Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor het schooljaar 2017–2018

Type ZBO-regeling
Publication 2019-01-22
State In force
Source BWB
artikelen 635
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Artikel 4:11. Grondslag vergoedingsverzoek: ziekte/arbeidsongeschiktheid

Als aan de werknemer, die minder dan 35% arbeidsongeschikt is verklaard in het kader van de WIA, ontslag is verleend op grond van artikel 3.11, eerste lid, onder b van de CAO PO, te weten op grond van ziekte of arbeidsongeschiktheid, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:11:1 tot en met 4:11:4 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel 4:11:1. Meedelen reden ontslag aan werknemer

1.

De werkgever heeft de reden voor het ontslag aan de werknemer meegedeeld.

2.

De werkgever legt daartoe over een afschrift van het ontslagbesluit

3.

Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de WIA-beschikking waaruit blijkt dat de werknemer minder dan 35% arbeidsongeschikt is verklaard door het UWV in het kader van de WIA.

Artikel 4:11:2. Inspanning behoud werknemer voor eigen functie

1.

Voorafgaand aan het ontslag heeft de werkgever zich ingespannen om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden. Uiteindelijk heeft hij geconcludeerd dat dit niet mogelijk is.

2.

De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘gesprekkencyclus ziekte en arbeidsongeschiktheid’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat gesprekken tussen de werkgever en de werknemer hebben plaatsgevonden en dat de werkgever tijdens die gesprekken heeft benoemd:

  • a. welke beperkingen de werknemer heeft voor het uitoefenen van zijn eigen functie;
  • b. welke mogelijkheden zijn onderzocht om zijn eigen functie aan te passen;
  • c. de conclusie dat het niet mogelijk is de eigen functie van de werknemer aan te passen
3.

Weigert de werknemer de verklaring te ondertekenen, dan overlegt de werkgever afschriften van andere ter zake overtuigende documenten zoals:

  • a. één of meer schriftelijke uitnodigingen aan werknemer voor gesprekken; of
  • b. één of meer offertes van aanbieders voor begeleiding van werknemer; of
  • c. één of meer facturen van aanbieders voor begeleiding van werknemer; of
  • d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de gesprekken met en/of de begeleiding van de werknemer hebben plaatsgevonden.

Artikel 4:11:3. Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie

1.

Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden.

2.

De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘herplaatsingsonderzoek ziekte en arbeidsongeschiktheid’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn.

3.

Weigert de werknemer de verklaring te ondertekenen, dan overlegt de werkgever afschriften van andere ter zake overtuigende documenten zoals een brief aan de werknemer waarin de werkgever gemotiveerd meedeelt dat, en waarom, er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn.

Artikel 4:11:4. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

1.

Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.

2.

De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van:

  • a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter;
  • b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar;
  • c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer.
3.

Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer.

4.

De werkgever legt daartoe over:

  • a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of
  • b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag.
5.

Weigert de werknemer de verklaring zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel te ondertekenen dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever activiteiten heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk, zoals een offerte en factuur, waarbij de waarde van de ingekochte activiteiten minstens overeenkomt met de bedragen zoals genoemd in lid 2 van dit artikel.

Artikel 4:12. Grondslag vergoedingsverzoek: gewichtige omstandigheden te weten kwalitatieve fricties

Als ontslag is verleend op grond van artikel 3.11, eerste lid, onder h van de CAO PO, met als reden dat er naar het oordeel van de werkgever sprake is gewichtige omstandigheden, vanwege kwalitatieve fricties omdat het naar het oordeel van de werkgever anders onmogelijk wordt het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:12:1 tot en met 4:12:6 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel 4:12:1. Meedelen reden ontslag aan werknemer

1.

De werkgever heeft de reden voor ontslag aan de werknemer meegedeeld.

2.

De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit.

3.

Tevens overlegt de werkgever terzake overtuigende documenten waaruit blijkt dat conform artikel 2.15 CAO PO de PGMR voor 1 mei van het voorafgaande schooljaar heeft ingestemd met het meerjarenformatiebeleid/bestuursformatieplan.

Artikel 4:12:2. Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking

1.

De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald.

2.

