waarbinnen de abonnees woonachtig zijn;
- d. één televisieprogrammakanaal van de lokale publieke mediadienst met programma-aanbod als bedoeld in [artikel 2.70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.2&artikel=2.70&z=2020-02-01&g=2020-02-01), dat bestemd is voor de gemeente waarbinnen de abonnees woonachtig zijn;
- e. ten hoogste twee televisieprogrammakanalen van de lokale publieke mediadienst met ander programma-aanbod dan bedoeld in onderdeel d, dat een lokale publieke media-instelling verzorgt en dat is gericht op specifieke bevolkings- en leeftijdsgroepen waaronder minderheden; en
@@ -2604,9 +2604,9 @@
- a. vijf algemene radioprogrammakanalen van de landelijke publieke mediadienst;
- b. één radioprogrammakanaal van de regionale publieke mediadienst met programma-aanbod als bedoeld in [artikel 2.70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.2&artikel=2.70&z=2018-05-30&g=2018-05-30), dat bestemd is voor de provincie of het deel van de provincie waarbinnen de abonnees woonachtig zijn;
- c. één radioprogrammakanaal van de lokale publieke mediadienst met programma-aanbod als bedoeld in [artikel 2.70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.2&artikel=2.70&z=2018-05-30&g=2018-05-30), dat bestemd is voor de gemeente waarbinnen de abonnees woonachtig zijn;
- b. één radioprogrammakanaal van de regionale publieke mediadienst met programma-aanbod als bedoeld in [artikel 2.70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.2&artikel=2.70&z=2020-02-01&g=2020-02-01), dat bestemd is voor de provincie of het deel van de provincie waarbinnen de abonnees woonachtig zijn;
- c. één radioprogrammakanaal van de lokale publieke mediadienst met programma-aanbod als bedoeld in [artikel 2.70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.2&artikel=2.70&z=2020-02-01&g=2020-02-01), dat bestemd is voor de gemeente waarbinnen de abonnees woonachtig zijn;
- d. ten hoogste vijf radioprogrammakanalen van de lokale publieke mediadienst met ander programma-aanbod dan bedoeld in onderdeel c, dat een lokale publieke media-instelling verzorgt en dat is gericht op specifieke bevolkings- en leeftijdsgroepen waaronder minderheden; en
@@ -2628,15 +2628,15 @@
2. Het standaardprogrammapakket bestaat uit ten minste vijftien televisieprogrammakanalen en een door de pakketaanbieder met inachtneming van het vierde lid te bepalen aantal radioprogrammakanalen. De programmakanalen worden ongewijzigd verspreid.
3. [Artikel 6.13, derde lid, aanhef en onderdelen a, b, d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.1¶graaf=6.3.1.2&artikel=6.13&z=2018-05-30&g=2018-05-30), is van toepassing. Artikel 6.13, derde lid, aanhef en onderdeel f, is van toepassing met dien verstande dat het aantal televisieprogrammakanalen twee bedraagt.
4. [Artikel 6.13, vierde lid, aanhef en onderdelen a, b, c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.1¶graaf=6.3.1.2&artikel=6.13&z=2018-05-30&g=2018-05-30), is van toepassing. Artikel 6.13, vierde lid, aanhef en onderdeel e, is van toepassing met dien verstande dat het aantal radioprogrammakanalen twee bedraagt.
3. [Artikel 6.13, derde lid, aanhef en onderdelen a, b, d en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.1¶graaf=6.3.1.2&artikel=6.13&z=2020-02-01&g=2020-02-01), is van toepassing. Artikel 6.13, derde lid, aanhef en onderdeel f, is van toepassing met dien verstande dat het aantal televisieprogrammakanalen twee bedraagt.
4. [Artikel 6.13, vierde lid, aanhef en onderdelen a, b, c en d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.1¶graaf=6.3.1.2&artikel=6.13&z=2020-02-01&g=2020-02-01), is van toepassing. Artikel 6.13, vierde lid, aanhef en onderdeel e, is van toepassing met dien verstande dat het aantal radioprogrammakanalen twee bedraagt.
#### Paragraaf 3.2.4.1. Europese en onafhankelijke producties
##### Artikel 6.15
[Artikel 6.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.1¶graaf=6.3.1.2&artikel=6.12&z=2018-05-30&g=2018-05-30) is van toepassing.
[Artikel 6.12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.1¶graaf=6.3.1.2&artikel=6.12&z=2020-02-01&g=2020-02-01) is van toepassing.
##### Artikel 6.16
@@ -2690,7 +2690,7 @@
##### Artikel 6.25
De [artikelen 6.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.2&artikel=6.23&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [6.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.2&artikel=6.24&z=2018-05-30&g=2018-05-30) zijn niet van toepassing op:
De [artikelen 6.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.2&artikel=6.23&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [6.24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.2&artikel=6.24&z=2020-02-01&g=2020-02-01) zijn niet van toepassing op:
- a. de frequentieruimte die wordt gebruikt voor de verspreiding van programma-aanbod van de publieke mediadiensten; en
@@ -2712,7 +2712,7 @@
##### Artikel 7.2
Op het Commissariaat is de [Kaderwet zelfstandige bestuursorganen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020495) van toepassing met uitzondering van [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020495&artikel=17) voor zover het betreft het bepaalde in [artikel 2.139, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.139&z=2018-05-30&g=2018-05-30), van de Mediawet 2008.
Op het Commissariaat is de [Kaderwet zelfstandige bestuursorganen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020495) van toepassing met uitzondering van [artikel 17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020495&artikel=17) voor zover het betreft het bepaalde in [artikel 2.139, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.139&z=2020-02-01&g=2020-02-01), van de Mediawet 2008.
##### Artikel 7.3
@@ -2744,7 +2744,7 @@
##### Artikel 7.7
1. Onverminderd [artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020495&artikel=34) dient het Commissariaat jaarlijks voor 1 september bij Onze Minister een financieel verslag in over het beheer van de algemene mediareserve, bedoeld in [artikel 2.166](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.4&artikel=2.166&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
1. Onverminderd [artikel 34 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020495&artikel=34) dient het Commissariaat jaarlijks voor 1 september bij Onze Minister een financieel verslag in over het beheer van de algemene mediareserve, bedoeld in [artikel 2.166](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.4&artikel=2.166&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
2. Het financieel verslag gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in [artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393) en behoeft de instemming van Onze Minister.
@@ -2774,9 +2774,9 @@
1. Het Commissariaat is belast met de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van:
- a. de [artikelen 2.2, eerste lid en tweede lid, onderdelen a tot en met h, j tot en met l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.1&artikel=2.2&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.3 tot en met 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.1&artikel=2.3&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.29 tot en met 2.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.29&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.34a tot en met 2.34j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2a&artikel=2.34a&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.36 tot en met 2.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.3&artikel=2.36&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.53 tot en met 2.57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.53&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.59&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.60&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.60a tot en met 2.60o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1&artikel=2.60a&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.125 tot en met 2.131](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.5¶graaf=2.5.5.1&artikel=2.125&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.143 tot en met 2.145](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.1&artikel=2.143&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.148a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.148a&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.150, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.150&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.151, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.151&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.166 tot en met 2.168](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.4&artikel=2.166&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.180 tot en met 2.187](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.7&artikel=2.180&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [4.2 tot en met 4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=4&artikel=4.2&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [6.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.4&artikel=6.26&z=2018-05-30&g=2018-05-30); en
- b. [hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=8&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
- a. de [artikelen 2.2, eerste lid en tweede lid, onderdelen a tot en met h, j tot en met l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.1&artikel=2.2&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.3 tot en met 2.27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.1&artikel=2.3&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.29 tot en met 2.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.29&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.34a tot en met 2.34j](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2a&artikel=2.34a&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.36 tot en met 2.41](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.3&artikel=2.36&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.53 tot en met 2.57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.53&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.59](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.59&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.60](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.60&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.60a tot en met 2.60o](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1&artikel=2.60a&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.125 tot en met 2.131](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.5¶graaf=2.5.5.1&artikel=2.125&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.143 tot en met 2.145](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.1&artikel=2.143&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.148a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.148a&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.149](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.150, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.150&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.151, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.151&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.166 tot en met 2.168](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.4&artikel=2.166&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.180 tot en met 2.187](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.7&artikel=2.180&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [4.2 tot en met 4.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=4&artikel=4.2&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [6.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.4&artikel=6.26&z=2020-02-01&g=2020-02-01); en
- b. [hoofdstuk 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=8&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
2. Met het toezicht op de naleving zijn belast de leden van het Commissariaat en de bij besluit van het Commissariaat aangewezen medewerkers van het Commissariaat.
@@ -2784,23 +2784,23 @@
##### Artikel 7.12
1. Bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van de [artikelen 2.34, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.34&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.58, onderdelen a tot en met c, en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.58&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.170](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.5&artikel=2.170&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [2.170b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.5&artikel=2.170b&z=2018-05-30&g=2018-05-30) of [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20) kan het Commissariaat aan de overtreder een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 225 000 per overtreding.
2. De bestuurlijke boete bij overtreding van het bepaalde in [artikel 2.34, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.34&z=2018-05-30&g=2018-05-30), bedraagt tien procent van het totale bedrag aan gelden dat gemiddeld in de kalenderjaren voorafgaand aan de overtreding tijdens de lopende erkenningperiode aan de omroeporganisatie ter beschikking is gesteld voor de verzorging van media-aanbod voor de landelijke publieke mediadienst.
3. Bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van de [artikelen 2.34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.34&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.3&artikel=2.35&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.58, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.58&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.2&artikel=2.70&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.71, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.2&artikel=2.71&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.88b tot en met 2.92](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.2¶graaf=2.5.2.1&artikel=2.89&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.94 tot en met 2.99](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.2¶graaf=2.5.2.2&artikel=2.94&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.106 tot en met 2.108](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.3&artikel=2.106&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.111, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.3&artikel=2.111&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.115 tot en met 2.124](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.1&artikel=2.115&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.150, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.150&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.151, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.151&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.170](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.5&artikel=2.170&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [2.170b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.5&artikel=2.170b&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [3.5b tot en met 3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.2&artikel=3.6&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [3.15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.3&artikel=3.15&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.3&artikel=3.16&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.3&artikel=3.17&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [3.19 tot en met 3.19b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.3&artikel=3.19&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [3.20 tot en met 3.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.4¶graaf=3.2.4.1&artikel=3.20&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [3.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.5&artikel=3.29&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [3.29d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2a&artikel=3.29d&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=4&artikel=4.1&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=4&artikel=4.6&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [5.1 tot en met 5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=5&artikel=5.1&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [6.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.1&afdeling=6.1.1&artikel=6.4&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [6.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.1&afdeling=6.1.2&artikel=6.6&z=2018-05-30&g=2018-05-30), en [6.23 tot en met 6.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.2&artikel=6.23&z=2018-05-30&g=2018-05-30), of van [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20) kan het Commissariaat aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.
1. Bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van de [artikelen 2.34, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.34&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.58, onderdelen a tot en met c, en e](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.58&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.170](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.5&artikel=2.170&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [2.170b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.5&artikel=2.170b&z=2020-02-01&g=2020-02-01) of [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20) kan het Commissariaat aan de overtreder een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 225 000 per overtreding.
2. De bestuurlijke boete bij overtreding van het bepaalde in [artikel 2.34, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.34&z=2020-02-01&g=2020-02-01), bedraagt tien procent van het totale bedrag aan gelden dat gemiddeld in de kalenderjaren voorafgaand aan de overtreding tijdens de lopende erkenningperiode aan de omroeporganisatie ter beschikking is gesteld voor de verzorging van media-aanbod voor de landelijke publieke mediadienst.
3. Bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van de [artikelen 2.34, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.34&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.35](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.3&artikel=2.35&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.58, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.5&artikel=2.58&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.70](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.2&artikel=2.70&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.71, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.2&artikel=2.71&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.88b tot en met 2.92](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.2¶graaf=2.5.2.1&artikel=2.89&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.94 tot en met 2.99](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.2¶graaf=2.5.2.2&artikel=2.94&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.106 tot en met 2.108](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.3&artikel=2.106&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.111, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.3&artikel=2.111&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.115 tot en met 2.124](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.1&artikel=2.115&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.150, tweede en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.150&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.151, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.151&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.170](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.5&artikel=2.170&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [2.170b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.5&artikel=2.170b&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [3.5b tot en met 3.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.2&artikel=3.6&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [3.15, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.3&artikel=3.15&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [3.16](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.3&artikel=3.16&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [3.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.3&artikel=3.17&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [3.19 tot en met 3.19b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.3&artikel=3.19&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [3.20 tot en met 3.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.4¶graaf=3.2.4.1&artikel=3.20&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [3.29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.5&artikel=3.29&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [3.29d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2a&artikel=3.29d&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [4.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=4&artikel=4.1&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [4.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=4&artikel=4.6&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [5.1 tot en met 5.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=5&artikel=5.1&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [6.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.1&afdeling=6.1.1&artikel=6.4&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [6.6, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.1&afdeling=6.1.2&artikel=6.6&z=2020-02-01&g=2020-02-01), en [6.23 tot en met 6.25](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.2&artikel=6.23&z=2020-02-01&g=2020-02-01), of van [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20) kan het Commissariaat aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.
##### Artikel 7.13
De te betalen geldsommen van de bestuurlijke boeten en dwangsommen komen toe aan Onze Minister en zijn bestemd voor door hem te bepalen mediadoelen in brede zin, met uitzondering van de bestuurlijke boete, bedoeld in [artikel 7.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=7&titeldeel=7.2&artikel=7.12&z=2018-05-30&g=2018-05-30), die wordt toegevoegd aan de algemene mediareserve, bedoeld in [artikel 2.166](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.4&artikel=2.166&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
De te betalen geldsommen van de bestuurlijke boeten en dwangsommen komen toe aan Onze Minister en zijn bestemd voor door hem te bepalen mediadoelen in brede zin, met uitzondering van de bestuurlijke boete, bedoeld in [artikel 7.12, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=7&titeldeel=7.2&artikel=7.12&z=2020-02-01&g=2020-02-01), die wordt toegevoegd aan de algemene mediareserve, bedoeld in [artikel 2.166](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.4&artikel=2.166&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
##### Artikel 7.14
Bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet of [artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0005537&artikel=5:20) kan het Commissariaat, naast of in plaats van het opleggen van een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom:
- a. de in de artikelen [6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.1&afdeling=6.1.1&artikel=6.1&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [6.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.1&afdeling=6.1.2&artikel=6.5&z=2018-05-30&g=2018-05-30) bedoelde uren van de desbetreffende instelling verminderen of intrekken; en
- b. de uren intrekken of verminderen die de Ster op grond van [artikel 2.95](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.2¶graaf=2.5.2.2&artikel=2.95&z=2018-05-30&g=2018-05-30) op de programmakanalen van de landelijke publieke mediadienst ter beschikking heeft.
- a. de in de artikelen [6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.1&afdeling=6.1.1&artikel=6.1&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [6.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.1&afdeling=6.1.2&artikel=6.5&z=2020-02-01&g=2020-02-01) bedoelde uren van de desbetreffende instelling verminderen of intrekken; en
- b. de uren intrekken of verminderen die de Ster op grond van [artikel 2.95](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.2¶graaf=2.5.2.2&artikel=2.95&z=2020-02-01&g=2020-02-01) op de programmakanalen van de landelijke publieke mediadienst ter beschikking heeft.
##### Artikel 7.15
@@ -2808,11 +2808,11 @@
1. Bij een onherroepelijke veroordeling tot een onvoorwaardelijke geldboete op grond van [artikel 137d van het Wetboek van Strafrecht](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0001854&artikel=137d) verbiedt het Commissariaat:
- a. een omroepvereniging, de educatieve media-instelling en een kerkgenootschap of genootschap op geestelijke grondslag tijdelijk een erkenning of aanwijzing als bedoeld in [hoofdstuk 2, afdeling 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&z=2018-05-30&g=2018-05-30) respectievelijk [afdeling 2.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.4&z=2018-05-30&g=2018-05-30), te gebruiken;
- b. een regionale of lokale publieke media-instelling tijdelijk een aanwijzing als bedoeld in [hoofdstuk 2, paragraaf 2.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1&z=2018-05-30&g=2018-05-30), te gebruiken; en
- c. een commerciële media-instelling tijdelijk een toestemming als bedoeld in [hoofdstuk 3, titel 3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&z=2018-05-30&g=2018-05-30), te gebruiken.
- a. een omroepvereniging, de educatieve media-instelling en een kerkgenootschap of genootschap op geestelijke grondslag tijdelijk een erkenning of aanwijzing als bedoeld in [hoofdstuk 2, afdeling 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&z=2020-02-01&g=2020-02-01) respectievelijk [afdeling 2.2.4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.4&z=2020-02-01&g=2020-02-01), te gebruiken;
- b. een regionale of lokale publieke media-instelling tijdelijk een aanwijzing als bedoeld in [hoofdstuk 2, paragraaf 2.3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1&z=2020-02-01&g=2020-02-01), te gebruiken; en
- c. een commerciële media-instelling tijdelijk een toestemming als bedoeld in [hoofdstuk 3, titel 3.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.1&z=2020-02-01&g=2020-02-01), te gebruiken.
2. Een verbod geldt voor een periode van:
@@ -2830,7 +2830,7 @@
##### Artikel 7.17
Bij intrekking of vermindering van uren kan het Commissariaat als dat nodig is de verdeling van de uren, bedoeld in de [artikelen 6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.1&afdeling=6.1.1&artikel=6.1&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [6.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.1&afdeling=6.1.2&artikel=6.5&z=2018-05-30&g=2018-05-30), herzien.
Bij intrekking of vermindering van uren kan het Commissariaat als dat nodig is de verdeling van de uren, bedoeld in de [artikelen 6.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.1&afdeling=6.1.1&artikel=6.1&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [6.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.1&afdeling=6.1.2&artikel=6.5&z=2020-02-01&g=2020-02-01), herzien.
##### Artikel 7.18
@@ -2840,7 +2840,7 @@
##### Artikel 7.19
1. De in [artikel 7.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=7&titeldeel=7.2&artikel=7.11&z=2018-05-30&g=2018-05-30), bedoelde toezichthouders zijn bevoegd:
1. De in [artikel 7.11, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=7&titeldeel=7.2&artikel=7.11&z=2020-02-01&g=2020-02-01), bedoelde toezichthouders zijn bevoegd:
- a. met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner; en
@@ -2910,7 +2910,7 @@
##### Artikel 8.7
Onze Minister vergoedt uit de in [artikel 8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.8&z=2018-05-30&g=2018-05-30) bedoelde inkomsten en uit andere beschikbare financiële middelen de kosten van het Stimuleringsfonds op basis van de door hem goedgekeurde begroting.
Onze Minister vergoedt uit de in [artikel 8.8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=8&titeldeel=8.1&artikel=8.8&z=2020-02-01&g=2020-02-01) bedoelde inkomsten en uit andere beschikbare financiële middelen de kosten van het Stimuleringsfonds op basis van de door hem goedgekeurde begroting.
