Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor het schooljaar 2017–2018
De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld in artikel 5:65:3 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan:
- a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen.
- b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst.
- c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking.
Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels ten aanzien van de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht.
Artikel 5:65:5. Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend
Indien de werkgever een werknemer in vaste dienst heeft ontslagen dan geeft de werkgever aan of er op de datum van beëindiging van het dienstverband sprake is van:
- i. personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft;
- ii. personeel in tijdelijke dienst dat, in de periode tussen de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is benoemd;
- iii. personeel in vaste of tijdelijke dienst dat, in de periode tussen ontslagaanzegging en de ontslagdatum een uitbreiding van de betrekking heeft gehad;
- iv. personeel dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is getreden;
- v. een vacature op de datum van ontslag;
Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat het personeel betreft dat werkzaam is in dezelfde functie als die van de ontslagen werknemer/werknemers, dan wordt het bedrag dat gemoeid is met de daling, genoemd in artikel 5:65:3 verminderd met het bedrag dat gemoeid is met het in dienst houden of nemen van personeel genoemd in i. tot en met iv. respectievelijk met het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de ontslagen werknemer die niet in de vacature, genoemd onder v., is benoemd.
Artikel 5:65:6. Afvloeiingsvolgorde
Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd.
Artikel 5:65:7. Vergelijking per onderwijssoort
Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die wordt geconfronteerd met een daling van de rijksbekostiging maakt de vergelijking, zoals genoemd in artikel 5:65:3 voor de onderwijssoort waar de daling zich heeft voorgedaan. Is er een daling bij beide schoolsoorten dan maakt de werkgever per schoolsoort een vergelijking.
Artikel 5:65:8. Toetsingsdatum
Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikel van een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is.
Artikel 5:65:9. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie
Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.
De werkgever overlegt daartoe de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van:
- a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden;
- b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer.
Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer.
De werkgever overlegt daartoe:
- a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of
- b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag.
Weigert de werknemer de verklaring zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel te ondertekenen dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever activiteiten heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk, zoals een offerte en factuur, waarbij de waarde van de ingekochte activiteiten minstens overeenkomt met de bedragen zoals genoemd in lid 2 van dit artikel.
Paragraaf 5.7. Beëindigingsgrond: beëindiging participatiebaan
Artikel 5:66. Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging participatiebaan
Indien er sprake is van de beëindiging van een dienstverband van een personeelslid, dat werkzaam is op basis van een participatiebaan als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder d van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 5:66:1 en 5:66:2 heeft voldaan en de in dit artikel genoemde document heeft overgelegd.
Artikel 5:66:1. Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer
De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld.
De werkgever legt daartoe over een afschrift van de brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft meegedeeld waarom de werkgever het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten.
Artikel 5:66:2. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie
De werkgever heeft de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.
De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van:
- a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 12 maanden;
- b. minstens € 1.000,- bij een dienstverband van 12 maanden of langer.
Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer.
De werkgever legt daartoe over:
- a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag.
Weigert de werknemer de verklaring zoals bedoeld in lid van dit artikel te ondertekenen dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever activiteiten heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk, zoals een offerte en factuur, waarbij de waarde van de ingekochte activiteiten minstens overeenkomt met de bedragen zoals genoemd in lid 2 van dit artikel.’
Paragraaf 5.8. Beëindigingsgrond dienstverbanden ten behoeve van vervanging
Artikel 5:67. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband ten behoeve van vervanging als bedoeld Bijlage 1B.1, onder b, Bijlage IB.2 en Bijlage IB.3 CAO PO
Indien er sprake is van het niet voortzetten van een dienstverband van een personeelslid, dat werkzaam is op basis van een tijdelijk dienstverband als bedoeld in Bijlage 1B.1, onder b, Bijlage IB.2 en Bijlage IB.3 van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 5:67:1 tot en met 5:67:3 heeft voldaan en de in dit artikel genoemde document heeft overgelegd.
Artikel 5:67:1. Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer
De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld.
De werkgever legt daartoe over een afschrift van de brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft meegedeeld waarom de werkgever het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten.
Artikel 5:67:2. Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie
De werkgever heeft zich ingespannen om de werknemer in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden.
