Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-02-01
State In force
Source BWB
artikelen 377
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
    1. de schepper van het gegevensbestand.
  • B. Indien beschikbaar:
    1. nationaal scheepsnummer;
    1. type vaartuig overeenkomstig de standaard van technische specificaties voor elektronisch melden in de binnenvaart;
    1. enkel- of dubbelwandig overeenkomstig het ADN/ADNR;
    1. bruto tonnage (voor zeeschepen);
    1. IMO-nummer (voor zeeschepen);
    1. Oproepsignaal (voor zeeschepen);
    1. MMSI-nummer;
    1. ATIS-code;
    1. type, nummer, autoriteit die het certificaat afgeeft en de geldigheidsdatum van andere certificaten.

Artikel 2. Doel van de radarinstallatie

Deel V

Minimumeisen en keuringsvoorwaarden voor bochtaanwijzers in de Rijnvaart

In deze voorschriften zijn de minimumeisen voor radarinstallaties voor de Rijnvaart vastgelegd, alsmede de keuringsvoorwaarden waaronder aan de minimumeisen moet worden voldaan. Inland ECDIS-apparaten, die in de navigatiemodus kunnen worden gebruikt, worden beschouwd als radarinstallaties als bedoeld in deze voorschriften.’

Artikel 1.03. Typekeuring

Artikel 9. Wijzigingen aan goedgekeurde installaties

Aanhangsel

Minimumeisen en keuringsvoorwaarden voor bochtaanwijzers in de Rijnvaart

Artikel 1.04. Aanvraag tot typekeuring

Artikel 1.06. Toestelkenmerken en goedkeuringsnummer

Artikel 1.07. Verklaring fabrikant

Artikel 3.01. Operationele beschikbaarheid van de installatie

Artikel 1.08. Wijzigingen aan goedgekeurde installaties

Hoofdstuk 2. Algemene minimumeisen voor bochtaanwijzers

Bochtaanwijzers mogen over één, maar ook over verscheidene meetbereiken beschikken. De volgende meetbereiken worden geadviseerd:

Artikel 2.02. Uitgezonden radiostoringen en elektromagnetische compatibiliteit (EMC)

60 °/min

Artikel 2.04. Gebruiksaanwijzing

Bij elke installatie moet een uitvoerige bedieningshandleiding worden meegeleverd. Deze moet in het Duits, Engels, Frans en Nederlands verkrijgbaar zijn en moet ten minste de volgende informatie bevatten:

Artikel 2.05. Inbouw en controle van het functioneren

Hoofdstuk 3. Operationele minimumeisen voor bochtaanwijzers

Artikel 3.01. Operationele beschikbaarheid van de installatie

Artikel 3.02. Aanwijzen van de draaisnelheid

Het reactiepunt moet lager liggen dan of gelijk zijn aan een wijziging van de hoeksnelheid overeenkomend met 1% van de aangegeven waarde.

Artikel 3.06. Controle van het functioneren

Artikel 3.07. Ongevoeligheid voor andere typische bewegingen van het schip

Artikel 3.08. Ongevoeligheid voor magnetische velden

Artikel 5.03. Keuringsmethodes

Artikel 3.09. Dochterindicatoren

Bijlage M. , Deel III

Doel van deze voorschriften is te bevorderen dat in het belang van een veilige en vlotte binnenvaart de inbouw van radarinstallaties en bochtaanwijzers technisch en ergonomisch optimaal verloopt, en dat aansluitend daarop een controle van het functioneren daarvan wordt uitgevoerd. Inland ECDIS apparaten, die in de navigatiemodus kunnen worden gebruikt, worden beschouwd als radarinstallaties als bedoeld in deze voorschriften.

Artikel 4.01. Bediening

Artikel 3.05. Gevoeligheid

Artikel 4.03. Aansluiten van toegevoegde apparatuur

Artikel 3.06. Controle van het functioneren

Artikel 3.07. Ongevoeligheid voor andere typische bewegingen van het schip

Voor het testen van de voeding, de veiligheid, de wederzijdse beïnvloeding van de installaties aan boord, de veilige kompasafstand, de mechanische en klimatologische bestendigheid, de beïnvloeding door het milieu en de geluidhinder, gelden de eisen overeenkomstig de Europese norm EN 60945 : 2002 Maritieme navigatie- en radiocommunicatie-apparatuur en -systemen – Algemene eisen – Beproevingsmethoden en vereiste beproevingsresultaten (IEC 60945 : 2002).

De bochtaanwijzer moet ongevoelig zijn voor magnetische velden die normaal aan boord kunnen voorkomen.

De metingen van de uitgezonden storingen worden overeenkomstig de Europese norm EN 60945 : 2002 Maritieme navigatie- en radiocommunicatie-apparatuur en -systemen – Algemene eisen – Beproevingsmethoden en vereiste beproevingsresultaten (IEC 60945 : 2002) in het frequentiegebied tussen 30 MHz en 2000 MHz uitgevoerd. Aan de eisen bedoeld in artikel 2.02, tweede lid, moet zijn voldaan.

Dochterindicatoren moeten aan dezelfde eisen voldoen die aan bochtaanwijzers worden gesteld.

De positiesensor (bijv. DGPS antenne) moet zodanig worden ingebouwd dat een zo groot mogelijke precisie wordt verzekerd en dat hij zo weinig mogelijk nadelig wordt beïnvloed door opbouwen en zendapparatuur aan boord.

180 °/min

Artikel 4.02. Dempinrichtingen

Hierbij gelden de volgende voorwaarden:

Hoofdstuk 5. Keuringsvoorwaarden en -methodes voor bochtaanwijzers

Hierbij gelden de volgende voorwaarden:

Artikel 3.06. Controle van het functioneren

Artikel 5.02. Uitgezonden radiostoringen

Artikel 4. Eisen voor de stroomverzorging aan boord

Iedere stroomtoevoer voor de radarinstallatie en de bochtaanwijzer moet een eigen zekering hebben en zoveel mogelijk tegen uitval zijn beveiligd.

Aanhangsel

.....

Voorschriften omtrent de inbouw en de controle van het functioneren van radarinstallaties en bochtaanwijzers in de Rijnvaart

Artikel 1. Doel van de voorschriften

Artikel 4.01. Bediening

Artikel 2. Goedkeuring van de apparatuur

Artikel 4.03. Aansluiten van toegevoegde apparatuur

Artikel 3. Erkende bedrijven

Bovendien, voor Inland Ecdis apparaten:

Artikel 10. Verklaring betreffende inbouw en functioneren

Na een succesvolle keuring overeenkomstig artikel 9 geeft de bevoegde autoriteit of het erkende bedrijf een verklaring volgens bijgaand model (bijlage M, deel IV) af. Deze verklaring moet steeds aan boord worden bewaard. Bij het niet voldoen aan de keuringseisen wordt een lijst van geconstateerde gebreken opgemaakt. Een eventueel nog aanwezige verklaring wordt ingetrokken dan wel door het erkende bedrijf aan de bevoegde autoriteit toegezonden.

Artikel 6. Inbouw beeldscherm- en bedieningseenheid

Artikel 7. Inbouw bochtaanwijzer

Artikel 8. Inbouw van de positiesensor

Bijlage M. , Deel III

Artikel 9. Inbouw en controle van het functioneren

Vóór de eerste inbedrijfstelling na de inbouw, bij verlenging of vernieuwing van het certificaat van onderzoek (met uitzondering van artikel 2.09, tweede lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn), alsmede na elke verbouwing van het schip die de operationele toestand van deze installaties zou kunnen beïnvloeden, moet door de bevoegde autoriteit of door een in artikel 3 bedoeld erkend bedrijf een controle op de inbouw en het functioneren worden uitgevoerd.