##### Artikel 8.8
@@ -3084,7 +3084,7 @@
##### Artikel 9.7
Voor de erkenningperiode die loopt van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2020 kan Onze Minister met inachtneming van [afdeling 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en onverminderd [artikel 9.8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&z=2018-05-30&g=2018-05-30) de erkenningen, bedoeld in [artikel 2.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2018-05-30&g=2018-05-30), alleen verlenen aan:
Voor de erkenningperiode die loopt van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2020 kan Onze Minister met inachtneming van [afdeling 2.2.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en onverminderd [artikel 9.8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&z=2020-02-01&g=2020-02-01) de erkenningen, bedoeld in [artikel 2.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2020-02-01&g=2020-02-01), alleen verlenen aan:
- a. de omroepverenigingen Evangelische Omroep, MAX en VPRO;
@@ -3094,27 +3094,27 @@
##### Artikel 9.8
1. In afwijking van [artikel 2.32, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.32&z=2018-05-30&g=2018-05-30), wijst Onze Minister een aanvraag voor een erkenning voor de periode die loopt van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2020 eveneens af, als de aanvrager niet voldoet aan [artikel 9.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&afdeling=9.2.1&artikel=9.7&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
2. In afwijking van [artikel 2.33, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.33&z=2018-05-30&g=2018-05-30), trekt Onze Minister een erkenning voor de periode die loopt van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2020 eveneens in, als de aanvrager niet meer voldoet aan [artikel 9.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&afdeling=9.2.1&artikel=9.7&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
1. In afwijking van [artikel 2.32, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.32&z=2020-02-01&g=2020-02-01), wijst Onze Minister een aanvraag voor een erkenning voor de periode die loopt van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2020 eveneens af, als de aanvrager niet voldoet aan [artikel 9.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&afdeling=9.2.1&artikel=9.7&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
2. In afwijking van [artikel 2.33, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.33&z=2020-02-01&g=2020-02-01), trekt Onze Minister een erkenning voor de periode die loopt van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2020 eveneens in, als de aanvrager niet meer voldoet aan [artikel 9.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&afdeling=9.2.1&artikel=9.7&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
##### Artikel 9.9
De leden van de raad van toezicht van de Nederlandse Programma Stichting, bedoeld in [artikel 2.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.3&artikel=2.36&z=2018-05-30&g=2018-05-30), zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van het onderdeel betreffende artikel 2.36 van de [Wet van 6 november 2013 tot wijziging van de Mediawet 2008 teneinde het stelsel van de landelijke publieke omroep te moderniseren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034182), zijn met ingang van dat tijdstip van inwerkingtreding, lid van de raad van toezicht van de NTR, bedoeld in artikel 2.36, zoals dat artikel luidt op dat tijdstip, voor het resterende gedeelte van hun benoemingstermijn. Deze leden van de raad van toezicht van de NTR kunnen voor een aansluitende periode van maximaal vier jaar eenmaal herbenoemd worden.
De leden van de raad van toezicht van de Nederlandse Programma Stichting, bedoeld in [artikel 2.36](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.3&artikel=2.36&z=2020-02-01&g=2020-02-01), zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van het onderdeel betreffende artikel 2.36 van de [Wet van 6 november 2013 tot wijziging van de Mediawet 2008 teneinde het stelsel van de landelijke publieke omroep te moderniseren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034182), zijn met ingang van dat tijdstip van inwerkingtreding, lid van de raad van toezicht van de NTR, bedoeld in artikel 2.36, zoals dat artikel luidt op dat tijdstip, voor het resterende gedeelte van hun benoemingstermijn. Deze leden van de raad van toezicht van de NTR kunnen voor een aansluitende periode van maximaal vier jaar eenmaal herbenoemd worden.
##### Artikel 9.10
Ten behoeve van de financiële verantwoording over het jaar 2015 blijven met betrekking tot kerkgenootschappen, genootschappen op geestelijke grondslag en rechtspersonen waarin twee of meer van deze genootschappen samenwerken waaraan een aanwijzing was verleend, bedoeld in [artikel 2.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.4&artikel=2.42&z=2018-05-30&g=2018-05-30), zoals dat artikel luidde op 31 december 2015, de [artikelen 2.171 tot en met 2.174](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.1&artikel=2.171&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [2.176 tot en met 2.178](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.2&artikel=2.176&z=2018-05-30&g=2018-05-30) van toepassing. De [artikelen 2.138b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.138b&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [2.179](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.3&artikel=2.179&z=2018-05-30&g=2018-05-30) zoals die artikelen luidden op 31 december 2015 zijn eveneens van toepassing.
Ten behoeve van de financiële verantwoording over het jaar 2015 blijven met betrekking tot kerkgenootschappen, genootschappen op geestelijke grondslag en rechtspersonen waarin twee of meer van deze genootschappen samenwerken waaraan een aanwijzing was verleend, bedoeld in [artikel 2.42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.4&artikel=2.42&z=2020-02-01&g=2020-02-01), zoals dat artikel luidde op 31 december 2015, de [artikelen 2.171 tot en met 2.174](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.1&artikel=2.171&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [2.176 tot en met 2.178](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.2&artikel=2.176&z=2020-02-01&g=2020-02-01) van toepassing. De [artikelen 2.138b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.138b&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [2.179](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.3&artikel=2.179&z=2020-02-01&g=2020-02-01) zoals die artikelen luidden op 31 december 2015 zijn eveneens van toepassing.
##### Artikel 9.11
De vaststelling van het budget, bedoeld in [artikel 2.149, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2018-05-30&g=2018-05-30), is voor de kalenderjaren 2014 en 2015 ten minste gebaseerd op de wettelijke grondslagen zoals die golden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het onderdeel betreffende artikel 2.149 van de [Wet van 6 november 2013 tot wijziging van de Mediawet 2008 teneinde het stelsel van de landelijke publieke omroep te moderniseren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034182), ten aanzien van de vaststelling van het budget van de Nederlandse Programma Stichting en de educatieve media-instelling die een erkenning had verkregen op grond van [artikel 2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.28&z=2018-05-30&g=2018-05-30), zoals dat artikel toen luidde.
De vaststelling van het budget, bedoeld in [artikel 2.149, eerste lid, onderdeel d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2020-02-01&g=2020-02-01), is voor de kalenderjaren 2014 en 2015 ten minste gebaseerd op de wettelijke grondslagen zoals die golden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van het onderdeel betreffende artikel 2.149 van de [Wet van 6 november 2013 tot wijziging van de Mediawet 2008 teneinde het stelsel van de landelijke publieke omroep te moderniseren](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0034182), ten aanzien van de vaststelling van het budget van de Nederlandse Programma Stichting en de educatieve media-instelling die een erkenning had verkregen op grond van [artikel 2.28](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.28&z=2020-02-01&g=2020-02-01), zoals dat artikel toen luidde.
##### Artikel 9.12
1. In afwijking van [artikel 2.150, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.150&z=2018-05-30&g=2018-05-30), komt:
- a. jaarlijks voor de kalenderjaren 2016 tot en met 2020 vijf procent van het totaal van de budgetten, bedoeld in [artikel 2.149, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2018-05-30&g=2018-05-30), dat is vastgesteld voor het kalenderjaar 2016 ten goede aan media-aanbod van de omroeporganisaties, bedoeld in [artikel 9.7, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&afdeling=9.2.1&artikel=9.7&z=2018-05-30&g=2018-05-30), of van de omroeporganisaties van de in dat onderdeel genoemde samenstelling met inbegrip van een of beide omroepverenigingen PowNed en WNL; en
1. In afwijking van [artikel 2.150, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.150&z=2020-02-01&g=2020-02-01), komt:
- a. jaarlijks voor de kalenderjaren 2016 tot en met 2020 vijf procent van het totaal van de budgetten, bedoeld in [artikel 2.149, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2020-02-01&g=2020-02-01), dat is vastgesteld voor het kalenderjaar 2016 ten goede aan media-aanbod van de omroeporganisaties, bedoeld in [artikel 9.7, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&afdeling=9.2.1&artikel=9.7&z=2020-02-01&g=2020-02-01), of van de omroeporganisaties van de in dat onderdeel genoemde samenstelling met inbegrip van een of beide omroepverenigingen PowNed en WNL; en
- b. het overige budget geheel ten goede aan media-aanbod van de omroeporganisaties, de NOS, en de NTR.
@@ -3122,11 +3122,11 @@
##### Artikel 9.13
De [artikelen 2.184 tot en met 2.187](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.7&artikel=2.184&z=2018-05-30&g=2018-05-30) blijven buiten toepassing voor de vijfjaarlijkse periode van de concessie, bedoeld in [artikel 2.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.19&z=2018-05-30&g=2018-05-30), die loopt van 1 september 2010 tot en met 31 december 2015.
De [artikelen 2.184 tot en met 2.187](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.7&artikel=2.184&z=2020-02-01&g=2020-02-01) blijven buiten toepassing voor de vijfjaarlijkse periode van de concessie, bedoeld in [artikel 2.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.19&z=2020-02-01&g=2020-02-01), die loopt van 1 september 2010 tot en met 31 december 2015.
##### Artikel 9.14
1. Van overdrachtsbelasting zijn vrijgesteld verkrijgingen van onroerende zaken en de rechten waaraan deze zijn onderworpen, bij vorming van een omroeporganisatie als bedoeld in [artikel 9.7, aanhef en onderdelen b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&afdeling=9.2.1&artikel=9.7&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
1. Van overdrachtsbelasting zijn vrijgesteld verkrijgingen van onroerende zaken en de rechten waaraan deze zijn onderworpen, bij vorming van een omroeporganisatie als bedoeld in [artikel 9.7, aanhef en onderdelen b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&afdeling=9.2.1&artikel=9.7&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
2. Het eerste lid is alleen van toepassing als de onroerende zaken en de rechten waaraan deze zijn onderworpen uiterlijk 1 juli 2015 worden verkregen vanwege fusie tot een omroepvereniging of oprichting van een samenwerkingsomroep.
