Toezichtbeleid erkenninghouders RDW 2018

Type ZBO-regeling
Publication 2019-06-25
State In force
Source BWB
artikelen 2
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Na ontvangst door de RDW van de ingevulde en ondertekende verklaring zal de bedrijvencontroleur vervolgens een onaangekondigd bezoek plannen. Als er wederom niemand wordt aangetroffen die gemachtigd is om medewerking aan de controle te verlenen, dan probeert de bedrijvencontroleur u op de opgegeven telefoonnummers te bereiken. U of een door u gemachtigd persoon moet dan binnen 15 minuten op het bedrijfsadres aanwezig zijn. Stuurt u de verklaring niet terug of komt het na de uitgevoerde belpogingen niet tot een controlebezoek omdat er niemand is die namens uw bedrijf een controle mogelijk kan maken, dan kan daaraan de conclusie worden verbonden dat geen medewerking wordt verleend aan het toezicht en kan een tijdelijke intrekking van de erkenning van 6 weken worden opgelegd.

Daarnaast kunnen meldingen van de onder paragraaf 4.1 van het Algemeen Deel genoemde organisaties of personen reden zijn een onderzoek in te stellen en aanleiding geven tot een (onaangekondigd) controlebezoek door de RDW.

2.3. Frequentie van het toezicht

Het adres waar de door de RDW opgevraagde CVO’s met betrekking tot de bevoegdheid Versnelde Inschrijving naar toe moeten worden gestuurd is:

Hoofdstuk 3. – Positie van de erkenninghouder bij Versnelde Inschrijving zonder afzonderlijk onderzoek

T.a.v.: de Unit Voertuigregistratie en Documenten (VRD) Postbus 30.000

9640 RA Veendam

3.1. Eisen en voorschriften

Wanneer het digitaal CVO niet bij de RDW aanwezig is, zullen alle gegevens van het CVO aan de RDW moeten worden opgegeven via de daarvoor bestemde applicatie. In deze situatie zal de RDW het CVO bij u opvragen om de aanwezigheid van het CVO en de juistheid van de aangeleverde gegevens te toetsen.

Fysieke controles worden gehouden wanneer bij een administratieve controle één of meer onregelmatigheden worden aangetroffen. Hierop worden in de periode van enkele maanden 3 fysieke steekproeven gehouden. Een steekproef is als volgt ingericht. Na de aanvraag van een inschrijving voor een nieuw of ongebruikt voertuig ontvangt de aanvrager binnen 24 uur een terugmelding dat het voertuig in de steekproef is gevallen. Hierbij neemt een medewerker van de RDW telefonisch contact op met de aanvrager waarna deze aangeeft waar en op welk dagdeel het voertuig binnen vijf dagen kan worden gecontroleerd. De RDW kijkt intern of er een bedrijvencontroleur beschikbaar is en neemt opnieuw telefonisch contact op met de aanvrager om aan te geven of de steekproef doorgang zal vinden. Eerst op dit moment telt de controle als steekproef. Vervolgens vindt de afgesproken fysieke controle plaats. De aanvrager is er voor verantwoordelijk dat het voertuig en het bijbehorende CVO kunnen worden gecontroleerd. Bij de controle wordt tevens nagegaan of bij de aanvraag de juiste gegevens zijn verstrekt.

Wanneer tijdens een bedrijfsbezoek, administratieve- of fysieke controle of uit externe meldingen blijkt dat het bedrijf niet (meer) aan de eisen voldoet of de voorschriften niet naleeft kan een sanctie worden opgelegd.

3.1.1. Het verlenen van medewerking aan het toezicht

U bent verplicht mee te werken aan het toezicht door de RDW. Dit betekent dat u de te controleren voertuigen en de voor de erkenning relevante administratie ter beschikking van de bedrijvencontroleur moet stellen en dat u aan de bedrijvencontroleur de gevraagde informatie verstrekt.

3.1.2. Documentatie

Bij de aanvraag van uw erkenning bent u gewezen op de Informatiemap voor de voertuigbranche. Hierin staan diverse procedures beschreven. U kunt de complete tekst van de Informatiemap voor de voertuigbranche vinden op www.rdw.nl.

3.1.3. Erkenningsschild/sticker(s)

De bevoegdheid Versnelde Inschrijving brengt dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom houdt de RDW toezicht op uw bevoegdheid Versnelde Inschrijving.

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

3.1.4. Financiële verplichting

Voorschriften zijn de gedragsregels waaraan het bevoegde bedrijf zich dient te houden. Deze voorschriften zijn terug te vinden in de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling erkenning bedrijfsvoorraad. Deze regelingen zijn alle te vinden op www.overheid.nl.

3.1.5. Instrueren van uw personeel

(zie Algemeen Deel)

U bent verplicht mee te werken aan het toezicht door de RDW. Dit betekent dat u de te controleren voertuigen en de voor de erkenning relevante administratie ter beschikking van de bedrijvencontroleur moet stellen en dat u aan de bedrijvencontroleur de gevraagde informatie verstrekt.

Het is in dat verband wel belangrijk dat u uw dealers van deze toezichtbeleidsbrief op de hoogte brengt, zodat zij namens u kunnen meewerken aan de steekproef. Naast de gevolgen van het niet (voldoende) instrueren van uw personeel, komen ook fouten gemaakt door uw personeel, voor uw rekening en risico.

3.1.6. Bewaarplicht stukken

(zie Algemeen Deel)

(zie Algemeen Deel)

3.1.7. Eisen aan het bedrijfsadres en de stallingslocatie

Bij de aanvraag en controle van de erkenning wordt onderzocht of u voldoet aan de erkenningseisen. Hiervoor geldt dat u op uw bedrijfsadres aan een aantal voorwaarden voldoet.

In afwijking van het Algemeen deel gaat de financiële schorsing in beginsel 1 week na dagtekening van het besluit in.

De basiseisen die aan uw bedrijfsadres gesteld worden, zijn:

(zie Algemeen Deel)

Bij de steekproefsgewijze fysieke controle gaat het letterlijk om controles van de voertuigen zelf waarvoor een inschrijving is aangevraagd. Vaak zal het betreffende voertuig bij een van uw dealers staan. Wanneer de medewerker van de RDW contact met u opneemt voor het maken van een afspraak voor de fysieke steekproef kunt u deze locatie doorgeven.

Het is in dat verband wel belangrijk dat u uw dealers van deze toezichtbeleidsbrief op de hoogte brengt, zodat zij namens u kunnen meewerken aan de steekproef. Naast de gevolgen van het niet (voldoende) instrueren van uw personeel, komen ook fouten gemaakt door uw personeel, voor uw rekening en risico.

Het bedrijfsadres bestaat uit een pand, woonwagen of een kantoorunit. Een eenvoudig verplaatsbaar of verrijdbaar pand zoals bijvoorbeeld een caravan, auto, (zee-) container, (schaft-)keet of een andere aanhangwagen met opbouw is niet toegestaan.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

Faciliteiten:

Bij de aanvraag en controle van de erkenning wordt onderzocht of u voldoet aan de erkenningseisen. Hiervoor geldt dat u op uw bedrijfsadres aan een aantal voorwaarden voldoet.

Het bedrijfsadres en de stallingslocatie moeten voldoen aan een aantal basiseisen zodat de bedrijfsactiviteiten en administratie op een veilige manier uitgevoerd kunnen worden.

De basiseisen die aan uw bedrijfsadres gesteld worden, zijn:

Bedrijfsadres:

Het bedrijfsadres is het adres dat als bezoekadres bij de Kamer van Koophandel is opgegeven. Dit is het adres dat de bedrijvencontroleur bezoekt voor schouwing en controle. Het is daarom belangrijk dat het huisnummer goed leesbaar is vanaf de openbare weg.

3.2. Maatregelen

Het bedrijfsadres bestaat uit een pand, woonwagen of een kantoorunit. Een eenvoudig verplaatsbaar of verrijdbaar pand zoals bijvoorbeeld een caravan, auto, (zee-) container, (schaft-)keet of een andere aanhangwagen met opbouw is niet toegestaan.

3.2.1. Wachttijd na intrekking

Het bedrijfsadres moet voldoende verlicht zijn. Ook moet het bedrijfsadres voldoende verwarmd zijn. Goed verwarmd houdt in dat de gemiddelde temperatuur minimaal 15 graden Celsius is. De verwarming moet van een dusdanige capaciteit zijn dat de ruimte na het openen van de deuren voldoende verwarmd is en blijft. De verwarming van de ruimte moet op een veilige manier zijn uitgevoerd. Dit houdt onder andere in dat de verwarmingsapparaten waarin een brander is gemonteerd, deze brander niet direct van buitenaf te benaderen mag zijn. Dit dient origineel en deugdelijk te zijn uitgevoerd. De inlaatgassen moeten op deugdelijke manier van buitenaf aangevoerd worden. De uitlaatgassen hiervan moeten op deugdelijke manier naar de buitenlucht afgevoerd worden. Het zogenaamde open vuur is niet toegestaan.

Faciliteiten:

3.2.2. Schorsing

Afsluitbare voorziening:

Hoofdstuk 4. – Overtredingen en sancties bij Versnelde Inschrijving zonder afzonderlijk onderzoek

4.1. Vaststellen van een overtreding

De voertuigen die in uw bedrijfsvoorraad staan, moeten zodanig worden gestald dat de bedrijvencontroleur op veilige wijze de voertuigen kan controleren.

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

4.2. Zienswijze

In aanvulling op het Algemeen Deel geldt dat als er een reden is om naar aanleiding van een geconstateerde onregelmatigheid een sanctie op te leggen, het voornemen hiertoe aan u wordt meegedeeld door middel van een concept sanctiebrief. Voordat een sanctie aan u wordt opgelegd, krijgt u de gelegenheid om uw zienswijze kenbaar te maken. Hoe u dit kunt doen, kunt u lezen in de concept sanctiebrief. U heeft dan 3 weken na dagtekening van de brief waarbij de concept sanctie aan u wordt aangeboden de tijd om mondeling (bijvoorbeeld telefonisch) dan wel schriftelijk uw visie kenbaar te maken aan de RDW. Na 3 weken krijgt u een definitieve sanctiebrief toegezonden. Bij de totstandkoming van de definitieve brief wordt met uw zienswijze rekening gehouden. U kunt pas bezwaar aantekenen nadat u de definitieve sanctiebrief heeft ontvangen. Onderaan de definitieve brief staat beschreven hoe u bezwaar kunt maken en binnen welke termijn u het bezwaarschrift moet indienen.

