Toezichtbeleid erkenninghouders RDW 2018
Gelet op de Wegenverkeerswet 1994, het Kentekenreglement, de Arbeidstijdenwet, het Arbeidstijdenbesluit vervoer, het Besluit Personenvervoer 2000 en artikel 4:83 Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
Artikel 1
Het toezichtbeleid erkenninghouders RDW wordt vastgesteld volgens Bijlage I.
Bijlage I bestaat uit:
- a. Algemeen Deel
- b. Bijlage Erkenninghouder APK 2018;
- c. Bijlage Erkenninghouder Tachografen 2019;
- d. Bijlage Erkenninghouder Gasinstallatie 2018;
- e. Bijlage erkenninghouder Boordcomputer Taxi 2018;
- f. Bijlage Erkenning Tenaamstelling 2018;
- g. Bijlage Export Dienstverlening 2018;
- h. Bijlage Bedrijfsvoorraad & Handelaarskentekenbewijzen 2018;
- i. Bijlage Bevoegdheid Versnelde inschrijving 2018;
- j. Bijlage Erkenning Kentekenplaatfabrikanten en/of Lamineerder (GAIK) 2018;
- k. Bijlage APK Keurmeester 2018;
- l. Bijlage Tachograaftechnicus 2019.
Artikel 2
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 april 2018.
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Toezichtbeleidsbrief erkenninghouders RDW 2018.
Bijlage I
Algemeen Deel
Toezichtbeleidsbrief
Erkenninghouders RDW 2018
Hoofdstuk 1. – Toelichting op de Toezichtbeleidsbrief
1.1. Toelichting
Dit is het Algemeen Deel van de Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW. Als erkenninghouder bent u gerechtigd een aantal taken uit te voeren namens de RDW. Het uitvoeren van deze taken kent een grote verantwoordelijkheid. De RDW houdt hier toezicht op. Hoe en waarom de RDW toezicht houdt, is vastgelegd in het toezichtbeleid. U vindt hier de regels die voor iedere erkenning gelden.
1.2. Indeling
Het Algemeen Deel van de Toezichtbeleidsbrief bevat algemene informatie voor iedere erkenninghouder, terwijl de bijlagen specifieke informatie bevatten over de afzonderlijke erkenningen. Voor het toezichtbeleid dat bij uw erkenning(en) hoort, leest u het Algemeen Deel van de Toezichtbeleidsbrief én de bijlage(n) bij uw erkenning(en).
Het Algemeen Deel is niet van toepassing op APK keurmeester, tachograaftechnici en deelnemers aan de handelaarskentekenregeling. Voor het toezichtbeleid van de APK keurmeester en de tachograaftechnicus hoeft u alleen de toepasselijke Bijlage te lezen. Voor deelnemers aan de handelaarskentekenregeling is de Bijlage Bedrijfsvoorraad en Handelaarskentekenbewijzen van toepassing.
Samenvattend een illustratie van de samenstelling van de Toezichtbeleidsbrief:
1.3. Titel
Dit deel is getiteld: Algemeen Deel Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW.
1.4. Erkenningen en bevoegdheden
Bij de RDW kunnen de volgende erkenningen en bevoegdheden worden aangevraagd:
1.5. Meerdere erkenningen en bevoegdheden
Het is mogelijk dat u in het bezit bent van meerdere erkenningen en bevoegdheden.
De bevoegdheden die voor een natuurlijk persoon of rechtspersoon kunnen worden aangevraagd bij een erkenning bedrijfsvoorraad, zijn onderdeel van de erkenning bedrijfsvoorraad. Bent u erkenninghouder bedrijfsvoorraad met één of meerdere aanvullende bevoegdheden, dan geldt voor u dat u op de hoogte moet zijn van het Algemeen Deel, de Bijlage Erkenning Bedrijfsvoorraad en handelaarskentekenbewijzen en de bijlage Bevoegdheid tot het versneld aanvragen van de inschrijving van voertuigen (Versnelde Inschrijving).
Indien u zowel de erkenninghouder APK als de APK-keurmeester bent, leest u voor de erkenning APK het Algemeen Deel + de Bijlage Erkenninghouder APK. Voor de keuringsbevoegdheid richt u zich alleen op de Bijlage APK Keurmeester.
Hoofdstuk 2. – Positie van de RDW
2.1. Basis van het toezicht
De RDW houdt toezicht op de verleende erkenningen en bevoegdheden. Dit gebeurt op basis van de Wegenverkeerswet 1994, de Arbeidstijdenwet en het Besluit personenvervoer 2000. De bepalingen die voor uw erkenning van toepassing zijn staan o.a. beschreven in de erkenningsregelingen. De geldende wet- en regelgeving kunt u vinden op www.overheid.nl.
2.2. Wijze van toezicht houden
De RDW houdt toezicht door middel van het uitvoeren van administratieve / registercontroles en bezoeken. In beginsel kondigt de RDW deze bezoeken aan. Daarnaast heeft de RDW het recht erkenninghouders onaangekondigd te bezoeken om toezicht uit te oefenen.
De RDW brengt de erkenninghouder een bezoek naar aanleiding van:
2.3. Frequentie van het toezicht
In iedere bijlage is aangegeven wat de frequentie is van het toezicht dat u van de RDW kunt verwachten.
Hoofdstuk 3. – Positie van de erkenninghouder
Als erkenninghouder bent u bevoegd om namens de RDW bepaalde taken uit te voeren. Dit kan uiteenlopen tot het tenaamstellen van voertuigen of het keuren van voertuigen. Door deze taken kunt u een breed pakket aan diensten aanbieden aan uw klanten. Naast het profijt dat u van de erkenning kunt hebben, brengt deze ook een grote verantwoordelijkheid voor u met zich mee. De RDW vertrouwt erop dat u op de juiste wijze gebruik maakt van de erkenning(en) en bevoegdheden en de verplichtingen uit de regelgeving naleeft. De RDW houdt toezicht op de correcte naleving van de eisen en voorschriften die uit de regelgeving voortvloeien en het juiste gebruik van de verantwoordelijkheden die u op eigen verzoek heeft ontvangen.
3.1. Verplichtingen voor de erkenninghouder
Een erkenning van de RDW brengt een aantal verplichtingen met zich mee. In dit hoofdstuk kunt u lezen aan welke verplichtingen u als erkenninghouder (blijvend) moet voldoen. Per bijlage worden deze, indien van toepassing, aangevuld met specifieke verplichtingen voor uw erkenning.
3.1.1. Meewerken aan het toezicht
U en uw medewerkers moeten alle medewerking verlenen aan de uitoefening van het toezicht door de RDW. Het niet meewerken aan toezicht leidt tot een sanctie.
Indien men zijn of haar emoties richt op de persoon van de RDW-medewerker d.m.v. verbale agressie (uitschelden), discriminatie, intimidatie of seksuele intimidatie in uw bedrijf door daar aanwezige personen dan is dit een categorie IV overtreding en volgt een intrekking voor onbepaalde tijd van de erkenning en, indien van toepassing, een wachttijd van 30 maanden. Ook bij fysiek geweld of dreiging daarmee tegen een RDW-medewerker in uw bedrijf door daar aanwezige personen volgt een intrekking voor onbepaalde tijd van de erkenning en wordt aangifte gedaan door de RDW voor strafrechtelijke vervolging.
Ook bij agressie, discriminatie, intimidatie of seksuele intimidatie dan wel dreiging daarmee ongeacht in welke vorm deze geuit wordt tegen een RDW-medewerker buiten uw bedrijf geldt dat dit een categorie IV overtreding is en volgt een intrekking voor onbepaalde tijd van de erkenning en, indien van toepassing, een wachttijd van 30 maanden. Tevens geldt dat dit aanleiding kan zijn om aangifte te doen.
3.1.2. Documentatie
U moet beschikken over de algemeen verplicht gestelde documentatie. Per erkenning of bevoegdheid kan de documentatie verschillen. Per bijlage is weergegeven over welke documentatie u moet beschikken voor de betreffende erkenning of bevoegdheid.
3.1.3. Voeren van en inleveren erkenningsschild/verwijderen sticker(s)
U mag het RDW-erkenningsschild alleen voeren als u over een geldige erkenning of bevoegdheid beschikt. Wanneer u, om welke reden dan ook, geen gebruik meer kunt of mag maken van uw erkenning, dient u per direct de zaken die u voor het uitvoeren van de erkenning of bevoegdheid heeft verkregen, in te leveren bij de RDW. Het gaat hier in ieder geval om het erkenningsschild. Heeft u meerdere erkenningen op één locatie, dan moet u alleen de goederen inleveren die bij de erkenning of bevoegdheid horen waarvoor de intrekking voor onbepaalde tijd is opgelegd. Heeft u meerdere erkenningen verspreid over meerdere locaties, dan hoeft u alleen de zaken in te leveren van de locatie waarvoor de intrekking voor onbepaalde tijd van toepassing is. Per bijlage is aangegeven welke zaken nog meer moeten worden ingeleverd. Tevens dient u na intrekking voor onbepaalde tijd alle stickers, die op de ingetrokken erkenningen en/of bevoegdheden betrekking hebben, te verwijderen.
3.1.4. Financiële verplichting
Als erkenninghouder moet u aan uw financiële verplichting voldoen. Dit geldt voor alle kosten die u als erkenninghouder moet voldoen. Voldoet u niet aan uw financiële verplichting, dan wordt de erkenning in eerste instantie voor de duur van zes weken geschorst. De ingangsdatum is dan 1 week na dagtekening van de verzending van dit besluit. Heeft u na deze periode nog steeds niet aan de financiële verplichting voldaan, dan wordt een intrekking voor onbepaalde tijd opgelegd.
3.1.5. Instrueren van uw personeel
Voor een goed gebruik van uw erkenning is het van groot belang dat u uw personeel voldoende instrueert. Hoe u dit invult is uw eigen verantwoordelijkheid. De gevolgen van het niet (voldoende) instrueren van uw personeel komen voor uw rekening en risico. Naast de gevolgen van het niet (voldoende) instrueren van uw personeel, komen ook fouten gemaakt door uw personeel, voor uw rekening en risico.