@@ -3134,7 +3134,7 @@
##### Artikel 9.15
De voordracht voor een krachtens de [artikelen 2.21a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.21a&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.34a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2a&artikel=2.34a&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.1&artikel=2.116&z=2018-05-30&g=2018-05-30) of [2.136](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.136&z=2018-05-30&g=2018-05-30) vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
De voordracht voor een krachtens de [artikelen 2.21a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.21a&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.34a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2a&artikel=2.34a&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.116](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.1&artikel=2.116&z=2020-02-01&g=2020-02-01) of [2.136](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.136&z=2020-02-01&g=2020-02-01) vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
## Titel 8.2. Subsidieverstrekking ten behoeve van persorganen
@@ -3144,7 +3144,7 @@
##### Artikel 9.17
Een wijziging van de Europese richtlijn gaat voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=1&artikel=1.2&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.115 tot en met 2.121](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.1&artikel=2.115&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [3.20 tot en met 3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.4¶graaf=3.2.4.1&artikel=3.20&z=2018-05-30&g=2018-05-30), en [hoofdstuk 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=5&z=2018-05-30&g=2018-05-30) gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
Een wijziging van de Europese richtlijn gaat voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens de [artikelen 1.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=1&artikel=1.2&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.115 tot en met 2.121](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.4¶graaf=2.5.4.1&artikel=2.115&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [3.20 tot en met 3.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.4¶graaf=3.2.4.1&artikel=3.20&z=2020-02-01&g=2020-02-01), en [hoofdstuk 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=5&z=2020-02-01&g=2020-02-01) gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
##### Artikel 9.18
@@ -3152,11 +3152,11 @@
- a. vervallen;
- b. berust het [besluit van 23 juni 1988 (Stb. 341), houdende regelen ter uitvoering van artikel 173 van de Mediawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004354), op [artikel 6.26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.4&artikel=6.26&z=2018-05-30&g=2018-05-30);
- c. berust de [Regeling toezichtskosten commerciële omroep](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012826) op [artikel 3.30, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.3&artikel=3.30&z=2018-05-30&g=2018-05-30);
- d. berust de [Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014740) op [artikel 6.23, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.2&artikel=6.23&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
- b. berust het [besluit van 23 juni 1988 (Stb. 341), houdende regelen ter uitvoering van artikel 173 van de Mediawet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004354), op [artikel 6.26, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.4&artikel=6.26&z=2020-02-01&g=2020-02-01);
- c. berust de [Regeling toezichtskosten commerciële omroep](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0012826) op [artikel 3.30, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.3&artikel=3.30&z=2020-02-01&g=2020-02-01);
- d. berust de [Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014740) op [artikel 6.23, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.2&artikel=6.23&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
##### Artikel 9.19
@@ -3166,7 +3166,7 @@
1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2. Als deze wet na 31 december 2008 in werking treedt, werken de [artikelen 2.143](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.1&artikel=2.143&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [2.144](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.1&artikel=2.144&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [9.1, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=9&titeldeel=9.1&artikel=9.1&z=2018-05-30&g=2018-05-30), terug tot en met 1 januari 2008.
2. Als deze wet na 31 december 2008 in werking treedt, werken de [artikelen 2.143](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.1&artikel=2.143&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [2.144](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.1&artikel=2.144&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [9.1, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=9&titeldeel=9.1&artikel=9.1&z=2020-02-01&g=2020-02-01), terug tot en met 1 januari 2008.
##### Artikel 9.21
@@ -3178,7 +3178,7 @@
##### Artikel 2.21a
1. [Artikel 2.21, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.21&z=2018-05-30&g=2018-05-30), is niet van toepassing, als bij wijze van experiment van beperkte omvang of duur media-aanbod via andere aanbodkanalen dan die, bedoeld in [artikel 2.20, tweede lid, onderdelen b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.20&z=2018-05-30&g=2018-05-30), wordt aangeboden. Een experiment dient om te onderzoeken of deze aanbodkanalen een bijdrage kunnen leveren aan de verwezenlijking van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau.
1. [Artikel 2.21, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.21&z=2020-02-01&g=2020-02-01), is niet van toepassing, als bij wijze van experiment van beperkte omvang of duur media-aanbod via andere aanbodkanalen dan die, bedoeld in [artikel 2.20, tweede lid, onderdelen b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.20&z=2020-02-01&g=2020-02-01), wordt aangeboden. Een experiment dient om te onderzoeken of deze aanbodkanalen een bijdrage kunnen leveren aan de verwezenlijking van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau.
2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wanneer sprake is van beperkte omvang of duur en kunnen nadere regels worden gesteld over het uitvoeren van experimenten.
@@ -3204,7 +3204,7 @@
1. De algemeen directeur van de NTR wordt benoemd, geschorst en ontslagen door de raad van toezicht.
2. [Artikel 2.37, eerste lid, aanhef en onderdelen b tot en met g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.3&artikel=2.37&z=2018-05-30&g=2018-05-30), is van overeenkomstige toepassing op de algemeen directeur.
2. [Artikel 2.37, eerste lid, aanhef en onderdelen b tot en met g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.3&artikel=2.37&z=2020-02-01&g=2020-02-01), is van overeenkomstige toepassing op de algemeen directeur.
3. De algemeen directeur is in dienst van de NTR. De raad van toezicht stelt zijn arbeidsvoorwaarden vast.
@@ -3262,13 +3262,13 @@
##### Artikel 2.138a
1. Wanneer een omroeporganisatie uitvoering geeft aan het voornemen, bedoeld in [artikel 2.138, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.138&z=2018-05-30&g=2018-05-30), draagt zij binnen vier maanden na afloop van de periode waarvoor een erkenning of een voorlopige erkenning als bedoeld in [artikel 2.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2018-05-30&g=2018-05-30) is verleend, zorg voor de vaststelling van een eindafrekening. De eindafrekening gaat vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in [artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393). [Artikel 2.171, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.1&artikel=2.171&z=2018-05-30&g=2018-05-30), is van overeenkomstige toepassing. Het Commissariaat kan de termijn, bedoeld in de eerste volzin, verlengen met een door hem te stellen termijn.
2. Mede op basis van de eindafrekening, bedoeld in het eerste lid, stelt het Commissariaat het terug te betalen bedrag vast. Teruggevorderde bedragen voegt het Commissariaat toe aan de algemene mediareserve, bedoeld in [artikel 2.166](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.4&artikel=2.166&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
1. Wanneer een omroeporganisatie uitvoering geeft aan het voornemen, bedoeld in [artikel 2.138, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.138&z=2020-02-01&g=2020-02-01), draagt zij binnen vier maanden na afloop van de periode waarvoor een erkenning of een voorlopige erkenning als bedoeld in [artikel 2.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2020-02-01&g=2020-02-01) is verleend, zorg voor de vaststelling van een eindafrekening. De eindafrekening gaat vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in [artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003045&artikel=393). [Artikel 2.171, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.1&artikel=2.171&z=2020-02-01&g=2020-02-01), is van overeenkomstige toepassing. Het Commissariaat kan de termijn, bedoeld in de eerste volzin, verlengen met een door hem te stellen termijn.
2. Mede op basis van de eindafrekening, bedoeld in het eerste lid, stelt het Commissariaat het terug te betalen bedrag vast. Teruggevorderde bedragen voegt het Commissariaat toe aan de algemene mediareserve, bedoeld in [artikel 2.166](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.4&artikel=2.166&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
3. In het geval, bedoeld in het eerste lid:
- a. betaalt de omroeporganisatie de op het moment, bedoeld in [artikel 2.138, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.138&z=2018-05-30&g=2018-05-30), aanwezige gelden die bestemd zijn voor de verzorging van media-aanbod voor de landelijke publieke omroep, terug aan het Commissariaat;
- a. betaalt de omroeporganisatie de op het moment, bedoeld in [artikel 2.138, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.138&z=2020-02-01&g=2020-02-01), aanwezige gelden die bestemd zijn voor de verzorging van media-aanbod voor de landelijke publieke omroep, terug aan het Commissariaat;
- b. draagt de omroeporganisatie er zorg voor dat programmamateriaal dat verspreid is op de programmakanalen van de landelijke publieke omroep dan wel daarvoor is geproduceerd of aangekocht en de daaraan verbonden programmaformats, namen en merken, voor zover het auteurs- of gebruiksrecht daarop bij de omroeporganisatie berust, gedurende drie jaar na afloop van de periode waarvoor een erkenning of voorlopige erkenning is verleend, om niet ter beschikking wordt gesteld aan de raad van bestuur voor gebruik op aanbodkanalen van de landelijke publieke omroep;
@@ -3280,11 +3280,11 @@
5. Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing, als:
- a. aan een omroeporganisatie geen erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2018-05-30&g=2018-05-30), wordt verleend;
- b. een erkenning of voorlopige erkenning overeenkomstig [artikel 2.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.33&z=2018-05-30&g=2018-05-30) wordt ingetrokken; en
- c. een omroeporganisatie in strijd met [artikel 2.34, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.34&z=2018-05-30&g=2018-05-30), tijdens een erkenningperiode niet langer als omroeporganisatie media-aanbod voor de landelijke publieke omroep verzorgt.
- a. aan een omroeporganisatie geen erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2020-02-01&g=2020-02-01), wordt verleend;
- b. een erkenning of voorlopige erkenning overeenkomstig [artikel 2.33](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.33&z=2020-02-01&g=2020-02-01) wordt ingetrokken; en
- c. een omroeporganisatie in strijd met [artikel 2.34, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.34&z=2020-02-01&g=2020-02-01), tijdens een erkenningperiode niet langer als omroeporganisatie media-aanbod voor de landelijke publieke omroep verzorgt.