Artikel 2. Goedkeuring van de apparatuur

Bovendien, voor Inland Ecdis apparaten:

Artikel 10. Verklaring betreffende inbouw en functioneren

Artikel 3. Erkende bedrijven

.....

Artikel 5. Inbouw radarantenne

Verklaring over de inbouw en het functioneren van radarinstallaties en bochtaanwijzers in de Rijnvaart

Artikel 6. Inbouw beeldscherm- en bedieningseenheid

Bijlage M. , Deel V

Uniek Europees scheepsidentificatienummer of officieel scheepsnummer:

1. Lijst van de volgens het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn voor het toelaten van navigatieradarinstallaties en bochtaanwijzers bevoegde autoriteiten

Eigenaar van het schip

Naam: .....

Adres

4. Lijst van de volgens het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn voor de inbouw of het vervangen van navigatieradarinstallaties en bochtaanwijzers erkende bedrijven

.....

Bijlage M. , Deel IV

Hierbij wordt verklaard dat de radarinstallatie en de bochtaanwijzer van dit schip aan de voorschriften van bijlage M, deel III, van het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn, omtrent de inbouw en de controle van het functioneren van radarinstallaties en bochtaanwijzers voor de Rijnvaart voldoen.

Verklaring over de inbouw en het functioneren van radarinstallaties en bochtaanwijzers in de Rijnvaart

Naam: .....

Adres

.....

.....

Tel. .....

Instantie die erkenning verleent

Naam: .....

Adres

.....

.....

Tel. .....

Is geen bedrijf vermeld, dan betekent dat geen enkel bedrijf in dat land werd erkend.

(Model)

Adres

Is geen autoriteit vermeld, dan betekent dat de betrokken staat geen bevoegde autoriteit heeft benoemd.

Inland AIS-apparaat

De Inland AIS-apparatuur moet voldoen aan de in Besluit 2007-I-15 vermelde eisen van de teststandaard, editie 2.0. De conformiteit wordt aangetoond met een typegoedkeuringsonderzoek van een bevoegde autoriteit.

Bij de inbouw van Inland AIS-apparatuur aan boord moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

Is geen bedrijf vermeld, dan betekent dat geen enkel bedrijf in dat land werd erkend.

Is geen bedrijf vermeld, dan betekent dat geen enkel bedrijf in dat land werd erkend.

Is geen bedrijf vermeld, dan betekent dat geen enkel bedrijf in dat land werd erkend.

Is geen bedrijf vermeld, dan betekent dat geen enkel bedrijf in dat land werd erkend.

Is geen bedrijf vermeld, dan betekent dat geen enkel bedrijf in dat land werd erkend.

Bijlage N, Deel III (Model)

Naam:

Vereisten voor Inland AIS-apparatuur en voorschriften omtrent de inbouw en de controle van het functioneren van Inland AIS-apparatuur aan boord

De Inland AIS-apparatuur moet voldoen aan de in Besluit 2007-I-15 vermelde eisen van de teststandaard, editie 2.0. De conformiteit wordt aangetoond met een typegoedkeuringsonderzoek van een bevoegde autoriteit.

3. Lijst van de volgens het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn op grond van gelijkwaardige typegoedkeuringen toegelaten Inland AIS-apparatuur

2. Lijst van de volgens het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn toegelaten Inland AIS-apparatuur

Bijlage N, deel II (Model)

Naam:

Soort/naam v.h. schip;

Uniek Europees scheepsidentificatienummer of officieel scheepsnummer:

Eigenaar van het schip

Naam:

Bijlage P. Vereiste gegevens voor de identificatie van een schip

  • A. Voor alle vaartuigen:
    1. bron van de gegevens (=certificaat van onderzoek schepen op de Rijn);
    1. de exploitant (de eigenaar of de vertegenwoordiger, artikel 2.02);
    1. de schepper van het gegevensbestand.
  • B. Indien beschikbaar:
    1. nationaal scheepsnummer;
    1. type vaartuig overeenkomstig de standaard van technische specificaties voor elektronisch melden in de binnenvaart;
    1. enkel- of dubbelwandig overeenkomstig het ADN/ADNR;
    1. bruto tonnage (voor zeeschepen);
    1. IMO-nummer (voor zeeschepen);
    1. Oproepsignaal (voor zeeschepen);
    1. MMSI-nummer;
    1. ATIS-code;
    1. type, nummer, autoriteit die het certificaat afgeeft en de geldigheidsdatum van andere certificaten.

Bijlage N, deel I

Bijlage N, Deel III (Model)

Hiermee wordt verklaard dat het Inland AIS-apparaat van dit schip aan de voorschriften van de bijlage N, Deel I, van het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn – Vereisten voor Inland AIS-apparatuur en voorschriften omtrent de inbouw en de controle van het functioneren van Inland AIS-apparatuur aan boord – voldoet en dat een gebruiksaanwijzing om aan boord te worden bewaard is afgegeven.

Erkend deskundig bedrijf

Naam:

3. Lijst van de volgens het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn op grond van gelijkwaardige typegoedkeuringen toegelaten Inland AIS-apparatuur

2. Lijst van de volgens het Reglement onderzoek schepen op de Rijn toegelaten Inland AIS-apparatuur

Stempel Plaats Datum

Handtekening

Bevoegde autoriteit voor de erkenning van het gespecialiseerde bedrijf

Naam:

Adres

Tel.:

Lijst van de vanaf 19 oktober 2012 op grond van typegoedkeuringen overeenkomstig de teststandaard, editie 2.0, toegelaten Inland AIS-apparatuur.

Is geen bedrijf vermeld, dan betekent dat geen enkel bedrijf in dat land werd erkend.

Is geen autoriteit vermeld, dan betekent dat de betrokken staat geen bevoegde autoriteit heeft benoemd.

Is geen bedrijf vermeld, dan betekent dat geen enkel bedrijf in dat land werd erkend.

Lijst van de vanaf 1 april 2008 tot en met 18 oktober 2012 op grond van typegoedkeuringen overeenkomstig de teststandaard, editie 1.0 en 1.01, toegelaten Inland AIS-apparatuur.

Een Inland AIS-apparaat, waarvan de typegoedkeuring op editie 1.0 en 1.01 van de teststandaard is gebaseerd, mag uiterlijk tot en met 30.11.2015 worden ingebouwd en na deze datum nog worden gebruikt.

Lijst van de vanaf 19 oktober 2012 op grond van typegoedkeuringen overeenkomstig de teststandaard, editie 2.0, toegelaten Inland AIS-apparatuur.

Inlichtingenformulier (model)

Lijst van de vanaf 1 april 2008 tot en met 18 oktober 2012 op grond van typegoedkeuringen overeenkomstig de teststandaard, editie 1.0 en 1.01, toegelaten Inland AIS-apparatuur.

Een Inland AIS-apparaat, waarvan de typegoedkeuring op editie 1.0 en 1.01 van de teststandaard is gebaseerd, mag uiterlijk tot en met 30.11.2015 worden ingebouwd en na deze datum nog worden gebruikt.

Bijlage N, Deel III (Model)

4. Lijst van de volgens het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn voor de inbouw of het vervangen van Inland AIS-apparatuur erkende bedrijven

Is geen bedrijf vermeld, dan betekent dat geen enkel bedrijf in dat land werd erkend.