De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn.
Als de werknemer de verklaring weigert te ondertekenen, dan overlegt de werkgever afschriften van andere ter zake overtuigende documenten zoals een brief aan de werknemer waarin de werkgever gemotiveerd meedeelt dat, en waarom, er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn.
Artikel 5:67:3. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten de eigen organisatie
Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.
De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van € 100,– per afgeronde maand dat de werknemer in dienst is geweest, tot een maximum van € 1.000,-.
Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer.
De werkgever legt daartoe over:
- a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of
- b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag.
Weigert de werknemer de verklaring zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel te ondertekenen dan overlegt de ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk, zoals een offerte en factuur, waarbij de waarde van de ingekochte activiteiten minstens overeenkomt met de bedragen zoals genoemd in lid 2 van dit artikel.
6. Slotbepalingen
Artikel 6:1. Citeerregel
Dit reglement kan worden aangehaald als het ‘Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor het schooljaar 2017–2018’.
Artikel 6:2. Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking met ingang van de dag volgend op die, waarop het in de Staatscourant is gepubliceerd en heeft betrekking op alle dienstverbanden die zijn of worden beëindigd dan wel niet worden voortgezet in de periode van 1 augustus 2017 tot en met 31 juli 2018.
Artikel 6:3. bekendmaking
Dit reglement wordt bekendgemaakt middels publicatie in de Staatscourant.
Het Participatiefonds plaatst dit reglement tevens op de internetsite van het Participatiefonds www.participatiefonds.nl
Artikel 6:4. Wijziging of afwijking van het reglement
Het bestuur van het Participatiefonds is gerechtigd dit reglement op ieder moment aan te passen indien daar aanleiding toe is. Om zwaarwegende redenen kan het bestuur van het Participatiefonds afwijken van hetgeen in het reglement gesteld is.
Artikel 6:5. Onvoorziene omstandigheden
In gevallen waarin het reglement niet voorziet, beslist het bestuur van het Participatiefonds.
Artikel 6:6. Toelichting en bestuursvoorschriften
Een toelichting op het reglement maakt deel uit van het reglement.
Het Participatiefonds stelt bestuursvoorschriften vast waarin de uitvoeringstechnische verplichtingen voor werkgevers zijn neergelegd.
De werkgever houdt zich aan die bestuursvoorschriften.
Artikel 6:7. Wijziging voorgaand reglement
Wijzigt het Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor het schooljaar 2016–2017.
Bijlage 1. Modelverklaring gesprekkencyclus
Naam werkgever:
Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:
Functie:
Werkgevernummer:
Naam werknemer:
BSN:
Werkgever en werknemer verklaren dat ze meerdere gesprekken met elkaar hebben gevoerd.
Tijdens de gesprekken zijn tenminste de volgende onderwerpen aan de orde geweest:
- •. de door de werkgever geconstateerde knelpunten in het functioneren van de werknemer;
- •. de door de werkgever noodzakelijke geachte verbetering in het functioneren van de werknemer;
- •. de wijze waarop de werknemer met interne of externe ondersteuning de genoemde verbetering van zijn functioneren moest bereiken en de periode waarbinnen hij deze verbetering gerealiseerd moest hebben;
- •. de mededeling van de werkgever aan de werknemer dat hij tot de conclusie is gekomen dat het verbetertraject niet of onvoldoende heeft geleid tot de noodzakelijke verbetering in het functioneren.
Datum:
Plaats:
| Werkgever | werknemer |
|---|---|
| Naam: | Naam: |
| Handtekening: | Handtekening: |
Bijlage 2. Modelverklaring gesprekkencyclus ziekte en arbeidsongeschiktheid
Naam werkgever:
Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:
Functie:
Werkgevernummer:
Naam werknemer:
BSN:
Werkgever en werknemer verklaren dat ze meerdere gesprekken met elkaar hebben gevoerd.
Tijdens de gesprekken zijn tenminste de volgende onderwerpen aan de orde geweest:
- •. Welke beperkingen de werknemer heeft voor het uitoefenen van zijn eigen functie;
- •. De mogelijkheden die zijn onderzocht om zijn functie aan diens beperkingen aan te passen;
- •. De conclusie van de werkgever dat het niet mogelijk is de eigen functie van de werknemer aan te passen.