##### Artikel 2.142a
@@ -3296,7 +3296,7 @@
- c. de leden van het toezichthoudende orgaan worden benoemd op basis van vooraf vastgestelde openbare profielen.
2. De NPO en de landelijke publieke media-instellingen volgen daarbij zo veel als mogelijk aanbevelingen uit de gedragscode, bedoeld in [artikel 2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.1&artikel=2.3&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
2. De NPO en de landelijke publieke media-instellingen volgen daarbij zo veel als mogelijk aanbevelingen uit de gedragscode, bedoeld in [artikel 2.3, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.1&artikel=2.3&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
3. De landelijke publieke media-instelling die samenwerkingsomroep is, draagt ervoor zorg dat de omroepverenigingen die hij vertegenwoordigt, overeenkomstig het eerste en tweede lid handelen.
@@ -3312,11 +3312,11 @@
##### Artikel 2.152a
1. De raad van bestuur verdeelt het budget, bedoeld in [artikel 2.149, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2018-05-30&g=2018-05-30), over de omroepverenigingen die een voorlopige erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2018-05-30&g=2018-05-30), hebben verkregen zodanig dat elke omroepvereniging over een bedrag beschikt dat gelijk is aan vijftien procent van het bedrag dat geldt op grond van [artikel 2.152](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.152&z=2018-05-30&g=2018-05-30) voor een omroeporganisatie die uit een omroepvereniging is gevormd.
2. De NTR en de omroeporganisaties, bedoeld in [artikel 2.26, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.26&z=2018-05-30&g=2018-05-30), ontvangen de bedragen, bedoeld in het eerste lid en [artikel 2.150, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.150&z=2018-05-30&g=2018-05-30), van elk van de omroepverenigingen die een voorlopige erkenning hebben verkregen, ten beheer.
3. De landelijke publieke media-instellingen, bedoeld in [artikel 2.149, eerste lid, onderdelen a tot en met d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2018-05-30&g=2018-05-30), besteden de ontvangen bedragen en de budgetten aan de in de desbetreffende onderdelen genoemde doelen.
1. De raad van bestuur verdeelt het budget, bedoeld in [artikel 2.149, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2020-02-01&g=2020-02-01), over de omroepverenigingen die een voorlopige erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2020-02-01&g=2020-02-01), hebben verkregen zodanig dat elke omroepvereniging over een bedrag beschikt dat gelijk is aan vijftien procent van het bedrag dat geldt op grond van [artikel 2.152](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.152&z=2020-02-01&g=2020-02-01) voor een omroeporganisatie die uit een omroepvereniging is gevormd.
2. De NTR en de omroeporganisaties, bedoeld in [artikel 2.26, eerste lid, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.26&z=2020-02-01&g=2020-02-01), ontvangen de bedragen, bedoeld in het eerste lid en [artikel 2.150, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.150&z=2020-02-01&g=2020-02-01), van elk van de omroepverenigingen die een voorlopige erkenning hebben verkregen, ten beheer.
3. De landelijke publieke media-instellingen, bedoeld in [artikel 2.149, eerste lid, onderdelen a tot en met d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.2¶graaf=2.6.2.2&artikel=2.149&z=2020-02-01&g=2020-02-01), besteden de ontvangen bedragen en de budgetten aan de in de desbetreffende onderdelen genoemde doelen.
#### Paragraaf 2.6.2.2. Vaststelling budgetten
@@ -3330,13 +3330,13 @@
##### Artikel 2.170a
1. Als een regionale publieke media-instelling voornemens is na afloop van de periode waarvoor een aanwijzing als bedoeld in [artikel 2.61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1a&artikel=2.61&z=2018-05-30&g=2018-05-30) is verleend, een commerciële omroepdienst te verzorgen of een belang te verwerven in een commerciële media- instelling, meldt zij dit aan het Commissariaat.
1. Als een regionale publieke media-instelling voornemens is na afloop van de periode waarvoor een aanwijzing als bedoeld in [artikel 2.61](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1a&artikel=2.61&z=2020-02-01&g=2020-02-01) is verleend, een commerciële omroepdienst te verzorgen of een belang te verwerven in een commerciële media- instelling, meldt zij dit aan het Commissariaat.
2. Na de melding kan de regionale publieke media-instelling in het laatste jaar van de periode waarvoor een aanwijzing is verleend, activiteiten verrichten die noodzakelijk zijn om te zorgen dat zij of de rechtspersoon waarin zij een belang verwerft, na afloop van de periode waarvoor die aanwijzing is verleend, een commerciële omroepdienst kan verzorgen.
3. Als een regionale publieke media-instelling uitvoering geeft aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, draagt zij binnen vier maanden na afloop van de periode waarvoor een aanwijzing is verleend, zorg voor de vaststelling van een eindafrekening. [Artikel 2.138a, eerste lid, tweede, derde en vierde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.138a&z=2018-05-30&g=2018-05-30), is van overeenkomstige toepassing.
4. Mede op basis van de eindafrekening, bedoeld in het derde lid, stelt het Commissariaat het terug te betalen bedrag vast. [Artikel 2.138a, tweede lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.138a&z=2018-05-30&g=2018-05-30), is van toepassing.
3. Als een regionale publieke media-instelling uitvoering geeft aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, draagt zij binnen vier maanden na afloop van de periode waarvoor een aanwijzing is verleend, zorg voor de vaststelling van een eindafrekening. [Artikel 2.138a, eerste lid, tweede, derde en vierde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.138a&z=2020-02-01&g=2020-02-01), is van overeenkomstige toepassing.
4. Mede op basis van de eindafrekening, bedoeld in het derde lid, stelt het Commissariaat het terug te betalen bedrag vast. [Artikel 2.138a, tweede lid, tweede volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.138a&z=2020-02-01&g=2020-02-01), is van toepassing.
5. In het geval, bedoeld in het derde lid:
@@ -3348,11 +3348,11 @@
6. Voor de toepassing van het derde, vierde en vijfde lid wordt onder regionale publieke media-instelling tevens begrepen haar rechtsopvolger of rechtsverkrijgende.
7. Als een regionale publieke media-instelling na afloop van de periode waarvoor een aanwijzing is verleend, niet opnieuw wordt aangewezen, draagt zij binnen vier maanden na afloop van de periode waarvoor die aanwijzing is verleend, zorg voor de vaststelling van een eindafrekening wat betreft de financiën die betrekking hebben op de verzorging van media-aanbod voor de regionale publieke mediadienst. [Artikel 2.138a, eerste lid, tweede, derde en vierde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.138a&z=2018-05-30&g=2018-05-30), is van overeenkomstige toepassing. Artikel 2.138a, tweede lid, is van toepassing.
7. Als een regionale publieke media-instelling na afloop van de periode waarvoor een aanwijzing is verleend, niet opnieuw wordt aangewezen, draagt zij binnen vier maanden na afloop van de periode waarvoor die aanwijzing is verleend, zorg voor de vaststelling van een eindafrekening wat betreft de financiën die betrekking hebben op de verzorging van media-aanbod voor de regionale publieke mediadienst. [Artikel 2.138a, eerste lid, tweede, derde en vierde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.138a&z=2020-02-01&g=2020-02-01), is van overeenkomstige toepassing. Artikel 2.138a, tweede lid, is van toepassing.
8. In het geval, bedoeld in het zevende lid, zijn het vijfde en zesde lid van overeenkomstige toepassing.
9. Het zevende lid is eveneens van toepassing, als een aanwijzing overeenkomstig [artikel 2.67](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1a&artikel=2.67&z=2018-05-30&g=2018-05-30) of [artikel 2.68](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1a&artikel=2.68&z=2018-05-30&g=2018-05-30) wordt ingetrokken. [Artikel 2.138a, eerste lid, tweede, derde en vierde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.138a&z=2018-05-30&g=2018-05-30), is van overeenkomstige toepassing. Artikel 2.138a, tweede lid, is van toepassing.
9. Het zevende lid is eveneens van toepassing, als een aanwijzing overeenkomstig [artikel 2.67](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1a&artikel=2.67&z=2020-02-01&g=2020-02-01) of [artikel 2.68](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1a&artikel=2.68&z=2020-02-01&g=2020-02-01) wordt ingetrokken. [Artikel 2.138a, eerste lid, tweede, derde en vierde volzin](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.138a&z=2020-02-01&g=2020-02-01), is van overeenkomstige toepassing. Artikel 2.138a, tweede lid, is van toepassing.
10. In het geval, bedoeld in het negende lid, zijn het vijfde en zesde lid van overeenkomstige toepassing.
@@ -3364,9 +3364,9 @@
##### Artikel 2.174a
1. Omroeporganisaties die een erkenning of een voorlopige erkenning als bedoeld in [artikel 2.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2018-05-30&g=2018-05-30) hebben verkregen, kunnen netto inkomsten uit contributies en verenigingsactiviteiten als bedoeld in [artikel 2.136](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.136&z=2018-05-30&g=2018-05-30) tot een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag reserveren voor die verenigingsactiviteiten.
2. De landelijke publieke media-instelling die samenwerkingsomroep is, draagt ervoor zorg dat de omroepverenigingen die hij vertegenwoordigt, slechts tot een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag overeenkomstig het eerste lid reserveren voor eigen verenigingsactiviteiten. De instelling ontvangt jaarlijks aan het einde van het boekjaar, bedoeld in [artikel 2.172, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.1&artikel=2.172&z=2018-05-30&g=2018-05-30), van de omroepverenigingen over dat boekjaar het deel van hun exploitatiesaldo dat overblijft na aftrek van de overeenkomstig de eerste volzin voor verenigingsactiviteiten gereserveerde gelden.
