Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 12 december 2014, houdende regels voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Uitvoeringsregeling Wmo 2015)
Gelet op de artikelen 3 van de Kaderwet VWS-subsidies, 5, derde lid, van de Kwaliteitswet zorginstellingen, 48i, tweede lid, van de Wet Justitie-subsidies, 2.5.1, vierde lid, 4.2.10, derde lid, 4.2.13, 4.2.14, 5.2.9, zesde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, 2.7 van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector, 107 van de Vreemdelingenwet 2000, 21 van het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen, 3.13, eerste lid, 4.3.3, eerste en tweede lid, en 5.3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en artikel 7a, vierde lid, van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968;
Besluiten:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- Uitvoeringsbesluit: Uitvoeringsbesluit Wmo 2015;
- Minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
- Ministers: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister van Veiligheid en Justitie;
- inspanningsgerichte uitvoeringsvariant: uitvoering van maatschappelijke ondersteuning waarbij er een afspraak is tussen het college en de aanbieder over de levering van een specifiek product of dienst in een afgesproken eenheid;
- iWmo: door het Zorginstituut beheerde standaarden als bedoeld in artikel 2.6.7a, derde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 bestaande uit bedrijfsregels, berichtenstandaarden en berichtspecificaties;
- outputgerichte uitvoeringsvariant: uitvoering van maatschappelijke ondersteuning waarbij er een afspraak is tussen het college en de aanbieder over het te behalen resultaat;
- Covid-19: de ziekte veroorzaakt door coronavirus-SARS-CoV-2.
Hoofdstuk 2. Persoonsgebonden budget
Paragraaf 1. budgetbeheer Sociale verzekeringsbank
Artikel 2
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
- a. derde: derde als bedoeld in artikel 2.3.6, eerste lid, van de wet;
- b. hulp uit het sociale netwerk: natuurlijk persoon die maatschappelijke ondersteuning verleent die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen hem en de cliënt bestaande sociale relatie, tenzij die maatschappelijke ondersteuning beroeps- of bedrijfsmatig wordt verleend.
Paragraaf 2. beveiligingseisen gegevensverwerking
Artikel 3
De gegevensverwerking, bedoeld in artikel 5.2.9, zesde lid, van de wet, voldoet aan NEN-ISO-IEC 27001 en NEN-ISO-IEC 27002 of is aan deze normen gelijkwaardig.
Hoofdstuk 3. Beveiligingseisen gegevensverwerking
Paragraaf 1. financiële verantwoording
Artikel 4
Een Veilig Thuis-organisatie stelt een jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek op waarin de eigen financiële gegevens zijn opgenomen en de gegevens, bedoeld in artikel 392 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, zijn bijgevoegd.
Op de jaarverslaggeving van een Veilig Thuis-organisatie is Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing met uitzondering van de afdelingen 1, 11 en 12 voor zover in deze paragraaf niet anders is bepaald.
In afwijking van of in aanvulling op Boek 2, titel 9, van het Burgerlijk Wetboek:
- a. wordt de jaarverslaggeving ingericht overeenkomstig de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving zoals vastgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder hoofdstuk 640;
- b. wordt de jaarverslaggeving opgesteld en gepubliceerd in de Nederlandse taal en in de in Nederland wettige valuta;
- c. is het verslagjaar altijd gelijk aan een kalenderjaar;
- d. kan een Veilig Thuis-organisatie dat op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, heeft voldaan aan twee of drie van de eisen, genoemd in artikel 395a, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, volstaan met een samenstellingsverklaring van een accountant in plaats van een verklaring als bedoeld in artikel 393, vijfde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
- e. kan een Veilig Thuis-organisatie dat op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, heeft voldaan aan twee of drie van de eisen genoemd in artikel 396, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, volstaan met een beoordelingsverklaring van een accountant in plaats van een verklaring als bedoeld in artikel 393, vijfde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 5
Een Veilig Thuis-organisatie stelt de jaarverslaggeving en een jaardocument op dat ten minste een verantwoordingsdocument, het verslag, bedoeld in artikel 4.2.10 van de wet en andere informatie die wordt verstrekt op grond van het model, bedoeld in het derde lid, bevat.
De jaarverslaggeving en het jaardocument worden ter inzage gelegd en op verzoek van de Ministers aan hen en aan derden verstrekt uiterlijk voor 1 juni of, indien de jaarverslaggeving en het jaardocument betrekking hebben op een Veilig Thuis-organisatie dat valt onder een gemeenschappelijke regeling in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen, voor 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarop zij betrekking hebben. In afwijking van de eerste zin worden de jaarverslaggeving en het jaardocument over de verslagjaren 2019 of 2020 ter inzage gelegd en op verzoek van de Ministers aan hen en aan derden verstrekt uiterlijk voor 1 oktober 2020, respectievelijk 1 oktober 2021.
De jaarverslaggeving en het jaardocument worden opgesteld met gebruikmaking van het model te verkrijgen via de website www.jaarverslagenzorg.nl.
De Minister stelt jaarlijks uiterlijk voor 1 oktober na overleg met betrokken partijen het model voor het volgende verslagjaar vast en kan dit model tussentijds herzien.
De gegevens, bedoeld in artikel 4.1, eerste en tweede lid, van de Wet normering topinkomens, over de verslagjaren 2019 of 2020 worden uiterlijk voor 1 oktober 2020, respectievelijk 1 oktober 2021 openbaar gemaakt.
Artikel 6
De jaarverslaggeving en het jaardocument, bedoeld in artikel 5, worden in elektronische vorm bij het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg ingediend voor 1 juni van het jaar volgend op het verslagjaar, dan wel uiterlijk voor 15 juli van dat jaar, indien zij betrekking hebben op een Veilig Thuis-organisatie dat valt onder een gemeenschappelijke regeling in de zin van de Wet gemeenschappelijke regelingen. In afwijking van de eerste zin worden de jaarverslaggeving en het jaardocument over de verslagjaren 2019 of 2020 ingediend voor 1 oktober 2020, respectievelijk 1 oktober 2021.
De Minister kan een Veilig Thuis-organisatie uitstel van indiening verlenen op een gemotiveerd verzoek, dat uiterlijk acht weken vóór het verstrijken van de in het eerste lid genoemde toepasselijke termijn moet zijn ingediend.
Paragraaf 1. financiële verantwoording
Artikel 7
Een Veilig Thuis-organisatie verstrekt aan het Centraal Bureau voor de Statistiek structureel de gegevens, bedoeld in artikel 4.3.2, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit, op de wijze beschreven in bijlage A bij deze regeling.
Hoofdstuk 3. Beveiligingseisen gegevensverwerking
Artikel 8
Een onderzoek als bedoeld in artikel 2.5.1, eerste lid, van de wet, bestaat mede uit een ervaringsonderzoek ten minste onder personen voor wie een onderzoek is uitgevoerd als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet of hen die gebruik maken van een voorziening.
Voor het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt gebruik gemaakt van een vragenlijst die ten minste ingaat op hoe personen als bedoeld in het eerste lid indien toepasbaar:
- a. de toegankelijkheid van voorzieningen ervaren;
- b. de kwaliteit van de ondersteuning ervaren; of
- c. de ondersteuning vinden bijdragen aan de zelfredzaamheid en participatie.
Het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, kan door middel van een representatieve steekproef worden uitgevoerd.
Hoofdstuk 3a. Tolkdiensten voor auditief beperkten
Artikel 9
Van de vermogensgrondslag, bedoeld in artikel 3.2, tweede en derde lid, van het Besluit, wordt het volgende vermogensbestanddeel afgetrokken:
- a. het bedrag van een schadevergoeding voor letselschade waarvan de hoogte is vastgelegd in een overeenkomst of rechterlijke uitspraak;
- b. het bedrag van een uitkering als bedoeld in de artikelen 9bis en 9quater van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;
- c. het bedrag van een uitkering als bedoeld in artikel 9ter van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;
- d. een uitkering van kindgebonden budget met betrekking tot de berekeningsjaren 2013 tot en met 2017 door de Dienst Toeslagen in het kader van de herstelactie kindgebonden budget.
De termijn gedurende welke het bedrag van de uitkering, genoemd in het eerste lid, onderdeel d, wordt afgetrokken van de vermogensgrondslag, bedoeld in artikel 3.2, tweede en derde lid, van het Besluit, bedraagt een jaar, welke termijn aanvangt in het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin de uitkering is verkregen.
De termijn gedurende welke het bedrag van de uitkering, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, wordt afgetrokken van de vermogensgrondslag, bedoeld in artikel 3.2, tweede en derde lid, van het Besluit, bedraagt tien jaar, welke termijn aanvangt in het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin de uitkering is verkregen.
De termijn gedurende welke het bedrag van de uitkering, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, wordt afgetrokken van de vermogensgrondslag, bedoeld in artikel 3.2, tweede en derde lid, van het Besluit, bedraagt drie jaar, welke termijn aanvangt in het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin de uitkering is verkregen.
Artikel 10
Ingevolge artikel 3.13, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, van het Uitvoeringsbesluit wordt in verband met zak- en kleedgeld in mindering gebracht:
- a. voor de ongehuwde cliënt: € 4.925;
- b. voor de gehuwde cliënten tezamen: € 7.661.
