Wet van 19 mei 2011, houdende een integraal kader voor regels over gehouden dieren en daaraan gerelateerde onderwerpen (Wet dieren)

Type Wet
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 281
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • a. inleggen van broedeieren van kippen, kalkoenen of eenden in een broedmachine;
  • b. produceren van vaccinbroedeieren van kippen, kalkoenen of eenden.
2.

De diergezondheidsheffing kan worden geheven ter zake van het in de uitoefening van een bedrijf verhandelen, vervoeren of slachten van dieren, het produceren, bewerken, vervoeren of verhandelen van dierlijke producten, anders dan de handelingen, genoemd in het eerste lid, of het bereiden van diervoeder in een kalenderjaar, welke heffingen dienen ter bestrijding van de kosten, bedoeld in artikel 9.15, onderdelen a tot en met g.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur kan een handeling, genoemd in het tweede lid, worden aangewezen waarvoor de diergezondheidsheffing wordt geheven met ingang van een datum die is gelegen na het tijdstip van inwerkingtreding van de desbetreffende maatregel met dien verstande dat, ingeval de betrokken heffing wordt ingevoerd gedurende het kalenderjaar, de heffing in dat kalenderjaar wordt geheven over het nog niet verstreken deel van dat jaar.

4.

Bij de maatregel, bedoeld in het derde lid, wordt voor een aangewezen handeling tevens de heffingsgrondslag vastgesteld.

Artikel 9.20. Heffingplichtigen andere handelingen dan houden van dieren

De in artikel 9.19, eerste en tweede lid, bedoelde heffingen worden geheven van de natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel samenwerkingsverbanden van natuurlijke personen of rechtspersonen die de krachtens artikel 9.19, eerste of tweede lid, aangewezen handelingen verrichten.

Artikel 9.21. Heffingsgrondslag broedeieren

1.

De diergezondheidsheffing voor het inleggen van broedeieren wordt geheven naar het aantal broedeieren dat in een kalenderjaar in een broedmachine wordt ingelegd.

2.

De diergezondheidsheffing voor het produceren van vaccinbroedeieren wordt geheven naar het aantal vaccinbroedeieren dat in een kalenderjaar in een broedmachine wordt ingelegd.

3.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de berekeningswijze van het aantal ingelegde eieren, bedoeld in het eerste en tweede lid.

Artikel 9.22. Vaststelling plafondbedragen

1.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald tot welk bedrag de uitgaven van het Diergezondheidsfonds die, in een bij die maatregel te bepalen periode van vijf kalenderjaren, zijn gedaan ten behoeve van een bepaalde diersoort of combinatie van diersoorten ten hoogste door middel van heffingen worden opgebracht.

2.

De vaststelling voor de eerste maal van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid heeft betrekking op de periode 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024.

Artikel 9.23. Berekening tarief houden van dieren

1.

Onverminderd artikel 9.22 en het derde lid wordt een tarief voor het houden van een diersoort of diercategorie vastgesteld op basis van:

  • a. een raming van de uitgaven, bedoeld in artikel 9.14 voor de desbetreffende diersoort of diercategorie, in het kalenderjaar of deel van het kalenderjaar waarvoor het tarief wordt vastgesteld;
  • b. de benodigde middelen om in het Diergezondheidsfonds een reserve aan te houden;
  • c. uitgaven van het Diergezondheidsfonds, voor zover die uitgaven niet gedekt zijn door de opbrengsten van de diergezondheidsheffing, bedoeld in artikel 9.3, eerste lid, onderdeel a, in het tweede tot en met zesde kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarvoor het tarief voor het houden van een diersoort of diercategorie wordt vastgesteld;
  • d. het vastgestelde overschot of tekort bij de definitieve vaststelling van door de Europese Unie beschikbaar gestelde middelen ten opzichte van de door de Europese Unie voorlopig beschikbaar gestelde middelen voor de desbetreffende diersoort of diercategorie;
  • e. een schatting van het aantal dieren of andere eenheden dat de grondslag vormt voor de heffing.
2.

Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen c en d:

  • a. wordt bij de heffing ten behoeve van de uitgaven, gedaan in een bepaalde periode, het voor die periode bepaalde bedrag, bedoeld in artikel 9.22, toegepast, ook als die heffingen niet in die periode worden geheven;
  • b. worden uitsluitend de overschotten en tekorten uit de in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde periode, die niet bij een eerdere tariefvaststelling waren betrokken, meegerekend.
3.