Datum:
Plaats:
| Werkgever | Werknemer |
|---|---|
| Naam: | Naam: |
| Handtekening: | Handtekening: |
Bijlage 3. Modelverklaring herplaatsingsonderzoek
Naam werkgever:
Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:
Functie:
Werkgevernummer:
Naam werknemer:
BSN:
De werkgever en werknemer hebben met elkaar de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie besproken. De werkgever heeft de werknemer tenminste geïnformeerd over:
- •. de wijze waarop de werkgever herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft onderzocht;
- •. de conclusie van werkgever dat herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn.
Datum:
Plaats:
| Werkgever | Werknemer |
|---|---|
| Naam: | Naam: |
| Handtekening: | Handtekening: |
Bijlage 1. Modelverklaring gesprekkencyclus
Naam werkgever:
Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:
Functie:
Werkgevernummer:
Naam werknemer:
BSN:
Werkgever en werknemer verklaren dat ze meerdere gesprekken met elkaar hebben gevoerd.
Tijdens de gesprekken zijn tenminste de volgende onderwerpen aan de orde geweest:
- •. de door de werkgever geconstateerde knelpunten in het functioneren van de werknemer;
- •. de door de werkgever noodzakelijke geachte verbetering in het functioneren van de werknemer;
- •. de wijze waarop de werknemer met interne of externe ondersteuning de genoemde verbetering van zijn functioneren moest bereiken en de periode waarbinnen hij deze verbetering gerealiseerd moest hebben;
- •. de mededeling van de werkgever aan de werknemer dat hij tot de conclusie is gekomen dat het verbetertraject niet of onvoldoende heeft geleid tot de noodzakelijke verbetering in het functioneren.
Datum:
Plaats:
| Werkgever | werknemer |
|---|---|
| Naam: | Naam: |
| Handtekening: | Handtekening: |
Bijlage 2. Modelverklaring gesprekkencyclus ziekte en arbeidsongeschiktheid
Naam werkgever:
Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:
Functie:
Werkgevernummer:
Naam werknemer:
BSN:
Werkgever en werknemer verklaren dat ze meerdere gesprekken met elkaar hebben gevoerd.
Tijdens de gesprekken zijn tenminste de volgende onderwerpen aan de orde geweest:
- •. Welke beperkingen de werknemer heeft voor het uitoefenen van zijn eigen functie;
- •. De mogelijkheden die zijn onderzocht om zijn functie aan diens beperkingen aan te passen;
- •. De conclusie van de werkgever dat het niet mogelijk is de eigen functie van de werknemer aan te passen.
Datum:
Plaats:
| Werkgever | Werknemer |
|---|---|
| Naam: | Naam: |
| Handtekening: | Handtekening: |
Bijlage 3. Modelverklaring herplaatsingsonderzoek
Naam werkgever:
Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:
Functie:
Werkgevernummer:
Naam werknemer:
BSN:
De werkgever en werknemer hebben met elkaar de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie besproken. De werkgever heeft de werknemer tenminste geïnformeerd over:
- •. de wijze waarop de werkgever herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft onderzocht;
- •. de conclusie van werkgever dat herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn.
Datum:
Plaats:
| Werkgever | Werknemer |
|---|---|
| Naam: | Naam: |
| Handtekening: | Handtekening: |
Bijlage 4. Modelverklaring herplaatsingsonderzoek ziekte en arbeidsongeschiktheid
Naam werkgever:
Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:
Functie:
Werkgevernummer:
Naam werknemer:
BSN:
De werkgever en werknemer hebben met elkaar gesproken over herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie. De werkgever heeft de werknemer er tenminste over geïnformeerd dat:
- •. uit zorgvuldig onderzoek is gebleken dat voor de werknemer geen reële herplaatsingsmogelijkheden zijn
- •. de werkgever bij het onderzoek ook het resultaat van de WIA-claimbeoordeling heeft betrokken en indien er deskundigenoordeel van het UWV is aangevraagd, ook het deskundigenoordeel.
