Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 25 april 2025, nr. IENW/BSK-2025/91091, houdende nadere regels over het bemannen van zeeschepen (Regeling bemanning zeeschepen)
Artikel 3.4.8. Kennisbewijs officier elektrotechniek alle zeeschepen
Voor de afgifte van het kennisbewijs officier elektrotechniek alle zeeschepen:
- a. voldoet de aanvrager aan voorschrift III/6, tweede lid, onderdelen 2 tot en met 4, van bijlage I bij richtlijn (EU) 2022/993;
- b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die voldoet aan sectie A-III/6, eerste tot en met vijfde lid, van de STCW-code; en
- c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste twaalf maanden diensttijd opgedaan, waarvan zes maanden gedurende wachtwerkzaamheden in de machinekamer, onder bijhouding van een door of namens de hoofdwerktuigkundige af te tekenen stageboek.
Artikel 3.4.9. Kennisbewijs gezel elektrotechniek alle zeeschepen
Voor de afgifte van het kennisbewijs gezel elektrotechniek alle zeeschepen:
- a. voldoet de aanvrager aan voorschrift III/7, tweede lid, onderdelen 2 en 3, van bijlage I bij richtlijn (EU) 2022/993;
- b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die voldoet aan sectie A-III/7, eerste tot en met derde lid, van de STCW-code; en
- c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste drie maanden diensttijd opgedaan, onder bijhouding van een door of namens de hoofdwerktuigkundige af te tekenen stageboek.
Artikel 3.4.10. Kennisbewijs gekwalificeerd gezel dek alle zeeschepen
Voor de afgifte van het kennisbewijs gekwalificeerd gezel dek alle zeeschepen:
- a. voldoet de aanvrager aan voorschrift II/5, tweede lid, onderdelen 2 en 4, bijlage I bij richtlijn (EU) 2022/993;
- b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die voldoet aan sectie A-II/5, eerste tot en met derde lid, van de STCW-code; en
- c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste zes maanden diensttijd opgedaan, onder bijhouding van een door of namens de kapitein af te tekenen stageboek, terwijl hij in het bezit is van de vaarbevoegdheid wachtlopend gezel dek alle zeeschepen.
Artikel 3.4.11. Kennisbewijs gekwalificeerd gezel machinekamer alle zeeschepen
Voor de afgifte van het kennisbewijs gekwalificeerd gezel machinekamer alle zeeschepen:
- a. voldoet de aanvrager aan voorschrift III/5, tweede lid, onderdelen 2 en 4, van bijlage I bij richtlijn (EU) 2022/993;
- b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die voldoet aan sectie A-III/5, eerste tot en met derde lid, van de STCW-code; en
- c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste zes maanden diensttijd opgedaan, onder bijhouding van een door of namens de hoofdwerktuigkundige af te tekenen stageboek, terwijl hij in het bezit is van de vaarbevoegdheid wachtlopend gezel machinekamer alle zeeschepen.
Artikel 3.4.12. Kennisbewijs gekwalificeerd gezel dek en machinekamer alle zeeschepen
Voor de afgifte van het kennisbewijs gekwalificeerd gezel dek en machinekamer alle zeeschepen:
- a. voldoet de aanvrager aan de volgende onderdelen van voorschriften van bijlage I bij richtlijn (EU) 2022/993:
- 1°. voorschrift II/5, tweede lid, onderdelen 2 en 4; en
- 2°. voorschrift III/5, tweede lid, onderdelen 2 en 4;
- b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die voldoet aan de volgende onderdelen van de STCW-code:
- 1°. sectie A-II/5, eerste tot en met derde lid; en
- 2°. sectie A-III/5, eerste tot en met derde lid; en
- c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste twaalf maanden diensttijd opgedaan, die in gelijke mate bestaat uit werkzaamheden op de brug en uit werkzaamheden in de machinekamer, onder bijhouding van een door of namens de kapitein of hoofdwerktuigkundige af te tekenen stageboek, terwijl hij in het bezit is van de vaarbevoegdheid wachtlopend gezel dek en machinekamer alle zeeschepen.
Artikel 3.4.13. Kennisbewijs wachtlopend gezel dek alle zeeschepen
Voor de afgifte van het kennisbewijs wachtlopend gezel dek alle zeeschepen:
- a. voldoet de aanvrager aan de volgende onderdelen van voorschriften van bijlage I bij richtlijn (EU) 2022/993:
- 1°. voorschrift II/4, tweede lid, onderdelen 2 en 3; en
- 2°. voorschrift II/4, derde lid;
- b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die voldoet aan sectie A-II/4, eerste tot en met vierde lid, van de STCW-code; en
- c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste twee maanden diensttijd opgedaan met betrekking tot het verrichten van werkzaamheden op het gebied van de brugwacht, onder bijhouding van een door of namens de kapitein af te tekenen stageboek.
Artikel 3.4.14. Kennisbewijs wachtlopend gezel machinekamer alle zeeschepen
Voor de afgifte van het kennisbewijs wachtlopend gezel machinekamer alle zeeschepen:
- a. voldoet de aanvrager aan de volgende onderdelen van voorschriften van bijlage I bij richtlijn (EU) 2022/993:
- 1°. voorschrift III/4, lid 2, onderdelen 2 en 3; en
- 2°. voorschrift III/4, derde lid;
- b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die voldoet aan sectie A-III/4, eerste tot en met vierde lid, van de STCW-code; en
- c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste twee maanden diensttijd opgedaan met betrekking tot het verrichten van werkzaamheden op het gebied van de machinekamerwacht, onder bijhouding van een door of namens de hoofdwerktuigkundige af te tekenen stageboek.
Artikel 3.4.15. Kennisbewijs wachtlopend gezel dek en machinekamer alle zeeschepen
Voor de afgifte van het kennisbewijs wachtlopend gezel dek en machinekamer alle zeeschepen:
- a. voldoet de aanvrager aan de volgende onderdelen van voorschriften van bijlage I bij richtlijn (EU) 2022/993:
- 1°. voorschrift II/4, tweede lid, onderdelen 2 en 3;
- 2°. voorschrift II/4, derde lid;
- 3°. voorschrift III/4, tweede lid, onderdelen 2 en 3; en
- 4°. voorschrift III/4, derde lid;
- b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die voldoet aan de volgende onderdelen van de STCW-code:
- 1°. sectie A-II/4, eerste tot en met vierde lid; en
- 2°. sectie A-III/4, eerste tot en met vierde lid; en
- c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste vier maanden diensttijd opgedaan die in gelijke mate bestaat uit wachtwerkzaamheden op de brug en uit wachtwerkzaamheden in de machinekamer, onder bijhouding van een door of namens de kapitein of hoofdwerktuigkundige af te tekenen stageboek.
Artikel 3.4.16. Kennisbewijs stuurman-werktuigkundige vissersvaartuigen SW4
Voor de afgifte van het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige vissersvaartuigen SW4:
- a. voldoet de aanvrager aan hoofdstuk II, voorschriften 1, 2 en 5, van de bijlage bij het STCW F-verdrag;
- b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van de opleiding overeenkomstig het kwalificatiedossier als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs voor de kwalificatie stuurman-werktuigkundige vissersvaartuigen SW4; en
- c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste 12 maanden diensttijd opgedaan, die in gelijke mate bestaat uit wachtwerkzaamheden op de brug en uit wachtwerkzaamheden in de machinekamer, onder het bijhouden van een door of namens de schipper af te tekenen stageboek.
