Wet van 1 december 2011, houdende regels met betrekking tot de financiële markten in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en het toezicht op die markten (Wet financiële markten BES)
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitoefening van het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar in een specifieke branche.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de in overeenkomsten van verzekering op te nemen voorwaarden.
Artikel 4:34. (munteenheid in verzekeringsovereenkomsten)
Verzekeringen, gesloten met een in de openbare lichamen woonachtige of gevestigde cliënt luiden, tenzij het verzekerde risico buiten de openbare lichamen is gelegen, in de munteenheid van de openbare lichamen.
Het eerste lid is niet van toepassing, indien partijen uitdrukkelijk anders overeenkomen. De verzekeraar kan daartoe geen beroep doen op een in de algemene voorwaarden waaronder de verzekering is gesloten, opgenomen beding.
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het eerste lid niet geldt voor bij die maatregel aan te wijzen categorieën verzekeringen. Voorts kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld met betrekking tot de plaats van ligging van het verzekerde risico, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 4:35. (toestemming DNB voor portefeuilleoverdracht)
Een verzekeraar kan zijn rechten en verplichtingen uit overeenkomsten van levensverzekering of natura-uitvaartverzekering slechts bij schriftelijke overeenkomst en met schriftelijke toestemming van de Nederlandsche Bank aan een andere verzekeraar overdragen.
Een verzekeraar kan, mits hij daarvoor schriftelijke toestemming heeft van de Nederlandsche Bank, zijn rechten en verplichtingen uit overeenkomsten van schadeverzekering zonder medewerking of instemming van degenen die aan de schadeverzekering rechten kunnen ontlenen, overdragen aan een andere verzekeraar.
De aanvraag van toestemming voor een overdracht als bedoeld in het eerste of tweede lid geschiedt op door de Nederlandsche Bank te bepalen wijze en gaat vergezeld van door de Nederlandsche Bank te bepalen gegevens.
Het eerste lid is niet van toepassing op de overdracht van rechten en verplichtingen uit individuele verzekeringen op schriftelijk verzoek van de verzekeringnemer.
Artikel 4:36. (instemming polishouders met portefeuilleoverdracht)
Een verzekeraar doet van zijn voornemen tot overdracht van rechten en verplichtingen uit overeenkomsten van levensverzekering of natura-uitvaartverzekering mededeling op door de Nederlandsche Bank te bepalen wijze. De mededeling bevat een door de Nederlandsche Bank te bepalen termijn waarbinnen de betrokken polishouders zich bij de Nederlandsche Bank schriftelijk tegen de overdracht kunnen verzetten.
Indien een vierde of meer van de polishouders zich binnen de in het eerste lid bedoelde termijn tegen de voorgenomen overdracht heeft verzet, verleent de Nederlandsche Bank geen toestemming.
Heeft de Nederlandsche Bank bedenkingen tegen de overdracht, dan deelt zij deze na afloop van de gestelde termijn mede aan de verzekeraar.
Indien zich niet binnen de in het eerste bedoelde termijn een vierde of meer van de polishouders tegen de voorgenomen overdracht heeft verzet en tegen de overdracht ook bij de Nederlandsche Bank geen bedenkingen bestaan, verleent de Nederlandsche Bank toestemming voor de overdracht. De overdracht kan dan plaatsvinden en is van kracht ten aanzien van alle betrokkenen.
Artikel 4:37. (mededeling van portefeuilleoverdracht)
Een verzekeraar die met toestemming van de Nederlandsche Bank rechten en verplichtingen uit overeenkomsten van verzekering heeft overgedragen, doet van die overdracht mededeling op door de Nederlandsche Bank te bepalen wijze. De overdracht wordt van kracht met ingang van de tweede dag na de dag waarop de mededeling is gedaan.
De inhoud van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, behoeft voorafgaande instemming van de Nederlandsche Bank.
De bij een overdracht van rechten en verplichtingen uit overeenkomsten van schadeverzekering betrokken verzekeringnemers kunnen gedurende drie maanden na de dag waarop de overdracht van kracht is geworden, hun schadeverzekering schriftelijk opzeggen met ingang van de dag na afloop van die termijn.
Artikel 4:38. (nadere regels portefeuilleoverdracht)
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de artikelen 4:35 tot en met 4:37.
Artikel 4:39. (verbod overdracht overeenkomsten naar buitenland)
Het is een verzekeraar verboden overeenkomsten van verzekering, gesloten vanuit een vestiging in de openbare lichamen, over te boeken naar een vestiging die hij buiten de openbare lichamen heeft.
§ 5. Bemiddeling
Artikel 4:40. (zorgplicht aanbieder en bemiddelaar)
De aanbieder van een financieel product die voor de eerste keer door tussenkomst van een bepaalde bemiddelaar een overeenkomst inzake een financieel product aangaat, gaat daartoe pas over nadat hij zich ervan heeft vergewist dat die bemiddelaar met betrekking tot dat product op grond van deze wet is toegelaten tot de uitoefening van het beroep of bedrijf van bemiddelaar.
De aanbieder van een financieel product die weet of behoort te weten dat de vergunning van een bemiddelaar is ingetrokken of dat de bemiddelaar anderszins niet langer is toegelaten tot de uitoefening van zijn beroep of bedrijf in de openbare lichamen, gaat geen nieuwe overeenkomsten inzake financiële producten meer aan door tussenkomst van die bemiddelaar.
Een bemiddelaar die weet of behoort te weten dat de vergunning van de aanbieder van een financieel product voor wie hij bemiddelt, is ingetrokken of dat het die aanbieder anderszins niet langer is toegestaan financiële producten aan te bieden, bemiddelt niet langer voor die aanbieder.
Artikel 4:41. (zorgplicht bij onderbemiddeling)
Alvorens derden toe te staan in zijn naam of voor zijn rekening te bemiddelen inzake financiële producten of effecten, vergewist een bemiddelaar zich ervan dat die derden op grond van deze wet eveneens zijn toegelaten tot de uitoefening van het beroep of bedrijf van bemiddelaar inzake die producten of effecten.
Een bemiddelaar die weet of behoort te weten dat een derde die in zijn naam of voor zijn rekening bemiddelt of in wiens naam of voor wiens rekening hij zelf bemiddelt, niet langer over de op grond van deze wet benodigde vergunning beschikt of anderszins niet langer is toegelaten tot het beroep of bedrijf van bemiddelaar, staat die derde niet langer toe in zijn naam of voor zijn rekening te bemiddelen, dan wel beëindigt zijn eigen werkzaamheden in naam of voor rekening van die derde.
Artikel 4:42. (portefeuille assurantiebemiddelaar)
Een verzekering die door tussenkomst van een bemiddelaar tot stand is gekomen of naar de portefeuille van een bemiddelaar is overgeboekt, behoort in de relatie tot de betrokken verzekeraar tot de portefeuille van die bemiddelaar, zolang zij daaruit niet is overgeboekt of door de verzekeraar in eigen beheer is genomen.
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een bemiddelaar in verzekeringen jegens de verzekeraar aanspraak op beloning of vergoeding heeft over tot zijn portefeuille behorende verzekeringen, volgens bij of krachtens die maatregel te stellen regels.
Artikel 4:43. (overboeking of in eigen beheer nemen)
Een verzekeraar boekt niet zonder toestemming van de bemiddelaar of diens rechtverkrijgenden een deel of het geheel van diens portefeuille over naar de portefeuille van een andere bemiddelaar.
