Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 12 december 2014, houdende regels voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Uitvoeringsregeling Wmo 2015)
Op verzoek van een college kan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bepalen dat dat college, voor zover het de goedkeuring van de overeenkomst van cliënten aan wie het college een persoonsgebonden budget verstrekt en het kenbaar maken van een wijziging van die overeenkomst betreft, voor de toepassing van het derde, vijfde en zesde lid in de plaats treedt van de Sociale verzekeringsbank. Indien de vorige zin is toegepast bericht het college de Sociale verzekeringsbank onmiddellijk van wijzigingen als bedoeld in het zesde lid.
Hoofdstuk 3. Beveiligingseisen gegevensverwerking
3.8.3. Geslacht
3.3. Aard van het geweld en/of de mishandeling
Een nieuwe melding kan leiden tot een ander triagebesluit over dezelfde casus. Dat betekent dat er meer meldingen en besluiten over één casus kunnen zijn.
3.3. Aard van het geweld en/of de mishandeling
3.6. Datum van het triage besluit (Vervolg melding)
3.7. inhoud van het triagebesluit (vervolg melding)
3.9. Directe overdracht aan derden
Om het triagebesluit en het onderzoek goed aan elkaar te kunnen koppelen is het nodig om te weten welke melding/triagebesluit bij welk onderzoek hoort. Hiervoor is het nodig om het onderzoeksnummer bij het triagebesluit te vermelden. Uiteraard moet dit onderzoeksnummer corresponderen met de informatie uit de gegevensset over onderzoeken, waar het betreffende onderzoek nader belicht wordt (zie paragraaf 4.1).
3.9. Directe overdracht aan derden
De triage is afgerond als het besluit door Veilig Thuis over de noodzakelijke vervolgstappen genomen is. In het kwaliteitskader Veilig Thuis-zicht op veiligheid2VNG, juli 2016. is geregeld dat Veilig Thuis verantwoordelijk blijft voor het zicht op de veiligheid van het cliëntsysteem in de casus, totdat het vervolgtraject belegd is bij het cliëntsysteem of een professional. Veilig Thuis moet dus tot het moment van overdracht zicht op de veiligheid van het cliëntsysteem houden. Dit heeft géén invloed op de datum van het triagebesluit. De triage is afgesloten.
3.8. Onderzoeksnummer
3.10. Gegevens over de personen waarop de melding en triage betrekking heeft
Zie ook paragraaf 4.6.1.
4.5. Vervolg na het onderzoek
Het betreft hier het geslacht van de personen betrokken bij de melding. De volgende keuzeopties gelden:
6.2. Privacybescherming
4.3. Uitkomst onderzoek
6.4. Aanlevertermijnen
De datum waarop deze besluiten zijn genomen, geldt als de datum van de afronding van het onderzoek (= datum onderzoeksbesluit in de ict-systemen).
4.6. Gegevens over de personen waarop het onderzoek betrekking heeft
Eén van de doelen van het onderzoek is de vaststelling of er sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling. Dit wordt weergegeven door de bovenstaande opties als uitkomst van het onderzoek. Soms heeft het onderzoek betrekking op huiselijk geweld en kindermishandeling, dan worden meerdere opties ingevuld.
4.4. Aard van het geweld en/of de mishandeling
Sommige opties zijn alleen van toepassing bij kindermishandeling, zoals pedagogische verwaarlozing, getuige van geweld in het gezin, Münchhausen-by-proxy en vrouwelijke genitale verminking.
4.6.1. Bsn
6.2. Privacybescherming
De geboortedatum van de persoon weergegeven als JJJJMMDD.
4.6.3. Geslacht
Indien er geen BSN bekend is, dan wordt in plaats van het BSN de code 000000000 genoteerd.
5. Gegevens over het AMHK
Deel 2. Aanleverproces en technische eisen
6. Wijze waarop de aanlevering van gegevens dient plaats te vinden
5. Gegevens over Veilig Thuis
6.5. Correctie en aanvullingen op leveringen
Alle gegevens die betrekking hebben op die voorgaande periode moeten worden aangeleverd, ook de gegevens die niet veranderd zijn. De aanname die het CBS doet is dat de nieuwe levering betere gegevens bevat over de voorgaande periode en dat daarom alle gegevens uit de oude levering overschreven mogen worden. Gegevens die wel in de eerdere levering zaten maar niet in de correctielevering, worden als verwijderd beschouwd.
7.2. Bestandsformaten en specificaties
Het CBS vraagt de Veilig Thuis-organisaties om de gegevens binnen een termijn van drie weken na afloop van de verslagperiode aan te leveren. In iedere brief van het CBS aan de Veilig Thuis-organisaties staat aangegeven op welke datum de gegevens uiterlijk bij het CBS moeten zijn aangeleverd.
7. Technische eisen die gelden voor de gegevenslevering aan CBS
In artikel 4.3.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is bepaald dat de structurele gegevens voor de beleidsinformatie door Veilig Thuis elektronisch worden verstrekt aan het CBS. In artikel 4.3.1, tweede lid, is bepaald dat de departementen en de colleges geen informatie opvragen die al aan het CBS structureel is geleverd.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 2b
De Sociale verzekeringsbank voert het budgetbeheer, bedoeld in artikel 2.6.2, eerste lid, van de wet, uit:
- a. overeenkomstig de beschikking tot verlening van het persoonsgebonden budget, bedoeld in artikel 2.3.6, eerste lid, van de wet; en
- b. overeenkomstig een door de cliënt met een derde gesloten overeenkomst of verklaring of een verklaring als bedoeld in artikel 2ab, die overeenkomstig respectievelijk de artikelen 2a of 2ab is goedgekeurd.
In het kader van het budgetbeheer draagt de Sociale verzekeringsbank voor zover deze verschuldigd zijn loonbelasting, premies voor de sociale verzekeringen en inkomensafhankelijke bijdragen als bedoeld in de Zorgverzekeringswet af, tenzij het gaat om tegemoetkomingen als bedoeld in artikel 2ab.
