Wet van 19 mei 2011, houdende een integraal kader voor regels over gehouden dieren en daaraan gerelateerde onderwerpen (Wet dieren)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is ter uitvoering van Europese verplichtingen en in het belang van de gezondheid en het welzijn van dieren en in dat van de volksgezondheid, regels te stellen betreffende dieren, in het bijzonder door de mens gehouden dieren, onder erkenning van de intrinsieke waarde van het dier en acht slaand op ethische aspecten in relatie tot biotechnologie, en daarbij, uitdrukking gevend aan de samenhang met die regels, te betrekken regels omtrent diervoeders, diergeneesmiddelen en de diergeneeskunde, en aldus mede te kunnen voorzien in effectieve en eenduidige maatregelen teneinde de naleving van deze regels te bevorderen, dat het voorts wenselijk is regels te stellen ter bevordering van de zuiverheid van de in Nederland gefokte rassen en de afzet van dierlijke producten, en ter bescherming van het milieu in relatie tot het gebruik van diervoeders en het toepassen van diergeneesmiddelen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Algemeen deel
§ 1. Algemeen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- –. antimicrobiële stof: antimicrobiële stof als bedoeld in artikel 4, twaalfde lid, van verordening (EU) 2019/6;
- –. beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen: het als economische activiteit verlenen van diensten aan derden in de vorm van het verrichten van diergeneeskundige handelingen;
- –. dierenarts: degene die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 4.3, en:
- 1°. aan wie op grond van het afleggen van een examen van een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs door een universiteit dan wel de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, de graad Master op het gebied van de diergeneeskunde is verleend;
- 2°. die in het bezit is van een getuigschrift waaruit blijkt dat hij het afsluitend examen van de opleiding diergeneeskunde, bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, met goed gevolg heeft afgelegd, of
- 3°. die in het bezit is van een door een bevoegde instelling van een lidstaat van de Europese Unie, van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of van Zwitserland verleende titel na een opleiding op het gebied van de diergeneeskunde, welke voldoet aan bij ministeriële regeling gestelde eisen;
- –. diergeneeskundige handeling: een van de volgende handelingen bij of met betrekking tot dieren:
- 1°. het voorschrijven of uitvoeren van een behandeling of het onderzoeken van een dier, met het oog op het voorkomen, genezen, verzachten, onderkennen of opheffen van een aandoening, dierziekte, zoönose, ziekteverschijnsel, gebrek, of van in- of uitwendig letsel of pijn;
- 2°. het voorschrijven of toepassen van een verdoving of bedwelming;
- 3°. het verlenen van hulp met betrekking tot de geboorte of verwijdering van een vrucht;
- 4°. het onvruchtbaar maken;
- 5°. het winnen en overzetten van embryo’s of eicellen, en
- 6°. het verrichten van lichamelijke ingrepen ter uitvoering van de handelingen, bedoeld in de onderdelen 1° tot en met 6°, alsmede andere lichamelijke ingrepen;
- –. diergeneesmiddel: diergeneesmiddel als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening (EU) 2019/6;
- –. dierlijke producten: van dieren afkomstige producten, al dan niet bewerkt of verwerkt, en daarvan afgeleide producten, met inbegrip van levende producten als broedeieren, sperma, eicellen en embryo’s;
- –. dierlijke bijproducten: niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke producten;
- –. diervoeder: elke stof, elk product of elke samenstelling van stoffen of producten die bestemd is om te worden gebruikt voor voedering aan dieren, onverminderd de toepassing van een andersluidende definitie in een EU-verordening;
- –. EU-besluit: besluit als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
- –. EU-rechtshandeling: EU-verordening, EU-richtlijn of EU-besluit;
- –. EU-richtlijn: richtlijn als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
- –. EU-verordening: verordening als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
- –. gemedicineerd diervoeder: gemedicineerd diervoeder als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van verordening (EU) 2019/4;
- –. homeopathisch diergeneesmiddel: homeopathisch diergeneesmiddel als bedoeld in artikel 4, tiende lid, van verordening (EU) 2019/6;
- –. houder: eigenaar, houder of hoeder;
- –. immunologisch diergeneesmiddel: immunologisch diergeneesmiddel als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van verordening (EU) 2019/6;
- –. kadavers: lichamen van dode dieren die niet worden verwerkt tot voor menselijke consumptie bestemde producten;
- –. klinische proef: klinische proef als bedoeld in artikel 4, zeventiende lid, van verordening (EU) 2019/6;
- –. lichamelijke ingreep: ingreep bij een dier, waarbij de natuurlijke samenhang van levende weefsels wordt verbroken, met inbegrip van het afnemen van bloed en het geven van injecties, en met uitzondering van het doden van een dier;
- –. Onze Minister: Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
- –. Onze Ministers: Onze Minister en Onze Minister van Veiligheid en Justitie gezamenlijk;
- –. preklinische studie: preklinische studie als bedoeld in artikel 4, achttiende lid, van verordening (EU) 2019/6;
- –. stof: materie van menselijke, dierlijke, plantaardige of chemische oorsprong;
- –. verordening (EU) 2019/4: Verordening 2019/4 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van gemedicineerde diervoeders, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 183/2005 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 90/167/EEG van de Raad (PbEU 2019, L 4);
- –. verordening (EU) 2019/6: Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 2001/82/EG (PbEU 2019, L 4);
- –. ziekteverwekker: micro-organisme dat, onderscheidenlijk parasiet of andere biologische eenheid die, een dierziekte of zoönose kan veroorzaken.
Onder handel wordt mede verstaan: het bezit met het oog op verkoop, met inbegrip van het aanbieden, enige vorm van al dan niet gratis overdracht aan derden, alsmede de verkoop en andere vormen van overdracht zelf.
Artikel 1.2. Reikwijdte
Het bij en krachtens deze wet gestelde over dieren is van toepassing op gehouden dieren, voor zover niet anders is bepaald.
Het bij en krachtens deze wet gestelde over dierlijke producten is tevens van toepassing ten aanzien van dierlijke producten van andere dan gehouden dieren en is, voor zover het product tevens een levensmiddel is, van toepassing op:
- a. het keuren, uitsnijden, verpakken, merken, opslaan en vervoeren van vlees;
- b. het weren, bestrijden en voorkomen van verspreiding van ziekteverwekkers die schadelijk zijn voor dieren, en
- c. het bevorderen van de kwaliteit van dierlijke producten.
Het bij en krachtens deze wet gestelde over diergeneesmiddelen en diervoeders is met betrekking tot toepassing, onderscheidenlijk gebruik bij dieren tevens van toepassing ten aanzien van andere dan gehouden dieren.
Artikel 1.3. Intrinsieke waarde
De intrinsieke waarde van het dier wordt erkend.
Onder erkenning van de intrinsieke waarde als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan erkenning van de eigen waarde van dieren, zijnde wezens met gevoel. Bij het stellen van regels bij of krachtens deze wet, en het nemen van op die regels gebaseerde besluiten, wordt ten volle rekening gehouden met de gevolgen die deze regels of besluiten hebben voor deze intrinsieke waarde van het dier, onverminderd andere gerechtvaardigde belangen. Daarbij wordt er in elk geval in voorzien dat de inbreuk op de integriteit of het welzijn van dieren, verder dan redelijkerwijs noodzakelijk, wordt voorkomen en dat de zorg die de dieren redelijkerwijs behoeven is verzekerd.
Voor de toepassing van het tweede lid wordt tot de zorg die dieren redelijkerwijs behoeven in elk geval gerekend dat dieren, voor zover zulks redelijkerwijs kan worden verlangd, worden voorzien van:
- a. voldoende voeding van een goede kwaliteit;
- b. een comfortabele en veilige omgeving met een goed klimaat;
- c. waarborgen voor een goede gezondheid en het voorkomen van pijn;
- d. voldoende mogelijkheden om te voorzien in hun gedragsbehoeften; en
- e. een positieve emotionele toestand.