In afwijking van het eerste lid boekt de verzekeraar op schriftelijk verzoek van de verzekeringnemer diens verzekering uit de portefeuille van een bemiddelaar over naar die van een andere bemiddelaar, tenzij de verzekeraar gegronde bezwaren heeft tegen die bemiddelaar.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op het door een verzekeraar in eigen beheer nemen van een verzekering.
De verzekeraar verleent op schriftelijk verzoek van een bemiddelaar zijn medewerking aan de gehele of gedeeltelijke overdracht van de portefeuille van die bemiddelaar aan een andere bemiddelaar, tenzij de verzekeraar gegronde bezwaren heeft tegen die bemiddelaar.
Artikel 4:44. (incasso van verzekeringspremies)
Tenzij anders wordt overeengekomen, verzorgt de bemiddelaar voor de verzekeraar het incasso van de premies. Ter zake van dit premie-incasso is hij jegens de verzekeraar te allen tijde rekening en verantwoording schuldig.
Betaling van de verschuldigde premie en kosten aan de bemiddelaar bevrijdt de verzekeringnemer van diens betalingsverplichting jegens de verzekeraar. Alsdan gaat de verplichting tot betaling van de verschuldigde premie en kosten over op de bemiddelaar.
Artikel 4:45. (beëindiging van incasso door bemiddelaar)
Tenzij tussen verzekeraar en bemiddelaar anders is overeengekomen, kan de verzekeraar het premie-incasso door een bemiddelaar beëindigen, indien:
- a. de bemiddelaar het premie-incasso in ernstige mate verwaarloost;
- b. de bemiddelaar in gebreke blijft de geïnde premies tijdig aan de verzekeraar af te dragen of zich schuldig maakt aan handelingen die het vermoeden rechtvaardigen dat hij niet zal voldoen aan zijn uit het premie-incasso voortvloeiende verplichtingen.
Indien de vergunning van een bemiddelaar in verzekeringen is ingetrokken, beëindigt de verzekeraar het premie-incasso door die bemiddelaar.
In de gevallen waarin op grond van het eerste of tweede lid het premie-incasso door een bemiddelaar eindigt, wordt dit door de verzekeraar overgenomen.
Artikel 4:46. (gevolmachtigde en ondergevolmachtigde agent)
De artikelen 4:40 en 4:41 zijn van overeenkomstige toepassing op een verzekeraar en zijn gevolmachtigde agent, onderscheidenlijk een gevolmachtigde agent en diens ondergevolmachtigde agent.
Voor de toepassing van de artikelen 4:40 tot en met 4:45 wordt, indien een bemiddelaar in verzekeringen bemiddelt voor een gevolmachtigde agent of een ondergevolmachtigde agent, de gevolmachtigde agent dan wel ondergevolmachtigde agent gelijkgesteld met een verzekeraar.
Artikel 4:47. (volmacht)
De aan een gevolmachtigde of ondergevolmachtigde agent te verlenen volmacht of ondervolmacht wordt schriftelijk verleend. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de volmacht wordt opgemaakt overeenkomstig een krachtens die maatregel vast te stellen model.
Een volmacht kan door de volmachtverlenende verzekeraar worden beperkt.
Een ondervolmacht kan zowel door de volmachtverlenende verzekeraar als door de gevolmachtigde agent, zolang diens eigen volmacht van kracht is, worden beperkt.
Beperkingen aan een volmacht of ondervolmacht kunnen niet aan derden worden tegengeworpen. De ondergevolmachtigde agent geldt jegens de verzekeraar niet als derde.
Artikel 4:48. (nadere regels)
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de onderlinge verhouding tussen aanbieders van financiële producten, bemiddelaars en gevolmachtigde of ondergevolmachtigde agenten en de daarbij in acht te nemen rechten en verplichtingen.
Hoofdstuk 5. Marktgedrag en effectenverkeer
§ 1. Algemene bepalingen betreffende marktgedrag
Artikel 5:1. (begrip financiëledienstverlener)
In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt onder financiëledienstverlener verstaan: degene die een financieel product aanbiedt of een financiële dienst verleent.
Artikel 5:2. (zorgvuldige behandeling consumenten en cliënten)
Een financiëledienstverlener neemt jegens consumenten of cliënten de nodige zorgvuldigheid in acht. Hij houdt zich daartoe in ieder geval aan de ingevolge deze paragraaf op hem van toepassing zijnde regels.
Artikel 5:3. (informatieverstrekking door financiëledienstverlener)
Een financiëledienstverlener draagt er zorg voor dat de door of namens hem ten behoeve van consumenten of cliënten in de vorm van reclame-uitingen of anderszins over een financieel product, een financiële dienst of effecten verstrekte of beschikbaar gestelde informatie feitelijk juist, duidelijk en niet misleidend is.
Artikel 5:4. (precontractuele informatie)
Een financiëledienstverlener draagt er zorg voor dat de consument of cliënt tijdig en kosteloos de informatie ontvangt die deze redelijkerwijs nodig heeft om zich, voordat hij met betrekking tot een financieel product, een financiële dienst of effecten een verplichting aangaat, over dat product, die dienst of die effecten een adequaat oordeel te vormen.
De in het eerste lid bedoelde informatie heeft in ieder geval betrekking op de voor de consument of cliënt met het product, de dienst of de effecten gepaard gaande kosten en risico’s.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder het in afwijking van het eerste lid is toegestaan om de in dat lid bedoelde informatie geheel of gedeeltelijk na het aangaan van een verplichting met betrekking tot een financieel product, een financiële dienst of effecten aan de consument of cliënt te verstrekken.
Indien een financieel product wordt aangeboden door tussenkomst van een bemiddelaar, rust de in het eerste lid bedoelde verplichting om de consument of cliënt van informatie met betrekking tot dat product te voorzien, op de bemiddelaar.
Artikel 5:5. (verhouding tussen aanbieder en tussenpersoon)
Een adviseur of bemiddelaar informeert de consument of cliënt over de zakelijke relatie die hij in voorkomend geval onderhoudt met de aanbieder of aanbieders van het financiële product waarover hij adviseert of ter zake waarvan hij bemiddelt.
De in het eerste lid bedoelde informatie heeft mede betrekking op de wijze waarop de adviseur of bemiddelaar in voorkomend geval door de aanbieder van het product voor zijn diensten wordt beloond.
Bij algemene maatregel van bestuur kan voor bij die maatregel aan te wijzen financiële producten of effecten worden bepaald dat een bemiddelaar de consument of cliënt voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst inzake zodanig product informeert over de hoogte van de provisie die hij in verband met zijn bemiddeling ontvangt, daaronder mede begrepen afsluitprovisies en doorlopende provisies per betalingstermijn.
Artikel 5:6. (informatie gedurende de overeenkomst)
Een financiëledienstverlener die een overeenkomst inzake een financieel product of financiële dienst is aangegaan met een consument of client, verstrekt die consument of cliënt gedurende de looptijd van de overeenkomst tijdig informatie over wezenlijke wijzigingen ten opzichte van eerder verstrekte informatie, wijzigingen in de voorwaarden waaronder de overeenkomst is aangegaan, alsmede andere informatie met betrekking tot dat product of die dienst, voor zover die informatie voor de consument of cliënt redelijkerwijs relevant is.
Indien een overeenkomst inzake een financieel product door tussenkomst van een bemiddelaar tot stand is gekomen, rust de in het eerste lid bedoelde verplichting op de aanbieder van het product, tenzij aanbieder en bemiddelaar anders zijn overeengekomen.