Artikel 3.4.17. Kennisbewijs stuurman vissersvaartuigen S4
Voor de afgifte van het kennisbewijs stuurman vissersvaartuigen S4:
- a. voldoet de aanvrager aan hoofdstuk II, voorschriften 1 en 2, van de bijlage bij het STCW F-verdrag;
- b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van de opleiding overeenkomstig het kwalificatiedossier als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs voor de kwalificatie stuurman vissersvaartuigen S4; en
- c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste twaalf maanden diensttijd opgedaan, waarvan gedurende zes maanden wachtwerkzaamheden op de brug, onder het bijhouden van een door of namens de schipper af te tekenen stageboek.
Artikel 3.4.18. Kennisbewijs werktuigkundige alle vissersvaartuigen W4
Voor de afgifte van het kennisbewijs werktuigkundige vissersvaartuigen W4:
- a. voldoet de aanvrager aan hoofdstuk II, voorschrift 5, van de bijlage bij het STCW F-verdrag;
- b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van de opleiding overeenkomstig het kwalificatiedossier als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs voor de kwalificatie werktuigkundige vissersvaartuigen W4; en
- c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste twaalf maanden diensttijd opgedaan, waarvan gedurende zes maanden wachtwerkzaamheden in de machinekamer, onder het bijhouden van een door of namens de schipper af te tekenen stageboek.
Artikel 3.4.19. Kennisbewijs stuurman-werktuigkundige vissersvaartuigen SW5
Voor de afgifte van het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige vissersvaartuigen SW5:
- a. voldoet de aanvrager aan hoofdstuk II, voorschriften 1, 2 en 5, van de bijlage bij het STCW F-verdrag;
- b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van de opleiding overeenkomstig het kwalificatiedossier als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs voor de kwalificatie stuurman-werktuigkundige alle vissersvaartuigen SW5; en
- c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste twaalf maanden diensttijd opgedaan, die in gelijke mate bestaat uit wachtwerkzaamheden op de brug en uit wachtwerkzaamheden in de machinekamer, onder het bijhouden van een door of namens de schipper af te tekenen stageboek.
Artikel 3.4.20. Kennisbewijs stuurman-werktuigkundige vissersvaartuigen SW6
Voor de afgifte van het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige vissersvaartuigen SW6:
- a. voldoet de aanvrager aan de hoofdstuk II, voorschriften 2 tot en met 5, van de bijlage bij het STCW F-verdrag;
- b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van de opleiding overeenkomstig het kwalificatiedossier als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs voor de kwalificatie stuurman-werktuigkundige vissersvaartuigen SW6; en
- c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste zes maanden diensttijd opgedaan, die in gelijke mate bestaat uit wachtwerkzaamheden op de brug en uit wachtwerkzaamheden in de machinekamer, onder het bijhouden van een door of namens de schipper af te tekenen stageboek.
Artikel 3.4.21. Bekwaamheidsbewijs stuurman grote zeilvaart
Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs stuurman grote zeilvaart:
- a. voldoet de aanvrager aan de volgende onderdelen van voorschriften van bijlage I bij richtlijn (EU) 2022/993:
- 1°. voorschrift II/1, tweede lid, onderdelen 2, 3 en 5, en
- 2°. voorschrift II/2, vierde lid, onderdeel 3;
- b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die de aspecten materialen, tuigage, scheepsvormen, dynamische stabiliteit van zeilschepen omvat en voldoet aan de volgende onderdelen van de STCW-code:
- 1°. sectie A-II/1, eerste lid, onderdeel 1, en tweede tot en met zesde lid; en
- 2°. sectie A-II/2, eerste tot en met zevende lid, waarbij het in het vierde lid bedoelde kennisniveau de functie kapitein betreft, het in het vijfde lid bedoelde niveau zeeschepen van minder dan 3.000 GT betreft; en
- c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste twaalf maanden diensttijd opgedaan onder bijhouding van een door of namens de kapitein af te tekenen stageboek.
In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, kan de aanvrager die in het bezit is van het bekwaamheidsbewijs stuurman kleine zeilvaart, bedoeld in artikel 3.2.22, volstaan met een diensttijd van ten minste zes maanden.
In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, kan de aanvrager die in het bezit is van een geldig vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie maritiem officier, stuurman zeeschepen van minder dan 3.000 GT of stuurman alle zeeschepen, volstaan met een diensttijd van ten minste twee maanden.
Artikel 3.4.22. Bekwaamheidsbewijs stuurman kleine zeilvaart
Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs stuurman kleine zeilvaart:
- a. voldoet de aanvrager aan:
- 1°. voorschrift II/3, vierde lid, onderdelen 1, 4 en 5, voor zover het sectie A-VI/1, onderdeel 2, van de STCW-code betreft; en
- 2°. voorschrift VI/3 van bijlage I bij richtlijn (EU) 2022/993;
- b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die de aspecten materialen, tuigage, scheepsvormen, dynamische stabiliteit en behandeling van zeilschepen omvat en voldoet aan sectie A-II/3, eerste tot en met zevende, van de STCW-code, met uitzondering van de aspecten behandeling en stuwen van lading; en
- c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste zes maanden diensttijd opgedaan onder bijhouding van een door of namens de kapitein af te tekenen stageboek.
Artikel 3.4.23. Kennisbewijs hoger Maritiem officier (semi-duaal) – uitstroom nautisch
Voor de afgifte van het kennisbewijs hoger Maritiem officier (semi-duaal) – uitstroom nautisch (Crohonummer 34384):
- a. voldoet de aanvrager aan de volgende onderdelen van voorschriften van bijlage I bij richtlijn (EU) 2022/993:
- 1°. voorschrift II/1, tweede lid, onderdelen 2 tot en met 6;
- 2°. voorschrift II/2, tweede lid, onderdeel 2; en
- 3°. voorschrift III/1, tweede lid, onderdelen 2 tot en met 5;
- b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die voldoet aan de volgende onderdelen van de STCW-code:
- 1°. sectie A-II/1, eerste lid, onderdeel 1, en het tweede tot en met zesde lid;
- 2°. sectie A-II/2, eerste tot en met zevende lid, waarbij het in het vierde lid bedoelde kennisniveau de functie kapitein betreft en waarbij het in het vijfde lid, bedoelde niveau alle zeeschepen betreft; en
- 3°. sectie A-III/1, eerste tot en met zesde lid, en negende lid; en
- c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste 12 maanden diensttijd opgedaan, die in gelijke mate bestaat uit wachtwerkzaamheden op de brug en uit wachtwerkzaamheden in de machinekamer, onder bijhouding van een door of namens de kapitein of hoofdwerktuigkundige af te tekenen stageboek.
Artikel 3.4.24. Kennisbewijs hoger Maritiem officier (semi-duaal) – uitstroom technisch
Voor de afgifte van het kennisbewijs hoger Maritiem officier (semi-duaal) – uitstroom technisch (Crohonummer 34384):
- a. voldoet de aanvrager aan de volgende onderdelen van voorschriften van bijlage I bij richtlijn (EU) 2022/993:
- 1°. voorschrift II/1, tweede lid, onderdelen 2 tot en met 6;
- 2°. voorschrift III/1, tweede lid, onderdelen 2 tot en met 5; en
- 3°. voorschrift III/2, tweede lid, onderdeel 2;
- b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die voldoet aan de volgende onderdelen van de STCW-code:
- 1°. sectie A-II/1, eerste lid, onderdeel 1, en tweede tot en met zesde lid;
- 2°. sectie A-III/1, eerste tot en met zesde en negende lid; en
- 3°. sectie A-III/2, eerste tot en met zevende lid, met uitzondering van de aspecten voorstuwing door middel van stoomturbines en voorstuwing door middel van gasturbines, en waarbij het in het vierde lid bedoelde kennisniveau de functie hoofdwerktuigkundige alle zeeschepen betreft; en
- c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste 12 maanden diensttijd opgedaan, die in gelijke mate bestaat uit wachtwerkzaamheden op de brug en uit wachtwerkzaamheden in de machinekamer, onder bijhouding van een door of namens de kapitein of hoofdwerktuigkundige af te tekenen stageboek.