De Sociale verzekeringsbank verricht betalingen uit het persoonsgebonden budget voor overeengekomen maatschappelijke ondersteuning die voortvloeit uit een arbeidsovereenkomst, een overeenkomst van opdracht of een overeenkomst voor vervoer, uitsluitend aan de derde aan de hand van:
- a. een declaratie voor geleverde maatschappelijke ondersteuning;
- b. een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, bij overeengekomen periodieke maandbetalingen;
- c. een declaratie of overeenkomst, bedoeld in de onderdelen a en b, indien de overeengekomen maatschappelijke ondersteuning, in de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 juni 2020, of, voor zover het sociaal-recreatief vervoer betreft, in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 augustus 2020, als gevolg van de maatregelen in verband met Covid-19, door de desbetreffende derde, niet is verleend;
- d. een declaratie of overeenkomst, bedoeld in de onderdelen a en b, indien de overeengekomen maatschappelijke ondersteuning, in de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2021, niet is verleend in verband met:
- 1°. een besmetting van de budgethouder of desbetreffende derde, werkzaam op basis van een overeenkomst van opdracht, met Covid-19;
- 2°. een noodzakelijke quarantaine van de budgethouder of desbetreffende derde in verband met Covid-19;
- 3°. een besmetting met Covid-19 op de dagbesteding;
- 4°. de door een dagbesteding overeenkomstig de bij of krachtens de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 genomen maatregelen;
- 5°. het niet kunnen verlenen overeenkomstig de maatregelen in verband met Covid-19 vanwege een beperking bij de budgethouder als bedoeld in artikel 6.6, tweede lid, onderdelen d en e, van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19; of
- e. een declaratie of overeenkomst, bedoeld in de onderdelen a en b, indien de overeengekomen maatschappelijke ondersteuning, als gevolg van het ontvangen van een vaccinatie voor Covid-19 voor ten hoogste twee uur niet is verleend.
Een declaratie als bedoeld in het derde lid, onderdelen a, c, d en e, bevat:
- a. de naam van de derde, en
- 1°. het nummer waarmee de derde staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, of,
- 2°. indien de derde niet over dat nummer kan beschikken, de geboortedatum of het burgerservicenummer van de derde;
- b. de naam van de cliënt en zijn adres of burgerservicenummer of klantnummer bij de Sociale verzekeringsbank;
- c. het tarief;
- d. een verantwoording van de overeengekomen resultaten dan wel een overzicht van het aantal te betalen uren en dagdelen of, indien de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag niet van toepassing is op de verbintenis waarvoor een vergoeding wordt uitbetaald, etmalen; en
- e. een handtekening van de cliënt of, voor zover van toepassing, diens vertegenwoordiger, indien het een schriftelijke declaratie betreft.
Indien voor de geleverde maatschappelijke ondersteuning een goedgekeurde verklaring bestaat, betaalt de Sociale verzekeringsbank de hulp uit het sociaal netwerk op aanvraag van de cliënt een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2ab, eerste lid, uit. De Sociale verzekeringsbank verricht betalingen indien het verzoek is opgesteld met gebruikmaking van een model dat door de Sociale verzekeringsbank daartoe beschikbaar is gesteld.
De Sociale verzekeringsbank kan een betaling uit het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk beëindigen, weigeren of opschorten:
- a. bij het intrekken of herzien van een beslissing op een of meer van de gronden, bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, van de wet;
- b. indien een declaratie niet voldoet aan de voorwaarden van de beschikking, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of aan de overeenkomst of verklaring, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b;
- c. wegens strijd met het recht, waaronder het recht dat van toepassing is op de arbeidsovereenkomst, overeenkomst van opdracht of overeenkomst van vervoer, of het belang van de uitvoerbaarheid van het verrichten van de betalingen uit het persoonsgebonden budget door de Sociale verzekeringsbank;
- d. indien de derde een declaratie niet binnen zes weken na de maand waarin de prestatie is verleend, heeft ingediend bij de cliënt;
- e. indien de Sociale verzekeringsbank een declaratie niet heeft ontvangen binnen vier weken nadat de cliënt, deze heeft ontvangen;
- f. indien de Sociale verzekeringsbank een verzoek als bedoeld in het vierde lid, niet heeft ontvangen binnen vier weken na de kalendermaand waarop een verzoek betrekking heeft;
- g. indien het college bij de toepassing van de bij verordening gestelde regels, bedoeld in artikel 2.1.3, vierde lid, van de wet, de Sociale verzekeringsbank daarom verzoekt.
De Sociale verzekeringsbank verricht betalingen uit het persoonsgebonden budget zonder dat dit bij beschikking wordt vastgesteld, binnen dertig dagen na ontvangst van de declaratie of van het verzoek, bedoeld in het vijfde lid, tenzij de declaratie of het verzoek onjuist of onvolledig is ingediend. Indien een declaratie niet overeenkomstig het vierde lid of vijfde lid is ingediend, en betalingen niet zijn beëindigd, geweigerd of opgeschort, nodigt de Sociale verzekeringsbank de persoon aan wie het persoonsgebonden budget is verleend uit tot herstel van de declaratie of het verzoek. Na herstel wordt de betaling binnen dertig dagen verricht. De Sociale verzekeringsbank weigert de betaling geheel of gedeeltelijk indien de declaratie of het verzoek niet binnen een door de Sociale verzekeringsbank gestelde termijn is hersteld. Indien de Sociale verzekeringsbank naar aanleiding van een declaratie werkzaamheden verricht als bedoeld in het tweede lid, wordt de termijn, bedoeld in de eerste zin, verlengd met tien dagen.
Sociale verzekeringsbank verricht periodieke maandbetalingen uit het persoonsgebonden budget zonder dat dit bij beschikking wordt vastgesteld, uiterlijk binnen dertig dagen na afloop van de maand waarin de zorg geleverd is. Indien de Sociale verzekeringsbank naar aanleiding van de periodieke maandbetaling werkzaamheden verricht als bedoeld in het tweede lid wordt de termijn, bedoeld in de eerste zin, verlengd met tien dagen.
Indien de cliënt in aanvulling op de bij de beschikking, bedoeld in artikel 2.3.6, eerste lid, van de wet toegekende maatschappelijke ondersteuning aanvullende maatschappelijke ondersteuning heeft gecontracteerd, betaalt de Sociale verzekeringsbank deze indien daartoe voldoende geld is gestort. De Sociale verzekeringsbank stort na de betaling van de aanvullende maatschappelijke ondersteuning binnen redelijke termijn de onbestede gelden terug aan degene die hiervoor het geld heeft gestort.
De Sociale verzekeringsbank ondersteunt de cliënt bij zijn werkgeverstaken of opdrachtgeverschap waaronder ten aanzien van arbeidsomstandighedenregelgeving, zaakschade en aansprakelijkheid.
