Toezichtbeleid erkenninghouders RDW 2018

Type ZBO-regeling
Publication 2019-06-25
State In force
Source BWB
artikelen 2
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

(zie Algemeen Deel)

4.6.1. Herschouwing na intrekking voor bepaalde tijd

Na afloop van een intrekking voor bepaalde tijd wordt de intrekking automatisch door de RDW beëindigd. Wel moet uw bedrijf daarna opnieuw bezocht worden door een bedrijvencontroleur van de RDW. Dit wordt een herschouwing genoemd. Deze herschouwing dient binnen 2 weken nadat de sanctie is opgeheven plaats te vinden. De bedrijvencontroleur kondigt het bezoek kort tevoren telefonisch aan (zie voor de procedure ‘Wijze van toezicht houden’ punt 2.2 van deze bijlage). Voldoet u bij de herschouwing niet aan de eisen en/of voorschriften dan kunt u in het stroomschema zelf nagaan welke sanctie naar verwachting wordt opgelegd. Aan de herschouwing zijn kosten verbonden.

5.1. Bezwaar

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

5.1.1. Hoorzitting

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

5.1.2. Waarschuwing

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

5.2. Beroep

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

5.3. Voorlopige voorziening

Bijlage. Bedrijfsvoorraad & Handelaarskentekenbewijzen 2018

Hoofdstuk 1. – Toelichting op de Bijlage Bedrijfsvoorraad en Handelaarskentekenbewijzen

1.1. Toelichting

Zoekt u een specifiek onderwerp in deze bijlage, dan raden wij u aan het hele hoofdstuk te lezen waarin het onderwerp wordt behandeld.

1.2. Indeling

(zie Algemeen Deel)

Het zwart gearceerde onderdeel van de Toezichtbeleidsbrief is van toepassing voor u als erkenninghouder bedrijfsvoorraad en/of gebruiker van handelaarskentekenbewijzen.

1.3. Titel

1.4. Erkenningen en bevoegdheden

(zie Algemeen Deel)

Aan uw erkenning bedrijfsvoorraad kunnen bevoegdheden zijn gekoppeld. Mocht bij u een overtreding worden geconstateerd dan kan deze zowel betrekking hebben op de erkenning bedrijfsvoorraad als een bevoegdheid.

De intrekking van een bevoegdheid brengt echter geen intrekking van de erkenning als zodanig met zich mee. In hoofdstuk 4 vindt u voorbeelden van overtredingen per erkenning of bevoegdheid.

1.5. Quarantaineregeling – Meerdere vestigingen

Hoofdstuk 2. – Positie van de RDW

2.1. Basis van het toezicht

De RDW houdt toezicht op de verleende erkenning bedrijfsvoorraad, op de bijbehorende bevoegdheden en op het gebruik van de handelaarskentekenbewijzen. De basis van het toezicht is vastgelegd in de Wegenverkeerswet 1994, het Kentekenreglement, de Regeling erkenning bedrijfsvoorraad en de Regeling handelaarskentekens en -kentekenbewijzen.

2.2. Wijze van toezicht houden

De RDW houdt toezicht op de erkenning bedrijfsvoorraad en de bijbehorende bevoegdheden door middel van controlebezoeken, administratieve controles en fysieke controles. Voor wat betreft de bevoegdheid Versnelde Inschrijving met afzonderlijk onderzoek gaat het letterlijk om controles van de voertuigen zelf waarvoor een inschrijving is aangevraagd. Bovendien wordt bij het toezicht gebruik gemaakt van signaleringen van andere instanties zoals de Belastingdienst en Douane ten behoeve van Risico Gestuurd Toezicht.

De controlebezoeken worden uitgevoerd door bedrijvencontroleurs van de RDW en worden in de regel van te voren telefonisch aangekondigd. U wordt op werkdagen tussen 8:00 uur en 17:00 uur gebeld op het bij de RDW bekende telefoonnummer. U bent er zelf verantwoordelijk voor dat de RDW over het juiste telefoonnummer beschikt. De bedrijvencontroleur belt niet met nummerherkenning. U kunt hieraan echter geen rechten ontlenen. U bent er zelf voor verantwoordelijk dat de bedrijvencontroleur het bezoek telefonisch kan aankondigen.

2.3. Frequentie van het toezicht

De frequentie van het periodieke toezicht door middel van controlebezoeken is in beginsel 1 keer per 3 jaar. Er wordt risico gestuurd toezicht toegepast op basis van risicoprofielen. Naar aanleiding daarvan wordt voor uw bedrijf de bezoekfrequentie bepaald en daardoor kan uw bedrijf vaker worden bezocht dan 1 keer per 3 jaar.

Hoofdstuk 3. – Positie van de erkenninghouder

Als u in bezit bent van de erkenning bedrijfsvoorraad en handelaarskentekenbewijzen en eventueel bijbehorende bevoegdheden, heeft u de mogelijkheid om de registratie ten aanzien van voertuig-verplichtingen te wijzigen. Deze erkenning brengt dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom houdt de RDW toezicht op uw erkenning.

3.1. Eisen en voorschriften

Naast de in het Algemeen Deel genoemde verplichtingen om in aanmerking te komen en te blijven voor de erkenning bedrijfsvoorraad, moet u aan een aantal andere eisen voldoen. U moet blijvend beschikken over:

Voor de bevoegdheid OREH dient u op uw bedrijfsadres blijvend te beschikken over een door de RDW goedgekeurde kluis voor het bewaren van alle documenten en bescheiden.

en minimaal voldoen aan de Europese norm EN 14 450 Securitylevel 1. Meer informatie hierover kunt u vinden op de site van de Vereniging Geld- en Waardeberging (VGW) www.geldenwaardeberging.nl.

3.1.1. Het verlenen van medewerking aan het toezicht

U bent verplicht mee te werken aan het toezicht door de RDW. Dit betekent dat u de te controleren voertuigen behorende tot de bedrijfsvoorraad, de door u aangevraagde kentekencards, bewaarde kentekencards t.b.v. mogelijke export, toestemmingsverklaringen, machtigingsformulieren en de voor de erkenning relevante administratie ter beschikking van de bedrijvencontroleur moet stellen en dat u aan de bedrijvencontroleur de gevraagde informatie verstrekt.

3.1.2. Documentatie

3.1.4. Financiële verplichting

3.1.5. Instrueren van uw personeel

3.1.6. Bewaarplicht stukken

3.1.7. Eisen aan het bedrijfsadres en de stallingslocatie

Bedrijfsadres:

Pand:

Het bedrijfsadres moet voldoende verlicht zijn. Ook moet het bedrijfsadres voldoende verwarmd zijn. Goed verwarmd houdt in dat de gemiddelde temperatuur minimaal 15 graden Celsius is. De verwarming moet van een dusdanige capaciteit zijn dat de ruimte na het openen van de deuren voldoende verwarmd is en blijft. De verwarming van de ruimte moet op een veilige manier zijn uitgevoerd. Dit houdt onder andere in dat de verwarmingsapparaten waarin een brander is gemonteerd, deze brander niet direct van buitenaf te benaderen mag zijn. Dit dient origineel en deugdelijk te zijn uitgevoerd. De inlaatgassen moeten op deugdelijke manier van buitenaf aangevoerd worden. De uitlaatgassen hiervan moeten op deugdelijke manier naar de buitenlucht afgevoerd worden. Het zogenaamde open vuur is niet toegestaan.