2. Lijst van de volgens het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn toegelaten Inland AIS-apparatuur

2. Lijst van de volgens het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn toegelaten Inland AIS-apparatuur

3. Lijst van de volgens het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn op grond van gelijkwaardige typegoedkeuringen toegelaten Inland AIS-apparatuur

Is geen bedrijf vermeld, dan betekent dat geen enkel bedrijf in dat land werd erkend.

Deel III

Certificaat van goedkeuring (model)

Aanhangsel 1 – Testresultaten voor de typegoedkeuring (model)

Deel IV

Bijlage O

Nr. Aan het certificaat van onderzoek volgens artikel 1.03 als gelijkwaardig erkende bevoegdheidsbewijzen Modaliteiten van de erkenning Datum van de erkenning
1 Na 30 december 2008 afgegeven of hernieuwde communautaire certificaten voor binnenschepen, die bevestigen dat de desbetreffende schepen, onverminderd de overgangsvoorschriften volgens hoofdstuk 24, bijlage II, volledig voldoen aan de technische voorschriften van bijlage II van de laatst geldende versie van Richtlijn 2006/87/EG inzake vaststelling van de technische voorschriften voor binnenvaartschepen en tot intrekking van Richtlijn 82/714/EEG. Schepen op de Rijn, waaraan na 30 december 2008 een communautair certificaat is afgegeven, moeten van motoren zijn voorzien, die voldoen aan ofwel de grenswaarden van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart, zoals vastgelegd in het Reglement onderzoek schepen op de Rijn, ofwel aan vergelijkbare grenswaarden krachtens Richtlijn 97/68/EG in zijn laatst geldende versie. 27 november 2008

Bijlage O

Nr. Aan het certificaat van onderzoek volgens artikel 1.03 als gelijkwaardig erkende bevoegdheidsbewijzen Modaliteiten van de erkenning Datum van de erkenning
1 Na 30 december 2008 afgegeven of hernieuwde communautaire certificaten voor binnenschepen, die bevestigen dat de desbetreffende schepen, onverminderd de overgangsvoorschriften volgens hoofdstuk 24, bijlage II, volledig voldoen aan de technische voorschriften van bijlage II van de laatst geldende versie van Richtlijn 2006/87/EG inzake vaststelling van de technische voorschriften voor binnenvaartschepen en tot intrekking van Richtlijn 82/714/EEG. Schepen op de Rijn, waaraan na 30 december 2008 een communautair certificaat is afgegeven, moeten van motoren zijn voorzien, die voldoen aan ofwel de grenswaarden van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart, zoals vastgelegd in het Reglement onderzoek schepen op de Rijn, ofwel aan vergelijkbare grenswaarden krachtens Richtlijn 97/68/EG in zijn laatst geldende versie. 27 november 2008

Artikel 24.09. Overgangsbepalingen voor het vervangen van het ADNR door het ADN

Vervallen

Bijlage A. Model van de aanvraag van een onderzoek

Bijlage C. Model van het register der certificaten van onderzoek

Vaartijdenboek

Voor het vaststellen van de bemanning moeten zeeschepen:

Bemanning

Voor het vaststellen van de bemanning moeten zeeschepen:

2. Aantekeningen in het vaartijdenboek

Op iedere bladzijde dient het volgende te worden aangetekend:

Uittreksel uit het Reglement van Onderzoek Schepen op de Rijn

Overtreding van de bemanningsvoorschriften van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn is strafbaar. Hetzelfde geldt voor het niet bijhouden, dan wel het niet volgens de voorschriften bijhouden van het vaartijdenboek. (Gevolgd door de van kracht zijnde tekst van hoofdstuk 23 van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn in de drie talen.)

Bijlage G. Model van het speciale certificaat voor zeeschepen die de Rijn bevaren

Artikel 23.04. Bewijs van bekwaamheid – Dienstboekje

Bijlage E

(Niet meer van toepassing)

Artikel 11. Bewijs van de vaartijd en van de gemaakte reizen

Deel II

Bemanning

Voor het vaststellen van de bemanning moeten zeeschepen:

A. Eisen betreffende tachografen

In het logboek moeten de volgende aantekeningen worden gemaakt:

4. Duur van de registratie per dag

Certificaat van goedkeuring (model)

Artikel 11. Bewijs van de vaartijd en van de gemaakte reizen

– Aanvullende voorschriften en modellen van certificaten –

Artikel 23.04. Bewijs van bekwaamheid – Dienstboekje

Aanvullende voorschriften

A. Eisen betreffende tachografen

Inlichtingenformulier (model)

8. Nauwkeurigheid van de registratie

Bijlage 2 – Essentiële eigenschappen van de motorfamilie/van de motorgroep (model)

9. Bedrijfsspanningen

Deel III

Inhoud

Bijlage 1 – Testresultaten (model)

B. Voorschriften voor de inbouw van tachografen aan boord

Schema voor de nummering van de typegoedkeuringen

Bijlage J. Uitstoot van schadelijke gassen en luchtverontreinigende deeltjes door dieselmotoren

Lijst van afgegeven typegoedkeuringen voor motortypen, motorfamilies en motorgroepen

Deel I

1 Doorhalen wat niet van toepassing is.

Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn

1 Doorhalen wat niet van toepassing is.

Essentiële eigenschappen van de motoren binnen de motorfamilie/motorgroep16Voor elke motor van de motorfamilie/motorgroep afzonderlijk in te dienen.Opsommingen in tabelvorm zijn toegelaten.

1 De tolerantie aangeven.

Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn

1 Doorhalen wat niet van toepassing is.

Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn

2 B.v.: schroefdiagram, van de aandrijving van het schip, aandrijving van het schip, constant toerental.

Testresultaten

3 De gebruikte testcyclus aanduiden overeenkomstig dienstinstructie nr. 16 bij het Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn, Deel II, onderdeel 3.6.

Nummeringssysteem voor de typegoedkeuringen

6 voor België

Nummeringssysteem voor de typegoedkeuringen

1 voor Duitsland

Lijst van afgegeven typegoedkeuringen voor motortypen, motorfamilies/motorgroepen

Voor de periode van: ..... tot .....

Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn

Voor de periode van: ..... tot .....

Lijst van vervaardigde motoren

2 Gebruikte afkortingen: DI = directe inspuiting, PC = voor-/wervelkamer, NA = natuurlijke aanzuiging, TC = drukvulling, TCA = drukvulling met tussenkoeling (Voorbeelden: DI NA, DI TC, DI TCA, PC NA, PC TC, PC TCA). .

Deel VIII

.....

Proces-verbaal van de motorkenmerken

(De volgende afwijkende instellingen, modificaties of wijzigingen aan de ingebouwde dieselmotor zijn geconstateerd.)

Bijlage bij het proces-verbaal van de motorkenmerken

Minimumeisen en keuringsvoorwaarden voor navigatieradarinstallaties in de Rijnvaart

Bijlage K. (model)

Artikel 4. Typekeuring

Aanhangsel : Tolerantiegrenzen voor bochtaanwijzers

Artikel 1. Toepassing

Bijlage M. , Deel II

Hoofdstuk 1. Algemene Bepalingen

Voor elke installatie moet de fabrikant een verklaring afgeven waarin hij garandeert dat de installatie aan de bestaande minimumeisen voldoet en zonder enige beperking overeenkomstig het gekeurde prototype is.

