Besluit rechtspositie korps politie BES

Type Amvb Bes
Publication 2026-04-10
Laatst bijgewerkt 2026-04-11
State In force
Source BWB
artikelen 250
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
2.

Indien tot onmiddellijke tenuitvoerlegging van de straf van buitengewone dienst is overgegaan en deze straf na ingesteld beroep niet wordt gehandhaafd, wordt de tijd gedurende welke buitengewone dienst is verricht, aangemerkt als diensttijd gedurende welke werkzaamheden na de voor de betrokken ambtenaar van politie geldende werktijd zijn verricht, en wordt conform de geldende voorschriften een vergoeding voor overwerk toegekend.

Hoofdstuk X. Schorsing en ontslag.

§ 1. Algemeen

Artikel 107

Hoofdstuk IV van de Ambtenarenwet BES en hoofdstuk IX van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES zijn niet van toepassing op de ambtenaar van politie.

§ 2. Schorsing

Artikel 108
1.

De ambtenaar van politie is van rechtswege in zijn ambt geschorst wanneer hem rechtmatig zijn vrijheid is ontnomen, tenzij de vrijheidsbeneming het gevolg is van een maatregel, anders dan op grond van de Wet tot regeling van het toezicht op krankzinnigen BES, genomen in het belang van de volksgezondheid.

2.

Indien de vrijheidsbeneming het gevolg is van een maatregel op grond van de Wet tot regeling van het toezicht op krankzinnigen BES wordt de ambtenaar van politie, onverminderd het eerste lid, behandeld als ware hem vrijstelling van dienst wegens ziekte als bedoeld in hoofdstuk VII, verleend.

Artikel 109
1.

Onverminderd artikel 102, eerste lid, onderdeel h, kan de ambtenaar van politie in zijn ambt worden geschorst:

  • a. indien een strafrechtelijke vervolging ter zake van een misdrijf tegen hem is ingesteld;
  • b. wanneer hem door Onze Minister, dan wel door Ons, indien het betreft een ambtenaar die bij koninklijk besluit is benoemd, het voornemen tot bestraffing met onvoorwaardelijk ontslag is meegedeeld dan wel wanneer hem die straf is opgelegd;
  • c. wanneer naar het oordeel van Onze Minister, dan wel naar Ons oordeel, indien het betreft een ambtenaar die bij koninklijk besluit is benoemd, het dienstbelang dit bepaaldelijk vereist.
2.

Tenzij bij wet is bepaald dat schorsing bij koninklijk besluit geschiedt, geschiedt schorsing door Onze Minister. In afwachting van de schorsing kan de ambtenaar van politie buiten functie worden gesteld door Onze Minister.

3.

De duur van de schorsing bedraagt maximaal zes maanden. In zeer bijzondere gevallen kan deze termijn eenmaal met drie maanden worden verlengd.

Artikel 110
1.

Tijdens de schorsing worden de inkomsten voor een derde gedeelte ingehouden. Na verloop van zes weken kan verdere inhouding, ook van het volle bedrag der inkomsten, plaatsvinden. Indien het een schorsing betreft als bedoeld in artikel 109, lid 1, onder b, kan Onze Minister bepalen dat met onmiddellijke ingang meer dan een derde gedeelte of het volle bedrag der inkomsten wordt ingehouden

2.

Geen inhouding vindt plaats ingeval van een schorsing in het belang van de dienst, bedoeld in artikel 109, eerste lid, onder c, van een maatregel op grond van de Wet tot regeling van het toezicht op krankzinnigen BES, of van een ophouding voor verhoor of een inverzekeringstelling, bedoeld in de titels V en VII van het Wetboek van Strafvordering BES, mits niet gevolgd door voorlopige hechtenis.

3.

De ingehouden inkomsten worden alsnog aan de ambtenaar van politie uitbetaald als de schorsing niet wordt gevolgd door een onvoorwaardelijk ontslag bij wijze van straf. Op de uit te betalen inkomsten worden in mindering gebracht de inkomsten die de ambtenaar van politie sedert de schorsing heeft genoten uit arbeid die hij als gevolg van de schorsing heeft kunnen verrichten, tenzij dit naar het oordeel van Onze Minister onredelijk is.

4.

Het niet ingehouden gedeelte van de inkomsten van de geschorste ambtenaar van politie kan door Onze Minister in bijzondere gevallen worden uitbetaald aan de betrekkingen van de ambtenaar van politie, genoemd in artikel 54.

§ 3. Ontslag

Artikel 111
1.

Tenzij bij wet is bepaald dat ontslag wordt gegeven bij koninklijk besluit, wordt ontslag gegeven door Onze Minister.

2.

Ontslag wordt gegeven bij beschikking, die de datum van ingang van het ontslag dan wel een aanduiding van die dag bevat.

3.

Bij ongevraagd ontslag wordt, behalve in de in artikelen 113, en 114, eerste lid, genoemde gevallen, de reden van ontslag meegedeeld.

Artikel 112
1.

De ambtenaar van politie wordt op zijn aanvraag ontslag verleend.

2.

Behoudens in het geval, genoemd in artikel 61, wordt het ontslag niet verleend met ingang van een dag die vroeger dan een maand of later dan drie maanden ligt na de dag waarop de aanvraag om ontslag is ontvangen door Onze Minister.

3.

Van het eerste lid kan worden afgeweken indien een strafrechtelijke vervolging ter zake van een misdrijf tegen de ambtenaar van politie is ingesteld of indien wordt overwogen hem de straf van ontslag op te leggen.

4.

Van het tweede lid kan worden afgeweken:

  • a. indien wordt overwogen de ambtenaar van politie een straf, bedoeld in artikel 102, op te leggen;
  • b. indien het dienstbelang dit bepaaldelijk vereist, met dien verstande dat de termijn van drie maanden tot ten hoogste zes maanden kan worden verlengd en dat bij de verlenging in redelijkheid met de belangen van de ambtenaar van politie rekening wordt gehouden;
  • c. op aanvraag van de ambtenaar van politie.
5.

