Kadasterregeling 1994
14 april 1994/Nr. KAZ15494004
Dienst voor het Kadaster en de Openbare registers
Gelet op de artikelen 4, derde lid, 7, eerste lid, onder c, 8, tweede lid, tweede zin, en derde lid, 11, zesde lid, 12, derde lid, 14, vierde lid, 15, derde, vierde en zesde lid, 16, 17, 44, tweede lid, 48, tweede lid, onder h, en vierde lid, 49, tweede lid, 51, 52, tweede lid, 71, 72, 75, derde lid, 76, tweede en zevende lid, 79, 80, 81, eerste lid, tweede zin, 82, 83, 99, tweede lid, 102, tweede en vierde lid, 103, tweede lid, 108, vierde lid, 111, eerste lid, 115 en 116, eerste en tweede lid, van de Kadasterwet, alsmede op de artikelen 4, eerste lid, 5, 6, eerste en tweede lid, 7, 10, eerste lid, 11, derde lid, 12, eerste lid, 13, eerste lid, 16, derde lid, 17, 38 en 39 van het Kadasterbesluit;
Besluit:
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Organisatiewet Kadaster in werking treedt.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. de wet: de Kadasterwet;
- b. het besluit: het Kadasterbesluit;
- c. de Dienst: de Dienst voor het kadaster en de openbare registers, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster;
- d. de bewaarder: de bewaarder, bedoeld in artikel 6 van de wet;
- e. een perceel: een deel van het Nederlandse grondgebied van welk deel de Dienst de begrenzing met behulp van landmeetkundige gegevens heeft vastgelegd op grond van gegevens betreffende de rechtstoestand, bestemming en het gebruik en dat door zijn kadastrale aanduiding is gekenmerkt;
- f. de integriteitswaarde: de unieke waarde voor een gegevensbestand of een verzameling van gegevensbestanden, waarmee het ongewijzigd zijn ervan kan worden gecontroleerd;
- g. het certificaat: het certificaat, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel rr, van de Telecommunicatiewet;
- h. het gekwalificeerde certificaat: het gekwalificeerde certificaat, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel ss, van de Telecommunicatiewet;
- i. de certificatiedienstverlener: de certificatiedienstverlener, bedoeld in artikel 1.1, onderdeel tt, van de Telecommunicatiewet;
- j. een certificaten-revocatielijst: een lijst waarop de certificatiedienstverlener bijhoudt welke door hem afgegeven certificaten binnen de geldingsduur zijn ingetrokken;
- k. de hoofdbewaarder: de bewaarder, bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet;
- l. het stukidentificatienummer: het stukidentificatienummer, bedoeld in artikel 11c, eerste lid, van de wet;
- m. de technische handleiding: de technische handleiding elektronisch aanleveren die als bijlage 1 bij deze regeling is gevoegd;
- n. een functioneel beheerder: een persoon behorend tot het personeel van de Dienst, die belast is met het beheer van de bij de Dienst in gebruik zijnde geautomatiseerde systemen;
- o. het netwerk: het net, bestaande uit een of meer kabels of leidingen, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie, dat in, op of boven de grond is of wordt aangelegd.
- p. handmatig ingetekende geometrie: de handmatig ingetekende geometrie, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wkpb en artikel 4, van de Regeling kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken;
- r. publiekrechtelijke beperking: publiekrechtelijke beperking als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wkpb;
- s. beperkingenbesluit: beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wkpb;
- t. aanbiedportaal: een systeem dat voor onderlinge communicatie met andere systemen of door een aanbieder kan worden gebruikt voor het elektronisch aanbieden van stukken en ontvangen van mededelingen daarover;
- u. KIK-bestand: een representatie van een ter inschrijving aangeboden stuk dat zich leent voor automatische verwerking van het stuk.
Artikel 2
Vervallen
Artikel 3
Er worden afzonderlijke openbare registers als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet gehouden voor:
- a. onroerende zaken en de rechten waaraan die zijn onderworpen;
- b. schepen en de rechten waaraan die zijn onderworpen, en
- c. luchtvaartuigen en de rechten waaraan die zijn onderworpen.
De openbare registers bestaan uit:
- a. een register Hypotheken 3 voor de inschrijving van:
- 1°. stukken betreffende de vestiging van een recht van hypotheek, alsmede stukken betreffende feiten die betrekking hebben op een ingeschreven recht van hypotheek, en
- 2°. processen-verbaal van inbeslagneming, alsmede stukken betreffende feiten die betrekking hebben op een ingeschreven proces-verbaal van inbeslagneming;
- b. een register Hypotheken 4 voor de inschrijving van alle overige stukken, en
- c. een register Hypotheken 4D voor het boeken van voorlopige aantekeningen.
Indien een ter inschrijving aangeboden stuk feiten bevat betreffende stukken als bedoeld in het tweede lid, onder a, en feiten betreffende stukken als bedoeld in het tweede lid, onder b, wordt dat stuk ingeschreven in zowel het register Hypotheken 3 als het register Hypotheken 4.
De openbare registers worden deels in papieren vorm en deels in elektronische vorm gehouden.
Hoofdstuk 2. Openbare registers voor onroerende zaken
Titel 1. Vorm van de openbare registers
Artikel 4
In het register Hypotheken 4D worden vermeld:
- a. de dag, het uur en de minuut waarop het betreffende stuk ter inschrijving is aangeboden;
- b. de aard van het ter inschrijving aangeboden stuk;
- c. voor zover bekend gesteld, de naam en de woonplaats met het adres van de aanbieder van het stuk;
- d. de omschrijving van de met betrekking tot het ter inschrijving aangeboden stuk gerezen bedenkingen dan wel de reden van de boeking;
- e. de datum en de reden van doorhaling van de voorlopige aantekening, en
- f. het register waarin en het stukidentificatienummer waaronder het stuk alsnog is ingeschreven.
Artikel 5
Indien een boeking betrekking heeft op een stuk dat in papieren vorm is aangeboden, vult de bewaarder een formulier Hypotheken 4D in, dat de vorm heeft van het model dat als bijlage 3 bij deze regeling is gevoegd.
Van het aangeboden stuk en, voor zover van toepassing, van de naderhand overgelegde dagvaardingen en rechterlijke uitspraken, wordt door de bewaarder een afschrift vervaardigd en gevoegd achter het desbetreffende formulier Hypotheken 4D. Het formulier Hypotheken 4D wordt, met de daarbij behorende stukken betreffende doorgehaalde voorlopige aantekeningen, opgeborgen in het in papieren vorm gehouden gedeelte van het register Hypotheken 4D.
Artikel 6
Indien een boeking betrekking heeft op een stuk dat in elektronische vorm ter inschrijving is aangeboden, wordt dit stuk opgeslagen in het in elektronische vorm gehouden gedeelte van het register Hypotheken 4D onder vermelding van het stukidentificatienummer. Indien naast het stuk ook dagvaardingen of rechterlijke uitspraken in papieren vorm zijn overgelegd, worden de afschriften van de laatstgenoemde stukken alsmede de bijbehorende stukken betreffende doorgehaalde voorlopige aantekeningen opgeslagen in het in papieren vorm gehouden gedeelte van het register Hypotheken 4D onder vermelding van het aan de boeking toegekende nummer.
