Reglement Participatiefonds voor het Primair Onderwijs en de Expertisecentra voor het schooljaar 2017–2018
Artikel 4:34:2. Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie
Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden.
De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn.
Als de werknemer de verklaring weigert te ondertekenen, overlegt de werkgever afschriften van andere ter zake overtuigende documenten met betrekking tot het herplaatsingsonderzoek zoals een brief aan de werknemer waarin de werkgever gemotiveerd meedeelt dat, en waarom, er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn.
Artikel 4:35. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege vervanging afwezige wegens levensloopverlof
Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b, van de CAO PO, in verband met vervanging wegens levensloopverlof als bedoeld in artikel 8.24 van de CAO PO, niet wordt voortgezet, komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:35:1 en 4:35:2 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.
Artikel 4:35:1. Aantonen vervanging wegens levensloopverlof
De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die levensloopverlof genoot op grond van artikel 8.24 van de CAO PO.
De werkgever legt daartoe over een afschrift van de akte van benoeming van de werknemer die de afwezige werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen:
- a. de naam van de afwezige; en
- b. de reden van de afwezigheid; en
- c. de periode waarvoor de benoeming is aangegaan.
Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van benoeming overlegt de werkgever naast de akte van benoeming:
- a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer levensloopverlof heeft genoten; en
- b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die levensloopverlof genoot, heeft vervangen.
Artikel 4:35:2. Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie
Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor de eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden.
De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn.
Als de werknemer de verklaring weigert te ondertekenen, dan overlegt de werkgever afschriften van andere ter zake overtuigende documenten met betrekking tot het herplaatsingsonderzoek zoals een brief aan de werknemer waarin de werkgever gemotiveerd meedeelt dat, en waarom, er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn
Artikel 4:36. Grondslag vergoedingsverzoek: niet voortzetten tijdelijk dienstverband vanwege vervanging afwezige wegens studieverlof op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008
Als het tijdelijk dienstverband dat is aangegaan op grond van artikel 3.4, onder b, van de CAO PO, in verband met vervanging wegens studieverlof op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008, niet wordt voortgezet, dan komt de werkgever voor toewijzing van een vergoedingsverzoek in aanmerking indien de werkgever aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:36:1 heeft voldaan en de in dat artikel genoemde documenten heeft overgelegd.
Artikel 4:36:1. Aantonen vervanging wegens studieverlof op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008
De werkgever toont aan dat de werknemer was benoemd in een tijdelijk dienstverband wegens vervanging van een afwezige werknemer die studieverlof genoot op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008.
De werkgever legt daartoe over een afschrift van de akte van benoeming van de werknemer die de afwezige werknemer heeft vervangen, waarin is opgenomen:
- a. de naam van de afwezige; en
- b. de reden van de afwezigheid; en
- c. de periode waarvoor de benoeming is aangegaan.
Indien de reden van de afwezigheid niet is opgenomen in de akte van benoeming dan overlegt de werkgever naast de akte van benoeming:
- a. een afschrift van andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de afwezige werknemer studieverlof heeft genoten op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008; en
- b. een afschrift van ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werknemer de afwezige werknemer die studieverlof op grond van het Scholingsfonds als bedoeld in het ‘Definitief akkoord Convenant Leerkracht van Nederland’ van 1 juli 2008 genoot, heeft vervangen.
Paragraaf 4.3. Formatieve beëindigingsgronden bij een vast dienstverband
Artikel 4:37. Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden vanwege opheffing betrekking vanwege de daling of beëindiging van de gemeentelijke bijdrage voor in- en doorstroombanen (ID-banen) voor werkgevers met ontslagbeleid
Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a en 10.5a van de CAO PO voert het dienstverband beëindigt met wederzijds goedvinden op grond van artikel 3.10, vierde lid, van de CAO PO met als reden dat er sprake is van opheffing betrekking, zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO, vanwege daling of beëindiging van een gemeentelijke bijdrage voor in- en doorstroombanen, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:37:1 tot en met 4:37:3 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.
Artikel 4:37:1. Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer
De werkgever heeft aan de werknemer de reden voor de beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld.
De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst.
Artikel 4:37:2. Daling of beëindiging van de gemeentelijke bijdrage voor ID-banen
De werkgever toont aan dat de gemeentelijke bijdrage voor ID-banen is gedaald of beëindigd.
De werkgever legt daartoe over ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de gemeente de bijdragen voor ID-banen heeft verminderd of beëindigd.
Artikel 4:37:3. Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie
Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden.
De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn.
Artikel 4:38. Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden vanwege opheffing betrekking voor werkgevers met ontslagbeleid
Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a van de CAO PO voert het dienstverband eindigt met wederzijds goedvinden op grond van artikel 3.10, vierde lid van de CAO PO, met als reden dat er sprake is van opheffing betrekking, zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a CAO PO wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:38:1 tot en met 4:38:9 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.