Indien een ontslag op aanvraag wordt verleend aan een aspirant of de vrijwillige ambtenaar in opleiding, gaat het ontslag, in afwijking van het tweede lid, onmiddellijk in.

6.

Het ontslag op aanvraag wordt eervol verleend.

Artikel 113
1.

Aan de aspirant of de vrijwillige ambtenaar in opleiding die tegen het einde van de basisopleiding respectievelijk de opleiding tot vrijwillige ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak niet voldoet aan de eisen van bekwaamheid en geschiktheid, wordt geacht eervol ontslag te zijn verleend met ingang van de dag volgend op die waarop de basisopleiding respectievelijk de opleiding tot vrijwillige ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak is voltooid.

2.

Aan de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die tegen het einde van de proeftijd, bedoeld in artikel 5, tweede lid, niet voldoet aan de eisen van bekwaamheid en geschiktheid, wordt geacht eervol ontslag te zijn verleend met ingang van de dag volgend op die, waarop de proeftijd is verstreken.

3.

Aan de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve of andere taken ten dienste van politie, die tegen het einde van de proeftijd, bedoeld in artikel 6, eerste lid, niet voldoet aan de eisen van bekwaamheid en geschiktheid, wordt geacht eervol ontslag te zijn verleend met ingang van de dag volgend op die, waarop de proeftijd is verstreken.

4.

Aan de aspirant of de vrijwillige ambtenaar in opleiding die gedurende de basisopleiding respectievelijk de opleiding tot vrijwillige ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, en aan de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, of de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve of andere taken ten dienste van de politie, die gedurende de proeftijd niet de geschiktheid blijken te bezitten die voor de uitoefening van het ambt vereist wordt, kan eervol ontslag worden verleend, mits een opzeggingstermijn in acht wordt genomen van:

  • a. drie maanden, indien hij ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand ten minste twaalf maanden ononderbroken in dienst was;
  • b. twee maanden, indien hij ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand ten minste zes maanden maar korter dan twaalf maanden ononderbroken in dienst was;
  • c. één maand, indien hij ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand korter dan zes maanden ononderbroken in dienst was.
5.

Het ontslag, bedoeld in het vierde lid, kan, al dan niet op aanvraag van de ambtenaar van politie, ingaan vóór de afloop van de opzeggingstermijn. Indien dit niet op aanvraag van de ambtenaar van politie geschiedt, wordt hem over de tijd die aan de opzeggingstermijn ontbreekt, een bedrag uitbetaald gelijk aan de inkomsten, vermeerderd met de vakantie-uitkering, waarop hij aanspraak zou hebben gehad, als hij tot het einde van de opzeggingstermijn in dienst was gebleven.

Artikel 114
1.

Aan de ambtenaar van politie, anders dan de aspirant, die blijkens zijn akte van aanstelling is benoemd in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 5, zesde lid, en 6, eerste lid, onder b, c, d en e, wordt geacht eervol ontslag te zijn verleend zodra die tijd is verstreken.

2.

De ambtenaar van politie, anders dan de aspirant, die blijkens zijn akte van aanstelling is benoemd in tijdelijke dienst voor onbepaalde tijd, kan eervol ontslag worden verleend, mits een opzegtermijn in acht wordt genomen van:

  • a. drie maanden, indien hij ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand ten minste twaalf maanden ononderbroken in dienst was;
  • b. twee maanden, indien hij ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand ten minste zes maanden doch korter dan twaalf maanden ononderbroken in dienst was;
  • c. één maand, indien hij ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand korter dan zes maanden ononderbroken in dienst was.
3.

De opzegging bedoeld in het tweede lid, kan niet geschieden gedurende de zwangerschap van de vrouwelijke ambtenaar van politie, noch gedurende het verlof, bedoeld in artikel 72, noch, indien zij de dienst heeft hervat, gedurende de daarop volgende periode van 4 weken. Ter staving van de zwangerschap kan het bevoegde gezag een verklaring van een genees- of verloskundige verlangen.

4.

Het ontslag, bedoeld in het tweede lid, kan, al dan niet op aanvraag van de ambtenaar van politie, ingaan vóór de afloop van de opzeggingstermijn. Indien dit niet op aanvraag van de ambtenaar van politie geschiedt, wordt hem over de tijd die aan de opzeggingstermijn ontbreekt, een bedrag uitbetaald gelijk aan de inkomsten, vermeerderd met de vakantie-uitkering, waarop hij aanspraak zou hebben gehad indien hij tot het einde van de opzeggingstermijn in dienst was gebleven.

5.

Aan de ambtenaar van politie in tijdelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, kan ontslag worden verleend met ingang van een dag gelegen binnen de bepaalde tijd. Alsdan zijn het tweede tot en met het vierde lid van overeenkomstige toepassing.

Artikel 115
1.

Aan de ambtenaar van politie kan eervol ontslag worden verleend:

  • a. wegens opheffing van zijn betrekking;
  • b. wegens overtolligheid van personeel als gevolg van verandering in de inrichting van de politiedienst of het politiedienstonderdeel dan wel wegens inkrimping van de personeelssterkte als gevolg van een vermindering van de werkzaamheden.
2.

Ontslag op een in het eerste lid genoemde grond kan alleen plaatsvinden indien:

  • a. het na een zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken om de ambtenaar van politie een andere, mede rekening houdend met zijn persoonlijkheid en omstandigheden, passende functie op te dragen binnen de politiedienst;
  • b. de ambtenaar van politie geweigerd heeft een functie als bedoeld onder a, te aanvaarden.
3.