1. Omroeporganisaties die een erkenning of een voorlopige erkenning als bedoeld in [artikel 2.23](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2020-02-01&g=2020-02-01) hebben verkregen, kunnen netto inkomsten uit contributies en verenigingsactiviteiten als bedoeld in [artikel 2.136](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.5&afdeling=2.5.6&artikel=2.136&z=2020-02-01&g=2020-02-01) tot een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag reserveren voor die verenigingsactiviteiten.
2. De landelijke publieke media-instelling die samenwerkingsomroep is, draagt ervoor zorg dat de omroepverenigingen die hij vertegenwoordigt, slechts tot een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag overeenkomstig het eerste lid reserveren voor eigen verenigingsactiviteiten. De instelling ontvangt jaarlijks aan het einde van het boekjaar, bedoeld in [artikel 2.172, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.1&artikel=2.172&z=2020-02-01&g=2020-02-01), van de omroepverenigingen over dat boekjaar het deel van hun exploitatiesaldo dat overblijft na aftrek van de overeenkomstig de eerste volzin voor verenigingsactiviteiten gereserveerde gelden.
3. Gelden die in strijd met het eerste lid zijn gereserveerd of in strijd met het tweede lid, tweede volzin, niet zijn ontvangen, worden terugbetaald aan de raad van bestuur.
@@ -3376,7 +3376,7 @@
##### Artikel 2.188
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden criteria vastgesteld op basis waarvan afzonderlijke landelijke publieke media-instellingen worden geëvalueerd als bedoeld in [artikel 2.186, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.7&artikel=2.186&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden criteria vastgesteld op basis waarvan afzonderlijke landelijke publieke media-instellingen worden geëvalueerd als bedoeld in [artikel 2.186, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.7&artikel=2.186&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
2. De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.
@@ -3464,7 +3464,7 @@
- c. contactgegevens waaronder e-mailadres of internetadres; en
- d. de naam van het Commissariaat als het orgaan dat is belast met het toezicht op de naleving op grond van [titel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=7&titeldeel=7.2&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
- d. de naam van het Commissariaat als het orgaan dat is belast met het toezicht op de naleving op grond van [titel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=7&titeldeel=7.2&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
### Afdeling 2.5.2. Reclame en telewinkelen
@@ -3636,7 +3636,7 @@
- c. contactgegevens waaronder e-mailadres of internetadres; en
- d. de naam van het Commissariaat als het orgaan dat is belast met het toezicht op de naleving op grond van [titel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=7&titeldeel=7.2&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
- d. de naam van het Commissariaat als het orgaan dat is belast met het toezicht op de naleving op grond van [titel 7.2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=7&titeldeel=7.2&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
### Afdeling 3.2.2. Reclame en telewinkelen
@@ -3658,7 +3658,7 @@
##### Artikel 3.19b
1. Productplaatsing mag alleen voorkomen als in het redactiestatuut, bedoeld in [artikel 3.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.1&artikel=3.5&z=2018-05-30&g=2018-05-30), waarborgen zijn opgenomen voor de redactionele onafhankelijkheid van de werknemers die belast zijn met de verzorging en samenstelling van het programma-aanbod in verband met productplaatsing.
1. Productplaatsing mag alleen voorkomen als in het redactiestatuut, bedoeld in [artikel 3.5, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.1&artikel=3.5&z=2020-02-01&g=2020-02-01), waarborgen zijn opgenomen voor de redactionele onafhankelijkheid van de werknemers die belast zijn met de verzorging en samenstelling van het programma-aanbod in verband met productplaatsing.
2. Productplaatsing in het programma-aanbod is zodanig vormgegeven dat:
@@ -3714,7 +3714,7 @@
##### Artikel 3.29d
Op commerciële mediadiensten op aanvraag zijn de [artikelen 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.1&artikel=3.5&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [3.5b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.1&artikel=3.5b&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.2&artikel=3.6&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [3.7, tweede lid, aanhef en onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.2&artikel=3.7&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [3.15 tot en met 3.19c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.3&artikel=3.15&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [3.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.4¶graaf=3.2.4.3&artikel=3.26&z=2018-05-30&g=2018-05-30) van overeenkomstige toepassing met uitzondering van de [artikelen 3.16, tweede lid, aanhef en onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.3&artikel=3.16&z=2018-05-30&g=2018-05-30), en [3.19b, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.3a&artikel=3.19b&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
Op commerciële mediadiensten op aanvraag zijn de [artikelen 3.5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.1&artikel=3.5&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [3.5b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.1&artikel=3.5b&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [3.6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.2&artikel=3.6&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [3.7, tweede lid, aanhef en onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.2&artikel=3.7&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [3.15 tot en met 3.19c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.3&artikel=3.15&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [3.26](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.4¶graaf=3.2.4.3&artikel=3.26&z=2020-02-01&g=2020-02-01) van overeenkomstige toepassing met uitzondering van de [artikelen 3.16, tweede lid, aanhef en onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.3&artikel=3.16&z=2020-02-01&g=2020-02-01), en [3.19b, derde lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=3&titeldeel=3.2&afdeling=3.2.3a&artikel=3.19b&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
## Titel 3.3. Toezichtskosten
@@ -3762,7 +3762,7 @@
##### Artikel 9.17a
Vooruitlopend op wetgeving ter zake kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld voor vormen van audiovisuele commerciële communicatie in de zin van artikel 1 van de Europese richtlijn waarop de [hoofdstukken 1 tot en met 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=1&z=2018-05-30&g=2018-05-30) van deze wet niet van toepassing zijn.
Vooruitlopend op wetgeving ter zake kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld voor vormen van audiovisuele commerciële communicatie in de zin van artikel 1 van de Europese richtlijn waarop de [hoofdstukken 1 tot en met 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=1&z=2020-02-01&g=2020-02-01) van deze wet niet van toepassing zijn.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
@@ -3822,7 +3822,7 @@
3. Ontslag is verder mogelijk op eigen verzoek.
4. De leden van de raad van toezicht kunnen gezamenlijk worden ontslagen, als bij de tweede evaluatie, bedoeld in [artikel 2.184, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.7&artikel=2.184&z=2018-05-30&g=2018-05-30), is vastgesteld dat de NOS onvoldoende heeft bijgedragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau door de wijze waarop zij uitvoering heeft gegeven aan de publieke taak, bedoeld in [artikel 2.34a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2a&artikel=2.34a&z=2018-05-30&g=2018-05-30). In geval van een ontslag als bedoeld in de eerste volzin benoemt Onze Minister de leden van de nieuwe raad van toezicht.
4. De leden van de raad van toezicht kunnen gezamenlijk worden ontslagen, als bij de tweede evaluatie, bedoeld in [artikel 2.184, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.7&artikel=2.184&z=2020-02-01&g=2020-02-01), is vastgesteld dat de NOS onvoldoende heeft bijgedragen aan de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau door de wijze waarop zij uitvoering heeft gegeven aan de publieke taak, bedoeld in [artikel 2.34a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2a&artikel=2.34a&z=2020-02-01&g=2020-02-01). In geval van een ontslag als bedoeld in de eerste volzin benoemt Onze Minister de leden van de nieuwe raad van toezicht.
5. De leden van de raad van toezicht ontvangen van de NOS een door Onze Minister vast te stellen vergoeding.
@@ -3836,7 +3836,7 @@
1. De directie van de NOS bestaat uit ten hoogste drie leden die worden benoemd, geschorst en ontslagen door de raad van toezicht.
2. [Artikel 2.34d, eerste lid, aanhef en onderdelen b tot en met g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2a&artikel=2.34d&z=2018-05-30&g=2018-05-30), is van overeenkomstige toepassing op de leden van de directie.
2. [Artikel 2.34d, eerste lid, aanhef en onderdelen b tot en met g](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2a&artikel=2.34d&z=2020-02-01&g=2020-02-01), is van overeenkomstige toepassing op de leden van de directie.
3. De directieleden zijn in dienst van de NOS. De raad van toezicht stelt hun arbeidsvoorwaarden vast.
@@ -4274,7 +4274,7 @@
##### Artikel 8.15a
1. Het Stimuleringsfonds kan op basis van daartoe door hem vast te stellen regelingen subsidie verstrekken voor andere activiteiten dan die, bedoeld in de [artikelen 8.11 tot en met 8.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.11&z=2018-05-30&g=2018-05-30), voor zover die activiteiten passen in de doelstellingen van het Stimuleringsfonds.
1. Het Stimuleringsfonds kan op basis van daartoe door hem vast te stellen regelingen subsidie verstrekken voor andere activiteiten dan die, bedoeld in de [artikelen 8.11 tot en met 8.15](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=8&titeldeel=8.2&artikel=8.11&z=2020-02-01&g=2020-02-01), voor zover die activiteiten passen in de doelstellingen van het Stimuleringsfonds.
2. Deze regelingen behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
@@ -4322,9 +4322,9 @@
1. In afwijking van [artikel 34 van de Mededingingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008691&artikel=34) is geen melding vereist voor een voornemen tot concentratie van:
- a. omroepverenigingen als bedoeld in [artikel 9.7, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&afdeling=9.2.1&artikel=9.7&z=2018-05-30&g=2018-05-30), voor zover dat leidt tot de in dat onderdeel bedoelde omroeporganisaties; of
- b. een omroepvereniging als bedoeld in [artikel 9.7, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&afdeling=9.2.1&artikel=9.7&z=2018-05-30&g=2018-05-30), met een omroepvereniging als bedoeld in artikel 9.7, onderdeel a, of met een omroeporganisatie als bedoeld in artikel 9.7, onderdeel b.
- a. omroepverenigingen als bedoeld in [artikel 9.7, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&afdeling=9.2.1&artikel=9.7&z=2020-02-01&g=2020-02-01), voor zover dat leidt tot de in dat onderdeel bedoelde omroeporganisaties; of
- b. een omroepvereniging als bedoeld in [artikel 9.7, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&afdeling=9.2.1&artikel=9.7&z=2020-02-01&g=2020-02-01), met een omroepvereniging als bedoeld in artikel 9.7, onderdeel a, of met een omroeporganisatie als bedoeld in artikel 9.7, onderdeel b.
