Wijzigingsgeschiedenis

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, van 14 juli 2011, nr. 218837, houdende samenvoeging en vereenvoudiging van diverse regelingen op het gebied van de zeevisserij (Uitvoeringsregeling zeevisserij)

81 versions · 2026-05-01
2026-05-22
Uitvoeringsregeling zeevisserij
2026-05-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij
2026-04-30
Uitvoeringsregeling zeevisserij
2026-04-29
Uitvoeringsregeling zeevisserij
2026-04-28
Uitvoeringsregeling zeevisserij
2026-04-27
Uitvoeringsregeling zeevisserij
2026-04-26
Uitvoeringsregeling zeevisserij
2026-04-25
Uitvoeringsregeling zeevisserij
2026-04-24
Uitvoeringsregeling zeevisserij
2026-04-23
Uitvoeringsregeling zeevisserij
2026-04-22
Uitvoeringsregeling zeevisserij
2026-04-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 5, 6 y 5 más
2026-03-18
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 5, 6 y 5 más
2026-02-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 6, 5 y 13 más
2026-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 6, 5 y 13 más
2025-12-31
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 60, 61, 5 y 40 más
2025-07-05
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 5, 6 y 5 más
2025-07-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 5, 6 y 5 más
2025-05-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 60, 60, 61 y 41 más
2025-04-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 6, 5 y 13 más
2025-02-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 6, 5 y 13 más
2025-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 6, 5 y 13 más
2024-11-26
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 60, 60, 60 y 53 más
2024-04-06
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 5 y 4 más
2024-04-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 5 y 11 más
2024-02-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 5 y 11 más
2024-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 5 y 11 más
2023-11-22
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 5 y 4 más
2023-07-13
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 5 y 11 más
2023-03-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 5 y 18 más
2023-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 5 y 18 más
2022-09-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 60, 60, 61 y 44 más
2022-07-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 5 y 4 más
2022-04-02
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 5 y 4 más
2022-04-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 60, 60, 61 y 58 más
2022-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 4, 4, 5 y 11 más
2021-08-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 4, 5, 1 y 4 más
2021-06-24
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 61, 60, 60 y 11 más
2021-04-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 1, 5 y 2 más
2021-03-25
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 1, 5 y 2 más
2021-02-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 1, 5 y 2 más
2021-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 1, 5 y 2 más
2020-12-29
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 1, 5 y 2 más
2020-07-28
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 1, 5 y 2 más
2020-04-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 1, 5 y 2 más
2020-02-26
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 1, 5 y 2 más
2020-02-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 61, 60, 60 y 9 más
2020-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 1, 5 y 2 más
2019-08-14
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 60, 61, 60 y 10 más
2019-05-28
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 5, 5, 1
2019-04-20
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 5, 5, 1
2019-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 5, 5, 1
2018-12-15
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 60, 61, 60 y 13 más
2018-08-05
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 5, 5 y 4 más
2018-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 6, 5 y 5 más
2017-12-08
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 60, 61, 60 y 12 más

Wijzigingen op 2017-12-08

@@ -12,25 +12,25 @@
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
- –. **aanlandcontingent:** in kilogrammen levend gewicht uitgedrukte hoeveelheid van een vissoort, genoemd in [artikel 20a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=20a&z=2017-04-11&g=2017-04-11), die tijdens één visreis door een Nederlands vissersvaartuig is gevangen voor zover deze vangst op grond van de aanlandplicht moet worden aangeland;
- –. **aanlandplicht:** aanlandingsverplichting als bedoeld in [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=15&z=2017-04-11&g=2017-04-11), in samenhang met het vijfde, zesde en zevende lid, van de basisverordening;
- –. **contingent:** in kilogrammen levend gewicht uitgedrukte hoeveelheid van een vissoort die per kalenderjaar door een Nederlands vissersvaartuig ten hoogste in een vangstgebied mag worden gevangen, vermeerderd of verminderd met eventueel op grond van de [artikelen 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=45&z=2017-04-11&g=2017-04-11) of [46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=46&z=2017-04-11&g=2017-04-11) voor het desbetreffende kalenderjaar in gebruik gekregen, of in gebruik gegeven hoeveelheden van de desbetreffende vissoort dan wel, indien het vangsten van vissoorten betreft waarop de aanlandplicht niet van toepassing is, in een kalenderjaar in een vangstgebied te vangen hoeveelheid van een vissoort in kilogrammen levend gewicht uitgedrukt, vermeerderd of verminderd met eventueel op grond van de artikelen 45 of 46 voor het desbetreffende kalenderjaar in gebruik gekregen, of in gebruik gegeven hoeveelheden van de desbetreffende vissoort, die per vissersvaartuig ten hoogste mag worden aangeland;
- –. **aanlandcontingent:** in kilogrammen levend gewicht uitgedrukte hoeveelheid van een vissoort, genoemd in [artikel 20a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=20a&z=2017-12-08&g=2017-12-08), die tijdens één visreis door een Nederlands vissersvaartuig is gevangen voor zover deze vangst op grond van de aanlandplicht moet worden aangeland;
- –. **aanlandplicht:** aanlandingsverplichting als bedoeld in [artikel 15, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=15&z=2017-12-08&g=2017-12-08), in samenhang met het vijfde, zesde en zevende lid, van de basisverordening;
- –. **contingent:** in kilogrammen levend gewicht uitgedrukte hoeveelheid van een vissoort die per kalenderjaar door een Nederlands vissersvaartuig ten hoogste in een vangstgebied mag worden gevangen, vermeerderd of verminderd met eventueel op grond van de [artikelen 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=45&z=2017-12-08&g=2017-12-08) of [46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=46&z=2017-12-08&g=2017-12-08) voor het desbetreffende kalenderjaar in gebruik gekregen, of in gebruik gegeven hoeveelheden van de desbetreffende vissoort dan wel, indien het vangsten van vissoorten betreft waarop de aanlandplicht niet van toepassing is, in een kalenderjaar in een vangstgebied te vangen hoeveelheid van een vissoort in kilogrammen levend gewicht uitgedrukt, vermeerderd of verminderd met eventueel op grond van de artikelen 45 of 46 voor het desbetreffende kalenderjaar in gebruik gekregen, of in gebruik gegeven hoeveelheden van de desbetreffende vissoort, die per vissersvaartuig ten hoogste mag worden aangeland;
- –. **deelgebied, sector of deelsector:** zeegebied als omschreven in artikel 4 van de verordening vangstmogelijkheden;
- –. **deelnemer aan een groepscontingent:** ondernemer als bedoeld in [artikel 32, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=32&z=2017-04-11&g=2017-04-11);
- –. **deelnemer aan een groepscontingent:** ondernemer als bedoeld in [artikel 32, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=32&z=2017-12-08&g=2017-12-08);
- –. **Europees quotum:** totaal voor de gezamenlijke vissers van de lidstaten van de Europese Unie in het kalenderjaar waarop de verordening vangstmogelijkheden betrekking heeft te vangen hoeveelheden vis die niet in de vorm van quota over de lidstaten zijn verdeeld zoals deze per vissoort en per deelgebied, sector of deelsector voor het desbetreffende kalenderjaar, uitgedrukt in kilogrammen levend gewicht, onder de beschrijving ‘overig’, ‘andere’ of ‘andere lidstaten’ zijn vermeld in bijlage I van de verordening vangstmogelijkheden of in deel 2 van de bijlage van [verordening 2016/2285](32016R2285);
- –. **functionaris:** door de minister voor de registratie- en verificatiewerkzaamheden in het kader van deze regeling aangewezen persoon;
- –. **groep:** groep als bedoeld in [artikel 31, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=31&z=2017-04-11&g=2017-04-11);
- –. **groepscontingent:** groepscontingent als bedoeld in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=32&z=2017-04-11&g=2017-04-11), vermeerderd of verminderd, met eventueel op grond van de [artikelen 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=45&z=2017-04-11&g=2017-04-11) of [46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=46&z=2017-04-11&g=2017-04-11) voor het desbetreffende kalenderjaar in gebruik gekregen, of in gebruik gegeven, hoeveelheden van de desbetreffende vissoort;
- –. **individueel aandeel:** hoeveelheid van een vissoort die op grond van [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=24&z=2017-04-11&g=2017-04-11) in beheer is gegeven aan een groep of producentenorganisatie of contingent van een vissoort dat een ondernemer in beheer heeft gegeven aan een groep of producentenorganisatie, vermeerderd met door hem gekochte en in gebruik gekregen hoeveelheden van die vissoort en verminderd met door hem verkochte en in gebruik gegeven hoeveelheden van die vissoort, waarover hij in een kalenderjaar kan beschikken;
- –. **groep:** groep als bedoeld in [artikel 31, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=31&z=2017-12-08&g=2017-12-08);
- –. **groepscontingent:** groepscontingent als bedoeld in [artikel 32](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=32&z=2017-12-08&g=2017-12-08), vermeerderd of verminderd, met eventueel op grond van de [artikelen 45](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=45&z=2017-12-08&g=2017-12-08) of [46](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=46&z=2017-12-08&g=2017-12-08) voor het desbetreffende kalenderjaar in gebruik gekregen, of in gebruik gegeven, hoeveelheden van de desbetreffende vissoort;
- –. **individueel aandeel:** hoeveelheid van een vissoort die op grond van [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=24&z=2017-12-08&g=2017-12-08) in beheer is gegeven aan een groep of producentenorganisatie of contingent van een vissoort dat een ondernemer in beheer heeft gegeven aan een groep of producentenorganisatie, vermeerderd met door hem gekochte en in gebruik gekregen hoeveelheden van die vissoort en verminderd met door hem verkochte en in gebruik gegeven hoeveelheden van die vissoort, waarover hij in een kalenderjaar kan beschikken;
- –. **minister:** de Minister van Economische Zaken;
@@ -46,15 +46,15 @@
- –. **segment:** vlootsegment MFL1, MFL2 of AQU, waartoe het vissersvaartuig op grond van de vermelding op de visvergunning behoort;
- –. **vangstgebied:** deelgebieden, sectoren of deelsectoren, genoemd in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2017-04-11&g=2017-04-11);
- –. **vangstopgavebus:** vangstopgavebus die aanwezig is in iedere in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2017-04-11&g=2017-04-11) vermelde haven, waarvan de exacte plaats gepubliceerd is op de website www.mijnrvo.nl;
- –. **vangstgebied:** deelgebieden, sectoren of deelsectoren, genoemd in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2017-12-08&g=2017-12-08);
- –. **vangstopgavebus:** vangstopgavebus die aanwezig is in iedere in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2017-12-08&g=2017-12-08) vermelde haven, waarvan de exacte plaats gepubliceerd is op de website www.mijnrvo.nl;
- –. **vissersvaartuigen van derde landen:** vissersvaartuigen die de vlag voeren van, of geregistreerd zijn in een andere staat dan een lidstaat van de Europese Unie;
- –. **visserijregister:** register als bedoeld in [artikel 4 van het Registratiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009353&artikel=4);
- –. **vistuig van het type staandwant:** kieuwnetten en warrelnetten als bedoeld in bijlage I, tabel 3, van verordening nr. 26/2004;
- –. **vistuig van het type staandwant:** kieuwnetten en warnetten als bedoeld in Bijlage XI van de uitvoeringsverordening controleverordening;
- –. **visvergunning:** visvergunning als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de controleverordening;
@@ -90,8 +90,6 @@
- –. **verordening nr. 1984/2003:** Verordening (EG) nr. 1984/2003 van de Raad van 8 april 2003 tot invoering in de Gemeenschap van een regeling voor de statistische registratie van blauwvintonijn, zwaardvis en grootoogtonijn (PbEU L 295);
- –. **verordening nr. 26/2004:** Verordening (EG) nr. 26/2004 van de Commissie van 30 december 2003 betreffende het communautaire gegevensbestand over de vissersvloot (PbEU L 5);
- –. **verordening nr. 600/2004:** Verordening (EG) nr. 600/2004 van de Raad van 22 maart 2004 tot vaststelling van bepaalde technische maatregelen voor de visserij in het verdragsgebied van het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (PbEU L 97);
- –. **verordening nr. 601/2004:** Verordening (EG) nr. 601/2004 van de Raad van 22 maart 2004 tot vaststelling van bepaalde controlemaatregelen voor de visserij in het verdragsgebied van het Verdrag inzake de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 3943/90, (EG) nr. 66/98 en (EG) nr. 1721/1999 (PbEU L 97);
@@ -116,8 +114,6 @@
- –. **verordening nr. 1386/2007:** Verordening (EG) nr. 1386/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 tot vaststelling van instandhoudings- en handhavingsmaatregelen in het gereglementeerde gebied van de Visserijorganisatie voor het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan (PbEU L 318);
- –. **verordening nr. 199/2008:** Verordening (EG) nr. 199/2008 van de Raad van 25 februari 2008 betreffende de instelling van een communautair kader voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserijsector en voor de ondersteuning van wetenschappelijk advies over het gemeenschappelijk visserijbeleid (PbEU L 60);
- –. **verordening nr. 517/2008:** Verordening (EG) nr. 517/2008 van de Commissie van 10 juni 2008 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 850/98 wat betreft de bepaling van de maaswijdte en de meting van de twijndikte van visnetten (PbEU L 151);
- –. **verordening nr. 734/2008:** Verordening (EG) nr. 734/2008 van de Raad van 15 juli 2008 betreffende de bescherming van kwetsbare mariene ecosystemen in volle zee tegen de nadelige effecten van bodemvistuig (PbEU L 201);
@@ -152,23 +148,27 @@
- –. **GMO-verordening:** Verordening (EU) nr. 1379/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1184/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad (PbEU L, 354);
- –. **Verordening 2016/1139:** Verordening (EU) 2016/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de kabeljauw-, haring- en sprotbestanden in de Oostzee en de visserijen die deze bestanden exploiteren, tot wijziging van [Verordening (EG) nr. 2187/2005](32005R2187) van de Raad en tot intrekking van [Verordening (EG) nr. 1098/2007](32007R1098) van de Raad (PbEU L 191);
- –. **Verordening 2016/1627:** Verordening (EU) 2016/1627 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee en tot intrekking van [Verordening (EG) nr. 302/2009](32009R0302) van de Raad (PbEU L 252);
- –. **Verordening 2016/2285:** [Verordening (EU) 2016/2285](32016R2285) van de Raad van 12 december 2016 tot vaststelling, voor 2017 en 2018, van de vangstmogelijkheden voor vaartuigen van de Unie voor bepaalde bestanden van diepzeevissen en tot wijziging van Verordening (EU) 2016/72 (PbEU L344);
- –. **verordening nr. 508/2014:** Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de [Verordeningen (EG) nr. 2328/2003](32003R2328), [(EG) nr. 861/2006](32006R0861), [(EG) nr. 1198/2006](32006R1198) en [(EG) nr. 791/2007](32007R0791) van de Raad en Verordening (EU) [nr. 1255/2011](32011R1255) van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2014, L 149);
- –. **verordening 2016/1139:** Verordening (EU) 2016/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 tot vaststelling van een meerjarenplan voor de kabeljauw-, haring- en sprotbestanden in de Oostzee en de visserijen die deze bestanden exploiteren, tot wijziging van [Verordening (EG) nr. 2187/2005](32005R2187) van de Raad en tot intrekking van [Verordening (EG) nr. 1098/2007](32007R1098) van de Raad (PbEU L 191);
- –. **verordening 2016/1627:** Verordening (EU) 2016/1627 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee en tot intrekking van [Verordening (EG) nr. 302/2009](32009R0302) van de Raad (PbEU L 252);
- –. **verordening 2016/2285:** [Verordening (EU) 2016/2285](32016R2285) van de Raad van 12 december 2016 tot vaststelling, voor 2017 en 2018, van de vangstmogelijkheden voor vaartuigen van de Unie voor bepaalde bestanden van diepzeevissen en tot wijziging van Verordening (EU) 2016/72 (PbEU L344);
- –. **verordening 2016/2336:** [Verordening (EU) 2016/2336](32016R2336) van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de visserij op diepzeebestanden in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan, tot vaststelling van bepalingen voor de visserij in de internationale wateren van het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan en tot intrekking van [Verordening (EG) nr. 2347/2002](32002R2347) van de Raad (PbEU L 354);
- –. **verordening 2017/1004:** Verordening (EU) 2017/1004 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 betreffende de instelling van een Uniekader voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens in de visserijsector en voor de ondersteuning van wetenschappelijk advies over het gemeenschappelijk visserijbeleid en tot intrekking van [Verordening (EG) nr. 199/2008](32008R0199) van de Raad (PbEU 2017, L 157);
- –. **verordening vangstmogelijkheden:** [Verordening (EU) 2017/127](32017R0127) van de Raad van 20 januari 2017 tot vaststelling, voor 2017, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn (PbEU L 24).
##### Artikel 2. Nadere begripsbepalingen
1. Voor de toepassing van de in [artikel 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2017-04-11&g=2017-04-11), genoemde verordeningen is het visserijcontrolecentrum, bedoeld in artikel 4, vijftiende lid, van de controleverordening, van Nederland de meldkamer van de NVWA te Echt.
1. Voor de toepassing van de in [artikel 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2017-12-08&g=2017-12-08), genoemde verordeningen is het visserijcontrolecentrum, bedoeld in artikel 4, vijftiende lid, van de controleverordening, van Nederland de meldkamer van de NVWA te Echt.
2. Voor de toepassing van deze regeling en van de in artikel 1, tweede lid, genoemde verordeningen vindt aanlanden plaats op het tijdstip waarop het vissersvaartuig direct of indirect verbinding met de wal heeft gekregen.
3. Voor de toepassing van verordening nr. 850/98, van de controleverordening, van de verordening vangstmogelijkheden en van [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&z=2017-04-11&g=2017-04-11) van deze regeling wordt onder ’ICES-deelgebied IV’ en ’Noordzee’ mede verstaan de in het [Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002703) genoemde wateren.
3. Voor de toepassing van verordening nr. 850/98, van de controleverordening, van de verordening vangstmogelijkheden en van [hoofdstuk 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&z=2017-12-08&g=2017-12-08) van deze regeling wordt onder ’ICES-deelgebied IV’ en ’Noordzee’ mede verstaan de in het [Besluit aanwijzing zeegebied en kustwateren 1970](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0002703) genoemde wateren.
##### Artikel 3. Verboden op grond van de basisverordening
@@ -182,33 +182,33 @@
##### Artikel 5. Vaststelling lettertekens gemeenten
De gemeenten en de lettertekens waarmee de gemeenten worden aangeduid, bedoeld in [artikel 3, eerste lid, van het Registratiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009353&artikel=3), zijn vastgesteld in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=1&z=2017-04-11&g=2017-04-11).
De gemeenten en de lettertekens waarmee de gemeenten worden aangeduid, bedoeld in [artikel 3, eerste lid, van het Registratiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009353&artikel=3), zijn vastgesteld in [bijlage 1](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=1&z=2017-12-08&g=2017-12-08).
##### Artikel 6. Aanwijzing havens
1. Vis wordt in Nederland uitsluitend aangeland, gelost of overgeladen door een vissersvaartuig:
- a. met een lengte over alles van tien meter of minder in de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2017-04-11&g=2017-04-11) A vermelde havens met uitzondering van Amsterdam of in de in [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=3&z=2017-04-11&g=2017-04-11) vermelde plaatsen;
- b. met een lengte over alles van 59 meter of minder of met een brutotonnage van 1.200 BT of minder, in de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2017-04-11&g=2017-04-11) A vermelde havens met uitzondering van Vlaardingen, Velsen en Amsterdam;
- c. met een lengte over alles van meer dan 59 meter of met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT in de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2017-04-11&g=2017-04-11) A vermelde havens met uitzondering van Vlaardingen; of
- a. met een lengte over alles van tien meter of minder in de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2017-12-08&g=2017-12-08) A vermelde havens met uitzondering van Amsterdam of in de in [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=3&z=2017-12-08&g=2017-12-08) vermelde plaatsen;
- b. met een lengte over alles van 59 meter of minder of met een brutotonnage van 1.200 BT of minder, in de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2017-12-08&g=2017-12-08) A vermelde havens met uitzondering van Vlaardingen, Velsen en Amsterdam;
- c. met een lengte over alles van meer dan 59 meter of met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT in de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2017-12-08&g=2017-12-08) A vermelde havens met uitzondering van Vlaardingen; of
- d. waarvan de vangst voor ten minste 90% uit ansjovis of sprot bestaat, in de periode van 1 april tot en met 31 juli indien het ansjovis betreft en in de periode van 1 augustus tot en met 31 maart indien het sprot betreft, in de westelijke voorhaven van de Bergsediepsluis en aan de loswal van Schore, gemeente Kapelle;
mits het aanlanden, lossen of overladen is toegestaan op grond van de in [artikel 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2017-04-11&g=2017-04-11), genoemde verordeningen.
mits het aanlanden, lossen of overladen is toegestaan op grond van de in [artikel 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2017-12-08&g=2017-12-08), genoemde verordeningen.
2. Het is verboden vis in Nederland aan te landen, te lossen of over te laden met een ander vaartuig dan een vissersvaartuig.
3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet voor andere vaartuigen dan vissersvaartuigen in de in bijlage 2A vermelde havens of in de in [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=3&z=2017-04-11&g=2017-04-11) vermelde plaatsen, voor zover het op grond van de bij of krachtens de wet gestelde regels is toegestaan met deze vaartuigen de visserij uit te oefenen.
3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet voor andere vaartuigen dan vissersvaartuigen in de in bijlage 2A vermelde havens of in de in [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=3&z=2017-12-08&g=2017-12-08) vermelde plaatsen, voor zover het op grond van de bij of krachtens de wet gestelde regels is toegestaan met deze vaartuigen de visserij uit te oefenen.
##### Artikel 7. Voorschriften aanlanden
1. Voor zover niet op grond van de in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2017-04-11&g=2017-04-11), genoemde verordeningen anders is bepaald wordt, voordat het aanlanden van vis plaatsvindt, elektronisch melding gedaan aan de NVWA.
1. Voor zover niet op grond van de in [artikel 2, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=2&z=2017-12-08&g=2017-12-08), genoemde verordeningen anders is bepaald wordt, voordat het aanlanden van vis plaatsvindt, elektronisch melding gedaan aan de NVWA.
2. De melding geschiedt ten minste vier uur voor het tijdstip van aanlanding door de kapitein, de eigenaar of diens gemachtigde en bevat ten minste de navolgende gegevens:
- a. de haven van aanlanding of de in [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=3&z=2017-04-11&g=2017-04-11) bedoelde plaats, onder vermelding van de exacte locatie;
- a. de haven van aanlanding of de in [bijlage 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=3&z=2017-12-08&g=2017-12-08) bedoelde plaats, onder vermelding van de exacte locatie;
- b. de geschatte datum en het geschatte tijdstip van aanlanding;
@@ -240,7 +240,7 @@
3. Toestemming als bedoeld in het eerste lid wordt gegeven in de volgorde van melding van het tijdstip van aanlanding.
4. Het lossen van vis in de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2017-04-11&g=2017-04-11) A genoemde havens vindt plaats op de in die bijlage achter de desbetreffende haven genoemde losplaatsen.
4. Het lossen van vis in de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2017-12-08&g=2017-12-08) A genoemde havens vindt plaats op de in die bijlage achter de desbetreffende haven genoemde losplaatsen.
5. Alle zich aan boord van het vissersvaartuig bevindende vis, met uitzondering van paling, wordt in één ononderbroken losbeurt in zijn geheel gelost.
@@ -248,9 +248,9 @@
7. Het vijfde lid is niet van toepassing op het lossen van vis uit een vissersvaartuig met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT waarmee de pelagische visserij wordt uitgeoefend, mits alle aan boord aanwezige vis geheel is gelost voordat het vaartuig uitvaart.
##### Artikel 9. Toelating monsternemers in kader van datacollectie
Het is verboden in strijd te handelen met artikel 11, derde en vierde lid, van verordening nr. 199/2008.
##### Artikel 9. Verplichtingen in kader van datacollectie
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 12, tweede en derde lid, en 20, eerste lid, van [verordening 2017/1004](32904R2017).
### Hoofdstuk 2. Vangstmogelijkheden
@@ -264,7 +264,7 @@
3. De verboden, bedoeld in het eerste en tweede lid, gelden niet voor zover:
- a. het Nederlandse vissersvaartuigen betreft en het Nederlands quotum voor de desbetreffende vissoort, zoals dit op grond van de in artikel 11, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden genoemde bepalingen, artikel 33, vijfde lid, van de controleverordening of [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=12&z=2017-04-11&g=2017-04-11) is aangepast, niet is overschreden;
- a. het Nederlandse vissersvaartuigen betreft en het Nederlands quotum voor de desbetreffende vissoort, zoals dit op grond van de in artikel 11, eerste lid, van de verordening vangstmogelijkheden genoemde bepalingen, artikel 33, vijfde lid, van de controleverordening of [artikel 12](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=12&z=2017-12-08&g=2017-12-08) is aangepast, niet is overschreden;
- b. het Europese vissersvaartuigen betreft en het Europees quotum voor de desbetreffende vissoort, zoals dit ingevolge artikel 33, vijfde lid, van de controleverordening is verminderd, niet is overschreden;
@@ -278,7 +278,7 @@
##### Artikel 11
Van het verbod, bedoeld in [artikel 10, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=10&z=2017-04-11&g=2017-04-11), kan op grond van [artikel 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003144&artikel=6d) uitsluitend ontheffing worden verleend, voor het uitoefenen van de visserij ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, voor zover:
Van het verbod, bedoeld in [artikel 10, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=10&z=2017-12-08&g=2017-12-08), kan op grond van [artikel 6d van het Reglement zee- en kustvisserij 1977](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0003144&artikel=6d) uitsluitend ontheffing worden verleend, voor het uitoefenen van de visserij ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, voor zover:
- a. het onderzoek wordt begeleid door een wetenschappelijk instituut;
@@ -296,7 +296,7 @@
- a. ruilen van vangstmogelijkheden met andere lidstaten als bedoeld in artikel 16, achtste lid, van de basisverordening;
- b. toewijzing aan een ondernemer, een groep of een producentenorganisatie, overeenkomstig de door de minister vast te stellen criteria, indien is komen vast te staan dat die ondernemer of de ondernemers die aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie deelnemen, in een nader te bepalen periode hebben gehandeld overeenkomstig de [artikelen 21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=21&z=2017-04-11&g=2017-04-11), [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=22&z=2017-04-11&g=2017-04-11), [53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=3&artikel=53&z=2017-04-11&g=2017-04-11), [57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=3&artikel=57&z=2017-04-11&g=2017-04-11) en [105](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=105&z=2017-04-11&g=2017-04-11) van deze regeling en aan de artikelen 39, eerste lid, en 49 van de controleverordening; of
- b. toewijzing aan een ondernemer, een groep of een producentenorganisatie, overeenkomstig de door de minister vast te stellen criteria, indien is komen vast te staan dat die ondernemer of de ondernemers die aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie deelnemen, in een nader te bepalen periode hebben gehandeld overeenkomstig de [artikelen 21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=21&z=2017-12-08&g=2017-12-08), [22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=22&z=2017-12-08&g=2017-12-08), [53](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=3&artikel=53&z=2017-12-08&g=2017-12-08), [57](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=3&artikel=57&z=2017-12-08&g=2017-12-08) en [105](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=105&z=2017-12-08&g=2017-12-08) van deze regeling en aan de artikelen 39, eerste lid, en 49 van de controleverordening; of
- c. het afboeken van vangsten of bijvangsten van soorten die op grond van artikel 15 van de basisverordening moeten worden aangeland.