Artikel 5:7. (passend advies)
Een financiëledienstverlener die een consument of cliënt adviseert, baseert zijn advies op de financiële positie, kennis en ervaring, doelstellingen en risicobereidheid van de consument of cliënt.
De financiëledienstverlener licht zijn advies toe en gaat daarbij, voor zover nodig, in op de overwegingen die aan het advies ten grondslag liggen.
Indien een financiëledienstverlener een consument of cliënt bij het verlenen van een financiële dienst niet adviseert, maakt hij dat voorafgaand aan zijn werkzaamheden ten behoeve van de consument of cliënt aan deze kenbaar.
Artikel 5:8. (passend vermogensbeheer)
Een vermogensbeheerder wint informatie in over de financiële positie, kennis en ervaring, doelstellingen en risicobereidheid van de cliënt en stemt het beheer van het vermogen van de cliënt mede daarop af.
Artikel 5:9. (behandeling van klachten)
Een financiëledienstverlener draagt er zorg voor dat klachten van consumenten of cliënten zorgvuldig, consistent en binnen een redelijke termijn worden behandeld.
Artikel 5:10. (beloning van tussenpersonen)
De beloning die een adviseur of bemiddelaar voor door hem verleende financiële diensten ontvangt van de aanbieder van een financieel product, mag niet zodanig zijn dat de belangen van de consument of cliënt daardoor in het gedrang komen of kunnen komen.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de beloning van adviseurs of bemiddelaars.
Voorts kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld met betrekking tot de toelaatbaarheid van:
- a. afmakingscourtages die in geval van schade door een bemiddelaar in rekening worden gebracht bij de verzekeringnemer of de begunstigde van een verzekering;
- b. het rechtstreeks of middellijk toekennen, afstaan of beloven van provisie, retourprovisie of enig ander op geld waardeerbaar voordeel aan anderen dan de bemiddelaar tot wiens portefeuille een verzekering behoort.
Artikel 5:11. (gevolmachtigd of ondergevolmachtigd agent)
Indien een verzekering door tussenkomst van een gevolmachtigd of ondergevolmachtigd agent wordt aangeboden of afgesloten, wordt de gevolmachtigde of ondergevolmachtigde agent voor de toepassing van deze paragraaf aangemerkt als degene die de verzekering aanbiedt.
Artikel 5:12. (nadere regels)
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de door financiëledienstverleners jegens consumenten of cliënten in acht te nemen zorgvuldigheid en met betrekking tot de in de artikelen 5:3 tot en met 5:9 geregelde onderwerpen.
§ 2. Kredietverlening
Artikel 5:13. (begripsbepalingen)
In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- kredietvergoeding: alle kosten die in verband met een krediet in rekening worden gebracht aan of ten laste komen van de kredietnemer, kosten van derden daaronder begrepen, met uitzondering van vertragingsvergoeding, vergoeding voor vervroegde aflossing en verzekerings- en taxatiekosten die betrekking hebben op het product ten behoeve waarvan het krediet wordt verstrekt;
- vertragingsvergoeding: alle kosten die een kredietaanbieder in verband met niet-nakoming of te late betaling door de kredietnemer van aflossing of rente in rekening brengt aan de kredietnemer, met uitzondering van buitengerechtelijke incassokosten.
Artikel 5:14. (kredietwaardigheidstoets)
Een kredietaanbieder gaat geen overeenkomst inzake krediet aan met een consument, noch gaat hij over tot een verhoging van een reeds op grond van een bestaande overeenkomst aan een consument beschikbaar gesteld krediet, indien dit gelet op het risico van overkreditering onverantwoord is.
Om het risico van overkreditering te bepalen wint de kredietaanbieder informatie in over de financiële positie van de consument. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de kredietaanbieder gegevens over reeds aan de consument verleende kredieten raadpleegt in een door Onze minister erkend stelsel van kredietregistratie.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid, alsmede regels met betrekking tot de erkenning en inrichting van een stelsel van kredietregistratie.
Artikel 5:15. (maximale kredietvergoeding)
Een kredietaanbieder brengt geen hogere kredietvergoeding, vertragingsvergoeding of vergoeding voor vervroegde aflossing in rekening dan is toegestaan krachtens het tweede lid.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de hoogst toegestane kredietvergoeding en vertragingsvergoeding. Voorts kunnen bij of krachtens die maatregel regels worden gesteld met betrekking tot de hoogst toegestane vergoeding die een kredietaanbieder in rekening mag brengen bij vervroegde aflossing, alsmede regels met betrekking tot het hoogst toegestane bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten dat in rekening mag worden gebracht.
Een overeenkomst in strijd met de krachtens het tweede lid gestelde regels is vernietigbaar. Op deze vernietigingsgrond kan uitsluitend de kredietnemer een beroep doen.
Artikel 5:16. (verbod op koppelverkoop)
Een kredietaanbieder verplicht de kredietnemer bij het aangaan van een kredietovereenkomst niet tot het aangaan van een andere overeenkomst inzake een financieel product of een financiële dienst, tenzij:
- a. de kredietnemer uitdrukkelijk het recht wordt toegekend te bepalen met welke wederpartij hij die overeenkomst zal aangaan, dan wel
- b. de overeenkomst verplicht tot het aanhouden van een betaalrekening bij de aanbieder van krediet, door middel waarvan de uit de kredietovereenkomst voortvloeiende betalingen dienen plaats te vinden.
Aan een betaalrekening als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, mogen voor de kredietnemer geen onredelijke kosten zijn verbonden.
Een overeenkomst in strijd met het eerste of tweede lid is vernietigbaar. Op deze vernietigingsgrond kan uitsluitend de kredietnemer een beroep doen.
§ 3. Herroepingsrechten van krediet- of verzekeringnemer
Artikel 5:17. (herroepingsrecht kredietovereenkomst)
Een consument heeft het recht om de kredietovereenkomst zonder opgave van redenen gedurende te ontbinden gedurende vijf werkdagen na de dag van de sluiting van de kredietovereenkomst.
Ingeval van ontbinding van de kredietovereenkomst op grond van het eerste lid betaalt de consument onverwijld het ontvangen of opgenomen kredietbedrag terug aan de kredietaanbieder, met inbegrip van de op het tijdstip van terugbetaling over dat bedrag verschuldigde rente.
Indien de kredietovereenkomst is verbonden aan een andere overeenkomst, brengt de ontbinding van de kredietovereenkomst op grond van het eerste lid van rechtswege met zich dat de consument niet langer aan die andere overeenkomst gebonden is.
Het eerste lid is niet van toepassing op hypothecair krediet.
Artikel 5:18. (herroepingsrecht levens- en natura-uitvaartverzekeringen)
Een verzekeringnemer heeft het recht om een overeenkomst inzake een individuele levensverzekering met een looptijd van meer dan zes maanden of een natura-uitvaartverzekering zonder opgave van redenen schriftelijk te ontbinden gedurende dertig kalenderdagen na het sluiten van de overeenkomst.
De ontbinding heeft tot gevolg dat partijen worden ontheven van alle uit de ontbonden overeenkomst voortvloeiende verplichtingen.
§ 4. Aanbieden van effecten
Artikel 5:19. (prospectusplicht)
Het is verboden in de openbare lichamen buiten besloten kring effecten aan te bieden aan anderen dan professionele marktpartijen of effecten te doen toelaten tot de handel op een in de openbare lichamen gehouden effectenbeurs, tenzij ter zake van de aanbieding een prospectus algemeen verkrijgbaar is, dat is goedgekeurd door de Autoriteit Financiële Markten.