Artikel 3.4.25. Kennisbewijs hoger Maritiem officier (semi-duaal) – uitstroom technisch en ETO
Voor de afgifte van het kennisbewijs hoger Maritiem officier (semi-duaal) – uitstroom technisch en ETO (Crohonummer 34384):
- a. voldoet de aanvrager aan de volgende onderdelen van voorschriften van bijlage I bij richtlijn (EU) 2022/993:
- 1°. voorschrift II/1, tweede lid, onderdelen 2 tot en met 6;
- 2°. voorschrift III/1, tweede lid, onderdelen 2 tot en met 5;
- 3°. voorschrift III/2, tweede lid, onderdeel 2; en
- 4°. voorschrift III/6, tweede lid, onderdeel 2;
- b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die voldoet aan de volgende onderdelen van de STCW-code:
- 1°. sectie A-II/1, eerste lid, onderdeel 1, en tweede tot en met zesde lid;
- 2°. sectie A-III/1, eerste tot en met zesde lid, en negende lid;
- 3°. sectie A-III/2, eerste tot en met zevende lid, met uitzondering van de aspecten voorstuwing door middel van stoomturbines en voorstuwing door middel van gasturbines, en waarbij het in het vierde lid, bedoelde kennisniveau de functie hoofdwerktuigkundige alle zeeschepen betreft; en
- 4°. sectie A-III/6; en
- c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste twaalf maanden diensttijd opgedaan, die in gelijke mate bestaat uit wachtwerkzaamheden op de brug en uit wachtwerkzaamheden in de machinekamer, onder bijhouding van een door of namens de kapitein of hoofdwerktuigkundige af te tekenen stageboek.
Artikel 3.4.26. Kennisbewijs middelbaar maritiem officier alle zeeschepen, semi-duaal – uitstroom nautisch koopvaardij en waterbouw
Voor de afgifte van het kennisbewijs middelbaar maritiem officier alle zeeschepen, Nautisch Koopvaardij of Waterbouw (Crebonummers 25680 en 25681):
- a. voldoet de aanvrager aan de volgende onderdelen van voorschriften van bijlage I bij richtlijn (EU) 2022/993:
- 1°. voorschrift II/1, tweede lid, onderdelen 2 tot en met 6;
- 2°. voorschrift II/2, tweede lid, onderdeel 2; en
- 3°. voorschrift III/1, tweede lid, onderdelen 2 tot en met 5;
- b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die voldoet aan de volgende onderdelen van de STCW-code:
- 1°. sectie A-II/1, eerste lid, onderdeel 1, en tweede tot en met zesde lid;
- 2°. sectie A-II/2, eerste tot en met zevende lid, waarbij het in het vierde lid, bedoelde kennisniveau de functie kapitein betreft en waarbij het in onderdeel 5 bedoelde niveau alle zeeschepen betreft; en
- 3°. sectie A-III/1, eerste tot en met zesde lid, en negende lid; en
- c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste twaalf maanden diensttijd opgedaan, die in gelijke mate bestaat uit wachtwerkzaamheden op de brug en uit wachtwerkzaamheden in de machinekamer, onder bijhouding van een door of namens de kapitein of hoofdwerktuigkundige af te tekenen stageboek.
Artikel 3.4.27. Kennisbewijs middelbaar maritiem officier alle zeeschepen, semi-duaal – uitstroom nautisch visserij
Voor de afgifte van het kennisbewijs middelbaar maritiem officier alle zeeschepen, semi-duaal – uitstroom nautisch visserij Nautisch Visserij (Crebonummer 25682):
- a. voldoet de aanvrager aan de volgende onderdelen van voorschriften van bijlage I bij richtlijn (EU) 2022/993:
- 1°. voorschrift II/1, tweede lid, onderdelen 2 tot en met 6;
- 2°. voorschrift II/2, tweede lid, onderdeel 2; en
- 3°. voorschrift III/1, tweede lid, onderdelen 2 tot en met 5;
- b. voldoet de aanvrager aan hoofdstuk II, voorschrift 1 en 2, van de bijlage bij het STCW F-verdrag;
- c. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die voldoet aan de volgende onderdelen van de STCW-code:
- 1°. sectie A-II/1, eerste lid, onderdeel 1, en tweede tot en met zesde lid;
- 2°. sectie A-II/2, eerste tot en met zevende lid, waarbij het in het vierde lid, bedoelde kennisniveau de functie kapitein betreft en waarbij het in onderdeel 5 bedoelde niveau alle zeeschepen betreft; en
- 3°. sectie A-III/1, eerste tot en met zesde lid, en negende lid; en
- d. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel c bedoelde opleiding gedurende ten minste twaalf maanden diensttijd opgedaan, die in gelijke mate bestaat uit wachtwerkzaamheden op de brug en uit wachtwerkzaamheden in de machinekamer, onder bijhouding van een door of namens de kapitein, schipper of hoofdwerktuigkundige af te tekenen stageboek.
Artikel 3.4.28. Kennisbewijs middelbaar maritiem officier alle zeeschepen, semi-duaal – uitstroom technisch
Voor de afgifte van het kennisbewijs middelbaar maritiem officier alle zeeschepen, semi-duaal – uitstroom technisch (Crebonummer 25683):
- a. voldoet de aanvrager aan de volgende onderdelen van voorschriften van bijlage I bij richtlijn (EU) 2022/993:
- 1°. voorschrift II/1, tweede lid, onderdelen 2 tot en met 6;
- 2°. voorschrift III/1, tweede lid, onderdelen 2 tot en met 5; en
- 3°. voorschrift III/2, tweede lid, onderdeel 2;
- b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die voldoet aan de volgende onderdelen van de STCW-code:
- 1°. sectie A-II/1, eerste lid, onderdeel 1, tweede tot en met zesde lid;
- 2°. sectie A-III/1, eerste tot en met zesde lid, en negende lid; en
- 3°. sectie A-III/2, eerste tot en met zevende lid, met uitzondering van de aspecten voorstuwing door middel van stoomturbines en voorstuwing door middel van gasturbines, en waarbij het in het vierde lid, bedoelde kennisniveau de functie hoofdwerktuigkundige alle zeeschepen betreft; en
- c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste twaalf maanden diensttijd opgedaan, die in gelijke mate bestaat uit wachtwerkzaamheden op de brug en uit wachtwerkzaamheden in de machinekamer, onder bijhouding van een door of namens de kapitein of hoofdwerktuigkundige af te tekenen stageboek.
Artikel 3.4.29. Kennisbewijs maritiem officier kleine zeeschepen, semi-duaal – uitstroom nautisch koopvaardij
Voor de afgifte van het kennisbewijs maritiem officier kleine zeeschepen, semi-duaal – nautisch koopvaardij (Crebonummer 25677):
- a. voldoet de aanvrager aan de volgende onderdelen van voorschriften van bijlage I bij richtlijn (EU) 2022/993:
- 1°. voorschrift II/1, tweede lid, onderdelen 2 tot en met 6;
- 2°. voorschrift II/2, vierde lid, onderdeel 3; en
- 3°. voorschrift III/1, tweede lid, onderdelen 2 tot en met 5;
- b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die voldoet aan de volgende onderdelen van de STCW-code:
- 1°. sectie A-II/1, eerste lid, onderdeel 1, en tweede tot en met zesde lid;
- 2°. sectie A-II/2, eerste tot en met zevende lid, waarbij het in het vierde lid, bedoelde kennisniveau de functie kapitein betreft en het in onderdeel 5 bedoelde niveau zeeschepen van minder dan 3.000 GT betreft; en
- 3°. sectie A-III/1, eerste tot en met zesde lid, en negende lid; en
- c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste twaalf maanden diensttijd opgedaan, die in gelijke mate bestaat uit wachtwerkzaamheden op de brug en uit wachtwerkzaamheden in de machinekamer, onder bijhouding van een door of namens de kapitein of hoofdwerktuigkundige af te tekenen stageboek.