@@ -324,7 +324,7 @@
- b. dat dient ter vervanging van een of meer vissersvaartuigen van de desbetreffende ondernemer ten aanzien waarvan is voldaan aan onderdeel a en het motorvermogen van het vervangende vissersvaartuig niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen die worden vervangen.
5. De havens, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van [verordening 2016/2336](32336R2016), zijn de in [bijlage 2 B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2017-04-11&g=2017-04-11) vermelde havens.
5. De havens, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van [verordening 2016/2336](32336R2016), zijn de in [bijlage 2 B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2017-12-08&g=2017-12-08) vermelde havens.
##### Artikel 15. Pelagische visserij
@@ -362,45 +362,45 @@
##### Artikel 21. Vangstverbod
1. Het is verboden met een vissersvaartuig op een vissoort, genoemd in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2017-04-11&g=2017-04-11), in het daarbij voor die vissoort aangewezen vangstgebied te vissen.
2. Het eerste lid geldt niet indien voor het vissersvaartuig voor het desbetreffende vangstgebied een contingent geldt van de desbetreffende vissoort, voor zover dat contingent nog niet is opgevist en indien is voldaan aan [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=22&z=2017-04-11&g=2017-04-11).
3. Het is verboden te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 en dat is uitgerust met een in [bijlage 8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8a&z=2017-04-11&g=2017-04-11) vermeld vistuig dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft, indien de aanlandplicht van toepassing is op vangsten van de vissoort of de vissoorten die bij dat vistuig is onderscheidenlijk zijn vermeld.
4. Het derde lid geldt niet indien voor het vissersvaartuig een contingent geldt van de bij het desbetreffende vistuig in [bijlage 8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8a&z=2017-04-11&g=2017-04-11) vermelde vissoort of in voorkomend geval vissoorten, voor zover dat contingent of die contingenten, nog niet is onderscheidenlijk zijn opgevist en indien is voldaan aan [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=22&z=2017-04-11&g=2017-04-11).
1. Het is verboden met een vissersvaartuig op een vissoort, genoemd in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2017-12-08&g=2017-12-08), in het daarbij voor die vissoort aangewezen vangstgebied te vissen.
2. Het eerste lid geldt niet indien voor het vissersvaartuig voor het desbetreffende vangstgebied een contingent geldt van de desbetreffende vissoort, voor zover dat contingent nog niet is opgevist en indien is voldaan aan [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=22&z=2017-12-08&g=2017-12-08).
3. Het is verboden te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 en dat is uitgerust met een in [bijlage 8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8a&z=2017-12-08&g=2017-12-08) vermeld vistuig dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft, indien de aanlandplicht van toepassing is op vangsten van de vissoort of de vissoorten die bij dat vistuig is onderscheidenlijk zijn vermeld.
4. Het derde lid geldt niet indien voor het vissersvaartuig een contingent geldt van de bij het desbetreffende vistuig in [bijlage 8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8a&z=2017-12-08&g=2017-12-08) vermelde vissoort of in voorkomend geval vissoorten, voor zover dat contingent of die contingenten, nog niet is onderscheidenlijk zijn opgevist en indien is voldaan aan [artikel 22, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=22&z=2017-12-08&g=2017-12-08).
5. Het is verboden in de ICES sectoren VIId en VIIe te varen of te vissen met een vissersvaartuig waarvoor een vismachtiging is verleend als bedoeld in artikel 8, derde lid, van verordening nr. 1954/2003 en dat is uitgerust met de schotse zegen met een maaswijdte van 80–99 millimeter, tenzij voor het vissersvaartuig een contingent horsmakreel geldt dat nog niet is opgevist.
6. Het is verboden vangsten van een vissoort, genoemd in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2017-04-11&g=2017-04-11), aan boord te houden of aan te landen in de gevallen dat de aanlandplicht niet van toepassing is, tenzij voor het vissersvaartuig een contingent voor de desbetreffende vissoort geldt dat nog niet is opgevist.
6. Het is verboden vangsten van een vissoort, genoemd in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2017-12-08&g=2017-12-08), aan boord te houden of aan te landen in de gevallen dat de aanlandplicht niet van toepassing is, tenzij voor het vissersvaartuig een contingent voor de desbetreffende vissoort geldt dat nog niet is opgevist.
##### Artikel 22. Nadere voorschriften
1. Voor zover het de vissoorten tong of schol betreft, geldt voor het vissersvaartuig voor het desbetreffende vangstgebied zowel een contingent tong als een contingent schol.
2. Indien voor meer dan één vissersvaartuig van een ondernemer contingenten voor hetzelfde vangstgebied en voor dezelfde vissoort gelden, wordt voor de toepassing van [artikel 21, tweede, vierde en vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=21&z=2017-04-11&g=2017-04-11), en [artikel 46a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=46a&z=2017-04-11&g=2017-04-11), de som van die contingenten in aanmerking genomen.
2. Indien voor meer dan één vissersvaartuig van een ondernemer contingenten voor hetzelfde vangstgebied en voor dezelfde vissoort gelden, wordt voor de toepassing van [artikel 21, tweede, vierde en vijfde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=21&z=2017-12-08&g=2017-12-08), en [artikel 46a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=46a&z=2017-12-08&g=2017-12-08), de som van die contingenten in aanmerking genomen.
##### Artikel 23. Uitzondering vangstverbod MFL1
1. In afwijking van [artikel 21, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=21&z=2017-04-11&g=2017-04-11), is het toegestaan met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 op een vissoort te vissen in het daarbij voor die vissoort aangewezen vangstgebied onderscheidenlijk te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 en dat is uitgerust met het in [bijlage 8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8a&z=2017-04-11&g=2017-04-11) vermeld vistuig, dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft, voor zover een ondernemer een individueel aandeel in een groepscontingent voor de desbetreffende vissoort heeft en dat groepscontingent nog niet is opgevist.
2. In afwijking van [artikel 21, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=21&z=2017-04-11&g=2017-04-11), is het toegestaan te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 dat is uitgerust met de schotse zegen met een maaswijdte van 80–99 millimeter in de ICES sectoren VIId en VIIe, voor zover een ondernemer een individueel aandeel in een groepscontinent voor de desbetreffende vissoort heeft en dat groepscontingent nog niet is opgevist.
3. In afwijking van [artikel 21, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=21&z=2017-04-11&g=2017-04-11), is het toegestaan met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 een vissoort aan boord te houden of aan te landen voor zover een ondernemer een individueel aandeel in een groepscontingent voor de desbetreffende vissoort heeft en dat groepscontingent nog niet is opgevist.
1. In afwijking van [artikel 21, eerste en derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=21&z=2017-12-08&g=2017-12-08), is het toegestaan met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 op een vissoort te vissen in het daarbij voor die vissoort aangewezen vangstgebied onderscheidenlijk te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 en dat is uitgerust met het in [bijlage 8a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8a&z=2017-12-08&g=2017-12-08) vermeld vistuig, dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft, voor zover een ondernemer een individueel aandeel in een groepscontingent voor de desbetreffende vissoort heeft en dat groepscontingent nog niet is opgevist.
2. In afwijking van [artikel 21, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=21&z=2017-12-08&g=2017-12-08), is het toegestaan te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 dat is uitgerust met de schotse zegen met een maaswijdte van 80–99 millimeter in de ICES sectoren VIId en VIIe, voor zover een ondernemer een individueel aandeel in een groepscontinent voor de desbetreffende vissoort heeft en dat groepscontingent nog niet is opgevist.
3. In afwijking van [artikel 21, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=21&z=2017-12-08&g=2017-12-08), is het toegestaan met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 een vissoort aan boord te houden of aan te landen voor zover een ondernemer een individueel aandeel in een groepscontingent voor de desbetreffende vissoort heeft en dat groepscontingent nog niet is opgevist.
##### Artikel 24. Toegestane vangsthoeveelheden
1. In afwijking van [artikel 21, eerste, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=21&z=2017-04-11&g=2017-04-11), is het toegestaan met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 op de vissoorten kabeljauw, wijting of makreel te vissen in de vangstgebieden, bedoeld in [bijlage 9, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=9&z=2017-04-11&g=2017-04-11), of te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 en dat is uitgerust met een in bijlage 8a vermeld vistuig dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft en waarbij de vissoorten kabeljauw, wijting of makreel worden vermeld, onderscheidenlijk deze vissoorten aan boord te houden of aan te landen, voor zover:
- a. voor het vissersvaartuig geen contingent kabeljauw, wijting of makreel, maar wel enig ander contingent geldt, of voor het vissersvaartuig ingevolge [artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024539&artikel=36) een vergunning voor het vangen van garnalen is verleend, en door het desbetreffende vissersvaartuig de in [bijlage 9, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=9&z=2017-04-11&g=2017-04-11), vermelde hoeveelheid kabeljauw, wijting of makreel in de desbetreffende kalendermaand nog niet is opgevist;
1. In afwijking van [artikel 21, eerste, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=21&z=2017-12-08&g=2017-12-08), is het toegestaan met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 op de vissoorten kabeljauw, wijting of makreel te vissen in de vangstgebieden, bedoeld in [bijlage 9, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=9&z=2017-12-08&g=2017-12-08), of te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 en dat is uitgerust met een in bijlage 8a vermeld vistuig dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft en waarbij de vissoorten kabeljauw, wijting of makreel worden vermeld, onderscheidenlijk deze vissoorten aan boord te houden of aan te landen, voor zover:
- a. voor het vissersvaartuig geen contingent kabeljauw, wijting of makreel, maar wel enig ander contingent geldt, of voor het vissersvaartuig ingevolge [artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024539&artikel=36) een vergunning voor het vangen van garnalen is verleend, en door het desbetreffende vissersvaartuig de in [bijlage 9, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=9&z=2017-12-08&g=2017-12-08), vermelde hoeveelheid kabeljauw, wijting of makreel in de desbetreffende kalendermaand nog niet is opgevist;
- b. het een vissersvaartuig met een brutotonnage van meer dan 1.200 BT waarmee de pelagische visserij wordt uitgeoefend betreft en door het desbetreffende vissersvaartuig de som van de hoeveelheden kabeljauw, wijting of makreel per kalendermaand, bedoeld onder a, voor de desbetreffende vissoort in het desbetreffende kalenderjaar nog niet is opgevist;
- c. voor het vissersvaartuig noch een contingent geldt noch ingevolge [artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024539&artikel=36) een vergunning voor het vangen van garnalen is verleend, en door het desbetreffende vissersvaartuig de in [bijlage 9, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=9&z=2017-04-11&g=2017-04-11), vermelde hoeveelheid kabeljauw, wijting of makreel in het desbetreffende kalenderjaar nog niet is opgevist; of
- d. voor het vissersvaartuig geen contingent horsmakreel voor de EU-wateren van de ICES sectoren IVb, IVc en VIId tezamen geldt en door het desbetreffende vissersvaartuig de in [bijlage 9, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=9&z=2017-04-11&g=2017-04-11), vermelde hoeveelheid horsmakreel in het desbetreffende kalenderjaar nog niet is opgevist.
2. In afwijking van [artikel 21, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=21&z=2017-04-11&g=2017-04-11), is het toegestaan met een vissersvaartuig dat is uitgerust met een schotse zegen met een maaswijdte van 80–99 millimeter in ICES sectoren VIId en VIIe te vissen of te varen, voor zover voor het vissersvaartuig geen contingent horsmakreel voor de EU-wateren van de ICES sectoren IVb, IVc en VIId tezamen geldt en door het desbetreffende vissersvaartuig de hoeveelheid horsmakreel, bedoeld in het eerste lid, onder d, in het desbetreffende kalenderjaar nog niet is opgevist.
- c. voor het vissersvaartuig noch een contingent geldt noch ingevolge [artikel 36 van de Uitvoeringsregeling visserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0024539&artikel=36) een vergunning voor het vangen van garnalen is verleend, en door het desbetreffende vissersvaartuig de in [bijlage 9, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=9&z=2017-12-08&g=2017-12-08), vermelde hoeveelheid kabeljauw, wijting of makreel in het desbetreffende kalenderjaar nog niet is opgevist; of
- d. voor het vissersvaartuig geen contingent horsmakreel voor de EU-wateren van de ICES sectoren IVb, IVc en VIId tezamen geldt en door het desbetreffende vissersvaartuig de in [bijlage 9, onderdeel A](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=9&z=2017-12-08&g=2017-12-08), vermelde hoeveelheid horsmakreel in het desbetreffende kalenderjaar nog niet is opgevist.
2. In afwijking van [artikel 21, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=21&z=2017-12-08&g=2017-12-08), is het toegestaan met een vissersvaartuig dat is uitgerust met een schotse zegen met een maaswijdte van 80–99 millimeter in ICES sectoren VIId en VIIe te vissen of te varen, voor zover voor het vissersvaartuig geen contingent horsmakreel voor de EU-wateren van de ICES sectoren IVb, IVc en VIId tezamen geldt en door het desbetreffende vissersvaartuig de hoeveelheid horsmakreel, bedoeld in het eerste lid, onder d, in het desbetreffende kalenderjaar nog niet is opgevist.
3. De som van de ingevolge het eerste lid voor het kalenderjaar toegestane hoeveelheden kabeljauw, wijting, makreel of horsmakreel voor een vissersvaartuig van een ondernemer die lid is van een groep of producentenorganisatie worden in beheer gegeven aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie.
@@ -424,11 +424,11 @@
##### Artikel 29. Bepaling contingent
1. Voor zover een ondernemer op 31 december om 24.00 uur van enig jaar voor zijn vissersvaartuig een recht op een contingent had van een in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2017-04-11&g=2017-04-11) vermelde vissoort, heeft hij gedurende het daaropvolgende kalenderjaar voor dat vissersvaartuig recht op een contingent van die vissoort ter grootte van het in bijlage 8 bij die vissoort vermelde percentage.
1. Voor zover een ondernemer op 31 december om 24.00 uur van enig jaar voor zijn vissersvaartuig een recht op een contingent had van een in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2017-12-08&g=2017-12-08) vermelde vissoort, heeft hij gedurende het daaropvolgende kalenderjaar voor dat vissersvaartuig recht op een contingent van die vissoort ter grootte van het in bijlage 8 bij die vissoort vermelde percentage.
2. Een ondernemer heeft slechts recht op een contingent tong of schol, indien hij ook recht heeft op een contingent schol onderscheidenlijk tong.
3. Voor de bepaling van een contingent voor een kalenderjaar wordt de hoeveelheid waarmee het contingent voor het daaraan voorafgaande jaar ingevolge [artikel 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=39&z=2017-04-11&g=2017-04-11) is gekort, niet meegerekend.
3. Voor de bepaling van een contingent voor een kalenderjaar wordt de hoeveelheid waarmee het contingent voor het daaraan voorafgaande jaar ingevolge [artikel 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=39&z=2017-12-08&g=2017-12-08) is gekort, niet meegerekend.
4. De minister wijzigt het in het eerste lid genoemde percentage voor een vissoort indien ten gevolge van een bindende EU-rechtshandeling de in bijlage I van de verordening vangstmogelijkheden aan Nederland toegewezen vangstmogelijkheden van die vissoort worden verlaagd.
@@ -440,7 +440,7 @@
##### Artikel 30. Document met contingent
1. De minister reikt aan de ondernemer die op grond van [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=29&z=2017-04-11&g=2017-04-11), recht heeft op een contingent, een document uit waarin het overeenkomstig de artikelen 29 en [39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=39&z=2017-04-11&g=2017-04-11) bepaalde contingent van een vissoort voor het desbetreffende kalenderjaar is vermeld en dat ten minste de volgende gegevens bevat:
1. De minister reikt aan de ondernemer die op grond van [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=29&z=2017-12-08&g=2017-12-08), recht heeft op een contingent, een document uit waarin het overeenkomstig de artikelen 29 en [39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=39&z=2017-12-08&g=2017-12-08) bepaalde contingent van een vissoort voor het desbetreffende kalenderjaar is vermeld en dat ten minste de volgende gegevens bevat:
- a. de naam van de ondernemer op wiens naam het vissersvaartuig, waarvoor het contingent geldt, staat geregistreerd; en
@@ -458,17 +458,17 @@
##### Artikel 32. Toekenning groepscontingent
1. Indien de minister voor 1 februari van enig kalenderjaar een daartoe strekkend verzoek dat is ingediend overeenkomstig [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=34&z=2017-04-11&g=2017-04-11) heeft ontvangen van een groep of een producentenorganisatie, kent hij aan die groep of producentenorganisatie een groepscontingent van een vissoort voor een vangstgebied toe gelijk aan:
1. Indien de minister voor 1 februari van enig kalenderjaar een daartoe strekkend verzoek dat is ingediend overeenkomstig [artikel 34](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=34&z=2017-12-08&g=2017-12-08) heeft ontvangen van een groep of een producentenorganisatie, kent hij aan die groep of producentenorganisatie een groepscontingent van een vissoort voor een vangstgebied toe gelijk aan:
- a. de som van de contingenten van die vissoort die in beheer zijn gegeven aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie, en
- b. de som van de op grond van [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=24&z=2017-04-11&g=2017-04-11) aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie in beheer gegeven hoeveelheden van de desbetreffende vissoort,
- b. de som van de op grond van [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=24&z=2017-12-08&g=2017-12-08) aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie in beheer gegeven hoeveelheden van de desbetreffende vissoort,
voor zover deze niet zijn opgevist en aangeland.
2. Een groepscontingent van een vissoort staat op naam van de groep of de producentenorganisatie en geldt ten gunste van de vissersvaartuigen van ondernemers:
- a. waarvan de contingenten of de in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=24&z=2017-04-11&g=2017-04-11) bedoelde som van de hoeveelheden van de desbetreffende soorten aan de groep of de producentenorganisatie in beheer zijn gegeven, of
- a. waarvan de contingenten of de in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=24&z=2017-12-08&g=2017-12-08) bedoelde som van de hoeveelheden van de desbetreffende soorten aan de groep of de producentenorganisatie in beheer zijn gegeven, of
- b. die lid zijn van de desbetreffende producentenorganisatie en in voorkomend geval van de desbetreffende groep.
@@ -484,7 +484,7 @@
##### Artikel 34. Indiening verzoek door groep of PO
1. Het verzoek, bedoeld in [artikel 32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=32&z=2017-04-11&g=2017-04-11), wordt door de groep of de producentenorganisatie ingediend en gaat vergezeld van de volgende bescheiden:
1. Het verzoek, bedoeld in [artikel 32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=32&z=2017-12-08&g=2017-12-08), wordt door de groep of de producentenorganisatie ingediend en gaat vergezeld van de volgende bescheiden:
- a. een visplan;
@@ -516,7 +516,7 @@
- b. ziet erop toe dat de leden van de groep of de producentenorganisatie het groepscontingent niet overschrijden;
- c. ziet erop toe dat de leden van de groep of de producentenorganisatie de [artikelen 20a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=20a&z=2017-04-11&g=2017-04-11) en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=21&z=2017-04-11&g=2017-04-11) naleven;
- c. ziet erop toe dat de leden van de groep of de producentenorganisatie de [artikelen 20a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=20a&z=2017-12-08&g=2017-12-08) en [21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=21&z=2017-12-08&g=2017-12-08) naleven;
- d. past in geval van overschrijding van het individueel aandeel of van het groepscontingent sanctiemaatregelen toe;
@@ -530,13 +530,13 @@
- i. verstrekt de minister op verzoek een kopie van de gegevens, bedoeld in de onderdelen e en f; en
- j. stuurt de door het bestuur van de groep of van de producentenorganisatie ingevolge [artikel 110, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=3&artikel=110&z=2017-04-11&g=2017-04-11), ontvangen gegevens na ontvangst onverwijld door aan de minister.
- j. stuurt de door het bestuur van de groep of van de producentenorganisatie ingevolge [artikel 110, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=3&artikel=110&z=2017-12-08&g=2017-12-08), ontvangen gegevens na ontvangst onverwijld door aan de minister.
2. De producentenorganisatie streeft de in artikel 7 van de GMO-verordening genoemde doelstellingen na en kan daartoe de in artikel 8 van de GMO-verordening bedoelde maatregelen toepassen.
##### Artikel 36. Onttrekking aan groepscontingent
1. De ten behoeve van een groepscontingent in beheer gegeven contingenten of som van de in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=24&z=2017-04-11&g=2017-04-11) bedoelde hoeveelheden van een vissoort kunnen door een ondernemer gedurende een kalenderjaar slechts geheel of gedeeltelijk aan het groepscontingent worden onttrokken, indien:
1. De ten behoeve van een groepscontingent in beheer gegeven contingenten of som van de in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=24&z=2017-12-08&g=2017-12-08) bedoelde hoeveelheden van een vissoort kunnen door een ondernemer gedurende een kalenderjaar slechts geheel of gedeeltelijk aan het groepscontingent worden onttrokken, indien:
- a. hij daarvan melding doet aan de minister;
@@ -544,7 +544,7 @@
- c. het groepscontingent van de desbetreffende vissoort of indien het tong of schol betreft, het groepscontingent tong en het groepscontingent schol op het moment van ontvangst van de melding nog niet geheel is opgevist.
2. De te onttrekken contingenten of de som van de in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=24&z=2017-04-11&g=2017-04-11) bedoelde hoeveelheden van een vissoort worden verminderd met de vangsten die tot de datum van onttrekking op basis van die contingenten of de som van de in artikel 24 bedoelde hoeveelheden zijn gerealiseerd.
2. De te onttrekken contingenten of de som van de in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=24&z=2017-12-08&g=2017-12-08) bedoelde hoeveelheden van een vissoort worden verminderd met de vangsten die tot de datum van onttrekking op basis van die contingenten of de som van de in artikel 24 bedoelde hoeveelheden zijn gerealiseerd.
3. De onttrekking vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de ondernemer en aan de groep of de producentenorganisatie, dat de melding is ontvangen.
@@ -552,11 +552,11 @@
1. De minister kan op verzoek van het bestuur van de groep of van de producentenorganisatie een deelnemer aan een groepscontingent van verdere deelname uitsluiten indien de deelnemer de binnen de groep of de producentenorganisatie geldende regels niet naleeft.
2. De uitgesloten deelnemer aan een groepscontingent heeft voor zover hij een contingent of een som van de in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=24&z=2017-04-11&g=2017-04-11) bedoelde hoeveelheden in beheer heeft gegeven aan de groep of de producentenorganisatie voor zijn vissersvaartuig recht op een contingent onderscheidenlijk een som van de in artikel 24 bedoelde hoeveelheden van de desbetreffende vissoort dat gelijk is aan het op grond van de [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=29&z=2017-04-11&g=2017-04-11), geldende contingent van die vissoort, verminderd met de tot de datum van uitsluiting met dat vissersvaartuig gerealiseerde vangsten of indien deze hoger zijn, verminderd met het evenredig aandeel van de vangsten gerealiseerd door de deelnemers aan het groepscontingent.
2. De uitgesloten deelnemer aan een groepscontingent heeft voor zover hij een contingent of een som van de in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=24&z=2017-12-08&g=2017-12-08) bedoelde hoeveelheden in beheer heeft gegeven aan de groep of de producentenorganisatie voor zijn vissersvaartuig recht op een contingent onderscheidenlijk een som van de in artikel 24 bedoelde hoeveelheden van de desbetreffende vissoort dat gelijk is aan het op grond van de [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=29&z=2017-12-08&g=2017-12-08), geldende contingent van die vissoort, verminderd met de tot de datum van uitsluiting met dat vissersvaartuig gerealiseerde vangsten of indien deze hoger zijn, verminderd met het evenredig aandeel van de vangsten gerealiseerd door de deelnemers aan het groepscontingent.
##### Artikel 38. Basis voor bepaling contingenten
Bij de vermindering, bedoeld in de [artikelen 36, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=36&z=2017-04-11&g=2017-04-11), en [37, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=37&z=2017-04-11&g=2017-04-11), gaat de minister uit van de gegevens uit het Visserij Registratie en Informatie Systeem van het Ministerie van Economische Zaken, aangevuld met de gegevens uit de laatste door het bestuur van de groep of van de producentenorganisatie overgelegde kopie van de administratieve gegevens, bedoeld in [artikel 35, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=35&z=2017-04-11&g=2017-04-11), behoudens tegenbewijs van de belanghebbende bij het desbetreffende contingent.
Bij de vermindering, bedoeld in de [artikelen 36, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=36&z=2017-12-08&g=2017-12-08), en [37, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=37&z=2017-12-08&g=2017-12-08), gaat de minister uit van de gegevens uit het Visserij Registratie en Informatie Systeem van het Ministerie van Economische Zaken, aangevuld met de gegevens uit de laatste door het bestuur van de groep of van de producentenorganisatie overgelegde kopie van de administratieve gegevens, bedoeld in [artikel 35, onderdeel f](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=35&z=2017-12-08&g=2017-12-08), behoudens tegenbewijs van de belanghebbende bij het desbetreffende contingent.