Het eerste lid is niet van toepassing op:
- a. rechten van deelneming in een beleggingsinstelling;
- b. bij regeling van Onze Minister uitgezonderde categorieën effecten.
Artikel 5:20. (goedkeuring prospectus)
De Autoriteit Financiële Markten verleent goedkeuring van een prospectus, indien het prospectus voldoet aan de bij of krachtens artikel 5:21 gestelde regels.
De Autoriteit Financiële Markten maakt na ontvangst van een aanvraag tot goedkeuring van een prospectus haar beslissing omtrent de goedkeuring binnen tien werkdagen of, indien het een uitgevende instelling betreft waarvan nog geen effecten zijn aangeboden aan het publiek of zijn toegelaten tot de handel op een in de openbare lichamen gehouden effectenbeurs, binnen twintig werkdagen bekend aan de aanvrager.
De artikelen 2:6, 2:7, eerste en tweede lid, 2:9 en 2:16 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien de aanvrager op grond van artikel 2:7, tweede lid, in de gelegenheid is gesteld om zijn aanvraag aan te vullen, de termijnen, bedoeld in het tweede lid, opnieuw ingaan, te rekenen vanaf het tijdstip waarop de aanvrager zijn aanvraag heeft aangevuld.
Artikel 5:21. (eisen aan prospectus)
Het prospectus, bedoeld in artikel 5:19, bevat alle gegevens die, gelet op de aard van de uitgevende instelling en van de aan het publiek aangeboden of tot de handel op de effectenbeurs toegelaten effecten, van belang zijn voor het vormen van een verantwoord oordeel over het vermogen, de financiële positie, het resultaat en de vooruitzichten van de uitgevende instelling en de eventuele garant en de rechten welke aan deze effecten verbonden zijn.
De gegevens, bedoeld in het eerste lid, zijn niet met elkaar in strijd of in tegenspraak met andere bij de Autoriteit Financiële Markten aanwezige informatie omtrent de uitgevende instelling, de aanbieder van de effecten of de aanvrager van de toelating van de effecten tot de handel op de effectenbeurs. De gegevens worden gepresenteerd op een wijze die voor een redelijk geïnformeerd en zorgvuldig handelend persoon begrijpelijk is.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aan een prospectus te stellen eisen.
Artikel 5:22. (doorlopende informatieverplichtingen)
Een uitgevende instelling, niet zijnde een uitgevende instelling waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een effectenbeurs waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 2:3, eerste lid, onderdeel d, is verleend, stelt binnen vier maanden na afloop van het boekjaar haar jaarlijkse financiële verslaggeving algemeen verkrijgbaar. Tot de jaarlijkse financiële verslaggeving behoren in ieder geval de door een externe deskundige goedgekeurde jaarrekening en het jaarverslag.
Het eerste lid is niet van toepassing op uitgevende instellingen van effecten als bedoeld in artikel 5:19, tweede lid.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het eerste lid.
Artikel 5:23. (reclameregel)
Een uitgevende instelling of aanbieder van effecten draagt er zorg voor dat reclame-uitingen die betrekking hebben op het aanbieden van effecten:
- a. vermelden dat een prospectus algemeen verkrijgbaar is of wordt gesteld, alsmede waar het prospectus kan worden verkregen;
- b. als reclame-uiting herkenbaar zijn en informatie bevatten die niet onjuist of misleidend is en in overeenstemming met de informatie die in het prospectus is of wordt opgenomen.
Het eerste lid is niet van toepassing op effecten als bedoeld in artikel 5:19, tweede lid.
§ 5. Marktmisbruik
Artikel 5:24. (begrip voorwetenschap)
In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder voorwetenschap: bekendheid met informatie die concreet is en die rechtstreeks of middellijk betrekking heeft op een uitgevende instelling van effecten als bedoeld in artikel 5:25, eerste lid, of op de handel in zodanige effecten:
- a. die niet openbaar is gemaakt, en
- b. waarvan openbaarmaking significante invloed zou kunnen hebben op de koers van de effecten of op de koers van daarvan afgeleide effecten.
Artikel 5:25. (verbod op gebruik voorwetenschap)
Het is een ieder verboden om gebruik te maken van voorwetenschap door in of vanuit de openbare lichamen een transactie te verrichten of te bewerkstelligen in:
- a. effecten die zijn genoteerd aan een effectenbeurs waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 2:3, eerste lid, onderdeel d, is verleend dan wel aan een in het buitenland gevestigde en van overheidswege toegelaten effectenbeurs, of in effecten waarvan aannemelijk is dat deze spoedig aan een zodanige beurs zullen worden genoteerd;
- b. effecten waarvan de waarde mede wordt bepaald door de waarde van de in onderdeel a bedoelde effecten.
Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op:
- a. een tussenpersoon die, slechts over voorwetenschap beschikkend met betrekking tot de handel, volgens de regels van de goede trouw handelt ter bediening van opdrachtgevers;
- b. een rechtspersoon, vennootschap of instelling waarvan de werknemers die zijn betrokken bij het verrichten of bewerkstelligen van de transactie slechts beschikken over voorwetenschap met betrekking tot de handel;
- c. degene die een transactie verricht of bewerkstelligt ter nakoming van een opeisbare verbintenis die reeds bestond op het tijdstip waarop hij kennis kreeg van de in artikel 5:24 bedoelde informatie.
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het in het eerste lid bedoelde verbod niet van toepassing is op bij die maatregel aangewezen categorieën transacties. Binnen een categorie kan onderscheid worden gemaakt naar de personen die een transactie verrichten of de omstandigheden waaronder een transactie wordt verricht.
Artikel 5:26. (tipverbod)
Het is een ieder die beschikt over voorwetenschap, verboden om:
- a. de informatie waarop die voorwetenschap betrekking heeft, aan een derde mee te delen, anders dan in de normale uitoefening van zijn werk, beroep of functie;
- b. een derde aan te bevelen of ertoe aan te zetten transacties te verrichten of te bewerkstelligen in effecten als bedoeld in artikel 5:25, eerste lid, waarop de voorwetenschap betrekking heeft.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, is niet van toepassing op een rechtspersoon, vennootschap of instelling waarvan de werknemers die zijn betrokken bij het aanbevelen, niet over voorwetenschap beschikken.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gevallen waarin en de omstandigheden waaronder sprake is van meedelen in de normale uitoefening van werk, beroep of functie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
Artikel 5:27. (verbod op marktmanipulatie)
Het is verboden een transactie te verrichten of te bewerkstelligen in effecten als bedoeld in artikel 5:25, eerste lid:
- a. waarvan een onjuist of misleidend signaal uitgaat of te duchten is met betrekking tot het aanbod van, de vraag naar of de koers van die effecten;
- b. die tot doel heeft de koers van die effecten op een kunstmatig niveau te houden;
- c. waarbij gebruik wordt gemaakt van bedrog of misleiding.
Het is verboden informatie te verspreiden waarvan een onjuist of misleidend signaal uitgaat of te duchten is met betrekking tot het aanbod van, de vraag naar of de koers van die effecten, terwijl de verspreider van die informatie weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die informatie onjuist of misleidend is.
Het eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, is niet van toepassing, indien degene die de transactie heeft verricht of bewerkstelligd, aantoont dat zijn beweegreden daartoe gerechtvaardigd is en dat de transactie in overeenstemming is met de gebruikelijke marktpraktijk op de desbetreffende effectenbeurs. Voorts kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur andere categorieën transacties worden aangewezen waarop de in het eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, bedoelde verboden niet van toepassing zijn.
