Wet van 16 december 2010 tot vaststelling van de Wet Douane- en Accijnswet BES (Douane- en Accijnswet BES)
Artikel 3.119. Tijdelijk ingevoerd rampenbestrijdingsmateriaal
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van materiaal dat bestemd is om te worden gebruikt bij de bestrijding van de gevolgen van rampen, op voorwaarde dat het materiaal:
- a. gratis ter beschikking is gesteld; en
- b. bestemd is of voor bij regeling van Onze Minister van Financiën aan te wijzen overheidsorganisaties en instellingen.
Voor aanwijzing bij regeling van Onze Minister van Financiën komen alleen in aanmerking instellingen die geen winst beogen en die in hoofdzaak werkzaam zijn op het gebied van hulpverlening of liefdadigheid.
Voor de afgifte van het vrijstellingsdocument behoeft geen zekerheid te worden gesteld.
De inspecteur kan een inventarislijst van de goederen verlangen, tezamen met een schriftelijke toezegging met betrekking tot de wederuitvoer.
Artikel 3.120
De met vrijstelling ingevoerde goederen worden weer uitgevoerd binnen een door de inspecteur gestelde termijn. De termijn is afhankelijk van het gebruik van de goederen, maar duurt niet langer dan 24 maanden na de datum van invoer.
De inspecteur kan op grond van bijzondere omstandigheden verlenging van de in het eerste lid bedoelde termijn met ten hoogste twaalf maanden toestaan.
Artikel 3.121. Tijdelijk ingevoerde verpakkingen
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van verpakkingen op voorwaarde dat zij:
- a. wanneer zij gevuld worden ingevoerd, bestemd zijn om leeg of gevuld weer te worden uitgevoerd;
- b. wanneer zij leeg worden ingevoerd, bestemd zijn om gevuld weer te worden uitgevoerd.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder verpakkingen:
- a. houders die worden gebruikt of bestemd zijn om te worden gebruikt voor de verpakking van goederen;
- b. materiaal waarop goederen worden opgerold, gebonden of bevestigd of dat daarvoor is bestemd;
De vrijstelling wordt niet verleend voor verpakkingsmaterialen als stro, papier, glasvezel en schaafkrullen, die in bulk worden ingevoerd.
Artikel 3.122
De aangifte ten invoer voor gevuld ingevoerde verpakkingen kan mondeling geschieden.
Artikel 3.123
De met vrijstelling ingevoerde goederen worden weer uitgevoerd binnen een door de inspecteur gestelde termijn. De duur van de termijn is afhankelijk van het gebruik van de goederen, maar duurt niet langer dan:
- a. zes maanden na de datum van invoer, indien de verpakkingen gevuld worden ingevoerd;
- b. drie maanden na de datum van invoer, indien de verpakkingen leeg worden ingevoerd.
De inspecteur kan op grond van bijzondere omstandigheden verlenging van de in het eerste lid bedoelde termijnen toestaan met ten hoogste drie respectievelijk twee maanden.
Artikel 3.124
De met vrijstelling ingevoerde verpakkingen mogen niet opnieuw op de BES eilanden worden gebruikt, behalve met het oog op de uitvoer van goederen uit de BES eilanden. Indien de verpakkingsmiddelen gevuld zijn ingevoerd, is dit verbod pas van toepassing vanaf het tijdstip waarop zij van hun inhoud zijn ontdaan.
Artikel 3.125. Tijdelijk ingevoerde gietvormen, meetinstrumenten, monsters en andere goederen
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van:
- a. gietvormen, matrijzen, clichés, tekeningen, ontwerpen en andere soortgelijke voorwerpen die bestemd zijn voor een op de BES eilanden gevestigde persoon;
- b. meet-, controle- en verificatie-instrumenten en andere soortgelijke voorwerpen die bestemd zijn voor een op de BES eilanden gevestigde persoon om tijdens een fabricageprocédé te worden gebruikt;
- c. goederen van ongeacht welke aard die onderworpen moeten worden aan proeven, experimenten of demonstraties, met uitzondering van proeven, experimenten of demonstraties, die een winstgevende bezigheid vormen;
- d. monsters die representatief zijn voor een bepaalde groep producten en bestemd zijn om te worden getoond of gedemonstreerd met het oog op het plaatsen van bestellingen van soortgelijke goederen;
- e. speciale gereedschappen en instrumenten die gratis ter beschikking worden gesteld van een op de BES eilanden gevestigde persoon en die bestemd zijn om te worden gebruikt bij de vervaardiging van in hun geheel uit te voeren goederen, op voorwaarde dat dergelijke speciale gereedschappen eigendom blijven van een in het buitenland gevestigde persoon.
Artikel 3.126
De met vrijstelling ingevoerde goederen worden weer uitgevoerd binnen een door de inspecteur gestelde termijn. De duur van de termijn is afhankelijk van het gebruik van de goederen, maar duurt niet langer dan twaalf maanden na de datum van invoer.
De inspecteur kan op grond van bijzondere omstandigheden verlenging van de in het eerste lid bedoelde termijn met ten hoogste zes maanden toestaan.
Artikel 3.127. Tijdelijk ingevoerde vervangende machines
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van vervangende productiemiddelen die tijdelijk gratis ter beschikking van de importeur worden gesteld door of op initiatief van de leverancier van:
- a. soortgelijke productiemiddelen die later worden ingevoerd om in het vrije verkeer te worden gebracht; of
- b. productiemiddelen die na te zijn gerepareerd opnieuw in gebruik worden genomen.
Artikel 3.128
De met vrijstelling ingevoerde goederen worden weer uitgevoerd binnen zes maanden na de datum van invoer.
De inspecteur kan op grond van bijzondere omstandigheden verlenging van de in het eerste lid bedoelde termijn met ten hoogste drie maanden toestaan.
Artikel 3.129. Tijdelijk ingevoerde films, informatie- en geluidsdragers
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van:
- a. cinematografische films, belicht en ontwikkeld, positief, bestemd om te worden bekeken, alvorens zij commercieel in omloop worden gebracht;
- b. films die de aard van producten of de werking van buitenlands materiaal tonen, op voorwaarde dat zij niet bestemd zijn voor openbare vertoning tegen betaling;
- c. informatie- en geluidsdragers, van opnamen voorzien, voor niet-commerciële doeleinden, die aan een op de BES eilanden gevestigde persoon gratis ter beschikking worden gesteld.
Artikel 3.128 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3.130. Tijdelijk ingevoerde persoonlijke bagage van reizigers
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van persoonlijke goederen die een reiziger zelf, of in zijn persoonlijke bagage meevoert, voor de duur van zijn verblijf op de BES eilanden.
Voor de toepassing van deze vrijstelling wordt onder persoonlijke goederen verstaan: alle kledingstukken en andere nieuwe of gebruikte voorwerpen, die bestemd zijn voor persoonlijk gebruik door de reiziger.
Artikel 3.131
Tenzij de inspecteur anders bepaalt, is voor de invoer met vrijstelling geen vergunning vereist.
De aangifte ten invoer kan mondeling geschieden. De inspecteur kan vorderen dat voor goederen ten aanzien waarvan wegens hun aard, hoeveelheid of waarde misbruik wordt gevreesd, zekerheid wordt gesteld.
Artikel 3.132
De met vrijstelling ingevoerde goederen worden weer uitgevoerd binnen drie maanden na de datum van invoer.
De inspecteur kan op grond van bijzondere omstandigheden verlenging van de in het eerste lid bedoelde termijn toestaan, tot ten hoogste het eind van de periode dat de reiziger door de bevoegde autoriteiten toestemming is verleend om op de BES eilanden te verblijven.