Artikel 1.4. Algemene zorgplicht
Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor dieren.
De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor dieren worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.
Hoofdstuk 2. Dieren
§ 1. Handelingen met dieren
Artikel 2.1. Dierenmishandeling
Het is verboden om zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen.
Tot de in het eerste lid verboden gedragingen worden in ieder geval gerekend:
- a. een dier arbeid doen verrichten die kennelijk zijn krachten te boven gaat of waartoe het uit hoofde van zijn toestand ongeschikt is;
- b. een koe met overvolle uier vervoeren of op een markt of openbare verkoping ten verkoop houden;
- c. bij de verlossing van een koe gebruikmaken van dierlijke trekkracht of van een niet daarvoor toegelaten krachttoestel, en
- d. een hond als trekkracht gebruiken met uitzondering van de sledehondensport, voor zover toegelaten.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorts gedragingen worden aangewezen die in ieder geval worden gerekend tot de verboden gedragingen, bedoeld in het eerste lid.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor een toelating als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c en d, of voor de bij algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het derde lid, aangewezen gedragingen.
Van de krachtens het derde lid aangewezen gedragingen kan, al dan niet in daarbij aangewezen gevallen, deel uitmaken het gebruik van voorwerpen die bij dieren pijn of letsel kunnen veroorzaken, dan wel de gezondheid of het welzijn kunnen benadelen.
Een ieder verleent een hulpbehoevend dier de nodige zorg.
Het bij en krachtens het eerste tot en met het zesde lid bepaalde is tevens van toepassing ten aanzien van andere dan gehouden dieren.
Artikel 2.2. Houden van dieren
Het is verboden dieren te houden die niet behoren tot door Onze Minister aangewezen diersoorten of diercategorieën.
Bij algemene maatregel van bestuur worden de criteria vastgesteld op grond waarvan Onze Minister diersoorten of diercategorieën, bedoeld in het eerste lid, aanwijst.
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden geregeld dat het verbod, bedoeld in het eerste lid, slechts van toepassing is op één of meer dierklassen.
De hoofdstukken 6, 7 en 8 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing op de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid.
Het is verboden dieren te houden waarbij in strijd met het bepaalde bij of krachtens artikel 2.25 stoffen zijn toegepast.
Het is verboden bij ministeriële regeling aangewezen dieren te houden. Een dier als bedoeld in de eerste volzin wordt aangewezen indien het een gevaar kan opleveren voor mens of dier.
Het is verboden dieren behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen diersoorten of diercategorieën van het ouderdier te scheiden voordat die dieren een bij die maatregel vastgestelde leeftijd hebben bereikt.
Het is houders van dieren verboden aan deze dieren de nodige verzorging te onthouden.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen over het houden van dieren behorende tot bij die maatregel aangewezen diersoorten of diercategorieën.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het onderwerp, bedoeld in het negende lid, voor dieren of voor dieren behorende tot bepaalde diersoorten of diercategorieën, regels worden gesteld die betrekking hebben op onder meer:
- a. een verbod op de aanwezigheid op of in de nabijheid van een bedrijf van bepaalde:
- 1°. diervoeders;
- 2°. diergeneesmiddelen, of
- 3°. andere stoffen of materialen voor zover die een risico kunnen opleveren voor de diergezondheid, het welzijn van dieren, de volksgezondheid, het milieu of de kwaliteit van een dierlijk product;
- b. de ruimte of het terrein waar dieren worden gehouden, waaronder:
- 1°. de afmeting, uitvoering en vormgeving;
- 2°. de wanden, de vloer en de grond;
- 3°. de voorzieningen, waaronder de voeder- en drinkwatervoorziening;
- 4°. de verlichting, luchtverversing en verwarming;
- 4a°. de brandveiligheid;
- 5°. het onderbrengen of afzonderen van zieke dieren, dieren die mogelijk met een besmettelijke ziekteverwekker zijn besmet, of dieren met een bepaalde gezondheidstoestand;
- 6°. de afrasteringen en beschutting, en
- 7°. de ligging ten opzichte van onroerende zaken en ruimten waar zich mensen kunnen bevinden;
- c. de wijze waarop dieren worden gehouden, waaronder:
- 1°. het vastleggen of aangebonden houden van dieren;
- 2°. het gescheiden houden van dieren, al naar gelang de leeftijd, het geslacht of de soort;
- 3°. het groeperen van dieren;
- 4°. het aantal dieren dat in één ruimte wordt gehouden, en
- 5°. de ruimte waarover dieren kunnen beschikken;
- d. de verzorging, de behandeling, het africhten, de voedering en de drenking van dieren;
- e. het gebruik en de bewaring van bepaalde diervoeders, alsmede een verbod daarop;
- f. de bestrijding van organismen die schadelijk zijn voor de gezondheid of het welzijn van dieren;
- g. de reiniging en ontsmetting van ruimten en aanwezige gereedschappen en andere instrumenten of uitrustingen waarmee dieren in aanraking kunnen komen;
- h. het opslaan van kadavers buiten de nabijheid van dieren;
- i. het bijeenbrengen, het aanvoeren en het afvoeren van dieren;
- j. de bedrijfsbegeleiding door een dierenarts;
- k. de bij de houder, de personen die bij hem in dienst zijn en de personen die voor hem diensten verrichten aanwezige kennis over het houden van dieren;
- l. het bijhouden, overleggen, controleren, bewaren en melden van gegevens, onder meer over:
- 1°. dieren, waaronder de gezondheidstoestand, geboorte- en sterftegevallen;
- 2°. bezoekers van bedrijven, en vervoermiddelen;
- 3°. de herkomst, bestemming of verplaatsing van dieren, en
- 4°. de herkomst, ontvangst, bereiding, bewerking, verwerking en verdere behandeling, opslag en bewaring van diervoeders en diergeneesmiddelen, alsmede het gebruik van diervoeders, onderscheidenlijk het toepassen van diergeneesmiddelen;
- m. de te verrichten onderzoeken bij dieren of in ruimten of op terreinen en gebieden waar dieren kunnen worden gehouden, naar de aanwezigheid van besmettelijke dierziekten, zoönosen, ziekteverschijnselen, ziekteverwekkers of organismen die drager van een ziekteverwekker kunnen zijn, of naar de werking van vaccins;
- n. hygiëne, het voorkomen van de verspreiding van dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen, en het weren van ziekteverwekkers;
- o. de behandeling en aanbieding voor onderzoek van doodgeboren of gestorven dieren, levende dierlijke producten, onvoldragen vruchten of nageboorten;
- p. de gevallen waarin een dierenarts of een ander persoon die is toegelaten tot het beroepsmatig verrichten van een diergeneeskundige handeling, wordt geconsulteerd;
- q. de voorwaarden waaronder, met betrekking tot de wijze waarop dieren worden gehouden op het bedrijf een bij of krachtens de maatregel aangewezen exclusieve aanduiding mag worden gebruikt, en
- r. een verbod op het houden van bepaalde diersoorten of diercategorieën, indien niet is voldaan aan ten aanzien van dat dier gestelde regels als bedoeld in onderdeel b, c, d, e, f, k, l en p.
Het bepaalde krachtens het tiende lid, onderdeel e, is tevens van toepassing ten aanzien van andere dan gehouden dieren.
Het is houders van dieren die bedrijfsmatig worden gehouden met het oog op de productie van dierlijke producten verboden om die dieren permanent de mogelijkheid te onthouden te voorzien in de voor de desbetreffende diersoort of diercategorie bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gedragsbehoeften.