De cliënt houdt een administratie bij van het totaal aan niet-geleverde ondersteuning per derde aan wie betalingen zijn verricht op grond van het derde lid, onderdelen c, d en e. Deze administratie bevat in ieder geval de volgende onderdelen:
- a. de naam van de derde;
- b. het overeengekomen tarief; en
- c. een overzicht van het aantal te betalen uren en dagdelen of, indien de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag niet van toepassing is op de verbintenis waarvoor een vergoeding wordt uitbetaald, etmalen.
De cliënt bedoeld in het elfde lid, verstrekt op verzoek van het college voor elke derde het op grond van het derde lid, onderdelen c, d en e, totaal aantal betaalde uren inclusief het bijbehorende totaalbedrag door middel van een daartoe beschikbaar gesteld formulier aan de Sociale verzekeringsbank.
Artikel 2c
In afwijking van artikel 2b, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en het vierde en vijfde lid van dat artikel, kan de Sociale verzekeringsbank rechtstreeks aan de cliënt, betalen:
- a. door die cliënt gemaakte vervoerskosten; of
- b. een verantwoordingsvrij bedrag voor maatschappelijke ondersteuning.
In afwijking van artikel 2b, tweede, vierde lid, en zesde lid, onderdelen d en e, ontvangt de Sociale verzekeringsbank een verzoek om een verantwoordingsvrij bedrag voor maatschappelijke ondersteuning voor het eindigen van de beschikking, bedoeld in artikel 2.3.6, eerste lid, van de wet, van de cliënt.
De Sociale verzekeringsbank verricht betalingen, indien de declaratie voor vervoerskosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of het verzoek, bedoeld in het tweede lid, is opgesteld met gebruikmaking van een model dat door de Sociale verzekeringsbank daartoe beschikbaar is gesteld
Hoofdstuk 3. Beveiligingseisen gegevensverwerking
Paragraaf 1. financiële verantwoording
Paragraaf 2. beleidsinformatie AMHK’s
Hoofdstuk 5. Cliëntervaringsonderzoek maatschappelijke ondersteuning
Hoofdstuk 7. Wijzigingsbepalingen
Hoofdstuk 8. Overgang- en slotbepalingen
Bijlage. behorende bij artikel 7 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015
1. Inleiding
1. Inleiding
1.1. Aanleiding
Deel 1. Gegevensdefinities
1. Inleiding
1.1. Aanleiding
1.3. Opbouw informatieprotocol
Deel 1. Gegevensdefinities
3.1. Melding/Triage
3.3. Aard van het geweld en/of mishandeling
2.2. Aanleiding om advies te vragen bij het AMHK
3. Gegevens over meldingen/Triagebesluiten
In feite betreft het hier verschillende vormen en aanleidingen (kindcheck) van huiselijk geweld en kindermishandeling. Er zijn meerdere opties tegelijk per advies mogelijk. Een uitgebreide toelichting op de eerste zeven bovenstaande keuzemogelijkheden is opgenomen in hoofdstuk 8 van dit protocol. Zie ook paragraaf 3.2.
2.3. Aard van het geweld
3. Gegevens over meldingen/Triagebesluiten
2.4. Hoedanigheid van de adviesvrager
3.4. Hoedanigheid van de melder
3.1.2. meerdere meldingen over één casus
3.9. Directe overdracht aan derden
3.5. Datum melding
3.6. Datum van het triage besluit (Vervolg melding)
3.10.2. Geboortedatum
3.6. Datum van het triagebesluit (Vervolg melding)
3.9. Directe overdracht aan derden
4.2. Datum afronding onderzoek
3.10.2. Geboortedatum
4.1. Datum start onderzoek
3.10.3. Geslacht
4.3. Uitkomst onderzoek
4.1. Datum start onderzoek
Deel 2. Aanleverproces en technische eisen
6.4. Aanlevertermijnen
4.6.2. Geboortedatum
6.1. Aanleverproces
Kindermishandeling, vechtscheiding (07)
De uploadvoorziening is te benaderen via Internet:
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
2.3. Aard van het geweld
2. Gegevens over adviezen
2.1. Definitie van advies
3.1.1. Handelswijze zorgmeldingen politie
3.1.2. meerdere meldingen over één casus
3.1.2. meerdere meldingen over één casus
3.10.3. Geslacht
3.10.1. Bsn
3.10. Gegevens over de personen waarop de melding en triage betrekking heeft
3.10.3. Geslacht
6. Wijze waarop de aanlevering van gegevens dient plaats te vinden
4.6. Gegevens over de personen waarop het onderzoek betrekking heeft
4.6.2. Geboortedatum
In artikel 4.3.2 van datzelfde Uitvoeringsbesluit is omschreven om welke gegevens het gaat. In artikel 7 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2017 is bepaald op welke wijze deze gegevens aan het CBS moet worden aangeleverd verwijzend naar het in deze bijlage opgenomen informatieprotocol.
Als de Veilig Thuis-organisaties de geleverde informatie over de voorgaande verslagperiode willen corrigeren of aanvullen, dan kunnen de Veilig Thuis-organisaties deze doorgeven door een nieuwe selectie over de vorige periode aan het CBS aan te leveren. Veilig Thuis kan zelf bepalen of correcties en aanvullende gegevens voldoende belangrijk zijn om aangeleverd te worden. Ook kan het CBS vragen om een correctielevering.
Alle gegevens die betrekking hebben op die voorgaande periode moeten worden aangeleverd, ook de gegevens die niet veranderd zijn. De aanname die het CBS doet is dat de nieuwe levering betere gegevens bevat over de voorgaande periode en dat daarom alle gegevens uit de oude levering overschreven mogen worden. Gegevens die wel in de eerdere levering zaten maar niet in de correctielevering, worden als verwijderd beschouwd.
In principe worden correcties en aanvullingen verwerkt die betrekking hebben op de meest recente (afgelopen) verslagperiode.
Met deze inloggegevens zijn de bestanden eenvoudig en veilig door de AMHK’s te versturen.
Elke vorm van voor de minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen, ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel. 9Jeugdwet
Voor het aanleveren van de gegevens aan het CBS dienen de Veilig Thuis-organisaties gebruik te maken van de beveiligde uploadvoorziening van het CBS.
De uploadvoorziening is te benaderen via Internet:
http://www.cbs.nl/bestandslevering
Hieronder een screenshot van de betreffende website.[Illustratie 258589.png]
Elke Veilig Thuis-organisatie krijgt van het CBS per brief/e-mail inloggegevens die bestaan uit:
Met deze inloggegevens zijn de bestanden eenvoudig en veilig door de Veilig Thuis-organisaties te versturen.