Artikel 1.02. Doel van de bochtaanwijzer

Het doel van bochtaanwijzers is het vergemakkelijken van het varen met behulp van radar en het meten en aanwijzen van de snelheid van draaiing van het schip naar bakboord en stuurboord.

Artikel 1.05. Typegoedkeuring

Artikel 2.01. Constructie en uitvoering

30 °/min

Artikel 2.03. Bediening

90 °/min

Hoofdstuk 4. Technische minimumeisen voor bochtaanwijzers

300 °/min.

Artikel 3.03. Meetbereiken

Bochtaanwijzers mogen over één, maar ook over verscheidene meetbereiken beschikken. De volgende meetbereiken worden geadviseerd:

Artikel 3.04. Nauwkeurigheid van de draaisnelheidsaanwijzing

De aangegeven waarde mag niet méér dan 2% van de eindwaarde van het bereik, respectievelijk niet meer dan 10% van de werkelijke waarde afwijken. Daarbij is de hogere waarde van afwijking toegestaan (zie aanhangsel).

Artikel 3.08. Ongevoeligheid voor magnetische velden

De positiesensor (bijv. DGPS antenne) moet zodanig worden ingebouwd dat een zo groot mogelijke precisie wordt verzekerd en dat hij zo weinig mogelijk nadelig wordt beïnvloed door opbouwen en zendapparatuur aan boord.

Artikel 4.03. Aansluiten van toegevoegde apparatuur

Doel van deze voorschriften is te bevorderen dat in het belang van een veilige en vlotte binnenvaart de inbouw van radarinstallaties en bochtaanwijzers technisch en ergonomisch optimaal verloopt, en dat aansluitend daarop een controle van het functioneren daarvan wordt uitgevoerd. Inland ECDIS apparaten, die in de navigatiemodus kunnen worden gebruikt, worden beschouwd als radarinstallaties als bedoeld in deze voorschriften.

Artikel 5.01. Veiligheid, bestendigheid en uitgezonden storing

Voor het testen van de voeding, de veiligheid, de wederzijdse beïnvloeding van de installaties aan boord, de veilige kompasafstand, de mechanische en klimatologische bestendigheid, de beïnvloeding door het milieu en de geluidhinder, gelden de eisen overeenkomstig de Europese norm EN 60945 : 2002 Maritieme navigatie- en radiocommunicatie-apparatuur en -systemen – Algemene eisen – Beproevingsmethoden en vereiste beproevingsresultaten (IEC 60945 : 2002).

Artikel 5.03. Keuringsmethodes

(Model)

Bijlage M. , Deel III

Soort/naam v.h. schip;

Artikel 4. Eisen voor de stroomverzorging aan boord

Iedere stroomtoevoer voor de radarinstallatie en de bochtaanwijzer moet een eigen zekering hebben en zoveel mogelijk tegen uitval zijn beveiligd.

Artikel 5. Inbouw radarantenne

Tel. .....

Artikel 1. Doel van de voorschriften

Hierbij gelden de volgende voorwaarden:

Artikel 2. Goedkeuring van de apparatuur

Naam: .....

Bijlage M. , Deel IV

(Model)

Artikel 8. Inbouw van de positiesensor

.....

3. Lijst van de volgens het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn op grond van gelijkwaardige typegoedkeuringen toegelaten navigatieradarinstallaties en bochtaanwijzers

.....

Artikel 10. Verklaring betreffende inbouw en functioneren

Tel. .....

Bijlage M. , Deel IV

Erkend bedrijf

Bijlage N, deel I

Eigenaar van het schip

Bijlage N, deel I

Adres:

1. Lijst van de het volgens het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn voor het toelaten van Inland AIS-apparatuur bevoegde autoriteiten

Bij de inbouw van Inland AIS-apparatuur aan boord moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

Verklaring over de inbouw en het functioneren van Inland AIS-apparatuur

Adres:

Bijlage O

Nr. Aan het certificaat van onderzoek volgens artikel 1.03 als gelijkwaardig erkende bevoegdheidsbewijzen Modaliteiten van de erkenning Datum van de erkenning
1 Na 30 december 2008 afgegeven of hernieuwde communautaire certificaten voor binnenschepen, die bevestigen dat de desbetreffende schepen, onverminderd de overgangsvoorschriften volgens hoofdstuk 24, bijlage II, volledig voldoen aan de technische voorschriften van bijlage II van de laatst geldende versie van Richtlijn 2006/87/EG inzake vaststelling van de technische voorschriften voor binnenvaartschepen en tot intrekking van Richtlijn 82/714/EEG. Schepen op de Rijn, waaraan na 30 december 2008 een communautair certificaat is afgegeven, moeten van motoren zijn voorzien, die voldoen aan ofwel de grenswaarden van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart, zoals vastgelegd in het Reglement onderzoek schepen op de Rijn, ofwel aan vergelijkbare grenswaarden krachtens Richtlijn 97/68/EG in zijn laatst geldende versie. 27 november 2008

1. Lijst van de het volgens het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn voor het toelaten van Inland AIS-apparatuur bevoegde autoriteiten

Adres:

Verklaring over de inbouw en het functioneren van Inland AIS-apparatuur

Lijst van de vanaf 19 oktober 2012 op grond van typegoedkeuringen overeenkomstig de teststandaard, editie 2.0, toegelaten Inland AIS-apparatuur.

1. Lijst van de het volgens het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn voor het toelaten van Inland AIS-apparatuur bevoegde autoriteiten

Is geen bedrijf vermeld, dan betekent dat geen enkel bedrijf in dat land werd erkend.

4. Lijst van de volgens het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn voor de inbouw of het vervangen van Inland AIS-apparatuur erkende bedrijven

Schema voor de nummering van de typegoedkeuringen

Bijlage P. Vereiste gegevens voor de identificatie van een schip

  • A. Voor alle vaartuigen:
    1. bron van de gegevens (=certificaat van onderzoek schepen op de Rijn);
    1. de exploitant (de eigenaar of de vertegenwoordiger, artikel 2.02);
    1. de schepper van het gegevensbestand.
  • B. Indien beschikbaar:
    1. nationaal scheepsnummer;
    1. type vaartuig overeenkomstig de standaard van technische specificaties voor elektronisch melden in de binnenvaart;
    1. enkel- of dubbelwandig overeenkomstig het ADN/ADNR;
    1. bruto tonnage (voor zeeschepen);
    1. IMO-nummer (voor zeeschepen);
    1. Oproepsignaal (voor zeeschepen);
    1. MMSI-nummer;
    1. ATIS-code;
    1. type, nummer, autoriteit die het certificaat afgeeft en de geldigheidsdatum van andere certificaten.

Bijlage D. als bedoeld in artikel 2.05, tweede lid

(Model)

Bijlage E

(Niet meer van toepassing)

Uittreksel uit het Reglement betreffende het verlenen van Rijnschipperspatenten

Bemanning

Artikel 4. Voor het verkrijgen van het Rijnschipperspatent vereiste vaartijd en aantal reizen

Artikel 11. Bewijs van de vaartijd en van de gemaakte reizen

Artikel 4. Voor het verkrijgen van het Rijnschipperspatent vereiste vaartijd en aantal reizen

Bijlage D. als bedoeld in artikel 2.05, tweede lid

(Model)

Artikel 23.04. Bewijs van bekwaamheid – Dienstboekje

B. Voorschriften met betrekking tot de inbouw van tachografen aan boord

Bij de installatie van tachografen aan boord moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

Bijlage A. Model van de aanvraag van een onderzoek

Bijlage J. Uitstoot van schadelijke gassen en luchtverontreinigende deeltjes door dieselmotoren

Voor het vaststellen van de bemanning moeten zeeschepen:

In het logboek moeten de volgende aantekeningen worden gemaakt:

Dit certificaat is alleen geldig indien het schip is voorzien van geldige certificaten voor de zee- of kustvaart en ten hoogste tot ..........