Artikel 11
Ingevolge artikel 3.13, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, van het Uitvoeringsbesluit worden in verband met de premie zorgverzekering in mindering gebracht:
- a. voor de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt: € 1.987 vermeerderd met 5,32% van het inkomen, met dien verstande dat minimaal € 3.029,45 en maximaal € 5.797,61 in mindering wordt gebracht;
- b. voor de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt: € 1.987, vermeerderd met 5,32% van het bijdrage-inkomen, bedoeld in artikel 43 van de Zorgverzekeringswet, met dien verstande dat maximaal € 5.797,61 in mindering wordt gebracht;
- c. voor de gehuwde cliënten die beiden de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt: voor ieder van de gehuwde cliënten € 1.987 vermeerderd met 5,32% van het inkomen van die gehuwde cliënt, met dien verstande dat voor ieder van de gehuwde cliënten minimaal € 2.697,37 en maximaal € 5.797,61 in mindering wordt gebracht;
- d. voor de gehuwde cliënten die beiden de pensioengerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt wordt de aftrek voor ieder van de gehuwde cliënten overeenkomstig onderdeel b berekend en geldt voor ieder van de gehuwde cliënten het daarin genoemde maximumbedrag;
- e. voor de gehuwde cliënten wordt de aftrek voor de gehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, berekend overeenkomstig de in onderdeel b geregelde berekeningswijze en geldt het daarbij genoemde maximumbedrag;
- f. voor de gehuwde cliënten wordt de aftrek voor de gehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt berekend overeenkomstig de in onderdeel c geregelde berekeningswijze en geldt het daarbij genoemde maximum- en minimumbedrag.
Indien de cliënt op 1 januari van het peiljaar aanspraak had op een zorgtoeslag, wordt op de aftrek, bedoeld in het eerste lid, in mindering gebracht:
- a. voor de cliënt die ongehuwd is: een bedrag van € 1.483, met dien verstande dat als zijn inkomen € 26.820 of meer bedraagt dit bedrag wordt verminderd met 13,67% van het verschil tussen zijn inkomen en € 26.820;
- b. voor de cliënten die gehuwd zijn: een bedrag van € 2.833 met dien verstande dat indien hun gezamenlijke inkomen € 26.820 of meer bedraagt dit bedrag wordt verminderd met 13,67% van het verschil tussen hun gezamenlijke inkomen en € 26.820.
Artikel 12
Ingevolge artikel 3.13, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, van het Uitvoeringsbesluit wordt in mindering gebracht:
- a. voor de cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt: € 2.315;
- b. voor de cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt: € 1.294.
Hoofdstuk 6. Bedragen beschermd wonen en overgangsrecht Wmo 2015 AWBZ
Artikel 13
Voor de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, wordt, indien het op grond van artikel 3.13, eerste lid, onderdeel a, van het Uitvoeringsbesluit, na toepassing van de artikelen 10 tot en met 12, berekende bedrag, meer bedraagt dan € 11.830, als extra vrijlating in mindering gebracht 25% van het verschil tussen het berekende bedrag en laatstbedoeld bedrag.
Voor de gehuwde cliënten die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, wordt, indien het op grond van artikel 3.13, eerste lid, onderdeel a, van het Uitvoeringsbesluit, na toepassing van de artikelen 10 tot en met 12, berekende bedrag voor hen tezamen, meer bedraagt dan € 13.894, als extra vrijlating in mindering gebracht 25% van het verschil tussen het berekende bedrag en laatstbedoeld bedrag.
Voor de ongehuwde cliënt die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, wordt, indien het op grond van artikel 3.13, eerste lid, onderdeel a, van het Uitvoeringsbesluit, na toepassing van de artikelen 10 tot en met 12, berekende bedrag, meer bedraagt dan € 9.406, als extra vrijlating in mindering gebracht 25% van het verschil tussen het berekende bedrag en laatstbedoeld bedrag.
Voor de gehuwde cliënten die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt, wordt, indien het op grond van artikel 3.13, eerste lid, onderdeel a, van het Uitvoeringsbesluit, na toepassing van de artikelen 10 tot en met 12, berekende bedrag voor hen tezamen, meer bedraagt dan € 18.950, als extra vrijlating in mindering gebracht 25% van het verschil tussen het berekende bedrag en laatstbedoeld bedrag.
Het tweede lid is van toepassing indien een van beide gehuwde cliënten de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt.
Artikel 14
Wijzigt de Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg- en welzijnssector.
Artikel 15
Wijzigt de Regeling Halt 2013.
Artikel 16
Wijzigt de Regeling kwaliteitsjaarverslag zorginstellingen 2010.
Artikel 17
Wijzigt de Subsidieregeling donatie bij leven.
Artikel 18
Wijzigt het Voorschrift Vreemdelingen 2000.
Hoofdstuk 4. AMHK’s
Artikel 19
Wijzigt de Voorzieningenregeling voor militaire oorlogs- en dienstslachtoffers.
Artikel 20
Artikel 2, tweede tot en met vierde lid, is niet van toepassing op het verrichten van betalingen uit het persoonsgebonden budget voor een verzekerde als bedoeld in artikel 8.3, derde lid, van de wet, gedurende de looptijd van het indicatiebesluit of uiterlijk tot 1 januari 2016.
Artikel 21
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.
Bijlage. behorende bij artikel 7 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015
1. Inleiding
1.1. Aanleiding
In artikel 4.2.12 van de Wmo 2015 is opgenomen dat het AMHK kosteloos gegevens verstrekt ten behoeve van beleidsinformatie voor o.a. gemeenten, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Veiligheid en Justitie.
De beleidsinformatie AMHK betreft informatie over het aantal adviezen dat het AMHK heeft gegeven, evenals het aantal meldingen dat bij het AMHK is gedaan en het aantal onderzoeken dat het AMHK heeft uitgevoerd. Daarnaast wordt een aantal kenmerken van deze adviezen, meldingen en onderzoeken in beeld gebracht. Een deel van de gegevens betreft anonieme, niet aan een persoon gerelateerde gegevens. Op twee onderdelen gaat het om het verstrekken van persoonsgegevens, namelijk het BSN, de geboortedatum en het geslacht van de personen waarover een melding is gedaan en van de personen waarop het onderzoek betrekking had.
In artikel 4.2.12 van de Wmo 2015 is opgenomen dat het AMHK (ook Veilig Thuis genoemd)1In 2014 ontstond discussie over de naam AMHK. In overleg met het veld heeft de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) gekozen om het AMHK: ‘Veilig Thuis’ te noemen met als ondertitel ‘advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling’. Deze naam heeft in het veld een breed draagvlak. In het informatieprotocol wordt daarom gesproken over Veilig Thuis: hiermee wordt het AMHK in de zin van de Wmo 2015 bedoeld. kosteloos gegevens verstrekt ten behoeve van beleidsinformatie voor o.a. gemeenten, het inisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Veiligheid en Justitie.
1. Inleiding
De beleidsinformatie is bedoeld voor gemeenten en de betrokken departementen om inzicht te krijgen in het functioneren van de AMHK’s en, in bredere zin, als ondersteuning voor de beleidsontwikkeling voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. De in dit protocol vastgelegde beleidsinformatie biedt een basis voor gemeenten voor hun informatie-uitvraag aan het AMHK. Gemeenten zullen naast deze basisinformatie ook aanvullende informatievragen aan hun AMHK willen stellen. Artikel 4.3.1 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 bepaalt dat de gegevens voor de beleidsinformatie door het AMHK worden verstrekt aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het CBS verwerkt deze gegevens tot statistieken en rapportages en publiceert deze zodat iedereen daar gebruik van kan maken. De microdata (informatie op persoons- of instellingsniveau) komen niet ter beschikking. Onderzoek op dit soort data is wel mogelijk via de zogenaamde remote access voor organisaties die daarvoor door het CBS geautoriseerd zijn. Ook dan geldt echter dat de gegevens die worden gepubliceerd naar aanleiding van dit onderzoek nog steeds niet tot een persoon of instelling te herleiden mogen zijn.
In artikel 4.2.12 van de Wmo 2015 is opgenomen dat het AMHK (ook Veilig Thuis genoemd)1In 2014 ontstond discussie over de naam AMHK. In overleg met het veld heeft de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) gekozen om het AMHK: ‘Veilig Thuis’ te noemen met als ondertitel ‘advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling’. Deze naam heeft in het veld een breed draagvlak. In het informatieprotocol wordt daarom gesproken over Veilig Thuis: hiermee wordt het AMHK in de zin van de Wmo 2015 bedoeld. kosteloos gegevens verstrekt ten behoeve van beleidsinformatie voor o.a. gemeenten, het inisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Veiligheid en Justitie.
In artikel 4.2.12 van de Wmo 2015 is opgenomen dat het AMHK (ook Veilig Thuis genoemd)1In 2014 ontstond discussie over de naam AMHK. In overleg met het veld heeft de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) gekozen om het AMHK: ‘Veilig Thuis’ te noemen met als ondertitel ‘advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling’. Deze naam heeft in het veld een breed draagvlak. In het informatieprotocol wordt daarom gesproken over Veilig Thuis: hiermee wordt het AMHK in de zin van de Wmo 2015 bedoeld. kosteloos gegevens verstrekt ten behoeve van beleidsinformatie voor o.a. gemeenten, het inisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Veiligheid en Justitie.