3.1.6. Bewaarplicht stukken, bewaartermijn en -plaats
Met betrekking tot verschillende stukken en zaken is er sprake van een bewaarplicht. De betreffende stukken en zaken dient u ten minste twee jaar in een afsluitbare voorziening, zoals een kast of kluis, te bewaren.
Kijkt u in de bijlage van uw erkenning welke stukken en zaken u voor welke termijn moet bewaren, op welke manier u deze moet bewaren en of u de stukken ook moet vernietigen.
3.1.7. Verplichting verstrekken tellerstand
In het kader van erkenningen en bevoegdheden is de erkenninghouder verplicht de tellerstand aan de RDW te verstrekken. In de bijlage van uw erkenning kunt u lezen hoe hiermee om wordt gegaan.
De verplichting bestaat echter ook bij reparatie en onderhoud boven een bedrag van € 150,–. Bandenwissel wordt als een bijzondere vorm van onderhoud gezien. In dat geval geldt de bijlage van de erkenning en/of bevoegdheid die aan u verstrekt is.
3.2. Maatregelen
3.2.1. Schorsing
Als een schorsing is opgelegd, betekent dit dat u uw erkenning of bevoegdheid niet mag gebruiken, omdat u niet meer aan alle eisen of (algemene) voorschriften voldoet. Een schorsing geldt voor 6 of 12 weken en duurt tot het moment waarop u hebt aangetoond weer te voldoen aan de betreffende eisen of voorschriften. U moet zelf aantonen dat de reden voor de schorsing is verholpen. Een schorsing kan leiden tot een herschouwing. Dit is afhankelijk van de reden waarvoor de schorsing is opgelegd. De herschouwing vindt plaats tegen geldend tarief (u vindt dit op www.rdw.nl). De schorsing gaat per direct in. In verband met de vereiste spoed wordt afgezien van het horen. Als u binnen de termijn van de schorsing de tekortkoming niet heeft verholpen, volgt een intrekking voor onbepaalde tijd van de erkenning. De geldigheid van handelaarskentekens wordt niet geschorst.
3.2.2. Verscherpt toezicht
De RDW kan verscherpt toezicht opleggen in combinatie met een sanctie. Dit is een maatregel waardoor de frequentie van het toezicht op uw erkenning hoger wordt. Ook behoudt de RDW zich het recht voor om op andere momenten verscherpt toezicht op te leggen. In hoofdstuk 4 leest u hier meer over.
3.2.3. Wachttijd bij intrekking
Bij een overtreding van de categorie IV of ondermijning van het toezicht of fraude, wordt een wachttijd van 30 maanden voor het indienen van een aanvraag opgelegd. Wanneer aan u voor vier overtredingen binnen dertig maanden een intrekking is opgelegd, wordt een wachttijd van 1 jaar voor het indienen van de aanvraag opgelegd. Zie verder ook de bijlage(n) bij uw erkenning(en).
Hoofdstuk 4. – Overtredingen en sancties
4.1. Vaststellen van een overtreding
Een overtreding kan onder andere worden vastgesteld:
4.2. Zienswijze
Als een overtreding is geconstateerd, krijgt u van de RDW in beginsel de gelegenheid uw zienswijze te uiten voordat wordt besloten u een sanctie op te leggen. In verband met de vereiste spoed zal uw zienswijze niet worden gevraagd in geval sprake is van agressie, intimidatie, seksuele intimidatie of discriminatie dan wel dreiging daarmee ongeacht in welke vorm deze geuit wordt tegen een RDW medewerker in uw bedrijf door daar aanwezige personen. Dit geldt ook indien agressie, intimidatie, seksuele intimidatie of discriminatie dan wel dreiging daarmee ongeacht in welke vorm deze geuit wordt tegen een RDW medewerker buiten uw bedrijf plaatsvindt. In uw zienswijze kunt u alle feiten en omstandigheden weergeven, met name ook specifiek voor u geldende en aantoonbare bijzondere feiten of omstandigheden. Niet als bijzonder feit of omstandigheid geldt het gestelde onder 4.4. Ook het naleven van de regelgeving of specifieke onderdelen daarvan geldt niet als bijzonder feit of omstandigheid. De RDW neemt uw zienswijze mee bij het al dan niet opleggen van een sanctie en de zwaarte van de sanctie. Per bijlage staat beschreven hoe u uw zienswijze kunt uiten.
4.3. Ingangsdatum
Een sanctie treedt in beginsel direct in werking. Uitzondering hierop vormt een besluit met als sanctie een intrekking voor bepaalde tijd. Deze treedt in beginsel 1 week na dagtekening van het besluit in werking. Deze termijn is gesteld, zodat u uw eerstkomende afspraken met klanten kunt nakomen. De RDW zal bij meer dan één intrekking voor bepaalde tijd, de sanctie opvolgend ten uitvoer leggen.
4.4. Verjaringstermijn
Als grondslag voor de verjaringstermijn geldt de datum van constatering van de overtreding.
Voor sancties en attenties wordt een verjaringstermijn van 30 maanden gehanteerd. Dit betekent dat bij het opleggen van een vervolgsanctie eerdere overtredingen worden meegewogen. De verjaringstermijn geldt in alle gevallen. Dit betekent dat zowel uw goede historie als overtredingen niet meer dan 30 maanden meetellen. Dat u voor de verjaringstermijn de regelgeving heeft nageleefd, geen overtredingen heeft begaan of sancties zijn opgelegd, geldt dus niet als bijzonder feit of omstandigheid.
4.5. Categorisering overtredingen en stroomschema
De RDW heeft mogelijke overtredingen ondergebracht in vier categorieën, te weten:
I tot en met IV, waarbij categorie I de lichtere overtredingen betreft en categorie IV de zwaarst mogelijke overtredingen betreft. De hoogte van een sanctie wordt in beginsel bepaald door de categorie waarin een overtreding is ingedeeld.
In het stroomschema op de laatste pagina worden de sancties schematisch weergegeven. In dit stroomschema is rekening gehouden met de zwaarte van overtredingen en het vaker begaan van overtredingen. U kunt op basis van dit schema zelf nagaan welke sanctie naar verwachting wordt opgelegd.
In het stroomschema is uitgegaan van een enkelvoudige overtreding. Het kan voorkomen dat er bij u, bij één bedrijfsbezoek of steekproefcontrole verschillende overtredingen worden geconstateerd. Wanneer tijdens één bedrijfsbezoek of controle meerdere overtredingen worden geconstateerd, dan wordt dit beschouwd als een meervoudige overtreding. Hierbij geldt als uitgangspunt dat de categorieën van de verschillende overtredingen bij elkaar worden opgeteld. Is echter sprake van maximaal twee overtredingen, beide van de categorie I en/of II, dan worden de categorieën niet opgeteld, maar wordt een sanctie opgelegd in overeenstemming met de categorie behorend bij de zwaarste van de twee overtredingen. In alle gevallen wordt uw historie meegeteld bij het bepalen van de sanctiezwaarte. Als u na een meervoudige overtreding een volgende overtreding begaat wordt slechts de zwaarste overtreding van de meervoudige overtreding als historie aangemerkt. Of dit voor uw erkenning en/of bevoegdheden van toepassing is, zie de bijlage(n) bij uw erkenning(en).
4.6. Soorten sancties
De RDW kent de volgende sancties:
De waarschuwingen worden schriftelijk aan u bekend gemaakt. Dit kan in combinatie met verscherpt toezicht. Uit het stroomschema is te herleiden wanneer een waarschuwing met verscherpt toezicht wordt opgelegd. De schriftelijke waarschuwing heeft een geldigheidsduur van 30 maanden.
Een intrekking voor bepaalde tijd houdt in dat u gedurende de aan u gemelde periode geen gebruik mag maken van de erkenning. Een intrekking voor bepaalde tijd wordt altijd gevolgd door een herschouwing tegen het geldende tarief (zie www.rdw.nl). In beginsel vindt de herschouwing plaats voordat u de erkenning weer mag gebruiken. Zie verder ook de bijlage(n) bij uw erkenning(en).
Een intrekking voor bepaalde tijd kan voor de periode van zes, negen, twaalf weken of zes maanden zijn. Dit is afhankelijk van uw historie en/of de categorie waarin de overtreding(en) valt of vallen. Ook gedurende de periode dat uw erkenning tijdelijk is ingetrokken, dient u aan alle voorschriften te voldoen.
Een intrekking voor onbepaalde tijd betekent dat uw erkenning is ingetrokken. Om weer in aanmerking te komen voor een erkenning moet u een nieuwe aanvraag indienen bij de RDW.
Hoofdstuk 5. – Bezwaar en beroep
5.1. Bezwaar
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunt u tegen een sanctiebesluit bezwaar indienen bij de RDW. U dient dit te doen binnen zes weken na de dag van verzending van het sanctiebesluit. U moet uw bezwaarschrift indienen bij de directie van de RDW, Postbus 777, 2700 AT Zoetermeer. Voor nadere informatie verwijs ik u naar www.rdw.nl.
5.1.1. Hoorzitting
Als u bezwaar aantekent tegen een besluit van de RDW krijgt u in de regel de gelegenheid uw bezwaarschrift mondeling toe te lichten. Dit is op het kantoor van de RDW. U ontvangt hiervoor een uitnodiging na ontvangst van uw bezwaarschrift. Stelt u prijs op een telefonische hoorzitting dan kunt u dit aangeven. Hoe u dit doet, kunt u lezen in de uitnodigingsbrief. U mag zich altijd laten vertegenwoordigen door een raadsman of advocaat. Als u iemand die geen advocaat is, machtigt om namens u het woord te doen en u komt zelf niet naar de hoorzitting, dan moet u een schriftelijke verklaring meegeven. Hierin geeft u aan dat deze persoon gemachtigd is om u te vertegenwoordigen. Als u zelf ook naar de hoorzitting komt is dit niet nodig.