Ontslag van ambtenaren van politie wegens overtolligheid van personeel geschiedt in de volgende rangorde:

  • a. zij die dat wensen;
  • b. zij die pensioengerechtigd zijn, waarbij degenen die niet reeds gedurende zes maanden of langer kostwinner zijn van een gezin of van betrekkingen, bedoeld in artikel 41, vóór degenen die dat wel zijn, en binnen deze beide groepen ouderen in leeftijd vóór jongeren, gaan;
  • c. zij die op voet van het West-Indisch Detacheringsbesluit 1930 zijn uitgezonden;
  • d. zij die de leeftijd van dertig jaren nog niet hebben overschreden en niet reeds gedurende zes maanden of langer kostwinner zijn van een gezin of van betrekkingen, bedoeld in artikel 41, te beginnen met degenen die de minste dienstjaren hebben;
  • e. zij die de minste dienstjaren hebben. Onder dienstjaren wordt verstaan de tijd in dienst van de voormalige Nederlandse Antillen en een voormalig eilandgebied, de staat en een openbaar lichaam doorgebracht.
4.

Voor de berekening van het aantal dienstjaren wordt mede in aanmerking genomen de tijd die is gewijd aan de verzorging van tot het huishouden van de ambtenaar van politie behorende 0–4-jarige eigen, stief- of pleegkinderen tot een maximum van zes jaren.

5.

Indien het dienstbelang dit vereist kan bij de verlening van ontslag worden afgeweken van de rangorde, bedoeld in het derde lid. Omvat de afvloeiing in dat geval meer dan 1% van het aantal ambtenaren van politie werkzaam bij het korps, dan geschiedt zij naar een vooraf vastgesteld en aan de betrokken ambtenaar van politie kenbaar gemaakt plan.

6.

Bij de ontslagverlening wordt een opzeggingstermijn van drie maanden in acht genomen, tenzij het betreft een ambtenaar van politie in tijdelijke dienst die daaraan geen aanspraak op wachtgeld ontleent. Alsdan is artikel 114, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

7.

Het ontslag kan, al dan niet op aanvraag van de ambtenaar van politie, ingaan vóór de afloop van de opzeggingstermijn, genoemd in het zesde lid. Indien dit niet op aanvraag van de ambtenaar van politie geschiedt wordt hem over de tijd die aan de opzeggingstermijn ontbreekt, een bedrag uitbetaald gelijk aan de inkomsten, vermeerderd met de vakantie-uitkering, waarop hij aanspraak zou hebben gehad indien hij tot het einde van de opzeggingstermijn in dienst was gebleven.

Artikel 116

[Vervallen]

Artikel 117

Aan een ambtenaar van politie die in een door Onze Minister openbare betrekking hier te lande wordt benoemd, wordt met ingang van de dag van aanvaarding van die betrekking eervol ontslag verleend.

Artikel 118
1.

Aan de ambtenaar van politie wordt eervol ontslag verleend met ingang van de dag waarop hij op grond van artikel 6 van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES recht heeft op ouderdomspensioen.

2.

De ingang van het op grond van het eerste lid te verlenen ontslag kan bij in zeer bijzondere gevallen voor de duur van ten hoogste een jaar worden opgeschort indien:

  • a. het opschorten van de ingang van het ontslag door Onze Minister nodig wordt geacht in het belang van de dienst; en
  • b. de ambtenaar van politie daartoe een aanvraag heeft ingediend of daarmee heeft ingestemd; en
  • c. hij blijkens het schriftelijke oordeel van een geneeskundige bedoeld in artikel 66, geacht kan worden in staat te zijn om zijn ambt te blijven uitoefenen.
3.

Indien voldaan is aan de voorwaarden genoemd in het tweede lid, kan de duur bedoeld in dat lid, maximaal vier keer worden verlengd telkens met ten hoogste een jaar. Niettemin kan de ambtenaar van politie die, blijkens het schriftelijke oordeel van een geneeskundige, bedoeld in artikel 66, tussentijds ongeschikt is geworden voor de verdere uitoefening van zijn ambt, eervol ontslag worden verleend met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij schriftelijk in kennis is gesteld van dat oordeel.

Artikel 118a
1.

Aan een ambtenaar van politie kan eervol ontslag worden verleend, indien hij op grond van het bepaalde in artikel 5, derde lid, of artikel 10, tweede lid, van de Wet veiligheidsonderzoeken uit een vertrouwensfunctie moet worden ontheven.

2.

Indien een ontslag als bedoeld in het eerste lid door Onze Minister wordt verleend, is de medewerking vereist van Onze Minister van Justitie.

Artikel 119
1.

Buiten de gevallen bij dit besluit of bij of krachtens enige wettelijke regeling, anders dan het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES, bepaald kan de ambtenaar van politie alleen worden ontslagen op grond van:

  • a. het verlies van een vereiste voor de aanstelling, gesteld bij een regeling aan de aanstelling voorafgegaan zijnde, tenzij het vereiste alleen voor de aanvang van het ambt geldt;
  • b. een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak waarbij de ambtenaar van politie onder curatele is gesteld;
  • c. het ondergaan van lijfsdwang wegens schulden krachtens een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak;
  • d. een onherroepelijk geworden veroordeling tot een vrijheidsstraf wegens misdrijf;
  • e. onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem beklede ambt, anders dan op grond van ziels of lichaamsgebreken;
  • f. het bij of in verband met de aanstelling dan wel de keuring verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen, zonder welke handelwijze niet tot aanstelling of goedkeuring zou zijn overgegaan, tenzij de ambtenaar van politie aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld.
2.

Een ontslag op grond van het eerste lid, onder a en e, wordt steeds eervol verleend.

3.

Een ontslag, bedoeld in het eerste lid, kan niet eerder ingaan dan de dag volgende op die waarop de reden van het ontslag voor het eerst aanwezig was.

Hoofdstuk X. Schorsing en ontslag.

Artikel 120
1.

De ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de vrijwillige ambtenaar van politie en de aspirant kunnen binnen zes weken nadat zij van de beslissing inzake de vaststelling van een bezoldiging of de toekenning van een verhoging, vergoeding, toelage of andere beloning als bedoeld in hoofdstuk III, paragraaf 4, dan wel inzake de weigering hem een dergelijke verhoging, vergoeding, toelage of andere beloning toe te kennen in kennis zijn gesteld of nadat zij geacht kunnen worden op een andere wijze daarmee bekend te zijn geworden, hun bezwaren daartegen aan Onze Minister kenbaar maken door de indiening van een met redenen omkleed bezwaarschrift.

