Wet van 3 juli 2013 houdende nieuwe regels voor een basisregistratie personen (Wet basisregistratie personen)
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld in verband met de overgang, waaronder regels omtrent het tijdstip van de overgang.
Afdeling 3. Straf- en slotbepalingen
Artikel 4.17
Het college van burgemeester en wethouders kan een bestuurlijke boete van ten hoogste € 325,– opleggen:
- a. ter zake van overtreding van de artikelen 2.38, 2.39, 2.40, vijfde lid, 2.43 tot en met 2.47, 2.50, 2.51 en 2.52;
- b. aan degene met een woonadres in de gemeente die bewust toelaat dat een andere persoon met datzelfde woonadres is ingeschreven, terwijl hij weet dat dit onjuist is.
Artikel 4.18
De termijn, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Archiefwet 1995, vangt aan:
- a. bij degene die op de dag van zijn overlijden ingezetene of ingezetene van een openbaar lichaam is, op die dag; en
- b. bij degene die op de dag vallende honderd jaar na de geboorte niet-ingezetene is, op die dag.
Artikel 4.19
De Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens wordt ingetrokken.
Artikel 4.20
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 4.21
Deze wet wordt aangehaald als: Wet basisregistratie personen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 2.58a
Artikel 18 van de verordening is met betrekking tot de bijhouding van gegevens in de basisregistratie niet van toepassing.
Afdeling 2. Niet-ingezetenen
§ 1. Algemeen
§ 2. De inschrijving
§ 3. De opneming van persoonsgegevens
§ 4. Overige bepalingen
Hoofdstuk 3. De verstrekking van gegevens uit de basisregistratie
Afdeling 1. De verstrekking aan overheidsorganen en derden
§ 1. De verstrekking door Onze Minister
§ 1. De verstrekking door Onze Minister
§ 2. De verstrekking door de colleges van burgemeester en wethouders
§ 2. De inschrijving
Afdeling 2. De rechten van de burger
Artikel 3.20a
Artikel 18 van de verordening is met betrekking tot de verstrekking van gegevens uit de basisregistratie niet van toepassing.
Hoofdstuk 4. Toezicht, overgangs-, straf- en slotbepalingen
Afdeling 1. Toezicht, onderzoek en informatieverstrekking
Afdeling 1. Toezicht, onderzoek en informatieverstrekking
§ 1. De oude registers
§ 4. Persoonslijsten
§ 5. Het registreren van een vreemde nationaliteit naast het Nederlanderschap
Afdeling 3. Straf- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 2.8a
Bij een verzoek op grond van artikel 2.56a worden de gegevens over het kind, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onder a, onderdeel 2°, indien het feit zich in Nederland heeft voorgedaan, ontleend aan een akte over het desbetreffende feit, die is opgenomen in het overlijdensregister van de Nederlandse burgerlijke stand.
Bij een verzoek op grond van artikel 2.56a worden de gegevens over het kind, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onder a, onderdeel 2°, dat op het moment van de geboorte niet meer in leven is, indien het feit zich buiten Nederland heeft voorgedaan, ontleend aan een geschrift als bedoeld onder a, bij gebreke hiervan aan een geschrift als bedoeld onder b, bij gebreke hiervan aan een geschrift als bedoeld onder c en bij gebreke ook hiervan aan een verklaring als bedoeld onder d, aangevuld met een geschrift als bedoeld onder d:
- a. een akte over het desbetreffende feit, die is opgenomen in het overlijdensregister van de Nederlandse burgerlijke stand;
- b. een buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akte die ten doel heeft tot bewijs te dienen van het desbetreffende feit;
- c. een geschrift dat overeenkomstig de plaatselijke voorschriften is opgemaakt door een bevoegde instantie, waarin het desbetreffende feit is vermeld;
- d. een verklaring over het desbetreffende feit die de verzoeker ten overstaan van een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar onder eed of belofte heeft afgelegd, die op schrift is gesteld en door de verzoeker is ondertekend, zo mogelijk aangevuld met een schriftelijke verklaring van een arts of verloskundige over het feit.