2. Dit artikel is van toepassing in de periode vanaf 1 januari 2013 tot en met 31 december 2015.
@@ -4340,7 +4340,7 @@
##### Artikel 2.148a
1. Voorafgaand aan elke periode van vijf jaar, bedoeld in [artikel 2.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.19&z=2018-05-30&g=2018-05-30), wordt door Onze Minister het bedrag vastgesteld dat de landelijke publieke mediadienst in die periode jaarlijks ten minste ter beschikking wordt gesteld ten behoeve van zijn taakvervulling.
1. Voorafgaand aan elke periode van vijf jaar, bedoeld in [artikel 2.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.19&z=2020-02-01&g=2020-02-01), wordt door Onze Minister het bedrag vastgesteld dat de landelijke publieke mediadienst in die periode jaarlijks ten minste ter beschikking wordt gesteld ten behoeve van zijn taakvervulling.
2. Het in het eerste lid bedoelde bedrag is voor het eerste jaar van de genoemde periode gelijk aan het bedrag dat ten behoeve van de landelijke publieke mediadienst beschikbaar wordt gesteld in de rijksbegroting voor dat jaar en wordt voor de daaropvolgende jaren bijgesteld overeenkomstig:
@@ -4360,7 +4360,7 @@
2. De RPO en de regionale publieke media-instellingen zenden jaarlijks vóór 1 mei de jaarrekening aan het Commissariaat.
3. De [artikelen 2.172](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.1&artikel=2.172&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [2.173](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.1&artikel=2.173&z=2018-05-30&g=2018-05-30) zijn van toepassing.
3. De [artikelen 2.172](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.1&artikel=2.172&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [2.173](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.6¶graaf=2.6.6.1&artikel=2.173&z=2020-02-01&g=2020-02-01) zijn van toepassing.
#### Paragraaf 2.6.6.2. Reservering en terugvordering
@@ -4408,13 +4408,13 @@
- **«programmapakket»:** een door een natuurlijk persoon of rechtspersoon samengesteld geheel van televisie- en radioprogrammakanalen die hoofdzakelijk door derden zijn geproduceerd;
- **«standaardprogrammapakket»:** een programmapakket als bedoeld in [artikel 6.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.1¶graaf=6.3.1.2&artikel=6.13&z=2018-05-30&g=2018-05-30) of in [artikel 6.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.1¶graaf=6.3.1.2&artikel=6.14&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
- **«standaardprogrammapakket»:** een programmapakket als bedoeld in [artikel 6.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.1¶graaf=6.3.1.2&artikel=6.13&z=2020-02-01&g=2020-02-01) of in [artikel 6.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.1¶graaf=6.3.1.2&artikel=6.14&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
#### Paragraaf 6.3.1.2. Verspreiding van pakketten televisie- en radioprogrammakanalen
##### Artikel 6.14b
Het digitale standaardprogrammapakket dat een pakketaanbieder door middel van een satelliet verspreidt of laat verspreiden, bevat in afwijking van [artikel 6.13, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.1¶graaf=6.3.1.2&artikel=6.13&z=2018-05-30&g=2018-05-30), niet het programma-aanbod op programmakanalen als bedoeld in de onderdelen b, c, d en e van artikel 6.13, derde lid, onderscheidenlijk de onderdelen b, c en d van artikel 6.13, vierde lid.
Het digitale standaardprogrammapakket dat een pakketaanbieder door middel van een satelliet verspreidt of laat verspreiden, bevat in afwijking van [artikel 6.13, derde en vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.1¶graaf=6.3.1.2&artikel=6.13&z=2020-02-01&g=2020-02-01), niet het programma-aanbod op programmakanalen als bedoeld in de onderdelen b, c, d en e van artikel 6.13, derde lid, onderscheidenlijk de onderdelen b, c en d van artikel 6.13, vierde lid.
##### Artikel 6.14c
@@ -4422,7 +4422,7 @@
##### Artikel 6.14d
Het Commissariaat kan geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van de verplichtingen, bedoeld in de [artikelen 6.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.1¶graaf=6.3.1.2&artikel=6.13&z=2018-05-30&g=2018-05-30), [6.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.1¶graaf=6.3.1.2&artikel=6.14&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en [6.14b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.1¶graaf=6.3.1.2&artikel=6.14b&z=2018-05-30&g=2018-05-30) en de op die artikelen berustende voorschriften, als het onverkort nakomen daarvan leidt tot disproportionele kosten, tot een belemmering van innovatie of tot anderszins onredelijke uitkomsten. Het Commissariaat kan aan een ontheffing voorschriften verbinden.
Het Commissariaat kan geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van de verplichtingen, bedoeld in de [artikelen 6.13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.1¶graaf=6.3.1.2&artikel=6.13&z=2020-02-01&g=2020-02-01), [6.14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.1¶graaf=6.3.1.2&artikel=6.14&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en [6.14b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=6&titeldeel=6.3&afdeling=6.3.1¶graaf=6.3.1.2&artikel=6.14b&z=2020-02-01&g=2020-02-01) en de op die artikelen berustende voorschriften, als het onverkort nakomen daarvan leidt tot disproportionele kosten, tot een belemmering van innovatie of tot anderszins onredelijke uitkomsten. Het Commissariaat kan aan een ontheffing voorschriften verbinden.
#### Paragraaf 6.3.1.3. Geschillencommissie
@@ -4520,7 +4520,7 @@
##### Artikel 9.8a
De omroepverenigingen PowNed en WNL kunnen afzien van deelname aan de procedure tot verlening van de erkenningen, bedoeld in [artikel 9.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&afdeling=9.2.1&artikel=9.7&z=2018-05-30&g=2018-05-30), door het indienen van een aanvraag voor een voorlopige erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2018-05-30&g=2018-05-30). In afwijking van [artikel 2.26, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.26&z=2018-05-30&g=2018-05-30), kan Onze Minister voor de erkenningperiode die loopt van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2020, een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.23, tweede lid, verlenen aan een of beide van de omroepverenigingen.
De omroepverenigingen PowNed en WNL kunnen afzien van deelname aan de procedure tot verlening van de erkenningen, bedoeld in [artikel 9.7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&afdeling=9.2.1&artikel=9.7&z=2020-02-01&g=2020-02-01), door het indienen van een aanvraag voor een voorlopige erkenning als bedoeld in [artikel 2.23, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2020-02-01&g=2020-02-01). In afwijking van [artikel 2.26, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.26&z=2020-02-01&g=2020-02-01), kan Onze Minister voor de erkenningperiode die loopt van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2020, een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.23, tweede lid, verlenen aan een of beide van de omroepverenigingen.
### Afdeling 9.2.4. Overgangsrecht vaststelling budget NTR voor de periode 2014–2016
@@ -4552,11 +4552,11 @@
##### Artikel 2.170b
1. Het college van burgemeester en wethouders zorgt voor de bekostiging van het functioneren van de lokale publieke media-instelling als de gemeenteraad een advies als bedoeld in [artikel 2.61, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1a&artikel=2.61&z=2018-05-30&g=2018-05-30) heeft uitgebracht en daarbij positief heeft geadviseerd over de vraag of de instelling voldoet aan de eis, bedoeld in artikel 2.61, tweede lid, onderdeel c.
1. Het college van burgemeester en wethouders zorgt voor de bekostiging van het functioneren van de lokale publieke media-instelling als de gemeenteraad een advies als bedoeld in [artikel 2.61, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1a&artikel=2.61&z=2020-02-01&g=2020-02-01) heeft uitgebracht en daarbij positief heeft geadviseerd over de vraag of de instelling voldoet aan de eis, bedoeld in artikel 2.61, tweede lid, onderdeel c.
2. De bekostiging betreft vergoeding van de kosten die rechtstreeks verband houden met het verzorgen van de lokale publieke mediadienst, voor zover die kosten niet op andere wijze zijn gedekt, op zodanige wijze dat op lokaal niveau in een toereikend media-aanbod kan worden voorzien en continuïteit van bekostiging is gewaarborgd.
3. Als twee of meer gemeenteraden gezamenlijk een advies als bedoeld in [artikel 2.61, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1a&artikel=2.61&z=2018-05-30&g=2018-05-30) hebben uitgebracht, en daarbij positief hebben geadviseerd over de vraag of de instelling voldoet aan de eis, bedoeld in artikel 2.61, tweede lid, onderdeel c, zorgen de colleges van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeenten gezamenlijk voor de bekostiging, bedoeld in het eerste lid.
3. Als twee of meer gemeenteraden gezamenlijk een advies als bedoeld in [artikel 2.61, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1a&artikel=2.61&z=2020-02-01&g=2020-02-01) hebben uitgebracht, en daarbij positief hebben geadviseerd over de vraag of de instelling voldoet aan de eis, bedoeld in artikel 2.61, tweede lid, onderdeel c, zorgen de colleges van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeenten gezamenlijk voor de bekostiging, bedoeld in het eerste lid.
4. Aan de bekostiging worden geen voorschriften verbonden die in strijd zijn met het bepaalde bij of krachtens deze wet.
@@ -4626,7 +4626,7 @@
##### Artikel 2.60a
1. Onze Minister wijst een stichting aan als het samenwerkings- en coördinatieorgaan voor de uitvoering van de publieke mediaopdracht op regionaal niveau, bedoeld in [artikel 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
1. Onze Minister wijst een stichting aan als het samenwerkings- en coördinatieorgaan voor de uitvoering van de publieke mediaopdracht op regionaal niveau, bedoeld in [artikel 2.1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.1&artikel=2.1&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
2. De stichting, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van deze wet aangeduid als de RPO.
@@ -4726,7 +4726,7 @@
##### Artikel 2.60g
1. Voor het bestuur van de RPO is [artikel 2.60d, eerste lid, onder c tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1&artikel=2.60d&z=2018-05-30&g=2018-05-30), van overeenkomstige toepassing.