Indien een stuk dat is opgeslagen in het elektronische gedeelte van het register Hypotheken 4D krachtens een hernieuwd verzoek tot inschrijving alsnog dient te worden ingeschreven in het register Hypotheken 3 of het register Hypotheken 4, wordt dat stuk rechtstreeks overgebracht naar de logische databank van het desbetreffende in elektronische vorm gehouden gedeelte van het register Hypotheken 3 of het register Hypotheken 4, onder toevoeging van het tijdstip van ontvangst van het hernieuwde verzoek tot inschrijving.
Titel 2. Aantekeningen in de openbare registers
Artikel 7
In de in papieren vorm gehouden gedeelten van het register, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, worden door de bewaarder de in het tweede tot en met zevende lid genoemde aantekeningen gesteld in de in die leden genoemde gevallen.
In geval van een inschrijving van een stuk tot verbetering als bedoeld in artikel 42 van de wet na het verstrijken van de termijn van 48 uur, bedoeld in artikel 1a, tweede lid, vindt onderlinge verwijzing plaats tussen het stuk tot verbetering en het verbeterde stuk door de vermelding: ‘verbetering van deel ... nr. ...,’ onderscheidenlijk: ‘zie verbetering in deel ... nr. ...’, onder invulling van de desbetreffende gegevens, behoudens in het geval de relatie tussen de desbetreffende inschrijvingen blijkt uit de basisregistratie kadaster.
Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing in geval van een inschrijving van een bijhoudingsverklaring als bedoeld in artikel 46a, eerste lid, van de wet of een proces-verbaal als bedoeld in artikel 45, tweede lid, van de Wet op het notarisambt.
Ingeval bij een ingeschreven stuk een ingeschreven tekening behoort die afzonderlijk wordt bewaard, vindt onderlinge verwijzing plaats tussen het afschrift van het ingeschreven stuk en het afschrift van de ingeschreven tekening, door de vermelding: ‘zie tekening nr. ...,’ onderscheidenlijk: ‘Tekening behorend bij inschrijving in deel ... nr. ...’, onder invulling van de desbetreffende gegevens.
Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op in een vreemde of in de Friese taal gestelde stukken als bedoeld in artikel 41 van de wet, met dien verstande dat in plaats van ‘tekening’ wordt gelezen: akte.
Indien met betrekking tot een deel van de bij een splitsing in appartementsrechten betrokken percelen de splitsing wordt beëindigd, wordt op de laatst ingeschreven tekening een verklaring gesteld waaruit blijkt welke percelen aan de splitsing zijn onttrokken, onder vermelding van het stukidentificatienummer van het stuk betreffende de beëindiging van de splitsing.
Artikel 8
In het in papieren vorm gehouden gedeelte van het register Hypotheken 3 worden, onverminderd de artikelen 2 en 8, de in het tweede lid bedoelde aantekeningen gesteld.
In geval van inschrijving van stukken die op hypotheken en beslagen betrekking hebben, vindt onderlinge verwijzing plaats tussen de oorspronkelijke inschrijving en de latere inschrijving, door de vermelding van het desbetreffende stukidentificatienummer en een korte aanduiding van het later ingeschreven stuk, behoudens in het geval de relatie tussen de desbetreffende inschrijvingen blijkt uit de basisregistratie kadaster.
Artikel 9
Het stellen van aantekeningen in een duplicaat van het register Hypotheken 3 of het register Hypotheken 4 op microfilm, geschiedt door de aantekening, onder vermelding van de plaatsnaam van het kantoor van de Dienst en het stukidentificatienummer van het stuk waarop de aantekening betrekking heeft, te stellen op een wit papier van A4- formaat dat aan de linkerzijde onder de kop ‘Aantekeningen’ is voorzien van de tekst ‘Hypotheken 3’ of ‘Hypotheken 4’ en bij de desbetreffende microfoto’s een A te plaatsen. Het papier met de aantekening wordt in volgorde van stukidentificatienummer op het kantoor van de Dienst bewaard.
De aantekeningen, bedoeld in het eerste lid, kunnen ook worden gesteld op een op de desbetreffende filmcassette bevestigde sticker.
Artikel 10
In het register Hypotheken 4D worden, onverminderd artikel 18, de in het tweede tot en met vierde lid bedoelde aantekeningen gesteld.
In geval van inschrijving van een stuk tot verbetering als bedoeld in artikel 42 van de wet, wordt, indien het te verbeteren stuk is geboekt in het in papieren vorm gehouden gedeelte van het register Hypotheken 4D, verwezen naar bedoeld ingeschreven stuk, door de vermelding: ‘zie verbetering in deel ... nr. ...’, onder invulling van de desbetreffende gegevens.
Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing in geval van een inschrijving van een bijhoudingsverklaring als bedoeld in artikel 46a, eerste lid, van de wet of een proces-verbaal als bedoeld in artikel 45, tweede lid, van de Wet op het notarisambt.
Indien in het register Hypotheken 4D geboekte stukken met elkaar verband houden op de wijze, bedoeld in het tweede en derde lid, vindt onderlinge verwijzing plaats.
Artikel 11
De in de artikelen 2, 7, 8 en 10 bedoelde aantekeningen geschieden met zwarte inkt in de daarvoor bestemde plaatsen op de formulieren Hypotheken 3, 4 en 4D.
Titel 2a. Formulieren voor de inschrijving van stukken in de openbare registers; vereisten voor de invulling en aanbieding ter inschrijving van die formulieren
Artikel 11a
Het stellen van een aantekening in de in elektronische vorm gehouden gedeelten van de openbare registers geschiedt door deze aantekening op papier te stellen, de aantekening vervolgens te digitaliseren en op te slaan in de logische databank van het desbetreffende openbare register onder vermelding van het stukidentificatienummer van het stuk waarbij de aantekening hoort.
De artikelen 7, 8 en 10 zijn van overeenkomstige toepassing op het stellen van aantekeningen in de in elektronische vorm gehouden gedeelten van de openbare registers.
Artikel 11b
Vervallen
Artikel 11c
Bij de aanbieding in papieren vorm van:
- a. stukken betreffende de vestiging van een recht van hypotheek, alsmede stukken betreffende feiten die betrekking hebben op een ingeschreven recht van hypotheek;
- b. stukken betreffende de inschrijving van een proces-verbaal van inbeslagneming, alsmede stukken betreffende feiten die betrekking hebben op een ingeschreven proces-verbaal van inbeslagneming, en
- c. stukken als bedoeld in artikel 46, eerste lid, van de wet, wordt een afschrift van het desbetreffende stuk aangeboden, dat gesteld is op wit papier van standaardkwaliteit met A4-formaat en afhankelijk van het register waarin inschrijving wordt verzocht, aan de linker onderzijde is voorzien van de tekst ‘Hypotheken 3’ of ‘Hypotheken 4’.
Bij de aanbieding in papieren vorm van andere stukken dan de in het eerste lid genoemde stukken wordt een afschrift van het desbetreffende stuk gesteld op wit papier van standaardkwaliteit met A4-formaat, dat aan de linker onderzijde is voorzien van de tekst ‘Hypotheken 4’.
Artikel 11d
Een afschrift als bedoeld in artikel 11c voldoet aan het tweede tot en met zevende lid.