De omvang van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde reserve wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald en bedraagt voor elke krachtens artikel 9.22 bepaalde periode ten hoogste 40 procent van het krachtens het eerste lid van dat artikel voor de desbetreffende periode en de desbetreffende diersoort of combinatie van diersoorten bepaalde bedrag.

4.

De uitgaven bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden zo spoedig mogelijk en gedurende ten hoogste acht kalenderjaren in de tarieven verwerkt.

5.

Bij de vaststelling van een tarief ten behoeve van de invoering van de diergezondheidsheffing voor een andere diersoort als bedoeld in de artikel 9.15, tweede lid, en artikel 9.16, tweede lid, dan wel een andere handeling of een ander dierlijk product als bedoeld in artikel 9.19, derde lid, en bij de wijziging van een dergelijk tarief, worden bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, slechts de uitgaven in aanmerking genomen die zijn gedaan na de datum van de invoering van de desbetreffende heffing.

6.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, worden alleen uitgaven van het Diergezondheidsfonds, die zijn gedaan na 1 januari 2015, en voor zover die niet gedekt zijn door ontvangsten als bedoeld in artikel 9.3, eerste lid, onderdeel a, in aanmerking genomen.

Artikel 9.24. Berekening tarief overige handelingen

1.

De tarieven voor de in artikel 9.19, eerste lid, bedoelde handelingen worden vastgesteld met toepassing van artikel 9.23, met dien verstande dat deze tarieven worden berekend op basis van de uitgaven voor en de opbrengsten van de diergezondheidsheffing voor onderscheidenlijk de diersoorten kippen, kalkoenen en eenden.

2.

De tarieven voor de in artikel 9.19, tweede lid, bedoelde handelingen worden vastgesteld met overeenkomstige toepassing van artikel 9.23, met dien verstande dat deze tarieven voor de onderscheiden handelingen worden berekend op basis van de uitgaven voor de bestrijding en de wering van besmettelijke dierziekten en de opbrengsten van de diergezondheidsheffing ten behoeve van de diersoort of diercategorie waar de desbetreffende handeling betrekking op heeft.

Artikel 9.25. Vaststelling tarieven

1.

De tarieven voor de diergezondheidsheffing worden bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld.

2.

De in het eerste lid bedoelde tarieven worden per kalenderjaar vastgesteld.

3.

De bekendmaking van de tarieven geschiedt uiterlijk 31 december voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de tarieven worden vastgesteld door publicatie van de in het eerste lid bedoelde maatregel in het Staatsblad.

4.

Indien niet uiterlijk op het in het derde lid bedoelde tijdstip een nieuw tarief voor een diersoort, een diercategorie, een product of een handeling is bekendgemaakt, blijft het tarief zoals dat gold op dat tijdstip, van toepassing.

5.

Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing bij de invoering van een heffing gedurende een kalenderjaar op grond van de artikelen 9.15, tweede lid, 9.16, tweede lid, of 9.19, derde lid.

6.

Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid wordt niet vastgesteld dan nadat overleg is gepleegd met belangenorganisaties van natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel samenwerkingsverbanden van natuurlijke personen of rechtspersonen waarvan de diergezondheidsheffing wordt geheven.

Artikel 9.26. Heffingswijze

1.

De diergezondheidsheffing wordt door Onze Minister per kalenderjaar geheven.

2.

Onze Minister kan een voorlopige diergezondheidsheffing opleggen tot ten hoogste het bedrag waarop de diergezondheidsheffing vermoedelijk zal worden vastgesteld.

3.

De voorlopige diergezondheidsheffing wordt verrekend met de diergezondheidsheffing.

4.

De diergezondheidsheffing en de voorlopige diergezondheidsheffing kunnen bij dwangbevel worden ingevorderd.

5.

Onze Minister kan regels stellen, op grond waarvan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, dan wel een samenwerkingsverband van natuurlijke personen of rechtspersonen

  • a. op de daarbij vastgestelde wijze en binnen de daarbij vastgestelde termijn de gegevens en bescheiden verstrekt die voor de vaststelling van de diergezondheidsheffing van belang kunnen zijn, en
  • b. op verzoek van Onze Minister nadere gegevens en bescheiden verstrekt ten behoeve van de vaststelling van de diergezondheidsheffing.
6.

In afwijking van het eerste lid wordt de diergezondheidsheffing, in geval van toepassing van artikel 9.18, vierde lid, geheven over elke periode dat kippen, kalkoenen, eenden of dieren behorend tot een andere krachtens artikel 9.15, tweede lid, aangewezen soort gevogelte in een stal of ruimte worden gehouden.