2.

Het bezwaarschrift wordt door de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de vrijwillige ambtenaar van politie en de aspirant, of namens hen door een gemachtigde ondertekend. Indien het bezwaarschrift door een gemachtigde is getekend, worden stukken welke naar aanleiding ervan door Onze Minister tot betrokkenen worden gericht aan deze gemachtigde of in elk geval mede aan deze toegezonden.

3.

De indiening van een bezwaarschrift schorst niet de uitvoering van de beslissing waartegen bezwaar wordt gemaakt.

4.

Tenzij het bezwaar kennelijk nietontvankelijk of ongegrond is, worden de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de vrijwillige ambtenaar van politie en aspirant, in de gelegenheid gesteld over hun bezwaren te worden gehoord door één of meer door Onze Minister daartoe aangewezen personen; degene die aangewezen is, onderscheidenlijk de meerderheid van degenen die aangewezen zijn, mag niet bij de totstandkoming van de beslissing of de weigering waartegen het bezwaar is gericht, betrokken zijn geweest.

5.

Deze ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de vrijwillige ambtenaar van politie en aspirant, kunnen tijdens de zitting waarop zij worden gehoord, gebruik maken van een raadsman.

Artikel 121
1.

Onze Minister deelt de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de vrijwillige ambtenaar van politie en aspirant, zijn beslissing op het bezwaar zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een maand na de ontvangst van het bezwaarschrift, dan wel, indien een hoorzitting heeft plaatsgevonden, na de datum van die hoorzitting, mede. Het tijdvak van een maand kan door Onze Minister bij gemotiveerde beschikking éénmaal met ten hoogste een maand worden verlengd

2.

De mededeling omtrent de beslissing op het bezwaar bevat de overwegingen waarop deze steunt en, indien het bezwaar geheel of gedeeltelijk gegrond is gebleken, de wijziging van de oorspronkelijke beslissing of weigering waartoe de heroverweging Onze Minister aanleiding heeft gegeven.

3.

De beslissing op het bezwaar is een beschikking als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES. Indien met deze beslissing niet of niet geheel aan het bezwaar tegemoet wordt gekomen, wordt in de mededeling, bedoeld in het tweede lid, tevens aangegeven, dat bij het gerecht in ambtenarenzaken in beroep kan worden gekomen en de termijn waarbinnen dat dient te geschieden.

Hoofdstuk XII. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 122

Dit besluit berust op de artikelen 41, eerste en tweede lid, en 46, eerste lid, van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, de artikelen 4, 21, tweede lid, en 22, tweede lid, van de Veiligheidswet BES en artikel 120a van de Ambtenarenwet BES.

Artikel 123
1.

Tot het tijdstip van inwerkingtreding van de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 8i, derde lid, is voor de aanstelling als ambtenaar van politie en voor aanstelling in een andere functie niet van toepassing dat wordt voldaan aan de eisen betreffende het geneeskundig en psychologisch onderzoek, bedoeld in de artikelen 8, eerste lid, onder b, 8a, onder d, en 8b, onder d en e, onderscheidenlijk 8k.

2.

Tot het tijdstip van inwerkingtreding van de ministeriële regeling, bedoeld in de artikelen 8f, derde lid, en 8h, onder a, b, c en d, is voor de aanstelling als aspirant en als vrijwillige ambtenaar in opleiding niet van de toepassing dat wordt voldaan aan de bij het geschiktheidsonderzoek gestelde eisen, bedoeld in artikel 8f, eerste lid.

3.

Tot het tijdstip van inwerkingtreding van de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 8n, tweede lid, is voor de aanstelling als ambtenaar van politie niet van toepassing dat uit onderzoek naar de betrouwbaarheid en geschiktheid geen bezwaar lijkt te bestaan tegen de aanstelling en is artikel 8m niet van toepassing.

4.

Tot het tijdstip van inwerkingtreding van de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 74k, eerste lid, onder a en b, is voor de geoefendheid in het gebruik van een geweldmiddel niet vereist dat de toets geweldbeheersing en de toets aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden met voldoende resultaat is afgelegd.

5.

Tot het tijdstip van inwerkingtreding van de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 74k, eerste lid, onder a en b, en tweede lid, is voor de geoefendheid in het gebruik van een vuurwapen niet vereist dat de toets schietvaardigheid met voldoende resultaat is afgelegd.

Artikel 123a

Op de personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Veiligheidswet BES worden aangesteld als ambtenaar van politie zijn de aanstellingseisen, genoemd in de artikelen 8, 8a en 8b, niet van toepassing.

Artikel 123b
1.

De personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Veiligheidswet BES worden aangesteld als ambtenaar van politie en in de week voorafgaand aan dat tijdstip ten overstaan van de gezaghebber van het eilandgebied Bonaire, Sint Eustatius of Saba de eed dan wel verklaring en belofte van zuivering alsmede de daarop volgende eed of belofte, zoals geformuleerd in artikel 10, eerste en tweede lid, hebben afgelegd, worden geacht bij de aanvaarding van hun ambt de vereiste eed dan wel verklaring en belofte van zuivering alsmede de daarop volgende eed of belofte, bedoeld in artikel 10, eerste of tweede lid, te hebben afgelegd.

2.

De personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van de Veiligheidswet BES worden aangesteld als ambtenaar van politie en in de week voorafgaand aan deze inwerkingtreding niet de in het eerste lid bedoelde de eed dan wel verklaring en belofte van zuivering alsmede de daarop volgende eed of belofte, zoals geformuleerd in artikel 10, eerste en tweede lid, hebben afgelegd, worden gedurende twee maanden na inwerkingtreding van dit besluit geacht bij de aanvaarding van hun ambt de vereiste eed dan wel verklaring en belofte van zuivering alsmede de daarop volgende eed of belofte, bedoeld in artikel 10, eerste of tweede lid, te hebben afgelegd.

3.