Artikel 2.3. Gebruik van dieren
Het is verboden dieren te gebruiken met het oog op de productie van dierlijke producten.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op dieren behorende tot bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen diersoorten of diercategorieën.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden in het belang van de bescherming van het welzijn en de gezondheid van dieren regels gesteld voor de uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen over de doeleinden of activiteiten waarvoor dieren, diersoorten of diercategorieën kunnen worden gebruikt.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het onderwerp, bedoeld in het derde lid, regels worden gesteld die betrekking hebben op onder meer:
- a. een verbod op het gebruik van bepaalde dieren, diersoorten of diercategorieën voor bepaalde doelen of activiteiten, en
- b. het toestaan van het gebruik van bepaalde dieren, diersoorten of diercategorieën voor bepaalde doelen of activiteiten onder bij of krachtens de in het derde lid bedoelde algemene maatregel van bestuur gestelde voorwaarden.
Artikel 2.4. Identificatie van dieren
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen over de identificatie van dieren behorende tot bij die maatregel aangewezen diersoorten of diercategorieën.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het onderwerp, bedoeld in het eerste lid, regels worden gesteld voor bij deze maatregel aangewezen diersoorten of diercategorieën die betrekking hebben op onder meer:
- a. de verplichting tot identificatie;
- b. de hoedanigheid van de identificatiemiddelen;
- c. de gegevens die in of op de identificatiemiddelen worden vermeld of vastgelegd;
- d. de wijze en het moment van aanbrengen van identificatiemiddelen;
- e. de verwijdering en vervanging van identificatiemiddelen;
- f. de productie, het vervoeren, het te koop aanbieden, het verkopen, het voorhanden of in voorraad hebben, het afleveren en het in de handel brengen van identificatiemiddelen;
- g. het document waarin gegevens met betrekking tot de identificatie van dieren worden vastgelegd, en
- h. een verbod op het houden van een bepaald dier, bepaalde diersoorten of diercategorieën, indien niet is voldaan aan ten aanzien van dat dier of die dieren gestelde regels als bedoeld in de onderdelen a tot en met g.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen tevens regels worden gesteld met betrekking tot dieren en het bedrijf waar de dieren worden of zijn gehouden, ingeval ten aanzien van één of meer van de op het bedrijf aanwezige dieren niet kan worden voldaan aan de krachtens dit artikel gestelde regels.
Artikel 2.5. Vervoer van dieren
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen over het vervoer van dieren behorende tot bij die maatregel aangewezen diersoorten of diercategorieën.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het onderwerp, bedoeld in het eerste lid, regels worden gesteld voor bij deze maatregel aangewezen diersoorten of diercategorieën die betrekking hebben op onder meer:
- a. een verbod op het vervoeren van bepaalde dieren;
- b. de bij de te vervoeren dieren te verrichten onderzoeken;
- c. het bijeenbrengen, aanvoeren en afvoeren van dieren;
- d. de bewijsstukken die de dieren tijdens het vervoer vergezellen;
- e. de wijze van vervoer;
- f. de duur en de afstand van het vervoer, met inbegrip van rustpauzes;
- g. het in-, bij-, uit- en overladen van dieren;
- h. de beladingsdichtheid van vervoermiddelen;
- i. het verzegelen of merken van vervoermiddelen;
- j. voorwerpen die ten behoeve van het vervoer van dieren worden gebruikt;
- k. de verzorging, voedering en drenking van dieren tijdens het vervoer;
- l. de over het vervoer bij te houden gegevens;
- m. de reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen, en de plaatsen of inrichtingen waar dit plaatsvindt;
- n. hygiëne, het voorkomen van de verspreiding van dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen, en het weren van ziekteverwekkers, en
- o. de vakbekwaamheid van degene die de dieren vervoert of die bij het vervoer betrokken is.
Artikel 2.6. Fokken van dieren
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen over het fokken van en het voor de fok gebruiken van dieren behorende tot bij die maatregel aangewezen diersoorten of diercategorieën.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het onderwerp, bedoeld in het eerste lid, regels worden gesteld voor bij deze maatregel aangewezen diersoorten of diercategorieën die betrekking hebben op onder meer:
- a. een verbod op het fokken of het voor de fok gebruiken van:
- 1°. dieren die beschikken over een bepaalde aandoening die, of een uiterlijk kenmerk dat, de gezondheid of het welzijn van het dier of de nakomelingen van het dier kan aantasten;
- 2°. dieren die een gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid van mens of dier, en
- 3°. andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen dieren, diersoorten of diercategorieën;
- b. de methode van fokken, waaronder een verbod op bepaalde methoden van fokken;
- c. het voorafgaand aan het fokken door de fokker te verrichten of te doen verrichten onderzoek bij dieren waarmee wordt gefokt naar de aanwezigheid van aandoeningen die de gezondheid of het welzijn van de dieren of de nakomelingen van die dieren kunnen aantasten;
- d. hygiëne, het voorkomen van de verspreiding van dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen, en het weren van ziekteverwekkers;
- e. het aantal nesten dat dieren gedurende een bepaalde periode krijgen, en
- f. de bij te houden en over te leggen gegevens.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het onderwerp, bedoeld in het eerste lid, in het belang van de bevordering van de raszuiverheid of de verbetering van raskenmerken tevens regels worden gesteld voor bij deze maatregel aangewezen diersoorten of diercategorieën die betrekking hebben op onder meer:
- a. de organisaties die stamboeken of registers bijhouden;
- b. de eisen aan dieren, hun sperma, eicellen en embryo’s, onder meer voor inschrijving in een stamboek;
- c. het keuren van dieren;
- d. de methoden voor het onderzoek naar en beoordeling van de prestaties en de genetische waarde van dieren;
- e. het bewijs van inschrijving in een stamboek van dieren, en
- f. de voorwaarden voor toelating van fokdieren tot de voortplanting.
Onverminderd het eerste lid kunnen bij ministeriële regeling voorts regels worden gesteld over het fokken van en het voor de fok gebruiken van dieren behorende tot bij die regeling aangewezen diersoorten of diercategorieën die betrekking hebben op onder meer een geheel of gedeeltelijk verbod op het fokken of het voor de fok gebruiken van dieren, voor zover zonder een dergelijk verbod de gezondheid of het welzijn van het dier door uitzonderlijke omstandigheden ernstig in het geding komt.
Artikel 2.7. Handel in dieren
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen over het verkopen, het ten verkoop in voorraad hebben, het ten verkoop aanbieden, het kopen, het verhuren, het afleveren, het in de handel brengen en het in of buiten Nederland brengen van dieren behorende tot bij die maatregel aangewezen diersoorten of diercategorieën.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het onderwerp, bedoeld in het eerste lid, regels worden gesteld die betrekking hebben op onder meer:
- a. een verbod op het verkopen, het voor de verkoop in voorraad hebben, het voor de verkoop aanbieden, het kopen, het verhuren, het afleveren, het in de handel brengen of het in of buiten Nederland brengen van:
- 1°. dieren waarbij in strijd met het bepaalde bij of krachtens artikel 2.25 stoffen zijn toegepast, en
- 2°. andere aangewezen dieren, diersoorten of diercategorieën;
- b. de afkomst van de dieren;
- c. de documenten die de dieren vergezellen of die worden overgelegd;
- d. de gezondheidstoestand van de dieren;
- e. de bij de dieren te verrichten onderzoeken;
- f. degene die de dieren in de handel brengt, verkoopt, voor de verkoop in voorraad heeft, voor de verkoop aanbiedt, koopt, verhuurt of aflevert;
- g. de bij te houden en over te leggen gegevens;
- h. de bedrijfsruimten;
- i. de hoedanigheid van de dieren;
- j. de herkomst en bestemming van de dieren;
- k. hygiëne, het voorkomen van de verspreiding van dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen en het weren van ziekteverwekkers;
- l. de vakbekwaamheid van degene die de dieren in de handel brengt, verkoopt, voor de verkoop in voorraad heeft, voor de verkoop aanbiedt, koopt, verhuurt of aflevert, en
- m. een verbod op het verkopen van bij of krachtens die maatregel aangewezen diersoorten of diercategorieën aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze een in die maatregel genoemde leeftijd heeft bereikt.