De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld;
  • b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2015 – 2016 en schooljaar 2016 – 2017 opgenomen;
  • d. Het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan en per de datum waarop het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd, wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht.
3.

Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de passage van het ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 18a, achtste lid, onder b van de WPO, over de inzet van de bekostiging van de zorgvoorzieningen in de periode tot en per de datum van de beëindiging van het dienstverband.

4.

Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op.

5.

Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2017–2018 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2016–2017 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt.

Artikel 4:12:3. Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis

1.

De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld in artikel 4:12:1 op jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in artikel 4:12:2.

2.

De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld in artikel 4:12:2 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.

3.

Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan:

  • a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen.
  • b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst.
  • c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking.

Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels t.a.v. de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht.

Artikel 4:12:4. Toetsingsdatum

1.

Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is.

2.

Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een niet voortgezet of beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten of beëindigen van het dienstverband.

3.

Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid, van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is.

Artikel 4:12:5. Afvloeiingsvolgorde

Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer of werknemers betreft die in een vast dienstverband was of waren benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd.

Artikel 4:12:6. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

1.

Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.

2.

De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van:

  • a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter;
  • b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar;
  • c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer.
3.

Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer.

4.

De werkgever legt daartoe over:

  • a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of
  • b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag.
5.

Weigert de werknemer de verklaring zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel te ondertekenen dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever activiteiten heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk, zoals een offerte en factuur, waarbij de waarde van de ingekochte activiteiten minstens overeenkomt met de bedragen zoals genoemd in lid 2 van dit artikel.

Artikel 4:13. Grondslag vergoedingsverzoek: gewichtige omstandigheden

Als ontslag is verleend op grond van artikel 3.11, eerste lid, onder h van de CAO PO, te weten op grond van gewichtige omstandigheden, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:13:1 tot en met 4:13:4 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel 4:13:1. Meedelen ontslagaan werknemer

1.

De werkgever heeft de reden voor ontslag aan de werknemer meegedeeld.

2.

De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit waaruit onderbouwd blijkt dat er sprake is van gewichtige omstandigheden op grond waarvan de werkgever van oordeel is dat redelijkerwijs niet gevergd kan worden dat het dienstverband van werknemer nog langer wordt voortgezet

Artikel 4:13:2. Inspanning behoud werknemer voor eigen functie

1.

Voorafgaand aan het ontslag heeft de werkgever zich ingespannen om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden. Uiteindelijk heeft hij geconcludeerd dat dit niet mogelijk is.

2.

De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘gesprekkencyclus’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat gesprekken tussen de werkgever en de werknemer hebben plaatsgevonden en dat de werkgever tijdens die gesprekken heeft benoemd:

  • a. de door hem geconstateerde knelpunten in het functioneren van de werknemer;
  • b. de door hem noodzakelijk geachte verbetering in het functioneren van de werknemer;
  • c. de wijze waarop de werknemer met interne of externe ondersteuning deze verbetering moest bereiken en de periode waarbinnen hij dat moest realiseren;
  • d. de conclusie dat het verbetertraject niet of onvoldoende tot de noodzakelijke verbetering heeft geleid.
3.

Weigert de werknemer de verklaring te ondertekenen, dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten zoals:

  • a. één of meer schriftelijke uitnodigingen aan werknemer voor gesprekken; of
  • b. één of meer offertes van aanbieders voor begeleiding van werknemer; of
  • c. één of meer facturen van aanbieders voor begeleiding van werknemer; of
  • d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de gesprekken met en/of de begeleiding van de werknemer hebben plaatsgevonden.

Artikel 4:13:3. Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie

1.

Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden.

2.

De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn.

3.

Weigert de werknemer de verklaring te ondertekenen, dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten zoals een brief aan de werknemer waarin de werkgever gemotiveerd meedeelt dat, en waarom, er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn.

Artikel 4:13:4. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

1.

Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.

2.

De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van:

  • a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband van 10 jaar of korter;
  • b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar;
  • c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer.
3.

Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer.

4.

De werkgever legt daartoe over:

  • a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of
  • b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag.
5.

Weigert de werknemer de verklaring zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel te ondertekenen dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever activiteiten heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk, zoals een offerte en factuur, waarbij de waarde van de ingekochte activiteiten minstens overeenkomt met de bedragen zoals genoemd in lid 2 van dit artikel.