De ambtenaren van politie, bedoeld in het tweede lid, leggen de eed dan wel verklaring en belofte van zuivering alsmede de daarop volgende eed of belofte, bedoeld in artikel 10, eerste of tweede lid, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee maanden na inwerkingtreding van dit besluit alsnog af.

Artikel 124

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit rechtspositie korps politie BES.

Bijlage A. [Vervallen]

Bijlage. behorende bij artikel 23, eerste tot en met vierde lid, van het Besluit rechtspositie korps politie BES

  • I. De vergoeding per vol uur, bedoeld in artikel 23, eerste lid, is voor de: aspirant: USD 11,17 agent: USD 15,08 brigadier: USD 17,88 hoofdagent: USD 21,23
  • II. De vergoeding per vol uur, bedoeld in artikel 23, tweede lid, is voor de: aspirant: USD 14,53 agent: USD 19,55 brigadier: USD 24.02 hoofdagent: USD 28,49
  • III. De vergoeding per vol uur, bedoeld in artikel 23, derde lid, is voor de: aspirant: USD 18,44 agent: USD 24,02 brigadier: USD 30,17 hoofdagent: USD 36,31
  • IV. De vergoeding per vol uur, bedoeld in artikel 23, vierde lid, is voor de: aspirant: USD 7,26 agent: USD 9,50 brigadier: USD 11,73 hoofdagent: USD 14,53
Artikel 23c
1.

In de kalenderjaren 2025 en 2026 ontvangt de ambtenaar van politie een vitaliteitsbijdrage ter hoogte van USD 30 netto per maand.

2.

In de kalenderjaren 2025 en 2026 ontvangt de ambtenaar van politie, onverminderd het eerste lid en onder door het bevoegd gezag te stellen algemene voorwaarden, een aanvullende vitaliteitsbijdrage ter hoogte van USD 30 netto per maand.

Artikel 23d

Artikel 9a van het Bezoldigingsbesluit 1998 BES is van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar van politie, met uitzondering van de vrijwillige ambtenaar van politie.

§ 4a. Overgangsrecht bezoldiging

Hoofdstuk III. Arbeids- en rusttijden

Hoofdstuk IV. Vakantie

§ 5. Functioneringsgesprek en beoordeling

§ 3. Overige ambtenaren van politie

Hoofdstuk V. Vrijstelling van dienst

Hoofdstuk VI. Buitengewoon verlof

§ 1. Algemeen

§ 2. Buitengewoon verlof van korte duur

§ 3. Buitengewoon verlof van lange duur

Hoofdstuk VII. Voorzieningen in verband met ziekte, ongeval, zwangerschap en bevalling

§ 1. Ziekte en ongeval

§ 2. Zwangerschap en bevalling

§ 1. Ziekte en ongeval

Hoofdstuk VIIa. Taken vrijwillige ambtenaren aangesteld voor de uitvoering van de politietaak

Hoofdstuk VIIb. Geweldsbeheersing, aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden

Hoofdstuk VIIa. Taken vrijwillige ambtenaren aangesteld voor de uitvoering van de politietaak

Hoofdstuk IX. Disciplinaire straffen

Hoofdstuk X. Schorsing en ontslag.

§ 2. Schorsing

§ 3. Ontslag

Hoofdstuk XI. Bezwaar

Hoofdstuk XII. Overgangs- en slotbepalingen

Bijlage A. [Vervallen]

Bijlage. behorende bij artikel 23, eerste tot en met derde lid, van het Besluit rechtspositie korps politie BES

  • I. De vergoeding per vol uur, bedoeld in artikel 23, eerste lid, is voor de: aspirant: USD 11,17 agent: USD 15,08 brigadier: USD 17,88 hoofdagent: USD 21,23
  • II. De vergoeding per vol uur, bedoeld in artikel 23, tweede lid, is voor de: aspirant: USD 14,53 agent: USD 19,55 brigadier: USD 24.02 hoofdagent: USD 28,49
  • III. De vergoeding per vol uur, bedoeld in artikel 23, derde lid, is voor de: aspirant: USD 18,44 agent: USD 24,02 brigadier: USD 30,17 hoofdagent: USD 36,31
Artikel 23e

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a. ambtenaar: de ambtenaar van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de aspirant;
  • b. oorspronkelijke bezoldigingsschaal: de bezoldigingsschaal die van toepassing was tot en met 30 juni 2013;
  • c. nieuwe bezoldigingsschaal: de bezoldigingsschaal die met terugwerkende kracht van toepassing is met ingang van 1 juli 2013;
  • d. oorspronkelijke maximum-bezoldiging: het bedrag, behorende bij de hoogste bezoldigingstrede van de oorspronkelijke bezoldigingsschaal;
  • e. garantietrede: elk afzonderlijk binnen een bezoldigingsschaal opgenomen bezoldigingsbedrag, voorzien van een nummer dat wordt voorafgegaan door de aanduiding «GPT»;
  • f. bevorderen: overgaan naar een functie, aan welke bezoldiging in een hogere bezoldigingsschaal is verbonden.
Artikel 23f

Voor zover in de nieuwe bezoldigingsschaal de maximum-bezoldiging een lager bedrag is dan de maximum-bezoldiging in de oorspronkelijke bezoldigingsschaal worden bij ministeriële regeling garantietreden vastgesteld.

Artikel 23g
1.

Bij ministeriële regeling worden inpastabellen vastgesteld voor ambtenaren die reeds op 30 september 2014 in dienst waren, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen:

  • a. ambtenaren die hun functie in 2013 naar het oordeel van Onze Minister, dat is neergelegd in een formele beoordeling als bedoeld in artikel 25, naar behoren hebben vervuld, en
  • b. ambtenaren ten aanzien van wie niet in een formele beoordeling als bedoeld in artikel 25 is neergelegd dat zij hun functie in 2013 naar behoren hebben vervuld.

Een inpastabel vermeldt per bezoldigingsschaal ten aanzien van iedere bezoldigingstrede in de oorspronkelijke bezoldigingsschaal op welke bezoldigings- of garantietrede de bezoldiging van een ambtenaar met in achtneming van het tweede tot en met vierde lid opnieuw wordt vastgesteld in de nieuwe bezoldigingsschaal.

