Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 8 december 2017, nr. IENM/BSK-2017/205700, houdende regels met betrekking tot de basisregistratie ondergrond (Regeling basisregistratie ondergrond)
Bij ieder boortraject is in de basisregistratie ondergrond vastgelegd wat de afstand is vanaf het oorspronkelijk verticaal referentiepunt van het betreffende boorgat tot aan het eindpunt van het boortraject. In vakjargon wordt dit de gemeten diepte (Measured Depth, afgekort MD) van een boortraject genoemd. In de basisregistratie ondergrond wordt, in aansluiting op andere registratieobjecten, de term totale lengte gebruikt (zie figuur 30). Het bijvoeglijk naamwoord ‘totale’ is ingevoegd om expliciet te maken dat dit niet per se de lengte van één boortraject betreft. Voor het primaire boortraject is dit wel zo, maar voor zijtakken is de totale lengte een optelsom van de lengte van die zijtak plus de afstand van de delen van de boortrajecten vanaf het oorspronkelijk verticaal referentiepunt tot aan het tie-in-point voor die zijtak.
1.1.5.3. Mijnstelsels
1.1.5.3.1. Mijnstelsel
Een mijnstelsel is het geheel van ondergrondse structuren waaruit een mijn bestaat. Het omvat de toegangen, de transportzones en de ontginningszones. Mijnstelsel is gedefinieerd als subtype van de entiteit Mijnbouwconstructie. De gegevens die bij de entiteit Mijnbouwconstructie zijn gedefinieerd, gelden daarom ook voor zoutcaverne.
In figuur 31 is een 3D-model weergegeven van een steenkoolmijn met bovengrondse gebouwen, een schacht, een ondergrondse transportgang en een ondergrondse ontginning van een schuin liggende steenkoollaag. Dit geheel vormt een mijnstelsel (gemarkeerd met een rode lijn).
In figuur 32 is de vertaling gegeven van het 3D-model naar de gegevens zoals ze middels 2D-objecten opgenomen worden in de basisregistratie ondergrond. De bovengrondse elementen, de schachten, de transportgangen en de ondergrondse ontginningen worden niet opgenomen. Alleen het mijnstelsel als geheel wordt opgenomen onder de entiteit Mijnstelsel als multivlak-object.
Een 3D opname van een steenkoolmijn in de basisregistratie ondergrond is niet wenselijk. De hoogtegegevens van de ontginningen zijn weliswaar zeer nauwkeurig, maar door na-ijleffecten kan niet met zekerheid vastgesteld worden wat de huidige situatie is van dieptegegevens.
De meeste ondergrondse constructies in kalksteen zijn initieel als steengroeve gebruikt en worden in de basisregistratie ondergrond als soort mijnstelsel ‘kalksteengroeve’ opgenomen naar hun primaire gebruik. Het secundaire gebruik van de kalksteengroeve voor diverse doeleinden zoals champignonkweek, opslag, toerisme, enzovoorts wordt niet in de basisregistratie ondergrond opgenomen.
In figuur 33 is een 3D-model weergegeven van een kalksteengroeve met bovengronds landschap, diverse soorten toegangen en een horizontale ontginningszone met pilaren en gangen. Een transportzone is meestal niet aanwezig bij kalksteengroeves. De toegangen zijn met blauwe punten gemarkeerd. De ontginningszone is gemarkeerd als een oranje gearceerd deel binnen een oranje contour. De pilaren zijn niet ontgonnen en behoren daarom niet bij de ontginningszone. Dit geheel wordt met een rode lijn omsloten: de contour van het mijnstelsel.
In figuur 34 is de vertaling gegeven van het 3D-model van figuur 33 naar de gegevens zoals ze middels 2D-objecten opgenomen worden in de basisregistratie ondergrond. De bovengrondse elementen worden niet opgenomen. Toegangen worden als punt-objecten opgenomen onder de entiteit Toegang. Transportzones en ontginningszones worden als multivlak-objecten opgenomen onder de entiteit Transportzone resp. Ontginningszone. Het mijnstelsel als geheel wordt opgenomen onder de entiteit Mijnstelsel als multivlak-object.
Een 3D opname van een kalksteengroeve is in de basisregistratie ondergrond niet mogelijk. De hoogtegegevens van de toegangen en ontginningszones zijn namelijk niet beschikbaar en niet met grote zekerheid af te leiden. Vanuit een toegang van het soort ‘schacht’ kan niet bepaald worden op welke diepte een kalksteenontginning ligt maar ook vanuit een toegang van het soort ‘gang’ is vaak eerst nog een kleine daling of stijging nodig om bij de te ontginnen kalksteenlaag te komen. De ontginningszones zijn weliswaar grotendeels horizontaal maar er zijn in groeves meerdere verspringingen in hoogte waar de geologische breuken gevolgd worden. Ook helt het mergelpakket licht, gemiddeld 1 graad in noordwestelijke richting.
Behalve de kalksteengroeves zijn in de kalksteen ook gangen gegraven die primair niet ten behoeve van kalksteenwinning gemaakt zijn. Het betreft onder andere transporttunnels, militaire tunnels, schuilkelders, horizontale waterputten en vuursteenmijnen. Deze groeves worden opgenomen in de basisregistratie ondergrond omdat ze enerzijds lastig te onderscheiden zijn van de kalksteengroeves die primair wel voor winning gediend hebben en anderzijds omdat in de mijnbouwwetgeving deze groeves op dezelfde manier behandeld worden als de primaire kalksteengroeves. De 3D-opbouw en 2D-weergave van deze ondergrondse stelsels zijn vergelijkbaar met die van kalksteengroeves (zie figuren 31 en 32).