Het tweede lid is niet van toepassing, voor zover het betreft het verspreiden van informatie door journalisten die in hun normale beroepshoedanigheid handelen, rekening houdend met de regels die gelden binnen hun beroepsgroep, tenzij zij voordeel of winst behalen uit de verspreiding van die informatie.
Hoofdstuk 6. Zeggenschap in beursgenoteerde vennootschappen
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 6:1. (begripsbepalingen)
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- aandeel:
- 1°. verhandelbaar aandeel als bedoeld in titel 5 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES;
- 2°. certificaat van een aandeel of een daarmee gelijk te stellen verhandelbaar waardebewijs;
- 3°. optie ter verwerving van een onder 1° bedoeld aandeel of van een onder 2° bedoeld waardebewijs;
- 4°. elk ander verhandelbaar waardebewijs, niet zijnde een optie als bedoeld onder 3°, ter verwerving van een onder 1° bedoeld aandeel of van een onder 2° bedoeld waardebewijs;
- dochtermaatschappij:
- 1°. rechtspersoon waarin de persoon of een of meer van zijn dochtermaatschappijen, al dan niet krachtens overeenkomst met andere stemgerechtigden, alleen of samen meer dan de helft van de stemrechten in de algemene vergadering kunnen uitoefenen;
- 2°. rechtspersoon waarvan de persoon of een of meer van zijn dochtermaatschappijen lid of aandeelhouder zijn en, al dan niet krachtens overeenkomst met andere stemgerechtigden, alleen of samen meer dan de helft van de bestuurders of van de commissarissen kunnen benoemen of ontslaan, ook indien alle stemgerechtigden stemmen;
- 3°. onder eigen naam optredende vennootschap waarin de persoon of een of meer van zijn dochtermaatschappijen als vennoot volledig jegens schuldeisers aansprakelijk is voor de schulden;
- 4°. rechtspersoon of vennootschap waarin de rechtspersoon een deelneming heeft, waarbij sprake is van een deelneming indien hij of een of meer van zijn dochtermaatschappijen, bedoeld in de onderdelen 1°, 2° en 3°, alleen of samen voor eigen rekening aan die rechtspersoon of vennootschap kapitaal verschaft of doet verschaffen teneinde met die rechtspersoon of vennootschap duurzaam verbonden te zijn ten dienste van de eigen werkzaamheid en waarbij het bestaan van een deelneming wordt vermoed indien een vijfde of meer van het geplaatste kapitaal wordt verschaft;
- erkende effectenbeurs: bij regeling van Onze Minister erkende effectenbeurs;
- stemgerechtigde aandelen: aandelen met volledig stemrecht en aandelen met beperkt stemrecht, indien dit stemrecht kan worden uitgeoefend in enige vergadering ter benoeming, schorsing of ontslag van een bestuurder of commissaris, of tot goedkeuring, machtiging, of opdracht tot enige handeling van het bestuur, ongeacht of de aandelen op een erkende effectenbeurs worden genoteerd of incourant worden verhandeld;
- vennootschap: naamloze vennootschap naar het recht van de openbare lichamen waarvan stemgerechtigde aandelen op een of meer erkende effectenbeurzen worden genoteerd of incourant worden verhandeld.
Onder een met een persoon gelieerde partij wordt in dit hoofdstuk verstaan een persoon wiens verkrijgen, houden of bezitten van stemgerechtigde aandelen, op grond van artikel 6:3, eerste lid, onderdelen b, c, d of e, mede wordt toegerekend aan die persoon.
Artikel 6:2. (stemgerechtigde aandelen)
Onder stemgerechtigde aandelen wordt mede verstaan:
- a. certificaten van stemgerechtigde aandelen, waarbij als de bezitter of houder van het stemrecht op de onderliggende aandelen zowel de aandeelhouder als de certificaathouder worden aangemerkt;
- b. depositobewijzen en andere stukken die een belang in stemgerechtigde aandelen vertegenwoordigen, waarbij als de bezitter of houder van het stemrecht op de onderliggende aandelen zowel de aandeelhouder als de houder van het bewijs of stuk worden aangemerkt;
- c. het recht van pand en het recht van vruchtgebruik op stemgerechtigde aandelen, indien de pandhouder of de vruchtgebruiker het aan die aandelen verbonden stemrecht uitoefent, waarbij de pandgever of blooteigenaar mede als bezitter of houder van het aan de aandelen verbonden stemrecht wordt aangemerkt;
- d. rechten tot het verkrijgen van stemgerechtigde aandelen, waarbij de bezitter of houder van het recht mede als de bezitter of houder van het aan die aandelen verbonden stemrecht wordt aangemerkt; indien het recht aandelen betreft die niet zijn uitgegeven of die door de vennootschap zelf worden gehouden, worden voor de berekening van het aan een persoon toekomend percentage van het stemrecht, de aandelen op de verkrijging waarvan die persoon recht heeft, berekend als zijn deze uitgegeven en worden deze gehouden door die persoon.
Artikel 6:3. (verkrijgen, houden of bezitten van aandelen)
Onder verkrijgen, houden of bezitten van stemgerechtigde aandelen door een persoon wordt mede verstaan:
- a. het verkrijgen, houden of bezitten, alsmede het aanvangen van het houden, door een derde voor rekening of risico van die persoon of een persoon als bedoeld in de onderdelen b, c, en d;
- b. het verkrijgen, houden of bezitten door een dochtermaatschappij van die persoon of van een persoon als bedoeld in de onderdelen c en d;
- c. het verkrijgen, houden of bezitten door de niet van die persoon duurzaam gescheiden wonende echtgenoot, door degene met wie die persoon samenwoont als waren partijen gehuwd, door minderjarige kinderen waarover die persoon het gezag uitoefent, of door bloed- en aanverwanten in wiens levensonderhoud grotendeels door die persoon wordt voorzien;
- d. het verkrijgen, houden of bezitten door een bestuurder, commissaris of functionaris van die persoon, of door personen die tot hen in een verhouding staan als bedoeld in onderdeel c en hun dochtermaatschappijen.
- e. het verkrijgen, houden of bezitten door een derde met wie de persoon of een of meer personen die tot hem in een verhouding staan als bedoeld in de onderdelen b, c en d, een overeenkomst is aangegaan die voorziet in een duurzaam gemeenschappelijk beleid inzake het uitoefenen van het stemrecht in de vennootschap, of die bedoeld is ter verkrijging van inspraak in de vennootschap, hetzij gezamenlijk hetzij door een of meer der bij de overeenkomst betrokken partijen.
Wanneer een persoon met een derde die stemgerechtigde aandelen houdt, een overeenkomst aangaat als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, of tussen die persoon en de derde een verhouding ontstaat als bedoeld in de onderdelen a tot en met d van dat lid, of de derde dochtermaatschappij van die persoon wordt, dan geldt het tijdstip waarop de overeenkomst wordt aangegaan, de verhouding ontstaat, of de derde dochtermaatschappij wordt, als het moment waarop die aandelen door die persoon zijn verkregen.
Artikel 6:4. (uitzondering voor effectenverkeer)
Stemgerechtigde aandelen die verkregen en gehouden worden door personen die toegelaten zijn tot een erkende effectenbeurs of anderszins onder de voor die beurs van toepassing zijnde regels vergunning hebben hun bedrijf uit te oefenen, voor zover die aandelen in de normale uitoefening van hun beroep of bedrijf worden verkregen en gehouden, en voor zover zij door hen niet worden gebruikt om zeggenschap in de vennootschap te verkrijgen of trachten te verkrijgen, worden voor de berekening van het door hen verkregen of gehouden percentage aan stemrecht buiten beschouwing gelaten.