Datum:
Plaats:
| Werkgever | Werknemer |
|---|---|
| Naam: | Naam: |
| Handtekening: | Handtekening: |
Bijlage 5. Modelverklaring aanbod ondersteuning extern
Naam werkgever:
Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:
Functie:
Werkgevernummer:
Naam werknemer:
BSN:
De werkgever verklaart de volgende activiteiten te hebben ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk:
| Activiteit | Bedrag | |
|---|---|---|
| Sollicitatietraining | Ja/nee | |
| Netwerktraining | Ja/nee | |
| Coaching | Ja/nee | |
| Jobhunting | Ja/nee | |
| Capaciteitenonderzoek zelfstandig ondernemerschap | Ja/nee | |
| CV- en sollicitatiebriefcheck | Ja/nee | |
| Begeleiding gericht op zelfstandig ondernemerschap | Ja/nee | |
| Omscholing | Ja/nee | |
| Outplacement | Ja/nee | |
| Andere begeleiding gericht op het vinden van een baan elders | Ja/nee | |
| Totaalbedrag |
Datum:
Plaats:
| Werkgever | Werknemer |
|---|---|
| Naam: | Naam: |
| Handtekening: | Handtekening: |
De waarde is afhankelijk van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigen:
bij een vast dienstverband, een bedrag van:
- a. ten minste € 3.000,– bij een dienstverband van minder dan 10 jaar;
- b. ten minste € 4.000,– bij een dienstverband van ten minste 10 jaar maar minder dan 20 jaren;
- c. ten minste € 5.000,– bij een dienstverband van ten minste 20 jaren.
bij een tijdelijke dienstverband:
- a. ten minste € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden;
- b. ten minste € 1.000,– bij een dienstverband van tenminste 6 maanden.
bij de beëindiging van een participatiebaan (artikel 4:63 en 5:66)
- a. ten minste € 500,– bij een dienstverband van minder dan 12 maanden;
- b. ten minste € 1.000,– bij een dienstverband van 12 maanden of langer.
bij een dienstverband in het kader van vervanging (artikel 4:64 en 5:67):
- a. € 100,– per afgeronde maand dat de werknemer in dienst is geweest, tot een maximum van € 1.000,–.
Bijlage 6. Modelbrief verlengd aanbod ondersteuning extern
Geachte ......,
Op (Vul in: datum einde dienstverband) wordt uw dienstverband als (Vul in: functie) bij (Vul in: naam van de school), een van de scholen van (vul in: naam werkgever) beëindigd.
Op (Vul in: datum schriftelijk aanbod ondersteuning) hebben wij u schriftelijk ondersteuning aangeboden bij het verwerven van een werkkring buiten onze organisatie.
Tot op heden heeft u nog geen gebruik gemaakt van ons aanbod.
Hierbij bieden wij u wederom ondersteuning aan bij het verwerven van een werkkring buiten onze organisatie. Als u aanspraak maakt op een WW-uitkering dan blijft ons eerder aanbod voor de ondersteuning van kracht gedurende de eerste drie maanden na de eerste WW-dag. Voor informatie over ons aanbod verwijzen wij u naar de bijlage (Als bijlage toevoegen: schriftelijk aanbod externe ondersteuning).
Wij wijzen u er op dat, indien u een recht op een WW-uitkering wordt toegekend, u verplicht bent mee te werken aan uw re-integratie op de arbeidsmarkt. Indien u niet meewerkt aan uw re-integratie dan kan het UWV hier consequenties aan verbinden in de vorm van een financiële sanctie.
Hoogachtend,
...
Artikel 4:42:7. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie
Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.
De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van:
- a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar;
- b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar;
- c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer.
Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer.
De werkgever legt daartoe over:
- a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of
- b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag
Weigert de werknemer de verklaring zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel te ondertekenen dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever activiteiten heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk, zoals een offerte en factuur, waarbij de waarde van de ingekochte activiteiten minstens overeenkomt met de bedragen zoals genoemd in lid 2 van dit artikel.