#### § 5. Korting, overdracht, aanhouding en ingebruikgeving van contingenten
@@ -574,15 +574,15 @@
6. In afwijking van het eerste tot en met vijfde lid, kan de minister op verzoek van de ondernemer de overschrijding van:
- a. het contingent schol geheel of gedeeltelijk in mindering brengen op het op grond van [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=29&z=2017-04-11&g=2017-04-11), geldende contingent tong waarbij voor elke 5 kilogram schol 1 kilogram tong in mindering wordt gebracht; of
- b. het contingent tong geheel of gedeeltelijk in mindering brengen op het op grond van [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=29&z=2017-04-11&g=2017-04-11), geldende contingent schol, waarbij voor elke kilogram tong 5 kilogram schol in mindering wordt gebracht.
7. De leden 1 tot en met 5, gelden niet indien aan de ondernemer of de deelnemers aan het groepscontingent op basis van een overeenkomstig [artikel 46a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=46a&z=2017-04-11&g=2017-04-11) ingediende aanvraag een aanlandcontingent ter grootte van de overschrijding is verstrekt, voor zover de betrokken ondernemer of de betrokken deelnemers aan het groepscontingent heeft onderscheidenlijk hebben voldaan aan [artikel 46c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=46c&z=2017-04-11&g=2017-04-11).
- a. het contingent schol geheel of gedeeltelijk in mindering brengen op het op grond van [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=29&z=2017-12-08&g=2017-12-08), geldende contingent tong waarbij voor elke 5 kilogram schol 1 kilogram tong in mindering wordt gebracht; of
- b. het contingent tong geheel of gedeeltelijk in mindering brengen op het op grond van [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=29&z=2017-12-08&g=2017-12-08), geldende contingent schol, waarbij voor elke kilogram tong 5 kilogram schol in mindering wordt gebracht.
7. De leden 1 tot en met 5, gelden niet indien aan de ondernemer of de deelnemers aan het groepscontingent op basis van een overeenkomstig [artikel 46a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=46a&z=2017-12-08&g=2017-12-08) ingediende aanvraag een aanlandcontingent ter grootte van de overschrijding is verstrekt, voor zover de betrokken ondernemer of de betrokken deelnemers aan het groepscontingent heeft onderscheidenlijk hebben voldaan aan [artikel 46c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=46c&z=2017-12-08&g=2017-12-08).
##### Artikel 40. Andere verdeling van contingenten over vissersvaartuigen
1. In afwijking van [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=29&z=2017-04-11&g=2017-04-11), kan een ondernemer op wiens naam meer dan één vissersvaartuigen geregistreerd zijn waarvoor een contingent van dezelfde vissoort geldt, die contingenten op een andere manier over deze vissersvaartuigen verdelen.
1. In afwijking van [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=29&z=2017-12-08&g=2017-12-08), kan een ondernemer op wiens naam meer dan één vissersvaartuigen geregistreerd zijn waarvoor een contingent van dezelfde vissoort geldt, die contingenten op een andere manier over deze vissersvaartuigen verdelen.
2. De verdeling is slechts toegestaan, indien:
@@ -596,9 +596,9 @@
##### Artikel 41. Overdraagbaarheid van contingenten
1. Het recht van een ondernemer op een contingent van een vissoort is geheel of gedeeltelijk overdraagbaar aan één of meer ondernemers met één of meer vissersvaartuigen dat behoort onderscheidenlijk die behoren tot het segment MFL1 indien is voldaan aan het tweede tot en met het vijfde lid en aan de [artikelen 42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=42&z=2017-04-11&g=2017-04-11) en [43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=43&z=2017-04-11&g=2017-04-11).
2. Een ondernemer die zijn contingent geheel of gedeeltelijk wil overdragen, dient daarvoor een verzoek in bij de minister. Dit verzoek gaat vergezeld van het document, bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=30&z=2017-04-11&g=2017-04-11).
1. Het recht van een ondernemer op een contingent van een vissoort is geheel of gedeeltelijk overdraagbaar aan één of meer ondernemers met één of meer vissersvaartuigen dat behoort onderscheidenlijk die behoren tot het segment MFL1 indien is voldaan aan het tweede tot en met het vijfde lid en aan de [artikelen 42](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=42&z=2017-12-08&g=2017-12-08) en [43](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=43&z=2017-12-08&g=2017-12-08).
2. Een ondernemer die zijn contingent geheel of gedeeltelijk wil overdragen, dient daarvoor een verzoek in bij de minister. Dit verzoek gaat vergezeld van het document, bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=30&z=2017-12-08&g=2017-12-08).
3. Indien de ondernemer aan wie het contingent wordt overgedragen, meer dan één vissersvaartuig heeft, wordt bij het verzoek vermeld welk deel van het over te dragen contingent voor elk van deze vissersvaartuigen komt te gelden.
@@ -620,7 +620,7 @@
##### Artikel 43. Overdracht van contingenten
De overdracht vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de ondernemer aan wie het contingent van een vissoort wordt overgedragen, dat het overgedragen contingent voor een door de ondernemer aangewezen vissersvaartuig of vissersvaartuigen op zijn naam komt te gelden en dat dat contingent voor het lopende kalenderjaar is verminderd met het eventueel opgeviste deel daarvan, de hoeveelheden, bedoeld in [artikel 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=39&z=2017-04-11&g=2017-04-11), en de hoeveelheden, bedoeld in [artikel 46c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=46c&z=2017-04-11&g=2017-04-11).
De overdracht vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de ondernemer aan wie het contingent van een vissoort wordt overgedragen, dat het overgedragen contingent voor een door de ondernemer aangewezen vissersvaartuig of vissersvaartuigen op zijn naam komt te gelden en dat dat contingent voor het lopende kalenderjaar is verminderd met het eventueel opgeviste deel daarvan, de hoeveelheden, bedoeld in [artikel 39](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=39&z=2017-12-08&g=2017-12-08), en de hoeveelheden, bedoeld in [artikel 46c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=46c&z=2017-12-08&g=2017-12-08).
##### Artikel 44. Aanhouden van contingenten
@@ -638,7 +638,7 @@
##### Artikel 45. Ingebruikgeving van contingenten
1. Een ondernemer kan het contingent van een vissoort dat voor zijn vissersvaartuig geldt of dat ingevolge [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=44&z=2017-04-11&g=2017-04-11) is aangehouden, in het kalenderjaar geheel of gedeeltelijk in gebruik geven aan:
1. Een ondernemer kan het contingent van een vissoort dat voor zijn vissersvaartuig geldt of dat ingevolge [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=44&z=2017-12-08&g=2017-12-08) is aangehouden, in het kalenderjaar geheel of gedeeltelijk in gebruik geven aan:
- a. een met name genoemde ondernemer met één of meer vissersvaartuigen dat behoort onderscheidenlijk die behoren tot het segment MFL1 voor wiens vissersvaartuig een contingent geldt van dezelfde vissoort en voor zover het een contingent voor de vissoorten tong of schol betreft voor het vissersvaartuig zowel een contingent tong als schol geldt; of
@@ -650,7 +650,7 @@
- b. de periode waarvoor het contingent van een vissoort geheel of gedeeltelijk in gebruik wordt gegeven op het moment van de melding, bedoeld in onderdeel a, kleiner is dan de resterende periode waarvoor het desbetreffende contingent is aangehouden.
3. De ingebruikgeving vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de ondernemer, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, dat de melding is ontvangen. Indien het voor dat kalenderjaar voor het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen van de ondernemer waaraan in gebruik wordt gegeven geldende contingent van de desbetreffende vissoort is overschreden op het moment van ontvangst van de in het tweede lid bedoelde melding, vindt de kennisgeving voor het lopende kalenderjaar slechts plaats nadat de hoeveelheden, bedoeld in [artikel 46c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=46c&z=2017-04-11&g=2017-04-11), daarop in mindering zijn gebracht.
3. De ingebruikgeving vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de ondernemer, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, dat de melding is ontvangen. Indien het voor dat kalenderjaar voor het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen van de ondernemer waaraan in gebruik wordt gegeven geldende contingent van de desbetreffende vissoort is overschreden op het moment van ontvangst van de in het tweede lid bedoelde melding, vindt de kennisgeving voor het lopende kalenderjaar slechts plaats nadat de hoeveelheden, bedoeld in [artikel 46c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=46c&z=2017-12-08&g=2017-12-08), daarop in mindering zijn gebracht.
##### Artikel 46. Ingebruikgeving van groepscontingenten
@@ -658,7 +658,7 @@
2. Een bestuur van een groep of van een producentenorganisatie kan het groepscontingent van een vissoort gedeeltelijk in gebruik geven aan een of meer met name genoemde ondernemers, met één of meer vissersvaartuigen dat behoort onderscheidenlijk die behoren tot het segment MFL1, die geen lid is onderscheidenlijk zijn van een groep of een producentenorganisatie en voor wiens vissersvaartuig een contingent van dezelfde vissoort geldt, of voor zover het contingent voor de vissoorten tong of schol betreft, voor beide soorten een contingent geldt, indien het bestuur van de ingebruikgeving voor 1 maart van het desbetreffende kalenderjaar melding heeft gedaan aan de minister.
3. De ingebruikgeving vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie dat de melding is ontvangen. Indien het voor dat kalenderjaar voor het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen van de ondernemer waaraan in gebruik wordt gegeven geldende contingent van de desbetreffende vissoort is overschreden op het moment van ontvangst van de in het tweede lid bedoelde melding, vindt de kennisgeving voor het lopende kalenderjaar slechts plaats nadat de hoeveelheden, bedoeld in [artikel 46c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=46c&z=2017-04-11&g=2017-04-11), daarop in mindering zijn gebracht.
3. De ingebruikgeving vindt slechts plaats na kennisgeving van de minister aan de desbetreffende groep of producentenorganisatie dat de melding is ontvangen. Indien het voor dat kalenderjaar voor het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen van de ondernemer waaraan in gebruik wordt gegeven geldende contingent van de desbetreffende vissoort is overschreden op het moment van ontvangst van de in het tweede lid bedoelde melding, vindt de kennisgeving voor het lopende kalenderjaar slechts plaats nadat de hoeveelheden, bedoeld in [artikel 46c, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=46c&z=2017-12-08&g=2017-12-08), daarop in mindering zijn gebracht.
#### § 6. Overige bepalingen over contingenten
@@ -670,13 +670,13 @@
##### Artikel 48. Nadere voorschriften contingenten haring
Indien het een contingent haring betreft, zijn de [artikelen 31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=31&z=2017-04-11&g=2017-04-11), [32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=32&z=2017-04-11&g=2017-04-11), [40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=40&z=2017-04-11&g=2017-04-11), [41, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=41&z=2017-04-11&g=2017-04-11), voor zover verband houdend met gedeeltelijke overdracht, [44, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=44&z=2017-04-11&g=2017-04-11), [45, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=45&z=2017-04-11&g=2017-04-11), en [46, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=46&z=2017-04-11&g=2017-04-11), uitsluitend van toepassing, indien het één en hetzelfde vangstgebied betreft.
Indien het een contingent haring betreft, zijn de [artikelen 31, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=31&z=2017-12-08&g=2017-12-08), [32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=32&z=2017-12-08&g=2017-12-08), [40, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=40&z=2017-12-08&g=2017-12-08), [41, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=41&z=2017-12-08&g=2017-12-08), voor zover verband houdend met gedeeltelijke overdracht, [44, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=44&z=2017-12-08&g=2017-12-08), [45, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=45&z=2017-12-08&g=2017-12-08), en [46, eerste en tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=46&z=2017-12-08&g=2017-12-08), uitsluitend van toepassing, indien het één en hetzelfde vangstgebied betreft.
##### Artikel 49. Nadere voorschriften meldingen
1. Een melding als bedoeld in de [artikelen 30, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=30&z=2017-04-11&g=2017-04-11), [36, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=36&z=2017-04-11&g=2017-04-11), [40, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=40&z=2017-04-11&g=2017-04-11), [45, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=45&z=2017-04-11&g=2017-04-11), en [46, eerste en tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=46&z=2017-04-11&g=2017-04-11), wordt bij de minister gedaan op een daartoe bestemd formulier.
2. Een verzoek als bedoeld in de [artikelen 32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=32&z=2017-04-11&g=2017-04-11), [37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=37&z=2017-04-11&g=2017-04-11), [39, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=39&z=2017-04-11&g=2017-04-11), [41, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=41&z=2017-04-11&g=2017-04-11), [42, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=42&z=2017-04-11&g=2017-04-11), en [44, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=44&z=2017-04-11&g=2017-04-11), wordt bij de minister ingediend op een daartoe bestemd formulier.
1. Een melding als bedoeld in de [artikelen 30, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=30&z=2017-12-08&g=2017-12-08), [36, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=36&z=2017-12-08&g=2017-12-08), [40, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=40&z=2017-12-08&g=2017-12-08), [45, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=45&z=2017-12-08&g=2017-12-08), en [46, eerste en tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=46&z=2017-12-08&g=2017-12-08), wordt bij de minister gedaan op een daartoe bestemd formulier.
2. Een verzoek als bedoeld in de [artikelen 32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=32&z=2017-12-08&g=2017-12-08), [37, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=37&z=2017-12-08&g=2017-12-08), [39, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=39&z=2017-12-08&g=2017-12-08), [41, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=41&z=2017-12-08&g=2017-12-08), [42, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=42&z=2017-12-08&g=2017-12-08), en [44, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=44&z=2017-12-08&g=2017-12-08), wordt bij de minister ingediend op een daartoe bestemd formulier.
### Hoofdstuk 3. Technische maatregelen
@@ -844,7 +844,7 @@
##### Artikel 69. Beheer visserij-inspanning westelijke wateren
1. Het is verboden de visserij uit te oefenen in de gebieden, bedoeld in artikel 1 van verordening nr. 1954/2003, op de in de bijlage I en II bij die verordening per visserijgebied genoemde doelsoorten.
1. Het is verboden de visserij uit te oefenen in de gebieden, bedoeld in artikel 1 van verordening nr. 1954/2003, op de in de bijlage bij die verordening per visserijgebied genoemde doelsoorten.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is in een kalenderjaar voor een doelsoort in een visserijgebied niet van toepassing op vaartuigen als bedoeld in het derde lid, in de periode dat het maximale visserij-inspanningsniveau, bedoeld in bijlage I en II bij verordening nr. 1415/2004, voor die doelsoort in dat visserijgebied niet is bereikt. De minister maakt de datum waarop het maximale visserij-inspanningsniveau is bereikt, bekend.
@@ -854,13 +854,13 @@
1. Het is verboden in strijd te handelen met artikel 9 van verordening nr. 811/2004.
2. Als havens als bedoeld in artikel 9 van verordening nr. 811/2004, worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2017-04-11&g=2017-04-11), toegelaten havens.
2. Als havens als bedoeld in artikel 9 van verordening nr. 811/2004, worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2017-12-08&g=2017-12-08), toegelaten havens.
##### Artikel 71. Herstelplan zwarte heilbot in NAFO-gebied
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, 5 bis, 6, eerste en derde lid, 8, eerste lid, 9, 10, tweede en derde lid, en 11 van verordening nr. 2115/2005.
2. Als havens als bedoel in artikel 8, tweede lid, van verordening nr. 2115/2005 worden aangewezen de havens die zijn vermeld in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2017-04-11&g=2017-04-11) B.
2. Als havens als bedoel in artikel 8, tweede lid, van verordening nr. 2115/2005 worden aangewezen de havens die zijn vermeld in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2017-12-08&g=2017-12-08) B.
3. De mededeling, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van verordening nr. 2115/2005, wordt gedaan aan de NVWA.
@@ -878,7 +878,7 @@
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 11 en 12 van [verordening 2016/1139](32016R1139) en met de door de Europese Commissie op grond van de artikelen 6, eerste lid, 7, eerste lid, en 8, eerste lid, van [verordening 2016/1139](32016R1139) vastgestelde gedelegeerde handelingen.
2. Als havens als bedoeld in artikel 14 van [verordening 2016/1139](32016R1139) worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2017-04-11&g=2017-04-11), toegelaten havens.
2. Als havens als bedoeld in artikel 14 van [verordening 2016/1139](32016R1139) worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2017-12-08&g=2017-12-08), toegelaten havens.
##### Artikel 75. Instandhoudings- en handhavingmaatregelen in NAFO-gebied
@@ -886,7 +886,7 @@
2. Het is verboden in strijd te handelen met een op grond van artikel 54, eerste lid, van verordening nr. 1386/2007 gegeven opdracht of met een op grond van artikel 56 van die verordening getroffen maatregel.
3. Als havens als bedoeld in artikel 63 van verordening nr. 1386/2007, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2017-04-11&g=2017-04-11) B met uitzondering van Amsterdam.
3. Als havens als bedoeld in artikel 63 van verordening nr. 1386/2007, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2017-12-08&g=2017-12-08) B met uitzondering van Amsterdam.
4. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 63bis van verordening nr. 1386/2007, is de NVWA.
@@ -898,7 +898,7 @@
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 5, derde lid, 11, 12, eerste lid, 15, eerste lid, 16, tweede lid, 17, 19, tweede tot en met vierde lid, 22, eerste lid, 23, derde lid, 25, 26, eerste tot en met vierde lid, 30, vierde lid, 31, eerste, tweede, zesde en zevende lid, 32, eerste lid, tweede lid en vierde tot en met achtste lid, 33, eerste tot en met vierde lid, 34, tweede lid, 35, eerste lid, 36, tweede lid, 38, 40, eerste, derde en vijfde lid, 41, derde lid, 45, tweede lid, 46, achtste lid, 49, eerste tot en met derde lid, en 56 van [verordening 2016/1627](32016R1627) en met de door de Europese Commissie op grond van de artikelen 26, vijfde lid, 39 en 48 van [verordening 2016/1627](32016R1627) vastgestelde uitvoeringshandelingen.
2. Als havens als bedoeld in de artikel 30, eerste lid, van [verordening 2016/1627](32016R1627) worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2017-04-11&g=2017-04-11), toegelaten havens mits het aanlanden of overladen plaatsvindt binnen de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2017-04-11&g=2017-04-11) C bij die havens vermelde lostijden.
2. Als havens als bedoeld in de artikel 30, eerste lid, van [verordening 2016/1627](32016R1627) worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2017-12-08&g=2017-12-08), toegelaten havens mits het aanlanden of overladen plaatsvindt binnen de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2017-12-08&g=2017-12-08) C bij die havens vermelde lostijden.
##### Artikel 77. Controle- en handhavingregeling in NEAFC-gebied
@@ -910,7 +910,7 @@
4. De minister kan vistuig als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van verordening nr. 1236/2010, verwijderen en vernietigen.
5. Als havens als bedoeld in artikel 23 van verordening nr. 1236/2010, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2017-04-11&g=2017-04-11) B met uitzondering van Amsterdam.
5. Als havens als bedoeld in artikel 23 van verordening nr. 1236/2010, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2017-12-08&g=2017-12-08) B met uitzondering van Amsterdam.
6. Het is verboden met vaartuigen als bedoeld in artikel 40, tweede lid, van verordening nr. 1236/2010, een Nederlandse haven binnen te varen.
@@ -1042,11 +1042,11 @@
##### Artikel 87. Verzegeling motoren
1. Voor de toepassing van het tweede tot en met vijfde lid en de [artikelen 88](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=88&z=2017-04-11&g=2017-04-11) en [94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=94&z=2017-04-11&g=2017-04-11) wordt onder motorvermogen verstaan: maximaal continue-vermogen zonder aftrek van door de motor aangedreven hulpmachines, uitgedrukt in kW dat de hoofdmotor of hoofdmotoren zonder overbelasting kan onderscheidenlijk, kunnen leveren, en dat mechanisch, elektrisch, hydraulisch of anderszins kan worden aangewend voor de voortstuwing van het vaartuig, zoals dat is vastgesteld door de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport ingevolge het [Vissersvaartuigenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004607) of het [Vissersvaartuigenbesluit 2002](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013342), of in voorkomend geval blijkt uit een verklaring inzake het maximaal continue-vermogen, opgesteld door de fabrikant of de leverancier.
2. Voor zover het motorvermogen van een vissersvaartuig meer dan 120 kW is, is het verboden de visserij uit te oefenen met dat vissersvaartuig, indien de hoofdmotor of de hoofdmotoren van het vaartuig niet door een onderneming die is erkend op grond van [artikel 87a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2017-04-11&g=2017-04-11) zijn verzegeld.
3. Terzake van de in het tweede lid bedoelde verzegeling wordt door een erkend zegelbureau overeenkomstig de voorschriften die zijn opgenomen in [bijlage 12b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=12b&z=2017-04-11&g=2017-04-11), een zegelplan opgemaakt.
1. Voor de toepassing van het tweede tot en met vijfde lid en de [artikelen 88](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=88&z=2017-12-08&g=2017-12-08) en [94](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=94&z=2017-12-08&g=2017-12-08) wordt onder motorvermogen verstaan: maximaal continue-vermogen zonder aftrek van door de motor aangedreven hulpmachines, uitgedrukt in kW dat de hoofdmotor of hoofdmotoren zonder overbelasting kan onderscheidenlijk, kunnen leveren, en dat mechanisch, elektrisch, hydraulisch of anderszins kan worden aangewend voor de voortstuwing van het vaartuig, zoals dat is vastgesteld door de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport ingevolge het [Vissersvaartuigenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004607) of het [Vissersvaartuigenbesluit 2002](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013342), of in voorkomend geval blijkt uit een verklaring inzake het maximaal continue-vermogen, opgesteld door de fabrikant of de leverancier.
2. Voor zover het motorvermogen van een vissersvaartuig meer dan 120 kW is, is het verboden de visserij uit te oefenen met dat vissersvaartuig, indien de hoofdmotor of de hoofdmotoren van het vaartuig niet door een onderneming die is erkend op grond van [artikel 87a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2017-12-08&g=2017-12-08) zijn verzegeld.
3. Terzake van de in het tweede lid bedoelde verzegeling wordt door een erkend zegelbureau overeenkomstig de voorschriften die zijn opgenomen in [bijlage 12b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=12b&z=2017-12-08&g=2017-12-08), een zegelplan opgemaakt.
4. De ondernemer stuurt na opmaak of wijziging van het zegelplan, bedoeld in het derde lid, een afschrift hiervan aan de minister.
@@ -1056,11 +1056,11 @@
1. Voor zover een vissersvaartuig is aangemeld bij de Inspectie Leefomgeving en Transport zoals vereist krachtens [artikel 20, tweede lid, van het Vissersvaartuigenbesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004607&artikel=20) of [artikel 1.11 van het Vissersvaartuigenbesluit 2002](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0013342&artikel=1.11) heeft de ondernemer van een vissersvaartuig of diens gemachtigde de desbetreffende aanmelding aan boord van het vissersvaartuig.
2. Voor zover het motorvermogen van een vissersvaartuig meer dan 120 kW is, heeft de ondernemer van een vissersvaartuig of diens gemachtigde het zegelplan, bedoeld in [artikel 88, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=88&z=2017-04-11&g=2017-04-11), aan boord van het vissersvaartuig.
2. Voor zover het motorvermogen van een vissersvaartuig meer dan 120 kW is, heeft de ondernemer van een vissersvaartuig of diens gemachtigde het zegelplan, bedoeld in [artikel 88, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=88&z=2017-12-08&g=2017-12-08), aan boord van het vissersvaartuig.
3. De ondernemer van een vissersvaartuig of diens gemachtigde doet onverwijld doch in ieder geval vóór het tijdstip van aanlanding melding van wijzigingen die zich ten aanzien van de hoofdmotor of hoofdmotoren van het desbetreffende vaartuig hebben voorgedaan ten opzichte van de in het eerste lid bedoelde aanmelding of het bij dat vaartuig behorende zegelplan en die hem bekend waren of hem redelijkerwijs bekend hadden moeten zijn. Wijzigingen die kennelijk zijn opgetreden door menselijk toedoen worden in ieder geval aangemerkt als redelijkerwijs bekend.
4. De melding, bedoeld in het derde lid, geschiedt overeenkomstig [artikel 7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2017-04-11&g=2017-04-11).
4. De melding, bedoeld in het derde lid, geschiedt overeenkomstig [artikel 7, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2017-12-08&g=2017-12-08).
##### Artikel 89. Vermelding vissoort op verpakking
@@ -1110,7 +1110,7 @@
1. Het is verboden om in strijd te handelen met artikel 6, eerste lid, van de controleverordening.
2. De in artikel 6, eerste lid, van de controleverordening, bedoelde visvergunning wordt op aanvraag van de desbetreffende ondernemer door de minister verleend overeenkomstig [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=93&z=2017-04-11&g=2017-04-11).
2. De in artikel 6, eerste lid, van de controleverordening, bedoelde visvergunning wordt op aanvraag van de desbetreffende ondernemer door de minister verleend overeenkomstig [artikel 93](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=93&z=2017-12-08&g=2017-12-08).
3. De aanvraag tot inschrijving van een vaartuig in het visserijregister, bedoeld in [artikel 6 van het Registratiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009353&artikel=6), alsmede de mededeling, bedoeld in [artikel 7, tweede lid, van het Registratiebesluit](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0009353&artikel=7), wordt in voorkomend geval als een aanvraag tot verlening van een visvergunning beschouwd.
@@ -1130,7 +1130,7 @@
- f. het vissersvaartuig behoort tot hetzelfde segment als voor het moment van doorhaling, dan wel tot hetzelfde segment als het vissersvaartuig dat wordt vervangen; en
- g. is voldaan aan [artikel 87, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87&z=2017-04-11&g=2017-04-11).
- g. is voldaan aan [artikel 87, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87&z=2017-12-08&g=2017-12-08).
2. In afwijking van het eerste lid wordt een visvergunning verleend voor een vissersvaartuig waarvan het motorvermogen of de tonnage is toegenomen, indien ten aanzien van het vissersvaartuig een visvergunning was verleend wat betreft het oorspronkelijke motorvermogen of de oorspronkelijke tonnage, en de aanvrager van de visvergunning kan aantonen dat:
@@ -1154,7 +1154,7 @@
- a. het vermogen van de hoofdmotor of hoofdmotoren van het vissersvaartuig hoger is dan het op de visvergunning vermelde motorvermogen;
- b. er ten aanzien van de hoofdmotor of hoofdmotoren van het vissersvaartuig wijzigingen zijn opgetreden ten opzichte van het desbetreffende in [artikel 87, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87&z=2017-04-11&g=2017-04-11), bedoelde zegelplan, of de in [artikel 88, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=88&z=2017-04-11&g=2017-04-11), bedoelde aanmelding, of
- b. er ten aanzien van de hoofdmotor of hoofdmotoren van het vissersvaartuig wijzigingen zijn opgetreden ten opzichte van het desbetreffende in [artikel 87, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87&z=2017-12-08&g=2017-12-08), bedoelde zegelplan, of de in [artikel 88, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=88&z=2017-12-08&g=2017-12-08), bedoelde aanmelding, of
- c. de tonnage van het vissersvaartuig hoger is dan de op de visvergunning vermelde tonnage.