§ 2. Kennisgeving van zeggenschap
Artikel 6:5. (meldingsplicht)
De persoon die, onder welke titel ook, stemgerechtigde aandelen in het kapitaal van een vennootschap verkrijgt, en die weet of behoort te weten dat hij door deze verkrijging stemrecht bezit dat een percentage bereikt of overschrijdt van 5, 10, 20, 33 1/3, 50 of 66 2/3 van alle stemmen die op het geplaatste kapitaal van die vennootschap kunnen worden uitgebracht, meldt dit onverwijld aan de vennootschap.
Wanneer stemgerechtigde aandelen anders dan door overdracht van aandelen op naam worden verkregen, wordt aan de plicht onverwijld te melden, voldaan, indien de vennootschap de melding ontvangt binnen vijf dagen nadat de meldingsplicht ontstond.
Artikel 6:6. (inhoud melding)
De melding geschiedt schriftelijk aan het kantoor van de vennootschap volgens het Handelsregister gehouden door de Kamer van Koophandel en Nijverheid in het openbaar lichaam waar de vennootschap is gevestigd, alsmede aan de domicilies van de vennootschap in steden waarin een erkende effectenbeurs is gevestigd, die door de vennootschap ter uitvoering van deze wet zijn gekozen en opgegeven aan bedoeld Handelsregister.
De melding bevat:
- a. naam, woonplaats en adres van de meldingsplichtige en, indien van toepassing, de aard van zijn onderneming of bedrijf;
- b. het aantal van iedere soort stemgerechtigde aandelen die door hem werden gehouden en die door hem worden verkregen en, indien zich een van de situaties omschreven in de artikelen 6:2 en 6:3 voordoet, de namen, woonplaatsen en adressen van degene door wie zij worden gehouden of verkregen;
- c. het percentage van de stemmen en het percentage van het geplaatste kapitaal dat hij ingevolge artikel 6:2 of 6:3 is gaan houden;
- d. de datum waarop de meldingsplicht is ontstaan.
Indien het door de meldingsplichtige gehouden percentage van stemrecht 10 procent of meer bedraagt, neemt hij voorts in de melding op of hij voornemens is binnen de tijd van twaalf maanden:
- a. meer stemgerechtigde aandelen te verwerven of op andere wijze zijn stemrecht uit te breiden;
- b. zijn deelname in de vennootschap te gebruiken om het beleid van het bestuur te beïnvloeden, of om beslissingen tot stand te brengen die niet passen in een normale beleggingspolitiek, of om vertegenwoordiging te verkrijgen in het bestuur of de raad van commissarissen, of om volmachten van aandeelhouders te verkrijgen voor een komende vergadering van aandeelhouders.
Indien de meldingsplichtige in de melding stelt dat hij niet een van de in het derde lid, onderdelen a en b, genoemde voornemens heeft, is het hem verboden om binnen de tijd van twaalf maanden meer aandelen te verwerven, zonder dit eerst ten minste vier weken van te voren aan het bestuur te melden overeenkomstig dit artikel.
Artikel 6:7. (meerdere personen meldingsplichtig)
Indien ingevolge artikel 6:3, eerste lid, meerdere personen meldingsplichtig zijn, worden door de melding door een van hen de overigen van de meldingsplicht ontslagen.
Artikel 6:8. (openbaar maken melding)
Het bestuur van een vennootschap dat een melding heeft ontvangen als bedoeld in artikel 6:5, maakt onverwijld de inhoud ervan openbaar in een advertentie in een of meer in de openbare lichamen gepubliceerde nieuwsbladen, en door kennisgeving aan de aandeelhouders op de wijze waarop zij doorgaans berichten of oproepingen aan hen doorgeeft.
Aan de plicht om onverwijld kennis te geven, heeft het bestuur voldaan indien de advertentie is geplaatst en de kennisgevingen zijn gedaan binnen vijf dagen nadat de melding op ieder van de domicilies, bedoeld in artikel 6:6, is ontvangen.
Het bestuur kan in de advertentie en kennisgevingen gedeeltes uit de mededeling weglaten die niet terzake doen, of die bij de aandeelhouders een valse indruk kunnen wekken.
§ 3. Openbaar bod
Artikel 6:9. (openbaar bod)
De persoon die voornemens is, onder welke titel ook, stemgerechtigde aandelen in het kapitaal van een vennootschap te verkrijgen en die weet of behoort te weten dat hij na die verkrijging stemmen zal hebben die 20 procent of meer vertegenwoordigen van alle stemmen die op het geplaatste kapitaal van die vennootschap kunnen worden uitgebracht, stelt, alvorens tot die verkrijging over te gaan, het bestuur van de vennootschap van zijn voornemen op de hoogte en geeft het de gelegenheid met hem te overleggen binnen een periode die hij op niet minder kan stellen dan twee weken nadat hij het bestuur op de hoogte heeft gesteld.
De uitnodiging tot overleg, bedoeld in het eerste lid geschiedt schriftelijk, overeenkomstig artikel 6:6, onder opgave van de in dat artikel omschreven voornemens van de persoon met betrekking tot de vennootschap indien hij invloed verwerft over haar beleid en de wijze waarop de verwerving zal worden gefinancierd, met inbegrip van de naam en het adres van iedere kredietinstelling of andere partij die zich verbonden heeft de verwerving geheel of gedeeltelijk te financieren.
Gedurende de tijd dat het overleg kan plaats vinden en gedurende een week nadat het overleg is begonnen, is het de persoon en de met hem gelieerde partijen verboden enig openbaar of onderhands bod uit te brengen op stemgerechtigde aandelen of andere aandelen van de vennootschap, of om deze te verwerven anders dan met toestemming van het bestuur en van de raad van commissarissen.
Indien het bestuur geen gebruik heeft gemaakt van de uitnodiging tot overleg, of indien het overleg niet binnen een week tot een met toestemming van de raad van commissarissen bereikt resultaat heeft geleid, is het de persoon verboden stemgerechtigde aandelen en andere aandelen van de vennootschap boven de in het eerste lid genoemde drempel te verwerven, anders dan door het uitbrengen van een openbaar bod waarbij de voorwaarden, bedoeld in artikel 6:11, in acht worden genomen.
Artikel 6:10. (verplichting aandelenbezit beneden drempel te brengen)
De persoon die stemgerechtigde aandelen boven de drempel, bedoeld in artikel 6:9, eerste lid, door welke oorzaak ook is gaan houden zonder toestemming van het bestuur en de raad van commissarissen van de vennootschap of anders dan door een openbaar bod als bedoeld in artikel 6:11, brengt onmiddellijk zijn aandelenbezit tot beneden die drempel.
Indien de bedoelde drempel onopzettelijk of buiten toedoen van de persoon of van aan hem gelieerde partijen werd overtreden, is het bestuur met toestemming van de raad van commissarissen bevoegd om de persoon alsnog geheel of gedeeltelijk ontheffing te verlenen van de verplichting om zijn aandelenbezit beneden de drempel te brengen. De ontheffing kan onder voorwaarden verleend worden.
Binnen tien dagen nadat een persoon onopzettelijk of buiten zijn toedoen en buiten het toedoen van met hem gelieerde partijen, stemgerechtigde aandelen is gaan houden boven de bedoelde drempel, of nadat hem dat feit bekend werd, of nadat een verzoek tot ontheffing, bedoeld in het tweede lid, is afgewezen, kan de persoon aan het bestuur zijn voornemen kenbaar maken om een openbaar bod als bedoeld in artikel 6:11 uit te brengen. In dat geval is hij niet verplicht zijn aandelenbezit tot beneden de drempel terug te brengen. De verplichting herleeft zodra hij van dat voornemen afziet.