4.3. Ingangsdatum

Wanneer u een aanvraag voor een erkenning en/of bevoegdheid indient, dan wordt deze aanvraag geweigerd als in de twaalf weken voorafgaand aan uw aanvraag dezelfde aan u afgegeven erkenning en/of bevoegdheid is ingetrokken. In het geval dat een aan u al afgegeven erkenning twee keer of meer is ingetrokken, dan wordt de aanvraag geweigerd tot zes maanden na de laatste intrekking.

3.2.2. Schorsing

In het kader van de administratieve controle kunnen CVO’s door de RDW worden opgevraagd (zie ook punt 2.2 van deze bijlage). Als u deze niet binnen de gevraagde termijn naar de RDW stuurt, wordt een schorsing van de bevoegdheid Versnelde Inschrijving opgelegd. Deze schorsing houdt in dat u gedurende de schorsingstermijn van 12 weken geen kentekens meer via de bevoegdheid Versnelde Inschrijving kunt aanvragen. U kunt de schorsing binnen deze 12 weken zelf opheffen door alsnog aan het gevraagde verzoek te voldoen. Zodra alle gevraagde CVO’s door de RDW ontvangen zijn, zal de schorsing worden opgeheven en kunt u weer gebruik maken van de bevoegdheid om versneld inschrijvingen aan te vragen. Indien u binnen deze 12 weken niet aan het verzoek van de RDW om de CVO’s te sturen heeft voldaan, zal uw bevoegdheid Versnelde Inschrijving worden ingetrokken voor onbepaalde tijd.

De verjaringstermijn van de waarschuwing en intrekkingen voor bepaalde tijd zijn voor de bevoegdheid Versnelde Inschrijving gesteld op 12 maanden.

4.1. Vaststellen van een overtreding

(zie Algemeen Deel)

4.5.1. Voorbeelden van categorie I overtredingen:

4.2. Zienswijze

4.5.3. Voorbeelden van categorie IV overtredingen

Onderstaande geldt voor de erkenning en voor alle bevoegdheden:

In afwijking van het Algemeen deel treedt een intrekking voor onbepaalde tijd naar aanleiding van geconstateerde overtredingen in beginsel 1 week na dagtekening van het besluit in werking.

4.4. Verjaringstermijn

Als grondslag voor de verjaringstermijn geldt de datum van constatering van de overtreding.

Hoofdstuk 5. – Bezwaar en beroep

4.5. Categorisering overtredingen en stroomschema

Voor de bevoegdheid Versnelde Inschrijving wordt een stroomschema overtredingen en sanctionering gebruikt dat afwijkt van het Algemeen Deel. Hieronder vindt u een aantal voorbeelden van overtredingen. Ook de in het Algemeen Deel vermeldde meervoudsregel wordt niet toegepast. Dit betekent dat, indien een of meer overtredingen worden geconstateerd, het bijgevoegde sanctieschema onverkort wordt toegepast.

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

4.5.2. Voorbeeld van categorie II overtreding

(zie Algemeen Deel)

Onderstaande geldt voor de erkenning en voor alle bevoegdheden:

5.1.2. Waarschuwing

(zie Algemeen deel)

(zie Algemeen Deel)

Hoofdstuk 5. – Bezwaar en beroep

(zie Algemeen Deel)

(zie Algemeen Deel)

5.2. Beroep

(zie Algemeen Deel)

(zie Algemeen Deel)

5.3. Voorlopige voorziening

(zie Algemeen Deel)

(zie Algemeen deel)

Stroomschema sancties overtreding bevoegdheid Versnelde Inschrijving

Bijlage. Erkenning Kentekenplaatfabrikant en/of Lamineerder (GAIK) 2018

Hoofdstuk 1. – Toelichting op de Bijlage Erkenning Kentekenplaatfabrikant en/of Lamineerder

1.1. Toelichting

De Bijlage Erkenning Kentekenplaatfabrikant en/of Lamineerder is een bijlage bij het Algemeen Deel Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW. In deze bijlage vindt u de specifieke bepalingen voor de erkenninghouder kentekenplaatfabrikant en de erkenninghouder lamineerder. Als erkenninghouder kentekenplaatfabrikant kunt u kentekenplaten fabriceren en afgeven en als erkenninghouder lamineerder kunt u blanco-kentekenplaten fabriceren en leveren. De erkenning kentekenplaatfabrikant en lamineerder zijn zelfstandige erkenningen. Per productieplaats wordt slechts één erkenning kentekenplaatfabrikant en lamineerder afgegeven.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

Zoekt u een specifiek onderwerp in deze bijlage, dan raden wij u aan het hele hoofdstuk te lezen waarin het onderwerp wordt behandeld.

1.2. Indeling

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

Stroomschema sancties overtreding bevoegdheid Versnelde Inschrijving

Deze bijlage is getiteld: Bijlage Erkenning Kentekenplaatfabrikant en/of Lamineerder van de Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW.

Hoofdstuk 1. – Toelichting op de Bijlage Erkenning Kentekenplaatfabrikant en/of Lamineerder

(zie Algemeen Deel)

De Bijlage Erkenning Kentekenplaatfabrikant en/of Lamineerder is een bijlage bij het Algemeen Deel Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW. In deze bijlage vindt u de specifieke bepalingen voor de erkenninghouder kentekenplaatfabrikant en de erkenninghouder lamineerder. Als erkenninghouder kentekenplaatfabrikant kunt u kentekenplaten fabriceren en afgeven en als erkenninghouder lamineerder kunt u blanco-kentekenplaten fabriceren en leveren. De erkenning kentekenplaatfabrikant en lamineerder zijn zelfstandige erkenningen. Per productieplaats wordt slechts één erkenning kentekenplaatfabrikant en lamineerder afgegeven.

Hoofdstuk 2. – Positie van de RDW

2.1. Basis van het toezicht

Zoekt u een specifiek onderwerp in deze bijlage, dan raden wij u aan het hele hoofdstuk te lezen waarin het onderwerp wordt behandeld.

1.2. Indeling

(zie Algemeen Deel)

Bovendien wordt bij het toezicht gebruik gemaakt van signaleringen van derden voor Risico Gestuurd Toezicht.

Deze bijlage is getiteld: Bijlage Erkenning Kentekenplaatfabrikant en/of Lamineerder van de Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW.

De controlebezoeken worden uitgevoerd door bedrijvencontroleurs van de RDW en worden in de regel van te voren telefonisch aangekondigd. U wordt op werkdagen tussen 8:00 uur en 17:00 uur gebeld op het bij de RDW bekende telefoonnummer. De bedrijvencontroleur belt niet met nummerherkenning. U kunt hieraan echter geen rechten ontlenen. U bent er zelf verantwoordelijk voor dat de RDW over het juiste telefoonnummer beschikt.

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

Na ontvangst door de RDW van de ingevulde en ondertekende verklaring zal de bedrijvencontroleur vervolgens een onaangekondigd bezoek plannen. Als er wederom niemand wordt aangetroffen die gemachtigd is om medewerking aan de controle te verlenen, dan probeert de bedrijvencontroleur u op de opgegeven telefoonnummers te bereiken. U of een door u gemachtigd persoon moet dan binnen 15 minuten op de locatie aanwezig zijn. Stuurt u de verklaring niet terug of komt het na de uitgevoerde belpogingen niet tot een controlebezoek omdat er niemand is die namens uw bedrijf een controle mogelijk kan maken, dan kan daaraan de conclusie worden verbonden dat geen medewerking wordt verleend aan het toezicht en kan een tijdelijke intrekking van de erkenning van 6 weken worden opgelegd.

Wanneer in verband met langdurige afwezigheid uw bedrijf gesloten is en er geen bedrijfsactiviteiten plaatsvinden zodat controle op de erkenning niet mogelijk is, dan brengt u de RDW hiervan tijdig schriftelijk op de hoogte.

De RDW houdt toezicht op de verleende erkenning kentekenplaatfabrikant en/of lamineerder. De basis van het toezicht is vastgelegd in de Wegenverkeerswet 1994 en de Erkenningsregeling fabrikanten kentekenplaten of de Erkenningsregeling lamineerders.

2.2. Wijze van toezicht houden

De RDW houdt toezicht op de erkenning kentekenplaatfabrikant en de erkenning lamineerder met controlebezoeken, administratieve controles en fysieke controles.

Hoofdstuk 3. – Positie van de erkenninghouder

Risico Gestuurd Toezicht houdt kortgezegd in dat bedrijven waar overtredingen en of signalen geconstateerd zijn vaker het onderwerp van toezicht kunnen zijn. Bedrijven die minder goed of slecht presteren op het gebied van naleving van de regels zullen vaker gecontroleerd worden dan bedrijven die aantoonbaar de regels en instructies goed naleven.

De controlebezoeken worden uitgevoerd door bedrijvencontroleurs van de RDW en worden in de regel van te voren telefonisch aangekondigd. U wordt op werkdagen tussen 8:00 uur en 17:00 uur gebeld op het bij de RDW bekende telefoonnummer. De bedrijvencontroleur belt niet met nummerherkenning. U kunt hieraan echter geen rechten ontlenen. U bent er zelf verantwoordelijk voor dat de RDW over het juiste telefoonnummer beschikt.