@@ -1162,7 +1162,7 @@
3. De minister besluit de ongeldigheid van de visvergunning op te heffen, indien de ondernemer of diens gemachtigde hem bescheiden heeft doen toekomen waaruit te zijnen genoegen blijkt dat:
- a. indien het betreft de situatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen a of b, het vermogen van de hoofdmotor of hoofdmotoren van dat vissersvaartuig het op de visvergunning vermelde motorvermogen niet overschrijdt, onderscheidenlijk er ten aanzien van de hoofdmotor of hoofdmotoren van dat vissersvaartuig geen afwijkingen zijn ten opzichte van het desbetreffende in [artikel 87, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87&z=2017-04-11&g=2017-04-11), bedoelde zegelplan of de in [artikel 88, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=88&z=2017-04-11&g=2017-04-11), bedoelde aanmelding;
- a. indien het betreft de situatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdelen a of b, het vermogen van de hoofdmotor of hoofdmotoren van dat vissersvaartuig het op de visvergunning vermelde motorvermogen niet overschrijdt, onderscheidenlijk er ten aanzien van de hoofdmotor of hoofdmotoren van dat vissersvaartuig geen afwijkingen zijn ten opzichte van het desbetreffende in [artikel 87, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87&z=2017-12-08&g=2017-12-08), bedoelde zegelplan of de in [artikel 88, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=88&z=2017-12-08&g=2017-12-08), bedoelde aanmelding;
- b. indien het betreft de situatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel c, de tonnage van het vissersvaartuig overeenkomt met de op de visvergunning vermelde gegevens.
@@ -1178,13 +1178,13 @@
- b. indien het vissersvaartuig niet meer is geregistreerd in het visserijregister; of
- c. indien de visserijactiviteiten van een vissersvaartuig definitief worden beëindigd als bedoeld in artikel 23 van verordening nr. 1198/2006, en ten aanzien van de beëindiging door de minister of door de Europese Commissie subsidie is verleend.
- c. indien de visserijactiviteiten van een vissersvaartuig definitief worden beëindigd als bedoeld in artikel 34 van [verordening nr. 508/2014](32014R0508), en ten aanzien van de beëindiging door de minister of door de Europese Commissie subsidie is verleend.
2. De minister schorst de visvergunning in de situatie, bedoeld in artikel 6, derde lid, van de controleverordening, en artikel 92, derde lid, van de controleverordening, in samenhang met artikel 129, eerste lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening.
3. De minister kan de visvergunning voor een bepaalde periode schorsen of intrekken indien naar het oordeel van de minister:
- a. met het vissersvaartuig de visserij kennelijk is uitgeoefend in strijd met [artikel 20a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=20a&z=2017-04-11&g=2017-04-11), [artikel 21, eerste, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=21&z=2017-04-11&g=2017-04-11), de [artikelen 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=22&z=2017-04-11&g=2017-04-11), [46a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=46a&z=2017-04-11&g=2017-04-11), [46c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=46c&z=2017-04-11&g=2017-04-11) of [artikel 130, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=8&artikel=130&z=2017-04-11&g=2017-04-11), van deze regeling; of
- a. met het vissersvaartuig de visserij kennelijk is uitgeoefend in strijd met [artikel 20a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=20a&z=2017-12-08&g=2017-12-08), [artikel 21, eerste, derde en zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=21&z=2017-12-08&g=2017-12-08), de [artikelen 22](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=22&z=2017-12-08&g=2017-12-08), [46a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=46a&z=2017-12-08&g=2017-12-08), [46c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=46c&z=2017-12-08&g=2017-12-08) of [artikel 130, zevende lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=8&artikel=130&z=2017-12-08&g=2017-12-08), van deze regeling; of
- b. de ondernemer van een vissersvaartuig ten aanzien van wie een visvergunning is verleend, of diens gemachtigde, niet voldoet aan de aan de visvergunning verbonden voorschriften.
@@ -1196,7 +1196,7 @@
1. Het is verboden om in strijd te handelen met artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, ongeacht de lengte van het betrokken vissersvaartuig.
2. De in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, bedoelde vismachtiging wordt op aanvraag van de desbetreffende ondernemer door de minister verleend overeenkomstig [artikel 98](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=98&z=2017-04-11&g=2017-04-11).
2. De in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, bedoelde vismachtiging wordt op aanvraag van de desbetreffende ondernemer door de minister verleend overeenkomstig [artikel 98](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=98&z=2017-12-08&g=2017-12-08).
##### Artikel 98. Verlening vismachtiging
@@ -1206,7 +1206,7 @@
3. Voor zover het een vismachtiging voor de in artikel 9, tweede lid, tweede alinea, onder b of c, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde visserijactiviteiten betreft, wordt de vismachtiging slechts verleend indien voldaan is aan artikel 84a.
4. Voor zover het een vismachtiging voor de in verordening nr. 1342/2008 bedoelde visserijactiviteiten betreft, wordt de vismachtiging slechts verleend indien voldaan is aan [artikel 86a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=86a&z=2017-04-11&g=2017-04-11).
4. Voor zover het een vismachtiging voor de in verordening nr. 1342/2008 bedoelde visserijactiviteiten betreft, wordt de vismachtiging slechts verleend indien voldaan is aan [artikel 86a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=86a&z=2017-12-08&g=2017-12-08).
5. De minister kan weigeren een vismachtiging te verlenen indien hij dit noodzakelijk acht ter nakoming van verplichtingen van de Europese Unie.
@@ -1220,7 +1220,7 @@
##### Artikel 100. Schorsing of intrekking vismachtiging
1. De minister schorst de vismachtiging of trekt deze in in de situatie, bedoeld in [artikel 7, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2017-04-11&g=2017-04-11), van de controleverordening.
1. De minister schorst de vismachtiging of trekt deze in in de situatie, bedoeld in [artikel 7, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2017-12-08&g=2017-12-08), van de controleverordening.
2. De minister kan de vismachtiging voor een bepaalde periode geheel of gedeeltelijk schorsen of intrekken indien naar het oordeel van de minister de desbetreffende ondernemer, of diens gemachtigde, niet voldoet aan de aan de vismachtiging verbonden voorschriften.
@@ -1282,7 +1282,7 @@
7. De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 14, zesde lid, 21, vierde lid, en 23, derde lid, van de controleverordening en in artikel 32 van de uitvoeringsverordening controleverordening, is de NVWA.
8. Als omrekeningsfactoren als bedoeld in artikel 49, derde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, worden vastgesteld de omrekeningsfactoren die zijn opgenomen in [bijlage 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=10&z=2017-04-11&g=2017-04-11).
8. Als omrekeningsfactoren als bedoeld in artikel 49, derde lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, worden vastgesteld de omrekeningsfactoren die zijn opgenomen in [bijlage 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=10&z=2017-12-08&g=2017-12-08).
##### Artikel 105. Elektronisch invullen/verzenden visserijlogboekgegevens
@@ -1306,7 +1306,7 @@
3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is van overeenkomstige toepassing in het geval het overladen is onderbroken.
4. Als havens als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de controleverordening, worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2017-04-11&g=2017-04-11), toegelaten havens.
4. Als havens als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de controleverordening, worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2017-12-08&g=2017-12-08), toegelaten havens.
##### Artikel 108. Elektronisch invullen/verzenden aangifte van overlading
@@ -1338,7 +1338,7 @@
- d. het gereglementeerd gebied waar zal worden gevist.
4. Ingeval de kapitein van een vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger voornemens is in de beheersperiode hetzelfde type vistuig of dezelfde typen vistuigen te gebruiken als het type vistuig dat of de typen vistuigen die voor het desbetreffende gereglementeerd geografisch gebied is of zijn vermeld in de in [artikel 97](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=97&z=2017-04-11&g=2017-04-11), bedoelde vismachtiging die betrekking heeft op de daaraan voorafgaande beheersperiode, wordt de kennisgeving tot verkrijging van die vismachtiging aangemerkt als kennisgeving als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de controleverordening.
4. Ingeval de kapitein van een vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger voornemens is in de beheersperiode hetzelfde type vistuig of dezelfde typen vistuigen te gebruiken als het type vistuig dat of de typen vistuigen die voor het desbetreffende gereglementeerd geografisch gebied is of zijn vermeld in de in [artikel 97](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=1&artikel=97&z=2017-12-08&g=2017-12-08), bedoelde vismachtiging die betrekking heeft op de daaraan voorafgaande beheersperiode, wordt de kennisgeving tot verkrijging van die vismachtiging aangemerkt als kennisgeving als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de controleverordening.
5. De gegevens die worden vermeld in de voor de beheersperiode af te geven vismachtiging worden gebaseerd op de meest recente kennisgeving.
@@ -1388,7 +1388,7 @@
1. Het is verboden in strijd te handelen te handelen met de artikelen 42, eerste lid, en 43, tweede lid, en 44 van de controleverordening.
2. Als havens als bedoeld in de artikelen 42, eerste lid, en 43, eerste lid, van de controleverordening, worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2017-04-11&g=2017-04-11), toegelaten havens mits het aanlanden of overladen plaatsvindt binnen de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2017-04-11&g=2017-04-11) C bij die havens vermelde lostijden.
2. Als havens als bedoeld in de artikelen 42, eerste lid, en 43, eerste lid, van de controleverordening, worden aangewezen de voor de desbetreffende vissersvaartuigen op grond van [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2017-12-08&g=2017-12-08), toegelaten havens mits het aanlanden of overladen plaatsvindt binnen de in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2017-12-08&g=2017-12-08) C bij die havens vermelde lostijden.
3. Als waarnemer of functionaris als bedoeld in artikel 42, tweede lid, van de controleverordening, wordt aangewezen een functionaris van de NVWA.
@@ -1452,7 +1452,7 @@
2. Marktdeelnemers als bedoeld in artikel 4, negentiende lid, van de controleverordening beschikken over systemen en procedures, waarmee kan worden nagegaan van wie zij partijen visserij- en aquacultuurproducten als bedoeld in artikel 66 van de uitvoeringsverordening controleverordening hebben ontvangen en aan wie zij die producten hebben geleverd.
3. In de in het tweede lid bedoelde systemen worden door de desbetreffende marktdeelnemer de in [artikel 90](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=90&z=2017-04-11&g=2017-04-11) van deze regeling en de in artikel 58, vijfde lid, van controleverordening bedoelde gegevens vastgelegd.
3. In de in het tweede lid bedoelde systemen worden door de desbetreffende marktdeelnemer de in [artikel 90](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=90&z=2017-12-08&g=2017-12-08) van deze regeling en de in artikel 58, vijfde lid, van controleverordening bedoelde gegevens vastgelegd.
4. De in artikel 58, onderdelen g en h, van de controleverordening bedoelde gegevens zijn in het stadium van de detailhandel voor de consument beschikbaar en worden vermeld op het etiket of het identificatiemerk van de voor de detailverkoop aangeboden visserij- en aquacultuurproducten, dan wel voor zover het de wetenschappelijke naam van de soort op detailhandelniveau betreft, aan de hand van commerciële voorlichtingsmiddelen, zoals borden en posters.
@@ -1462,9 +1462,9 @@
1. Alle visserijproducten die voor het eerst op de markt worden gebracht, worden geregistreerd in een visafslag dan wel worden verkocht aan geregistreerde kopers of producentenorganisaties.
2. Het is verboden in strijd te handelen met [artikel 59, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=3&artikel=59&z=2017-04-11&g=2017-04-11), van de controleverordening.
3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in [artikel 59, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=3&artikel=59&z=2017-04-11&g=2017-04-11), van de controleverordening is de minister.
2. Het is verboden in strijd te handelen met [artikel 59, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=3&artikel=59&z=2017-12-08&g=2017-12-08), van de controleverordening.
3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in [artikel 59, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=3&artikel=59&z=2017-12-08&g=2017-12-08), van de controleverordening is de minister.
##### Artikel 124. Weging visserijproducten
@@ -1474,7 +1474,7 @@
3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 60, zesde lid, van de controleverordening en de artikelen 75, 80, eerste lid, 81, 82, eerste lid, en 87, van de uitvoeringsverordening controleverordening, is de NVWA.
4. Als havens als bedoeld in artikel 79, tweede lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2017-04-11&g=2017-04-11) B. Het aanlanden of overladen vindt plaats in de havens die zijn vermeld in bijlage 2 B binnen de in bijlage 2 C bij die havens vermelde lostijden.
4. Als havens als bedoeld in artikel 79, tweede lid, van de uitvoeringsverordening controleverordening, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2017-12-08&g=2017-12-08) B. Het aanlanden of overladen vindt plaats in de havens die zijn vermeld in bijlage 2 B binnen de in bijlage 2 C bij die havens vermelde lostijden.
5. Het is verboden met een Nederlands vissersvaartuig vis van de in artikel 78 van de uitvoeringsverordening controleverordening genoemde soorten buiten de Europese Unie aan te landen in havens die niet uitdrukkelijk voor weging zijn geselecteerd door derde landen die voor deze soorten overeenkomsten met de Europese Unie hebben gesloten.
@@ -1550,373 +1550,397 @@
### Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen
#### § 7. Controle op de afzet
##### Artikel 131. Toegangsregels derde landen
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 3, 9, tweede lid, 11, eerste lid, 13, eerste lid, 18, 22, 23, eerste lid, en 24, tweede lid, van verordening nr. 1006/2008
2. Een verzoek tot uitreiking van een machtiging als bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2017-12-08&g=2017-12-08) en een verzoek tot machtiging als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van verordening nr. 1006/2008, wordt ingediend bij de minister.
3. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 2, eerste lid, 3, 4, 7, 8, 10 en 11 van verordening nr. 201/2010.
4. De minister trekt de machtiging, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van verordening nr. 1006/2008, in ieder geval in indien een vissersvaartuig is opgenomen op de lijst van IOO-vaartuigen, bedoeld in artikel 27 van verordening nr. 1005/2008.
#### § 8. Bewaking, inspecties, procedures en handhaving
##### Artikel 132. Invoerverbod tonijnsoorten uit bepaalde gebieden
Vervallen
#### § 1. Toegangsregels derde landen
##### Artikel 131. Toegangsregels derde landen
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 3, 9, tweede lid, 11, eerste lid, 13, eerste lid, 18, 22, 23, eerste lid, en 24, tweede lid, van verordening nr. 1006/2008
2. Een verzoek tot uitreiking van een machtiging als bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=3&z=2017-04-11&g=2017-04-11) en een verzoek tot machtiging als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van verordening nr. 1006/2008, wordt ingediend bij de minister.
3. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 2, eerste lid, 3, 4, 7, 8, 10 en 11 van verordening nr. 201/2010.
4. De minister trekt de machtiging, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van verordening nr. 1006/2008, in ieder geval in indien een vissersvaartuig is opgenomen op de lijst van IOO-vaartuigen, bedoeld in artikel 27 van verordening nr. 1005/2008.
#### § 8. Bewaking, inspecties, procedures en handhaving
##### Artikel 132. Invoerverbod tonijnsoorten uit bepaalde gebieden
##### Artikel 133. Toegang tot havens en gebruik havendiensten vaartuigen derde landen
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 5, tweede lid, 6, eerste en tweede lid, 8, eerste lid, en 10, vijfde lid, van verordening nr. 1005/2008.
2. Als havens als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2017-12-08&g=2017-12-08) B met uitzondering van Amsterdam.
3. De voorafgaande kennisgeving, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, geschiedt door verzending van een door de desbetreffende kapitein ondertekend elektronisch of faxbericht aan de meldkamer van de NVWA te Echt.
4. Het is voor vissersvaartuigen van derde landen verboden de haven binnen te varen of zijn vangst aan te landen of over te laden zonder door een ambtenaar van de NVWA verleende toestemming als bedoeld in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2017-12-08&g=2017-12-08), onderscheidenlijk artikel 11, tweede lid, van verordening nr. 1005/2008.
5. De aangifte, bedoeld in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=8&z=2017-12-08&g=2017-12-08), wordt ingediend bij de meldkamer van de NVWA te Echt met gebruikmaking van het in artikel 3, eerste lid, van verordening nr. 1010/2009, bedoelde formulier indien de aangifte betrekking heeft op aanlanding, dan wel met gebruikmaking van het in artikel 3, tweede lid, van verordening nr. 1010/2009, bedoelde formulier indien de aangifte betrekking heeft op overlading.
##### Artikel 134. Vangstcertificaten bij invoer
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 12, eerste en tweede lid, 14, eerste en tweede lid, en 22, vijfde lid, van verordening nr. 1005/2008.
2. Indien de invoer betrekking heeft op visserijproducten van de soorten, genoemd in artikel 2, onderdeel a, van verordening nr. 640/2010, artikel 3, onderdeel b en c, van verordening nr. 1984/2003 of artikel 3, onderdeel a, van verordening nr. 1035/2001, wordt voor de toepassing van het eerste lid gebruik gemaakt van:
- a. het vangstcertificaat, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van verordening nr. 640/2010, dat overeenkomstig artikel 4 van die verordening is afgegeven, ingevuld en gewaarmerkt;
- b. het statistisch document, bedoeld in artikel 4 van verordening nr. 1984/2003, dat overeenkomstig dat artikel is afgegeven, ingevuld en gewaarmerkt; onderscheidenlijk
- c. het vangstdocument, bedoeld in artikel 3, onderdeel b, van verordening nr. 1035/2001, dat overeenkomstig die verordening is afgegeven, ingevuld en gewaarmerkt.
3. In aanvulling op het eerste lid is de invoer van visserijproducten als bedoeld in artikel 2, achtste lid, van verordening nr. 1005/2008, verboden indien de invoer van die producten is geweigerd op grond van artikel 18, eerste en tweede lid, van die verordening.
4. Indien de vrijgave en het in de handel brengen van visserijproducten op grond van artikel 17, zevende lid, van verordening nr. 1005/2008 is opgeschort, komen de kosten voor de opslag van die producten gedurende de periode, bedoeld in artikel 17, vijfde lid, van die verordening, ten laste van de marktdeelnemer.
##### Artikel 135. Vangstcertificaten bij aanlanding of overlading door EU-vissersvaartuigen en bij interne verhandeling
1. Indien het betreft visserijproducten van de soorten, genoemd in artikel 2, onderdeel a, van verordening nr. 640/2010, is het verboden in strijd te handelen met de artikelen 3, tweede en tiende lid en 4, eerste lid van die verordening, voor zover deze artikelen betrekking hebben op aanlanden, overladen of intern verhandelen.
2. De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van verordening nr. 640/2010.
3. Voor zover het betreft visserijproducten van de soorten, genoemd in artikel 3, onderdeel a, van verordening nr. 1035/2001, is het verboden in strijd te handelen met de artikelen 8, 9 10, 11 en 12 van die verordening.
##### Artikel 136. Bevoegde autoriteit
1. Het vangstcertificaat, bedoeld in de artikelen 12 en 14, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel c, onder i, van verordening nr. 1005/2008, het vangstdocument, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van die verordening, het bewijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die verordening, de verklaring, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van die verordening, en de kopie van het vangstcertificaat, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel c, onder ii, van die verordening, worden overeenkomstig artikel 16, eerste lid, van die verordening of overeenkomstig artikel 8 van verordening nr. 1010/2009 ingeval de desbetreffende visserijproducten met de in dit artikel bedoelde vervoermiddelen wordt getransporteerd, ingediend bij de minister.
2. De minister is de bevoegde instantie, bedoeld in artikel 4, derde lid, van verordening nr. 1984/2003.
##### Artikel 137. Erkende marktdeeldemers
1. In afwijking van artikel 136 kunnen erkende marktdeelnemers als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van verordening nr. 1005/2008, handelen overeenkomstig dat lid.
2. Marktdeelnemers dienen een verzoek in tot erkenning bij de minister overeenkomstig artikel 14 van verordening nr. 1010/2009.
3. De minister verleent de erkenning, bedoeld in het tweede lid, slechts indien de marktdeelnemer voldoet aan artikel 16, derde lid, onderdelen a tot en met g, van verordening nr. 1005/2008 en de artikelen 9 tot en met 13 van verordening nr. 1010/2009.
4. De minister schorst de erkenning, bedoeld in het tweede lid, indien zich één van de in de artikelen 22 tot en met 26 van verordening nr. 1010/2009 bedoelde gevallen voordoet.
5. De minister trekt de erkenning in indien zich één van de in artikel 27 van verordening nr. 1010/2009 bedoelde gevallen voordoet.
6. Het aantal invoeroperaties, bedoeld in artikel 16, derde lid, onderdeel b, van verordening nr. 1005/2008, bedraagt 50.
7. Het volume van een invoeroperatie, bedoeld in artikel 16, derde lid, onderdeel b, van verordening nr. 1005/2008, bedraagt minimaal 500 kg.
##### Artikel 138. Vangstcertificaten bij uitvoer
1. Het is verboden in strijd te handelen met artikel 15, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, artikel 5, eerste en vijfde lid, van verordening nr. 1984/2003 en artikel 18, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001.
2. De minister is de overheidsinstantie, bedoeld in artikel 12, vierde lid, van verordening nr. 1005/2008, en de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van verordening nr. 1984/2003, en artikel 18, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001.
3. De uitvoerder van vangsten van een vissersvaartuig dient het verzoek tot validatie, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, artikel 5, tweede lid, van verordening nr. 1984/2003, en artikel 18, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001, in bij de minister.
##### Artikel 139. Vangstcertificaten bij wederuitvoer
1. Het is verboden te handelen in strijd met artikel 21, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, de artikelen 3, tweede lid, van verordening nr. 640/2010, voor zover dit artikel betrekking heeft op wederuitvoer, en 6, tweede lid, van laatstgenoemde verordening, de artikelen 6, eerste, vierde en zesde lid en 7 van verordening nr. 1984/2003 en artikel 19, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001.
2. De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening nr. 640/2010, artikel 6, tweede en vierde lid, van verordening nr. 1984/2003 en artikel 19, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001.
3. De uitvoerder van producten, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, dient het verzoek tot invulling van het vangstcertificaat of een kopie van het vangstcertificaat, bedoeld in dat artikellid, in bij de minister.
4. De uitvoerder van visserijproducten van de soorten, genoemd in artikel 2, onderdeel a, van verordening nr. 640/2010, artikel 3, onderdeel b en c, van verordening nr. 1984/2003 of artikel 3, onderdeel a, van verordening nr. 1035/2001, dient het verzoek tot waarmerking van het wederuitvoercertificaat, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van verordening nr. 640/2010, artikel 6, tweede en vierde lid, van verordening nr. 1984/2003 onderscheidenlijk van het vangstdocument, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001, in bij de minister.
5. De in het vierde lid bedoelde verzoeken gaan vergezeld van de documenten, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van verordening nr. 640/2010, artikel 6, tweede lid, van verordening nr. 1984/2003 onderscheidenlijk artikel 19, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001.
##### Artikel 140. Maatregelen tegen bij IUU betrokken vaartuigen en staten
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, tweede tot en met vierde lid, 37, aanhef en onderdelen 3 tot en met 6, 9 en 10, 38, aanhef en onderdelen 1 tot en met 3 en 5 tot en met 7, 39, eerste lid, 40, tweede lid, en 48, vierde lid, van verordening nr. 1005/2008.
2. Indien een vissersvaartuig van een derde land is opgenomen op de lijst van IOO-vaartuigen, bedoeld in artikel 27 van verordening nr. 1005/2008, is het voor dat vissersvaartuig verboden om zonder door een ambtenaar van de NVWA verleende toestemming als bedoeld in artikel 37, onderdeel 7, van die verordening, de bemanning te vervangen.
3. Het is een vissersvaartuig dat is opgenomen op de lijst van IOO-vaartuigen, bedoeld in artikel 27 van verordening nr. 1005/2008, verboden de Nederlandse vlag te voeren.
4. Het is een Nederlands vissersvaartuig verboden charterovereenkomsten te sluiten met derde landen die zijn opgenomen op de lijst van niet-meewerkende derde landen, bedoeld in artikel 33 van verordening nr. 1005/2008.
5. Het is verboden in strijd te handelen met een krachtens artikel 36 van verordening nr. 1005/2008 vastgestelde noodmaatregel.
6. Waarnemingsverslagen als bedoeld in artikel 48, vierde lid, van verordening nr. 1005/2008, worden ingediend bij de minister.
### Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
##### Artikel 141. Bijhouden gegevens
Degene die ingevolge deze regeling en de in [artikel 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2017-12-08&g=2017-12-08), genoemde verordeningen gegevens moet vermelden of anderszins moet bijhouden of moet verstrekken, doet dit volledig, naar waarheid en binnen de gestelde termijnen.
##### Artikel 142. Medebewind Productschap Vis
Vervallen
#### § 1. Toegangsregels derde landen
##### Artikel 133. Toegang tot havens en gebruik havendiensten vaartuigen derde landen
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 5, tweede lid, 6, eerste en tweede lid, 8, eerste lid, en 10, vijfde lid, van verordening nr. 1005/2008.
2. Als havens als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, worden aangewezen de havens die zijn vermeld in [bijlage 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=2&z=2017-04-11&g=2017-04-11) B met uitzondering van Amsterdam.
3. De voorafgaande kennisgeving, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, geschiedt door verzending van een door de desbetreffende kapitein ondertekend elektronisch of faxbericht aan de meldkamer van de NVWA te Echt.
4. Het is voor vissersvaartuigen van derde landen verboden de haven binnen te varen of zijn vangst aan te landen of over te laden zonder door een ambtenaar van de NVWA verleende toestemming als bedoeld in [artikel 7, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2017-04-11&g=2017-04-11), onderscheidenlijk artikel 11, tweede lid, van verordening nr. 1005/2008.