1.1.5.3.2. Gebeurtenis
De volgende gebeurtenissen worden onderscheiden die specifiek zijn voor mijnstelsels.
1.1.5.3.3. Gestandaardiseerde locatie mijnstelsel
De gestandaardiseerde locatie mijnstelsel betreft de locatie van een mijnstelsel in het standaard referentiestelsel dat de basisregistratie ondergrond hanteert voor uitlevering van gegevens, ETRS89. Hoewel dit referentiestelsel verplicht is bij het aanleveren van een mijnstelsel en deze entiteit daarom niet strikt noodzakelijk is, is de entiteit opgenomen voor consistentie met de andere soorten mijnbouwconstructies.
Een gestandaardiseerde locatie wordt niet gebruikt bij onderdelen van een mijnstelsel (toegangen, transportzones en ontginningszones). De locatie daarvan moet namelijk altijd worden aangeleverd in het standaard referentiestelsel dat de basisregistratie ondergrond hanteert. Onderscheid tussen een aangeleverde en een gestandaardiseerde locatie is daarbij derhalve niet aan de orde.
1.1.5.3.4. Mijnbouwwetvergunning
In de registratie ondergrond wordt bij een mijnstelsel opgenomen welke mijnbouwwetvergunning(en) voor ontginning van toepassing zijn. Dit vindt plaats bij het verlenen van een vergunning voor ontginningsactiviteiten in een nieuw aan te leggen mijnstelsel (wat wettelijk gezien mogelijk is voor kalksteengroeves), of voor het starten of voortzetten van ontginningsactiviteiten in een bestaand mijnstelsel. Vergunningen die worden verleend voor een ander doeleinde dan ontginning, worden niet opgenomen in de basisregistratie ondergrond. Afleiding van de actuele vergunning(en) vindt plaats zoals hierboven voor Boorgaten staat beschreven.
1.1.5.3.5. Toegang
Toegangen tot mijnstelsel zijn schachten, gangen of trappen. Schachten zijn verticaal gedreven toegangen vanaf met oppervlak naar de diepte waar de ontginning plaats vindt. Gangtoegangen worden gemaakt als het te ontginnen materiaal in een dalwand aan of vlak bij het aardoppervlak komt. Dan volstaat een korte gang vanaf de dalwand die min of meer horizontaal ligt of licht stijgt of daalt, tot de te ontginnen laag. Deze gangen zijn meestal kort. Een traptoegang wordt gemaakt bij ondiepe ontginningen waar een schacht een te zware constructie is maar een gangtoegang niet mogelijk is.
1.1.5.3.6. Transportzone
Transportzones bestaan uit tunnelgangen om van een toegang naar een ontginningsgebied te gaan of om van de ene ontginningszone naar een andere ontginningszone te gaan. Het doel is mensen en materialen naar de ontginningszone te kunnen verplaatsen en de ontgonnen materialen en mensen af te voeren naar het oppervlak.
1.1.5.3.7. Ontginningszone
In de ontginningszones worden de materialen uit de ondergrond gewonnen en via de transportzones en toegangen afgevoerd naar het oppervlak voor verdere verwerking.
1.1.5.3.8. Mijnkaart
Van de mijnstelsels voor de steenkoolmijnen die actief in gebruik waren vanaf ongeveer 1840 zijn kaarten gemaakt waar de toegangen, transportzones en ontginningszones op staan. In die kaarten staan vaak aanvullende gegevens opgenomen zoals hoogtes, ontgonnen diktes, jaar van ontginning, enzovoorts. Deze kaarten zijn gemaakt door de mijnbedrijven en, buiten de basisregistratie ondergrond, als geogerefereerde scans beschikbaar. De basisregistratie ondergrond bevat niet de mijnkaarten zelf maar alleen metagegevens erover, waaronder metagegevens die dienen als referentie naar een mijnkaart.
Bij iedere steenkoolmijn werd een eigen coördinaatsysteem toegepast waarbij het nulpunt van de kaart het middelpunt van een hoofdschacht was. De ontginningszone van de steenkool werd ingedeeld in kaartbladen. Soms werden door de tijd meerdere verschillende kaartseries gebruikt met eigen kaartbladindelingen. Vooral de oude Domaniale mijn heeft een uitgebreide serie kaarten: acht verschillende kaartseries. Bij de modernere staatsmijnen werd volstaan met twee kaartseries, een voor de overzichtskaarten en een voor de detailkaarten.
Voor de mijnspecifieke coördinaatsystemen zijn omrekenformules naar RD beschikbaar. De hoogtes in de mijnkaarten zijn meestal in NAP. Voor de verdieping wordt echter meestal de ‘meters onder maaiveld’ (m-mv) als verdiepingsnaam gebruikt. Deze diepte in meters is de diepte in meters onder maaiveld van de oorspronkelijke schacht. Deze diepte onder maaiveld wordt als positief getal weergegeven; hogere nummers betekenen een diepere ligging. De ‘m-mv’ diepte functioneert meer als een naam voor een verdieping en niet als de werkelijke diepte. De werkelijke diepte in NAP kan afwijken van de diepte zoals aangegeven in m-mv.