Artikel 4:38:1. Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer
De werkgever heeft aan de werknemer de reden voor de beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld.
De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst.
Artikel 4:38:2. Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking
De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald.
De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden:
- a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld;
- b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2016 – 2017 en schooljaar 2017 – 2018 opgenomen;
- c. de bedragen die gemoeid gaan met de Regeling prestatiebox primair onderwijs worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2016 – 2017 en schooljaar 2017 – 2018 opgenomen;
- d. het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan en per de datum waarop het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd, wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht.
Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de passage van het ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 18a, achtste lid, onder b van de WPO, over de inzet van de bekostiging van de zorgvoorzieningen in de periode tot en per de datum van de beëindiging van het dienstverband.
Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op.
Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2017–2018 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2016–2017 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt.
Artikel 4:38:3. Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis
De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld in artikel 4:38:1 op jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in artikel 4:38:2.
De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld in artikel 4:38:2 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan:
- a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen.
- b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst.
- c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking.
Hierbij zijn voor personeel in vaste dienst de geldende regels t.a.v. de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht.
Artikel 4:38:4. Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend.
Als het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd, dan geeft de werkgever aan of er op de datum van beëindiging van het dienstverband sprake is van:
- i. personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft;
- ii. personeel in tijdelijke dienst dat, in de periode tussen het sluiten van de beëindigingsovereenkomst en de datum van beëindiging van het dienstverband, in vaste dienst is benoemd;
- iii. personeel in vaste of tijdelijke dienst dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst en de datum van beëindiging van het dienstverband, een uitbreiding van de betrekking heeft gehad;
- iv. personeel dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst en de datum van beëindiging van het dienstverband, in vaste dienst is getreden;
- v. een vacature op de datum van beëindiging van het dienstverband.
Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat het personeel betreft dat werkzaam is in dezelfde functie als die van de werknemer van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd, dan wordt het bedrag dat gemoeid is met de daling, genoemd in artikel 4:38:2 verminderd met het bedrag dat gemoeid is met het in dienst houden of nemen van personeel genoemd in i. t/m. v. respectievelijk met het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd en die niet in de vacature, genoemd onder v. is benoemd.
Artikel 4:38:5. Uitgestelde beëindiging van het dienstverband
Indien er sprake is van uitgestelde beëindiging van een dienstverband, dan wordt de vergelijking op bestuursniveau over drie schooljaren gemaakt. In de vergelijking wordt de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals beschreven in artikel 4:38:2 in de schooljaren 2015-2016, 2016–2017 en 2017–2018 vergeleken. Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum waarop het dienstverband beëindigd is, ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband.
De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2016 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband.
Artikel 4:38:6. Afvloeiingsvolgorde
Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd.
Artikel 4:38:7. Vergelijking per onderwijssoort
Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die wordt geconfronteerd met een daling van de rijksbekostiging maakt de vergelijking, zoals genoemd in artikel 4:38:3 voor de onderwijssoort waar de daling zich heeft voorgedaan. Is er een daling bij beide schoolsoorten dan maakt de werkgever per schoolsoort een vergelijking.
Artikel 4:38:8. Toetsingsdatum
Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is.
Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het beëindigen van het dienstverband.
Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is.
Artikel 4:38:9. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie
Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.
De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de beëindigingsdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van:
- a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar;
- b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar;
- c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer.
Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer.
De werkgever legt daartoe over:
- a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of
- b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag`
Weigert de werknemer de verklaring zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel te ondertekenen dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever activiteiten heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk, zoals een offerte en factuur, waarbij de waarde van de ingekochte activiteiten minstens overeenkomt met de bedragen zoals genoemd in lid 2 van dit artikel.
Artikel 4:39. Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden vanwege opheffing betrekking voor werkgevers met werkgelegenheidsbeleid
Als de werkgever, die de regeling werkgelegenheidsbeleid als bedoeld in artikel 10.2 van de CAO PO voert, het dienstverband eindigt met wederzijds goedvinden op grond van artikel 3.10, vierde lid van de CAO PO, met als reden dat er sprake is van opheffing betrekking, zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:39:1 tot en met 4:39:5 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.
Artikel 4:39:1. Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer
De werkgever heeft aan de werknemer de reden voor de beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld.
De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst.
Artikel 4:39:2. Sociaal Plan in geval daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis
De werkgever toont aan dat hij met de vakcentrales in het DGO het sociaal plan is overeengekomen omdat hij wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon garanderen.