5. De aangifte, bedoeld in [artikel 8, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=8&z=2017-04-11&g=2017-04-11), wordt ingediend bij de meldkamer van de NVWA te Echt met gebruikmaking van het in artikel 3, eerste lid, van verordening nr. 1010/2009, bedoelde formulier indien de aangifte betrekking heeft op aanlanding, dan wel met gebruikmaking van het in artikel 3, tweede lid, van verordening nr. 1010/2009, bedoelde formulier indien de aangifte betrekking heeft op overlading.
##### Artikel 134. Vangstcertificaten bij invoer
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 12, eerste en tweede lid, 14, eerste en tweede lid, en 22, vijfde lid, van verordening nr. 1005/2008.
2. Indien de invoer betrekking heeft op visserijproducten van de soorten, genoemd in artikel 2, onderdeel a, van verordening nr. 640/2010, artikel 3, onderdeel b en c, van verordening nr. 1984/2003 of artikel 3, onderdeel a, van verordening nr. 1035/2001, wordt voor de toepassing van het eerste lid gebruik gemaakt van:
- a. het vangstcertificaat, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van verordening nr. 640/2010, dat overeenkomstig artikel 4 van die verordening is afgegeven, ingevuld en gewaarmerkt;
- b. het statistisch document, bedoeld in artikel 4 van verordening nr. 1984/2003, dat overeenkomstig dat artikel is afgegeven, ingevuld en gewaarmerkt; onderscheidenlijk
- c. het vangstdocument, bedoeld in artikel 3, onderdeel b, van verordening nr. 1035/2001, dat overeenkomstig die verordening is afgegeven, ingevuld en gewaarmerkt.
3. In aanvulling op het eerste lid is de invoer van visserijproducten als bedoeld in artikel 2, achtste lid, van verordening nr. 1005/2008, verboden indien de invoer van die producten is geweigerd op grond van artikel 18, eerste en tweede lid, van die verordening.
4. Indien de vrijgave en het in de handel brengen van visserijproducten op grond van artikel 17, zevende lid, van verordening nr. 1005/2008 is opgeschort, komen de kosten voor de opslag van die producten gedurende de periode, bedoeld in artikel 17, vijfde lid, van die verordening, ten laste van de marktdeelnemer.
##### Artikel 135. Vangstcertificaten bij aanlanding of overlading door EU-vissersvaartuigen en bij interne verhandeling
1. Indien het betreft visserijproducten van de soorten, genoemd in artikel 2, onderdeel a, van verordening nr. 640/2010, is het verboden in strijd te handelen met de artikelen 3, tweede en tiende lid en 4, eerste lid van die verordening, voor zover deze artikelen betrekking hebben op aanlanden, overladen of intern verhandelen.
2. De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van verordening nr. 640/2010.
3. Voor zover het betreft visserijproducten van de soorten, genoemd in artikel 3, onderdeel a, van verordening nr. 1035/2001, is het verboden in strijd te handelen met de artikelen 8, 9 10, 11 en 12 van die verordening.
##### Artikel 136. Bevoegde autoriteit
1. Het vangstcertificaat, bedoeld in de artikelen 12 en 14, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid, onderdeel c, onder i, van verordening nr. 1005/2008, het vangstdocument, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van die verordening, het bewijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die verordening, de verklaring, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van die verordening, en de kopie van het vangstcertificaat, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel c, onder ii, van die verordening, worden overeenkomstig artikel 16, eerste lid, van die verordening of overeenkomstig artikel 8 van verordening nr. 1010/2009 ingeval de desbetreffende visserijproducten met de in dit artikel bedoelde vervoermiddelen wordt getransporteerd, ingediend bij de minister.
2. De minister is de bevoegde instantie, bedoeld in artikel 4, derde lid, van verordening nr. 1984/2003.
##### Artikel 137. Erkende marktdeeldemers
1. In afwijking van artikel 136 kunnen erkende marktdeelnemers als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van verordening nr. 1005/2008, handelen overeenkomstig dat lid.
2. Marktdeelnemers dienen een verzoek in tot erkenning bij de minister overeenkomstig artikel 14 van verordening nr. 1010/2009.
3. De minister verleent de erkenning, bedoeld in het tweede lid, slechts indien de marktdeelnemer voldoet aan artikel 16, derde lid, onderdelen a tot en met g, van verordening nr. 1005/2008 en de artikelen 9 tot en met 13 van verordening nr. 1010/2009.
4. De minister schorst de erkenning, bedoeld in het tweede lid, indien zich één van de in de artikelen 22 tot en met 26 van verordening nr. 1010/2009 bedoelde gevallen voordoet.
5. De minister trekt de erkenning in indien zich één van de in artikel 27 van verordening nr. 1010/2009 bedoelde gevallen voordoet.
6. Het aantal invoeroperaties, bedoeld in artikel 16, derde lid, onderdeel b, van verordening nr. 1005/2008, bedraagt 50.
7. Het volume van een invoeroperatie, bedoeld in artikel 16, derde lid, onderdeel b, van verordening nr. 1005/2008, bedraagt minimaal 500 kg.
##### Artikel 138. Vangstcertificaten bij uitvoer
1. Het is verboden in strijd te handelen met artikel 15, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, artikel 5, eerste en vijfde lid, van verordening nr. 1984/2003 en artikel 18, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001.
2. De minister is de overheidsinstantie, bedoeld in artikel 12, vierde lid, van verordening nr. 1005/2008, en de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van verordening nr. 1984/2003, en artikel 18, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001.
3. De uitvoerder van vangsten van een vissersvaartuig dient het verzoek tot validatie, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, artikel 5, tweede lid, van verordening nr. 1984/2003, en artikel 18, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001, in bij de minister.
##### Artikel 139. Vangstcertificaten bij wederuitvoer
1. Het is verboden te handelen in strijd met artikel 21, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, de artikelen 3, tweede lid, van verordening nr. 640/2010, voor zover dit artikel betrekking heeft op wederuitvoer, en 6, tweede lid, van laatstgenoemde verordening, de artikelen 6, eerste, vierde en zesde lid en 7 van verordening nr. 1984/2003 en artikel 19, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001.
2. De minister is de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening nr. 640/2010, artikel 6, tweede en vierde lid, van verordening nr. 1984/2003 en artikel 19, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001.
3. De uitvoerder van producten, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van verordening nr. 1005/2008, dient het verzoek tot invulling van het vangstcertificaat of een kopie van het vangstcertificaat, bedoeld in dat artikellid, in bij de minister.
4. De uitvoerder van visserijproducten van de soorten, genoemd in artikel 2, onderdeel a, van verordening nr. 640/2010, artikel 3, onderdeel b en c, van verordening nr. 1984/2003 of artikel 3, onderdeel a, van verordening nr. 1035/2001, dient het verzoek tot waarmerking van het wederuitvoercertificaat, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van verordening nr. 640/2010, artikel 6, tweede en vierde lid, van verordening nr. 1984/2003 onderscheidenlijk van het vangstdocument, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001, in bij de minister.
5. De in het vierde lid bedoelde verzoeken gaan vergezeld van de documenten, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van verordening nr. 640/2010, artikel 6, tweede lid, van verordening nr. 1984/2003 onderscheidenlijk artikel 19, eerste lid, van verordening nr. 1035/2001.
##### Artikel 140. Maatregelen tegen bij IUU betrokken vaartuigen en staten
1. Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 4, tweede tot en met vierde lid, 37, aanhef en onderdelen 3 tot en met 6, 9 en 10, 38, aanhef en onderdelen 1 tot en met 3 en 5 tot en met 7, 39, eerste lid, 40, tweede lid, en 48, vierde lid, van verordening nr. 1005/2008.
2. Indien een vissersvaartuig van een derde land is opgenomen op de lijst van IOO-vaartuigen, bedoeld in artikel 27 van verordening nr. 1005/2008, is het voor dat vissersvaartuig verboden om zonder door een ambtenaar van de NVWA verleende toestemming als bedoeld in artikel 37, onderdeel 7, van die verordening, de bemanning te vervangen.
3. Het is een vissersvaartuig dat is opgenomen op de lijst van IOO-vaartuigen, bedoeld in artikel 27 van verordening nr. 1005/2008, verboden de Nederlandse vlag te voeren.
4. Het is een Nederlands vissersvaartuig verboden charterovereenkomsten te sluiten met derde landen die zijn opgenomen op de lijst van niet-meewerkende derde landen, bedoeld in artikel 33 van verordening nr. 1005/2008.
5. Het is verboden in strijd te handelen met een krachtens artikel 36 van verordening nr. 1005/2008 vastgestelde noodmaatregel.
6. Waarnemingsverslagen als bedoeld in artikel 48, vierde lid, van verordening nr. 1005/2008, worden ingediend bij de minister.
### Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
##### Artikel 141. Bijhouden gegevens
Degene die ingevolge deze regeling en de in [artikel 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2017-04-11&g=2017-04-11), genoemde verordeningen gegevens moet vermelden of anderszins moet bijhouden of moet verstrekken, doet dit volledig, naar waarheid en binnen de gestelde termijnen.
##### Artikel 142. Medebewind Productschap Vis
##### Artikel 143. Wijziging regelingen
Wijzigt de Regeling LNV-subsidies en de Uitvoeringsregeling visserij.
##### Artikel 144. Overgangsbepalingen
1. Bescheiden die ingevolge de regelingen, bedoeld in [artikel 145](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=8&artikel=145&z=2017-12-08&g=2017-12-08), zijn verzameld, ingevuld, bewaard en bijgehouden, worden aangemerkt als bescheiden op grond van deze regeling en op grond van de in [artikel 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2017-12-08&g=2017-12-08), bedoelde verordeningen.
2. Voor zover er ter zake nog sprake is van enige bestuursrechtelijke afdoening, met inbegrip van bezwaar- en beroepsprocedures, vindt deze overeenkomstig de regelingen, bedoeld in [artikel 145](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=8&artikel=145&z=2017-12-08&g=2017-12-08), plaats.
3. Bestaande aanspraken en verplichtingen bij, op grond of in het kader van de regelingen, bedoeld in [artikel 145](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=8&artikel=145&z=2017-12-08&g=2017-12-08), blijven in stand.
4. Een ondernemer die op het tijdstip voor inwerkingtreding van deze regeling recht had op een contingent voor een vissoort op grond van [artikel 11, eerste en tweede lid, van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025587&artikel=11), heeft voor 2011 een recht op dat contingent als bedoeld in [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=29&z=2017-12-08&g=2017-12-08), van deze regeling.
5. Een toekenning voor het kalenderjaar van een groepscontingent op grond van [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025587&artikel=13), van [artikel 16, eerste lid, van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025587&artikel=16), geldt als een toekenning van een groepscontingent als bedoeld in [artikel 32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=32&z=2017-12-08&g=2017-12-08), van deze regeling.
6. Een besluit tot aanhouding van een contingent, op grond van [artikel 23 van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025587&artikel=23), geldt als een besluit tot aanhouding als bedoeld in [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=44&z=2017-12-08&g=2017-12-08) van deze regeling.
7. Een document, uitgereikt voor 2011 op grond van [artikel 12, eerste lid, van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025587&artikel=12), wordt voor dat jaar beschouwd als een document als bedoeld in [artikel 30, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=30&z=2017-12-08&g=2017-12-08), van deze regeling.
8. Een registratie van het Productschap Vis op grond van [artikel 142, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=8&artikel=142&z=2017-12-08&g=2017-12-08), zoals dat lid luidde op 31 december 2013, wordt met ingang van 1 januari 2014 aangemerkt als een door de minister genomen registratie op grond van [artikel 123, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=7&artikel=123&z=2017-12-08&g=2017-12-08).
##### Artikel 145. Intrekken regelingen
De volgende regelingen worden ingetrokken:
- a. de [Regeling eisen, administratie en registratie inzake uitoefening visserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020043);
- b. de [Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025587);
- c. de [Regeling stelselmatige controle bij aanlanding 1988](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004267);
- d. de [Regeling technische maatregelen 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011061); en
- e. de [Regeling visvergunning](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016244).
##### Artikel 146. Inwerkingtreding en citeertitel
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling zeevisserij.
## Bijlage 1
### Lettertekens havens als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2012-10-03&g=2012-10-03) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 1
### Lettertekens havens als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2013-07-13&g=2013-07-13) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### B. Havens en losplaatsen als bedoeld in de [artikelen 14, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=14&z=2012-10-03&g=2012-10-03), [71, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=4&artikel=71&z=2012-10-03&g=2012-10-03), [75, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=4&artikel=75&z=2012-10-03&g=2012-10-03), [76, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=4&artikel=76&z=2012-10-03&g=2012-10-03), [77, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=4&artikel=77&z=2012-10-03&g=2012-10-03), en [124, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=7&artikel=124&z=2012-10-03&g=2012-10-03), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### A. Havens als bedoeld in [artikel 6, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2013-07-13&g=2013-07-13), en losplaatsen als bedoeld in [artikel 8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=8&z=2013-07-13&g=2013-07-13), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 1
### Lettertekens havens als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2015-04-04&g=2015-04-04) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)
Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)
Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)
Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)
De Cocksdorp (gemeente Texel)
Oudeschild (gemeente Texel)
Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)
Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)
Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)
De Cocksdorp (gemeente Texel)
Oudeschild (gemeente Texel)
Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)
Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)
De Cocksdorp (gemeente Texel)
Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)
Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)
De Cocksdorp (gemeente Texel)
Oudeschild (gemeente Texel)
Petten (gemeente Zijpe)
Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)
Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)
Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)
De Cocksdorp (gemeente Texel)
Oudeschild (gemeente Texel)
Petten (gemeente Zijpe)
Camperduin (gemeente Bergen)
Schoorl (gemeente Bergen)
Bergen aan Zee (gemeente Bergen)
Egmond aan Zee (gemeente Bergen)
## Bijlage 4
### Vangstverboden voor het kalenderjaar 2012 op de vissoorten, bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=10&z=2012-10-03&g=2012-10-03), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 4
### Vangstverboden voor het kalenderjaar 2013 op de vissoorten, bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=10&z=2013-07-13&g=2013-07-13), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Stellendam (gemeente Goedereede)
Bruinisse (gemeente Schouwen-Duiveland)
Burgsluis (gemeente Schouwen-Duiveland)
Roompotsluis (Colijnsplaat, gemeente Noord-Beveland)
Kats (gemeente Noord-Beveland)
Yerseke (gemeente Reimerswaal)
Wilhelminadorp (gemeente Goes)
Zierikzee (gemeente Schouwen-Duiveland)
Walsoorden (gemeente Hontenisse)
Sint-Annaland (gemeente Tholen)
Nes (gemeente Ameland)
Loswal (gemeente Schore)
Schelphoek (gemeente Schouwen-Duiveland)
Bergse Diepsluis (gemeente Tholen)
Haventje van Waarde (gemeente Reimerswaal)
Haven Flauwers (gemeente Zierikzee)
Bewaarvorm: **vers**
Bewaarvorm: **gekookt**
## Bijlage 6. Europees quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 als bedoeld in [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2017-12-08&g=2017-12-08), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
##### Artikel 143. Wijziging regelingen
Wijzigt de Regeling LNV-subsidies en de Uitvoeringsregeling visserij.
##### Artikel 144. Overgangsbepalingen
1. Bescheiden die ingevolge de regelingen, bedoeld in [artikel 145](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=8&artikel=145&z=2017-04-11&g=2017-04-11), zijn verzameld, ingevuld, bewaard en bijgehouden, worden aangemerkt als bescheiden op grond van deze regeling en op grond van de in [artikel 1, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2017-04-11&g=2017-04-11), bedoelde verordeningen.
2. Voor zover er ter zake nog sprake is van enige bestuursrechtelijke afdoening, met inbegrip van bezwaar- en beroepsprocedures, vindt deze overeenkomstig de regelingen, bedoeld in [artikel 145](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=8&artikel=145&z=2017-04-11&g=2017-04-11), plaats.
3. Bestaande aanspraken en verplichtingen bij, op grond of in het kader van de regelingen, bedoeld in [artikel 145](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=8&artikel=145&z=2017-04-11&g=2017-04-11), blijven in stand.
4. Een ondernemer die op het tijdstip voor inwerkingtreding van deze regeling recht had op een contingent voor een vissoort op grond van [artikel 11, eerste en tweede lid, van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025587&artikel=11), heeft voor 2011 een recht op dat contingent als bedoeld in [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=29&z=2017-04-11&g=2017-04-11), van deze regeling.
5. Een toekenning voor het kalenderjaar van een groepscontingent op grond van [artikel 13, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025587&artikel=13), van [artikel 16, eerste lid, van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025587&artikel=16), geldt als een toekenning van een groepscontingent als bedoeld in [artikel 32, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=4&artikel=32&z=2017-04-11&g=2017-04-11), van deze regeling.
6. Een besluit tot aanhouding van een contingent, op grond van [artikel 23 van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025587&artikel=23), geldt als een besluit tot aanhouding als bedoeld in [artikel 44](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=5&artikel=44&z=2017-04-11&g=2017-04-11) van deze regeling.
7. Een document, uitgereikt voor 2011 op grond van [artikel 12, eerste lid, van de Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025587&artikel=12), wordt voor dat jaar beschouwd als een document als bedoeld in [artikel 30, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=30&z=2017-04-11&g=2017-04-11), van deze regeling.
8. Een registratie van het Productschap Vis op grond van [artikel 142, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=8&artikel=142&z=2017-04-11&g=2017-04-11), zoals dat lid luidde op 31 december 2013, wordt met ingang van 1 januari 2014 aangemerkt als een door de minister genomen registratie op grond van [artikel 123, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=7&artikel=123&z=2017-04-11&g=2017-04-11).
##### Artikel 145. Intrekken regelingen
De volgende regelingen worden ingetrokken:
- a. de [Regeling eisen, administratie en registratie inzake uitoefening visserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0020043);
- b. de [Regeling instandhoudingsmaatregelen zeevisserij](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0025587);
- c. de [Regeling stelselmatige controle bij aanlanding 1988](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0004267);
- d. de [Regeling technische maatregelen 2000](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011061); en
- e. de [Regeling visvergunning](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0016244).
##### Artikel 146. Inwerkingtreding en citeertitel
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling zeevisserij.
## Bijlage 1
### Lettertekens havens als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2012-10-03&g=2012-10-03) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 1
### Lettertekens havens als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2013-07-13&g=2013-07-13) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### B. Havens en losplaatsen als bedoeld in de [artikelen 14, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=14&z=2012-10-03&g=2012-10-03), [71, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=4&artikel=71&z=2012-10-03&g=2012-10-03), [75, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=4&artikel=75&z=2012-10-03&g=2012-10-03), [76, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=4&artikel=76&z=2012-10-03&g=2012-10-03), [77, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=4&artikel=77&z=2012-10-03&g=2012-10-03), en [124, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=7&artikel=124&z=2012-10-03&g=2012-10-03), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### A. Havens als bedoeld in [artikel 6, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2013-07-13&g=2013-07-13), en losplaatsen als bedoeld in [artikel 8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=8&z=2013-07-13&g=2013-07-13), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 1
### Lettertekens havens als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2015-04-04&g=2015-04-04) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)
Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)
Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)
Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)
De Cocksdorp (gemeente Texel)
Oudeschild (gemeente Texel)
Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)
Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)
Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)
De Cocksdorp (gemeente Texel)
Oudeschild (gemeente Texel)
Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)
Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)
De Cocksdorp (gemeente Texel)
Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)
Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)
De Cocksdorp (gemeente Texel)
Oudeschild (gemeente Texel)
Petten (gemeente Zijpe)
Nieuwe Statenzijl (gemeente Reiderland)
Noordpolderzijl (gemeente Eemsmond)
De Cocksdorp (gemeente Texel)
Oudeschild (gemeente Texel)
Petten (gemeente Zijpe)
Camperduin (gemeente Bergen)
Schoorl (gemeente Bergen)
Bergen aan Zee (gemeente Bergen)
Egmond aan Zee (gemeente Bergen)
Katwijk aan Zee (gemeente Katwijk)
## Bijlage 4
### Vangstverboden voor het kalenderjaar 2012 op de vissoorten, bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=10&z=2012-10-03&g=2012-10-03), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 4
### Vangstverboden voor het kalenderjaar 2013 op de vissoorten, bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=10&z=2013-07-13&g=2013-07-13), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bruinisse (gemeente Schouwen-Duiveland)
Burgsluis (gemeente Schouwen-Duiveland)
Roompotsluis (Colijnsplaat, gemeente Noord-Beveland)
Kats (gemeente Noord-Beveland)
Yerseke (gemeente Reimerswaal)
Wilhelminadorp (gemeente Goes)
Zierikzee (gemeente Schouwen-Duiveland)
Walsoorden (gemeente Hontenisse)
Sint-Annaland (gemeente Tholen)
Nes (gemeente Ameland)
Loswal (gemeente Schore)
Schelphoek (gemeente Schouwen-Duiveland)
Bergse Diepsluis (gemeente Tholen)
Haventje van Waarde (gemeente Reimerswaal)
Haven Flauwers (gemeente Zierikzee)
### Europees quotum (x 1.000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2011 als bedoeld in [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2011-07-23&g=2011-07-23), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bewaarvorm: **gekookt**
Bewaarvorm: **gezouten**
2) Waarvan maximaal 8% mag worden gevangen in de EU- en internationale wateren van de ICES gebieden VIII, IX, X, XII en XIV.
Voetnoten:
## Bijlage 10
### Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in [artikel 104, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=104&z=2017-04-11&g=2017-04-11), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bewaarvorm: **bevroren**
Bewaarvorm: **bevroren**
Bewaarvorm: **vers**
## Bijlage 8
### De vissoorten, bedoeld in[artikel 21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=21&z=2011-07-23&g=2011-07-23), de vangstgebieden, bedoeld in [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2011-07-23&g=2011-07-23) en de percentages, bedoeld in [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=29&z=2011-07-23&g=2011-07-23), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 11. behorend bij [artikel 140c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7a&artikel=140c&z=2017-12-08&g=2017-12-08) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Drempelprijzen voor toepassing van het opslagmechanisme door in Nederland erkende producentenorganisaties gedurende het jaar 2017 voor partijen van de vermelde vissoorten die zijn gestript en de kwaliteitsaanduiding Extra, A hebben (in euro/ton).
| Soort en FAO-/GN-code | Grootte | Benaming | Afmeting | Drempelprijs (EUR/t) |
| --- | --- | --- | --- | --- |
| Schol | 1 | Groot | 41 cm en groter | 1.720 |
| \| t/m 30-04-2017 | 2 | Schol I | 35 tot 41 cm | 1.210 |
| [PLE/GN 3022200] | 3 | Schol II | 31 tot 35 cm | 1.140 |
| | 4 | Schol III | 27 tot 31 cm | 980 |
| Schol | 1 | Groot | 41 cm en groter | 2.040 |
| \|\| per 01-05-2017 | 2 | Schol I | 35 tot 41 cm | 1.420 |
| [PLE/GN 3022200] | 3 | Schol II | 31 tot 35 cm | 1.190 |
| | 4 | Schol III | 27 tot 31 cm | 1.040 |
| Garnalen (vers, gekoeld), gestoomd | | | **Breedte v.h. pantser** | |
| of in water gekookt | 1 | | 6,8 mm en meer | 2.830 |
| [CSH/GN 3062310] | 2 | | 6,5 mm en meer | 2.830 |
### Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in [artikel 104, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=104&z=2012-07-21&g=2012-07-21), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 12b. behorend bij de [artikelen 87](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87&z=2017-12-08&g=2017-12-08), [87a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2017-12-08&g=2017-12-08) en [87b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87b&z=2017-12-08&g=2017-12-08)
Naar aanleiding van elke verzegeling wordt een (aanvullend) zegelplan opgemaakt. Zegels worden zodanig aangebracht dat ongeautoriseerde wijziging van de verzegeling wordt voorkomen. Het zegelplan wordt opgemaakt overeenkomstig de door de minister beschikbaar gestelde modellen en de richtlijnen van het motortype. Het zegelplan bevat te minste de volgende gegevens:
- a. indien een vermogensmeting heeft plaatsgevonden, worden het motorvermogen en de volgende parameters, indien van toepassing, opgenomen in het zegelplan:
- i. de regelstand van zowel de gemeenschappelijke aanwijzing als van alle brandstofpompen afzonderlijk, in stomende en vissende conditie, af te lezen ten opzichte van het vaste huis, of, indien het indicatorwijzertje wordt benut, de positie hiervan ten opzichte van het huis vastleggen in verband met variabele vulringetjes;
- ii. de regulateur uitsturing stomend/vissend;
- iii. de dikte van de blokkeringsblokjes;
- iv. indien mogelijk: de temperatuur van de uitlaatgassen, de temperatuur van de inlaatlucht, het toerental van de hoofdmotor en de turbodruk;
- v. het software nummer van geïnstalleerde softwareversie;
- vi. het wijzigingsnummer en datum;
- b. een scherpe foto van elke aangebrachte zegel met een vermelding van het onderdeel van de hoofdmotor of hoofdmotoren, de locatie, het zegelnummer en een geschrift, waaruit blijkt welke onderdelen van de hoofdmotor of hoofdmotoren zijn verzegeld, waar de verzegelingen zijn aangebracht en welk zegelnummer zij hebben;
- c. scherpe foto’s met duidelijk controleerbare meetafstanden (eventueel middels hulpmiddelen, zoals een lineaal) en een schriftelijke vermelding, waaruit blijkt waar en op welke wijze de stelbouten en breekbouten van de hoofdmotor of hoofdmotoren zijn geplaatst en ingesteld;
- d. bij schepen met een verstelbare schroef: de maximale uitsturing van het schroefmechanisme;
- e. een uiteenzetting waarom zegels zijn vervangen, alsmede de nummering van zowel de vervangen als de nieuw geplaatste zegels;
- f. eventuele bijzonderheden.
Bij het zegelplan worden gevoegd:
- a. een verklaring van het zegelbureau dat de feitelijke toestand van de hoofdmotor of hoofdmotoren overeenkomt met de in het zegelplan opgenomen gegevens;
- b. een verklaring van kennisname van het zegelplan, ondertekend door de kapitein of de eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde.
Aan de hand van de onderstaande criteria besluit het zegelbureau of er met het verzegelen een vermogensmeting dient plaats te vinden. De analyse die wordt gemaakt op basis van de hieronder genoemde criteria, wordt doorgegeven aan de kapitein of eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde, en aan de minister.