De beleidsinformatie is bedoeld voor gemeenten en de betrokken departementen om inzicht te krijgen in het functioneren van de AMHK’s en, in bredere zin, als ondersteuning voor de beleidsontwikkeling voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. De in dit protocol vastgelegde beleidsinformatie biedt een basis voor gemeenten voor hun informatie-uitvraag aan het AMHK. Gemeenten zullen naast deze basisinformatie ook aanvullende informatievragen aan hun AMHK willen stellen. Artikel 4.3.1 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 bepaalt dat de gegevens voor de beleidsinformatie door het AMHK worden verstrekt aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het CBS verwerkt deze gegevens tot statistieken en rapportages en publiceert deze zodat iedereen daar gebruik van kan maken. De microdata (informatie op persoons- of instellingsniveau) komen niet ter beschikking. Onderzoek op dit soort data is wel mogelijk via de zogenaamde remote access voor organisaties die daarvoor door het CBS geautoriseerd zijn. Ook dan geldt echter dat de gegevens die worden gepubliceerd naar aanleiding van dit onderzoek nog steeds niet tot een persoon of instelling te herleiden mogen zijn.
De beleidsinformatie betreft informatie over het aantal adviezen dat het AMHK heeft gegeven, evenals het aantal meldingen dat bij Veilig Thuis is gedaan en het aantal onderzoeken dat het AMHK heeft uitgevoerd. Daarnaast wordt een aantal kenmerken van deze adviezen, meldingen en onderzoeken in beeld gebracht. Een deel van de gegevens, namelijk die over adviezen, betreft anonieme, niet aan een persoon gerelateerde gegevens. Op de andere twee onderdelen gaat het om het verstrekken van persoonsgegevens, namelijk het BSN, de geboortedatum en het geslacht van de persoon of personen waarover een melding is gedaan en van de persoon of personen waarop het onderzoek betrekking had.
1.2. Doel en beheer
Dit informatieprotocol beschrijft zo gedetailleerd mogelijk:
1.3. Opbouw informatieprotocol
Nogmaals, de in dit protocol vastgelegde beleidsinformatie biedt een basis voor gemeenten voor hun informatie-uitvraag aan het AMHK. Gemeenten zullen naast deze basisinformatie ook aanvullende informatievragen aan het AMHK willen stellen.
Ook is in het informatieprotocol opgenomen (hoofdstuk 5) welke contactgegevens de AMHK’s over zichzelf aan het CBS moeten leveren. Deze gegevens heeft het CBS nodig om bij de AMHK’s de halfjaarlijkse gegevensuitvraag voor de beleidsinformatie AMHK te kunnen doen.
Het informatieprotocol wordt beheerd door het ministerie van VWS. In praktijk vindt het beheer plaats in afstemming met:
Het informatieprotocol bestaat uit twee delen:
Het informatieprotocol bestaat uit twee delen:
1. Inleiding
Toelichting:
2. Gegevens over adviezen
De beleidsinformatie is bedoeld voor gemeenten en de betrokken departementen om inzicht te krijgen in het functioneren van de AMHK’s en, in bredere zin, als ondersteuning voor de beleidsontwikkeling voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. De in dit protocol vastgelegde beleidsinformatie biedt een basis voor gemeenten voor hun informatie-uitvraag aan het AMHK. Gemeenten zullen naast deze basisinformatie ook aanvullende informatievragen aan hun AMHK willen stellen. Artikel 4.3.1 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 bepaalt dat de gegevens voor de beleidsinformatie door het AMHK worden verstrekt aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het CBS verwerkt deze gegevens tot statistieken en rapportages en publiceert deze zodat iedereen daar gebruik van kan maken. De microdata (informatie op persoons- of instellingsniveau) komen niet ter beschikking. Onderzoek op dit soort data is wel mogelijk via de zogenaamde remote access voor organisaties die daarvoor door het CBS geautoriseerd zijn. Ook dan geldt echter dat de gegevens die worden gepubliceerd naar aanleiding van dit onderzoek nog steeds niet tot een persoon of instelling te herleiden mogen zijn.
De beleidsinformatie betreft informatie over het aantal adviezen dat het AMHK heeft gegeven, evenals het aantal meldingen dat bij Veilig Thuis is gedaan en het aantal onderzoeken dat het AMHK heeft uitgevoerd. Daarnaast wordt een aantal kenmerken van deze adviezen, meldingen en onderzoeken in beeld gebracht. Een deel van de gegevens, namelijk die over adviezen, betreft anonieme, niet aan een persoon gerelateerde gegevens. Op de andere twee onderdelen gaat het om het verstrekken van persoonsgegevens, namelijk het BSN, de geboortedatum en het geslacht van de persoon of personen waarover een melding is gedaan en van de persoon of personen waarop het onderzoek betrekking had.
Deel 1 sluit af met hoofdstuk 5 waarin de contactgegevens staan weergegeven die het CBS nodig heeft over de AMHK’s zelf.
In artikel 4.2.12 van de Wmo 2015 is opgenomen dat het AMHK (ook Veilig Thuis genoemd)1In 2014 ontstond discussie over de naam AMHK. In overleg met het veld heeft de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) gekozen om het AMHK: ‘Veilig Thuis’ te noemen met als ondertitel ‘advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling’. Deze naam heeft in het veld een breed draagvlak. In het informatieprotocol wordt daarom gesproken over Veilig Thuis: hiermee wordt het AMHK in de zin van de Wmo 2015 bedoeld. kosteloos gegevens verstrekt ten behoeve van beleidsinformatie voor o.a. gemeenten, het inisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Veiligheid en Justitie.
De beleidsinformatie is bedoeld voor gemeenten en de betrokken departementen om inzicht te krijgen in het functioneren van de AMHK’s en, in bredere zin, als ondersteuning voor de beleidsontwikkeling voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. De in dit protocol vastgelegde beleidsinformatie biedt een basis voor gemeenten voor hun informatie-uitvraag aan het AMHK. Gemeenten zullen naast deze basisinformatie ook aanvullende informatievragen aan hun AMHK willen stellen. Artikel 4.3.1 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 bepaalt dat de gegevens voor de beleidsinformatie door het AMHK worden verstrekt aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het CBS verwerkt deze gegevens tot statistieken en rapportages en publiceert deze zodat iedereen daar gebruik van kan maken. De microdata (informatie op persoons- of instellingsniveau) komen niet ter beschikking. Onderzoek op dit soort data is wel mogelijk via de zogenaamde remote access voor organisaties die daarvoor door het CBS geautoriseerd zijn. Ook dan geldt echter dat de gegevens die worden gepubliceerd naar aanleiding van dit onderzoek nog steeds niet tot een persoon of instelling te herleiden mogen zijn.
2.1. Definitie van advies
Ook is in het informatieprotocol opgenomen (hoofdstuk 5) welke contactgegevens de AMHK’s over zichzelf aan het CBS moeten leveren. Deze gegevens heeft het CBS nodig om bij de AMHK’s de halfjaarlijkse gegevensuitvraag voor de beleidsinformatie AMHK te kunnen doen.
Dit informatieprotocol beschrijft zo gedetailleerd mogelijk:
In artikel 4.2.12 van de Wmo 2015 is opgenomen dat het AMHK (ook Veilig Thuis genoemd)1In 2014 ontstond discussie over de naam AMHK. In overleg met het veld heeft de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) gekozen om het AMHK: ‘Veilig Thuis’ te noemen met als ondertitel ‘advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling’. Deze naam heeft in het veld een breed draagvlak. In het informatieprotocol wordt daarom gesproken over Veilig Thuis: hiermee wordt het AMHK in de zin van de Wmo 2015 bedoeld. kosteloos gegevens verstrekt ten behoeve van beleidsinformatie voor o.a. gemeenten, het inisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Veiligheid en Justitie.
De beleidsinformatie is bedoeld voor gemeenten en de betrokken departementen om inzicht te krijgen in het functioneren van de AMHK’s en, in bredere zin, als ondersteuning voor de beleidsontwikkeling voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. De in dit protocol vastgelegde beleidsinformatie biedt een basis voor gemeenten voor hun informatie-uitvraag aan het AMHK. Gemeenten zullen naast deze basisinformatie ook aanvullende informatievragen aan hun AMHK willen stellen. Artikel 4.3.1 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 bepaalt dat de gegevens voor de beleidsinformatie door het AMHK worden verstrekt aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het CBS verwerkt deze gegevens tot statistieken en rapportages en publiceert deze zodat iedereen daar gebruik van kan maken. De microdata (informatie op persoons- of instellingsniveau) komen niet ter beschikking. Onderzoek op dit soort data is wel mogelijk via de zogenaamde remote access voor organisaties die daarvoor door het CBS geautoriseerd zijn. Ook dan geldt echter dat de gegevens die worden gepubliceerd naar aanleiding van dit onderzoek nog steeds niet tot een persoon of instelling te herleiden mogen zijn.
1.1. Aanleiding
Per 1 januari 2015 is de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) in werking getreden. Hierin wordt omschreven dat het college zorgdraagt voor het inrichten van een Veilig Thuis-organisatie. Hiernaast verstrekt Veilig Thuis kosteloos gegevens ten behoeve van beleidsinformatie aan gemeenten, de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Minister van Justitie en Veiligheid (JenV) (artikel 4.2.12, lid 1, Wmo 2015).
De Veilig Thuis-organisaties zijn in transformatie. Veilig Thuis-organisaties ontwikkelen zich tot organisaties die vanuit het perspectief van de veiligheid van betrokkenen, in overleg met de andere partijen in de keten, de voor de veiligheid benodigde interventies bepalen.