De werkgever legt daartoe over de modelverklaring “Daling bekostiging bij werkgelegenheidsbeleid” waaruit blijkt dat
- a. zich in één of meer achterliggende schooljaren, direct voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband, een daling in de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden heeft voorgedaan; en
- b. de werkgever uitsluitend als gevolg van deze daling in de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon handhaven; en
- c. er derhalve aan het beëindigen van het dienstverband niet (mede) andere redenen van financiële aard ten grondslag liggen dan genoemde daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden.
Artikel 4:39:3. Sociaal Plan in geval van werknemers van wie het vaste dienstverband wordt beëindigd
De werkgever toont aan dat:
- a. hij met de bonden overeenstemming heeft bereikt over de omvang van het formatieve probleem dat zou kunnen leiden tot gedwongen ontslag na afloop van de tweede fase van het sociaal plan; en
- b. de beëindiging van het dienstverband met wederzijds goedvinden tijdens de looptijd van het sociaal plan, conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken, is;
De werkgever legt daartoe over het sociaal plan.
Tevens overlegt de werkgever ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever en de bonden gezamenlijk van oordeel zijn dat het formatieve probleem, nog niet door middel van reductie van de omvang van het personeelsbestand, volledig was opgelost op de datum van de beëindiging van het dienstverband.
Artikel 4:39:4. Toetsingsdatum
Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is.
Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst.
Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is.
Artikel 4:39:5. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie
Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.
De werkgever legt daartoe over het sociaal plan waaruit moet blijken dat de werknemer van minstens één van de in het sociaal plan overeengekomen mobiliteitsbevorderende maatregelen gebruik heeft kunnen maken.
Artikel 4:40. Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden vanwege opheffing betrekking vanwege reorganisatie
Als de werkgever met de centrales in het DGO overleg heeft gevoerd over de rechtspositionele gevolgen van een reorganisatie als bedoeld in artikel 13.2, vijfde lid, onder a van de CAO PO en in dat kader een met de bonden overeengekomen sociaal plan, zoals bedoeld in artikel 10.3 van de CAO PO uitvoert of heeft uitgevoerd, dan komt een vergoedingsverzoek, voor het dienstverband dat is beëindigd op grond van artikel 3.10, vierde lid van de CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden met als reden opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking, zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO, voor toewijzing in aanmerking als de werkgever heeft voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:40:1 tot en met 4:40:3 en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.
Artikel 4:40:1. Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer
De werkgever heeft aan de werknemer de reden voor de beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld.
De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst.
Artikel 4:40:2. Sociaal Plan
De werkgever toont aan dat:
- a. hij met de bonden overeenstemming heeft bereikt over de omvang van het formatieve probleem dat zou kunnen leiden tot gedwongen ontslag na afloop van de tweede fase van het sociaal plan; en
- b. de beëindiging van het dienstverband met wederzijds goedvinden, tijdens de looptijd van het sociaal plan conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken is; dan wel
- c. het ontslag meteen na afloop van fase twee conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken is.
De werkgever legt daartoe over het sociaal plan.
Tevens overlegt de werkgever ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever en de bonden gezamenlijk van oordeel zijn dat het formatieve probleem, nog niet volledig door middel van reductie van de omvang van het personeelsbestand, was opgelost op de datum van de beëindiging van het dienstverband.
Artikel 4:40:3. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie
Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.
De werkgever legt daartoe over het sociaal plan waaruit blijkt dat de werknemer gebruik heeft kunnen maken van minstens één van de in het sociaal plan overeengekomen mobiliteitsbevorderende maatregelen.
Artikel 4:41. Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden vanwege opheffing betrekking van schoonmaakpersoneel wegens daling van de materiele bekostiging
Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a en 10.5a van de CAO PO voert en er is sprake van daling van de rijksbekostiging materieel, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband voor schoonmaakpersoneel is beëindigd op grond van artikel 3.10, vierde lid van de CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden met als reden opheffing van de betrekking zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO, vanwege daling van de materiele bekostiging en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:41:1 tot en met 4:41:5 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.
Artikel 4:41:1. Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer
De werkgever heeft de reden voor de beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld.
De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst.
Artikel 4:41:2. Daling materiele bekostiging per 1 januari 2017
De werkgever toont aan dat de rijksbekostiging materieel op 1 januari 2018, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2017, zijn gedaald.
De werkgever legt daartoe over documenten waaruit blijkt dat de rijksbekostiging Materieel op 1 januari 2018, vergeleken met de totale rijksbekostiging Materieel per 31 december 2017, is gedaald.
Artikel 4:41:3. beëindiging dienstverband
In geval van een daling van de rijksbekostiging materiele instandhouding kan de werkgever op drie data het dienstverband van schoonmaakpersoneel beëindigen:
- A. Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2017, of
- B. Het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2018, of
- C. Het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2018
De werkgever overlegt, afhankelijk van de ontslagdatum, de vergelijking zoals bepaald in artikel 4:41:3 onder A, B of C:
Indien het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2017 dan toont de werkgever aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2017 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2017, inclusief andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag.