1. Voor het bestuur van de RPO is [artikel 2.60d, eerste lid, onder c tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1&artikel=2.60d&z=2020-02-01&g=2020-02-01), van overeenkomstige toepassing.
2. Het lidmaatschap van het bestuur van de RPO is onverenigbaar met het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij een publieke media-instelling, de regionale publieke media-instellingen uitgezonderd.
@@ -4748,17 +4748,17 @@
- c. het vaststellen van het concessiebeleidsplan RPO;
- d. het aangaan van de prestatieovereenkomst, bedoeld in [artikel 2.60n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1&artikel=2.60n&z=2018-05-30&g=2018-05-30);
- e. het vaststellen van de begroting, bedoeld in [artikel 2.169a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.5&artikel=2.169a&z=2018-05-30&g=2018-05-30); en
- f. het vaststellen van het jaarverslag, bedoeld in [artikel 2.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.3&artikel=2.17&z=2018-05-30&g=2018-05-30), in samenhang met [artikel 2.60j, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1&artikel=2.60j&z=2018-05-30&g=2018-05-30).
- d. het aangaan van de prestatieovereenkomst, bedoeld in [artikel 2.60n](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1&artikel=2.60n&z=2020-02-01&g=2020-02-01);
- e. het vaststellen van de begroting, bedoeld in [artikel 2.169a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.6&afdeling=2.6.5&artikel=2.169a&z=2020-02-01&g=2020-02-01); en
- f. het vaststellen van het jaarverslag, bedoeld in [artikel 2.17](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.3&artikel=2.17&z=2020-02-01&g=2020-02-01), in samenhang met [artikel 2.60j, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1&artikel=2.60j&z=2020-02-01&g=2020-02-01).
##### Artikel 2.60i
1. De volgende besluiten van het bestuur van de RPO behoeven de instemming van de raad van toezicht van de RPO:
- a. de besluiten, bedoeld in het [artikel 2.60h, tweede lid, onder c tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1&artikel=2.60h&z=2018-05-30&g=2018-05-30);
- a. de besluiten, bedoeld in het [artikel 2.60h, tweede lid, onder c tot en met f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1&artikel=2.60h&z=2020-02-01&g=2020-02-01);
- b. het doen van investeringen die een in de statuten van de RPO vastgesteld bedrag te boven gaan;
@@ -4774,7 +4774,7 @@
##### Artikel 2.60j
1. De [artikelen 2.15 tot en met 2.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.3&artikel=2.15&z=2018-05-30&g=2018-05-30), zijn van overeenkomstige toepassing voor de RPO.
1. De [artikelen 2.15 tot en met 2.18, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.3&artikel=2.15&z=2020-02-01&g=2020-02-01), zijn van overeenkomstige toepassing voor de RPO.
2. De raad van toezicht van de RPO en het bestuur van de RPO kunnen niet besluiten tot ontbinding van de RPO.
@@ -4808,7 +4808,7 @@
2. Over het concessiebeleidsplan RPO vraagt Onze Minister advies aan het Commissariaat en de Raad voor cultuur.
3. Het concessiebeleidsplan RPO behoeft de instemming van Onze Minister voor zover het betreft de onderwerpen, bedoeld in [artikel 2.60l, tweede lid, onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1&artikel=2.60l&z=2018-05-30&g=2018-05-30), waarbij de instemming geschiedt in overeenstemming met het bepaalde in de [Telecommunicatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009950).
3. Het concessiebeleidsplan RPO behoeft de instemming van Onze Minister voor zover het betreft de onderwerpen, bedoeld in [artikel 2.60l, tweede lid, onder b en c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1&artikel=2.60l&z=2020-02-01&g=2020-02-01), waarbij de instemming geschiedt in overeenstemming met het bepaalde in de [Telecommunicatiewet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009950).
4. Als de RPO wijzigingen wil aanbrengen in het door Onze Minister goedgekeurde deel van het concessiebeleidsplan RPO, dan neemt zij die op in de begroting. Het eerste tot en met derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
@@ -4954,9 +4954,9 @@
1. In afwijking van [artikel 34 van de Mededingingswet](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0008691&artikel=34) is geen melding vereist voor een voornemen tot concentratie van:
- a. omroepverenigingen als bedoeld in [artikel 9.7, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&afdeling=9.2.1&artikel=9.7&z=2018-05-30&g=2018-05-30), voor zover dat leidt tot de in dat onderdeel bedoelde omroeporganisaties; of
- b. een omroepvereniging als bedoeld in [artikel 9.7, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&afdeling=9.2.1&artikel=9.7&z=2018-05-30&g=2018-05-30), met een omroepvereniging als bedoeld in artikel 9.7, onderdeel a, of met een omroeporganisatie als bedoeld in artikel 9.7, onderdeel b.
- a. omroepverenigingen als bedoeld in [artikel 9.7, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&afdeling=9.2.1&artikel=9.7&z=2020-02-01&g=2020-02-01), voor zover dat leidt tot de in dat onderdeel bedoelde omroeporganisaties; of
- b. een omroepvereniging als bedoeld in [artikel 9.7, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=9&titeldeel=9.2&afdeling=9.2.1&artikel=9.7&z=2020-02-01&g=2020-02-01), met een omroepvereniging als bedoeld in artikel 9.7, onderdeel a, of met een omroeporganisatie als bedoeld in artikel 9.7, onderdeel b.
2. Dit artikel is van toepassing in de periode vanaf 1 januari 2013 tot en met 31 december 2015.
@@ -4964,10 +4964,20 @@
##### Artikel 9.14c
1. In afwijking van [artikel 2.60k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1&artikel=2.60k&z=2018-05-30&g=2018-05-30) kan de eerste concessie die wordt verleend aan de RPO gelden voor een periode korter dan tien jaar.
2. In geval van toepassing van het eerste lid heeft het eerste concessiebeleidsplan RPO, in afwijking van [artikel 2.60l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1&artikel=2.60l&z=2018-05-30&g=2018-05-30), betrekking op de volledige periode van de eerste concessie.
1. In afwijking van [artikel 2.60k](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1&artikel=2.60k&z=2020-02-01&g=2020-02-01) kan de eerste concessie die wordt verleend aan de RPO gelden voor een periode korter dan tien jaar.
2. In geval van toepassing van het eerste lid heeft het eerste concessiebeleidsplan RPO, in afwijking van [artikel 2.60l](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.3¶graaf=2.3.1&artikel=2.60l&z=2020-02-01&g=2020-02-01), betrekking op de volledige periode van de eerste concessie.
## Titel 9.3. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
### Afdeling 9.2.10. Verlenging van de concessie en de erkenningen van de landelijke publieke mediadienst die zijn verleend voor een periode die afloopt op 31 december 2020
##### Artikel 9.14d
De concessie van de NPO, de concessieperiode en de tweede van de twee perioden van vijf jaar, bedoeld in [artikel 2.19, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.19&z=2020-02-01&g=2020-02-01), de tweede periode van vijf jaar, bedoeld in [artikel 2.20, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.1¶graaf=2.2.1.4&artikel=2.20&z=2020-02-01&g=2020-02-01), de erkenningen en de voorlopige erkenningen, bedoeld in [artikel 2.23, eerste, respectievelijk tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025028&hoofdstuk=2&titeldeel=2.2&afdeling=2.2.2&artikel=2.23&z=2020-02-01&g=2020-02-01), en de erkenningperiode die gelden op het moment van inwerkingtreding van dit artikel worden, voor zover van toepassing in afwijking van deze wet, van rechtswege met een jaar verlengd.
## Titel 9.3. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
2018-05-30
Mediawet 2008 — arts. 2, 6, 9 y 20 más
2017-12-16
Mediawet 2008 — arts. 2, 2, 6 y 43 más
2017-02-01
Mediawet 2008 — arts. 2, 6, 9 y 20 más
2017-01-01
Mediawet 2008 — arts. 2, 6, 9 y 20 más
2016-11-02
Mediawet 2008 — arts. 2, 6, 9 y 21 más
2016-05-20
Mediawet 2008 — arts. 2, 6, 9 y 23 más
2016-03-31
Mediawet 2008
2015-11-01
Mediawet 2008 — arts. 2, 6, 9 y 23 más
2015-01-01
Mediawet 2008 — arts. 2, 6, 9 y 23 más
2014-12-11
Mediawet 2008 — arts. 2, 6, 9 y 23 más
2014-07-01
Mediawet 2008
2014-06-21
Mediawet 2008 — arts. 2, 2, 6 y 49 más
2014-01-01
Mediawet 2008
2013-12-24
Mediawet 2008
2013-07-04
Mediawet 2008 — arts. 2, 2, 2 y 123 más
2013-05-01
Mediawet 2008 — arts. 2, 2, 2 y 123 más
2013-03-15
Mediawet 2008 — arts. 2, 2, 2 y 126 más
2013-01-01
Mediawet 2008
2012-09-22
Mediawet 2008
2011-07-16
Mediawet 2008
2011-01-01
Mediawet 2008 — arts. 2, 6, 9 y 52 más
2010-09-01
Mediawet 2008 — arts. 2, 6, 9 y 53 más
2010-01-01
Mediawet 2008
2009-12-19
Mediawet 2008
2009-12-11
Mediawet 2008
2009-07-17
Mediawet 2008
2009-01-01
Mediawet 2008
2008-01-01
Mediawet 2008 — arts. 1, 2, 2 y 39 más
2008-01-01
Mediawet 2008
original version
Tekst op deze datum