1.1.5.4. Zoutcavernes
1.1.5.4.1. Zoutcaverne
Zoutcaverne is gedefinieerd als subtype van de entiteit Mijnbouwconstructie. De gegevens die bij de entiteit Mijnbouwconstructie zijn gedefinieerd, gelden daarom ook voor zoutcaverne. Van de zoutcaverne wordt verder vastgelegd: de holruimtecontour (de maximale cumulatieve contour van de in de ondergrond aanwezige caverne) en de cavernemetingcode waarmee cavernemetingen opgevraagd kunnen worden mochten deze voor de caverne aanwezig zijn.
In figuur 35 is een 3D-model weergegeven van een zoutcaverne met bovengronds een ‘zouthuisje’ en ondergronds een boortraject en de zoutcaverne. Het bovengrondse element, het zouthuisje, wordt niet in de registratie ondergrond opgenomen. De holruimtecontour (weergegeven als gearceerd vlak) wordt opgenomen in het attribuut holruimtecontour. Het boortraject (weergegeven in grijs) wordt opgenomen onder de entiteit Boortraject.
1.1.5.4.2. Zoutcaverne in relatie tot het boortraject
Zoutcavernes worden altijd ontsloten door één of meerdere boortrajecten (een holte in de ondergrond die onderdeel is van een boorgat en ontstaan is na het uitvoeren van een boring)(zie figuur 35).
1.1.5.4.3. Gebeurtenis
De volgende gebeurtenissen worden onderscheiden die specifiek zijn voor zoutcavernes.
1.1.5.4.4. Gestandaardiseerde locatie zoutcaverne
De gestandaardiseerde locatie zoutcaverne betreft de locatie van een zoutcaverne in het standaard referentiestelsel dat de basisregistratie ondergrond hanteert voor uitlevering van gegevens, ETRS89. Deze kan identiek zijn aan de locatie die de bronhouder heeft aangeleverd als deze in ETRS89 is, of een door de basisregistratie ondergrond uitgevoerde transformatie van die aangeleverde locatie zijn.
1.1.5.4.5. Mijnbouwwetvergunning
De vergunningen die van toepassing zijn op de zoutcaverne, zijn de vergunningen die van toepassing zijn op bovengenoemde boorgaten (zie hierboven onder het kopje Boorgaten). Hierbij geldt dat als een zoutcaverne wordt ontsloten vanuit meerdere boorgaten, deze boorgaten bij het splitsen van een vergunning onder dezelfde nieuwe vergunning vallen.
1.1.6. INSPIRE
Het doel van de Europese kaderrichtlijn INSPIRE is het harmoniseren en openbaar maken van ruimtelijke gegevens van overheidsorganisaties ten behoeve van het milieubeleid. Het registratieobject mijnbouwconstructie valt wat het boorgat en het mijnstelsel betreft onder het INSPIRE-thema Geology en wat de zoutcaverne betreft onder Mineral Resources. Om die reden moeten de gegevens in het registratieobject geschikt gemaakt worden voor uitwisseling volgens de INSPIRE-standaard. Dit wordt geïmplementeerd middels een mapping van de gegevensmodellen van het boorgat, het mijnstelsel en de zoutcaverne op de gegevensmodellen van de respectievelijke INSPIRE-thema’s. De inhoud van deze mappings is geen onderdeel van deze catalogus.
Bijlage XXI. behorend bij artikel 11, onderdeel t, van de Regeling basisregistratie ondergrond
Deze bijlage betreft de catalogus van het registratieobject mijnbouwwetvergunning en is tevens gepubliceerd op www.basisregistratieondergrond.nl.
Basisregistratie ondergrond catalogus mijnbouwwetvergunning
Versie 1.99 (ter vaststelling)
Datum 3 mei 2021
Artikel 1. Definitie van registratieobject, entiteiten en attributen
1. Registratieobject
2. Het domeinmodel
3. Entiteiten en attributen
3.1. Mijnbouwwetvergunning
3.1.1. BRO-ID
3.1.2. bronhouder
3.1.3. object-ID bronhouder
3.1.4. dataleverancier
3.1.5. kwaliteitsregime
3.1.6. kader aanlevering
3.1.7. mijnbouwactiviteit
3.1.8. delfstof
3.1.9. stof
3.1.10. actuele status
3.1.11. tijdelijk verlengd
3.1.12. ingangsdatum
3.1.13. vervaldatum
3.1.14. onshore
3.1.15. opgevolgd door
3.1.16. registratiegeschiedenis
3.1.17. levensduur
3.1.18. vergunninggeschiedenis
3.1.19. gestandaardiseerde locatie
3.1.20. vergunninghouder
3.1.21. voorschrift
3.1.22. lopende wijziging
3.1.23. lopende intrekking
3.1.24. vergunninggebied
3.2. Registratiegeschiedenis
3.2.1. tijdstip registratie object
3.2.2. registratiestatus
3.2.3. tijdstip laatste aanvulling
3.2.4. tijdstip voltooiing registratie
3.2.5. gecorrigeerd
3.2.6. tijdstip laatste correctie
3.2.7. in onderzoek
3.2.8. in onderzoek sinds
3.2.9. uit registratie genomen
3.2.10. tijdstip uit registratie genomen
3.2.11. weer in registratie genomen
3.2.12. tijdstip weer in registratie genomen
3.3. Levensduur
3.3.1. begindatum
3.3.2. einddatum
3.4. Vergunninggeschiedenis
3.4.1. gebeurtenis
3.5. Gebeurtenis
3.5.1. datum
3.5.2. naam
3.5.3. besluitnummer
3.5.4. type wijziging
