Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 12 december 2014, houdende regels voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Uitvoeringsregeling Wmo 2015)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-05-21
Laatst bijgewerkt 2026-05-23
State In force
Source BWB
artikelen 47
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
    1. Het in artikel 9, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 3.897.
    1. Het in artikel 9, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 6.061.
    1. De in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.609, 5,70%, € 2.490,16 en € 4.796,84.
    1. De in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.609, 5,70% en € 4.796,84.
    1. De in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.609, 5,70%, € 2.215,56 en € 4.796,84.
    1. De in artikel 10, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.189, € 20.941, 13,52% en € 20.941.
    1. De in artikel 10, tweede lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 2.314, € 20.941, 13,52% en € 20.941.
    1. Het in artikel 12, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 9.261.
    1. Het in artikel 12, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 11.059.
    1. Het in artikel 12, derde lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 7.065.
    1. Het in artikel 12, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 14.384.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3j
1.

Bij de bekostiging van aanbieders, bedoeld in artikel 2.6.7a, eerste lid, onderdeel a, van de wet kan het college gebruik maken van een:

  • a. inspanningsgerichte uitvoeringsvariant, of
  • b. outputgerichte uitvoeringsvariant.
2.

Bij gebruik van de inspanningsgerichte uitvoeringsvariant of de outputgerichte uitvoeringsvariant draagt het college ten aanzien van de financieringswijzen en administratieve processen en de wijze van gegevensuitwisseling, bedoeld in artikel 2.6.7a, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet zorg voor de toepassing van de iWmo.

3.

Toepassing van de iWmo houdt in ieder geval in dat er overeenkomstig de iWmo elektronisch berichtenverkeer is tussen gemeenten en de in het eerste lid bedoelde aanbieders bij het toewijzen, factureren en declareren, en leveren van producten, diensten of resultaten.

Artikel 3k

Indien de iWmo worden gewijzigd, wordt de wijziging van kracht vanaf het moment waarop deze openbaar is gemaakt door het Zorginstituut.

Paragraaf 1. financiële verantwoording

Paragraaf 1. financiële verantwoording

Hoofdstuk 5. Cliëntervaringsonderzoek maatschappelijke ondersteuning

Hoofdstuk 6. Bedragen beschermd wonen en overgangsrecht Wmo 2015 AWBZ

Hoofdstuk 7. Wijzigingsbepalingen

Hoofdstuk 8. Overgang- en slotbepalingen

Artikel 19a

In afwijking van artikel 3j, tweede lid, hoeven de iWmo niet te worden toegepast bij de uitvoering van contracten die door de contractspartijen zijn ondertekend voor de datum waarop deze regeling in werking treedt, behalve voor zover:

  • a. deze contracten volgens de gezamenlijke contractspartijen ruimte laten voor toepassing daarvan, of
  • b. deze contracten na de inwerkingtreding van deze regeling worden gewijzigd.

Bijlage A. bij artikel 7 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015

1. Inleiding

1.2. Doel en beheer

3.1.1. Handelwijze zorgmeldingen politie

7.1. Gebruik uploadvoorziening

6.5. Correctie en aanvullingen op leveringen

Een breed gedragen definitie ontbreekt nog. Op basis van signalen uit het veld is deze categorie aangepast (voorheen oudermishandeling) naar de mishandeling van ouders jonger dan 65 jaar door hun kinderen.

Werkdefinitie voor oudermishandeling13Vink en Goes, 2014: ‘Oudermishandeling is niet-incidenteel geweld in het gezin, gepleegd door een jeugdige van 12 tot 23 jaar, gericht op (een van) de ouders/verzorgers.

Het gaat om herhaaldelijk en ernstig geweld dat niet alleen vanuit de puberteit verklaard kan worden. Het geweld kan psychisch, fysiek en seksueel zijn, maar ook financiële uitbuiting betreffen. Uitgezonderd van de definitie zijn (ex-)partnergeweld, geweld tussen broers en zussen en ouderenmishandeling (deze vormen kunnen wel voorkomen naast het geweld tegen de ouders/verzorgers)’.

Voor kinderen die geweld plegen tegen hun ouders jonger dan 65 jaar is geen categorie. Daarom wordt onder deze categorie ook verstaan volwassenen die geweld tegen hun ouders gebruiken.