Artikel 3.4.30. Kennisbewijs maritiem officier kleine zeeschepen, semi-duaal – uitstroom nautisch visserij
Voor de afgifte van het kennisbewijs maritiem officier kleine zeeschepen – uitstroom nautisch visserij (Crebonummer 25678):
- a. voldoet de aanvrager aan hoofdstuk II, voorschriften 1, 2 en 5, van de bijlage bij het STCW F-verdrag;
- b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van de opleiding overeenkomstig het kwalificatiedossier als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs voor de kwalificatie Maritiem Officier Kleine zeeschepen, Nautisch, Visserij; en
- c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste twaalf maanden diensttijd opgedaan, die in gelijke mate bestaat uit wachtwerkzaamheden op de brug en uit wachtwerkzaamheden in de machinekamer, onder het bijhouden van een door of namens de schipper af te tekenen stageboek.
Artikel 3.4.31. Kennisbewijs maritiem officier kleine zeeschepen, semi-duaal – uitstroom technisch
Voor de afgifte van het kennisbewijs maritiem officier kleine zeeschepen, technisch (Crebonummer 25679):
- a. voldoet de aanvrager aan de volgende onderdelen van voorschriften van bijlage I bij richtlijn (EU) 2022/993:
- 1°. voorschrift II/1, tweede lid, onderdelen 2 tot en met 6;
- 2°. voorschrift III/1, tweede lid, onderdelen 2 tot en met 5; en
- 3°. voorschrift III/3, tweede lid, onderdeel 2;
- b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van een opleiding die voldoet aan de volgende onderdelen van de STCW-code:
- 1°. sectie A-II/1, eerste lid, onderdeel 1, en tweede tot en met zesde lid;
- 2°. sectie A-III/1, eerste tot en met zesde lid, en negende lid; en
- 3°. sectie A-III/2, eerste tot en met zevende lid, met uitzondering van de aspecten voorstuwing door middel van stoomturbines en voorstuwing door middel van gasturbines, en waarbij het in het vierde lid, bedoelde kennisniveau de functie hoofdwerktuigkundige zeeschepen met minder dan 3.000 kW voortstuwingsvermogen betreft; en
- c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste twaalf maanden diensttijd opgedaan, die in gelijke mate bestaat uit wachtwerkzaamheden op de brug en uit wachtwerkzaamheden in de machinekamer, onder bijhouding van een door of namens de kapitein of hoofdwerktuigkundige af te tekenen stageboek.
Artikel 3.4.32. Kennisbewijs MBO-keuzedeel STCW ladingbehandeling en stuwage management niveau
Voor de afgifte van het kennisbewijs MBO-keuzedeel STCW ladingbehandeling en stuwage management niveau (K1212):
- a. voldoet de aanvrager aan tabel A-II/2 van de STCW-code, voor wat betreft het kennisniveau functie kapitein en het niveau zeeschepen van minder dan 3.000 GT;
- b. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van het keuzedeel overeenkomstig het kwalificatiedossier als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs voor de kwalificatie STCW ladingbehandeling en stuwage management niveau (K1212); en
- c. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel b bedoelde opleiding gedurende ten minste drie maanden diensttijd opgedaan.
Artikel 3.4.33. Kennisbewijs MBO-keuzedeel visserij
Voor de afgifte van het kennisbewijs MBO-keuzedeel visserij (K1244):
- a. heeft de aanvrager met goed gevolg examen afgelegd ter afsluiting van het keuzedeel overeenkomstig het kwalificatiedossier als bedoeld in artikel 1.1.1 de Wet educatie en beroepsonderwijs voor de kwalificatie keuzedeel visserij (K1244); en
- b. heeft de aanvrager als onderdeel van de in onderdeel a bedoelde opleiding gedurende ten minste drie maanden diensttijd opgedaan.
Paragraaf 3.5. Aanvullende beroepseisen en afgifte bekwaamheidsbewijzen
Artikel 3.5.1. Bekwaamheidsbewijs basisveiligheid
Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs basisveiligheid, bedoeld in artikel 3.5.1, eerste lid, van het besluit, of het bekwaamheidsbewijs van de passende herhalingstraining, bedoeld in artikel 3.5.1, vierde lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-VI/1, tweede lid, van de STCW-code.
Sectie A-VI/1, vierde lid, van de STCW-code is van toepassing op de herhalingstraining, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3.5.2. Bekwaamheidsbewijs basisveiligheid voor vissers
Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs basisveiligheid voor vissers, bedoeld in artikel 3.5.2, eerste lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan voldoet aan sectie A-VI/1, tweede lid, van de STCW-code, en de eisen met betrekking tot de module visserij zoals opgenomen in bijlage 3.
Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs van de herhalingstraining basisveiligheid voor vissers, bedoeld in artikel 3.5.2, vierde lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan die voldoet aan sectie A-VI/1, tweede lid, van de STCW-code, en de eisen met betrekking tot de module visserij zoals opgenomen in bijlage 3.
Artikel 3.5.3. Bekwaamheidsbewijs reddingmiddelen
Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs reddingmiddelen, bedoeld in artikel 3.5.3, eerste lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-VI/2, eerste tot en met vierde lid, van de STCW-code.
Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs van de herhalingstraining reddingmiddelen, bedoeld in artikel 3.5.3, vierde lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-VI/2, vijfde lid, van de STCW-code.
Sectie A-VI/2, zesde lid, van de STCW-code is van toepassing op de herhalingstraining, bedoeld in het eerste en tweede lid.
Ten aanzien van zeilschepen van minder dan 500 GT kan worden volstaan met het bekwaamheidsbewijs reddingmiddelen zeilschepen van minder dan 500 GT.
Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs reddingmiddelen zeilschepen van minder dan 500 GT, bedoeld in het vierde lid, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die de in bijlage 9 genoemde onderdelen beslaat.
Artikel 3.5.4. Bekwaamheidsbewijs snelle hulpverleningsboten
Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs snelle hulpverleningsboten, bedoeld in artikel 3.5.3, tweede lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-VI/2, zevende tot en met tiende lid, van de STCW-code.
Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs van de herhalingstraining snelle hulpverleningsboten, bedoeld in artikel 3.5.3, vierde lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-VI/2, onderdeel 11, van de STCW-code.
Sectie A-VI/2, twaalfde lid, van de STCW-code is van toepassing op de herhalingstraining, bedoeld in het eerste en tweede lid.
Artikel 3.5.5. Bekwaamheidsbewijs brandbestrijding voor gevorderden
Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs brandbestrijding voor gevorderden, bedoeld in artikel 3.5.4, eerste lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-VI/3, eerste tot en met vierde lid, van de STCW-code.
Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs van de herhalingstraining brandbestrijding voor gevorderden, bedoeld in artikel 3.5.4, derde lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-VI/3, vijfde lid, van de STCW-code.
Sectie A-VI/3, zesde lid, van de STCW-code is van toepassing op de herhalingstraining, bedoeld in het eerste en tweede lid.