Elke vorm van voor de minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen, ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel. 9Jeugdwet
Het CBS verwerkt voor de beleidsinformatie Veilig Thuis uitsluitend bestanden volgens het fixed width ASCII format. Daarnaast gelden er diverse voorwaarden en eisen voor de concrete opbouw van dit fixed width ASCII-bestand. Het CBS heeft al deze specificaties uitgewerkt in de Bestanddefinitie Veilig Thuis. De nieuwste versie van de Bestandsdefinitie Veilig Thuis is gepubliceerd op de website van het CBS: www.cbs.nl/jeugdzorg.
Geweld10Voorbeelden van geweld zijn slaan, bijten, schoppen, aanranden, verkrachten, maar ook zorg onthouden en besmetten. Voorbeelden van psychisch geweld zijn belaging, intimideren, sociaal isoleren, vernederen en manipuleren. tussen partners onderscheidt zich van geweld tegen kinderen in het gezin, omdat partners beide volwassen zijn en kinderen per definitie kwetsbaarder zijn dan hun ouders.
Huiselijk geweld
Huiselijk geweld is geweld dat door iemand uit de huiselijke of familiekring van het slachtoffer wordt gepleegd. De term huiselijk verwijst niet naar de plaats waar het geweld plaatsvindt, maar naar de relatie tussen pleger en slachtoffer, bijvoorbeeld (ex)partner, gezins- en familieleden. Dat geweld kan onder andere fysiek, seksueel en psychisch van aard zijn. Vormen van huiselijk geweld zijn: (ex)partnergeweld, ouderen-mishandeling, eergerelateerd geweld, huwelijksdwang, genitale verminking en mishandeling van ouders door hun kinderen.7Movisie: Factsheet huiselijk geweld, 2013
Huiselijk geweld onderscheidt zich van publiek geweld doordat het plaatsvindt binnen intieme relaties, gezins- of familieverhoudingen. Er is sprake van emotionele afhankelijkheid en loyaliteitsbanden.8Lünnemann en Verwijs, 2012 Mensenhandel valt hier dus niet onder, maar wordt wel gemeld.
Kindermishandeling
Elke vorm van voor de minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen, ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel.9Jeugdwet
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 12a
De bedragen, bedoeld in artikel 3.7, vierde lid, van het Uitvoeringsbesluit, voor zover vastgesteld voor het lopende kalenderjaar, zijn de in bijlage B van deze regeling opgenomen bedragen.
Hoofdstuk 7. Wijzigingsbepalingen
Hoofdstuk 8. Overgang- en slotbepalingen
Bijlage A. bij artikel 7 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015
1.2. Doel en beheer
1.3. Opbouw informatieprotocol
1.3. Opbouw informatieprotocol
2. Gegevens over adviezen
1.1. Aanleiding
1.2. Doel en beheer
1.3. Opbouw informatieprotocol
Deel 1. Gegevensdefinities
2.3. Aard van het geweld
3.5. Datum melding
3.4. Hoedanigheid van de melder
3.10.1. Bsn
3.10. Gegevens over de personen waarop de melding en triage betrekking heeft
4. Gegevens over onderzoeken
7.2. Bestandsformaten en specificaties
(ex-) Partnergeweld
Bijlage B. bij artikel 12a van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015
-
- Dit onderdeel is uitsluitend van toepassing op de berekening van de bijdrage met inachtneming van het lopende kalenderjaar, bedoeld in de artikelen 3.9, tweede en vierde lid, 3.13, eerste lid, onderdeel b, tweede en vierde lid, 3.14, tweede en vierde lid, 3.15, eerste en tweede lid, en 3.16, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
-
- Het in artikel 3.2, eerste lid, onder b, aanhef, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, telkens vastgesteld op: € 10.254.
-
- De in artikel 3.9a, eerste lid, onderdeel a en b, en derde lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 genoemde bedragen worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 20.299 en € 2.731.
-
- De in artikel 3.13, eerste lid, onderdeel b, onder 4°, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 genoemde bedragen worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 20.299 en € 2.731.
-
- De in artikel 3.14a, eerste lid, onderdeel a en b, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 genoemde bedragen worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 20.299 en € 2.731.
-
- Het in artikel 9, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 3.770.
-
- Het in artikel 9, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 5.863.
-
- De in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.546, 5,65%, € 2.389,94 en € 4.631,69.
-
- De in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.546, 5,65% en € 4.631,69.
-
- De in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.546, 5,65%, € 2.128,33 en € 4.631,69.
-
- De in artikel 10, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.139, € 20.451, 13,49% en € 20.451.
-
- De in artikel 10, tweede lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 2.121, € 20.451, 13,49% en € 20.451.
-
- Het in artikel 12, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 8.931.
-
- Het in artikel 12, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 10.645.
-
- Het in artikel 12, derde lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 6.786.
-
- Het in artikel 12, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 13.713.
-
- Dit onderdeel is uitsluitend van toepassing op de berekening over het lopende kalenderjaar van de bijdrage in de kosten die krachtens artikel 8.3, zesde lid, en 8.4, tweede lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 aan het college verschuldigd is bij de toepassing van de artikelen 8, eerste en tweede lid, 10, eerste lid en derde lid, en 15, derde lid en vijfde lid, van het Bijdragebesluit zorg.
-
- De in artikel 1a, zesde lid, van het Bijdragebesluit zorg genoemde bedragen worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, telkens vastgesteld op: € 10.254.
-
- Het in artikel 2, onderdeel a, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 3.770.
-
- Het in artikel 2, onderdeel b, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 5.863.
-
- De in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.546, 5,65%, € 2.389,94 en € 4.631,69.
-
- De in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.546, 5,65% en € 4.631,69.
-
- De in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.546, 5,65%, € 2.128,33 en € 4.631,69.
-
- De in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.139, € 20.451, 13,49% en € 20.451.
-
- De in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.139, € 20.451, 13,49% en € 20.451.
-
- Het in artikel 5, eerste lid, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 8.931.
-
- Het in artikel 5, tweede lid, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 10.645.
-
- Het in artikel 5, derde lid, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 6.786.
-
- Het in artikel 5, vierde lid, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 13.713.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 2d
De cliënt doet aan de Sociale verzekeringsbank op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van gegevens waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van het budgetbeheer, bedoeld in artikel 2.6.2, eerste lid, van de wet, of het uitvoeren van betalingen ten laste van het persoonsgebonden budget.
Artikel 2e
In het belang van een gecoördineerde uitvoering van het persoonsgebonden budget ondersteunt de Sociale verzekeringsbank het college bij de uitoefening van diens taken als de verstrekker van dat budget.