Artikel 9.27. Goedkeuring bij wet

Na het tot stand komen van een krachtens de artikelen 9.15, tweede lid, 9.16, tweede lid, of 9.19, derde lid, vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen acht weken een voorstel van wet tot goedkeuring van de algemene maatregel van bestuur aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden. Indien het voorstel wordt ingetrokken of indien een van de kamers van de Staten-Generaal tot niet-aannemen van het voorstel besluit, wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken, met ingang van het tijdstip waarop de maatregel in werking trad en worden de gevolgen van die inwerkingtreding ongedaan gemaakt.

Artikel 9.28. Plafondbedragen jaren 2018 en 2019

De tarieven voor de diergezondheidsheffing voor de jaren 2018 en 2019 voor de diersoorten runderen, varkens, kippen, kalkoenen, eenden, schapen en geiten worden, zo nodig in afwijking van artikel 9.23, zodanig vastgesteld dat de totale opbrengst van de diergezondheidsheffing en de bijdragen van de sectorpartijen, bedoeld in artikel 2 van het Convenant financiering bestrijding besmettelijke dierziekten 2015–2019 (Stcrt. 2015, 13794), gerekend over de jaren 2015 tot en met 2019, niet meer bedraagt dan:

  • a. voor runderen: € 23.540.000;
  • b. voor varkens: € 53.447.000, waarvan ten hoogste € 30.000.000 ten behoeve van de bewaking en bestrijding van Afrikaanse varkenspest, en Swine Vesicular Disease;
  • c. voor kippen, kalkoenen en eenden: € 47.138.000, waarvan ten hoogste € 2.113.000 ten behoeve van de bewaking en bestrijding van Newcastle Disease;
  • d. voor schapen en geiten: € 5.074.000.

Artikel 9.29. Toepassing plafondbedragen met ingang van 2020

Indien in de jaren 2015 tot en met 2019 ten laste van het Diergezondheidsfonds uitgaven worden gedaan die overeenkomstig artikel 9.23 worden verwerkt in de tarieven die worden vastgesteld voor de jaren 2020 en verder, blijven de in artikel 9.28 genoemde bedragen van toepassing bij de vaststelling van de diergezondheidsheffing voor die uitgaven.

Hoofdstuk 10. Overig

Hoofdstuk 11. Wijzigingen andere wetten en overgangsrecht

§ 1. Overgangsrecht

§ 1. Overgangsrecht

Artikel 11.9

Vervallen

Artikel 11.9

Vervallen

Hoofdstuk 12. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 11.9

Vervallen

Artikel 11.10

Vervallen

Hoofdstuk 12. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 5.10a. Houders van dieren

1.

Onze Minister kan maatregelen treffen met betrekking tot houders van dieren ter bevordering van de kennis van de houder wanneer door die houder niet is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens deze wet.

2.

De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, kunnen een verplichting inhouden tot het volgen van een cursus of training.

Hoofdstuk 6. Uitvoering EU-rechtshandelingen

Hoofdstuk 7. Vergunningen, erkenningen, toestemmingen, toelatingen, registraties, meldingen en registers

Hoofdstuk 8. Handhaving

§ 4. Strafrechtelijke handhaving

Artikel 8.11a. Strafrechtelijke vrijheidsbeperkende maatregel

1.

Ter beveiliging van de maatschappij, ter bescherming van de goede zeden of ter voorkoming van strafbare feiten die de gezondheid of het welzijn van een of meer dieren benadelen, kan een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid worden opgelegd bij de rechterlijke uitspraak:

  • a. waarbij iemand wegens een strafbaar feit wordt veroordeeld;
2.

De maatregel kan inhouden dat de verdachte wordt bevolen:

  • a. geen of minder dieren, dan wel bepaalde diersoorten niet, te houden,
  • b. zich niet op te houden in een bepaald gebied.
3.

De maatregel kan voor de duur van het leven of voor een periode van ten hoogste dertig jaren worden opgelegd.

4.

De rechter kan bij zijn uitspraak, ambtshalve of op vordering van de officier van justitie, bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een strafbaar feit zal begaan dat de gezondheid of het welzijn van een of meer dieren benadeelt.

5.

Het bevel, bedoeld in het vierde lid, kan door de rechter die kennisneemt van het hoger beroep, ambtshalve, op verzoek van de veroordeelde of op vordering van het openbaar ministerie, worden opgeheven.

6.

De maatregel kan tezamen met straffen en andere maatregelen worden opgelegd.