5.1.2. Waarschuwing
Tegen een schriftelijke waarschuwing kan geen bezwaar worden gemaakt. Wanneer deze waarschuwing binnen de verjaringstermijn leidt tot een vervolgsanctie in de vorm van een op rechtsgevolg gericht besluit, dan kunt u bezwaren tegen de waarschuwing in de bezwaarprocedure van dat sanctiebesluit kenbaar maken.
5.1.3. Opschorten
Als u bezwaar, dat dient te voldoen aan alle wettelijke vereisten die aan een bezwaar worden gesteld, aantekent tegen een besluit met als sanctie een intrekking voor bepaalde tijd van maximaal 12 weken of een ongeldigverklaring van een handelaarskenteken, die wordt opgelegd naar aanleiding van een geconstateerde overtreding van (een van) uw handelaarskenteken(s), wordt de inwerkingtreding van het besluit opgeschort totdat het bezwaarschrift is afgehandeld. De beslissing op bezwaar treedt in beginsel in werking twee weken nadat deze is verstuurd.
De RDW behoudt zich het recht voor om in bovenstaande gevallen geen opschortende werking te verlenen of deze te beëindigen. In dat geval wordt u hierover geïnformeerd.
5.2. Beroep
Als de RDW een beslissing heeft genomen op uw bezwaarschrift, kunt u ongeacht het resultaat daartegen in beroep gaan bij de rechtbank. Onderaan de beslissing op uw bezwaar vindt u de clausule waarin beschreven staat hoe u in beroep kunt gaan. Indien u in beroep gaat wordt de werking van de beslissing op uw bezwaar niet opgeschort.
5.3. Voorlopige voorziening
Als u een intrekking voor onbepaalde tijd wordt opgelegd of een intrekking voor 6 maanden, verleent de RDW bij een bezwaarprocedure geen opschortende werking van de sanctie. Hiervoor kunt u een voorlopige voorziening bij de Rechtbank aanvragen.
Bij een voorlopige voorziening geldt als vereiste dat de zaak een spoedeisend karakter heeft. Als u een verzoek om een voorlopige voorziening wilt indienen bij de rechtbank, kunt u hiervoor contact opnemen met de griffier. De contactgegevens van de rechtbank kunt u vinden op www.overheid.nl/ via ‘overheidsinformatie’ > ‘overheidsorganisaties’ > ‘rechterlijke macht’.
Stroomschema sancties overtreding erkenning/bevoegdheid
Bijlage. Erkenninghouder APK 2018
Hoofdstuk 1. – Toelichting op de Bijlage Erkenninghouder APK
1.1. Toelichting
De Bijlage Erkenninghouder APK is een bijlage bij het Algemeen Deel Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW. In deze bijlage vindt u de specifieke bepalingen voor de erkenninghouder APK. Voor een volledig beeld van het toezichtbeleid van de RDW dient u eerst het Algemeen Deel te lezen.
Zoekt u een specifiek onderwerp in deze bijlage, dan raden wij u aan het hele hoofdstuk te lezen waarin het onderwerp wordt behandeld.
1.2. Indeling
(zie Algemeen Deel)
Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.
Het zwart gearceerde onderdeel van de Toezichtbeleidsbrief is van toepassing voor u als erkenninghouder APK.
1.3. Titel
Deze bijlage is getiteld: Bijlage Erkenninghouder APK van de Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW.
1.4. Erkenningen en bevoegdheden
(zie Algemeen Deel)
Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.
1.5. Meerdere keuringsplaatsen
Geldt uw erkenning APK voor meerdere keuringsplaatsen? Dan wordt in de regel de kwaliteit per keuringsplaats beoordeeld. Een eventuele sanctie wordt hierop afgestemd. In beginsel wordt steeds per keuringsplaats gesanctioneerd. Uitbreiding of wijziging van een erkenning is als gevolg van artikel 19, vijfde lid van de Regeling erkenning en keuringsbevoegdheid APK niet mogelijk indien een overtreding is geconstateerd waarvoor een sanctie wordt opgelegd. Dit geldt eveneens als de sanctie is opgelegd en ten tijde van de effectuering van de sanctie.
Voor mobiele keuringseenheden geldt dat er aantoonbaar afwisselend keuringen moeten worden verricht in de op bijlage van de erkenning vermelde inrichtingen. Uitbreiding van een erkenning voor mobiele keuringseenheden is sinds 1 juli 2014 niet meer mogelijk.
Verder geldt dat uitbreidingen of wijzigingen van de erkenning zoals in uw uittreksel van de Kamer van Koophandel moeten worden gemeld aan de RDW ten behoeve van de aanpassing van het erkenningsbesluit.
Hoofdstuk 2. – Positie van de RDW
2.1. Basis van het toezicht
De RDW houdt toezicht op de verleende erkenning APK. De basis van het toezicht is vastgelegd in de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling erkenning en keuringsbevoegdheid APK.
2.2. Wijze van toezicht houden
(zie Algemeen deel)
Bij een herkeuring (steekproef) beoordeelt de RDW primair de kwaliteit van de uitgevoerde APK-keuring. Bij een periodiek controlebezoek wordt vooral getoetst of u zich aan de erkenningseisen en de voorschriften houdt.
2.3. Frequentie van het toezicht
De frequentie van het toezicht is met name afhankelijk van het aantal door u uitgevoerde APK-keuringen en de resultaten van de herkeuringen (steekproeven). Dit wordt bijgehouden in het cusumsysteem. U leest hier meer over in de Regelgeving APK, Cusumsysteem Erkenninghouder APK 2017.
De RDW brengt u daarnaast in beginsel één keer per twee jaar een periodiek controlebezoek.
Hoofdstuk 3. – Positie van de erkenninghouder
Als u in bezit bent van de erkenning APK, moet u een keuringsplaats hebben waarin een door de RDW erkend keurmeester voertuigen APK mag keuren. Hiermee levert u een bijdrage aan de kwaliteit van het Nederlandse wagenpark. Deze erkenning brengt dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom houdt de RDW toezicht op uw erkenning APK.
De erkenning APK kan nog op twee manieren worden uitgevoerd: met een vaste keuringsplaats en met mobiele keuringseenheden. Indien er onderscheid gemaakt moet worden tussen de mobiele erkenninghouder en de niet-mobiele erkenninghouder, is dit in de tekst aangegeven.
Het raadplegen en afmelden van voertuigen mag uitsluitend plaatsvinden op de in het handboek regelgeving APK aangegeven tijden.
3.1. Voorschriften voor de APK-keuring / Het keuringsproces
In de Regeling erkenning en keuringsbevoegdheid APK staat het keuringsproces beschreven. U wordt er met nadruk op gewezen dat u uw bedrijfsvoering zodanig inricht dat aan alle verplichtingen wordt voldaan. De volledige keuring van het voertuig wordt door de keurmeester uitgevoerd. Kort gezegd houdt dit het volgende in:
Bij al deze handelingen moeten zowel het voertuig als de keurmeester in de keuringsruimte aanwezig zijn. De aan de keurmeesters verstrekte pincodes voor het afmelden zijn persoonsgebonden. Deze mogen niet door iemand anders worden gebruikt. Ook u als erkenninghouder moet er zorg voor dragen dat het gebruik van de pincode van een keurmeester persoonsgebonden is en blijft.
3.1.1. Toezicht door middel van steekproeven
Het is ten strengste verboden om tussen het afmelden van het voertuig en de komst van de steekproefcontroleur aan het afgemelde voertuig te sleutelen of metingen te verrichten. Alleen dan kan de RDW tijdens de steekproefherkeuring een goed beeld krijgen van de kwaliteit van de keuring. Het (laten) aanbrengen van wijzigingen of metingen (laten) verrichten aan een afgemeld voertuig door een in de keuringsplaats aanwezig persoon, of dit nu uw personeel, klant of andere relatie betreft, vóór aankomst van de steekproefcontroleur, wordt ‘sleutelen in quarantainetijd’ genoemd. Dit is een overtreding en wordt gesanctioneerd.
Uw medewerking aan een steekproef wordt op onderstaande wijze van u verwacht. U bent ervoor verantwoordelijk dat het voertuig, de keurmeester en het keuringsrapport aanwezig zijn en blijven, zodat de steekproefcontroleur van de RDW de steekproef kan uitvoeren. Dit houdt onder meer in dat na de melding dat het voertuig in een steekproef valt:
Als u of anderen tijdens de uitvoering van de steekproef, inclusief een eventuele herkeuring in beroep, zonder toestemming van de RDW medewerker aan het voertuig wijzigingen aanbrengt of aan laat brengen is dit een overtreding van de categorie III,
Als een voertuig de keuringsplaats verlaat, voordat de steekproef kon worden uitgevoerd, dan gelden voor u de volgende, in artikel 32 van de Regeling opgenomen verplichtingen:
Het nakomen van deze verplichtingen maakt de overtreding niet ongedaan en is om deze reden dan ook niet als bijzonder feit of omstandigheid aan te merken.
Ook de aanwezigheid van het kentekenbewijs bij aankomst van de steekproefcontroleur, bijvoorbeeld omdat het voertuig uw eigendom is of in uw bedrijfsvoorraad is opgenomen, vormt een aanwijzing dat het voertuig aanwezig is geweest, maar maakt de overtreding van artikel 31 van de Regeling niet ongedaan en is om die reden dan ook geen bijzonder feit of omstandigheid.
Is de steekproefcontroleur niet binnen 90 minuten aanwezig, dan mag u het keuringsrapport alsnog afgeven. Het voertuig hoeft dan ook niet meer beschikbaar te zijn voor de RDW.
3.1.2. Documentatie
Als erkenninghouder APK moet u over de volgende documentatie op papier of digitaal beschikken:
De documentatie moet u ook aan uw keurmeesters ter beschikking stellen voor de APK-keuringen.
3.1.3. Beëindiging erkenning
Als aan u een intrekking voor onbepaalde tijd wordt opgelegd of u beëindigt de erkenning op eigen verzoek dan moet u de in het Algemeen Deel genoemde stukken, per direct inleveren bij de RDW. Bent u een mobiele erkenninghouder APK, dan voert u geen erkenningsschild of raamstickers. U kunt deze dus ook niet inleveren bij de RDW.