- a. bij een verbroken verzegeling wordt een analyse gemaakt of de verbroken verzegeling van invloed kan zijn op het motorvermogen;
- b. bij meerdere verbroken zegels worden de parameters, zoals het toerental, de uitlaattemperatuur of de vuldruk vergeleken met de waarden die zijn opgenomen in het oorspronkelijke meetrapport;
- c. naar aanleiding van een verbroken verzegeling kan door een erkend zegelbureau worden besloten dat een nieuwe vermogensmeting noodzakelijk is. Wanneer bijvoorbeeld uit het bepaalde in onderdeel b blijkt dat de parameters dermate afwijken van het oorspronkelijke meetrapport, waardoor het vermoeden bestaat dat het motorvermogen niet meer overeenkomt met het oorspronkelijk vastgestelde vermogen, zal ook een vermogensmeting noodzakelijk zijn.
### Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in [artikel 104, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=104&z=2011-07-23&g=2011-07-23), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bewaarvorm: **gekookt**
## Bijlage 7. Totale toegestane visserij-inspanning, uitgedrukt in kW dagen per categorie vistuig en per (gedeelte van de) beheerperiode als bedoeld in [artikel 16, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=16&z=2017-04-11&g=2017-04-11), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
### Europees quotum (x 1.000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2011 als bedoeld in [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2011-07-23&g=2011-07-23), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bewaarvorm: **gezouten**
Bewaarvorm: **vers**
Bewaarvorm: **gekookt**
Bewaarvorm: **gezouten**
2) Waarvan maximaal 8% mag worden gevangen in de EU- en internationale wateren van de ICES gebieden VIII, IX, X, XII en XIV.
Voetnoten:
## Bijlage 10
### Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in [artikel 104, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=104&z=2017-04-11&g=2017-04-11), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bewaarvorm: **bevroren**
Bewaarvorm: **vers**
Bewaarvorm: **gekookt**
## Bijlage 8
### De vissoorten, bedoeld in[artikel 21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=21&z=2011-07-23&g=2011-07-23), de vangstgebieden, bedoeld in [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2011-07-23&g=2011-07-23) en de percentages, bedoeld in [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=29&z=2011-07-23&g=2011-07-23), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 12a. behorend bij de [artikelen 87a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2017-04-11&g=2017-04-11) en [87b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87b&z=2017-04-11&g=2017-04-11)
Naar aanleiding van elke vermogensmeting wordt een meetrapport opgemaakt met het motorvermogen en toerental in stomende en vissende conditie. De volgende parameters worden, indien van toepassing, opgenomen in het meetrapport:
- a. de regelstand van zowel de gemeenschappelijke aanwijzing als van alle brandstofpompen afzonderlijk, in stomende en vissende conditie, af te lezen ten opzichte van het vaste huis, of, indien het indicatorwijzertje wordt benut, de positie hiervan ten opzichte van het huis in verband met variabele vulringetjes;
- b. de regulateur uitsturing stomend/vissend;
- c. de dikte van de blokkeringsblokjes;
- d. vanuit proefstand en/of (proef)vaart, gegevens van ten minste de temperatuur van uitlaatgassen na de turbo, de temperatuur van de inlaatlucht, het toerental van de hoofdmotor en de turbodruk;
- e. het software nummer van geïnstalleerde softwareversie;
- f. het wijzigingsnummer en datum.
Bij het meetrapport wordt een verklaring van kennisname van het meetrapport gevoegd, ondertekend door de kapitein of de eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde.
Indien een erkend meetbureau tijdens een vermogensmeting geconfronteerd wordt met niet verklaarbare afwijkingen van het motorvermogen, meldt het meetbureau dit terstond aan de minister. Het meetbureau maakt hier tevens een rapport van op.
### Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in [artikel 104, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=104&z=2012-07-21&g=2012-07-21), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 13. Locaties waar garnalen worden ingedeeld in de versheidsklassen en grootteklassen, behorend bij [artikel 140d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7a&artikel=140d&z=2017-04-11&g=2017-04-11)
- 1. ‘Zeeuwse Visveiling Breskens’ aan de Kaai 1 te Breskens;
- 2. ‘Visveiling Colijnsplaat B.V.’ als onderdeel van United Fish Auctions N.V. aan de Visserijweg 1 te Colijnsplaat;
- 3. ‘Visafslag Stellendam B.V.’ als onderdeel van United Fish Auctions N.V. aan de Meester Snijderweg 5 te Stellendam;
- 4. ‘Visafslag Hollands Noorden v.o.f.’ aan de Havenkade 1 te Den Oever;
- 5. ‘Visveiling Urk’ aan de Nieuwe Vissershaven 25 te Harlingen;
- 6. ‘Visafslag Lauwersoog B.V.’ aan de Haven 1 te Lauwersoog;
- 7. ‘Garnalenafslag Zoutkamp’ aan de Reitdiepskade 22 te Zoutkamp.
### Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in [artikel 104, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=104&z=2011-07-23&g=2011-07-23), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bewaarvorm: **gekookt**
Bewaarvorm: **gezouten**
Bewaarvorm: **vers**
Bewaarvorm: **gekookt**
## Bijlage 11
### Recordstructuur door afslag aan te leveren verkoopdocumenten als bedoeld in [artikel 125, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=7&artikel=125&z=2011-07-23&g=2011-07-23), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Europoort (gemeente Rotterdam)
Neeltje Jans (gemeente Schouwen-Duiveland)
Stellendam (gemeente Goedereede)
## Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=10&z=2015-04-04&g=2015-04-04), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
@@ -2322,7 +2346,22 @@
Bewaarvorm: **vers**
## Bijlage 9
## Bijlage 8a. Vistuigen met de codes, in voorkomend geval de maaswijdte en bijbehorende vissoorten, behorende bij [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=21&z=2017-12-08&g=2017-12-08)
| Vistuig | Code* | Maaswijdte | Vissoort |
| --- | --- | --- | --- |
| Boomkor | TBB | ≥ 120 mm | Schol |
| Boomkor | TBB | 80–119 mm | Tong, schol |
| Bodemottertrawl, Dubbele-bordentrawls, Bodemspantrawls, Deense zegen, Schotse spanzegen | OTB, OTT, PTB, SDN, SPR | 70–119 mm | Schol |
| Bodemottertrawl, Dubbele-bordentrawls, Bodemspantrawls, Deense zegen, Schotse spanzegen | OTB, OTT, PTB, SDN, SPR | ≥ 120 mm | Schol, kabeljauw |
| Schotse zegen | SSC | 100–119 mm | Schol |
| Schotse zegen | SSC | ≥ 120 mm | Schol, kabeljauw |
| Kieuwnetten, geankerd kieuwnet, kieuwnet (drijfnet), kieuwnet (omringend), combinatie van kieuw- en schakelnetten, schakelnetten | GN, GNS, GND, GNC, GTN, GTR | 90–109 mm | Tong |
| Kieuwnetten, geankerd kieuwnet, kieuwnet (drijfnet), kieuwnet (omringend), combinatie van kieuw- en schakelnetten, schakelnetten | GN, GNS, GND, GNC, GTN, GTR | 140–270 mm | Kabeljauw |
| Handlijnen en hengelsnoeren (machinaal) | LHM | | Makreel |
| Handlijnen en hengelsnoeren (met de hand bediend) | LHP | | Kabeljauw |
* Codes genoemd in bijlage XI van de uitvoeringsverordening controleverordening.
### Onderdeel A
@@ -2352,11 +2391,25 @@
### Totale toegestane visserij-inspanning, uitgedrukt in kW dagen per categorie vistuig en per (gedeelte van de) beheersperiode als bedoeld in [artikel 16, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=16&z=2012-01-01&g=2012-01-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Bewaarvorm: **gekookt**
Bewaarvorm: **gezouten**
2 Het vistuig met de desbetreffende maaswijdte is aan boord van een vissersvaartuig dat is geregistreerd op naam van een ondernemer die **niet** deelneemt aan een pilot in het kader van volledig gedocumenteerde visserij als bedoeld in artikel 7 van de verordening interne vangstmogelijkheden en artikel 6 van de verordening externe vangstmogelijkheden.
## Bijlage 10
## Bijlage 13. Locaties waar garnalen worden ingedeeld in de versheidsklassen en grootteklassen, behorend bij [artikel 140d](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7a&artikel=140d&z=2017-12-08&g=2017-12-08)
- 1. ‘Zeeuwse Visveiling Breskens’ aan de Kaai 1 te Breskens;
- 2. ‘Visveiling Colijnsplaat B.V.’ als onderdeel van United Fish Auctions N.V. aan de Visserijweg 1 te Colijnsplaat;
- 3. ‘Visafslag Stellendam B.V.’ als onderdeel van United Fish Auctions N.V. aan de Meester Snijderweg 5 te Stellendam;
- 4. ‘Visafslag Hollands Noorden v.o.f.’ aan de Havenkade 1 te Den Oever;
- 5. ‘Visveiling Urk’ aan de Nieuwe Vissershaven 25 te Harlingen;
- 6. ‘Visafslag Lauwersoog B.V.’ aan de Haven 1 te Lauwersoog;
- 7. ‘Garnalenafslag Zoutkamp’ aan de Reitdiepskade 22 te Zoutkamp.
### Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in [artikel 104, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=104&z=2012-01-01&g=2012-01-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
@@ -2544,22 +2597,25 @@
### Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in [artikel 104, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=104&z=2012-10-03&g=2012-10-03), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 8a. Vistuigen met de codes, in voorkomend geval de maaswijdte en bijbehorende vissoorten, behorende bij [artikel 21](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=21&z=2017-04-11&g=2017-04-11)
| Vistuig | Code* | Maaswijdte | Vissoort |
| --- | --- | --- | --- |
| Boomkor | TBB | ≥ 120 mm | Schol |
| Boomkor | TBB | 80–119 mm | Tong, schol |
| Bodemottertrawl, Dubbele-bordentrawls, Bodemspantrawls, Deense zegen, Schotse spanzegen | OTB, OTT, PTB, SDN, SPR | 70–119 mm | Schol |
| Bodemottertrawl, Dubbele-bordentrawls, Bodemspantrawls, Deense zegen, Schotse spanzegen | OTB, OTT, PTB, SDN, SPR | ≥ 120 mm | Schol, kabeljauw |
| Schotse zegen | SSC | 100–119 mm | Schol |
| Schotse zegen | SSC | ≥ 120 mm | Schol, kabeljauw |
| Kieuwnetten, geankerd kieuwnet, kieuwnet (drijfnet), kieuwnet (omringend), combinatie van kieuw- en schakelnetten, schakelnetten | GN, GNS, GND, GNC, GTN, GTR | 90–109 mm | Tong |
| Kieuwnetten, geankerd kieuwnet, kieuwnet (drijfnet), kieuwnet (omringend), combinatie van kieuw- en schakelnetten, schakelnetten | GN, GNS, GND, GNC, GTN, GTR | 140–270 mm | Kabeljauw |
| Handlijnen en hengelsnoeren (machinaal) | LHM | | Makreel |
| Handlijnen en hengelsnoeren (met de hand bediend) | LHP | | Kabeljauw |
* Codes genoemd in bijlage XI van de uitvoeringsverordening controleverordening.
## Bijlage 8. De vissoorten, bedoeld in [artikel 21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=21&z=2017-12-08&g=2017-12-08), de vangstgebieden, bedoeld in [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2017-12-08&g=2017-12-08), en de percentages, bedoeld in [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=29&z=2017-12-08&g=2017-12-08), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij voor het kalenderjaar 2017
| Vissoort | Gebied | Percentage |
| --- | --- | --- |
| Blauwe wijting | EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe, XII en XIV | 185,5554% |
| Grote Zilversmelt | EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden V, VI en VII | 89,9678% |
| Haring | EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden I en II | 204,5345% |
| Haring | EU wateren van het ICES gebied IV ten noorden van 53°30'NB | 94,8522% |
| Haring | ICES gebieden IVc en VIId | 92,0504% |
| Haring | EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden Vb, VIb en VIa-Noord | 100,0000% |
| Haring | ICES gebieden VIa-Zuid, VIIb en VIIc | 100,0075% |
| Haring | ICES gebieden VIIg, VIIh, VIIj en VIIk | 93,6035% |
| Horsmakreel | EU wateren van de ICES gebieden IIa, IVa, VI, VIIa, VIIb, VIIc, VIIe, VIIf, VIIg, VIIh, VIIj, VIIk, VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe en de EU wateren en internationale wateren van het ICES gebied Vb en de internationale wateren van de ICES gebieden XII en XIV | 76,5700% |
| Horsmakreel | EU wateren van de ICES gebieden IVb, IVc en VIId | 126,4512% |
| Kabeljauw | ICES gebied IV, de EU wateren van het ICES gebied IIa en het ICES gebied IIIa tot aan het Skagerrak | 104,7071% |
| Makreel | ICES gebieden VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe, de EU wateren en internationale wateren van het ICES gebied Vb en de internationale wateren van de ICES gebieden IIa, XII en XIV | 113,9704% |
| Schol | ICES gebied IV, de EU wateren van het ICES gebied IIa en het ICES gebied IIIa tot aan het Skagerrak | 99,9825% |
| Tong | EU wateren van de ICES gebieden II en IV | 114,9194% |
| Wijting | ICES gebied IV en de EU wateren van het ICES gebied IIa | 98,9406% |
### Recordstructuur door afslag aan te leveren verkoopdocumenten als bedoeld in [artikel 125, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=7&artikel=125&z=2012-10-03&g=2012-10-03), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
@@ -2567,7 +2623,7 @@
##### Artikel 73a. Instandhoudings- en handhavingmaatregelen in GFCM-overeenkomstgebied
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 10, 12, eerste lid, 15, eerste lid, 16, en 17, vijfde lid, van verordening nr. 1343/2011.
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 10, 12, eerste lid, 15, eerste lid, 15 bis, eerste lid, 16, 16 ter, eerste lid, 16 quater, eerste lid, 16 quinquies, eerste en tweede lid, 16 septies tot en met 16 duodecies, 16 terdecies, vijfde lid, 17, vijfde lid, 17 bis en 17 ter, eerste lid, van [verordening nr. 1343/2011](32011R1343).
### Hoofdstuk 5. Nationale maatregelen en maatregelen binnen 12 mijlzone
@@ -2609,9 +2665,9 @@
### A. Havens als bedoeld in [artikel 6, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2015-04-04&g=2015-04-04), en losplaatsen als bedoeld in [artikel 8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=8&z=2015-04-04&g=2015-04-04), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Katwijk aan Zee (gemeente Katwijk)
Terheide (gemeente Monster)
Europoort (gemeente Rotterdam)
## Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=10&z=2016-01-01&g=2016-01-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
@@ -3072,7 +3128,7 @@
##### Artikel 140c. Drempelprijzen
Als drempelprijzen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de GMO-verordening worden vastgesteld de prijzen die zijn opgenomen in [bijlage 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=11&z=2017-04-11&g=2017-04-11).
Als drempelprijzen als bedoeld in artikel 31, eerste lid, van de GMO-verordening worden vastgesteld de prijzen die zijn opgenomen in [bijlage 11](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=11&z=2017-12-08&g=2017-12-08).
### Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
@@ -3117,23 +3173,27 @@
##### Artikel 84a. Voorwaarden vismachtiging zeebaars
1. Een vismachtiging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, voor de in artikel 9, tweede lid, tweede alinea, onder b, van de Verordening vangstmogelijkheden bedoelde visserijactiviteiten, kan worden verleend, indien de aanvraag een vissersvaartuig betreft waarmee in de in artikel 9, tweede lid, derde alinea, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde periode blijkens de logboekgegevens met het type vistuig LHP, bedoeld in Bijlage XI van de uitvoeringsverordening controleverordening, op zeebaars is gevist, voor zover in de op het desbetreffende vissersvaartuig betrekking hebbende visvergunning was vermeld dat het de vergunninghouder in betrokken periode was toegestaan te vissen op zeebaars.
2. In afwijking van het eerste lid wordt een vismachtiging niet verleend indien de aanvrager van de vismachtiging op het tijdstip waarop met het desbetreffende vissersvaartuig op zeebaars is gevist, weliswaar houder was van de in het eerste lid bedoelde visvergunning, maar nadien overeenkomstig artikel 84a, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel i, zoals dat artikelonderdeel op 31 december 2016 luidde, afstand heeft gedaan van het recht op de vermelding zeebaars op zijn visvergunning.
3. In afwijking van het eerste lid kan de vismachtiging worden verleend, indien:
- a. de aanvrager ten genoegen van de Minister aannemelijk heeft gemaakt dat er bijzondere omstandigheden zijn die rechtvaardigen dat hij in de desbetreffende periode met het desbetreffende vissersvaartuig niet in staat was de visserij uit te oefenen, mits hij in de periode daaraan voorafgaand met het desbetreffende vissersvaartuig wel op zeebaars heeft gevist en daartoe gerechtigd was;
- b. het een vissersvaartuig betreft waarvoor binnen de in het eerste lid bedoelde periode, op de op dat vaartuig betrekking hebbende visvergunning overeenkomstig artikel 84a, tweede lid, onderdeel a, zoals dat artikelonderdeel op 31 december 2016 luidde, is vermeld dat het de vergunninghouder is toegestaan te vissen op zeebaars en de aanvrager ten genoegen van de Minister aannemelijk heeft gemaakt dat er bijzondere omstandigheden zijn die rechtvaardigen dat hij niet in staat was met het desbetreffende vissersvaartuig in het restant van de desbetreffende periode, de visserij uit te oefenen of
- c. het een vissersvaartuig betreft waarvoor eerst na de in het eerste lid bedoelde periode, maar voor 1 januari 2017:
- i. op de op dat vaartuig betrekking hebbende visvergunning overeenkomstig artikel 84a, tweede lid, onderdeel a, zoals dat artikelonderdeel op 31 december 2016 luidde, is vermeld dat het de vergunninghouder is toegestaan te vissen op zeebaars of
- ii. de aanvrager onomkeerbare investeringsverplichtingen is aangegaan en het bevoegd gezag heeft aangekondigd om op de op dat vaartuig betrekking hebbende visvergunning overeenkomstig artikel 84a, tweede lid, onderdeel a, zoals dat artikelonderdeel op 31 december 2016 luidde, te vermelden dat het de vergunninghouder is toegestaan te vissen op zeebaars.
4. Een vismachtiging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, voor de in artikel 9, tweede lid, tweede alinea, onder c, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde visserijactiviteiten, wordt verleend, indien de aanvraag een vissersvaartuig betreft waarmee in de in artikel 9, tweede lid, derde alinea, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde periode blijkens de logboekgegevens met het type vistuig GTR, GNS, FYK, FPN of FIX, bedoeld in Bijlage XI van de uitvoeringsverordening controleverordening op zeebaars is gevist.
1. Een vismachtiging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, voor de in artikel 9, tweede lid, tweede alinea, onder b, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde visserijactiviteiten, kan worden verleend, indien de aanvraag een vissersvaartuig betreft:
- a. waarmee in de in artikel 9, tweede lid, derde alinea, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde periode blijkens de logboekgegevens met het type vistuig LHP, bedoeld in Bijlage XI van de uitvoeringsverordening controleverordening, op zeebaars is gevist, voor zover:
- i. in de op het desbetreffende vissersvaartuig betrekking hebbende visvergunning was vermeld dat het de vergunninghouder was toegestaan in betrokken periode op zeebaars te vissen, en
- ii. de aanvrager van de vismachtiging voor 31 december 2016 om 24.00 uur geen afstand heeft gedaan van het recht op de vermelding zeebaars op de op het desbetreffende vissersvaartuig betrekking hebbende visvergunning, overeenkomstig artikel 84a, tweede lid, onderdeel b, subonderdeel i, zoals dat artikelonderdeel op 31 december 2016 luidde, of
- b. dat dient ter vervanging van een of meer vissersvaartuigen van de desbetreffende ondernemer, ten aanzien waarvan is voldaan aan onderdeel a en het motorvermogen van het vervangende vissersvaartuig niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig dat wordt of de vissersvaartuigen die worden vervangen.
2. In afwijking van het eerste lid kan de vismachtiging worden verleend, indien:
- a. de aanvrager ten genoegen van de Minister aannemelijk heeft gemaakt dat er bijzondere omstandigheden zijn die rechtvaardigen dat hij in de desbetreffende periode met het desbetreffende vissersvaartuig niet in staat was de visserij uit te oefenen, mits hij in de periode daaraan voorafgaand met het desbetreffende vissersvaartuig wel op zeebaars heeft gevist en daartoe gerechtigd was, of
- b. het een vissersvaartuig betreft waarvoor binnen de in het eerste lid bedoelde periode, op de op dat vaartuig betrekking hebbende visvergunning overeenkomstig artikel 84a, tweede lid, onderdeel a, zoals dat artikelonderdeel op 31 december 2016 luidde, is vermeld dat het de vergunninghouder is toegestaan te vissen op zeebaars en de aanvrager ten genoegen van de Minister aannemelijk heeft gemaakt dat er bijzondere omstandigheden zijn die rechtvaardigen dat hij niet in staat was met het desbetreffende vissersvaartuig in het restant van de desbetreffende periode, de visserij uit te oefenen.
3. Een vismachtiging als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, voor de in artikel 9, tweede lid, tweede alinea, onder c, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde visserijactiviteiten, kan worden verleend, indien de aanvraag een vissersvaartuig betreft:
- a. waarmee in de in artikel 9, tweede lid, derde alinea, van de verordening vangstmogelijkheden bedoelde periode blijkens de logboekgegevens met het type vistuig GTR, GNS, FYK, FPN of FIX, bedoeld in Bijlage XI van de uitvoeringsverordening controleverordening op zeebaars is gevist, of
- b. dat dient ter vervanging van een of meer vissersvaartuigen van de desbetreffende ondernemer, ten aanzien waarvan is voldaan aan onderdeel a en het motorvermogen van het vervangende vissersvaartuig niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen die worden vervangen.
### Hoofdstuk 6. Controleverordening
@@ -3145,432 +3205,412 @@
#### § 4. Controle op vlootbeheer
#### § 3. Controle op visserij-inspanning
#### § 4. Controle op vlootbeheer
#### § 8. Bewaking, inspecties, procedures en handhaving
### Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen
#### § 2. Invoer
#### § 8. Bewaking, inspecties, procedures en handhaving
### Hoofdstuk 7a. Gemeenschappelijke marktordening visserij- en aquacultuurproducten
### Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
## Bijlage 1
### Lettertekens havens als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2015-12-22&g=2015-12-22) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 2
### Lettertekens havens als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2016-01-01&g=2016-01-01) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 2
### A. Havens als bedoeld in [artikel 6, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2016-01-01&g=2016-01-01), en losplaatsen als bedoeld in [artikel 8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=8&z=2016-01-01&g=2016-01-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 6. Europees quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 als bedoeld in [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2016-01-01&g=2016-01-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
### Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in [artikel 104, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=104&z=2015-12-22&g=2015-12-22), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 27a. Toegestane bijvangst ondermaatse schol en tong
Vervallen
#### § 3. Contingenten
#### § 4. Groepscontingenten
#### § 5. Korting, overdracht, aanhouding en ingebruikgeving van contingenten
#### § 6. Overige bepalingen over contingenten
### Hoofdstuk 3. Technische maatregelen
### Hoofdstuk 4. Meerjarenplannen en overige instandhoudingsmaatregelen
### Hoofdstuk 5. Nationale maatregelen en maatregelen binnen 12 mijlzone
### Hoofdstuk 6. Controleverordening
#### § 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen
#### § 2. Controle op gebruik vangstmogelijkheden
#### § 3. Controle op visserij-inspanning
#### § 6. Controle op technische maatregelen
##### Artikel 117a. Gescheiden opslag van ondermaatse vis aan boord en na aanlanding
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 49bis, eerste lid, en 49quater van de controleverordening.
#### § 5. Controle op meerjarenplannen
#### § 7. Controle op de afzet
### Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen
#### § 3. IUU en vangstdocumentatieregelingen
### Hoofdstuk 7a. Gemeenschappelijke marktordening visserij- en aquacultuurproducten
##### Artikel 140d
1. Het is verboden in strijd te handelen met artikel 34 van de GMO-verordening en artikel 2, eerste lid, van Verordening nr. 2406/96, in samenhang met artikel 47 van de GMO-verordening.
2. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van verordening nr. 2406/96, is de NVWA.
3. Degene die garnalen van de soort crangon crangon aanlandt of verhandelt, brengt ze voor de indeling in de bij verordening nr. 2406/96 voorgeschreven versheidsklassen en grootteklassen onverwijld naar een locatie vermeld in [bijlage 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=13&z=2017-12-08&g=2017-12-08).
##### Artikel 140e. Consumenteninformatie
1. Het is verboden in strijd te handelen met artikel 35, eerste en derde lid, van de GMO-verordening.
2. Artikel 35, eerste lid, van de GMO-verordening, is niet van toepassing op hoeveelheden visserij- en aquacultuurproducten die rechtstreeks vanaf een vissersvaartuig aan consumenten worden verkocht, mits deze hoeveelheden per vissersvaartuig en per eindconsument niet meer dan € 50,– per kalenderdag vertegenwoordigen.
### Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
## Bijlage 1
### Lettertekens havens als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2016-04-01&g=2016-04-01) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### C. Havens en lostijden als bedoeld in [artikel 116, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=5&artikel=116&z=2016-01-01&g=2016-01-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 3
### B. Havens en losplaatsen als bedoeld in de [artikelen 14, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=14&z=2016-04-01&g=2016-04-01), [71, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=4&artikel=71&z=2016-04-01&g=2016-04-01), [75, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=4&artikel=75&z=2016-04-01&g=2016-04-01), [76, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=4&artikel=76&z=2016-04-01&g=2016-04-01), [77, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=4&artikel=77&z=2016-04-01&g=2016-04-01), [124, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=7&artikel=124&z=2016-04-01&g=2016-04-01), en [133, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7&paragraaf=3&artikel=133&z=2016-04-01&g=2016-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 7. Totale toegestane visserij-inspanning, uitgedrukt in kW dagen per categorie vistuig en per (gedeelte van de) beheerperiode als bedoeld in [artikel 16, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=16&z=2017-12-08&g=2017-12-08), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 87a. Erkenning meet- of zegelbureau
1. De minister kan een onderneming op aanvraag erkennen als een erkend meetbureau of een erkend zegelbureau, indien de onderneming aantoonbaar deskundig is op het gebied van het meten, onderscheidenlijk verzegelen van motoren. De aanvrager verstrekt bij de aanvraag tot erkenning in elk geval de volgende bescheiden:
- a. een verklaring dat hij kennis heeft genomen van het document ‘Motorvermogen in de visserij’;
- b. een adequaat protocol waarin hij beschrijft hoe de vermogensmeting of verzegeling wordt uitgevoerd volgens de standaarden die hiervoor binnen de beroepsgroep algemeen gangbaar zijn en binnen de voorschriften die zijn opgenomen in [bijlage 12a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=12a&z=2017-12-08&g=2017-12-08), onderscheidenlijk [bijlage 12b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=12b&z=2017-12-08&g=2017-12-08);
- c. een kopie van relevante diploma’s van de in te zetten personen bij een vermogensmeting of verzegeling met een afgeronde opleiding op het minimale niveau van middelbaar beroepsonderwijs, niveau 3, inzake scheepswerktuigkunde, werktuigkunde of elektrotechniek.