3.2. Maatregelen

(zie Algemeen deel)

3.3. Bedrijfsvoorraadlijsten

Tijdens de controlebezoeken wordt steekproefsgewijs gecontroleerd of u de verplichtingen die uit uw erkenning voortvloeien naleeft. Voertuigen die zijn gesloopt, geëxporteerd of verkocht mogen niet in uw bedrijfsvoorraad voorkomen. Omdat in de regel controle plaatsvindt door middel van steekproeven, kan het gebeuren dat tijdens de controle niet alle onregelmatigheden aan het licht komen. Het is daarom aan te raden regelmatig bedrijfsvoorraadlijsten van uw actuele bedrijfsvoorraad aan te vragen en aan de hand daarvan uw bedrijfsvoorraad na te lopen. Hiermee voorkomt u problemen.

Stelt u vast dat er voertuigen onterecht in uw bedrijfsvoorraad zijn geregistreerd, dan moet u die registratie beëindigen, bijvoorbeeld door contact op te nemen met de nieuwe eigenaar. Als u zelf alle mogelijke actie heeft ondernomen, maar dit niet tot resultaat heeft geleid, moet u zich tot de RDW wenden met bewijsstukken van tot dan toe ondernomen acties.

Hoe u aan de actuele bedrijfsvoorraadlijsten komt, kunt u lezen in de Informatiemap voor de voertuigbranche en via www.rdw.nl.

Hoofdstuk 4. – Overtredingen en sancties

4.1. Vaststellen van een overtreding

(zie Algemeen Deel)

4.2. Zienswijze

In aanvulling op het Algemeen Deel geldt dat als er een reden is om naar aanleiding van een geconstateerde onregelmatigheid een sanctie op te leggen, het voornemen hiertoe aan u wordt meegedeeld door middel van een concept sanctiebrief. Voordat een sanctie aan u wordt opgelegd, krijgt u de gelegenheid om uw zienswijze kenbaar te maken. Hoe u dit kunt doen, leest u in de concept sanctiebrief. U heeft 3 weken na dagtekening van de brief waarbij de concept sanctie aan u wordt aangeboden de tijd om mondeling (bijvoorbeeld telefonisch) dan wel schriftelijk uw visie kenbaar te maken aan de RDW. Na 3 weken krijgt u een definitieve sanctiebrief toegezonden. Bij de totstandkoming van de definitieve brief wordt met uw zienswijze rekening gehouden. U kunt pas bezwaar aantekenen nadat u de definitieve sanctiebrief heeft ontvangen.

4.3. Ingangsdatum

4.4. Verjaringstermijn

(zie Algemeen Deel)

4.5. Categorisering overtredingen en stroomschema

Tenaamstelling Voertuigbedrijf (TV):

4.5.2. Voorbeelden van categorie II overtredingen:

Online Registratie Export voor Handelaren (OREH):

4.5.4. Voorbeelden van categorie IV overtredingen

Het is mogelijk dat u een overtreding begaat, die niet specifiek als voorbeeld benoemd is. De RDW heeft het recht deze overtreding te categoriseren en te sanctioneren.

In het stroomschema is uitgegaan van een enkelvoudige overtreding. Het kan voorkomen dat er bij u, bij één bedrijfsbezoek of steekproefcontrole, verschillende overtredingen worden geconstateerd. Wanneer tijdens één bedrijfsbezoek of controle meerdere overtredingen worden geconstateerd, dan wordt dit beschouwd als een meervoudige overtreding. Hierbij geldt als uitgangspunt dat de categorieën van de verschillende overtredingen bij elkaar worden opgeteld en dat een sanctie wordt opgelegd die overeenkomt met de som van de categorieën. Een constatering die betrekking heeft op tellerstanden wordt hierbij niet meegenomen.

Is echter sprake van maximaal twee overtredingen, beide van de categorie I en/of II, dan worden de categorieën niet opgeteld maar wordt een sanctie opgelegd die overeenkomt met de categorie behorend bij de zwaarste van de twee overtredingen. In alle gevallen wordt uw historie meegeteld bij het bepalen van de sanctiezwaarte.

4.6. Soorten sancties

Wanneer aan uw bedrijf een intrekking voor bepaalde tijd is opgelegd omdat u geen medewerking heeft verleend zoals bedoeld onder 2.2 van deze bijlage, terwijl de bedrijvencontroleur daarna gebruik heeft gemaakt van de eerder door u ingevulde en ondertekende verklaring, zoals vermeld onder 2.2 van deze bijlage, dan wordt daaraan de conclusie verbonden dat u blijvend geen medewerking verleent en volgt een intrekking voor onbepaalde tijd.

4.6.2. Attenderen over tellerstanden

5.1. Bezwaar

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

5.1.1. Hoorzitting

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

5.1.2. Waarschuwing

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

5.1.3. Opschorten

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

5.2. Beroep

5.3. Voorlopige voorziening

Hoofdstuk 6. – Handelaarskentekenbewijzen

6.1. Handelaarskentekenbewijs

6.1.1. Inleiding

Bedrijfsadres:

Pand:

6.1.3. Categorisering en stroomschema

Categorie III

(zie Algemeen Deel)

6.1.4. Soorten sancties

(zie Algemeen Deel)

In sommige gevallen wordt de ongeldigverklaring van het handelaarskentekenbewijs onder voorwaarden opgelegd. Dit betekent dat de ongeldigverklaring alleen in werking treedt wanneer u niet binnen de gestelde termijn aan de voorwaarden kunt voldoen.

6.1.5. Stroomschema

In het stroomschema op de laatste pagina van deze bijlage worden de sancties schematisch weergegeven die alleen van toepassing zijn op deelnemers aan de handelaarskentekenregeling. In dit stroomschema is rekening gehouden met de zwaarte van overtredingen en het herhaaldelijk begaan van overtredingen. U kunt op basis van dit schema zelf nagaan welke sanctie naar verwachting wordt opgelegd.

N.B. Dit schema geldt alleen voor het gebruik van handelaarskentekenbewijzen. Voor het (vergelijkbaar) schema bij de erkenning bedrijfsvoorraad en bij de overige bevoegdheden wordt verwezen naar het schema op de laatste pagina van het Algemeen Deel.

Wordt uw handelaarskentekenbewijs ongeldig verklaard of u bent het verloren, dan moet u de bijbehorende handelaarskentekenplaten direct vernietigen. Als u uw handelaarskentekenbewijs kwijt bent dan moet u hiervan aangifte doen bij de politie, daarnaast moet u van het verlies onmiddellijk melding doen aan de RDW. Het niet doen van aangifte en melding bij de RDW is een overtreding.

6.2. Handelaarskentekenbewijzen zonder erkenning bedrijfsvoorraad

6.3. Handelaarskentekenbewijzen in combinatie met de erkenning bedrijfsvoorraad

Bijlage. Bevoegdheid tot het versneld aanvragen van de inschrijving van voertuigen zonder afzonderlijk onderzoek (Versnelde Inschrijving) 2018

Hoofdstuk 1. – Toelichting op de Bijlage Versnelde Inschrijving

Bezitters van de bevoegdheid Versnelde Inschrijving zijn in twee categorieën in te delen:

In deze bijlage vindt u de specifieke bepalingen voor de erkenninghouder die bevoegd is om via de regeling versneld inschrijving zonder onderzoek van een voertuig in het kentekenregister aan te vragen. Met de bevoegdheid ‘Versnelde Inschrijving’ kunt u inschrijvingen aanvragen voor nieuwe en ongebruikte voertuigen zonder dat er afzonderlijk onderzoek aan het voertuig (op een keuringsstation van de RDW) hoeft plaats te vinden.