Bijlage B. bij artikel 12a van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015

    1. Het in artikel 9, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 3.897.
    1. Het in artikel 9, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 6.061.
    1. De in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.609, 5,70%, € 2.490,16 en € 4.796,84.
    1. De in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.609, 5,70% en € 4.796,84.
    1. De in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.609, 5,70%, € 2.215,56 en € 4.796,84.
    1. De in artikel 10, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.189, € 20.941, 13,52% en € 20.941.
    1. De in artikel 10, tweede lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 2.314, € 20.941, 13,52% en € 20.941.
    1. Het in artikel 12, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 9.261.
    1. Het in artikel 12, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 11.059.
    1. Het in artikel 12, derde lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 7.065.
    1. Het in artikel 12, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 14.384.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 2f

De gegevens die noodzakelijk zijn voor de vaststelling en de inning, bedoeld in artikel 2.1.4b, eerste lid, van de wet, worden door het college uiterlijk binnen één maand na de dag waarop de voorziening is verstrekt of, indien de leveringsvorm een persoonsgebonden budget betreft, uiterlijk binnen vier maanden na de ingangsdatum van de toekenning van dat budget door het college, aan het CAK verstrekt.

Artikel 2g
1.

Indien de gegevens door het college onjuist of onvolledig zijn ingediend bij het CAK, stuurt het CAK zo spoedig mogelijk na indiening een uitnodiging tot herstel aan het college.

2.

Het college dient zo spoedig na ontvangst van de uitnodiging, bedoeld in het eerste lid, het herstelde bericht bij het CAK in.

Artikel 2h
1.

Ten behoeve van de vaststelling en inning van de eigen bijdrage voor beschermd wonen, vergelijken het college en het CAK ten minste elke twee maanden hun administraties houdende de gegevens van de cliënten die noodzakelijk zijn voor de juiste uitvoering van hun taken.

2.

Indien naar aanleiding van de in het eerste lid genoemde vergelijking blijkt dat sprake is van onvolledige of onjuiste gegevens in de administraties, corrigeert het CAK of het college zo spoedig mogelijk na die vergelijking de gegevens in hun administratie.

Hoofdstuk 3b. Beperking uitvoeringslasten Wmo 2015

Paragraaf 2. beleidsinformatie AMHK’s

Hoofdstuk 5. Cliëntervaringsonderzoek maatschappelijke ondersteuning

Hoofdstuk 6. Bedragen beschermd wonen en overgangsrecht Wmo 2015 AWBZ

Artikel 13a

De bedragen, bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit, voor zover vastgesteld voor het lopende kalenderjaar, zijn de in bijlage B van deze regeling opgenomen bedragen.

Hoofdstuk 7. Wijzigingsbepalingen

Hoofdstuk 8. Overgang- en slotbepalingen

Artikel 22

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Wmo 2015.

Bijlage A. bij artikel 7 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015

2.2. Aanleiding om advies te vragen bij Veilig Thuis

3.9. Directe overdracht aan derden

4.6.1. Bsn

6. Wijze waarop de aanlevering van gegevens dient plaats te vinden

6.4. Aanlevertermijnen

7.2. Bestandsformaten en specificaties

7.1. Gebruik uploadvoorziening

Huwelijksdwang en achterlating

Huwelijksdwang is een religieus of wettelijk huwelijk waarbij de (voorbereidende) huwelijkshandelingen tegen de vrije wil van minstens een van de huwelijkskandidaten plaatshebben en waarmee onder een bepaalde vorm van dwang is ingestemd.14Cornelissen, Kuppens en Ferwerda, 2009

Huwelijksdwang is het dwingen van een meisje, jongen, vrouw of man tot een huwelijk. Bij huwelijksdwang hebben een of beide huwelijkspartners weinig of geen zeggenschap over de sluiting van het huwelijk, het huwelijk is tegen hun wil. Een weigering wordt vaak niet geaccepteerd.

Slachtoffers van huwelijksdwang hebben doorgaans niet alleen te maken met een gebrek aan vrije partnerkeuze, maar ook met een dwang om te trouwen, vaak voor een bepaalde leeftijd. Als jongeren vervolgens tegen de wil van hun ouders/familie toch kiezen voor een zelfgekozen partner, raken ze meestal het contact kwijt met de ouders of worden ze verstoten.