3.1. Voorschriften

Wordt bij aankomst in uw bedrijf niemand aangetroffen die gemachtigd is om medewerking aan de controle te verlenen, dan laat de bedrijvencontroleur een kaartje achter waaruit blijkt dat hij bij uw bedrijf is geweest. De RDW stuurt u vervolgens een ‘Verklaring controle erkenning en/of handelaarskentekens en -kentekenbewijzen’ toe. Op deze verklaring kunt u drie telefoonnummers invullen waarop u bereikbaar bent of waarop een door u gemachtigde persoon bereikbaar is.

Na ontvangst door de RDW van de ingevulde en ondertekende verklaring zal de bedrijvencontroleur vervolgens een onaangekondigd bezoek plannen. Als er wederom niemand wordt aangetroffen die gemachtigd is om medewerking aan de controle te verlenen, dan probeert de bedrijvencontroleur u op de opgegeven telefoonnummers te bereiken. U of een door u gemachtigd persoon moet dan binnen 15 minuten op de locatie aanwezig zijn. Stuurt u de verklaring niet terug of komt het na de uitgevoerde belpogingen niet tot een controlebezoek omdat er niemand is die namens uw bedrijf een controle mogelijk kan maken, dan kan daaraan de conclusie worden verbonden dat geen medewerking wordt verleend aan het toezicht en kan een tijdelijke intrekking van de erkenning van 6 weken worden opgelegd.

Wanneer in verband met langdurige afwezigheid uw bedrijf gesloten is en er geen bedrijfsactiviteiten plaatsvinden zodat controle op de erkenning niet mogelijk is, dan brengt u de RDW hiervan tijdig schriftelijk op de hoogte.

Daarnaast kunnen meldingen van de onder paragraaf 4.1 van het Algemeen Deel genoemde organisaties of personen reden zijn een onderzoek in te stellen en aanleiding geven tot een (onaangekondigd) controlebezoek door de RDW.

Deze aanvullende eisen zijn:

De frequentie van het periodieke toezicht door middel van controlebezoeken is in beginsel 1 keer per 3 jaar. Er wordt risico gestuurd toezicht toegepast op basis van risicoprofielen. Naar aanleiding daarvan wordt voor uw bedrijf de bezoekfrequentie bepaald en daardoor kan uw bedrijf vaker worden bezocht dan 1 keer per 3 jaar.

Het bedrijfsadres is het adres dat als bezoekadres bij de Kamer van Koophandel is opgegeven. Dit is het adres dat de bedrijvencontroleur bezoekt voor schouwing en controle. Het is daarom belangrijk dat het huisnummer goed leesbaar is vanaf de openbare weg.

Als u in het bezit bent van de erkenning lamineerder heeft u de mogelijkheid om blanco-kentekenplaten te fabriceren en te leveren aan erkende kentekenplaatfabrikanten. Bent u in het bezit van de erkenning kentekenplaatfabrikant dan heeft u de mogelijkheid om kentekenplaten te fabriceren en af te geven. Kentekenplaten worden bevestigd op voertuigen die daarmee gebruik kunnen maken van de openbare weg. Deze erkenningen brengen dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee.

Daarom houdt de RDW toezicht op uw erkenning(en).

Verlichting en verwarming:

Naast de in het Algemeen Deel genoemde verplichtingen om in aanmerking te komen en te blijven voor een erkenning kentekenplaatfabrikant, moet u aan een aantal andere voorwaarden voldoen.

Naast de in het Algemeen Deel genoemde verplichtingen om in aanmerking te komen voor een erkenning lamineerder, moet u aan een aantal andere voorwaarden voldoen.

Als u niet meer aan deze verplichtingen voldoet, leidt dat tot een schorsing van de erkenning. Hierover vindt u meer in paragraaf 3.2 van het Algemeen Deel.

3.1.1. Het verlenen van medewerking aan het toezicht

Deze aanvullende eisen zijn:

3.1.2. Documentatie

Het bedrijfsadres is het adres dat als bezoekadres bij de Kamer van Koophandel is opgegeven. Dit is het adres dat de bedrijvencontroleur bezoekt voor schouwing en controle. Het is daarom belangrijk dat het huisnummer goed leesbaar is vanaf de openbare weg.

Pand:

3.1.3. Erkenningsschild/sticker(s)

Verlichting en verwarming:

3.1.4. Financiële verplichting

Faciliteiten:

3.1.5. Instrueren van uw personeel

(zie Algemeen Deel)

U bent verplicht mee te werken aan het toezicht door de RDW. Dit betekent dat u de te controleren (blanco-)kentekenplaten, de aanverwante zaken en de voor de erkenning relevante administratie ter beschikking van de bedrijvencontroleur moet stellen en dat u aan de bedrijvencontroleur de gevraagde informatie verstrekt.

3.1.2. Documentatie

De erkenninghouder kentekenplaatfabrikant en lamineerder kan nadere informatie inwinnen via de RDW-publicaties ‘Gebruikershandleiding Webapplicaties RDW algemeen’, ‘Gebruikershandleiding voor kentekenplaatfabrikanten’, ‘Gebruikershandleiding voor lamineerders’, ‘Gebruikershandleiding ophalen bestanden WEBREB GAIK Online’ en ‘Procedures GAIK Online’.

Deze zijn te verkrijgen bij de unit Erkenningen en Toezicht van de RDW, Postbus 30000, 9640 RA te Veendam. Ook is de informatie te vinden op: gaik.rdw.nl

3.1.3. Erkenningsschild/sticker(s)

Als aan u een intrekking voor onbepaalde tijd wordt opgelegd, moet u naast de in het Algemeen Deel genoemde stukken ook de droogstempel en blinddruktang die door de RDW is verstrekt per direct inleveren bij de RDW. Tevens dient u na intrekking alle stickers te verwijderen.

3.1.4. Financiële verplichting

In afwijking van het Algemeen deel gaat de financiële schorsing in beginsel op de vijfde werkdag na dagtekening van het besluit in.

3.1.5. Instrueren van uw personeel

(zie Algemeen Deel)

Hoofdstuk 4. – Overtredingen en sancties

3.1.6. Bewaarplicht stukken

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

3.2. Maatregelen

(zie Algemeen Deel)

3.2.1. Wachttijd na intrekking

Indien u een aanvraag voor een erkenning en/of bevoegdheid indient, dan wordt deze aanvraag geweigerd wanneer in de twaalf weken voorafgaand aan uw aanvraag dezelfde aan u afgegeven erkenning en/of bevoegdheid is ingetrokken. In het geval dat een aan u afgegeven erkenning twee keer of meer is ingetrokken, dan wordt de aanvraag geweigerd tot zes maanden na de laatste intrekking.

In afwijking van het Algemeen deel treedt een intrekking onbepaalde tijd naar aanleiding van geconstateerde overtredingen in beginsel 1 week na dagtekening van het besluit in werking.

4.4. Verjaringstermijn

(zie Algemeen Deel)

Als grondslag voor de verjaringstermijn geldt de datum van constatering van de overtreding.

4.5. Categorisering overtredingen en stroomschema

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

Voorbeelden van categorie I overtredingen:

In aanvulling op hetAlgemeen Deel geldt dat als er een reden is om naar aanleiding van een geconstateerde onregelmatigheid een sanctie op te leggen, het voornemen hiertoe aan u wordt meegedeeld met een concept sanctiebrief. Voordat een sanctie aan u wordt opgelegd, krijgt u de gelegenheid om uw zienswijze kenbaar te maken. Hoe u dit kunt doen, kunt u lezen in de concept sanctiebrief. U heeft dan 3 weken na dagtekening van de brief waarbij de concept sanctie aan u wordt aangeboden de tijd om mondeling (bijvoorbeeld telefonisch) dan wel schriftelijk uw visie kenbaar te maken aan de RDW. Na 3 weken krijgt u een definitieve sanctiebrief toegezonden. Bij de totstandkoming van de definitieve brief wordt met uw zienswijze rekening gehouden. U kunt pas bezwaar aantekenen nadat u de definitieve sanctiebrief heeft ontvangen. Onderaan de definitieve brief staat beschreven hoe u bezwaar kunt maken en binnen welke termijn u het bezwaarschrift moet indienen.

Erkenning lamineerder:

(zie Algemeen Deel)

In afwijking van het Algemeen deel treedt een intrekking onbepaalde tijd naar aanleiding van geconstateerde overtredingen in beginsel 1 week na dagtekening van het besluit in werking.

Erkenning lamineerder:

(zie Algemeen Deel)

Als grondslag voor de verjaringstermijn geldt de datum van constatering van de overtreding.

Erkenning lamineerder:

(Zie algemeen Deel)

Voorbeelden van categorie I overtredingen:

Erkenning kentekenplaatfabrikant:

Erkenning lamineerder:

4.6. Soorten sancties

Erkenning kentekenplaatfabrikant:

4.6.1. Herschouwing na intrekking voor bepaalde tijd

Voorbeelden van categorie III overtredingen::

Erkenning kentekenplaatfabrikant:

Erkenning lamineerder:

Hoofdstuk 5. – Bezwaar en beroep

5.1. Bezwaar

De RDW heeft het recht deze overtreding te categoriseren en te sanctioneren.

(zie Algemeen Deel)

4.6. Soorten sancties

(zie Algemeen Deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

5.1.2. Waarschuwing

Wanneer aan uw bedrijf een intrekking voor bepaalde tijd is opgelegd anders dan voor het niet verlenen van medewerking aan de controle zoals bedoeld onder 2.2 van deze bijlage, en herschouwing ondanks telefonische aankondiging controle niet mogelijk is, wordt gekeken of er sprake is van een geldige verklaring als bedoeld onder 2.2 van deze bijlage. Is er van uw bedrijf geen (geldige) verklaring zoals bedoeld in 2.2 van deze bijlage dan kunt u onder dat punt lezen wat de gevolgen voor u zijn.

Wanneer aan uw bedrijf een intrekking voor bepaalde tijd is opgelegd omdat u geen medewerking heeft verleend zoals bedoeld onder 2.2 van deze bijlage, terwijl de bedrijvencontroleur daarna gebruik heeft gemaakt van de eerder door u ingevulde en ondertekende verklaring, zoals vermeld onder 2.2 van deze bijlage, dan wordt daaraan de conclusie verbonden dat u blijvend geen medewerking verleend en volgt een intrekking voor onbepaalde tijd.