Deel I

Bijlage J, Deel I

Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn

Bijlage J, Deel I

Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn

Bijlage J, Deel II (Model)

0. Algemene gegevens

Bijlagen

Bijlage J, Deel I

Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn

Bijlage J, Deel II (Model)

Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn

Deel II

Deel II

Essentiële eigenschappen van de motorfamilie/motorgroep7In te vullen in samenhang met de specificaties van bijlage J, deel I, onderdeel 5 van het Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn.

Bijlage J, Deel I

Bijlage J, Deel II, aanhangsel 1 (Model)

Essentiële eigenschappen van de basismotor/het motortype

betreffende de typegoedkeuring inzake maatregelen ter vermindering van de uitstoot van schadelijke gassen en luchtverontreinigende deeltjes van dieselmotoren die bestemd zijn voor inbouw in vaartuigen behorend tot de Rijnvaart

1 Doorhalen wat niet van toepassing is.

Datum, handtekening van de fabrikant

Essentiële eigenschappen van de basismotor/het motortype

Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn

1 De tolerantie aangeven.

Essentiële eigenschappen van de motoren binnen de motorfamilie/motorgroep16Voor elke motor van de motorfamilie/motorgroep afzonderlijk in te dienen.Opsommingen in tabelvorm zijn toegelaten.

1 ‘N.v.t.’ invullen wanneer de tests worden uitgevoerd door de bevoegde autoriteit zelf.

2 Eventueel met inbegrip van een correlatiestudie met betrekking tot de gebruikte bemonsteringssystemen die afwijken van de referentiesystemen zoals aangegeven in het Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn, bijlage J, onderdeel 3.1.1.

3 Doorhalen wat niet van toepassing is.

3 Doorhalen wat niet van toepassing is.

1 voor Duitsland

1 ‘N.v.t.’ invullen wanneer de tests worden uitgevoerd door de bevoegde autoriteit zelf.

2 Eventueel met inbegrip van een correlatiestudie met betrekking tot de gebruikte bemonsteringssystemen die afwijken van de referentiesystemen zoals aangegeven in het Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn, bijlage J, onderdeel 3.1.1.

Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn

Testresultaten

14 voor Zwitserland

Bijlage J, Deel VI (Model)

Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn

2 voor Frankrijk

4 voor Nederland

6 voor België

Bijlage J, Deel VI (Model)

Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn

Deel VI

Lijst van vervaardigde motoren

Wat betreft motortypen, motorfamilies, motorgroepen en typegoedkeuringsnummers van in de bovengenoemde periode overeenkomstig het Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn vervaardigde motoren worden de hierna volgende gegevens verstrekt:

Fabrieksmerk (firmanaam van de fabrikant): ..... Aanduiding door de fabrikant van het (de) motortype(n)17Doorhalen wat niet van toepassing is., de basismotor en eventueel motoren van de motorfamilie/motorgroep:

Deel VI

Wat betreft motortypen, motorfamilies, motorgroepen en typegoedkeuringsnummers van in de bovengenoemde periode overeenkomstig het Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn vervaardigde motoren worden de hierna volgende gegevens verstrekt:

Stempel van de bevoegde autoriteit

1 Vloeistof of lucht.

Bijlage K

(Niet meer van toepassing)

Bijlage L

A A A X X X X X
Code van de bevoegde autoriteit die het Europees scheepsnummer toewijst Code van de bevoegde autoriteit die het Europees scheepsnummer toewijst Code van de bevoegde autoriteit die het Europees scheepsnummer toewijst Serienummer Serienummer Serienummer Serienummer Serienummer

In dit model staat ‘AAA’ voor de code van drie cijfers die de bevoegde autoriteit toekent bij de toewijzing van het Europees scheepsidentificatienummer, waarbij de volgende nummers moeten worden gerespecteerd voor de landen in kwestie:

Cijferreeks voor de bevoegde autoriteiten

001–019 Frankrijk

020–039 Nederland

040–059 Duitsland

060–069 België

070–079 Zwitserland

080–099 gereserveerd voor de schepen van landen die geen verdragspartijen van de Akte van Mannheim zijn, en waarvoor vóór 1 april 2007 een Rijnvaartcertificaat is afgegeven.

100–119 Noorwegen

120–139 Denemarken

140–159 Verenigd Koninkrijk

160–169 IJsland

170–179 Ierland

180–189 Portugal

190–199 gereserveerd

200–219 Luxemburg

220–239 Finland

240–259 Polen

260–269 Estland

270–279 Littouwen

280–289 Letland

290–299 gereserveerd

300–309 Oostenrijk

310–319 Liechtenstein

320–329 Tschechische Republiek

330–339 Slowakije

340–349 gereserveerd

350–359 Croatie

360–369 Serbië

370–379 Bosnië-Herzegovina

380–399 Hongarije

400–419 Russische Federatie

420–439 Ukraïne

440–449 Wit-Rusland

450–459 Republiek Moldavië

460–469 Roemenië

470–479 Bulgarije

480–489 Georgië

490–499 gereserveerd

500–519 Turkije

520–539 Griekenland

540–549 Cyprus

550–559 Albanië

560–569 Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië

570–579 Slovenië

580–589 Montenegro

590–599 gereserveerd

600–619 Italië

620–639 Spanje

640–649 Andorra

650–659 Malta

660–669 Monaco

670–679 San Marino

680–699 gereserveerd

700–719 Zweden

720–739 Canada

740–759 Verenigde Staten van Amerika

760–769 Israël

770–799 gereserveerd

800–809 Azerbaidjan

810–819 Kazachstan

820–829 Kirghizistan

830–839 Tadzjikistan

840–849 Turkmenistan

850–859 Oezbekistan

860–869 Iran

870–999 gereserveerd

‘xxxxx’ staat voor het door de bevoegde autoriteit toegekende serienummer van vijf cijfers.

Bijlage K

(Niet meer van toepassing)

Naam van de tester: .....

Plaats en datum: .....

Bijlage M. , Deel I

Minimumeisen en keuringsvoorwaarden voor navigatieradarinstallaties in de Rijnvaart

Bijlage M. , Deel I

Artikel 2. Doel van de radarinstallatie

Artikel 4. Typekeuring

Deel II

Artikel 6. Typegoedkeuring

Artikel 5. Aanvraag tot typekeuring

Artikel 6. Typegoedkeuring

Bijlage M. , Deel I

Bijlage M. , Deel II

Verklaring over de inbouw en het functioneren van radarinstallaties en bochtaanwijzers in de Rijnvaart

Bijlage M. , Deel I

Artikel 2. Doel van de radarinstallatie

Artikel 1.05. Typegoedkeuring

Bijlage M. , Deel II

Artikel 4. Typekeuring

Hoofdstuk 1. Algemene Bepalingen

Artikel 5. Aanvraag tot typekeuring

Artikel 6. Typegoedkeuring

Artikel 7. Toestelkenmerken en goedkeuringsnummer

In deze voorschriften zijn de minimumeisen voor aanwijzers van de snelheid van draaiing (bochtaanwijzers) voor de Rijnvaart vastgelegd, alsmede de keuringsvoorwaarden waaraan moet worden voldaan.

90 °/min

De bochtaanwijzer moet ongevoelig zijn voor magnetische velden die normaal aan boord kunnen voorkomen.