De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2017 en 2018.
Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de verwachte omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere niet voortgezette/ beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in de periode vanaf 1 januari 2017 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
Indien het dienstverband wordt beëindigd per 1 januari 2018 dan toont de werkgever aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2017 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2017, inclusief andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag.
De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2017 en 2018.
Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere niet voortgezette/ beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in de periode vanaf 1 januari 2017 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
Indien het dienstverband wordt beëindigd per 1 augustus 2018 dan toont de werkgever aan dat de daling van de vergoeding per 1 januari 2018 ten opzichte van de vergoeding per 1 januari 2017, inclusief andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden en natuurlijk verloop, minimaal gelijk is aan de omvang van het gemelde ontslag.
De werkgever legt daartoe over een vergelijking over de jaren 2017 en 2018.
Tevens overlegt de werkgever een gespecificeerde opgave in loonkosten van de omvang van het natuurlijk verloop van schoonmaakpersoneel en de andere niet voortgezette/ beëindigde dienstverbanden van schoonmaakpersoneel in de periode vanaf 1 januari 2018 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
Artikel 4:41:4. Afvloeiingsvolgorde
Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd.
Artikel 4:41:5. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie
Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.
De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van:
- a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar;
- b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar;
- c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer.
Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer.
De werkgever legt daartoe over:
- a. een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of
- b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag
Weigert de werknemer de verklaring zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel te ondertekenen dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever activiteiten heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk, zoals een offerte en factuur, waarbij de waarde van de ingekochte activiteiten minstens overeenkomt met de bedragen zoals genoemd in lid 2 van dit artikel.
Artikel 4:42. Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden vanwege opheffing betrekking Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband
Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4 en 10.5 van de CAO PO voert en er is sprake van daling van de bekostiging voor de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband is beëindigd op grond van artikel 3.10, vierde lid, van de CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden met als reden opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking, zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:42:1 tot en met 4:42:7 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.
Artikel 4:42:1. Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer
De werkgever heeft aan de werknemer de reden voor de beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld.
De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst.
Artikel 4:42:2. Daling bekostiging volgens vergelijking
De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid gaat met de totale bekostiging Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband, direct voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband, vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale bekostiging Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband per de datum van de beëindiging van het dienstverband is gedaald.
De werkgever legt daartoe over documenten waaruit blijkt dat de totale bekostiging Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband direct voorafgaand aan de datum van de beëindiging van het dienstverband, vergeleken met het bedrag dat gemoeid gaat met de totale bekostiging Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband per de datum van de datum van de beëindiging van het dienstverband is gedaald.
Het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan en per de datum waarop het dienstverband met wederzijds goedvinden is beëindigd, wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht.
Artikel 4:42:3. Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis
De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld in artikel 4:42:1 op jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in artikel 4:42:2.
De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld in artikel 4.42.2 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan:
- a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen.
- b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst.
- c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking.
Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels ten aanzien van de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht.
Artikel 4:42:4. Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend
Wanneer van een werknemer het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd, dan geeft de werkgever aan of er op de datum van beëindiging van het dienstverband sprake is van:
- i. personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft;
- ii. personeel in tijdelijke dienst dat, in de periode tussen het sluiten van de beëindigingsovereenkomst en de datum van beëindiging van het dienstverband, in vaste dienst is benoemd;
- iii. personeel in vaste of tijdelijke dienst dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst en de datum van beëindiging van het dienstverband, een uitbreiding van de betrekking heeft gehad;
- iv. personeel dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de beëindigingsovereenkomst en de beëindiging van het dienstverband, in vaste dienst is getreden;
- v. een vacature op de datum van de beëindiging van het dienstverband.
Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat het personeel betreft dat werkzaam is in dezelfde functie als die van werknemer/werknemers van wie het dienstverband beëindigd is, dan wordt het bedrag dat gemoeid is met de daling, genoemd in artikel 4:42:2 verminderd met het bedrag dat gemoeid is met het in dienst houden of nemen van personeel genoemd in i. tot en met iv. respectievelijk met het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer van wie het dienstverband beëindigd is en die niet in de vacature, genoemd onder v. is benoemd.
Artikel 4:42:5. Afvloeiingsvolgorde
Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd.
Artikel 4:42:6. Toetsingsdatum
Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus beëindigd dienstverband wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is.
Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een beëindigd dienstverband per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van debekostiging van de Centrale Dienst dan wel Samenwerkingsverband zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het beëindigen van het dienstverband.