Indien op de akte of het geschrift, bedoeld in het eerste of tweede lid, de gegevens met betrekking tot de naam van het kind, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onder a, onderdeel 2°, ontbreken, worden deze gegevens ontleend aan de opgave van de ouder die om de opneming van die gegevens in de basisregistratie verzoekt.
§ 4. De verplichtingen van overheidsorganen
§ 4a. Ondersteuning bij het onderzoek of een persoon als ingezetene in de basisregistratie op een adres in de gemeente dient te worden ingeschreven alsmede naar de juistheid van de gegevens betreffende het adres van een ingezetene in de basisregistratie
§ 6. De rechten van de burger
Artikel 2.56a
Het college van burgemeester en wethouders neemt op schriftelijk verzoek van de ouder binnen vier weken kosteloos op diens persoonslijst de gegevens op over een kind als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onder a, onderdeel 2°, indien de ouder ten tijde van het verzoek als ingezetene in de basisregistratie is of wordt ingeschreven.
De ouder, bedoeld in het eerste lid, legt op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van een akte of een geschrift als bedoeld in artikel 2.8a, tweede lid, een door een beëdigde vertaler vervaardigde vertaling in het Nederlands over.
Het college doet van de opneming van de gegevens terstond schriftelijk mededeling aan de verzoeker.
Het college verwijdert op schriftelijk verzoek van de ouder binnen vier weken kosteloos van de persoonslijst van die ouder de gegevens over het kind, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onder a, onderdeel 2°.
Afdeling 2. Niet-ingezetenen
§ 1. Algemeen
§ 2. De inschrijving
§ 3. De opneming van persoonsgegevens
§ 4. Overige bepalingen
Hoofdstuk 3. De verstrekking van gegevens uit de basisregistratie
Afdeling 1. De verstrekking aan overheidsorganen en derden
§ 1. De verstrekking door Onze Minister
§ 2. De verstrekking door de colleges van burgemeester en wethouders
§ 1. Algemeen
§ 3. De opneming van persoonsgegevens
Afdeling 2. De rechten van de burger
Hoofdstuk 4. Toezicht, overgangs-, straf- en slotbepalingen
Afdeling 2. Overgangsbepalingen
§ 1. De oude registers
§ 5. Het registreren van een vreemde nationaliteit naast het Nederlanderschap
§ 6. Invoering van het verwerken van gegevens over niet-ingezetenen
Afdeling 2. Overgangsbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 2.75a
Contactgegevens worden ontleend aan een opgave van de ingeschrevene.
Indien aannemelijk is dat een gegeven in de opgave onjuist is, wordt het gegeven niet aan de opgave ontleend.
§ 4. Overige bepalingen
Hoofdstuk 3. De verstrekking van gegevens uit de basisregistratie
Afdeling 1. De verstrekking aan overheidsorganen en derden
§ 2. De verstrekking door de colleges van burgemeester en wethouders
Afdeling 2. De rechten van de burger
Artikel 3.22a
Onverminderd artikel 3.22, eerste lid, deelt Onze Minister elektronisch aan de betrokkene in verband met de uitoefening van het recht van inzage, bedoeld in artikel 15 van de verordening, op diens verzoek mede of gegevens die de betrokkene betreffen gedurende de periode van twintig jaren voorafgaande aan het verzoek door Onze Minister uit de basisregistratie zijn verstrekt.
Onze Minister voldoet niet aan een verzoek als bedoeld in het eerste lid, indien het verzoek betrekking heeft op een minderjarige jonger dan 16 jaar.