Het afschrift is voldoende raadpleegbaar en bevat geen andere teksten of afbeeldingen dan de tekst of de afbeeldingen ten aanzien waarvan inschrijving wordt verzocht.
Indien het afschrift bestaat uit meerdere bladen, wordt ieder blad rechtsboven voorzien van een bladnummer. De bladnummers vangen aan met het cijfer één en vormen zonder onderbreking een opklimmende reeks volgnummers.
Op elk blad waaruit het afschrift bestaat, wordt aan de linkerzijde een marge van vijf centimeter en aan de boven- en onderzijde een marge van twee centimeter opengelaten.
De tekst van het afschrift van het ter inschrijving aangeboden stuk heeft de kleur zwart.
Na ontvangst van het afschrift voegt de bewaarder een voorblad toe, waarop in ieder geval het stukidentificatienummer wordt vermeld, alsmede de datum en het tijdstip van aanbieding.
Bij de inschrijving, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de wet, plaatst de bewaarder zijn handtekening op het aan het afschrift toegevoegde voorblad.
Artikel 11e
Het elektronische postadres, bedoeld in artikel 10 van de wet, is vermeld in de technische handleiding.
Titel 2b. Aanbieden van stukken in papieren vorm
Artikel 12
De afschriften van de stukken die in papieren vorm ter inschrijving zijn aangeboden, worden samen met het voorblad, bedoeld in artikel 11d, zesde lid, in een opklimmende reeks der natuurlijke getallen opgeborgen in een opbergeenheid, waarop het soort register wordt aangeduid met:
- a. de letters OZ voor het register, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, en
- b. het cijfer 3 of 4 voor het register Hypotheken 3 onderscheidenlijk het register Hypotheken 4. Het deel van het register wordt op de opbergeenheid aangeduid met het deelnummer.
In geval van inschrijving van een stuk dat aanvankelijk in het register Hypotheken 4D is geboekt, worden de afschriften die zijn aangeboden door middel van het eerste verzoek tot inschrijving, opgeborgen bij de afschriften die ter inschrijving zijn aangeboden door middel het hernieuwde verzoek tot inschrijving, bedoeld in artikel 14b, eerste lid, van de wet.
Artikel 15
De losse afschriften van tekeningen, bedoeld in artikel 7, vierde lid, worden van een doorlopend volgnummer voorzien en opgeborgen in een opbergeenheid, waarop nummers worden vermeld van de daarin opgeborgen afschriften van tekeningen.
Titel 2c. Aanbieden van stukken in elektronische vorm
Artikel 16
De boeking in het register Hypotheken 4D geschiedt door vermelding van de gegevens, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen a tot en met d, in dat register.
Artikel 17
Indien het stuk waarvan de inschrijving is geweigerd in papieren vorm is aangeboden en bij dit stuk niet tevens een afschrift is aangeboden, vervaardigt de bewaarder een afschrift van het stuk, dat in het register Hypotheken 4D wordt gevoegd achter het desbetreffende formulier Hypotheken 4D.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de inschrijving is geweigerd op grond van een omstandigheid als bedoeld in artikel 15a, derde lid, onder a, van de wet, met dien verstande dat de bewaarder slechts een afschrift vervaardigt, indien hij van oordeel is dat het aangeboden afschrift niet voldoende leesbaar is.
Artikel 18
Uitgebrachte dagvaardingen en uitspraken van de voorzieningenrechter in kort geding als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet worden aangetekend in het register Hypotheken 4D door vermelding van de datum waarop de dagvaarding is uitgebracht dan wel de datum van de uitspraak. Indien het desbetreffende stuk ter inschrijving wordt aangeboden, wordt in het in papieren vorm gehouden gedeelte van het register Hypotheken 4D eveneens het stukidentificatienummer vermeld.
Indien de inschrijving alsnog is bevolen dan wel opnieuw is verzocht als bedoeld in artikel 14 van de wet, wordt dat in het register Hypotheken 4D aangetekend door vermelding van het tijdstip waarop de inschrijving alsnog is bevolen dan wel opnieuw is verzocht, alsmede het stukidentificatienummer van het betreffende stuk.
Indien het tweede lid toepassing heeft gevonden en het desbetreffende stuk in papieren vorm ter inschrijving is aangeboden, wordt de voorlopige aantekening doorgehaald door de vermelding op het formulier Hypotheken 4D van de datum van doorhaling en een korte omschrijving van de reden daarvan. Op het formulier wordt een schuine potloodstreep getrokken, waarna het formulier en de daarbij behorende stukken in een afzonderlijke band worden bewaard.
Indien het tweede lid toepassing heeft gevonden en het desbetreffende stuk in elektronische vorm ter inschrijving is aangeboden, wordt in het desbetreffende elektronische gedeelte van de openbare registers de status van het stuk gewijzigd in ‘ingeschreven’ en wordt het stukidentificatienummer uit het register Hypotheken 4D verwijderd.
het derde lid is van overeenkomstige toepassing indien sprake is van de omstandigheid, bedoeld in artikel 20, zesde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.
Titel 5. Bewijs van ontvangst en overige bepalingen
Artikel 19
Het in artikel 18 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde bewijs van ontvangst in papieren vorm wordt gesteld op een formulier dat overeenkomt met de verklaring die door de bewaarder wordt toegezonden.
Indien een stuk is geboekt in het register Hypotheken 4D, wordt dit op het stuk vermeld onder opgaaf van het stukidentificatienummer.
Het bewijs van ontvangst in elektronische vorm voldoet aan de technische handleiding.
Artikel 20
Indien de bewaarder vermoedt dat een inschrijving, bedoeld in de artikelen 38 en 39 van de wet, niet meer van belang is, benadert hij de in artikel 40, onder a, van de wet bedoelde personen, met de vraag of de desbetreffende inschrijving nog van belang is, en met de uitnodiging om, zo dit niet het geval is, de waardeloosheid daarvan te doen inschrijven. Desgewenst kan door de bewaarder het in te schrijven stuk zodanig worden gereedgemaakt dat betrokkene de stukken slechts heeft te ondertekenen en ter inschrijving aan te bieden.
Artikel 21
Indien de bewaarder overeenkomstig artikel 20, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek weigert een stuk in te schrijven, verzendt hij aan de aanbieder een attendering op niet-inschrijving.
De attendering op niet-inschrijving in elektronische vorm is voorzien van een elektronisch zegel van de bewaarder, bedoeld in artikel 7e, tweede lid, van de wet. Indien het stuk in papieren vorm is aangeboden, kan een attendering op niet-inschrijving in elektronische vorm worden verzonden voor zover een elektronisch postadres van de aanbieder bekend is, en anders in papieren vorm.
Indien het stuk in papieren vorm is aangeboden, kan de aanbieder het verzoek tot inschrijving binnen 72 uur na het tijdstip van de verzending van de attendering op niet-inschrijving intrekken door middel van een door hem ondertekend en gedagtekend verzoek in papieren vorm.
Indien het stuk in elektronische vorm is aangeboden, kan de aanbieder het verzoek tot inschrijving binnen 24 uur na het tijdstip van de verzending van de attendering op niet-inschrijving intrekken door middel van een verzoek in elektronische vorm.
De termijnen waarbinnen een verzoek tot inschrijving kan worden ingetrokken, bedoeld in het derde en vierde lid, worden gerekend over werkdagen.