Het is verboden dieren waarbij een bij artikel 2.8 verboden lichamelijke ingreep is verricht voor de verkoop in voorraad te hebben, voor de verkoop aan te bieden, te verkopen en te kopen.
Artikel 2.8. Diergeneeskundige handelingen
Het is verboden lichamelijke ingrepen te verrichten.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing ten aanzien van:
- a. lichamelijke ingrepen waarvoor een diergeneeskundige noodzaak bestaat;
- b. bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen lichamelijke ingrepen, en
- c. overige bij of krachtens enig wettelijk voorschrift verplichte dan wel toegestane lichamelijke ingrepen.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen over het verrichten van diergeneeskundige handelingen.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het onderwerp, bedoeld in het derde lid, regels worden gesteld die betrekking hebben op onder meer:
- a. de verplichting om daarbij aangewezen diergeneeskundige handelingen te verrichten;
- b. de wijze waarop en de voorwaarden waaronder diergeneeskundige handelingen worden verricht;
- c. de aanwijzing van dieren waarbij of met betrekking tot welke de daarbij aangewezen diergeneeskundige handelingen mogen worden verricht;
- d. de inrichting en het gebruik van de ruimten waarin diergeneeskundige handelingen worden verricht;
- e. de hoedanigheid, het voorhanden of in voorraad hebben, het aanbieden, het afleveren, het verkopen, het kopen, het in de handel brengen, het in en buiten Nederland brengen en het gebruik van hulpmiddelen, waaronder apparatuur, die bij het verrichten van diergeneeskundige handelingen worden gebruikt, en
- f. het bijhouden, overleggen, controleren, bewaren en melden van gegevens over verrichte diergeneeskundige handelingen;
- g. de bedrijfsbegeleiding door een dierenarts.
Het bij en krachtens het eerste tot en met het vierde lid bepaalde is tevens van toepassing ten aanzien van andere dan gehouden dieren.
Artikel 2.9. Bevoegdheid tot het verrichten van diergeneeskundige handelingen
Het beroepsmatig verrichten van diergeneeskundige handelingen is verboden voor een ieder die daartoe niet bij of krachtens artikel 4.1 is toegelaten.
Het anders dan beroepsmatig verrichten van lichamelijke ingrepen is verboden voor anderen dan de personen, bedoeld in het eerste lid.
De verboden, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn niet van toepassing op bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen diergeneeskundige handelingen. De aanwijzing van diergeneeskundige handelingen kan worden beperkt tot het in een bepaalde hoedanigheid verrichten van de aangewezen handeling.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen andere diergeneeskundige handelingen dan lichamelijke ingrepen worden aangewezen waarvan het anders dan beroepsmatig verrichten bij dieren, verboden is.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de kwalificaties van andere personen dan die bij of krachtens artikel 4.1 zijn toegelaten, die diergeneeskundige handelingen verrichten, waaronder de opleiding en bij- of nascholing.
Het bij en krachtens het eerste tot en met het vijfde lid bepaalde is tevens van toepassing op het verrichten van diergeneeskundige handelingen bij andere dan gehouden dieren.
Artikel 2.10. Doden van dieren
Het is verboden om dieren behorend tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen diersoorten of diercategorieën te doden, behoudens in gevallen waarin een dier wordt gedood voor de bedrijfsmatige productie van dierlijke producten of in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen. Bij algemene maatregel van bestuur worden in elk geval aangewezen de krachtens artikel 2.2, eerste lid, aangewezen zoogdiersoorten en ganzen.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen over het doden, het bedwelmen, het fixeren, het onderbrengen en het verplaatsen van dieren.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het onderwerp, bedoeld in het tweede lid, regels worden gesteld voor bij deze maatregel aan te wijzen diersoorten of diercategorieën die betrekking hebben op onder meer:
- a. een verbod op het doden van bepaalde dieren;
- b. de wijze waarop dieren worden gedood;
- c. situaties waarin het is toegestaan dieren te doden;
- d. voorwaarden waaronder het is toegestaan dieren te doden;
- e. de personen die dieren doden, of die daarbij betrokken zijn;
- f. de plaats waar dieren worden gedood;
- g. het vervoeren, het aanvoeren en het afvoeren van dieren naar de plaats waar wordt gedood;
- h. het verplaatsen van dieren in de ruimten waar dieren worden gedood;
- i. het onderbrengen van dieren in de ruimten waar dieren worden gedood;
- j. het fixeren van dieren;
- k. het bedwelmen van dieren;
- l. de inrichting, uitvoering en vormgeving van ruimten waar dieren worden gedood, waaronder de aanwezige voorzieningen;
- m. de gegevens over de te doden dieren die voorafgaand aan het doden worden overgelegd;
- n. de gezondheidsstatus van de te doden dieren;
- o. de onderzoeken aan en met betrekking tot de dieren;
- p. de keuring van dieren;
- q. de personen die dieren keuren, of die daarbij betrokken zijn;
- r. hygiëne, het voorkomen van de verspreiding van dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen, en het weren van ziekteverwekkers, en
- s. de instrumenten, installaties en verdere voorzieningen voor het fixeren, bedwelmen of doden van dieren.
Het is toegestaan om dieren zonder voorafgaande bedwelming te doden volgens de israëlitische of de islamitische ritus. Bij algemene maatregel van bestuur worden in het belang van de bescherming van de dieren nadere regels gesteld over het doden volgens de israëlitische of de islamitische ritus.
De regels, bedoeld in het vierde lid, kunnen betrekking hebben op onder meer:
- a. de wijze waarop dieren worden gedood;
- b. de personen die het doden van dieren uitvoeren;
- c. de inrichting, uitvoering en vormgeving van ruimten waar dieren worden gedood, waaronder de aanwezige voorzieningen, en
- d. de aanwezigheid van een op grond van artikel 8.1 aangewezen ambtenaar, tevens zijnde een dierenarts, en de door die ambtenaar te geven aanwijzingen.
Artikel 2.11. Verbod op opzettelijke besmetting
Vervallen
Artikel 2.12. Meldingsplicht
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voor de uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen regels gesteld over het melden van een dierziekte, zoönose, ziekteverwekker of ziekteverschijnsel.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het onderwerp, bedoeld in het eerste lid, regels worden gesteld die betrekking hebben op onder meer:
- a. een verplichting om een besmetting of een vermoedelijke besmetting te melden;
- b. de te melden dierziekten, zoönosen, ziekteverwekkers of ziekteverschijnselen;
- c. de personen voor wie de meldingsplicht geldt;
- d. de termijn waarbinnen de melding plaatsvindt, en
- e. degene tot wie de melding wordt gericht.
Het eerste en tweede lid zijn tevens van toepassing op dierziekten, zoönosen, ziekteverwekkers of ziekteverschijnselen bij andere dan gehouden dieren.
Artikel 2.13. Verbod op het gebruik van dieren als prijs
Het is verboden dieren als prijs, beloning of gift uit te loven of uit te reiken naar aanleiding van wedstrijden, verlotingen, weddenschappen of andere dergelijke evenementen.