Artikel 6:11. (openbaar bod zonder toestemming bestuur en RvC)
Een openbaar bod, uitgebracht door een persoon of door een met hem gelieerde partij, waarmee wordt beoogd of dat ertoe kan leiden dat die persoon stemgerechtigde aandelen in het kapitaal van een vennootschap verkrijgt boven de drempel, bedoeld in artikel 6:9, eerste lid, en dat wordt uitgebracht zonder de toestemming van het bestuur en van de raad van commissarissen van de vennootschap, dient:
- a. openbaar te worden uitgebracht op alle aandelen van de vennootschap, met uitzondering van aandelen die door de vennootschap zelf worden gehouden;
- b. een in contanten betaalbare prijs per aandeel te bieden niet lager dan, voor iedere soort van aandelen:
- 1°. de door erkende effectenbeurzen hoogst genoteerde koers of bekendgemaakte prijs voor die soort van aandelen gedurende de onmiddellijk aan het bod voorafgaande twaalf maanden; en
- 2°. de hoogste prijs die voor die soort van aandelen door de persoon en de met hem gelieerde partijen gedurende de onmiddellijk aan het bod voorafgaande vierentwintig maanden is geboden voor enig aandeel van dezelfde soort;
- c. de gelegenheid te geven het bod gedurende een eerste aanmeldingstermijn van tenminste vier en ten hoogste tien weken te aanvaarden, en gedurende een daarop aansluitende tweede aanmeldingstermijn van tenminste twee weken indien het bod aanvankelijk voorwaardelijk werd uitgebracht en gedurende de eerste termijn onvoorwaardelijk wordt;
- d. onvoorwaardelijk en onherroepelijk te zijn met dien verstande dat de bieder een of meer van de volgende voorwaarden kan stellen:
- 1°. dat zich onder de gedurende de eerste aanmeldingstermijn aangemelde aandelen, zoveel stemgerechtigde aandelen bevinden, dat de persoon tenminste 50 procent, of een hoger door hem vastgesteld percentage van de stemmen die op het geplaatste kapitaal kunnen worden uitgebracht, zal kunnen uitbrengen;
- 2°. dat gedurende de eerste aanmeldingstermijn niet door een derde voor het eerst wordt bekend gemaakt dat deze een openbaar bod op de aandelen of een deel daarvan uitbrengt of het voornemen daartoe heeft, of dat deze met de vennootschap is overeengekomen stemgerechtigde aandelen te nemen die vijf procent of meer vertegenwoordigen van de stemmen die op het geplaatste kapitaal kunnen worden uitgebracht;
- 3°. dat gedurende de eerste aanmeldingstermijn alle benodigde rechterlijke of administratieve toestemmingen voor de verkrijging van de aandelen zijn of worden verleend of toezeggingen daartoe zijn of worden gedaan;
- 4°. dat een voorwaarde waaronder een in onderdeel 3° bedoelde toestemming of toezegging tot toestemming is verleend, niet is vervuld;
- 5°. dat gedurende de eerste aanmeldingstermijn zich geen omstandigheden voordoen die aan de persoon bij het uitbrengen van het bod onbekend waren en niet bekend hoefden te zijn, en die een doorslaggevende betekenis zouden hebben gehad, als zij bij het uitbrengen van het bod bekend waren geweest.
§ 4. Diverse bepalingen
Artikel 6:12. (afkoelingsperiode)
Indien door een persoon of door een met hem gelieerde partij een openbaar bod is uitgebracht als bedoeld in artikel 6:11 en de persoon ten gevolge van de op grond van dat bod verkregen stemgerechtigde aandelen tezamen met de stemgerechtigde aandelen die hij bij het uitbrengen van het bod reeds bezat, minder dan 85 procent van de stemmen kan uitbrengen die op het geplaatste kapitaal van de vennootschap kunnen worden uitgebracht, zal het hem en de met hem gelieerde partijen voor de duur van een jaar na verloop van de aanmeldingstermijn of -termijnen, verboden zijn:
- a. enige zakelijke transactie met de vennootschap aan te gaan met betrekking tot een aanzienlijk deel van de vermogensbestanddelen van de vennootschap;
- b. in te stemmen met, mee te werken aan, en anderen ertoe te bewegen om in te stemmen met of mee te werken aan de verkoop van aanzienlijke vermogensbestanddelen van de vennootschap en haar dochtermaatschappijen, en aan enig besluit tot ontbinding, fusie of zetelverplaatsing van de vennootschap.
Artikel 6:13. (niet-erkenning of nietigverklaring aandelenoverdracht)
Indien aandelen op naam worden overgedragen en het bestuur van de vennootschap weet of vermoedt dat:
- a. hetzij de overdracht ingevolge paragraaf 2 gemeld moet worden, en zodanige melding niet is gedaan;
- b. hetzij de overdracht in strijd is met een verbod krachtens dit hoofdstuk om stemgerechtigde aandelen te verkrijgen;
- c. hetzij de overdracht het gevolg is van het aanvaarden van een openbaar bod dat gedaan is in strijd met paragraaf 3;
is de vennootschap bevoegd de overdracht niet te erkennen danwel, indien de overdracht aan de vennootschap wordt betekend, de overdracht nietig te verklaren door een aangetekend schrijven aan zowel de voorgenomen verkrijger als de voorgenomen vervreemder.
Indien het niet-erkennen van een overdracht het gevolg is van een vermoeden, wordt de overdracht erkend na verloop van twee weken, tenzij in de tussentijd het vermoeden is omgezet in bewijs of in een redelijk gegrond vermoeden.
De overdracht wordt onmiddellijk erkend wanneer de reden voor het niet erkennen van de overdracht niet meer bestaat.
Artikel 6:14. (voorwaarden uitbrengen stemmen)
Op de aan een persoon toegerekende stemgerechtigde aandelen mogen gezamenlijk niet meer stemmen uitgebracht worden dan vertegenwoordigende 5 procent van het geplaatste stemgerechtigde kapitaal van de vennootschap:
- a. zolang de persoon een melding niet gedaan heeft waartoe hij ingevolge artikel 6:5 verplicht is;
- b. tot vier weken nadat die melding is gedaan, indien de persoon stemgerechtigde aandelen heeft verkregen zonder de voorafgaande melding, bedoeld in artikel 6:6, derde lid, te hebben gedaan;
- c. totdat de persoon zijn aandelenbezit beneden de drempel, bedoeld in artikel 6:10, heeft gebracht, of ontheffing daartoe van het bestuur en de raad van commissarissen heeft verkregen.
Een persoon die voornemens is, of van wie een gelieerde partij voornemens is, een openbaar bod te doen op stemgerechtigde aandelen van een vennootschap, en de met die persoon gelieerde partijen, mogen geen vergaderingen van aandeelhouders bijeenroepen, daarin aanwezig of vertegenwoordigd zijn, noch in of buiten vergadering stemrecht op stemgerechtigde aandelen van de vennootschap uitoefenen, totdat het openbare bod overeenkomstig artikel 6:11 is uitgebracht, of met het bestuur en de raad van commissarissen is overeengekomen dat het bod anders dan overeenkomstig artikel 6:11 kan worden uitgebracht. Indien van het voornemen wordt afgezien, blijft het verbod van dit artikel van kracht tot na verloop van een jaar nadat zulks aan het bestuur schriftelijk is medegedeeld.