Artikel 4:43. Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden vanwege opheffing betrekking vanwege de daling of beëindiging van een landelijke door de overheid beschikbaar gestelde subsidie voor werkgever met ontslagbeleid
Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a en 10.5a van de CAO PO voert en er is sprake van een daling of beëindiging van een landelijke door de overheid beschikbaar gestelde subsidie, waaronder ook begrepen subsidie voor een combinatiefunctie als bedoeld in het document ‘bestuurlijke afspraken Impuls brede scholen’, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband is beëindigd op grond van artikel 3.10, vierde lid van de CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden met als reden opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking, zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO, en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:43:1 tot en met 4:43:3 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.
Artikel 4:44. Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking vanwege de daling of beëindiging van de gemeentelijke bijdrage voor in- en doorstroombanen (ID-banen) voor werkgevers met ontslagbeleid
Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a en 10.5a van de CAO PO voert en er is sprake van een daling of beëindiging van een gemeentelijke bijdrage voor in- en doorstroombanen, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:44:1 tot en met 4:44:3 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.
Artikel 4:49:7. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie
Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.
De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van:
- a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar;
- b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar;
- c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer.
Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer.
- a. 4. De werkgever legt daartoe over: een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of
- b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag
Weigert de werknemer de verklaring zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel te ondertekenen dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever activiteiten heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk, zoals een offerte en factuur, waarbij de waarde van de ingekochte activiteiten minstens overeenkomt met de bedragen zoals genoemd in lid 2 van dit artikel.
Paragraaf 4.4. Formatieve beëindigingsgronden bij een tijdelijk dienstverband
Artikel 4:51. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege opheffing van de betrekking vanwege daling of beëindiging van een landelijke subsidie
Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet vanwege de opheffing van de betrekking zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO, vanwege daling of beëindiging van een landelijke subsidie, waaronder ook begrepen subsidie voor een combinatiefunctie als bedoeld in het document ‘bestuurlijke afspraken Impuls brede scholen’, dan komt de werkgever die de regeling werkgelegenheidsbeleid of ontslagbeleid, artikel 10.2 en 10.4a van de CAO PO, hanteert voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden van artikel 4:51:1 tot en met 4:51:2 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.
Artikel 4:52. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege opheffing van de betrekking voor werkgever met ontslagbeleid
Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a en 10.5a van de CAO PO hanteert, en er is sprake van daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband dat voor bepaalde tijd is aangegaan na het verstrijken van de tijd waarvoor deze is aangegaan niet is voortgezet met als reden, opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking als bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:52:1 tot en met 4:52:7 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.
Artikel 4:53. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk vanwege opheffing van de betrekking voor werkgever met werkgelegenheidsbeleid
Als de werkgever, die werkgelegenheidsbeleid als bedoeld in artikel 10.2 van de CAO PO voert en er is sprake van daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband dat voor bepaalde tijd is aangegaan op grond van artikel 3.8, eerste en tweede lid van de CAO PO na het verstrijken van de tijd waarvoor deze is aangegaan, niet is voortgezet met als reden, opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:53:1 tot en met 4:53:5 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.
Artikel 4:54. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege reorganisatie
Als de werkgever met de centrales in het DGO overleg heeft gevoerd over de rechtspositionele gevolgen van een reorganisatie als bedoeld in artikel 13.2, vijfde lid, onder a van de CAO PO en in dat kader een met de bonden overeengekomen sociaal plan, zoals bedoeld in artikel 10.3 van de CAO PO uitvoert of heeft uitgevoerd, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband dat voor bepaalde tijd is aangegaan na het verstrijken van de tijd waarvoor deze is aangegaan, niet is voortgezet met als reden, opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO wegens reorganisatie en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:54:1 tot en met 4:54:3 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.
Artikel 4:56:5. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie
Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.
De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van:
- a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden;
- b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband langer dan 6 maanden maar korter dan 12 maanden;
Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer.
De werkgever legt daartoe over:
- a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of
- b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag
Weigert de werknemer de verklaring zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel te ondertekenen dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever activiteiten heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk, zoals een offerte en factuur, waarbij de waarde van de ingekochte activiteiten minstens overeenkomt met de bedragen zoals genoemd in lid 2 van dit artikel.