2.

De bezoldiging van de ambtenaar die reeds op 30 juni 2013 in dienst was en de bezoldiging van de aspirant die reeds op 30 juni 2013 in dienst was, wordt op basis van de voor hem geldende inpastabel met terugwerkende kracht tot en met 1 juli 2013, of, indien hij daarna is bevorderd, voor de periode van 1 juli 2013 tot de datum van bevordering, met terugwerkende kracht vastgesteld in de bezoldigingsschaal volgens welke hij wordt of tot dan toe werd bezoldigd.

3.

De bezoldiging van de ambtenaar die tussen 1 juli 2013 en 1 oktober 2014 in dienst is getreden en de bezoldiging van de aspirant die tussen 1 juli 2013 en 1 oktober 2014 in dienst is getreden, wordt op basis van de voor hem geldende inpastabel met terugwerkende kracht tot en met de datum van indiensttreding of, indien de ambtenaar na 1 juli 2013 is bevorderd voor de periode van de datum van indiensttreding tot de datum van bevordering met terugwerkende kracht vastgesteld in de bezoldigingsschaal volgens welke hij wordt of tot zijn bevordering werd bezoldigd.

4.

Indien de ambtenaar, bedoeld in het tweede of derde lid, na 1 juli 2013 is bevorderd, wordt zijn bezoldiging op basis van de voor hem geldende inpastabel met terugwerkende kracht tot en met de datum van bevordering opnieuw vastgesteld in de bezoldigingsschaal volgens welke hij vanaf zijn bevordering werd bezoldigd.

Artikel 23h
1.

Indien de ambtenaar die reeds op 30 september 2014 in dienst was de maximum-bezoldiging van de voor hem geldende bezoldigingsschaal heeft bereikt, wordt zijn bezoldiging met overeenkomstige toepassing van artikel 18, eerste lid, verhoogd tot het bedrag dat behoort bij de eerste garantietrede die behoort bij de schaal, indien hij naar het oordeel van Onze Minister, dat is neergelegd in een formele beoordeling als bedoeld in artikel 25, zijn functie naar behoren vervult.

2.

Indien de ambtenaar wordt bezoldigd op een garantietrede binnen de voor hem geldende bezoldigingschaal, wordt zijn bezoldiging met overeenkomstige toepassing van artikel 18, eerste lid, verhoogd tot het bedrag dat behoort bij de naast-hogere garantietrede die behoort bij de schaal, indien hij naar het oordeel van Onze Minister, dat is neergelegd in een formele beoordeling als bedoeld in artikel 25, zijn functie naar behoren vervult.

3.

Voor zover de ambtenaar die reeds op 30 september 2014 in dienst was de maximum-bezoldiging van de voor hem geldende bezoldigingsschaal heeft bereikt, wordt zijn bezoldiging bij toepassing van artikel 18, tweede lid, verhoogd tot een bedrag dat behoort tot de eerste garantietrede volgend op de naast-hogere bezoldigings- of garantietrede die behoort bij de schaal, indien hij naar het oordeel van Onze Minister, dat is neergelegd in een formele beoordeling als bedoeld in artikel 25, zijn functie zeer goed of uitstekend vervult.

4.

De in het tweede en derde lid bedoelde verhogingen van de bezoldiging worden met ingang van 1 januari van een jaar toegekend, zolang de ambtenaar aangesteld de laatste garantietrede die behoort bij de voor hem geldende bezoldigingsschaal nog niet heeft bereikt.

5.

Aan een verhoging, bedoeld in het eerste of tweede lid, behoeft geen formele beoordeling als bedoeld in artikel 25 ten grondslag te liggen, indien het een aspirant betreft.

Artikel 23i
1.

Indien de ambtenaar die reeds op 30 september 2014 in dienst was na 1 juli 2013 een of twee maal is bevorderd, en hij de maximum-bezoldiging van de alsdan voor hem geldende bezoldigingsschaal heeft bereikt, is artikel 23h van overeenkomstige toepassing met inachtneming van het tweede en derde lid.

2.

Na de eerste bevordering sinds 1 juli 2013, niet zijnde een reguliere plaatsing in de vooraf afgesproken formatieve bezoldigingsschaal, kunnen verhogingen van de bezoldiging van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, worden toegekend tot en met het aantal garantietreden in de bezoldigingsschaal volgens welke hij vóór zijn bevordering werd bezoldigd minus twee.

3.

Na de tweede bevordering sinds 1 juli 2013, niet zijnde een reguliere plaatsing in de vooraf afgesproken formatieve bezoldigingsschaal, kunnen verhogingen van de bezoldiging van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, worden toegekend tot en met het aantal garantietreden in de bezoldigingsschaal volgens welke hij vóór zijn eerste bevordering werd bezoldigd minus vijf.

4.

Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar die tussen 1 juli 2013 en 1 oktober 2014 in dienst is getreden, met dien verstande dat voor «1 juli 2013» gelezen wordt: de datum van indiensttreding.

5.

Indien de ambtenaar die reeds op 30 september 2014 in dienst was na 1 juli 2013 is geplaatst in de vooraf afgesproken formatieve bezoldigingsschaal, en hij de maximum-bezoldiging van de alsdan voor hem geldende bezoldigingsschaal heeft bereikt, is artikel 23h van overeenkomstige toepassing.

Artikel 23j

Ingeval de ambtenaar die reeds op 30 september 2013 in dienst was, wordt bevorderd wordt hem, onverminderd artikel 21, de bezoldigings- of garantietrede in de nieuwe bezoldigingsschaal toegekend, waarvan het bedrag ten minste gelijk is aan de hem laatstelijk toekomende bezoldigings- of garantietrede in de oude schaal.

Artikel 23k
1.

Aan de ambtenaar die reeds op 30 juni 2013 in dienst was, wordt een eenmalige harmonisatie-uitkering verleend ter hoogte van USD 300,00.

2.