Stemmen uitgebracht in strijd met het eerste of tweede lid zijn desondanks geldig, behoudens in het geval van schorsing, bedoeld in artikel 6:15.
Voor de berekening van een door de statuten vereist quorum, worden de aandelen waarvoor vanwege het eerste of tweede lid geen stemmen mogen worden uitgebracht, aangemerkt als niet geplaatst.
Artikel 6:15. (schorsing door vennootschap)
Indien het bestuur van een vennootschap weet of vermoedt dat iemand stemrechten of andere rechten uitoefent of tracht uit te oefenen in strijd met artikel 6:14, is het bestuur bevoegd die persoon te schorsen in de uitoefening van bedoelde rechten door middel van een aangetekend schrijven aan die persoon.
Het bestuur kan de schorsing bekend maken op de wijze, bedoeld in artikel 6:8, indien zij dit in het belang acht van de vennootschap of van de aandeelhouders.
Indien tijdens een aandeelhoudersvergadering blijkt of het vermoeden rijst dat iemand in strijd met artikel 6:14 rechten tracht uit te oefenen, kan de voorzitter de vergadering voor tenminste een half uur en ten hoogste drie uur onderbreken, teneinde te overleggen met de betrokken persoon of personen. Indien dit overleg niet het tegendeel bewijst of het vermoeden wegneemt, kan de voorzitter de schorsing van de betrokken persoon of personen uitspreken en de vergadering zonder hem of hen voortzetten.
Indien een schorsing het gevolg is van een vermoeden, dan zal de schorsing na verloop van twee weken worden opgeheven indien het vermoeden in de tussentijd niet is omgezet in bewijs of in redelijk gegrond vermoeden.
Een schorsing wordt voorts terstond opgeheven wanneer artikel 6:14 de betrokkene niet meer belet de rechten waarin hij is geschorst, uit te oefenen.
Artikel 6:16. (besluiten aandeelhouders buiten vergadering)
De aandeelhouders van een vennootschap als bedoeld in dit hoofdstuk kunnen buiten vergadering slechts geldige besluiten nemen, indien het bestuur verzoekt de besluiten te nemen.
§ 5. Uitzonderingen
Artikel 6:17. (uitzonderingen en nadere regels)
Bij algemene maatregel van bestuur kan voor daarvoor in aanmerking komende categorieën vennootschappen worden bepaald dat de paragrafen 2 en 3 niet of slechts gedeeltelijk op die vennootschappen van toepassing zijn, of dat voor die vennootschappen andere drempelwaarden gelden dan in die paragrafen is bepaald.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in dit hoofdstuk geregelde onderwerpen.
Hoofdstuk 7. Handhaving
§ 1. Inleidende bepalingen
Artikel 7:1. (begripsbepalingen)
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- aanwijzing: door de toezichtautoriteit opgelegde verplichting om binnen een door die autoriteit gestelde termijn ten aanzien van in de aanwijzingsbeschikking aan te geven onderwerpen een bepaalde gedragslijn te volgen;
- bestraffende sanctie: bestuurlijke sanctie, voor zover deze beoogt de overtreder leed toe te voegen;
- bestuurlijke boete: bestraffende sanctie, inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom;
- bestuurlijke sanctie: door de toezichtsautoriteit wegens een overtreding opgelegde verplichting, niet zijnde een aanwijzing;
- herstelsanctie: bestuurlijke sanctie die strekt tot het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van een overtreding, tot het voorkomen van herhaling van een overtreding, dan wel tot het wegnemen of beperken van de gevolgen van een overtreding;
- last onder dwangsom: herstelsanctie, inhoudende:
- 1°. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en
- 2°. de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd;
- overtreder: degene die een overtreding pleegt of medepleegt;
- overtreding: gedraging in strijd met het bij of krachtens deze wet bepaalde;
- toezichthouder: persoon, belast met het houden van toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde.
Artikel 7:2. (overtredingen door rechtspersonen)
Overtredingen kunnen worden begaan door natuurlijke personen en rechtspersonen. Artikel 53, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 7:3. (rechtvaardigingsgrond; meerdaadse samenloop)
De toezichtautoriteit legt geen bestuurlijke sanctie op, voor zover voor de overtreding een rechtvaardigingsgrond bestond.
Indien twee of meer voorschriften zijn overtreden, kan voor de overtreding van elk afzonderlijk voorschrift een bestuurlijke sanctie worden opgelegd.
§ 2. Toezicht op de naleving
Artikel 7:4. (aanwijzing toezichthouders)
Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de daartoe bij besluit van de toezichtautoriteit aangewezen personen.
Bij een besluit als bedoeld in het eerste lid, kunnen de aan een toezichthouder toekomende bevoegdheden worden beperkt.
Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van taakuitoefening door toezichthouders.
Artikel 7:5. (legitimatie)
Bij de uitoefening van zijn taak draagt een toezichthouder een legitimatiebewijs bij zich, dat is uitgegeven door het bestuursorgaan onder verantwoordelijkheid waarvan de toezichthouder werkzaam is.
Een toezichthouder toont zijn legitimatiebewijs desgevraagd aanstonds.
Het legitimatiebewijs voldoet aan de bij en krachtens artikel 5:12, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht gestelde regels.
Artikel 7:6. (evenredigheidsbeginsel)
Een toezichthouder maakt van zijn bevoegdheden slechts gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is.
Artikel 7:7. (betreden van plaatsen)
Een toezichthouder is bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, elke plaats te betreden.
Zo nodig verschaft hij zich toegang met behulp van de sterke arm.
Hij is bevoegd zich te doen vergezellen door personen die daartoe door hem zijn aangewezen.
Op het binnentreden van woningen zonder de toestemming van de bewoner is Titel X van het Derde Boek van het Wetboek van Strafvordering BES van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 155, vierde lid, 156, tweede lid, 157, tweede en derde lid, 158, eerste lid, laatste zinsnede, en 160, eerste lid, en met dien verstande dat de machtiging wordt verleend door de procureur-generaal.
Artikel 7:8. (vorderen van inlichtingen)
Een toezichthouder is bevoegd inlichtingen te vorderen.
Artikel 7:9. (inzage van identiteitsdocument)
Een toezichthouder is bevoegd van personen inzage te vorderen van een identiteitsdocument als bedoeld in artikel 2 van de Wet identificatieplicht BES.
Artikel 7:10. (inzage van gegevens en bescheiden)
Een toezichthouder is bevoegd inzage te vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden.
Hij is bevoegd van de gegevens en bescheiden kopieën te maken.
Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, is hij bevoegd de gegevens en bescheiden voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hem af te geven schriftelijk bewijs.
Een financiële onderneming is, voor zover zij de op haar activiteiten in of vanuit de openbare lichamen betrekking hebbende boeken, bescheiden of andere informatiedragers in het buitenland aanhoudt, verplicht de toezichthouder op diens verzoek inzage te verlenen in die boeken, bescheiden of informatiedragers en hem daartoe toegang te verlenen tot de plaats waar deze zich bevinden.
Artikel 7:11. (medewerkingsplicht)
Een ieder is verplicht aan een toezichthouder binnen de door hem gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.
Zij die uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift verplicht zijn tot geheimhouding, kunnen het verlenen van medewerking weigeren, voor zover dit uit hun geheimhoudingsplicht voortvloeit.
§ 3. Aanwijzing, benoeming curator en activiteitenverbod
Artikel 7:12. (algemene aanwijzingsbevoegdheid)
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)