Artikel 3.22, tweede en derde lid, alsmede artikel 2.55, vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 4. Toezicht, overgangs-, straf- en slotbepalingen
Afdeling 2. Overgangsbepalingen
§ 2. Het gebruik van het administratienummer
§ 7. De gefaseerde overgang van GBA naar basisregistratie personen
Afdeling 2a. Tijdelijke afwijking van de wet bij wege van experiment
Artikel 4.16a
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bij wege van experiment regels worden gesteld waarmee voor de periode van ten hoogste vier jaren wordt afgeweken van bepalingen van deze wet met het oogmerk om:
- a. de rechten van burgers uit te breiden ten aanzien van de bijhouding van of de verstrekking uit de basisregistratie;
- b. de bijhouding van gegevens in of de verstrekking uit de basisregistratie te beperken;
- c. de administratieve lasten voor de burger ten aanzien van diens verplichtingen onder deze wet te verlichten;
- d. de bijhouding van gegevens over niet-ingezetenen in de basisregistratie uit te breiden;
- e. contactgegevens of een tweede adresgegeven in de basisregistratie bij te houden; of
- f. de ingeschrevene op het woonadres te informeren over de inschrijvingen op het betreffende adres.
De bepalingen, bedoeld in het eerste lid, zijn die in hoofdstuk 1, paragraaf 4, hoofdstuk 2, afdeling 1, paragrafen 2 tot en met 6, en afdelingen 2 en 3, alsmede die in hoofdstuk 3. Indien wordt afgeweken van de bij die bepalingen geboden waarborgen, wordt een gelijkwaardig alternatief opgenomen waarbij rekenschap wordt gegeven van de wijze waarop ten minste worden gewaarborgd:
- a. de rechten, bedoeld in de artikelen 13 tot en met 17 van de verordening, van betrokkenen ten aanzien van de verwerking van hun gegevens in de basisregistratie; en
- b. de rechten van betrokkenen onder de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van beslissingen als bedoeld in de artikelen 2.60, 3.18 en 3.24 van deze wet.
De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Onze Minister zendt ten minste drie maanden voor het einde van de werkingsduur van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het experiment in de praktijk. Uit het verslag blijkt ten minste in hoeverre het experiment heeft bijgedragen aan het betreffende oogmerk, bedoeld in het eerste lid. Artikel 1.15 is van overeenkomstige toepassing.
Het vierde lid is niet van toepassing, indien voor het einde van de werkingsduur van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid een voordracht plaatsvindt van een voorstel van wet waarmee in het onderwerp van de maatregel wordt voorzien. In dat geval kan bij besluit van Onze Minister de werkingsduur, zo nodig in afwijking van de periode, genoemd in het eerste lid, aanhef, worden verlengd tot het tijdstip waarop het voorstel tot wet is verheven en de wet in werking treedt, dan wel het voorstel is verworpen of ingetrokken.
Bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid:
- a. wordt bepaald voor welke periode, bedoeld in het eerste lid, aanhef, van welke bepalingen, bedoeld in het tweede lid, eerste zin, op welke wijze en door welke instanties wordt afgeweken; en
- b. worden nadere regels gesteld over de wijze waarop en de criteria aan de hand waarvan de doeltreffendheid en de effecten van het experiment worden bepaald.
Afdeling 3. Straf- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
§ 5. De verplichtingen van de burger
§ 6. De rechten van de burger
Afdeling 2. Niet-ingezetenen
§ 1. Algemeen
§ 3. De opneming van persoonsgegevens
§ 4. Overige bepalingen
Hoofdstuk 3. De verstrekking van gegevens uit de basisregistratie
Afdeling 1. De verstrekking aan overheidsorganen en derden
§ 4. Overige bepalingen
Afdeling 2. De rechten van de burger
Hoofdstuk 4. Toezicht, overgangs-, straf- en slotbepalingen
Afdeling 1. Toezicht, onderzoek en informatieverstrekking
Afdeling 2. Overgangsbepalingen
§ 1. De oude registers
§ 2. Het gebruik van het administratienummer
§ 3. Autorisatiebesluiten
§ 4. Persoonslijsten
Afdeling 2a. Tijdelijke afwijking van de wet bij wege van experiment
Afdeling 3. Straf- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 2.37a
Onze Minister is belast met het verlenen van ondersteuning aan het college van burgemeester en wethouders van de bijhoudingsgemeente bij het verrichten van onderzoek of een persoon als ingezetene in de basisregistratie op een adres in de gemeente dient te worden ingeschreven alsmede naar de juistheid van de gegevens betreffende het adres van een ingezetene in de basisregistratie.