Meestal gaat het bij huwelijksdwang om ouders die hun dochter of zoon een huwelijk en/of een bepaalde partner opdringen. Vaak oefent op de achtergrond ook de familie of de etnische gemeenschap druk uit. Die druk kan subtiel tot zeer dwingend zijn.

Bijlage B. bij artikel 13a van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015

    1. Het in artikel 10, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 3.998.
    1. Het in artikel 10, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 6.219.
    1. De in artikel 11, eerste lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.642, 5,45%, € 2.510,45 en € 4.761,14.
    1. De in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.642, 5,45% en € 4.761,14.
    1. De in artikel 11, eerste lid, onderdeel c, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.642, 5,45%, € 2.237,80 en € 4.761,14.
    1. De in artikel 11, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.250, € 21.431, 13,55% en € 21.431.
    1. De in artikel 11, tweede lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 2.397, € 21.431, 13,55% en € 21.431.
    1. Het in artikel 13, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 9.653.
    1. Het in artikel 13, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 11.461.
    1. Het in artikel 13, derde lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 7.322.
    1. Het in artikel 13, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 14.866.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 6a

In afwijking van de artikelen 4 tot en met 6 is op de jaarverslaggeving van een Veilig Thuis-organisatie die tevens een zorgaanbieder is waarop artikel 40b van de Wet marktordening gezondheidszorg van toepassing is, de Regeling openbare jaarverantwoording WMG van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf 2. Beleidsinformatie Veilig Thuis

Hoofdstuk 6. Bedragen beschermd wonen en overgangsrecht Wmo 2015 AWBZ

Hoofdstuk 7. Wijzigingsbepalingen

Hoofdstuk 8. Overgang- en slotbepalingen

Artikel 19b

Artikel 6a, zoals dat artikel luidde op 31 december 2021, blijft van toepassing op de jaarverslaggeving over verslagjaar 2020.

Bijlage A. bij artikel 7 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015

3.10.3. Geslacht

4.1. Datum start onderzoek

8. Toelichting op de begrippen huiselijk geweld en kindermishandeling en verschillende vormen van geweld in huiselijke kring

Huwelijksdwang is een vorm van huiselijk geweld en van eergerelateerd geweld. Blijvend verzet tegen het huwelijk kan aanleiding zijn tot een gedwongen achterlating of eermoord.

Achterlating:

Bijlage B. bij artikel 13a van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015

    1. Het in artikel 10, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 3.998.
    1. Het in artikel 10, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 6.219.
    1. De in artikel 11, eerste lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.642, 5,45%, € 2.510,45 en € 4.761,14.
    1. De in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.642, 5,45% en € 4.761,14.
    1. De in artikel 11, eerste lid, onderdeel c, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.642, 5,45%, € 2.237,80 en € 4.761,14.
    1. De in artikel 11, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.250, € 21.431, 13,55% en € 21.431.
    1. De in artikel 11, tweede lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 2.397, € 21.431, 13,55% en € 21.431.
    1. Het in artikel 13, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 9.653.
    1. Het in artikel 13, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 11.461.
    1. Het in artikel 13, derde lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 7.322.
    1. Het in artikel 13, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 14.866.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

7. Technische eisen die gelden voor de gegevenslevering aan CBS

7.2. Bestandsformaten en specificaties

8. Toelichting op de begrippen huiselijk geweld en kindermishandeling en verschillende vormen van geweld in huiselijke kring

Het tegen de zin achterlaten in het land van herkomst (van de ouders) van jongeren, vooral van meisjes van 12-23 jaar; vaak wordt het paspoort of de verblijfsvergunning van het slachtoffer afgenomen om terugkeer naar het nieuwe thuisland te verhinderen.