Artikel 3.5.6. Bekwaamheidsbewijs medische eerste hulp aan boord
Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs medische eerste hulp aan boord van een zeeschip, bedoeld in artikel 3.5.5, eerste lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-VI/4, eerste tot en met derde lid, van de STCW-code.
Artikel 3.5.7. Bekwaamheidsbewijs medische zorg aan boord
Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs medische zorg aan boord, bedoeld in artikel 3.5.5, tweede lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-VI/4, vierde tot en met zesde lid, van de STCW-code.
Artikel 3.5.8. Bekwaamheidsbewijs scheepsbeveiligingsfunctionaris
Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs scheepsbeveiligingsfunctionaris, bedoeld in artikel 3.5.6, eerste lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-VI/5, eerste tot en met vierde lid, van de STCW-code.
Artikel 3.5.9. Bekwaamheidsbewijs uitvoering beveiligingstaken
Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs uitvoering beveiligingstaken, bedoeld in artikel 3.5.6, tweede lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-VI/6, zesde tot en met achtste lid, van de STCW-code.
Artikel 3.5.10. Bekwaamheidsbewijs bewustwording scheepsbeveiliging
Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs bewustwording scheepsbeveiliging, bedoeld in artikel 3.5.6, derde lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die voldoet aan sectie A-VI/6, vierde lid, van de STCW-code.
Artikel 3.5.11. Bekwaamheidsbewijs scheepskok
Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs scheepskok, bedoeld in artikel 2.4.4, tweede lid, van het besluit:
- a. is de aanvrager in het bezit van een vaarbevoegdheidsbewijs als scheepskok, afgegeven voor 1 februari 2002, en heeft hij na de verkrijging van dat vaarbevoegdheidsbewijs een diensttijd behaald van ten minste 36 maanden als scheepskok bij een Nederlandse zeewerkgever; of
- b. heeft de aanvrager een diensttijd behaald van ten minste één maand in de kombuis van een zeeschip en is hij in het bezit van een kennisbewijs van een opleiding tot kok die ten minste de volgende aspecten bevat:
- 1°. praktische kookvaardigheden;
- 2°. voeding en persoonlijke hygiëne;
- 3°. opslag van levensmiddelen;
- 4°. voorraadcontrole;
- 5°. milieubescherming; en
- 6°. gezondheid en veiligheid met betrekking tot maaltijdverzorging.
Artikel 3.5.12. Bekwaamheidsbewijs wetgeving en openbaar gezag
Voor de afgifte van het bekwaamheidsbewijs wetgeving en openbaar gezag, bedoeld in artikel 3.1.10, eerste lid, van het besluit, heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die de in bijlage 4 genoemde onderdelen beslaat.
Artikel 3.5.13. Bekwaamheidsbewijs scheepsmanagement-N
Voor de afgifte van een bekwaamheidsbewijs scheepsmanagement-N, benodigd om in aanmerking te komen voor een vaarbevoegdheidsbewijs kapitein als bedoeld in artikel 3.2.3 van het besluit heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die de in bijlage 5 genoemde onderdelen beslaat.
Artikel 3.5.14. Bekwaamheidsbewijs scheepsmanagement-W
Voor de afgifte van een bekwaamheidsbewijs scheepsmanagement-W, benodigd om in aanmerking te komen voor een vaarbevoegdheidsbewijs hoofdwerktuigkundige als bedoeld in artikel 3.2.12 van het besluit heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die de in bijlage 6 genoemde onderdelen beslaat.
Artikel 3.5.15. Bekwaamheidsbewijs aanvulling-N voor reizen nabij de kust (EEZ)
Voor de afgifte van een bekwaamheidsbewijs aanvulling-N reizen nabij de kust in de EEZ, om in aanmerking te komen voor een vaarbevoegdheidsbewijs kapitein als bedoeld in artikel 3.2.8 van het besluit heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die de in bijlage 7 genoemde onderdelen beslaat.
Artikel 3.5.16. Bekwaamheidsbewijs aanvulling-W voor reizen nabij de kust (EEZ)
Voor de afgifte van een bekwaamheidsbewijs aanvulling-W reizen nabij de kust in de EEZ, om in aanmerking te komen voor een vaarbevoegdheidsbewijs hoofdwerktuigkundige als bedoeld in artikel 3.2.13 van het besluit heeft de aanvrager met goed gevolg een door de minister erkende training afgerond die de in bijlage 8 genoemde onderdelen beslaat.
Paragraaf 3.6. Medische geschiktheid
Artikel 3.6.1. Eisen keuringsarts
Een door de minister als keuringsarts aangewezen geneeskundige voldoet aan de voorwaarden opgenomen in bijlage 10.
Een door de minister als keuringsarts erkend geneeskundige voldoet aan de voorwaarden opgenomen in bijlage 11.
Artikel 3.6.2. Bij keuring over te leggen en te controleren bescheiden
De keuringsarts controleert voorafgaand aan de keuring:
- a. het identiteitsbewijs van de keurling;
- b. de keuringsstatus van de keurling, teneinde na te gaan of de keurling reeds door een andere keuringsarts is afgekeurd;
- c. in geval de keurling afkomstig is uit of woont in een door de Wereldgezondheidsorganisatie aangewezen risicogebied, de uitslag van een onderzoek op tuberculose dat niet langer dan één maand voorafgaand aan de keuring heeft plaatsgevonden;
- d. indien van toepassing, een geldige ontheffing als bedoeld in artikel 3.6.3, vierde lid, van het besluit, afgegeven namens de minister door de Medisch Adviseur Scheepvaart.
Artikel 3.6.3. Keuring en geneeskundig onderzoek
De keuring vindt plaats met inachtneming van de keuringsaanwijzingen en overeenkomstig de medische maatstaven opgenomen in bijlage 12 en appendix A tot en met E van Guidelines on the medical examinations of seafarers van de International Labour Office, Sectoral Activities Programme van de International Migration Organization 2013 (ILO/IMO/JMS/2011/12).
De instructies van de Medisch Adviseur Scheepvaart tijdens de keuring worden opgevolgd.
Bij de keuring maakt de keuringsarts gebruik van het keuringsformulier, opgenomen in bijlage 13. De keuringsarts bewaart het keuringsformulier en eventuele andere stukken die betrekking hebben op het onderzoek gedurende de termijn en op de wijze, bepaald bij of krachtens de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst.
De keuring van de algemene lichamelijke geschiktheid omvat een onderzoek naar de voorheen doorgemaakte ziekten en overkomen ongevallen (anamnese), de in de familie voorkomende erfelijke en chronische ziekten (familieanamnese), een algemene beoordeling van de geestelijke gesteldheid van de keurling, chemisch onderzoek van urine, alsmede een algemeen onderzoek van het lichaam, het gezichtsorgaan en het gehoororgaan op een dusdanige wijze dat kan worden vastgesteld of de kandidaat voldoet aan de maatstaven, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 3.6.4. Specialistisch rapport of deelonderzoek
Indien op grond van de medische eisen, bedoeld in artikel 3.6.3, eerste lid, een specialistisch rapport is voorgeschreven of bij twijfel of wordt voldaan aan de medische eisen, vraagt de keuringsarts informatie op bij de behandelend arts.
Bij het ontbreken van voldoende informatie verwijst de keuringsarts de keurling voor een deelonderzoek naar een specialist.
De keuring wordt door de keuringsarts afgerond na ontvangst van de informatie van de behandelend arts of de uitslag van het specialistisch deelonderzoek.
Artikel 3.6.5. Afgifte geneeskundige verklaring bij goedkeuring
De keuringsarts die een keuring heeft verricht waarvan de uitslag gunstig is, overhandigt aan de keurling een geneeskundige verklaring zeevaart ter ondertekening door de keurling.