Een vergoedingsverzoek van een beëindigd dienstverband op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling vanbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per 1 augustus van het volgend schooljaar van kracht is.
Artikel 4:42:7. Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie
Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie en/of participerende organisaties binnen het samenwerkingsverband te behouden.
De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie en/of participerende organisaties binnen het samenwerkingsverband heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn.
Als de werknemer de verklaring weigert te ondertekenen, overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten zoals een brief aan de werknemer waarin de werkgever gemotiveerd meedeelt dat, en waarom, er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn.’
Artikel 4:43. Grondslag vergoedingsverzoek: beëindiging met wederzijds goedvinden vanwege opheffing betrekking vanwege de daling of beëindiging van een landelijke door de overheid beschikbaar gestelde subsidie voor werkgever met ontslagbeleid
Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a en 10.5a van de CAO PO voert en er is sprake van een daling of beëindiging van een landelijke door de overheid beschikbaar gestelde subsidie, waaronder ook begrepen subsidie voor een combinatiefunctie als bedoeld in het document ‘bestuurlijke afspraken Impuls brede scholen’, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als het dienstverband is beëindigd op grond van artikel 3.10, derde lid van de CAO PO, te weten met wederzijds goedvinden met als reden opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking, zoals bedoeld in artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO, en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:43:1 tot en met 4:43:3 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.
Artikel 4:43:1. Meedelen reden beëindiging dienstverband aan werknemer
De werkgever heeft de reden voor de beëindiging van het dienstverband aan de werknemer meegedeeld.
De werkgever legt daartoe over de beëindigingsovereenkomst.
Artikel 4:43:2. Daling of beëindiging van een landelijk door de overheid beschikbare gestelde subsidie
De werkgever toont aan dat de landelijke subsidie is gedaald of beëindigd.
De werkgever legt daartoe over ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de landelijk door de overheid beschikbaar gestelde subsidie is gedaald of beëindigd.
Artikel 4:43:3. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie
Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.
De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de datum van de beëindiging van het dienstverband is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van:
- a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar;
- b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar;
- c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer.
Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, heeft de werkgever het ondersteuningsaanbod verlengd tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer.
De werkgever legt daartoe over:
- a. een afschrift van de modelbrief ‘aanbod externe ondersteuning’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of
- b. indien de werkgever geen gebruik heeft gemaakt van de modelbrief ‘aanbod externe ondersteuning’ andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag.
Weigert de werknemer de verklaring zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel te ondertekenen dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever activiteiten heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk, zoals een offerte en factuur, waarbij de waarde van de ingekochte activiteiten minstens overeenkomt met de bedragen zoals genoemd in lid 2 van dit artikel.
Artikel 4:44. Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking vanwege de daling of beëindiging van de gemeentelijke bijdrage voor in- en doorstroombanen (ID-banen) voor werkgevers met ontslagbeleid
Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a en 10.5a van de CAO PO voert en er is sprake van een daling of beëindiging van een gemeentelijke bijdrage voor in- en doorstroombanen, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:44:1 tot en met 4:44:3 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.
Artikel 4:44:1. Meedelen reden ontslag aan werknemer
De werkgever heeft de reden voor ontslag aan de werknemer meegedeeld.
De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit.
Artikel 4:44:2. Daling of beëindiging van de gemeentelijke bijdrage voor ID-banen
De werkgever toont aan dat de gemeentelijke bijdrage voor ID-banen is gedaald of beëindigd.
De werkgever legt daartoe over ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de gemeente de bijdragen voor ID-banen heeft verminderd of beëindigd.
Artikel 4:44:3. Inspanning behoud werknemer voor eigen organisatie
Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat het niet mogelijk is om de werknemer voor zijn eigen functie te behouden, heeft de werkgever zich ingespannen om hem in een andere functie voor de eigen organisatie te behouden.
De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘Herplaatsingsonderzoek’, die door beide partijen is ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat de werkgever met de werknemer de herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie heeft besproken. Tevens blijkt daar uit dat de werkgever heeft geconcludeerd dat die mogelijkheden ontbreken of redelijkerwijs niet te realiseren zijn.
Als de werknemer de verklaring weigert te ondertekenen, overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten zoals een brief aan de werknemer waarin de werkgever gemotiveerd meedeelt dat, en waarom, er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn.
Artikel 4:45. Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking voor werkgevers met ontslagbeleid
Als de werkgever, die de regeling ontslagbeleid als bedoeld in artikel 10.4a en 10.5a van de CAO PO en er is ontslag verleend op grond van artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:45:1 tot en met 4:45:9 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.
Artikel 4:45:1. Meedelen reden ontslag aan werknemer
De werkgever heeft de reden voor ontslag aan de werknemer meegedeeld.