Artikel 2.14. Verbod op dierengevechten
Het is verboden dierengevechten te organiseren of dieren aan dierengevechten te doen deelnemen.
Het is verboden bij dierengevechten aanwezig te zijn.
Artikel 2.15. Wedstrijden met dieren
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld voor de uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen over wedstrijden met dieren.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het onderwerp, bedoeld in het eerste lid, regels worden gesteld die betrekking hebben op onder meer:
- a. een verbod op het organiseren en het houden van wedstrijden met een bepaald doel, en het daaraan doen deelnemen van dieren;
- b. een verbod voor bepaalde personen op het organiseren van wedstrijden;
- c. de leeftijd, de gezondheidstoestand en afkomst van de dieren die aan wedstrijden deelnemen;
- d. de frequentie waarmee dieren aan wedstrijden deelnemen;
- e. een verbod op het inschrijven voor, het toelaten tot en het deelnemen aan wedstrijden van bepaalde dieren;
- f. de aanwezigheid van een dierenarts bij wedstrijden;
- g. de baan- en hindernisbouw bij wedstrijden;
- h. de organisatie van wedstrijden en de inrichting van wedstrijdterreinen, en
- i. hygiëne, het voorkomen van de verspreiding van dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen, en het weren van ziekteverwekkers.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het gebruik van stoffen bij dieren die het prestatievermogen van dieren in wedstrijden kunnen beïnvloeden.
De regels, bedoeld in het derde lid, kunnen betrekking hebben op onder meer:
- a. een verbod op het gebruik van bepaalde stoffen en het vaststellen van het maximum toegestane gehalte aan bepaalde stoffen;
- b. de toepassing van stoffen bij dieren;
- c. de uitsluiting van dieren van deelname aan wedstrijden ingeval in de dieren een stof, een bestanddeel daarvan of een omzettingsproduct, aanwezig is, of dat wordt vermoed;
- d. de wijze waarop de aanwezigheid van een stof in dieren, een bestanddeel daarvan of een omzettingsproduct, wordt aangetoond, en
- e. een verbod op het voorhanden, in voorraad of aanwezig hebben van stoffen.
Het is verboden deel te nemen aan wedstrijden met dieren waarbij een bij artikel 2.8 verboden of bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen lichamelijke ingreep is verricht.
Het is verboden dieren waarbij een bij artikel 2.8 verboden of bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen lichamelijke ingreep is verricht, tot een wedstrijd toe te laten.
Artikel 2.16. Vertoning dieren
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het houden van keuringen, tentoonstellingen en andere gelegenheden of inrichtingen waar dieren worden gehouden en aan het publiek worden getoond wegens recreatieve, sportieve of opvoedkundige doeleinden.
De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen onder meer betrekking hebben op:
- a. een verbod op het met bepaalde dieren deelnemen aan een tentoonstelling;
- b. een verbod op het toelaten van bepaalde dieren tot een tentoonstelling, een gelegenheid of een inrichting;
- c. hygiëne, het voorkomen van de verspreiding van dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen, en het weren van ziekteverwekkers;
- d. de bevordering van de instandhouding van diersoorten, en
- e. informatie en educatie met betrekking tot de tentoongestelde diersoorten.
Het is verboden deel te nemen aan tentoonstellingen of keuringen met dieren waarbij een bij artikel 2.8 verboden of bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen lichamelijke ingreep is verricht.
Het is verboden dieren waarbij een bij artikel 2.8 verboden of bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen lichamelijke ingreep is verricht, tot een tentoonstelling of keuring toe te laten.
§ 2. Regels over diervoeders
Artikel 2.17. Veiligheid en deugdelijkheid diervoeders
Het is verboden in strijd met een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voor de uitvoering van een EU-richtlijn vastgesteld voorschrift, een handeling te verrichten die ertoe strekt diervoeders te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verpakken, te etiketteren, in de handel te brengen, in of buiten Nederland te brengen, te vervoeren of aan te bieden, aan te prijzen, af te leveren, te ontvangen, voorhanden of in voorraad te hebben:
- a. die niet zuiver, deugdelijk, of van gebruikelijke handelskwaliteit zijn;
- b. die een gevaar opleveren voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu, indien niet correct gebruikt, of
- c. die de dierlijke productie ongunstig kunnen beïnvloeden.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op andere stoffen of producten die bestemd zijn voor het voederen van dieren.
Artikel 2.18. Nadere regels over diervoeders
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen met betrekking tot diervoeders en andere stoffen of producten die bedoeld zijn voor het voederen van dieren.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het onderwerp, bedoeld in het eerste lid, regels worden gesteld die betrekking hebben op onder meer:
- a. een verbod op het bereiden, het bewerken, het verwerken, het verpakken, het etiketteren, het voorhanden of in voorraad hebben, het vervoeren, het afleveren of het in de handel brengen van bepaalde diervoeders, alsmede handelingen als bedoeld in artikel 2.17, de bij deze handelingen te hanteren procedures en normen, waaronder de daarbij te verstrekken informatie;
- b. de hoedanigheid van diervoeders, waaronder de aanwezigheid van diergeneesmiddelen, of stoffen die in diervoerders voorkomen;
- c. het bereiden, het bewerken en het verwerken van diervoeders;
- d. het verpakken en het etiketteren van diervoeders;
- e. het ontvangen, het voorhanden of in voorraad hebben, het in de handel brengen, het in of buiten Nederland brengen, het vervoeren, het afleveren, het aanbieden en het aanprijzen van diervoeders;
- f. ruimten waarin diervoeders worden bereid, bewerkt, verwerkt, verpakt, geëtiketteerd dan wel voorhanden of in voorraad worden gehouden, waaronder de inrichting en het gebruik van die ruimten;
- g. de hulpmiddelen, waaronder apparatuur, die bij het bereiden, het bewerken, het verwerken, het verpakken, het etiketteren, het bewaren en het vervoeren van diervoeders worden gebruikt;
- h. de kwalificaties van personen die zijn betrokken bij het bereiden, het bewerken, het verwerken, het verpakken of het vervoeren van, onderscheidenlijk de handel in diervoeders, waaronder hun opleiding;
- i. controles door bereiders, bewerkers, verwerkers, verpakkers, vervoerders of houders van, onderscheidenlijk handelaren in diervoeders, waaronder de wijze van controles en monsterneming, de vastlegging van controleresultaten alsmede het bewaren en overleggen van controleresultaten en monsters;
- j. het bijhouden, overleggen, controleren, bewaren en melden van gegevens over de voorraad, de bereiding, de bewerking, de verwerking, de ontvangst, de herkomst, de aflevering, de vernietiging, de bestemming, het verbruik en de vervoedering van diervoeders;
- k. hygiëne, het voorkomen van de verspreiding van dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen, en het weren van ziekteverwekkers, en
- l. het zich ontdoen van resten en lege verpakkingen van diervoeders.