Hoofdstuk 5. – Bezwaar en beroep

(zie Algemeen Deel)

(zie Algemeen Deel)

5.2. Beroep

(zie Algemeen Deel)

(zie Algemeen Deel)

5.3. Voorlopige voorziening

(zie Algemeen Deel)

(zie Algemeen Deel)

Bijlage. APK Keurmeester 2018

5.1.3. Opschorten

1.1. Toelichting

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

Bent u alleen APK-keurmeester en geen erkenninghouder (in de zin van de Wegenverkeerswet 1994), dan hoeft u uitsluitend deze bijlage te lezen en geldt het Algemeen Deel niet voor u. U hebt andere rechten en plichten.

(zie Algemeen Deel)

1.2. Indeling

Ter illustratie van de opbouw van de Toezichtbeleidsbrief volgt hieronder een schematische weergave. Deze afbeelding geeft per kolom weer welk onderdeel van de Toezichtbeleidsbrief vereist is per erkenning of bevoegdheid. Het zwart gearceerde deel is van toepassing voor de APK-keurmeester.

(zie Algemeen Deel)

1.3. Titel

Deze bijlage van de Toezichtbeleidsbrief is getiteld: Bijlage APK Keurmeester.

Hoofdstuk 1. – Toelichting op de Bijlage APK Keurmeester

1.1. Toelichting

De Bijlage APK Keurmeester is een bijlage van de Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW die los van het Algemeen Deel moet worden toegepast. Deze bijlage is bedoeld voor APK-keurmeesters. U leest hier hoe de RDW toezicht houdt op uw keuringsbevoegdheid.

2.2. Wijze van toezicht houden

Bent u naast APK-keurmeester ook erkenninghouder APK, dan moet u de volgende onderdelen van de Toezichtbeleidsbrief lezen:

1.2. Indeling

Ter illustratie van de opbouw van de Toezichtbeleidsbrief volgt hieronder een schematische weergave. Deze afbeelding geeft per kolom weer welk onderdeel van de Toezichtbeleidsbrief vereist is per erkenning of bevoegdheid. Het zwart gearceerde deel is van toepassing voor de APK-keurmeester.

Hoofdstuk 3. – Positie van de APK Keurmeester

1.3. Titel

Deze bijlage van de Toezichtbeleidsbrief is getiteld: Bijlage APK Keurmeester.

De RDW verwacht van u dat u op de juiste wijze gebruik maakt van uw keuringsbevoegdheid en de verplichtingen uit de regelgeving naleeft. De RDW houdt toezicht op de correcte naleving van de eisen en voorschriften die uit de regelgeving voortvloeien en het juiste gebruik van de verantwoordelijkheden die u op eigen verzoek heeft ontvangen.

Het raadplegen en afmelden van voertuigen mag uitsluitend plaatsvinden tijdens de in het boekwerk regelgeving APK opgegeven tijden.

3.1.1. Bevoegdheidspas en pincode

Als bewijs van het behalen van uw APK-keurmeesterexamen krijgt u een bevoegdheidspas, de zogenaamde keurmeesterpas. Op deze pas staat onder andere vermeld:

De RDW houdt toezicht door middel van herkeuringen (steekproeven) en periodieke controlebezoeken. Tijdens deze herkeuringen (steekproeven) beoordeelt de RDW primair de kwaliteit van de uitgevoerde APK-keuring. Daarnaast wordt gecontroleerd of aan de andere voorschriften is voldaan die voor de keurmeester gelden, zoals de controle op de aanwezigheid van de vereiste documentatie of de naleving van de keuringsvoorschriften.

2.3. Frequentie van het toezicht

De frequentie van het toezicht is afhankelijk van het aantal door de erkenninghouder uitgevoerde APK-keuringen en de resultaten van de herkeuringen van u zelf en de erkenninghouder. Dit wordt bijgehouden in een cusumsysteem. Voor iedere keurmeester wordt een eigen cusumverloop bijgehouden. U leest hier meer over in de Regelgeving APK, Cusumsysteem Keurmeester APK 2017.

Als u een voertuig wilt keuren, moet u een geldige keuringsbevoegdheid hebben. U bent zelf verantwoordelijk voor het controleren van de geldigheid van uw keuringsbevoegdheid. Het keuren van een voertuig waarvoor u geen geldige keuringsbevoegdheid heeft, is een overtreding en wordt gesanctioneerd.

3.1. Verkrijgen van de APK-keuringsbevoegdheid

U bent bevoegd voertuigen APK te keuren als u het examen APK-keurmeester bij Stichting VAM (IBKI) succesvol heeft afgerond. De keuringsbevoegdheid APK-keurmeester bestaat uit twee categorieën:

3.2.1. Juiste voorzieningen en documentatie

Het raadplegen en afmelden van voertuigen mag uitsluitend plaatsvinden tijdens de in het boekwerk regelgeving APK opgegeven tijden.

3.1.1. Bevoegdheidspas en pincode

Als bewijs van het behalen van uw APK-keurmeesterexamen krijgt u een bevoegdheidspas, de zogenaamde keurmeesterpas. Op deze pas staat onder andere vermeld:

Iedere keurmeester beschikt naast de pas over een pincode. Deze pincode is nodig om een voertuig te kunnen afmelden. De bevoegdheidspas en pincode zijn strikt persoonlijk. Het is niet toegestaan uw bevoegdheidspas en/of pincode door iemand anders te laten gebruiken. Het uitlenen van uw pas en/of pincode is een overtreding en wordt gesanctioneerd.

3.1.2. Behouden van de APK-keuringsbevoegdheid

Als u keuringsbevoegd bent, moet u iedere twee jaar met goed gevolg een toets afleggen bij de Stichting VAM, om deze te behouden. Dit wordt de bevoegdheidsverlenging genoemd. Daarnaast kan de RDW als sanctie uw keuringsbevoegdheid intrekken en u verplichten tot het afleggen van een sanctietoets. Meer informatie hierover vindt u in hoofdstuk 4: Overtredingen en sancties.

Als u een voertuig wilt keuren, moet u een geldige keuringsbevoegdheid hebben. U bent zelf verantwoordelijk voor het controleren van de geldigheid van uw keuringsbevoegdheid. Het keuren van een voertuig waarvoor u geen geldige keuringsbevoegdheid heeft, is een overtreding en wordt gesanctioneerd.

Als u tijdens de uitvoering van de steekproef, inclusief een eventuele herkeuring in beroep, zonder toestemming van de RDW medewerker aan het voertuig wijzigingen aanbrengt of aan laat brengen, wordt dit aangemerkt als een overtreding van de categorie III.

Voordat u aan de technische keuring van het voertuig begint, moet u een aantal zaken controleren. Hieronder leest u wat u moet controleren.

Uw medewerking aan een steekproef wordt op onderstaande wijze van u verwacht. U bent ervoor verantwoordelijk dat u zelf, het voertuig, en het keuringsrapport aanwezig zijn en blijven, zodat de steekproefcontroleur van de RDW de steekproef kan uitvoeren. Dit houdt onder meer in dat na de mededeling dat het voertuig in de steekproef valt:

Allereerst overtuigt u zich ervan dat de erkenninghouder APK (namens wie u de keuring uitvoert) over de juiste documentatie, op papier of digitaal, en voorzieningen beschikt. Het betreft hier in ieder geval:

Als een voertuig de keuringsplaats verlaat, voordat de steekproef kon worden uitgevoerd, dan gelden op grond van artikel 32 de volgende verplichtingen:

In de Regeling erkenning en keuringsbevoegdheid APK staat het keuringsproces beschreven. U wordt er met klem op gewezen dat u uw werkzaamheden zodanig inricht dat aan alle verplichtingen wordt voldaan. De volledige keuring van het voertuig wordt door u als keurmeester uitgevoerd. Kort gezegd houdt dit het volgende in:

Bij al deze handelingen moeten zowel het voertuig en u als APK keurmeester in de keuringsruimte aanwezig zijn.

Is de steekproefcontroleur niet binnen 90 minuten aanwezig, dan mag u het keuringsrapport alsnog afgeven. Het voertuig hoeft dan ook niet meer beschikbaar te zijn voor de RDW.

3.5. Maatregelen

3.5.1. Schorsing

Als u tijdens de uitvoering van de steekproef, inclusief een eventuele herkeuring in beroep, zonder toestemming van de RDW medewerker aan het voertuig wijzigingen aanbrengt of aan laat brengen, wordt dit aangemerkt als een overtreding van de categorie III.

3.6. Handhaving APK

Uw medewerking aan een steekproef wordt op onderstaande wijze van u verwacht. U bent ervoor verantwoordelijk dat u zelf, het voertuig, en het keuringsrapport aanwezig zijn en blijven, zodat de steekproefcontroleur van de RDW de steekproef kan uitvoeren. Dit houdt onder meer in dat na de mededeling dat het voertuig in de steekproef valt:

Hoofdstuk 4. – Overtredingen en Sancties

4.1. Vaststellen van een overtreding

Het nakomen van deze verplichtingen maakt de overtreding niet ongedaan en is om deze reden dan ook niet als bijzonder feit of omstandigheid aan te merken.

4.2. Zienswijze

Is de steekproefcontroleur niet binnen 90 minuten aanwezig, dan mag u het keuringsrapport alsnog afgeven. Het voertuig hoeft dan ook niet meer beschikbaar te zijn voor de RDW.

In de regel wordt voor het geven van uw zienswijze een afspraak gemaakt voor een bezoek.

Het doel van deze horing is om alle relevante feiten en omstandigheden te verzamelen. Met name ook bijzondere feiten of omstandigheden. Niet als bijzonder feit of omstandigheid geldt het gestelde onder 4.4. Ook het op juiste wijze naleven van de regelgeving of specifieke onderdelen daarvan gelden niet als bijzonder feit of omstandigheid. De RDW neemt uw zienswijze mee bij het bepalen of er al dan niet een sanctie wordt opgelegd. Indien u uw zienswijze schriftelijk kenbaar wil maken dan heeft u hiervoor één week de tijd nadat u bent benaderd door de RDW medewerker voor een afspraak.