Bij een verzoek om beëindiging van een erkenning, waarbij daaraan voorafgaand sancties zijn opgelegd, wordt aan dit verzoek voldaan na effectuering van de sancties.
3.1.4. Financiële verplichting
(zie Algemeen Deel)
Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.
3.1.5. Instrueren van uw personeel
(zie Algemeen deel)
Als erkenninghouder APK moet u uw personeel in ieder geval over de volgende zaken instrueren:
3.1.6. Bewaarplicht stukken
De steekproefcontrolerapporten die u ontvangt moeten 30 maanden worden bewaard.
3.1.7. Keuringsplaats
Als erkenninghouder APK moet u beschikken over een werkplaats die voldoet aan de Arbo-eisen, goed verwarmd, behoorlijk af te sluiten en goed verlicht is. Goed verwarmd houdt in dat de gemiddelde temperatuur in de werkplaats minimaal 10 graden Celsius is. De verwarming moet een dusdanige capaciteit hebben dat de ruimte ook met geopende deuren voldoende verwarmd is en blijft. De apparatuur moet gebruikt worden binnen het door de fabrikanten opgegeven temperatuurbereik van deze apparatuur.
De keuringsplaats moet ook voorzien zijn van een deugdelijke hefinrichting of een inspectieput. Wat de RDW verstaat onder deugdelijkheid met betrekking tot deze voorzieningen vindt u in hoofdstuk 6 van deze bijlage.
Voor de erkenninghouder van een mobiele keuringseenheid geldt dat bovenstaande verplichtingen ook van toepassing zijn op de inrichtingen.
3.1.8. Datacommunicatie met de RDW
Om uw erkenning goed te kunnen gebruiken, heeft u toegangscodes en certificaten ontvangen van de RDW. Deze heeft u nodig voor de datacommunicatie met de RDW zodat u het register kunt inzien en een keuring kunt afmelden. De toegangscodes en certificaten mogen uitsluitend voor de aan u verstrekte erkenning en de daaraan gekoppelde keuringsplaats worden gebruikt.
3.2. Maatregelen
(zie Algemeen Deel)
Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.
3.3. Voertuigen
U mag in uw keuringsplaats alleen die voertuigen keuren waarvoor uw erkenning van toepassing is. Let hierbij vooral op brandstofsoort, de afmetingen (let daarbij op de minimaal vereiste hefhoogte van de hefinrichting en het blijvend functioneren van de afrijbeveiliging) en de toegestane maximum massa van de voertuigen die naar uw keuringsinstantie komen. Het keuren van een voertuig buiten de erkenning, is een overtreding en wordt gesanctioneerd.
3.4. Handhaving APK
Als blijkt dat een voertuig niet in het zogenaamde APK-register van de RDW voorkomt, maar er voor dat voertuig wel een keuringsrapport door u is afgegeven, is dit fraude. U kunt zelf controleren of een afgemeld voertuig ook daadwerkelijk is geaccepteerd door de RDW en dus in het keuringsregister is opgenomen. U kunt dit doen aan de hand van:
Hoofdstuk 4. – Overtredingen en sancties
4.1. Vaststellen van een overtreding
(zie Algemeen Deel)
Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.
4.2. Zienswijze
In aanvulling op het Algemeen Deel geldt dat in de regel de medewerker van de RDW een afspraak met u maakt over het in persoon naar voren brengen van uw zienswijze en uw bedrijf hiervoor zal bezoeken. Indien u uw zienswijze schriftelijk kenbaar wil maken dan heeft u hiervoor één week de tijd nadat u bent benaderd door de RDW medewerker voor een afspraak.
4.3. Ingangsdatum
Als u een erkenning heeft voor het eigen wagenpark treedt iedere sanctie onmiddellijk in werking. Voor de andere erkenningen geldt dat de sanctie in beginsel direct in werking treedt. Uitzondering hierop vormt een besluit met als sanctie een intrekking voor bepaalde tijd van 6, 9 of 12 weken. Deze treedt in beginsel na 1 week na het versturen ervan in werking. Deze termijn is gesteld om uw eerstkomende afspraken met klanten na te kunnen komen.
4.4. Verjaringstermijn
(zie Algemeen Deel)
Als grondslag voor de verjaringstermijn geldt de datum van constatering van de overtreding.
4.5. Categorisering overtredingen en stroomschema
Zie Algemeen Deel
Voorbeelden van categorie I overtredingen:
Voorbeelden van categorie II overtredingen:
Voorbeelden van categorie III overtredingen:
Voorbeelden van categorie IV overtredingen:
Het is mogelijk dat u een overtreding begaat, die niet specifiek als voorbeeld benoemd is. De RDW heeft het recht deze overtreding te categoriseren en te sanctioneren.
Indien de som van een meervoudige overtreding hoger is dan III wordt een sanctie van tijdelijke intrekking voor de duur van 6 maanden opgelegd.
4.6. Soorten sancties
(zie Algemeen Deel)
Bij een overtreding van de categorie IV of een vierde overtreding binnen 30 maanden wordt een sanctie van intrekking voor onbepaalde tijd en een wachttijd van 30 maanden voor het doen van een nieuwe aanvraag opgelegd.
Hoofdstuk 5. – Bezwaar en beroep
5.1. Beroep tegen het resultaat van de steekproefherkeuring of een vermeend onterechte goed- of afkeur
Zowel op het keuringsrapport als het steekproefcontrolerapport staan deze procedures vermeld.
Voor meer informatie over artikel 90 en 91 procedure van de Wegenverkeerswet 1994 wordt u verwezen naar de Administratieve procedures van de Regelgeving APK.
5.1.1. Hoorzitting
(zie Algemeen Deel)
Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.
5.1.2. Opschorten
(zie Algemeen Deel)
Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.
5.2. Beroep
(zie Algemeen Deel)
Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.
5.3. Voorlopige voorziening
(zie Algemeen Deel)
Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.
Hoofdstuk 6. – Erkenningseisen
6.1. Eisen aan de keuringsinstantie
In dit hoofdstuk leest u hoe een aantal erkenningseisen bij het toezicht van de RDW wordt beoordeeld.
Bij de aanvraag van een erkenning wordt onderzocht of u voldoet aan de erkenningseisen. Hiervoor geldt dat u onder meer de beschikking moet hebben over ruimte en apparatuur. U moet permanent aan deze eisen voldoen. De periodieke controlebezoeken door de RDW zijn primair bedoeld om te beoordelen of u nog aan deze eisen voldoet, maar dit kan eveneens tijdens steekproeven plaatsvinden.
6.2. Beoordeling erkenningseisen van de keuringsruimte en de apparatuur
Onder goede verlichting in de keuringsruimte wordt verstaan dat de gemiddelde lichtopbrengst minimaal 300 lux bedraagt. De lichtopbrengst wordt bepaald door visuele controle. Bij twijfel wordt de lichtopbrengst in de keuringsruimte vastgesteld aan de hand van een lichtmeting. De lichtmeting wordt uitgevoerd met een luxmeter. Dit gebeurt als volgt:
De keuringsruimte moet voldoende verwarmd zijn. Dit houdt in dat de gemiddelde temperatuur in de keuringsruimte minimaal 10 graden Celsius is. De verwarming moet van een dusdanige capaciteit zijn dat de ruimte na het openen van de deuren voldoende verwarmd is en blijft. De apparatuur moet gebruikt worden binnen het door de fabrikanten opgegeven temperatuurbereik van deze apparatuur.
De verwarming van de keuringsruimte moet op een veilige manier zijn uitgevoerd. Dit houdt in dat de verwarmingsapparaten waarin een brander is gemonteerd, deze brander niet direct van buitenaf te benaderen mag zijn. Dit dient origineel en deugdelijk te zijn uitgevoerd. De inlaatgassen moeten op deugdelijke manier van buitenaf aangevoerd worden. De uitlaatgassen hiervan moeten op deugdelijke manier naar de buitenlucht afgevoerd worden. Het zogenaamde open vuur is niet toegestaan.
Onder een doelmatige hefinrichting wordt verstaan:
De deugdelijkheid en goede staat van onderhoud van de hefinrichting blijkt uit een minimaal eenmaal per jaar, door een bij de RDW aangemelde en geaccepteerde voor hefinrichtingen gecertificeerd bedrijf of persoon, afgegeven certificaat en geldige goedkeursticker hiervoor heeft afgegeven aan de erkenninghouder.
Onder een doelmatige inspectieput wordt het volgende verstaan:
Een koplamptestapparaat wordt geacht deugdelijk te zijn indien:
Als gebruik wordt gemaakt van een putkrik, moet deze doelmatig zijn. Hieronder wordt verstaan dat deze is voorzien van een beveiligingsvoorziening waarbij het voertuig niet kan zakken in geval van problemen met de krik (bijvoorbeeld lekkage). De krik moet minimaal voorzien zijn van een terugstroombeveiliging.
Bijlage. Erkenninghouder Tachografen 2019
Hoofdstuk 1. Toelichting op de Bijlage Erkenninghouder Tachografen
1.1. Toelichting
De Bijlage Erkenninghouder Tachografen is een bijlage bij het Algemeen Deel Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW. In deze bijlage vindt u de specifieke bepalingen voor de erkenninghouder tachografen. Voor een volledig beeld van het toezichtbeleid van de RDW dient u eerst het Algemeen Deel te lezen.
Zoekt u een specifiek onderwerp in deze bijlage, dan raden wij u aan het hele hoofdstuk te lezen waarin het onderwerp wordt behandeld.
Zoekt u een specifiek onderwerp in deze bijlage, dan raden wij u aan het hele hoofdstuk te lezen waarin het onderwerp wordt behandeld.
1.2. Indeling
Het zwart gearceerde onderdeel van de Toezichtbeleidsbrief is van toepassing voor u als erkenninghouder Tachografen.
Het zwart gearceerde onderdeel van de Toezichtbeleidsbrief is van toepassing voor u als erkenninghouder Tachografen.
1.3. Titel
Deze bijlage is getiteld: Bijlage Erkenninghouder Tachografen van de Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW.