3.6. Gestandaardiseerde locatie
3.6.1. locatie
3.6.2. coördinaattransformatie
3.7. Vergunninghouder
3.7.1. organisatie
3.8. Voorschrift
3.9. Verleend gebied
3.9.1. gebiedsnummer
3.9.2. naam gebied
3.9.3. aangeleverde begrenzing
3.9.4. verticaal begrensd
3.9.5. dieptebereik
3.9.6. geldigheid
3.10. Dieptebereik
3.10.1. begindiepte
3.10.2. einddiepte
3.10.3. geologische bovengrens
3.10.4. geologische ondergrens
3.11. Geldigheid
3.11.1. begindatum
3.11.2. einddatum
3.12. Lopende wijziging
3.12.1. geplande ingangsdatum
3.12.2. wijziging definitief
3.12.3. te wijzigen gegevens
3.13. Te wijzigen gegevens
3.13.1. ingangsdatum
3.13.2. vervaldatum
3.13.3. vertrekkende organisatie
3.13.4. toetredende organisatie
3.13.5. te beeindigen gebied
3.13.6. gebiedsgegevens
3.14. Te wijzigen gebiedsgegevens
3.14.1. gebiedsnummer
3.14.2. naam gebied
3.14.3. aangeleverde begrenzing
3.14.4. verticaal begrensd
3.14.5. dieptebereik
3.15. Lopende intrekking
3.15.1. geplande intrekkingsdatum
3.15.2. intrekking definitief
Artikel 2. Beschrijving van uitbreidbare waardelijsten
1.1. ActueleStatus
De lijst met de statussen waarin de vergunning zich bevindt.
1.2. Coördinaattransformatie
De lijst met de methoden waarmee de coördinaten zijn omgezet.
1.3. Delfstof
De lijst met de delfstoffen waarop de mijnbouwactiviteit betrekking heeft.
1.4. GeologischeEenheid
De lijst met geologische eenheden uit de Stratigrafische Nomenclator.
1.5. GeologischGrensvlak
De lijst met de grenzen van geologische eenheden.
1.6. KaderAanlevering
De lijst met de redenen waarom het registratieobject aan de basisregistratie ondergrond is aangeleverd.
1.7. Mijnbouwactiviteit
De lijst met de mijnbouwactiviteiten.
1.8. NaamGebeurtenis
De lijst met de gebeurtenissen.
1.9. Registratiestatus
De lijst met de statussen waarin het registratieobject zich bevindt.
1.10. Stof
De lijst met de stoffen die worden opgeslagen.
1.11. TypeWijziging
De lijst met de wijzigingen in de verleende vergunning.
Toelichting
1. Inleiding
De catalogus voor de mijnbouwwetvergunning beschrijft de gegevens die in de registratie ondergrond zijn opgenomen van de vergunning die onder de Mijnbouwwet is verleend. Dat zijn de vergunningen verleend door de Minister van Economische Zaken en Klimaat en zijn voorgangers, die het recht geven op het opsporen en winnen van delfstoffen (opsporings- en winningsvergunningen), het opsporen en winnen van aardwarmte (opsporings- en winningsvergunningen, en vanaf 2021 start- en vervolgvergunningen2In het aangepaste vergunningstelsel voor het opsporen en winnen van aardwarmte wordt voorafgaand aan de startvergunning, een zoekgebied aardwarmte toegewezen. Het zoekgebied wordt verleend voor het uitvoeren van voorbereidingen gericht op het opsporen en winnen van aardwarmte. Met een toewijzing zoekgebied mag geen aardwarmte worden opgespoord (door boren) of worden gewonnen, en om die reden is de toewijzing zoekgebied niet opgenomen in de basisregistratie ondergrond.), het opsporen van CO2-opslagcomplexen (opsporingsvergunning van CO2-opslagcomplexen), het opslaan van stoffen en het permanent opslaan van CO2 in de ondergrond (opslagvergunningen), en de vergunningen verleend door de gedeputeerde staten van de provincies die het recht geven op het winnen van kalksteen.
De mijnbouwwetvergunning in de basisregistratie ondergrond is een registratieobject dat verwijst naar een dossier in de administratie van de vergunningverlener. Het registratieobject bevat niet alle gegevens uit het dossier, maar alleen de gegevens die voor eenieder beschikbaar moeten zijn. De mijnbouwwetvergunning vertelt in essentie aan welke partij de vergunningverlener het recht heeft gegeven een bepaalde mijnbouwactiviteit (opsporing, winning of opslag) uit te voeren in een bepaald deel van het gebied dat Nederland en zijn Exclusieve Economische Zone omvat.
1.1. De vergunning in de werkelijkheid
Het dossier bij de vergunningverlener wordt aangelegd wanneer een bepaalde partij een aanvraag indient voor een vergunning. Op die aanvraag volgt normalerwijze een besluit en dat gebeurt als is vastgesteld dat de aanvrager alle vereiste informatie heeft aangeleverd en de nodige adviezen zijn ingewonnen. Vanaf het moment dat de vergunningverlener een eerste besluit tot verlening heeft genomen kunnen we feitelijk spreken over een vergunning. Het besluit wordt publiekelijk bekendgemaakt en dan kan eenieder er kennis van nemen en er wat van gaan vinden. Met de bekendmaking van het besluit start een proces dat strikt geformaliseerd is: het verleningsproces.