§ 5. Veterinair tuchtrecht

§ 7. Overig

Hoofdstuk 9. Financiën

§ 2. Diergezondheidsfonds

§ 4. Diergezondheidsheffing

Hoofdstuk 10. Overig

Hoofdstuk 11. Wijzigingen andere wetten en overgangsrecht

Artikel 2.3a. Dierwaardige veehouderij

1.

Op grond van deartikelen 2.2, twaalfde lid in samenhang met het tiende lid, en 1.3, worden bij algemene maatregel van bestuur in ieder geval regels gesteld die gericht zijn op het bewerkstelligen van een dierwaardige wijze van houden van dieren die bedrijfsmatig worden gehouden met het oog op de productie van dierlijke producten.

2.

Onder een dierwaardige wijze van houden van dieren die bedrijfsmatig worden gehouden met het oog op de productie van dierlijke producten wordt een veehouderij verstaan waarin ten aanzien van de behoeften van dieren, voor zover zulks redelijkerwijs kan worden verlangd, wordt voorzien in:

  • a. respect voor de intrinsieke waarde en integriteit van het dier, waaronder in ieder geval verstaan wordt dat geen routinematige ingrepen worden uitgevoerd op basis van voldoende maatregelen gericht op het minimaliseren van risicofactoren;
  • b. goede voeding, inhoudende een wijze van voer- en waterverstrekking die aansluit bij de gedragsbehoeften van de soort, waarbij geen voer- en waterbeperking wordt opgelegd en variatie in voeding wordt geboden aansluitend bij gedragsbehoeften;
  • c. goede omgeving, inhoudende een stalconcept waarin dieren van alle leeftijden de keuzevrijheid en ruimte hebben om soorteigen gedrag uit te voeren, inhoudende geen kooihuisvesting, voldoende thermisch comfort en keuzevrijheid;
  • d. goede gezondheid, inhoudende een stalconcept en management dat het risico op veel voorkomende gezondheidsproblemen minimaliseert, waartoe in ieder geval voorzien wordt in geschikte vloeren en ondergrond;
  • e. natuurlijk gedrag, inhoudende een stalconcept dat voorziet in de gedragsbehoeften van de soort, onder andere voor wat betreft sociaal gedrag, zelfverzorgend gedrag, foerageergedrag, territoriaal gedrag, maternaal gedrag en rustgedrag;
3.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voor de op grond van artikel 2.8, tweede lid, onder b, aangewezen lichamelijke ingrepen met het oog op een dierwaardige wijze van houden van de in het eerste lid bedoelde dieren regels gesteld over het vervallen van die aangewezen ingrepen, voor zover de ingreep geen diergeneeskundige noodzaak heeft en voor zover het verrichten van de ingreep niet dwingend voortvloeit uit bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen.

4.

De krachtens het eerste en derde lid vast te stellen regels zijn gericht op het uiterlijk in 2040 bewerkstelligen van een dierwaardige wijze van het houden van dieren, tenzij en voor zover noodzakelijk voor bepaalde situaties bij die in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur een langere termijn wordt gesteld met het oog op een redelijke overgangstermijn gericht op het door houders van dieren kunnen terugverdienen van investeringen die noodzakelijk zijn om aan die regels te voldoen.

§ 2. Regels over diervoeders

§ 3. Regels over diergeneesmiddelen

§ 4. Biotechnologie

§ 5. Overig

Hoofdstuk 3. Dierlijke producten

§ 1. Algemene regels over dierlijke producten

§ 2. Aanvullende regels over dierlijke bijproducten

§ 3. Aanvullende regels over dierlijke producten in relatie tot het milieu

Hoofdstuk 4. Toelating beroepen in de uitoefening van de diergeneeskunde

Hoofdstuk 5. Maatregelen

§ 3. Bestuurlijke maatregelen

Hoofdstuk 6. Uitvoering EU-rechtshandelingen

Hoofdstuk 7. Vergunningen, erkenningen, toestemmingen, toelatingen, registraties, meldingen en registers

Hoofdstuk 8. Handhaving

§ 4. Strafrechtelijke handhaving

§ 5. Veterinair tuchtrecht

§ 7. Overig

Hoofdstuk 9. Financiën

§ 1. Retributies

§ 2. Diergezondheidsfonds

§ 4. Diergezondheidsheffing

Hoofdstuk 10. Overig

Hoofdstuk 11. Wijzigingen andere wetten en overgangsrecht

§ 1. Overgangsrecht

Artikel 11.10

Vervallen

Hoofdstuk 12. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)