De Sociale verzekeringsbank en het college werken samen aan de digitalisering en standaardisering van de uitvoering van het persoonsgebonden budget.
Hoofdstuk 4. AMHK’s
Paragraaf 2. beleidsinformatie AMHK’s
Hoofdstuk 7. Wijzigingsbepalingen
Hoofdstuk 8. Overgang- en slotbepalingen
Bijlage A. bij artikel 7 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015
1. Inleiding
1.2. Doel en beheer
2.4. Hoedanigheid van de adviesvrager
3.3. Aard van het geweld en/of de mishandeling
3.7. inhoud van het triagebesluit (vervolg melding)
4.2. Datum afronding onderzoek
4.3. Uitkomst onderzoek
4.5. Vervolg na het onderzoek
4.6.2. Geboortedatum
6.5. Correctie en aanvullingen op leveringen
Geweld10Voorbeelden van geweld zijn slaan, bijten, schoppen, aanranden, verkrachten, maar ook zorg onthouden en besmetten. Voorbeelden van psychisch geweld zijn belaging, intimideren, sociaal isoleren, vernederen en manipuleren. tussen partners onderscheidt zich van geweld tegen kinderen in het gezin, omdat partners beiden volwassen zijn en kinderen per definitie kwetsbaarder zijn dan hun ouders.
Partners hebben een wederzijdse zorgverplichting en zijn vaak financieel, economisch en sociaal afhankelijk van elkaar. Bij partnergeweld is vaak sprake van machtsongelijkheid, waarbij de pleger een bepaald overwicht heeft op het slachtoffer. Er kan een patroon ontstaan waardoor het slachtoffer (en het hele gezin) in een isolement kunnen raken.
Bijlage B. bij artikel 12a van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015
-
- Dit onderdeel is uitsluitend van toepassing op de berekening van de bijdrage met inachtneming van het lopende kalenderjaar, bedoeld in de artikelen 3.9, tweede en vierde lid, 3.13, eerste lid, onderdeel b, tweede en vierde lid, 3.14, tweede en vierde lid, 3.15, eerste en tweede lid, en 3.16, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
-
- Het in artikel 3.2, eerste lid, onder b, aanhef, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, telkens vastgesteld op: € 10.376.
-
- De in artikel 3.9a, eerste en derde lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 genoemde bedragen worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, telkens vastgesteld op: € 20.540.
-
- De in artikel 3.13, eerste lid, onderdeel b, onder 4° en 5°, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 genoemde bedragen worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, telkens vastgesteld op: € 20.540.
-
- De in artikel 3.14a, eerste en derde, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 genoemde bedragen worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, telkens vastgesteld op: € 20.540.
-
- Het in artikel 9, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 3.897.
-
- Het in artikel 9, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 6.061.
-
- De in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.609, 5,70%, € 2.490,16 en € 4.796,84.
-
- De in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.609, 5,70% en € 4.796,84.
-
- De in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.609, 5,70%, € 2.215,56 en € 4.796,84.
-
- De in artikel 10, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.189, € 20.941, 13,52% en € 20.941.
-
- De in artikel 10, tweede lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 2.314, € 20.941, 13,52% en € 20.941.
-
- Het in artikel 12, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 9.261.
-
- Het in artikel 12, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 11.059.
-
- Het in artikel 12, derde lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 7.065.
-
- Het in artikel 12, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 14.384.
-
- Dit onderdeel is uitsluitend van toepassing op de berekening over het lopende kalenderjaar van de bijdrage in de kosten die krachtens artikel 8.3, zesde lid, en 8.4, tweede lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 aan het college verschuldigd is bij de toepassing van de artikelen 8, eerste en tweede lid, 10, eerste lid en derde lid, en 15, derde lid en vijfde lid, van het Bijdragebesluit zorg.
-
- De in artikel 1a, zesde lid, van het Bijdragebesluit zorg genoemde bedragen worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, telkens vastgesteld op: € 10.376.
-
- De in artikel 16d, eerste lid, van het Bijdragebesluit zorg genoemde bedragen worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, telkens vastgesteld op: € 14,80.
-
- Het in artikel 2, onderdeel a, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 3.897.
-
- Het in artikel 2, onderdeel b, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 6.061.
-
- De in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.609, 5,70%, € 2.490,16 en € 4.796,84.
-
- De in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.609, 5,70% en € 4.796,84.
-
- De in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.609, 5,70%, € 2.215,56 en € 4.796,84.
-
- De in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.189, € 20.941, 13,52% en € 20.941.
-
- De in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 2.314, € 20.941, 13,52% en € 20.941.
-
- Het in artikel 5, eerste lid, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 9.261.
-
- Het in artikel 5, tweede lid, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 11.059.
-
- Het in artikel 5, derde lid, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 7.065.
-
- Het in artikel 5, vierde lid, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 14.384.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 2ab
Indien van toepassing kan een cliënt ten laste van zijn persoonsgebonden budget een hulp uit het sociaal netwerk voor maatschappelijke ondersteuning, die zonder dienstbetrekking wordt verleend, laten betalen:
- a. een tegemoetkoming van maximaal € 141 per kalendermaand;
- b. een door het college vastgestelde tegemoetkoming per kalendermaand voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding en reiskosten ten behoeve van de hulp.
Daartoe draagt hij zorg voor een verklaring. De verklaring wordt ingediend bij de Sociale verzekeringsbank. De Sociale verzekeringsbank stelt onmiddellijk het college daarvan in kennis.
Een cliënt kan niet een overeenkomst als bedoeld in artikel 2b, eerste lid, onderdeel b, en de hiergenoemde verklaring met betrekking tot dezelfde derde, die ten laste van het persoonsgebonden budget betalingen zou ontvangen, indienen.
Een verklaring wordt opgesteld volgens het vigerende, door de Sociale verzekeringsbank vastgestelde model en bevat ten minste:
- a. de naam, de geboortedatum en het burgerservicenummer van de hulp uit het sociaal netwerk;
- b. de ingangsdatum vanaf wanneer op verzoek een tegemoetkoming kan worden verstrekt;
- c. de mededelingen dat de hulp uit het sociaal netwerk zonder dienstbetrekking maatschappelijke ondersteuning zal leveren aan de cliënt en of een bedrag per kalendermaand en of door het college vastgestelde bedragen worden aangevraagd;
- d. de handtekening van de cliënt, waarmee die cliënt aangeeft dat hij inderdaad jeugdhulp uit het sociaal netwerk zal ontvangen, alsmede de handtekening van de hulp uit het sociaal netwerk.