Na bekendmaking van het eerste besluit tot verlening, kan er bezwaar of beroep worden ingediend. Eventueel wordt het besluit aangepast en als alles gaat zoals verwacht, wordt het proces afgesloten met het onherroepelijk worden van het besluit tot het verlenen van de vergunning. Vanaf dat moment is de vergunning ook werkelijk verleend en staan de gegevens vast.
Vaak wil de vergunninghouder of de vergunningverlener wijzigingen doorvoeren in de vergunning. Daarmee gaat de vergunning een nieuwe fase in en daarin wordt een proces doorlopen dat net zo strikt gereguleerd is als het verleningsproces: het wijzigingsproces. Dit proces kan zich in de loop van de tijd een aantal malen herhalen.
Of er nu wijzigingen worden doorgevoerd of niet, uiteindelijk houdt de vergunning op te bestaan en wordt het dossier gesloten. Er zijn verschillende redenen waarom een vergunning wordt beëindigd: de vergunning verloopt op de vastgestelde datum, de vergunning vervalt omdat de houder afstand doet van de vergunning of van rechtswege bijvoorbeeld omdat de houder ophoudt te bestaan, de vergunning wordt ingetrokken al dan niet op verzoek van de vergunninghouder of de vergunning wordt opgevolgd. Er is sprake van opvolging wanneer een vergunning wordt verleend voor een vervolgactiviteit in het gebied, de vergunning wordt gesplitst in twee om meer vergunningen en wanneer de vergunning met een of meer andere vergunningen wordt samengevoegd. Bij intrekking en opvolging wordt weer een strikt gereguleerd proces doorlopen: het beëindigingsproces. In de andere gevallen is de beëindiging eigenlijk alleen maar een formaliteit.
1.2. De vergunning in de registratie
1.2.1. Verlening
Een vergunning wordt in de basisregistratie ondergrond geregistreerd op het moment dat de vergunningverlener een eerste besluit tot verlening bekend heeft gemaakt.3Wanneer de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (Algemene wet bestuursrecht, afdeling 3.4) wordt gevolgd, wordt eerst een ontwerpbesluit genomen. Een ontwerpbesluit gaat vooraf aan een besluit tot verlening en wordt niet geregistreerd in de basisregistratie ondergrond. Met de bekendmaking van het besluit start het verleningsproces. De beschikbare gegevens worden vastgelegd. Veel gegevens hebben dan nog een voorlopig karakter. Eigenlijk staat alleen vast op welke mijnbouwactiviteit het recht betrekking heeft en over welke stof of delfstof het gaat. Het gebied wordt weliswaar nauwkeurig omschreven, maar staat alleen globaal vast omdat de grenzen nog kunnen veranderen. Zelfs de partij die als houder van de vergunning wordt aangemerkt kan nog veranderen. Het is dikwijls een consortium van organisaties en lopende het verleningsproces kunnen er organisaties bijkomen of afvallen.
Als alles gaat zoals verwacht, wordt het proces afgesloten met het onherroepelijk worden van het besluit tot het verlenen van de vergunning. Vanaf dat moment is de verlening vastgesteld en is de vergunning verleend. Alle gegevens staan vast, met één mogelijke uitzondering en dat is wanneer in het besluit voorwaarden zijn verbonden aan de ingangsdatum. In dat geval wordt de ingangsdatum pas later bekend.
Wanneer de zaken tijdens het verleningsproces anders lopen dan de verlener bij het bekendmaken van zijn eerste besluit had gedacht, kan de vergunning worden beëindigd voordat die is verleend: de vergunning wordt voortijdig beëindigd. De achterliggende reden kan bijvoorbeeld zijn dat de vergunninghouder failliet is gegaan of dat de maatschappelijke bezwaren tegen het besluit van dien aard zijn dat de verlener zijn eerdere besluit intrekt.
De bekendmaking van het eerste besluit is de eerste gebeurtenis in het leven van de vergunning in de basisregistratie ondergrond. Iedere keer dat er nieuwe gegevens beschikbaar komen die van algemeen belang zijn, is er sprake van een gebeurtenis die in de registratie ondergrond geregistreerd moet worden. Zo bouwt de vergunning in de registratie een geschiedenis op.
1.2.2. Wijziging
Het wijzigen van een vergunning is, zoals eerder gesteld, een strikt gereguleerd proces en tijdens dat proces kunnen de gegevens waar het over gaat nog veranderen. In de basisregistratie ondergrond worden de gegevens die bij een lopende wijziging horen apart geregistreerd. Zo is het voor de gebruiker enerzijds duidelijk welke gegevens op het moment van raadplegen gelden en anderzijds voor welke gegevens er een wijziging loopt en wat op dat moment de waarden van de te wijzigen gegevens zijn. Wanneer het besluit onherroepelijk is geworden en de wijziging is ingegaan, is het wijzigingsproces voltooid. De nieuwe waarden van de wijziging worden bij de betreffende gegevens opgenomen, en de vergunning is gewijzigd.
De wijziging die is gekoppeld aan het proces van overdracht verloopt anders. Een vergunning kan op initiatief van de houder worden overgedragen aan een andere partij. Veelal gebeurt dat omdat een bepaalde organisatie tot het consortium wil toetreden of het consortium wil verlaten. Het is ook mogelijk dat geen van de organisaties in de vergunning wil blijven participeren en er een consortium is gevonden dat geheel uit nieuwe spelers bestaat. De overdracht vereist de toestemming van de vergunningverlener. De wijziging wordt geregistreerd op het moment dat het houderschap feitelijk is overgegaan op de nieuwe partij.