1.4. Erkenningen en bevoegdheden
Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.
Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.
1.5. Meerdere werkplaatsen
Voor mobiele onderzoekseenheden geldt dat hiervoor vanaf 15 juni 2019 geen erkenning meer aangevraagd kan worden. Voor de bestaande mobiele onderzoekseenheden geldt dat er vanaf 1 januari 2020 bij inrichtingen werkzaamheden verricht moeten worden. Hiervoor geldt dan wel dat er aantoonbaar afwisselend onderzoeken moeten worden verricht in de op de bijlage bij het erkenningsbesluit van de erkenning vermeldde inrichtingen.
In beginsel wordt een sanctie per mobiele onderzoekseenheid dan wel werkplaats van een erkenninghouder opgelegd.
Indien een erkenninghouder meerdere werkplaatsen dan wel mobiele installatie eenheden met inrichtingen heeft geldt dat indien in, al dan niet verschillende werkplaatsen of met mobiele installatie eenheden in inrichtingen, een categorie IV overtreding wordt geconstateerd de gehele erkenning wordt ingetrokken.
2.1. Basis van het toezicht
2.1. Basis van het toezicht
De RDW houdt toezicht op de verleende erkenning Tachografen. De basis van het toezicht is vastgelegd in de Arbeidstijdenwet Vervoer, het Arbeidstijdenbesluit, de Regeling controleapparaten 2005 en de Regeling tachograafkaarten.
2.2. Wijze van toezicht houden
Bij een steekproefsgewijze controle beoordeelt de RDW primair de kwaliteit van de werkzaamheden aan de tachograaf. Bij een technische audit (periodiek controlebezoek) wordt vooral getoetst of u zich aan de erkenningseisen en procedure van de werkzaamheden houdt.
Bij een herkeuring (steekproef) beoordeelt de RDW primair de kwaliteit van de inbouw of het onderzoek van de Tachografen. Bij een periodiek controlebezoek wordt vooral getoetst of u zich aan de erkenningseisen en -voorschriften houdt.
2.3. Frequentie van het toezicht
De RDW brengt u daarnaast in beginsel één keer per drie jaar een technische audit.
De RDW brengt u daarnaast in beginsel één keer per twee jaar een periodiek controlebezoek.
Hoofdstuk 3. – Positie van de erkenninghouder
Als erkenninghouder controleapparaten mag u digitale en analoge controleapparaten installeren, onderzoeken, kalibreren en/of repareren. Dit moet gebeuren in de door u opgegeven werkplaats, door een tachograaftechnicus. Dit is iemand die is opgeleid om te werken met de typen controleapparaten waarvoor uw erkenning geldig is. Voor digitale tachografen geldt dat de tachograaftechnicus niet alleen met succes een opleiding hebben afgerond, maar ook moet beschikken over een bevoegdheidspas en werkplaatskaart. Deze werkplaatskaart wordt afgegeven door de KIWA. Nadere informatie over het aanvragen en verkrijgen van een werkplaatskaart kunt u vinden op www.kiwa.nl.
Als erkenninghouder tachografen mag u werkzaamheden aan tachografen laten uitvoeren door een bevoegde tachograaftechnicus. Dit moet gebeuren in de door u opgegeven werkplaats of inrichting. De tachograaftechnicus moet beschikken over een bevoegdheidspas en werkplaatskaart. Deze werkplaatskaart wordt afgegeven door de KIWA. Nadere informatie over het aanvragen en verkrijgen van een werkplaatskaart kunt u vinden op www.kiwa.nl.
De erkenning brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Door uw handelen kan het toezicht op de arbeidstijden van uw klanten worden beïnvloed.
In de Regeling tachografen is beschreven aan welke eisen u permanent moet voldoen en hoe u uw erkenning moet gebruiken. In de Regeling tachograafkaarten is beschreven welke rechten en plichten er aan het houden van een tachograafkaart zijn verbonden.
U kunt deze Regelingen vinden op www.wetten.nl en in het Handboek Tachograaf.
De erkenning tachografen kan op twee manieren worden uitgevoerd: mobiel met inrichtingen en niet-mobiel (vaste werkplaats). Indien er onderscheid gemaakt moet worden tussen een erkenninghouder met een vaste werkplaats en een erkenninghouder met een mobiele onderzoek-eenheid met inrichtingen, is dit in de tekst aangegeven.
3.1. Voorschriften
Op 4 februari 2014 is de Verordening nr. 165/2014 vastgesteld, ter vervanging van de 3821/85. Deze Verordening, nr. 165/2014 geldt vanaf 2 maart 2016. In de Regeling controleapparaten 2005 staan aanvullende nationale voorschriften beschreven voor het installeren, het onderzoeken en het repareren van controleapparaten. Om uw erkenning naar behoren te kunnen gebruiken heeft u naast de verplicht gestelde documentatie de verordening nodig.
Op 4 februari 2014 is de Verordening EU nr. 165/2014 vastgesteld en geldt vanaf 2 maart 2016. In de Regeling tachografen staan aanvullende nationale voorschriften beschreven voor de werkzaamheden aan tachografen. Om uw erkenning naar behoren te kunnen gebruiken heeft u naast de verplicht gestelde documentatie de verordening nodig.
Samengevat moet u bij het verrichten van werkzaamheden aan de tachograaf in ieder geval aan de volgende voorschriften voldoen:
Ik wijs u er met nadruk op dat de werkplaatskaart uitsluitend voor werkzaamheden aan de tachograaf mag worden gebruikt en voorts ook werkzaamheden, inclusief de manipulatiecontrole, van voertuigen met een niet Nederlands kenteken moeten worden afgemeld. In dat geval moet het volledige identificatienummer worden gebruikt bij de melding.
3.1.1. Het verlenen van medewerking tijdens de steekproef
Uw medewerking aan een steekproef wordt op onderstaande wijze van u verwacht. Als een voertuig in de steekproef valt, is de tachograaftechnicus die het voertuig heeft afgemeld verplicht aanwezig. Aan de steekproef moet alle medewerking worden verleend. Naast de aanwezigheid van de tachograaftechnicus betekent dit dat hij ook meteen feitelijke assistentie verleent, door onder meer zijn werkplaatskaart ter beschikking te stellen. Ook moet u de ruimte en deugdelijk functionerende apparatuur ter beschikking stellen. De steekproefcontroleur moet uiterlijk binnen 15 minuten na aankomst aan de steekproef kunnen beginnen. Deze periode van 15 minuten is uitdrukkelijk niet bedoeld om de tachograaftechnicus of het voertuig van elders (buiten de werkplaats) te laten komen. Bij een overtreding van deze voorschriften wordt een intrekkingsprocedure gestart.
Uw medewerking aan een steekproef wordt op onderstaande wijze van u verwacht. Als werkzaamheden aan de tachograaf in de steekproef valt, is de tachograaftechnicus die de werkzaamheden heeft uitgevoerd en het voertuig heeft afgemeld verplicht aanwezig. Aan de steekproef moet alle medewerking worden verleend. Naast de aanwezigheid van de tachograaftechnicus betekent dit dat hij ook meteen feitelijke assistentie verleent, door onder meer zijn werkplaatskaart ter beschikking te stellen. Ook moet hij de ruimte en deugdelijk functionerende apparatuur ter beschikking stellen.
3.1.1.1. Aanwezigheid tijdens de steekproef
U als erkenninghouder bent ervoor verantwoordelijk dat het voertuig en de tachograaftechnicus aanwezig zijn en blijven zodat de steekproefcontroleur van de RDW de steekproef kan uitvoeren. Heeft u een erkenning voor een mobiele onderzoek-eenheid tachografen, dan geldt dat ook de mobiele onderzoek-eenheid, bij de steekproef aanwezig moet zijn.
Is de steekproefcontroleur niet binnen 90 minuten in uw werkplaats of inrichting aanwezig, dan mag u het voertuig vrijgeven. Het voertuig hoeft dan ook niet meer beschikbaar te zijn voor de RDW.
Als een voertuig in de steekproef valt moet u al het mogelijke doen om te voorkomen dat het voertuig de werkplaats of inrichting verlaat. U doet dit bijvoorbeeld door uw klanten goed te informeren over de steekproef, hen niet op de werkzaamheden te laten wachten, hun vervangend vervoer aan te bieden of hen weg te laten brengen. In ieder geval moet u uw klant voorafgaand aan de werkzaamheden duidelijk maken dat de mogelijkheid bestaat dat zijn voertuig in de steekproef valt en dat hij verplicht is hieraan mee te werken. Als een voertuig de werkplaats of inrichting verlaat, voordat de steekproef kon worden uitgevoerd, dan meldt u dit directtelefonisch bij het ACN kantoor te Zwolle van de RDW en niet pas bij aankomst van de steekproefcontroleur.
De aanwezigheid van het kentekenbewijs bij aankomst van de steekproefcontroleur, bijvoorbeeld omdat het voertuig uw eigendom is of in uw bedrijfsvoorraad is opgenomen, vormt een aanwijzing dat het voertuig aanwezig is geweest, maar maakt de overtreding niet ongedaan en is om die reden dan ook geen bijzonder feit of omstandigheid.
3.1.2. Documentatie
Als erkenninghouder tachografen moet u beschikken over de werkplaatshandboeken en documentatie die door de fabrikant of importeur van de tachografen wordt voorgeschreven voor die merken en types tachograaf waaraan u werkzaamheden laat verrichten. Uw tachograaftechnicus moet hier ook over kunnen beschikken. Daarnaast moet gebruik worden gemaakt van het actuele Handboek Tachograaf.
3.1.3. Erkenningsschild
Bent u een erkenninghouder met een mobiele onderzoek-eenheid met inrichtingen, dan hoeft u geen erkenningsschild of raamstickers te voeren. Bij beëindiging van uw bedrijf moet u het aan u toegekende merkteken direct inleveren bij de RDW.
3.1.4. Financiële verplichting
(Zie Algemeen Deel)
Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.