2. De erkenning heeft een geldigheidsduur van ten hoogste drie jaar.
3. Met een erkenning als bedoeld in deze regeling wordt gelijkgesteld een aanwijzing van een onderneming tot uitvoering van een vermogensmeting of verzegeling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en die een beschermingsniveau waarborgt dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale regels terzake wordt nagestreefd.
##### Artikel 87b. Werkwijze erkend meet- of zegelbureau
1. Een erkend meet- of zegelbureau voert haar werkzaamheden uit:
- a. in onafhankelijkheid van de kapitein of eigenaar van het vissersvaartuig of diens gemachtigde;
- b. in overeenstemming met de voorschriften, bedoeld in [bijlage 12a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=12a&z=2017-12-08&g=2017-12-08), onderscheidenlijk [bijlage 12b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=12b&z=2017-12-08&g=2017-12-08);
- c. in overeenstemming met het protocol, bedoeld in [artikel 87a, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2017-12-08&g=2017-12-08).
2. Een erkend meet- of zegelbureau informeert de minister en de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport onmiddellijk, indien hij een opdracht krijgt een vermogensmeting uit te voeren, onderscheidenlijk een motor te verzegelen.
3. Indien een erkend meet- of zegelbureau voornemens is een wijziging door te voeren in het protocol, bedoeld in [artikel 87a, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2017-12-08&g=2017-12-08), die gevolgen kan hebben voor de uitvoering van de vermogensmetingen en verzegelingen, legt hij het gewijzigde protocol voorafgaand aan de voorgenomen wijziging voor goedkeuring voor aan de minister.
4. Een vermogensmeting of verzegeling wordt uitgevoerd door een voor diens taak aantoonbaar geschikte persoon met:
- a. een afgeronde opleiding op het minimale niveau van middelbaar beroepsonderwijs, niveau 3, inzake scheepswerktuigkundige, werktuigkunde of elektrotechniek;
- b. aantoonbare werkervaring met scheepsmotoren.
##### Artikel 87c. Intrekken erkenning
1. De minister trekt een erkenning in op aanvraag van degene aan wie een erkenning is verleend.
2. De minister kan een erkenning intrekken, indien een erkend meet- of zegelbureau niet voldoet aan de voorschriften, bedoeld in [artikel 87a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2017-12-08&g=2017-12-08), onderscheidenlijk [artikel 87b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87b&z=2017-12-08&g=2017-12-08).
### Hoofdstuk 6. Controleverordening
#### § 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen
#### § 2. Controle op gebruik vangstmogelijkheden
#### § 5. Controle op meerjarenplannen
#### § 6. Controle op technische maatregelen
### Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen
#### § 2. Invoer
#### § 1. Toegangsregels derde landen
### Hoofdstuk 7a. Gemeenschappelijke marktordening visserij- en aquacultuurproducten
### Hoofdstuk 7a. Gemeenschappelijke marktordening visserij- en aquacultuurproducten
## Bijlage 1
## Bijlage 2
### A. Havens als bedoeld in [artikel 6, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2016-04-01&g=2016-04-01), en losplaatsen als bedoeld in [artikel 8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=8&z=2016-04-01&g=2016-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### C. Havens en lostijden als bedoeld in [artikel 116, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=5&artikel=116&z=2016-04-01&g=2016-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 1
### Lettertekens havens als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2017-12-08&g=2017-12-08) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 4. Vangstverboden voor het kalenderjaar 2015 op de vissoorten, bedoeld in [artikel 10, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=10&z=2017-12-08&g=2017-12-08), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
### Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in [artikel 104, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=104&z=2016-04-01&g=2016-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 9
## Bijlage 12a. behorend bij de [artikelen 87a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2016-04-01&g=2016-04-01) en [87b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87b&z=2016-04-01&g=2016-04-01)
Naar aanleiding van elke vermogensmeting wordt een meetrapport opgemaakt met het motorvermogen en toerental in stomende en vissende conditie. De volgende parameters worden, indien van toepassing, opgenomen in het meetrapport:
- a. de regelstand van zowel de gemeenschappelijke aanwijzing als van alle brandstofpompen afzonderlijk, in stomende en vissende conditie, af te lezen ten opzichte van het vaste huis, of, indien het indicatorwijzertje wordt benut, de positie hiervan ten opzichte van het huis in verband met variabele vulringetjes;
- b. de regulateur uitsturing stomend/vissend;
- c. de dikte van de blokkeringsblokjes;
- d. vanuit proefstand en/of (proef)vaart, gegevens van ten minste de temperatuur van uitlaatgassen na de turbo, de temperatuur van de inlaatlucht, het toerental van de hoofdmotor en de turbodruk;
- e. het software nummer van geïnstalleerde softwareversie;
- f. het wijzigingsnummer en datum.
Bij het meetrapport wordt een verklaring van kennisname van het meetrapport gevoegd, ondertekend door de kapitein of de eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde.
Indien een erkend meetbureau tijdens een vermogensmeting geconfronteerd wordt met niet verklaarbare afwijkingen van het motorvermogen, meldt het meetbureau dit terstond aan de minister. Het meetbureau maakt hier tevens een rapport van op.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 20a. Vangstverbod MFL2
1. Het is verboden met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL2 te vissen op haring, koolvis, makreel, schelvis, wijting, tong, schol, heek, kabeljauw, sprot, zeeduivel, horsmakreel, blauwe wijting, kever en grote zilversmelt.
2. Het is verboden te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL2 dat is uitgerust met het volgende vistuig dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft:
- a. boomkor (TBB), gelijk aan of groter dan 80 mm;
- b. bodemottertrawl (OTB), 100 tot en met 119 mm;
- c. bodemspantrawl (PTB), 100 tot en met 119 mm;
- d. dubbele-bordentrawls (OTT), 100 tot en met 119 mm;
- e. deense zegen (SDN), gelijk aan of groter dan 70 mm;
- f. schotse spanzegen (SPR), gelijk aan of groter dan 70 mm;
- g. schotse zegen (SSC), gelijk aan of groter dan 80 mm;
- h. machinale handlijnen en hengelsnoeren (LHM).
3. Het is verboden vangsten van een vissoort, genoemd in het eerste lid, aan boord te houden van of aan te landen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL2 in de gevallen dat de aanlandplicht niet van toepassing is.
#### § 3. Contingenten
#### § 4. Groepscontingenten
#### § 5. Korting, overdracht, aanhouding en ingebruikgeving van contingenten
#### § 6. Overige bepalingen over contingenten
##### Artikel 46a. Aanlandcontingent
1. Vangsten van de vissoorten, vermeld in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2017-12-08&g=2017-12-08), uitgedrukt in kilogrammen levend gewicht, die worden aangeland door:
- a. een ondernemer die geen lid is van een groep of een producentenorganisatie, worden in mindering gebracht op het voor het desbetreffende vissersvaartuig van die ondernemer geldende contingent of in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=24&z=2017-12-08&g=2017-12-08) bedoelde hoeveelheid van de desbetreffende vissoort;
- b. een ondernemer die lid is van een groep of een producentenorganisatie, worden in mindering gebracht op het groepscontingent van de desbetreffende vissoort van de desbetreffende groep of de desbetreffende producentenorganisatie.
2. De kapitein, eigenaar of gemachtigde van een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 vraagt een aanlandcontingent aan voor de vangst of het gedeelte van de vangst van een vissoort, vermeld in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2017-12-08&g=2017-12-08), waarop de aanlandplicht van toepassing is voor zover:
- a. voor het desbetreffende vissersvaartuig voor de desbetreffende vissoort geen contingent of een in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=24&z=2017-12-08&g=2017-12-08) bedoelde hoeveelheid geldt dan wel de vangsten van de desbetreffende vissoort groter zijn dan het voor het desbetreffende vissersvaartuig van die ondernemer geldende contingent of in artikel 24 bedoelde hoeveelheid;
- b. aan de groep of de producentenorganisatie waarvan een ondernemer lid is, geen groepscontingent voor de desbetreffende vissoort is toegekend, of dat groepscontingent is opgevist.
3. De kapitein, eigenaar of gemachtigde van een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL2 vraagt voor een vangst van een vissoort, genoemd in [artikel 20a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=20a&z=2017-12-08&g=2017-12-08), waarop de aanlandplicht van toepassing is een aanlandcontingent aan, tenzij de vangst in mindering kan worden gebracht op een groepscontingent van een groep of producentenorganisatie waarvan de ondernemer lid is.
4. De in het tweede en derde lid bedoelde aanvraag wordt gelijktijdig met de melding, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2017-12-08&g=2017-12-08), dan wel met de voorafgaande kennisgeving, bedoeld in artikel 17 van de controleverordening, gedaan onder vermelding van de overeenkomstig artikel 14 van de controleverordening in het logboek geregistreerde hoeveelheden van de desbetreffende vissoort. Voor zover het in het elektronisch visserijlogboek, bedoeld in artikel 2, onderdeel 12, van de uitvoeringsverordening controleverordening, niet mogelijk is om de aanvraag tegelijkertijd met de voorafgaande kennisgeving, bedoeld in artikel 17 van de controleverordening, te doen, wordt de aangifte van aanlanding die op grond van artikel 23 en 24 van de controleverordening moet worden ingediend als aanvraag voor een aanlandcontingent beschouwd.
5. Indien de kapitein, eigenaar of gemachtigde nalaat om overeenkomstig het vierde lid een aanvraag in te dienen, wordt de aangifte van aanlanding die op grond van artikel 23 en 24 van de controleverordening dan wel op grond van [artikel 104, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=104&z=2017-12-08&g=2017-12-08), van deze regeling in samenhang met artikel 23 van de controleverordening moet worden ingediend, als aanvraag voor een aanlandcontingent beschouwd.
##### Artikel 46b. Uitzonderingen aanlandcontingent
1. In afwijking van [artikel 46a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=46a&z=2017-12-08&g=2017-12-08) worden aanlandingen van ondermaatse vis in mindering gebracht op de hoeveelheden, bedoeld in [bijlage 9, onderdeel B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=9&z=2017-12-08&g=2017-12-08), en wordt voor de aanlanding van ondermaatse vis geen aanlandcontingent aangevraagd.
2. In afwijking van [artikel 46a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=46a&z=2017-12-08&g=2017-12-08) worden aanlandingen van vissoorten die per soort per visreis 50 kilogram levend gewicht of minder bedragen niet in mindering gebracht op een contingent of hoeveelheid als bedoeld in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=24&z=2017-12-08&g=2017-12-08) of groepscontingent en wordt geen aanlandcontingent aangevraagd, indien:
- a. het een vissersvaartuig betreft waarvan de kapitein op grond van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=14&z=2017-12-08&g=2017-12-08) en in voorkomend geval artikel 15 van de controleverordening een logboek moet bijhouden en indienen; of
- b. het een vissersvaartuig betreft waarvoor een contingent, individueel aandeel of hoeveelheid als bedoeld in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=24&z=2017-12-08&g=2017-12-08) voor de desbetreffende vissoort geldt.
3. Indien met een vissersvaartuig, ten aanzien waarvan op grond van [artikel 104, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=104&z=2017-12-08&g=2017-12-08), de verplichting geldt om alle vangsten volledig te registreren op één dag meerdere malen een hoeveelheid van 50 kilogram levend gewicht of minder van dezelfde vissoort wordt aangeland, wordt voor de toepassing van de aanhef van het tweede lid de totale hoeveelheid die op één dag is aangeland in aanmerking genomen.
##### Artikel 46c. Betaling aanlandcontingent
1. Voor een aanlandcontingent wordt een bedrag betaald ter hoogte van:
- a. het bedrag dat degene aan wie het document gericht is, op grond van [artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van het Legesbesluit visserijdocumenten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011616&artikel=2) verschuldigd is, vermeerderd met
- b. de hoeveelheid kilogrammen levend gewicht van een vissoort die is vermeld in de aangifte van aanlanding, bedoeld in artikel 23 van de controleverordening, die niet in mindering kan worden gebracht op een contingent, hoeveelheid als bedoeld in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=24&z=2017-12-08&g=2017-12-08) of groepscontingent, vermenigvuldigd met tachtig procent van de gemiddelde prijs van de desbetreffende vissoort in het desbetreffende kwartaal van aanlanding, in het voorgaande jaar, zoals vermeld op http://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/visserij/registraties-visserij/referentieprijzen-aanlandcontingent;
met dien verstande dat het totaal verschuldigde bedrag voor een aanlandcontingent ten hoogste negentig procent van de in onderdeel b bedoelde prijs bedraagt.
2. Indien een ondernemer na de aanvraag van een aanlandcontingent voor de desbetreffende vissoort een contingent in gebruik krijgt of overgedragen krijgt, worden daarop allereerst de aangelande hoeveelheden waarvoor een aanlandcontingent is verstrekt in mindering gebracht en wordt, voor zover een bedrag is betaald voor het aanlandcontingent, het bedrag dat is betaald voor de desbetreffende hoeveelheid minus het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, aan de ondernemer terugbetaald.
### Hoofdstuk 3. Technische maatregelen
### Hoofdstuk 4. Meerjarenplannen en overige instandhoudingsmaatregelen
### Hoofdstuk 5. Nationale maatregelen en maatregelen binnen 12 mijlzone
##### Artikel 86a. Voorwaarden vismachtiging in het kader van het kabeljauwherstelplan
1. De aanvraag om een vismachtiging, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, voor de in verordening nr. 1342/2008 bedoelde activiteiten, betreft een vissersvaartuig:
- a. dat in de kalenderjaren 2006 tot en met 2008 heeft gevist in het desbetreffende geografische gebied, bedoeld in artikel 1 van verordening nr. 1342/2008, met het desbetreffende vistuig, bedoeld in artikel 10, eerste lid van verordening nr. 1342/2008;
- b. dat, voor zover de aanvraag de vistuigcategorie TR1 betreft, in de kalenderjaren 2001 tot en met 2005 heeft gevist in het desbetreffende geografische gebied met tot de vistuigcategorieën TR1 of TR2 behorende vistuigen en waarvoor op 31 december 2011 op grond van [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=29&z=2017-12-08&g=2017-12-08) een recht op contingenten wijting en kabeljauw gold;
- c. dat, voor zover de aanvraag de vistuigcategorie TR2 betreft, in de kalenderjaren 2001 tot en met 2005 heeft gevist in het desbetreffende geografische gebied met tot de vistuigcategorie TR2 behorende vistuigen en waarvoor op 31 december 2011 op grond van [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=29&z=2017-12-08&g=2017-12-08) een recht op contingenten wijting en kabeljauw gold;
- d. ten aanzien waarvan op 1 januari 2009 een onomkeerbare investeringsverplichting is aangegaan met het oog op de uitoefening van de visserij in het desbetreffende geografische gebied; of
- e. dat dient ter vervanging van een of meer vissersvaartuigen ten aanzien waarvan is voldaan aan onderdeel a of b, en het motorvermogen van het vervangende vissersvaartuig niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen die worden vervangen.
2. Voor zover de aanvraag een vissersvaartuig als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, c of d, betreft, is het motorvermogen van dat vissersvaartuig ten opzichte van de in onderdelen a, b en c bedoelde periode, onderscheidenlijk ten opzichte van de eerste keer dat het vissersvaartuig met het oog op de uitoefening van de visserij in het desbetreffende geografische gebied in gebruik is genomen, niet toegenomen.
3. Voor zover de aanvraag de vistuigcategorieën BT1 en BT2 betreft, geldt voor het betrokken vissersvaartuig een recht op contingenten tong en schol op grond van [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=29&z=2017-12-08&g=2017-12-08).
4. Voor zover de aanvraag de vistuigcategorie BT1 of TR1 betreft, geldt in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, dat het vissersvaartuig in de in dat onderdeel genoemde periode ook mag hebben gevist met tot de vistuigcategorie BT2 onderscheidenlijk met de tot de vistuigcategorie TR2 behorende vistuigen.
### Hoofdstuk 6. Controleverordening
#### § 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen
#### § 2. Controle op gebruik vangstmogelijkheden
#### § 6. Controle op technische maatregelen
### Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen
#### § 2. Invoer
#### § 3. IUU en vangstdocumentatieregelingen
### Hoofdstuk 7a. Gemeenschappelijke marktordening visserij- en aquacultuurproducten
### Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
## Bijlage 1
### Lettertekens havens als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2017-04-11&g=2017-04-11) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 2
### A. Havens als bedoeld in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2017-04-11&g=2017-04-11), en losplaatsen als bedoeld in [artikel 8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=8&z=2017-04-11&g=2017-04-11), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### A. Havens als bedoeld in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2017-12-08&g=2017-12-08), en losplaatsen als bedoeld in [artikel 8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=8&z=2017-12-08&g=2017-12-08), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### B. Havens en losplaatsen als bedoeld in de [artikelen 14, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=14&z=2017-12-08&g=2017-12-08), [71, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=4&artikel=71&z=2017-12-08&g=2017-12-08), [75, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=4&artikel=75&z=2017-12-08&g=2017-12-08), [76, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=4&artikel=76&z=2017-12-08&g=2017-12-08), [77, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=4&artikel=77&z=2017-12-08&g=2017-12-08), [124, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=7&artikel=124&z=2017-12-08&g=2017-12-08), en [133, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7&paragraaf=3&artikel=133&z=2017-12-08&g=2017-12-08), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 3
### Aanlandingsplaatsen als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2017-04-11&g=2017-04-11), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 5. Nederlands quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 (x1000 kg in levend gewicht) als bedoeld in [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2017-12-08&g=2017-12-08), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
### Onderdeel A
## Bijlage 12a. behorend bij de [artikelen 87a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2017-12-08&g=2017-12-08) en [87b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87b&z=2017-12-08&g=2017-12-08)
Naar aanleiding van elke vermogensmeting wordt een meetrapport opgemaakt met het motorvermogen en toerental in stomende en vissende conditie. De volgende parameters worden, indien van toepassing, opgenomen in het meetrapport:
- a. de regelstand van zowel de gemeenschappelijke aanwijzing als van alle brandstofpompen afzonderlijk, in stomende en vissende conditie, af te lezen ten opzichte van het vaste huis, of, indien het indicatorwijzertje wordt benut, de positie hiervan ten opzichte van het huis in verband met variabele vulringetjes;
- b. de regulateur uitsturing stomend/vissend;
- c. de dikte van de blokkeringsblokjes;
- d. vanuit proefstand en/of (proef)vaart, gegevens van ten minste de temperatuur van uitlaatgassen na de turbo, de temperatuur van de inlaatlucht, het toerental van de hoofdmotor en de turbodruk;
- e. het software nummer van geïnstalleerde softwareversie;
- f. het wijzigingsnummer en datum.
Bij het meetrapport wordt een verklaring van kennisname van het meetrapport gevoegd, ondertekend door de kapitein of de eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde.
Indien een erkend meetbureau tijdens een vermogensmeting geconfronteerd wordt met niet verklaarbare afwijkingen van het motorvermogen, meldt het meetbureau dit terstond aan de minister. Het meetbureau maakt hier tevens een rapport van op.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 104a. E-Lite
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
#### § 5. Controle op meerjarenplannen
#### § 8. Bewaking, inspecties, procedures en handhaving
### Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen
#### § 1. Toegangsregels derde landen
#### § 2. Invoer
#### § 8. Bewaking, inspecties, procedures en handhaving
### Hoofdstuk 7a. Gemeenschappelijke marktordening visserij- en aquacultuurproducten
#### § 3. IUU en vangstdocumentatieregelingen
### Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
## Bijlage 1
### Lettertekens havens als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2015-12-22&g=2015-12-22) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 2
### Lettertekens havens als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2016-01-01&g=2016-01-01) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 2
### A. Havens als bedoeld in [artikel 6, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2016-01-01&g=2016-01-01), en losplaatsen als bedoeld in [artikel 8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=8&z=2016-01-01&g=2016-01-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 6. Europees quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 als bedoeld in [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2016-01-01&g=2016-01-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
### Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in [artikel 104, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=104&z=2015-12-22&g=2015-12-22), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### C. Havens en lostijden als bedoeld in [artikel 116, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=5&artikel=116&z=2017-12-08&g=2017-12-08), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 3
### Aanlandingsplaatsen als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2017-12-08&g=2017-12-08), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### Onderdeel B
## Bijlage 10
### Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in [artikel 104, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=104&z=2017-12-08&g=2017-12-08), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 27a. Toegestane bijvangst ondermaatse schol en tong
Vervallen
#### § 3. Contingenten
#### § 4. Groepscontingenten
#### § 5. Korting, overdracht, aanhouding en ingebruikgeving van contingenten
#### § 6. Overige bepalingen over contingenten
### Hoofdstuk 3. Technische maatregelen
### Hoofdstuk 4. Meerjarenplannen en overige instandhoudingsmaatregelen
### Hoofdstuk 5. Nationale maatregelen en maatregelen binnen 12 mijlzone
### Hoofdstuk 6. Controleverordening
#### § 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen
#### § 2. Controle op gebruik vangstmogelijkheden
#### § 3. Controle op visserij-inspanning
#### § 6. Controle op technische maatregelen
##### Artikel 117a. Gescheiden opslag van ondermaatse vis aan boord en na aanlanding
Het is verboden in strijd te handelen met de artikelen 49bis, eerste lid, en 49quater van de controleverordening.
#### § 5. Controle op meerjarenplannen
#### § 7. Controle op de afzet
### Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen
#### § 3. IUU en vangstdocumentatieregelingen
### Hoofdstuk 7a. Gemeenschappelijke marktordening visserij- en aquacultuurproducten
##### Artikel 140d
1. Het is verboden in strijd te handelen met artikel 34 van de GMO-verordening en artikel 2, eerste lid, van Verordening nr. 2406/96, in samenhang met artikel 47 van de GMO-verordening.
2. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van verordening nr. 2406/96, is de NVWA.
3. Degene die garnalen van de soort crangon crangon aanlandt of verhandelt, brengt ze voor de indeling in de bij verordening nr. 2406/96 voorgeschreven versheidsklassen en grootteklassen onverwijld naar een locatie vermeld in [bijlage 13](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=13&z=2017-04-11&g=2017-04-11).
##### Artikel 140e. Consumenteninformatie
1. Het is verboden in strijd te handelen met artikel 35, eerste en derde lid, van de GMO-verordening.
2. Artikel 35, eerste lid, van de GMO-verordening, is niet van toepassing op hoeveelheden visserij- en aquacultuurproducten die rechtstreeks vanaf een vissersvaartuig aan consumenten worden verkocht, mits deze hoeveelheden per vissersvaartuig en per eindconsument niet meer dan € 50,– per kalenderdag vertegenwoordigen.
### Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
## Bijlage 1
### Lettertekens havens als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2016-04-01&g=2016-04-01) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### C. Havens en lostijden als bedoeld in [artikel 116, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=5&artikel=116&z=2016-01-01&g=2016-01-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 3
### B. Havens en losplaatsen als bedoeld in de [artikelen 14, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=14&z=2016-04-01&g=2016-04-01), [71, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=4&artikel=71&z=2016-04-01&g=2016-04-01), [75, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=4&artikel=75&z=2016-04-01&g=2016-04-01), [76, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=4&artikel=76&z=2016-04-01&g=2016-04-01), [77, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=4&artikel=77&z=2016-04-01&g=2016-04-01), [124, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=7&artikel=124&z=2016-04-01&g=2016-04-01), en [133, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7&paragraaf=3&artikel=133&z=2016-04-01&g=2016-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 8. De vissoorten, bedoeld in [artikel 21, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=21&z=2017-04-11&g=2017-04-11), de vangstgebieden, bedoeld in [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2017-04-11&g=2017-04-11), en de percentages, bedoeld in [artikel 29, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=29&z=2017-04-11&g=2017-04-11), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij voor het kalenderjaar 2017
| Vissoort | Gebied | Percentage |
| --- | --- | --- |
| Blauwe wijting | EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden I, II, III, IV, V, VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe, XII en XIV | 185,5554% |
| Grote Zilversmelt | EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden V, VI en VII | 89,9678% |
| Haring | EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden I en II | 204,5345% |
| Haring | EU wateren van het ICES gebied IV ten noorden van 53°30'NB | 94,8522% |
| Haring | ICES gebieden IVc en VIId | 92,0504% |
| Haring | EU wateren en internationale wateren van de ICES gebieden Vb, VIb en VIa-Noord | 100,0000% |
| Haring | ICES gebieden VIa-Zuid, VIIb en VIIc | 100,0075% |
| Haring | ICES gebieden VIIg, VIIh, VIIj en VIIk | 93,6035% |
| Horsmakreel | EU wateren van de ICES gebieden IIa, IVa, VI, VIIa, VIIb, VIIc, VIIe, VIIf, VIIg, VIIh, VIIj, VIIk, VIIIa, VIIIb, VIIId, VIIIe en de EU wateren en internationale wateren van het ICES gebied Vb en de internationale wateren van de ICES gebieden XII en XIV | 76,5700% |
| Horsmakreel | EU wateren van de ICES gebieden IVb, IVc en VIId | 126,4512% |
| Kabeljauw | ICES gebied IV, de EU wateren van het ICES gebied IIa en het ICES gebied IIIa tot aan het Skagerrak | 104,7071% |
| Makreel | ICES gebieden VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe, de EU wateren en internationale wateren van het ICES gebied Vb en de internationale wateren van de ICES gebieden IIa, XII en XIV | 113,9704% |
| Schol | ICES gebied IV, de EU wateren van het ICES gebied IIa en het ICES gebied IIIa tot aan het Skagerrak | 99,9825% |
| Tong | EU wateren van de ICES gebieden II en IV | 114,9194% |
| Wijting | ICES gebied IV en de EU wateren van het ICES gebied IIa | 98,9406% |
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 87a. Erkenning meet- of zegelbureau
1. De minister kan een onderneming op aanvraag erkennen als een erkend meetbureau of een erkend zegelbureau, indien de onderneming aantoonbaar deskundig is op het gebied van het meten, onderscheidenlijk verzegelen van motoren. De aanvrager verstrekt bij de aanvraag tot erkenning in elk geval de volgende bescheiden:
- a. een verklaring dat hij kennis heeft genomen van het document ‘Motorvermogen in de visserij’;
- b. een adequaat protocol waarin hij beschrijft hoe de vermogensmeting of verzegeling wordt uitgevoerd volgens de standaarden die hiervoor binnen de beroepsgroep algemeen gangbaar zijn en binnen de voorschriften die zijn opgenomen in [bijlage 12a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=12a&z=2017-04-11&g=2017-04-11), onderscheidenlijk [bijlage 12b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=12b&z=2017-04-11&g=2017-04-11);
- c. een kopie van relevante diploma’s van de in te zetten personen bij een vermogensmeting of verzegeling met een afgeronde opleiding op het minimale niveau van middelbaar beroepsonderwijs, niveau 3, inzake scheepswerktuigkunde, werktuigkunde of elektrotechniek.