1.2.3. Beëindiging
Het beëindigen van de vergunning is vanuit het perspectief van de registratie eenvoudig. De reden van beëindiging bepaalt of het een eenmalige gebeurtenis is, zoals bij verlopen of vervallen, of een reeks van gebeurtenissen die ieder een stapje in het proces vertegenwoordigen. Dat laatste is het geval wanneer de vergunning wordt ingetrokken of opgevolgd. Dan wordt iedere gebeurtenis in het proces in de basisregistratie ondergrond vastgelegd. Lopende dat proces kan alleen de datum waarop de beëindiging in moet gaan nog veranderen. In de basisregistratie ondergrond wordt de datum die bij een lopende intrekking hoort apart geregistreerd.
1.2.4. Gebeurtenissen
De meeste gebeurtenissen zijn direct gerelateerd aan de processen van verlening, wijziging en beëindiging:
Wanneer de vergunninghouder een aanvraag heeft ingediend voor een verlenging of voor een opvolging van de vergunning, wordt de geldigheidsduur van de vergunning tijdelijk voor onbepaalde tijd verlengd (tijdelijk verlengd). De vergunning blijft geldig zolang de procedure loopt.
De wijziging die bij overdracht hoort wordt anders vastgelegd dan wat gebruikelijk is. Bij overdracht worden slechts één gebeurtenis geregistreerd (vergunning overgedragen).
Wanneer de vergunning verloopt of vervalt wordt één gebeurtenis geregistreerd (vergunning verlopen en vergunning vervallen).
De nieuwe gegevens worden niet altijd op precies dezelfde manier geregistreerd. Tijdens het verleningsproces worden de oude waarden van gegevens overschreven met de nieuwe waarden. Van een vergunning waarvan de verlening nog loopt, krijgen de gebruikers dus alleen de actuele waarde te zien als ze de basisregistratie ondergrond raadplegen. De oude waarden blijven overigens wel bewaard in de brondocumenten die in het register brondocumenten ondergrond zijn opgeslagen. Pas wanneer de vergunning verleend is, is er sprake van een stabiele versie van de vergunning. Vanaf dat moment worden de nieuwe waarden opgeslagen en blijven ook de oude bewaard. Gebruikers kunnen dan in de basisregistratie ondergrond niet alleen de gegevens zien die op dat moment geldig zijn, maar ook de waarden die in het verleden golden.
1.3. Historische gegevens
De Mijnbouwwet is op 1 januari 2003 in werking getreden en is sindsdien meermalen gewijzigd. De oudste vergunningen zijn de vergunningen voor het opsporen en winnen van delfstoffen (koolwaterstoffen, steenkool en steenzout). Met de inwerkingtreding van de Mijnbouwwet in 2003 zijn daar vergunningen voor het opslaan van stoffen aan toegevoegd en vergunningen voor het opsporen en winnen van aardwarmte. Vergunningen die zijn verleend krachtens voorgaande wetten worden met de inwerkingtreding van de huidige Mijnbouwwet in 2003 beschouwd als Mijnbouwwetvergunning.
Alle vergunningen die onder de Mijnbouwwet zijn verleend, en alle vergunningen die op 1 januari 2003 bestonden en op die datum niet beëindigd waren, zullen in de basisregistratie ondergrond worden opgenomen. De vergunningen voor het winnen van kalksteen worden vanaf 1 januari 2011 verleend door de gedeputeerde staten. Van de vergunningen voor het winnen van kalksteen zullen de vergunningen die vanaf 1 januari 2011 zijn verleend, en de vergunningen die op 1 januari 2011 bestonden en op die datum niet beëindigd waren, in de basisregistratie ondergrond worden opgenomen.
Voor historische gegevens wordt het IMBRO/A-regime gehanteerd en dat kent minder strikte regels. Bij historische gegevens wordt geaccepteerd dat een aantal formeel verplichte gegevens geen waarde heeft.
2. Belangrijkste entiteiten
2.1. Mijnbouwwetvergunning
Deze entiteit draagt de naam van het registratieobject zelf en bevat de gegevens die het recht van een bepaalde partij op het uitvoeren van een bepaalde mijnbouwactiviteit in een bepaald gebied beschrijven. De activiteiten waar het over gaat zijn het opsporen van delfstoffen, aardwarmte, en CO2-opslagcomplexen, het winnen van delfstoffen, aardwarmte en kalksteen, en het opslaan van stoffen en het permanent opslaan van CO2 in de ondergrond. De stof of de delfstof zijn daarbij gespecificeerd. Verder geeft de entiteit informatie over de geldigheid van het recht, de actuele status die het recht heeft en wordt aangegeven of de vergunning landwaarts of zeewaarts van de mijnbouwwetgrens ligt (onshore, resp. offshore).
Voorschriften verbonden aan de vergunning zijn in deze versie van de catalogus buiten scope.
2.2. Registratiegeschiedenis
De registratiegeschiedenis van een mijnbouwwetvergunning geeft de essentie van de geschiedenis van het object in de registratie ondergrond, de zgn. formele geschiedenis. De registratiegeschiedenis vertelt bijvoorbeeld wanneer voor het eerst gegevens van het object zijn geregistreerd en of er na registratie correcties zijn doorgevoerd.