Artikel 3.133. Tijdelijk ingevoerd toeristisch reclamemateriaal
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van bij regeling van Onze Minister van Financiën aangewezen toeristisch reclamemateriaal dat toebehoort aan een persoon, gevestigd in het buitenland, en in redelijke hoeveelheden wordt ingevoerd in het licht van het voorgenomen gebruik ervan.
Artikel 3.134
De met vrijstelling ingevoerde goederen worden weer uitgevoerd binnen twaalf maanden na de datum van invoer.
De inspecteur kan op grond van bijzondere omstandigheden verlenging van de in het eerste lid bedoelde termijn met ten hoogste zes maanden toestaan.
Artikel 3.135. Tijdelijk ingevoerde welzijnsgoederen voor zeelieden
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van welzijnsgoederen die bestemd zijn voor zeelieden aan boord van in het internationale verkeer varende schepen en:
- a. gebruikt worden aan boord van buitenlandse schepen of aan wal wordt gebracht om door de bemanning tijdelijk aan land te worden gebruikt gedurende een periode die niet langer is dan de aanlegperiode in de haven; of
- b. worden ingevoerd om tijdelijk te worden gebruikt in culturele of sociale instellingen.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder:
- a. welzijnsgoederen: bij regeling van Onze Minister van Financiën aangewezen materiaal dat bestemd is voor de activiteiten van zeelieden op cultureel, educatief, recreatief, godsdienstig of sportief gebied;
- b. zeelieden: alle personen die aan boord van een schip worden vervoerd en die belast zijn met taken die verband houden met de werking of de dienst van dit schip op zee;
- c. culturele of sociale instellingen: ontmoetingscentra, clubs en recreatieruimten voor zeelieden, die worden beheerd door officiële instanties, of door godsdienstige of andere instellingen zonder winstoogmerk, alsmede plaatsen voor de eredienst waar regelmatig diensten voor zeelieden worden gehouden.
De vergunning dient te worden aangevraagd door de kapitein van het schip of door het hoofd van de culturele of sociale instelling.
Artikel 3.136
De met vrijstelling ingevoerde goederen worden weer uitgevoerd binnen zes maanden na de datum van invoer.
De inspecteur kan op grond van bijzondere omstandigheden verlenging van de in het eerste lid bedoelde termijn met ten hoogste drie maanden toestaan.
Artikel 3.137. Tijdelijk ingevoerde goederen in bijzondere omstandigheden en zonder economische consequenties
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van:
- a. voorwerpen van artiesten en kermisattracties;
- b. sportmateriaal en uitrusting bestemd voor deelnemers aan op de BES eilanden te houden sportwedstrijden;
- c. dieren voor bij regeling van Onze Minister van Financiën aangewezen doeleinden;
- d. lege lijkkisten of urnen die worden ingevoerd om te dienen bij het transport van lijken of as van overledenen naar het buitenland;
- e. materieel ten behoeve van het houden van militaire oefeningen;
- f. materieel ten behoeve van het houden van rampenoefeningen.
De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c is slechts van toepassing indien de goederen toebehoren aan personen die hun normale verblijfplaats hebben in het buitenland.
Voor de invoer met vrijstelling van de goederen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is geen vergunning vereist. De aangifte ten invoer kan mondeling geschieden.
Artikel 3.138
De met vrijstelling ingevoerde goederen, bedoeld in artikel 3.137, eerste lid, onderdelen a tot en met f worden weer uitgevoerd binnen drie maanden na de datum van invoer.
De inspecteur kan op grond van bijzondere omstandigheden verlenging van de in het eerste lid bedoelde termijn met ten hoogste een maand toestaan.
Artikel 3.139. Tijdelijk ingevoerde provisie, scheepsbehoeften, brandstoffen en smeermiddelen
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van:
- a. provisie en scheepsbehoeften aan boord van schepen, geen woonschepen zijnde;
- b. provisie aanwezig in luchtvaartuigen van lijndiensten in internationaal verkeer;
- c. brandstoffen en smeermiddelen aanwezig in binnenkomende vervoermiddelen bestemd voor de voortdrijving of smering daarvan.
Vrijstelling wordt slechts verleend, indien de voor de met vrijstelling ingevoerde goederen bestemde bergruimten verzegeld kunnen worden.
Artikel 3.140
Voor de invoer met vrijstelling is geen vergunning vereist.
Provisie en scheepsbehoeften aan boord van binnenkomende schepen, geen woonschepen zijnde, alsmede brandstoffen en smeermiddelen in die schepen en bestemd voor de voortdrijving of smering daarvan, kunnen slechts met vrijstelling worden ingevoerd, indien die goederen elektronisch dan wel schriftelijk ten invoer worden aangegeven.
In andere gevallen dan de in het tweede lid bedoelde worden de goederen slechts schriftelijk ten invoer aangegeven, indien de inspecteur dit in verband met de aard, hoeveelheid of waarde van de goederen wenselijk acht.
Artikel 3.141
De met vrijstelling ingevoerde goederen worden weer uitgevoerd samen met de vervoermiddelen waarmee de goederen zijn binnengebracht.
Artikel 3.142. Tijdelijke invoer zware machines; rollend, drijvend en ander materieel, alsmede sleepboten
Vrijstelling van invoerrechten wordt verleend voor de invoer van:
- a. zware machines en rollend, drijvend en ander materieel, ingevoerd om uitsluitend te dienen tot gebruik bij de uitvoering van:
- 1°. werken in het buitenland;
- 2°. bij regeling van Onze Minister van Financiën aangewezen baggerwerken, waterbouwkundige werken en grote wegen- en andere bouwwerken op de BES eilanden;
- b. het normale toebehoren en de normale uitrusting van de machines en het materieel, mits deze tezamen worden ingevoerd;
- c. losse onderdelen, ingevoerd voor de herstelling van een bepaalde machine of bepaald materieel die reeds tijdelijk met vrijstelling is ingevoerd;
- d. sleepboten, onder de voorwaarde dat op het moment van aanvang van de werkzaamheden geen andere sleepboot beschikbaar is op de BES eilanden die geschikt is voor de uitvoering van de beoogde werkzaamheden.
Ter zake van de in het eerste lid, onderdeel a, 2°, bedoelde invoer, worden op bij regeling van Onze Minister van Financiën nader te bepalen wijze, invoerrechten geheven over het verschil in de waarde van de goederen bij invoer en de waarde bij het beëindigen van het gebruik.
Artikel 3.143
De met vrijstelling ingevoerde zware machines worden binnen een maand na afloop van de benodigde werkzaamheden weer uitgevoerd, met dien verstande dat de wederuitvoer uiterlijk twaalf maanden na de datum van invoer dient te geschieden.
De inspecteur kan op een met redenen omkleed verzoek, afwijken van de in het eerste lid bedoelde termijn van twaalf maanden.
Titel 4. Teruggaaf van invoerrechten
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Artikel 3.144
Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder teruggaaf:
- a. de gehele of gedeeltelijke teruggave van de reeds betaalde invoerrechten; of
- b. indien de invoerrechten nog niet zijn betaald, het geheel of gedeeltelijk niet heffen van de in rekening gebrachte invoerrechten.
Artikel 3.145
Teruggaaf geschiedt, behoudens het bepaalde in artikel 3 149, derde lid, op een schriftelijk bij de inspecteur in te dienen verzoek.
Het verzoek om teruggaaf wordt binnen vijf jaren na het doen van de aangifte ten invoer ingediend.
Het verzoek wordt ingediend door de persoon die gehouden is de invoerrechten te voldoen of die de invoerrechten heeft voldaan, dan wel degene die hem in zijn rechten en verplichtingen heeft opgevolgd, dan wel de vertegenwoordiger van eerder bedoelde personen.