Zoekt u een specifiek onderwerp in deze bijlage, dan raden wij u aan het hele hoofdstuk te lezen waarin het onderwerp wordt behandeld.

1.1. Indeling

1.2. Titel

Hoofdstuk 2. – Positie van de RDW bij Versnelde Inschrijving zonder afzonderlijk onderzoek

2.1. Basis van het toezicht

2.2. Wijze van toezicht houden

De administratieve controles vinden steekproefsgewijs plaats. Bij een administratieve controle worden CVO’s bij de aanvrager opgevraagd. De RDW controleert zo de aanwezigheid en juistheid van de CVO’s. Na de controle krijgt het bedrijf bericht of er onregelmatigheden zijn aangetroffen. Er wordt naar gestreefd om per bedrijf een representatief aantal aanvragen te controleren. Per maand neemt de RDW in de regel één steekproef, waarbij de omvang evenredig is naar het aantal aanvragen, met dien verstande dat in principe niet meer dan tien aanvragen worden gecontroleerd. De RDW behoudt zich echter het recht voor om wanneer daar aanleiding toe is, bijvoorbeeld ingeval van een externe melding, maandelijks meerdere steekproeven te nemen en/of meer dan 10 aanvragen per steekproef te controleren.

RDW

Vanaf 1 januari 2016 vindt de inschrijving van een voertuig zonder afzonderlijk onderzoek plaats op basis van het CVO. De RDW zal op basis van het digitaal aangeleverd CVO versneld inschrijven en dit digitaal CVO toetsen op juistheid en echtheid. Hiervoor gebruikt de RDW de Europese Typegoedkeuring. Wanneer er een verschil is tussen het digitale CVO en de Europese Typegoedkeuring, kan de RDW ter controle alsnog het papieren CVO opvragen. Wanneer uit de controle afwijkingen in het CVO worden geconstateerd, is de aanvraag niet ingediend met het juiste CVO.

Daarnaast kunnen meldingen van de onder paragraaf 4.1 van het Algemeen Deel genoemde organisaties of personen reden zijn een onderzoek in te stellen en aanleiding geven tot een (onaangekondigd) controlebezoek door de RDW.

2.3. Frequentie van het toezicht

De frequentie van het periodieke toezicht door middel van controlebezoeken is in beginsel 1 keer per 3 jaar. Er wordt risico gestuurd toezicht toegepast op basis van risicoprofielen. Naar aanleiding daarvan wordt voor uw bedrijf de bezoekfrequentie bepaald en daardoor kan uw bedrijf vaker worden bezocht dan 1 keer per 3 jaar.

Hoofdstuk 3. – Positie van de erkenninghouder bij Versnelde Inschrijving zonder afzonderlijk onderzoek

De aanvrager van de bevoegdheid Versnelde Inschrijving zonder afzonderlijk onderzoek moet voldoen aan een aantal eisen. Zo dient u te beschikken over een erkenning bedrijfsvoorraad. Wanneer er sprake is van een Europese typegoedkeuring moet u beschikken over een procesbeschrijving, waaruit onder meer is op te maken, dat het CVO van het betreffende voertuig aanwezig is bij de aanvrager op het moment van de aanvraag van de inschrijving. Het mag ook gaan om een nationale typegoedkeuring die is verleend aan de aanvrager, of waarvoor de fabrikant beschikt over een nationale typegoedkeuring en die de aanvrager heeft gemachtigd. Tevens dient u te beschikken over door de RDW goedgekeurde datacommunicatieapparatuur, een organisatieschema en een door de RDW goedgekeurd kwaliteitshandboek van uw bedrijf. Het niet voldoen aan de eisen leidt tot een schorsing van de bevoegdheid Versnelde Inschrijving. Hierover vindt u meer in paragraaf 3.2 van het Algemeen Deel.

3.1. Eisen en voorschriften

Naast de in het Algemeen Deel genoemde verplichtingen om in aanmerking te komen voor de bevoegdheid Versnelde Inschrijving, moet u aan een aantal andere voorschriften voldoen.

Overtreding van de voorschriften kan leiden tot een sanctie. U wordt geacht zich op de hoogte te stellen van de regels en deze in te passen in de bedrijfsvoering. U dient de procedures in het bedrijf dan ook nauwkeurig af te stemmen op de regelgeving.

3.1.1. Het verlenen van medewerking aan het toezicht

3.1.2. Documentatie

Bij de aanvraag van uw erkenning bent u gewezen op de Informatiemap voor de voertuigbranche. Hierin staan diverse procedures beschreven. U kunt de complete tekst van de Informatiemap voor de voertuigbranche vinden op www.rdw.nl.

3.1.3. Erkenningsschild/sticker(s)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

3.1.4. Financiële verplichting

3.1.5. Instrueren van uw personeel

3.1.6. Bewaarplicht stukken

3.1.7. Eisen aan het bedrijfsadres en de stallingslocatie

Pand:

Verlichting en verwarming:

Op uw bedrijfsadres moet u de beschikking hebben over een deugdelijke tafel of bureau en een deugdelijke stoel zodat de bedrijvencontroleur de rapportage kan opmaken. Ook moet u over een deugdelijke toiletruimte te beschikken.

Tevens moet u op uw bedrijfsadres de beschikking hebben over een deugdelijke afsluitbare voorziening. Dit kan bijvoorbeeld een kast zijn die op slot kan. De afsluitbare voorziening is niet voorzien van wieltjes en is ook niet draagbaar.

Ook moet u de beschikking hebben over een verifieerbare locatie voor het stallen van uw bedrijfsvoorraadvoertuigen. Dit mag niet de openbare weg zijn. De stallingslocatie hoeft niet op uw bedrijfsadres te zijn, maar moet wel gelegen zijn in Nederland of maximaal 25 kilometer van de Nederlandse grens (hemelsbreed gemeten vanaf het dichtstbijzijnde punt van de grens). Als de stallingslocatie niet bij het bedrijfsadres gelegen is dan moet u aantonen dat u eigenaar van de stallingslocatie bent of dat u een schriftelijke bevestiging van toestemming heeft dat het gebruik van de locatie is toegestaan. Dit kan bijvoorbeeld een huurovereenkomst zijn.

3.2. Maatregelen

(zie Algemeen Deel)

3.2.1. Wachttijd na intrekking

(zie Algemeen Deel)

Hoofdstuk 4. – Overtredingen en sancties bij Versnelde Inschrijving zonder afzonderlijk onderzoek

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

In aanvulling op het Algemeen Deel geldt dat als er een reden is om naar aanleiding van een geconstateerde onregelmatigheid een sanctie op te leggen, het voornemen hiertoe aan u wordt meegedeeld door middel van een concept sanctiebrief. Voordat een sanctie aan u wordt opgelegd, krijgt u de gelegenheid om uw zienswijze kenbaar te maken. Hoe u dit kunt doen, kunt u lezen in de concept sanctiebrief. U heeft dan 3 weken na dagtekening van de brief waarbij de concept sanctie aan u wordt aangeboden de tijd om mondeling (bijvoorbeeld telefonisch) dan wel schriftelijk uw visie kenbaar te maken aan de RDW. Na 3 weken krijgt u een definitieve sanctiebrief toegezonden. Bij de totstandkoming van de definitieve brief wordt met uw zienswijze rekening gehouden. U kunt pas bezwaar aantekenen nadat u de definitieve sanctiebrief heeft ontvangen. Onderaan de definitieve brief staat beschreven hoe u bezwaar kunt maken en binnen welke termijn u het bezwaarschrift moet indienen.