Onze Minister is bevoegd om in het kader van de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde taak gegevens, waaronder bijzondere categorieën van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 9 van de verordening voor zover het gegevens over gezondheid betreft, te verwerken overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze paragraaf.
Onze Minister is niet bevoegd om in het kader van de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde taak gegevens over nationaliteit, geboorteplaats of gegevens die daarvan zijn afgeleid te verwerken, voor zover die verwerking discriminatoire selectie van personen tot gevolg heeft.
Artikel 2.37b
Bij regeling van Onze Minister kunnen, ten behoeve van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.37a, eerste lid, bestuursorganen worden aangewezen die, in afwijking van het bepaalde in artikel 2.34, eerste lid, de mededeling omtrent gerede twijfel over de juistheid van de verstrekte gegevens betreffende het adres van een persoon in een gemeente of het achterwege blijven van de verstrekking van een adres, doen toekomen aan Onze Minister. De mededeling kan ook betrekking hebben op het briefadres van een ingezetene.
Ten behoeve van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.37a, eerste lid, kunnen door de bestuursorganen, bedoeld in het eerste lid, aan Onze Minister ook andere, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen, gegevens worden verstrekt die noodzakelijk zijn voor een goede uitoefening van de aan Onze Minister opgedragen taak als bedoeld in artikel 2.37a, eerste lid.
Bij regeling van Onze Minister kunnen derden, die op grond van artikel 3.3 gegevens verstrekt krijgen uit de basisregistratie, worden aangewezen die aan Onze Minister een mededeling kunnen doen als bedoeld in het eerste lid. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2.37c
Bij het verlenen van ondersteuning door Onze Minister aan het college van burgemeester en wethouders aan het onderzoek, bedoeld in artikel 2.37a, eerste lid, is Onze Minister bevoegd tot de verwerking van:
- a. de gegevens, opgenomen in de centrale voorziening die gebruikt wordt voor de systematische verstrekking van gegevens,
- b. de gegevens, verkregen van aangewezen bestuursorganen en derden als bedoeld in artikel 2.37b, en
- c. andere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens.
In het kader van de verwerking van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, kan Onze Minister de gegevens in ieder geval analyseren aan de hand van profielen of in het kader van een onderzoek naar patronen.
Onze Minister treft passende maatregelen om bij de ontwikkeling van profielen controle door menselijke tussenkomst te waarborgen.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de verwerking van de gegevens, de te hanteren analysemethoden en de maatregelen om menselijke tussenkomst te waarborgen bij de ontwikkeling van profielen.
De voordracht voor een krachtens het vierde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Artikel 2.37d
Onze Minister deelt naar aanleiding van de verwerking van gegevens als bedoeld in artikel 2.37c de resultaten dan wel een selectie daarvan mee aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de persoon waarop de gegevens betrekking hebben mogelijk als ingezetene dient te worden ingeschreven dan wel aan de bijhoudingsgemeente van de persoon van wie de gegevens betreffende het adres worden onderzocht.
Onze Minister stelt het college van burgemeester en wethouders op de hoogte van de redenen die ten grondslag liggen aan de mededeling van de resultaten dan wel de selectie, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 2.37e
Het college van burgemeester en wethouders dat van Onze Minister een mededeling als bedoeld in artikel 2.37d, eerste lid, heeft gekregen, stelt uiterlijk binnen een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn na de ontvangst van de mededeling Onze Minister ervan op de hoogte of deze aanleiding is geweest voor opneming, verbetering, aanvulling of verwijdering van gegevens in de basisregistratie, dan wel dat bij het gegeven in de basisregistratie een aantekening als bedoeld in artikel 2.26 is geplaatst in verband met het doen van een onderzoek naar de onjuistheid van het adresgegeven. De resultaten van het onderzoek naar het inschrijven van een persoon als ingezetene of de onjuistheid van het adresgegeven van de ingezetene worden zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen termijn teruggekoppeld aan Onze Minister.