Deze transformatie is volop in ontwikkeling. Voor een deel is deze transformatie concreet geworden in het kwaliteitskader ‘Zicht op veiligheid’ dat het Landelijk Netwerk Veilig Thuis1Het Netwerk Veilig Thuis is het samenwerkingsverband van de 26 Veilig Thuis-organisaties in Nederland vaststelde in juli 2016. In het Handelingsprotocol 2.0, ingaande per 2019, staat de ontwikkeling en werkwijze van de Veilig Thuis-organisaties beschreven.
De beleidsinformatie is bedoeld voor gemeenten en de betrokken departementen als ondersteuning voor de beleidsontwikkeling voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. De in dit protocol vastgelegde beleidsinformatie biedt een basis voor gemeenten voor hun informatiebehoefte van Veilig Thuis. Gemeenten zullen naast deze basisinformatie ook aanvullende informatievragen aan hun Veilig Thuis-organisatie willen stellen.
De beleidsinformatie Veilig Thuis betreft informatie over het aantal adviezen dat Veilig Thuis heeft gegeven, evenals het aantal casussen waarover Veilig Thuis een of meerdere meldingen heeft gekregen en daarin ondernomen activiteiten. Daarnaast wordt een aantal kenmerken van deze adviezen en casussen in beeld gebracht. Een deel van de gegevens, namelijk die over adviezen, betreft anonieme, niet aan een persoon gerelateerde gegevens.
Bij de casussen gaat het om het verstrekken van persoonsgegevens, namelijk het burgerservicenummer (BSN), de geboortedatum en het geslacht van de persoon of personen waarover een melding is gedaan en van de persoon of personen waarop de Veilig Thuis-activiteiten betrekking had, in het Handelingsprotocol 2.0 de zogenoemde directbetrokkenen.
1.3. Opbouw informatieprotocol
In artikel 4.3.2. van datzelfde Uitvoeringsbesluit is omschreven om welke gegevens het gaat. In artikel 7 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 is bepaald op welke wijze deze gegevens aan het CBS moeten worden geleverd en verwijzend naar het in de bijlage opgenomen informatieprotocol. Onderhavig informatieprotocol Veilig Thuis is de bijlage horend bij dit artikel.
1.3. Opbouw informatieprotocol
Het informatieprotocol wordt beheerd door het ministerie van VWS. In praktijk vindt het beheer plaats in afstemming met:
Er wordt door het ministerie van VWS een adviescommissie samengesteld ten behoeve van het beheer van het informatieprotocol en de (duiding) van de beleidsinformatie van Veilig Thuis.
Toelichting:
Dit informatieprotocol beschrijft zo gedetailleerd mogelijk:
In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van alle gegevens die aangeleverd moeten worden. Tussen haakjes is aangegeven in welke paragraaf van het informatieprotocol de gegevens nader worden omschreven.
Toegevoegd zijn voor de leesbaarheid van de eindgebruiker twee bijlagen welke hun oorsprong vinden in het Handelingsprotocol 2.0; definities Huiselijk geweld en kindermishandeling zoals die door Veilig Thuis worden gehanteerd en instructie anonimiseren.
3. Gegevens over meldingen/Triagebesluiten
Bij het leveren van gegevens aan het CBS krijgt elk gegeven advies een voor het betreffende het AMHK uniek identificatienummer.
Het informatieprotocol bestaat uit twee delen:
Toelichting:
Toelichting:
2.2. Aanleiding om advies te vragen bij het AMHK
In feite worden er drie sets met gegevens aan het CBS geleverd, samengevoegd in één bestand:
De drie sets met gegevens worden ieder in een apart hoofdstuk uitgewerkt. Een aantal begrippen komt in meerdere sets voor. Voor de leesbaarheid is er voor gekozen om deze begrippen te herhalen. Per set gegevens zijn de begrippen dan compleet, zodat de lezer niet hoeft te bladeren. De uitwerking van de begrippen verschilt echter niet.
Deel 1 sluit af met hoofdstuk 5 waarin de contactgegevens staan weergegeven die het CBS nodig heeft over de Veilig Thuis-organisaties zelf.
Het VNG-model handelingsprotocol voorziet niet in meerdere contactmomenten met iemand die advies vraagt.
2.2. Aanleiding om advies te vragen bij het AMHK
Aan het CBS worden uitsluitend gegevens over afgesloten adviezen geleverd.
Artikel 4.1.1, eerste lid, van de Wmo 2015 bepaalt dat het college zorg draagt voor de organisatie van een Veilig Thuis-organisatie. Eén van de taken van Veilig Thuis is het geven van advies en zo nodig bieden van ondersteuning aan ieder die in verband met een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling om dit advies vraagt (artikel 4.1.1, derde lid).
Toelichting:
In bijlage 1 van het VNG-Model Handelingsprotocol Veilig Thuis is de definitie van advies als volgt uitgewerkt:
Een advies is een op de behoefte van de adviesvrager afgestemde set van aanwijzingen, raadgevingen en tips met als doel de adviesvrager in staat te stellen zelf verder te kunnen handelen in situaties van huiselijk geweld of kindermishandeling of bij een vermoeden daarvan.
Bij het leveren van gegevens aan het CBS krijgt elk gegeven advies een voor de betreffende Veilig Thuis-organisatie uniek identificatienummer.
2.3. Aard van het geweld
Een afgesloten advies met meerdere contactmomenten wordt gedefinieerd als afgesloten als het laatste contactmoment over de onderhavige casus met de adviesvrager is geweest. Het laatste contactmoment wordt door Veilig Thuis in overleg met de adviesvrager bepaald.
3.1. Melding/Triage
De aard van het geweld en/of de mishandeling is een verbijzondering van de vorm van het huiselijke geweld of de kindermishandeling (zie 2.2.). Sommige opties zijn alleen van toepassing bij kindermishandeling, zoals pedagogische verwaarlozing, getuige van geweld in het gezin, Münchenhausen-by-proxy en vrouwelijke genitale verminking.
Als aanleiding om contact op te nemen met Veilig Thuis wordt een keuze gemaakt uit de volgende opties:
Toelichting:
3.1. Melding/Triage
3.7.1. Onderzoeksnummer
Niet-beroepsmatig:
Als aard van het geweld wordt een keuze gemaakt uit de volgende opties:
Toelichting:
3. Gegevens over meldingen/Triagebesluiten
Er zijn meerdere opties tegelijk per advies mogelijk. Zie ook paragraaf 3.3 en 4.4
Uit artikel 4.1.7 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 blijkt de termijn voor het afhandelen van een melding, een zogenaamd: een triagebesluit nemen.
Bij de hoedanigheid van adviesvrager wordt een keuze gemaakt uit één van de volgende opties:
3.1.1. Handelswijze zorgmeldingen politie
Niet-beroepsmatig:
Toelichting:
Er is steeds maar één optie per advies mogelijk. Zie ook paragraaf 3.4
3. Gegevens over meldingen/Triagebesluiten
Om in beeld te krijgen hoeveel meldingen er over huiselijk geweld of kindermishandeling, of een vermoeden daarvan, zijn gedaan bij Veilig Thuis worden gegevens uitgevraagd over de meldingen (triagebesluiten) die Veilig Thuis heeft behandeld. Per melding (triage) wordt aangegeven wat de aanleiding was om contact op te nemen met Veilig Thuis, wat de aard van het geweld en/of de mishandeling is, wat de hoedanigheid is van degene die contact heeft opgenomen met Veilig Thuis, de datum van de melding en de datum van het (triage)besluit. Tot slot wordt aangegeven op welke personen de melding betrekking had. Van deze personen worden BSN, geboortedatum en geslacht uitgevraagd.
3.1. Melding/Triage
Artikel 4.1.1, eerste lid, van de Wmo 2015 bepaalt dat het college zorg draagt voor de organisatie van een Veilig Thuis-organisatie. Eén van de taken van Veilig Thuis is fungeren als meldpunt voor gevallen of vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling (artikel 4.1.1, tweede lid, onderdeel a).
Uit artikel 4.1.7 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 blijkt de termijn waarbinnen een zogenaamd triagebesluit moet worden genomen.
In bijlage 1 van het VNG-Model Handelingsprotocol Veilig Thuis is de melding als volgt uitgewerkt:
Het kenbaar maken aan Veilig Thuis van een situatie of vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling met vermelding van de persoonsgegevens van de direct betrokkene(n).
De Veilig Thuis-organisaties sluiten pas een melding af als de hele casus al of niet na onderzoek geheelkan worden afgesloten. Om verwarring te voorkomen wordt in het informatieprotocol structureel gesproken over triage/melding, in de zin dat er binnen de op grond van de in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 vastgestelde termijn een beslissing is genomen over al of niet starten van een onderzoek naar kindermishandeling en/of huiselijk geweld.
3.6. Datum van het triage besluit (Vervolg melding)
Bij de in de verslagperiode afgesloten triages geldt dat deze geleverd moeten worden op het moment dat alle handelingen die direct betrekking hebben op de triage zelf zijn afgerond en geadministreerd, met uitsluiting van monitoring.
3.7. inhoud van het triagebesluit (vervolg melding)
Als het gekozen vervolg na een triagebesluit ongewijzigd blijft nav een tweede melding én er is gekozen voor onderzoek, dan dient het onderzoek te worden afgesloten binnen 5 dagen en tien weken vanaf de datum van de eerste melding.