De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit.
Artikel 4:45:2. Daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden volgens vergelijking
De werkgever toont aan dat het bedrag dat gemoeid is met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, direct voorafgaand aan het ontslag, vergeleken met het bedrag dat gemoeid is met de totale rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van het ontslag, is gedaald.
De werkgever legt daartoe over de vergelijking van de rijksbekostiging en financiële bijdragen van derden. Deze vergelijking voldoet aan de volgende voorwaarden:
- a. alle door de werkgever op bestuursniveau ontvangen bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, worden in de vergelijking opgenomen, tenzij in de volgende leden van dit artikel anders wordt vermeld;
- b. de bedragen die gemoeid gaan met het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2016 – 2017 en schooljaar 2017 – 2018 opgenomen;
- c. de bedragen die gemoeid gaan met de Regeling prestatiebox primair onderwijs worden voor 65% in de vergelijking van schooljaar 2016 – 2017 en schooljaar 2017 – 2018 opgenomen;
- d. het bedrag dat gemoeid is met de omvang van het natuurlijk verloop en de andere niet voortgezette/beëindigde dienstverbanden in de periode van zes maanden voorafgaand aan en per de datum van het ontslag wordt op het bedrag dat gemoeid is met de daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden in mindering gebracht.
Tevens overlegt de werkgever een afschrift van de passage van het ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 18a, achtste lid, onder b van de WPO, over de inzet van de bekostiging van de zorgvoorzieningen in de periode tot en per de datum van de beëindiging van het dienstverband.
Als de werkgever is aangesloten bij een samenwerkingsverband waarvan de aangesloten werkgevers hebben besloten dat zij zich gedragen als ware het samenwerkingsverband één werkgever voor wat betreft de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan neemt de werkgever de bedragen rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden op het niveau van het samenwerkingsverband in de vergelijking op.
Indien er sprake is van een fusie en/of overdacht van instellingen dan wel besturen, houdt de werkgever hier rekening mee, zodat de verschillende jaren vergelijkbaar blijven. Dit betekent dat als in het schooljaar 2017– 2018 een extra instelling onder het bevoegd gezag ressorteert, deze instelling in het schooljaar 2016 – 2017 (herkenbaar) bij de vergelijking betrokken wordt.
Artikel 4:45:3. Daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis
De werkgever toont aan dat het totale bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld in artikel 4:45:1 op jaarbasis, gelijk of lager is dan het bedrag dat gemoeid is met de daling genoemd in artikel 4:45:2.
De werkgever berekent daartoe het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de werknemer of werknemers, bedoeld in artikel 4:45:2 aan de hand van de loonkostentool van het Participatiefonds.
Bij de berekening van de totale loonkosten van meerdere werknemers brengt de werkgever de volgende rangorde aan:
- a. De werkgever neemt eerst de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het tijdelijk dienstverband niet is voortgezet, bij de berekening in aanmerking. De werkgever mag de volgorde van melden zelf bepalen.
- b. De werkgever neemt vervolgens de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het dienstverband op grond van een beëindigingsovereenkomst is beëindigd bij de berekening in aanmerking. De werkgever neemt daarbij eerst het dienstverband in aanmerking met de vroegste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst en als laatste dienstverband met de laatste datum van ondertekening van de beëindigingsovereenkomst.
- c. De werkgever neemt tenslotte de loonkosten van de werknemer of de werknemers van wie het vast dienstverband door middel van ontslag is beëindigd bij de berekening in aanmerking.
Hierbij zijn personeel in vaste dienst de geldende regels ten aanzien van de afvloeiingsvolgorde van de CAO PO van kracht.
Artikel 4:45:4. Onderbouwing reden dat voor de juiste persoon/personen het vergoedingsverzoek is ingediend.
Indien de werkgever een werknemer in vaste dienst heeft ontslagen dan geeft de werkgever aan of er op de datum van beëindiging van het dienstverband sprake is van:
- i. personeel in tijdelijke dienst dat gehandhaafd blijft;
- ii. personeel in tijdelijke dienst dat, in de periode tussen de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is benoemd;
- iii. personeel in vaste of tijdelijke dienst dat, in de periode tussen ontslagaanzegging en de ontslagdatum een uitbreiding van de betrekking heeft gehad;
- iv. personeel dat, in de periode tussen de datum van het sluiten van de ontslagaanzegging en de ontslagdatum in vaste dienst is getreden;
- v. een vacature op de datum van ontslag;
Als van het gestelde onder i., ii., iii., iv. of v. sprake is, in die zin dat het personeel betreft dat werkzaam is in dezelfde functie als die van de ontslagen werknemer/werknemers, dan wordt het bedrag dat gemoeid is met de daling, genoemd in artikel 4:45:2 verminderd met het bedrag dat gemoeid is met het in dienst houden of nemen van personeel genoemd in i. tot iv. en met respectievelijk met het bedrag dat gemoeid is met de loonkosten van de ontslagen werknemer die niet in de vacature, genoemd onder v., is benoemd.