Voor het testen van de voeding, de veiligheid, de wederzijdse beïnvloeding van de installaties aan boord, de veilige kompasafstand, de mechanische en klimatologische bestendigheid, de beïnvloeding door het milieu en de geluidhinder, gelden de eisen overeenkomstig de Europese norm EN 60945 : 2002 Maritieme navigatie- en radiocommunicatie-apparatuur en -systemen – Algemene eisen – Beproevingsmethoden en vereiste beproevingsresultaten (IEC 60945 : 2002).

Doel van deze voorschriften is te bevorderen dat in het belang van een veilige en vlotte binnenvaart de inbouw van radarinstallaties en bochtaanwijzers technisch en ergonomisch optimaal verloopt, en dat aansluitend daarop een controle van het functioneren daarvan wordt uitgevoerd. Inland ECDIS apparaten, die in de navigatiemodus kunnen worden gebruikt, worden beschouwd als radarinstallaties als bedoeld in deze voorschriften.

Iedere stroomtoevoer voor de radarinstallatie en de bochtaanwijzer moet een eigen zekering hebben en zoveel mogelijk tegen uitval zijn beveiligd.

Artikel 5.02. Uitgezonden radiostoringen

Artikel 3.09. Dochterindicatoren

Artikel 5.03. Keuringsmethodes

Artikel 4.01. Bediening

De metingen van de uitgezonden storingen worden overeenkomstig de Europese norm EN 60945 : 2002 Maritieme navigatie- en radiocommunicatie-apparatuur en -systemen – Algemene eisen – Beproevingsmethoden en vereiste beproevingsresultaten (IEC 60945 : 2002) in het frequentiegebied tussen 30 MHz en 2000 MHz uitgevoerd. Aan de eisen bedoeld in artikel 2.02, tweede lid, moet zijn voldaan.

.....

Doel van deze voorschriften is te bevorderen dat in het belang van een veilige en vlotte binnenvaart de inbouw van radarinstallaties en bochtaanwijzers technisch en ergonomisch optimaal verloopt, en dat aansluitend daarop een controle van het functioneren daarvan wordt uitgevoerd. Inland ECDIS apparaten, die in de navigatiemodus kunnen worden gebruikt, worden beschouwd als radarinstallaties als bedoeld in deze voorschriften.

.....

Ten behoeve van het varen met behulp van radar in de Rijnvaart mogen uitsluitend installaties worden ingebouwd die overeenkomstig de geldende voorschriften van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart zijn toegelaten en waarop een goedkeuringsnummer is aangebracht of op grond van als gelijkwaardig erkende typegoedkeuringen toegelaten installaties.

Hierbij gelden de volgende voorwaarden:

(Model)

Erkend bedrijf

De positiesensor (bijv. DGPS antenne) moet zodanig worden ingebouwd dat een zo groot mogelijke precisie wordt verzekerd en dat hij zo weinig mogelijk nadelig wordt beïnvloed door opbouwen en zendapparatuur aan boord.

.....

Na een succesvolle keuring overeenkomstig artikel 9 geeft de bevoegde autoriteit of het erkende bedrijf een verklaring volgens bijgaand model (bijlage M, deel IV) af. Deze verklaring moet steeds aan boord worden bewaard. Bij het niet voldoen aan de keuringseisen wordt een lijst van geconstateerde gebreken opgemaakt. Een eventueel nog aanwezige verklaring wordt ingetrokken dan wel door het erkende bedrijf aan de bevoegde autoriteit toegezonden.

Soort/naam v.h. schip;

2. Lijst van de volgens het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn toegelaten navigatieradarinstallaties en bochtaanwijzers

Bijlage N

Bijlage M. , Deel V

2. Lijst van de volgens het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn toegelaten navigatieradarinstallaties en bochtaanwijzers

3. Lijst van de volgens het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn op grond van gelijkwaardige typegoedkeuringen toegelaten navigatieradarinstallaties en bochtaanwijzers

Erkend deskundig bedrijf

Bijlage O

Nr. Aan het certificaat van onderzoek volgens artikel 1.03 als gelijkwaardig erkende bevoegdheidsbewijzen Modaliteiten van de erkenning Datum van de erkenning
1 Na 30 december 2008 afgegeven of hernieuwde communautaire certificaten voor binnenschepen, die bevestigen dat de desbetreffende schepen, onverminderd de overgangsvoorschriften volgens hoofdstuk 24, bijlage II, volledig voldoen aan de technische voorschriften van bijlage II van de laatst geldende versie van Richtlijn 2006/87/EG inzake vaststelling van de technische voorschriften voor binnenvaartschepen en tot intrekking van Richtlijn 82/714/EEG. Schepen op de Rijn, waaraan na 30 december 2008 een communautair certificaat is afgegeven, moeten van motoren zijn voorzien, die voldoen aan ofwel de grenswaarden van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart, zoals vastgelegd in het Reglement onderzoek schepen op de Rijn, ofwel aan vergelijkbare grenswaarden krachtens Richtlijn 97/68/EG in zijn laatst geldende versie. 27 november 2008

Hoofdstuk 15. Bijzondere bepalingen voor passagiersschepen

Hoofdstuk 16. Bijzondere bepalingen voor vaartuigen die zijn bestemd om deel uit te maken van een duwstel, een sleep of een gekoppeld samenstel

Hoofdstuk 15. Bijzondere bepalingen voor passagiersschepen

Hoofdstuk 18. Bijzondere bepalingen voor schepen bestemd voor bouwwerkzaamheden

Hoofdstuk 19. Bijzondere bepalingen voor kanaalspitsen

Hoofdstuk 20. Bijzondere bepalingen voor zeeschepen

Hoofdstuk 21. Bijzondere bepalingen voor pleziervaartuigen

Hoofdstuk 19. Bijzondere bepalingen voor kanaalspitsen

Hoofdstuk 22a. Bijzondere bepalingen voor vaartuigen met een lenge van meer dan 110 m

Artikel 22a.06. Toepasselijkheid van Deel IV in geval van ombouw

Vervallen

Hoofdstuk 19. Bijzondere bepalingen voor kanaalspitsen

Deel III. Bepalingen met betrekking tot de bemanning

Hoofdstuk 23. Uitrusting van schepen met het oog op de bemanning

Deel IV

Hoofdstuk 24. Overgangs- en slotbepalingen

Bijlage F

(Niet meer van toepassing)

Bijlage G. Model van het speciale certificaat voor zeeschepen die de Rijn bevaren

Bij de installatie van tachografen aan boord moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

Bijlage B. Model van het certificaat van onderzoek

NAAM VAN DE STAAT/WAPEN VAN DE STAAT
CERTIFICAAT VAN ONDERZOEK
Nr. ..........
Plaats en datum
..........
Commissie van Deskundigen
..........
Stempel
..........
(handtekening)

Opmerkingen:

Het vaartuig mag op grond van dit certificaat slechts zolang voor de vaart worden gebruikt, als het zich in de toestand bevindt zoals in het certificaat is aangegeven.

Na iedere wezenlijke verandering of schade mag het vaartuig eerst dan weer in de vaart worden gebracht, wanneer het op grond van een bijzonder onderzoek daarvoor opnieuw is toegelaten.

Iedere naamsverandering, iedere wisseling van eigenaar, iedere nieuwe ijking van het vaartuig zowel als iedere verandering van de teboekstelling of van de thuishaven moet de eigenaar of zijn vertegenwoordiger ter kennis brengen van de Commissie van Deskundigen. Daarbij moet hij het certificaat van onderzoek voorleggen om daarin de veranderingen aan te laten tekenen.