Paragraaf 4.5. Beëindigingsgronden passend onderwijs bij een vast dienstverband
Paragraaf 4.6. beëindigingsgronden passend onderwijs bij tijdelijk dienstverband
Artikel 4:61. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege opheffing betrekking wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, voor werkgevers die ten behoeve van de personele gevolgen passend onderwijs een sociaal plan met de vakbonden overeengekomen zijn
Als de werkgever met de centrales in het DGO overleg heeft gevoerd over de rechtspositionele gevolgen van de invoering van passend onderwijs, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband dat voor bepaalde tijd is aangegaan na het verstrijken van de tijd waarvoor deze is aangegaan, niet is voortgezet met als reden, opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO wegens de invoering van passend onderwijs en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:61:1 tot en met 4:61:3 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.
Artikel 4:62. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege gewichtige omstandigheden, te weten kwalitatieve fricties als gevolg van de invoering van passend onderwijs
Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werkgever van oordeel is dat er sprake is gewichtige omstandigheden zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder h van de CAO PO, vanwege kwalitatieve fricties, als gevolg van de invoering van passend onderwijs, omdat naar het oordeel van de werkgever het anders onmogelijk wordt het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:62:1 tot en met 4:62:9 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.
Paragraaf 4.7. Beëindigingsgrond: beëindiging participatiebaan
Artikel 4:63. Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging participatiebaan
Indien er sprake is van de beëindiging van een dienstverband van een personeelslid, dat werkzaam is op basis van een participatiebaan als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder d van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:63:1 en 4:63:2 heeft voldaan en de in dit artikel genoemde document heeft overgelegd.
Paragraaf 4.8. Beëindigingsgrond dienstverbanden ten behoeve van vervanging
Artikel 4:64. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband ten behoeve van vervanging als bedoeld in Bijlage IA.1, onder b, Bijlage IA.2 en Bijlage IA.3 CAO PO
Indien er sprake is van het niet voortzetten van een dienstverband van een personeelslid, dat werkzaam is op basis van een tijdelijk dienstverband als bedoeld in Bijlage IA.1, onder b, Bijlage IA.2 en Bijlage IA.3 van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:64:1 tot en met 4:64:3 heeft voldaan en de in dit artikel genoemde document heeft overgelegd.
5. Beëndigingsgronden openbaar onderwijs
Paragraaf 5.1. Persoonsgebonden beëindigingsgronden bij een vast dienstverband
Artikel 5:11. Grondslag vergoedingsverzoek: andere met name genoemde redenen van gewichtige aard, te weten het met wederzijds goedvinden beëindigen van het dienstverband vanwege ernstige mate van onbekwaamheid of ongeschiktheid
Als het dienstverband is beëindigd op grond artikel 4.8, eerste lid, onder k van de CAO PO, zijnde andere met name genoemde en aan de werknemer schriftelijk meegedeelde redenen van gewichtige aard, namelijk dat werkgever en werknemer met wederzijds goedvinden het dienstverband willen beëindigen omdat werknemer naar het oordeel van de werkgever in ernstige mate onbekwaam of ongeschikt is voor zijn functie, zoals bedoeld in artikel 4.8, eerste lid, onder g van de CAO PO, komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden van artikel 5:11:1 tot en met 5:11:4 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.
Paragraaf 5.2. Persoonsgebonden beëindigingsgronden bij tijdelijk dienstverband
Artikel 5:21. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege bij indiensttreding opzettelijk verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen
Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat er naar het oordeel van de werkgever sprake is van het bij of in verband met indiensttreding en/of keuring opzettelijk verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen, zonder welke handelwijze niet tot indienstneming of geschiktverklaring zou zijn overgegaan, terwijl de termijn van zes maanden nog niet verstreken is, sinds de vaststelling van dit feit zoals bedoeld in artikel 4.8, eerste lid, onder i van de CAO PO, komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 5:21:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.