Het verzoek om teruggaaf dient vergezeld te gaan van alle bewijsstukken waarover de aanvrager beschikt. Wanneer de inspecteur dit nodig acht, kan hij een termijn vaststellen waarbinnen de aanvrager aanvullende bewijsstukken dient over te leggen.
Indien het verzoek betrekking heeft op een ambtelijke vergissing bij de vaststelling van het bedrag van invoerrechten, wordt dit met voorrang behandeld.
Teruggaaf wordt verleend aan de persoon die gehouden is de invoerrechten te voldoen of de invoerrechten heeft voldaan, dan wel aan degene die hem in zijn rechten en verplichtingen heeft opgevolgd.
Artikel 3.146
Teruggaaf wordt niet verleend indien het bedrag van de terug te geven invoerrechten, per aangifte ten invoer of document, minder bedraagt dan USD 8.
Artikel 3.147
Indien bij toepassing van artikel 3 151 of artikel 3 153 de goederen moeten worden weder uitgevoerd, dan vindt deze wederuitvoer niet plaats alvorens een beslissing is genomen op het verzoek om teruggaaf.
In daartoe aanleiding gevende gevallen kan de inspecteur toestaan dat de wederuitvoer plaatsvindt, voordat een beslissing op het verzoek is genomen.
Artikel 3.148
Het is verboden onjuiste of onvolledige gegevens te verstrekken dan wel handelingen te verrichten die leiden dan wel kunnen leiden tot ten onrechte teruggaaf van invoerrechten.
Afdeling 2. Gevallen van teruggaaf
Paragraaf 1. Geen verschuldigdheid; bedrag van invoerrechten hoger dan verschuldigd
Artikel 3.149
Teruggaaf van invoerrechten wordt verleend voor zover het vastgestelde bedrag van deze rechten:
- a. betrekking heeft op goederen waarvoor geen enkele verschuldigdheid is ontstaan of waarvoor de verschuldigdheid heeft opgehouden te bestaan op een andere wijze dan door betaling van het bedrag of door verjaring; of
- b. hoger is dan het bedrag dat wettelijk mocht worden geïnd.
De verzoeker dient aan te tonen dat wordt voldaan aan het criterium, opgenomen in het eerste lid.
De inspecteur gaat ambtshalve tot teruggaaf over, indien hij zelf gedurende de termijn bedoeld in artikel 3 145, tweede lid, het bestaan van een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid, vaststelt.
Paragraaf 2. Bij vergissing aangegeven goederen
Artikel 3.150
Teruggaaf van invoerrechten wordt verleend indien:
- a. het vastgestelde bedrag van de rechten betrekking heeft op goederen die abusievelijk ten invoer zijn aangegeven;
- b. de goederen na abusievelijk ten invoer te zijn aangegeven, niet zijn gebruikt onder andere voorwaarden dan die welke zijn vastgesteld voor de beoogde douanebestemming;
- c. de goederen waarop het verzoek betrekking heeft, de goederen zijn die ten invoer werden aangegeven;
- d. de goederen reeds voordat deze ten invoer werden aangegeven, bestemd waren om een andere douanebestemming te krijgen en op dat moment reeds voldeden aan de voorwaarden van die douanebestemming, en aan de goederen onverwijld de beoogde douanebestemming wordt gegeven.
De verzoeker dient aan te tonen dat wordt voldaan aan de in het eerste lid, onderdelen a en b, opgenomen criteria.
Paragraaf 3. Geweigerde goederen
Artikel 3.151
Teruggaaf van invoerrechten wordt verleend indien:
- a. het vastgestelde bedrag van deze rechten betrekking heeft op:
- 1°. goederen die door de importeur zijn geweigerd omdat zij gebreken vertonen of omdat zij om de een of andere reden niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van het contract op grond waarvan deze goederen zijn ingevoerd; of
- 2°. op goederen die zijn beschadigd gedurende hun vervoer tot aan het kantoor waar zij ten invoer worden aangegeven, of gedurende hun opslag in douane-entrepot;
- b. de goederen reeds voordat deze ter beschikking van de aangever werden gesteld dan wel voordat toestemming werd verleend tot het volgen van hun bestemming, gebreken vertoonden of niet in overeenstemming waren met de bepalingen van het contract op grond waarvan de invoer plaatsvond;
- c. de goederen niet zijn gebruikt, waaronder niet wordt begrepen een begin van gebruik, nodig om vast te stellen dat de goederen gebreken vertonen of niet beantwoorden aan de bepalingen van het contract op grond waarvan de invoer plaatsvond;
- d. de goederen waarop het verzoek om teruggaaf betrekking heeft, de goederen zijn die werden ingevoerd; en
- e. de goederen onder toezicht van de inspecteur worden vernietigd, of worden weder uitgevoerd.
De verzoeker dient aan te tonen dat wordt voldaan aan de in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, opgenomen criteria.
Artikel 3.152
Teruggaaf van invoerrechten voor de in artikel 3 151, eerste lid, bedoelde goederen wordt niet verleend in de gevallen waarin:
- a. de gebreken in aanmerking zijn genomen bij de opstelling van de voorwaarden van het contract op grond waarvan de goederen ten invoer zijn aangegeven, met name bij de vaststelling van de prijs; of
- b. de importeur de goederen heeft verkocht, nadat is geconstateerd dat deze gebreken vertonen of niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van het contract.
Paragraaf 4. Goederen in bijzondere situaties
Artikel 3.153
Teruggaaf van invoerrechten wordt verleend indien:
- a. het bedrag van deze rechten betrekking heeft op goederen:
- 1°. die ingevolge een vergissing van de afzender aan de geadresseerde zijn verzonden;
- 2°. die ongeschikt blijken te zijn voor het door de geadresseerde beoogde gebruik wegens een kennelijke fout in de bestelling;
- 3°. waarvan het gebruik voor de door de geadresseerde beoogde doeleinden onmogelijk is of aanzienlijk beperkt wordt ten gevolge van maatregelen van algemene strekking die na de datum waarop de goederen voor het vrije verkeer zijn vrijgegeven, zijn genomen door het bevoegde gezag; of
- 4°. die na de bindende leveringsdata van de overeenkomst bij de geadresseerde zijn afgeleverd;
- b. de goederen niet zijn verkocht of gebruikt, waaronder niet wordt begrepen een begin van gebruik nodig ter beoordeling van de goederen;
- c. de goederen waarop het verzoek om teruggaaf betrekking heeft, de goederen zijn die werden ingevoerd; en
- d. de goederen onder toezicht van de inspecteur worden vernietigd, of worden weder uitgevoerd.
Artikel 3.154
Teruggaaf van invoerrechten wordt verleend voor op de BES eilanden aangekochte goederen onder vigeur van teruggaafbepalingen opgenomen in verdragen betreffende internationale organisaties waarbij Nederland is aangesloten.
Hoofdstuk IV. Accijnzen
Titel 1. Inleidende bepalingen
Afdeling 1. Belastbaar feit
Artikel 4.1
Onder de naam accijns wordt op Bonaire, Sint Eustatius en Saba een belasting geheven van benzine.
Onder de naam accijns wordt op Bonaire tevens een belasting geheven van:
- a. bier;
- b. wijn;
- c. overige alcoholhoudende producten;
- d. sigaretten;
- e. sigaren en cigarillo’s;
- f. rooktabak.
De accijns wordt verschuldigd ter zake van de uitslag en de invoer van de in het eerste en tweede lid bedoelde goederen.
In dit hoofdstuk en de daarop gebaseerde bepalingen wordt onder het alcoholgehalte van bier, wijn en overige alcoholhoudende producten verstaan het aantal volumeprocenten alcohol (%vol).