4.3. Ingangsdatum

De verjaringstermijn van de waarschuwing en intrekkingen voor bepaalde tijd zijn voor de bevoegdheid Versnelde Inschrijving gesteld op 12 maanden.

4.5.1. Voorbeelden van categorie I overtredingen:

4.5.3. Voorbeelden van categorie IV overtredingen

Het is mogelijk dat u een overtreding begaat, die niet specifiek als voorbeeld benoemd is. De RDW heeft het recht deze overtreding te categoriseren en te sanctioneren.

4.6. Soorten sancties

5.1. Bezwaar

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

5.1.1. Hoorzitting

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

5.1.2. Waarschuwing

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

5.1.3. Opschorten

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

5.2. Beroep

5.3. Voorlopige voorziening

(zie Algemeen Deel)

Bijlage. Erkenning Kentekenplaatfabrikant en/of Lamineerder (GAIK) 2018

1.1. Toelichting

Voor een volledig beeld van het toezichtbeleid van de RDW dient u eerst het Algemeen Deel te lezen.

Alleen een erkenninghouder kentekenplaatfabrikant is bevoegd om kentekenplaten te fabriceren en af te leveren. Een kentekenplaat moet aan de voorschriften voldoen die gesteld zijn in wet- en regelgeving. Is dit niet het geval dan is de kentekenplaat onjuist. Als kentekenplaat wordt beschouwd: Een plaat die op een kentekenplaat lijkt. Dit houdt in dat een plaat met een formaat gelijkend aan een kentekenplaat en voorzien van een kenteken of van een combinatie van cijfers en letters die op een kenteken lijkt, een kentekenplaat is. Ongeacht of de plaat voorzien is van de benodigde merken, lamineercode en EU logo en ongeacht de kleur en het materiaal van de plaat.

1.3. Titel

1.4. Erkenningen en bevoegdheden

Hoofdstuk 2. – Positie van de RDW

2.1. Basis van het toezicht

Bovendien wordt bij het toezicht gebruik gemaakt van signaleringen van derden voor Risico Gestuurd Toezicht.

Bij geen gehoor worden, verspreid over verschillende werkdagen, maximaal twee nieuwe pogingen ondernomen om het bezoek aan te kondigen. De bedrijvencontroleurs spreken geen antwoordapparaten of voicemails in. Als na een (in totaal) derde poging geen controlebezoek tot stand kan komen, bezoekt de bedrijvencontroleur uw bedrijf onaangekondigd.

2.3. Frequentie van het toezicht

Hoofdstuk 3. – Positie van de erkenninghouder

3.1. Voorschriften

Het bedrijfsadres moet tevens voldoen aan een aantal eisen zodat de bedrijfsactiviteiten en administratie op een veilige manier uitgevoerd kunnen worden.

Bedrijfsadres:

Het bedrijfsadres bestaat uit een pand, woonwagen of een kantoorunit. Een eenvoudig verplaatsbaar of verrijdbaar pand zoals bijvoorbeeld een caravan, auto, (zee-) container, (schaft-)keet of een andere aanhangwagen met opbouw is niet toegestaan.

Het bedrijfsadres moet voldoende verlicht zijn. Ook moet het bedrijfsadres voldoende verwarmd zijn. Goed verwarmd houdt in dat de gemiddelde temperatuur minimaal 15 graden Celsius is. De verwarming moet van een dusdanige capaciteit zijn dat de ruimte na het openen van de deuren voldoende verwarmd is en blijft. De verwarming van de ruimte moet op een veilige manier zijn uitgevoerd. Dit houdt onder andere in dat de verwarmingsapparaten waarin een brander is gemonteerd, deze brander niet direct van buitenaf te benaderen mag zijn. Dit dient origineel en deugdelijk te zijn uitgevoerd. De inlaatgassen moeten op deugdelijke manier van buitenaf aangevoerd worden. De uitlaatgassen hiervan moeten op deugdelijke manier naar de buitenlucht afgevoerd worden. Het zogenaamde open vuur is niet toegestaan.

Op uw bedrijfsadres moet u de beschikking hebben over een deugdelijke tafel of bureau en een deugdelijke stoel zodat de bedrijvencontroleur de rapportage kan opmaken. Ook moet u over een deugdelijke toiletruimte te beschikken.

3.1.1. Het verlenen van medewerking aan het toezicht

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

3.3. Overzichten GAIK Online

Via GAIK Online kan de erkenninghouder een overzicht opvragen van de op hem betrekking hebbende gegevens van (blanco-)kentekenplaten.

Hoofdstuk 4. – Overtredingen en sancties

4.1. Vaststellen van een overtreding

(zie Algemeen Deel)

4.2. Zienswijze

4.3. Ingangsdatum

4.4. Verjaringstermijn

4.5. Categorisering overtredingen en stroomschema

Voorbeelden van categorie II overtredingen:

Erkenning lamineerder:

Voorbeelden van categorie IV overtredingen::

Het is mogelijk dat u een overtreding begaat, die niet specifiek als voorbeeld benoemd is.

4.6.1. Herschouwing na intrekking voor bepaalde tijd

Na afloop van een intrekking voor bepaalde tijd wordt de intrekking automatisch door de RDW beëindigd. U hoeft hiervoor niets te doen. Wel wordt uw bedrijf daarna opnieuw bezocht door een bedrijvencontroleur van de RDW. Dit wordt een herschouwing genoemd. Deze herschouwing dient binnen 2 weken nadat de sanctie is opgeheven plaats te vinden. De bedrijvencontroleur kondigt het bezoek kort tevoren telefonisch aan (zie voor de procedure ‘Wijze van toezicht houden’ punt 2.2 van deze bijlage). Voldoet u bij de herschouwing niet aan de eisen en/of voorschriften dan kunt u in het stroomschema zelf nagaan welke sanctie naar verwachting wordt opgelegd. Aan de herschouwing zijn kosten verbonden.

5.1. Bezwaar

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

5.1.1. Hoorzitting

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

5.1.2. Waarschuwing

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

5.2. Beroep

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

5.3. Voorlopige voorziening

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

Bijlage. APK Keurmeester 2018

Bent u alleen APK-keurmeester en geen erkenninghouder (in de zin van de Wegenverkeerswet 1994), dan hoeft u uitsluitend deze bijlage te lezen en geldt het Algemeen Deel niet voor u. U hebt andere rechten en plichten.

De Bijlage APK Keurmeester staat dus los van het Algemeen Deel en de bijlagen voor erkenninghouders.

Hoofdstuk 2. – Positie van de RDW

2.1. Basis van het toezicht

De RDW houdt toezicht op de aan u verleende keuringsbevoegdheid. Dit gebeurt op basis van de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling erkenning en keuringsbevoegdheid APK.

2.2. Wijze van toezicht houden

Hoofdstuk 3. – Positie van de APK Keurmeester

De RDW verwacht van u dat u op de juiste wijze gebruik maakt van uw keuringsbevoegdheid en de verplichtingen uit de regelgeving naleeft. De RDW houdt toezicht op de correcte naleving van de eisen en voorschriften die uit de regelgeving voortvloeien en het juiste gebruik van de verantwoordelijkheden die u op eigen verzoek heeft ontvangen.