Veel gemeenten kiezen ervoor om de afhandeling van zorgmeldingen van de politie (zowel jeugd als huiselijk geweld) door Veilig Thuis te laten uitvoeren. Veilig Thuis wordt daarmee het loket voor alle zorgmeldingen van de politie.
Deze meldingen moeten beschouwd worden als een daadwerkelijke melding bij Veilig Thuis en Veilig Thuis zal daarom een triage uitvoeren. De betreffende Veilig Thuis-organisaties dienen alle afgesloten triagebesluiten te leveren aan het CBS, dus inclusief de zorgmeldingen politie: mutaties politie en corv-meldingen van de politie.
Toelichting:
Elke melding krijgt een eigen triagebesluit en nummer. Elke melding moet binnen vijf dagen getriageerd worden. Meerdere meldingen over één casus moeten worden behandeld als aparte meldingen. Deze meldingen worden gevoegd bij het gekozen vervolg van de lopende casus (zie de opties bij 3.7).
Als er een tweede melding komt over dezelfde casus wordt die behandeld als een aparte melding die een eigen triagebesluit krijgt. Als dit tweede besluit leidt tot een wijziging voor het vervolg van deze casus, dan wordt dit ook genoteerd bij het eerste triagebesluit.Dat wil zeggen: het aanvankelijke triagebesluit wordt niet gewijzigd noch overgeschreven, maar in het dossier wordt opgenomen dat het vervolg is aangepast vanwege een tweede melding.
3.8. Onderzoeksnummer
Als onderzoek het gekozen vervolg is n.a.v. het eerste triagebesluit en als dit besluit wordt gewijzigdnav het triagebesluit op een tweede melding over dezelfde casus, dan wordt het onderzoek op basis van het eerste triagebesluit afgesloten.
Als het gekozen vervolg na een triagebesluit ongewijzigd blijft nav een tweede melding én er is gekozen voor onderzoek, dan dient het onderzoek te worden afgesloten binnen 5 dagen en tien weken vanaf de datum van de eerste melding.
Bij een tweede of derde melding over dezelfde casus wordt telkens het hoofdnummer van de casus aan het CBS geleverd zodat het CBS de meldingen en het gekozen vervolgtraject aan elkaar kan koppelen. Achtergrond hiervan is dat alle meldingen in beeld komen, maar wel gekoppeld kunnen worden aan het gekozen vervolg van de casus.
Als een casus door Veilig Thuis volledig is afgesloten kunnen er geen nieuwe meldingen meer aan worden toegevoegd.
3.2. Aanleiding om een melding te doen bij Veilig Thuis
Als aanleiding om een melding te doen bij Veilig Thuis wordt een keuze gemaakt uit de volgende opties:
Toelichting:
In feite betreft het hier verschillende vormen en aanleidingen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Er zijn meerdere opties tegelijk per melding mogelijk. Een uitgebreide toelichting op de eerste zeven bovenstaande keuzemogelijkheden is opgenomen in hoofdstuk 8. Zie ook paragraaf 2.2.
3.3. Aard van het geweld en/of de mishandeling
Bij de aard van het geweld en/of de mishandeling wordt gekozen uit de volgende opties:
Toelichting:
De aard van het geweld en/of de mishandeling is een verbijzondering van de vorm van het huiselijke geweld of de kindermishandeling (zie 3.2.). Sommige opties zijn alleen van toepassing bij kindermishandeling, zoals pedagogische verwaarlozing, getuige van geweld in het gezin, Münchhausen-by-proxy en vrouwelijke genitale verminking.
3.6. Datum van het triage besluit (Vervolg melding)
(dit wordt weergegeven als jjjjmmdd)
Bij de hoedanigheid van de melder wordt een keuze gemaakt uit één van de volgende opties:
Beroepsmatig, werkzaam bij:
Niet-beroepsmatig:
3.8. Onderzoeksnummer
Er is steeds maar één optie per melding mogelijk. Zie ook paragraaf 2.4
NB:
De datum van binnenkomst van de melding (telefonisch of schriftelijk of elektronisch), dus de dag waarop de melding van de situatie of het vermoeden van huiselijk geweld en/of kindermishandeling aan Veilig Thuis heeft plaatsgevonden.
(dit wordt weergegeven als jjjjmmdd)
Binnen de in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 vastgestelde termijn moet na ontvangst van een melding het AMHK op basis van de inhoud van de melding en op basis van een (risico/veiligheids) taxatie tot een (eerste) besluit komen over de noodzakelijke vervolgstappen naar aanleiding van de melding. Ook wordt door het AMHK een besluit genomen over welke instelling of professional de verantwoordelijkheid gaat nemen voor de uitvoering van de vervolgstappen.
De datum waarop de Veilig Thuis-organisaties als uitkomst van de triage besloten heeft hoe verder te handelen met betrekking tot de melding.
3.7. Inhoud van het triagebesluit (vervolg melding)
Na triageren zijn er verschillende uitkomsten mogelijk. In het triagebesluit wordt vastgelegd welk vervolg Veilig Thuis zal geven aan de melding. Hiervoor zijn de volgende opties mogelijk:
Aan het CBS worden uitsluitend afgeronde triagebesluiten geleverd.
NB:
Toelichting:
4.1. Datum start onderzoek
Binnen de in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 vastgestelde termijn moet men na ontvangst van een melding Veilig Thuis op basis van de inhoud van de melding en op basis van een (risico/veiligheids) taxatie tot een (eerste) besluit komen over de noodzakelijke vervolgstappen naar aanleiding van de melding. Ook wordt door Veilig Thuis een besluit genomen over welke instelling of professional de verantwoordelijkheid gaat nemen voor de uitvoering van de vervolgstappen.
4.2. Datum afronding onderzoek
Dit zijn de vermoedelijke pleger en het vermoedelijke slachtoffer, de minderjarige kinderen van de vermoedelijke pleger en/of slachtoffer, onafhankelijk of ze op het adres wonen waar het incident heeft plaatsgevonden of elders.
Met het triagebesluit om onderzoek te doen, optie 1 in voorgaande paragraaf, start de wettelijke termijn voor onderzoek (10 weken). De wet stelt dat een triage én onderzoek moet zijn afgerond binnen respectievelijk vijf dagen en 10 weken na de melding.
Om het triagebesluit en het onderzoek goed aan elkaar te kunnen koppelen is het nodig om te weten welke melding/triagebesluit bij welk onderzoek hoort. Hiervoor is het nodig om het onderzoeksnummer bij het triagebesluit te vermelden. Uiteraard moet dit onderzoeksnummer corresponderen met de informatie uit de gegevensset over onderzoeken, waar het betreffende onderzoek nader belicht wordt (zie paragraaf 4.1).
Ook worden de personen uitgevraagd meer- of minderjarig zijn en die naar het oordeel van de professional in een afhankelijkheidsrelatie staan tot de vermoedelijke pleger en/of slachtoffer. (Denk bijvoorbeeld aan een volwassen verstandelijk beperkt kind dat in een instelling woont en een bezoekregeling heeft voor het weekend).
Het veld heeft gevraagd om in beeld te brengen naar welke partij is doorverwezen.
3.10.1. Bsn
Er zijn meerdere opties per triagebesluit mogelijk.
Toelichting:
De betrokkenen bij het huiselijk geweld en/of kindermishandeling van de betreffende melding worden geregistreerd.
Dit zijn de vermoedelijke pleger en het vermoedelijke slachtoffer, de minderjarige kinderen van de vermoedelijke pleger en/of slachtoffer, onafhankelijk of ze op het adres wonen waar het incident heeft plaatsgevonden of elders.
4.3. Uitkomst onderzoek
Van deze personen worden het BSN, de geboortedatum en het geslacht opgevraagd in het gegevensbestand. Het betreft hier persoonsgegevens. Er wordt geen onderscheid gemaakt in de registratie tussen vermoedelijke pleger en slachtoffer.
De geboortedatum van de betrokken personen wordt weergegeven als JJJJMMDD.
4.8.2. Geboortedatum
Toelichting:
Indien er geen BSN bekend is, dan wordt in plaats van het BSN de code 000000000 genoteerd. Bij ongeboren kinderen wordt 999999999 genoteerd.
Per melding kunnen meerdere BSN’s worden genoteerd. Een melding kan namelijk betrekking hebben op meerdere personen tegelijk.
4. Gegevens over onderzoeken
3.10.2. Geboortedatum
4. Gegevens over onderzoeken
Toelichting:
Bij sommige personen is de exacte geboortedatum niet bekend. In die gevallen dient zoveel mogelijk informatie geleverd te worden. Dus als het geboortejaar en de geboortemaand wel bekend zijn, maar de geboortedag niet, dan dienen geboortejaar en maand geleverd te worden. Hetzelfde geldt als alleen het geboortejaar bekend is. Bij ongeboren kinderen wordt 99999999 genoteerd.
Zie ook paragraaf 4.6.2.
Het gaat hier om de daadwerkelijke startdatum, niet om de formele startdatum. De formele startdatum is gelijk aan de datum van het triagebesluit. In de praktijk van de AMHK’s kost het tijd voordat een zaak waarover het triagebesluit: onderzoek is genomen, is doorgezet naar een medewerker van het AMHK.
4.2. Datum afronding onderzoek
Zie ook paragraaf 4.6.3.