Artikel 4:14. Grondslag vergoedingsverzoek: tussentijdse beëindiging van een leerarbeidsovereenkomst van een leraar in opleiding

Vervallen

Artikel 4:14:1. Meedelen reden tussentijdse beëindiging dienstverband aan werknemer

1.

De werkgever heeft de reden van het tussentijds beëindigen van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld.

2.

De werkgever legt daartoe over ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de opleidende instelling de leerarbeidsovereenkomst van de werknemer die als LIO is benoemd, heeft beëindigd.

Artikel 4:15. Grondslag vergoedingsverzoek: het niet meewerken aan re-integratie als bedoeld in artikel 21 ZAPO

Als ontslag is verleend op grond van artikel 21 ZAPO vanwege het niet meewerken aan re-integratie, komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:15:1 heeft voldaan en de in het artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel 4:15:1. Meedelen reden ontslag aan werknemer

1.

De werkgever heeft de reden voor het ontslag aan de werknemer meegedeeld.

2.

De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit waaruit onderbouwd blijkt dat de werknemer zonder deugdelijke grond niet heeft meegewerkt aan zijn re-integratie

3.

Tevens overlegt de werkgever een afschrift van het advies van het UWV als bedoeld in artikel 21, tweede lid, ZAPO.

Artikel 4:15a. Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging dienstverband tijdens proeftijd

Als het dienstverband is beëindigd op grond van artikel 7:676 BW (beëindiging dienstverband tijdens proeftijd), dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij documenten overlegt waaruit blijkt, dat hij het dienstverband tijdens de proeftijd heeft opgezegd.

Paragraaf 4.2. persoonsgebonden beëindigingsgronden bij tijdelijke dienstverband

Artikel 4:16. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband waarbij werknemer dienstverband niet wil voortzetten

Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werknemer geen voortzetting van het dienstverband wenst, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:16:1 heeft voldaan en de in het artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel 4:16:1. Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer

1.

De werkgever overlegt ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer geen voortzetting van het dienstverband wenst; of

2.

De werkgever overlegt documenten waaruit blijkt dat hij, voorafgaand aan de einddatum van het tijdelijk dienstverband, een passende reguliere betrekking heeft aangeboden met tenminste een gelijke omvang als de voorafgaande betrekking.

Artikel 4:17. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege dringende redenen

Als het dienstverband is beëindigd wegens dringende reden als bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van de CAO PO (ontslag op staande voet) dan kan geen vergoedingsverzoek worden ingediend. De werkgever wordt geadviseerd om, in geval van beëindiging vanwege dringende reden, UWV daarover te informeren en van die melding aan UWV het Participatiefonds weer in kennis te stellen.

Artikel 4:18. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege plichtsverzuim

Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werkgever van oordeel is dat sprake is van plichtsverzuim zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder h van de CAO PO, komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:18:1 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel 4:18:1. Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer

1.

De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld.

2.

De werkgever legt daartoe over een afschrift van de brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft medegedeeld waarom hij het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten.

Artikel 4:19. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege onbekwaamheid/ongeschiktheid

Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werkgever van oordeel is dat sprake is van onbekwaamheid of ongeschiktheid van de werknemer voor de door hem uitgeoefende functie zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder d van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:19:1 tot en met 4:19:3 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel 4:19:1. Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer

1.

De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld.

2.

De werkgever legt daartoe over een afschrift van de brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft medegedeeld waarom hij het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten.

Artikel 4:19:2. Inspanning behoud werknemer voor eigen functie

1.

Voordat het tijdelijke dienstverband is verstreken, heeft de werkgever zich ingespannen om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden. Uiteindelijk heeft hij geconcludeerd dat dit niet mogelijk is.

2.

De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘gesprekkencyclus’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat gesprekken tussen de werkgever en de werknemer hebben plaatsgevonden en dat de werkgever tijdens die gesprekken heeft benoemd:

  • a. de door hem geconstateerde knelpunten in het functioneren van de werknemer;
  • b. de door hem noodzakelijk geachte verbetering in het functioneren van de werknemer;
  • c. de wijze waarop de werknemer met interne of externe ondersteuning deze verbetering moest bereiken en de periode waarbinnen hij dat moest realiseren;
  • d. de conclusie dat het verbetertraject niet of onvoldoende tot de noodzakelijke verbetering heeft geleid.
3.