Hoofdstuk 3. Kadastrale registratie, kaartenbestand, daaraan ten grondslag liggende bescheiden en net van coördinaatpunten
Titel 1. Wijze waarop de kadastrale registratie wordt gehouden
Artikel 22
De basisregistratie kadaster wordt, onverminderd artikel 23, gehouden in de vorm van geautomatiseerde bestanden, overeenkomstig de desbetreffende technische handleidingen.
De geautomatiseerde basisregistratie kadaster wordt voorts gehouden op de wijze als in het derde tot en met zevende lid is bepaald.
Het percelenbestand, bedoeld in artikel 9 van het besluit, wordt gehouden per kadastrale gemeente als bedoeld in artikel 24.
Het namenbestand, bedoeld in artikel 8 van het besluit, wordt gehouden per kantoor van de Dienst.
De basisregistratie kadaster is toegankelijk door middel van de naam van de rechthebbende, de kadastrale aanduiding van het perceel en zo mogelijk ook door middel van het adres van het perceel, zo het perceel een adres heeft, en de plaatscoördinaten van het perceel, zo deze bekend zijn bij de Dienst.
Gegevens die ten gevolge van bijwerking niet meer actueel zijn, blijven raadpleegbaar.
Ten aanzien van het gebruik van hoofd- en kleine letters en diacritische tekens, en van het al dan niet aan elkaar schrijven van letters behoeft geen overeenstemming te bestaan tussen de bij de Dienst bekend gestelde schrijfwijze van de in de basisregistratie kadaster te vermelden gegevens en de wijze van vermelding van die gegevens daarin. In geval van diacritische tekens wordt in de basisregistratie kadaster een indicatie opgenomen waaruit van het bestaan van deze tekens blijkt.
Artikel 23
De gegevens die betrekking hebben op de toestand van vóór de omzetting van de handmatig gehouden registers en kaartsystemen naar de geautomatiseerde basisregistratie kadaster, zijn opgenomen in de desbetreffende registers en kaartsystemen.
De gegevens betreffende hypotheken, ingeschreven vóór 1 januari 1995, worden in het geautomatiseerde bestand, bedoeld in artikel 22, eerste lid, opgenomen, met uitzondering van de gegevens, bedoeld in artikel 48, tweede lid, onder g, j en k, van de wet.
Artikel 24
Het gebied van een kadastrale gemeente valt in het algemeen samen met het gebied van een burgerlijke gemeente. Als regel is dan de naam van de kadastrale gemeente dezelfde als die van de burgerlijke gemeente.
Het gebied van een kadastrale gemeente kan ook bestaan uit slechts een deel van het gebied van een burgerlijke gemeente, doordat een opgeheven burgerlijke gemeente als kadastrale gemeente is gehandhaafd, of een deel van een burgerlijke gemeente, dat bij een andere is gevoegd, bij de toepassing der grensverandering zowel op de kadastrale kaart als in de basisregistratie kadaster afzonderlijk is geadministreerd en hierdoor tot kadastrale gemeente is gemaakt.
Het gebied van elke kadastrale gemeente is, tenzij het een zeer kleine gemeente betreft, verdeeld in secties, aangeduid door een hoofdletter of een combinatie van twee hoofdletters.
Artikel 25
De in artikel 23, eerste lid, bedoelde registers en kaartsystemen hebben betrekking op de periode van 1 januari 1832 tot het tijdstip van buiten gebruikstelling, behoudens gegevens omtrent hypotheken en beslagen. Laatstbedoelde gegevens hebben betrekking op de periode vanaf 1 juli 1948.
De in het eerste lid bedoelde registers, zijn toegankelijk door middel van de naam van de rechthebbende en de kadastrale aanduiding van het perceel, behoudens het derde lid.
Ter zake van
- a. erfdienstbaarheden;
- b. hypotheken;
- c. vóór 1 juli 1979 gevestigde rechten als bedoeld in het vóór 1 januari 1992 geldende artikel 5, derde lid, onder b, laatste zinsnede, van de Belemmeringenwet Privaatrecht en daar aangeduid als een recht niet met name genoemd, en
- d. vóór 1 juli 1979 gevestigde rechten van opstal voor zover betreffend het leggen en houden van leidingen in, op of boven de onroerende zaak van een ander, zijn de registers uitsluitend toegankelijk door middel van de kadastrale aanduiding van het perceel. Ter zake van de zogenoemde oude zakelijke rechten, gevestigd vóór 1 oktober 1838 en waarbij geen kadastrale aanduiding van de desbetreffende onroerende zaken bekend is gesteld, zijn de registers alleen toegankelijk door middel van de naam van de rechthebbende.
Titel 2. Kaartenbestand
Afdeling 1. Op de kadastrale kaart voorgestelde opstallen
Artikel 26
De opstallen waarvan de omtrek wordt voorgesteld op de kadastrale kaart zijn:
- a. hoofdgebouwen;
- b. bijgebouwen, kunstwerken en overige opstallen en topografisch elementen, voor zover deze nodig zijn voor een goede oriëntatie op de kaart.
De opstallen worden overgenomen van de grootschalige basiskaart van Nederland.
Afdeling 2. Inrichting van de kadastrale kaarten
Artikel 27
De kadastrale kaart wordt gehouden in de vorm van een minuutplan met een geautomatiseerd cartografisch bestand. Een minuutplan geeft, onverminderd artikel 32, vijfde lid, de toestand van het desbetreffende gebied aan zoals deze was ten tijde van de oorspronkelijke opmeting. Genoemd cartografisch bestand geeft de laatst opgemeten toestand aan.
Er worden verzamelkaarten gehouden waarop de indeling is aangegeven van de kadastrale gemeenten, secties en bladen.
Artikel 28
Op een kadastrale kaart wordt aangegeven welke perceelgrenzen tevens rijks-, provincie- en gemeentegrenzen zijn.
Grenspalen worden in bijzondere gevallen op de kaart voorgesteld, onder vermelding van de aard of het kenmerk van de paal.
Artikel 29
Voor opstallen, tuinen, boomgaarden, erven of wateren die behoren bij een perceel en in hun begrenzing op de kaart zijn afgesloten, wordt aangegeven dat zij behoren bij het overige deel van het perceel.
Op een kadastrale kaart wordt melding gemaakt van plaatselijke benamingen van de daarop afgebeelde gebieden, zo van die gebieden een plaatselijke benaming bekend is.
Artikel 30
Een kadastrale kaart wordt in het algemeen gehouden en vervaardigd op schaal 1 : 1000 of 1 : 2000 en bij uitzondering op schaal 1 : 500. Voor bebouwde kommen wordt de kadastrale kaart vervaardigd op schaal 1 : 1000, voor binnensteden zonodig op de schaal 1: 500 en voor zeegebieden in het algemeen op de schaal 1 : 25.000 of 1 : 50.000.
De verzamelkaarten worden vervaardigd op de schaal 1 : 25.000.
Titel 3. Vorm van de aan de kadastrale kaarten ten grondslag liggende bescheiden
Artikel 31
De aan een kadastrale kaart ten grondslag liggende bescheiden zijn de relazen van bevindingen, alsmede hulpkaarten, fotogrammetrische karteringen, luchtfoto’s, door derden vervaardigde kaarten voor zover die door de Dienst geschikt worden geacht, alsmede aan die kaarten van derden ten grondslag liggende bescheiden die de meetgegevens bevatten.