2.3. Vergunninggeschiedenis
Het leven van de mijnbouwwetvergunning begint op het moment dat het eerste besluit tot verlening bekend is gemaakt en eindigt op het moment dat de vergunning wordt beëindigd (levensduur). De vergunninggeschiedenis geeft aan wanneer het eerste besluit tot verlening bekend is gemaakt en welke gebeurtenissen daarna hebben plaatsgevonden. Indien van toepassing, wordt het nummer van het besluit vastgelegd.
2.4. Vergunninghouder
De vergunninghouder is de partij aan wie de vergunningverlener een vergunning wil verlenen of verleend heeft. De vergunninghouder is meestal een consortium van organisaties, soms één organisatie en bij hoge uitzondering een natuurlijk persoon. Natuurlijke personen zijn niet opgenomen in de basisregistratie ondergrond.
2.5. Vergunninggebied
Het vergunninggebied geeft aan waar het recht geldt. Bij verlening is er gewoonlijk sprake van een aaneengesloten gebied, maar het komt voor dat de vergunning betrekking heeft op twee gebieden die bij elkaar in de buurt liggen maar toch gescheiden zijn. Ieder verleend gebied heeft een naam. De begrenzing van het gebied wordt aan het aardoppervlak aangegeven. Het vergunninggebied is het aangegeven oppervlak en de ondergrond daarvan. Soms wordt het gebied ook in diepte beperkt en wordt vastgelegd voor welk dieptebereik de vergunning geldt.
In de loop van de tijd kan het recht van de vergunninghouder in een deel van het gebied vervallen. Dat kan in gang zijn gezet door de vergunningverlener (nadat de vergunningverlener heeft vastgesteld dat het recht in een bepaald deel van het vergunninggebied niet benut wordt, zogenaamde fallow is) maar kan ook gebeurd zijn op initiatief van de vergunninghouder.
2.6. Lopende wijziging
De lopende wijziging omvat de gegevens die bij een actueel wijzigingsbesluit horen. De entiteit is van tijdelijke aard. Wanneer het besluit onherroepelijk is geworden en de wijziging is ingegaan, verdwijnt de lopende wijziging en worden de nieuwe waarden bij de betreffende gegevens in de mijnbouwwetvergunning opgenomen.
2.7. Lopende intrekking
De lopende intrekking omvat de gegevens die bij een actueel intrekkingsbesluit horen. De entiteit is van tijdelijke aard. Wanneer het besluit onherroepelijk is geworden en de intrekking is ingegaan, verdwijnt de lopende intrekking en wordt de intrekkingsdatum als nieuwe vervaldatum in de mijnbouwwetvergunning opgenomen.
3. INSPIRE
Het doel van de Europese kaderrichtlijn INSPIRE is het harmoniseren en openbaar maken van ruimtelijke gegevens van overheidsorganisaties ten behoeve van het milieubeleid. Het registratieobject mijnbouwwetvergunning valt onder het INSPIRE-thema Gebiedsbeheer, gebieden waar beperkingen gelden, gereguleerde gebieden en rapportage-eenheden (AM), en om die reden moeten de gegevens in het registratieobject geschikt gemaakt worden voor uitwisseling volgens de INSPIRE-standaard. Dit wordt geïmplementeerd middels een mapping van het domeinmodel van het de Mijnbouwwetvergunning op het datamodel van het INSPIRE-thema. De inhoud van deze mapping is geen onderdeel van deze catalogus.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Bijlage III. bij artikel 11, onderdeel b, van de Regeling basisregistratie ondergrond
Deze bijlage betreft de catalogus van het registratieobject booronderzoek – bodemkundige boormonsterbeschrijving en boormonsteranalyse, versie 2.1 met datum 1 september 2022, en is gepubliceerd op https://docs.geostandaarden.nl/bro/def-im-bhr-p-20220901/.
Bijlage IV. bij artikel 11, onderdeel c, van de Regeling basisregistratie ondergrond
Deze bijlage betreft de catalogus van de registratieobjecten booronderzoek – geologische boormonsterbeschrijving en boormonsteranalyse, versie 3.1, met datum 7 juni 2023, en is gepubliceerd op https://docs.geostandaarden.nl/bro/def-im-bhr-g-20230607/
Bijlage V. bij artikel 11, onderdeel d, van de Regeling basisregistratie ondergrond
Deze bijlage betreft de catalogus van het registratieobject booronderzoek – geotechnische boormonsterbeschrijving en boormonsteranalyse, versie 2.2 met datum 1 september 2022, en is gepubliceerd op https://docs.geostandaarden.nl/bro/def-im-BHR-GT-20220901/.
Bijlage VI. bij artikel 11, onderdeel e, van de Regeling basisregistratie ondergrond
Deze bijlage betreft de catalogus van het registratieobject wandonderzoek – bodemkundige wandbeschrijving en wandmonsteranalyse, versie 2.1 met datum 1 september 2022, en is gepubliceerd op https://docs.geostandaarden.nl/bro/def-im-sfr-20220901/.
Bijlage VII. bij artikel 11, onderdeel f, van de Regeling basisregistratie ondergrond
Deze bijlage betreft de catalogus van het registratieobject grondwatermonitoringput, versie 1.1, met datum 12 april 2024, en is gepubliceerd op https://docs.geostandaarden.nl/bro/vv-im-gmw-20240412/.