Artikel 5:31. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege vervanging wegens gecompenseerd vakantieverlof, vanwege eerder genoten zwangerschaps-bevallingsverlof op grond van de Wet arbeid en zorgen verleend en verlof indien werknemer door ziekte minder dan 20 dagen vakantieverlof heeft genoten
Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 4.4, onder a van de CAO PO, in verband met vervanging wegens gecompenseerd vakantieverlof als bedoeld in artikel 8.1, vijfde lid van de CAO PO, vanwege eerder genoten zwangerschaps-bevallingsverlof op grond van de Wet arbeid en zorg en verleend en verlof indien werknemer door ziekte minder dan 20 dagen vakantieverlof heeft genoten niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 5:31:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.
Artikel 5:32. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband vanwege vervanging afwezige wegens opnieuw verleend verlof
Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 4.4, onder a van de CAO PO, in verband met vervanging wegens opnieuw verleend verlof als bedoeld in artikel 8.2 van de CAO PO niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 5:32:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.
Artikel 5:33. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband vanwege vervanging afwezige wegens buitengewoon verlof
Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 4.4, onder a van de CAO PO, in verband met vervanging wegens buitengewoon verlof als bedoeld in artikel 8.7 tot en met 8.9, 8.11 tot en met 8.13, 8.15 of 8.18 CAO PO niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 5:33:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.
Artikel 5:34. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten van tijdelijk dienstverband vanwege vervanging afwezige wegens zwangerschaps- en bevallingsverlof op grond van de Wet Arbeid en Zorg (WAZO)
Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 4.4, onder a van de CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 5:34:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.
Paragraaf 5.3. Formatieve beëindigingsgronden bij een vast dienstverband
Artikel 5:41. Grondslag vergoedingsverzoek: opheffing betrekking voor werkgevers met werkgelegenheidsbeleid
Als de werkgever, die de werkgelegenheidsbeleid als bedoeld in artikel 10.2 van de CAO PO voert en er is sprake van daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt een vergoedingsverzoeken voor toewijzing in aanmerking als ontslag is verleend op grond van artikel 4.8, eerste lid, onder d van de CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 5:41:1 tot en met 5:41:5 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.
Artikel 5:42. Grondslag vergoedingsverzoek: opheffing betrekking vanwege reorganisatie
Als de werkgever met de centrales in het DGO overleg heeft gevoerd over de rechtspositionele gevolgen van een reorganisatie als bedoeld in artikel 13.2, vijfde lid, onder a van de CAO PO en in dat kader een met de bonden overeengekomen sociaal plan, zoals bedoeld in artikel 10.3 van de CAO PO uitvoert of heeft uitgevoerd, dan komt een vergoedingsverzoeken voor toewijzing in aanmerking als ontslag is verleend op grond van artikel 4.8, eerste lid, onder d van de CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 5:42:1 tot en met 5:42:3 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.
Artikel 5:43. Grondslag vergoedingsverzoek: opheffing betrekking van schoonmaakpersoneel wegens daling van de materiele bekostiging
Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4b en 10.5b van de CAO PO hanteert en er is sprake van daling van de rijksbekostiging materieel, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als ontslag is verleend op grond van artikel 4.8, eerste lid, onder d van de CAO PO, te weten op grond van opheffing van de betrekking vanwege daling van de materiele bekostiging en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 5:43:1 tot en met 5:43:5 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.
Artikel 5:44. Grondslag vergoedingsverzoek: opheffing betrekking van medewerkers Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband
Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4b en 10.5b van de CAO PO voert en er is sprake van daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in als ontslag is verleend op grond van artikel 4.8, eerste lid, onder d van de CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 5:44:1 tot en met 5:44:8 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.
Artikel 5:51. Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden vanwege opheffing betrekking van medewerkers Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband
Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4b en 10.5b van de CAO PO voert en er is sprake van daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband is beëindigd op grond van artikel 4.8, eerste lid, onder k van de CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden met als reden opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking, zoals bedoeld in artikel 4.8, eerste lid, onder d van de CAO PO en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 5:51:1 tot en met 5:51:8 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.
Paragraaf 5.4. formatieve beëindigingsgronden bij een tijdelijk dienstverband
Paragraaf 5.5. Beëindigingsgronden passend onderwijs bij vast dienstverband
Artikel 5:61. Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing voor werkgevers die ten behoeve van de personele gevolgen passend onderwijs een sociaal plan met de vakbonden overeengekomen zijn
Als de werkgever, ontslag verleend op grond van artikel 4.8, eerste lid, onder d van de CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking, wegens daling van de financiële bijdragen van derden als gevolg van de invoering passend onderwijs, een sociaal plan is overeengekomen met de vakcentrales, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 5:61:1 tot en met 5:61:5 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.