De op het relaas van bevindingen te vermelden landmeetkundige gegevens zijn, onverminderd artikel 50 van de wet en artikel 101, eerste en tweede lid, die welke zijn genoemd in de onder a tot en met g genoemde bepalingen en worden op dat relaas vermeld met inachtneming van hetgeen daaromtrent in die bepalingen is voorgeschreven.
- a. Op de tekeningen, die niet op schaal behoeven te zijn, wordt de richting van het noorden door een pijl aangeduid.
- b. De lijnen die op een kadastrale kaart voorkomen of daarop moeten worden aangebracht, worden als volle lijnen getekend. De overige lijnen worden als streep- of stippellijnen getekend.
- c. De aard van de afscheidingen en grenstekens wordt de plaats van de afscheiding ten opzichte van de perceelgrens aangegeven.
- d. De meetgetallen worden als decimale getallen geschreven en wel loodrecht op de meetlijn. De meetgetallen worden in de regel afgerond op centimeters.
- e. De nieuwe, de gehandhaafde en de oude perceelnummers worden vermeld in onderscheidenlijk rood, zwart en blauw.
- f. De nieuwe, de gehandhaafde en de oude grenslijnen worden afgebeeld in onderscheidenlijk rood, zwart en blauw.
- g. Zo mogelijk worden gegevens vermeld omtrent de verzekerde punten van de meetkundige grondslag, de piketten, de opstallen, de cultuuraanduiding, de plaatselijke benaming en de huisnummers.
Artikel 32
Na voltooiing van het relaas van bevindingen worden hulpkaarten opgemaakt.
Op de hulpkaarten worden voorgesteld:
- a. in rood: de nieuwe lijnen;
- b. in blauw: de lijnen die zullen vervallen;
- c. in zwart: de onveranderde lijnen;
- d. door signaturen in rood de nieuwe gemeente- en sectiegrenzen en in blauw de vervallen gemeente- en sectiegrenzen.
Op de hulpkaarten worden de nieuwe nummers in zwart, de vervallen nummers in blauw en de niet veranderde nummers in rood vermeld.
Bij bijhouding ten gevolge van een ingeschreven akte van verdeling als bedoeld in artikel 17 juncto artikel 119, vierde lid, van de Landinrichtingswet wordt van de oude toestand per vervallen kadastrale kaart een hulpkaart opgemaakt. Op een afzonderlijke hulpkaart worden de nieuwe nummers vermeld en wordt voor de figuratie verwezen naar het nieuwe minuutplan. In geval van kadastrale toepassing in de bestaande kadastrale kaart worden afzonderlijke hulpkaarten opgemaakt van de oude en de nieuwe toestand.
Bij bijhouding ten gevolge van een ingeschreven akte van toedeling als bedoeld in artikel 207, eerste lid, van de Landinrichtingswet worden slechts hulpkaarten opgemaakt, voor zover die nodig zijn als aanduiding van hetgeen op de kadastrale kaarten komt te vervallen. Vermelding van de nieuwe perceelnummers geschiedt slechts, voor zover het een bestaande sectie betreft. In geval van toepassing in een bestaande kadastrale kaart worden afzonderlijke hulpkaarten opgemaakt van de oude en de nieuwe toestand.
Artikel 33
Zelfstandige karteringen van een perceel worden slechts vervaardigd, indien dit noodzakelijk is voor controle op een meting, voor groottebepaling of voor grensuitzetting.
De zelfstandige karteringen worden gemaakt op de desbetreffende hulpkaart dan wel op een afzonderlijke hulpkaart.
Titel 5. Bewijs van ontvangst en overige bepalingen
Artikel 34
De in artikel 52, eerste lid, van de wet bedoelde coördinaatpunten (RD-punten) worden landelijk genummerd. De nummers zijn opgebouwd uit zes cijfers.
De in het eerste lid bedoelde nummers verwijzen met de eerste drie cijfers naar het blad van de overzichtskaart op schaal 1:50.000, waarbij het derde cijfer verwijst naar het oorspronkelijk westelijk of oostelijk halfblad van de topografische indeling door het cijfer 9 respectievelijk 0.
Het vierde cijfer geeft de orde van het punt aan. Het volgnummer in de groep wordt aangegeven door de laatste twee cijfers.
Bij de nummering worden op de laatste drie posities de volgende cijferreeksen gebruikt:
- a. 101 tot en met 119 voor de oorspronkelijke eerste orde punten van het primaire driehoeksnet;
- b. 201 tot en met 299 voor de RD-punten van de tweede orde;
- c. 301 en hoger voor alle overige punten.
Artikel 35
De ligging van de in artikel 52, eerste lid, van de wet bedoelde punten wordt weergegeven op overzichtskaarten op schaal 1:50.000.
De in het eerste lid bedoelde punten worden op kaarten weergegeven door een cirkeltje met een middellijn van 4 mm. Bij deze punten worden de drie laatste cijfers van het puntnummer in verticaal schrift met een hoogte van 3 mm vermeld. De eerste drie cijfers van de puntnummers worden vermeld in de rechterbovenhoek van de kaart.
Sommige RD-punten zijn bij uitstek geschikt om te gebruiken als opstelpunt voor GPS-metingen. Deze punten worden op de overzichtskaart weergegeven met een rechthoekig kader om het driecijferige puntnummer.
Beschrijving en coördinaten van RD-punten worden vermeld op coördinaatlijsten.
Hoofdstuk 4. Bijwerking van de kadastrale registratie, het kaartenbestand en het net van coördinaatpunten
Titel 1. Bijwerking van de kadastrale registratie en de kadastrale kaarten
Afdeling 1. Wijze van bijwerking van de kadastrale registratie en de kadastrale kaarten
Paragraaf 1. Aantekening betreffende de inschrijving van een stuk: verwijzing naar het stuk op grond waarvan de bijwerking heeft plaatsgevonden
Artikel 37
De aantekening betreffende een inschrijving in de openbare registers, bedoeld in artikel 4 van het besluit, wordt gesteld door bij het perceel en de rechthebbenden melding te maken van het tijdstip en het stukidentificatienummer van het ingeschreven stuk.
Artikel 38
De verwijzing, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het besluit geschiedt op de volgende wijze:
- a. indien de bijwerking is gegrond op een inschreven stuk; door vermelding van het tijdstip en het stukidentificatienummer van het ingeschreven stuk;
- b. indien de bijwerking is gegrond op een niet-ingeschreven stuk: door vermelding van de dagtekening van de bijwerking en het volgnummer van dat stuk.
De verwijzing, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het besluit wordt ook gesteld bij het wijzigen of aanvullen van de in de artikelen 64 en 67 bedoelde gegevens.
Paragraaf 2. Wijziging of aanvulling van de in de kadastrale registratie vermelde gegevens
Artikel 39
Wijziging of aanvulling van de in de basisregistratie kadaster vermelde gegevens inzake een geheel perceel of appartementsrecht als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Besluit, geschiedt met inachtneming van het tweede tot en met achtste lid.