3.2. Voorafgaand aan de keuring

3.2.1. Juiste voorzieningen en documentatie

3.3. Technische keuring en afmelden voertuig

3.4. Toezicht door middel van steekproeven

De RDW houdt toezicht op de uitvoering van APK-keuringen die worden uitgevoerd door erkenninghouders en keurmeesters. Het is van groot belang dat de RDW een goed beeld krijgt van de kwaliteit van keuringen die hebben plaatsgevonden. Daarom voert de RDW steekproefcontroles uit.

Het is ten strengste verboden om tussen het afmelden van het voertuig en de komst van de steekproefcontroleur aan het afgemelde voertuig te sleutelen of metingen te verrichten. Alleen dan kan de RDW tijdens de steekproefherkeuring een goed beeld krijgen van de kwaliteit van de keuring. Het (laten) aanbrengen van wijzigingen of metingen (laten) verrichten aan een afgemeld voertuig door een in de keuringsplaats aanwezig persoon, of dit nu u of ander aanwezig personeel, een klant of andere relatie betreft, vóór aankomst van de steekproefcontroleur, wordt ‘sleutelen in quarantainetijd’ genoemd. Dit is een overtreding en wordt gesanctioneerd.

U moet alle medewerking verlenen aan de uitoefening van het toezicht door de RDW. Het niet meewerken aan toezicht leidt tot een sanctie. Indien men zijn of haar emoties richt op de persoon van de RDW-medewerker d.m.v. verbale agressie (uitschelden), discriminatie, intimidatie of seksuele intimidatie in het bedrijf door u of de daar aanwezige personen dan is dit een categorie IV overtreding en volgt een intrekking van uw keuringsbevoegdheid voor de duur van 6 maanden. Ook bij bedreiging of fysiek geweld of dreiging daarmee tegen een RDW-medewerker in het bedrijf door u of de daar aanwezige personen volgt een intrekking van uw keuringsbevoegdheid voor de duur van 6 maanden en wordt aangifte gedaan door de RDW voor strafrechtelijke vervolging.

Uw aanwezigheid en medewerking is in uw eigen belang. Een cusumbijdrage geldt voor u persoonlijk, evenals de mogelijkheid om in beroep te gaan tegen het resultaat van de steekproefherkeuring (artikel 90 van de Wegenverkeerswet 1994). De eventueel door u gemaakte missers worden vermeld op het steekproefcontrolerapport. Ook andere overtredingen (zie hoofdstuk 4) worden op het steekproefcontrolerapport vermeld.

Als een voertuig de keuringsplaats verlaat, voordat de steekproef kon worden uitgevoerd, dan gelden op grond van artikel 32 de volgende verplichtingen:

Ook de eventuele aanwezigheid van het kentekenbewijs vormt een aanwijzing dat het voertuig aanwezig is geweest in de keuringsplaats, maar maakt de overtreding niet ongedaan en vormt evenmin een bijzonder feit of omstandigheid.

3.5. Maatregelen

3.5.1. Schorsing

Iedere twee jaar dient u als keurmeester de zogenoemde bevoegdheidsverlenging met goed gevolg af te leggen om uw keuringsbevoegdheid te behouden (zie 3.1.2). Als u niet meer beschikt over een geldige keuringsbevoegdheid, wordt een schorsing opgelegd. Dit betekent dat u geen keuringen mag uitvoeren. Een schorsing geldt tot het moment waarop u weer een geldige APK-keuringsbevoegdheid heeft. De duur van de schorsing heeft u zelf in de hand. Zodra u hebt aangetoond weer te beschikken over een geldige keuringsbevoegdheid, wordt de schorsing opgeheven en kunt u weer keuren. Het tweejaarlijkse interval gaat na de schorsing weer lopen.

3.6. Handhaving APK

Als blijkt dat een voertuig niet in het zogenaamde APK-register van de RDW voorkomt, maar er voor dat voertuig wel een keuringsrapport door u is afgegeven, is dit fraude. U kunt zelf controleren of een afgemeld voertuig ook daadwerkelijk is geaccepteerd door de RDW en dus in het keuringsregister is opgenomen. U kunt dit doen aan de hand van:

Hoofdstuk 4. – Overtredingen en Sancties

4.2. Zienswijze

4.3. Ingangsdatum

4.4. Verjaringstermijn

4.5. Categorisering en stroomschema

Als bij u meerdere overtredingen zijn geconstateerd, zal in beginsel de volgende regel worden toegepast:

Voorbeelden van categorie I overtredingen:

Voorbeelden van categorie II overtredingen:

Het is mogelijk dat u een overtreding begaat, die niet specifiek als voorbeeld benoemd is. De RDW heeft het recht deze overtreding te categoriseren en te sanctioneren.

4.6. Soorten sancties

Als aan u een intrekking voor bepaalde tijd wordt opgelegd, kunt u gedurende een bepaalde periode geen keuringen verrichten. De intrekking voor bepaalde tijd beslaat een periode van 6, 9, 12 weken of 6 maanden. Dit is afhankelijk van uw historie en/of de categorie waarin de overtreding(en) valt of vallen. De RDW zal bij meer dan één intrekking voor bepaalde tijd, de sanctie opvolgend ten uitvoer leggen.

5.1. Bezwaar

U moet uw bezwaarschrift schriftelijk indienen bij de Directie van de RDW, Postbus 777, 2700 AT Zoetermeer. In uw bezwaarschrift geeft u aan waarom u het niet eens bent met het besluit. Uw bezwaar dient te voldoen aan alle wettelijke vereisten die aan een bezwaar worden gesteld.

5.1.1. Hoorzitting

Stelt u prijs op een telefonische hoorzitting, dan kunt u dit aangeven. Hoe u dit kunt doet, kunt u lezen in de uitnodigingsbrief.

5.1.3. Opschorten

Als u bezwaar, als bedoeld in 5.1, aantekent tegen een besluit met als sanctie een intrekking voor bepaalde tijd tot maximaal 12 weken wordt de inwerkingtreding van het besluit opgeschort totdat het bezwaarschrift is afgehandeld. De beslissing op bezwaar treedt in beginsel in werking twee weken nadat deze is verstuurd.

De RDW behoudt zich het recht voor om in bovenstaande gevallen geen opschortende werking te verlenen of deze te beëindigen. In dat geval wordt u hierover schriftelijk geïnformeerd.

5.1.4. Beroep tegen het resultaat van een steekproefherkeuring of vermeend onterechte goed- of afkeur

Voor meer informatie over de artikel 90 en 91 procedure van de Wegenverkeerswet 1994 wordt u verwezen naar de Administratieve procedures van de Regelgeving APK.

5.2. Beroep

5.3. Voorlopige voorziening

Hoofdstuk 6. gebruik deugdelijke apparatuur

6.1. Eisen aan de keuringsinstantie waar u keuringen uitvoert:

De erkenninghouder moet beschikken over een goed verwarmde keuringsruimte en deugdelijke apparatuur. U moet deze ruimte en apparatuur gebruiken bij het uitvoeren van uw APK keuringen. Daarom is het belangrijk dat u controleert of de ruimte en apparatuur voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld.