Artikel 4:45:5. Uitgestelde beëindiging van het dienstverband
Indien er sprake is van uitgesteld ontslag dan wordt de vergelijking op bestuursniveau over drie schooljaren gemaakt.
In de vergelijking wordt de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zoals beschreven in artikel 4:45:2 in de schooljaren 2015 – 2016, 2016 – 2017 en 2017 – 2018 vergeleken.
Daarna volgt een vergelijking van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden tot de datum waarop het dienstverband beëindigd is, ten opzichte van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband.
De daling rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per 1 augustus 2016 wordt opgeteld bij de daling, of in mindering gebracht op de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden per de datum van beëindiging van het dienstverband.
Artikel 4:45:6. Afvloeiingsvolgorde
Een vergoedingsverzoek wordt afgewezen als het een werknemer betreft die in een vast dienstverband was benoemd, terwijl het tijdelijke dienstverband in dezelfde functie van één of meer werknemers niet wordt beëindigd.
Artikel 4:45:7. Vergelijking per onderwijssoort
Een werkgever die zowel werkgever is in de zin van de WPO als van de WEC en die wordt geconfronteerd met een daling van de rijksbekostiging maakt de vergelijking, zoals genoemd in artikel 4:39:3 voor de onderwijssoort waar de daling zich heeft voorgedaan. Is er een daling bij beide schoolsoorten dan maakt de werkgever per schoolsoort een vergelijking.
Artikel 4:45:8. Toetsingsdatum
Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een per 1 augustus verleend ontslag wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is.
Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een verleend ontslag per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst, indien de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich heeft voorgedaan direct voorafgaand aan de datum van het ontslag.
Een vergoedingsverzoek van een ontslag op grond van dit artikel per 1 augustus van het volgend schooljaar, terwijl de daling van derijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden zich eerder heeft voorgedaan maar de werkgever door het bepaalde van artikel 2.15 en 10.4a, zevende lid van de CAO PO niet eerder tot beëindiging van het dienstverband kon overgaan, wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is.
Artikel 4:45:9. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie
Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.
De werkgever legt daartoe over de modelverklaring ‘aanbod ondersteuning extern’, die door beide partijen, voor de ontslagdatum is ondertekend. Uit de verklaring blijkt welke activiteiten de werkgever heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk. De waarde van de ingekochte activiteiten hangt af van de duur van het dienstverband bij de werkgever en vertegenwoordigt een bedrag van:
- a. minstens € 3.000,– bij een dienstverband langer dan 12 maanden maar korter dan 10 jaar;
- b. minstens € 4.000,– bij een dienstverband langer dan 10 jaar maar korter dan 20 jaar;
- c. minstens € 5.000,– bij een dienstverband van 20 jaar of langer.
Als de werknemer geen gebruik heeft gemaakt van de in dit artikel genoemde aangeboden ondersteuning bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie, dan verlengt de werkgever het ondersteuningsaanbod tot drie maanden na de eerste WW-dag van de werknemer.
- a.
-
- De werkgever legt daartoe over: een afschrift van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ waaruit blijkt dat hij het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag; of
- b. als de werkgever geen gebruik maakt van de modelbrief ‘verlengd aanbod ondersteuning extern’ dan overlegt hij andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever het aanbod aan de werknemer om hem te ondersteunen bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie heeft verlengd tot 3 maanden na de eerste WW-dag.
Weigert de werknemer de verklaring zoals bedoeld in lid 2 van dit artikel te ondertekenen dan overlegt de werkgever andere ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever activiteiten heeft ingekocht om de werknemer te begeleiden naar ander werk, zoals een offerte en factuur, waarbij de waarde van de ingekochte activiteiten minstens overeenkomt met de bedragen zoals genoemd in lid 2 van dit artikel.
Artikel 4:46. Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking voor werkgevers met werkgelegenheidsbeleid
Als de werkgever, die de regeling werkgelegenheidsbeleid als bedoeld in artikel 10.2 van de CAO PO en er is ontslag verleend op grond van artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking, wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, dan komt de werkgever voor toewijzing van het vergoedingsverzoek in aanmerking indien hij aan de voorwaarden genoemd inartikel 4:46:1 tot en met 4:46:5 heeft voldaan en de in die artikelen genoemde documenten heeft overgelegd.
Artikel 4:46:1. Meedelen reden ontslag aan werknemer
De werkgever heeft de reden voor ontslag aan de werknemer meegedeeld.