Indien de inschrijving in de openbare registers een wijziging betreft in de rechtstoestand naar burgerlijk recht dan wel een wijziging of aanvulling van de gegevens omtrent een rechthebbende en die inschrijving aanleiding geeft tot een wijziging of aanvulling van de in de basisregistratie kadaster vermelde gegevens, worden laatstbedoelde gegevens met het ingeschreven stuk in overeenstemming gebracht, tenzij de inschrijving betrekking heeft op een erfdienstbaarheid. Bij de desbetreffende in de basisregistratie kadaster vermelde gegevens wordt een korte aanduiding van de aard van het ingeschreven stuk vermeld.
Indien de inschrijving in de openbare registers een erfdienstbaarheid betreft wordt in de basisregistratie kadaster bij de percelen van het heersende en het dienende erf het stukidentificatienummer van het op de erfdienstbaarheid betrekking hebbende ingeschreven stuk vermeld, alsmede een aanduiding dat het een erfdienstbaarheid betreft.
Indien algemene voorwaarden, modelreglementen en andere in artikel 46, eerste lid, van de wet bedoelde stukken zijn ingeschreven, wordt bij de naam van de in het stuk vermelde personen verwezen naar het stukidentificatienummer van het desbetreffende ingeschreven stuk, onder vermelding van een korte aanduiding van de aard van het stuk.
Indien een akte van vernieuwing als bedoeld in artikel 77, vijfde lid, van de wet wordt ingeschreven en artikel 24 van het besluit toepassing heeft gevonden, is het tweede en derde lid niet van toepassing.
Indien een verklaring van waardeloosheid of enig ander stuk dat strekt tot inschrijving van de waardeloosheid van een inschrijving, wordt ingeschreven, zijn het tweede tot en met vierde lid van overeenkomstige toepassing, onverminderd het achtste lid.
Indien een ander stuk dan bedoeld in het tweede tot en met zesde lid, niet zijnde een stuk als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wkpb, wordt ingeschreven, wordt bij het desbetreffende perceel alsmede, indien het stuk op een rechthebbende betrekking heeft, bij de gegevens van de desbetreffende rechthebbende vermeld het stukidentificatienummer van dit stuk alsmede, ingeval het een in artikel 41 vermeld stuk betreft, een korte aanduiding van de aard van het ingeschreven stuk overeenkomstig de artikelen 41 en 42.
Indien een verklaring van waardeloosheid of enig ander stuk dat strekt tot inschrijving van de waardeloosheid van een inschrijving, wordt ingeschreven betreffende een inschrijving als bedoeld in het zevende lid, wordt, ingeval het een in artikel 41, eerste lid, vermeld feit betreft, in afwijking van het zevende lid de in dat lid bedoelde aanduiding verwijderd onder vermelding van het stukidentificatienummer van het desbetreffende stuk.
Vervallen.
Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de inschrijving van stukken die betrekking hebben op mijnen als bedoeld in de Loi concernant les Mines, les Minières et les Carrières, du 21 avril 1810 (Bulletin des Lois no. 285).
Artikel 40
Artikel 39 is van overeenkomstige toepassing ingeval een inschrijving in de openbare registers betrekking heeft op een gedeelte van een perceel, waarbij de bijhouding terstond volledig plaatsvindt omdat geen meting noodzakelijk is, met dien verstande dat tevens wordt vermeld dat van een gedeelte van een perceel sprake is, waarbij tevens de grootte van het gedeelte wordt vermeld, zo deze bekend is.
Indien in de in het eerste lid bedoelde gevallen de inschrijving betrekking heeft op erfdienstbaarheden, vindt de bijwerking plaats op de wijze als voorzien in artikel 39.
Artikel 41
De in artikel 39, zevende lid, bedoelde aanduidingen van de aard van de ingeschreven stukken luiden als volgt:
| Aard ingeschreven stuk | Aanduiding |
|---|---|
| a. Ondercuratelestelling | Ondercuratelestelling, onder vermelding van de naam en de woonplaats met adres van de curator |
| b. Faillietverklaring | Faillietverklaring, onder vermelding van de naam en de woonplaats met adres van de curator |
| c. Verleende surséance van betaling | Surséance, onder vermelding van de naam en woonplaats met adres van de bewindvoerder |
| cc. het van toepassing zijn van een schuldsaneringsregeling natuurlijke personen | schuldsaneringsregeling onder vermelding van de naam en woonplaats met adres van de bewindvoerder; |
| d. Toestemming als bedoeld in de artikelen 41, eerste lid, en 50, eerste lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek om een boom, heester of heg dan wel een venster, balcon of soortgelijke werken binnen de verboden afstand van de grens van een erf te hebben | Toestemming om boom enz. binnen verboden afstand te hebben |
| e. Afwijkende regeling als bedoeld in artikel 59 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek | Afwijkende regeling artikel 5:59 BW |
| f. Onderbewindstelling van een register goed of een algemeenheid van goederen of een aandeel daarin | Onderbewindstelling, onder vermelding van de naam en de woonplaats met adres van de bewindvoerder |
| g. Beding als bedoeld in artikel 252 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek | Kwalitatieve verbintenis |
| h. Huurkoop als bedoeld in de Tijdelijke wet huurkoop onroerende zaken | Huurkoop |
| i. Reglementen en andere regelingen die tussen medegerechtigden in registergoederen zijn vastgesteld | Reglementen |
| j. Instelling van een rechtsvordering of de indiening van een verzoekschrift ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak | Instelling rechtsvordering |
| k. Instelling van een rechtsmiddel tegen een rechterlijke uitspraak | Instelling rechtsmiddel |
| l. Ruilverkavelingsovereenkomst als bedoeld in artikel 119, eerste lid, van de Landinrichtingswet | Ruilv. overeenkomst |
| m. Lastgeving als bedoeld in artikel 423 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, voorkomend in een akte van economische eigendomsoverdracht | Privatieve last (economische overdracht) |
| n. Lastgeving als bedoeld in artikel 423 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, voorkomend in een akte anders dan onder x bedoeld | Privatieve last |
| o. Koopovereenkomst als bedoeld in artikel 3 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en overeenkomst als bedoeld in artikel 10, derde lid, van de Wet voorkeursrecht gemeenten | KP: koop, zie art. 7:3 BW KC: koopovereenkomst BW en WVG KT: koop of voorovereenkomst tot koop, zie art. 10 WVG DP: doorhaling koop, zie art. 7:3 BW DC: doorhaling koopovereenkomst BW en WVG DT: doorhaling koop of voorovereenkomst tot koop, zie art. 10 WVG |
| p. Besluit als bedoeld in artikel 110i van de Wet geluidhinder tot vaststelling van een hogere waarde, en mededeling inzake het vervallen van de verplichting tot de realisatie van maatregelen als bedoeld in artikel 114a van de Wet geluidhinder | Besluit Wet geluidhinder |
De in het eerste lid bedoelde aanduidingen kunnen worden afgekort, indien dit uit praktische overwegingen noodzakelijk is mits aan de duidelijkheid geen afbreuk wordt gedaan.
Artikel 42
Indien een stuk als bedoeld in artikel 39, zevende lid, op een gedeelte van een perceel betrekking heeft, wordt aan de aanduiding, bedoeld in artikel 41, toegevoegd: ‘mb.t. gedeelte van perceel’.
Indien met betrekking tot een perceel waarbij een aanduiding is gesteld als bedoeld in artikel 39, zevende lid, de kadastrale aanduiding wijzigt, wordt de genoemde aanduiding bij de nieuwe gegevens gehandhaafd.