Weigert de werknemer de verklaring te ondertekenen, dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten zoals:

  • a. één of meer schriftelijke uitnodigingen aan werknemer voor gesprekken; of
  • b. één of meer offertes van aanbieders voor begeleiding van werknemer; of
  • c. één of meer facturen van aanbieders voor begeleiding van werknemer; of
  • d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de gesprekken met en/of de begeleiding van de werknemer hebben plaatsgevonden.

Artikel 4:19:3. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

1.

Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.

2.

De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van:

  • a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden;
  • b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer.
3.

Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer.

4.

De werkgever legt daartoe over:

  • a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of
  • b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag.
5.

Weigert de werknemer de verklaring zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel te ondertekenen dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever activiteiten heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk, zoals een offerte en factuur, waarbij de waarde van de ingekochte activiteiten minstens overeenkomt met de bedragen zoals genoemd in lid 2 van dit artikel.

Artikel 4:20. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege ziekte/arbeidsongeschiktheid

Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van de het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat er naar het oordeel van de werkgever sprake is van ziekte of arbeidsongeschiktheid zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder b van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:20:1 tot en met 4:20:3 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel 4:20:1. Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer

1.

De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld.

2.

De werkgever legt daartoe over een afschrift van de brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft medegedeeld waarom hij het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten alsmede een afschrift van de brief van een onafhankelijke deskundige waaruit blijkt dat de werknemer op de einddatum van het dienstverband ziek was.

Artikel 4:20:2. Inspanning behoud werknemer voor eigen functie

1.

Voordat het tijdelijke dienstverband is verstreken, heeft de werkgever zich ingespannen om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden. Uiteindelijk heeft hij geconcludeerd dat dit niet mogelijk is.

2.

De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Gesprekkencyclus ziekte en arbeidsongeschiktheid’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat gesprekken tussen de werkgever en de werknemer hebben plaatsgevonden en dat de werkgever tijdens die gesprekken heeft benoemd:

  • a. welke beperkingen de werknemer heeft voor het uitoefenen van zijn eigen functie;
  • b. welke mogelijkheden zijn onderzocht om zijn eigen functie aan te passen;
  • c. de conclusie dat het niet mogelijk is de eigen functie van de werknemer aan te passen.
3.

Weigert de werknemer de verklaring te ondertekenen, dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten zoals:

  • a. één of meer schriftelijke uitnodigingen aan werknemer voor gesprekken; of
  • b. één of meer offertes van aanbieders voor begeleiding van werknemer; of
  • c. één of meer facturen van aanbieders voor begeleiding van werknemer; of
  • d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de gesprekken met en/of de begeleiding van de werknemer hebben plaatsgevonden.

Artikel 4:20:3. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

1.

Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.

2.

De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van:

  • a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden;
  • b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer.
3.

Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer.

4.

De werkgever legt daartoe over:

  • a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of
  • b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag.
5.

Weigert de werknemer de verklaring zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel te ondertekenen dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever activiteiten heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk, zoals een offerte en factuur, waarbij de waarde van de ingekochte activiteiten minstens overeenkomt met de bedragen zoals genoemd in lid 2 van dit artikel.

Artikel 4:21. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege gewichtige omstandigheden, te weten kwalitatieve fricties

Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werkgever van oordeel is dat er sprake is gewichtige omstandigheden zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder h van de CAO PO, vanwege kwalitatieve fricties omdat naar het oordeel van de werkgever het anders onmogelijk wordt het gevraagde onderwijs te verzorgen of de verlangde taken uit te voeren, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikelen 4:21:1 tot en met 4:21:5 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel 4:21:1. Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer

1.

De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld.

2.

De werkgever legt daartoe over een afschrift van de brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft medegedeeld waarom hij het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten.

3.