De datum wordt weergegeven als JJJJMMDD.
4.6. Gegevens over de personen waarop het onderzoek betrekking heeft
Bij het leveren van gegevens aan het CBS krijgt elk onderzoek een voor het betreffende Veilig Thuis uniek identificatienummer. Om het onderzoek en het triagebesluit goed aan elkaar te kunnen koppelen is het nodig om te weten welk onderzoek bij welke melding/triagebesluit hoort. Hiervoor is het nodig om het onderzoeksnummer zowel bij de melding/ triagebesluit als bij het onderzoek te vermelden (zie paragraaf 3.8).
NB: De casus hoeft niet al te zijn overgedragen aan derden. Tot de overdracht blijft het AMHK verantwoordelijk voor het zicht op de veiligheid maar het onderzoek is afgerond.
4.6. Gegevens over de personen waarop het onderzoek betrekking heeft
Artikel 4.1.1 eerste lid, van de Wmo 2015 bepaalt dat het college zorg draagt voor de organisatie van een Veilig Thuis-organisatie. Eén van de taken van Veilig Thuis is het naar aanleiding van een melding onderzoeken of er daadwerkelijk sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling (artikel 4.1.1, tweede lid, onderdeel b).
De wet stelt dat een triage én onderzoek moeten zijn afgerond binnen respectievelijk vijf dagen en 10 weken na de melding. De termijn voor onderzoek start zodra het triagebesluit tot onderzoek is genomen.
4.2. Datum afronding onderzoek
De dag waarop Veilig Thuis het onderzoek heeft afgerond is dezelfde als de waarop Veilig Thuis zich een oordeel heeft gevormd naar aanleiding van het onderzoek over:
De datum wordt weergegeven als JJJJMMDD.
4.6.1. Bsn
Toelichting:
Het doel van onderzoek is te beoordelen:
4.6.2. Geboortedatum
4.4. Aard van het geweld en/of de mishandeling
4.5. Vervolg na het onderzoek
Toelichting:
Voor de uitkomst van het onderzoek of er sprake is van huiselijk geweld en/of kindermishandeling gelden de volgende keuzeopties.
Toelichting:
Bij de eerste en vijfde keuze-optie geldt dat er vermoedens zijn van huiselijk geweld en/of kindermishandeling, maar dat deze vermoedens niet voldoende onderbouwd kunnen worden.
4.5. Vervolg na het onderzoek
Het kan zijn dat het onderzoek wordt afgesloten zonder dat het is afgerond. Hiervoor zijn de laatste twee opties.
Er zijn meerdere opties tegelijk mogelijk per onderzoek.
Naast vaststelling of er sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt in het onderzoek ook vastgesteld:
4.6.1. Bsn
Toelichting:
Het gaat in dit geval om de aard van het geweld en/of de mishandeling zoals in het onderzoek is vastgesteld. Dit houdt in dat als het onderzoek uitwijst dat er geen sprake is van huiselijk geweld en/of kindermishandeling, of dat het onderzoek het huiselijk geweld en/of de kindermishandeling niet bevestigd, er ook geen aard van dit geweld of de mishandeling is opgenomen.
4.6. Gegevens over de personen waarop het onderzoek betrekking heeft
Er zijn meerdere opties tegelijk per onderzoek mogelijk. Zie ook paragraaf 3.3.
Dit zijn de vermoedelijke pleger en het vermoedelijke slachtoffer, de minderjarige kinderen van de vermoedelijke pleger en/of slachtoffer onafhankelijk of ze op het adres wonen waar het incident heeft plaatsgevonden of elders.
4.6.2. Geboortedatum
Er kan gekozen worden uit de volgende keuzeopties:
Toelichting:
Het betreft het vervolg voor alle betrokkenen. Het kan zijn dat betrokkene(n) al hulp kregen van één van bovenstaande instanties ten tijde van de melding en/of de uitvoering van het onderzoek. Ook in deze gevallen wordt het besluit voor het vervolg geregistreerd (keuzeoptie: Hulp al aanwezig).
Zie ook paragraaf 3.9.
4.6.1. Bsn
Het unieke persoonsnummer van de betrokken persoon of personen zoals die staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP).
De betrokkenen bij het huiselijk geweld en/of kindermishandeling van het betreffende onderzoek worden geregistreerd.
4.6.3. Geslacht
Ook worden de personen meegenomen die meer- of minderjarig zijn en die naar het oordeel van de professional in een afhankelijkheidsrelatie staan tot de vermoedelijke pleger en/of slachtoffer (denk bijvoorbeeld aan een volwassen verstandelijk beperkt kind dat in een instelling woont en een bezoekregeling heeft voor het weekend).
Van deze personen worden het BSN, de geboortedatum en het geslacht opgevraagd in het gegevensbestand. Het betreft hier persoonsgegevens.
Er wordt geen onderscheid gemaakt in de registratie tussen vermoedelijke pleger en slachtoffer.
4.6.1. Burgerservicenummer (BSN)
Het unieke persoonsnummer van de betrokken persoon of personen zoals die staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP).
Toelichting:
4.6.3. Geslacht
Bij ongeboren kinderen wordt 999999999 genoteerd.
6.1. Aanleverproces
De gemeenten dienen de contactgegevens van Veilig Thuis aan het CBS door te geven. Aangezien het AMHK regionaal is georganiseerd, wijst elke regio een gemeente aan die de contactgegevens aan het CBS levert en deze op verzoek van het CBS periodiek controleert.6In de praktijk blijkt dat de contacten vaak rechtsreeks tussen het AMHK en het CBS worden gelegd. Niettemin is de gemeente verantwoordelijk.
De geboortedatum van de persoon weergegeven als JJJJMMDD.
Toelichting:
6. Wijze waarop de aanlevering van gegevens dient plaats te vinden
De gegevens voor de beleidsinformatie over het AMHK dienen twee keer per jaar bij CBS aangeleverd te worden. Hiervoor zijn er twee verslagperiodes:
Het betreft hier het geslacht van de personen betrokken bij de melding. De volgende keuzeopties gelden:
Zie ook paragraaf 3.10.3.
Artikel 4.3.1 lid 1 van de het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 bepaalt dat de AMHK’s de structurele verstrekking van gegevens voor de beleidsinformatie op elektronische wijze aanleveren bij het CBS.
Om de Veilig Thuis-organisaties periodiek te kunnen benaderen met het verzoek om gegevens te verstrekken en om eventueel contact op te nemen ter controle, heeft het CBS een aantal gegevens over de Veilig Thuis-organisaties zelf nodig.
6.2. Privacybescherming
Het betreft de volgende gegevens per Veilig Thuis-organisatie:
Deel 2. Aanleverproces en technische eisen
De levering en verwerking van gegevens door het AMHK voor de beleidsinformatie AMHK in het kader van de Wmo 2015, is geregeld in de Wmo 2015 en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Daarin is met het oog op de bescherming van de privacy bepaald welke persoonsgegevens verwerkt mogen worden en met welk doel. Daarnaast regelt de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek op welke wijze het CBS de gegevens mag verwerken en welke voorschriften van toepassing zijn als het gaat om het publiceren van deze gegevens.
De door CBS gepubliceerde gegevens zijn nooit tot een persoon herleidbaar. De gepubliceerde gegevens zijn ook niet tot organisaties herleidbaar, tenzij de organisaties daar toestemming voor geven.
6.3. Verslagperiodes
Het CBS schrijft alle Veilig Thuis-organisaties aan. Het CBS verzoekt in dit schrijven de gegevens voor de beleidsinformatie Veilig Thuis bij hen aan te leveren. In deze brief staat vermeld om welke gegevens het gaat en wanneer de gegevens uiterlijk bij het CBS aangeleverd moeten zijn. Ook bevat de brief informatie over hoe de Veilig Thuis-organisaties de gegevens aan dienen te leveren. In feite betreft het een nadere uitwerking van de informatie zoals opgenomen in deel 1 en 2 van het onderhavige informatieprotocol.
Er wordt door de Veilig Thuis-organisaties gebruik gemaakt van de beveiligde upload-voorziening die het CBS daarvoor ter beschikking heeft gesteld. Meer informatie hierover is opgenomen in deel 2 van dit informatieprotocol.
Achterlating:
Het aanleveren van de gegevens aan het CBS is verplicht op grond van artikel 4.2.12 van de Wmo 2015 en artikel 3 van de Wet op het Centraal bureau voor de Statistiek.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Hoofdstuk 3. Beveiligingseisen gegevensverwerking
Hoofdstuk 4. AMHK’s
Paragraaf 1. financiële verantwoording
Paragraaf 2. beleidsinformatie AMHK’s
Hoofdstuk 5. Cliëntervaringsonderzoek maatschappelijke ondersteuning
Hoofdstuk 6. Indexatie bedragen beschermd wonen
Hoofdstuk 6. Bedragen beschermd wonen en overgangsrecht Wmo 2015 AWBZ
Hoofdstuk 7. Wijzigingsbepalingen
Bijlage. behorende bij artikel 7 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015
1. Inleiding
In artikel 4.2.12 van de Wmo 2015 is opgenomen dat het AMHK kosteloos gegevens verstrekt ten behoeve van beleidsinformatie voor o.a. gemeenten, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Veiligheid en Justitie.