2. De erkenning heeft een geldigheidsduur van ten hoogste drie jaar.
3. Met een erkenning als bedoeld in deze regeling wordt gelijkgesteld een aanwijzing van een onderneming tot uitvoering van een vermogensmeting of verzegeling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en die een beschermingsniveau waarborgt dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale regels terzake wordt nagestreefd.
##### Artikel 87b. Werkwijze erkend meet- of zegelbureau
1. Een erkend meet- of zegelbureau voert haar werkzaamheden uit:
- a. in onafhankelijkheid van de kapitein of eigenaar van het vissersvaartuig of diens gemachtigde;
- b. in overeenstemming met de voorschriften, bedoeld in [bijlage 12a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=12a&z=2017-04-11&g=2017-04-11), onderscheidenlijk [bijlage 12b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=12b&z=2017-04-11&g=2017-04-11);
- c. in overeenstemming met het protocol, bedoeld in [artikel 87a, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2017-04-11&g=2017-04-11).
2. Een erkend meet- of zegelbureau informeert de minister en de Inspecteur-Generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport onmiddellijk, indien hij een opdracht krijgt een vermogensmeting uit te voeren, onderscheidenlijk een motor te verzegelen.
3. Indien een erkend meet- of zegelbureau voornemens is een wijziging door te voeren in het protocol, bedoeld in [artikel 87a, eerste lid, onderdeel b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2017-04-11&g=2017-04-11), die gevolgen kan hebben voor de uitvoering van de vermogensmetingen en verzegelingen, legt hij het gewijzigde protocol voorafgaand aan de voorgenomen wijziging voor goedkeuring voor aan de minister.
4. Een vermogensmeting of verzegeling wordt uitgevoerd door een voor diens taak aantoonbaar geschikte persoon met:
- a. een afgeronde opleiding op het minimale niveau van middelbaar beroepsonderwijs, niveau 3, inzake scheepswerktuigkundige, werktuigkunde of elektrotechniek;
- b. aantoonbare werkervaring met scheepsmotoren.
##### Artikel 87c. Intrekken erkenning
1. De minister trekt een erkenning in op aanvraag van degene aan wie een erkenning is verleend.
2. De minister kan een erkenning intrekken, indien een erkend meet- of zegelbureau niet voldoet aan de voorschriften, bedoeld in [artikel 87a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2017-04-11&g=2017-04-11), onderscheidenlijk [artikel 87b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87b&z=2017-04-11&g=2017-04-11).
### Hoofdstuk 6. Controleverordening
#### § 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen
#### § 2. Controle op gebruik vangstmogelijkheden
#### § 5. Controle op meerjarenplannen
#### § 7. Controle op de afzet
### Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen
#### § 2. Invoer
#### § 1. Toegangsregels derde landen
### Hoofdstuk 7a. Gemeenschappelijke marktordening visserij- en aquacultuurproducten
### Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
## Bijlage 1
## Bijlage 2
### A. Havens als bedoeld in [artikel 6, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2016-04-01&g=2016-04-01), en losplaatsen als bedoeld in [artikel 8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=8&z=2016-04-01&g=2016-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### C. Havens en lostijden als bedoeld in [artikel 116, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=5&artikel=116&z=2016-04-01&g=2016-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 3
### Aanlandingsplaatsen als bedoeld in [artikel 6, tweede lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2016-04-01&g=2016-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 5. Nederlands quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 (x1000 kg in levend gewicht) als bedoeld in [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2017-04-11&g=2017-04-11), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
### Omrekeningsfactoren van aanvoergewicht naar levend gewicht als bedoeld in [artikel 104, achtste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=104&z=2016-04-01&g=2016-04-01), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 11. behorend bij [artikel 140c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7a&artikel=140c&z=2016-04-01&g=2016-04-01) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Drempelprijzen als bedoeld in artikel 31 GMO verordening voor toepassing van het opslagmechanisme door in Nederland erkende producentenorganisaties gedurende het jaar 2016 voor partijen van de vermelde vissoorten die zijn gestript en de kwaliteitsaanduiding Extra, A hebben (in euro/ton).
| Soort en FAO-/GN-code | Grootte | Benaming | Afmeting | Drempelprijs (EUR/t) |
| --- | --- | --- | --- | --- |
| Schol | 1 | Groot | 41 cm en groter | 1.540 |
| \| t/m 30-04-2016 | 2 | Schol I | 35 tot 41 cm | 1.100 |
| [PLE/GN 3022200] | 3 | Schol II | 31 tot 35 cm | 1.030 |
| | 4 | Schol III | 27 tot 31 cm | 920 |
| Schol | 1 | Groot | 41 cm en groter | 2.040 |
| \|\| per 01-05-2016 | 2 | Schol I | 35 tot 41 cm | 1.340 |
| [PLE/GN 3022200] | 3 | Schol II | 31 tot 35 cm | 1.040 |
| | 4 | Schol III | 27 tot 31 cm | 850 |
| Garnalen (vers, gekoeld), gestoomd | | | **Breedte v.h. pantser** | |
| of in water gekookt | 1 | | 6,8 mm en meer | 2.830 |
| [CSH/GN 3062310] | 2 | | 6,5 mm en meer | 2.830 |
## Bijlage 12a. behorend bij de [artikelen 87a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2016-04-01&g=2016-04-01) en [87b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87b&z=2016-04-01&g=2016-04-01)
Naar aanleiding van elke vermogensmeting wordt een meetrapport opgemaakt met het motorvermogen en toerental in stomende en vissende conditie. De volgende parameters worden, indien van toepassing, opgenomen in het meetrapport:
- a. de regelstand van zowel de gemeenschappelijke aanwijzing als van alle brandstofpompen afzonderlijk, in stomende en vissende conditie, af te lezen ten opzichte van het vaste huis, of, indien het indicatorwijzertje wordt benut, de positie hiervan ten opzichte van het huis in verband met variabele vulringetjes;
- b. de regulateur uitsturing stomend/vissend;
- c. de dikte van de blokkeringsblokjes;
- d. vanuit proefstand en/of (proef)vaart, gegevens van ten minste de temperatuur van uitlaatgassen na de turbo, de temperatuur van de inlaatlucht, het toerental van de hoofdmotor en de turbodruk;
- e. het software nummer van geïnstalleerde softwareversie;
- f. het wijzigingsnummer en datum.
Bij het meetrapport wordt een verklaring van kennisname van het meetrapport gevoegd, ondertekend door de kapitein of de eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde.
Indien een erkend meetbureau tijdens een vermogensmeting geconfronteerd wordt met niet verklaarbare afwijkingen van het motorvermogen, meldt het meetbureau dit terstond aan de minister. Het meetbureau maakt hier tevens een rapport van op.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
##### Artikel 20a. Vangstverbod MFL2
1. Het is verboden met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL2 te vissen op haring, koolvis, makreel, schelvis, wijting, tong, schol, heek, kabeljauw, sprot, zeeduivel, horsmakreel, blauwe wijting, kever en grote zilversmelt.
2. Het is verboden te varen of te vissen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL2 dat is uitgerust met het volgende vistuig dat in voorkomend geval de daarbij vermelde maaswijdte heeft:
- a. boomkor (TBB), gelijk aan of groter dan 80 mm;
- b. bodemottertrawl (OTB), 100 tot en met 119 mm;
- c. bodemspantrawl (PTB), 100 tot en met 119 mm;
- d. dubbele-bordentrawls (OTT), 100 tot en met 119 mm;
- e. deense zegen (SDN), gelijk aan of groter dan 70 mm;
- f. schotse spanzegen (SPR), gelijk aan of groter dan 70 mm;
- g. schotse zegen (SSC), gelijk aan of groter dan 80 mm;
- h. machinale handlijnen en hengelsnoeren (LHM).
3. Het is verboden vangsten van een vissoort, genoemd in het eerste lid, aan boord te houden van of aan te landen met een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL2 in de gevallen dat de aanlandplicht niet van toepassing is.
#### § 3. Contingenten
#### § 4. Groepscontingenten
#### § 5. Korting, overdracht, aanhouding en ingebruikgeving van contingenten
#### § 6. Overige bepalingen over contingenten
##### Artikel 46a. Aanlandcontingent
1. Vangsten van de vissoorten, vermeld in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2017-04-11&g=2017-04-11), uitgedrukt in kilogrammen levend gewicht, die worden aangeland door:
- a. een ondernemer die geen lid is van een groep of een producentenorganisatie, worden in mindering gebracht op het voor het desbetreffende vissersvaartuig van die ondernemer geldende contingent of in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=24&z=2017-04-11&g=2017-04-11) bedoelde hoeveelheid van de desbetreffende vissoort;
- b. een ondernemer die lid is van een groep of een producentenorganisatie, worden in mindering gebracht op het groepscontingent van de desbetreffende vissoort van de desbetreffende groep of de desbetreffende producentenorganisatie.
2. De kapitein, eigenaar of gemachtigde van een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL1 vraagt een aanlandcontingent aan voor de vangst of het gedeelte van de vangst van een vissoort, vermeld in [bijlage 8](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=8&z=2017-04-11&g=2017-04-11), waarop de aanlandplicht van toepassing is voor zover:
- a. voor het desbetreffende vissersvaartuig voor de desbetreffende vissoort geen contingent of een in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=24&z=2017-04-11&g=2017-04-11) bedoelde hoeveelheid geldt dan wel de vangsten van de desbetreffende vissoort groter zijn dan het voor het desbetreffende vissersvaartuig van die ondernemer geldende contingent of in artikel 24 bedoelde hoeveelheid;
- b. aan de groep of de producentenorganisatie waarvan een ondernemer lid is, geen groepscontingent voor de desbetreffende vissoort is toegekend, of dat groepscontingent is opgevist.
3. De kapitein, eigenaar of gemachtigde van een vissersvaartuig dat behoort tot het segment MFL2 vraagt voor een vangst van een vissoort, genoemd in [artikel 20a, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=20a&z=2017-04-11&g=2017-04-11), waarop de aanlandplicht van toepassing is een aanlandcontingent aan, tenzij de vangst in mindering kan worden gebracht op een groepscontingent van een groep of producentenorganisatie waarvan de ondernemer lid is.
4. De in het tweede en derde lid bedoelde aanvraag wordt gelijktijdig met de melding, bedoeld in [artikel 7](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=7&z=2017-04-11&g=2017-04-11), dan wel met de voorafgaande kennisgeving, bedoeld in artikel 17 van de controleverordening, gedaan onder vermelding van de overeenkomstig artikel 14 van de controleverordening in het logboek geregistreerde hoeveelheden van de desbetreffende vissoort. Voor zover het in het elektronisch visserijlogboek, bedoeld in artikel 2, onderdeel 12, van de uitvoeringsverordening controleverordening, niet mogelijk is om de aanvraag tegelijkertijd met de voorafgaande kennisgeving, bedoeld in artikel 17 van de controleverordening, te doen, wordt de aangifte van aanlanding die op grond van artikel 23 en 24 van de controleverordening moet worden ingediend als aanvraag voor een aanlandcontingent beschouwd.
5. Indien de kapitein, eigenaar of gemachtigde nalaat om overeenkomstig het vierde lid een aanvraag in te dienen, wordt de aangifte van aanlanding die op grond van artikel 23 en 24 van de controleverordening dan wel op grond van [artikel 104, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=104&z=2017-04-11&g=2017-04-11), van deze regeling in samenhang met artikel 23 van de controleverordening moet worden ingediend, als aanvraag voor een aanlandcontingent beschouwd.
##### Artikel 46b. Uitzonderingen aanlandcontingent
1. In afwijking van [artikel 46a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=46a&z=2017-04-11&g=2017-04-11) worden aanlandingen van ondermaatse vis in mindering gebracht op de hoeveelheden, bedoeld in [bijlage 9, onderdeel B](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&bijlage=9&z=2017-04-11&g=2017-04-11), en wordt voor de aanlanding van ondermaatse vis geen aanlandcontingent aangevraagd.
2. In afwijking van [artikel 46a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=6&artikel=46a&z=2017-04-11&g=2017-04-11) worden aanlandingen van vissoorten die per soort per visreis 50 kilogram levend gewicht of minder bedragen niet in mindering gebracht op een contingent of hoeveelheid als bedoeld in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=24&z=2017-04-11&g=2017-04-11) of groepscontingent en wordt geen aanlandcontingent aangevraagd, indien:
- a. het een vissersvaartuig betreft waarvan de kapitein op grond van [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=14&z=2017-04-11&g=2017-04-11) en in voorkomend geval artikel 15 van de controleverordening een logboek moet bijhouden en indienen; of
- b. het een vissersvaartuig betreft waarvoor een contingent, individueel aandeel of hoeveelheid als bedoeld in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=24&z=2017-04-11&g=2017-04-11) voor de desbetreffende vissoort geldt.
3. Indien met een vissersvaartuig, ten aanzien waarvan op grond van [artikel 104, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=2&artikel=104&z=2017-04-11&g=2017-04-11), de verplichting geldt om alle vangsten volledig te registreren op één dag meerdere malen een hoeveelheid van 50 kilogram levend gewicht of minder van dezelfde vissoort wordt aangeland, wordt voor de toepassing van de aanhef van het derde lid de totale hoeveelheid die op één dag is aangeland in aanmerking genomen.
##### Artikel 46c. Betaling aanlandcontingent
1. Voor een aanlandcontingent wordt een bedrag betaald ter hoogte van:
- a. het bedrag dat degene aan wie het document gericht is, op grond van [artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van het Legesbesluit visserijdocumenten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0011616&artikel=2) verschuldigd is, vermeerderd met
- b. de hoeveelheid kilogrammen levend gewicht van een vissoort die is vermeld in de aangifte van aanlanding, bedoeld in artikel 23 van de controleverordening, die niet in mindering kan worden gebracht op een contingent, hoeveelheid als bedoeld in [artikel 24](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=2&artikel=24&z=2017-04-11&g=2017-04-11) of groepscontingent, vermenigvuldigd met tachtig procent van de gemiddelde prijs van de desbetreffende vissoort in het desbetreffende kwartaal van aanlanding, in het voorgaande jaar, zoals vermeld op http://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/visserij/registraties-visserij/referentieprijzen-aanlandcontingent;
met dien verstande dat het totaal verschuldigde bedrag voor een aanlandcontingent ten hoogste negentig procent van de in onderdeel b bedoelde prijs bedraagt.
2. Indien een ondernemer na de aanvraag van een aanlandcontingent voor de desbetreffende vissoort een contingent in gebruik krijgt of overgedragen krijgt, worden daarop allereerst de aangelande hoeveelheden waarvoor een aanlandcontingent is verstrekt in mindering gebracht en wordt, voor zover een bedrag is betaald voor het aanlandcontingent, het bedrag dat is betaald voor de desbetreffende hoeveelheid minus het bedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, aan de ondernemer terugbetaald.
### Hoofdstuk 3. Technische maatregelen
### Hoofdstuk 4. Meerjarenplannen en overige instandhoudingsmaatregelen
### Hoofdstuk 5. Nationale maatregelen en maatregelen binnen 12 mijlzone
##### Artikel 86a. Voorwaarden vismachtiging in het kader van het kabeljauwherstelplan
1. De aanvraag om een vismachtiging, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de controleverordening, voor de in verordening nr. 1342/2008 bedoelde activiteiten, betreft een vissersvaartuig:
- a. dat in de kalenderjaren 2006 tot en met 2008 heeft gevist in het desbetreffende geografische gebied, bedoeld in artikel 1 van verordening nr. 1342/2008, met het desbetreffende vistuig, bedoeld in artikel 10, eerste lid van verordening nr. 1342/2008;
- b. dat, voor zover de aanvraag de vistuigcategorie TR1 betreft, in de kalenderjaren 2001 tot en met 2005 heeft gevist in het desbetreffende geografische gebied met tot de vistuigcategorieën TR1 of TR2 behorende vistuigen en waarvoor op 31 december 2011 op grond van [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=29&z=2017-04-11&g=2017-04-11) een recht op contingenten wijting en kabeljauw gold;
- c. dat, voor zover de aanvraag de vistuigcategorie TR2 betreft, in de kalenderjaren 2001 tot en met 2005 heeft gevist in het desbetreffende geografische gebied met tot de vistuigcategorie TR2 behorende vistuigen en waarvoor op 31 december 2011 op grond van [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=29&z=2017-04-11&g=2017-04-11) een recht op contingenten wijting en kabeljauw gold;
- d. ten aanzien waarvan op 1 januari 2009 een onomkeerbare investeringsverplichting is aangegaan met het oog op de uitoefening van de visserij in het desbetreffende geografische gebied; of
- e. dat dient ter vervanging van een of meer vissersvaartuigen ten aanzien waarvan is voldaan aan onderdeel a of b, en het motorvermogen van het vervangende vissersvaartuig niet meer bedraagt dan het motorvermogen van het vissersvaartuig of de vissersvaartuigen die worden vervangen.
2. Voor zover de aanvraag een vissersvaartuig als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, c of d, betreft, is het motorvermogen van dat vissersvaartuig ten opzichte van de in onderdelen a, b en c bedoelde periode, onderscheidenlijk ten opzichte van de eerste keer dat het vissersvaartuig met het oog op de uitoefening van de visserij in het desbetreffende geografische gebied in gebruik is genomen, niet toegenomen.
3. Voor zover de aanvraag de vistuigcategorieën BT1 en BT2 betreft, geldt voor het betrokken vissersvaartuig een recht op contingenten tong en schol op grond van [artikel 29](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=3&artikel=29&z=2017-04-11&g=2017-04-11).
4. Voor zover de aanvraag de vistuigcategorie BT1 of TR1 betreft, geldt in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, dat het vissersvaartuig in de in dat onderdeel genoemde periode ook mag hebben gevist met tot de vistuigcategorie BT2 onderscheidenlijk met de tot de vistuigcategorie TR2 behorende vistuigen.
### Hoofdstuk 6. Controleverordening
#### § 1. Algemene voorwaarden voor toegang tot wateren en hulpbronnen
#### § 2. Controle op gebruik vangstmogelijkheden
#### § 6. Controle op technische maatregelen
### Hoofdstuk 7. Toegangsregels derde landen, IUU en vangstdocumentatieregelingen
#### § 2. Invoer
#### § 3. IUU en vangstdocumentatieregelingen
### Hoofdstuk 7a. Gemeenschappelijke marktordening visserij- en aquacultuurproducten
### Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
## Bijlage 1
### Lettertekens havens als bedoeld in [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=5&z=2017-04-11&g=2017-04-11) van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 2
### A. Havens als bedoeld in [artikel 6, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2017-04-11&g=2017-04-11), en losplaatsen als bedoeld in [artikel 8, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=8&z=2017-04-11&g=2017-04-11), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### B. Havens en losplaatsen als bedoeld in de [artikelen 14, zesde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=2&paragraaf=1&artikel=14&z=2017-04-11&g=2017-04-11), [71, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=4&artikel=71&z=2017-04-11&g=2017-04-11), [75, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=4&artikel=75&z=2017-04-11&g=2017-04-11), [76, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=4&artikel=76&z=2017-04-11&g=2017-04-11), [77, vijfde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=4&artikel=77&z=2017-04-11&g=2017-04-11), [124, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=7&artikel=124&z=2017-04-11&g=2017-04-11), en [133, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=7&paragraaf=3&artikel=133&z=2017-04-11&g=2017-04-11), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
### C. Havens en lostijden als bedoeld in [artikel 116, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=6&paragraaf=5&artikel=116&z=2017-04-11&g=2017-04-11), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 3
### Aanlandingsplaatsen als bedoeld in [artikel 6, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=6&z=2017-04-11&g=2017-04-11), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
## Bijlage 6. Europees quotum (x1000 kg in levend gewicht) in het kalenderjaar 2015 als bedoeld in [artikel 1, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=1&artikel=1&z=2017-04-11&g=2017-04-11), van de Uitvoeringsregeling zeevisserij
Vervallen
### Onderdeel B
## Bijlage 12b. behorend bij de [artikelen 87](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87&z=2017-04-11&g=2017-04-11), [87a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87a&z=2017-04-11&g=2017-04-11) en [87b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0030288&hoofdstuk=5&artikel=87b&z=2017-04-11&g=2017-04-11)
Naar aanleiding van elke verzegeling wordt een (aanvullend) zegelplan opgemaakt. Zegels worden zodanig aangebracht dat ongeautoriseerde wijziging van de verzegeling wordt voorkomen. Het zegelplan wordt opgemaakt overeenkomstig de door de minister beschikbaar gestelde modellen en de richtlijnen van het motortype. Het zegelplan bevat te minste de volgende gegevens:
- a. indien een vermogensmeting heeft plaatsgevonden, worden het motorvermogen en de volgende parameters, indien van toepassing, opgenomen in het zegelplan:
- i. de regelstand van zowel de gemeenschappelijke aanwijzing als van alle brandstofpompen afzonderlijk, in stomende en vissende conditie, af te lezen ten opzichte van het vaste huis, of, indien het indicatorwijzertje wordt benut, de positie hiervan ten opzichte van het huis vastleggen in verband met variabele vulringetjes;
- ii. de regulateur uitsturing stomend/vissend;
- iii. de dikte van de blokkeringsblokjes;
- iv. indien mogelijk: de temperatuur van de uitlaatgassen, de temperatuur van de inlaatlucht, het toerental van de hoofdmotor en de turbodruk;
- v. het software nummer van geïnstalleerde softwareversie;
- vi. het wijzigingsnummer en datum;
- b. een scherpe foto van elke aangebrachte zegel met een vermelding van het onderdeel van de hoofdmotor of hoofdmotoren, de locatie, het zegelnummer en een geschrift, waaruit blijkt welke onderdelen van de hoofdmotor of hoofdmotoren zijn verzegeld, waar de verzegelingen zijn aangebracht en welk zegelnummer zij hebben;
- c. scherpe foto’s met duidelijk controleerbare meetafstanden (eventueel middels hulpmiddelen, zoals een lineaal) en een schriftelijke vermelding, waaruit blijkt waar en op welke wijze de stelbouten en breekbouten van de hoofdmotor of hoofdmotoren zijn geplaatst en ingesteld;
- d. bij schepen met een verstelbare schroef: de maximale uitsturing van het schroefmechanisme;
- e. een uiteenzetting waarom zegels zijn vervangen, alsmede de nummering van zowel de vervangen als de nieuw geplaatste zegels;
- f. eventuele bijzonderheden.
Bij het zegelplan worden gevoegd:
- a. een verklaring van het zegelbureau dat de feitelijke toestand van de hoofdmotor of hoofdmotoren overeenkomt met de in het zegelplan opgenomen gegevens;
- b. een verklaring van kennisname van het zegelplan, ondertekend door de kapitein of de eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde.
Aan de hand van de onderstaande criteria besluit het zegelbureau of er met het verzegelen een vermogensmeting dient plaats te vinden. De analyse die wordt gemaakt op basis van de hieronder genoemde criteria, wordt doorgegeven aan de kapitein of eigenaar van het vissersvaartuig, dan wel diens gemachtigde, en aan de minister.
- a. bij een verbroken verzegeling wordt een analyse gemaakt of de verbroken verzegeling van invloed kan zijn op het motorvermogen;
- b. bij meerdere verbroken zegels worden de parameters, zoals het toerental, de uitlaattemperatuur of de vuldruk vergeleken met de waarden die zijn opgenomen in het oorspronkelijke meetrapport;
- c. naar aanleiding van een verbroken verzegeling kan door een erkend zegelbureau worden besloten dat een nieuwe vermogensmeting noodzakelijk is. Wanneer bijvoorbeeld uit het bepaalde in onderdeel b blijkt dat de parameters dermate afwijken van het oorspronkelijke meetrapport, waardoor het vermoeden bestaat dat het motorvermogen niet meer overeenkomt met het oorspronkelijk vastgestelde vermogen, zal ook een vermogensmeting noodzakelijk zijn.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2017-04-11
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 5, 5 y 3 más
2017-03-28
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 6, 5, 5 y 3 más
2017-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 60, 60, 61 y 14 más
2016-04-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 14, 6 y 3 más
2016-02-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 60, 60, 61 y 11 más
2016-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 60, 60, 61 y 10 más
2015-12-22
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 60, 60, 61 y 9 más
2015-04-04
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 6, 6 y 3 más
2015-02-08
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 6, 6 y 3 más
2015-02-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 6, 6 y 3 más
2015-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 6, 6 y 3 más
2014-06-04
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 6, 6 y 3 más
2014-05-03
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 6, 6 y 3 más
2014-02-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 6, 6 y 3 más
2014-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 60, 60 y 8 más
2013-07-13
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 6, 5 y 9 más
2013-06-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 6, 5 y 8 más
2013-02-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 6, 5 y 8 más
2013-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 6, 5 y 13 más
2012-10-03
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 14 y 10 más
2012-07-21
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 14 y 7 más
2012-02-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 14 y 7 más
2012-01-01
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 5, 5, 14 y 13 más
2011-07-23
Uitvoeringsregeling zeevisserij — arts. 1, 1, 2 y 179 más
2011-07-23
Uitvoeringsregeling zeevisserij
original version Tekst op deze datum