3.1.5. Instrueren van uw personeel
(zie Algemeen deel)
Voor de erkenninghouder van tachografen geldt dat de tachograaftechnicus per erkende werkplaats of mobiele onderzoekseenheid over maximaal één werkplaatskaart mag beschikken. Deze heeft hij nodig om de werkzaamheden aan tachografen te verrichten.De werkplaatskaarten die zijn afgegeven op uw erkenning vallen onder uw verantwoordelijkheid en mogen de werkplaats of mobiele onderzoekseenheid niet verlaten. De werkplaatskaarten moeten ontoegankelijk voor onbevoegden opgeborgen zijn.
Een examen en bevoegdheidsverlenging tachograaftechnicus kan gedaan worden bij het IBKI. De tachograaftechnicus ontvangt na diplomering een bevoegdheidspas en pincode van de RDW die 4 jaar geldig is. Voor verlenging van de bevoegdheid moet de tachograaftechnicus opnieuw met goed gevolg een toets afleggen.
De bevoegdheidspas en pincode moet worden gebruikt voor het afmelden van de tachografen in het RDW register. Deze verstrekte pas en pincodes zijn persoonsgebonden en mogen niet door iemand anders worden gebruikt. Ook u als erkenninghouder moet er zorg voor dragen dat het gebruik van de pincode persoonsgebonden is en blijft.
Om de regelgeving goed te kunnen naleven en de erkenning in stand te houden, moet het personeel in ieder geval over de volgende zaken zijn geïnformeerd:
3.1.6. Bewaarplicht stukken
In de Regeling tachografen staat in hoofdstuk 4 aangegeven welke gegevens u goed geordend in een register moet bewaren voor een periode van 3 jaar, dit geldt ook voor de ongeldige werkplaatskaarten en de zogenoemde technische print out en print out gebeurtenissen.
3.1.7. Werkplaats
Als erkenninghouder controleapparaten moet u beschikken over een werkplaats die goed verwarmd, behoorlijk af te sluiten en goed verlicht is. Goed verwarmd houdt in dat de gemiddelde temperatuur in de werkplaats minimaal 10 graden Celsius is. De verwarming moet van een dusdanige capaciteit zijn dat de ruimte ook met geopende deuren voldoende verwarmd is en blijft. De apparatuur moet gebruikt worden binnen het door de fabrikanten opgegeven temperatuurbereik. De verwarming van de werkplaats moet op een veilige manier zijn uitgevoerd. Dit houdt in dat de verwarmingsapparaten waarin een brander is gemonteerd, deze brander niet direct van buitenaf te benaderen mag zijn. Dit dient origineel en deugdelijk te zijn uitgevoerd. De inlaatgassen moeten op deugdelijke manier van buitenaf aangevoerd worden. De uitlaatgassen hiervan moeten op deugdelijke manier naar de buitenlucht afgevoerd worden. Het zogenaamde open vuur is niet toegestaan.
3.1.8. Datacommunicatie met de RDW
Vanaf 1 juli 2020 moet u als erkenninghouder voor elke werkplaats in het bezit zijn van een deugdelijke hefinrichting of inspectieput. Voor erkenninghouders van mobiele onderzoekseenheden geldt dat voor 1 januari 2020 de lijst met inrichtingen moet zijn aangeleverd bij de RDW en in die inrichtingen per 1 juli 2020 eveneens een hefinrichting of inspectieput aanwezig moet zijn.
3.1.9. Apparatuur
In de Regeling controleapparaten 2005 staat beschreven over welke apparatuur en gereedschap de bevoegde installateur en reparateur moet beschikken. Dit kan door de fabrikant of importeur voorgeschreven apparatuur zijn of door de RDW daaraan gelijkwaardig geachte apparatuur. Het gaat hierbij veelal om specifieke meetapparatuur en gereedschap. Alle apparatuur en gereedschap moeten deugdelijk zijn en in goede staat verkeren.
3.1.10. Registerkaart
Na installatie, onderzoek of reparatie, inclusief de manipulatiecheck van het controleapparaat moeten de gegevens op uw eigen registerkaart worden vastgelegd. Daarna moet het voertuig via datacommunicatie worden afgemeld bij de RDW.
In de Regeling tachografen staat beschreven over welke apparatuur en gereedschap u moet beschikken. Dit kan door de fabrikant of importeur voorgeschreven apparatuur zijn of door de RDW daaraan gelijkwaardig geachte apparatuur. Het gaat hierbij veelal om specifieke meetapparatuur en gereedschap. Alle apparatuur en gereedschap moeten deugdelijk zijn en in goede staat verkeren.
Als u de gegevens geheel of gedeeltelijk geautomatiseerd vastlegt, bewaart, raadpleegt of verstrekt is de Wet bescherming persoonsgegevens(WBP) van toepassing. Dit houdt onder meer in, dat u een verwerking van persoonsgegevens moet aanmelden bij het College bescherming persoonsgegevens. Dit kan eenvoudig door middel van een formulier dat u kunt downloaden van het internet. Voor meer informatie kijkt u op www.cbpweb.nl.
(Zie Algemeen Deel)
Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.
3.4. Handhaving tachografen
Als blijkt dat werkzaamheden aan de tachograaf niet zijn afgemeld bij de RDW, maar er wel een installatieplaatje is aangebracht, of de instellingen van het tachograaf zijn gewijzigd zonder dit bij de RDW af te melden, wordt dit aangemerkt als een overtreding.
Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.
4.1. Vaststellen van een overtreding
(Zie Algemeen Deel)
3.4. Handhaving controleapparaten
Als blijkt dat een voertuig niet is afgemeld bij de RDW, maar er wel een installatieplaatje is aangebracht, of de instellingen van het apparaat worden gewijzigd zonder dit bij de RDW af te melden, wordt dit aangemerkt als een overtreding.
Hoofdstuk 4. – Overtredingen en sancties
4.3. Ingangsdatum
Als u een erkenning heeft ten behoeve van uw eigen wagenpark, treedt iedere sanctie onmiddellijk in werking.
Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.
4.2. Zienswijze
Als grondslag voor de verjaringstermijn geldt de datum van constatering van de overtreding.
4.5. Categorisering overtredingen en stroomschema
(Zie Algemeen Deel)
4.4. Verjaringstermijn
Voorbeelden van categorie II overtredingen:
signaalsnelheid snelheidsbegrenzer onjuist ingesteld
4.5. Categorisering overtredingen en stroomschema
Voorbeelden van categorie IV overtredingen:
fraude
Het is mogelijk dat een overtreding geconstateerd wordt die niet specifiek als voorbeeld benoemd is. De RDW heeft het recht deze overtreding te categoriseren en te sanctioneren.
Meervoudige overtredingen
Indien de som van de een meervoudige overtreding hoger is dan III wordt een sanctie van tijdelijke intrekking voor de duur van 6 maanden opgelegd.
Voorbeelden van categorie IV overtredingen:
(zie Algemeen deel)
Indien de som van de een meervoudige overtreding hoger is dan III wordt een sanctie van tijdelijke intrekking voor de duur van 6 maanden opgelegd.
5.1. Second opinion over het resultaat van een steekproefcontrole
Als u het niet eens bent met het resultaat van de steekproefcontrole, kunt u hiertegen in beroep gaan. U moet dit direct aangeven aan de steekproefcontroleur en vermelden op het steekproefcontrolerapport. De RDW-medewerker belt dit dan door. De RDW zal vervolgens een nieuw onderzoek instellen naar het besluit van de steekproefcontroleur. Voorwaarde is wel dat het voertuig in ongewijzigde staat beschikbaar blijft. De steekproefcontroleur zal aanwezig blijven.
5.1.a. Klacht
5.1. Second opinion over het resultaat van een steekproefcontrole
Als u het niet eens bent met het resultaat van de steekproefcontrole, kunt u hiertegen in beroep gaan. U moet dit direct aangeven aan de steekproefcontroleur en vermelden op het steekproefcontrolerapport. De RDW-medewerker belt dit dan door. De RDW zal vervolgens een nieuw onderzoek instellen naar het besluit van de steekproefcontroleur. Voorwaarde is wel dat het voertuig in ongewijzigde staat beschikbaar blijft. De steekproefcontroleur zal aanwezig blijven.
5.1.a. Klacht
Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.
5.1.2. Opschorten
(Zie Algemeen Deel)
Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.
5.2. Beroep
(Zie Algemeen Deel)
Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.
5.3. Voorlopige voorziening
(Zie Algemeen Deel)
Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.
Hoofdstuk 6. Erkenningseisen
(Zie Algemeen Deel)
In dit hoofdstuk leest u hoe een aantal erkenningseisen bij het toezicht van de RDW wordt beoordeeld.
Bijlage. Erkenninghouder Gasinstallaties 2018
6.2. Beoordeling erkenningseisen van de werkplaatsruimte en de apparatuur
1.1. Toelichting
Onder goede verlichting in de ruimte wordt verstaan dat de gemiddelde lichtopbrengst minimaal 300 lux bedraagt. De lichtopbrengst wordt bepaald door visuele controle. Bij twijfel wordt de lichtopbrengst in de ruimte vastgesteld aan de hand van een lichtmeting. De lichtmeting wordt uitgevoerd met een luxmeter. Dit gebeurt als volgt:
De ruimte moet voldoende verwarmd zijn. Dit houdt in dat de gemiddelde temperatuur in de ruimte minimaal 10 graden Celsius is. De verwarming moet van een dusdanige capaciteit zijn dat de ruimte na het openen van de deuren voldoende verwarmd is en blijft. De apparatuur moet gebruikt worden binnen het door de fabrikanten opgegeven temperatuurbereik van deze apparatuur.
1.2. Indeling
Onder een doelmatige hefinrichting wordt verstaan:
De deugdelijkheid en goede staat van onderhoud van de hefinrichting blijkt uit een minimaal eenmaal per jaar, door een bij de RDW aangemelde en geaccepteerde voor hefinrichtingen gecertificeerd bedrijf of persoon, afgegeven certificaat en geldige goedkeursticker hiervoor heeft afgegeven aan de erkenninghouder.