Op de verklaring worden in ieder geval de functiecategorie, geldigheidsduur en -gebied vermeld.
De keuringsarts bekrachtigt de door de keurling ondertekende geneeskundige verklaring zeevaart met zijn handtekening en naamstempel.
Het model voor de geneeskundige verklaring zeevaart is opgenomen in bijlage 14.
Artikel 3.6.6. Verklaring van medische ongeschiktheid
Indien de afgifte van een geneeskundige verklaring zeevaart wordt geweigerd, deelt de keuringsarts dit aan de keurling mede onder vermelding van de reden of redenen tot afkeuring. De keuringsarts deelt tevens mede dat de keurling recht heeft op een herkeuring.
De keuringsarts overhandigt aan de keurling een exemplaar van de verklaring van medische ongeschiktheid en vermeldt daarop de reden of redenen tot afkeuring.
De weigering tot afgifte kan slechts geschieden indien de volledige keuring is uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 3.6.3 en 3.6.4.
Van iedere afkeuring voor de zeevaart doet de keuringsarts onverwijld mededeling aan de Medisch Adviseur Scheepvaart door middel van een verklaring van medische ongeschiktheid, waarin de reden of redenen tot afkeuring zijn vermeld.
Indien de keuringsarts bij een onderzoek op grond van artikel 33, tweede lid, van de wet bemerkt dat de keurling tijdelijk dan wel blijvend ongeschikt is voor de zeevaart, handelt hij als beschreven in het eerste tot en met vijfde lid.
De keurling die een herkeuring wenst, richt zich daartoe tot een medisch scheidsrechter als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de wet onder overlegging van diens exemplaar van het de verklaring van medische ongeschiktheid.
Het model voor de verklaring van medische ongeschiktheid is het model, opgenomen in bijlage 6.3 van de Binnenvaartregeling.
Artikel 3.6.7. Herkeuring
Indien de keuringsarts de geneeskundige verklaring zeevaart niet kan afgeven vanwege tijdelijke ongeschiktheid kan herkeuring uitsluitend plaatsvinden door dezelfde keuringsarts die de keurling ongeschikt heeft bevonden, tenzij de keurling gebruik wenst te maken van het recht tot herkeuring door een aangewezen medisch scheidsrechter.
Indien de keuringsarts de geneeskundige verklaring zeevaart niet kan afgeven vanwege blijvende ongeschiktheid kan herkeuring uitsluitend plaatsvinden door een aangewezen medisch scheidsrechter.
Artikel 3.6.8. Handelwijze medisch scheidsrechter bij herkeuring
Bij het uitvoeren van een herkeuring zijn de artikelen 3.6.3 en 3.6.4 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat reeds door de keuringsarts in orde bevonden onderdelen van de keuring niet behoeven te worden herhaald tenzij over de uitslag twijfel bestaat.
In voorkomende gevallen kan de herkeuring bestaan uit het uitsluitend beoordelen van de ter beschikking staande medische gegevens.
Ingeval van een gunstige uitslag van de herkeuring is artikel 3.6.5 van overeenkomstige toepassing.
Indien de medisch scheidsrechter de geneeskundige verklaring zeevaart niet kan afgeven zijn het eerste en vijfde lid van artikel 3.6.6 van overeenkomstige toepassing.
Voor de afgifte van een ontheffing als bedoeld in artikel 32, vijfde lid, van de wet brengt de medisch scheidsrechter advies uit aan de minister.
Paragraaf 3.7. Erkenning maritieme trainingsinstituten en trainingen
Artikel 3.7.1. Algemeen
Een training als bedoeld in deze regeling:
- a. wordt verzorgd door een door de minister erkend trainingsinstituut; en
- b. is door de minister erkend.
Artikel 3.7.2. De aanvraag tot erkenning van een instituut
Een trainingsinstituut dient een aanvraag om erkenning schriftelijk in bij de minister.
Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid bevat ten minste de volgende gegevens:
- a. de naam van het trainingsinstituut; en
- b. een afschrift van het door het trainingsinstituut gehanteerde management- en kwaliteitssysteem, alsmede een rapport betreffende het functioneren ervan opgemaakt door een van het trainingsinstituut onafhankelijke instantie of certificerende instelling.
Artikel 3.7.3. Beoordeling van de aanvraag
Een trainingsinstituut wordt door de minister erkend voor een periode van niet meer dan vijf jaar:
- a. indien de documentbeoordeling van het management- en kwaliteitssysteem op de volgende onderdelen akkoord is bevonden door de Inspectie Leefomgeving en Transport:
- 1°. Het deelnemers inschrijving- en registratiesysteem;
- 2°. Het deelnemers competentie- of certificaat register;
- 3°. Het competentie management van docenten en instructeurs;
- 4°. Het kwaliteitsmanagement van de lesmiddelen en de faciliteiten;
- 5°. Het kwaliteitsmanagement van de afzonderlijke trainingen;
- 6°. Het vastgesteld beleid met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens op grond van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2009/L 119), bij het gebruik van computer en online registratie van de trainingen, Learning Management Systemen (LMS), e-learning, les en assessment applicaties met het bijbehorende cursisten identificatie systeem, indien van toepassing;
- 7°. het vastgestelde examenreglement; en
- b. na een positieve documentbeoordeling, zo nodig nadat de werking van het management- en kwaliteitssysteem van het trainingsinstituut op de locatie van het trainingsinstituut door de Inspectie Leefomgeving en Transport positief is beoordeeld.
Artikel 3.7.4. Aanvullende eisen
Het management- en kwaliteitssysteem voldoet aan NEN-EN-ISO 9001 of een gelijkwaardig management- en kwaliteitssysteem voor wat betreft productontwikkeling en productkwaliteitszorg.
De werking van het management- en kwaliteitssysteem van een trainingsinstituut als bedoeld in artikel 3.7.3, eerste lid, onder a, wordt beoordeeld door een onafhankelijke certificerende instelling.
Het trainingsinstituut beschikt over een register van afgegeven bekwaamheidsbewijzen of trainingscertificaten.
Het trainingsinstituut voldoet aan de eisen opgenomen in artikel 11 van richtlijn (EU) 2022/993.
In afwijking van het vierde lid voldoet het trainingsinstituut in het geval van trainingen die niet voortkomen uit richtlijn (EU) 2022/993 aan de eisen vastgelegd in de toepasselijke verdragen en codes.
Artikel 3.7.5. Erkennen van een training
Een erkend trainingsinstituut dient voor elke afzonderlijke training een aanvraag om erkenning in bij de minister.
Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid bevat ten minste de volgende gegevens:
- a. de naam van de training;
- b. het door het trainingsinstituut tijdens de training te gebruiken lesmateriaal;
- c. een opgave van de voor de training te gebruiken apparatuur;
- d. een lesplan, dat inzicht geeft in de inhoud en tijdsduur van de training en de te volgen examenprocedures of assessment procedure; en
- e. het format van het bekwaamheidsbewijs of het trainingscertificaat dat wordt afgegeven door het trainingsinstituut.
Een training wordt door de minister erkend indien:
- a. ten behoeve van de documentbeoordeling ten minste de volgende onderdelen zijn overgelegd:
- 1°. het lesplan;
- 2°. het te gebruiken lesmateriaal;
- 3°. de competentiecriteria van docenten en instructeurs; en
- b. na een positieve documentbeoordeling de uitvoering van de training positief beoordeeld wordt, waarbij het bijwonen van een training of een onderdeel daarvan door een aangewezen ambtenaar onderdeel van de beoordeling kan zijn.
Een training wordt erkend voor een periode van niet meer dan vijf jaar.