Onze Minister is bevoegd om de teruggekoppelde resultaten van het onderzoek door het college van burgemeester en wethouders als bedoeld in het eerste lid te betrekken in de verwerking als bedoeld in artikel 2.37c.
Onze Minister is tevens bevoegd om de resultaten van de terugkoppeling te verstrekken aan het bestuursorgaan dat dan wel de derde die de mededeling, bedoeld in artikel 2.37b, eerste lid, aan Onze Minister heeft gedaan.
Artikel 2.37f
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald:
- a. welke gegevens als bedoeld in artikel 2.37d, eerste lid, door Onze Minister aan het college van burgemeester en wethouders worden verstrekt;
- b. welke gegevens als bedoeld in artikel 2.37e, eerste lid, door het college van burgemeester en wethouders aan Onze Minister worden verstrekt;
- c. op welke wijze de verstrekking van de gegevens, bedoeld in de artikelen 2.37d, eerste lid, en 2.37e, plaatsvindt.
De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Artikel 2.37g
Het college van burgemeester en wethouders treft bij het verrichten van een onderzoek als bedoeld in artikel 2.37a, eerste lid, naar aanleiding van een mededeling als bedoeld in artikel 2.37d, eerste lid, passende maatregelen die strekken tot bescherming van de rechten en vrijheden en gerechtvaardigde belangen van de persoon van wie de gegevens betreffende het adres worden onderzocht, waarbij deze persoon ten minste het recht heeft op voorafgaande controle door menselijke tussenkomst.
§ 5. De verplichtingen van de burger
§ 6. De rechten van de burger
Afdeling 2. Niet-ingezetenen
§ 1. Algemeen
§ 2. De inschrijving
§ 3. De opneming van persoonsgegevens
Hoofdstuk 3. De verstrekking van gegevens uit de basisregistratie
Afdeling 1. De verstrekking aan overheidsorganen en derden
§ 3. De verstrekking door het college van burgemeester en wethouders van de bijhoudingsgemeente
§ 4. Overige bepalingen
Hoofdstuk 4. Toezicht, overgangs-, straf- en slotbepalingen
Afdeling 2. De rechten van de burger
Afdeling 2. Overgangsbepalingen
§ 3. Autorisatiebesluiten
§ 5. Het registreren van een vreemde nationaliteit naast het Nederlanderschap
§ 6. Invoering van het verwerken van gegevens over niet-ingezetenen
§ 2. Het gebruik van het administratienummer
Afdeling 2a. Tijdelijke afwijking van de wet bij wege van experiment
Afdeling 3. Straf- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Afdeling 3. Ingezetenen van een openbaar lichaam
Artikel 2.82
Deze afdeling is van toepassing op personen die als ingezetene van een openbaar lichaam in de basisregistratie zijn of worden ingeschreven en op ingeschrevenen die op het moment van hun overlijden ingezetene van een openbaar lichaam waren.
Met betrekking tot de ingeschrevene die geen ingezetene van een openbaar lichaam meer is, worden krachtens deze afdeling geen nieuwe algemene gegevens opgenomen.
In afwijking van het eerste of tweede lid worden gegevens opgenomen krachtens deze afdeling, voor zover:
- a. het feiten betreft die zich hebben voorgedaan in de tijd dat de ingeschrevene nog ingezetene van een openbaar lichaam was, of
- b. dit bij algemene maatregel van bestuur is bepaald.
De krachtens deze afdeling over een ingeschrevene opgenomen gegevens worden zodra diegene ingezetene wordt, opnieuw vastgesteld met inachtneming van de eerste afdeling van dit hoofdstuk.