1.3. Titel
Toelichting : indien aantoonbaar op een andere wijze aan de eisen met betrekking tot afzuiging kan worden voldaan, dan kan dit door de RDW worden geaccepteerd. Het aantoonbaar maken dient te gebeuren aan de hand van een verklaring van de fabrikant/leverancier en in overleg met de RDW.
1.4. Erkenningen en bevoegdheden
(zie Algemeen Deel)
Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.
1.5. Meerdere werkplaatsen
Zoekt u een specifiek onderwerp in deze bijlage, dan raden wij u aan het hele hoofdstuk te lezen waarin het onderwerp wordt behandeld.
1.2. Indeling
2.1. Basis van het toezicht
Het zwart gearceerde onderdeel van de Toezichtbeleidsbrief is van toepassing voor u als Erkenninghouder gasinstallaties.
1.3. Titel
Deze bijlage is getiteld: Bijlage Erkenninghouder gasinstallaties van de Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW.
Bij een herkeuring (steekproef) beoordeelt de RDW primair de kwaliteit van de keuring van de LPG-gasinstallatie. Bij een periodiek controlebezoek wordt vooral getoetst of u zich aan de erkenningseisen en -voorschriften houdt.
2.3. Frequentie van het toezicht
Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.
1.5. Meerdere werkplaatsen
Geldt uw erkenning voor meerdere werkplaatsen? Dan wordt in de regel de kwaliteit per werkplaats beoordeeld. Een eventuele sanctie wordt hierop afgestemd. In beginsel wordt steeds per werkplaats gesanctioneerd. Uitbreiding of wijziging van een erkenning is niet mogelijk indien een overtreding is geconstateerd waarvoor een sanctie wordt opgelegd. Dit geldt eveneens als de sanctie is opgelegd en ten tijde van de effectuering van de sanctie.
Het raadplegen en afmelden van keuringen van gasinstallaties in voertuigen mag uitsluitend plaatsvinden tijdens de in het handboek keuring gasinstallaties opgegeven tijden.
2.1. Basis van het toezicht
De RDW houdt toezicht op de verleende erkenning gasinstallaties. De basis van het toezicht is vastgelegd in de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling aanpassing voertuigen.
Als er in uw werkplaats een G3-installatie dan wel een R115-installatie wordt gekeurd, moet de inbouw uitgevoerd zijn aan de hand van de bij de installatie geleverde documentatie. Ook moet worden gecontroleerd of de betreffende gasinstallatie voor het specifieke merk en type voertuig is toegestaan.
De RDW houdt toezicht op de erkenninghouder gasinstallaties door middel van herkeuringen (steekproeven) en periodieke controlebezoeken.
3.1.1. Toezicht door middel van steekproeven
Het is ten strengste verboden om tussen het afmelden van een voertuig en de komst van een steekproefcontroleur aan een afgemeld voertuig te sleutelen of metingen te verrichten. Alleen dan kan de RDW tijdens de steekproefcontrole een zo duidelijk mogelijk beeld krijgen van de kwaliteit van de keuring van de LPG-gasinstallatie.
De frequentie van het toezicht door middel van herkeuringen (steekproeven) is afhankelijk van het aantal door u uitgevoerde keuringen van LPG-gasinstallaties en de resultaten van de herkeuringen (steekproeven). De RDW hanteert een percentage van gemiddeld 5% steekproeven. Dit wordt bijgehouden in een cusumsysteem. U leest hier meer over in het Cusumsysteem Erkenninghouders Gasinstallaties 2017. De RDW brengt u in beginsel één keer per twee jaar een periodiek controlebezoek.
Uw medewerking aan een steekproef wordt op onderstaande wijze van u verwacht. U bent ervoor verantwoordelijk dat het voertuig, de LPG-technicus en de opnamekaart gasinstallatie aanwezig zijn en blijven, zodat de steekproefcontroleur van de RDW de steekproef kan uitvoeren Dit houdt onder meer in dat na de mededeling dat het voertuig in een steekproef valt:
Als u in het bezit bent van een erkenning gasinstallaties mag u LPG-gasinstallaties keuren in voertuigen die in Nederland zijn geregistreerd. Dit moet gebeuren in de erkende werkplaats. Dit houdt in dat de werkplaats aan een aantal eisen moet voldoen.
Het raadplegen en afmelden van keuringen van gasinstallaties in voertuigen mag uitsluitend plaatsvinden tijdens de in het handboek keuring gasinstallaties opgegeven tijden.
Is de steekproefcontroleur niet binnen 90 minuten aanwezig, dan mag u de opnamekaart gasinstallatie alsnog afgeven. Het voertuig hoeft dan ook niet meer beschikbaar te zijn voor de RDW.
3.1.2. Documentatie
Als er in uw werkplaats een G3-installatie dan wel een R115-installatie wordt gekeurd, moet de inbouw uitgevoerd zijn aan de hand van de bij de installatie geleverde documentatie. Ook moet worden gecontroleerd of de betreffende gasinstallatie voor het specifieke merk en type voertuig is toegestaan.
Bij al deze handelingen moeten zowel het voertuig als de LPG-technicus in de werkplaats aanwezig zijn. Per 1 januari 2015 geldt dat de aan de LPG-technicus verstrekte bevoegdheidspas en pincode ten behoeve van het afmelden persoonsgebonden zijn. Deze mogen niet door iemand anders worden gebruikt. Ook u als erkenninghouder moet er zorg voor dragen dat het gebruik van de pincode van een LPG-technicus persoonsgebonden is en blijft.
3.1.1. Toezicht door middel van steekproeven
Het is ten strengste verboden om tussen het afmelden van een voertuig en de komst van een steekproefcontroleur aan een afgemeld voertuig te sleutelen of metingen te verrichten. Alleen dan kan de RDW tijdens de steekproefcontrole een zo duidelijk mogelijk beeld krijgen van de kwaliteit van de keuring van de LPG-gasinstallatie.
3.1.4. Financiële verplichting
Uw medewerking aan een steekproef wordt op onderstaande wijze van u verwacht. U bent ervoor verantwoordelijk dat het voertuig, de LPG-technicus en de opnamekaart gasinstallatie aanwezig zijn en blijven, zodat de steekproefcontroleur van de RDW de steekproef kan uitvoeren Dit houdt onder meer in dat na de mededeling dat het voertuig in een steekproef valt:
Als er tijdens de steekproefcontrole, inclusief de eventuele second opinion, zonder toestemming van de steekproefcontroleur aan het voertuig wijzigingen worden aangebracht, wordt dit aangemerkt als een categorie III overtreding.
3.1.5. Instrueren van uw personeel
Is de steekproefcontroleur niet binnen 90 minuten aanwezig, dan mag u de opnamekaart gasinstallatie alsnog afgeven. Het voertuig hoeft dan ook niet meer beschikbaar te zijn voor de RDW.
Als erkenninghouder gasinstallaties moet u uw personeel in ieder geval over de volgende zaken instrueren:
Als erkenninghouder moet u over de volgende documentatie op papier of digitaal beschikken:
De documentatie moet u ook aan uw LPG-technicus ter beschikking stellen ten behoeve van de keuringen van de LPG gasinstallaties.
Voor nadere informatie over de toets kunt u zich wenden tot het IBKI.
3.1.6. Bewaarplicht stukken
In de Regeling aanpassing voertuigen vindt u een lijst met stukken die u moet archiveren. U moet deze stukken 3 jaar bewaren. Het betreft hier onder andere:
3.1.7. Werkplaats
Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.
De werkplaats moet ook voorzien zijn van een deugdelijke hefinrichting of een inspectieput. Wat de RDW verstaat onder deugdelijkheid met betrekking tot deze voorzieningen vindt u in hoofdstuk 6 van deze bijlage.
3.1.8. Datacommunicatie met de RDW
Als erkenninghouder gasinstallaties moet u uw personeel in ieder geval over de volgende zaken instrueren:
3.2. Maatregelen
Om de kwaliteit van keuren van gasinstallaties te onderhouden en bevorderen is een verplichte toets om de 4 jaar ingevoerd. Indien de toets met goed gevolg is afgelegd ontvangt de LPG-technicus een bevoegdheidspas en pincode die moet worden gebruikt bij het afmelden van gasinstallaties.
Voor nadere informatie over de toets kunt u zich wenden tot het IBKI.
3.1.6. Bewaarplicht stukken
In de Regeling aanpassing voertuigen vindt u een lijst met stukken die u moet archiveren. U moet deze stukken 3 jaar bewaren. Het betreft hier onder andere:
3.1.7. Werkplaats
4.1. Vaststellen van een overtreding
De werkplaats moet ook voorzien zijn van een deugdelijke hefinrichting of een inspectieput. Wat de RDW verstaat onder deugdelijkheid met betrekking tot deze voorzieningen vindt u in hoofdstuk 6 van deze bijlage.
Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.
4.2. Zienswijze
In aanvulling op het Algemeen Deel geldt dat in de regel de medewerker van de RDW een afspraak met u maakt over het in persoon naar voren brengen van uw zienswijze en uw bedrijf hiervoor zal bezoeken. Indien u uw zienswijze schriftelijk kenbaar wil maken dan heeft u hiervoor één week de tijd nadat u bent benaderd door de RDW medewerker voor een afspraak.
4.3. Ingangsdatum
Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.
3.3. Handhaving gasinstallatie
Als blijkt dat een wijziging van de brandstof in het voertuig niet in het kentekenregister van de RDW voorkomt, maar er voor dat voertuig wel een opnamekaart gasinstallatie door u is afgegeven, is dit fraude. U kunt zelf controleren of een afgemeld voertuig ook daadwerkelijk is geaccepteerd door de RDW en dus in het register is opgenomen. U kunt dit doen aan de hand van:
Als grondslag voor de verjaringstermijn geldt de datum van constatering van de overtreding.
4.1. Vaststellen van een overtreding
(zie Algemeen Deel)
Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.
Voorbeelden van categorie II overtredingen:
In aanvulling op het Algemeen Deel geldt dat in de regel de medewerker van de RDW een afspraak met u maakt over het in persoon naar voren brengen van uw zienswijze en uw bedrijf hiervoor zal bezoeken. Indien u uw zienswijze schriftelijk kenbaar wil maken dan heeft u hiervoor één week de tijd nadat u bent benaderd door de RDW medewerker voor een afspraak.