4.3. Ingangsdatum

Een sanctie treedt in beginsel direct in werking. Uitzondering hierop vormt een besluit met als sanctie een intrekking voor bepaalde tijd van 6, 9 of 12 weken. Deze treedt in beginsel na vijf werkdagen na het versturen ervan in werking. Deze termijn is gesteld, zodat u de eerstkomende afspraken met klanten kunt nakomen.

4.4. Verjaringstermijn

De RDW hanteert een verjaringstermijn van 30 maanden. Dit betekent dat op het moment van constatering van een overtreding, er 30 maanden wordt teruggekeken in uw historie als APK-keurmeester. Grondslag voor de verjaringstermijn is de datum van constatering van de overtreding. Zowel uw goede historie als overtredingen begaan niet meer dan 30 maanden voorafgaand aan de huidige geconstateerde overtreding worden beoordeeld. Als er binnen de verjaringstermijn een eerdere overtreding is geconstateerd, wordt er naar de categorie van die overtreding gekeken. Deze telt mee bij het opleggen van de nieuwe sanctie. De zwaarte van de sanctie van de eerdere overtreding is hierbij niet van belang. Deze kan beïnvloed zijn door een overtreding die meer dan 30 maanden geleden is geconstateerd. Heeft u buiten deze verjaringstermijn (meer dan 30 maanden terug) de regelgeving nageleefd, zijn er geen overtredingen geconstateerd of geen sancties opgelegd, dan is dit niet van belang voor uw historie en telt dit evenmin als bijzonder feit of omstandigheid.

4.1. Vaststellen van een overtreding

Een overtreding kan onder andere worden vastgesteld:

I tot en met IV, waarbij categorie I de lichtere overtredingen bevat en categorie IV de zwaarst mogelijke overtredingen. De hoogte van een sanctie wordt in beginsel bepaald door de categorie waarin een overtreding wordt ingedeeld.

Als een overtreding is geconstateerd stelt de RDW u in de gelegenheid uw zienswijze te uiten voordat wordt besloten al dan niet een sanctie op te leggen. In verband met de vereiste spoed zal uw zienswijze niet worden gevraagd in geval sprake is van intimidatie, verbaal of fysiek geweld dan wel dreiging daarmee tegen een RDW medewerker in de keuringsplaats door de daar aanwezige personen.

In de regel wordt voor het geven van uw zienswijze een afspraak gemaakt voor een bezoek.

Het doel van deze horing is om alle relevante feiten en omstandigheden te verzamelen. Met name ook bijzondere feiten of omstandigheden. Niet als bijzonder feit of omstandigheid geldt het gestelde onder 4.4. Ook het op juiste wijze naleven van de regelgeving of specifieke onderdelen daarvan gelden niet als bijzonder feit of omstandigheid. De RDW neemt uw zienswijze mee bij het bepalen of er al dan niet een sanctie wordt opgelegd. Indien u uw zienswijze schriftelijk kenbaar wil maken dan heeft u hiervoor één week de tijd nadat u bent benaderd door de RDW medewerker voor een afspraak.

Wanneer tijdens één bedrijfsbezoek of controle meerdere overtredingen worden geconstateerd, dan wordt dit beschouwd als een meervoudige overtreding. Hierbij geldt als uitgangspunt dat de categorieën van de verschillende overtredingen bij elkaar worden opgeteld en dat een sanctie wordt opgelegd die overeenstemt met de som van de categorieën. Is echter sprake van maximaal twee overtredingen, beide van de categorie I of II, dan worden de categorieën niet opgeteld maar wordt een sanctie opgelegd die overeenstemt met de categorie behorend bij de zwaarste van de twee overtredingen. (zie voor voorbeelden schema)

Een sanctie treedt in beginsel direct in werking. Uitzondering hierop vormt een besluit met als sanctie een intrekking voor bepaalde tijd van 6, 9 of 12 weken. Deze treedt in beginsel na vijf werkdagen na het versturen ervan in werking. Deze termijn is gesteld, zodat u de eerstkomende afspraken met klanten kunt nakomen.

In alle gevallen wordt uw historie meegeteld bij het bepalen van de sanctiezwaarte.

De RDW hanteert een verjaringstermijn van 30 maanden. Dit betekent dat op het moment van constatering van een overtreding, er 30 maanden wordt teruggekeken in uw historie als APK-keurmeester. Grondslag voor de verjaringstermijn is de datum van constatering van de overtreding. Zowel uw goede historie als overtredingen begaan niet meer dan 30 maanden voorafgaand aan de huidige geconstateerde overtreding worden beoordeeld. Als er binnen de verjaringstermijn een eerdere overtreding is geconstateerd, wordt er naar de categorie van die overtreding gekeken. Deze telt mee bij het opleggen van de nieuwe sanctie. De zwaarte van de sanctie van de eerdere overtreding is hierbij niet van belang. Deze kan beïnvloed zijn door een overtreding die meer dan 30 maanden geleden is geconstateerd. Heeft u buiten deze verjaringstermijn (meer dan 30 maanden terug) de regelgeving nageleefd, zijn er geen overtredingen geconstateerd of geen sancties opgelegd, dan is dit niet van belang voor uw historie en telt dit evenmin als bijzonder feit of omstandigheid.

Voorbeelden van categorie I overtredingen:

De RDW heeft mogelijke overtredingen ondergebracht in vier categorieën, te weten:

I tot en met IV, waarbij categorie I de lichtere overtredingen bevat en categorie IV de zwaarst mogelijke overtredingen. De hoogte van een sanctie wordt in beginsel bepaald door de categorie waarin een overtreding wordt ingedeeld.

In het stroomschema op de laatste pagina worden de sancties schematisch weergegeven. In dit stroomschema is rekening gehouden met de zwaarte van overtredingen en het herhaaldelijk begaan van overtredingen. U kunt op basis van dit schema zelf nagaan welke sanctie naar verwachting wordt opgelegd.

In het stroomschema is uitgegaan van een enkelvoudige overtreding. Het kan voorkomen dat er bij u, tijdens één steekproefcontrolemoment of naar aanleiding van één periodiek controlebezoek, meerdere, dezelfde of verschillende overtredingen worden geconstateerd. We spreken dan van een meervoudige overtreding.

4.6. Soorten sancties

Wanneer tijdens één bedrijfsbezoek of controle meerdere overtredingen worden geconstateerd, dan wordt dit beschouwd als een meervoudige overtreding. Hierbij geldt als uitgangspunt dat de categorieën van de verschillende overtredingen bij elkaar worden opgeteld en dat een sanctie wordt opgelegd die overeenstemt met de som van de categorieën. Is echter sprake van maximaal twee overtredingen, beide van de categorie I of II, dan worden de categorieën niet opgeteld maar wordt een sanctie opgelegd die overeenstemt met de categorie behorend bij de zwaarste van de twee overtredingen. (zie voor voorbeelden schema)

Indien de som van de een meervoudige overtreding hoger is dan III wordt een sanctie van tijdelijke intrekking voor de duur van 6 maanden opgelegd.

In alle gevallen wordt uw historie meegeteld bij het bepalen van de sanctiezwaarte.

Indien een volgende overtreding wordt geconstateerd nadat u voor een meervoudige overtreding bent gesanctioneerd geldt dat voor het bepalen van de historie van die meervoudige overtreding alleen de categorie van de zwaarste overtreding wordt geteld als sanctiehistorie.

Hoofdstuk 5. – Bezwaar en Beroep

5.1. Bezwaar

Voorbeelden van categorie III overtredingen:

Voorbeelden van categorie IV overtredingen:

5.1.1. Hoorzitting

Als u bezwaar aantekent tegen een besluit van de RDW, wordt u in de regel in de gelegenheid gesteld uw bezwaarschrift mondeling toe te lichten. Dit is op het kantoor van de RDW. U ontvangt hiervoor een uitnodiging na ontvangst van uw bezwaarschrift.

De RDW kent de volgende sancties:

De waarschuwingen worden schriftelijk aan u bekend gemaakt. Dit kan in combinatie met verscherpt toezicht. Het stroomschema op de laatste pagina geeft aan wanneer een waarschuwing met verscherpt toezicht wordt opgelegd.

5.1.2. Waarschuwing

Een sanctietoets wordt altijd opgelegd in combinatie met een intrekking voor 12 weken of 6 maanden. Als naar aanleiding van een overtreding tevens een sanctietoets wordt opgelegd, zal uw keuringsbevoegdheid ook na afloop van de intrekking voor bepaalde tijd geschorst blijven, totdat u de sanctietoets met goed gevolg hebt afgelegd. Een sanctietoets geeft geen recht op verlenging van de geldigheidsduur van uw bevoegdheidspas.

Hoofdstuk 5. – Bezwaar en Beroep

Als u bezwaar, als bedoeld in 5.1, aantekent tegen een besluit met als sanctie een intrekking voor bepaalde tijd tot maximaal 12 weken wordt de inwerkingtreding van het besluit opgeschort totdat het bezwaarschrift is afgehandeld. De beslissing op bezwaar treedt in beginsel in werking twee weken nadat deze is verstuurd.

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunt u tegen een besluit bezwaar indienen bij de RDW. U moet dit doen binnen zes weken na de dag van verzending van het sanctiebesluit.

5.1.4. Beroep tegen het resultaat van een steekproefherkeuring of vermeend onterechte goed- of afkeur

Zowel op het keuringsrapport als het steekproefcontrolerapport staan deze procedures vermeld.

Als u bezwaar aantekent tegen een besluit van de RDW, wordt u in de regel in de gelegenheid gesteld uw bezwaarschrift mondeling toe te lichten. Dit is op het kantoor van de RDW. U ontvangt hiervoor een uitnodiging na ontvangst van uw bezwaarschrift.