ROSR

Stempel

Certificaat van Onderzoek nr. .......... van de Commissie van Deskundigen te ..........

1. Naam van het vaartuig 2. Soort vaartuig 2. Soort vaartuig 3. Uniek Europees scheepsidentificatienummer
4. Naam en adres van de eigenaar 4. Naam en adres van de eigenaar 4. Naam en adres van de eigenaar 4. Naam en adres van de eigenaar
5. Plaats en nummer van teboekstelling 5. Plaats en nummer van teboekstelling 6. Thuishaven 6. Thuishaven
7. Bouwjaar 7. Bouwjaar 8. Naam en plaats van de bouwwerf 8. Naam en plaats van de bouwwerf
9. Dit certificaat vervangt het certificaat van onderzoek nr. .......... afgegeven op .......... door de Commissie van Deskundigen te .......... 9. Dit certificaat vervangt het certificaat van onderzoek nr. .......... afgegeven op .......... door de Commissie van Deskundigen te .......... 9. Dit certificaat vervangt het certificaat van onderzoek nr. .......... afgegeven op .......... door de Commissie van Deskundigen te .......... 9. Dit certificaat vervangt het certificaat van onderzoek nr. .......... afgegeven op .......... door de Commissie van Deskundigen te ..........
10. Het boven omschreven vaartuig is op grond van het eigen onderzoek d.d.) .......... de verklaring van het erkende classificatiebureau) .......... gedateerd .......... voor de vaart op de Rijn) tussen .......... en ..........) met de aangegeven ten hoogste toegestane diepgang alsmede de navolgend aangegeven uitrusting en bemanning deugdelijk bevonden. 10. Het boven omschreven vaartuig is op grond van het eigen onderzoek d.d.) .......... de verklaring van het erkende classificatiebureau) .......... gedateerd .......... voor de vaart op de Rijn) tussen .......... en ..........) met de aangegeven ten hoogste toegestane diepgang alsmede de navolgend aangegeven uitrusting en bemanning deugdelijk bevonden. 10. Het boven omschreven vaartuig is op grond van het eigen onderzoek d.d.) .......... de verklaring van het erkende classificatiebureau) .......... gedateerd .......... voor de vaart op de Rijn) tussen .......... en ..........) met de aangegeven ten hoogste toegestane diepgang alsmede de navolgend aangegeven uitrusting en bemanning deugdelijk bevonden. 10. Het boven omschreven vaartuig is op grond van het eigen onderzoek d.d.) .......... de verklaring van het erkende classificatiebureau) .......... gedateerd .......... voor de vaart op de Rijn) tussen .......... en ..........) met de aangegeven ten hoogste toegestane diepgang alsmede de navolgend aangegeven uitrusting en bemanning deugdelijk bevonden.
11. De geldigheid van dit certificaat eindigt op . .......... 11. De geldigheid van dit certificaat eindigt op . .......... 11. De geldigheid van dit certificaat eindigt op . .......... 11. De geldigheid van dit certificaat eindigt op . ..........
)Wijziging(en) onder nummer(s): .......... Nieuwe tekst: .......... .......... .......... )Deze bladzijde is vervangen. )Wijziging(en) onder nummer(s): .......... Nieuwe tekst: .......... .......... .......... )Deze bladzijde is vervangen. )Wijziging(en) onder nummer(s): .......... Nieuwe tekst: .......... .......... .......... )Deze bladzijde is vervangen. )Wijziging(en) onder nummer(s): .......... Nieuwe tekst: .......... .......... .......... )Deze bladzijde is vervangen.
Plaats en datum .......... Stempel Plaats en datum .......... Stempel De Commissie van Deskundigen te .......... De Commissie van Deskundigen te ..........
.......... (handtekening) .......... (handtekening)
*) Doorhalen wat niet van toepassing is. *) Doorhalen wat niet van toepassing is.

ROSR

Stempel

Certificaat van Onderzoek nr. .......... van de Commissie van Deskundigen te ..........

12. Het nummer van het certificaat van onderzoek (1), het uniek Europees scheepsidentificatienummer (2), het nummer van teboekstelling (3) en het nummer van meting (4) zijn met de bijbehorende tekens op de volgende plaatsen op het schip aangebracht: 1 .......... 2 .......... 3 .......... 4 . .......... 12. Het nummer van het certificaat van onderzoek (1), het uniek Europees scheepsidentificatienummer (2), het nummer van teboekstelling (3) en het nummer van meting (4) zijn met de bijbehorende tekens op de volgende plaatsen op het schip aangebracht: 1 .......... 2 .......... 3 .......... 4 . ..........
13. De grootste toegelaten inzinking wordt aan iedere zijde van het schip aangegeven door – twee – .......... – inzinkingsmerken). – de bovenste ijkmerken). Er zijn twee diepgangsschalen aangebracht). De achterste ijkmerken fungeren als diepgangsschalen; zij zijn daartoe aangevuld met cijfers, die de diepgang aangeven). 13. De grootste toegelaten inzinking wordt aan iedere zijde van het schip aangegeven door – twee – .......... – inzinkingsmerken). – de bovenste ijkmerken). Er zijn twee diepgangsschalen aangebracht). De achterste ijkmerken fungeren als diepgangsschalen; zij zijn daartoe aangevuld met cijfers, die de diepgang aangeven).
14. Het vaartuig is, met inachtname van de onder 15 en 52 aangegeven beperkingen*), geschikt om: 14. Het vaartuig is, met inachtname van de onder 15 en 52 aangegeven beperkingen*), geschikt om:
1. te duwen) 1.1 met starre verbindingen) 1.2 met gestuurde knikverbindingen) 2. geduwd te worden) 2.1 met starre verbindingen) 2.2 met starre verbindingen aan de voorzijde van een duwstel) 2.3 met gestuurde knikverbindingen) 3. een ander vaartuig langszijde gekoppeld mee te voeren) 4. langszijde gekoppeld meegevoerd te worden) 5. te slepen) 5.1 van schepen zonder eigen voortstuwing) 5.2 van schepen met eigen voortstuwing) 5.3 alleen in de opvaart) 6. gesleept te worden) 6.1 als schip met eigen voortstuwing) 6.2 als schip zonder eigen voortstuwing)
)Wijziging(en) onder nummer(s): .......... Nieuwe tekst: .......... .......... .......... )Deze bladzijde is vervangen. )Wijziging(en) onder nummer(s): .......... Nieuwe tekst: .......... .......... .......... )Deze bladzijde is vervangen.
Plaats, datum .......... Stempel De Commissie van Deskundigen ..........
.......... (handtekening)
*) Doorhalen wat niet van toepassing is.

ROSR

Stempel

Certificaat van Onderzoek nr. .......... van de Commissie van Deskundigen te ..........