Voorbeelden van categorie IV overtredingen:
(Zie Algemeen Deel)
Indien de som van de een meervoudige overtreding hoger is dan III wordt een sanctie van tijdelijke intrekking voor de duur van 6 maanden opgelegd.
4.6. Soorten sancties
Als grondslag voor de verjaringstermijn geldt de datum van constatering van de overtreding.
Bij een overtreding van de categorie IV of een vierde overtreding binnen 30 maanden wordt een sanctie van intrekking voor onbepaalde tijd en een wachttijd van 30 maanden voor het doen van een nieuwe aanvraag opgelegd.
Hoofdstuk 5. – Bezwaar en beroep
5.1. Second opinion over het resultaat van een steekproefherkeuring
Voorbeelden van categorie II overtredingen:
5.1.1. Hoorzitting
Voorbeelden van categorie IV overtredingen:
Het is mogelijk dat u een overtreding begaat, die niet specifiek als voorbeeld benoemd is. De RDW heeft het recht deze overtreding te categoriseren en te sanctioneren.
5.1.2. Opschorten
(zie Algemeen Deel)
(zie Algemeen Deel)
5.2. Beroep
(zie Algemeen Deel)
Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.
5.3. Voorlopige voorziening
(zie Algemeen Deel)
(zie Algemeen Deel)
Hoofdstuk 6. – Erkenningseisen
5.1.2. Opschorten
(zie Algemeen Deel)
Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.
5.2. Beroep
(zie Algemeen Deel)
Bijlage. Erkenninghouder Boordcomputer taxi 2018
5.3. Voorlopige voorziening
1.1. Toelichting
Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.
Zoekt u een specifiek onderwerp in deze bijlage, dan raden wij u aan het hele hoofdstuk te lezen waarin het onderwerp wordt behandeld.
6.1. Eisen aan de hefinrichting
Onder een doelmatige hefinrichting wordt verstaan:
De deugdelijkheid en goede staat van onderhoud van de hefinrichting blijkt uit een minimaal eenmaal per jaar, door een bij de RDW aangemelde en geaccepteerde voor hefinrichtingen gecertificeerd bedrijf of persoon, afgegeven certificaat en een geldige goedkeursticker hiervoor heeft afgegeven aan de erkenninghouder.
6.2. Eisen aan de inspectieput
Onder een doelmatige inspectieput wordt het volgende verstaan:
1.4. Erkenningen en bevoegdheden
(Zie Algemeen Deel)
Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.
1.5. Meerdere werkplaatsen
Zoekt u een specifiek onderwerp in deze bijlage, dan raden wij u aan het hele hoofdstuk te lezen waarin het onderwerp wordt behandeld.
In beginsel wordt een sanctie per mobiele activeringseenheid dan wel werkplaats van een erkenninghouder opgelegd. Indien een erkenninghouder meerdere werkplaatsen dan wel mobiele activeringseenheden met inrichtingen heeft geldt dat indien in, al dan niet verschillende, werkplaatsen of met mobiele activeringseenheden in inrichtingen, drie overtredingen van de categorie III zijn geconstateerd de gehele erkenning wordt ingetrokken voor een periode van 12 weken. Dit houdt in dat u als erkenninghouder gedurende die 12 weken geen activeringen kunt verrichten,
(Zie Algemeen Deel)
Hoofdstuk 2. – Positie van de RDW
1.3. Titel
Deze bijlage is getiteld: Bijlage Erkenninghouder Boordcomputer taxi van de Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW.
1.4. Erkenningen en bevoegdheden
(Zie Algemeen Deel)
2.3. Frequentie van het toezicht
De frequentie van het toezicht wordt bepaald door de externe meldingen.
Hoofdstuk 3. – Positie van de erkenninghouder
In beginsel wordt een sanctie per mobiele activeringseenheid dan wel werkplaats van een erkenninghouder opgelegd. Indien een erkenninghouder meerdere werkplaatsen dan wel mobiele activeringseenheden met inrichtingen heeft geldt dat indien in, al dan niet verschillende, werkplaatsen of met mobiele activeringseenheden in inrichtingen, drie overtredingen van de categorie III zijn geconstateerd de gehele erkenning wordt ingetrokken voor een periode van 12 weken. Dit houdt in dat u als erkenninghouder gedurende die 12 weken geen activeringen kunt verrichten,
Indien een erkenninghouder meerdere werkplaatsen dan wel mobiele activeringseenheden met inrichtingen heeft geldt dat indien in, al dan niet verschillende werkplaatsen of met mobiele activeringseenheden in inrichtingen, een categorie IV overtreding wordt geconstateerd de gehele erkenning wordt ingetrokken.
In de Regeling erkenning werkplaatsen boordcomputer taxi is beschreven aan welke eisen u permanent moet voldoen en hoe u uw erkenning moet gebruiken. In de Regeling gebruik boordcomputer en boordcomputerkaarten is beschreven welke rechten en plichten er aan het houden van een keuringskaart zijn verbonden.
U kunt deze Regelingen vinden op www.wetten.nl en op www.rdw.nl.
De RDW houdt toezicht op de verleende erkenning boordcomputer taxi. De basis van het toezicht is vastgelegd in de Besluit Personenvervoer 2000, de Regeling erkenning werkplaatsen boordcomputer taxi, Regeling specificaties en typegoedkeuring boordcomputer taxi en de Regeling gebruik boordcomputer en boordcomputerkaarten.
2.2. Wijze van toezicht houden
De RDW houdt toezicht op de erkenninghouder boordcomputer taxi naar aanleiding van een externe melding.
Nadat de werkzaamheden aan de boordcomputer zijn afgerond worden de relevante gegevens vastgelegd op een registerkaart. U dient nog wel de kilometerstand door te geven aan de RDW.
3.1.1. Documentatie
Als erkenninghouder boordcomputer taxi moet u beschikken over handboeken en documentatie die voor de werkzaamheden aan de boordcomputer noodzakelijk zijn. Uw personeel moet hier ook over kunnen beschikken.
3.1.2. Erkenningsschild
Deze erkenning kan u in uw dienstverlening naar de klant grote voordelen opleveren. U kunt zo een volledig pakket aan diensten verlenen. De erkenning brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Door uw handelen, kan het toezicht op de arbeidstijden van uw klanten worden beïnvloed.
3.1.3. Financiële verplichting
U kunt deze Regelingen vinden op www.wetten.nl en op www.rdw.nl.
De erkenning boordcomputer taxi kan op twee manieren worden uitgevoerd: mobiel en niet-mobiel (vaste werkplaats). Indien er onderscheid gemaakt moet worden tussen een erkenninghouder met een vaste werkplaats en een erkenninghouder met een mobiele installatie-eenheid, is dit in de tekst aangegeven.
3.1. Voorschriften
In hoofdstuk 3, paragraaf 2, van de Regeling erkenning werkplaatsen boordcomputer taxi staan de voorschriften die bij elke activering of onderzoek moeten worden uitgevoerd. Samengevat betreft dit:
Nadat de werkzaamheden aan de boordcomputer zijn afgerond worden de relevante gegevens vastgelegd op een registerkaart. U dient nog wel de kilometerstand door te geven aan de RDW.
Om de regelgeving goed te kunnen naleven en de erkenning in stand te houden, moet het personeel in ieder geval zijn geïnformeerd:
3.1.5. Bewaarplicht stukken
U moet de gegevens op de registerkaart tot ten minste twee jaar bewaren. Als u de gegevens geheel of gedeeltelijk geautomatiseerd vastlegt, bewaart, raadpleegt of verstrekt is de Wet bescherming persoonsgegevens(WBP) van toepassing. Dit houdt onder meer in, dat u een verwerking van persoonsgegevens moet aanmelden bij het College bescherming persoonsgegevens. Dit kan eenvoudig door middel van een formulier dat u kunt downloaden van het internet. Voor meer informatie kijkt u op www.cbpweb.nl.
Bent u een erkenninghouder met een mobiele activeringseenheid, dan hoeft u geen erkenningsschild of raamstickers te voeren.
3.1.3. Financiële verplichting
(ZieAlgemeen Deel)
3.1.7. Datacommunicatie met de RDW
Om uw erkenning goed te kunnen gebruiken, heeft u toegangscodes en certificaten ontvangen van de RDW. Deze heeft u nodig voor de datacommunicatie met de RDW zodat u bij werkzaamheden aan de boordcomputer de kilometerstand kunt melden.
3.1.8. Apparatuur
Onder ter zake kundig personeel wordt personeel verstaan die voldoende kennis en vaardigheden heeft om boordcomputers taxi te activeren en te onderzoeken.
3.1.9. Certificaat van onmogelijkheid van gegevensoverdracht
Als een boordcomputer defect is en vervangen moet worden, moeten de in het geheugen van het defecte apparaat opgeslagen gegevens worden veiliggesteld. Dit zal in de praktijk niet altijd mogelijk zijn. In dat geval moet u een ‘certificaat van onmogelijkheid van gegevensoverdracht’ afgeven. Een model certificaat is te downloaden op www.rdw.nl. Dit document moet worden voorzien van een certificaatnummer die u bij de RDW kunt aanvragen. Van de uitgegeven certificaten moet u een eigen administratie bijhouden. U moet de afgegeven certificaten en de veiliggestelde data ongewijzigd ten minste één jaar bewaren.
U moet de gegevens op de registerkaart tot ten minste twee jaar bewaren. Als u de gegevens geheel of gedeeltelijk geautomatiseerd vastlegt, bewaart, raadpleegt of verstrekt is de Wet bescherming persoonsgegevens(WBP) van toepassing. Dit houdt onder meer in, dat u een verwerking van persoonsgegevens moet aanmelden bij het College bescherming persoonsgegevens. Dit kan eenvoudig door middel van een formulier dat u kunt downloaden van het internet. Voor meer informatie kijkt u op www.cbpweb.nl.
3.1.10. Maatregelen
(Zie Algemeen Deel)
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)