Tevens overlegt de werkgever terzake overtuigende documenten waaruit blijkt dat conform artikel 2.15 CAO PO de PGMR voor 1 mei van het voorafgaande schooljaar heeft ingestemd met het meerjarenformatiebeleid/bestuursformatieplan.

Artikel 4:21:2. Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking

1.

De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald.

2.

De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld;
  • b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2016 – 2017 en schooljaar 2017 – 2018 opgenomen;
3.

Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de passage van het ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 18a, achtste lid, onder b van de WPO, over de inzet van de bekostiging van de zorgvoorzieningen in de periode tot en per de datum van de beëindiging van het dienstverband.

4.

Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op.

5.

Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2017–2018 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2016–2017 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt.

Artikel 4:21:3. Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis

1.

De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld in artikel 4:21:1 op jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in artikel 4:21:2.

2.

De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld in artikel 4:21:2 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.

3.

Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan:

  • a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers die in een tijdelijk dienstverband waren benoemd bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen.

Artikel 4:21:4. Toetsingsdatum

1.

Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een tijdelijk dienstverband dat eindigt per of na de laatste schooldag van een schooljaar en dat na 1 augustus van dat jaar niet wordt voortgezet, wordt getoetst als zijnde een niet voortgezet dienstverband per 1 augustus van het volgend schooljaar en getoetst op basis van het Reglement dat van kracht is in dat volgende schooljaar.

2.

Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is.

3.

Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een niet voortgezet of beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste of tweede lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het niet voortzetten of beëindigen van het dienstverband.

4.

Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is.

Artikel 4:21:5. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

1.

Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.

2.

De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van:

  • a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden;
  • b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer.
3.

Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer.

4.

De werkgever legt daartoe over:

  • a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of
  • b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag.
5.

Weigert de werknemer de verklaring zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel te ondertekenen dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever activiteiten heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk, zoals een offerte en factuur, waarbij de waarde van de ingekochte activiteiten minstens overeenkomt met de bedragen zoals genoemd in lid 2 van dit artikel.

Artikel 4:22. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege gewichtige omstandigheden

Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werkgever van oordeel is dat sprake is gewichtige omstandigheden zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder h van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikelen 4:22:1 tot en met 4:22:4 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel 4:22:1. Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer

1.

De werkgever heeft de reden voor beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld.

2.

De werkgever legt daartoe over ter zake doende documenten waaruit onderbouwd blijkt dat er sprake is van gewichtige omstandigheden op grond waarvan de werkgever van oordeel is dat redelijkerwijs niet verlangd kan worden dat het dienstverband van werknemer nog langer wordt voortgezet.

Artikel 4:22:2. Inspanning behoud werknemer voor eigen functie

1.

Voordat het tijdelijke dienstverband is verstreken heeft de werkgever zich ingespannen om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden. Uiteindelijk heeft hij geconcludeerd dat dit niet mogelijk is.

2.

De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Gesprekkencyclus’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat gesprekken tussen de werkgever en de werknemer hebben plaatsgevonden en dat de werkgever tijdens die gesprekken heeft benoemd:

  • a. de door hem geconstateerde knelpunten in het functioneren van de werknemer;
  • b. de door hem noodzakelijk geachte verbetering in het functioneren van de werknemer;
  • c. de wijze waarop de werknemer met interne of externe ondersteuning deze verbetering moest bereiken en de periode waarbinnen hij dat moest realiseren;
  • d. de conclusie dat het verbetertraject niet of onvoldoende tot de noodzakelijke verbetering heeft geleid.
3.

Weigert de werknemer de verklaring te ondertekenen, dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten zoals:

  • a. één of meer schriftelijke uitnodigingen aan werknemer voor gesprekken; of
  • b. één of meer offertes van aanbieders voor begeleiding van werknemer; of
  • c. één of meer facturen van aanbieders voor begeleiding van werknemer; of
  • d. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat, en wanneer de gesprekken met en/of de begeleiding van de werknemer hebben plaatsgevonden.

Artikel 4:22:3. Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie

1.

Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden.

2.

De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn.

3.

Als de werknemer de verklaring weigert te ondertekenen, dan overlegt de werkgever afschriften van andere ter zake overtuigende documenten zoals een brief aan de werknemer waarin de werkgever gemotiveerd meedeelt dat, en waarom, er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn.