Artikel 4.2
In dit hoofdstuk en de daarop gebaseerde bepalingen wordt onder het vervaardigen van een accijnsgoed verstaan elk handelen waarbij of waardoor een accijnsgoed ontstaat of de samenstelling van een accijnsgoed wordt gewijzigd.
Artikel 4.3
Op dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen, behoudens die ter zake van de heffing van accijns bij invoer, zijn de bepalingen van hoofdstuk VIII van de Belastingwet BES van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4.4
In dit hoofdstuk en de daarop gebaseerde bepalingen wordt als uitslag aangemerkt:
- a. het brengen van een accijnsgoed buiten een plaats die voor dat soort accijnsgoed als accijnsgoederenplaats is aangewezen;
- b. het verbruik, anders dan als grondstof, van een accijnsgoed binnen een plaats die voor dat soort accijnsgoed als accijnsgoederenplaats is aangewezen, binnen een douane-entrepot of binnen een handels- en dienstenentrepot;
- c. het vervaardigen van een accijnsgoed buiten een accijnsgoederenplaats die voor dat soort accijnsgoed als zodanig is aangewezen alsmede het voorhanden hebben van een accijnsgoed dat niet overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk in de heffing is betrokken.
Als uitslag wordt niet aangemerkt het, met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden, brengen van een accijnsgoed vanuit een accijnsgoederenplaats naar:
- a. een andere accijnsgoederenplaats die voor dat soort accijnsgoed als zodanig is aangewezen;
- b. een plaats buiten de BES eilanden.
De voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, hebben betrekking op formaliteiten waaraan bij de overbrenging van accijnsgoederen moet worden voldaan.
Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
Artikel 4.5
Onverminderd artikel 4.48 zijn de bepalingen van deze wet inzake de heffing van invoerrecht van overeenkomstige toepassing ter zake van de heffing van accijns bij invoer.
Met inachtneming van bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk niet als invoer aangemerkt het brengen van een accijnsgoed vanuit een plaats buiten de BES eilanden of vanuit een plaats voor tijdelijke opslag dan wel vanuit een douane-entrepot of een handels- en dienstenentrepot naar een accijnsgoederenplaats die voor dat soort accijnsgoed als zodanig is aangewezen.
De voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, hebben betrekking op formaliteiten waaraan bij de overbrenging van accijnsgoederen moet worden voldaan alsmede op de daarbij te stellen zekerheid.
Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
Afdeling 2. Algemene verbodsbepaling
Artikel 4.6
Het is niet toegestaan:
- a. een accijnsgoed te vervaardigen buiten een accijnsgoederenplaats die voor dat soort accijnsgoed als zodanig is aangewezen;
- b. een accijnsgoed voorhanden te hebben dat niet overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk in de heffing is betrokken.
Titel 2. Definities accijnsgoederen en tarieven
Artikel 4.7
Onder benzine wordt verstaan elk product dat is ingedeeld onder postonderverdeling 2710.12 van het geharmoniseerde systeem, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onderdeel a.
Artikel 4.8
De accijns bedraagt per hectoliter benzine:
- a. op Bonaire: USD 31,86;
- b. op Sint Eustatius en Saba: USD 24,27.
Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een hectoliter gerekend als een hectoliter.
Artikel 4.9
Onder bier wordt verstaan elk product dat is ingedeeld onder post 22.03 van het geharmoniseerde systeem als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onderdeel a, voor zover dit product een alcoholgehalte heeft van meer dan 0,5%vol.
Artikel 4.10
De accijns bedraagt per hectoliter bier: USD 67,04.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt, met inachtneming van bij regeling van Onze Minister van Financiën te stellen regels, het volume van bier in geconcentreerde vorm herleid tot het volume van voor gebruik gereed bier.
Artikel 4.11
Onder wijn wordt verstaan elk product dat is ingedeeld onder de posten 22.04, 22.05 en 22.06 van het geharmoniseerde systeem als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onderdeel a, met een alcoholgehalte van ten hoogste 20%vol.
Artikel 4.12
De accijns bedraagt per hectoliter wijn: USD 128,50.
Artikel 4.13
Onder overige alcoholhoudende producten worden verstaan:
- a. ethylalcohol, ongeacht de productiewijze;
- b. wijn met een alcoholgehalte van meer dan 20%vol;
- c. alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van meer dan 1,2%vol, andere dan bier of wijn;
- d. andere alcoholhoudende producten met een alcoholgehalte van meer dan 1,2%vol.
Artikel 4.14
De accijns voor overige alcoholhoudende producten bedraagt per hectoliter per volumeprocent alcohol: USD 12,85.
Artikel 4.15
Onder tabaksproducten worden verstaan:
- a. sigaretten;
- b. sigaren en cigarillo’s;
- c. rooktabak.
Artikel 4.16
Onder sigaretten wordt verstaan elk product dat is ingedeeld onder postonderverdeling 2402.20 van het geharmoniseerde systeem, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onderdeel a.
Artikel 4.17
De accijns bedraagt per 100 sigaretten:
- a. indien vervaardigd op Bonaire voor een Bonairiaans merk: USD 5,34;
- b. indien vervaardigd op Bonaire voor een niet-Bonairiaans merk: USD 7,01;
- c. in geval van invoer: USD 8,69.
Voor de berekening van de accijns wordt een sigaret als bedoeld in artikel 4.16 aangemerkt als twee sigaretten wanneer deze, zonder filter of mondstuk, meer dan 8 cm doch niet meer dan 11 cm lang is en als drie sigaretten wanneer deze, zonder filter of mondstuk, meer dan 11 cm doch niet meer dan 14 cm lang is, enzovoort.
Artikel 4.18
Onder sigaren wordt verstaan elk product dat is ingedeeld onder postonderverdeling 2402.10 van het geharmoniseerde systeem als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, onderdeel a.
Onder cigarillo’s worden verstaan sigaren die per stuk niet meer wegen dan drie gram.
Artikel 4.19
De accijns bedraagt per honderd stuks voor:
- a. sigaren: USD 9,78;
- b. cigarillo’s: USD 4,89.
Artikel 4.20
Onder rooktabak wordt verstaan niet als sigaren of als sigaretten aan te merken voor roken geschikte tabak.
Als rooktabak worden mede aangemerkt producten die geheel of gedeeltelijk uit andere stoffen dan tabak bestaan, doch overigens voldoen aan het bepaalde in het eerste lid.
Artikel 4.21
De accijns bedraagt per kilogram rooktabak: USD 30.
Titel 3. Uitslag
Afdeling 1. Accijnsgoederenplaats
Artikel 4.22
Een plaats kan alleen als accijnsgoederenplaats worden gebruikt indien daartoe op schriftelijk verzoek een vergunning is verstrekt door de inspecteur.
Artikel 4.23
Als accijnsgoederenplaats kan in aanmerking komen een plaats waar:
- a. accijnsgoederen worden vervaardigd of verwerkt;
- b. geen accijnsgoederen worden vervaardigd of verwerkt maar die dient voor de opslag van accijnsgoederen, indien de hoeveelheid accijnsgoederen die gemiddeld over een jaar voorhanden is meer bedraagt dan een bij regeling van Onze Minister van Financiën per soort accijnsgoed vast te stellen hoeveelheid.
Een plaats van waaruit accijnsgoederen worden geleverd aan een verbruiker kan niet in aanmerking komen als accijnsgoederenplaats.
In bij regeling van Onze Minister van Financiën aan te wijzen gevallen kunnen plaatsen in afwijking van het bepaalde in het eerste en in het tweede lid in aanmerking komen als accijnsgoederenplaats.