5.2. Beroep

U mag zich altijd laten vertegenwoordigen door een raadsman of advocaat. Als u iemand die geen advocaat is machtigt om namens u het woord te doen en u komt zelf niet naar de hoorzitting, dan dient u een schriftelijke verklaring mee te geven dat die persoon gemachtigd is om u te vertegenwoordigen. Als u zelf ook naar de hoorzitting komt, is dit niet nodig.

5.1.2. Waarschuwing

Op basis van jurisprudentie kan tegen een schriftelijke waarschuwing en een waarschuwing via datacommunicatie geen bezwaar worden gemaakt.

Bij een voorlopige voorziening geldt als vereiste dat de zaak een spoedeisend karakter heeft. Als u een verzoek om een voorlopige voorziening wilt indienen bij de rechtbank, kunt u hiervoor contact opnemen met de griffier. De contactgegevens van de rechtbank kunt u vinden op www.overheid.nl/ via ‘alle overheidsorganisaties’ > ‘rechterlijke macht’.

Hoofdstuk 6. gebruik deugdelijke apparatuur

6.1. Eisen aan de keuringsinstantie waar u keuringen uitvoert:

In dit hoofdstuk leest u hoe het gebruik van de keuringsruimte en deugdelijke apparatuur bij het toezicht van de RDW wordt beoordeeld.

Zowel op het keuringsrapport als het steekproefcontrolerapport staan deze procedures vermeld.

6.2. Beoordeling gebruik van de keuringsruimte en de apparatuur

Onder goede verlichting in de keuringsruimte wordt verstaan dat de gemiddelde lichtopbrengst minimaal 300 lux bedraagt. De lichtopbrengst wordt bepaald door visuele controle. Bij twijfel kunt u de lichtopbrengst in de keuringsruimte vaststellen aan de hand van een lichtmeting met een luxmeter. Dit gebeurt als volgt:

Als de RDW een beslissing heeft genomen over uw bezwaarschrift kunt u ongeacht het resultaat daartegen in beroep gaan bij de rechtbank. Onderaan de beslissing op uw bezwaar vindt u de clausule waarin beschreven staat hoe u in beroep kunt gaan.

Bij de keuringen moet u gebruik maken van de apparatuur van de erkenninghouder. De apparatuur moet doelmatig en deugdelijk zijn en hieronder staat beschreven wat de RDW onder deugdelijk of doelmatig verstaat.

Als u een intrekking voor bepaalde tijd van 6 maanden wordt opgelegd, verleent de RDW bij een bezwaarprocedure geen opschortende werking van de sanctie. Hiervoor kunt u een voorlopige voorziening bij de rechtbank aanvragen.

Bij een voorlopige voorziening geldt als vereiste dat de zaak een spoedeisend karakter heeft. Als u een verzoek om een voorlopige voorziening wilt indienen bij de rechtbank, kunt u hiervoor contact opnemen met de griffier. De contactgegevens van de rechtbank kunt u vinden op www.overheid.nl/ via ‘alle overheidsorganisaties’ > ‘rechterlijke macht’.

Onder een doelmatige inspectieput wordt het volgende verstaan:

Een koplamptestapparaat wordt geacht deugdelijk te zijn als:

In dit hoofdstuk leest u hoe het gebruik van de keuringsruimte en deugdelijke apparatuur bij het toezicht van de RDW wordt beoordeeld.

Stroomschema overtredingen en sancties

Deze beleidsregel wordt met toelichting in de Staatscourant geplaatst.

1.2. Indeling

(Zie Algemeen Deel)

1.3. Titel

Deze bijlage is getiteld: Bijlage Erkenninghouder Tachografen van de Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW.

1.4. Erkenningen en bevoegdheden

(Zie Algemeen Deel)

1.5. Meerdere werkplaatsen

Uitbreiding of wijziging van een erkenning met werkplaats is niet mogelijk indien een overtreding is geconstateerd waarvoor een sanctie wordt opgelegd. Dit geldt eveneens als de sanctie is opgelegd en ten tijde van de effectuering van de sanctie.

Hoofdstuk 2. Positie van de RDW

De RDW houdt toezicht op de verleende erkenning tachografen. De basis van het toezicht is vastgelegd in de Verordening EU nr. 165/2014, de Arbeidstijdenwet Vervoer, het Arbeidstijdenbesluit, de Regeling tachografen en de Regeling tachograafkaarten.

2.2. Wijze van toezicht houden

(Zie Algemeen deel).

2.3. Frequentie van het toezicht

De frequentie van het toezicht door middel van steekproefsgewijze controle afhankelijk van het aantal door u uitgevoerde werkzaamheden en de resultaten van de steekproefsgewijze controle. Dit wordt bijgehouden in een cusumsysteem.

2.4. Risico gestuurd toezicht

Risico gestuurd toezicht houdt in dat bedrijven die minder goed of aantoonbaar slecht presteren op het gebied van naleving van de regels vaker gecontroleerd worden dan bedrijven die aantoonbaar de regels en instructies goed naleven.

Hoofdstuk 3. Positie van de erkenninghouder

Het afmelden van voertuigen mag uitsluitend plaatsvinden tijdens de in het Handboek Tachograaf opgegeven tijden. Raadplegen van de datum eerste toelating, opmaken van een manipulatieformulier en een zegelverbrekingsformulier kan ook buiten de openingstijden van de RDW.

3.1. Voorschriften

Het is ten strengste verboden om tussen het afmelden van het voertuig en de komst van de steekproefcontroleur aan het afgemelde voertuig en de tachograaf te sleutelen of metingen te verrichten. Alleen dan kan de RDW tijdens de steekproefcontrole een goed beeld krijgen van de kwaliteit van de werkzaamheden. Het (laten) aanbrengen van wijzigingen of metingen (laten) verrichten aan een afgemeld voertuig of tachograaf door een in de werkplaats of inrichting aanwezig persoon, of dit nu uw personeel, klant of andere relatie betreft, vóór aankomst van de steekproefcontroleur, wordt ‘sleutelen in quarantainetijd’ genoemd. Als er tijdens de uitvoering van de steekproefcontrole, inclusief de second opinion zonder toestemming van de RDW-medewerker aan het voertuig of de tachograaf wijzigingen worden aangebracht wordt dit ook aangemerkt als sleutelen in quarantainetijd.

3.1.1. Het verlenen van medewerking tijdens de steekproef

Als u de gegevens geheel of gedeeltelijk geautomatiseerd vastlegt, bewaart, raadpleegt of verstrekt is de AVG van toepassing. Dit houdt onder meer in, dat u een verwerking van persoonsgegevens moet aanmelden bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Dit kan eenvoudig door middel van een formulier dat u kunt downloaden van het internet.

3.1.7. Werkplaatsen en inrichtingen

Als erkenninghouder tachografen moet u beschikken over een werkplaats die goed verwarmd, behoorlijk af te sluiten en goed verlicht is.

Wat de RDW onder deugdelijk verstaat van deze voorzieningen leest u in hoofdstuk 6.

3.1.8. Datacommunicatie met de RDW

Om uw erkenning goed te kunnen gebruiken, heeft u toegangscodes en certificaten ontvangen van de RDW. Deze heeft u nodig voor de datacommunicatie met de RDW zodat u tachograafwerkzaamheden kunt afmelden. De toegangscodes en certificaten mogen uitsluitend voor de aan u verstrekte erkenning en de daaraan gekoppelde werkplaats of mobiele onderzoekseenheid worden gebruikt.

3.1.9. Apparatuur

3.2. Maatregelen

Hoofdstuk 4. Overtredingen en sancties

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

4.2. Zienswijze

In aanvulling op het Algemeen Deel geldt dat in de regel de medewerker van de RDW een afspraak met u maakt over het in persoon naar voren brengen van uw zienswijze en uw bedrijf hiervoor zal bezoeken. Indien u uw zienswijze schriftelijk kenbaar wil maken dan heeft u hiervoor één week de tijd nadat u bent benaderd door de RDW medewerker voor een afspraak.

4.4. Verjaringstermijn

(Zie Algemeen Deel)

Voorbeelden van categorie I overtredingen:

Voorbeelden van categorie III overtredingen:

4.6. Soorten sancties

Hoofdstuk 5. Bezwaar en beroep

Bij klachten van belanghebbenden of constateringen van de politie of IL&T zal door een deskundige van de RDW onderzocht worden of het installatieplaatje ten onrechte is aangebracht. Indien bij het onderzoek vast komt te staan dat, gelet op het tijdsbestek, het installatieplaatje ten onrechte is aangebracht op de datum van afmelding, zal dit meetellen in het voornoemde cusumsysteem.

5.1.1. Hoorzitting

(Zie Algemeen Deel)

6.1. Eisen aan de werkplaats of inrichting

Bij de aanvraag van een erkenning wordt onderzocht of u voldoet aan de erkenningseisen. Hiervoor geldt dat u onder meer de beschikking moet hebben over ruimte en apparatuur. U moet permanent aan deze eisen voldoen. De periodieke controlebezoeken door de RDW zijn primair bedoeld om te beoordelen of u nog aan deze eisen voldoet, maar dit kan eveneens ten tijde van steekproeven plaatsvinden.

Verlichting

De verwarming moet op een veilige manier zijn uitgevoerd. Dit houdt in dat de verwarmingsapparaten waarin een brander is gemonteerd, deze brander niet direct van buitenaf te benaderen mag zijn. Het zogenaamde open vuur is niet toegestaan.

Onder een doelmatige inspectieput wordt het volgende verstaan:

Bijlage. Erkenninghouder Gasinstallaties 2018

Hoofdstuk 1. – Toelichting op de Bijlage Erkenninghouder Gasinstallaties

1.1. Toelichting

De Bijlage Erkenninghouder Gasinstallaties is een bijlage bij het Algemeen Deel van de Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW. In deze bijlage vindt u de specifieke bepalingen voor de erkenninghouder gasinstallaties. Voor een volledig beeld van het toezichtbeleid van de RDW dient u eerst het Algemeen Deel te lezen.