Indien met betrekking tot een perceel waarbij een aanduiding is gesteld als bedoeld in artikel 39, zevende lid, een stuk wordt ingeschreven waaruit blijkt dat de rechtstoestand is gewijzigd, wordt de genoemde aanduiding bij de actuele gegevens gehandhaafd, tenzij de aanduiding uitsluitend betrekking heeft op een rechthebbende die blijkens het ingeschreven stuk niet meer in het desbetreffende perceel is gerechtigd.
De in artikel 41, eerste lid, onder l, bedoelde aanduiding wordt eveneens niet gehandhaafd na de inschrijving van de akte, bedoeld in artikel 17 van de Landinrichtingswet, tenzij uit de ingeschreven ruilverkavelingsovereenkomst blijkt dat ruilverkavelingsrente zal worden geheven. In laatstbedoeld geval blijft de aanduiding gehandhaafd tot het moment waarop de rente is aangetekend.
Artikel 43
Indien een stuk wordt ingeschreven in de openbare registers, dat betrekking heeft op de overgang van een gedeelte van een perceel of een zodanige vestiging, overgang, wijziging of afstand van een beperkt recht, en dit recht op een gedeelte van een perceel komt te rusten als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van het besluit, wordt bij het perceel van de vervreemder vermeld dat van een gedeelte sprake is en wordt verwezen naar het stukidentificatienummer van het desbetreffende ingeschreven stuk.
Voorts zijn de artikelen 39, tweede en zesde lid, en 40, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing, indien het geval zich voordoet, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het besluit.
Artikel 44
De in artikel 7 van het besluit bedoelde vervanging van de in artikel 43 bedoelde vermeldingen door de tevens door de meting verkregen gegevens, geschiedt aan de hand van een metingstaat, die wordt opgemaakt nadat het relaas van bevindingen en de hulpkaarten gereed zijn. In de metingstaat worden vermeld de gegevens van de vervallen en de nieuw gevormde percelen, alsmede het verband daartussen, op een zodanige wijze dat de basisregistratie kadaster volledig kan worden gewijzigd of aangevuld.
Op de metingstaat wordt de dagtekening van het ontstaan van de nieuwe kadastrale aanduidingen vermeld.
De basisregistratie kadaster wordt in overeenstemming gebracht met de uit de metingstaat blijkende nieuwe gegevens. In de basisregistratie kadaster vindt zo mogelijk een wederkerige verwijzing plaats tussen de vervallen en de nieuwe percelen.
Artikel 45
Na inschrijving van een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wkpb, vindt bijhouding van de basisregistratie kadaster plaats op basis van de essentialia, genoemd in artikel 3, eerste lid, van de Regeling kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken.
Het bestuursorgaan levert de essentialia, bedoeld in het eerste lid, aan met toevoeging van de volgende verklaring: ‘Hierbij verklaar ik dat de essentialia van het besluit zoals hiervoor vermeld de volledige en juiste gegevens bevatten op grond waarvan de basisregistratie kadaster kan worden bijgewerkt en dat dit stuk met de daaraan toegevoegde bijlage(n) een volledige en juiste weergave is van het stuk waarvan het een afschrift is.’.
Artikel 45a
Ingeval de identificatie van een object van de in artikel 15, zesde lid, van de Wkpb bedoelde onroerende zaken wordt gewijzigd en met betrekking tot de daarop rustende beperkingen geen handmatig ingetekende geometrie in elektronische vorm is ingeschreven, vindt bijhouding van de basisregistratie kadaster plaats met inachtneming van het tweede tot en met vijfde lid.
De handhaving van de vermelding van een publiekrechtelijke beperking, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het besluit, geschiedt door bij de actuele gegevens van de nieuw gevormde objecten de korte aanduiding die bij de vervallen objecten was vermeld, over te nemen, zo mogelijk onder verwijzing naar het stukidentificatienummer van inschrijving van het stuk op grond waarvan de desbetreffende aanduiding werd gesteld. Tevens wordt de aantekening ’in onderzoek’ geplaatst, tenzij de wijziging van de kadastrale aanduiding betreft een samenvoeging van percelen of perceelsgedeelten tot één perceel.
Nadat de Dienst een opgave als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de Wkpb van het betrokken bestuursorgaan heeft ontvangen:
- a. wordt bij alle nieuw gevormde objecten de aantekening ‘in onderzoek’ verwijderd;
- b. wordt de vermelding van de korte aanduiding bij een nieuw gevormd object slechts gehandhaafd, indien uit die opgave blijkt dat de beperking op dat object blijft rusten.
Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing in geval van
- a. splitsing in appartementsrechten als bedoeld in de artikelen 106 en 107 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;
- b. ondersplitsing in appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, derde lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;
- c. wijziging van de onder a en b bedoeld splitsingen, en
- d. opheffing van de onder a en b bedoelde splitsingen.
Paragraaf 3. Wijze van bijwerking van de kadastrale registratie in bijzondere gevallen
Artikel 13
Vervallen
Artikel 14
Vervallen
Artikel 48
Indien een inschrijving in de openbare registers een overdracht betreft onder een ontbindende voorwaarde, wordt bij het perceel van de verkrijger aangetekend: ‘Verkregen onder ontbindende voorwaarde’.
Artikel 49
Indien een inschrijving in de openbare registers betrekking heeft op een beperkt recht is dat voor een beperkte duur is gevestigd, dan wel op een gedoogverplichting die voor een beperkte duur is opgelegd, wordt het tijdstip waarop het recht of de gedoogverplichting blijkens het ingeschreven stuk eindigt, in de basisregistratie kadaster vermeld.
Ook nadat het tijdstip, bedoeld in het eerste lid is verschenen, blijft de vermelding van het desbetreffende beperkte recht gehandhaafd, totdat inschrijving van een stuk inzake het beperkte recht heeft plaatsgevonden.
Artikel 50
Vervallen
Artikel 51
Indien een inschrijving in de openbare registers betrekking heeft op een gemeenschap, wordt bij het perceel bij de naam van de deelgenoten gelijke aandelen vermeld dan wel, ingeval uit het ingeschreven stuk van andere aandelen blijkt, de in dat stuk vermelde aandelen.
In geval van mandeligheid wordt het mandelige perceel niet tenaamgesteld, maar wordt bij het mandelige perceel verwezen naar de percelen tot nut waarvan het mandelige perceel is bestemd. Bij de percelen tot nut waarvan de mandelige zaak is bestemd, wordt verwezen naar het mandelige perceel.
Artikel 52
Vervallen
Paragraaf 4. Wijze van bijwerking omtrent appartementsrechten
Artikel 53
Na inschrijving van een akte van splitsing, ondersplitsing of wijziging ter zake van appartementsrechten wordt bij de desbetreffende percelen verwezen naar de complexaanduiding en worden de naam en plaats van vestiging van de vereniging van eigenaren vermeld. Bij het in de splitsing betrokken recht wordt vermeld: ‘sluimerend’. Voor rechten die na de splitsing ongewijzigd voortbestaan worden de gegevens omtrent de rechthebbenden gehandhaafd.
De in artikel 67 bedoelde aantekening wordt verwijderd.
Bij appartementsrechten die zijn ondergesplitst, wordt verwezen naar de appartementsrechten die uit de ondersplitsing zijn ontstaan.