Artikel 3.7.6. Derden
Een onderdeel van een training kan door een ander trainingsinstituut worden uitgevoerd indien dat instituut voor dat onderdeel erkend is door de minister.
Indien een trainingsinstituut gebruik maakt van oefenobjecten op een locatie van derden en dit onderdeel geheel zelf verzorgt, blijkt dit uit de opgave van het lesmateriaal bedoeld in artikel 3.7.5, derde lid.
Artikel 3.7.7. Simulatoren
Indien een simulator deel uitmaakt van een training voldoet deze training/simulatie aan de eisen opgenomen in sectie A-I/12, deel A, van de STCW-code en aan de eisen die voortkomen uit de Leidraad Maritieme Simulator van de Inspectie Leefomgeving en Transport.
Artikel 3.7.8. Reddingmiddelen en trainingsmiddelen
Indien het gebruik van reddingmiddelen deel uitmaakt van een training voldoen de reddingsmiddelen aan de eisen opgenomen in de bij resolutie MSC.48(66) van de Algemene Vergadering van de IMO aangenomen Code inzake reddingsmiddelen (International Life-Saving Appliance Code, LSA-code);
Certificering en beproeving van de gebruikte reddingmiddelen voldoen aan de eisen opgenomen in richtlijn 2014/90/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 inzake uitrusting van zeeschepen en tot intrekking van Richtlijn 96/98/EG van de Raad (PbEU 2014, L 257).
Overige gebruikte trainingsmiddelen voldoen aan de vigerende wettelijke eisen en industriestandaarden.
Artikel 3.7.9. Het intrekken van de erkenning
De minister kan de erkenning van een trainingsinstituut intrekken, indien:
- a. de certificerende instelling, bedoeld in artikel 3.7.4, tweede lid, de certificering van het management- en kwaliteitsborgingssysteem heeft ingetrokken; of
- b. er bij een tussentijdse controle dusdanige tekortkomingen zijn vastgesteld dat de kwaliteit van het trainingsinstituut niet langer is gegarandeerd.
De minister kan de erkenning van een training intrekken, indien:
- a. niet meer voldaan wordt aan de eisen gesteld aan het verlenen van de erkenning; of
- b. bij een tussentijdse controle dusdanige tekortkomingen zijn vastgesteld dat de kwaliteit van de training niet langer is gegarandeerd.
Artikel 3.7.10. Administratieve bepaling
Bij beëindiging van een trainingsinstituut of trainingen verzorgd door een trainingsinstituut wordt het register, bedoeld in artikel 3.7.4, derde lid, overgedragen aan de minister, die dit register gedurende ten minste vijftig jaar bewaart.
Paragraaf 3.8. Bemanning zeilschepen minder dan 500 GT
Artikel 3.8.1. Afgifte en vernieuwen vaarbevoegdheidsbewijs voor het dienstdoen op zeilschepen van minder dan 500 GT
In afwijking van de artikelen 3.1.1 tot en met 3.1.4 van het besluit is op de afgifte en het vernieuwen van een vaarbevoegdheidsbewijs voor het dienstdoen op zeilschepen van minder dan 500 GT dit artikel van toepassing.
Een vaarbevoegdheidsbewijs voor het dienstdoen op zeilschepen van minder dan 500 GT wordt door de minister afgegeven indien de aanvrager met de daarvoor benodigde bekwaamheidsbewijzen en diensttijd aantoont ten minste te voldoen aan de desbetreffende minimumeisen in de artikelen 3.8.4 tot en met 3.8.8.
Een bekwaamheidsbewijs voor de zeilvaart mag ten hoogste vier jaar voor de afgifte van het gevraagde vaarbevoegdheidsbewijs zijn afgegeven.
Een vaarbevoegdheidsbewijs is geldig tot ten hoogste vijf jaar na de datum van afgifte.
Een geldig vaarbevoegdheidsbewijs of een aanvulling daarop kan worden vernieuwd indien de houder heeft dienstgedaan in een naar het oordeel van de minister relevante functie waarvoor een vaarbevoegdheid is vereist en die door de houder op grond van de aan hem toegekende vaarbevoegdheden mocht worden vervuld of in een andere, bij regeling van de minister vastgestelde, daarmee vergelijkbare functie, gedurende ten minste:
- a. diensttijd zeilschepen minder dan 500 GT van één seizoen in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing; of
- b. diensttijd zeilschepen minder dan 500 GT van een half seizoen in de periode van zes maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing.
Artikel 3.8.2. Vernieuwen vaarbevoegdheidsbewijs bij verstrijken geldigheid of onvoldoende diensttijd
Een vaarbevoegdheidsbewijs of een aanvulling daarop waarvan de geldigheid niet langer dan vijf jaar is verstreken, wordt op aanvraag vernieuwd indien de houder:
- a. een opleiding heeft gevolgd als bedoeld in de artikelen 3.4.22 of 3.4.23 en deze met succes heeft afgerond;
- b. gedurende ten minste een diensttijd zeilschepen minder dan 500 GT van een half seizoen in de periode van zes maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing in een naar het oordeel van de minister relevante functie boven de sterkte heeft dienstgedaan; of
- c. gedurende ten minste een diensttijd zeilschepen minder dan 500 GT van een half seizoen in de periode van zes maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag tot vernieuwing in een naar het oordeel van de minister relevante maar lagere functie heeft dienstgedaan dan waarvoor zijn ongeldig geworden vaarbevoegdheidsbewijs gold.
De minister geeft op aanvraag een vaarbevoegdheidsbewijs af met een geldigheidsduur van ten hoogste zes maanden voor de vervulling van een functie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.
Een vaarbevoegdheidsbewijs waarvan de geldigheid langer dan vijf jaar is verstreken, wordt op aanvraag vernieuwd indien de houder voorafgaand aan de aanvraag een opleiding heeft gevolgd als bedoeld in de artikelen 3.4.22 of 3.4.23 en deze met succes heeft afgerond.
Artikel 3.8.3. Verloren gegaan vaarbevoegdheidsbewijs
Een vaarbevoegdheidsbewijs dat verloren is gegaan kan door de minister worden vervangen door een duplicaat, waarvan de einddatum overeenkomt met de einddatum op het originele document.
Indien de aanvrager van een duplicaat aanspraak kan maken op vernieuwing van het vaarbevoegdheidsbewijs, wordt hem desgevraagd met inachtneming van het derde lid een vaarbevoegdheidsbewijs afgegeven.
Artikel 3.8.4. Bekwaamheidsbewijzen en diensttijd
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie kapitein zeilvaart met de beperking tot zeilschepen van minder dan 500 GT op reizen in de vaargebieden zeilvaart III en IV, is ten minste vereist:
- a. het bekwaamheidsbewijs stuurman grote zeilvaart;
- b. het bekwaamheidsbewijs basisveiligheid;
- c. het bekwaamheidsbewijs medische eerste hulp aan boord;
- d. het bekwaamheidsbewijs medische zorg aan boord;
- e. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
- f. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie; en
- g. een diensttijd zeilschepen minder dan 500 GT van twee seizoenen als wachtstuurman zeilvaart.
Artikel 3.8.5. Vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie kapitein zeilvaart met de beperking tot zeilschepen van minder dan 500 GT op reizen in vaargebied I
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs voor de functie kapitein zeilvaart met de beperking tot zeilschepen van minder dan 500 GT op reizen in de vaargebieden zeilvaart I, II en IIIA, is ten minste vereist:
- a. het bekwaamheidsbewijs stuurman kleine zeilvaart;
- b. het bekwaamheidsbewijs basisveiligheid;
- c. het bekwaamheidsbewijs medische eerste hulp aan boord;
- d. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
- e. het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie; en
- f. een diensttijd zeilschepen minder dan 500 GT van twee seizoenen als wachtstuurman zeilvaart aan boord van zeilschepen, waarbij ten hoogste één seizoen op binnenwater is behaald.