6.2. Beoordeling gebruik van de keuringsruimte en de apparatuur

Onder goede verlichting in de keuringsruimte wordt verstaan dat de gemiddelde lichtopbrengst minimaal 300 lux bedraagt. De lichtopbrengst wordt bepaald door visuele controle. Bij twijfel kunt u de lichtopbrengst in de keuringsruimte vaststellen aan de hand van een lichtmeting met een luxmeter. Dit gebeurt als volgt:

De keuringsruimte moet voldoende verwarmd zijn. Dit houdt in dat de gemiddelde temperatuur in de keuringsruimte minimaal 10 graden Celsius is. De verwarming moet van een dusdanige capaciteit zijn dat de ruimte na het openen van de deuren voldoende verwarmd is en blijft. De apparatuur moet gebruikt worden binnen het door de fabrikanten opgegeven temperatuurbereik van deze apparatuur. De verwarming van de keuringsruimte moet op een veilige manier zijn uitgevoerd. Dit houdt in dat de verwarmingsapparaten waarin een brander is gemonteerd, deze brander niet direct van buitenaf te benaderen mag zijn. Dit dient origineel en deugdelijk te zijn uitgevoerd. De inlaatgassen moeten op deugdelijke manier van buitenaf aangevoerd worden. De uitlaatgassen hiervan moeten op deugdelijke manier naar de buitenlucht afgevoerd worden. Het zogenaamde open vuur is niet toegestaan.

Bij de keuringen moet u gebruik maken van de apparatuur van de erkenninghouder. De apparatuur moet doelmatig en deugdelijk zijn en hieronder staat beschreven wat de RDW onder deugdelijk of doelmatig verstaat.

Onder een doelmatige hefinrichting wordt verstaan:

De deugdelijkheid en goede staat van onderhoud van de hefinrichting kunt u controleren doordat minimaal eenmaal per jaar, door een bij de RDW aangemelde en geaccepteerde voor hefinrichtingen gecertificeerd bedrijf of persoon, een certificaat en geldige goedkeursticker hiervoor heeft afgegeven aan de erkenninghouder.

Onder een doelmatige inspectieput wordt het volgende verstaan:

Een koplamptestapparaat wordt geacht deugdelijk te zijn als:

Als gebruik wordt gemaakt van een putkrik, moet deze doelmatig zijn. Hieronder wordt verstaan dat deze is voorzien van een beveiligingsvoorziening waarbij het voertuig niet kan zakken in geval van problemen met de krik (bijvoorbeeld lekkage). De krik moet minimaal voorzien zijn van een terugstroombeveiliging.

Stroomschema overtredingen en sancties

Bijlage. Tachograaftechnicus 2019

Hoofdstuk 1. Toelichting op de Bijlage Tachograaftechnicus

1.1. Toelichting

De Bijlage Tachograaftechnicus is een bijlage bij het Algemeen Deel Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW die los van het Algemeen Deel moet worden toegepast. Deze bijlage is bedoeld voor de tachograaftechnici. U leest hier hoe de RDW toezicht houdt op uw bevoegdheid.

1.2. Indeling

Het zwart gearceerde onderdeel van de Toezichtbeleidsbrief is van toepassing voor u als tachograaftechnicus.

1.3. Titel

Deze bijlage is getiteld: Bijlage Tachograaftechnicus.

Hoofdstuk 2. Positie van de RDW

2.1. Basis van het toezicht

De RDW houdt toezicht op de aan u verleende bevoegdheid. De basis van het toezicht is vastgelegd in de Verordening EU nr. 165/2014, de Arbeidstijdenwet Vervoer, het Arbeidstijdenbesluit, de Regeling tachografen en de Regeling tachograafkaarten.

2.2. Wijze van toezicht houden

Bij een steekproefsgewijze controle beoordeelt de RDW primair de kwaliteit van de werkzaamheden aan de tachograaf. Bij een technische audit (periodiek controlebezoek) wordt vooral getoetst of u zich aan de procedure van de werkzaamheden houdt.

2.3. Frequentie van het toezicht

De frequentie van het toezicht door middel van steekproefsgewijze controle afhankelijk van het aantal door u uitgevoerde werkzaamheden en de resultaten van de steekproefsgewijze controle. Dit wordt bijgehouden in een cusumsysteem.

U leest hier meer over in het Handboek Tachografen, Cusumsysteem tachograaftechnicus.

Hoofdstuk 3. Positie van de tachograaftechnicus

De tachograaftechnicus moet beschikken over een bevoegdheidspas en werkplaatskaart. De bevoegdheidspas krijgt u indien u succesvol het examen of de bevoegdheidsverlenging tachograaftechnicus heeft afgerond. In de Regeling tachograafkaarten is beschreven welke rechten en plichten er aan het houden van een tachograafkaart zijn verbonden. De werkplaatskaart wordt afgegeven door de KIWA. Nadere informatie over het aanvragen en verkrijgen van een werkplaatskaart kunt u vinden op www.kiwa.nl

In de Regeling tachografen en Verordeningen is beschreven welke werkzaamheden u moet uitvoeren aan een tachograaf met behulp van de werkplaatskaart.

U kunt deze Regelingen vinden op www.wetten.nl en in het Handboek Tachograaf.

De erkenning tachografen kan op twee manieren worden uitgevoerd: mobiel met inrichting en niet-mobiel (vaste werkplaats). Let er wel op dat u voor iedere werkplaats waar u werkzaamheden verricht een aparte werkplaatskaart nodig heeft en deze kaart aanwezig moet zijn en blijven in de werkplaats waarvoor hij is afgegeven.

Het afmelden van voertuigen waar werkzaamheden aan zijn verricht mag uitsluitend plaatsvinden tijdens de in het Handboek Tachograaf opgegeven tijden. Raadplegen van de datum eerste toelating, opmaken van een manipulatieformulier en een zegelverbrekingsformulier kan ook buiten de openingstijden van de RDW.

3.1. Voorschriften

Op 4 februari 2014 is de Verordening EU nr. 165/2014 vastgesteld en geldt vanaf 2 maart 2016. In de Regeling tachografen staan aanvullende nationale voorschriften beschreven voor de werkzaamheden aan tachografen. Om uw erkenning bevoegdheid tachografen naar behoren te kunnen gebruiken heeft u naast de verplicht gestelde documentatie de verordening nodig.

Samengevat moet u bij het verrichten van werkzaamheden aan de tachograaf, en uitsluitend bij werkzaamheden aan de tachograaf mag u de werkplaatskaart gebruiken. In ieder geval moet u aan de volgende voorschriften voldoen:

Ik wijs u er met nadruk op dat ook werkzaamheden, inclusief de manipulatiecontrole, van voertuigen met een niet Nederlands kenteken moeten worden afgemeld. In dat geval moet het volledige identificatienummer worden gebruikt bij de melding.

Het is ten strengste verboden om tussen het afmelden van het voertuig en de komst van de steekproefcontroleur aan het afgemelde voertuig en de tachograaf te sleutelen of metingen te verrichten. Alleen dan kan de RDW tijdens de steekproefcontrole een goed beeld krijgen van de kwaliteit van de werkzaamheden. Het (laten) aanbrengen van wijzigingen of metingen (laten) verrichten aan een afgemeld voertuig of tachograaf door een in de werkplaats of inrichting aanwezig persoon, of dit nu personeel, klant of andere relatie betreft, vóór aankomst van de steekproefcontroleur, wordt ‘sleutelen in quarantainetijd’ genoemd. Als er tijdens de uitvoering van de steekproefcontrole, inclusief de second opinion zonder toestemming van de RDW-medewerker aan het voertuig of de tachograaf wijzigingen worden aangebracht wordt dit ook aangemerkt als sleutelen in quarantainetijd.