§ 3. Regels over diergeneesmiddelen
Artikel 2.19. Vergunning ten aanzien van diergeneesmiddelen
Vervallen
Artikel 2.20. Diergeneesmiddelen
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen met betrekking tot diergeneesmiddelen of gemedicineerde diervoeders.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het onderwerp, bedoeld in het eerste lid, regels worden gesteld die betrekking hebben op onder meer:
- a. onderzoek en ontwikkeling met betrekking tot diergeneesmiddelen en grondstoffen voor diergeneesmiddelen, klinische proeven en preklinische studies;
- b. procedures voor de registratie van homeopathische diergeneesmiddelen;
- c. het vervaardigen, het bewerken, het verwerken, het verpakken en het etiketteren van:
- 1°. diergeneesmiddelen die in de apotheek of door een andere persoon voor een bepaald dier of een kleine groep dieren worden bereid, of
- 2°. diergeneesmiddelen die in de apotheek overeenkomstig de aanwijzingen van een farmacopee worden bereid en die voor directe verstrekking aan de eindgebruiker zijn bestemd;
- d. het vervoeren van:
- 1°. diergeneesmiddelen, of
- 2°. grondstoffen voor diergeneesmiddelen;
- e. het leveren van diergeneesmiddelen waarvoor een diergeneeskundig voorschrift vereist is;
- f. de kleinhandel in diergeneesmiddelen;
- g. het bewaren en behandelen van diergeneesmiddelen;
- h. het beperken van het gebruik van diergeneesmiddelen tot bepaalde personen die zijn ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid;
- i. het gebruik van antimicrobiële stoffen;
- j. het bijhouden, overleggen, controleren, bewaren en melden van gegevens over de voorraad, de vervaardiging, de bewerking, de verwerking, de ontvangst, de herkomst, de aflevering, de vernietiging, de bestemming en het gebruik van diergeneesmiddelen; en
- k. reclame voor diergeneesmiddelen.
Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op bij ministeriële regeling aangewezen stoffen die geen diergeneesmiddel zijn maar wel als zodanig kunnen worden gebruikt, of gemedicineerde diervoeders.
Artikel 2.21. Kanalisatie
Vervallen
Artikel 2.22. Gebruik ziekteverwekkers
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen met betrekking tot ziekteverwekkers.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het onderwerp, bedoeld in het eerste lid, regels worden gesteld die betrekking hebben op onder meer:
- a. het bereiden, het bewerken, het verwerken en het vermengen van ziekteverwekkers;
- b. het voorhanden of in voorraad hebben, het vervoeren van ziekteverwekkers en het in de handel brengen van ziekteverwekkers door personen die immunologische diergeneesmiddelen of biologische diagnostica bereiden;
- c. het weren, het voorkomen van verspreiding en het vernietigen van ziekteverwekkers;
- d. het voeren van een administratie en het verstrekken van gegevens omtrent ziekteverwekkers, en
- e. een verbod op het vervoeren van bepaalde ziekteverwekkers.
Bij ministeriële regeling kunnen ziekteverwekkers worden aangewezen waarvan het voorhanden of in voorraad houden uitsluitend is toegestaan aan:
- a. instellingen van wetenschap of onderzoek die bij ministeriële regeling zijn aangewezen in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat, voor zover de ziekteverwekkers zijn bestemd voor gebruik voor wetenschappelijke doeleinden, of
- b. bereiders van immunologische diergeneesmiddelen of biologische diagnostica, voor zover de ziekteverwekkers zijn bestemd voor de bereiding van, of de controle op die producten.
Het derde lid is niet van toepassing ten aanzien van ziekteverwekkers, bestemd voor de bereiding van of de controle op therapeutische of diagnostische middelen die zijn bestemd voor toepassing bij onderzoek of behandeling van de mens.
§ 4. Biotechnologie
§ 4. Biotechnologie
Artikel 2.25. Verboden stoffen
Het is verboden om op enigerlei wijze handelingen te verrichten in strijd met bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voor de uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen gestelde regels over het bij dieren of op cel- of weefselcultures bij dieren toepassen van diergeneesmiddelen, diervoeders, stoffen of producten.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing in bij ministeriële regeling, in voorkomend geval met inachtneming van EU-rechtshandelingen, aangewezen gevallen.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor bij deze maatregel aan te wijzen diersoorten of diercategorieën regels worden gesteld over het bij dieren of op cel- of weefselcultures bij dieren toepassen van diergeneesmiddelen, diervoeders, bij of krachtens die maatregel aangewezen stoffen of producten, welke regels betrekking kunnen hebben op onder meer:
- a. de aard van de stof;
- b. het doel waarvoor de stof wordt toegepast;
- c. de wijze waarop de stof wordt toegepast;
- d. de diersoort of diercategorie waartoe de dieren, dan wel cel- of weefselcultures van dieren behoren waarbij de stof uitsluitend mag worden toegepast;
- e. het moment van toepassing, en
- f. de waarborgen die worden getroffen in het belang van de dieren of de volksgezondheid.
Voor zover een aanwijzing van een stof als bedoeld in het derde lid geschiedt krachtens algemene maatregel van bestuur en indien die aanwijzing geheel of mede in het belang is van de volksgezondheid, geschiedt deze in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Hoofdstuk 3. Dierlijke producten
§ 5. Overig
Artikel 3.1. Algemeen
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen over dierlijke producten.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het onderwerp, bedoeld in het eerste lid, regels worden gesteld die betrekking hebben op onder meer:
- a. het produceren, het bewerken, het verwerken, het in voorraad of voorhanden hebben, het vervoeren, het opslaan, het verzamelen, het hanteren, het gebruik, het verwijderen, het in de handel brengen en het in of buiten Nederland brengen van dierlijke producten;
- b. een verbod op het produceren, het bewerken, het verwerken, het in voorraad of voorhanden hebben, het vervoeren, het gebruik, het in de handel brengen en het in of buiten Nederland brengen van bepaalde producten;
- c. de registratie van degene die de producten produceert, bewerkt, verwerkt, in voorraad of voorhanden heeft, verpakt, vervoert, in de handel brengt of in of buiten Nederland brengt;
- d. het winnen, het bewerken, het mengen, het opslaan, het verhandelen en het gebruiken van sperma, eicellen en embryo’s, de inrichtingen waar dit plaatsvindt, en de bedrijfsvoering aldaar;
- e. de documenten die de producten vergezellen en die worden overgelegd;
- f. de herkomst van de in Nederland te brengen producten;
- g. de identificatie en registratie van de producten;
- h. het bijhouden van een administratie;
- i. de inrichting van de ruimte waar de producten worden geproduceerd, bewerkt, verwerkt, verpakt, opgeslagen of in voorraad gehouden;
- j. de inslag en de uitslag;
- k. de afkomst, de bestemming, de hoedanigheid, de kwaliteit, de samenstelling, de etikettering, de benaming en de verpakking van producten, en de informatie die met betrekking tot de producten wordt overgelegd;
- l. het vervoer van de producten en de vervoermiddelen;
- m. de behandeling van producten ter bestrijding van ziekteverwekkers dan wel voorkoming van aanwezigheid ervan, en
- n. hygiëne, het voorkomen van de verspreiding van dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen, en het weren van ziekteverwekkers.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op andere dan dierlijke producten, voor zover zij een gevaar voor verspreiding van een ziekteverwekker kunnen opleveren.
Artikel 3.2. Productie van vlees
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden in het belang van de volksgezondheid regels gesteld voor de uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen over de productie van vlees na het doden van dieren.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor het onderwerp, bedoeld in het eerste lid, regels worden gesteld die betrekking hebben op onder meer:
- a. de onderwerpen, genoemd in artikel 3.1, tweede lid;
- b. de onderzoeken bij dode dieren;
- c. de personen die dieren onderzoeken, of die daarbij betrokken zijn;
- d. de keuring van dode dieren;
- e. de personen die dode dieren keuren, of die daarbij betrokken zijn;
- f. de voorwaarden waaronder vlees geschikt is voor menselijke consumptie;
- g. het uitsnijden en bewerken van vlees;
- h. de personen die vlees uitsnijden of bewerken, of die daarbij betrokken zijn;
- i. de opslag en het vervoer van vlees;
- j. het afleveren van vlees en het in de handel brengen van vlees met het oog op verdere bewerking of verwerking;
- k. de hoedanigheid van vlees, en
- l. het merken van vlees.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op gehakt vlees, separatorvlees, vleesbereidingen en vleesproducten als bedoeld in krachtens de Warenwet gestelde voorschriften.