De verklaring, bedoeld in het eerste lid, behoeft de goedkeuring van het college.
Het college kan de goedkeuring slechts geven indien de verklaring voldoet aan de eisen, bedoeld in het derde lid.
Een wijziging van een goedgekeurde verklaring wordt onmiddellijk met een formulier aan de Sociale verzekeringsbank kenbaar gemaakt door middel van invulling van een daartoe door de Sociale verzekeringsbank beschikbaar gesteld modelformulier.
Hoofdstuk 2a. Uitwisseling van gegevens voor de vaststelling en de inning van de eigen bijdrage
Hoofdstuk 3a. Tolkdiensten voor auditief beperkten
Paragraaf 1. Aanspraak op tolkdiensten
Paragraaf 1. Aanspraak op tolkdiensten
Hoofdstuk 5. Cliëntervaringsonderzoek maatschappelijke ondersteuning
Hoofdstuk 6. Bedragen beschermd wonen en overgangsrecht Wmo 2015 AWBZ
Bijlage A. bij artikel 7 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015
1.3. Opbouw informatieprotocol
2. Gegevens over adviezen
Deel 1. Gegevensdefinities
2.4. Hoedanigheid van de adviesvrager
2.3. Aard van het geweld
3.4. Hoedanigheid van de melder
3.4. Hoedanigheid van de melder
3.10.2. Geboortedatum
Profielen van (ex-)partnergeweld:11Graham, Kevan en Archer, 2003; Johnson, 2008; Lünnemann en Verwijs, 2012
Bijlage B. bij artikel 12a van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015
-
- Dit onderdeel is uitsluitend van toepassing op de berekening van de bijdrage met inachtneming van het lopende kalenderjaar, bedoeld in de artikelen 3.9, tweede en vierde lid, 3.13, eerste lid, onderdeel b, tweede en vierde lid, 3.14, tweede en vierde lid, 3.15, eerste en tweede lid, en 3.16, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
-
- Het in artikel 3.2, eerste lid, onder b, aanhef, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, telkens vastgesteld op: € 10.376.
-
- De in artikel 3.9a, eerste en derde lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 genoemde bedragen worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, telkens vastgesteld op: € 20.540.
-
- De in artikel 3.13, eerste lid, onderdeel b, onder 4° en 5°, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 genoemde bedragen worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, telkens vastgesteld op: € 20.540.
-
- De in artikel 3.14a, eerste en derde, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 genoemde bedragen worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, telkens vastgesteld op: € 20.540.
-
- Het in artikel 9, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 3.897.
-
- Het in artikel 9, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 6.061.
-
- De in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.609, 5,70%, € 2.490,16 en € 4.796,84.
-
- De in artikel 10, eerste lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.609, 5,70% en € 4.796,84.
-
- De in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.609, 5,70%, € 2.215,56 en € 4.796,84.
-
- De in artikel 10, tweede lid, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.189, € 20.941, 13,52% en € 20.941.
-
- De in artikel 10, tweede lid, onderdeel b, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 2.314, € 20.941, 13,52% en € 20.941.
-
- Het in artikel 12, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 9.261.
-
- Het in artikel 12, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 11.059.
-
- Het in artikel 12, derde lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 7.065.
-
- Het in artikel 12, vierde lid, van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 14.384.
-
- Dit onderdeel is uitsluitend van toepassing op de berekening over het lopende kalenderjaar van de bijdrage in de kosten die krachtens artikel 8.3, zesde lid, en 8.4, tweede lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 aan het college verschuldigd is bij de toepassing van de artikelen 8, eerste en tweede lid, 10, eerste lid en derde lid, en 15, derde lid en vijfde lid, van het Bijdragebesluit zorg.
-
- De in artikel 1a, zesde lid, van het Bijdragebesluit zorg genoemde bedragen worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, telkens vastgesteld op: € 10.376.
-
- De in artikel 16d, eerste lid, van het Bijdragebesluit zorg genoemde bedragen worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, telkens vastgesteld op: € 14,80.
-
- Het in artikel 2, onderdeel a, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 3.897.
-
- Het in artikel 2, onderdeel b, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 6.061.
-
- De in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.609, 5,70%, € 2.490,16 en € 4.796,84.
-
- De in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.609, 5,70% en € 4.796,84.
-
- De in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.609, 5,70%, € 2.215,56 en € 4.796,84.
-
- De in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 1.189, € 20.941, 13,52% en € 20.941.
-
- De in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedragen, respectievelijk percentage worden voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 2.314, € 20.941, 13,52% en € 20.941.
-
- Het in artikel 5, eerste lid, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 9.261.
-
- Het in artikel 5, tweede lid, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 11.059.
-
- Het in artikel 5, derde lid, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 7.065.
-
- Het in artikel 5, vierde lid, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op: € 14.384.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 3a
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- afnemer: te ondersteunen persoon of personen, bedoeld in artikel 3a.1.1, tweede lid, van de wet;
- tolk: tolk Nederlandse Gebarentaal of schrijftolk die tolkdiensten verleent ten laste van het UWV op grond van artikel 3a.1.1 van de wet;
- tolkdienst: tolkdienst van een tolk Nederlandse Gebarentaal of schrijftolk die deze diensten verleent ten laste van het UWV op grond van artikel 3a.1.1 van de wet;
- tolk op afstand: tolk die zijn tolkdiensten verricht vanuit een andere locatie, niet zijnde de locatie waar de afnemer zich bevindt.
Artikel 3b
Het UWV draagt zorg voor continue bereikbaarheid om een afnemer te bemiddelen naar tolken in geval van spoed.
Het UWV kent in ieder geval 30 uren aan tolkdiensten toe aan een afnemer per jaar. Indien de afnemer zowel auditief als visueel beperkt is, kent het UWV in ieder geval 168 uur aan deze tolkdiensten toe per jaar. Dit laat de aanvullende uren die zijn toegekend op grond van artikel 4a.1.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit, onverlet.
Indien de dienstverlening door een tolk op afstand wordt verricht, wordt voor 3 uren dienstverlening door een tolk op afstand slechts 1 uur tolkdienstverlening in mindering gebracht op de toegekende vaste beschikbare uren, genoemd in het tweede lid. Indien in totaal meer dan 15 uren dienstverlening van een tolk op afstand wordt afgenomen, wordt voor 1 uur dienstverlening 1 uur in mindering gebracht op het aantal toegekende vaste beschikbare uren, genoemd in het tweede lid, voor de afnemer.