15. Toegelaten samenstellen
1. Het vaartuig is voor de voortbeweging van de volgende samenstellen toegelaten:
Nummer samenstel Beperkingen op grond van de hoofdstukken 5 en 16 Beperkingen op grond van de hoofdstukken 5 en 16 Beperkingen op grond van de hoofdstukken 5 en 16 Beperkingen op grond van de hoofdstukken 5 en 16 Beperkingen op grond van de hoofdstukken 5 en 16 Beperkingen op grond van de hoofdstukken 5 en 16 Beperkingen op grond van de hoofdstukken 5 en 16 Beperkingen op grond van de hoofdstukken 5 en 16 Beperkingen op grond van de hoofdstukken 5 en 16 Beperkingen op grond van de hoofdstukken 5 en 16 Beperkingen op grond van de hoofdstukken 5 en 16
Nummer samenstel maximale afmetingen maximale afmetingen vaarrichting en belading vaarrichting en belading vaarrichting en belading vaarrichting en belading maximaal ingedompelde doorsnede in m2 maximaal ingedompelde doorsnede in m2 maximaal ingedompelde doorsnede in m2 maximaal ingedompelde doorsnede in m2 Opmerkingen
Nummer samenstel OPVAART OPVAART AFVAART AFVAART opvaart opvaart afvaart afvaart Opmerkingen
Nummer samenstel Lengte Breedte belading t leeg belading t leeg opvaart opvaart afvaart afvaart Opmerkingen
2. Koppelingen: 2. Koppelingen:
--- ---
Soort van de koppelingen: .......... Aantal koppelingen per zijde: ..........
Aantal koppelingsdraden: .......... Lengte per koppelingsdraad: ..........
Breeksterkte per langsverbinding: .......... kN Breeksterkte per koppelingsdraad: .......... kN
Aantal windingen van de draden .......... Aantal windingen van de draden ..........
*)Wijziging(en) onder nummer(s): .......... Nieuwe tekst: .......... .......... .......... *)Wijziging(en) onder nummer(s): .......... Nieuwe tekst: .......... .......... ..........
*)Deze bladzijde is vervangen. *)Deze bladzijde is vervangen.
Plaats en datum .......... De Commissie van deskundigen te ..........
Stempel
.......... (handtekening)
*) Doorhalen wat niet van toepassing is.

ROSR

Stempel

Certificaat van Onderzoek nr. .......... van de Commissie van Deskundigen te ..........

16. Meetbrief nr. .......... afgegeven door: .......... op .......... 16. Meetbrief nr. .......... afgegeven door: .......... op .......... 16. Meetbrief nr. .......... afgegeven door: .......... op .......... 16. Meetbrief nr. .......... afgegeven door: .......... op .......... 16. Meetbrief nr. .......... afgegeven door: .......... op .......... 16. Meetbrief nr. .......... afgegeven door: .......... op ..........
17a Lengte o.a. m 18a. Breedte o.a. m 18a. Breedte o.a. m 19. Grootste diepgang m 19. Grootste diepgang m 20. Vrijbord cm
17b Lengte L m 18b. Breedte B m 18b. Breedte B m
21. Laadvermogen/Waterverplaatsing) t/m 3) 21. Laadvermogen/Waterverplaatsing) t/m 3) 22. Aantal passagiers 22. Aantal passagiers 23. Aantal bedden voor passagiers 23. Aantal bedden voor passagiers
24. Aantal waterdichte dwarsschoten 24. Aantal waterdichte dwarsschoten 25. Aantal laadruimen 25. Aantal laadruimen 26. Soort luikenkap 26. Soort luikenkap
27. Aantal voortstuwingsmotoren 27. Aantal voortstuwingsmotoren 28. Totaal vermogen van de voortstuwingsinstallatie kW 28. Totaal vermogen van de voortstuwingsinstallatie kW 29. Aantal hoofdschroeven 29. Aantal hoofdschroeven
30. Aantal boegankerlieren waarvan ........ met mechanische aandrijving 30. Aantal boegankerlieren waarvan ........ met mechanische aandrijving 30. Aantal boegankerlieren waarvan ........ met mechanische aandrijving 31. Aantal hekankerlieren waarvan ...... met mechanische aandrijving 31. Aantal hekankerlieren waarvan ...... met mechanische aandrijving 31. Aantal hekankerlieren waarvan ...... met mechanische aandrijving
32. Aantal sleephaken 32. Aantal sleephaken 32. Aantal sleephaken 33. Aantal sleeplieren: waarvan ....... met mechanische aandrijving 33. Aantal sleeplieren: waarvan ....... met mechanische aandrijving 33. Aantal sleeplieren: waarvan ....... met mechanische aandrijving
34. Stuurinrichting aantal hoofdroeren Hoofdaandrijving Hoofdaandrijving – hand) – elektrisch) – hand) – elektrisch) – elektrisch/hydraulisch) – hydraulisch)
Andere installaties: ja/neen*) Soort: Andere installaties: ja/neen*) Soort: Andere installaties: ja/neen*) Soort: Andere installaties: ja/neen*) Soort: Andere installaties: ja/neen*) Soort: Andere installaties: ja/neen*) Soort:
Flankingroer: ja/neen*) Aandrijving: Aandrijving: – hand) – elektrisch) – hand) – elektrisch) – elektrisch/hydraulisch) – hydraulisch)
Boegbesturingsinstallatie ja/neen*) – boegroer) – boegstraal) – andere inrichting*) – boegroer) – boegstraal) – andere inrichting*) – afstandbediend ja/neen*) – afstandbediend ja/neen*) aan- en afstellen op afstand ja/neen*)
35. Lensinrichtingen Aantal lenspompen .......... , waarvan gemotoriseerd .......... Minimumdebiet eerste lenspomp .......... l/min tweede lenspomp.......... l/min 35. Lensinrichtingen Aantal lenspompen .......... , waarvan gemotoriseerd .......... Minimumdebiet eerste lenspomp .......... l/min tweede lenspomp.......... l/min 35. Lensinrichtingen Aantal lenspompen .......... , waarvan gemotoriseerd .......... Minimumdebiet eerste lenspomp .......... l/min tweede lenspomp.......... l/min 35. Lensinrichtingen Aantal lenspompen .......... , waarvan gemotoriseerd .......... Minimumdebiet eerste lenspomp .......... l/min tweede lenspomp.......... l/min 35. Lensinrichtingen Aantal lenspompen .......... , waarvan gemotoriseerd .......... Minimumdebiet eerste lenspomp .......... l/min tweede lenspomp.......... l/min 35. Lensinrichtingen Aantal lenspompen .......... , waarvan gemotoriseerd .......... Minimumdebiet eerste lenspomp .......... l/min tweede lenspomp.......... l/min
)Wijziging(en) onder nummer(s): .......... Nieuwe tekst: .......... .......... .......... )Deze bladzijde is vervangen. )Wijziging(en) onder nummer(s): .......... Nieuwe tekst: .......... .......... .......... )Deze bladzijde is vervangen. )Wijziging(en) onder nummer(s): .......... Nieuwe tekst: .......... .......... .......... )Deze bladzijde is vervangen. )Wijziging(en) onder nummer(s): .......... Nieuwe tekst: .......... .......... .......... )Deze bladzijde is vervangen. )Wijziging(en) onder nummer(s): .......... Nieuwe tekst: .......... .......... .......... )Deze bladzijde is vervangen. )Wijziging(en) onder nummer(s): .......... Nieuwe tekst: .......... .......... .......... )Deze bladzijde is vervangen.
Plaats en datum .......... Stempel Plaats en datum .......... Stempel Plaats en datum .......... Stempel De Commissie van Deskundigen te .......... De Commissie van Deskundigen te .......... De Commissie van Deskundigen te ..........
.......... (handtekening) .......... (handtekening) .......... (handtekening)
*) Doorhalen wat niet van toepassing is. *) Doorhalen wat niet van toepassing is. *) Doorhalen wat niet van toepassing is.

ROSR

Stempel

Certificaat van Onderzoek nr. .......... van de Commissie van Deskundigen te ..........

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)