§ 1. Algemene regels over dierlijke producten
Artikel 3.3. Werkgebieden
Bij ministeriële regeling kunnen met het oog op de doelmatige voorziening in de verwerking van bij die regeling aangewezen dierlijke bijproducten werkgebieden worden vastgesteld waarin een ondernemer met uitsluiting van andere ondernemers deze producten verwerkt of door verbranding verwijdert.
Bij ministeriële regeling kan:
- a. een in het eerste lid bedoeld werkgebied worden vastgesteld dat zich uitstrekt tot het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Unie of een gedeelte daarvan, indien daarover overeenstemming bestaat met de desbetreffende lidstaat, en
- b. een in het eerste lid bedoeld werkgebied worden vastgesteld voor een ondernemer die is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie.
Indien aan een in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde ondernemer een werkgebied binnen Nederland is toegewezen, zijn de artikelen 3.4, 3.5 en 3.6 van overeenkomstige toepassing.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing, vaststelling of wijziging van werkgebieden.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot situaties waarin wordt afgeweken van het eerste lid, ingeval de ondernemer als gevolg van overmacht niet in staat is om de ingevolge het eerste lid aangewezen dierlijke bijproducten te verwerken, waarbij Onze Minister een of meer andere verwerkers tijdelijk kan toestaan of aanwijzen om deze dierlijke bijproducten te verwerken of te verwijderen. Deze regels zijn van toepassing zolang de situatie dit vereist.
Artikel 3.4. Verplichtingen in werkgebieden
In een werkgebied dat ingevolge artikel 3.3, eerste lid, is vastgesteld, geeft de houder van ingevolge artikel 3.3, eerste lid, aangewezen dierlijke bijproducten dit materiaal aan bij, houdt het ter beschikking van, en staat het af aan, de ondernemer binnen wiens werkgebied het materiaal zich bevindt.
De ondernemer voor wie een werkgebied is vastgesteld, haalt de bij hem aangegeven dierlijke bijproducten op en verwerkt of verwijdert deze.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de in het eerste en tweede lid gestelde verplichtingen.
Indien kadavers van gezelschapsdieren zijn aangewezen ingevolge artikel 3.3, eerste lid, zijn het eerste tot en met het derde lid niet van toepassing op deze producten.
Artikel 3.5. Kadavers gezelschapsdieren
Indien kadavers van gezelschapsdieren zijn aangewezen ingevolge artikel 3.3, eerste lid, worden bij gemeentelijke verordening ten aanzien van deze producten regels gesteld ter zake van:
- a. het aangeven en het bewaren door de houder van kadavers van gezelschapsdieren;
- b. het ophalen van kadavers van gezelschapsdieren, en
- c. het overdragen van kadavers van gezelschapsdieren aan de ondernemer binnen wiens werkgebied het materiaal zich bevindt.
Indien tussen een gemeente en de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde ondernemer een overeenkomst is gesloten omtrent de in het eerste lid, onderdelen b en c, genoemde onderwerpen, behoeft de gemeentelijke verordening geen voorschriften over die onderwerpen te bevatten.
De ondernemer, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, verwerkt of verwijdert de aan hem overgedragen kadavers van gezelschapsdieren.
De in het eerste lid bedoelde voorschriften en het derde lid zijn niet van toepassing indien kadavers van gezelschapsdieren worden verwijderd door een ander dan de ondernemer, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, voor zover dit geschiedt op een wijze die ingevolge de krachtens artikel 3.1 gestelde voorschriften is toegestaan.
Bij ministeriële regeling kunnen het eerste, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing worden verklaard op andere bij die regeling aangewezen dierlijke bijproducten.
Artikel 3.6. Vergoedingen
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de vergoeding die een ondernemer voor het ophalen, het vervoeren, het verwerken of het verwijderen van ingevolge artikel 3.3, eerste lid, aangewezen dierlijke bijproducten in rekening brengt aan degene die deze producten aanbiedt.
De regels, bedoeld in het eerste lid, kunnen betrekking hebben op onder meer:
- a. de wijze waarop de vergoeding door de ondernemer wordt bepaald, en
- b. de maximum hoogte van de vergoeding.
Hoofdstuk 4. Toelating beroepen in de uitoefening van de diergeneeskunde
Hoofdstuk 5. Maatregelen
§ 1. Algemeen
Artikel 5.1. Algemene bevoegdheid
De maatregelen, bedoeld in dit hoofdstuk, kunnen voor één of meer afzonderlijke gevallen, dan wel ten algemene worden voorgeschreven.
De maatregelen, bedoeld in dit hoofdstuk, kunnen voor geheel Nederland of voor bepaalde gedeelten daarvan worden voorgeschreven.
Aan de maatregelen, bedoeld in dit hoofdstuk, kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden. Het is verboden te handelen in strijd met voorschriften als bedoeld in de eerste volzin.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld voor de uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen die betrekking hebben op acute maatregelen ter preventie of bestrijding van besmettelijke dierziekten, zoönosen of ziekteverschijnselen of bestuurlijke maatregelen als bedoeld in paragraaf 5.3. In andere gevallen kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld over de uitvoering van die maatregelen.
Artikel 5.2. Spoedeisendheid
Ingeval in het belang van de gezondheid van mens of dier naar het oordeel van Onze Minister een onverwijlde voorziening noodzakelijk is, kan hij bepalen dat door hem krachtens dit hoofdstuk vastgestelde regelingen onmiddellijk na hun bekendmaking in werking treden.
Een regeling als bedoeld in het eerste lid kan, in afwijking van artikel 5, aanhef en onder a, van de Bekendmakingswet, door Onze Minister op andere dan de daar genoemde wijze bekend worden gemaakt. In dit geval wordt de regeling tevens zo snel mogelijk bekendgemaakt op de wijze, genoemd in artikel 5, aanhef en onderdeel a, van de Bekendmakingswet.
Onze Minister kan mandaat verlenen voor het stellen van regels krachtens dit hoofdstuk ten aanzien van gevallen waarin in het belang van de gezondheid van mens of dier een onverwijlde voorziening noodzakelijk is.
Het mandaat, bedoeld in het derde lid, kan tevens betrekking hebben op de bevoegdheden, bedoeld in het eerste en het tweede lid.
Een krachtens dit hoofdstuk of een EU-rechtshandeling als bedoeld in artikel 5.1, vierde lid, te treffen besluit hoeft niet eerst op schrift te worden gesteld ingeval in het belang van preventie of bestrijding van besmettelijke dierziekten, zoönosen of ziekteverschijnselen of het weren van ziekteverwekkers een onverwijlde tenuitvoerlegging van een maatregel noodzakelijk is. In dat geval zorgt Onze Minister alsnog zo spoedig mogelijk voor de opschriftstelling en bekendmaking.
§ 2. Preventie en bestrijding van besmettelijke dierziekten, zoönosen en ziekteverschijnselen
§ 3. Bestuurlijke maatregelen
Artikel 5.10. Dieren en producten
Onze Minister kan maatregelen treffen met betrekking tot:
- a. dieren en dierlijke producten ten aanzien waarvan niet is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze wet, of waarvan dit wordt vermoed;
- b. dieren en dierlijke producten die drager zijn van een ziekteverwekker die een ernstig gevaar voor mens of dier of voor het milieu kan opleveren, of waarvan dit wordt vermoed, en
- c. dieren, al dan niet gehouden, die via voedering, drenking, inademing of een andere vorm van blootstelling een schadelijke stof hebben opgenomen, of waarvan wordt vermoed dat zij deze hebben opgenomen, of die het gevaar lopen de stof op te nemen, alsook met betrekking tot de van die dieren afkomstige dierlijke producten.