Artikel 54
Indien de onroerende zaak die in een splitsing in appartementsrechten is betrokken, in verschillende kadastrale gemeenten is gelegen, vindt in de basisregistratie kadaster onderlinge verwijzing plaats.
Zo mogelijk vindt verwijzing plaats tussen vervallen en nieuwe kadastrale aanduidingen van appartementsrechten.
Op het bij de Dienst berustende exemplaar van de appartementstekening worden de later opgetreden wijzigingen vermeld.
Artikel 55
Indien de kadastrale aanduiding van percelen die in een splitsing in appartementsrechten zijn betrokken, is gewijzigd, worden de in de artikelen 53 en 54, eerste lid, bedoelde vermeldingen en verwijzingen die voorkomen bij de vervallen percelen, overgenomen bij de daaruit nieuw gevormde percelen.
Na inschrijving van een stuk waarbij de splitsing of ondersplitsing in appartementsrechten uitdrukkelijk wordt opgeheven, dan wel na inschrijving van een stuk als bedoeld in artikel 58, tweede lid, wordt het percelenbestand hiermee in overeenstemming gebracht. De in artikelen 53 en 54, eerste lid, bedoelde vermeldingen en verwijzingen vervallen.
Artikel 56
Vervallen
Artikel 57
Vervallen
Artikel 58
Na de inschrijving van een stuk waarbij de splitsing of ondersplitsing in appartementsrechten is opgeheven, worden verwijzingen naar inschrijvingen inzake hypotheken en beslagen, voor zover deze blijkens de openbare registers nog bestaan, overgebracht naar de percelen dan wel, bij ondersplitsing, naar de appartementsrechten die oorspronkelijk in de splitsing betrokken waren.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een deel van de onroerende zaken dat aan een splitsing in appartementsrechten is onttrokken, indien:
- a. uit een ingeschreven stuk blijkt dat een deel van de in de splitsing in appartementsrechten betrokken onroerende zaken is uitgewonnen als bedoeld in artikel 114, tweede lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;
- b. uit een ingeschreven vonnis van onteigening blijkt dat een deel van de in de splitsing in appartementsrechten betrokken onroerende zaken, is onteigend;
- c. een stuk is ingeschreven waaruit blijkt dat een erfpacht of recht van opstal dat naast één of meer onroerende zaken in een splitsing in appartementsrechten is betrokken, is geëindigd.
Paragraaf 1. Aantekening betreffende de inschrijving van een stuk: verwijzing naar het stuk op grond waarvan de bijwerking heeft plaatsgevonden
Artikel 59
Na de inschrijving in de openbare registers van:
- a. een stuk betreffende de eerste registratie van een netwerk;
- b. een stuk betreffende de gehele of gedeeltelijke overdracht van een netwerk;
- c. een stuk betreffende de wijziging van de ligging van een netwerk, of
- d. een proces-verbaal van inbeslagneming van een netwerk waarin het netwerk is aangeduid door middel van een eigen kadastrale aanduiding, wordt in de basisregistratie kadaster een verwijzing opgenomen tussen de kadastrale aanduiding van het netwerk en de kadastrale aanduiding van de percelen waarbinnen dat netwerk is of wordt aangelegd.
De verwijzing, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats door in de basisregistratie kadaster bij de kadastrale aanduiding van het netwerk een opgaaf op te nemen van de coördinaatpunten, bedoeld in artikel 52, eerste lid, van de wet, van zowel het netwerk als het gebied waarin de percelen liggen waarbinnen dat netwerk is of wordt aangelegd, alsmede de lijnverbanden tussen die coördinaatpunten.
Artikel 60
Na de inschrijving in de openbare registers van een proces-verbaal van inbeslagneming van een netwerk waarin het netwerk is aangeduid door middel van de kadastrale aanduidingen van de percelen waarbinnen dit netwerk is aangelegd en geen melding is gemaakt van een eigen kadastrale aanduiding van het netwerk, onderzoekt de bewaarder of het netwerk al onder vermelding van een eigen kadastrale aanduiding in de basisregistratie kadaster is opgenomen.
Indien de bewaarder na het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, concludeert dat het netwerk in de basisregistratie kadaster is opgenomen onder vermelding van een eigen kadastrale aanduiding, wordt in de basisregistratie kadaster een verwijzing opgenomen tussen het stukidentificatienummer van het in de openbare registers ingeschreven beslag en de kadastrale aanduiding van het netwerk.
Indien de bewaarder na het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, concludeert dat het netwerk in de basisregistratie kadaster is opgenomen door middel van de kadastrale aanduidingen van de percelen waarbinnen dit netwerk is aangelegd, kent hij overeenkomstig artikel VII van het besluit houdende wijziging van het Kadasterbesluit, de Maatregel toeboekgestelde schepen 1992, de Maatregel te boek gestelde luchtvaartuigen en het Arbeidstijdenbesluit vervoer (wijziging in verband met de inwerkingtreding van de Herzieningswet Kadasterwet I en enige andere wetten, alsmede in verband met de kadastrale aanduiding van kabelnetten), ambtshalve een kadastrale aanduiding aan dat netwerk toe. In de basisregistratie kadaster vermeldt de bewaarder de beslaglegger als rechthebbende op het netwerk, onder toevoeging van de volgende aantekening: ‘voorlopige registratie krachtens een beslag’.
Artikel 61
Indien de inschrijving van een stuk, bedoeld in artikel 59, eerste lid, onderdelen b en c, aanleiding geeft tot het toekennen van een nieuwe kadastrale aanduiding aan een kabelnet, wordt in de verwijzing tussen de kadastrale aanduiding van het kabelnet en de kadastrale aanduiding van de percelen waarbinnen dat kabelnet is of wordt aangelegd, bedoeld in artikel 59, eerste lid, en in de verwijzing tussen het stukidentificatienummer van het in de openbare registers ingeschreven beslag en de kadastrale aanduiding van het kabelnet, bedoeld in artikel 60, tweede lid, de oude kadastrale aanduiding vervangen door de nieuwe kadastrale aanduiding.
Paragraaf 6. Wijze van bijwerking van gegevens als bedoeld in artikel 48, tweede lid, onder i, van de wet
Artikel 62
Nadat tot uitvoering van een landinrichtingsproject is besloten wordt op grond van een schriftelijke mededeling vanwege de ingenieur van het kadaster als bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de Landinrichtingswet, artikel 3, vierde lid, van de Reconstructiewet MiddenDelfland, dan wel in artikel 4, negende lid, van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën in de basisregistratie kadaster bij de desbetreffende percelen gesteld de aantekening: Ligt in een herverkavelingsblok.
In geval van wijzigingen of aanvullingen in de basisregistratie kadaster wordt de in het eerste lid bedoelde aantekening overgenomen bij de actuele gegevens.
De aantekening wordt verwijderd nadat de desbetreffende rente in de basisregistratie kadaster is aangetekend.
Artikel 63
De op de voet van artikel 227 van de Landinrichtingswet in de basisregistratie kadaster aangetekende rente wordt, indien ten aanzien van een gedeelte van het perceel de rechtstoestand blijkens de openbare registers is gewijzigd, of indien het perceel wordt gesplitst, verdeeld naar verhouding van de oppervlakte.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)