Artikel 4.24
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen, ter verzekering van de heffing, regels worden gesteld waaraan met betrekking tot een accijnsgoederenplaats moet worden voldaan ten aanzien van:
- a. de administratie en de administratieve organisatie;
- b. de locatie en de inrichting; en
- c. het stelsel van toezicht.
Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
Afdeling 2. Vergunning accijnsgoederenplaats
Artikel 4.25
In het schriftelijke verzoek om een vergunning voor een accijnsgoederenplaats worden gegevens verstrekt met betrekking tot:
- a. de soort of de soorten accijnsgoederen waarvoor de accijnsgoederenplaats is bestemd;
- b. de hoeveelheid accijnsgoederen, onderscheiden naar de soort, die naar verwachting in de accijnsgoederenplaats gemiddeld over een jaar zonder verschuldigdheid van accijns voorhanden zal zijn;
- c. de persoon op wiens naam de vergunning dient te worden gesteld;
- d. de administratie en de administratieve organisatie met betrekking tot de als accijnsgoederenplaats aan te merken plaats; en
- e. de locatie en de inrichting van de als accijnsgoederenplaats aan te wijzen plaats.
Bij regeling van Onze Minister van Financiën worden nadere regels gesteld met betrekking tot de gegevens die het verzoek moet bevatten.
Artikel 4.26
Een verzoek om een vergunning voor een accijnsgoederenplaats wordt door de inspecteur toegewezen tenzij hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat niet zal worden voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze wet.
Een verzoek om een vergunning voor een accijnsgoederenplaats kan worden geweigerd aan degene die in de vijf aan het verzoek voorafgaande jaren onherroepelijk is veroordeeld wegens het niet nakomen van een wettelijke bepaling inzake de accijns.
Artikel 4.27
De vergunning voor een accijnsgoederenplaats vermeldt voor welke soort of voor welke soorten accijnsgoederen de accijnsgoederenplaats als zodanig is aangewezen.
In de vergunning bepaalt de inspecteur zo nodig nader op welke wijze aan de bij of krachtens deze wet gestelde voorwaarden moet worden voldaan.
De inspecteur kan in de vergunning nadere voorwaarden opnemen ter verzekering van een juiste toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze wet.
Artikel 4.28
De inspecteur kan de in de vergunning voor een accijnsgoederenplaats opgenomen voorwaarden aanpassen ter verzekering van de heffing.
Alvorens over te gaan tot aanpassing van de voorwaarden deelt de inspecteur de vergunninghouder mee welke omstandigheden naar zijn oordeel de door hem aan te geven aanpassing van de voorwaarden rechtvaardigen.
Artikel 4.29
De vergunninghouder die een aanpassing van de in de vergunning opgenomen voorwaarden wenst, dient daartoe een verzoek in bij de inspecteur.
Artikel 4.30
Degene die een accijnsgoederenplaats wil overnemen, dient gezamenlijk met de vergunninghouder een verzoek in bij de inspecteur tot een zodanige aanpassing van de vergunning voor die accijnsgoederenplaats dat hij voor alle uit de vergunning voortvloeiende rechten en verplichtingen in de plaats treedt van de vergunninghouder.
Artikel 4.31
De vergunning voor een accijnsgoederenplaats kan door de inspecteur worden ingetrokken ingeval:
- a. niet wordt voldaan aan de in de vergunning opgenomen voorwaarden;
- b. geen of niet voldoende zekerheid is gesteld;
- c. misbruik van de vergunning is gemaakt of een poging daartoe is gedaan;
- d. de vergunninghouder onherroepelijk is veroordeeld wegens het niet nakomen van een wettelijke bepaling inzake de accijns;
- e. de vergunninghouder in staat van faillissement verkeert of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is;
- f. de vergunninghouder daarom verzoekt.
Artikel 4.32
Het intrekken van een vergunning ingevolge artikel 4.31, onderdeel a of b, kan niet eerder geschieden dan één maand nadat de inspecteur de vergunninghouder schriftelijk in kennis heeft gesteld van de omstandigheden die naar zijn oordeel het intrekken rechtvaardigen.
Het intrekken van een vergunning ingevolge artikel 4.31, onderdeel c, d, e of f, kan onmiddellijk geschieden.
Artikel 4.33
Het verlenen, het aanpassen en het intrekken van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats alsmede het afwijzen van een verzoek daartoe geschieden bij beschikking.
In afwijking van hoofdstuk VIII van de Belastingwet BES geeft de inspecteur binnen acht weken na ontvangst van het verzoek een beschikking op dat verzoek, dan wel zendt hij de in het derde lid bedoelde kennisgeving.
Indien de inspecteur de beschikking niet binnen de in het tweede lid genoemde termijn kan geven, stelt hij belanghebbende daarvan onder opgaaf van redenen in kennis en noemt hij de termijn waarop de beschikking wel zal worden gegeven.
Afdeling 3. Wijze van heffing en voldoening
Artikel 4.34
De accijns wordt geheven van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats.
In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, in bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gevallen en onder daarbij te stellen voorwaarden, de accijns van accijnsgoederen die zijn uitgeslagen uit een accijnsgoederenplaats in opdracht van een vergunninghouder van een andere accijnsgoederenplaats voor dezelfde soort accijnsgoederen, geheven van de vergunninghouder van die andere accijnsgoederenplaats.
In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt de accijns geheven:
- a. bij toepassing van artikel 4.4, eerste lid, onderdeel b: van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats dan wel in voorkomend geval van de vergunninghouder van het douane-entrepot of van het handels- en dienstenentrepot;
- b. bij toepassing van artikel 4.4, eerste lid, onderdeel c: van degene die een accijnsgoed vervaardigt of heeft vervaardigd, of die een accijnsgoed voorhanden heeft of heeft gehad dat niet overeenkomstig de bepalingen van deze wet in de heffing is betrokken, dan wel van een ieder als bedoeld in artikel 4.45.
Artikel 4.35
De accijns wordt verschuldigd op het tijdstip van de uitslag.
Indien het tijdstip van het ontstaan van de verschuldigdheid van accijns niet kan worden vastgesteld, geldt als tijdstip de dag waarop de inspecteur de verschuldigdheid heeft vastgesteld.
Artikel 4.36
De in het tijdvak verschuldigd geworden accijns wordt op aangifte voldaan.
Aangifte wordt gedaan voor elke accijnsgoederenplaats afzonderlijk.
In afwijking van het tweede lid kan bij regeling van Onze Minister van Financiën, onder daarbij te stellen voorwaarden, worden toegestaan dat voor accijnsgoederenplaatsen waarvan de vergunningen op naam zijn gesteld van dezelfde vergunninghouder één aangifte voor die plaatsen samen wordt gedaan.
Artikel 4.37
Bij intrekking van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats worden de accijnsgoederen waarvoor die accijnsgoederenplaats als zodanig is aangewezen, die binnen die plaats voorhanden zijn op de dag met ingang waarvan de vergunning wordt ingetrokken, aangemerkt als te zijn uitgeslagen en wordt het tijdvak waarover de accijns verschuldigd is, aangemerkt als te zijn geëindigd op die dag.
De inspecteur kan bij beschikking bepalen dat de termijn waarbinnen de accijns wordt voldaan over het tijdvak waartoe de in het eerste lid bedoelde dag behoort alsmede over het daaraan onmiddellijk voorafgaande tijdvak minder bedraagt dan één maand.
Artikel 4.38
De accijns wordt berekend naar het tarief dat geldt op het tijdstip van de uitslag.
Afdeling 4. Zekerheid
Artikel 4.39
De vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats stelt zekerheid voor de accijns die hij verschuldigd is of kan worden.