Bij de erkenning gasinstallaties wordt onderscheid gemaakt tussen de erkenninghouder en de LPG-technicus. De erkenninghouder gasinstallaties beheert de werkplaats en de LPG-technicus keurt de LPG-installaties. Voor de LPG-technicus is er geen aparte bijlage in de Toezichtbeleidsbrief. Het toezicht op de erkenning wordt onder andere gehouden op basis van het cusumsysteem. Dit betekent dat wanneer de LPG-technicus een fout begaat, u daar als erkenninghouder voor kunt worden gesanctioneerd. De LPG-technicus wordt in onderdeel 3.1.5 apart besproken.

1.4. Erkenningen en bevoegdheden

(zie Algemeen Deel)

Hoofdstuk 2. – Positie van de RDW

2.2. Wijze van toezicht houden

Bij een herkeuring (steekproef) beoordeelt de RDW primair de kwaliteit van de keuring van de LPG-gasinstallatie. Bij een periodiek controlebezoek wordt vooral getoetst of u zich aan de erkenningseisen en -voorschriften houdt.

2.3. Frequentie van het toezicht

Hoofdstuk 3. – Positie van de erkenninghouder

3.1. Voorschriften voor de keuring van LPG-gasinstallaties

In de Regeling aanpassing voertuigen staat het keuringsproces beschreven. U wordt er met nadruk op gewezen dat u uw bedrijfsvoering zodanig inricht dat aan de verplichtingen in deze regeling wordt voldaan. Dit houdt het volgende in:

Het (laten) aanbrengen van wijzigingen of metingen (laten) verrichten aan een afgemeld voertuig door een in de werkplaats aanwezig persoon, of dit nu uw personeel, klant of andere relatie betreft, vóór aankomst van de steekproefcontroleur, wordt ‘sleutelen in quarantainetijd’ genoemd. Dit is een overtreding en wordt gesanctioneerd.

Indien een voertuig de werkplaats verlaat, voordat de steekproef kon worden uitgevoerd, dan gelden de volgende verplichtingen:

3.1.2. Documentatie

3.1.3. Erkenningsschild

Als erkenninghouder gasinstallatie moet u een erkenningsschild en raamsticker voeren.

3.1.4. Financiële verplichting

(zie Algemeen Deel)

3.1.5. Instrueren van uw personeel

(zie Algemeen deel)

Iemand is LPG-technicus, als hij beschikt over het diploma LPG-technicus van de stichting VAM. De LPG-technicus is bevoegd om LPG-gasinstallaties te keuren.

Als erkenninghouder gasinstallatie moet u beschikken over een werkplaats die goed verwarmd, behoorlijk af te sluiten en goed verlicht is. Goed verwarmd houdt in dat de gemiddelde temperatuur in de werkplaats minimaal 10 graden Celsius is. De verwarming moet een dusdanige capaciteit hebben dat de ruimte ook met geopende deuren voldoende verwarmd is en blijft. De apparatuur moet gebruikt worden binnen het door de fabrikanten opgegeven temperatuurbereik van deze apparatuur. De verwarming van de werkplaats moet op een veilige manier zijn uitgevoerd. Dit houdt in dat de verwarmingsapparaten waarin een brander is gemonteerd, deze brander niet direct van buitenaf te benaderen mag zijn. Dit dient origineel en deugdelijk te zijn uitgevoerd. De inlaatgassen moeten op deugdelijke manier van buitenaf aangevoerd worden. De uitlaatgassen hiervan moeten op deugdelijke manier naar de buitenlucht afgevoerd worden. Het zogenaamde open vuur is niet toegestaan.

3.1.8. Datacommunicatie met de RDW

Om uw erkenning te kunnen gebruiken, heeft u toegangscodes en certificaten ontvangen van de RDW. Deze heeft u nodig voor de datacommunicatie met de RDW zodat u keuringen van LPG-gasinstallaties kunt afmelden. De toegangscodes en certificaten mogen uitsluitend voor de aan u verstrekte erkenning en de daaraan gekoppelde werkplaats worden gebruikt.

3.2. Maatregelen

(zie Algemeen Deel)

Hoofdstuk 4. – Overtredingen en sancties

4.2. Zienswijze

4.3. Ingangsdatum

4.4. Verjaringstermijn

(zie Algemeen Deel)

4.5. Categorisering overtredingen en stroomschema

(Zie Algemeen Deel)

Voorbeelden van categorie I overtredingen:

Voorbeelden van categorie III overtredingen:

Indien de som van de een meervoudige overtreding hoger is dan III wordt een sanctie van tijdelijke intrekking voor de duur van 6 maanden opgelegd.

4.6. Soorten sancties

Bij een overtreding van de categorie IV of een vierde overtreding binnen 30 maanden wordt een sanctie van intrekking voor onbepaalde tijd en een wachttijd van 30 maanden voor het doen van een nieuwe aanvraag opgelegd.

Hoofdstuk 5. – Bezwaar en beroep

5.1. Second opinion over het resultaat van een steekproefherkeuring

Als u het niet eens bent met het resultaat van de steekproefherkeuring, kunt u hiertegen in beroep gaan. Meer hierover leest u in het boekwerk Regelgeving keuring gasinstallatie onder ‘administratieve procedures’.

5.1.1. Hoorzitting

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

(zie Algemeen Deel)

Hoofdstuk 6. – Erkenningseisen

Bijlage. Erkenninghouder Boordcomputer taxi 2018

Hoofdstuk 1. – Toelichting op de Bijlage Boordcomputer taxi

1.1. Toelichting

De Bijlage Erkenninghouder Boordcomputer taxi is een bijlage bij het Algemeen Deel Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW. In deze bijlage vindt u de specifieke bepalingen voor de erkenninghouder boordcomputer taxi. Voor een volledig beeld van het toezichtbeleid van de RDW dient u eerst het Algemeen Deel te lezen.

1.2. Indeling

Het zwart gearceerde onderdeel van de Toezichtbeleidsbrief is van toepassing voor u als Erkenninghouder boordcomputer taxi.

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

1.5. Meerdere werkplaatsen

Uitbreiding of wijziging van een erkenning met een mobiele activeringseenheid of werkplaats is niet mogelijk indien een overtreding is geconstateerd waarvoor een sanctie wordt opgelegd. Dit geldt eveneens als de sanctie is opgelegd en ten tijde van de effectuering van de sanctie. Voor mobiele activeringseenheden geldt dat er aantoonbaar afwisselend activeringen moeten worden verricht in de op de bijlage van de erkenning vermeldde inrichtingen

Hoofdstuk 2. – Positie van de RDW

2.1. Basis van het toezicht

2.3. Frequentie van het toezicht

De frequentie van het toezicht wordt bepaald door de externe meldingen.

Hoofdstuk 3. – Positie van de erkenninghouder

Als erkenninghouder boordcomputer taxi mag u een boordcomputer taxi activeren en onderzoeken. Dit moet gebeuren in de door u opgegeven werkplaats of met de mobiele activeringseenheid in de door u opgeven inrichting. Per werkplaats of mobiele activeringseenheid beschikt u over maximaal 2 keuringskaarten. Deze keuringskaart wordt afgegeven door de KIWA. Nadere informatie over het aanvragen en verkrijgen van een keuringskaart kunt u vinden op www.kiwa.nl.

In de Regeling erkenning werkplaatsen boordcomputer taxi is beschreven aan welke eisen u permanent moet voldoen en hoe u uw erkenning moet gebruiken. In de Regeling gebruik boordcomputer en boordcomputerkaarten is beschreven welke rechten en plichten er aan het houden van een keuringskaart zijn verbonden.

3.1.1. Documentatie

Als erkenninghouder boordcomputer taxi moet u beschikken over handboeken en documentatie die voor de werkzaamheden aan de boordcomputer noodzakelijk zijn. Uw personeel moet hier ook over kunnen beschikken.

3.1.2. Erkenningsschild

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

3.1.4. Instrueren van uw personeel

(zie Algemeen deel)

Om de regelgeving goed te kunnen naleven en de erkenning in stand te houden, moet het personeel in ieder geval zijn geïnformeerd:

3.1.5. Bewaarplicht stukken

Indien er sprake is van de-activering van een boordcomputer taxi geldt een bewaartermijn van 6 maanden na overdracht van de gegevens op de externe gegevensdrager.

3.1.6. Werkplaats of inrichting

Om uw erkenning goed te kunnen gebruiken, heeft u toegangscodes en certificaten ontvangen van de RDW. Deze heeft u nodig voor de datacommunicatie met de RDW zodat u bij werkzaamheden aan de boordcomputer de kilometerstand kunt melden.

3.1.8. Apparatuur

Is het niet mogelijk de gegevens digitaal over te brengen, maar kan er wel een afdruk uit het apparaat worden gegenereerd? Dan moet die afdruk worden gemaakt en aan het certificaat worden gehecht.

3.1.10. Maatregelen

(Zie Algemeen Deel)

Hoofdstuk 4. – Overtredingen en sancties

4.2. Zienswijze

4.3. Ingangsdatum

4.4. Verjaringstermijn

Als grondslag voor de verjaringstermijn geldt de datum van constatering van de overtreding.

4.5. Categorisering overtredingen en stroomschema

Voorbeelden van categorie I overtredingen:

Voorbeelden van categorie II overtredingen:

Voorbeelden van categorie IV overtredingen:

5.1.1. Hoorzitting

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

(Zie Algemeen Deel)

5.2. Beroep

5.3. Voorlopige voorziening

(Zie Algemeen Deel)

Bijlage. Erkenning Tenaamstelling 2018 (dienstverlening aan het loket)

1.1. Toelichting

De Bijlage Erkenning Tenaamstelling (dienstverlening aan het loket) is een bijlage bij het Algemeen Deel Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW. In deze bijlage vindt u de specifieke bepalingen voor de erkenninghouder tenaamstelling en diens loketten. Voor een volledig beeld van het toezichtbeleid van de RDW dient u eerst het Algemeen Deel te lezen. Zoekt u een specifiek onderwerp in deze bijlage, dan raden wij u aan het hele hoofdstuk te lezen waarin het onderwerp wordt behandeld.