1.1. Aanleiding
In artikel 4.2.12 van de Wmo 2015 is opgenomen dat het AMHK (ook Veilig Thuis genoemd)1In 2014 ontstond discussie over de naam AMHK. In overleg met het veld heeft de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) gekozen om het AMHK: ‘Veilig Thuis’ te noemen met als ondertitel ‘advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling’. Deze naam heeft in het veld een breed draagvlak. In het informatieprotocol wordt daarom gesproken over Veilig Thuis: hiermee wordt het AMHK in de zin van de Wmo 2015 bedoeld. kosteloos gegevens verstrekt ten behoeve van beleidsinformatie voor o.a. gemeenten, het inisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Veiligheid en Justitie.
1.2. Doel en beheer
Dit informatieprotocol beschrijft zo gedetailleerd mogelijk:
Deel 1. Gegevensdefinities
In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van alle gegevens die aangeleverd moeten worden. Tussen haakjes is aangegeven in welke paragraaf van het informatieprotocol de gegevens nader worden omschreven.
Deel 1. Gegevensdefinities
Toelichting:
1.1. Aanleiding
In artikel 4.2.12 van de Wmo 2015 is opgenomen dat het AMHK (ook Veilig Thuis genoemd)1In 2014 ontstond discussie over de naam AMHK. In overleg met het veld heeft de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) gekozen om het AMHK: ‘Veilig Thuis’ te noemen met als ondertitel ‘advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling’. Deze naam heeft in het veld een breed draagvlak. In het informatieprotocol wordt daarom gesproken over Veilig Thuis: hiermee wordt het AMHK in de zin van de Wmo 2015 bedoeld. kosteloos gegevens verstrekt ten behoeve van beleidsinformatie voor o.a. gemeenten, het inisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Veiligheid en Justitie.
2.1. Definitie van advies
De beleidsinformatie betreft informatie over het aantal adviezen dat het AMHK heeft gegeven, evenals het aantal meldingen dat bij Veilig Thuis is gedaan en het aantal onderzoeken dat het AMHK heeft uitgevoerd. Daarnaast wordt een aantal kenmerken van deze adviezen, meldingen en onderzoeken in beeld gebracht. Een deel van de gegevens, namelijk die over adviezen, betreft anonieme, niet aan een persoon gerelateerde gegevens. Op de andere twee onderdelen gaat het om het verstrekken van persoonsgegevens, namelijk het BSN, de geboortedatum en het geslacht van de persoon of personen waarover een melding is gedaan en van de persoon of personen waarop het onderzoek betrekking had.
1. Inleiding
In artikel 4.2.12 van de Wmo 2015 is opgenomen dat het AMHK (ook Veilig Thuis genoemd)1In 2014 ontstond discussie over de naam AMHK. In overleg met het veld heeft de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) gekozen om het AMHK: ‘Veilig Thuis’ te noemen met als ondertitel ‘advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling’. Deze naam heeft in het veld een breed draagvlak. In het informatieprotocol wordt daarom gesproken over Veilig Thuis: hiermee wordt het AMHK in de zin van de Wmo 2015 bedoeld. kosteloos gegevens verstrekt ten behoeve van beleidsinformatie voor o.a. gemeenten, het inisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Veiligheid en Justitie.
2. Gegevens over adviezen
In artikel 4.3.1, lid 1 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is bepaald dat de structurele verstrekking van gegevens voor de beleidsinformatie door Veilig Thuis plaatsvindt op elektronische wijze aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In artikel 4.3.1 lid 2 is bepaald dat de departementen en de colleges geen informatie opvragen die al aan het CBS structureel is geleverd.
2.1. Definitie van advies
Elke Veilig Thuis-organisatie levert elk halfjaar aan het CBS de gegevens zoals beschreven in dit Informatieprotocol. Het CBS verwerkt deze gegevens tot statistieken en rapportages en publiceert deze zodat iedereen daar gebruik van kan maken. Microdata (informatie op persoonsniveau) komen nooit in de openbaarheid. De inhoud van alle statistieken en rapportages die gepubliceerd worden, is niet herleidbaar tot een individu. Onderzoek op dit soort data is wel mogelijk via de zogenaamde remote access voorziening van het CBS, voor organisaties die daarvoor door het CBS geautoriseerd zijn. Ook dan geldt echter dat de gegevens die worden gepubliceerd naar aanleiding van dit onderzoek nog steeds niet tot een persoon te herleiden mogen zijn.
2. Gegevens over adviezen
Ook is in het informatieprotocol opgenomen (hoofdstuk 5) welke contactgegevens de Veilig Thuis-organisaties over zichzelf aan het CBS moeten leveren. Deze gegevens heeft het CBS nodig om bij de Veilig Thuis-organisaties de halfjaarlijkse gegevensuitvraag voor de beleidsinformatie Veilig Thuis te kunnen doen.
3. Gegevens over meldingen/Triagebesluiten
In dit deel zijn alle definities nader uitgewerkt van de begrippen waarover Veilig Thuis gegevens dient aan te leveren. Waar van toepassing is aangegeven welke keuzeopties Veilig Thuis dient te hanteren, bijvoorbeeld bij de aard van het geweld of de mishandeling, inclusief de codes die het CBS voor deze opties hanteert. Deze codes zijn ook terug te vinden in de Bestandsdefinitie Veilig Thuis van het CBS, waarin de specificaties van de aan te leveren bestanden voor de beleidsinformatie Veilig Thuis beschreven zijn.
2. Gegevens over adviezen
Om in beeld te hebben hoe vaak Veilig Thuis een advies geeft in verband met een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling, worden gegevens uitgevraagd over de adviezen die Veilig Thuis heeft gegeven. Per advies wordt aangegeven wat de aanleiding was om contact op te nemen met Veilig Thuis (vorm van huiselijk geweld en/of kindermishandeling), de aard van het geweld (een inschatting) en wat de hoedanigheid is van degene die met Veilig Thuis contact heeft opgenomen (adviesvrager). Geen van deze gegevens zijn persoonsgegevens.
3.5. Datum melding
Het VNG-model handelingsprotocol voorziet niet in meerdere contactmomenten met iemand die advies vraagt.
3.1.2. meerdere meldingen over één casus
Aan het CBS worden uitsluitend gegevens over afgesloten adviezen geleverd.
2.4. Hoedanigheid van de adviesvrager
Veilig Thuis wordt ook vaak om advies gevraagd voor andere veiligheidsproblematiek dan huiselijk geweld of kindermishandeling, bijvoorbeeld een school die belt met zorgen over een suïcidale leerling. Deze adviezen kunnen worden opgenomen onder de categorie: andere problematiek dan huiselijk geweld of kindermishandeling.
3.3. Aard van het geweld en/of de mishandeling
De aard van het geweld en/of de mishandeling is een verbijzondering van de vorm van het huiselijke geweld of de kindermishandeling (zie 2.2.). Sommige opties zijn alleen van toepassing bij kindermishandeling, zoals pedagogische verwaarlozing, getuige van geweld in het gezin, Münchhausen-by-proxy en vrouwelijke genitale verminking.
3.1.2. meerdere meldingen over één casus
Beroepsmatig, werkzaam bij:
3.1.2. meerdere meldingen over één casus
Aan het CBS worden uitsluitend afgesloten triages doorgeleverd, ook als niet alle onderliggende of bijbehorende informatie meegeleverd kan worden.
3.1.1. Handelswijze zorgmeldingen politie
Bij het leveren van gegevens aan het CBS krijgt elke melding/triagebesluit een voor de betreffende AMHK’s uniek identificatienummer.
3.2. Aanleiding om een melding te doen bij het AMHK
Aan het CBS worden uitsluitend afgesloten triages doorgeleverd, ook als niet alle onderliggende of bijbehorende informatie meegeleverd kan worden.
Bij het leveren van gegevens aan het CBS krijgt elke melding/triagebesluit een voor de betreffende Veilig Thuis-organisatie uniek identificatienummer.
3.2. Aanleiding om een melding te doen bij het AMHK
3.8. Onderzoeksnummer
Er zijn meerdere opties tegelijk mogelijk per melding. Zie ook paragraaf 2.3 en 4.4
4.2. Aanleiding om contact op te nemen met het AMHK
Niet-beroepsmatig:
3.5. Datum melding
Er zijn meerdere opties tegelijk mogelijk per melding. Zie ook paragraaf 2.3 en 4.4
3.10.2. Geboortedatum
Toelichting:
3.5. Datum melding
In het VNG-handelingsprotocol is de volgende definitie van het triagebesluit opgenomen.
3.10.2. Geboortedatum
Hier gelden de volgende keuzeopties:
4.8.1. Bsn
Ook worden de personen uitgevraagd die meer- of minderjarig zijn en die naar het oordeel van de professional in een afhankelijkheidsrelatie staan tot de vermoedelijke pleger en/of slachtoffer. (Denk bijvoorbeeld aan een volwassen verstandelijk beperkt kind dat in een instelling woont en een bezoekregeling heeft voor het weekend).
3.10.1. Burgerservicenummer (BSN)
Het unieke persoonsnummer van de betrokken personen zoals die staat of stond ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP).
Zie ook paragraaf 4.6.3.
De geboortedatum van de betrokken personen wordt weergegeven als JJJJMMDD.