Het bedrag van de zekerheid wordt bij beschikking vastgesteld door de inspecteur. De vaststelling geschiedt tot een zodanig bedrag dat de te verhalen accijns voldoende verzekerd kan worden geacht.
Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen nadere regels worden gesteld voor het bepalen van de hoogte van het bedrag van de zekerheid.
In de vergunning bepaalt de inspecteur zo nodig nader op welke wijze aan de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde voorwaarden moet worden voldaan.
De inspecteur kan in de vergunning nadere voorwaarden opnemen ter verzekering van een juiste toepassing van het bepaalde bij of krachtens dit hoofdstuk.
Artikel 4.40
Het bedrag van de zekerheid kan door de inspecteur worden gewijzigd.
De vergunninghouder kan een schriftelijk verzoek tot verlaging van het bedrag van de zekerheid indienen.
Bij verhoging van het bedrag van de zekerheid draagt de vergunninghouder zorg dat binnen een maand na de bekendmaking ervan de zekerheid is aangevuld.
Artikel 4.41
Het wijzigen van het bedrag van de zekerheid alsmede het afwijzen van een verzoek als bedoeld in artikel 4.40, tweede lid, geschiedt bij beschikking.
Binnen acht weken na ontvangst van het verzoek geeft de inspecteur een beschikking op dat verzoek, dan wel zendt hij de in het derde lid bedoelde kennisgeving.
Indien de inspecteur de beschikking niet binnen de in het tweede lid genoemde termijn kan geven, stelt hij belanghebbende daarvan onder opgaaf van redenen in kennis en noemt hij de termijn waarop de voor beschikking wel zal worden gegeven.
Artikel 4.42
De zekerheid wordt gesteld bij de ontvanger.
De ontvanger beslist bij beschikking of de vorm van de zekerheid die de vergunninghouder aanbiedt, wordt aanvaard.
Artikel 4.43
De aan het stellen, het wijzigen en het opheffen van de zekerheid verbonden kosten komen ten laste van de vergunninghouder.
Ingeval de zekerheid wordt gesteld in geld wordt daarover een rente vergoed die gelijk is aan de herfinancieringsrente, te weten de minimale biedrente die de Europese Centrale Bank hanteert voor basisherfinancieringstransacties.
Voor de toepassing van het tweede lid wordt het over een kalendermaand te vergoeden rentebedrag berekend naar de rente die geldt bij de aanvang van die maand.
Artikel 4.44
De vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats heeft voor de accijns die is begrepen in de verkoopprijs van de door hem geleverde accijnsgoederen, zolang hij ter zake geen betaling heeft ontvangen doch niet langer dan een half jaar nadat hij die accijns verschuldigd is geworden, voorrecht op alle goederen van de koper.
Het voorrecht als bedoeld in het eerste lid heeft gelijke rangorde als het voorrecht dat ’s Rijks schatkist heeft op de voet van artikel 8.55 van de Belastingwet BES.
Artikel 4.45
De vervoerder van accijnsgoederen is hoofdelijk aansprakelijk voor het bedrag aan accijns dat wordt vertegenwoordigd door de hoeveelheid accijnsgoederen die door hem wordt vervoerd vanuit een accijnsgoederenplaats naar een andere accijnsgoederenplaats, handels- en dienstenentrepot of douane-entrepot indien tijdens dat vervoer door hem of door zijn toedoen een onregelmatigheid of een overtreding is begaan.
Elke persoon die is betrokken bij een onregelmatigheid tijdens de productie, de invoer, het voorhanden hebben of het vervoer van accijnsgoederen die niet in de heffing van accijns zijn betrokken, kan hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor voldoening van de accijns naar het tarief op het tijdstip waarop de onregelmatigheid heeft plaatsgevonden of, indien dit tijdstip niet bekend is, naar het tarief op het tijdstip waarop de onregelmatigheid is vastgesteld.
Titel 4. Invoer
Artikel 4.46
Vervallen
Artikel 4.47
Vervallen
Titel 5. Vrijstellingen
Artikel 4.48
Bij regeling van Onze Minister van Financiën wordt, onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen, vrijstelling van accijns verleend voor de invoer van goederen waarvoor aanspraak op vrijstelling van invoerrechten bestaat.
Artikel 4.49
Onder bij algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden en beperkingen wordt vrijstelling van accijns verleend ter zake van de uitslag en invoer van benzine die:
- a. op Bonaire, Sint Eustatius of Saba wordt gewonnen uit ruwe aardolie of andere grondstoffen en gebruikt wordt voor het in bedrijf houden van de inrichting waar deze benzine wordt gewonnen en voor de vervoermiddelen die uitsluitend worden gebruikt op het terrein van de inrichting;
- b. wordt gebruikt als brandstof voor schepen, andere dan pleziervaartuigen;
- c. wordt gebruikt voor het schoonmaken van tankschepen;
- d. wordt gebruikt voor de voortstuwing van luchtvaartuigen, andere dan plezierluchtvaartuigen.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt onder een pleziervaartuig of een plezierluchtvaartuig verstaan: een vaartuig respectievelijk een luchtvaartuig dat wordt gebruikt door de eigenaar daarvan of door de natuurlijke of rechtspersoon die het gebruik daarvan geniet door huur of anderszins, voor andere dan commerciële doeleinden en met name voor andere doeleinden dan voor het vervoer van personen of goederen of voor het verrichten van diensten onder bezwarende titel, dan wel ten behoeve van overheidsinstanties.
Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
Artikel 4.50
Vrijstelling van accijns wordt verleend ter zake van de uitslag en invoer van ethylalcohol en andere alcoholhoudende producten als bedoeld in artikel 4.13, onderdelen a en d, die op bij regeling van Onze Minister van Financiën voorgeschreven wijze zijn gedenatureerd.
Titel 5a. Teruggaaf
Afdeling 1. Accijnszegels
Artikel 4.51
Tabaksproducten moeten bij de uitslag en de invoer zijn voorzien van een accijnszegel.
Tabaksproducten die zijn bestemd voor het verbruik als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, onderdeel b, mogen niet zijn voorzien van een accijnszegel.
Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen, onder daarbij te stellen voorwaarden, gevallen worden aangewezen waarin het eerste lid niet van toepassing is.
Artikel 4.52
Een vergunning voor een accijnsgoederenplaats voor tabaksproducten kan, onverminderd het bepaalde in de artikelen 4.23, eerste en tweede lid, en 4.24 uitsluitend worden verkregen door degene die:
- a. tabaksproducten vervaardigt;
- b. buiten Bonaire vervaardigde tabaksproducten in Bonaire van accijnszegels voorziet;
- c. buiten Bonaire vervaardigde tabaksproducten opslaat die buiten Bonaire zijn voorzien van door hem aangevraagde Bonairiaanse accijnszegels.
Artikel 4.53
Accijnszegels, bedoeld in 4.51, eerste lid, kunnen worden aangevraagd bij de inspecteur door:
- a. de vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats voor tabaksproducten;
- b. degene die buiten Bonaire tabaksproducten van accijnszegels voorziet.
In bij regeling van Onze Minister van Financiën aan te wijzen gevallen kan, onder daarbij te stellen voorwaarden, worden bepaald dat door anderen dan degenen die zijn bedoeld in het eerste lid, accijnszegels kunnen worden aangevraagd.
Bij regeling van Onze Minister van Financiën worden regels gesteld omtrent het aanvragen, het verkrijgbaar stellen en het verstrekken van accijnszegels.
De inspecteur beslist op de aanvraag van accijnszegels bij beschikking.
Artikel 4.54
Het bedrag aan accijns dat de accijnszegels blijkens de op de zegels aangebrachte gegevens vertegenwoordigen moet worden betaald bij de aanvraag om de accijnszegels.