De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot dieren zijn:
- a. een verplichting tot het afzonderen, het opstallen, het ophokken, het op een aangewezen plaats houden, het vastleggen of het opsluiten;
- b. een verplichting tot het voederen, het drenken, het verzorgen of het behandelen;
- c. een verplichting tot het merken, het identificeren en registreren;
- d. een verbod op het van een bedrijf afvoeren, het in de handel brengen, of op het in of buiten Nederland brengen;
- e. een verplichting tot het terugzenden, voor zover het dier afkomstig is uit een ander land of tot het vrijlaten van gevangen dieren, voor zover die dieren afkomstig zijn uit het wild;
- f. een verbod op het doden, het voorhanden hebben, het in voorraad hebben, het jagen, het vissen of het vangen, alsmede op het gebruik van bepaalde methoden of materialen waarmee dat jagen, vissen of vangen kan geschieden, en
- g. een verplichting tot het laten doden en vernietigen, voor zover:
- 1°. dit nodig is ter voorkoming van een ernstig gevaar voor mens of dier, of
- 2°. een EU-rechtshandeling daartoe verplicht.
De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, met betrekking tot dierlijke producten zijn:
- a. een verplichting tot het afzonderen of het op een aangewezen plaats houden;
- b. een verplichting tot het terugzenden, voor zover het product afkomstig is uit een ander land;
- c. een verplichting tot het vernietigen;
- d. een verbod op het van een bedrijf afvoeren of het in de handel brengen;
- e. een verbod op het in of het buiten Nederland brengen;
- f. een verplichting tot het terugroepen of het uit de handel nemen;
- g. een verplichting tot het gebruik voor andere doeleinden dan waarvoor het bestemd was;
- h. een verplichting tot het behandelen, en
- i. een verplichting tot het identificeren en registreren.
Het eerste en het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op andere dan dierlijke producten, voor zover het product een gevaar voor verspreiding van een ziekteverwekker kan opleveren.
Maatregelen, die krachtens het eerste lid, onderdeel c, worden getroffen met betrekking tot dieren die wegens de opname, de vermoedelijke opname of het gevaar van opname van schadelijke stoffen een ernstig gevaar voor de volksgezondheid kunnen opleveren, worden getroffen in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Artikel 5.11. Diervoeders en gemedicineerde diervoeders
Onze Minister kan maatregelen treffen met betrekking tot:
- a. diervoeders en gemedicineerde diervoeders ten aanzien waarvan niet is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze wet of ten aanzien waarvan dit wordt vermoed, en
- b. diervoeders en gemedicineerde diervoeders die de gezondheid van mens of dier of het milieu in gevaar kunnen brengen.
De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, kunnen inhouden:
- a. een verbod op het vervoeren, het bewerken of het verwerken en het in de handel brengen;
- b. een verplichting tot tijdelijke opslag;
- c. een verplichting tot het terugroepen of het uit de handel nemen;
- d. een verplichting tot het vernietigen;
- e. een verbod op het in of buiten Nederland brengen;
- f. een verplichting tot het terugzenden, voor zover het product afkomstig is uit een ander land;
- g. een verplichting om houders, dan wel vermoedelijke houders onverwijld en op doeltreffende wijze op de hoogte te stellen;
- h. een verplichting tot het identificeren en registreren van de diervoeders en gemedicineerde diervoeders;
- i. een verplichting tot het ontsmetten, dan wel het toepassen van een andere passende behandeling;
- j. een verplichting tot het ophalen van in de handel gebrachte diervoeders en gemedicineerde diervoeders en het opslaan op een bij de maatregel aangewezen plaats;
- k. een verplichting om de diervoeders en gemedicineerde diervoeders voor andere doeleinden te gebruiken, en
- l. een verbod op het voederen aan, het toepassen bij of het brengen in de nabijheid van dieren.
Artikel 5.12. Bedrijven, inrichtingen en locaties
Onze Minister kan maatregelen treffen met betrekking tot bedrijven, inrichtingen of locaties die de gezondheid van mens of dier, of het welzijn van dieren in gevaar kunnen brengen en:
- a. ten aanzien waarvan niet is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens een EU-verordening, EU-besluit of deze wet of ten aanzien waarvan dit wordt vermoed;
- b. waar dieren of producten aanwezig zijn of zijn geweest ten aanzien waarvan niet is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens een EU-verordening, EU-besluit of deze wet of ten aanzien waarvan dit wordt vermoed.
De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, kunnen inhouden:
- a. gehele of gedeeltelijke sluiting van de bedrijven, inrichtingen of locaties gedurende een door Onze Minister te bepalen periode;
- b. schorsing of intrekking van een vergunning, erkenning, toestemming, toelating, registratie, bewijs van vakbekwaamheid, goedkeuring of certificering die bij of krachtens een EU-verordening, EU-besluit of deze wet aan de bedrijven, inrichtingen of locaties is verleend, en
- c. een verplichting tot vaststelling van hygiëneprocedures of tot ander handelen of nalaten dat noodzakelijk is om de veiligheid van dieren en producten op het bedrijf, de inrichting of de locatie te waarborgen, dan wel om de bij of krachtens een EU-verordening, EU-besluit of deze wet gestelde regels inzake dierenwelzijn, volksgezondheid of diergezondheid op het bedrijf, de inrichting of de locatie na te komen.
Artikel 5.13. Bevoegdheden burgemeester
De burgemeester van de gemeente waar zich een dier bevindt dat in strijd met het bepaalde krachtens artikel 2.6, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, is gefokt, of dat in strijd met het bepaalde bij en krachtens artikel 2.2, zesde lid, eerste volzin, wordt gehouden, kan besluiten dat dit dier:
- a. naar een door hem aangewezen plaats wordt vervoerd, en
- b. aldaar wordt gedood.
De burgemeester voert de handeling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, niet uit indien de houder binnen zes weken nadat het besluit, bedoeld in het eerste lid, aan hem is bekendgemaakt, een verzoek als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht heeft ingediend en op dat verzoek niet afwijzend is beslist.
Artikel 5.14. Kosten
De kosten van de maatregelen getroffen krachtens deze paragraaf komen ten laste van de houder van het dier, het product, het diervoeder, het diergeneesmiddel of de samenstelling van een diervoeder en een diergeneesmiddel, dan wel de exploitant van het bedrijf, de inrichting dan wel de locatie.
Artikel 5.15. Meldingsplicht onregelmatigheden
Eenieder die diervoeders, diergeneesmiddelen, gemedicineerde diervoeders of dierlijke producten bereidt, bewerkt, verwerkt, voorhanden of in voorraad heeft, opslaat, verpakt, in de handel brengt, verhandelt, vervoert, in of buiten Nederland brengt, vervoedert of onderzoekt, stelt onverwijld Onze Minister op de hoogte indien hij constateert of vermoedt dat deze producten niet voldoen aan het bepaalde bij of krachtens deze wet of de gezondheid van mens of dier of het milieu in gevaar kunnen brengen, alsmede van de maatregelen die hij heeft getroffen ter voorkoming van risico’s voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op grondstoffen voor de bereiding van de in het eerste lid bedoelde diervoeders, diergeneesmiddelen, gemedicineerde diervoeders en dierlijke producten.
De verplichting, bedoeld in het eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op dierenartsen en andere personen als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid en op degene aan wie een vergunning voor het in de handel brengen van een diergeneesmiddel, is verleend.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent het verstrekken van de in het eerste lid bedoelde inlichtingen en over de maatregelen die ter voorkoming van risico’s voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu zijn ondernomen.
Hoofdstuk 6. Uitvoering EU-rechtshandelingen
Artikel 6.1. EU-rechtshandelingen
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)