Paragraaf 5.6. beëindigingsgronden passend onderwijs bij tijdelijk dienstverband
Paragraaf 5.7. Beëindigingsgrond: beëindiging participatiebaan
Paragraaf 5.8. Beëindigingsgrond dienstverbanden ten behoeve van vervanging
6. Slotbepalingen
Bijlage 7. Modelverklaring daling bekostiging bij werkgelegenheidsbeleid
Naam werkgever:
Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:
Functie:
Werkgevernummer:
De werkgever verklaart dat:
- a. zich in één of meer achterliggende schooljaren, direct voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband, een daling in de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden heeft voorgedaan en
- b. de werkgever uitsluitend als gevolg van deze daling in de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon handhaven en
- c. er derhalve aan het beëindigen van het dienstverband niet (mede) andere redenen van financiële aard ten grondslag liggen dan genoemde daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden.
Datum:
Plaats:
Werkgever
Naam:
Handtekening:
Bijlage 8. Modelverklaring daling financiele bijdrage van derden als gevolg van de invoering passend onderwijs
Naam werkgever:
Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:
Functie:
Werkgevernummer:
De werkgever verklaart dat:
- a. direct voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband, een daling van financiële bijdragen van derden als gevolg van de invoering passend onderwijs heeft voorgedaan en
- b. de werkgever uitsluitend als gevolg van deze financiële bijdrage van derden werkgelegenheidsgarantie niet meer kon handhaven en
- c. er derhalve aan het beëindigen van het dienstverband niet (mede) andere redenen van financiële aard ten grondslag liggen dan genoemde daling van financiële bijdragen van derden.
Datum:
Plaats:
Werkgever
Naam:
Handtekening:
Bijlage 9. Verzoek vrijstellingsregeling van toetsing aan de voorwaarden van het reglement
Naam werkgever:
Vertegenwoordigd door de heer / mevrouw:
Functie:
Werkgevernummer:
De werkgever wenst, op grond vanartikel 3:3, derde lid, in aanmerking te komen voor een vrijstelling van de toetsing van de volgende voorwaarden:
- ○. reden beëindiging dienstverband
- ○. vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden
- ○. behoud eigen organisatie
- ○. behoud eigen functie
De werkgever voegt bewijsstukken / ter zake overtuigende documenten toe waaruit blijkt dat UWV de ontslagvergunning heeft verleend voor het dienstverband waarop het vergoedingsverzoek betrekking heeft.
Datum:
Plaats:
Werkgever
Naam:
Handtekening:
Artikel 4:42:8. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie
Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.
De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van:
- a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar;
- b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar;
- c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer.
Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer.
De werkgever legt daartoe over:
- a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of
- b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag
Weigert de werknemer de verklaring zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel te ondertekenen dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever activiteiten heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk, zoals een offerte en factuur, waarbij de waarde van de ingekochte activiteiten minstens overeenkomt met de bedragen zoals genoemd in lid 2 van dit artikel.
Artikel 4:49:8. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie
Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.
De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van:
- a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar;
- b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar;
- c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer.
Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer.
- a. 4. De werkgever legt daartoe over: een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of
- b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag
Weigert de werknemer de verklaring zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel te ondertekenen dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever activiteiten heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk, zoals een offerte en factuur, waarbij de waarde van de ingekochte activiteiten minstens overeenkomt met de bedragen zoals genoemd in lid 2 van dit artikel.
Artikel 4:56:6. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie
Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.
De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van:
- a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden;
- b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband langer dan 6 maanden maar korter dan 12 maanden;
Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer.
De werkgever legt daartoe over:
- a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of
- b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag
Weigert de werknemer de verklaring zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel te ondertekenen dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever activiteiten heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk, zoals een offerte en factuur, waarbij de waarde van de ingekochte activiteiten minstens overeenkomt met de bedragen zoals genoemd in lid 2 van dit artikel.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)