4.1. Datum start onderzoek
Deel 2. Aanleverproces
4. Gegevens over onderzoeken
Om zicht te hebben op het aantal onderzoeken dat Veilig Thuis uitvoert en op de uitkomst en het vervolg hiervan, wordt een aantal gegevens over de uitgevoerde onderzoeken uitgevraagd. Het betreft de start- en einddatum van de onderzoeken, de uitkomst ervan en indien van toepassing de aard van het geweld of de mishandeling en het vervolg voor de betrokkene(n). Ook wordt uitgevraagd over welke personen het onderzoek gaat. Daartoe worden het BSN, de geboortedatum en het geslacht van deze personen opgenomen in het gegevensbestand.
Het gaat hier om de daadwerkelijke startdatum, niet om de formele startdatum. De formele startdatum is gelijk aan de datum van het triagebesluit. In de praktijk van de Veilig Thuis-organisaties kost het tijd voordat een zaak waarover het triagebesluit: onderzoek is genomen, is doorgezet naar een medewerker van Veilig Thuis.
4.4. Aard van het geweld en/of de mishandeling
De datum waarop deze besluiten zijn genomen, geldt als de datum van de afronding onderzoek (= datum onderzoeksbesluit in de ict systemen).
4.6.1. Bsn
NB: De casus hoeft niet al te zijn overgedragen aan derden. Tot de overdracht blijft Veilig Thuis verantwoordelijk voor het zicht op de veiligheid, maar het onderzoek is afgerond.
4.5. Vervolg na het onderzoek
Uiterlijk binnen 5 dagen en 10 weken na ontvangst van de melding moet Veilig Thuis besluiten, op basis van de bovenstaande beoordeling, welke instelling of professional de verantwoordelijkheid gaat nemen voor de uitvoering van de ondersteuning, hulp, behandeling of maatregelen die nodig zijn voor alle betrokkenen om te komen tot duurzame veiligheid en tot herstel van de gevolgen van het huiselijk geweld of de kindermishandeling voor betrokkenen.
In het kwaliteitskader Veilig Thuis – zicht op veiligheid4Kwaliteitskader wachtlijsten Veilig Thuis: schriftelijk wordt aan Veilig Thuis bevestigd dat de overdracht van een zaak is ontvangen, in die zaken waar Veilig Thuis conform hetgeen is opgenomen in paragraaf 3.2, alleen schriftelijk overdraagt. is geregeld dat Veilig Thuis verantwoordelijk blijft voor het zicht op de veiligheid van het cliëntsysteem in de casus, totdat het vervolgtraject is belegd bij het cliëntsysteem of een professional. Dat betekent niet per sé dat het hulptraject ook feitelijk is gestart. Het onderzoek is echter afgesloten.
4.6.2. Geboortedatum
4.6.3. Geslacht
4.5. Vervolg na het onderzoek
Bij de aard van het geweld en/of de mishandeling wordt gekozen uit de volgende opties:
Naast vaststelling of er sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt in het onderzoek ook vastgesteld:
6.2. Privacybescherming
4.6.2. Geboortedatum
NB: Meerdere opties zijn mogelijk. Alle vervolgen als gevolg van het onderzoek naar de casus, moeten worden aangevinkt (dus het vervolg voor alle betrokkenen bij de casus).
5. Gegevens over het AMHK
Dit zijn de vermoedelijke pleger en het vermoedelijke slachtoffer, de minderjarige kinderen van de vermoedelijke pleger en/of slachtoffer onafhankelijk of ze op het adres wonen waar het incident heeft plaatsgevonden of elders.
Per onderzoek kunnen meerdere BSN’s worden vermeld. Een onderzoek kan namelijk betrekking hebben op meerdere personen tegelijk. Zie ook paragraaf 3.10.1.
7. Technische eisen die gelden voor de gegevenslevering aan CBS
Bij sommige personen is de exacte geboortedatum niet bekend. In die gevallen dient zoveel mogelijk informatie geleverd te worden. Dus als het geboortejaar en de geboortemaand wel bekend zijn, maar de geboortedag niet, dan dienen geboortejaar en maand geleverd te worden. Hetzelfde geldt als alleen het geboortejaar bekend is. Bij ongeboren kinderen wordt 99999999 genoteerd. Zie ook paragraaf 4.6.2 en paragraaf 3.10.2.
4.6.3. Geslacht
6.1. Aanleverproces
De gemeenten dienen de contactgegevens van Veilig Thuis aan het CBS door te geven. Aangezien Veilig Thuis regionaal is georganiseerd, wijst elke regio een gemeente aan die de contactgegevens aan het CBS levert en deze op verzoek van het CBS periodiek controleert.6In de praktijk blijkt dat de contacten vaak rechtsreeks tussen Veilig Thuis en het CBS worden gelegd. Niettemin is de gemeente verantwoordelijk.
6.5. Correctie en aanvullingen op leveringen
De door CBS gepubliceerde gegevens zijn nooit tot een persoon herleidbaar. De gepubliceerde gegevens zijn ook niet tot organisaties herleidbaar, tenzij de organisaties daar toestemming voor geven.
Artikel 4.3.1, lid 1 van de het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 bepaalt dat de Veilig Thuis-organisaties de structurele verstrekking van gegevens voor de beleidsinformatie op elektronische wijze aanleveren bij het CBS.
6.4. Aanlevertermijnen
Het CBS is, in afstemming met gemeenten, verantwoordelijk voor een actueel landelijk databestand over de Veilig Thuis-organisaties die de gegevens voor beleidsinformatie moeten aanleveren.
6.2. Privacybescherming
De levering en verwerking van gegevens door Veilig Thuis voor de beleidsinformatie Veilig Thuis in het kader van de Wmo 2015, is geregeld in de Wmo 2015 en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Daarin is met het oog op de bescherming van de privacy bepaald welke persoonsgegevens verwerkt mogen worden en met welk doel. Daarnaast regelt de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek op welke wijze het CBS de gegevens mag verwerken en welke voorschriften van toepassing zijn als het gaat om het publiceren van deze gegevens.
De door het CBS gepubliceerde gegevens zijn nooit tot een persoon herleidbaar. De gepubliceerde gegevens zijn ook niet tot organisaties herleidbaar, tenzij de organisaties daar toestemming voor geven.
6.3. Verslagperiodes
De gegevens voor de beleidsinformatie over Veilig Thuis dienen twee keer per jaar bij het CBS aangeleverd te worden. Hiervoor zijn er twee verslagperiodes:
Alle gegevens die betrekking hebben op die voorgaande periode moeten worden aangeleverd, ook de gegevens die niet veranderd zijn. De aanname die het CBS doet is dat de nieuwe levering betere gegevens bevat over de voorgaande periode en dat daarom alle gegevens uit de oude levering overschreven mogen worden. Gegevens die wel in de eerdere levering zaten maar niet in de correctielevering, worden als verwijderd beschouwd.
7.1. Gebruik uploadvoorziening
Het aanleveren van de gegevens aan het CBS is verplicht op grond van artikel 4.2.12 van de Wmo 2015 en artikel 3 van de Wet op het Centraal bureau voor de Statistiek.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 2a
De cliënt sluit een schriftelijke overeenkomst met iedere derde die hij ten laste van zijn persoonsgebonden budget maatschappelijke ondersteuning laat verlenen, behalve voor zover reeds vervoer van een derde is betrokken of een hulp uit het sociaal netwerk maatschappelijke ondersteuning zal verlenen.
Overeenkomsten als bedoeld in het eerste lid, zijnde een arbeidsovereenkomst, overeenkomst van opdracht of overeenkomst van vervoer, worden opgesteld
volgens de meest recente door de Sociale verzekeringsbank vigerende vastgestelde toepasselijke modelovereenkomsten, die beschikbaar waren gesteld ten tijde van het afsluiten van die overeenkomst, en bevatten bovendien ten minste:
- a. een weergave van de wijze waarop de derde zal voorzien in de behoefte aan maatschappelijke ondersteuning van de cliënt;
- b. de verplichting dat een declaratie de vereiste gegevens, bedoeld in artikel 2b, vierde lid, bevat of, indien van toepassing, dat wordt gebruikgemaakt van periodiek maandbetalingen;
- c. een beding, inhoudende dat de gemeente een vordering heeft op de persoon die ten laste van het persoonsgebonden budget maatschappelijke ondersteuning levert, indien het persoonsgebonden budget naar aanleiding van toerekenbaar handelen van die persoon is ingetrokken of herzien, ter hoogte van het bedrag dat gelijk is aan het door die persoon vanwege dat toerekenbaar handelen ten laste van het persoonsgebonden budget ten onrechte ontvangen bedrag;
- d. indien de uitkering van vakantiebijslag als bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag van toepassing is, een beding, inhoudende dat in het te betalen bruto loon het vakantiegeld is verdisconteerd.
De overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, behoeft de goedkeuring van het college en de Sociale verzekeringsbank.
Het college kan de goedkeuring slechts geven indien de overeenkomst voldoet aan de eisen, bedoeld in het tweede lid.
De Sociale verzekeringsbank kan haar goedkeuring slechts onthouden wegens strijd met het recht, of in het belang van de uitvoerbaarheid van het persoonsgebonden budget of van het budgetbeheer, bedoeld in artikel 2.6.2, eerste lid, van de wet.
Een wijziging van een goedgekeurde overeenkomst wordt onmiddellijk aan de Sociale verzekeringsbank kenbaar gemaakt door middel van invulling van een daartoe door de Sociale verzekeringsbank beschikbaar gesteld modelformulier.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)