De harmonisatie-uitkering wordt voor de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, met een deelbetrekking vastgesteld op een evenredig deel van de harmonisatie-uitkering, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 23l

De ambtenaar die naar het oordeel van Onze Minister, dat is neergelegd in een formele beoordeling als bedoeld in artikel 25, in 2013 zijn functie naar behoren heeft vervuld, ontvangt een eenmalige uitkering van USD 100,00.

Hoofdstuk III. Arbeids- en rusttijden

Hoofdstuk IV. Vakantie

§ 1. Algemeen

Artikel 28a

Voor zover de ambtenaar van politie ten aanzien van wie een dienstrooster als bedoeld in artikel 37 van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES is vastgesteld, vakantie is verleend op een tijd waarop hij volgens het dienstrooster niet gehouden is werkzaamheden te verrichten, maar wel op de werkplaats beschikbaar moet zijn, wordt slechts de helft van die tijd als genoten vakantie-uren aangemerkt.

§ 2. De aspirant

§ 3. Overige ambtenaren van politie

Hoofdstuk V. Vrijstelling van dienst

Hoofdstuk VI. Buitengewoon verlof

§ 2. Buitengewoon verlof van korte duur

§ 3. Buitengewoon verlof van lange duur

Hoofdstuk VII. Voorzieningen in verband met ziekte, ongeval, zwangerschap en bevalling

§ 1. Ziekte en ongeval

§ 2. Zwangerschap en bevalling

§ 3. Tegemoetkoming in ziektekosten

§ 2. Zwangerschap en bevalling

Hoofdstuk VIIb. Geweldsbeheersing, aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden

Hoofdstuk VIII. Overige rechten en verplichtingen van de ambtenaar van politie

Hoofdstuk IX. Disciplinaire straffen

Hoofdstuk X. Schorsing en ontslag.

§ 1. Algemeen

§ 2. Schorsing

§ 1. Algemeen

Hoofdstuk XI. Bezwaar

Hoofdstuk XII. Overgangs- en slotbepalingen

Bijlage A. [Vervallen]

Bijlage. behorende bij artikel 23, eerste tot en met derde lid, van het Besluit rechtspositie korps politie BES

  • I. De vergoeding per vol uur, bedoeld in artikel 23, eerste lid, is voor de: aspirant: USD 11,17 agent: USD 15,08 brigadier: USD 17,88 hoofdagent: USD 21,23
  • II. De vergoeding per vol uur, bedoeld in artikel 23, tweede lid, is voor de: aspirant: USD 14,53 agent: USD 19,55 brigadier: USD 24.02 hoofdagent: USD 28,49
  • III. De vergoeding per vol uur, bedoeld in artikel 23, derde lid, is voor de: aspirant: USD 18,44 agent: USD 24,02 brigadier: USD 30,17 hoofdagent: USD 36,31
Artikel 37a
1.

Behoudens artikel 39 vervalt de aanspraak op vakantie-uren na verloop van een jaar na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan.

2.

Indien de ambtenaar van politie naar het oordeel van Onze Minister redelijkerwijs niet in staat is geweest zijn vakantie-uren binnen de in het eerste lid genoemde termijn op te nemen, kan Onze Minister toestaan dat van het eerste lid wordt afgeweken. In dat geval vervalt de aanspraak alsnog na verloop van vijf jaren na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan.

3.

Dit artikel is niet van toepassing op vakantie-uren die de ambtenaar op grond van 37c heeft gespaard ten behoeve van levensfaseverlof.

Artikel 37b
1.

Tenzij gewichtige redenen van dienstbelang zich daartegen verzetten, kan Onze Minister op aanvraag van de ambtenaar van politie zijn aanspraak op vakantie-uren eenmaal per kalenderjaar met ten hoogste 50 vakantie-uren verlagen.

2.

Tenzij gewichtige redenen van dienstbelang zich daartegen verzetten, kan Onze Minister op aanvraag van de ambtenaar van politie eenmaal per kalenderjaar zijn aanspraak op vakantie-uren met ten hoogste 72 vakantie-uren verhogen.

3.

Ten aanzien van het in het eerste tot en met vierde lid genoemde aantal vakantie-uren is artikel 33, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.

4.

Een aanvraag als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt voor 1 november van het lopende kalenderjaar ingediend. Onze Minister beslist op of na 1 november en voor het einde van dat kalenderjaar gelijktijdig over alle voor die datum ingediende aanvragen.

5.

De ambtenaar van politie wordt een vergoeding toegekend voor elk uur waarmee zijn aanspraak op vakantie-uren ingevolge het eerste of tweede lid wordt verlaagd, ten bedrage van de bezoldiging per uur die hij geniet op de dag waarop de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, is goedgekeurd.

6.

De ambtenaar van politie is een vergoeding verschuldigd voor elk uur waarmee zijn aanspraak op vakantie-uren ingevolge het derde of vierde lid wordt verhoogd ten bedrage van de bezoldiging per uur die hij geniet op de dag waarop de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, is goedgekeurd.

7.

Onze Minister kan nadere regels stellen ter uitvoering van dit artikel.

Artikel 37c
1.

De ambtenaar van politie kan per kalenderjaar ten hoogste 24 van de vakantie-uren waarop hij aanspraak heeft op grond van artikel 33, eerste lid, sparen ten behoeve van levensfaseverlof.

2.

In afwijking van het eerste lid kan de ambtenaar van politie aan het einde van elk kalenderjaar ten hoogste 59,7 van de vakantie-uren waarop hij aanspraak heeft op grond van artikel 33, eerste lid, sparen ten behoeve van levensfaseverlof, op voorwaarde dat hij in dat kalenderjaar ten minste 108 vakantie-uren heeft genoten.

3.

De ambtenaar van politie aan wie op grond van artikel 33, tweede lid, extra vakantie-uren zijn verleend, kan een derde deel van die extra-vakantie-uren sparen ten behoeve van levensfaseverlof.

4.

Onverminderd artikel 37b, derde en vierde lid, kan Onze Minister op aanvraag van de ambtenaar van politie zijn aanspraak op vakantie-uren met ten hoogste 28,8 uren verhogen, welke uren die ambtenaar spaart ten behoeve van levensfaseverlof. Artikel 37b, achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.