Dienstverlening van maximaal twee tolken voor één afnemer wordt alleen vergoed in situaties waar langer dan 2 uren onafgebroken getolkt dient te worden, waarbij vooraf vaststaat dat het achtereenvolgens inzetten van verschillende tolken niet mogelijk is.
Voor de dienstverlening, bedoeld in het vierde lid, van twee tolken wordt 1 uur in mindering gebracht op de toegekende vaste beschikbare uren voor de afnemer, genoemd in het tweede lid.
Het UWV vergoedt de werktijd van de betrokken tolk tijdens pauzes van de afnemer.
Artikel 3c
Bij de aanvraag legt de persoon alle documenten die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag op grond van artikel 4a.1.1 van het Uitvoeringsbesluit, waaronder in ieder geval informatie over de aard van de opdracht indien twee tolken tegelijkertijd voor één afnemer zouden tolken.
Artikel 3d
Een declaratie van een vergoeding bevat een handtekening of een elektronische handtekening van de afnemer.
Paragraaf 2. Vergoeding van tolken
Artikel 3e
De vergoeding voor tolkdiensten bedraagt ten hoogste € 60,75 (exclusief btw) per uur per tolk of, indien de dienstverlening geen hele uren beslaat, een bedrag naar rato van dat uur afgerond op vijftien minuten. Voor tolk op afstand mag 130% van dit tarief in rekening worden gebracht.
Voor het verlenen van tolkdiensten wordt in geval van de hieronder vermelde buitengewone werktijden, de uurvergoeding vastgesteld op het daarbij aangegeven percentage van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid:
| Maandag t/m vrijdag |
|---|
| • 0:00 uur tot 6.00 uur: 145% • 6.00 uur tot 8.00 uur: 120% • 18.00 uur tot 22.00 uur: 120% • 22.00 uur tot 24.00 uur: 145% |
| Zaterdag |
| • 0:00 uur tot 6.00 uur: 145% • 6.00 uur tot 22.00 uur: 140% • 22.00 uur tot 24.00 uur: 145% |
| Zondag of algemeen erkende feestdag |
| • 0.00 uur tot 24.00 uur: 155% |
Met uitzondering van de situatie, bedoeld in artikel 3b vijfde lid, wordt voor toepassingen voor groepen van afnemers afgeweken van de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, en wordt door het UWV een passende vergoeding verstrekt.
Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt met ingang van 1 januari van elk kalenderjaar gewijzigd met het percentage waarmee het indexcijfer van de Cao-lonen in de gezondheids- en welzijnszorg over de maand september, die daaraan voorafgaat, afwijkt van het indexcijfer waarop de laatste vaststelling van het bedrag is gebaseerd en door de voorzitter van de Raad van Bestuur van UWV openbaargemaakt.
Artikel 3f
Het UWV verstrekt een vergoeding voor vervoerskosten van € 0,70 per gereden kilometer aan een tolk op basis van het aantal werkelijk gereisde kilometers. Dit aantal wordt bepaald aan de hand van ‘de snelste route’ op basis van de routeplanner die door het UWV wordt gehanteerd, op basis van volledige postcodes en per enkele reis. Voor de vervoersvergoeding geldt een maximum van 60 kilometer per enkele reis, met uitzondering van personen, die zowel een auditief als visuele beperking hebben. De gereisde afstand wordt naar boven afgerond op hele kilometers.
Indien een tolkdienst wordt toegekend aan een afnemer die zowel een auditief als visuele beperking heeft, geldt het maximum aantal kilometers per enkele gemaakte reis als bedoeld in het eerste lid niet.
In afwijking van het eerste lid worden voor onderstaande postcodegebieden een maximum enkele reisafstand van 90 kilometer vergoed:
- •. 1790 tot en met 1799
- •. 4300 tot en met 4699
- •. 5900 tot en met 6499
- •. 7800 tot en met 7899
- •. 8400 tot en met 9999.
Voor schrijftolken gelden eveneens de volgende aanvullende postcodegebieden:
- •. 1600 tot en met 1699
- •. 1700 tot en met 1789
- •. 7500 tot en met 7799
- •. 7900 tot en met 7999
- •. 8300 tot en met 8399.
Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt met ingang van 1 januari van elk kalenderjaar gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex over de maand september die aan het betreffende kalenderjaar voorafgaat. De voorzitter van de Raad van Bestuur van UWV maakt de consumentenprijsindex openbaar.
Artikel 3g
In het geval dat degene die krachtens artikel 3a.1.1 van de wet een vergoeding van het UWV wenst voor tolkdiensten minder dan 24 uur voor het tijdstip van aanvang van de dienstverlening annuleert, telt het aantal verzochte uren mee voor de urennorm, bedoeld in artikel 3b, tweede lid.
Bij een annulering als bedoeld in het eerste lid mag 50% van het tarief overeenkomstig artikel 3e, eerste lid, in rekening worden gebracht bij het UWV door de tolk of tolk op afstand. Bij een annulering bij de locatie van de persoon geldt eveneens een vergoeding voor de vervoerskosten van 50% van de vervoersvergoeding, bedoeld in artikel 3f, eerste lid.
Paragraaf 2. Vergoeding van tolken
Artikel 3h
Het UWV biedt jaarlijks vóór 15 maart het gedeelte van het bestuursverslag dat betrekking heeft op de uitvoering van artikel 3a.3.1 van de wet, met het gedeelte van de jaarrekening dat daarop betrekking heeft aan de Minister aan. De verklaring omtrent de getrouwheid, bedoeld in artikel 35 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, bevat een afzonderlijke verklaring over het gedeelte dat betrekking heeft op de uitvoering van dit besluit.
De tussentijdse verslagen die het UWV opstelt op grond van artikel 49, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie bevatten tevens een gedeelte over de uitvoering van dit besluit, welk gedeelte door het UWV wordt aangeboden aan de Minister.
Het UWV biedt het gedeelte van de verslagen, bedoeld in het tweede lid, vóór 15 juni en 15 oktober aan.
Het UWV neemt in het gedeelte van het bestuursverslag met jaarrekening, bedoeld in het eerste lid, ten minste een verslag van de werkzaamheden en het gevoerde beleid met betrekking tot de voorzieningen, bedoeld in artikel 3a.1.1 van de wet, op en tevens een toelichting op het gedeelte van de jaarrekening en de balans dat betrekking heeft op de uitvoering van dit besluit.