In afwijking van het eerste lid kan, indien daarvoor zekerheid is gesteld, de betaling uiterlijk worden gedaan op de laatste dag van de tweede maand volgende op die waarin de accijnszegels zijn aangevraagd.
Het bedrag van de zekerheid wordt vastgesteld door de inspecteur. De vaststelling geschiedt tot een zodanig bedrag dat het bedrag aan accijns dat de zegels vertegenwoordigen voldoende verzekerd kan worden geacht.
Met betrekking tot de zekerheid, bedoeld in het tweede lid, zijn de artikelen 4.40 tot en met 4.43 van overeenkomstige toepassing.
Indien de vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats zekerheid heeft gesteld op de voet van artikel 4.39 kan die zekerheid mede dienen als zekerheid als bedoeld in het tweede lid.
Op de verschuldigd geworden betaling is titel 5 van hoofdstuk VIII van de Belastingwet BES van toepassing als ware de betaling accijns.
Artikel 4.55
Op het bedrag aan accijns dat over een tijdvak op aangifte moet worden voldaan wordt in mindering gebracht het bedrag dat is betaald dan wel verschuldigd is ter zake van de aanvraag van de accijnszegels die zijn aangebracht op de tabaksproducten waarvoor over dat tijdvak aangifte wordt gedaan wegens het buiten de accijnsgoederenplaats brengen van die producten.
Op het bedrag aan accijns dat moet worden voldaan ter zake van de invoer van tabaksproducten wordt in mindering gebracht het bedrag dat is betaald dan wel verschuldigd is ter zake van de aanvraag van de accijnszegels die zijn aangebracht op de ingevoerde tabaksproducten.
Artikel 4.56
De accijnszegels worden aangebracht op de kleinhandelsverpakking van tabaksproducten.
De accijnszegels vermelden het soort tabaksproduct, het aantal stuks dan wel het gewicht van deze producten in de verpakking waarop de zegels worden aangebracht, en in het geval van sigaretten, of deze zijn ingevoerd dan wel op Bonaire al dan niet in licentie zijn vervaardigd.
Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de:
- a. vorm en de kleur van de accijnszegels alsmede de daarop te vermelden gegevens;
- b. wijze waarop de accijnszegels worden aangebracht en voor herhaald gebruik ongeschikt moeten worden gemaakt;
- c. wijze van verpakking, de grootte van de inhoud van de verpakking en de op de verpakking te vermelden gegevens.
Artikel 4.57
Accijnszegels die niet of die verkeerd zijn aangebracht doch niet zijn beschadigd mogen door degene die de zegels heeft aangevraagd, onder bij regeling van Onze Minister van Financiën te stellen voorwaarden, worden teruggezonden aan de inspecteur.
Bij regeling van Onze Minister van Financiën wordt, onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen, toegestaan dat accijnszegels worden vernietigd onder ambtelijk toezicht.
Bij regeling van Onze Minister van Financiën worden, onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen, regels gesteld met betrekking tot het verrekenen of teruggeven van het bedrag dat is betaald of nog verschuldigd is ter zake van de aanvraag van accijnszegels die:
- a. zijn teruggezonden door degene die de zegels heeft aangevraagd;
- b. zonder aangebracht te zijn geweest op tabaksproducten die zijn uitgeslagen dan wel zijn ingevoerd, zijn verloren gegaan ten gevolge van overmacht of ongeval;
- c. zijn vernietigd onder ambtelijk toezicht.
Afdeling 2. Controlebepalingen
Artikel 4.58
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, ter verzekering van de heffing van accijns, regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. het vervoer van accijnsgoederen;
- b. het leveren van accijnsgoederen;
- c. het voorhanden hebben van accijnsgoederen buiten een accijnsgoederenplaats.
Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
Artikel 4.59
In de vergunning voor een accijnsgoederenplaats voor tabaksproducten kan worden toegestaan dat de vergunninghouder onder daarbij te stellen voorwaarden gedeeltelijk tot verbruik bereide tabak of tabaksproducten al dan niet voorzien van accijnszegels, tijdelijk buiten de accijnsgoederenplaats bepaalde bewerkingen of verpakkingshandelingen kan laten ondergaan zonder dat het tijdelijk buiten de accijnsgoederenplaats brengen van die tabaksproducten, in afwijking van artikel 4.4, wordt aangemerkt als uitslag.
Afdeling 2. Controlebepalingen
Artikel 4.60
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, ter verzekering van de heffing van de accijns van tabaksproducten, regels worden gesteld met betrekking tot de handel in en het vervoer van ruwe tabak en van gedeeltelijk tot verbruik bereide tabak.
Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
Artikel 4.61
Accijnsgoederenplaatsen en plaatsen ten aanzien waarvan het aldaar vervaardigen of voorhanden hebben van accijnsgoederen is onderworpen aan beperkende bepalingen zijn onderworpen aan onderzoek.
Aan onderzoek zijn mede onderworpen vervoermiddelen. Artikel 8.85, eerste lid, van de Belastingwet BES is van overeenkomstige toepassing.
Ten behoeve van het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, is, overeenkomstig bij regeling van Onze Minister van Financiën te stellen regels, op vordering van de inspecteur of een door hem aangewezen ambtenaar:
- a. de gezagvoerder van een schip gehouden het schip terstond vaart te doen minderen, te doen bijdraaien of te doen stilhouden en aanleggen;
- b. de bestuurder van een ander vervoermiddel dan een schip gehouden dit terstond te doen stilhouden en, indien het vervoermiddel door mechanische kracht wordt voortbewogen, de motor buiten werking te stellen.
De in het derde lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd een vervoermiddel als bedoeld in het derde lid, te brengen of te doen brengen naar een nabij gelegen plaats. De gezagvoerder of bestuurder is verplicht desgevorderd zijn voor het onderzoek en het vervoer noodzakelijke medewerking te verlenen en de ambtenaren met het vervoermiddel te vervoeren.
Artikel 4.62
De inspecteur of een door hem aangewezen ambtenaar kan vorderen dat van goederen één of meer monsters worden verstrekt.
Bij regeling van Onze Minister van Financiën worden regels gesteld omtrent het nemen van monsters.
Artikel 4.63
Bij algemene maatregel van bestuur kan, onder daarbij te stellen voorwaarden en beperkingen, worden bepaald dat accijnsgoederen voorhanden mogen zijn in een douane-entrepot.
Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit artikel.
Artikel 4.64
Verliezen bij de vervaardiging, tijdens het vervoer of tijdens de opslag van accijnsgoederen die door de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats niet kunnen worden aangetoond, worden aangemerkt als te zijn uitgeslagen. Accijnsgoederen die worden vermist, worden eveneens aangemerkt als te zijn uitgeslagen.
Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen regels worden gesteld met betrekking tot accijnsgoederen die zijn verloren gegaan door bijzondere omstandigheden of worden vernietigd onder ambtelijk toezicht.
Artikel 4.65
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter verzekering van een juiste toepassing van dit hoofdstuk nadere regels worden gesteld ter aanvulling van de in dit hoofdstuk geregelde onderwerpen.
Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur.
Titel 7. Verbodsbepalingen
Artikel 4.66
Het is niet toegestaan een distilleertoestel te vervaardigen of voorhanden te hebben zonder een daartoe strekkende vergunning van de inspecteur.
Onder een distilleertoestel wordt verstaan elk toestel – ook indien dit niet gereed is voor dadelijk gebruik – dat geschikt is voor het afscheiden van ethanol uit ethanolhoudende stoffen.
De vergunning wordt op verzoek verleend.
Het verlenen, het aanpassen en het intrekken van een vergunning alsmede het afwijzen van een verzoek daartoe geschieden bij beschikking.