Huwelijkse gevangenschap:

Naast het gedwongen worden om te trouwen, kan een persoon ook gedwongen worden om getrouwd te blijven. Een vrouw of man is in dat geval een huwelijk aangegaan en wil dit beëindigen, terwijl daarvoor de medewerking van de echtgenoot nodig is. Als de echtgenoot deze medewerking weigert, is er sprake van huwelijkse gevangenschap. Dit kan voorkomen bij een formeel huwelijk, maar ook bij een informeel, religieus huwelijk. Vaak zijn het vrouwen die door hun man gedwongen worden om gehuwd te blijven. Maar het komt ook voor dat de vrouw haar man dwingt om gehuwd te blijven.15www.huiselijkgeweld.nl

Kindermishandeling, kindcheck:

Onderdeel van de Wet van 14 maart 2013 tot wijziging van diverse wetten in verband met de invoering van de verplichting voor bepaalde instanties waar professionals werken en voor bepaalde zelfstandige professionals om te beschikken over een meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling en de kennis en het gebruik daarvan te bevorderen, onderscheidenlijk die meldcode te hanteren (Stb. 2013, 142) is de zogenaamde kindcheck16Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling., die betrekking heeft op professionals die met volwassenen werken. Als de situatie van de cliënt aanleiding geeft om zich zorgen te maken over mogelijk aanwezige kinderen, dan zijn de professionals verplicht om na te gaan of hun cliënt verantwoordelijkheid draagt voor de opvoeding of verzorging van kinderen. Als dat het geval is, dan moeten zij nagaan of de kinderen veilig zijn. Ze dienen daarvoor een aantal stappen te volgen die beschreven staan in de Wet verplichte meldcode. De uitkomst hiervan kan zijn dat de professional contact opneemt met Veilig Thuis.17Model handelingsprotocol voor Veilig Thuis, VNG 2014

Kindermishandeling, vechtscheiding

Gesproken kan worden van een vechtscheiding als een scheiding zeer complex verloopt door slepende meningsverschillen die vaak ook worden uitgevochten via mediators, advocaten en hulpverleners. Niet alleen de twee ouders, ook de familie en vrienden om hen heen, en ook scholen en andere instanties, raken betrokken in de strijd. In de loop van dit proces zijn veel achterdocht en wantrouwen gegroeid wat het steeds moeilijker maakt tot constructieve oplossingen te komen. In deze scheidingen raken kinderen gevangen en beschadigd. Het polariseren van de standpunten en het demoniseren van de andere ouder leidt bij kinderen tot verwarring aangezien kinderen vaak niet in staat zijn tot meervoudige partijdigheid. Het demoniseren van de andere ouder heeft als gevolg dat ouders zichzelf superieur vinden aan de ander. Hierdoor voelen ouders zich in hun recht staan om de opvoeding van het kind op zich te nemen en denken hierbij te handelen in het belang van het kind. Dit leidt echter tot intensere conflicten, minder vergevingsgezindheid en minder samenwerking bij onderhandelingen. Het kind wordt hiermee de inzet van het conflict wat als gevolg kan hebben dat alle betrokken partijen vooral over het kind spreken en niet langer met het kind. De kern van de verwaarlozing is dat niemand meer aan het kind of de kinderen vraagt hoe het met hen gaat, wat ze ervaren en wat ze nodig hebben, terwijl ze hier juist in scheidingssituatie extra behoefte aan hebben. De negatieve gevolgen voor het kind bestaan uit psychosociale problemen, zoals angsten, depressie en agressief gedrag. Er bestaat een sterke relatie tussen de ernst van de conflicten tussen ouders en de ernst van de psychosociale gevolgen.18www.kinderenuitdeknel.nl

Bijlage B. bij artikel 13a van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015

    1. Het in artikel 10, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 5.325.
    1. Het in artikel 10, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 8.283.
    1. De in artikel 11, eerste lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen en het in dat onderdeel genoemde percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op respectievelijk: € 2.119, 4,85%, € 3.134,08 en € 5.970,34.
    1. De in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen en het in dat onderdeel genoemde percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op respectievelijk: € 2.119, 4,85% en € 5.970,34.
    1. De in artikel 11, eerste lid, onderdeel c, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen en het in dat onderdeel genoemde percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op respectievelijk: € 2.119, 4,85%, € 2.816,36 en € 5.970,34.
    1. De in artikel 11, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen en het in dat onderdeel genoemde percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op respectievelijk: € 1.550, € 29.736, 13,73% en € 29.736.
    1. De in artikel 11, tweede lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen en het in dat onderdeel genoemde percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op respectievelijk: € 2.963, € 29.736, 13,73% en € 29.736.
    1. Het in artikel 13, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 12.726.
    1. Het in artikel 13, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 15.216.
    1. Het in artikel 13, derde lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 10.206.
    1. Het in artikel 13, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 20.601.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)