Artikel 4:22:4. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie

1.

Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.

2.

De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de einddatum van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van:

  • a. minstens € 500,– bij een dienstverband van minder dan 6 maanden;
  • b. minstens € 1.000,– bij een dienstverband van 6 maanden of langer.
3.

Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer.

4.

De werkgever legt daartoe over:

  • a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of
  • b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag.
5.

Weigert de werknemer de verklaring zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel te ondertekenen dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever activiteiten heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk, zoals een offerte en factuur, waarbij de waarde van de ingekochte activiteiten minstens overeenkomt met de bedragen zoals genoemd in lid 2 van dit artikel.

Artikel 4:23. Grondslag vergoedingsverzoek: einde van rechtswege van een leerarbeidsovereenkomst van een leraar in opleiding

Als het tijdelijk dienstverband van een werknemer die als LIO als bedoeld in artikel 3.24 van de CAO PO is benoemd, na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:23:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel 4:23:1. Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer

1.

De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld.

2.

De werkgever legt daartoe over een afschrift van de leerarbeidsovereenkomst waaruit blijkt dat de einddatum van het tijdelijk dienstverband overeenkomt met de datum van beëindiging van het tijdelijk dienstverband zoals deze door de werkgever bij het vergoedingsverzoek is opgegeven.

Artikel 4:24. Grondslag vergoedingsverzoek: einde van rechtswege van een leerarbeidsovereenkomst van een onderwijsassistent in opleiding

Als het tijdelijk dienstverband van een werknemer die als onderwijsassistent in opleiding als bedoeld in artikel 3.29 van de CAO PO is benoemd, na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:24:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel 4:24:1. Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer

1.

De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld.

2.

De werkgever legt daartoe over een afschrift van de leerarbeidsovereenkomst waaruit blijkt dat de einddatum van het tijdelijk dienstverband overeenkomt met de datum van beëindiging van het tijdelijk dienstverband zoals deze door de werkgever bij het vergoedingsverzoek is opgegeven.

Artikel 4:25. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege ontbreken onderwijsbevoegdheid dan wel omdat enige wettelijke bepaling zich daartegen verzet

Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werknemer niet de bij wet voorgeschreven onderwijsbevoegdheid bezit of indien enige andere wettelijke bepaling zich tegen voortzetting van het dienstverband verzet zoals bedoeld in artikel 3.2 van de CAO PO, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:25:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel 4:25:1. Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer

1.

De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld.

2.

Indien de reden voor het niet voortzetten van een tijdelijk dienstverband ligt in het feit dat de werknemer de bij wet voorgeschreven onderwijsbevoegdheid niet bezit, dan overlegt de werkgever een afschrift van een document waaruit blijkt wat de gemaakte afspraken zijn omtrent de onderwijsbevoegdheid bij aanvang van het dienstverband alsmede een afschrift van een document waaruit blijkt dat deze afspraken niet zijn nagekomen.

3.

Indien de reden voor het niet voortzetten van een tijdelijk dienstverband ligt in het feit dat enige wettelijke bepaling zich daar tegen verzet, overlegt de werkgever ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat:

  • a. wettelijke bepalingen zich verzetten tegen het voortzetten van het tijdelijk dienstverband van de werknemer; en
  • b. de werkgever de werknemer heeft meegedeeld dat het tijdelijk dienstverband niet wordt voortgezet vanwege het feit dat wettelijke bepalingen zich daar tegen verzetten.

Artikel 4:26. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege het niet meewerken aan re-integratie als bedoeld in artikel 21 ZAPO

Als het tijdelijk dienstverband na het verstrijken van het tijdvak waarvoor het is aangegaan niet wordt voortgezet omdat de werkgever van oordeel is dat sprake is van het niet meewerken aan re-integratie als bedoeld in artikel 21 ZAPO, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:26:1 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel 4:26:1. Meedelen reden niet voortzetten dienstverband aan werknemer

1.

De werkgever heeft de reden voor het niet voortzetten van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld.

2.

De werkgever legt daartoe over een afschrift van de brief waarin de werkgever aan de werknemer heeft medegedeeld waarom hij het tijdelijk dienstverband niet wil voortzetten.