U bent verantwoordelijk voor de uitvoering van de dienstverlening. Dit betekent dat u de dienst uitvoert voor eigen rekening en risico.

(zie Algemeen Deel)

1.4. Erkenningen en bevoegdheden

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

2.1. Basis van het toezicht

De RDW houdt toezicht op de verleende erkenning tenaamstelling. De basis van het toezicht is vastgelegd in de Wegenverkeerswet 1994, het Kentekenreglement en de Regeling erkenning tenaamstelling.

2.2. Wijze van toezicht houden

Risico Gestuurd Toezicht houdt kortgezegd in dat erkende bedrijven waar overtredingen geconstateerd zijn vaker het onderwerp van toezicht zullen zijn. Bedrijven die minder goed of slecht presteren op het gebied van naleving van de regels zullen vaker gecontroleerd worden dan bedrijven die aantoonbaar de regels en instructies goed naleven.

Hoofdstuk 3. – Positie van de erkenninghouder

Als u in bezit bent van de erkenning tenaamstelling heeft u de mogelijkheid om de registratie ten aanzien van voertuigverplichtingen te wijzigen. Deze erkenning brengt dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom houdt de RDW toezicht op uw erkenning.

3.1. Eisen en voorschriften voor de erkenninghouder

3.1.1. Meewerken aan toezicht door de RDW

U bent verplicht mee te werken aan het toezicht door de RDW. Dit betekent dat u de voor de erkenning te controleren relevante administratie ter beschikking van de accountant/auditor of de RDW moet stellen en dat u binnen de gestelde termijn aan de RDW de gevraagde informatie verstrekt. Dit houdt onder andere in dat:

U mag voor het uitvoeren van de tenaamstellings- en schorsingshandelingen naast de leges die u verschuldigd bent aan de RDW, kosten in rekening brengen aan de klant tot het maximaal vastgestelde bedrag dat als zodanig is gepubliceerd in de Regeling tarieven van de RDW. Deze wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

3.1.6. Bewaarplicht stukken

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

3.1.7. Verplichting verstrekken tellerstand

Niet van toepassing.

3.2. Maatregelen

In afwijking van het Algemeen Deel gaat een schorsing van de erkenning 1 week na dagtekening van de brief in.

Hoofdstuk 4. – Overtredingen en sancties

In aanvulling op het Algemeen Deel geldt dat als er een reden is om naar aanleiding van een geconstateerde onregelmatigheid een sanctie op te leggen, het voornemen hiertoe aan u wordt meegedeeld door middel van een concept sanctiebrief. Voordat een sanctie aan u wordt opgelegd, krijgt u de gelegenheid om uw zienswijze kenbaar te maken. Hoe u dit kunt doen, kunt u lezen in de concept sanctiebrief. U heeft dan 3 weken na dagtekening van de brief waarbij de concept sanctie aan u wordt aangeboden de tijd om mondeling (bijvoorbeeld telefonisch) dan wel schriftelijk uw visie kenbaar te maken aan de RDW. Na 3 weken krijgt u een definitieve sanctiebrief toegezonden. Bij de totstandkoming van de definitieve brief wordt met uw zienswijze rekening gehouden. U kunt pas bezwaar aantekenen nadat u de definitieve sanctiebrief heeft ontvangen. Onderaan de definitieve brief staat beschreven hoe u bezwaar kunt maken en binnen welke termijn u het bezwaarschrift moet indienen.

4.3. Ingangsdatum

In afwijking van het Algemeen deel treedt een intrekking voor onbepaalde tijd naar aanleiding van geconstateerde overtredingen in beginsel op 1 week na dagtekening van het besluit in werking.

4.5.1. Voorbeelden van overtredingen:

Onderstaande geldt voor de erkenning:

4.6. Soorten sancties

4.6.2. Intrekking van de erkenning

De RDW kan aan de erkenninghouder een gehele of gedeeltelijke intrekking van de erkenning opleggen. Hiervoor zijn de volgende mogelijkheden beschikbaar: voor bepaalde of onbepaalde tijd.

5.1. Bezwaar

Er zijn voor deze paragraaf geen bijzonderheden.

5.1.1. Hoorzitting

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

5.1.2. Waarschuwing

(zie Algemeen deel)

Er zijn voor dit onderdeel geen bijzonderheden.

5.1.3. Opschorten

Bijlage. Export Dienstverlening 2018

1.1. Toelichting

Voor een volledig beeld van het toezichtbeleid van de RDW dient u eerst het Algemeen Deel te lezen.

1.2. Indeling

Deze bijlage is getiteld: Bijlage Erkenninghouder Export Dienstverlening van de Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW.

1.4. Erkenningen en bevoegdheden

(zie Algemeen Deel)

1.5. Meerdere vestigingen

Hoofdstuk 2. – Positie van de RDW

2.1. Basis van het toezicht

De RDW houdt toezicht op de verleende erkenning Export Dienstverlening. De basis van het toezicht is vastgelegd in de Wegenverkeerswet 1994, het Kentekenreglement en de Regeling Export Dienstverlening.

2.2. Wijze van toezicht houden

De RDW houdt toezicht op de erkenning Export Dienstverlening door middel van periodieke controlebezoeken, administratieve controles en fysieke controles. Bovendien wordt bij het toezicht gebruik gemaakt van signaleringen van andere instanties zoals de Belastingdienst en Douane ten behoeve van Risico Gestuurd Toezicht.

De controlebezoeken worden uitgevoerd door bedrijvencontroleurs van de RDW en worden in de regel van te voren telefonisch aangekondigd. U wordt op werkdagen tussen 8:00 uur en 17:00 uur gebeld op het bij de RDW bekende telefoonnummer. U bent er zelf verantwoordelijk voor dat de RDW over het juiste telefoonnummer beschikt.

Wanneer in verband met langdurige afwezigheid uw bedrijf gesloten is en er geen bedrijfsactiviteiten plaatsvinden zodat controle op de erkenning niet mogelijk is, dan brengt u de RDW hiervan tijdig schriftelijk op de hoogte.

De kluis moet geschikt zijn voor opslag van de blanco kentekenbewijzendelen II (A4-formaat) en minimaal voldoen aan de Europese norm EN 14 450 Securitylevel 1. Meer informatie hierover kunt u vinden op de site van de Vereniging Geld- en Waardeberging (VGW) www.geldenwaardeberging.nl.

3.1.1. Het verlenen van medewerking aan het toezicht

U bent verplicht mee te werken aan het toezicht door de RDW. Dit betekent dat u de voor de erkenning relevante administratie ter beschikking van de bedrijvencontroleur moet stellen en dat u aan de bedrijvencontroleur de gevraagde informatie verstrekt.

3.1.2. Documentatie

3.1.4. Financiële verplichting

3.1.5. Instrueren van uw personeel

3.1.6. Bewaarplicht stukken

3.1.7. Eisen aan het bedrijfsadres

Het bedrijfsadres moet voldoen aan een aantal basiseisen zodat de bedrijfsactiviteiten en administratie op een veilige manier uitgevoerd kunnen worden.

Bedrijfsadres:

Pand:

Verlichting en verwarming:

Het bedrijfsadres moet voldoende verlicht zijn. Ook moet het bedrijfsadres voldoende verwarmd zijn. Goed verwarmd houdt in dat de gemiddelde temperatuur minimaal 15 graden Celsius is. De verwarming moet van een dusdanige capaciteit zijn dat de ruimte na het openen van de deuren voldoende verwarmd is en blijft. De verwarming van de ruimte moet op een veilige manier zijn uitgevoerd. Dit houdt onder andere in dat de verwarmingsapparaten waarin een brander is gemonteerd, deze brander niet direct van buitenaf te benaderen mag zijn. Dit dient origineel en deugdelijk te zijn uitgevoerd. De inlaatgassen moeten op deugdelijke manier van buitenaf aangevoerd worden. De uitlaatgassen hiervan moeten op deugdelijke manier naar de buitenlucht afgevoerd worden. Het zogenaamde open vuur is niet toegestaan.

3.3. Administratie

Tijdens de controlebezoeken wordt steekproefsgewijs gecontroleerd of u de verplichtingen die uit uw erkenning voortvloeien naleeft. Omdat in de regel controle plaatsvindt door middel van steekproeven, kan het gebeuren dat tijdens de controle niet alle onregelmatigheden aan het licht komen. Het is daarom aan te raden een goede administratie van de door u voor export afgemelde voertuigen bij te houden. Hiermee voorkomt u problemen.

Hoofdstuk 4. – Overtredingen en sancties

4.1. Vaststellen van een overtreding

(zie Algemeen Deel)

4.2. Zienswijze

In aanvulling op het Algemeen Deel geldt dat als er een reden is om naar aanleiding van een geconstateerde onregelmatigheid een sanctie op te leggen, het voornemen hiertoe aan u wordt meegedeeld door middel van een concept sanctiebrief. Voordat een sanctie aan u wordt opgelegd, krijgt u de gelegenheid om uw zienswijze kenbaar te maken. Hoe u dit kunt doen, leest u in de concept sanctiebrief. U heeft dan 3 weken na dagtekening van de brief waarbij de concept sanctie aan u wordt aangeboden de tijd om mondeling (bijvoorbeeld telefonisch) dan wel schriftelijk uw visie kenbaar te maken aan de RDW. Na 3 weken krijgt u een definitieve sanctiebrief toegezonden. Bij de totstandkoming van de definitieve sanctiebrief wordt met uw zienswijze rekening gehouden. U kunt pas bezwaar aantekenen nadat u de definitieve sanctiebrief heeft ontvangen. Onderaan de definitieve sanctiebrief staat beschreven hoe u bezwaar kunt maken en binnen welke termijn u het bezwaarschrift moet indienen.

(zie Algemeen Deel)

In afwijking van het Algemeen deel treedt een intrekking onbepaalde tijd naar aanleiding van geconstateerde overtredingen in beginsel 1 week na dagtekening van het besluit in werking.

4.4. Verjaringstermijn

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)