5.

Het aantal op grond van dit artikel in totaal door een ambtenaar van politie gespaarde en nog niet op grond van artikel 37d opgenomen vakantie-uren bedraagt ten hoogste 1.800.

6.

Ten aanzien van de in het eerste, tweede, vierde en vijfde lid genoemde aantallen vakantie-uren is artikel 34 van overeenkomstige toepassing.

7.

Onze Minister kan nadere regels stellen ter uitvoering van dit artikel.

Artikel 37d
1.

De ambtenaar van politie kan op aanvraag de op grond van artikel 37c gespaarde vakantie-uren opnemen als levensfaseverlof. Levensfaseverlof kan worden gecombineerd met vakantie op grond van artikel 33.

2.

Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt uiterlijk drie maanden voor het ingaan van het voorgenomen verlof ingediend, indien de verlofperiode, met inbegrip van eventuele vakantie op grond van artikel 33, niet meer dan vier weken bedraagt. Indien de verlofperiode langer dan vier weken bedraagt, wordt de aanvraag uiterlijk zes maanden voor het ingaan van het voorgenomen verlof ingediend.

3.

Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid wordt toegewezen, tenzij een zwaarwegend dienstbelang van bedrijfsorganisatorische aard zich daartegen verzet.

4.

Levensfaseverlof wordt genoten met behoud van vol inkomen.

5.

Levensfaseverlof kan wegens dringende redenen van dienstbelang geheel of gedeeltelijk door Onze Minister worden ingetrokken. Indien de ambtenaar van politie of zijn gezin ten gevolge van de intrekking schade lijdt, wordt deze schade vergoed.

Artikel 38a
1.

Behoudens artikel 39 verliest de ambtenaar van politie zijn aanspraak op de door hem niet-genoten vakantie-uren die betrekking hebben op het kalenderjaar voorafgaand aan het afgelopen kalenderjaar.

2.

Indien de ambtenaar van politie naar het oordeel van het bevoegd gezag redelijkerwijs niet in staat is geweest zijn vakantie-uren binnen de in het eerste lid genoemde termijn op te nemen, kan het bevoegd gezag toestaan dat van het eerste lid wordt afgeweken. In dat geval vervalt de aanspraak alsnog na verloop van vijf jaren na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan.

3.

Het eerste en tweede lid is niet van toepassing op vakantie-uren die de ambtenaar van politie op grond van artikel 37c heeft gespaard ten behoeve van levensfaseverlof.

Hoofdstuk V. Vrijstelling van dienst

Hoofdstuk VI. Buitengewoon verlof

§ 1. Algemeen

§ 2. Buitengewoon verlof van korte duur

§ 3. Buitengewoon verlof van lange duur

Hoofdstuk VII. Voorzieningen in verband met ziekte, ongeval, zwangerschap en bevalling

§ 1. Ziekte en ongeval

§ 3. Tegemoetkoming in ziektekosten

§ 4. Aanspraken bij ongeval voor de vrijwillige ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak

Hoofdstuk VIIa. Taken vrijwillige ambtenaren aangesteld voor de uitvoering van de politietaak

Hoofdstuk VIIb. Geweldsbeheersing, aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden

Hoofdstuk VIII. Overige rechten en verplichtingen van de ambtenaar van politie

Hoofdstuk IX. Disciplinaire straffen

Hoofdstuk X. Schorsing en ontslag.

§ 1. Algemeen

§ 2. Schorsing

§ 3. Ontslag

Hoofdstuk XI. Bezwaar

Hoofdstuk XII. Overgangs- en slotbepalingen

Bijlage A. [Vervallen]

Bijlage. behorende bij artikel 23, eerste tot en met derde lid, van het Besluit rechtspositie korps politie BES

Vervallen

Artikel 23a

Vervallen

§ 4a. Overgangsrecht bezoldiging

§ 5. Functioneringsgesprek en beoordeling

Hoofdstuk III. Arbeids- en rusttijden

Hoofdstuk IV. Vakantie

§ 1. Algemeen

§ 2. De aspirant

§ 3. Overige ambtenaren van politie

Hoofdstuk V. Vrijstelling van dienst

Hoofdstuk VI. Buitengewoon verlof

§ 1. Algemeen

§ 3. Buitengewoon verlof van lange duur

Hoofdstuk VII. Voorzieningen in verband met ziekte, ongeval, zwangerschap en bevalling

§ 2. Zwangerschap en bevalling

§ 3. Tegemoetkoming in ziektekosten

§ 4. Aanspraken bij ongeval voor de vrijwillige ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak

Hoofdstuk VIIa. Taken vrijwillige ambtenaren aangesteld voor de uitvoering van de politietaak

Hoofdstuk VIIb. Geweldsbeheersing, aanhoudings- en zelfverdedigingsvaardigheden

Hoofdstuk VIII. Overige rechten en verplichtingen van de ambtenaar van politie

Hoofdstuk IX. Disciplinaire straffen

§ 2. Schorsing

§ 3. Ontslag

Hoofdstuk XI. Bezwaar

Hoofdstuk XII. Overgangs- en slotbepalingen

Bijlage. behorende bij artikel 23, eerste tot en met derde lid, van het Besluit rechtspositie korps politie BES

  • I. De vergoeding per vol uur, bedoeld in artikel 23, eerste lid, is voor de: aspirant: USD 11,17 agent: USD 15,08 brigadier: USD 17,88 hoofdagent: USD 21,23
  • II. De vergoeding per vol uur, bedoeld in artikel 23, tweede lid, is voor de: aspirant: USD 14,53 agent: USD 19,55 brigadier: USD 24.02 hoofdagent: USD 28,49
  • III. De vergoeding per vol uur, bedoeld in artikel 23, derde lid, is voor de: aspirant: USD 18,44 agent: USD 24,02 brigadier: USD 30,17 hoofdagent: USD 36,31
Artikel 23c

Vervallen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)