3.

Tevens overlegt de werkgever een afschrift van het advies van het UWV als bedoeld in artikel 21, tweede lid, ZAPO.

Artikel 4:27. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege vervanging afwezige met ziekteverlof op grond van ZAPO

Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b van de CAO PO niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:27:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel 4:27:1. Aantonen vervanging wegens ziekte

1.

De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die ziekteverlof op grond van het ZAPO genoot.

2.

De werkgever legt daartoe over een akte van benoeming van de werknemer die de afwezige werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen:

  • a. de naam van de afwezige; en
  • b. de reden van de afwezigheid; en
  • c. de periode waarvoor de benoeming is aangegaan.
3.

Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van benoeming dan overlegt de werkgever naast de akte van benoeming:

  • a. een afschrift of afschriften afkomstig uit zijn salarissysteem waaruit blijkt dat de werknemer de wegens ziekte afwezige werknemer heeft vervangen; of
  • b. andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de wegens ziekte afwezige werknemer heeft vervangen.

Artikel 4:28. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege vervanging afwezige wegens schorsing

Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b, van de CAO PO, in verband met vervanging wegens schorsing als bedoeld in artikel 3.15 tot en met 3.19 van de CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:28:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel 4:28:1. Aantonen vervanging wegens schorsing

1.

De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die is geschorst op grond van artikel 3.15 tot en met 3.19 van de CAO PO.

2.

De werkgever legt daartoe over een afschrift van de akte van benoeming van de werknemer die de afwezige werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen:

  • a. de naam van de afwezige; en
  • b. de periode waarvoor de benoeming is aangegaan.
3.

Tevens overlegt de werkgever een afschrift van het schorsingsbesluit.

Artikel 4:29. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege vervanging afwezige wegens gecompenseerd vakantieverlof, vanwege eerder genoten zwangerschaps-bevallingsverlof op grond van de Wet arbeid en zorgen verleend en verlof indien werknemer door ziekte minder dan 20 dagen vakantieverlof heeft genoten

Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b van de CAO PO, in verband met vanwege vervanging afwezige wegens gecompenseerd vakantieverlof, vanwege eerder genoten zwangerschaps-bevallingsverlof op grond van de Wet arbeid en zorg en verleend en verlof indien werknemer door ziekte minder dan 20 dagen vakantieverlof heeft genoten als bedoeld in artikel 8.1, vijfde lid, van de CAO PO niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:29:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel 4:29:1. Aantonen vervanging wegens gecompenseerd vakantieverlof

1.

De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die gecompenseerd vakantieverlof genoot vanwege eerder genoten zwangerschaps-bevallingsverlof op grond van de Wet arbeid en zorg, of artikel 8.1, vijfde lid, van de CAO PO.

2.

De werkgever legt daartoe over een afschrift van de akte van benoeming van de werknemer die de afwezige werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen:

  • a. de naam van de afwezige; en
  • b. de reden van de afwezigheid; en
  • c. de periode waarvoor de benoeming is aangegaan.
3.

Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van benoeming dan overlegt de werkgever naast de akte van benoeming:

  • a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer gecompenseerd vakantieverlof heeft genoten; en
  • b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die gecompenseerd vakantieverlof genoot, heeft vervangen.

Artikel 4:30. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege vervanging afwezige wegens opnieuw verleend verlof

Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b, van de CAO PO, in verband met vervanging wegens opnieuw verleend verlof als bedoeld in artikel 8.2 van de CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:30:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel 4:30:1. Aantonen vervanging wegens opnieuw verleend verlof

1.

De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die opnieuw verleend verlof genoot op grond van artikel 8.2 van de CAO PO.

2.

De werkgever legt daartoe over een afschrift van de akte van benoeming van de werknemer die de afwezige werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen:

  • a. de naam van de afwezige; en
  • b. de reden van de afwezigheid; en
  • c. de periode waarvoor de benoeming is aangegaan.
3.

Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van benoeming dan overlegt de werkgever naast de akte van benoeming:

  • a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer opnieuw verleend verlof heeft genoten; en
  • b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die opnieuw verleend verlof genoot, heeft vervangen

Artikel 4:31. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege vervanging afwezig wegens buitengewoon verlof

Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b, van de CAO PO, in verband met vervanging wegens buitengewoon verlof als bedoeld in artikel 8.7 tot en met 8.9, artikel 8.11 tot en met 8.13, artikel 8.15 of artikel 8.18 van de CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:31:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel 4:31:1. Aantonen vervanging wegens buitengewoon verlof

1.

De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die buitengewoon verlof genoot op grond van artikel 8.7 dan wel 8.8, 8.9, 8.11, 8.12, 8.13, 8.15 of 8.18 van de CAO PO.

2.

De werkgever legt daartoe over een afschrift van de akte van benoeming van de werknemer die de afwezige werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen:

  • a. de naam van de afwezige; en
  • b. de reden van de afwezigheid; en
  • c. de periode waarvoor de benoeming is aangegaan.
3.

Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van benoeming dan overlegt de werkgever naast de akte van benoeming:

  • a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer buitengewoon verlof heeft genoten op grond van artikel 8.7 dan wel 8.8, 8.9, 8.11, 8.12, 8.13, 8.15 of 8.18 van de CAO PO; en
  • b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die buitengewoon verlof op grond van artikel 8.7 dan wel 8.8, 8.9, 8.11, 8.12, 8.13, 8.15 of 8.18 van de CAO PO genoot, heeft vervangen.

Artikel 4:32. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege vervanging afwezige wegens zwangerschaps- en bevallingsverlof op grond van de Wet Arbeid en Zorg (WAZO)

Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b, van de CAO PO, in verband met vervanging wegens zwangerschaps- en bevallingsverlof op grond van de Wet Arbeid en Zorg, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:32:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel 4:32:1. Aantonen vervanging wegens zwangerschaps- en bevallingsverlof

1.

De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die zwangerschaps- en bevallingsverlof genoot op grond van de WAZO.

2.

De werkgever legt daartoe over een afschrift van de akte van benoeming van de werknemer die de afwezig werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen:

  • a. de naam van de afwezige; en
  • b. de reden van de afwezigheid; en
  • c. de periode waarvoor de benoeming is aangegaan.
3.

Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van benoeming dan overlegt de werkgever naast de akte van benoeming:

  • a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer zwangerschaps- en bevallingsverlof heeft genoten; en
  • b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die zwangerschaps- en bevallingsverlof genoot, heeft vervangen.

Artikel 4:33. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege vervanging afwezige wegens ouderschapsverlof

Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b van de CAO PO, in verband met afwezigheid wegens ouderschapsverlof als bedoeld in artikel 8.19 van de CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:33:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel 4:33:1. Aantonen vervanging wegens ouderschapsverlof

1.

De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die ouderschapsverlof genoot op grond van artikel 8.19 van de CAO PO.

2.

De werkgever legt daartoe over een afschrift van de akte van benoeming van de werknemer die de afwezige werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen:

  • a. de naam van de afwezige; en
  • b. de reden van de afwezigheid; en
  • c. de periode waarvoor de benoeming is aangegaan.
3.

Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van benoeming dan overlegt de werkgever naast de akte van benoeming:

  • a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer ouderschapsverlof heeft genoten; en
  • b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die ouderschapsverlof genoot, heeft vervangen.

Artikel 4:34. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband

vanwege vervanging afwezige wegens spaarverlof

Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b van de CAO PO, in verband met vervanging wegens spaarverlof als bedoeld in artikel 8.23 van de CAO PO, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:34:1 en 4:34:2 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.

Artikel 4:34:1. Aantonen vervanging wegens spaarverlof

1.

De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die spaarverlof genoot op grond van artikel 8.23 van de CAO PO.

2.

De werkgever legt daartoe over een afschrift van de akte van benoeming van de werknemer die de afwezige werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen:

  • a. de naam van de afwezige; en
  • b. de reden van de afwezigheid; en
  • c. de periode waarvoor de benoeming is aangegaan.
3.

Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van benoeming dan overlegt de werkgever naast de akte van benoeming:

  • a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer spaarverlof heeft genoten; en
  • b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die spaarverlof genoot, heeft vervangen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)