De krachtens afdeling 1 of 2 van dit hoofdstuk over een ingeschrevene opgenomen gegevens worden zodra diegene ingezetene van een openbaar lichaam wordt, opnieuw vastgesteld met inachtneming van deze afdeling.
Artikel 2.83
De inschrijving in de basisregistratie geschiedt ambtshalve.
Inschrijving geschiedt niet als de betrokkene reeds in de basisregistratie is ingeschreven.
Artikel 2.84
In de basisregistratie worden over de ingeschrevene uitsluitend de volgende gegevens opgenomen:
- a. algemene gegevens:
- 1°. gegevens over de burgerlijke staat waar het betreft de naam, de geboorte, het geslacht en het overlijden;
- 2°. gegevens over de nationaliteit, met dien verstande dat geen gegevens over een vreemde nationaliteit worden opgenomen naast gegevens over het Nederlanderschap of het feit dat de betrokkene als Nederlander wordt behandeld;
- 3°. gegevens over het burgerservicenummer van de ingeschrevene;
- 4°. gegevens over het adres, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel n, en tweede lid, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES.
- b. administratieve gegevens:
- 1°. gegevens in verband met de inschrijving;
- 2°. gegevens als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, onder 3° van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES;
- 3°. gegevens over de beperking van de verstrekking van gegevens aan derden.
Artikel 2.7, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2.85
De algemene gegevens, bedoeld in artikel 2.84, eerste lid, onderdeel a, en de administratieve gegevens, bedoeld in artikel 2.84, eerste lid, onderdeel b, onder 2° en 3°, worden ontleend aan de persoonslijst van de betrokkene, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES.
Bij wijziging van de gegevens, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, 5°, 7°, 8° en 9°, en onderdeel c, onder 3° en 5°, van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES draagt Onze Minister onverwijld zorg voor bijhouding daarvan in de basisregistratie, voor zover het gegevens betreft als bedoeld in artikel 2.84, eerste lid.
§ 4. Overige bepalingen
Artikel 2.86
De artikelen 2.55, 2.56a, vierde lid, 2.57, 2.58, 2.58a, 2.60, onderdeel g, en 2.61, zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van ingezetenen van een openbaar lichaam met dien verstande dat Onze Minister in de plaats treedt van het college van burgemeester en wethouders en dat het verzoek wordt gedaan door tussenkomst van een inschrijfvoorziening of een bestuurscollege.
Hoofdstuk 3. De verstrekking van gegevens uit de basisregistratie
Afdeling 1. De verstrekking aan overheidsorganen en derden
§ 1. De verstrekking door Onze Minister
§ 2. De verstrekking door de colleges van burgemeester en wethouders
§ 3. De verstrekking door het college van burgemeester en wethouders van de bijhoudingsgemeente
§ 4. Overige bepalingen
Hoofdstuk 4. Toezicht, overgangs-, straf- en slotbepalingen
Afdeling 1. Toezicht, onderzoek en informatieverstrekking
Artikel 4.3a
Onze Minister verricht periodiek een onderzoek naar de consistentie tussen en integriteit van de in de centrale voorzieningen en de verstrekkingenvoorziening, bedoeld in artikel 3a van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES, opgeslagen gegevens.
Onze Minister verstrekt naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in het eerste lid aan een college van burgemeester en wethouders respectievelijk een bestuurscollege dat daar belang bij heeft zo spoedig mogelijk alle inlichtingen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de taak met betrekking tot de basisregistratie dan wel de basisadministraties, bedoeld in artikel 2 van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES.
§ 1. De oude registers
§ 3. Autorisatiebesluiten
§ 4. Persoonslijsten
§ 5. Het registreren van een vreemde nationaliteit naast het Nederlanderschap
§ 6. Invoering van het verwerken van gegevens over niet-ingezetenen
§ 7. De gefaseerde overgang van GBA naar basisregistratie personen
Afdeling 2a. Tijdelijke afwijking van de wet bij wege van experiment
Afdeling 3. Straf- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)