De gedeelten van de tussentijdse verslagen, bedoeld in het tweede lid, geven, ten minste inzicht in de gerealiseerde uitgaven op grond van artikel 3a.1.1 van de wet, ten opzichte van de voor deze doeleinden verstrekte voorschotten.
Artikel 3i
Het UWV dient jaarlijks vóór 1 december van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarin de kosten zullen worden gemaakt de aanvraag om een voorschot aan de Minister in.
De aanvraag om een voorschot kan betrekking hebben op de kosten, bedoeld in artikel 3a.3.1 van de wet.
De Minister stelt de hoogte van het voorschot vast en verstrekt met ingang van het begrotingsjaar waarop het voorschot betrekking heeft maandelijks voor de 11e van de maand een twaalfde deel van het vastgestelde voorschot.
De Minister kan, op verzoek van het UWV, de bevoorschotting aanpassen in de loop van een kalenderjaar.
De Minister stelt binnen acht weken na ontvangst van het gedeelte van het bestuursverslag en de jaarrekening dat betrekking heeft op de uitvoering van artikel 3a.3.1 van de wet de eindafrekening vast.
Hoofdstuk 3b. Beperking uitvoeringslasten Wmo 2015
Paragraaf 3. Financiering van de tolkvoorziening
Paragraaf 2. beleidsinformatie AMHK’s
Hoofdstuk 4. Veilig Thuis
Hoofdstuk 5. Cliëntervaringsonderzoek maatschappelijke ondersteuning
Hoofdstuk 8. Overgang- en slotbepalingen
Bijlage A. bij artikel 7 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015
Informatieprotocol Beleidsinformatie Veilig Thuis
3.1.1. Handelswijze zorgmeldingen politie
7.1. Gebruik uploadvoorziening
Belaging
Het wederrechtelijk stelselmatig en opzettelijk inbreuk maken op iemands persoonlijke levenssfeer, bijvoorbeeld door die ander voortdurend, hinderlijk te achtervolgen, te bespieden, te bellen en te mailen of persoonlijk te bedreigen.
Belaging kan deel uitmaken van andere vormen van geweld tegen een (ex-)partner.
Eergerelateerd geweld
Eergerelateerd geweld omvat elke vorm van geestelijk of lichamelijk geweld, gepleegd vanuit een collectieve mentaliteit in reactie op een (dreiging van) schending van de eer van een man of een vrouw en daarmee van zijn of haar familie, waarvan de buitenwereld op de hoogte is of dreigt te raken.12Beke 2005: werkdefinitie ministerie van Veiligheid en Justitie
Het begrip ‘eergerelateerd geweld’ is de overkoepelende term voor alle vormen van dwang en psychisch en fysiek geweld om te voorkomen dat een lid van de familie een ‘misstap’ zet die de familie-eer in de gemeenschap kan schaden en alle geweld tegen de (vermeende) ‘eerschender’ om de geschonden eer te herstellen. Bij ‘eer’ kan het gaan om persoonlijke eer (iemand houdt zich aan de basisvoorwaarden van de sociale groep) of om maatschappelijke eer (men is gelijkwaardig en kan elkaar vertrouwen, waardoor men respect, steun en bescherming krijgt). Daarnaast telt in veel bevolkingsgroepen met een groepscultuur ook de familie-eer, die vooral is gekoppeld aan de seksuele eer van vooral vrouwen en meisjes. Mannen en jongens hebben de taak deze eer te beschermen, zo nodig te herstellen, desnoods met geweld. Dit zogenaamde eergerelateerd geweld komt vooral voor in culturen rond de Middellandse Zee (Spanje en Italië kenden ook eermoord), het Midden-Oosten, Zuid- en Centraal-Azië. Ook onder Roma en Hindoestaanse gemeenschappen komt eergeweld voor. Onder orthodox-christelijke en joodse gemeenschappen zien we vergelijkbare mechanismen rond kuisheid, aanzien, groepsdruk en sociale uitsluiting.
Er is een diversiteit aan vormen van eergerelateerd geweld en gradaties van ernst. Denk hierbij aan eermoord, trotsmoord, (gedwongen) zelfmoord, verstoting, seksueel misbruik, genezingsrituelen en bezweringen. Ook huwelijksdwang en achterlating kunnen hieronder vallen, maar zijn niet altijd een gevolg van een eerkwestie, want hebben soms bijvoorbeeld een financiële of verblijfsrechtelijke reden.
Ouderenmishandeling of ontspoorde zorg (vanaf 65 jaar)
Ouderenmishandeling (in huiselijke kring en professionele relatie) is het handelen of het nalaten van handelen van al degenen die in een terugkerende persoonlijke of professionele relatie met de oudere (iemand van 65 jaar of ouder) staan, waardoor de oudere persoon lichamelijke en/of psychische en/of materiële schade lijdt en waarbij van de kant van de oudere sprake is van een vorm van gedeeltelijke of volledige afhankelijkheid. (VWS, 2011; H. Comijs, 1996).
In Nederland onderscheiden we als verschijningsvormen van ouderenmishandeling: lichamelijke mishandeling, psychische mishandeling, verwaarlozing, financiële uitbuiting en seksueel misbruik. Soms wordt een zesde vorm genoemd: schending van rechten. Voorbeelden hiervan: schending van het recht op privacy, instemmingsrecht en recht op bewegingsvrijheid. Deze worden beschouwd als een vorm van psychische mishandeling.
Ontspoorde (mantel)zorg: een specifieke vorm van ouderenmishandeling.
Overschrijding van de grens van goede zorg door een mantelzorger, veroorzaakt door overbelasting, onmacht, onkunde of onwetendheid. Verschijningsvormen van ontspoorde mantelzorg: psychisch geweld, fysiek geweld, verwaarlozing, seksueel grensoverschrijdend gedrag en financieel misbruik.
Geweld tegen ouders jonger dan 65, door hun kinderen (voorheen oudermishandeling)
Bijlage B. bij artikel 12a van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015
-
- Dit onderdeel is uitsluitend van toepassing op de berekening van de bijdrage met inachtneming van het lopende kalenderjaar, bedoeld in de artikelen 3.9, tweede en vierde lid, 3.13, eerste lid, onderdeel b, tweede en vierde lid, 3.14, tweede en vierde lid, 3.15, eerste en tweede lid, en 3.16, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
-
- Het in artikel 3.2, eerste lid, onder b, aanhef, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 genoemde bedrag wordt voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, telkens vastgesteld op: € 10.376.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)