3.2. Het verlenen van medewerking tijdens de steekproef

U moet alle medewerking verlenen aan de uitoefening van het toezicht door de RDW. Indien u uw emoties richt op de persoon van de RDW-medewerker d.m.v. verbale agressie (uitschelden etc.), discriminatie, intimidatie of seksuele intimidatie in het bedrijf door u of de daar aanwezige personen dan is dit een categorie IV overtreding. Indien (eveneens) sprake is van bedreiging of fysiek geweld of dreiging daarmee tegen een RDW-medewerker wordt ook aangifte gedaan door de RDW voor strafrechtelijke vervolging.

Uw medewerking aan een steekproef wordt voorts op onderstaande wijze van u verwacht. Als werkzaamheden aan de tachograaf in de steekproef valt, is de tachograaftechnicus die de werkzaamheden heeft uitgevoerd en het voertuig heeft afgemeld verplicht aanwezig en is ook verantwoordelijk dat het voertuig aanwezig is en blijft zodat de steekproefcontroleur van de RDW de steekproef kan uitvoeren. Aan de steekproef moet alle medewerking worden verleend. Naast uw aanwezigheid betekent dit dat u ook meteen feitelijke assistentie verleent, door onder meer uw werkplaatskaart ter beschikking te stellen. Ook moet u zorgen dat de ruimte en deugdelijk functionerende apparatuur ter beschikking gesteld wordt.

3.3. Aanwezigheid tijdens de steekproef

Uw aanwezigheid en medewerking is in uw eigen belang. Een cusumbijdrage geldt voor u persoonlijk, evenals de mogelijkheid om in beroep te gaan tegen het resultaat van de steekproef. De eventueel door u gemaakte missers worden vermeld op het steekproefcontrolerapport. Ook andere overtredingen (zie hoofdstuk 4) worden op het steekproefcontrolerapport vermeld.

Is de steekproefcontroleur niet binnen 90 minuten in uw werkplaats of inrichting aanwezig, dan mag u het voertuig vrijgeven. Het voertuig hoeft dan ook niet meer beschikbaar te zijn voor de RDW.

Als werkzaamheden aan de tachograaf in de steekproef vallen moet u al het mogelijke doen om te voorkomen dat het voertuig de werkplaats of inrichting verlaat. U doet dit bijvoorbeeld door uw klanten goed te informeren over de steekproef, hen niet op de werkzaamheden te laten wachten, hun vervangend vervoer aan te bieden of hen weg te laten brengen. In ieder geval moet u uw klant voorafgaand aan de werkzaamheden duidelijk maken dat de mogelijkheid bestaat dat zijn voertuig in de steekproef valt en dat hij verplicht is hieraan mee te werken. Als een voertuig de werkplaats of inrichting verlaat, voordat de steekproef kon worden uitgevoerd, dan meldt u dit direct telefonisch bij het ACN kantoor te Zwolle van de RDW en niet pas bij aankomst van de steekproefcontroleur.

De aanwezigheid van het kentekenbewijs bij aankomst van de steekproefcontroleur, bijvoorbeeld omdat het voertuig uw eigendom is of in bedrijfsvoorraad is opgenomen, vormt een aanwijzing dat het voertuig aanwezig is geweest, maar maakt de overtreding niet ongedaan en is om die reden dan ook geen bijzonder feit of omstandigheid.

Hoofdstuk 4. Overtredingen en sancties

4.1. Vaststellen van een overtreding

Een overtreding kan onder andere worden vastgesteld:

4.2. Zienswijze

Als een overtreding is geconstateerd stelt de RDW u in de gelegenheid uw zienswijze te uiten voordat wordt besloten al dan niet een sanctie op te leggen. In verband met de vereiste spoed zal uw zienswijze niet worden gevraagd in geval sprake is van intimidatie, verbaal of fysiek geweld dan wel dreiging daarmee tegen een RDW-medewerker in de werkplaats of inrichting door u of de daar aanwezig personen.

In de regel wordt voor het geven van uw zienswijze een afspraak gemaakt voor een bezoek.

Het doel van deze horing is om relevante feiten en omstandigheden te verzamelen. Met name ook bijzondere feiten of omstandigheden. Niet als bijzonder feit of omstandigheid geldt het gestelde onder 4.4. Ook het op juiste wijze naleven van de regelgeving of specifieke onderdelen daarvan gelden niet als bijzonder feit of omstandigheid. De RDW neemt uw zienswijze mee bij het bepalen of er al dan niet een sanctie wordt opgelegd. Indien u uw zienswijze schriftelijk kenbaar wil maken dan heeft u hiervoor 1 week de tijd nadat u bent benaderd door de RDW-medewerker voor een afspraak.

4.3. Ingangsdatum

Een sanctie treedt in beginsel direct in werking. Uitzondering hierop vormt een besluit met als sanctie een intrekking voor bepaalde tijd van 6, 9 of 12 weken. Deze treedt in beginsel na vijf werkdagen na het versturen ervan in werking. Deze termijn is gesteld, zodat de eerstkomende afspraken met klanten kunnen worden nagekomen.

4.4. Verjaringstermijn

De RDW hanteert een verjaringstermijn van 30 maanden. Dit betekent dat op het moment van constatering van een overtreding, er 30 maanden wordt teruggekeken in uw historie als Tachograaftechnicus. Grondslag voor het verjaringstermijn is de datum van constatering van de overtreding. Zowel uw goede historie als overtredingen begaan niet meer dan 30 maanden voorafgaand aan de huidige geconstateerde overtreding worden beoordeeld. Als er binnen de verjaringstermijn een eerdere overtreding is geconstateerd, wordt er naar de categorie van die overtreding gekeken. Deze telt mee bij het opleggen van de nieuwe sanctie. De zwaarte van de sanctie van de eerdere overtreding is hierbij niet van belang. Deze kan beïnvloed zijn door een overtreding die meer dan 30 maanden geleden is geconstateerd. Heeft u buiten deze verjaringstermijn (meer dan 30 maanden terug) de regelgeving nageleefd, zijn er geen overtredingen geconstateerd of geen sancties opgelegd, dan is dit niet van belang voor uw historie en telt dit evenmin als bijzonder feit of omstandigheid.

4.5. Categorisering overtredingen en stroomschema

De RDW heeft mogelijke overtredingen ondergebracht in vier categorieën, te weten:

I tot en met IV, waarbij categorie I de lichtere overtredingen bevat en categorie IV de zwaarst mogelijke overtredingen. De hoogte van een sanctie wordt in beginsel bepaald door de categorie waarin een overtreding wordt ingedeeld.

In het stroomschema op de laatste pagina worden de sancties schematisch weergegeven. In dit stroomschema is rekening gehouden met de zwaarte van overtredingen en het herhaaldelijk begaan van overtredingen. U kunt op basis van dit schema zelf nagaan welke sanctie naar verwachting wordt opgelegd.

In het stroomschema is uitgegaan van een enkelvoudige overtreding. Het kan voorkomen dat er bij u, tijdens 1 steekproefcontrolemoment of naar aanleiding van 1 technische audit (periodiek controlebezoek), meerdere, dezelfde of verschillende overtredingen worden geconstateerd. We spreken dan van een meervoudige overtreding.