Bijlage VIII. bij artikel 11, onderdeel g, van de Regeling basisregistratie ondergrond
Deze bijlage betreft de catalogus van het registratieobject grondwatermonitoringnet, versie 1.0 met datum 2 juli 2020, en is gepubliceerd op https://docs.geostandaarden.nl/bro/def-im-gmn-20200702/.
Bijlage IX. bij artikel 11, onderdeel h, van de Regeling basisregistratie ondergrond
Deze bijlage betreft de catalogus van het registratieobject grondwatersamenstellingsonderzoek, versie 1.1, met datum 7 juni 2023, en is gepubliceerd op https://docs.geostandaarden.nl/bro/def-im-gar-20230607/
Bijlage X. bij artikel 11, onderdeel i, van de Regeling basisregistratie ondergrond
Deze bijlage betreft de catalogus van het registratieobject grondwaterstandonderzoek, versie 1.1, met datum 7 juni 2023, en is gepubliceerd op https://docs.geostandaarden.nl/bro/def-im-gld-20230607/
Bijlage XI. bij artikel 11, onderdeel j, van de Regeling basisregistratie ondergrond
Deze bijlage betreft de catalogus van het registratieobject bodemkaart, versie 1.2, met datum 7 juni 2023, en is gepubliceerd op https://docs.geostandaarden.nl/bro/def-im-SGM-20230607/
Bijlage XII. bij artikel 11, onderdeel k, van de Regeling basisregistratie ondergrond
Deze bijlage betreft de catalogus van het registratieobject geomorfologische kaart, versie 1.1, met datum 7 juni 2023, en is gepubliceerd op https://docs.geostandaarden.nl/bro/def-im-GMM-20230607/
Bijlage XIII. bij artikel 11, onderdeel l, van de Regeling basisregistratie ondergrond
Deze bijlage betreft de catalogus van het registratieobject hydrogeologisch model, versie 1.1, met datum 7 juni 2023, en is gepubliceerd op https://docs.geostandaarden.nl/bro/def-im-HGM-20230607/
Bijlage XIV. bij artikel 11, onderdeel m, van de Regeling basisregistratie ondergrond
Deze bijlage betreft de catalogus van het registratieobject GeoTop, versie 1.0 met datum 21 juni 2019, en is gepubliceerd op https://docs.geostandaarden.nl/bro/def-im-GTM-20190621/.
Bijlage XV. bij artikel 11, onderdeel n, van de Regeling basisregistratie ondergrond
Deze bijlage betreft de catalogus van het registratieobject digitaal geologisch model, versie 1.0 met datum 7 mei 2019, en is gepubliceerd op https://docs.geostandaarden.nl/bro/def-im-DGM-20190507/.
Bijlage XVI. bij artikel 11, onderdeel o, van de Regeling basisregistratie ondergrond
Deze bijlage betreft de catalogi van het registratieobject formatieweerstandonderzoek, versie 1.0 met datum 1 september 2021, en is gepubliceerd op https://docs.geostandaarden.nl/bro/def-im-FRD-20210701/.
Bijlage XVII. bij artikel 11, onderdeel p, van de Regeling basisregistratie ondergrond
Deze bijlage betreft de catalogus van het registratieobject model grondwaterspiegeldiepte, versie 1.1, met datum 7 juni 2023 https://docs.geostandaarden.nl/bro/def-im-wdm-20230607/
Bijlage XVIII. bij artikel 11, onderdeel q, van de Regeling basisregistratie ondergrond
Deze bijlage betreft de catalogus van het registratieobject grondwatergebruiksysteem, versie 1.0 met datum 21 oktober 2021, en is gepubliceerd op https://docs.geostandaarden.nl/bro/def-im-guf-20211021/.
Bijlage XIX. bij artikel 11, onderdeel r, van de Regeling basisregistratie ondergrond
Deze bijlage betreft de catalogus van het registratieobject grondwaterproductiedossier, versie 1.0 met datum 13 januari 2022, en is gepubliceerd op https://docs.geostandaarden.nl/bro/def-im-gpd-20220113/.
Bijlage XX. bij artikel 11, onderdeel s, van de Regeling basisregistratie ondergrond
Deze bijlage betreft de catalogus van het registratieobject mijnbouwconstructie, versie 1.0 met datum 10 oktober 2021, en is gepubliceerd op https://docs.geostandaarden.nl/bro/def-im-EPC-20211021/.
Bijlage XXI. bij artikel 11, onderdeel t, van de Regeling basisregistratie ondergrond
Deze bijlage betreft de catalogus van het registratieobject mijnbouwwetvergunning, versie 2.0 met datum 21 oktober 2021, en is gepubliceerd op https://docs.geostandaarden.nl/bro/def-im-EPL-20211021/.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Bijlage XXII. bij artikel 11, onderdeel u, van de Regeling basisregistratie ondergrond
Deze bijlage betreft de catalogus van het registratieobject milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 1.1, met datum 25 september 2024, en is gepubliceerd op https://docs.geostandaarden.nl/bro/sad/.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Bijlage XXIII. bij artikel 11, onderdeel v, van de Regeling basisregistratie ondergrond
Deze bijlage betreft de catalogus van het registratieobject overheidsbesluit bodemverontreiniging, versie 1.0, met datum 25 september 2024, en is gepubliceerd op https://docs.geostandaarden.nl/bro/sld/.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)