De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit.
Artikel 4:46:2. Sociaal Plan in geval daling bekostiging groter of gelijk aan loonkosten op jaarbasis
De werkgever toont aan dat hij met de vakcentrales in het DGO het sociaal plan is overeengekomen omdat hij wegens daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon garanderen.
De werkgever legt daartoe over de modelverklaring “Daling bekostiging bij werkgelegenheidsbeleid” waaruit blijkt dat
- a. zich in één of meer achterliggende schooljaren, direct voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband, een daling in de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden heeft voorgedaan en
- b. de werkgever uitsluitend als gevolg van deze daling in de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden, de werkgelegenheidsgarantie niet meer kon handhaven en
- c. er derhalve aan het beëindigen van het dienstverband niet (mede) andere redenen van financiële aard ten grondslag liggen dan genoemde daling van de rijksbekostiging van personeel en financiële bijdragen van derden.
Artikel 4:46:3. Sociaal Plan in geval van werknemers van wie het vaste dienstverband wordt beëindigd
De werkgever toont aan dat:
- a. hij met de bonden overeenstemming heeft bereikt over de omvang van het formatieve probleem dat zou kunnen leiden tot gedwongen ontslag na afloop van de tweede fase van het sociaal plan, en
- b. het ontslag meteen na afloop van fase twee conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken is.
De werkgever legt daartoe over het sociaal plan.
Tevens overlegt de werkgever ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever en de bonden gezamenlijk van oordeel zijn dat het formatieve probleem nog niet door middel van reductie van de omvang van het personeelsbestand, volledig was opgelost op de datum van het ontslag.
Artikel 4:46:4. Toetsingsdatum
Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een ontslag per 1 augustus wordt getoetst op basis van het Reglement dat per die datum van 1 augustus van kracht is.
Een vergoedingsverzoek op grond van dit artikelvan een ontslag per een andere datum dan genoemd in het eerste lid van dit artikel, wordt per deze andere datum getoetst.
Artikel 4:46:5. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie
Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.
De werkgever legt daartoe over het sociaal plan waaruit moet blijken dat de werknemer van minstens één van de in het sociaal plan overeengekomen mobiliteitsbevorderende maatregelen gebruik heeft kunnen maken.
Artikel 4:47. Grondslag vergoedingsverzoek: ontslag vanwege opheffing betrekking vanwege reorganisatie
Als de werkgever met de centrales in het DGO overleg heeft gevoerd over de rechtspositionele gevolgen van een reorganisatie als bedoeld in artikel 13.2, vijfde lid, onder a van de CAO PO en in dat kader een met de bonden overeengekomen sociaal plan, zoals bedoeld in artikel 10.3 van de CAO PO uitvoert of heeft uitgevoerd, dan komt een vergoedingsverzoek voor toewijzing in aanmerking als ontslag is verleend op grond van artikel 3.11, eerste lid, onder a van de CAO PO, te weten op grond van opheffing van de instelling of de dienst van de instelling of de betrekking en de werkgever heeft aan de voorwaarden genoemd in artikel 4:47:1 tot en met 4:47:3 voldaan en de in die artikelen genoemde documenten overgelegd.
Artikel 4:47:1. Meedelen reden ontslag aan werknemer
De werkgever heeft de reden voor ontslag aan de werknemer meegedeeld.
De werkgever legt daartoe over het ontslagbesluit.
Artikel 4:47:2. Sociaal Plan
De werkgever toont aan dat:
- a. hij met de bonden overeenstemming heeft bereikt over de omvang van het formatieve probleem dat zou kunnen leiden tot gedwongen ontslag na afloop van de tweede fase van het sociaal plan; en
- b. het ontslag meteen na afloop van fase twee conform de in het sociaal plan gemaakte afspraken is.
De werkgever legt daartoe over het sociaal plan.
Tevens overlegt de werkgever ter zake overtuigende documenten waaruit blijkt dat de werkgever en de bonden gezamenlijk van oordeel zijn dat het formatieve probleem, nog niet volledig door middel van reductie van de omvang van het personeelsbestand, was opgelost op de datum ontslag.
Artikel 4:47:3. Ondersteuning werknemer bij verwerven werkkring buiten eigen organisatie
Nadat de werkgever heeft geconcludeerd dat de werknemer niet behouden kan blijven voor de eigen organisatie heeft hij de werknemer ondersteuning geboden bij het verwerven van een werkkring buiten de eigen organisatie.
De werkgever legt daartoe over het sociaal plan waaruit moet blijken dat de werknemer van minstens één van de in het sociaal plan overeengekomen mobiliteitsbevorderende maatregelen gebruik heeft kunnen maken.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)