Als bij u meerdere overtredingen zijn geconstateerd, zal in beginsel de volgende regel worden toegepast:

Wanneer tijdens 1 bedrijfsbezoek of controle meerdere overtredingen worden geconstateerd, dan wordt dit beschouwd als een meervoudige overtreding. Hierbij geldt als uitgangspunt dat de categorieën van de verschillende overtredingen bij elkaar worden opgeteld en dat een sanctie wordt opgelegd die overeenstemt met de som van de categorieën. Is echter sprake van maximaal twee overtredingen, beide van de categorie I of II, dan worden de categorieën niet opgeteld maar wordt een sanctie opgelegd die overeenstemt met de categorie behorend bij de zwaarste van de twee overtredingen. (zie voor voorbeelden het schema)

Indien de som van een meervoudige overtreding hoger is dan III wordt een sanctie van tijdelijke intrekking opgelegd voor de duur van 6 maanden.

In alle gevallen wordt uw historie meegeteld bij het bepalen van de sanctiezwaarte.

Indien een volgende overtreding wordt geconstateerd nadat u voor een meervoudige overtreding bent gesanctioneerd geldt dat voor het bepalen van de historie van die meervoudige overtreding alleen de categorie van de zwaarste overtreding wordt geteld als sanctiehistorie.

Voorbeelden van categorie I overtredingen:

Voorbeelden van categorie II overtredingen:

signaalsnelheid snelheidsbegrenzer onjuist ingesteld

Voorbeelden van categorie III overtredingen:

Voorbeelden van categorie IV overtredingen:

Het is mogelijk dat een overtreding geconstateerd wordt die niet specifiek als voorbeeld benoemd is. De RDW heeft het recht deze overtreding te categoriseren en te sanctioneren.

4.6. Soorten sancties

De RDW kent de volgende sancties:

De waarschuwingen worden schriftelijk aan u bekend gemaakt. Dit kan in combinatie met verscherpt toezicht. Het stroomschema op de laatste pagina geeft aan wanneer een waarschuwing met verscherpt toezicht wordt opgelegd.

Als aan u een intrekking voor bepaalde tijd wordt opgelegd, mag u gedurende een bepaalde periode geen werkzaamheden verrichten en meldingen van werkzaamheden in de RDW systemen doen. De intrekking voor bepaalde tijd beslaat een periode van 6, 9, 12 weken of 6 maanden. Dit is afhankelijk van uw historie en/of de categorie waarin de overtreding(en) valt of vallen. De RDW zal bij meer dan één intrekkingsbesluit voor bepaalde tijd, de sanctie opvolgend ten uitvoer leggen.

Een sanctietoets wordt altijd opgelegd in combinatie met een intrekking voor 12 weken of 6 maanden. Achtergrond is dat u geruime tijd de werkzaamheden niet meer mag uitvoeren en daarmee uw actuele en parate kennis van de tachograaf verminderd is. Ter borging van de vereiste kwaliteit en kennis van de werkzaamheden aan de tachograaf moet u daarom een toets bij het IBKI afleggen. Als naar aanleiding van een overtreding tevens een sanctietoets wordt opgelegd, zal uw bevoegdheid ook na afloop van de intrekking voor bepaalde tijd geschorst blijven, totdat u de sanctietoets met goed gevolg hebt afgelegd. Een sanctietoets geeft geen recht op verlenging van de geldigheidsduur van uw bevoegdheidspas.

Hoofdstuk 5. Bezwaar en beroep

5.1. Bezwaar

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunt u tegen een besluit bezwaar indienen bij de RDW. U moet dit doen binnen zes weken na de dag van verzending van het sanctiebesluit.

U moet uw bezwaarschrift schriftelijk indienen bij de Directie van de RDW, Postbus 777, 2700 AT Zoetermeer. In uw bezwaarschrift geeft u aan waarom u het niet eens bent met het besluit. Uw bezwaar dient te voldoen aan alle wettelijke vereisten die aan een bezwaar worden gesteld.

5.1.a. Waarschuwing

Op basis van jurisprudentie kan tegen een schriftelijke waarschuwing en een waarschuwing via datacommunicatie geen bezwaar worden gemaakt.

5.1.b. Second opinion over het resultaat van een steekproefcontrole

Als u het niet eens bent met het resultaat van de steekproefcontrole, kunt u hiertegen in beroep gaan. U moet dit direct aangeven aan de steekproefcontroleur en vermelden op het steekproefcontrolerapport. De RDW-medewerker belt dit dan door. De RDW zal vervolgens een nieuw onderzoek instellen naar het besluit van de steekproefcontroleur. Voorwaarde is wel dat het voertuig in ongewijzigde staat beschikbaar blijft. De steekproefcontroleur zal aanwezig blijven.

5.1.c. Klacht

Bij klachten van belanghebbenden of constateringen van de politie of IL&T zal door een deskundige van de RDW onderzocht worden of het installatieplaatje ten onrechte is aangebracht. Indien bij het onderzoek vast komt te staan dat, gelet op het tijdsbestek, het installatieplaatje ten onrechte is aangebracht op de datum van afmelding, zal dit meetellen in het voornoemde cusumsysteem.

5.1.1. Hoorzitting

Als u bezwaar aantekent tegen een besluit van de RDW, wordt u in de regel in de gelegenheid gesteld uw bezwaarschrift mondeling toe te lichten. Dit is op het kantoor van de RDW. U ontvangt hiervoor een uitnodiging na ontvangst van uw bezwaarschrift.

Stelt u prijs op een telefonische hoorzitting, dan kunt u dit aangeven. Hoe u dit kunt doet, kunt u lezen in de uitnodigingsbrief.

U mag zich altijd laten vertegenwoordigen door een raadsman of advocaat. Als u iemand die geen advocaat is machtigt om namens u het woord te doen en u komt zelf niet naar de hoorzitting, dan dient u een schriftelijke verklaring mee te geven dat die persoon gemachtigd is om u te vertegenwoordigen. Als u zelf ook naar de hoorzitting komt, is dit niet nodig.

5.1.2. Opschorten

Als u bezwaar, als bedoeld in 5.1, aantekent tegen een besluit met als sanctie een intrekking voor bepaalde tijd tot maximaal 12 weken wordt de inwerkingtreding van het besluit opgeschort totdat het bezwaarschrift is afgehandeld. De beslissing op bezwaar treedt in beginsel in werking twee weken nadat deze is verstuurd.

De RDW behoudt zich het recht voor om in bovenstaande gevallen geen opschortende werking te verlenen of deze te beëindigen. In dat geval wordt u hierover schriftelijk geïnformeerd.

5.2. Beroep

Als de RDW een beslissing heeft genomen over uw bezwaarschrift kunt u ongeacht het resultaat daartegen in beroep gaan bij de rechtbank. Onderaan de beslissing op uw bezwaar vindt u de clausule waarin beschreven staat hoe u in beroep kunt gaan.

5.3. Voorlopige voorziening

Als u een intrekking voor bepaalde tijd van 6 maanden wordt opgelegd, verleent de RDW bij een bezwaarprocedure geen opschortende werking van de sanctie. Hiervoor kunt u een voorlopige voorziening bij de rechtbank aanvragen.

Bij een voorlopige voorziening geldt als vereiste dat de zaak een spoedeisend karakter heeft. Als u een verzoek om een voorlopige voorziening wilt indienen bij de rechtbank, kunt u hiervoor contact opnemen met de griffier. De contactgegevens van de rechtbank kunt u vinden op www.overheid.nl/ via ‘alle overheidsorganisaties’ > ‘rechterlijke macht’.

Deze beleidsregel wordt met toelichting in de Staatscourant geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)