In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel f, volstaat een diensttijd van twee seizoenen als wachtstuurman zeilvaart aan boord van zeilschepen op binnenwater voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als kapitein zeilvaart met de beperking tot zeilschepen van minder dan 500 GT op reizen in de vaargebieden zeilvaart I en II.
Artikel 3.8.6. Vaarbevoegdheidsbewijs als wachtstuurman zeilvaart met de beperking tot zeilschepen van minder dan 500 GT op reizen in de vaargebieden III en IV
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als wachtstuurman zeilvaart met de beperking tot zeilschepen van minder dan 500 GT op reizen in de vaargebieden zeilvaart III en IV, is ten minste vereist:
- a. het bekwaamheidsbewijs stuurman kleine zeilvaart;
- b. het bekwaamheidsbewijs basisveiligheid;
- c. het bekwaamheidsbewijs medische eerste hulp aan boord;
- d. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
- e. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie; en
- f. de leeftijd van achttien jaar.
Artikel 3.8.7. Vaarbevoegdheidsbewijs als wachtstuurman zeilvaart
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als wachtstuurman zeilvaart met de beperking tot zeilschepen van minder dan 500 GT op reizen in de vaargebieden zeilvaart I, II en IIIA, is ten minste vereist:
- a. het bekwaamheidsbewijs stuurman kleine zeilvaart;
- b. het bekwaamheidsbewijs basisveiligheid;
- c. het bekwaamheidsbewijs medische eerste hulp aan boord;
- d. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
- e. het beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie; en
- f. de leeftijd van achttien jaar.
Artikel 3.8.8. Vaarbevoegdheidsbewijs als gezel zeilvaart
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als gezel zeilvaart met de beperking tot zeilschepen van minder dan 500 GT, is ten minste vereist:
- a. een schriftelijke verklaring van de kapitein van een Nederlands zeilschip dat de aanvrager heeft aangetoond te voldoen aan de eisen van bekwaamheid, bedoeld in sectie A-II/4 van de STCW-code;
- b. het bekwaamheidsbewijs basisveiligheid;
- c. een diensttijd van 1 seizoen als aankomend gezel zeilvaart, die op een zeilschip in de zeevaart of de binnenvaart is behaald. In geval van de binnenvaart wordt minimaal 180 vaardagen, in de functie van deksman of hoger, geregistreerd in een dienstboekje als bedoeld in artikel 5.11 van de Binnenvaartregeling; en
- d. de leeftijd van zestien jaar.
Artikel 3.8.9. Landelijk Examenbureau voor de Beroepszeilvaart
Een bekwaamheidsbewijs stuurman grote zeilvaart of stuurman kleine zeilvaart wordt afgegeven door het Landelijke Examenbureau voor de Beroepszeilvaart.
Het Landelijk Examenbureau, bedoeld in het eerste lid, heeft rechtspersoonlijkheid.
Aan het Landelijk Examenbureau zijn een Examencommissie, een College van Gecommitteerden en een College van Toezicht verbonden.
De Examencommissie bestaat uit deskundigen uit het vakgebied en is belast met het opstellen van examens en de uitvoering daarvan.
Het College van Gecommitteerden bestaat ten minste uit één vertegenwoordiger van de bedrijfstak, een vertegenwoordiger van de werknemers in de bedrijfstak, een vertegenwoordiger van de bekwaamheidsbewijshouders en een vertegenwoordiger van het onderwijs voor de beroepszeilvaart.
Het College van Gecommitteerden kan worden aangevuld met deskundigen uit de Handelsvaart of de Koninklijke Marine.
Het College van Gecommitteerden heeft tot taak:
- a. het opzetten en bewaken van beroepsprofielen;
- b. het vaststellen van de eindtermen documenten;
- c. het goedkeuren van het door het bestuur van het Examenbureau opgestelde examenreglement; en
- d. het bewaken van het kwaliteitsniveau van de schriftelijke en mondelinge examens.
Het College van Toezicht is ten minste samengesteld uit één vertegenwoordiger van de bedrijfstak, een vertegenwoordiger van het onderwijs voor de beroepszeilvaart en een onafhankelijke jurist. Het College kiest uit zijn midden een voorzitter.
Het Landelijk Examenbureau zendt jaarlijks aan de minister een rapportage van kwaliteitscontroles van het gehanteerde management- en kwaliteitssysteem, alsmede een afschrift van het rapport betreffende het functioneren ervan opgemaakt door een van het Landelijk Examenbureau onafhankelijke instantie of certificerende instelling.
De rapportages, bedoeld in het negende lid, bevatten ten minste de geconstateerde tekortkomingen en de daaruit voortvloeiende acties voor verbetering.
De bevoegdheid van het Landelijke Examenbureau tot het afgeven van de bekwaamheidsbewijzen, bedoeld in het eerste lid, kan worden ingetrokken, indien naar de mening van de minister uit de kwaliteitscontrole blijkt dat er ernstige tekortkomingen zijn geconstateerd, dan wel dat onvoldoende uitvoering wordt gegeven aan het implementeren van acties ter verbetering, waardoor de kwaliteit van de examinering onvoldoende is gewaarborgd.
Paragraaf 3.9. Beroepsvereisten Caribisch-Nederlandse schepen
Artikel 3.9.1. Bemanningscertificaat internationaal varend Caribisch-Nederlands schip
De artikelen 4, 8, 9, 20, eerste en tweede lid, 68 en 69 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op een Caribisch-Nederlands schip dat verder vaart dan de gebiedsbegrenzingen, bedoeld in artikel 41b, tweede lid, van de Regeling veiligheid zeeschepen, doch binnen de Caribische handelszone.
Het bemanningscertificaat, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de wet, wordt opgenomen in het SCV-veiligheidscertificaat, bedoeld in de artikelen 5d of 5e van de Regeling veiligheid zeeschepen.
Artikel 3.9.2. Bemanning internationaal varend Caribisch-Nederlands schip
De kapitein, diens plaatsvervanger of de werktuigkundige van een Caribisch-Nederlands schip is, voor zover dat vereist is op grond van het bemanningscertificaat, bedoeld in artikel 3.9.1, in het bezit van:
- a. een geldig certificaat voor de op het bemanningscertificaat genoemde functie, afgegeven volgens hoofdstuk 10, deel A, onderdelen 1 en 2, van de SCV-code;
- b. een bekwaamheidsbewijs basisveiligheid;
- c. een geldige geneeskundige verklaring zeevaart of een gelijkwaardige verklaring afgegeven door een andere verdragspartij bij de SCV-code; en
- d. een basiscertificaat marifonie, een beperkt certificaat maritieme radiocommunicatie of een algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie als bedoeld in artikel 12 van de Examenregeling frequentiegebruik 2008.
Overige op het bemanningscertificaat genoemde bemanningsleden:
- 1°. hebben de leeftijd van 16 jaar bereikt;
- 2°. zijn in het bezit van het bekwaamheidsbewijs basisveiligheid; en
- 3°. zijn in het bezit van een geldige geneeskundige verklaring zeevaart of een gelijkwaardige verklaring afgegeven door een andere partij bij de SCV-code.
Een geldig bemanningscertificaat, afgegeven door een andere verdragspartij bij de SCV-code volgens hoofdstuk 10, deel A, artikelen 1 en 2, van de SCV-code, onderdeel a, wordt door de minister vernieuwd indien de aanvrager:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)