Binnen acht weken na ontvangst van het verzoek geeft de inspecteur een beschikking op dat verzoek, dan wel zendt hij de in het zesde lid bedoelde kennisgeving.
Indien de inspecteur de beschikking niet binnen de in het vijfde lid genoemde termijn kan geven, stelt hij belanghebbende daarvan onder opgaaf van redenen in kennis en noemt hij de termijn waarop de beschikking wel zal worden gegeven.
Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen:
- a. regels worden gesteld met betrekking tot de in de vergunning op te nemen voorwaarden;
- b. distilleertoestellen worden aangewezen waarvoor geen vergunning is vereist.
Artikel 4.67
Vervallen
Artikel 4.68
Het is niet toegestaan tabaksproducten die zijn voorzien van accijnszegels te brengen vanuit een accijnsgoederenplaats voor tabaksproducten naar een andere accijnsgoederenplaats voor tabaksproducten.
Het eerste lid is niet van toepassing indien:
- a. voor de in dat lid bedoelde accijnsgoederenplaatsen aangifte wordt gedaan door dezelfde vergunninghouder;
- b. de accijnszegels zijn aangevraagd door de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats waarin de tabaksproducten worden ingeslagen.
De inspecteur kan in aanvulling op het bepaalde in het tweede lid, onderdeel b, nadere voorwaarden stellen.
Artikel 4.69
Het is niet toegestaan tabaksproducten te verkopen, te koop aan te bieden of af te leveren indien de verpakking niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 4.56 gestelde voorwaarden of de accijnszegels niet ongeschonden op de voorgeschreven wijze zijn aangebracht.
Bij regeling van Onze Minister van Financiën kan, onder daarbij te stellen voorwaarden, afwijking van het eerste lid worden toegestaan.
Artikel 4.70
Het is een vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats voor tabaksproducten niet toegestaan:
- a. gebruikte accijnszegels voorhanden te hebben;
- b. ongebruikte accijnszegels over te dragen aan anderen dan de inspecteur;
- c. ongebruikte accijnszegels te betrekken van anderen dan de inspecteur.
Hoofdstuk V. Handels- en dienstenentrepots
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Artikel 5.1
De bepalingen van dit hoofdstuk gelden voor het instellen van handels- en dienstenentrepots op de BES eilanden.
Ter zake van de verschuldigdheid van invoerrechten en het vervullen van douaneformaliteiten wordt de inslag in en de uitslag uit een handels- en dienstenentrepot van goederen gelijkgesteld met de inslag in en de uitslag uit een douane-entrepot van goederen.
Artikel 5.2
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt onder diensten verstaan:
- a. het verrichten van onderhoud en reparatie in een handels- en dienstenentrepot aan goederen van niet op de BES eilanden hun bedrijf uitoefenende ondernemingen;
- b. het met behulp van in een handels- en dienstenentrepot opgeslagen goederen verrichten van onderhoud en reparatie aan zich niet op de BES eilanden bevindende machines en ander materieel;
- c. andere vormen van niet op de BES eilanden gerichte dienstverlening, daaronder begrepen het veembedrijf, en nieuwe in de internationale sfeer te plaatsen handels- en handelsondersteunende en andere dienstverlenende activiteiten die met of ten behoeve van elektronische communicatie- en informatiemogelijkheden kunnen worden verricht.
Onder diensten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, zijn niet begrepen: financiële dienstverlening, royaltybetalingen, verzekerings- en herverzekeringsactiviteiten, daaronder mede begrepen diensten ter zake van het optreden als directie van vennootschappen wier statutaire zetel of feitelijke leiding op de BES eilanden gevestigd is en andere dienstverlening ter zake van het trustbedrijf, alsmede diensten, verricht door notarissen, advocaten, openbare accountants, fiscale adviseurs, en soortgelijke diensten.
Afdeling 1. Algemene bepalingen
Artikel 5.3
Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen handels- en dienstenentrepots binnen het grondgebied van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba worden ingesteld of opgeheven. Het besluit tot instelling of opheffing van een handels- en dienstenentrepot wordt niet eerder genomen dan nadat het eilandsbestuur van het openbaar lichaam waar het handels- en dienstenentrepot wordt ingesteld of opgeheven is gehoord.
Indien bij regeling van Onze Minister van Financiën wordt overgegaan tot instelling van een handels- en dienstenentrepot wordt een nauwkeurige aanduiding en begrenzing opgenomen van het terrein of het gebouw, waar het handels- en dienstenentrepot zal worden ingesteld. Tevens worden daarbij ten aanzien van het terrein of het gebouw waar het handels- en dienstenentrepot zal worden ingesteld, voorwaarden gesteld waaraan moet zijn voldaan in geval van overdracht van de eigendom van het terrein of het gebouw dan wel de vestiging of overdracht van een beperkt zakelijk recht daarop. De voorschriften zullen moeten waarborgen dat het terrein of het gebouw, zolang het deel uitmaakt van een handels- en dienstenentrepot, uitsluitend zal worden aangewend ten behoeve van een tot het desbetreffende handels- en dienstenentrepot toegelaten rechtspersoon.
Bij regeling van Onze Minister van Financiën kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de bewaking van een handels- en dienstenentrepot door of namens de inspecteur en de daaraan verbonden kosten, inzake de afscheiding en de afsluiting van het terrein of het gebouw, behorende tot een handels- en dienstenentrepot, alsmede voorschriften ten behoeve van een doeltreffende douanecontrole.
Afdeling 2. Instelling handels- en dienstenentrepot
Artikel 5.4
Tot een handels- en dienstenentrepot wordt alleen toegelaten een rechtspersoon met een in aandelen verdeeld kapitaal die uitsluitend in één of meer handels- en dienstenentrepots diensten als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, wil verrichten of goederen wil opslaan, verwerken, bewerken, monteren, verpakken, tentoonstellen of anderszins behandelen, tenzij een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 5.8, de daarmee te realiseren omzet uitsluitend wordt behaald met het verrichten van deze prestaties aan niet op de BES eilanden woonachtige of gevestigde personen of aan een in een handels- en dienstenentrepot gevestigd ander bedrijf.
Na een daartoe strekkend schriftelijk verzoek kan door de inspecteur aan een rechtspersoon toelating tot een handels- en dienstenentrepot worden verleend indien het uit te oefenen bedrijf zal bijdragen aan de economische ontwikkeling van ten minste één van de BES eilanden door de uitbouw van de BES eilanden als internationaal centrum van dienstverlening of als internationaal distributiecentrum, mits:
- a. de omzet behaald met de levering van diensten als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, op jaarbasis minimaal USD 80 000 bedraagt dan wel omzet behaald met het opslaan, verwerken, bewerken, monteren, verpakken, tentoonstellen of anderszins behandelen van goederen op jaarbasis minimaal USD 800 000 bedraagt;
- b. het bedrijf blijvend voltijds werk verschaft aan ten minste drie op de BES eilanden wonende natuurlijk personen; en
- c. ter zake van de toelating in een handels- en dienstenentrepot een investering, zoals voor bedrijfsgebouwen, de eerste inrichting daarvan of anderszins, van ten minste USD 500 000 is gemoeid.
De inspecteur beslist bij beschikking op het schriftelijke verzoek van de in het eerste lid bedoelde rechtspersoon.
Onverminderd andere wettelijke bepalingen ten aanzien van de door een tot een handels- en dienstenentrepot toegelaten rechtspersoon bij te houden administratie, is hij gehouden zijn administratie op zodanige wijze te voeren en te bewaren, dat daaruit te allen tijde de voor de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk benodigde gegevens duidelijk blijken.
Artikel 5.5
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)